Bpl Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten) toelichting.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN
Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten) Gemeente Zwolle
COLOFON Plannaam
Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
Plannummer
NL.IMRO.0193.BP20007-0004
Datum
september 2022
Planstatus
vastgesteld
Opdrachtgever
Loostad
Projectteam Witpaard
Johan Drenth Ruben Beens Andor Keur Melissa Bredewold
Projectnummer
0193.939SW19
Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
Inhoudsopgave
TOELICHTING
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen
6 6 6 7
Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Inleiding 2.2 Ruimtelijk beleid 2.2.1 Rijksbeleid 2.2.2 Provinciaal beleid 2.2.3 Gemeentelijk beleid 2.3 Archeologisch en cultuurhistorisch beleid 2.4 Verkeersbeleid 2.5 Groenbeleid 2.6 Natuurbeleid 2.7 Waterbeleid 2.8 Woonbeleid 2.9 Recreatiebeleid 2.10 Beleid overige maatschappelijke voorzieningen 2.11 Economisch beleid 2.12 Milieubeleid
8 8 8 8 11 15 20 21 22 23 23 26 27 28 28 28
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Stedenbouw 3.1.1 Huidige situatie 3.1.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.2 Groen 3.2.1 Huidige situatie 3.2.2 Uitgangspunten bestemmingsplan 3.3 Archeologie 3.3.1 Huidige situatie 3.3.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.4 Cultuurhistorie 3.4.1 Huidige situatie 3.4.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.5 Verkeer 3.5.1 Huidige situatie 3.5.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.6 Natuur 3.6.1 Huidige situatie 3.6.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.7 Water 3.7.1 Huidige situatie 3.7.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.8 Wonen 3.8.1 Huidige situatie 3.8.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.9 Milieu
32 32 32 34 35 35 36 36 36 37 37 37 38 38 38 38 39 39 42 43 43 45 47 47 48 48 2/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
3.9.1 3.9.2 3.9.3 3.9.4 3.9.5 3.9.6 3.9.7 3.9.8 3.10
Geluid Bedrijvigheid (Wet milieubeheer) Luchtkwaliteit Geur Bodemkwaliteit Externe veiligheid Kabels, leidingen en straalpaden M.e.r. beoordeling Duurzaamheid
49 50 53 55 57 58 60 60 61
Hoofdstuk 4 Juridische aspecten 4.1 Inleiding 4.2 Inleidende regels 4.3 Bestemmingsregels 4.4 Algemene regels 4.5 Overgangs- en slotregels 4.6 Handboek
63 63 65 66 71 71 72
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2.1 Inspraak 5.2.2 Overleg
73 73 73 73 73
3/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
4/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
TOELICHTING
5/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Dit bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten) maakt de ontwikkeling van circa 112 woningen in Wijthmen mogelijk op een stuk grond van ongeveer 4,3 hectare. Deze ontwikkeling vormt de eerste fase van een groter plan om meer woningen in Wijthmen te realiseren. De basis voor deze woningbouwontwikkeling is het 'Dorpsplan Wijthmen'. De woningbouwlocatie waar dit bestemmingsplan voor wordt opgericht is dan ook al opgenomen in het dorpsplan. Daarnaast wordt middels dit bestemmingsplan ook de ontwikkeling van één woning op de hoek Veldwijkweg - Erfgenamenweg mogelijk gemaakt.
1.2
Plangebied
Het plangebied ligt ten noorden van Wijthmen in een landelijk gebied omgeven door weilanden en bosschages. Een plek die rust en ruimte biedt. Aan de noordzijde wordt het plangebied ontsloten door de Erfgenamenweg, een lint met daaraan gelegen agrarische bedrijven. Aan de oost-, en zuidzijde wordt het plangebied begrensd door open weilanden en agrarische bebouwing. Aan de westzijde ligt het Kulturhus, de basisschool, de voetbalvereniging en een smalle bosstrook. Daarnaast is de hoek aan de Veldwijkweg Erfgenamenweg onderdeel van het plangebied. De ligging van het plangebied is op de volgende afbeelding weergegeven.
Afbeelding: Ligging plangebied
6/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
1.3
Geldende bestemmingsplannen
In het plangebied is de beheersverordening 'BV Buitengebied - Herfte, Wijthmen' van kracht. Deze beheersverordening is vastgesteld op 1 juli 2013 met identificatienummer NL.IMRO.0193.BV13001-0002. In deze beheersverordening is het destijds geldende bestemmingsplan hernieuwd van toepassing verklaard. Op de volgende afbeeldingen is een uitsnede te zien van de beheersverordening.
Afbeelding: Uitsnede beheersverordening 'BV Buitengebied - Herfte, Wijthmen'
Het plangebied kent momenteel de volgende bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' Binnen deze bestemmingen is de voorgenomen ontwikkeling niet mogelijk. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk en daarom is dit bestemmingsplan opgesteld.
7/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
Hoofdstuk 2 2.1
Beleidskader
Inleiding
In dit hoofdstuk komen voor het bestemmingsplan relevante, onderdelen omtrent het beleidskader aan de orde zoals rijksbeleid inclusief de Ladder voor duurzame verstedelijking, provinciaal- en gemeentelijk beleid.
2.2
Ruimtelijk beleid
2.2.1
Rijksbeleid
2.2.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken; te kiezen voor slimme combinaties van functies; uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn acht voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Regio Zwolle is aangewezen als voorlopig NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden Steden en regio's sterker en leefbaarder maken Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar Regio Zwolle onderdeel vanuit maakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de 8/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie.
Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de NOVI. Het plan is om circa 112 nieuwe woningen op te richten. Dit past binnen het vijfde nationale belang uit de NOVI, namelijk: 'zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften'. De woningbehoefte is aangetoond in de volgende paragraaf. De planontwikkeling is verder niet in strijd met de uitgangspunten van de NOVI. 2.2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), verplicht in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te geven van de behoefte aan die ontwikkeling. Daarnaast, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Op grond van jurisprudentie blijkt dat een initiatief van 12 woningen of meer als stedelijke ontwikkeling wordt gezien, waardoor de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking nodig is. Aangezien het plan ‘het Buyten’ meer dan 11 woningen telt, is hier een onderbouwing van de behoefte nodig.
