CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bpl Holtenbroek Zuid, Zwartewaterallee 14 vaststelling_BIJLAGEN TOELICHTING

Raad Besluitvormingsronde 17 juli 2023, gemeente ZwolleBij agendapunt: Bestemmingsplan Holtenbroek Zuid Zwartewaterallee 1418.009 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

peutz bv, postbus 66, 6585 zh mook, +31 85 822 86 00, info@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, voorwaarden volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015

O 16956-1-NO-001 1

t 2.1 Criteria windhinder volgens NEN 8100 Overschrijdingskans Kwaliteitsklasse p(vLOK > vDR;H) in procenten van het aantal uren per jaar < 2,5 A 2,5 – 5 B 5 – 10 C 10 – 20 D ≥ 20 E

I. Doorlopen

Activiteit II. Slenteren

Goed Goed Goed Matig Slecht

Goed Goed Matig Slecht Slecht

III. Langdurig zitten Goed Matig Slecht Slecht Slecht

Afhankelijk van de activiteit wordt de waardering van het lokale windklimaat gekwalificeerd met ‘goed’, ‘matig’ of ‘slecht’. Bij een goed windklimaat wordt geen overmatige windhinder ondervonden. In een situatie zonder overmatige windhinder heeft het merendeel van het publiek onder normale omstandigheden geen last van windhinder. Bij een matig windklimaat wordt af en toe overmatige windhinder ervaren. In een slecht windklimaat wordt regelmatig overmatige windhinder ervaren. 3 Windklimaat op de locatie

Het windklimaat op de planlocatie wordt bepaald door een aantal zaken. Allereerst speelt de statistiek van de windsnelheid op de locatie een rol. Daarnaast kan de geometrie van de geplande en van de omringende bebouwing de windsnelheid in positieve of negatieve richting beïnvloeden. Ook heeft begroeiing effect op het windklimaat. 3 .1 Winds ta t ist i e k

De norm NEN 8100 verwijst voor de statistische windgegevens naar de NPR 6097 Toepassing van de statistiek van de uurgemiddelde windsnelheden voor Nederland. Met behulp van door het KNMI ontwikkelde software, behorende bij de NPR 6097, kan de windstatistiek op een hoogte van 60 m op de planlocatie worden bepaald. Hierbij wordt gebruik gemaakt van data van een groot aantal meteostations en gegevens omtrent terreinruwheden tot 6 km afstand van de planlocatie. De terreinruwheden van het omliggend gebied worden per categorie weergegeven in figuur f 3.1. De kleur geeft de terreinruwheid aan, rood staat bijvoorbeeld voor stedelijk bebouwd gebied en blauw voor water.

O 16956-1-NO001 2

f 3.1 Terreinruwheid tot 6 km afstand van de planlocatie volgens NPR 6097

De op deze wijze vastgestelde windstatistiek en de hieruit volgende windroos voor de planlocatie zijn in tabel t 3.1 en figuur f 3.2 weergegeven. Uit deze gegevens blijkt onder meer dat op de planlocatie zuidwest tot noordwest de dominante windrichtingen zijn. Bij deze windrichting treden het vaakst hoge windsnelheden op. De kwalitatieve beoordeling is met name op deze windrichtingen gebaseerd.

O 16956-1-NO001 3

t 3.1 Windstatistiek op de planlocatie volgens NPR 6097

f 3.2 Windroos planlocatie volgens NPR 6097 O 16956-1-NO001 4

3 .1 B e oord e ling windkl ima at op lo ca t ie

In f 3.3 en f 3.4 is de planlocatie op een luchtfoto en op de hoogtekaart te zien. Met pijlen zijn de belangrijkste windrichtingen volgens de windroos aangegeven.

f 3.3 Planlocatie en aanduiding belangrijkste windrichtingen (luchtfoto: Cyclomedia)

f 3.4 Planlocatie en aanduiding belangrijkste windrichtingen hoogtekaart AHN4 O 16956-1-NO001 5

Ten gevolge van voorkomende hoge windsnelheden uit de richtingen zuidwest tot noordwest is er bij de meeste gebouwhoeken van de het plan een lichte toename van windhinder te verwachten ten opzichte van de bestaande bebouwingssituatie. In f 3.5 zijn plaatsen aangegeven met mogelijk een matig windklimaat voor de activiteit doorlopen, kwaliteitsklasse D. Een slecht windklimaat en een overschrijding van de criteria voor windgevaar worden niet verwacht.

f 3.5 Situatie met locaties kans op windhinder, beoordeling matig voor de activiteit doorlopen

De belangrijkste plaatsen zijn: 1. De zuidoostelijke gebouwhoek. Door omstromingseffecten bij zuidwestenwind zal op het naastgelegen fiets- en voetpad langs de Monteverdilaan plaatselijk sprake zijn van een verhoogde kans op windhinder. De windsnelheidsovergang tussen het meer windbelaste gebied bij de gebouwhoek en het meer in de luwte gelegen deel naast het gebouw, is een aandachtsgebied. De aanwezige haagbegroeiing en bomen zorgen plaatselijk voor afscherming. Het heeft dan ook de voorkeur de bestaande begroeiing nabij deze gebouwhoek te handhaven of begroeiing met een vergelijkbare afscherming terug te plaatsen na realisatie van het plan. 2. Bij de noordoosthoek, aan de zijde van de kruising, kunnen ten gevolge van noordwestenwind verhoogde windsnelheden optreden. De hoofdentree wordt beschut gesitueerd onder het overstek. Tot enkele meters voor de entree wordt afscherming ondervonden van de aanwezige kolommen. De entree wordt daarmee in voldoende mate afgeschermd. Naar verwachting is met een kwaliteitsklasse A of B sprake van een goed windklimaat voor de activiteit slenteren. Op het trottoir en het pad aan de straatzijde naast de kolommen is plaatselijk een matig windklimaat voor de activiteit O 16956-1-NO001 6

doorlopen niet uit te sluiten. Voor zover mogelijk in verband met zichtlijnen bij de kruising, kan extra afscherming worden verkregen door de haagbegroeiing in dit gebied te verhogen tot 1,5 meter hoogte. 3. De geplande terraslocatie aan de Zwartewaterallee valt door de afstand tot de gebouwhoeken naar verwachting buiten de gebieden met een verhoogde windhinderkans. In verband met een hogere gevoeligheid en door de open ligging is het optreden van windhinder op het terras niet geheel uit te sluiten. Dit staat vrijwel los van de ophoging van de bebouwing. Desgewenst is afscherming mogelijk door het plaatsen van terrasschermen of afschermende begroeiing, en dan met name aan de zuidwestzijde van het terras. 4. Bij de westelijke gebouwhoeken is in mindere mate plaatselijk een verhoogde windsnelheid te verwachten, naar verwachting op de grens van een beoordeling matig tot goed. 4 Conclusies

De beoogde optopping van het bestaande gebouw met 2 bouwlagen heeft met name bij de gebouwhoeken een beperkte toename van windhinder tot gevolg. De hoofdentree onder het overstek en de terras-locatie aan de Zwartwaterallee vallen buiten deze gebieden. Naar aanleiding van de bevindingen wordt het navolgende geadviseerd: - Nabij de zuidoosthoek de aanwezige begroeiing handhaven om optredende windeffecten te dempen. - De aanwezige struikbegroeiing bij de noordwesthoek verhogen tot 1,5 meter hoogte. - Optioneel het plaatsen van terrasschermen of afschermende begroeiing aan de zuidwestzijde van het terras. Een beoordeling slecht volgens de norm NEN 8100 en een overschrijding van de criteria voor windgevaar zijn nergens in het plangebied of directe omgeving te verwachten. Een meer exacte duiding van het windklimaat kan worden gegeven met een aanvullend onderzoek op basis van windtunnel- of CFD simulaties. Dit wordt echter naar aanleiding van de kwalitatieve beoordeling niet nodig geacht.

