CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bpl Holtenbroek Zuid, Zwartewaterallee 14 vaststelling_BIJLAGEN TOELICHTING

Raad Besluitvormingsronde 17 juli 2023, gemeente ZwolleBij agendapunt: Bestemmingsplan Holtenbroek Zuid Zwartewaterallee 1418.009 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Holtenbroek Zuid, Zwartewaterallee 14

4 juli 2023 bestemmingsplan Holtenbroek Zuid, Zwartewaterallee 14

2/1444

4 juli 2023 bestemmingsplan Holtenbroek Zuid, Zwartewaterallee 14

BIJLAGEN BIJ DE T OELICHT ING

3/1444

4 juli 2023 bestemmingsplan Holtenbroek Zuid, Zwartewaterallee 14

Bijlage 1 Hoogbouw Effect Rapportage

4/1444

Hoogbouweffectrapportage Transformatie Zwartewaterallee 14, Zwolle 17 april 2023

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Verantwoording Titel

Hoogbouweffectrapportage

Opdrachtgever

Woningstichting SWZ

Projectleider

Paul Lammers

Auteur(s)

Yannick Angkotta, Kathrin Merkelbach

Tweede lezer

Marten Hoekstra, Mark Scheepstra

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Aantal pagina’s

50 (exclusief bijlagen)

Datum

17 april 2023

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Bron afbeelding voorblad

IKB Architecten bv

Colofon TAUW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com

2/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Inhoud 1

Inleiding ..................................................................................................................................... 5

2

Ruimtelijke inpassing ................................................................................................................. 7 2.1

2.1.1

Bestemmingsplan Holtenbroek Zuid (vastgesteld 2015-06-16) .................................. 7

2.1.2

Omgevingsvisie Zwolle: Ons Zwolle van Morgen 2030 .............................................. 8

2.1.3

Gebiedsvisie Zwartewaterallee ................................................................................. 11

2.2

Bouwhoogtes en hoogteaccenten ............................................................................. 12

2.2.2

Rooilijnen .................................................................................................................. 13

2.2.3

Stedenbouwkundige inpassing ................................................................................. 13

Zwartewaterallee, vanuit het oosten gezien (A) ........................................................ 18

3.1.2

Zwartewaterallee, vanuit het westen gezien (B) ....................................................... 19

3.1.3

Monteverdilaan, vanuit het noorden gezien (C) ........................................................ 20

3.1.4

Rembrandtlaan, vanuit het zuiden gezien (D) ........................................................... 21

3.1.5

A28 ter hoogte van de afslag Zwolle Centrum, van het oosten gezien (E) ............... 22

Conclusie ......................................................................................................................... 23

Bezonning en schaduwwerking ............................................................................................... 24 4.1

Uitgangspunten ................................................................................................................ 24

4.2

Bezonningssimulatie ........................................................................................................ 26

4.3

Schaduwanalyse .............................................................................................................. 34

4.4

Conclusie ......................................................................................................................... 39

Windklimaat ............................................................................................................................. 41 5.1

6

Fotomontages .................................................................................................................. 17

3.1.1

3.2

5

Conclusie ......................................................................................................................... 16

Beleving op grotere afstand..................................................................................................... 17 3.1

4

Plantoets .......................................................................................................................... 12

2.2.1

2.3 3

Visie- en beleidsdocumenten ............................................................................................. 7

Conclusie ......................................................................................................................... 41

Sociale veiligheid ..................................................................................................................... 44 6.1

ZETA-richtlijnen ................................................................................................................ 44

6.2

Plantoets .......................................................................................................................... 45

6.2.1

Zichtbaarheid ............................................................................................................ 45

3/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

6.2.2

Eenduidigheid ........................................................................................................... 46

6.2.3

Toegankelijkheid ....................................................................................................... 46

6.2.4

Aantrekkelijkheid ....................................................................................................... 46

6.3

Conclusie ......................................................................................................................... 47

7

Samenvatting........................................................................................................................... 48

8

Literatuurlijst ............................................................................................................................ 50

Bijlage 1 2023)

Plan Zwartewaterallee 14 Zwolle – kwalitatieve beoordeling windklimaat (Peutz,

4/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

1 Inleiding Woningcorporatie SWZ is voornemens om het bestaande kantoorpand aan de Zwartewaterallee 14 in Zwolle te transformeren tot een woongebouw met 88 sociale huurwoningen. De locatie is gelegen in een strook tussen de A28 en de Zwartewaterallee. Dit gebied is in transitie en zal worden ontwikkeld tot een knooppunt met een gemengd stedelijk karakter. Dit project is genaamd ‘De Swollenaer’. Vanaf nu wordt hiernaar gerefereerd als ‘het initiatief’.

Figuur 1.1 De locatie aan de Zwartewaterallee 14, te Zwolle

Figuur 1.2 Het huidige kantoorpand aan de Zwartewaterallee 14, te Zwolle

De 88 beoogde appartementen variëren in oppervlak tussen de 38m2 en 77m2. Het uitgangspunt is nu om 30 appartementen te gebruiken voor de huisvesting van statushouders, 42 voor reguliere sociale huur en 16 appartementen voor wonen met zorgondersteuning. Deze ontwikkeling vindt plaats onder de stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen, waarmee versneld woningen beschikbaar worden gemaakt voor onder andere ontheemde Oekraïners, mensen met een verblijfsvergunning en anderen die met spoed een woning zoeken.

5/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Figuur 1.3 Impressie van de nieuwe situatie (bron: IKB architecten bv)

Het bestaande kantoorpand telt 5 tot 7 bouwlagen. Het te transformeren woongebouw wordt voorzien van twee nieuwe verdiepingen en heeft 8 tot 9 bouwlagen. De top heeft een hoogte van circa 30m. De Omgevingsvisie ‘Ons Zwolle van Morgen 2030’ bevat een duidelijke visie op hoogbouw en stelt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen met een bouwhoogte van meer dan 25 meter onderzoek nodig is naar de effecten van hoogbouw, middels een Hoogbouw Effect Rapportage (HER). De Omgevingsvisie stelt bovendien dat hoogbouw een noodzakelijk middel is om de woningbouw- en verdichtingsopgave in Zwolle invulling te geven, maar geen doel op zich. Hoogbouw moet kwaliteit toevoegen aan de stad. Er dient daarom (middels een HER) onderzoek plaats te vinden naar de mogelijke effecten van de ontwikkeling op de directe omgeving, waarbij aandacht is voor de invulling van vooraf gestelde uitgangspunten, bezonning en schaduwwerking, windklimaat, sociale veiligheid, inpassing in het (stedelijk) landschap en (indien relevant) de omliggende cultuurhistorische waarden. In deze HER komen achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan de orde: • • •

Ruimtelijke inpassing Beleving op grotere afstand Bezonning en schaduwwerking

• •

Windklimaat Sociale veiligheid

Bovenstaande aspecten worden ieder in afzonderlijke hoofdstukken beschouwd, resulterend in een deelconclusie en aanbevelingen. Tot slot wordt de rapportage afgesloten met een samenvatting van conclusies en aanbevelingen. Omdat het initiatief zich niet bevindt in een gebied dat staat aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol, is het aspect cultuurhistorie in deze HER buiten beschouwing gelaten.

6/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

2 Ruimtelijke inpassing In dit hoofdstuk wordt nader beschouwd hoe het initiatief ruimtelijk is ingepast in de omgeving, om te onderzoeken in hoeverre de bouwhoogtes, hoogteaccenten, rooilijnen en oriëntatie van het gebouw invulling geven aan de gestelde uitgangspunten.

2.1

Visie- en beleidsdocumenten

De volgende beleidsdocumenten geven uitgangspunten mee voor de inpassing van het initiatief:  Bestemmingsplan Holtenbroek Zuid (vastgesteld 2015-06-16)  Omgevingsvisie ‘Zwolle: Ons Zwolle van Morgen 2023’  2.1.1

Gebiedsvisie Zwartewaterallee Bestemmingsplan Holtenbroek Zuid (vastgesteld 2015-06-16)

Het huidige bestemmingsplan bevat op deze plek een enkelbestemming kantoor met een maximale bouwhoogte van 20m. Aangezien het initiatief (wat de maximale bouwhoogte en beoogde bestemming betreft) in strijd is met het vigerende bestemmingsplan, is het noodzakelijk om af te wijken van het bestemmingsplan om het project te kunnen realiseren. De rooilijn van het huidige bebouwingsvlak ligt evenwijdig aan het naastgelegen onderwijsgebouw van CIBAP, op enige afstand van het fietspad langs de Zwartewaterallee. Dit is duidelijk terug te zien in de bestemmingsplankaart (figuur 2.1), maar ook in het huidige straatbeeld (figuur 2.2).