Tot 2019 gold voor de gemeente Zwolle het Regionaal Woonprogramma (RWP) West Overijssel 2017 als kader voor de kwantitatieve behoefte en de regionale afstemming van woningbouwplannen. Het ministerie van BZK, de provincie Overijssel en de gemeente Zwolle hebben op 7 maart 2019 de overeenkomst “Pilot woningbouw Zwolle” ondertekend waarin voor de jaren 2019 en 2020 is vastgelegd dat voor woningbouwplannen binnen bestaand stedelijk gebied in Zwolle de behoefteprognoses die gehanteerd worden binnen het RWP West Overijssel worden losgelaten. Voor de provincie Overijssel betekent dit een lichte planologische toetsing op bestemmingsplannen met woningbouw. Op 25 maart 2021 heeft de provincie Overijssel De Woonagenda West Overijssel vastgesteld. Hierin zijn nieuwe regionale woonafspraken gemaakt voor de periode 2021-2025. Er volgt nog een uitvoeringsagenda die in de loop van 2021 wordt opgesteld. In de Woonagenda West Overijssel is het volgende opgenomen ten aanzien van de woonbehoefte; Volgens de prognoses groeit het aantal huishoudens in de regio met circa 25.000 tot ruim 251.000 huishoudens in 2030.
Mede in het licht van de huidige regionale woningtekorten (gemiddeld 3%, dus een kleine 7.000 woningen) en andere ontwikkelingen zoals de verstedelijkingsopgave in Deventer en Zwolle, de toenemende marktdruk (met name in het stedelijk gebied) en migratiestromen willen we als regio een groei van 35.000 - 40.000 huishoudens tot 20301 accommoderen. Tabel 1 laat zien dat de gemeenten in West-Overijssel samen tot 2030 een kleine 26.000 woningen in harde en zachte plancapaciteit hebben. Dat betek ent dat naast het realiseren van harde en zachte plannen ingezet zal worden op het toevoegen van extra plancapaciteit voor 9.000 - 14.000 woningen in West-Overijssel in de periode tot 2030, waarvan ongeveer de helft (5.500) voor autonome behoefte en ongeveer de helft voor de extra (verstedelijkings)ambities. De huidige capaciteit, en dus de omvang en verdeling van de zoekopgave naar extra capaciteit voor autonome behoefte en voor verstedelijkingsambities, verschilt per gemeente. De genoemde aantallen in tabel 2 vormen een voorstelling van de behoefte en geven de richting aan, maar zijn uiteindelijk de uitkomst van het sturen op kwaliteiten.
9/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
Dit neemt niet weg dat een onderbouwing van de behoefte nodig blijft. In de Ontwikkelstrategie Wonen 2019-2024 is als actualisatie op- en uitvoering van de Woonvisie de woningbouwbehoefte voor de komende 10 jaar vastgesteld op 1.000 woningen per jaar. Basis hiervoor ligt onder andere in de regionale bevolkingsprognose 2020 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL, in samenwerking met het CBS) waarin voor Zwolle tot 2035 een huishoudensgroei van 13% wordt voorzien. Daarnaast biedt de hittekaart van BPD en de krapte-indicator van de NVM (aantal beschikbare woningen voor de consument die een woning zoekt) een goede indicatie van de krapte op de woningmarkt en de behoefte aan woningen. De krapte-indicator staat per januari 2021 op 1 terwijl een indicator tussen 5 en 10 staat voor een evenwichtige woningmarkt. Een indicator van 1 duidt op een zeer krappe woningmarkt en de grote behoefte aan het toevoegen van nieuwe woningen. De krapte is aanwezig in alle categorieën en prijssegmenten. De totale harde plancapaciteit van woningen met directe bouwtitel is 3510 (peildatum 1-2-2021) en blijft daarmee ruim onder de totale behoeftevraag voor woningen in Zwolle. Het aantal van 112 woningen in dit bestemmingsplan maakt deel uit van de zachte plancapaciteit.
Gelet op het feit dat er een ondercapaciteit is in de vraag naar het aantal woningen, is er ruim voldoende kwantitatieve ruimte voor de woningen. Dat betekent dat voor het woningbouwplan ‘het Buyten’ in Wythmen voldoende planologische ruimte bestaat. Paragraaf 2.2.2 en 2.2.3 geeft een toelichting waarom de behoefte niet binnen stedelijk gebied kan worden ingevuld. 2.2.1.3 Conclusie Het plan is in overeenstemming is met het RIjksbeleid.
10/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
2.2.2
Provinciaal beleid
2.2.2.1 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel van 1 mei 2017 geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. De omgevingsvisie is op 12 april 2017 vastgesteld en op 1 mei 2017 in werking getreden. Inmiddels hebben enkele actualisaties plaatsgevonden van de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld.
Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijv. herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hier bij.
Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel 2017. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generiek e beleidskeuzes
11/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase de zgn. 'SER-ladder' gehanteerd. Deze komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaande bebouwing en herstructurering worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend.
Met betrekking tot (woningbouw)ontwikkelingen geldt het concentratiebeleid wat inhoud dat stedelijke ontwikkelingen (wonen, werken en voorzieningen) zoveel mogelijk geconcentreerd worden in de stedelijke netwerken Twente (Enschede, Hengelo, Almelo, Oldenzaal en Borne), Zwolle-Kampen en Deventer Stedendriehoek. Daar mag gebouwd worden voor de (boven)regionale behoefte. De kernen Hardenberg en Steenwijk kunnen bouwen voor de regionale behoefte mits dit past binnen de regionale programmering. In de onderbouwing van nieuwe initiatieven geeft de gemeente inzicht in de wijze waarop daarmee wordt voorzien in de behoefte van deze gemeente. Hiervoor geldt een verplichting van (boven)regionale afstemming wat erop is gericht om gemeenten gezamenlijk verantwoordelijkheid te laten nemen voor de regionale programmering van woningbouw, werklocaties en stedelijke voorzieningen. Ook wanneer een gemeente alleen voorziet in haar eigen (lokale) behoefte is onderlinge afstemming gewenst, omdat het aanbod in een gemeente aan woningen, werklocaties en voorzieningen onderdeel uitmaakt van een regionale markt.
Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven.
Gebiedsk enmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
Generiek e beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase "generieke beleidskeuzes" zijn de artikelen 2.1.2 (Principe van concentratie), 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.4 (Toekomstbestendigheid), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), en 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening relevant.
Toetsing van het initiatief aan de generieke beleidskeuzes Het plangebied is door de gemeente Zwolle aangewezen als ontwikkellocatie voor woningbouw. In de gemeente Zwolle is er een grote behoefte aan woningen en Zwolle heeft een woningbouwopgave om te
12/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
voorzien in de bovenregionale behoefte. In paragraaf 2.2.1.2 is hier verder op ingegaan. (boven) Regionaal heeft er afstemming plaatsgevonden en is er bepaald dat stedelijke ontwikkelingen in Overijssel zoveel mogelijk geconcentreerd worden in de stedelijke netwerken. Het netwerk Zwolle-Kampen is er hier één van. Ook in de recent vastgestelde gemeentelijke omgevingsvisie (zie paragraaf 2.2.3.1) is het plangebied aangewezen als ontwikkellocatie. Daarnaast past de ontwikkeling binnen de doelstellingen van het Dorpsplan Wijthmen. Het dorpsplan is met lokale partijen opgesteld, waarmee lokale afstemming ook heeft plaatsgevonden. Regionaal en lokaal heeft er dus afstemming plaatsgevonden over het woningbouwplan in Wijthmen. Het toevoegen van woningbouw is een lokale / regionale sociaal-economische ontwikkeling die bijdraagt aan de leefbaarheid en de woningbehoefte van Wijthmen. Daarnaast betreft de voorgenomen ontwikkeling een uitleglocatie voor het dorp Wijthmen waarvoor binnen het bestaand bebouwd gebied in Wijthmen simpelweg geen ruimte is. Deels vormt de locatie al een herstructureringslocatie omdat er in het plangebied een agrarisch bedrijf verdwijnt. De locatie is zo gekozen dat het zorgt voor een versterking van het ruimtelijk karakter van het dorp. Door woningbouw ter plekke zullen voorzieningen als het Kulturhus ruimtelijk meer bij het dorp gaan horen.
Verder kan met uitsluitend woningbouw binnen bestaand stedelijk gebied niet worden voldaan aan de Zwolse woningbouwopgave. Om die reden zijn ook locaties buiten het bestaand bebouwd gebied aangewezen voor woningbouw. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de woningbouwopgave van Zwolle/Wijthmen, versterkt de leefbaarheid van Wijthmen en wordt op een zorgvuldige wijze ingepast in de omgeving. Met de woningbouw kan Wijthmen ook in de toekomst en vitaal dorp blijven. Onder andere door de sloop van de ontsierende agrarische bebouwing, de stedenbouwkundige- en landschappelijke inpassing en de compensatie van groen en het natuurinclusief bouwen als omschreven in paragraaf 2.5 en paragraaf 3.6, wordt duurzame ruimtelijke kwaliteit gegenereerd. De locatie ligt buiten Natura 2000 en het Nationaal Natuur Netwerk.
Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Met de ontwikkelingsperspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie Overijssel vorm gegeven. Hiervoor gelden de gebiedskenmerken als onderligger. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap; wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap. De locatie is gelegen binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. "Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap" Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Binnen het ontwikkelingsperspectief "Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap" kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt.
''Stads- en dorpsrandgebieden'' In de Stedelijke Omgeving vind je enkele bijzondere gebiedscondities die specifieke kansen met zich meebrengen. Denk aan kenniscentra, stadsassen en stationsgebieden, maar ook aan stads- en dorpsrandgebieden. De stads- en dorpsrandgebieden vormen de overgang tussen de Stedelijke en de Groene Omgeving, en zijn 13/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
daarmee zowel entree van de stad als verbinding naar het buitengebied. Het vormgeven als entree van zowel de Groene als de Stedelijke Omgeving is een belangrijk kwaliteitsdoel. Als er naast de inmiddels geplande woon- en werklocaties nog behoefte ontstaat, kunnen nieuwe woon- en werkmilieus worden ingezet om de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de stads- en dorpsrandgebieden te verhogen en de landschappelijke structuur in deze gebieden te versterken. In de stads- en dorpsrandgebieden liggen ook kansen om beleidsambities op het gebied van natuur, water, en energie te realiseren én om de functie als ‘uitloop’-gebied voor de stad te versterken door verdichting van het routenetwerk voor langzaam verkeer. Toetsing aan het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werk en in het kleinschalig mixlandschap' De locatie ligt in het kleinschalige mixlandschap en in de stads- en dorpsrandzone. De woonfunctie wordt als passend gezien in het mixlandschap en de stads- en dorpsrand. Met de ontwikkeling wordt is door middel van het beeldkwaliteitsplan dat is opgenomen in Bijlage 6 gewaarborgd dat wordt voorzien in een goede stedenbouwkundige- en landschappelijke inpassing. Op verschillende manieren wordt ook een bijdrage geleverd aan bijvoorbeeld het beleefbaar maken van het cultuurlandschap of het geschikt maken van het plangebied voor verschillende diersoorten.