Deze notitie bevat 7 pagina’s

O 16956-1-NO001 7

4 juli 2023 bestemmingsplan Holtenbroek Zuid, Zwartewaterallee 14

Bijlage 2 M obiliteitsnotitie

63/1444

Mobiliteitsnotitie Transformatie Zwartewaterallee 14 Kwalitatief onderzoek mobiliteit, advisering maatregelen en ontwikkelstappen inrichting terrein

25 april 2023

Kenmerk

R005-1289471ZMH-V04-lir-NL

Verantwoording Titel

Mobiliteitsnotitie Transformatie Zwartewaterallee 14 Kwalitatief onderzoek mobiliteit, advisering maatregelen en ontwikkelstappen inrichting terrein

Opdrachtgever

Woningstichting SWZ

Projectleider

Paul Lammers

Auteur(s)

Marten Hoekstra

Tweede lezer

-

Uitvoering meet- en inspectiewerk

-

Projectnummer

1289471

Aantal pagina’s

15

Datum

25 april 2023

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com

2/15

Kenmerk

R005-1289471ZMH-V04-lir-NL

Inhoud 1

Inleiding ..................................................................................................................................... 4

2

Situatiebeschrijving Zwartewaterallee 14 .................................................................................. 4

3

Mobiliteitsopzet Zwartewaterallee 14 ........................................................................................ 5 3.1

Stappen en Trappen: voetgangers en fietsers ................................................................... 5

3.2

Openbaar vervoer .............................................................................................................. 5

3.3

MaaS: deelauto’s ............................................................................................................... 6

3.4

Particuliere auto: parkeren en verkeersgeneratie .............................................................. 6

4

Huidige en toekomstige ontsluitingen ...................................................................................... 12

5

Effect op doorstroming en verkeersveiligheid.......................................................................... 14

6

Conclusie ................................................................................................................................. 15

Bijlage 1

Parkeerbalans

3/15

Kenmerk

R005-1289471ZMH-V04-lir-NL

1 Inleiding Deze Mobiliteitsnotitie borduurt voort op de eerder door RHDHV opgestelde Verkeersnotitie Zwartewaterallee 141. In de Verkeersnotitie zijn de verkeerseffecten van de herontwikkeling onderzocht. Hiervoor zijn de verkeersgeneratie van de huidige en toekomstige functies in beeld gebracht. Vervolgens is in deze Verkeersnotitie op basis van expert judgement een inschatting gemaakt van de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid als gevolg van deze herontwikkeling. De vorige Verkeersnotitie Zwartewaterallee 14 is opgesteld ten tijde van de ontwikkeling door Janssen Vastgoed. Het project is inmiddels overgedragen aan woningcorporatie SWZ om het pand te transformeren naar 88 sociale huurwoningen. De Verkeersnotitie behoeft door de gezette ontwikkelstappen en gewijzigde beoogde doelgroep een update en aanvulling. Met name de onderdelen auto parkeren, fiets parkeren, ontsluitingen aan de Montiverdilaan en Nijverheidsstraat en de verbetering van de algehele ruimtelijke kwaliteit zijn in deze Mobiliteitsstudie verder uitgewerkt tot concrete adviezen.

2 Situatiebeschrijving Zwartewaterallee 14 Op de onderstaande kaart is de locatie van de Zwartewaterallee 14 in Zwolle weergegeven met een blauwe rechthoek. Deze locatie is in de huidige situatie bereikbaar vanaf de Monteverdilaan. Op het parkeerterrein is een éénrichtingscircuit (aangegeven met de oranje lijn).

Figuur 1: Locatie Zwartewaterallee 14, Zwolle, huidige situatie. Oranje=SWZ, blauw=Vitens

1

XX000-RHD-ZZ-XX-NT-Z-0001, 4 november 2021, RoyalHaskoningDHV 4/15

Kenmerk

R005-1289471ZMH-V04-lir-NL

3 Mobiliteitsopzet Zwartewaterallee 14 Om de ambities voor een aantrekkelijke, groene woonomgeving te combineren met een effectieve mobiliteitsmix is het randvoorwaardelijk dat er een Mobiliteitsopzet voor de Zwartewaterallee 14 wordt ontwikkeld. Deze opzet is een integraal samenhangend pakket van maatregelen voor voorzieningen, stimulerende maatregelen en regels. Die samenhang is belangrijk, ter illustratie: zonder een kwalitatieve en laagdrempelige fietsstalling is de inzet op fietsmobiliteit in de praktijk niet haalbaar. De mobiliteitsopzet volgt het STOMP-principe. Volgens dit principe worden de modaliteiten onderverdeeld in Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a Service (MaaS) en Particuliere auto. De mens staat hierbij centraal. Door functiemenging en compactheid waar mogelijk toe te passen ontstaan beloopbare gebieden (S). Samen met fietsen (T) hebben deze soort verplaatsingen op wat kortere afstanden de voorkeur, omdat het gezonde en schone verplaatsingen betreffen. Voor langere afstanden bieden fiets en OV (O) uitkomst als schone en ruimte-efficiënte modaliteiten. MaaS (M) kan dit gebruik vergemakkelijken en verder stimuleren. De privéauto (P) geldt als sluitstuk. Dat wil overigens niet zeggen dat er geen plek mag zijn voor auto’s.

Door toepassing van het STOMP-principe kan de ambitie voor een aantrekkelijke, groene woonomgeving gecombineerd met een effectieve mobiliteitsmix worden gerealiseerd.

3.1

Stappen en Trappen: voetgangers en fietsers

De appartementen beschikken elk over een eigen berging. Daarnaast beschikken de kleinere studio’s over een gezamenlijke berging. Iedere bewoner heeft daarmee de mogelijkheid om de fiets binnen te stallen. Niet alle bewoners zullen hier in de praktijk gebruik van maken. Met name bewoners die hun fiets meerdere keren per dag gebruiken zullen op of rond de ingang hun fiets willen parkeren. Om verrommeling en fietsoverlast op trottoirs en ter hoogte van de ingang tegen te gaan wordt geadviseerd om voldoende fietsparkeerplekken (zoals fietsnieten of vergelijkbaar) te plaatsen op locaties dicht bij de ingang(en) met voldoende zicht voor sociale controle. SWZ heeft aangegeven een gezamenlijke, inpandige fietsenberging ter hoogte van de bergingen te realiseren. Hiermee wordt voldaan aan de principes van STOMP om toegankelijke en aantrekkelijke fietsparkeerfaciliteiten te creëren.

3.2

Openbaar vervoer

De huidige bushalte aan de Montiverdilaan ligt op circa 50 meter afstand van de hoofdingang en blijft gehandhaafd. Vanaf deze halte zijn er frequente, directe verbindingen met zowel het centrum als het treinstation. De nabijheid van een treinstation zorgt voor minder auto’s in een huishouden. Dat geldt vooral voor de intercitystations zoals het OV-knooppunt Zwolle. Het aantrekkelijke ov-aanbod speelt hierbij een rol, maar niet alleen. Intercitystations bevinden zich immers vaak op centrumlocaties, nabij allerlei voorzieningen en banen. De nabijheid van een groot treinstation is daarmee een indicator voor andere zaken die het autobezit remmen2.

2

Het wijdverbreide autobezit in Nederland, Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, 2022 5/15

Kenmerk

3.3

R005-1289471ZMH-V04-lir-NL

MaaS: deelauto’s

Gelet op de doelgroep en de beperkte mogelijkheden tot eigen autobezit, is -naast OV- ook deelmobiliteit een geschikte manier om vervoer te faciliteren. De effecten van deelmobiliteit op de parkeerbehoefte is nog niet landelijk onderzocht3. In andere vergelijkbare ontwikkelingen worden voor deelauto’s de volgende getallen gehanteerd. De gemeente Den Haag geeft als norm dat één deelauto vier reguliere parkeerplaatsen vervangt. De gemeente Delft hanteert als norm een reductie van 15% parkeerplaatsen bij dergelijke binnenstedelijke ontwikkelingen. De gemeente Wageningen heeft in haar Nota Parkeernormen opgenomen dat bij woningbouwprojecten waarbij een deelauto structureel deel uitmaakt van het woonaanbod per deelauto vier parkeerplaatsen minder nodig zijn. De gemeente Utrecht hanteert ten slotte de norm dat een openbare parkeerplaats voor een deelauto vier reguliere autoparkeerplaatsen vervangt. Voor station based deelauto’s zijn er circa 20-60 gebruikers nodig (afhankelijk van stad/dorp dus van de autoafhankelijkheid en aanwezige alternatieven). Bij besloten concepten met vaste abonnementhouders geldt zo’n vijf à zes per auto. Verkeersadviesbureau Goudappel komt in een studie voor Greenwheels uit op één deelauto die elf gewone auto’s vervangt4. De stelling dat elke deelauto vier privé auto’s vervangt kan daarmee als aannemelijk worden beschouwd.