Figuur 2.1 Rooilijn en bouwvlak volgens het huidige bestemmingsplan Holtenbroek Zuid (bron onderliggende afbeelding: www.ruimtelijkeplannen.nl)

7/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Figuur 2.2 rooilijn zichtbaar in het huidige straatbeeld

2.1.2

Omgevingsvisie Zwolle: Ons Zwolle van Morgen 2030

De Omgevingsvisie ‘Zwolle: Ons Zwolle van Morgen 2030’ stelt dat de gemeente Zwolle als ambitie heeft om 6.000 nieuwe woningen te bouwen voor 2030, binnen de stadsgrenzen van Zwolle. Deze verdichtingsopgave leidt automatisch tot meer hoogbouw. De Omgevingsvisie bevat een duidelijke visie op hoogbouw, zodat nieuwe ontwikkelingen ook passend zijn binnen het huidige Zwolsche stadssilhouet. Gebouwen hoger dan 25 meter (ongeveer 8 bouwlagen, hoger dan de gemiddelde boomkronen) worden in de Omgevingsvisie gedefinieerd als hoogbouw. De maximale bouwhoogte is in de Omgevingsvisie teruggebracht tot 70 meter. Hogere gebouwen passen niet goed bij de maat en schaal van Zwolle. Voor de compositie van de stad en het stadssilhouet is het van belang om sturing te geven aan de ontwikkeling van hoogbouw. Daarom zijn voor hoogbouw drie verschillende zones in de stad: de StadsKrans, StadsRuit en StadsRand. In de StadsKrans dient de Peperbus (70m hoog) de belangrijkste landmark te blijven, daarom mogen nieuwe gebouwen niet hoger worden dan 35-45m. De StadsRand markeert de overgang van de stad naar het omliggende landschap. De maximale bouwhoogte is hier 25m. Het initiatief bevindt zich in de StadsRuit. In de StadsRuit zijn gebouwen mogelijk tot een hoogte van 70 meter, de totale hoogte van de Peperbus. Daarmee versterkt de gemeente Zwolle het stedelijke karakter van de brede stadsring.

Dit betekent niet dat overal een gebouw van 70 meter mogelijk is. Hoogbouw wordt zorgvuldig gesitueerd op plekken of knopen waar veel activiteiten bij elkaar komen. Doordat de StadsRuit wat verder van de binnenstad af ligt, zijn in deze zone hogere gebouwen denkbaar. Deze mogen het ruimtelijk beeld van de StadsKrans echter niet verstoren. De StadsKrans, StadsRuit en StadsRand en de totale visie op hoogbouw zijn te zien in figuur 2.3. Het witte kader omlijnt het initiatief en de uitsnede van deze kaart in figuur 2.4.

8/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Figuur 2.3 Visie op hoogbouw (bron: Omgevingsvisie Zwolle: Ons Zwolle van Morgen 2030)

9/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Figuur 2.4 Uitsnede van de visie op hoogbouw uit de Omgevingsvisie (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Figuur 2.4 toont een uitsnede van de visie op hoogbouw uit de Omgevingsvisie. Het rode label staat op de locatie van het initiatief (Zwartewaterallee 14). De twee naastgelegen blauwe bolletjes staan voor bestaande hoogbouw (+25m). Dit gaat om het naastgelegen appartementengebouw ‘De Rembrandt’ en appartementengebouw ‘Monteverdi’, beiden gelegen aan de Monteverdilaan. Het rode bolletje staat voor geplande (nieuwe) hoogbouw van maximaal 70 meter hoogte, verder richting het oosten van de Zwartewaterallee. Over de locatie van het initiatief staat in de visie op hoogbouw verder niets concreets benoemd of op kaart weergegeven. De visie op hoogbouw beschrijft wel algemene richtlijnen voor de stedenbouwkundige inpassing van hoogbouw in de Stadsruit. De architectonische uitstraling kan (anders dan in de StadsKrans) moderner zijn en aansluiten op de jongere stadsdelen van het omliggende gebied, uitgaand van de volgende uitgangspunten: • Bij voorkeur onderdeel van een stedelijk ensemble • • •

Minimale verhouding breedte – hoogte is 1:3 Altijd een driedeling, hetzij horizontaal (stapelen) of verticaal (opdelen) Alzijdige uitstraling, alle kanten zijn voorkanten van het gebouw

• • •

Publieke begane grond en bij voorkeur ook de eerste verdieping Mix aan functies Menselijke maat en schaal, variatie en afleesbare eenheden in de opbouw

•

Onderzoek verrichten naar schaduwwerking en windval

Daarnaast benoemt de Omgevingsvisie de biodiversiteit nog als een belangrijke meekoppelkans. In het ontwerp van hoogbouw is veel winst te behalen voor de biodiversiteit. Het toevoegen van verticaal groen wordt gezien als toevoeging aan de stedelijke hoofdgroenstructuur, niet als compensatie ervan.

10/50

Kenmerk

2.1.3

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Gebiedsvisie Zwartewaterallee

De Zwartewaterallee is van oorsprong een typische kantoren- en bedrijvenlocatie langs de hoofdverkeersstructuur van Zwolle. Dit gebied is in transitie. In 2020 is in opdracht van de gemeente en diverse ontwikkelaars een gebiedsvisie voor de Zwartewaterallee opgesteld door Buro MA.AN. De kruising Zwartewaterallee – Monteverdilaan vormt in deze visie een stedelijk knooppunt met een concentratie aan hoogbouw. De locatie van het initiatief staat benoemd als een plek waar een hoogteaccent op wijkniveau mogelijk is (maximaal 45 meter of 14 bouwlagen). Aan de overzijde van de Zwartewaterallee zal in de toekomst (volgens deze gebiedsvisie) een nieuw bouwvolume gerealiseerd worden met mogelijk een hoogteaccent op stadsniveau (maximaal 65 meter of 20 bouwlagen).

Figuur 2.5 ruimtelijke accenten langs de Zwartewaterallee, met omlijnd de omgeving van het initiatief en de uitsnede in figuur 2.6 (bron: Gebiedsvisie Zwartewaterallee)

Figuur 2.6 uitsnede van het toekomstbeeld van de ‘Stadsallee’ die dit deel van de Zwartewaterallee moet worden, met de locatie van het initiatief in het midden (bron: Gebiedsvisie Zwartewaterallee)

11/50

Kenmerk

2.2

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Plantoets

De zojuist beschreven visie- en beleidsdocumenten beschrijven diverse uitgangspunten voor de ontwikkeling van het initiatief. Deze paragraaf bevat een analyse van de ruimtelijke inpassing van het initiatief en een toets op die uitgangspunten. 2.2.1 Bouwhoogtes en hoogteaccenten De bouwmassa van het initiatief bestaat uit een aantal verschillende volumes, deze zijn zichtbaar in figuur 2.7. Het zwarte volume (A) is volledig nieuw en 9 bouwlagen (circa 30m hoog). De hoofdentree bevindt zich onder dit volume, dat tevens het hoogteaccent van het gebouw vormt. Centraal in het gebouw bevindt zich de verkeersruimte (B). Ook dit volume is 9 bouwlagen en circa 30m hoog. De korte zijde bestaat uit 8 bouwlagen (C), waarvan de bovenste 2 bouwlagen een optopping vormen van het bestaande gebouw. De lange zijde bestaat uit 7 bouwlagen, waarvan de bovenste 2-3 bouwlagen een optopping vormen van het bestaande gebouw.