Door de realisatie van de woningen wordt de vitaliteit van Wijthmen vergroot en een bijdrage geleverd aan de (Zwolse) woningbouwopgave. Uit paragraaf 3.9.2 en 3.9.4 blijkt dat er geen sprake is van een directe belemmering van de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven. Het initiatief is in overeenstemming met het ontwikkelingsperspectief. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. In voorliggend geval wordt de stedelijke laag buiten beschouwing gelaten, gezien de locatie op basis van deze kenmerken geen specifieke eigenschappen kent. De Natuurlijke laag De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart 'de Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype "Dekzandvlakte en ruggen". De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken.
Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem, door beplanting met 'natuurlijke' soorten en door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. De laag van het agrarische cultuurlandschap De tweede laag beschrijft het palet van agrarische cultuurlandschappen met hun dragende structuren en nederzettingsvormen. Deze laag is het resultaat van de wisselwerking tussen verschillen in de natuurlijke ondergrond en de manier waarop gebieden in cultuur werden – en worden – gebracht. Door de eeuwen heen is een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing (hoeven, kernen en dorpen) gegroeid. Vanouds kennen de nederzettingen een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omliggende landschap. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap ' aangeduid met het gebiedstype "Oude hoevenlandschap". De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. Binnen deze structuren zijn er vol op mogelijkheden om een functioneel grootschalige landbouw in een kleinschalig landschap te ontwikkelen.
De laag van de beleving In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De locatie is 14/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' aangeduid met de aspecten 'Donkerte' en 'IJssellinie inundatieveld'. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden. Bakens in de tijd zijn relicten van diverse aard uit verschillende perioden van de wordingsgeschiedenis van Overijssel. De essentie van de bakens in de tijd is, dat ze de verhalende laag toevoegen aan het landschap. Het zijn belangrijke ingrediënten in de opbouw van gebiedsidentiteit. Het zijn plekken waar ‘tijds- diepte’ tot intense indrukken leidt. Toetsing aan de gebiedskenmerken De ontwikkeling vindt voor een deel plaats op een bestaand agrarisch erf en voor een deel vindt de woningbouw plaats in het agrarisch grasland.
Het plangebied zal daarmee duidelijk een ander karakter krijgen dan in de huidige situatie het geval is. Het plan oriënteert zich rondom een brink wat past binnen het ‘Oude hoevenlandschap’. De opzet van het stedenbouwkundige weefsel is rondom deze centrale groene plek georganiseerd. Deze plek wordt door informele routes verbonden met de rest van het plan en het omliggende landschap. Naast de fysieke verbindingen zijn er op een aantal plekken aan de randen van het plan ook visuele verbindingen met het omliggende landschap wat ook aansluit op de ambitie binnen het‘ Oude hoevenlandschap’ . De zuidgrens van het plan ligt direct aan het open landschap. Om een vriendelijke overgang te creëren van het open landschap naar bebouwd gebied ligt hier een bebouwingsvrije zone van 5 meter. Tevens fungeert het aanwezige talud op de grens tussen het open landschap en het plangebied dat is ontstaan door afgraving van de es als een natuurlijke erfscheiding. Hiermee wordt het verschil tussen hoog en laag beter benadrukt wat aansluit op de ambitie binnen het gebiedstyoe "Dekzandvlakte en ruggen”. Ook het hemelwater wordt op een natuurlijke wijze geïnfiltreerd in het plangebied middels een wadi waarmee een natuurlijk watersysteem wordt gecreëerd en er wordt streekeigen beplanting toegepast wat weer aansluit op de ambities binnen het gebiedstype "Dekzandvlakte en ruggen".
Met de bovengenoemde componenten sluit de nieuwe buurt aan bij de identiteit en de eigenheid van Wijthmen: landelijk en rijk geschakeerd, met open zichtlijnen naar de omliggende weilanden en bosschages. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de “Natuurlijke laag” en de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap". Wat betreft de "Laag van de beleving" wordt gesteld dat er geen sprake is van een onevenredige toename van kunstlicht en er tevens geen sprake is van negatieve effecten op het IJssellinie inundatieveld. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de gebiedskenmerken. 2.2.2.2 Conclusie Het plan is in overeenstemming is met het provinciaal beleid. 2.2.3
Gemeentelijk beleid
2.2.3.1 Omgevingsvisie ons Zwolle van morgen 2030
Inleiding Ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet heeft de gemeente de omgevingsvisie “Ons Zwolle van morgen 2030” opgesteld. De omgevingsvisie, dat op 13 september 2021 door de raad is vastgesteld, beschrijft de koers voor de
15/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
fysieke leefomgeving van de gemeente Zwolle vooral op de periode tot 2030. De visie helpt om de volgende stappen te zetten in de ontwikkeling van de gemeente waarin leefbaarheid, gezondheid, wonen, mobiliteit, klimaat, duurzaamheid en economie hoog in het vaandel staan. Steeds meer Zwolle: ambities en k ernopgaven Aan de hand van de Zwolse Kernopgaven wordt de omgevingsvisie opgebouwd. “De drager” van de gemeente is het menselijk kapitaal. Centraal staat de ambitie: Zwolle versterkt en benut het menselijk kapitaal van Zwolle. De kwaliteiten op het gebied van landschap, cultuurhistorie en biodiversiteit van de bestaande stad en haar natuurlijke omgeving is een ijzersterk “fundament”, om op verder te bouwen. Centraal staat de ambitie: Zwolle behoudt en versterkt haar ruimtelijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten. De drager en het fundament vormen de structurele verbindingen in het ‘Huis van Zwolle’ te midden van de volgende drie leidende ambities voor de verdere ontwikkeling: Zwolle versterkt haar stedelijkheid, wordt nationaal en internationaal aantrekkelijker en bestendigt zo haar (economische) toppositie als regio; Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal; Vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen. Dit is terug te vertalen naar de volgende afbeelding:
Afbeelding: Uitsnede Ons Zwolle van morgen 2030
Ontwikkelingen en opgaven verbonden aan ambitie De wereld om ons heen verandert voortdurend. Er zijn allerlei factoren die van invloed zijn hoe we de ruimte inrichten. Trends en ontwikkelingen op gebieden als leef-, klimaatbestendige-, duurzame- en werkgemeente, een gemeente waar we ons verplaatsen en Zwolle als onderdeel van Nederland en de regio geven inzicht voor de visie met een doorkijk naar de effecten ervan voor Zwolle. Ruimtelijke koers
16/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
Basis De ruimte om te leven is de belangrijkste waarde. Ruimte om te leven voor mens, plant en dier. Leefbaarheid of kwaliteit van leven staat voorop en is leidend bij iedere ontwikkeling: een gezonde balans tussen welzijn en welvaart. Sturen op kwalitatieve ontwikkeling Voor de inrichting van de stad en van het buitengebied zijn de volgende spelregels en principes van toepassing als sturingsfilosofie: 1. 2. 3. 4.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. De kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen. De Omgevingsvisie wordt gebruikt als gids voor ruimtelijke ontwikkelingen. Ambities mogen gewogen worden in een goed proces met de omgeving en met de gemeenteraad. 5. Er wordt gebiedsgericht gewerkt. Daarbij gelden ook de opgaven, doelen, randvoorwaarden en ambities uit de thematische raamwerken en de gebiedsprofielen. Randvoorwaarden Deze ontwikkeling vinden plaatsen binnen een aantal randvoorwaarden: Ruimte voor een leefbare stad Er is ruimte nodig om het woningtekort aan te pakken. Er is ook ruimte nodig voor een gezonde buitenruimte met veel groen. Er is ruimte nodig voor ondernemers. Ruimte is ook nodig om te wandelen, te fietsen, voor de bus, de trein en de auto. 1000 woningen per jaar met een focus op stedelijk wonen Uitgangspunt is het toevoegen van stedelijke woonkwaliteit door te ontwikkelen als een sterke groeistad, een vernieuwende woonstad, een solidaire leefstad en een duurzame deltastad. Met 1000 woningen per jaar tot 2030 wordt het woningtekort op alle fronten aangepakt met onderscheidende woonmilieus en een gevarieerd woonaanbod voor iedere inkomenscategorie. Het woonprogramma bestaat voor 30% uit goedkope woningen, 40% is middelduur en 30% duur.
Grofweg landt 60% van de nieuwe woningen in de bestaande stad met verschillende stedelijke woonmilieus en stedelijke woonvormen. Grofweg 40% van de woningen wordt gerealiseerd in de suburbane woonmilieus wat hoofzakelijk bestaat uit grondgebonden woningen. In de ontwikkeling van de woningen wordt gestreefd naar nieuwe onderscheidende, stedelijke woonvormen en combinaties van wonen en werken. Mobiliteit en bereikbaarheid als belangrijke drager voor leefbaarheid Meervoudig ruimtegebruik en denken in drie dimensies is het vertrekpunt. Dat betekent enerzijds de hoogte opzoeken (hoogbouw en verdichting) anderzijds wordt ingezet op beter passende vormen van mobiliteit en bereikbaarheid met minder ruimtebeslag. Tenslotte wordt meer aandacht besteed aan de fietser en de voetganger en minder voorrang gegeven aan de automobilist. Aandacht voor de economie van stad, gemeente en regio De economie wordt versterkt, voornamelijk voor het cluster rond gezondheidszorg, voor ict/e-commerce en de creatieve industrie. Er wordt ruimte gezien voor groei van de logistieke sector. Innovatie en nieuwe bedrijvigheid wordt gestimuleerd waarbij gekeken wordt naar de koppeling met maatschappelijke thema’s. De Zwolse strategische ontwikkelzones Er zijn een drietal strategische ontwikkelzones met daarbinnen diverse gebieden die (deels) transformeren naar een andere functie: 1.
De binnenstad en de schil rondom de historische binnenstad: de StadsKrans.
17/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
2. De zone verbonden aan de stadsring en dus aan de belangrijkste openbaar vervoer en autoverbindingen: de StadsRuit met daarin een aantal belangrijke ontwikkelgebieden zoals de Spoorzone en de Zwartewaterallee. 3. De schil waar de stad het omliggende buitengebied ontmoet. De scherpe rand tussen het groen van het landschap en het grijs en rood van de stad: de StadsRand. Visie op hoogbouw Voor de verdere verdichting biedt hoogbouw een oplossing. Dat vraagt een zorgvuldige aanpak passend bij het huidige Zwolse stadsilhouet. Naar een multifunctioneel buitengebied: stad en land verbonden Centraal staat de ambitie om te werken aan een vitaal, solidair, gezond en duurzaam buitengebied. Om die ambitie in te vullen staan de volgende doelen centraal: Behoud en ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteiten (o.a. landschap, stilte, cultuur(historie) en natuur (planten en dierenleven)); Bieden van ruimte voor ontwikkelingen (o.a. landbouw, recreatie, klimaatadaptatie, energietransitie, niet-agrarische bedrijvigheid, vrijetijdseconomie en wonen); Een goede digitale bereikbaarheid van het buitengebied (bijvoorbeeld via glasvezel); Het verbinden van stad en ommeland, met onder andere recreatieve fiets- en wandelroutes voor inwoners en bezoekers van de stad Zwolle.
Raamwerken: Om het goed ondernemen en prettig wonen in Zwolle te borgen wordt gewerkt aan het behouden, beschermen en ook ontwikkelen van de Zwolse omgevingskwaliteiten. Dit door het vastleggen van de belangrijkste fysieke structuren van Zwolle: raamwerken genoemd, het geraamte van Zwolle. Het raamwerk laat de grote fysieke structuren zien die bepalend zijn voor de ontwikkeling op lange termijn. Een hoofdstructuur waarbinnen ontwikkelingen mogelijk zijn en benoemd de condities om Zwolle in de toekomst aantrekkelijk en toekomstbestendig te houden. Het gaat om de volgende raamwerken: het fysiek kapitaal (landschap, cultuurhistorie en natuur), klimaatadaptatie, gezondheid, mobiliteit, circulariteit, de ondergrond en de buitenruimte. Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van cultuurhistorie, biodiversiteit en landschap als belangrijke fysieke waarden. Er is inzichtelijk gemaakt waar die waarden aanwezig zijn. Daaruit volgen een spelregels hoe hier om te gaan wanneer sprake is van ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving.