De ervaring van één van de aanbieders voor deelauto’s (WeDriveSolar) is dat één deelauto per 25 huishoudens nodig is om 4 tot 8 huishoudens te “werven” als deelnemer. Niet alle 88 huishoudens zullen gebruik maken van dit concept, vier deelauto’s is daarom een overschatting van het gebruik. In dat geval is het aannemelijk dat met twee deelauto’s de parkeerbehoefte met circa 8 parkeerplaatsen zal dalen (één deelauto staat gelijk aan vier parkeerplaatsen). Naast deelauto’s kunnen ook deelfietsen, deelbakfietsen en andere deelconcepten de parkeerbehoefte reduceren. SWZ heeft aangegeven 2 deelauto’s te (laten) faciliteren en deze zodanig financieel aantrekkelijk te maken dat de beoogde doelgroep ook daadwerkelijk deze auto’s kunnen gebruiken. SWZ zal dit als proef uitrollen waarbij na twee jaar een tussenevaluatie wordt uitgevoerd en na vier jaar de balans wordt opgemaakt om de proef te verlengen of anders in te richten.

3.4

Particuliere auto: parkeren en verkeersgeneratie

Parkeren De parkeerbehoefte hangt sterk samen met de mobiliteitsinvulling van de beoogde bewonersdoelgroep. Voor de Zwartewaterallee 14 zijn drie doelgroepen beoogd: sociaal minima/spoedzoekers, statushouders, en Omega-bewoners. Voor elke bewonersdoelgroep zijn de bijbehorende CROW-kentallen gehanteerd en verwerkt in een parkeerbalans (bijlage 1) opgebouwd conform de werkwijze zoals voorgeschreven in de Zwolse Regeling Parkeernormen 2016, versie 2021. In dit geval gaat het om een zeer specifieke groep bewoners waarbij de CROW-kentallen niet per se aansluiten bij de werkelijke situatie. Per bewonersdoelgroep is hieronder onderbouwd van welke mobiliteit- en parkeerbehoefte in de praktijk sprake is.

3 4

Wat is het effect van deelauto’s op autobezit?, CROW, K-D108, april 2021 Hoe Greenwheels steden leefbaarder maakt, 001423.201812.R1.01, Goudappel Coffeng 6/15

Kenmerk

R005-1289471ZMH-V04-lir-NL

Voor een realistische parkeerbalans is daarom een onderbouwde correctie op de CROW-norm toegepast. De correctie op de parkeerbehoefte is opgenomen in dezelfde parkeerbalans. Sociaal minima Deze doelgroep betreft ‘spoedzoekers’ die een woning toegewezen krijgen. Spoedzoekers zijn mensen die urgent op zoek zijn naar tijdelijke woonruimte, omdat zij anders dakloos dreigen te raken. Vanwege de passende toewijzing5 van de appartementen in de onderste prijscategorie (gemiddelde grootte appartement 58 m2) betreft dit veelal eenpersoonshuishoudens in de onderste inkomensgroepen zoals jonge, alleenstaande moeders. Deze groep is primair aangewezen op uitkeringen of bijstand en hebben inkomens van ten hoogste €25.475. Bezit van een auto is in de praktijk vaak niet of beperkt mogelijk6. Vanwege de lage arbeidsparticipatie zijn leaseauto’s verstrekt door werkgevers in de praktijk niet van toepassing. Voor Private Lease heeft deze doelgroep niet de financiële stabiliteit. De primaire wijze van vervoer is fiets en openbaar vervoer. Indien het inkomen na verloop van tijd stijgt kunnen woningcorporaties vanaf 2022 de maandelijkse huur van huishoudens met een hoger (midden)inkomen (zogenoemde scheefwoners) meer verhogen. Het gaat om maximaal € 100 op de maandelijkse huur.

Door deze maatregel verhuizen mensen met een gestegen sociaal minimuminkomen naar middeninkomen eerder naar een duurdere huurwoning of een koopwoning. Vanwege het beperkte autobezit, de stimulans om te verhuizen bij een hoger inkomen en het gericht zijn op OV is voor deze groep het CROW-kerncijfergemiddelde daarom een (te) hoge benadering van de werkelijke parkeerbehoefte. Voor een realistische inschatting wordt voorgesteld om de onderkant van de bandbreedte (in plaats van het gemiddelde) van het kerncijfer te hanteren. Statushouders Asielzoekers worden statushouders (of vergunninghouders) zodra ze een verblijfsvergunning krijgen. Ze gaan dan deel uitmaken van de Nederlandse samenleving. Deze groep zal over het algemeen weinig bezitten. Daarbij kampen veel statushouders met taalachterstanden en zullen zij naar verwachting de eerste jaren afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. Daarnaast beschikken statushouders vaak niet over geldige rijbewijzen. Autobezit is bij huuraanvang financieel en praktisch nagenoeg niet mogelijk. Wonen in stedelijk gebied verlaagt het autobezit vooral sterk voor mensen met een laag inkomen7. Het aandeel statushouders met werk als voornaamste inkomstenbron loopt op tot 28% zes jaar na het verkrijgen van de verblijfsvergunning.

Hoewel na verloop van tijd steeds meer statushouders een (deeltijd) baan hebben, leveren die banen vaak onvoldoende inkomsten op. Hierdoor kan een uitkering ook voor deze groep de voornaamste inkomstenbron zijn. In de loop van de tijd neemt het aandeel zonder inkomsten af en krijgen steeds meer statushouders een uitkering (of pensioen). Na anderhalf jaar geldt dat voor 63 procent van de statushouders uit 2014 een uitkering of pensioen de voornaamste bron van inkomsten is.

5

https://www.dewoningzoeker.nl/informatie-en-contact/vraag-en-antwoord/#/node/903 CBS: Huishoudens in bezit van auto of motor; huishoudkenmerken, 2010-2015Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep 38,0% 7 Het wijdverbreide autobezit in Nederland, Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, 2022 6

7/15

Kenmerk

R005-1289471ZMH-V04-lir-NL

Na vijf jaar is het percentage gedaald naar 33 procent. Het gaat dan in de meeste gevallen om een bijstandsuitkering8. Het gemiddeld aantal auto’s per huishouden in deze inkomensklassen (grofweg de laagste 10-20%) ligt rond de 0,5.

Figuur 3.1 Autobezit naar gestandaardiseerd huishoudensinkomen. Bron: ODiN 2020, CBS, bewerking KiM

Het inkomen voor een deel van deze groep zal dus gedurende de woonduur stijgen, en hierdoor de mogelijkheid ontstaat om wel een auto te bezitten. Tegelijkertijd zal voor deze groep eveneens gelden dat bij een hoger inkomen wordt gestimuleerd om door te stromen naar een passende (duurdere) huurwoning. Een correctie op het CROW-cijfer ‘Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)’ is aanbevolen om een realistisch beeld te scheppen over de daadwerkelijk parkeerbehoefte. Voor een realistische inschatting wordt voorgesteld om de onderkant van de bandbreedte (in plaats van het gemiddelde) van het kerncijfer te hanteren. Bewoners met Omega-ondersteuning Een van de kenmerken van deze doelgroep is dat zij hun leven lang aangewezen zijn op zorg en zij langdurig blijven wonen op één en dezelfde plek. Bijna alle cliënten zullen een Wajong uitkering hebben en een vorm van dagbesteding. Het is niet de verwachting dat deze cliënten kunnen uitstromen naar zelfstandig wonen. De bewoners hebben sociale werkplek, dagbesteding of werk, bij voorkeur in de nabijheid van de locatie. De bewoners beschikken over onvoldoende financiële middelen om zelf te beschikken over een auto en zijn niet in staat om een rijbewijs te verkrijgen9. Dit betekent dat Omega Groep het vervoer voor de dag invulling zal verzorgen indien bewoners zich niet zelfstandig (fietsend) kunnen verplaatsen.

Voor deze bewoners zal taxivervoer per taxibusje verzorgd worden. 8 9

CBS Asiel en integratie 2022: statushouders huisvesting en integratie Omega Projectplan LTO, januari 2023 8/15

Kenmerk

R005-1289471ZMH-V04-lir-NL

Het parkeren zal in de praktijk worden ingevuld door bezoekers en Omega-ondersteuners. Normaliter past bij een dergelijke woning de norm ‘Serviceflat’, echter is het autobezit nagenoeg vergelijkbaar met de groep ‘Kamerverhuur, studenten, niet-zelfstandig’. Daarom is voor deze laatste norm gekozen. Voor deze groep zal 24 uur per dag één Omega-ondersteuner aanwezig zijn. De aanwezigheidspercentages voor alle momenten in de week zijn daarom op 100% gezet. Parkeren: voorgestelde correcties In onderstaande tabel is een samenvattend overzicht opgenomen van welke CROW woningtypes is uitgegaan, welke correctie is toegepast om de daadwerkelijke mobiliteitsbehoefte en de onderbouwing van de correctie. Woningtype CROW

Doelgroep

Correctie van toepassing?

Onderbouwing correctie

Huur, appartement,

Sociaal

Ja, onderkant bandbreedte

Laag inkomen, doorstroming

midden/goedkoop

minima

gehanteerd van CROW-kental i.p.v.

passende huurwoning bij hoger

gemiddelde

inkomen en groter gezin,

(incl. sociale huur)

beperkte woninggrootte Huur, appartement,

Ja, onderkant bandbreedte

Laag inkomen, (zeer) beperkte

midden/goedkoop

Statushouder

gehanteerd van CROW-kental i.p.v.

inkomensgroei, doorstroming

(incl. sociale huur)

gemiddelde

passende huurwoning bij hoger inkomen en groter gezin

Serviceflat

Begeleid

Ja, norm gehanteerd zoals

Geen mogelijkheid voor

wonen

Kamerverhuur, studenten, niet-

rijbewijs

zelfstandig

Parkeervraag en parkeerbalans Op basis van de gehanteerde normen en hoeveelheden is een theoretische parkeervraag van 54 parkeerplaatsen, zie onderstaande tabel. Berekening parkeerbehoefte

Hoev.

Kencijfer

Totaal

Bewoners

Bezoekers

Sociaal minima

42

0,7

29,4

16,8

12,6

30

0,7

21

12

9

16

0,3

4,0

0,8

3,2

54

30

25

Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)

Statushouders

Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)

Bewoners met

Kamerverhuur, studenten,

Omega-

niet-zelfstandig

ondersteuning Totaal

Dubbelgebruik Gelet op de woonfunctie zal de parkeervraag zich met name concentreren op de avond- en nachturen. Er is sprake van dubbelgebruik door een andere functie op een ander deel van de dag, dit is verwerkt in onderstaande tabel. De aanwezigheidspercentages zijn eveneens weergegeven in de parkeerbalans (bijlage 1). 9/15

Kenmerk

R005-1289471ZMH-V04-lir-NL

Werkdag

zaterdag

zondag

ochtend

middag

avond

nacht

middag

avond

middag

Sociaal minima

8,4

8,4

15,1

16,8

10,1

13,4

11,8

Statushouders

6,0

6,0

10,8

12,0

7,2

9,6

8,4

Bewoners met

0,4

0,4

0,7

0,8

0,5

0,6

0,6

2,2

4,3

17,3

0,0

13,0

21,6

15,1

Begeleiding Omega

3,2

3,2

3,2

3,2

3,2

3,2

3,2

Totaal

20,2

22,3

47,1

32,8

33,9

48,5

39,0

Omegaondersteuning Bezoekers (excl. begeleiding Omega)

Conclusie Bij de Zwartewaterallee 14 zijn in de huidige situatie 140 parkeerplaatsen beschikbaar op eigen terrein. Na de herontwikkeling blijven er 45 parkeerplaatsen over. In onderstaande tabel is berekend wat de parkeervraag van de appartementen is, op basis van de voorgestelde kencijfercorrectie en aangevuld met de inzet van twee deelauto’s (zie MaaS: deelauto’s). In dit geval wordt de behoefte ingevuld en blijven er 4 parkeerplaatsen ‘over’ waardoor enige robuustheid wordt geboden in de parkeerbalans. Aantal Aantal benodigde parkeerplaatsen op piekmoment

49

Parkeren eigen terrein

45

Correctie inzet 2 deelauto's

8

Verschil

-4

Bij het toepassen van de parkeerkencijfers als norm is een kanttekening op zijn plaats. De parkeerkencijfers zijn nooit ontwikkeld om als norm te dienen. Zij zijn ontwikkeld als hulpmiddel voor de ontwerpers; om een orde van grootte uit te rekenen voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen bij een bepaalde voorziening. Dit is onder andere af te leiden uit het feit dat de kencijfers een bandbreedte hebben. Verkeersgeneratie Om de verkeersgeneratie van een locatie in beeld te brengen wordt gekeken naar de stedelijkheidsgraad en de ligging van de locatie. De Zwartewaterallee ligt in sterk stedelijk gebied, rest bebouwde kom10. Het ligt in de nabijheid van directe verbindingen met de binnenstad en omliggende voorzieningen zoals scholen en supermarkten. In de huidige situatie is er een kantorencomplex (zonder baliefunctie) met een oppervlakte van 4.382 m² BVO op de Zwartewaterallee 14. In de toekomstige situatie komen er 88 kleinschalige appartementen en studio’s, gericht op 1- tot 2-persoonshuishoudens (CROW functie: kamerverhuur en kamerverhuur, studenten, niet-zelfstandig). In de onderstaande tabel is de verkeersgeneratie van de huidige en toekomstige functies weergegeven op basis van CROW-kentallen.

10

Bron: Locatie en stedelijkheidsgraad Zwolle, regeling parkeernormen 2016. 10/15

Kenmerk

R005-1289471ZMH-V04-lir-NL

Verkeersgeneratie op basis van CROW-kentallen Aantal

Functie

Verkeersgeneratie (CROW-

Verkeersgeneratie Zwarte

norm)

waterallee

Min.

Max.

Min.

Max.

4.382 m²

Kantoor

4,7

6,5

206

285

16

Kamerverhuur niet-

0,8

1,2

12

19

zelfstandig 42

Sociale huur

2,8

3,6

118

151

30

Sociale huur

2,8

3,6

84

108

8

7

Verschil huidig en toekomstig

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de verkeersgeneratie van de vorige functie (kantoor) vrijwel gelijk is aan de verkeersgeneratie van de toekomstige situatie (appartementen) op een gemiddelde weekdag. De maximale verkeersgeneratie van de appartementen is weliswaar iets hoger geworden, maar het verschil is dusdanig beperkt dat het wegvalt in de dagelijkse fluctuaties van het verkeer. Bovendien is het verschil op de gemiddelde werkdag kleiner, omdat de verkeersgeneratie van de kantoorfunctie met 1,33 vermenigvuldigd dient te worden en de verkeersgeneratie van de appartementen met 1,11 om de verkeersgeneratie van de gemiddelde weekdag om te rekenen naar de gemiddelde werkdag.

Figuur 2: Principeschets parkeeropzet Zwartewaterallee 14, toekomstige situatie.

11/15

Kenmerk

R005-1289471ZMH-V04-lir-NL

4 Huidige en toekomstige ontsluitingen

Figuur 3 Toekomstbeeld Stadsallee (bron: Gebiedsvisie Zwartewaterallee 2020)

Wensbeeld uit de Gebiedsvisie Zwartewaterallee De Zwartewaterallee is een van oorsprong typische kantoor- en bedrijvenlocatie langs de hoofdverkeerstructuur van Zwolle. De Stadsallee heeft de potentie zich te ontwikkelen tot een bijzonder stedelijk milieu in Zwolle. Een belangrijke verkeersader begeleid door bebouwing met diverse stedelijke programma’s waaronder wonen. Ontwikkeling van de Stadsstraat en nieuw programma op het knooppunt met de Stadsallee (kruising Monteverdilaan - Zwartewaterallee) positioneert dit kruispunt als nieuw bronpunt in de stad; de Stadsknoop. De stadsknoop wordt ingericht als langzaamverkeersnetwerk als drager voor een gemengd stedelijk gebruik met functies in de plinten.

Figuur 4 Bouwstenen uit de Gebiedsvisie Stadsallee (bron: Gebiedsvisie Zwartewaterallee 2020)

12/15

Kenmerk

R005-1289471ZMH-V04-lir-NL

Verkeerskundige gevolgen Zwartewaterallee 14 Op dit moment kent het perceel 2 ontsluitingen; één aan de Monteverdilaan en één aan de Nijverheidsstraat. De huidige toegang van de Zwartewaterallee 14 aan de Nijverheidsstraat is relatief smal (circa 3 meter breed) en wordt ingeklemd door de hekwerken van het CIBAP-terrein en het Vitens-terrein. Het zuidelijke gelegen Vitens perceel kent daarnaast ook twee eigen ontsluitingen aan de Nijverheidsstraat. Zie figuur 5.