Figuur 2.7 analyse bouwvolumes (bron onderliggende afbeelding: IKB architecten bv)

Het initiatief heeft een maximale bouwhoogte van circa 30m. Dit past ruimschoots binnen de maximaal voorgeschreven bouwhoogte van 70m uit de hoogbouwvisie. Het initiatief zal leiden tot een nieuw hoogteaccent van +25m rondom de kruising Monteverdilaan – Zwartewaterallee. Dit is geheel in lijn met de uitgangspunten van de hoogbouwvisie, omdat zo een concentratie aan hoogbouw ontstaat op een knooppunt waar veel activiteiten en verkeersstromen samenkomen. Bovendien wordt zo invulling gegeven aan het beoogde hoogteaccent op deze plek uit de Gebiedsvisie Zwartewaterallee.

12/50

Kenmerk

2.2.2

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Rooilijnen

De rooilijn van het initiatief aan de Zwartewaterallee blijft op de begane grond grotendeels gelijk aan de huidige situatie, omdat het een optopping van het huidige gebouw betreft. Het zwarte bouwvolume (A in figuur 2.7 en 2.8) verspringt iets ten opzichte van deze rooilijn. De balkons op de bouwlagen boven de begane grond steken daarnaast uit over deze bestaande rooilijn.

Figuur 2.8 analyse rooilijnen in bovenaanzicht (bron onderliggende afbeelding: IKB architecten bv)

2.2.3 Stedenbouwkundige inpassing De visie op hoogbouw uit de Omgevingsvisie ‘Zwolle: Ons Zwolle van Morgen 2030’ beschrijft verder een aantal algemene uitgangspunten voor de ontwikkeling van hoogbouw in de Stadsruit. Deze paragraaf vormt een terugkoppeling op die uitgangspunten. ‘Modernere architectonische uitstraling’ De architectonische uitstraling kan (anders dan in de StadsKrans) moderner zijn en aansluiten op de jongere stadsdelen van het omliggende gebied. Het initiatief past binnen deze geschetste beeldkwaliteit. De architectuur sluit qua uitstraling goed aan op bestaande bebouwing in het omliggende gebied en beoogde toekomstige ontwikkelingen aan de Zwartewaterallee. ‘Bij voorkeur onderdeel van een stedelijk ensemble’ Onder ‘een stedelijk ensemble’ wordt een architectonisch en/of stedenbouwkundig geordend geheel van meerdere objecten verstaan. Het initiatief kan worden gezien als een (architectonisch) object binnen de grotere gebiedsontwikkeling van De Zwartewaterallee, waarvoor de Gebiedsvisie Zwartewaterallee is opgesteld. Rondom de kruising Zwartewaterallee – Monteverdilaan zal volgens de gebiedsvisie een concentratie aan hoogbouwontwikkelingen ontstaan, waar het initiatief onderdeel van uitmaakt. Het initiatief maakt zo onderdeel uit van dit stedelijk ensemble en geeft invulling aan het in de gebiedsvisie beoogde hoogteaccent op deze plek.

13/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

‘Minimale verhouding breedte – hoogte is 1:3’ Een verhouding van 1:3 lijkt een meer passende verhouding voor de hoogbouwontwikkelingen die grotere hoogteaccenten (tot 70m) vormen in het stadssilhouet van Zwolle. Het initiatief valt met een hoogte van max, 30m nét binnen de definitie van hoogbouw, zoals die in de Omgevingsvisie beschreven staat. Bij het initiatief is een verhouding van 1:3 niet aan de orde. Echter is dit bij een optopping van een bestaand gebouw als deze ook geen realistisch uitgangspunt. Volgens het door de architect aangeleverde 3D-model is het zwarte bouwvolume (A in figuur 2.9) circa 12m breed en circa 30m hoog. Dit volume vormt het meest in het oog springende hoogteaccent van het gebouw. De verhoudingen hiervan komen dicht in de buurt van de gewenste verhouding van 1:3, waardoor aan dit uitgangspunt toch enigszins invulling wordt gegeven.

Figuur 2.9 analyse bouwvolumes (bron onderliggende afbeelding: IKB architecten bv)

‘Altijd een driedeling, hetzij horizontaal (stapelen) of verticaal (opdelen)’ Door de verdeling van de bouwmassa in vier bouwvolumes (A, B, C en D, zoals zichtbaar is in figuur 2.7 t/m 2.9) is er vanuit alle richtingen gezien sprake van een horizontale driedeling in het gebouw. Hier heeft de architect op speelse wijze invulling aan gegeven. ‘Alzijdige uitstraling, alle kanten zijn voorkanten van het gebouw’ Doordat op iedere bouwlaag met woningen de ontsluiting in het midden van het gebouw gelegen is, heeft het gebouw transparante gevels en een ‘gezicht’ naar alle zijden. De open gevels van woningen in alle richtingen geven het gebouw toch een alzijdige oriëntatie. Hiermee vormt het voor wat betreft de gewenste alzijdige uitstraling een sterke verbetering ten opzichte van de huidige situatie. De korte zijden van het gebouw zijn wel iets meer gesloten dan de lange zijden, maar dat is bij een woongebouw als deze onoverkomelijk. De bergingen op de begane grond bevatten weliswaar blinde gevels, maar doordat deze bouwlaag minder hoog is dan de transparante woonlaag erboven doet dit geen afbreuk aan de alzijdige uitstraling van het gebouw.

14/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Figuur 2.10 analyse richting open gevels van woningen (bron onderliggende afbeelding: IKB architecten bv)

‘Publieke begane grond en bij voorkeur ook de eerste verdieping’ Vanwege de benodigde bergingen en de beschikbare ruimte is de begane grond een collectieve (niet-publieke) ruimte. Door de hoogte van deze bouwlaag (lager dan de bovenliggende bouwlagen) leent de begane grond zich ook niet goed voor andersoortige (publieke) functies. Met de verhoogde, glazen entree van het gebouw (2 bouwlagen hoog) is toch op een speelse manier invulling gegeven aan dit uitgangspunt. De entree wordt hiermee nog eens extra wordt benadrukt. ‘Mix aan functies’ Het gebouw bevat woningen met een gemeenschappelijke ruimte op de begane grond. Verder is er geen sprake van een mix aan functies, maar dat is ook geen doelstelling bij dit initiatief. ‘Menselijke maat en schaal, variatie en afleesbare eenheden in de opbouw’ Waar de gevel van het bestaande gebouw bestaat uit horizontale lijnen, bestaand uit betonnen elementen en (verdonkerde) ramen, bevat het initiatief juist een diversiteit aan volumes. Naast de eerder beschreven bouwvolumes, bevat iedere woning ook een uitstekend, transparant volume aan de gevel. Hierdoor zijn de woningen vanaf de buitenzijde afleesbaar als aparte eenheden. Door hier per bouwlaag mee te spelen, is gezorgd voor veel variatie in de gevelopbouw. Bovendien is het gebouw niet dusdanig hoog dat de menselijke maat en schaal in gevaar komt.

‘Onderzoek verrichten naar schaduwwerking en windval’ Beide aspecten zijn binnen deze HER onderzocht. Hoofdstuk 4 gaat nader in op bezonning en de daarmee samenhangende schaduwwerking. Hoofdstuk 5 gaat nader in op het windklimaat. Biodiversiteit als meekoppelkans Uit de impressies van de architect kan worden opgemaakt dat er in ieder geval aandacht is voor verticale vergroening op het gebouw: op de gevels, vluchttrappen en het parkeerterrein. Daarnaast is er veel groen zichtbaar rondom het gebouw, bijvoorbeeld in geveltuintjes. Daarnaast is een foto zichtbaar van ingemetselde nestkastjes. Het verdient nog aandacht in de nadere uitwerking om met dergelijke maatregelen ook daadwerkelijk bij te dragen aan de biodiversiteit.