Gebiedsprofielen: De gebiedsprofielen beschrijven een integraal toekomstbeeld voor de gebieden. Er is aandacht voor het gewenste woonmilieu, de sociale en economische dynamiek, de ruimtelijke kwaliteit, de mate van functiemenging, het mobiliteitsbeleid, gezondheid, de mogelijkheden van vergroening en de verduurzaming van gebouwen en de buitenruimte. Elk gebiedsprofiel is opgebouwd uit de volgende twee onderdelen: Beschrijving van het gebied De gewenste ontwikkelrichting met specifieke opgaven. De bestaande kenmerken (fysiek en sociaal) en kwaliteiten van gebieden zijn het vertrekpunt voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. 18/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
De volgende gebiedsprofielen worden onderscheiden: Het Zwolse centrumgebied; Stedelijk gebied; Levendige gebieden (winkelcentra, ontmoetingsplekken en evenementenlocaties); Sub-urbaan gebied/groenstedelijk; Dorpen in het buitengebied van Zwolle; Werkgebieden en –locaties; Stedelijk groen; Agrarisch landschap; Gemengd landelijk gebied en buurtschappen; Natuurlandschap; Vechtcorridor. Realisatiestrategie: Aan de slag met het grote aantal opgaven en uitdagingen kan alleen door samen op te trekken met de Zwolse samenleving, met andere overheden, ondernemers en investeerders. Ons vertrekpunt is, we doen het samen, waarbij de rol van de gemeente telkens maatwerk is en zijn we iedere keer duidelijk over onze rol. Participatie is van groot belang om doelen en ambities in de leefomgeving te bereiken. De opgaven worden met een gebiedsgerichte benadering aangepakt op die wijze kunnen opgaven worden gebundeld en meekoppelkansen benut. Bij ieder initiatief in de fysieke leefomgeving, groot of klein, staan de doelen uit de Omgevingsvisie centraal. De Omgevingsvisie is het integrale beleidskader voor de eerste beoordeling van ruimtelijke initiatieven.
Toetsing aan de omgevingsvisie Voor Wijthmen wordt ingezet op behoud en versterken van de toekomstbestendigheid van het dorp. Dit betekent onder andere behoud van het bestaande voorzieningenniveau, het dorpse karakter en het toevoegen van woningen passend bij de schaal, maat en autonome groei van Wijthmen. Het dorpse karakter staat in de ontwikkeling van Wijthmen altijd centraal. De omgevingsvisie geeft voor Wijthmen een aantal specifieke opgaven, Eén daarvan stelt dat toevoegen van woningen wenselijk is voor een toekomstbestendig en leefbaar Wijthmen. Dit overeenkomstig het in 2010 opgestelde dorpsplan. Eén van de benoemde woningbouwlocaties betreft het plan Het Buyten. Deze ontwikkeling past binnen de hoofdlijnen en ambities uit de omgevingsvisie. 2.2.3.2 Dorpsplan Wijthmen Voor Wijthmen is een dorpsplan opgesteld, welke in 2010 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het Dorpsplan Wijthmen uit 2010 geeft de ruimtelijke visie voor het dorp en de directe omgeving. De visie is gebaseerd op de karakteristieke eigenheid en identiteit van Wijthmen. Het plan kent diverse doelstellingen. Het geeft onder andere ontwikkellocaties voor woningbouw rondom het dorp. Belangrijk is dat het toevoegen van woningen aan het dorp Wijthmen één van de belangrijkste speerpunten is in het dorpsplan. In het dorpsplan Wijthmen is het plangebied aangewezen als locatie voor geclusterde bebouwing.
Het plangebied is aangewezen als fase 1, wat betekend dat deze fase als eerste ontwikkeld dient te worden. Door het toevoegen van bebouwing in de omgeving van de Erfgenamenweg in het gebied tussen het Kulturhus, school, sportvelden en de bestaande ‘kern’ zal het Kulturhus ruimtelijk meer bij het dorp horen. Op de locatie in de omgeving van het Kulturhus, school en sportvelden zijn de zorgvoorzieningen gepland. Op deze wijze is er samenwerking tussen de verschillende voorzieningen mogelijk. De toekomstige
19/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
woonclusters hebben een gemengd karakter, maar de wens is dat deze ook woningen voor starters bevatten. Het is de bedoeling dat er in een periode van 15 jaar vanaf 2010 tussen de 105 en 185 woningen worden gerealiseerd (exclusief zorgwoningen) voor de hieronder genoemde doelgroepen: starters uit het dorp; doorstromers uit het dorp; ouderen; terugkeerders; nieuwkomers. In het dorpsplan staat dat moet worden voorzien in de volgende woningtypen: Rijtjeswoningen 2-onder-1-kap-woningen Vrijstaande woningen Woon-werk-woningen In het stedenbouwkundig plan dat is opgenomen in Bijlage 6 is te zien wordt voorzien in de hierboven genoemde woningtypologieën. Daarnaast is in het stedenbouwkundig plan zoveel mogelijk rekening gehouden met de verdere genoemde uitgangspunten uit het dorpsplan. De ontwikkeling van de woningen in het plangebied dat mogelijk wordt gemaakt middels dit bestemmingsplan levert een belangrijke bijdrage aan de ambitie om in (de omgeving) Wijthmen in de periode 2010-2025 tussen de 105 en 185 woningen te realiseren. De locatie van het plangebied is aangewezen als fase 1 van de ontwikkelingen in Wijthmen. De Omgevingsvisie geeft aan dat het dorpsplan geactualiseerd gaat worden. Er is inmiddels een start gemaakt met die actualisatie. Het woningbouwplan Het Buyten zal deel gaan uitmaken van het geactualiseerde dorpsplan.