Figuur 5 Huidige ontsluitingen Zwartewaterallee 14 en Zwartewaterallee 11 (Vitens)

Vier ontsluitingen, waarvan drie aan de Nijverheidsstraat en één aan de toekomstige Stadsknoop (Monteverdilaan) passen niet in het gewenste kwaliteitsbeeld zoals geschetst in de gebiedsvisie. De Nijverheidsstraat is op dit moment een parkeerstraat zonder kwalitatieve verblijfsfunctie en moet na herinrichting onderdeel zijn van het stedelijk netwerk en een doorgaande route worden. Vertrekpunt uit de gebiedsvisie is dat een ontsluiting via de Monteverdilaan achterwege wordt gelaten. Voorkeur is ontsluiten via de achterzijde (Nijverheidsstraat) om ruimte voor groen en verblijven en OV goed in te kunnen passen in de Montiverdilaan. Het opheffen van de ontsluiting aan de Monteverdilaan kent een aantal praktische bezwaren. Calamiteitendiensten (brandweer, politie, ambulance) zullen direct toegang tot het perceel vereisen en de brandweer zal een opstelplaats nodig hebben direct naast het pand. Vuilophaaldiensten hebben vanwege de inzet van lang en zwaar materieel een ruime toegang nodig, evenals ander incidenteel groot materieel voor bijvoorbeeld onderhoud en werkzaamheden. Geadviseerd wordt om daarom de Monteverdilaan voor speciaal en groot verkeer incidenteel toegankelijk te houden. Het overige verkeer van bewoners en bezoekers kan gebruik maken van de ontsluiting aan de Nijverheidsstraat. Een principeoplossing is opgenomen in figuur 6.

13/15

Kenmerk

R005-1289471ZMH-V04-lir-NL

Aanbevolen wordt om de drie bestaande toegangen van de Nijverheidsstraat in de volgende ontwerpfase van de herontwikkeling mee te nemen en hierover in overleg te treden met Vitens en gemeente. Belangrijke discussiepunten hierbij zijn: een eventueel recht van overpad in verband met verbreding toerit Nijverheidsstraat, opheffen toegang Vitens via eigen ontsluiting en de locatie van transformatiehuisje in het ontwerp. Het ontwerp dient aan te sluiten bij de gewenste kwaliteiten uit de Gebiedsvisie Zwartewaterallee, de uitgangspunten van de Omgevingsvisie, en de gewenste kwaliteit van het ontwerp voor het buitenterrein van Zwartewaterallee 14. Vanwege de raakvlakken met de ontwikkelingen aan de Montiverdilaan/Nijverheidsstraat is een integrale benadering vereist. Inmiddels heeft hierover een eerste verkennend gesprek plaatsgevonden tussen Vitens en SWZ. Vitens heeft aangegeven in principe mee te willen werken aan de overname van de parkeer- en groenstrook grenzend aan de Montiverdilaan. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om een rijroute te creëren (zie figuur 6) waar ook Vitens van gebruik zal maken voor zijn perceel. Het verbreden van de huidige toegang via de Nijverheidsstraat om deze geschikt te maken voor tweerichtingsverkeer is niet mogelijk vanwege de aanwezigheid van het de transformatorruimte van Vitens. Vitens heeft aangegeven deze niet te kunnen verplaatsen.

Figuur 6 Principeontwerp ontsluitingen Zwartewaterallee 14 en Zwartewaterallee 11 (Vitens)

5 Effect op doorstroming en verkeersveiligheid Effect op doorstroming en verkeersveiligheid Nijverheidsstraat - Monteverdilaan De Zwartewaterallee 14 wordt op een andere manier ontsloten dan in de huidige situatie. Vanwege de beperkte verkeersbewegingen ten opzichte van het geheel aan bewegingen is de impact beperkt en zijn geen significante effecten te verwachten ten aanzien van doorstroming en verkeersveiligheid. 14/15

Kenmerk

R005-1289471ZMH-V04-lir-NL

Effect op doorstroming kruispunt Monteverdilaan – Zwartewaterallee In 2019 is door RHDHV een onderzoek uitgevoerd naar de verkeersafwikkeling op de Zwartewaterallee in relatie tot diverse ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van de Zwartewaterallee. Tijdens dit onderzoek is ook de verkeersafwikkeling op het kruispunt Zwartewaterallee – Monteverdilaan onderzocht. Hieruit bleek dat de verkeersafwikkeling op dit kruispunt voldoet in 2030 inclusief de realisatie van de projecten in de omgeving van de Zwartewaterallee. De cyclustijd kwam uit op 94 seconden in de ochtendspits en 97 seconden in de avondspits. Dit geeft aan dat het kruispunt het verkeer kan verwerken, maar dat de doorstroming kritisch begint te worden op piekmomenten. Aangezien de verkeersgeneratie van de nieuwe functie vergelijkbaar is met de huidige functie, zal de doorstroming op het kruispunt vergelijkbaar blijven.

6 Conclusie Uit dit verkeersonderzoek is gebleken dat de verkeersgeneratie van de nieuwe functie op de Zwartewaterallee 14 vrijwel gelijk is aan die van de huidige functie. De verdeling over de dag zal verschuiven: minder in de ochtend- en avondspits en meer geleidelijk over de dag. Vanwege de beperkte verkeersgeneratie zal het verkeer relatief snel opgaan in het bestaande verkeersbeeld. Er worden 45 parkeerplaatsen voor auto’s gerealiseerd. Gelet op de doelgroep en de maatregelen voor deelmobiliteit is het aannemelijk dat dit aantal voldoende is voor deze transformatie. Tijdens het eerder uitgevoerd onderzoek (RHDHV, 2019) naar de verkeersafwikkeling op de Zwartewaterallee is gebleken dat de verkeersafwikkeling op het kruispunt Zwartewaterallee – Monteverdilaan voldoet. Aangezien de verkeersstromen op dit kruispunt vergelijkbaar blijven, zal de doorstroming hier blijven voldoen. Het effect op verkeersveiligheid en de doorstroming op de Monteverdilaan en de aansluiting met de Nijverheidsstraat is beperkt. Vanwege de beperkte verkeersbewegingen ten opzichte van het geheel aan bewegingen is de impact beperkt en zijn geen significante effecten te verwachten ten aanzien van doorstroming en verkeersveiligheid.

15/15

Kenmerk

Bijlage 1

R005-1289471ZMH-V04-lir-NL

Parkeerbalans

Parkeerbalans Zwartewaterallee 14

Uitgangspunten Prijsklassen Zwolle (2023)

Parkeerbalans op basis van kencijfers woningtypes CROW (ongecorrigeerd) min. Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) Serviceflat

Berekening parkeerbehoefte Sociaal minima Statushouders Bewoners met Omega-ondersteuning Totaal

max. 0,7 0,8

gem. 1,5 1,3

Bezoekersaandeel 1,1 0,3 1,1 0,2

Hoeveelheden gem. Totaal Bewoners Bezoekers Huur, appartement, midden/goedkoop 42 (incl. 1,1 sociale46,2 huur) 33,6 12,6 Huur, appartement, midden/goedkoop 30 (incl. 1,1 sociale huur) 33 24 9 Serviceflat 16 1,1 17,6 14,4 3,2 96,8 72 24,8

Parkeerbehoefte op basis van aanwezigheidspercentages Werkdag ochtend Sociaal minima Statushouders Bewoners met Omega-ondersteuning Bezoekers (excl. begeleiding Omega) Begeleiding Omega Totaal Aantal benodigde parkeerplaatsen op piekmoment Parkeren eigen terrein Verschil

middag 16,8 12,0 7,2 2,2 3,2 41

zaterdag zondag avond nacht middag avond middag 16,8 30,2 33,6 20,2 26,9 23,5 12,0 21,6 24,0 14,4 19,2 16,8 7,2 13,0 14,4 8,6 11,5 10,1 4,3 17,3 0,0 13,0 21,6 15,1 3,2 3,2 3,2 3,2 3,2 3,2 44 85 75 59 82 69

85 44 41

Parkeerbalans op basis van kencijfers woningtypes CROW (gecorrigeerd) min. Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) Kamerverhuur, studenten, niet-zelfstandig Berekening parkeerbehoefte Sociaal minima Statushouders Bewoners met Omega-ondersteuning Totaal

max. 0,7 0,2

Aantal benodigde parkeerplaatsen op piekmoment Parkeren eigen terrein Correctie inzet 2 deelauto's Verschil

1,1 0,3

Bezoekersaandeel 0,3 0,2

Hoeveelheden gem. Totaal Bewoners Bezoekers Huur, appartement, midden/goedkoop 42 (incl. 0,7 sociale29,4 huur) 16,8 12,6 Huur, appartement, midden/goedkoop 30 (incl. 0,7 sociale huur) 21 12 9 Kamerverhuur, studenten, niet-zelfstandig 16 0,3 4 0,8 3,2 54 30 25

Werkdag ochtend Sociaal minima Statushouders Bewoners met Omega-ondersteuning Bezoekers (excl. begeleiding Omega) Begeleiding Omega Totaal

gem. 1,5 0,3

middag 8,4 6,0 0,4 2,2 3,2 20,2 48 44 8 -4

8,4 6,0 0,4 4,3 3,2 22,3

zaterdag zondag avond nacht middag avond middag 15,1 16,8 10,1 13,4 11,8 10,8 12,0 7,2 9,6 8,4 0,7 0,8 0,5 0,6 0,6 17,3 0,0 13,0 21,6 15,1 3,2 3,2 3,2 3,2 3,2 47,1 32,8 33,9 48,5 39,0

Aanwezigheidspercentages

Huur

Functie

Goedkoop Middelduur 1

tot € 808,06 tot € 998,02

Woning Woning

Middelduur 2 Duur

tot € 1.232,85 vanaf € 1.232,85

Woning

bewoners bezoekers begeleiding Omega

Werkdag zaterdag zondag ochtend middag avond nacht middag avond middag 50% 50% 90% 100% 60% 80% 70% 10% 20% 80% 0% 60% 100% 70% 100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

Regeling Parkeernormen 2016, versie 2021 Uitgangspunten: schil centrum, sterk stedelijk. Parkeerplaatsen per woning/ eenheid, inschatting Omega op basis van Projectplan Omega, 1 deelauto vervangt de behoefte van 4 eigen auto's Appartement Aantal Appartement type 1 Appartement type 2 Appartement type 3 Appartement type 4 Studio Gewogen gemiddelde

m2 50 58 72 74 38 52,1

44 13 7 6 18

totaal 2200 754 504 444 684

4 juli 2023 bestemmingsplan Holtenbroek Zuid, Zwartewaterallee 14

Bijlage 3 Watertoets

81/1444

Watertoets transformatie Zwartewaterallee 14 17 april 2023

Kenmerk

R002-1289471LCP-V03-lir-NL

Verantwoording Titel

Watertoets transformatie Zwartewaterallee 14

Opdrachtgever

Woningstichting SWZ

Projectleider

Paul Lammers

Auteur(s)

Loes van der Pluijm

Tweede lezer

Mirjam Hulsbos

Projectnummer

1289471

Aantal pagina’s

15

Datum

17 april 2023

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com

2/15

Kenmerk

R002-1289471LCP-V03-lir-NL

Inhoud 1

Inleiding ..................................................................................................................................... 4

2

Huidige situatie .......................................................................................................................... 5

3

4

2.1

Oppervlaktewater ............................................................................................................... 5

2.2

Maaiveld ............................................................................................................................. 6

2.3

Bodemopbouw ................................................................................................................... 7

2.4

Grondwater ........................................................................................................................ 7

2.5

Hemelwater en afvalwater .................................................................................................. 7

Beleid en regelgeving ................................................................................................................ 8 3.1

Europese Kaderrichtlijn water ............................................................................................ 8

3.2

Nationaal Water Programma 2022-2027 ........................................................................... 8

3.3

Gemeente Zwolle ............................................................................................................... 8

3.4

Waterschap Drents Overijsselse Delta .............................................................................. 9

Toekomstige situatie................................................................................................................ 10 4.1

Wateroverlast en waterberging ........................................................................................ 10

4.2

Afvalwater en riolering ...................................................................................................... 11

4.3

Overstromingsrisico.......................................................................................................... 11

4.4

Klimaatrobuust water- en bodemsysteem…………………………………………………… 14

3/15

Kenmerk

R002-1289471LCP-V03-lir-NL

1 Inleiding Woningstichting SWZ gaat een voormalig kantoorpand aan de Zwartewaterallee 14 te Zwolle transformeren naar appartementen. Het doel is om 88 woningen te transformeren inclusief het optoppen van 2 etages. Zie figuur 1.1 voor het ontwerp van de nieuw geplande situatie. Het lichtgrijze deel is de bestaande bebouwing en het zwarte vierkantje de nieuwe bebouwing. De renovatie past niet binnen het huidige bestemmingsplan. Om de herontwikkeling van de locatie mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan te worden aangepast. Onderdeel van deze procedure is een waterparagraaf en hiervoor wordt het watertoetsproces doorlopen.

Figuur 1.1 Ontwerp van de nieuwe situatie

Het doel van het watertoetsproces is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze meewegen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding. Deze notitie beschrijft het doorlopen watertoetsproces en is de basis voor de waterparagraaf. In deze notitie wordt ingegaan op:   

Huidige situatie (onderdeel 2) Beleid en regelgeving (onderdeel 3) Toekomstige situatie (onderdeel 4)

4/15

Kenmerk

R002-1289471LCP-V03-lir-NL

2 Huidige situatie Onderstaand figuur geeft de huidige situatie weer. Momenteel dient het gebouw als kantoorgebouw gelegen tussen de A28 en de Zwartewaterallee. In deze zone zijn meerdere plannen om te transformeren naar wonen.

Figuur 2.1 Huidige situatie

2.1

Oppervlaktewater

Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater als onderdeel van de legger van het waterschap aanwezig (zie figuur 2.2). Tevens zijn er geen waterkeringen, bergingsgebieden of vaarwegen aanwezig in en rondom het plangebied. Meer dan 500 meter ten noordwesten en ten zuidoosten van het plangebied liggen primaire watergangen. Verder ten westen ligt het Zwarte Water op circa 1 km van het plangebied. Het plangebied ligt binnen peilgebied 409 met een minimaal peil van -0,50 m NAP en een maximaal peil van -0,30 m NAP. Het plangebied valt binnen hoofdstroomgebied Salland, stroomgebied Sallandse weteringen en deelstroomgebied Westerveldse Aa.

5/15

Kenmerk

R002-1289471LCP-V03-lir-NL

Figuur 2.2 Oppervlaktewatersysteem nabij het plangebied, de ligging van het plangebied is indicatief aangegeven met een rode cirkelt (Legger waterschap Drents Overijsselse Delta)

2.2

Maaiveld

Het maaiveld binnen het plangebied ligt ongeveer tussen +1,3 en +2,7 m NAP (zie figuur 2.3).

Figuur 2.3 Overzicht hoogteligging (AHN 3) in en nabij het plangebied (geel/oranje is hoger NAP, groen/blauw is lager NAP)

6/15

Kenmerk

2.3

R002-1289471LCP-V03-lir-NL

Bodemopbouw

Zie tabel 2.1 voor een overzicht van de bodemopbouw. In alle bodemlagen komt zand voor (fijn tot grof), dit resulteert in redelijke tot zeer goede doorlaatbaarheid van de bodem en goede mogelijkheden voor infiltratie van hemelwater. Tabel 2.1 Bodemopbouw gebaseerd op REGIS II v 2.2 (bron: Dinoloket) Bovenkant

Onderkant

Naam laag

Samenstelling

laag (m NAP)

laag (m NAP)

+1,5

+0

Holocene afzettingen

Verscheidene

+0,0

-6,0

Formatie van Boxtel

Zand, matig tot fijn

-6,0

-20,0

Formatie van Kreftenheye

Zand, matig tot grof

-0,3

-6,0

Formatie van Waalre

Zand, fijn tot midden

2.4

Grondwater

Er zijn weinig grondwaterstandsmetingen beschikbaar rondom het plangebied. Op basis van beschikbare gegevens in het DINO loket ligt de grondwaterstand ongeveer tussen de -0,4 en +0,4 m ten opzichte van NAP (circa 1,6 tot 2,4 m beneden maaiveld). Op basis van deze gegevens worden geen grondwaterproblemen verwacht in het plangebied. Het plangebied ligt niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied. De kwel- en infiltratiekaart geeft een lichte infiltratie van 0,1 tot 1,0 mm/dag aan rondom het plangebied.

2.5

Hemelwater en afvalwater

In het plangebied ligt riolering van het type gemengd (rode lijnen, zie figuur 2.4). Het riool is uit het jaar 1964 en voorlopig nog niet aan vervanging toe.

Figuur 2.4 Stedelijk water/riolering rondom het plangebied (bron: PDOK)

7/15

Kenmerk

R002-1289471LCP-V03-lir-NL

3 Beleid en regelgeving 3.1

Europese Kaderrichtlijn water

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit is 2015, met eventueel uitstel tot 2027. De doelstellingen worden uitgewerkt in (deel)stroomgebiedsbeheerplannen. In deze plannen staan de ambities en maatregelen beschreven; ook de ecologische ambities worden op dit niveau geregeld.

3.2

Nationaal Water Programma 2022-2027

Het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 is in maart 2022 vastgesteld. Het NWP geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Belangrijke onderdelen van het NWP zijn de stroomgebiedbeheerplannen, het overstromingsrisicobeheerplan en het Programma Noordzee. De inhoudelijke thema’s waarvoor de nationale beleids- en beheerdoelen worden beschreven zijn:   

Klimaatadaptatie Waterveiligheid Zoetwater en waterverdeling

  

Waterkwaliteit en natuur Scheepvaart Functies van de rijkswateren

Hierbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar het omgaan met droogte, dijken, het borgen van drinkwatervoorziening en de bevaarbaarheid van rivieren en kanalen. Er is gekeken naar raakvlakken binnen en tussen de verschillende thema’s en gebieden om samenhang aan te brengen in het waterbeleid. Tevens worden raakvlakken met andere thema’s zoals landschap, landbouw , energie- en klimaatbeleid en bodem beschouwd.

3.3

Gemeente Zwolle

Binnen de IJssel-Vechtdelta werkt de gemeente Zwolle samen met vijf andere overheidspartners (provincie, waterschap en andere gemeenten) aan een waterveilige en klimaatbestendige toekomst. Het is een kwetsbare regio als het gaat om het watersysteem. Waterveiligheid staat hoog op de agenda met als einddoel op lange termijn (2050) een duurzame ruimtelijke inrichting van de IJssel-Vechtdelta te ontwikkelen maar ook het meer zelfredzaam maken van bewoners, ondernemers en instellingen als het gaat om waterveiligheid. Gemeente Zwolle zet fors in op waterveiligheid en klimaatbestendigheid. Op het gebied van water is een belangrijk aandachtspunt het omgaan met overstromingen. De waterstand in Zwolle stijgt en delen van de stad kunnen onder water lopen. Er zijn verschillende oplossingsrichtingen waar de gemeente naar kijkt zoals het aanleggen van wadi’s, het inzetten van pompen en het versterken van het watersysteem.

8/15

Kenmerk

R002-1289471LCP-V03-lir-NL

Tevens is Zwolle actief bezig met dijkversterking als onderdeel van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Droogte is ook een toenemend probleem in de gemeente. Zwolle focust op actief grondwaterbeheer, regelgeving en samenwerkingen. Ook is hittestress een belangrijk aandachtspunt voor de gemeente. De gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige verweking en afvoer van hemelwater, afvalwater en grondwater. In het plan dient rekening gehouden te worden met het gemeentelijk rioleringsbeleid. Dit betekent dat afvalwater en hemelwater in ieder geval op de perceelsgrens gescheiden aangeboden moeten worden. Daarnaast gelden eisen voor hemelwater vanuit de hemelwaterverordening. Gemeente Zwolle heeft in 2022 een hemelwaterverordening vastgesteld. Met het oog op het beperken van wateroverlast en het verminderen van droogteschade worden in deze verordening regels gesteld over het afvoeren en opvangen van hemelwater bij het bouwen van een bouwwerk en bij het aanleggen of vervangen van verhard oppervlak.

3.4

Waterschap Drents Overijsselse Delta

Het plangebied valt onder waterschap Drents Overijsselse Delta. De vier focusgebieden van het waterschap zijn:  Voldoende water  Schoon water  Waterveiligheid  Taken duurzaam uitvoeren met de omgeving Gezien de gevarieerde omstandigheden binnen het gebied van het waterschap heeft het waterschap apart waterbeheer voor normale omstandigheden, natte omstandigheden en droge omstandigheden. Met vergunningverlening en handhaving houdt het waterschap een goed functionerend watersysteem in stand. Een belangrijk aspect is toezicht op onderhoud van de B-watergangen om de aan-en afvoerende capaciteit te waarborgen. Daarnaast ziet het waterschap erop toe dat er geen ongewenste aanpassingen naan de watergangen en/of kunstwerken plaatsvinden. Tevens zijn grondwateronttrekkingen een belangrijk component van de vergunnings- en handhavingsplannen. Het waterschap is zowel in de waterketen als in het watersysteem betrokken bij gemeentelijke plannen en adviseert hierover. Dit doen ze in het kader van de ‘weging van het waterbelang dat met de Omgevingswet is geïntroduceerd en het oorspronkelijk watertoets proces vervangt. Het beleid van het waterschap Drents Overijsselse Delta staat beschreven in het waterbeheerplan 2022-2027. Specifiek voor het stedelijke gebied heeft het waterschap het beleid geformuleerd in ‘Water Raakt!’.

Daarnaast is de Keur een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden.

9/15

Kenmerk

R002-1289471LCP-V03-lir-NL

4 Toekomstige situatie Voor de watertoets is in beeld gebracht welke wateraspecten geraakt worden door het plan en hoe het plan deze wateraspecten beïnvloedt. Daarnaast is ook het beleid van de gemeente aan de orde. Deze is ook meegenomen in deze notitie.

4.1

Wateroverlast en waterberging

Hieronder staat uitgewerkt hoe binnen het plangebied wordt omgegaan met hemelwater en hoe voldoende waterberging wordt gerealiseerd. Uitgangspunten waterschap Het huidige pand blijft gehandhaafd, en wordt getransformeerd. Het waterschap stelt eisen voor toename verharding, omdat toename verharding leidt tot versnelde waterafvoer en het risico op wateroverlast vergroot. Bij een herstructurering neemt het verhard oppervlak vaak niet of nauwelijks toe of af. Toch moet het toekomstig gebied voldoen aan het watersysteem, waarin rekening is gehouden met klimaatverandering. Daarom hanteert het waterschap als uitgangspunt voor herstructurering dat het hemelwater bij een gebeurtenis die minimaal eenmaal in de 100 jaar (111 mm in 48 uur) voor komt binnen het plangebied verwerkt moet worden. Het gaat hierbij om dynamische berging; er kan tijdens de neerslaggebeurtenis al water worden afgevoerd volgens de afvoernormen en er kan al water infiltreren. Rekening houdend met de afvoernorm die het waterschap hanteert is een voorziening nodig die 80 mm water kan bergen en infiltreren binnen 48 uur. Uitgangspunten gemeente De hemelwaterverordening van gemeente Zwolle stelt dat bij ontwikkelingen waar verhardingen worden aangelegd waterberging noodzakelijk is.

Bij ontwikkelingen met een perceelsomvang van meer dan 1.500 m2 geldt als eis dat 60 liter hemelwater per vierkante meter moet kunnen worden opgevangen binnen de grenzen van de totale ontwikkeling. Statische versus dynamische berging Er is nu uitgegaan van 60 mm statische berging. Dit betekent dat het volume geheel aanwezig is, er wordt geen rekening gehouden met infiltratie of afvoer. Het waterschap hanteert als uitgangspunt 80 mm dynamische berging. Wanneer voor 60 mm infiltratievoorzieningen wordt aangelegd en deze een oppervlak heeft van 485 m2 zal er tijdens de 48 uur durende bui al hemelwater infiltreren. Binnen de waterberging is ruimte voor 60 mm. Dit betekent dat minimaal de aanvullende 20 mm moet infiltreren binnen 48 uur. Dit komt overeen met 48 m3 water over een oppervlak van 485 m2.De doorlatendheid van de bodem is redelijk tot zeer goed. Het bestaat uit zandgrond. De doorlatendheid (k-waarde) van zandgronden varieert van 0,5 tot 250 m/dag. Voor deze locatie wordt de doorlatendheid geschat op circa 5 m/dag. Bij een porositeit van circa 40 % kan 48 m3 hier binnen iets meer dan een uur al infiltreren. De praktijk kan anders zijn, maar met deze indicatieve berekening blijkt het water veel sneller dan nodig te infiltreren om aan het uitgangspunt van het waterschap te voldoen.

10/15

Kenmerk

R002-1289471LCP-V03-lir-NL

Er worden dan ook geen problemen voorzien om 80 mm dynamische berging te realiseren wanneer er 60 mm statische berging in het plan wordt ingepast. Waterberging in het plan Binnen het plangebied is 2.420 m2 verharding: 983 m2 gebouw en 1.437 m2 overige verhardingen zoals parkeren en verharde wegen/paden. Dat leidt voor dit plan, volgens gemeentelijke uitgangspunten, tot een opgave van 2.420 m2 * 60 liter = 145.200 liter, oftewel 145 m3. De hemelwaterberging wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze binnen twee dagen weer volledig beschikbaar is waarbij het water geleidelijk wordt afgevoerd tijdens en na afloop van de bui. De hemelwaterberging wordt zoveel mogelijk vormgegeven door infiltratie via groen. Dit zal niet toereikend zijn en daarom worden infiltratiekratten toegepast onder de parkeerplaatsen. Met een oppervlak parkeren van 485 m2 en een bergingsopgave van 145 m3 is deze opgave in te passen binnen het oppervlak parkeren (uitgaande van een minimale berging van 90% en dikte van circa 50 cm voor de infiltratiekratten). In heel extreme situaties kan de waterberging van 60 mm (statisch) en 80 mm (dynamisch) niet toereikend zijn. De hoeveelheid hemelwater die dan niet kan worden geborgen, kan indirect en bovengronds door overloop naar het openbaar gebied worden geloosd op de openbare riolering of in het omliggende groen.

Bij bovenstaande berekening is uitgegaan van alle berging in kratten en alles in verharding in plaats van half-verharding. Waar mogelijk wordt voor de parkeerplaatsen half-verharding toegepast waardoor een bepaalde mate van infiltratie mogelijk is en daarnaast wordt groen ingepast binnen het plangebied en waar mogelijk worden hier infiltratie mogelijkheden in opgenomen. Dan zijn minder infiltratiekratten nodig. Het terreinontwerp hiervoor is in bewerking, op basis van de gehanteerde uitgangspunten wordt geborgd dat het ontwerp altijd voldoet aan de benodigde waterberging.

4.2

Afvalwater en riolering

Gevolg van de wijziging van kantoor naar woningen is dat er meer afvalwater vrijkomt. Het afvalwater wordt aangesloten op de bestaande riolering. Er worden 88 appartementen gerealiseerd. Deels zijn dit studio’s. De bewoning van de appartementen zal hierdoor veelal beperkt zijn tot 1 of 2 persoons huishoudens. De grootste pieken in de afvoer van water naar de riolering zitten in de hevige neerslaggebeurtenissen. Doordat het hemelwater binnen het plangebied wordt afgekoppeld gaat het hemelwater niet meer naar de riolering. Wel zal de DWA (DroogWeerAfvoer) toenemen, maar dit leidt niet tot knelpunten omdat het hemelwater niet meer naar de riolering gaat.

4.3

Overstromingsrisico

Het plangebied ligt in overstroombaar gebied. Dit is vastgelegd in de Omgevingsverordening Overijssel. Onder overstroombaar gebied verstaan we gebieden die normaal niet onder water staan, maar kunnen overstromen (tijdelijk onder water staan).

11/15

Kenmerk

R002-1289471LCP-V03-lir-NL

Het gaat zowel om uiterwaarden die frequent onder water staan (buitendijks) als om beschermde gebieden achter de dijk (binnendijks) die alleen bij een calamiteit onder water komen te staan. Beide vallen onder het toepassingsbereik van de Europese Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR). Het plangebied is gelegen in dijkring 53, 'Salland'. De locatie Zwartewaterallee ligt nabij Dijktraject 53-3 (zie figuur 4.1). Deze dijkring wordt omsloten door de Vecht aan de noordzijde, de IJssel aan de westzijde, het Zwolle-IJsselkanaal en Zwarte Water aan de noordwestzijde en aan de oostzijde door hooggelegen gronden. Deze dijkring heeft een risico op een overstroming. Voor bestemmingsplannen in deze dijkring is een overstromingsrisicoparagraaf vereist.

Figuur 4.1 Dijkring 53, met indicatief het gebied waar Zwartewaterallee 14 ligt (rode cirkel)

Voor de keringen van dijkring 53 geldt een veiligheidsnorm van 1/3.000 per jaar (overschrijdingskans). Met behulp van de risicokaart (Figuur 4.2) wordt de maximale waterdiepte in het plangebied tijdens een overstroming geschat tussen de 0,1 en 1,5 m. Het plangebied ligt op een grensvlak van verschillende waterdieptes. Dit is in detail weergegeven in Figuur 4.3.

12/15

Kenmerk

R002-1289471LCP-V03-lir-NL

Figuur 4.2 Maximale waterhoogte bij een dijkdoorbraak (meters waterdiepte), met indicatief het gebied waar Zwartewaterallee 14 ligt (rode cirkel)

13/15

Kenmerk

R002-1289471LCP-V03-lir-NL

Figuur 4.3 Detailuitsnede maximale waterdiepte bij dijkdoorbraak Zwartewaterallee 14, plangebied indicatief aangegeven met rode omlijning.

Bij de omvorming naar bewoning van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Het betreft hierbij ook bewustwording dat wonen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Het betreft hier een herontwikkeling van een bestaand gebouw binnen bestaand bebouwd gebied. Hierdoor zijn de mogelijkheden voor maatregelen kleiner dan bij een geheel nieuwe ontwikkeling. Binnen deze ontwikkeling geldt dat de wooneenheden niet op de begane grond komen. Dit zorgt ervoor dat woningen niet onder water komen te staan. De verwarmingsinstallatie komt hoog waardoor deze ook veilig is voor overstromingen.

4.4

Klimaatrobuust water- en bodemsysteem

In de omgevingsverordening Overijssel is opgenomen dat in bestemmingsplannen alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden als onderbouwd is dat deze ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en het versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. Voor dit plan geldt dat het herontwikkeling van bestaand bebouwd gebied betreft. Voor een klimaatrobuust water- en bodemsysteem zijn in dit geval drie aspecten relevant:

14/15

Kenmerk

R002-1289471LCP-V03-lir-NL

Sponswerking van de bodem; zo veel mogelijk hemelwater infiltreren in plaats van afvoeren;

 

Meer groen; Minder verhardingen.

In de huidige situatie wordt hemelwater afgevoerd via riolering. Het plan voorziet in het afkoppelen van het hemelwater. In de toekomstige situatie zal het hemelwater infiltreren in de ondergrond. Dit stimuleert de sponswerking van de bodem en zorgt voor aanvulling van de grondwatervoorraad. Ook helpt dit bij het verminderen van de piekafvoeren bij hevige neerslag. De ontwikkeling draagt daarmee bij aan zowel een klimaatrobuust water- als bodemsysteem. Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit gebouw en verhardingen. Er is nagenoeg geen groen aanwezig en het terrein is bijna geheel verhard. In de toekomstige situatie wordt voor de parkeervoorzieningen gewerkt met halfverhardingen en komt er zoveel mogelijk groen in het plan. Het groen wordt waar mogelijk ook gebruikt voor infiltratie van hemelwater zodat er zo min mogelijk infiltratiekratten nodig zijn om het hemelwater te bergen en infiltreren. De verdere detailuitwerking moet uitwijzen hoeveel groen mogelijk is om in te passen. Ten opzichte van de huidige situatie zal het een verbetering zijn met meer groen en minder verhardingen.

15/15

4 juli 2023 bestemmingsplan Holtenbroek Zuid, Zwartewaterallee 14

Bijlage 4 Bodemonderzoek

97/1444

Verkennend bodemonderzoek transformatie Zwartewaterallee 14 te Zwolle 21 februari 2023

Kenmerk

R003-1289471GRE-V01-xab-NL

Verantwoording Titel

Verkennend bodemonderzoek transformatie Zwartewaterallee 14 te Zwolle

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=08e72554-2142-4dd8-b8a7-2218ec0acb32