15/50

Kenmerk

2.3

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Conclusie

Het initiatief vormt in de basis een optopping van een bestaand gebouw met 2 á 3 bouwlagen. Het nieuwe gebouw kent een hoogteaccent van circa 30 meter. Dit past ruimschoots binnen de door de Omgevingsvisie voorgeschreven maximale bouwhoogte in de Stadsruit en geeft tegelijkertijd invulling aan het beoogde hoogteaccent op deze plek uit de Gebiedsvisie Zwartewaterallee. Qua bouwhoogte geeft het initiatief op een goede manier invulling aan de genoemde visiedocumenten. Het nieuwe gebouw is niet dusdanig hoog dat de menselijke maat en schaal in gevaar komt. De rooilijn van het gebouw aan de Zwartewaterallee blijft op de begane grond gelijk aan de huidige situatie, maar de architect gaat op een speelse wijze om met de bestaande rooilijnen door overhangende volumes op de bovenliggende bouwlagen en het uitstekende volume als hoogteaccent. De Omgevingsvisie ‘Zwolle: Ons Zwolle van Morgen 2030’ geeft met een visie op hoogbouw uitgangspunten mee voor de ontwikkeling van hoogbouw in de Stadsruit. Niet al die uitgangspunten zijn even relevant voor een ontwikkeling van het initiatief (en voor deze omvang en bouwhoogte), maar er kan worden geconcludeerd dat bij nagenoeg ieder uitgangspunt een goede onderbouwing te ontdekken is of gemotiveerd kan worden waarom daar vanaf is geweken.

Al met al kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een ruimtelijk goed ingepast plan dat invulling geeft aan de uitgangspunten die worden gesteld in de Omgevingsvisie ‘Zwolle: Ons Zwolle van Morgen 2030’ en de Gebiedsvisie Zwartewaterallee. Een aanbeveling voor de nadere uitwerking door de architect is om een ecoloog te betrekken bij de uitwerking van het groen en de faunavoorzieningen in en aan het gebouw, om met de voorziene maatregelen ook daadwerkelijk bij te dragen aan de lokale biodiversiteit.

16/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

3 Beleving op grotere afstand Hoogbouw zal van een grote afstand zichtbaar en beleefbaar zijn. Om in te schatten van wat de ruimtelijke impact zal zijn van het initiatief op grotere afstand, zijn fotomontages gemaakt op een aantal relevante plekken in de omgeving. Deze zijn gemaakt op basis van het door de architect aangeleverde 3D-model en laten zien wat bij benadering het toekomstbeeld zal zijn, in vergelijking met de huidige situatie. Op basis hiervan wordt in dit hoofdstuk beoordeeld hoe het gebouw is ingepast in het omliggende (stedelijk) landschap.

3.1

Fotomontages

Op de volgende locaties zijn fotomontages gemaakt:   

Zwartewaterallee, vanuit het oosten gezien (A) Zwartewaterallee, vanuit het westen gezien (B) Monteverdilaan, vanuit het noorden gezien (C)

 

Rembrandtlaan, vanuit het zuiden gezien (D) A28 ter hoogte van de afslag Zwolle Centrum, van het oosten gezien (E)

Figuur 3.1 overzichtskaart met locaties van de fotomontages

17/50

Kenmerk

3.1.1

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Zwartewaterallee, vanuit het oosten gezien (A)

Op dit beeld is goed te zien dat het nieuwe gebouw 2 á 3 bouwlagen hoger is dan het huidige gebouw en met het zwarte volume op de voorgrond een duidelijk hoogteaccent heeft aan de Zwartewaterallee. De totale bouwhoogte is passend tussen het hogere appartementengebouw ‘De Rembrandt’ op de voorgrond en kantoorpand ‘De Hooglaer’ op de achtergrond. In de toekomst zal nog meer (en hogere) hoogbouw worden ontwikkeld rond deze kruising met de Monteverdilaan (zie ook hoofdstuk 2 ruimtelijke inpassing). Het initiatief vormt een eerste aanzet hiertoe.

Figuur 3.2 fotomontage nieuwe situatie (onder) en huidige situatie (boven)

18/50

Kenmerk

3.1.2

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Zwartewaterallee, vanuit het westen gezien (B)

Op dit beeld is goed te zien dat de optopping van het huidige gebouw ervoor zorgt dat het nieuwe gebouw boven het onderwijsgebouw CIBAP uitsteekt. De rooilijn blijft gelijk met het gebouw van CIBAP (zie ook paragraaf 2.2.2). Het initiatief vormt zo meer een hoogteaccent aan de Zwartewaterallee, zoals ook is beoogd in de Gebiedsvisie Zwartewaterallee (zie paragraaf 2.1.3). De totale bouwhoogte is nog steeds passend tussen het hogere appartementengebouw ‘De Rembrandt’ op de achtergrond en kantoorpand ‘De Hooglaer’ links in beeld.

Figuur 3.3 fotomontage nieuwe situatie (onder) en huidige situatie (boven)

19/50

Kenmerk

3.1.3

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Monteverdilaan, vanuit het noorden gezien (C)

Hier is te zien dat het nieuwe gebouw precies in de zichtlijn ligt vanuit de Monteverdilaan, waardoor het initiatief vanuit deze straat goed beleefbaar zal zijn. Daarnaast is te zien dat bestaande appartementengebouwen ‘De Rembrandt’ (links in beeld) en ‘De Monteverdi’ (rechts in beeld) beiden hoger zijn dan het initiatief. Het initiatief vormt een passende aanvulling op de compositie van bestaande hoogteaccenten rondom de kruising Zwartewaterallee – Monteverdilaan, waar in de toekomst dus nog meer hoogbouw ontwikkeld zal worden.

Figuur 3.4 fotomontage nieuwe situatie (onder) en huidige situatie (boven)

20/50

Kenmerk

3.1.4

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Rembrandtlaan, vanuit het zuiden gezien (D)

Op dit beeld is te zien hoe de hoger gelegen A28 Zwolle doorsnijdt. Het initiatief is net achter het viaduct gelegen, aan de noordzijde van het viaduct. Appartementengebouw ‘De Rembrandt’ is goed te zien van achter het viaduct. Voor het initiatief geldt dat het bestaande kantoorpand niet te zien is van achter het viaduct. Het nieuwe gebouw zal door de optopping met 2 á 3 bouwlagen en het hoogteaccent iets hoger worden en daardoor in de nieuwe situatie net zichtbaar zijn vanaf de Rembrandtlaan.

Figuur 3.5 fotomontage nieuwe situatie (onder) en huidige situatie (boven)

21/50

Kenmerk

3.1.5

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

A28 ter hoogte van de afslag Zwolle Centrum, van het oosten gezien (E)

Dit beeld is genomen vanaf de snelweg. Automobilisten die Zwolle passeren over de A28 beleven de stad op deze manier en zien enkel gebouwen die boven de geluidswering uit steken. Appartementengebouw ‘De Rembrandt’ is in de huidige situatie goed zichtbaar vanaf de snelweg, maar het huidige kantoorpand niet. Door de optopping en het hoogteaccent zal het initiatief in de nieuwe situatie, vanaf de snelweg, net zichtbaar zijn boven de geluidswering. Het initiatief is nog wel beduidend lager dan ‘De Rembrandt’.

Figuur 3.6 fotomontage nieuwe situatie (onder) en huidige situatie (boven)

22/50

Kenmerk

3.2

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Conclusie

Uit de fotomontages kan worden geconcludeerd dat het initiatief door de optopping met 2 á 3 bouwlagen en het nieuwe hoogteaccent vanuit alle richtingen enigszins waarneembaar zal zijn. De totale bouwhoogte is nog steeds lager dan bestaande, omliggende hoogteaccenten, zoals appartementengebouwen ‘De Rembrandt’, ‘De Monteverdi’ en kantoorgebouw ‘De Hooglaer’. Het initiatief zal in de nieuwe situatie echter wel beter zichtbaar en beleefbaar zijn. Het initiatief vormt een passende aanvulling op de compositie van bestaande hoogteaccenten rondom de kruising Zwartewaterallee – Monteverdilaan, waar in de toekomst nog meer hoogbouw ontwikkeld zal worden. Het initiatief is hier een eerste aanzet toe, op een goede manier aansluitend op het beeld dat op deze plek wordt geschetst in de Omgevingsvisie ‘Zwolle: Ons Zwolle van Morgen 2030’ en de Gebiedsvisie Zwartewaterallee.

23/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

4 Bezonning en schaduwwerking Bij bezonning in ruimtelijke plannen gaat het om voldoende zon op de gevel en de daarmee samenhangende schaduwwerking. Nieuwbouw kan schaduw veroorzaken in de directe omgeving en er moet voorkomen worden dat de schaduw teveel toeneemt. Als onderdeel van de HER is een bezonningsonderzoek uitgevoerd om de effecten van het initiatief in beeld te brengen en de nieuwe situatie te toetsen aan de geldende normering.