2.2.3.3 Conclusie Het plan is in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid.
2.3
Archeologisch en cultuurhistorisch beleid
Archeologisch beleid Het archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet is per 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet voorzag in een nieuwe regeling voor de archeologie in de Monumentenwet 1988. Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid gemeente Zwolle vast te stellen. Het beleid is uitgewerkt aan de hand van een viertal kernbegrippen: kenbaarheid, verankering, betaling en kwaliteit. Centraal thema daarbij is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in het bestemmingsplan worden bestemd met een dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's). Het beschermingsregime zoals opgenomen in landelijke en gemeentelijke wet/regelgeving is, aldus de Omgevingsvisie, voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Cultuurhistorisch beleid In november 2009 stemde de Tweede Kamer in met de beleidsbrief modernisering monumentenzorg (MoMo).
Het behoud en de bescherming van monumenten is hiervan een belangrijk doel én er vindt een verbreding plaats naar de omgeving. Overal in steden, dorpen en landschappen zijn plaatsen van
20/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
herinnering, plaatsen met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Goede ruimtelijke ordening betekent dat alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte in de besluitvorming worden betrokken. Daarom is de eerste pijler van MoMo gericht op cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Om meer vorm en inhoud te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening zullen gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Het berschermingsregime zoals opgenomen in landelijke en gemeentelijke wet/regelgeving is, aldus de Omgevingsvisie, voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving.
Benut het maatschappelijk belang van erfgoed als identiteits-, kwaliteits-, en waarde vermeerderende factor en als inspiratiebron bij ingrepen in de fysieke leefomgeving Op grond van de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedverordening Zwolle 2010 is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning een beschermd (rijks- of gemeentelijk) monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigingen. Ook is het verboden een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het archeologisch en cultuurhistorisch beleid. Uitgangspunt is dat de cultuurhistorische waarden in stand worden gehouden en waar mogelijk worden versterkt. Cultuurhistorie geldt verder als inspiratiebron bij ruimtelijke ontwikkelingen. Er is geen beschermende regeling opgenomen omdat er zich geen objecten met een cultuurhistorisch hoge waarde in het plangebied bevinden. Wat betreft archeologie en cultuurhistorie wordt verder ingegaan in paragraaf 3.3 en 3.4.
2.4
Verkeersbeleid
Mobiliteitsvisie Het op dit moment vigerende Zwolse mobiliteitsbeleid vloeit voort uit het rijks – en provinciaal beleid en is verwoord in de Mobiliteitsvisie. De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december 2019. In de mobiliteitsvisie komt naar voren dat de verdere groei van de mobiliteit niet zondermeer opgevangen wordt door de mobiliteitsvraag te faciliteren met nieuwe infrastructuur. En dat de ambitie is voornamelijk te investeren in een bereikbaar en toegankelijk Zwolle, waarbij mobiliteit gaat bijdragen aan andere Zwolse doelstellingen. Van economische groei tot de woningbouwopgave; van klimaat neutrale gemeente tot gezonde en vitale wijken. De ambitie is dat we ervoor zorgen dat Zwolle ook in de toekomst goed bereikbaar is door fietsen, lopen en reizen met het openbaar vervoer te stimuleren én door het autogebruik beter te spreiden. Alleen met al deze maatregelen kunnen we de knelpunten in het Zwolse verkeer voldoende wegnemen om de verwachte groei van verkeersdeelnemers op te vangen en Zwolle bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. De STOP-methode is in Zwolle leidend bij al onze ontwerpopgaven voor infrastructuur bij de inrichting van de buitenruimte. We gaan eerst uit van Stappen (wandelaars), en vervolgens kijken we naar Trappen (fietsers) dan het OV en tot slot de personenauto’s. Zwolle heeft een gunstige positie qua ontwikkeling.
In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei, leefbaarheid en dergelijke is het daarom noodzakelijk om prioriteiten te stellen. Zwolle wil de kwaliteiten als bereikbare en gezonde stad vasthouden door, naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur, de samenleving te mobiliseren om de groeiende vraag naar mobiliteit om te buigen in een duurzame richting. 21/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
Parkeren De Regeling Parkeernormen 2016 welke voor het laatst in 2021 is geactualiseerd, is het toetsingskader voor parkeren in het geval van vastgoedontwikkelingen, bestemmingsplannen en aanvragen van een omgevingsvergunning in de gemeente Zwolle. Het beleid van de Gemeente Zwolle is dat de parkeeropgave van een bouwplan of een ontwikkeling primair op eigen terrein van het bouwplan of ontwikkeling gerealiseerd moet worden. Wat de parkeeropgave is, wordt bepaald aan de hand van de parkeerkencijfers CROW. De aan te leggen parkeerplaatsen dienen ook te voldoen aan de eisen uit De Regeling Parkeernormen 2016, versie 2021, van de gemeente Zwolle t.a.v. maatvoering en bruikbaarheid. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het verkeersbeleid, dit is verantwoord in paragraaf 3.5.
2.5
Groenbeleid
De Bomenverordening 2021 geeft regels over het vellen van bomen. Voor het vellen van een boom binnen de op de Groene Kaart weergegeven hoofdgroenstructuur is in aangegeven gevallen een (kap)omgevingsvergunning nodig (o.a. met een stamomtrek groter dan 30 cm). De omgevingsvergunning voor het vellen van beschermde houtopstand wordt geweigerd indien de belangen van het vellen van de houtopstand niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand. Bijzondere houtopstand heeft de hoogste waardering, bomen in de hoofdgroenstructuur hebben een hoge waardering, nevengroenstructuur kent een basiswaardering.. Het beschermen van de natuur, het beschermen van de gezondheid en het tegengaan van klimaatverandering, het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden, de beeldbepalende waarde van houtopstand, de cultuurhistorische waarde van houtopstand en het houden van een kwalitatief goed bomenbestand wordt bij de afweging betrokken. Bij de vergunning wordt in beginsel een verplantingsplicht, een herbeplantingsplicht en/of een financiële compensatie opgelegd. Landschappelijke en natuurwaarden maken deel uit van het fysieke kapitaal van Zwolle, zoals beschreven in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen en aansluitend op het LOP Zwolle, Zwartewaterland en Kampen.
