Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)_vastgesteld_TOELICHTING
Tekst van het document
29/72
februari 2024 bestemmingsplan Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)
bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. Zwolle heeft een gunstige positie qua ontwikkeling. In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei en leefbaarheid is het daarom noodzakelijk keuzes te maken. Zwolle pakt haar mobiliteitsopgave aan door bereikbaarheid te realiseren in combinatie met leefbaarheid en gezondheid De STOMP-methode is in Zwolle leidend bij onze ontwerpopgaven voor infrastructuur bij de inrichting van de buitenruimte. De Regeling Parkeernormen 2016 welke voor het laatst in 2021 is geactualiseerd, is het toetsingskader voor parkeren in het geval van vastgoedontwikkelingen, bestemmingsplannen en aanvragen van een omgevingsvergunning in de gemeente Zwolle. Het beleid van de Gemeente Zwolle is dat de parkeeropgave van een bouwplan of een ontwikkeling primair op eigen terrein van het bouwplan of ontwikkeling gerealiseerd moet worden. 3.2.2
Beoordeling
Het plangebied ligt in de oksel van het kruispunt Bisschop Willebrandlaan en Van Wevelinkhovenstraat. De achterliggende Rooms Katholieke begraafplaats grenst aan de locatie en heeft een ontsluiting met parkeerterrein aan de Bisschop Willebrandlaan. Park de Hogenkamp ligt aan de overzijde en voorzieningen als supermarkt en apotheek liggen op loopafstand van de locatie. Het plan voorziet in onder andere de volgende maatregelen: In beide woongebouwen wordt op de begane grond een collectieve fietsenstalling gerealiseerd. De routes voor het fietsverkeer vanuit het plangebied sluiten aan op de fietspaden aan de Van Wevelinkhovenstraat en de Bisschop Willebrandlaan. Op de locatie worden drie elektrische deelauto’s in de parkeergarage gestald. Er wordt een halfverdiepte parkeergarage voor de bewoners ontwikkeld. Het bestaande parkeerterrein nabij de begraafplaats wordt heringericht, ter plekke kunnen bezoekers van het wooncomplex en de begraafplaats parkeren. Er is voor het voorliggende plan een Mobiliteitsplan ontwikkeling Nieuwstad Zwolle (Goudappel, kenmerk 015923.202311016R1.05, 14 november 2023, zie bijlage) opgesteld. Het mobiliteitsplan beschrijft de op dit plan toegepaste STOMP-methode. En toont aan dat met het plan en de daarin opgenomen parkeervoorzieningen voldaan kan worden aan de gemeentelijke parkeerregeling. 3.2.3
Conclusie
Het plan is niet in strijd met de kaders over mobiliteit. 3.2.4
Uitgangspunten planregel
De algemeen toegepaste bestemmingsplanregel voor parkeren wordt in dit plan opgenomen. De parkeergarage krijgt evenals de ontsluitingsweg een specifieke planregel, waarmee onder andere de situering wordt vastgelegd. Het parkeerterrein nabij de begraafplaats krijgt de bestemming Verkeer-Erftoegangsweg.
30/72
februari 2024 bestemmingsplan Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)
3.3
Omgevingskwaliteit
3.3.1
Stedenbouw en beeldkwaliteit
3.3.1.1 Kaders
Omgevingsvisie Stedenbouwkundig is specifiek aandacht nodig voor de effecten van hoogbouw op de omgeving. Ook vraagt beeldkwaliteit aandacht. De omgevingsvisie bevat een visie op hoogbouw in de gemeente. Zwolle wil nieuwe woningen bouwen voor 2030, waarbij inbreiding voor uitbreiding gaat. Bij inbreiding komen in de bestaande stad op hetzelfde totale oppervlak meer woningen. Dat betekent dat er meer woningen gestapeld zullen worden en er hogere woongebouwen komen. Dat betekent ook dat er meer mensen, meer auto's, fietsen en meer behoefte aan groen en buitenruimte per vierkante meter. Hoogbouw wordt ingezet als een middel om bepaalde doelen te bereiken. Op belangrijke knooppunten voor openbaar vervoer of bij de samenkomst van grote doorgaande wegen komen veel mensen en activiteiten bij elkaar. Daar past hoogbouw bij. Hoogbouw draagt op deze plekken bij aan een stedelijke dynamiek en sfeer. Hogere gebouwen hebben een belangrijke functie om specifieke plekken in de stad te duiden, zoals het station, winkelcentra, een gebied met ontspanning en vertier of de entree van een wijk Een sterke verbinding met het openbaar vervoer maakt de afhankelijkheid van de auto kleiner. Het bezit neemt af, evenals de noodzakelijk voor parkeren. Dat creëert de noodzakelijke ruimte voor een kwalitatief hoogwaardige buitenruimte, met onder meer groen.
En door compact te bouwen in de bestaande stad hoeven we minder te bouwen aan de randen of in het landschap. De druk op het landschap vermindert. Hoogbouw brengt ook investeringen bij elkaar. Dat maakt het mogelijk om in een gebied ook andere doelen te bereiken als voor klimaatadaptatie, energievoorziening, mobiliteit en natuurinclusief bouwen. Onder hoogbouw verstaan we gebouwen hoger dan de gemiddelde kroonhoogte van de bomen, en dat begint bij ongeveer 25 meter of ongeveer 8 bouwlagen. Vanaf deze hoogte is het verplicht om effecten van de hoogbouw op de omgeving in beeld te brengen. Hoogbouw moet wel kwaliteit toevoegen aan onze stad. Een Hoogbouw Effect Rapportage (HER) toont aan hoe een plan zich verhoudt tot de gestelde uitgangspunten. Het geeft inzicht in de gevolgen voor schaduwwerking, windval, sociale veiligheid, het landschap en het omliggende gebied (o.a. cultuurhistorische waarden). Het rapport maakt onderdeel uit van de besluitvorming door college en gemeenteraad, zodat een integrale beoordeling mogelijk is.
Beleid welstand De gemeenteraad heeft de Welstandsnota 2023, versie juli 2023 vastgesteld. Doel van de welstandsnota is het bieden van een toetsingskader voor de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. De nota geeft gebieds- en objectgerichte welstandscriteria. De welstandsnota beperkt zich daarbij niet tot alleen gebouwen en andere bouwwerken, maar is ook een toetsingskader voor onder andere reclame-uitingen en woonschepen. Voor de gemeente biedt de nota een toetsingskader voor ingediende bouwinitiatieven, voor de burger biedt de welstandsnota vooraf het kader en de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van nieuwe bouwinitiatieven
3.3.1.2 Beoordeling Hoogbouw Het plan voorziet in twee woongebouwen van respectievelijk 9 en 5 bouwlagen. Er is een Hoogbouw Effect Rapportage Nieuwstad Bisschop Willebrandlaan Zwolle (Bureau voor Planvorming & Advies, september
31/72
februari 2024 bestemmingsplan Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)
2023, zie bijlage) opgesteld. Deze HER geeft een nadere onderbouwing van de stedenbouwkundige inpassing, met in achtneming van de omgevingsvisie. Er wordt onder andere ingegaan op de ruimtelijke impact op de omgeving, sociale veiligheid, schaduwwerking en windval. De Hoogbouw Effect Rapportage geeft de volgende conclusies: Het initiatief voorziet in de bouw van 2 gebouwen, waarvan één gebouw met 9 bouwlagen en één gebouw met 5 bouwlagen. Het hoogste gebouw wordt daardoor hoger dan 25 meter. Dit past ruimschoots binnen de door de Omgevingsvisie voorgeschreven maximale bouwhoogte in de Stadskrans. Het nieuwe gebouw is dusdanig hoog dat het wat betreft maat en schaal past. De bebouwing is afgestemd op aanwezige omgevingsfactoren, waaronder de groene corridor langs de Bisschop Willebrandlaan en de doelstellingen van de stadsstraten. Het plan zorg voor levendigheid en draagt op een ruimtelijk passende manier bij aan de woningbouwopgave van Zwolle. Op basis van het bezonningsonderzoek kan worden geconcludeerd dat het plan voldoet aan de TNObezonningsnorm. Op basis van de windstatistiek, de oriëntatie en de hoogte van de geplande nieuwbouw en omgevingsfactoren kan gesteld worden dat het optreden van windhinder rond de geplande nieuwbouw in de vorm van een matig windklimaat voor de activiteit 'doorlopen' op voorhand niet kan worden uitgesloten.
Omdat voor de gebouwentrees in de noordwest- en zuidoost gevels van de geplande bebouwing preventief wind afschermende maatregelen worden geplaatst, in de vorm van groen, is er op basis van het plan geen sprake van windhinder binnen en in de omgeving van het plangebied. De wijze waarop voorliggend plan wordt vormgegeven, afgestemd op de omgeving, draagt bij aan het versterken van de sociale veiligheid in en rond het plangebied. De woningen zijn alzijdig, er worden openbare paden gerealiseerd en het plangebied is goed verlicht en een bedrijfsfunctie maakt plaats voor een woonfunctie. Allemaal factoren die bijdragen aan het vergroten van de sociale veiligheid. Bij alle zichtpunten/standpunten zijn de gebouwen ofwel niet te zien, of tussen de bomen door te zien, of achter de bestaande bebouwing of vegetatie te zien. Als vanzelfsprekend zijn de gebouwen het meest beeldbepalend vanaf de aangrenzende straten en de plek waar de woonwagens gesitueerd zijn (ten noorden van het plangebied). Door de grote hoeveelheid bomen op en rondom de locatie, staan de gebouwen niet op zichzelf in de omgeving, maar landen met tegenwicht van het bestaande, goed op deze plek en in het bredere beeld vanuit verschillende zijden. Het bouwplan doet zodoende, ook op afstand, geen afbreuk aan de kwaliteit van de omgeving.
Beeldkwaliteit De twee woongebouwen worden als ensemble ontworpen en zijn familie van elkaar. De uitstraling, het materiaalgebruik en de toegepaste vormentaal zijn een eenheid. De beeldkwaliteit wordt verder gevormd door het toepassen van setbacks en integreren van de balkons, waarvan de toepassing van robuust groen een deel van het gebouwontwerp zal zijn. De bebouwing kent een basishoogte van 5 woonlagen. Het noordelijke gebouw kent een maximale hoogte van 9 lagen, exclusief de half verdiepte parkeergarage. Het zuidelijke gebouw kent een hoogte van maximaal 5 lagen. Hiertussen loopt de hoogte en volume op van 5 tot 9 lagen. De balkons worden meegenomen in het gevelontwerp. Groen is een belangrijk onderdeel van de uitstraling van de gebouwen, met name door de ligging van de gebouwen in een groene omgeving. De gemeenschappelijk daktuin op het parkeerdek zal, in combinatie met het talud, een groen karakter krijgen. Daarnaast zal er in het verdere ontwerpproces gekeken worden hoe er groen geïntegreerd kan worden op de balkons. Voor het materiaalgebruik wordt gekozen voor duurzame en hoogwaardige materialen als: hout, natuursteen, baksteen en beton met warme aardse tonen. De overgang op het maaiveld tussen de privé buitenruimte en het openbaar gebied dient bijzondere aandacht te krijgen. Balkons zijn onderdeel van het gevelontwerp en door het toepassen van een
32/72
februari 2024 bestemmingsplan Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)
halfverdiepte parkeergarage, wordt de begane grond een halve laag opgetild en creëert zo een goede buffer en overgang tussen openbaar en privé. Ter plekke van de daktuin liggen de balkons en collectieve tuin op hetzelfde niveau. De overgang die hier plaats zal vinden, zal mee-ontworpen worden. Er worden specifieke welstandscriteria voor dit woningbouwplan toegevoegd aan de Welstandsnota. Parallel aan het bestemmingsplantraject wordt de Welstandsnota gewijzigd door het beeldkwaliteitsplan 'Welstandskader Nieuwstad’, november 2023, aan de nota toe te voegen. 3.3.1.3 Conclusie Het beoogde plan geeft voldoende invulling aan de kaders van de omgevingsvisie. Het plan is niet in strijd met de kaders voor stedenbouw. 3.3.1.4 Uitgangspunten planregel De bouwmogelijkheden worden met het opnemen van bouwvlakken en maxmale hoogtematen op de plankaart begrensd. 3.3.2
Landschap
3.3.2.1 Kaders
Omgevingsvisie De in Zwolle aanwezige landschappelijke en natuurwaarden maken deel uit van het fysieke kapitaal van Zwolle, zoals beschreven in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen. De visie wijst onder andere natuurgebieden en landschappen aan als waardevol en zeer waardevol. Kenmerkend voor de stad Zwolle is ook de aanwezigheid van een hoofdgroenstructuur, waar bijvoorbeeld de 'groene longen' van Zwolle onderdeel van uitmaken. Die hoofdgroenstructuur is voor Zwolle zeer waardevol. De stedelijke hoofdgroenstructuur bestaat uit een samenstel van groenelementen die tezamen een betekenis hebben voor de stad als geheel. De hoofdgroenstructuur dient meerdere functies: het draagt ruimtelijk of functioneel bij aan een min of meer aaneengesloten netwerk. Het is op stedelijk niveau in belangrijke mate structuur- en identiteit bepalend, het behoort op stedelijk niveau tot de belangrijkste recreatieve gebruiksruimtes, het begeleidt recreatieve routes, het heeft een belangrijke betekenis voor de stedelijke ecologische structuur en het draagt in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid van de stad. De koers is dat de hoofdgroenstructuur in de toekomst behouden blijft, of aangevuld, waar nodig, vanwege het belang voor de gemeente als geheel. Er wordt een terughoudend beleid gevoerd met het toevoegen van nieuwe bebouwing binnen de hoofdgroenstructuur.
Naast een stedelijke hoofdgroenstructuur kent Zwolle ook een wijkgroenstructuur. Visie is dat de wijkgroenstructuur in de toekomst in essentie behouden moet worden, vanwege het belang voor een aantrekkelijke en leefbare wijk. Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van biodiversiteit en landschap als belangrijke fysieke waarde. Belangrijk is dat de waarden van het fysiek kapitaal op een zorgvuldige wijze wordt meegewogen bij ingrepen in de fysieke leegomgeving. Daarvoor zijn spelregels vastgelegd. Vanuit landschap en natuurwaarden zijn dat: ingrepen in de fysieke leefomgeving mogen netto kwalitatief niet ten koste gaan van het landschappelijke kwaliteiten, de Zwolse hoofdgroenstructuur en de aanwezige natuurwaarden. De natuurwaardenkaart is een belangrijk kader om die afweging te kunnen maken; een goede landschappelijke en stedelijke inpassing, passend bij de kenmerken van het landschap is een vereiste bij ingrepen in de fysieke leefomgeving.
33/72
februari 2024 bestemmingsplan Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)
3.3.2.2 Beoordeling Het plangebied maakt deel uit van het in de omgevingsvisie als raamwerk aangegeven zeer waardevol landschap en hoofdgroenstructuur. Het ligt nabij het eveneens van die structuur deel uitmakende Park de Hogenkamp. De huidige situatie van het plangebied kenmerkt zich door veel verharding. Het groene veld, dat voor het perceel van de autogarage ligt, is openbaar, maar niet uitnodigend. In het plangebied is nu circa 2.800 m² groen te vinden. Door de herontwikkeling zal dit oppervlak meer dan verdubbelen. Door middel van de herontwikkeling van het garagebedrijf, wordt circa 2.900 m2 groen toegevoegd aan de groenstructuur.
Met de beoogde herontwikkeling transformeert het plangebied zich naar een veel groenere plek en een openbaar toegankelijke ruimte voor bezoekers en omwonenden. De locatie wordt toegankelijk gemaakt door een openbaar pad tussen de bebouwing en de begraafplaats,dat hiermee het gebied verbindt met het Park de Hogenkamp. Ook de verhoogde daktuin wordt toegankelijk. Met de herontwikkeling van het plangebied ontstaat er een opmaat naar een robuuste groenstructuur. Een kans om het Park de Hogenkamp uit te breiden en groenstructuren met elkaar te verbinden. De Oving locatie is samen met de Stilo locatie, aan de overzijde van de weg, nu nog een ontbrekende schakel. 3.3.2.3 Conclusie Het plan is niet in strijd met de kaders voor landschap. 3.3.2.4 Uitgangspunten planregel Voor het toekomstige groengebied wordt de bestemming Groen opgenomen. 3.3.3
Cultuurhistorie en archeologie
3.3.3.1 Kaders Het Besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6) geeft aan dat de plantoelichting moet beschrijven op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.
34/72
februari 2024 bestemmingsplan Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)
Omgevingsvisie De in Zwolle aanwezige cultuurhistorische waarden maken deel uit van het fysieke kapitaal van Zwolle, zoals beschreven in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen. Het Zwolse erfgoed met haar waardevolle gebouwen, structuren, landschappen en archeologische rijkdommen heeft naast de historische en identiteitswaarde een onderscheidende en aantrekkende kracht voor de stad. We richten ons op de instandhouding van en onderzoek naar historisch waardevolle objecten, complexen, stedenbouwkundige en landschappelijke structuren en archeologische waarden. We koesteren het Zwolse erfgoed en zetten het in als één van de leidende en inspirerend principes bij (ruimtelijke) ontwikkelingen. Belangrijk is dat de waarden van het fysiek kapitaal op een zorgvuldige wijze wordt meegewogen bij ingrepen in de fysieke leegomgeving. Daarvoor zijn spelregels vastgelegd. Vanuit cultuurhistorie zijn dat: benut het maatschappelijk belang van erfgoed als identiteits-, kwaliteits-, en waarde vermeerderende factor bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Dit geldt ook voor niet wettelijk beschermde cultuurhistorisch waardevolle gebieden en gebouwen; aansluitend op vorige spelregel; cultuurhistorische waarden, ook niet beschermde, vormen een inspiratiebron voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving; het hergebruik van (cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen heeft de voorkeur boven nieuwbouw.
gemeentelijke- en rijksmonumenten en archeologie zijn beschermd (ook qua instandhouding) via landelijke en gemeentelijke wet/regelgeving. Dit berschermingsregime is voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Beleid cultuurhistorie en archeologie Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Om op een goede wijze rekening te houden met het cultureel erfgoed zijn de cultuurhistorische waarden binnen de gemeente geïnventariseerd, beschreven en gekwalificeerd. Op basis hiervan is in bestemmingsplannen een beschermende regeling opgenomen voor cultuurhistorisch waardevolle objecten en structuren. Op 18 augustus 2008 heeft de raad archeologiebeleid vastgesteld. Centraal thema is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's). Op basis hiervan is in bestemmingsplannen een beschermende regeling opgenomen.
De beschermende regels richten zich op activiteiten in gebieden met een archeologische waarde welke kunnen leiden tot het verstoren van de bodem op een grotere diepte dan 0,5 meter en over een grotere oppervlakte dan 100 m². 3.3.3.2 Beoordeling Het deel van de stad waar het plangebied in ligt is in de omgevingsvisie aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol. Het plangebied zelf kent in het geldende bestemmingsplan geen planregels gericht op bescherming van cultuurhistorische waarden, wel heeft het een dubbelbestemming Waarde-Archeologie. De naastgelegen begraafplaats heeft wel zo'n beschermende planregel. Het Rooms-Katholiek Kerkhof aan de Bisschop Willebrandlaan 62 is in 1998 aangewezen als beschermd rijksmonument. In 1840 kocht baron Van Lamsweerde de gronden aan van Gerrit Jeurink, waarna op 5 juni van datzelfde jaar de eerste steen van de toegangspoort werd gelegd door Van Lamsweerde. In de kerken werd gecollecteerd voor de inrichting van de begraafplaats. Van de opbrengst werd de nog aanwezige kapel gebouwd. De begraafplaats vormt samen met de algemene begraafplaats een kostbaar en bijzonder geheel. De monumentale begraafplaats is omgeven door een muur die deze plek een intieme sfeer geeft.
35/72
februari 2024 bestemmingsplan Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)
De beoogde herontwikkeling respecteert de cultuurhistorische, monumentale waarde van de begraafplaats. Bij de planvorming is daar rekening mee gehouden. Onder andere als het gaat om de afstand tot de muur van de begraafplaats, de inrichting van de gezamenlijke parkeerplaatsen en de hoogte en positionering van de woongebouwen. Zowel de monumentale entree als de kapel liggen momenteel volledig verscholen achter bosschage. Als onderdeel van de herontwikkeling is het voornemen de entree en de kapel, die in een loodrechte lijn hierachter is gepositioneerd, weer te manifesteren. Ook het herstellen van de historische route en het realiseren van een groene aansluiting met de bergraafplaats dragen bij aan de kwaliteit van het plan. Rond 1860, toen Dieze-Oost nog de naam Nieuwstad had, was er een historische route vanaf de Langerholterweg langs de begraafplaats.
impressie parkeerterrein bij begraafplaats
De locatie heeft een gemiddelde archeologische verwachtingswaarde. Deze 50% waarde is gebaseerd op de ligging op een dekzandrug, waarop in de Prehistorie en Middeleeuwen werd gewoond. De aanwezigheid van archeologische resten in het plangebied kan niet uitgesloten worden. Door middel van proefsleuvenonderzoek, zal onderzocht worden of er archeologische resten aanwezig zijn. Om de (mogelijk) aanwezige archeologische waarden te beschermen wordt de geldende planregel over archeologie overgenomen. 3.3.3.3 Conclusie Het plan is niet in strijd met de kaders voor cultuurhistorie en archeologie. 3.3.3.4 Uitgangspunten planregel De al geldende dubbelbestemming Waarde-Archeologie wordt overgenomen.
36/72
februari 2024 bestemmingsplan Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)
3.4
Gezondheid en veiligheid
De fysieke leefomgeving heeft alles in zich om een positieve bijdrage te leveren aan gezondheid. Om dat te bewerkstellingen is in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen gekozen voor een brede benadering die uitgaat van beschermen, bevorderen en faciliteren van een betere gezondheid van bewoners en bezoekers van Zwolle. Er zijn meerdere aspecten die de gezondheid van mensen bepalen. In Zwolle vinden we het belangrijk dat die aspecten van betekenis zijn voor de ontwikkeling van Zwolle: 'Zwolle gezond'.
Gezondheid heeft raakvlakken met meerdere thema's, zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit en milieu. We stellen 'Zwolle gezond' centraal als leidend principe voor een toekomstbestendig Zwolle. Hiervandaan zoeken we continu naar win-win situaties. We zetten Zwolle gezond in als handvat voor afwegingen in de fysieke leefomgeving. Daarbij beschouwt Zwolle milieu als een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Milieu is een thema dat van oudsher centraal geregeld is en waarbij in de laatste decennia ook de Europese Unie een grotere rol is gaan spelen. Naast het werken binnen de nationale en Europese kaders op het gebied van milieu krijgen gemeenten ook meer eigen afwegingsruimte om te handelen. Elk gebied is anders, maatwerk en flexibiliteit is daarom nodig. Vanuit dit oogpunt hanteert de gemeente Zwolle onder andere de volgende uitgangspunten: De door de Rijksoverheid wettelijk vastgestelde kwaliteitseisen vormen het minimale niveau voor de gemeente Zwolle. Daar waar afwegingsruimte beschikbaar is vanuit milieu, hanteren wij voornamelijk het 'ja, mits' uitgangspunt. We willen graag ontwikkelingen binnen de gemeente mogelijk maken; De milieukwaliteit wordt per saldo behouden. Waar nodig én mogelijk wordt de milieukwaliteit verbeterd;
37/72
februari 2024 bestemmingsplan Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)
Bij de bescherming en de verbetering van de milieukwaliteit zoeken naar synergie met ruimtelijke ontwikkelingen en andere beleidsvelden; Gebiedsgericht milieubeleid: de milieukwaliteit in een gebied is passend voor de functie van dat gebied; Bij de bescherming en verbetering van het milieu hanteren we een ketenbenadering: aanpak bij de bron heeft in principe de voorkeur. Maatregelen in het overdrachtsgebied en bij de ontvanger worden bij de afweging over de te bereiken milieukwaliteit integraal meegewogen.
3.4.1
Klimaat, energie en circulariteit
3.4.1.1 Kaders De Omgevingsvisie Mijn Zwolle van Morgen geeft aan dat bij nieuwe initiatieven altijd een KEC-toets wordt opgesteld. KEC staat voor klimaatadaptatie, energietransitie en circulariteit. We vinden het belangrijk dat bij elke ontwikkeling in de fysieke leefomgeving deze drie thema's integraal afgewogen worden. Om op dat een goede en transparante wijze te doen, stellen we een KEC-toets op. Klimaatadaptie Kernopgave uit de omgevingsvisie is dat Zwolle in 2050 klimaatbestendig is ingericht en daarmee veilig voor overstromingen en aangepast aan extreem weer. Door het veranderende klimaat is dat een ambitie die impact heeft op de fysieke leefomgeving om ook in de toekomst veilig en beschermt tegen het water te kunnen wonen, ondernemen en recreëren in Zwolle. We benutten en versterken de samenhang in het watersysteem dat bestaat uit verschillende onderdelen. Ten eerste het hoofdwatersysteem met de hoofdwater-keringen en het regionale watersysteem. Ten tweede de groen- blauwe structuur in de bestaande stad met daarin ruimte voor sponswerking en het tegengaan van hittestress. Onderling zijn de verschillende onderdelen met elkaar verbonden en vormen ze een fysieke onderlegger voor de omgevingsvisie om te komen tot een klimaatbestendig en adaptief Zwolle.
De klimaatadaptatie maatregelen die onderdeel zijn van het streefbeeld groenblauwe structuur hebben als doel om schade te reduceren en meerwaarde te leveren aan een aantrekkelijk en robuust Zwolle nu en in de toekomst. Met klimaatadaptatie maken we voor de uitvoer van maatregelen koppelingen met andere opgaven waar Zwolle voor staat, zoals het vergroten van biodiversiteit, versterken van de omgevingskwaliteit en het verbeteren van de gezondheid van Zwolse inwoners. Energieneutraal Energietransitie betekent de overgang van stroom en warmte uit fossiele brandstoffen, zoals gas, kernenergie en steenkolen, naar volledig hernieuwbare energie, zoals energie uit zon, wind, biomassa, de diepe ondergrond en water. De ontwikkeling naar een duurzame energievoorziening kent twee sporen. Het eerste is het verminderen van het energieverbruik. Het tweede de opwekking van duurzame energie (wind, zon, aardwarmte, waterkracht). Uitgangspunt is dat bij nieuwbouwontwikkelingen en herontwikkelingen deze energie neutraal zijn en bij voorkeur 'Nul op de Meter'. Het landelijke klimaatakkoord is de komende jaren de leidraad voor de energietransitie. Hierin wordt richting gegeven hoe klimaatdoelen te gaan realiseren. Zwolle wil in 2040 een volledig energieneutrale stad zijn (Zwolse coalitieakkoord 2022-2026).
Dat betekent dat alle energie die in Zwolle wordt gebruikt ook lokaal en duurzaam wordt opgewekt. De voornaamste raakvlakken richten zich op de duurzame opwek van elektriciteit en warmte, de gebouwde omgeving en mobiliteit. De Transitievisie Warmte (TVW) van de gemeente Zwolle beschrijft op welke wijze de gemeente de warmtevraag op een aardgasvrije en duurzame manier wil gaan invullen.
Circulariteit
38/72
februari 2024 bestemmingsplan Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)
Circulariteit betreft de circulaire economie, welke een essentieel onderdeel vormt van de duurzame ontwikkeling van de stad Zwolle. De circulaire economie is een economie waarin de waarde van grondstoffen zoveel mogelijk behouden blijft. Ook is het niet vanzelfsprekend meer dat producten worden aangeschaft en afgedankt, maar bijvoorbeeld worden gedeeld, gehuurd of geleased. Nederland wil in 2050 een circulaire economie zijn; een economie zonder afval, waarbij alles draait op herbruikbare grondstoffen. We maken de transitie van onze huidige take-make-waste, lineaire economie naar een circulaire. Voor onze eigen bedrijfsvoering en projecten waar we als opdrachtgever betrokken zijn, geldt dat we een voorbeeldfunctie willen vervullen. We willen de stad en de regio inspireren hoe de transitie naar een circulaire economie te maken. De ambities op het gebied van circulaire gebiedsontwikkeling worden in de omgevingsvisie al deels vertaald naar de ambities op het gebied van mobiliteit, energie, klimaat, water, natuur inclusief bouwen en nieuwe stedelijkheid.
Algemeen uitgangspunt voor een circulaire gebiedsontwikkeling zijn vier principes: Reductie (verminderen van de vraag naar grondstoffen); Synergie (het lokaal uitwisselen van stromen); Productie en inkoop (de resterende vraag duurzaam en circulair produceren en inkopen); Management (het monitoren van de stromen, om inzicht te krijgen in waar en wanneer er kans is voor verbetering). Circulair bouwen gaat om beschermen van grondstoffen, het beschermen van het milieu en het behouden van functionaliteit. Daarvoor zetten we de eerste stappen naar een Zwolse aanpak. Zwolle stelt een Zwolse standaard op voor het circulair bouwen van nieuwbouw, renovatie en de aanleg en beheer van de buitenruimte. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij landelijke keurmerken en regelgeving. 3.4.1.2 Beoordeling De nieuwe gebouwen zullen regenwater opvangen en bij droogte vasthouden en vertraagd afvoeren bij hevige regenval. Door regenwater vast te houden, zogenoemde waterretentie, kunnen groene daken, balkons voorzien van groen en de groene entreezone tussen de gebouwen, boven op de parkeergarage, worden voorzien van water wanneer nodig(irrigatie). De retentie- en irrigatie systemen dienen zo ontworpen te worden dat er in principe geen kraanwater nodig is om groen hoger dan het maaiveld op of aan de gebouwen, zelf te kunnen bewateren.
Zowel de gebouwen als de openbare ruimte worden weersbestendig ontworpen. Dit betekent: een goede isolatiewaarde en een behaaglijk binnen- en buitenklimaat tijdens koude en warme maanden van het jaar. De woongebouwen en de nodige elektriciteit op de plot zullen, gebruik maken van schone groene energie. De gebouwen worden ontworpen met zonnepalen en natuurlijke zonwering om zo het binnenklimaat behaaglijk te houden. Zonnepalen worden op de hogere daken geïnstalleerd, goed gelegen op de positie van de zon voor optimale opwekking van elektriciteit. Ook de gevel kan gebruikt worden voor het opslaan van zonne-energie. Er zal geen aansluiting meer zijn op het gasnet en volledig worden overgegaan op het gebruik van schoon opgewekte energie en elektriciteit, hetgeen het gebouw van de nodige energie zal voorzien. Dit geldt ook voor elektrische auto’s en fietsen in de diverse parkeergarages, waar oplaadpunten met uitbreidingscapaciteit zullen worden gerealiseerd. De hoeveelheid beschikbare grondstoffen wordt schaarser en moet goed worden benut, om uitputting van de aarde tegen te gaan. Mede daarom is de ontwikkelaar van dit project partner van het Madaster. Madaster is een online platform dat het mogelijk maakt om toegepaste materialen en producten in een gebouw of huis te registreren.
Bij Nieuwstad wordt, waar mogelijk, ingezet op het gebruik van duurzame materialen voor zowel de gebouwen als de openbare ruimte. Tijdens de sloop van het huidige garagebedrijf wordt gekeken welke materialen kunnen worden hergebruikt onder bijvoorbeeld bestrating, als bouwweg of voor andere bouwprojecten elders in het land. De landelijk gebruikte maatstaf om de milieu-impact van materialen te meten is de MPG (Milieu Prestatie Gebouwen). Bij nieuwbouw dient bij de aanvraag omgevingsvergunning een berekening gegeven te worden van de MPG. Ook bij Nieuwstad wordt deze milieuprestatie geleverd met een score van tenminste 0,8.
39/72
februari 2024 bestemmingsplan Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)
3.4.1.3 Conclusie Het plan is niet in strijd met de kaders over klimaat, energie en circulariteit. 3.4.1.4 Uitgangspunten planregel Er zijn geen specifieke planregels nodig. 3.4.2
Water
3.4.2.1 Kaders Europees en nationaal beleid Duurzaam schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. Dat zijn heel in het kort de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21e eeuw (WB21).
Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater uiterlijk in 2027 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat “een goede ecologische toestand”. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand). In de geldende Europese richtlijnen en de EU richtlijn Prioritaire Stoffen staat precies omschreven wat een goede chemische toestand voor oppervlaktewater is. De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebiedbeheersplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype.
De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen.
Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de watersysteembenadering centraal. Er wordt uitgegaan van het geheel van relaties tussen waterkwaliteit, waterkwantiteit, oppervlaktewater, grondwater, watergebruikers en grondgebruikers. Hierbij wordt het juridische kader geschept voor het Nederlandse waterbeheer in de komende decennia. Per 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. De beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen wordt nu gebaseerd op de overstromingskans. In 2050 moeten de waterkeringen voldoen aan de normen die per 1 januari 2017 van kracht zijn.
Waterbeheer 21e eeuw WB21 anticipeert op toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer. In WB21 wordt uitgegaan van twee principes (tritsen) voor duurzame waterkwantiteit- en duurzaam waterkwaliteitsbeheer:
40/72
februari 2024 bestemmingsplan Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)
vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren schoonhouden, scheiden en zuiveren. Bij 'vasthouden, bergen en afvoeren' wordt (overtollig) regenwater zoveel als mogelijk lokaal bovenstrooms vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Wanneer er nog meer valt wordt het water eerst tijdelijk geborgen in grotere bergingsgebieden en pas daarna vertraagd afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het om een milieutechnische voorkeursvolgorde waarbij de voorkeur uitgaat naar het voorkomen van verontreiniging (schoonhouden). Als er toch verontreiniging ontstaat, moeten schoon en vuil water zoveel mogelijk worden gescheiden. Ten slotte wordt het verontreinigde water zo goed mogelijk gezuiverd.
Deltawet Het doel van de Deltawet, aangenomen op 28 juni 2011, is ons land nu en in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden. De afgelopen eeuw is de zeespiegel sneller gestegen dan daarvoor, de bodem gedaald en is het snel gemiddeld bezien warmer geworden. Deze trend zet door, blijkt uit de cijfers van het KNMI. Hevigere weersomstandigheden, zoals meer regen en periodes van droogte, zijn zaken om rekening mee te houden. Het Deltaprogramma is er om de huidige veiligheid op orde te krijgen en ervoor te zorgen dat ons land beter is voorbereid op de toekomst en daarbij de juiste maatregelen te nemen voor een veilig en aantrekkelijk Nederland met voldoende zoetwater. In het Deltaprogramma werken het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten. Dit gebeurt onder regie van de Deltacommissaris. Naast de lopende programma's, zoals Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, Zwakke Schakels Kust en HWBP, staan in het Deltaprogramma vijf deltabeslissingen centraal.
Deze beslissingen gaan over de normen van onze belangrijkste dijken en andere waterkeringen en de strategieën voor onze waterveiligheid, over de beschikbaarheid en verdeling van zoetwater, over het peil van het IJsselmeer, over de manier waarop gebieden veilig kunnen blijven zonder aan economische waarde in te boeten en over hoe bij het bouwen van buurten en wijken rekening kan worden gehouden met water. In 2014 zijn de deltabeslissingen in de Tweede Kamer besproken.
Provinciaal beleid Provincie Overijssel heeft haar beleid vastgelegd in een omgevingsvisie en de omgevingsverordening. Op 12 april 2017 zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld. Hierin is het ruimtelijk beleid van de provincie vastgelegd. De Omgevingsvisie heeft tevens de status van Regionaal Waterplan onder de Waterwet en het Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer.
Waterschapsbeleid Het beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027, de Kadernotitie Stedelijk Water, beleid inrichting beheer en onderhoud op maat en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21.In 2021 is de Kadernotitie Stedelijk Water vastgesteld. Deze notitie beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied. Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van deze wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen en keringen van Waterschap Drents Overijsselse Delta is de keur van het waterschap Drents Overijsselse Delta van toepassing. In de keur zijn regels gesteld wat wel en niet mag bij o.a. watergangen, waterkeringen, kernzones en bijvoorbeeld lozingen.
Gemeentelijk beleid
41/72
februari 2024 bestemmingsplan Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)
De gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van hemelwaterinfiltratie vastgelegd in de Hemelwaterverordening van 2022. Verder zijn in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 (GRP) ontwerprichtlijnen en beleidskeuzes beschreven waaraan voldaan moet worden. Ook heeft Zwolle een raamwerk klimaat- en watersysteem vastgesteld als onderdeel van de Omgevingsvisie van 2021, 3.4.2.2 Beoordeling Voor dit plan is het rapport Definitieve Watertoets herontwikkelingslocatie Oving te Zwolle opgesteld (ToekomstSterk, 8 september 2023, zie bijlage).
Huidige situatie Waterstructuur Het plangebied ligt op circa 1 km ten noordwesten van de Nieuwe Vecht. In bijgaande afbeelding is te zien dat aan de westzijde van het plangebied een watergang ligt die in beheer is bij Waterschap Drents Overijsselse Delta. Om deze watergangen ligt een beschermingszone, werkzaamheden binnen deze zone zijn vergunningsplichtig. Het invloedgebied van de A-watergang heeft geen overlap met de herontwikkelingslocatie. Volgens de peilenkaart van het waterschap is het streefpeil in dit peilgebied minimaal peil -0,50 m NAP en maximaal peil -0,30 m NAP. Dit peil wordt gehandhaafd bij de peil regulerende kunstwerken, hierdoor kunnen er lokaal afwijkende waterstanden worden aangetroffen.
Afbeelding Legger geregistreerde watergangen rondom het plangebied Riolering In de bestaande situatie wordt het vuilwater en het regenwater van de garage onder vrij verval afgevoerd op het gemeentelijk stelsel.
42/72
februari 2024 bestemmingsplan Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)
Afbeelding Aanwezige riolering en aansluiting garage Oving Drooglegging Het maaiveld in het plangebied ligt gemiddeld op +1,75 m NAP. Nabij het plangebied staan verschillende peilbuizen. De GHG is vastgesteld op +0,08 m NAP. Dit betekent dat de drooglegging 1,68 m bedraagt wat ruim voldoende is voor de minimaal vereiste 0,70 m. Wateroverlast Een klimaatbui van eens in de honderd jaar (T100 bui; 70mm/h) overschrijdt de dimensies van de stedelijke watersystemen waardoor er veel maaiveldstromen ontstaan. Het water van het Oving terrein voegt zich bij het water op de Bisschop Willebrandlaan en vloeit naar de Van Wevelinkhovenstraat. In combinatie met de stroming uit de openbare groenvoorziening, zal deze stroom zich verplaatsen naar de aftakking van de Van Wevelinkhovenstraat en naar de Dierenweide. Dit zijn de diepste locaties in de wijk, waardoor hier veel water zich ophoopt. Bij een bui van eens in de honderd jaar stroomt er water het hoofdgebouw van de Dierenweide in en staat naar verwachting het woonwagenkamp in de aftakking van de Van Wevelinkhovenstraat blank.
Afbeelding Kans op wateroverlast door hevige neerslag Uitgangspunt bestemmingsplan Waterstructuur
43/72
februari 2024 bestemmingsplan Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)
In het huidige bebouwde gebied, waar garage Oving zich bevindt, wordt een woonfunctie ontwikkeld. Het complex bestaat uit twee woontorens in het hart van het projectgebied, Figuur 7. De woonvoorzieningen zijn omgeven door een groen park met hoge, middelhoge en lage vegetatie, meanderende paden, objecten zoals liggende bomen en rotsen en een wadi gesitueerd aan de westkant (MIX Architectuur, 2023). Te midden van het park bevindt zich een subtiele verhoging, rondom de woonvoorziening. In het zuidelijk deel van het projectgebied is de huidige parkeerplaats van de R.K. begraafplaats herontwikkeld tot een gedeelde functie van parkeren en halen en brengen. Onder de verhoging van het wooncomplex wordt een half verdiepte parkeergarage gerealiseerd, met een oprijlaan aangesloten op de zijtak van de Van Wevelinkhovenstraat. Een detaillering van de parkeergarage is weergegeven in bijlage 4 van de watertoets. Riolering Vuilwater, uitgangspunten: 95 appartementen (50% ouderen met 2 inwoners en 50% gezinnen met gemiddeld 3,4 inwoners) Gebruikers equivalent : 256; VWA per inwoner : 120 liter per dag; Piekafvoer : 12 liter per uur per inwoner; Totaal afvoer : 30,7, m3 per dag/ 3,1 m3/uur. De wijze van afvoer van dit vuilwater wordt nog nader uitgewerkt. De verwachting is dat in de 95 appartementen circa 256 bewoners komen wonen, wat betekent dat de vuilwaterafvoer gaat toenemen.
In totaal gaat het om 3,1 m3/uur (gebaseerd op 12 liter/inwoner per uur). Wel wordt het verharde oppervlak volledig afgekoppeld van het gemengde stelsel waardoor de belasting op het rioolstelsel en de zuivering afneemt. Hemelwater Het hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. Specificatie van het beleid Op basis van de uitgangspunten van de gemeente dient bij de inrichtingsplannen rekening gehouden te worden met een bergingseis van T=100 (70 mm/h) op eigen terrein zonder dat dat daarmee wateroverlast ontstaat. In verdere detaillering is afgesproken dat de bui T=100 wordt opgedeeld, waarbij "de eerste 40 mm per m2 verhard oppervlak op de grond van Oving geborgen moet worden (o.a. op het dak, parkeerdek, ondergrondse opslagvoorzieningen en wadi langs het gebouw) en de overige 30 mm per m2 verhard oppervlak in een wadi op het openbaar terrein binnen het plangebied geborgen mag worden. Uitgangspunt is statische berging waarbij tijdens de bui geen infiltratie plaats vindt" (Blaakmeer, 2023). De berging moet na 48 uur door infiltratie weer beschikbaar zijn voor een volgende bui. Bij een regenbui die eens in de 250 jaar kan optreden (T=250 (90 mm/h) moeten maatregelen in het plan schade in en rondom het plangebied voorkomen. Met het waterschap Drents Overijsselse Delta is afgestemd dat het regenwater niet rechtstreeks mag worden afgevoerd naar het oppervlaktewater.
Het regenwater dient lokaal geborgen te worden en geïnfiltreerd. Er wordt rekening gehouden met een bui van 111 mm in 48 uur, waarbij de afvoer in deze neerslagsituatie wordt beperkt tot 1,6 l/s/ha. Op basis van de afspraken rond de splitsing van de T100 bui, is er een beknopte berekening opgesteld van de waterhuishouding van het geïsoleerde gebied. In deze berekening is enkel rekening gehouden met het water op verhard terrein dat geborgen dient te worden is desbetreffende maatregelen en wordt er in de eerste instantie gekeken naar enkel statische berging.
44/72
februari 2024 bestemmingsplan Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)
Tabel Statische berekening benodigde berging in gebied Voor de berging van een deel van het regenwater wordt een groen dak gerealiseerd. De infiltratievoorzieningen (infiltratiekratten of alternatief) worden in het parkeerterrein gerealiseerd met een overloop naar de gemeentelijke wadi. Voor onderbouwing zie de watertoets. Of de infiltratiecapaciteit voldoende is om het regenwater binnen 48 uur te infiltreren wordt nader onderzocht bij de verdere uitwerking. Ook wordt nog getoetst op de genoemde maximale afvoernorm van 1,6 l/s/ha. Wateroverlast Binnen het plangebied wordt 70 mm statische berging gerealiseerd alvorens het overstort naar de aangrenzende watergang. Het vloerpeil ligt nog 20 cm boven dit peil. Dit betekent dat met een extreme neerslagsituatie nog 20 cm waking aanwezig is tot vloerpeil, hiermee wordt ook tijdens extreme neerslagsituaties geen wateroverlast binnen het plan verwacht. Overstromingsrisico Het plangebied is gelegen achter een waterkering, waarbij in extreme situaties een kans op overstroming bestaat. Het gebied wat dan overstroomt, wordt omsloten door de Vecht, Het Zwarte Water aan de zuidwestzijde door hoger gelegen gronden. Voor bestemmingsplannen in gebieden waar een kans op overstroming vanuit het primaire watersysteem bestaat, is een overstromingsrisico- paragraaf vereist.
Afbeelding Keringen rondom plangebied Risico-inventarisatie Dijktrajecten die een gebied tegen overstromingen beschermen, kennen een overstromingskans. Voor de primaire dijktrajecten nabij het plangebied geldt een overstromingskans van 1 op 10.000 per jaar. De overstromingskans wordt in de Waterwet toegelicht als: "kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject, waardoor het door het dijktraject beschermde gebied zodanig overstroomt, dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële economische schade".
45/72
februari 2024 bestemmingsplan Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)
De klimaateffectatlas geeft kaarten weer waar de overstromingskans op worden weergegeven. Dit zijn overstromingen die kunnen ontstaan door overstromingen uit een rivier of zee. Hierbij wordt gebruik gemaakt van vier herhalingstijden namelijk; Grote kans: de kans dat een gebied ongeveer 1 keer in de 10 jaar overstroomt; Middelgrote kans: de kans dat een gebied 1 x per 100 jaar overstroomt; Kleine kans: de kans dat een gebied 1 x per 1.000 jaar overstroomt; Bijzonder kleine kans: de kans dat een gebied 1 x per 10.000 jaar overstroomt. Op basis van deze analyse is in het plangebied een middelgrote overstromingskans. In afbeelding 6 is deze kans weergegeven. Hierin is te zien dat bij deze overstromingskans een waterdiepte optreedt van minder dat 0,5 meter.
Afbeelding Kans op overstromingsdiepte in het plangebied Maatregelen Bij ontwikkelingen in het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Het betreft hierbij ook bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Wat betreft maatregelen kan worden gedacht aan: aanvullend ophogen (voor zover mogelijk) van het plangebied, voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, verhoogde drempels, de mogelijkheid voor tijdelijke schotten, zodanige inrichting gebouw dat bij eventuele overstroming schade zoveel mogelijk wordt beperkt (denk aan materiaalgebruik en minder gevoelige ruimten op de begane grond), aansluiting van het plangebied op dichtstbijzijnde weg waardoor bereikbaarheid gewaarborgd blijft en opstellen van een evacuatieplan. Watertoets De watertoets is voorgelegd aan het Waterschap Drents Overijsselse Delta. 3.4.2.3 Conclusie Het plan is niet in strijd met de kaders over water. Aannemelijk is dat voldaan kan worden aan de Hemelwaterverordening. 3.4.2.4 Uitgangspunten planregel De planregels laten de maatregelen vanuit water toe.
46/72
februari 2024 bestemmingsplan Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)
3.4.3
Bodemkwaliteit en ondergrond
3.4.3.1 Kaders De Wet bodembescherming (Wbb) voorziet in maatregelen indien sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel.
De Omgevingsverordening Overijssel stelt dat in bestemmingsplannen alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt als onderbouwd is dat deze ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en het versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. In de onderbouwing wordt bij een ontwikkeling in het landelijk gebied in ieder geval duidelijk gemaakt hoe de ontwikkeling bijdraagt aan het regionaal perspectief water en bodem dat op die locatie van toepassing is.
Op 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. In dat kader heeft de gemeente Zwolle een bodemfunctieklassenkaart vastgesteld, waarop voor de hele gemeente wordt aangegeven welke functie de bodem heeft of welke functie in de toekomst wordt nagestreefd. De functieklassenindeling is gebaseerd op het gebiedsgericht milieubeleid van de gemeente. De volgende functies worden onderscheiden: wonen, industrie, water, buitendijksgebied, landbouw/natuur en hoofdwegen. Met de invoering van het Besluit bodemkwaliteit zijn de kwaliteitsklassen landbouw/natuur, wonen en industrie ingevoerd. Volgens de meest recente Bodemkwaliteitskaart van de Gemeente Zwolle (2021) valt het plangebied binnen de kwaliteitsklasse wonen.
Het gemeentelijke Bodembeleidsplan kent in overeenstemming met het gemeentelijk milieubeleid een gebiedsgerichte benadering. In het plan wordt onderscheid gemaakt tussen de bovengrond en de ondergrond.
Bovengrond Volgens het gemeentelijke Bodembeleidsplan mag de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs worden gebruikt bij het ontwikkelen van een locatie. Een onderzoek is dan niet nodig. Eventueel vrijkomende grond mag volgens het bodembeleid binnen de gemeente worden hergebruikt met de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs. Voorwaarde hiervoor is dat de bodem niet verdacht is van verontreiniging op basis van het huidige of historische gebruik, en er geen (al dan niet gesaneerd) geval van bodemverontreiniging bekend is. Indien er aanwijzingen zijn dat de bodemkwaliteit niet geschikt is voor de functie, kan een bodemonderzoek nodig zijn om te bepalen of de locatie gesaneerd dient te worden. In principe worden verontreinigingen in de bovengrond functiegericht gesaneerd. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd.
De Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen gaat in op de bodemkwaliteit. Vaak door historisch gebruik en bedrijfsactiviteiten is op verschillende plekken in Zwolle de bodem verontreinigd geraakt. Daarom hebben we de afgelopen jaren veel van deze verontreinigingen aangepakt door ze te saneren en/ of gebiedsgericht te beheren. Hierdoor zijn eventuele risico's voor mens en dier weggenomen. Nieuwe bodemverontreiniging willen we voorkomen, en als dit toch gebeurt dan moet deze verontreiniging zoveel mogelijk worden beperkt
47/72
februari 2024 bestemmingsplan Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)
dan wel ongedaan worden gemaakt door de vervuiler. Daarnaast stimuleren we het hergebruik van grond die vrijkomt binnen de stad en geschikt is om elders toe te passen. Het hiervoor geldende beleidskader bevat een goede balans tussen hergebruiksmogelijkheden en bescherming van de bodemkwaliteit in Zwolle. Op de langere termijn verbetert dit beleid de bestaande bodemkwaliteit en draagt hiermee bij aan een gezonde Zwolse leefomgeving.
Ondergrond De Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen geeft aan dat Zwolle In de komende jaren in de (ondiepe) ondergrond te maken krijgt met een aantal grote ontwikkelingen en opgaven, zoals de klimaatopgave, de energietransitie en de verstedelijkingsopgave. Met de ondergrond willen we de verdere duurzame ontwikkeling van Zwolle mogelijk maken en de opgaves ondersteunen. De bijdrage van de ondergrond aan duurzame ontwikkeling richt zich op: een gezonde leefomgeving, de energietransitie, klimaatadaptatie en de netwerklaag. De netwerklaag is de ondiepe ondergrond met de kabels en leidingen.
In juni 2007 heeft de gemeenteraad van Zwolle ingestemd met de Visie op de Ondergrond en besloten de volgende vijf basisprincipes vast te stellen en te gaan toepassen in projecten: Werken met ondergrondse bestemmingen / functies Structureel en georganiseerd gebruik maken van WKO (warmte- / koudeopslag) en WKO koppelen aan grondwatersanering en waterwinning en peilbeheer Bodemsanering gebiedsgericht benaderen Natuur, recreatie, agrarische activiteiten, waterwinning en bescherming van kwalitatief hoogwaardig grondwater met elkaar te combineren in één gebied Structureel en georganiseerd afstemmen van vraag en aanbod van (grond)water, koude en warmte Deze vijf basisprincipes vormen ook het vertrekpunt voor de beleidsmatige invulling voor het omgaan met de ondergrond. Het Bodembeleidsplan levert een bijdrage aan de implementatie van de vijf basisprincipes door: Het kader te geven voor gebiedsgericht benadering van de bodemsanering De doelstelling voor sanering te koppelen aan de beoogde functies in de ondergrond De mogelijkheid te creëren om de aanpak van bodemverontreiniging integraal af te wegen tegen en af te stemmen met koudewarmte opslag, peilbeheer, grondwaterwinning.
3.4.3.2 Beoordeling Het plangebied is met het Verkennend bodemonderzoek NEN5740 inclusief asbest NEN5707 en nader onderzoek NTA5755 Autobedrijf Oving Renault Zwolle Bisschop Willebrandlaan 66 te Zwolle (Mateboer, 26 maart 2019, zie bijlage) onderzocht. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de algemene milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater). Doel van het verkennend bodemonderzoek asbest in de grond, is bepalen of de grond ter plaatse asbesthoudend is of niet. Doel van het nader bodemonderzoek is het bepalen van de mate en omvang van de tijdens het verkennend bodemonderzoek NEN 5740, inclusief asbest NEN 5707 aangetroffen verontreiniging. Na verder bodemonderzoek is gebleken dat de verontreiniging afgeperkt is in horizontale en verticale richting. De kwaliteit van de grond en het grondwater, ter plaatse van de onderzoekslocatie, zijn met het uitgevoerde bodemonderzoek voldoende vastgesteld. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt niet verwacht dat ter plaatse van de onderzoekslocatie sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Derhalve zijn er, ten aanzien van de kwaliteit van de bodem, op basis van de Wet bodembescherming (Wbb) geen aanvullende maatregelen noodzakelijk. Voor deze fase is dit voldoende inzichtelijk gemaakt. Mogelijk is er tijdens de bouwfase aanvullend onderzoek nodig.
48/72
februari 2024 bestemmingsplan Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)
3.4.3.3 Conclusie Het plan is niet in strijd met de kaders over bodemkwaliteit en ondergrond. 3.4.3.4 Uitgangspunten planregel Er zijn geen specifieke planregels nodig. 3.4.4
Milieuzonering
3.4.4.1 Kaders In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van geplande milieugevoelige functies, zoals woningen, ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende milieubelastende functies. Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (uitgave 2009). Deze publicatie bevat onder meer lijsten met richtafstanden van diverse milieuhinderlijke activiteiten en stappenplannen voor concrete situaties. De richtafstanden uit bijlage 1 van de VNG publicatie gaan uit van een 'rustige woonwijk'. Indien er sprake is van het omgevingstype 'gemengd gebied' dan kan de richtafstand terug worden gebracht met één afstandsstap.
Zwolle beschouwt in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen milieu als een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Milieuruimte is niet fysiek zichtbaar maar van groot belang om de bewoners, werkers en bezoekers van Zwolle te beschermen tegen de nadelige effecten van een groeiende en verdere verstedelijking van de stad van bijvoorbeeld de nadelige effecten op de gezondheid van werklocaties, infrastructuur en energiewinning. Aan de andere kant hebben bijvoorbeeld werklocaties maar ook energiewinning voldoende milieuruimte nodig om optimaal te kunnen functioneren en zich te kunnen ontwikkelen. Het betekent overigens niet dat ontwikkelingen of gebruik door kwetsbare functies binnen de zones uitgesloten worden, er dient wel rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de milieuruimte (en de bijbehorende belangen). 3.4.4.2 Beoordeling Het plan voorziet in de beëindiging van een garagebedrijf en wijziging naar woonbestemming Van belang is te toetsen of met de ruimtelijke scheiding naar omliggende bedrijfsactiviteiten voldoende waarborg is voor een geschikt woon- en leefklimaat voor de woonfunctie. Andersom is van belang dat de betreffende bedrijven door het woonplan niet worden belemmerd in de bedrijfsvoering. Omliggende bedrijfsactiviteiten betreffen: adres
Wevelinkhovenstraat 101
Bedrijf
Tank Station (niet LPG)
SBI2008
473-3
Milieu Cate gorie
2
VNG-Richtafstanden
Afstand tot bestemmingwoonblokken
geur
stof
geluid
gevaar
30
0
30
10*
40
49/72
februari 2024 bestemmingsplan Diezerpoort, Bisschop Willebrandlaan 66 (Nieuwstad)
Wevelinkhovenstraat 107
Stilo sporthal
931-A
3.1
0
0
50
0
60
Hogenkampsweg 27
Kinderboerderij
91041
2
30
10
30
0
90
Bisschop Willebrandlaan 62
Begraaf plaats
96031
1
0
0
10
0
10
*Voor het tankstation is voor gevaar de wettelijke afstand 20 meter tot afleverzuilen uit het Activiteitenbesluit bepalend. Aan deze wettelijke afstand wordt voldaan. Uitgaande van een gebiedstype 'rustige woonwijk' wordt aan de bovengenoemde richtafstanden voldaan. Daarmee wordt de herontwikkeling van de locatie waar het gaat om milieuzonering door omliggende instellingen en bedrijven niet gehinderd en worden laatstgenoemde niet belemmerd in de bedrijfsvoering. De afstanden leiden tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plekke van de woningbouw. 3.4.4.3 Conclusie Het plan is niet in strijd met de kaders over milieuzonering. 3.4.4.4 Uitgangspunten planregel Er zijn geen specifieke planregels nodig. 3.4.5
Geluid
3.4.5.1 Kaders De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast ten gevolge van weg-, spoorweg- of industrielawaai. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van het bestemmingsplan dan ook aandacht te worden geschonken aan het aspect 'geluid'. In de Wet geluidhinder is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. De Omgevingsvisie Mijn Zwolle van Morgen stelt dat de voortdurende balans tussen het behouden van geluidsruimte voor geluidshinder veroorzakende functies enerzijds en het waarborgen van de leefbaarheid in gebieden met geluidsgevoelige functies anderzijds in de toekomst een belangrijke afweging blijft om bij plan- en beleidsvorming mee te nemen. Geluid speelt een belangrijke rol rondom de infrastructuur. Bij nieuwe ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met geluid om de leefbaarheid in de gebieden en de gezondheid van bewoners te waarborgen.