4.1

Uitgangspunten

Binnen Nederland zijn geen formele (wettelijke) eisen gesteld aan de bezonning van woningen en/of andere bouwwerken. Wel bestaan er de zogenaamde ‘lichte’ en ‘strenge’ TNO-norm voor bezonning van gebouwen. Bij dit onderzoek wordt getoetst aan de lichte TNO-norm, die uitgaat van ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot 21 oktober. Voor dit bezonningsonderzoek is gebruik gemaakt van de meest recente versie van het programma Sketchup (Sketchup Pro 2023), met de plugin ‘Shadow Analysis’ van Delta Codes. Dit biedt de mogelijkheid voor het opbouwen van ruimtelijke modellen, waarmee onder andere de schaduwwerking kan worden gevisualiseerd. Er is gebruik gemaakt van een 3D-model aangeleverd door IKB architecten bv, bestaande uit het nieuwe gebouw en de voor dit onderzoek relevante bestaande bebouwing. Bij dit bezonningsonderzoek zijn verder de volgende uitgangspunten van toepassing: 

De lichte TNO-norm geldt voor de periode van 19 februari tot 21 oktober. Om een volledig beeld te geven van de bezonning door het jaar heen, zijn renders (simulaties) gemaakt op 3 maatgevende dagen: -

21 juni: de dag dat de zon het hoogst staat 21 maart: de dag dat de zon op ‘half’ staat, tussen de hoogste en laagste stand in 19 februari: de kortste dag binnen de onderzoeksperiode en de dag dat de zon het laagst

staat Als opnametijdstip wordt achtereenvolgens gehanteerd: 8.00, 10.00, 12.00, 14.00, 16.00, 18.00 en 20.00 uur. De gehanteerde tijdzone is GMT+1 in februari/maart en GMT+2 in juni (in verband met de zomertijd). Alle bovenaanzichten zijn noordgericht. Op basis van de renders (simulaties) kan worden geconcludeerd of de norm nog steeds behaald wordt en of er sprake is van voldoende bezonning op de gevels van de bestaande, omliggende woonbebouwing

 

Bij het maken van de renders (simulaties) gaan wij enkel uit van de bebouwing in de nieuwe situatie om die te toetsen aan de norm. Bomen en eventuele beplanting laten we hierbij buiten beschouwing, net als bestaande bebouwing die gesloopt gaat worden. Wij richten het onderzoek dus met name op het initiatief zelf en de relevante, aangrenzende bebouwing De schaduwanalyse is gebaseerd op het aangeleverde 3D-model en uitgevoerd onder de aanname dat de gebouwhoogtes in verhouding tot elkaar overeenkomen met de werkelijkheid Het model laat alleen de schaduw zien die het gevolg is van de zon, door bestaande en nieuwe bebouwing. Het model geeft geen inzicht in de algemene lichtsituatie, die naast zoninval ook wordt bepaald door reflecties en dergelijke

24/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Om de juiste schaduw als gevolg van de bezonning te kunnen simuleren is het noodzakelijk om gegevens als locatie en tijdstip in te voeren. De coördinaten van de projectlocatie zijn hiervoor gebruikt, zichtbaar in figuur 4.1

Figuur 4.1 Geolocatie van het Sketchup Model

25/50

Kenmerk

4.2

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Bezonningssimulatie

Op de volgende beelden is een simulatie van de bezonning (en de schaduwwerking die dat als gevolg heeft) te zien op de genoemde maatgevende dagen: 19 februari, 21 maart en 21 juni. Op de beelden met zwarte vlekken (bijvoorbeeld 19 februari 18:00) is er sprake van duisternis omdat de zon al onder is. Op dat moment is er dus sowieso geen sprake van bezonning.

26/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

19 feb, 08:00

21 maart, 08:00

21 juni, 08:00

27/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

19 feb, 10:00

21 maart, 10:00

21 juni, 10:00

28/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

19 feb, 12:00

21 maart, 12:00

21 juni, 12:00

29/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

19 feb, 14:00

21 maart, 14:00

21 juni, 14:00

30/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

19 feb, 16:00

21 maart, 16:00

21 juni, 16:00

31/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

19 feb, 18:00

21 maart, 18:00

21 juni, 18:00

32/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

19 feb, 20:00

21 maart, 20:00

21 juni, 20:00

33/50

Kenmerk

4.3

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Schaduwanalyse

Op de volgende beelden (figuur 4.2 t/m 4.9) is een meer gedetailleerde schaduwanalyse te zien, van zonsopgang tot zonsondergang op 19 februari. We richten ons bij de schaduwanalyse enkel op deze dag omdat dit de kortste dag is binnen de onderzoeksperiode; de dag met de minste zon en die is daarmee maatgevend. Op het eerste beeld is de ‘shading time’ (schaduw tijd) te zien. Hoe donkerder de kleur, hoe meer schaduw op de betreffende plek valt. Dit betekent niet direct dat dit schaduw is van het initiatief. Het kan ook schaduw zijn van de eigen gevel. Dit is bijvoorbeeld bij alle bebouwing het geval aan de noordzijde van het gebouw. Om duidelijker in beeld te brengen of nog wordt voldaan aan de lichte TNO-normering is in het tweede beeld de ‘shading time’ (schaduw tijd) vertaald naar ‘insolation time’ (bezonningstijd), zie bijvoorbeeld figuur 4.3. De rood gekleurde delen krijgen 0 tot 2 uren bezonning over de gehele dag verspreid. Dat zijn dus de plekken waar onvoldoende zon op valt om te voldoen aan de lichte TNO-norm. In de meeste gevallen is het echter zo dat de bezonningsnorm wel wordt behaald op een andere gevel van hetzelfde gebouw. Om die reden zijn de renders (visualisaties) gemaakt vanuit alle windrichtingen.

34/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Figuur 4.2 ‘shading time’ op 19 februari, gezien vanuit het noorden

Figuur 4.3 ‘insolation time’ op 19 februari, gezien vanuit het noorden

35/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Figuur 4.4 ‘shading time’ op 19 februari, gezien vanuit het oosten

Figuur 4.5 ‘insolation time’ op 19 februari, gezien vanuit het oosten

36/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Figuur 4.6 ‘shading time’ op 19 februari, gezien vanuit het zuiden

Figuur 4.7 ‘insolation time’ op 19 februari, gezien vanuit het zuiden

37/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Figuur 4.8 ‘shading time’ op 19 februari, gezien vanuit het westen

Figuur 4.9 ‘insolation time’ op 19 februari, gezien vanuit het westen

38/50

Kenmerk

4.4

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Conclusie

Over de bezonningseffecten van het initiatief op de directe omgeving kan in het algemeen worden gezegd dat het verschil ten opzichte van de huidige situatie beperkt zal zijn, omdat het nieuwe gebouw een optopping van 2 á 3 bouwlagen betreft bovenop het bestaande gebouw. Hieronder volgt een beschrijving van de bezonningseffecten op de bestaande, omliggende bebouwing. Op de bezonningssimulatie (paragraaf 4.2) is te zien dat er vier gebouwen zijn die op een bepaald moment op de dag schaduw op de gevel hebben als gevolg van het initiatief: 

Kantoorgebouw ‘De Hooglaer’, Obrechtstraat 28 Dit gaat om een kort tijdsbestek vroeg in de morgen (rond 08:00 uur) op 21 maart (de dag waarop de zon op ‘half’ staat). De norm van minimaal 2 uur zon op de gevel wordt bij dit gebouw echter nog steeds ruimschoots behaald. De schaduwanalyse (paragraaf 4.3) bevestigt dit.

Pand van de Kwikfit, Obrechtstraat 30 Ook dit gaat om een kort tijdsbestek in de ochtend (rond 10:00 uur) op 19 februari (de dag waarop de zon laag staat). De norm van minimaal 2 uur zon op de gevel wordt bij dit gebouw echter nog steeds ruimschoots behaald. De schaduwanalyse bevestigt dit.

Appartementengebouw ‘De Rembrandt’, Monteverdilaan 2-198 Dit is aan de orde op een zeer klein deel van de westelijke gevel en laat in de middag, vlak voordat de zon onder gaat (rond 16:00-18:00); op 19 februari (de dag waarop de zon laag staat) en op 21 maart (de dag waarop de zon op ‘half’ staat). De norm van minimaal 2 uur zon op de gevel wordt bij dit gebouw echter nog steeds ruimschoots behaald. De schaduwanalyse bevestigt dit.

Onderwijsgebouw van CIBAP, Nijverheidsstraat 14 Dit is aan de orde op een zeer klein deel van de gevel, zeer vroeg in de morgen (voor 08:00) op 21 juni (de dag waarop de zon hoog staat). De norm van minimaal 2 uur zon op de gevel wordt bij dit gebouw echter nog steeds ruimschoots behaald. De schaduwanalyse bevestigt dit. Bovendien is het zo dat op het moment dat er schaduw van het initiatief op de gevel van dit gebouw valt, de betreffende klaslokalen nog niet in gebruik zijn. Het negatieve effect van het initiatief is daarom te verwaarlozen. Op het deel van de gevel waar het om gaat is op de schaduwanalyse wel een rode vlek te zien, maar dat is het gevolg van schaduw van het eigen bouwvolume.

Op basis van het bezonningsonderzoek kan worden geconcludeerd dat de schaduwwerking van het initiatief op de directe omgeving volgens de lichte TNO-normering acceptabel is en geen onevenredig negatieve effecten op de bezonning van omliggende gebouwen tot gevolg heeft.

39/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Naast de schaduwwerking op bestaande, omliggende bebouwing is ook gekeken naar bezonning van de gevels van het initiatief zelf. Aan de schaduwanalyse op 19 februari (de kortste dag uit de onderzoeksperiode, zie paragraaf 4.3) kan nog het volgende worden afgelezen ten aanzien van de bezonning van het initiatief zelf: 

Zuidwest- en zuidoostzijde De woningen met gevels aan de zuidwest- en zuidoostzijde voldoen ruimschoots aan de norm van 2 uur zon op de gevel per dag. Op de zuidwestgevel zijn wel rode vlekken te zien, maar dat komt doordat de glazen uitbouw door de software is geïnterpreteerd als een gesloten volume. Deze rode vlekken zijn dus foutief. De norm wordt bij deze woningen wel behaald.

Noordwest- en noordoostzijde Bij de woningen met gevels aan de noordwestzijde is te zien dat de norm van minimaal 2 uur zon op de gevel per dag op 19 februari niet wordt behaald. Ook bij enkele woningen met gevels aan de noordoostzijde zijn rode vlekken te zien, wat impliceert dat de norm niet wordt behaald. Dit is echter onvermijdelijk, omdat noordgevels in Nederland immers niet of nauwelijks direct zonlicht ontvangen. Aan de bezonningssimulaties (paragraaf 4.2) is af te lezen dat op 21 maart en 21 juni wel meer dan 2 uur zon per dag valt op de betreffende gevels. Het grootste deel van de onderzoeksperiode wordt de norm dus ook bij deze woningen behaald.

40/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

5 Windklimaat Ten aanzien van het windklimaat zijn geen wettelijke of publiekrechtelijke eisen van kracht. Voor een goede ruimtelijke motivering wordt veelal gebruikgemaakt van de voorwaarden genoemd in NEN 8100:2006. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van hoogbouw dient te worden beoordeeld in welke mate er sprake zal zijn van windoverlast en -gevaar bij verschillend gebruik van de omliggende openbare ruimte. Bij het initiatief is er sprake van optopping met 2 bouwlagen, waardoor het gebouw circa 30m hoog wordt. Volgens het beslismodel zoals opgenomen in de Nederlandse norm NEN 8100:2006 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving is sprake van een onbeschut liggende situatie tot 30 meter hoogte. Derhalve is de hulp van een windhinderdeskundige noodzakelijk is om te beoordelen of er wel of niet een uitgebreid onderzoek met simulaties nodig is. Dit kwalitatieve onderzoek is uitgevoerd door Peutz. Op basis van het schetsontwerp is gekeken naar welke risicogebieden er zijn en of het treffen van maatregelen noodzakelijk is. Het volledige rapport is te vinden in de bijlage bij dit document. In dit hoofdstuk volgt een beschouwing van de conclusies van het onderzoek van Peutz.

5.1

Conclusie

Als gevolg van de meest voorkomende hoge windsnelheden uit de richtingen zuidwest tot noordwest (figuur 5.1) is er bij de meeste gebouwhoeken van de het plan een lichte toename van windhinder te verwachten ten opzichte van de bestaande bebouwingssituatie. In figuur 5.2 zijn de plekken aangegeven met mogelijk een matig windklimaat voor de activiteit doorlopen, kwaliteitsklasse D. Een slecht windklimaat en een overschrijding van de criteria voor windgevaar worden niet verwacht.

Figuur 5.1 aanduiding belangrijkste windrichtingen op de planlocatie (bron: Plan Zwartewaterallee 14 te Zwolle - kwalitatieve beoordeling windklimaat, Peutz)

41/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Figuur 5.2 Locaties mogelijke windhinder, met een beoordeling voor de activiteit ‘doorlopen’ (bron: Plan Zwartewaterallee 14 te Zwolle - kwalitatieve beoordeling windklimaat, Peutz)

De belangrijkste plaatsen waar mogelijk windhinder kan ontstaan zijn de volgende: 

De zuidoostelijke gebouwhoek Door omstromingseffecten bij zuidwestenwind zal op het naastgelegen fiets- en voetpad langs de Monteverdilaan plaatselijk sprake zijn van een verhoogde kans op windhinder. De windsnelheidsovergang tussen het meer windbelaste gebied bij de gebouwhoek en het meer in de luwte gelegen deel naast het gebouw, is een aandachtsgebied. De aanwezige haagbegroeiing en bomen zorgen plaatselijk voor afscherming. Het heeft dan ook de voorkeur de bestaande begroeiing nabij deze gebouwhoek te handhaven of begroeiing met een vergelijkbare afscherming terug te plaatsen na realisatie van het plan.

Bij de noordoosthoek, aan de zijde van de kruising Hier kunnen ten gevolge van noordwestenwind verhoogde windsnelheden optreden. De hoofdentree wordt beschut gesitueerd onder het overstek. Tot enkele meters voor de entree wordt afscherming ondervonden van de aanwezige kolommen. De entree wordt daarmee in voldoende mate afgeschermd. Naar verwachting is met een kwaliteitsklasse A of B sprake van een goed windklimaat voor de activiteit slenteren. Op het trottoir en het pad aan de straatzijde naast de kolommen is plaatselijk een matig windklimaat voor de activiteit doorlopen niet uit te sluiten. Voor zover mogelijk in verband met zichtlijnen bij de kruising, kan extra afscherming worden verkregen door de haagbegroeiing in dit gebied te verhogen tot 1,5 meter hoogte.

42/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Noordwestzijde De geplande terraslocatie aan de Zwartewaterallee valt door de afstand tot de gebouwhoeken naar verwachting buiten de gebieden met een verhoogde windhinderkans. In verband met een hogere gevoeligheid en door de open ligging is het optreden van windhinder op het terras niet geheel uit te sluiten. Dit staat vrijwel los van de ophoging van de bebouwing. Desgewenst is afscherming mogelijk door het plaatsen van terrasschermen of afschermende begroeiing, en dan met name aan de zuidwestzijde van het terras.

Westelijke gebouwhoeken Bij de westelijke gebouwhoeken is in mindere mate plaatselijk een verhoogde windsnelheid te verwachten, naar verwachting op de grens van een beoordeling matig tot goed.

De beoogde optopping van het bestaande gebouw met 2 bouwlagen heeft met name bij de gebouwhoeken een beperkte toename van windhinder tot gevolg. De hoofdentree onder het overstek en de terras-locatie aan de Zwartwaterallee vallen buiten deze gebieden. Naar aanleiding van de verwachte toename van windhinder wordt het navolgende geadviseerd:  Nabij de zuidoosthoek de aanwezige begroeiing handhaven om optredende windeffecten te dempen  

De aanwezige struikbegroeiing bij de noordwesthoek verhogen tot 1,5 meter hoogte Optioneel het plaatsen van terrasschermen of afschermende begroeiing aan de zuidwestzijde van het terras

Een beoordeling ‘slecht’ volgens de norm NEN 8100 en een overschrijding van de criteria voor windgevaar zijn nergens in het plangebied of directe omgeving te verwachten. Een meer exacte duiding van het windklimaat kan worden gegeven met een aanvullend onderzoek op basis van windtunnel- of CFD simulaties. Dit is echter naar aanleiding van de kwalitatieve beoordeling niet nodig.

43/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

6 Sociale veiligheid Goed ontworpen plekken maken het criminaliteit en overlast moeilijk, terwijl niet goed doordachte plekken dit juist kunnen uitlokken. Bij het maken van sociaal veilige plekken hanteren wij bij TAUW richtlijnen die zijn gebaseerd op de zogenaamde ZETA-richtlijnen uit het Handboek Veilig Ontwerp en Beheer, die gaan over zichtbaarheid, eenduidigheid, toegankelijkheid en aantrekkelijkheid. In dit hoofdstuk volgt een kwalitatieve beschouwing van het initiatief aan de hand van deze richtlijnen om te toetsen wat voor invloed het initiatief heeft op de sociale veiligheid in de directe omgeving en in hoeverre er rekening gehouden is met dit onderwerp in de planvorming.

6.1

ZETA-richtlijnen

Voelen mensen zich prettig en veilig op een bepaalde plek, dan zijn zij eerder geneigd om naar buiten te gaan. Voelt men zich onveilig op straat, dan blijven mensen juist binnen of gaan met een grote boog om deze plek heen. Sociale veiligheid is in die context te zien als een randvoorwaarde voor een prettige plek. Door een aantal richtlijnen mee te nemen bij het ontwerpen van een plek, kan al een grote slag worden geslagen in het creëren van sociale veiligheid. De manier waarop een plek is ingericht beïnvloedt namelijk het veiligheidsgevoel en het gedrag van mensen. Bij het maken van sociaal veilige plekken hanteren wij bij TAUW richtlijnen die zijn gebaseerd op de zogenaamde ZETA-richtlijnen uit het Handboek Veilig Ontwerp en Beheer (Lopez et al., 2008).

Figuur 6.1 overzicht ZETA-richtlijnen (zie voor meer informatie: Sociaal veilige plekken | TAUW)

Zichtbaarheid gaat over zien: zichtlijnen behouden in een overzichtelijke ruimte met een menselijke maat. Zichtbaarheid gaat ook over gezien worden: er moet voldoende zicht zijn op een bepaalde plek, op meerdere momenten van de dag, om te voorzien in sociale controle. De aanwezigheid van andere mensen is daarbij van belang.

44/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Eenduidigheid gaat vooral over duidelijkheid: wie is de gebruiker en wie is de eigenaar van een bepaalde plek? Duidelijke begrenzing is daarbij van belang, maar ook uniformiteit in uitstraling van bijvoorbeeld voetgangersgebied en fietspad. Toegankelijkheid voor gewenst gebruik, maar juist ontoegankelijkheid voor ongewenst gebruik. Zo dient er enerzijds aandacht te zijn voor begaanbaarheid voor minder validen, vluchtroutes en toegang voor hulpdiensten. Anderzijds mag het niet zo zijn dat onbevoegden zomaar toegang hebben tot private of collectieve terreinen. Aantrekkelijkheid spreekt voor zich. Plekken waarvan je in een oogopslag kan zien dat er aandacht aan is besteed en dat het schoon, heel en goed onderhouden is, zorgen automatisch voor een verbeterd veiligheidsgevoel. Andersom kunnen verpauperde plekken ook snel een gevoel van onveiligheid in de hand werken.

6.2

Plantoets

Deze paragraaf bevat een analyse van de effecten van het initiatief op de sociale veiligheid, middels een beknopte, kwalitatieve toets op de zojuist beschreven ZETA-richtlijnen: 6.2.1

Zichtbaarheid

Het huidige kantoorpand heeft een sombere en gesloten uitstraling door de verdonkerde ramen. Er is weinig interactie tussen binnen en buiten. De kantoorfunctie leidt tot een aanloop van mensen en sociale controle door de mensen die hier werken gedurende kantooruren. Buiten werktijd is er echter geen zicht meer op de openbare ruimte rond het gebouw. Bovendien is slechts circa een kwart van het gebouw in gebruik, de rest staat leeg.

Figuur 6.2 het huidige kantoorpand heeft een gesloten karakter; er is weinig interactie tussen binnen en buiten

45/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Het initiatief leidt tot een gebouw met een meer open uitstraling en alzijdig karakter, door de transparante gevels met een ‘gezicht’ in alle richtingen. De bergingen op de begane grond bevatten weliswaar blinde gevels, maar doordat deze bouwlaag minder hoog is dan de transparante woonlaag erboven doet dit geen afbreuk aan de alzijdige uitstraling van het gebouw. Vanuit de woningen is er zicht op alle openbare ruimte rondom het gebouw. Bovendien zullen er 24/7 mensen aanwezig zijn in het gebouw. Deze verbeterde zichtbaarheid (zien en gezien worden) zal de sociale veiligheid rondom het initiatief sterk verbeteren. 6.2.2 Eenduidigheid In een kantoorpand waar meerdere bedrijven gevestigd zitten zal niet iedere werknemer zich direct verantwoordelijk voelen voor de collectieve ruimte in en om het gebouw. Dit (zichtbaar) eigenaarschap zal met de transformatie tot een woongebouw verbeteren. Mensen die in dit gebouw wonen zullen zich automatisch meer verantwoordelijk voelen voor de veiligheid in en om het gebouw. De gemeenschappelijke ruimte in het gebouw zal collectief eigendom, maar ook de collectieve verantwoordelijkheid van de bewoners moeten worden. In de praktijk zullen de toekomstige bewoners natuurlijk wel hun verantwoordelijkheid moeten nemen om daadwerkelijk bij te dragen aan de sociale veiligheid in en om het gebouw. 6.2.3

Toegankelijkheid

Ook de toegankelijkheid van het gebouw gaat veranderen. Het huidige kantoorpand is enkel toegankelijk voor bevoegden, d.w.z. mensen die hier werken. Alleen werknemers (en gasten van werknemers) zullen toegang hebben tot het gebouw. In de toekomst zullen alleen bewoners toegang hebben tot het gebouw. Op den duur leren die bewoners elkaar kennen. Die sociale cohesie zal de sociale controle – en daarmee de sociale veiligheid – verbeteren. De vluchttrappen aan weerszijden van het gebouw voorzien in vluchtroutes vanuit alle woningen. In de nadere uitwerking dient nog wel aandacht te zijn voor de aansluiting van de woning op de bovenste bouwlaag op de vluchtroutes. De bestaande inrit en parkeerplaats blijven behouden. Het initiatief is daarmee goed bereikbaar voor hulpdiensten bij calamiteiten. 6.2.4 Aantrekkelijkheid Het bestaande kantoorpand heeft een gedateerde en sombere uitstraling. Zoals eerder toegelicht krijgt het gebouw transparantere gevels en daarmee een meer open karakter naar alle zijden. De modernere architectuur en meer hoogwaardige uitstraling van het initiatief zorgen voor een gebouw dat aantrekkelijker is en daarmee ook meer bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit op deze plek. Daarnaast leren bewoners elkaar op den duur kennen, wat de sociale cohesie – en daarmee ook de sociale veiligheid – zal versterken ten opzichte van de huidige situatie.

Aan de impressies (zoals figuur 6.3) is te zien dat de architect meer interactie voorziet tussen het gebouw en omliggende openbare ruimte, bijvoorbeeld rondom de gemeenschappelijke ruimte op de begane grond. De exacte invulling van de gemeenschappelijke ruimte zal daarbij van grote invloed zijn. Daarnaast wordt er flink vergroend: er zijn groenvakken langs de plint van het gebouw zichtbaar, geveltuintjes en diverse begroeiing tegen het gebouw aan. Hoewel afhankelijk van de nadere uitwerking en het beheer en onderhoud, zal deze toename van groen de aantrekkelijkheid – en daarmee de sociale veiligheid – vergroten.

46/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Figuur 6.3 impressie van de plint van de nieuwe situatie (bron: IKB architecten bv)

6.3

Conclusie

Een beschouwing van de ZETA-richtlijnen leert dat de zichtbaarheid sterk zal verbeteren ten opzichte van de huidige situatie. Doordat er 24/7 bewoners aanwezig zullen zijn in het gebouw en er door het alzijdige karakter en de transparante gevels vanuit de woningen zicht is op alle omliggende openbare ruimte, zal de sociale controle verbeteren. Bewoners hebben meer zicht op deze plekken, andersom worden mensen hier ook gezien door de bewoners. Mensen die in dit gebouw wonen zullen zich automatisch mede verantwoordelijk voelen voor de veiligheid in en om het gebouw. Dit (zichtbaar) eigenaarschap zal met de transformatie tot een woongebouw verbeteren en leiden tot meer eenduidigheid. In de praktijk zullen de toekomstige bewoners natuurlijk wel hun verantwoordelijkheid moeten nemen om daadwerkelijk bij te dragen aan de sociale veiligheid in en om het gebouw. Ook de toegankelijkheid verandert: alleen bewoners en bezoekers hebben toegang tot het gebouw. Bovendien leren bewoners elkaar ook kennen op den duur. De sociale cohesie die moet ontstaan zal ook de sociale veiligheid ten goede komen. Tot slot zal het initiatief leiden tot een vernieuwd gebouw met een verhoogde aantrekkelijkheid, dat vele malen meer bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit op deze plek dan het huidige kantoorpand.

Op basis van een beknopte toets aan de ZETA-richtlijnen kan worden geconcludeerd dat er bij de planontwikkeling voldoende rekening is gehouden met de sociale veiligheid. Het initiatief zal leiden tot een sterke verbetering van de sociale veiligheid in en om het gebouw, ten opzichte van de huidige situatie. Een aandachtspunt voor de uitwerking is de aansluiting van de woning op de bovenste bouwlaag op de vluchtroutes (vluchttrappen) aan weerszijden van het gebouw. Er kan uit het schetsontwerp nog niet worden afgeleid of de vluchtroutes toegankelijk zijn vanuit de betreffende woning.

47/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

7 Samenvatting Het voorliggende rapport is opgesteld omdat de Omgevingsvisie ‘Ons Zwolle van Morgen 2030’ vraagt om een Hoogbouw Effect Rapportage (HER) als onderdeel van de planologische procedure, om de effecten van hoogbouw te onderzoeken bij alle ruimtelijke ontwikkelingen met een bouwhoogte groter dan 25m. Dit hoofdstuk bevat een samenvatting van de conclusies (vetgedrukt) en aanbevelingen uit dit rapport. Ruimtelijke inpassing Al met al kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een ruimtelijk goed ingepast plan dat invulling geeft aan de uitgangspunten die worden gesteld in de Omgevingsvisie ‘Zwolle: Ons Zwolle van Morgen 2030’ en de Gebiedsvisie Zwartewaterallee. Een aanbeveling voor de nadere uitwerking door de architect is om een ecoloog te betrekken bij de uitwerking van het groen en de faunavoorzieningen in en aan het gebouw, om met de voorziene maatregelen ook daadwerkelijk bij te dragen aan de lokale biodiversiteit. Beleving op grotere afstand Het initiatief vormt een passende aanvulling op de compositie van bestaande hoogteaccenten rondom de kruising Zwartewaterallee – Monteverdilaan, waar in de toekomst nog meer hoogbouw ontwikkeld zal worden. Het initiatief is hier een eerste aanzet toe, op een goede manier aansluitend op het beeld dat op deze plek wordt geschetst in de Omgevingsvisie ‘Zwolle: Ons Zwolle van Morgen 2030’ en de Gebiedsvisie Zwartewaterallee.

Bezonning en schaduwwerking Op basis van het bezonningsonderzoek kan worden geconcludeerd dat de schaduwwerking van het initiatief op de directe omgeving volgens de lichte TNO-normering acceptabel is en geen onevenredig negatieve effecten op de bezonning van omliggende gebouwen tot gevolg heeft. Windklimaat De beoogde optopping van het bestaande gebouw met 2 bouwlagen heeft met name bij de gebouwhoeken een beperkte toename van windhinder tot gevolg. Een beoordeling ‘slecht’ volgens de norm NEN 8100 en een overschrijding van de criteria voor windgevaar zijn nergens in het plangebied of directe omgeving te verwachten. Naar aanleiding van de verwachte toename van windhinder wordt het navolgende geadviseerd:  Nabij de zuidoosthoek de aanwezige begroeiing handhaven om optredende windeffecten te dempen  

De aanwezige struikbegroeiing bij de noordwesthoek verhogen tot 1,5 meter hoogte Optioneel het plaatsen van terrasschermen of afschermende begroeiing aan de zuidwestzijde van het terras

48/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Sociale veiligheid Op basis van een beknopte toets aan de ZETA-richtlijnen kan worden geconcludeerd dat er bij de planontwikkeling voldoende rekening is gehouden met de sociale veiligheid. Het initiatief zal leiden tot een sterke verbetering van de sociale veiligheid in en om het gebouw, ten opzichte van de huidige situatie. Een aandachtspunt voor de verdere uitwerking is de aansluiting van de woning op de bovenste bouwlaag op de vluchtroutes (vluchttrappen) aan weerszijden van het gebouw. Er kan uit het schetsontwerp nog niet worden afgeleid of de vluchtroutes toegankelijk zijn vanuit de betreffende woning. Eindconclusie Op basis van de resultaten van de verschillende separate onderzoeken kan worden geconcludeerd dat het plan is vanuit een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar is.

49/50

Kenmerk

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

8 Literatuurlijst 

Bestemmingsplan Holtenbroek Zuid (Gemeente Zwolle, vastgesteld 16-06-2015)

Concept Schetsontwerp Zwartewaterallee 14, Zwolle (IKB architecten bv, d.d. 22-02-2023)

Gebiedsvisie Zwartewaterallee (Buro MA.AN, d.d. 26-02-2020)

Omgevingsvisie ‘Zwolle: Ons Zwolle van Morgen 2023’ (Gemeente Zwolle, vastgesteld 13-09-2021)

Plan Zwartewaterallee 14 Zwolle – kwalitatieve beoordeling windklimaat (Peutz, d.d. 28-03-2023)

Ruimtelijke Onderbouwing ‘De Swollenaer’ (Woningstichting SWZ, d.d. 01-03-2023)

50/50

Kenmerk

Bijlage 1

R007-1289471-005YTA-V01-efm-NL

Plan Zwartewaterallee 14 Zwolle – kwalitatieve beoordeling windklimaat (Peutz, 2023)

Notitie betreft:

Plan Zwartewaterallee 14 Zwolle - windklimaat Kwalitatieve beoordeling windklimaat

datum:

28 maart 2023 OO/OO/ /O 16956-1-NO-001

referentie:

1 Inleiding

In verband met de transformatie van het voormalige kantoorpand naar appartementen, wordt het gebouw opgetopt met 2 bouwlagen. Daarmee wordt het gebouw circa 25 meter hoog. Volgens het beslismodel zoals opgenomen in de Nederlandse norm NEN 8100:2006 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving is sprake van een onbeschut liggende situatie tot 30 meter hoogte. Derhalve is de hulp van een windhinderdeskundige noodzakelijk is om te beoordelen of er wel of niet een uitgebreid onderzoek met simulaties nodig is. In deze notitie wordt hierop ingegaan.

f 1.1 Locatie en impressie na herbestemming (bron I_KB architecten bv d.d. 22 februari 2023) 2 Windklimaat volgens NEN 8100

De mate van gevoeligheid voor wind is sterk afhankelijk van de activiteit. Bij een laag activiteitenniveau zal eerder hinder van de wind ondervonden worden dan bij een hoog hoger activiteitenniveau. In de NEN 8100 wordt voor de beoordeling van het windklimaat daarom onderscheid gemaakt tussen verschillende activiteitenklassen. Windhinder is iets wat in geen geval geheel te voorkomen is. Als het stormt is de wind hinderlijk, wat voor maatregelen er ook getroffen worden. Het is daarom ook de kans op windhinder, die maatgevend gehouden wordt voor de beoordeling van het windklimaat. Voor windhinder wordt een drempelwaarde vDR;H aangehouden van 5 m/s uurgemiddelde windsnelheid op loop- of verblijfsniveau. Bij deze windsnelheid gaan mechanische effecten bij de ervaring van het windklimaat een rol spelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=08e72554-2142-4dd8-b8a7-2218ec0acb32