De ligging van de stad Zwolle is bijzonder vanwege zijn fraaie ligging in het landschap met bijbehorende natuurwaarden. Kenmerkend voor Zwolle is de aanwezigheid van een hoofdgroenstructuur, de 'groene longen' van Zwolle. De stedelijke hoofdgroenstructuur bestaat uit een samenstel van groenelementen die in samenhang een belangrijke betekenis hebben voor het leefklimaat van de stad. De koers is dat de hoofdgroenstructuur in de toekomst behouden blijft, of aangevuld, waar nodig, vanwege het belang voor de gemeente als geheel. Het fysiek kapitaal maakt onderdeel uit van het raamwerk Zwolle, waarbinnen ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving vorm kunnen krijgen. Belangrijk is dat de waarden van het fysiek kapitaal op een zorgvuldige wijze wordt meegewogen bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Daarvoor zijn spelregels vastgelegd.
Vanuit landschap en natuur zijn dat: Natuurwaarden: de natura2000-gebieden in Zwolle zijn beschermt via Europese wetgeving en is voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving; Natuurwaarden: de NNN-gebieden zijn beschermt via provinciale regelgeving, namelijk via de provinciale Omgevingsverordening en is voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving; Landschap en natuurwaarden: ingrepen in de fysieke leefomgeving mogen netto kwalitatief niet ten koste gaan van het landschappelijke kwaliteiten, de Zwolse hoofdgroenstructuur en de aanwezige natuurwaarden. De natuurwaardenkaart is een belangrijk kader om die afweging te kunnen maken; Landschap en natuurwaarden: een goede landschappelijke en stedelijke inpassing, passend bij de kenmerken van het landschap is een vereiste bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het groenbeleid, dit is verantwoord in paragraaf 3.2.
22/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
2.6
Natuurbeleid
Wet natuurbescherming (2017) De Wet natuurbescherming is per 1 januari 2017 in werking getreden. In deze wet zijn de oude Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet en Boswet opgenomen. De wet voorziet in vereenvoudigde regels ter bescherming van de natuur, in decentralisatie van bevoegdheden naar provincies en in een goede aansluiting op het omgevingsrecht. In de wet worden 945 soorten (planten en dieren) actief beschermd. Alles wat schadelijk is voor beschermde soorten, is verboden. Het gaat dan bijvoorbeeld om het plukken van bepaalde planten en het verstoren, verjagen of doden van dieren. In bepaalde situaties mag dit wel, maar daarvoor is dan een ontheffing of vrijstelling nodig. De wet gaat daarbij uit van het 'nee, tenzij' principe. Ten behoeve van gebiedsbescherming geldt dat voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor beschermde natuur een vergunning nodig is. De wet vormt de wettelijke basis voor de aanwijzing van alle Natura 2000-gebieden en het opstellen van Natura 2000-beheerplannen. Het Natura 2000-gebied “Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht” is op 4 juli 2013 door de staatssecretaris van het Ministerie van Economische Zaken aangewezen als Natura 2000-gebied. Bossen worden in de Wet natuurbescherming beschermd, met name het oppervlak. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant.
Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan moet dit op een andere locatie plaatsvinden (compensatie). Dit geldt ook bij het rooien en het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bomen tot gevolg hebben. Voor bos dat gekapt wordt ten behoeve van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden geldt geen herplantplicht. Wel kan er een meldingsplicht gelden of een kapvergunning nodig zijn voor de kap van bomen. Natura 2000 gebieden Nederland heeft met de aanwijzing van Natura2000 gebieden de gebiedsbescherming van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verankerd. Nederland zorgt aan de hand van een vergunningenstelsel voor een zorgvuldige afweging rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Deze vergunningen worden verleend door de provincie. Ook projecten buiten de aangewezen gebieden kunnen van invloed zijn op de instandhoudingsdoelstellingen hiervan (externe werking). Nationaal Natuur Netwerk Het Nationaal Natuur Netwerk (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten.
Deze bescherming kent geen “externe werking” zoals wel het geval is bij de Natura2000 gebieden. Flora en fauna De Wet natuurbescherming is eveneens op de soortbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van bedreigde dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de staat van instandhouding van deze soorten. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het natuurbeleid. Dit wordt aangetoond in paragraaf 3.6.
2.7
Waterbeleid
Europees en nationaal beleid
23/75
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
Duurzaam schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. Dat zijn heel in het kort de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21e eeuw (WB21), die voortaan samengaan via het Nationaal Bestuursakkoord Water. Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat “een goede ecologische toestand”. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand). In de geldende Europese richtlijnen en de EU richtlijn Prioritaire Stoffen staat precies omschreven wat een goede chemische toestand voor oppervlaktewater is.
De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebiedbeheersplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Van 2010 tot 2015 is de eerste tranche uitgevoerd. De tweede tranche maatregelen loopt van 2016 tot 2021. Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de watersysteembenadering centraal. Er wordt uitgegaan van het geheel van relaties tussen waterkwaliteit, waterkwantiteit, oppervlaktewater, grondwater, watergebruikers en grondgebruikers. Hierbij wordt het kader geschept voor het Nederlandse waterbeheer in de komende decennia. Per 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. De beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen wordt nu gebaseerd op de overstromingskans. In 2050 moeten de waterkeringen voldoen aan de normen die per 1 januari 2017 van kracht zijn. Waterbeheer 21e eeuw WB21 anticipeert op toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer.