Bpl Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten) toelichting bijlagen.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN
Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten) Gemeente Zwolle
COLOFON Plannaam
Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
Plannummer
NL.IMRO.0193.BP20007-0004
Datum
september 2022
Planstatus
vastgesteld
Opdrachtgever
Loostad
Projectteam Witpaard
Johan Drenth Ruben Beens Andor Keur Melissa Bredewold
Projectnummer
0193.939SW19
Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
Inhoudsopgave
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
3
Bijlage 1
Aanmeldnotitie m.e.r.
4
Bijlage 2
Activiteitenplan
25
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek industrielawaai
58
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
309
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek toename wegverkeer
514
Bijlage 6
Beeldregiekader
519
Bijlage 7
Ecologische Quickscan
558
Bijlage 8
Geurgebiedsvisie
586
Bijlage 9
Lichthinderonderzoek
627
Bijlage 10
Memo beschermingszone bomen Wijthmen
679
Bijlage 11
Mer-beoordelingsbesluit
693
Bijlage 12 Nader onderzoek huismussen, boerenzwaluw, kerkuilen, marterachtigen, egels en vleermuizen
695
Bijlage 13
Verkennend bodemonderzoek
726
Bijlage 14
Voortoets stikstofdepositie
889
Bijlage 15
Watertoets
922
2/926
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
BIJLAGEN BIJ DE T OELICHT ING
3/926
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
Bijlage 1 Aanmeldnotitie m.e.r.
4/926
Project
Ruben Beens Datum +31 88 600 67 20 Dossiernummer Bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
Onderwerp
Aanmeldnotitie m.e.r. Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
Behandeld Telefoon
21 januari 2022 0139.939SW18
Inhoud
1. Inleiding
3
2. m.e.r.-plicht 4 3. De (vormvrije) M.E.R.-Beoordeling 10 4. Conclusie
2/20
16
1. Inleiding
1.1 Aanleiding
Aan de Erfgenamenweg 16 en omgeving te Wijthmen in de gemeente Zwolle is een plan opgesteld voor het realiseren van circa 112 woningen. Voor dit plan is momenteel een bestemmingsplan in voorbereiding. In deze rapportage is de toetsing aan het Besluit m.e.r. opgenomen. Uit de eerste toetsing is gebleken dat sprake is van een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht (zie hoofdstuk 2). Het bevoegd gezag dient te besluiten of de realisatie van de woningen al dan niet leidt tot belangrijke negatieve milieueffecten die noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Onderhavige rapportage betreft de Aanmeldnotitie (vormvrije) m.e.r.-beoordeling op basis waarvan het bevoegd gezag kan besluiten. 1.2 Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt in de eerste plaats ingegaan op de huidige wet- en regelgeving omtrent milieueffectrapportages. Vervolgens wordt beoogde plan, de activiteit, getoetst aan deze wetgeving. Hoofdstuk 3 bevat de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling.
3/20
2. m.e.r.-plicht 2.1 Wet en regelgeving
Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. De milieueffectrapportageprocedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen om belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of omgevingsvergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage. Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben wordt de m.e.r.toets doorlopen. Er zijn drie gradaties in de zwaarte van de m.e.r.-toets. Figuur 1.1 geeft schematisch twee drempelwaarden weer die van belang zijn waarmee wordt beoordeeld of sprake is van een directe m.e.r.-plicht, een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht of van een (vormvrije) m.e.r.beoordelingsplicht. Onderstaand zijn deze drie vormen nader toegelicht.
2.1.1 De directe m.e.r.-plicht: (project of plan) milieueffectrapportage
De Europese Unie heeft in de richtlijn m.e.r. (2011/92/EU) aangegeven bij welke activiteiten er zeer waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten zijn door de Nederlandse regering overgenomen en verwerkt in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Indien de drempelwaarde van de (omvang van de) activiteit op de C-lijst wordt overschreden geldt de directe m.e.r.-plicht. Naast de C-lijst zijn ook plannen waarvoor een passende beoordeling opgesteld moet worden m.e.r.-plichtig en kunnen provincies in een provinciale verordening m.e.r.-plichtige activiteiten aanwijzen.
4/20
Voor deze activiteiten moet een milieueffectrapport worden opgesteld om de milieugevolgen van de activiteit op de leefomgeving in beeld te brengen zodat het bevoegd gezag in staat wordt gesteld om de milieugevolgen bij haar afwegingen te betrekken. Voor een zorgvuldige afweging bevat het rapport bovendien alternatieve oplossingen met bijbehorende milieueffecten. Plan- of project-m.e.r. Voor milieueffectrapportages wordt onderscheid gemaakt in een ‘plan’-m.e.r. en in een ‘project’m.e.r.. Kolom 3 van de bijlage (Besluit MER) bevat plannen die de gewenste activiteit mogelijk kunnen maken. Er is sprake van een plan als er na besluitvorming over het betreffende plan nóg een procedure (besluit) gevolgd moet worden om de activiteit mogelijk te maken. Het ‘plan’ is in dat geval kaderstellend voor nadien te nemen besluiten. Daarnaast is de plan-m.e.r. ook direct van toepassing op ‘plannen’ die worden opgesteld voor activiteiten die voorkomen op de D-lijst. Voor deze activiteiten is dus geen m.e.r.-beoordeling mogelijk. Er is sprake van een besluit als er na besluitvorming geen andere procedures noodzakelijk zijn voor de toelaatbaarheid van de activiteit. Een besluit is project/activiteit specifiek en is niet kaderstellend voor nadien te nemen besluiten. De project-m.e.r. kan hierdoor heel specifiek de te ontwikkelen activiteit onderzoeken. Besluiten waarvoor een project-m.e.r.
noodzakelijk is komen voor in kolom 4 van de C-lijst. Beperkte of uitgebreide m.e.r.-procedure Er wordt onderscheid gemaakt in de uitgebreide m.e.r.-procedure en de beperkte m.e.r.-procedure. Voor alle plannen en voor bepaalde complexe besluiten is de uitgebreide m.e.r.-procedure direct van toepassing. De beperkte procedure is van toepassing voor een groot deel van de besluiten inzake (omgevings)vergunningen. Echter indien naast het besluit inzake de (omgevings)vergunning ook sprake is van één van de onderstaande situaties, is de uitgebreide m.e.r.-procedure van toepassing. • Er dient in het kader van de activiteit ook een passende beoordeling worden opgesteld; • Er voor de uitvoering van de activiteit tevens een omgevingsvergunning tot het afwijken van het bestemmingsplan (art. 2.12 lid 1 onder a onder 3 Wabo) noodzakelijk is; • Er voor de besluit inzake de (omgevingsvergunning) ook tegelijkertijd een onlosmakelijk plan wordt opgesteld. Bij de beperkte procedure is het voortraject beknopter en zijn enkele stappen niet verplicht (zoals ‘kennisgeving van het initiatief’, advies over reikwijdte en detailniveau en geen verplichting in het voortraject de gelegenheid te bieden om zienswijzen in te dienen. Bovendien is het bij de beperkte procedure niet verplicht om de commissie-m.e.r. in te schakelen waardoor de daarmee gepaard gaande hoge kosten voorkomen kunnen worden.
5/20
2.1.2 De m.e.r.-beoordelingplicht: de (formele) m.e.r.-beoordeling
De wetgever heeft activiteiten aangewezen waarvan de gevolgen van de activiteit op het milieu niet bij voorbaat bekend is. Deze activiteiten zijn opgenomen op de D-lijst in de bijlage van het Besluit MER. Indien de drempelwaarde van de (omvang van de) activiteit op de D-lijst wordt overschreden, geldt de (formele) m.e.r.beoordelingsplicht. In de (formele) m.e.r.-beoordeling wordt middels het opstellen van een aanmeldingsnotitie beoordeeld of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er kunnen twee uitkomsten zijn: Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden; er dient een m.e.r.-procedure doorlopen worden. Belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op; er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r. procedure wordt doorlopen. Bij een m.e.r.-beoordeling is het vaak niet noodzakelijk om een diepgaand (en kostbaar) onderzoek uit te voeren om goede uitspraken te kunnen doen of de voorgenomen activiteit leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Een m.e.r.-beoordeling geldt uitsluitend voor besluiten. Indien de activiteit waarvan de drempelwaarde op de Dlijst wordt overschreden mogelijk wordt gemaakt door middel van een plan, dan geldt altijd en direct de m.e.r. plicht. De m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd aan de hand van een aantal vaste criteria.
Deze criteria zijn vastgelegd in Bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. In hoofdstuk 3 wordt hier nader op ingegaan. Daarnaast dient een formele procedure te worden gevolgd. 2.1.3 De m.e.r.-beoordelingplicht: de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling
De Nederlandse wetgever had (kleine) projecten die de drempelwaarden van de D-lijst van het Besluit MER niet overschrijden, als gevolg van de beperkte invloed op de omgeving, oorspronkelijk vrijgesteld van de MER-plicht. Het Besluit MER is echter door – hoofdzakelijk - 2 Europese uitspraken gewijzigd. Als gevolg van de eerste uitspraak is in 2011 ook voor ‘kleine’ activiteiten de ‘vormvrije m.e.r.- beoordeling’ geïntroduceerd. De inhoud en procedure van deze ‘vormvrije m.e.r.beoordeling’ waren daadwerkelijk vormvrij. Als gevolg van de tweede uitspraak is het Besluit MER in 2017 nogmaals aangepast en is de procedure en inhoud van de ‘vormvrije’ versie nagenoeg gelijkgetrokken aan de m.e.r.-beoordeling. Dat betekent dat voorafgaand aan de activiteit een besluit genomen moet worden of het uitvoeren van een plan/project MER al dan niet noodzakelijk is. Dit besluit moet worden onderbouwd door middel van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling die aantoont dat de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu c.q. leefomgeving. De inhoud van de beoordeling dient te voldoen aan de criteria zoals opgenomen in ‘bijlage III van de Europese MER richtlijn’. In feite bestaat er nu slechts één m.e.r.-beoordeling en is het verschil tussen de ‘vormvrije’ en de ‘formele’ variant nagenoeg verdwenen.
6/20
2.2 Toetsing aan de m.e.r.-verplichtingen
2.2.1 Is er sprake van een plan of een besluit Onderhavig plan betreft een bestemmingsplan dat de realisatie van circa 112 woningen mogelijk maakt. Het bestemmingsplan is in dit geval een besluit omdat na besluitvorming geen andere procedures (die voorkomen in kolom 4) noodzakelijk zijn voor de toelaatbaarheid van de activiteit. 2.2.2 Is er sprake van een directe m.e.r.-plicht? De eerste vraag die beantwoord moet worden is of voor het project activiteiten plaatsvinden waarvoor sprake is van een directe m.e.r.-plicht. Dit zijn projecten met een dusdanige impact op de omgeving waarvan duidelijk is dat nadelige gevolgen voor het milieu niet bij voorbaat uitgesloten kunnen worden. Als er sprake is van m.e.r.plicht dient een Milieueffectrapport (MER) te worden opgesteld en gelden de bijbehorende procedurele vereisten (kennisgeving doen met zienswijzetermijn, MER ter visie leggen en toetsing door de Commissie voor de m.e.r.). Er kunnen drie oorzaken zijn, van waaruit direct een m.e.r.-plicht ontstaat. Voorwaarde 1: C-lijst Besluit Milieueffectrapportage De bijlage van het Besluit Milieueffectrapportage bevat twee lijsten (bijlagen C en D) waarin categorieën van activiteiten zijn opgenomen (kolom 1). Daarnaast wordt in de lijst de omvang beschreven in de vorm van de zgn. drempelwaarden (kolom 2).
Kom je boven de drempelwaarde van de C-lijst, dan dient gelijk een project/plan MER doorlopen te worden. Onderhavige activiteit behoort niet tot één van de activiteiten op de C-lijst. Op basis van de bijlage is derhalve geen plan/project-m.e.r. noodzakelijk. Voorwaarde 2: Passende Beoordeling Natuurbeschermingswet Wettelijke plannen, waarvoor een Passende Beoordeling op grond van de We natuurbescherming nodig is, zijn m.e.r.-plichtig (artikel 7.2a Wet milieubeheer eerste lid). Voor het onderhavige plan is het opstellen van een Passende Beoordeling niet nodig (zie paragraaf 3.3.1. ter onderbouwing hiervan). Op basis van artikel 7.2.a lid 1 Wet milieubeheer is er derhalve geen sprake van een m.e.r.plicht. Voorwaarde 3: Provinciale milieuverordening Door Provinciale Staten kunnen aanvullend op het Besluit m.e.r. activiteiten worden aangewezen die kunnen leiden tot m.e.r.-plicht. De provincie Overijssel heeft een dergelijke aanvulling niet ingevuld. Het provinciaal beleid leidt niet tot m.e.r.-plicht.
7/20
2.2.3 Er is sprake van een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht? Er is geen sprake van een directe m.e.r.-plicht, maar mogelijk wel van (formele) m.e.r.beoordelingsplicht. Hiervoor is de D-lijst van het Besluit MER het toetsingskader. Het onderhavige plan behoort in ieder geval tot de categorie “D11.2 De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen”. De drempelwaarde (1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer) wordt echter niet overschreden. Het uitvoeren van een (formele) m.e.r.-beoordeling is derhalve niet noodzakelijk. 2.2.4 Er is sprake van een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht? Omdat het onderhavige plan als activiteit voorkomt op de D-lijst, als plan en als besluit voorkomt in respectievelijk kolom 3 en 4 van de D-lijst, maar de drempelwaarden zoals opgenomen in de tweede kolom niet worden overschreden is het noodzakelijk een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling uit te voeren.
2.2.5 Activiteiten waar mogelijk sprake van is Van de onderstaande activiteiten is mogelijkerwijs sprake: - Ontgrondingen: D16.1: De ontginning dan wel wijziging of uitbreiding van de ontginning van steengroeven of dagbouwmijnen, met inbegrip van de winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem, anders dan bedoeld onder D 16.2; Grondwateronttrekking: D15.2: De infiltratie van water in de bodem of onttrekking van grondwater aan de bodem alsmede de wijziging of uitbreiding van bestaande infiltraties en onttrekkingen.
De drempelwaarden van beide activiteiten worden niet overschreden. Bovendien is in dit stadium nog niet duidelijk of sprake zal zijn van de activiteiten waarbij tevens sprake is van een besluit zoals opgenomen in kolom 4. Indien een vergunning voor deze activiteiten aangevraagd moet worden, zal in het kader van deze vergunningen met de provincie (ontgrondingen) en het waterschap (grondwateronttrekking) worden besloten of een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. 2.3 Procedure en betrokken partijen Bij deze m.e.r.-beoordelingsprocedure zijn de volgende partijen aan te merken als initiatiefnemer en bevoegd gezag. De ontwikkelende partijen Loostad en Kreator zijn initiatiefnemer van het project en de gemeente Zwolle treedt op als bevoegd gezag. De gemeenteraad moet een bestemmingsplan vaststellen om dit plan mogelijk te maken.
8/20
De initiatiefnemer deelt aan het bevoegd gezag mede dat zij voornemens is een m.e.r.beoordelingsplichtige activiteit te realiseren. Dit doet de initiatiefnemer in deze aanmeldingsnotitie waarin zij de benodigde informatie opneemt op basis waarvan het bevoegd gezag een besluit kan nemen over de noodzakelijkheid van een m.e.r.(-beoordeling). Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken na ontvangst van deze aanmeldingsnotitie of er al of niet een m.e.r.-beoordeling moet worden opgesteld. Het besluit hoeft niet te worden gepubliceerd in de Staatscourant. Het (vormvrije) m.e.r.- beoordelingsbesluit vormt een bijlage bij het uiteindelijk te nemen besluit: het ontwerp en vaststelling van het bestemmingsplan. Er staat bij een m.e.r.beoordeling geen direct beroep en bezwaar open. Beroep en bezwaar vindt plaats in het kader van de procedure van het te nemen besluit (in dit geval het bestemmingsplan).
9/20
3. De (vormvrije) M.E.R.-Beoordeling 3.1 De kenmerken van de activiteit
Bij het kenmerk van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a) de omvang van het project; b) de cumulatie met andere projecten; c) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; d) de productie van afvalstoffen; e) verontreiniging en hinder; f) het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering. Ad a. de omvang van het project Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Zwolle in/nabij Wijthmen en heeft een oppervlak van circa 45.000 m². Binnen het plangebied worden circa 112 woningen gerealiseerd. Daarnaast worden er nieuwe parkeerplaatsen en infrastructuur aangelegd om het plangebied te ontsluiten. Wat betreft de structuur is er een stedebouwkundig plan opgesteld waarbij rekening is gehouden met bestaande structuren die het plangebied en de omgeving kent. Het oppervlak is kleiner dan 100 hectare, er worden niet meer dan 2000 woningen gerealiseerd en het betreft geen bedrijfsvloeroppervlakte. De omvang van het gebied is niet zodanig groot dat dit een m.e.r. (beoordeling) rechtvaardigt. Ad b. cumulatie met andere projecten De realisatie van de woningen betreft een op zichzelf staand project en maakt geen onderdeel uit van een grotere ontwikkelingslocatie. Van belang is echter wel om te vermelden dat er een ontwikkeling is die in relatie staat met dit plan.
Dit betreft het feit dat het agrarisch bedrijf aan de Erfgenamenweg 45 een relatie heeft met het voornemen. Alvorens de woningen gerealiseerd zullen worden zal het bedrijf op deze locatie maatregelen treffen waardoor deze minder milieubelastend zal zijn. Dit is ook noodzakelijk om de woningen te kunnen realiseren ivm de geurhindercontouren. Vandaar is in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin wordt geborgd dat het agrarisch bedrijf aan de Erfgenamenweg 45 eerst maatregelen moet treffen om de milieubelasting te reduceren alvorens de nieuwe woningen gerealiseerd kunnen worden. Deze maatregelen leveren een positieve bijdrage aan het milieu en is daarom geen reden om een MER uit te voeren. Er zijn verder geen andere projecten in de nabijheid van het plangebied waarmee vanuit cumulatie rekening mee moet worden gehouden.
10/20
Ad c. gebruik van natuurlijke hulpbronnen Onder natuurlijke hulpbronnen worden onder andere niet vernieuwbare bronnen, zoals fossiele brandstoffen verstaan, maar ook vernieuwbare bronnen, zoals hout, rubber, drinkwater en zuurstof. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van realisatie van de gebouwde omgeving zal plaatsvinden op een conventionele manier en geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een MER dient te worden uitgevoerd. De woningen worden immers gerealiseerd met steenachtige materialen, staal en hout; grondstoffen die niet bijzonder schaars zijn. De in het plangebied aanwezige bomen en bosschages worden zoveel mogelijk gehandhaafd. Ook worden er nieuwe bomen aangeplant ter compensatie van de te kappen bomen In het plan is ook ruimte voor nieuw openbaar groen. Een andere locatie zal niet leiden tot minder gebruik van natuurlijke hulpbronnen. d. de productie van afvalstoffen De productie van afvalstoffen is beperkt tot de bouwafvalstoffen tijdens de realisatie van de woningen en toekomstige huishoudelijke afvalstoffen tijdens het gebruik. De afvalstoffen zullen volgens de normen van de gemeente Zwolle worden ingezameld en verwerkt. De categorieën vormen naar aard en omvang geen aanleiding voor het doorlopen van een milieueffectrapportage. Ad e.
verontreiniging en hinder Er is geen sprake van een vergunningplichtige (milieukundige) inrichting of een inrichting waarop het activiteitenbesluit van toepassing is. In de plantoelichting van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan is daarnaast geconcludeerd dat er vanuit luchtkwaliteit, bodem, geluid, bedrijven en milieuzonering en geur geen belemmeringen bestaan voor het planvoornemen. Verontreiniging en hinder In de aanlegfase is tijdelijk sprake van een toename van vrachtverkeer (geluid, luchtverontreiniging) en bouwactiviteiten (licht, trillingen). De ingebruikname van het woongebied zal leiden tot meer verkeersbewegingen in het gebied. Dit kan leiden tot een beperkte toename van de luchtverontreiniging (uitstoot stikstof) en het geluidsniveau. Ten aanzien van dit aspect is daarom een stikstof berekeningen1 uitgevoerd. De conclusie van die berekening is dat zowel in de aalgefase als in de gebruiksfase geen problemen zijn ten aanzien van stikstof. Relevante verontreiniging en hinder als gevolg van het toekomstig gebruik van het plangebied is niet aan de orde.
11/20
1 Buro SRO, Voortoets stikstofdepositie, 89.73.06, 27-07-2021
Ad f. het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering De te realiseren woningen betreffen geen risicovolle inrichtingen. In de plantoelichting van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan is daarnaast geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn vanuit het plaatsgebonden en groepsrisico ten aanzien van inrichtingen, transportassen en buisleidingen. Ad g. risico’s voor menselijke gezondheid Er is geen sprake van een vergunningplichtige (milieukundige) inrichting of een inrichting waarop het activiteitenbesluit van toepassing is. In de plantoelichting van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan is daarnaast geconcludeerd dat er vanuit luchtkwaliteit, bodem, geluid, bedrijven en milieuzonering en geur geen belemmeringen bestaan voor het planvoornemen. Relevante risico’s voor menselijke gezondheid als gevolg van het toekomstig gebruik van het plangebied is niet aan de orde
12/20
3.2 Plaats van het project
Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a) het bestaande grondgebruik, b) relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, c) het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: 1) wetlands 2) kustgebieden 3) berg- en bosgebieden 4) reservaten en natuurparken 5) gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn) 6) gebieden waar de milieukwaliteitsnormen al niet worden nagekomen 7) gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid 8) landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang Ad a. het bestaande grondgebruik Het plangebied is in de huidige situatie bestemd voor agrarische doeleinden, met (beperkte) bouwmogelijkheden. Het plangebied bestaat uit grasland met een boerderij en is als agrarisch in gebruik. Ad b. relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied In de huidige situatie bestaat het terrein uit grasland.
Het plangebied kent een aantal bomen en een archeologische verwachtingswaarde. Wat betreft de archeologische waarden zal onderzocht worden of deze ook daadwerkelijk aanwezig zijn en hoe deze eventueel behouden kunnen blijven. In de huidige situatie is er derhalve verder geen sprake van een rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied. Ad c. het opnamevermogen van het natuurlijke milieu In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen van de in de opsomming genoemde (potentieel) waardevolle gebieden.
13/20
3.3 Kenmerken van het potentiele effect
Bij de potentiële effecten van het project wordt voor zover relevant gekeken naar: a) de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden) b) de aard van het effect c) het grensoverschrijdend karakter van het effect d) de intensiteit en de complexiteit van het effect e) de waarschijnlijkheid van het effect f) de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect g) de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten h) de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen Het potentiële effect van de activiteit is vanwege de aard en omvang zeer beperkt, voor wat betreft het fysieke bereik en de grootte van de getroffen bevolking. Om een beeld te schetsen van de specifieke effecten wordt in de navolgende paragrafen per deelaspect het effect weergegeven en wordt vanwege de verwaarloosbare effecten niet specifiek stilgestaan bij de bovenstaande punten.
3.3.1 Natuur Het plangebied bestaat momenteel uit grasland. Een grasland betreft geen bijzondere omgeving die geschikt is op het voorkomen van (beschermde) flora en fauna. Om dit aan te tonen is voor het bestemmingsplan een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd ter plaatse van Erfgenamenweg 16 te Wijthmen. Omdat het initiatief negatieve gevolgen kan hebben op beschermde natuurwaarden, is het voornemen getoetst aan het natuurbeschermingsrecht. Doel van de quickscan Wet natuurbescherming is inzicht verkrijgen in de mogelijke effecten op de lokaal aanwezige beschermde natuurwaarden als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Tevens kunnen verstorende effecten op natuurwaarden buiten het plangebied optreden. Tot slot dient een uitspraak gedaan te worden ten aanzien van mogelijke stikstofdepositie op de omgeving. Volgens de quickscan2 kan niet worden uitgesloten dat er verblijfplaatsen van vleermuizen, marterachtigen, egels en nestplaatsen van huismussen en kerkuilen aanwezig zijn in de bebouwing en de op het erf aanwezige bomen en bosschages. Nestplaatsen van huismussen en kerkuilen en verblijfplaatsen van vleermuizen, egels en marterachtigen zijn streng beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming. Daarom is er een aanvullend onderzoek3 uitgevoerd. Hieruit bleek ontheffing Wet Natuurbescherming noodzakelijk.
Deze ontheffing is aangevraagd bij de provincie voor de soorten egel, boerenzwaluw, vleermuis en huismus.
14/20
2 Quickscan, Wet natuurbescherming, 180845, 10 oktober 2019 3 Nader onderzoek huismussen, boerenzwaluw, kerkuilen, marterachtigen, egels en vleermuizen, 192454, 15 december 2020
Binnen het plangebied zijn verblijfplaatsen van vleermuizen en nestplaatsen van de boerenzwaluw en huismus vastgesteld. Daarnaast valt het niet uit te sluiten dat er verblijfplaatsen van de egel aanwezig zijn op het erf. Het plangebied is eveneens een essentieel leefgebied voor de aanwezige huismussen en andere aangetroffen soorten. Bij de voorgenomen werkzaamheden wordt een overtreding verwacht op de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Voor het wegnemen of verstoren van een functionele verblijfplaats van de egel, gewone dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis en nestplaatsen van boerenzwaluw en huismus en overige broedvogels tijdens het broedseizoen, is een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Voor vaste rust- en verblijfplaatsen van egels en vleermuizen geldt dat er alternatieve verblijfplaatsen moeten worden aangeboden als de huidige verblijfplaatsen worden aangetast. Ook voor nestplaatsen van boerenzwaluwen en huismussen geldt dat er alternatieve nestplaatsen moeten worden aangeboden als de huidige nestplaatsen worden aangetast. Deze alternatieve nest- of verblijfplaatsen moeten tijdig voor de werkzaamheden worden aangeboden, omdat er rekening gehouden moet worden met een gewenningsperiode.
Daarnaast geldt als maatregel dat het plangebied een natuurinclusieve planontwikkeling ondervindt, waarbij zowel de woningen als de omgeving natuurinclusief ontwikkeld worden. Hierin is het van belang om van nature voorkomende soorten terug te brengen in de omgeving. De concrete uitwerking van de benodigde mitigerende en compenserende maatregelen vindt plaats in het activiteitenplan. Om aan de ontheffingsvoorwaarden te voldoen worden neststenen voor vleermuizen en nestkasten voor huismussen aangebracht. Daarnaast wordt er beplanting toegepast in de vorm van hagen wat voor de egel wenselijk is. Voor de boerenzwaluw wordt in de omgeving van het plangebied, op het terrein van het agrarisch bedrijf aan de Erfgenamenweg 45 aan de schuren 16 voorzieningen geplaatst in de vorm van nestkommen en/of nestplanken. Met deze maatregelen is het aannemelijk dat de benodigde ontheffing verleend wordt. Van belang is dat voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden in fase 3 van het bouwproject het minimale aantal permanente mitigerende voorzieningen aanwezig is en dat voor deze voorzieningen is voldaan aan de gewenningsperiodes. Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied (zie figuur 2.9). De meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht (2,9 km afstand), Rijntakken (4,5 km afstand) en Veluwe (8 km afstand).
Andere Natura 2000-gebieden zoals het Vecht- en Beneden Reggegebied liggen op grotere afstand (>14 km). Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied ligt, beperken eventuele effecten zich tot externe werking. Gezien de afstand tot het meest nabij gelegen Natura 2000gebied (2,9 km), bekende dosis-effectrelaties (Vegte et al. 2014, Krijgsveld et al. 2008) en de aard en omvang van de plannen zijn indirecte effecten – met uitzondering van stikstofdepositie – op voorhand uitgesloten.
15/20
Door de voorgenomen ontwikkeling kan in de aanleg- en/of gebruiksfase stikstofdepositie ontstaan. Stikstofdepositie kan tot vele kilometers ver reiken en negatieve (verzurende/vermestende) effecten hebben op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Voor voorliggend plan wordt geadviseerd om met behulp van het rekenmiddel AERIUS Calculator (versie 2019) te berekenen of het plan (tijdelijke) stikstofdepositie op Natura 2000-gebied(en) tot gevolg heeft. Het plangebied ligt buiten de begrenzing van zowel het NNN als de Zone Ondernemen met Natuur en Water (zie figuur 2.10). Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt ten zuiden van het plangebied, op 540 meter afstand. Gezien de afstand (>500m), de aard en omvang van het plan en het tussenliggende afschermende gebied (bebouwing, wegen) is geen sprake van negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN Nederland. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde. Door de voorgenomen ontwikkeling kan in de aanleg- en/of gebruiksfase stikstofdepositie ontstaan. Stikstofdepositie kan tot vele kilometers ver reiken en negatieve (verzurende/vermestende) effecten hebben op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Voor voorliggend plan is met behulp van het rekenmiddel AERIUS Calculator een stikstofberekening uitgevoerd en dit rapport is opgenomen in Bijlage 13.
Als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied waarvoor de berekeningen zijn uitgevoerd neemt de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden zowel in de gebruiksfase als in de aanlegfase niet toe. Er is dus geen sprake van significante effecten op beschermde Natura 2000 gebieden, het aanvragen van een Wnbvergunning in het kader van stikstof is daarom niet nodig voor dit project. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling wordt een ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd, waarbij de benodigde mitigerende maatregelen zijn vastgelegd in een activiteitenplan. Bij de voorgenomen herontwikkeling van het plangebied is er mogelijkheid om omstandigheden voor een verbeterde biodiversiteit te creëren, wat wordt meegenomen in de planvorming. Daarnaast blijft de zorgplicht ten allen tijde gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.
16/20
3.3.2 Verkeer Het plangebied kent voor het gemotoriseerd verkeer twee aan-sluitingen op de Erfgenamenweg. De ontsluitingswegen hebben het karakter van woonpaden of erven, met een maximum snelheid van 30 km/uur. Het accent ligt hier op de verblijfskwaliteit in een aangename groene omgeving, waar de auto slechts te gast is. Wat betreft het extra verkeer op de Erfgenamenweg is het zo dat er rekening is gehouden met een verkeersintensiteit van 1.103 motorvoertuig verkeersbewegingen per etmaal in het maatgevende jaar 2030. Zie ook de verkeersgegevens in het akoestisch onderzoek 4. Er is geen reden om aan te nemen dat de Erfgenamenweg dit aantal verkeersbewegingen niet zou aankunnen, deze weg kan dit aan gezien de inrichting en huidige intensiteit. In het stedenbouwkundig plan is ruimte gereserveerd om te voldoen aan de wens voor een goede verbinding met de kern van Wijthmen en het omringende landschap. Met een nieuwe fietsverbinding over de (oude) Erfgenamenweg en wandelpaden naar de voetbalvereniging wordt het nieuwe buurtschap onderdeel van een groter recreatief netwerk. Het streven is de geparkeerde auto zo goed als mogelijk te weren uit het straatbeeld. Om die reden vindt het parkeren zoveel mogelijk plaats op de eigen kavel. Bij twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen kan dit eenvoudig worden gerealiseerd.
Bij rijwoningen en gestapelde woningen worden de benodigde parkeerplaatsen in principe voorzien in parkeerhoven afgescheiden van de openbare ruimte. Daarnaast is in de openbare ruimte rekening gehouden met bezoekersparkeren. Eén en ander in samenhang met het woningtype. In het plangebied zijn nu circa 220 parkeerplaatsen ingetekend wat in overeenstemming met de gemeente is afgesproken. Dat is te zien op de volgende afbeelding. Met dat aantal kan voldaan worden aan de gestelde parkeernorm. Parkeren van de te woning aan de hoek Veldwijkweg Erfgenamenweg vindt plaats op eigen terrein. Binnen het plangebied worden circa 112 woningen gerealiseerd. Het plangebied kent voor het gemotoriseerd verkeer twee aansluitingen op de Erfgenamenweg. De ontsluitingswegen hebben het karakter van woonpaden of erven, met een maximum snelheid van 30 km/uur. Het accent ligt hier op de verblijfskwaliteit in een aangename groene omgeving, waar de auto slechts te gast is. De erfgenamenweg dient hierbij als ontsluitingsweg. Er zijn geen redenen aan te nemen dat de Erfgenamenweg de afwikkeling van dit verkeer niet aan zou kunnen. Voorliggend plan zorgt dan ook niet voor een verslechtering van de verkeerssituatie ter plaatse.
17/20
4 De Milieuadviseur, Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, 18024, 9 november 2021
3.3.3 Akoestiek In het onderhavige plan worden geen functies gerealiseerd die geluid produceren. Wel zullen de nieuwe woningen extra verkeersbewegingen met zich meebrengen. Dit zou enige geluidsproductie met zich mee kunnen brengen. In het akoestisch onderzoek is opgenomen gaat dit om 1.103 motorverkeersbewegingen per etmaal. Zoals ook in paragraaf 3.3.2 is aangegeven is er geen reden om aan te nemen dat de Erfgenamenweg dit aantal verkeersbewegingen niet zou aankunnen. Deze weg kan dit aan gezien de inrichting en huidige intensiteit en daarmee is geen reden om aan te nemen dat dit tot onevenredige aantasting van het woon en leefklimaat in de omgeving kan leiden. 3.3.4 Luchtkwaliteit In het onderhavige plangebied worden circa 112 woningen gerealiseerd. De realisatie van de woningen an sich en de daaraan gepaard gaande verkeersgeneratie heeft een zeer beperkte invloed op de luchtkwaliteit in de directe omgeving. Een onderzoek is echter niet noodzakelijk omdat het plan valt onder één van de categorieën (1.500 woningen) die automatisch niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het effect van het onderhavige plan op de luchtkwaliteit is derhalve verwaarloosbaar. Het plan heeft geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu tot gevolg. 3.3.5 Externe veiligheid In het onderhavige plan worden geen risicovolle bronnen gerealiseerd.
Dit aspect is derhalve niet van toepassing. 3.3.6 Bodem In het onderhavige plan worden circa 112 woningen gerealiseerd. Woningen zijn geen potentiële verontreinigingsbronnen voor de bodem. Het effect van het onderhavige plan op de bodemkwaliteit is derhalve verwaarloosbaar. Het plan heeft geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu tot gevolg. 3.3.7 Archeologie Het plangebied is gelegen binnen een gebied met een archeologische verwachtingswaarde. Hiervoor geldt dat er archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Dit onderzoek wordt uitgevoerd en mochten en vondsten worden gedaan moeten passende maatregelen worden getroffen om de vondsten te kunnen behouden.
18/20
3.3.8 Overige effecten Het plangebied heeft in de huidige situatie de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’. Deze bestemming is hier mede van toepassing, omdat dit gebied kenmerkende landschapswaarden bezit. Met de voorgenomen ontwikkeling wijzigt dit landschap aanzienlijk. Deze wijziging van het landschap is echter verantwoordbaar, omdat de voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan de woningbouwopgave van Zwolle/Wijthmen. De ontwikkeling versterkt de leefbaarheid van Wijthmen en wordt op een zorgvuldige wijze ingepast in de omgeving. Met de woningbouw kan Wijthmen ook in de toekomst en vitaal dorp blijven. Onder andere door de sloop van de ontsierende agrarische bebouwing, de stedenbouwkundige- en landschappelijke inpassing en de compensatie van groen en het natuurinclusief bouwen, wordt duurzame ruimtelijke kwaliteit gegenereerd. Deze maatregelen worden gewaarborgd door middel van het door de gemeenteraad vastgestelde Beeldregiekader dat specifiek voor dit plangebied is opgesteld en waarin wordt voorzien in een goede stedenbouwkundige- en landschappelijke inpassing. De effecten op het landschap wordt verantwoordbaar geacht en er is in dit kader in ieder geval geen reden om een Milieueffectrapport op te stellen. Gezien de aard van de ontwikkeling, zijn er geen andere effecten te verwachten.
19/20
4. Conclusie De activiteiten die mogelijk worden gemaakt in het (ontwerp) bestemmingsplan voor de omgeving van het plangebied zijn, gelet op de kenmerken en de plaats van de activiteiten en de kenmerken van de potentiële effecten, niet zodanig van invloed op het milieu dat een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. Het voorstel is om de gemeenteraad van de gemeente Zwolle op basis van deze notitie te laten besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is.
20/20
september 2022 bestemmingsplan Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten)
Bijlage 2 Activiteitenplan
25/926
Activiteitenplan bij ontheffingsaanvraag: Erfgenamenweg 16 te Wijthmen
projectnummer
210065
Pagina 2 van 32
TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Auteur Controle en vrijgave Versie rapport
Activiteitenplan bij ontheffingsaanvraag Erfgenamenweg 16 te Wijthmen 210065 M. Vos R.J.W. Huls Versienummer: Datum: Reden vervallen: 1.0 15 november Vigerende versie 2021
Paraaf vrijgave
OPDRACHTGEVER
Naam Contactpersoon Adres
Witpaard B.V. Dhr. R. Beens Dorpsweg 103, 8271 BL IJsselmuiden
UITGEVOERD DOOR info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982
Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355
Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397
Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van ecologisch onderzoek. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. Eco Reest BV is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en is gemachtigd gebruik te maken van de ontheffingen en correspondentie met bevoegde gezagen van het Netwerk Groene Bureaus met betrekking tot Wet natuurbescherming. DISCLAIMER Dit rapport is een activiteitenplan bij ontheffingsaanvraag voor de locatie Erfgenamenweg 16 te Wijthmen. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen.
Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2021 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren: Eco Reest 2021 Wijthmen_210065_Erfgenamenweg 16_AP We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Activiteitenplan bij ontheffingsaanvraag Erfgenamenweg 16 te Wijthmen (kenmerk: 210065 v1.0)
Pagina 3 van 32
INHOUD 1.
INLEIDING.................................................................................................................... 4
1.1 1.2 1.3
Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................. 4 Kwaliteitsborging .......................................................................................................................... 4 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 5
2.
LOCATIEBESCHRIJVING................................................................................................. 6
2.1
Beschrijving plangebied met omgeving ......................................................................................... 6
3.
VOORGENOMEN INGREEP.......................................................................................... 10
3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3
Toekomstige situatie en voorgenomen sloopwerkzaamheden .................................................... 10 Stedenbouwkundig plan .............................................................................................................. 12 Bebouwing ...................................................................................................................................... 12 Watersysteem ................................................................................................................................ 12 Groene erfscheidingen ................................................................................................................... 13
4.
FUNCTIE VAN HET PLANGEBIED VOOR BESCHERMDE SOORTEN .................................. 14
4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.4 4.4.1 4.4.2
Huismus ...................................................................................................................................... 14 Nestplaatsen en leefgebied ............................................................................................................ 14 Staat van instandhouding huismus ................................................................................................. 14 Boerenzwaluw............................................................................................................................. 15 Nestplaatsen ................................................................................................................................... 15 Staat van instandhouding boerenzwaluw ...................................................................................... 16 Egel ............................................................................................................................................. 16 Leefgebied egel............................................................................................................................... 16 Staat van instandhouding egel .......................................................................................................
17 Vleermuizen ................................................................................................................................ 18 Verblijfplaatsen .............................................................................................................................. 18 Staat van instandhouding vleermuizen .......................................................................................... 19
5.
MITIGATIE EN COMPENSATIE ..................................................................................... 20
5.1 5.1.1 5.1.2 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3 5.4 5.4.1 5.4.2 5.5
Tijdelijke compensatie................................................................................................................. 20 Effect van de werkzaamheden, zonder mitigerende en compenserende maatregelen ................ 20 Minimale aantallen voorzieningen en gewenningstijd ................................................................... 22 Permanente compensatie ........................................................................................................... 23 Permanente compensatie voor aanwezige beschermde soorten .................................................. 23 Compensatieopgave woningen ...................................................................................................... 23 Compensatie groenstructuren........................................................................................................ 24 Effect van de werkzaamheden met compenserende maatregelen .............................................. 24 Zorgvuldig handelen .................................................................................................................... 25 Periode natuurvrij maken ............................................................................................................... 25 Methode natuurvrij maken ............................................................................................................
27 Ecologische werkprotocol ............................................................................................................ 29
6.
BELANG EN ALTERNATIEF ........................................................................................... 30
6.1.1 6.1.2 6.2
Belang van het project .................................................................................................................... 30 Alternatief ....................................................................................................................................... 30 Verantwoording .......................................................................................................................... 31
LITERATUURLIJST........................................................................................................................ 32
Activiteitenplan bij ontheffingsaanvraag Erfgenamenweg 16 te Wijthmen (kenmerk: 210065 v1.0)
Pagina 4 van 32
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding en doelstelling
Loostad Vastgoedontwikkeling en Kreator Groep zijn voornemens 112 gasloze woningen te ontwikkelen en te realiseren aan de Erfgenamenweg te Wijthem. Ten behoeve van deze ontwikkeling worden de boerderij en opstallen aan de Erfgenamenweg 16 gesloopt. Naar aanleiding van de voorgenomen werkzaamheden is nader onderzoek naar huismus, boerenzwaluw, kerkuil, marterachtigen, egel en vleermuis uitgevoerd (Eco Reest rapport nummer 192454, 15 december 2020). Hieruit bleek het volgende: -
-
Ter plaatse van de boerderij en stallen zijn zes nestplaatsen van huismus vastgesteld. Van boerenzwaluw zijn acht nestplaatsen in twee van de stallen aangetoond. Een vaste rust- en verblijfplaats van egel valt niet uit te sluiten, aangezien egel binnen het plangebied is waargenomen. Voor egel is zowel zomer- als winterhabitat aanwezig. Er zijn twee paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aangetoond; een in de boerderij en een in de hooimijt. Ook is er een zomerverblijfplaats met in totaal vier exemplaren van gewone grootoorvleermuis in de hooimijt waargenomen. Binnen het onderzoeksgebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van kerkuil en marterachtigen vastgesteld.
Vaste rust- en verblijfplaatsen worden door sloop van de gebouwen aangetast, hetgeen leidt tot overtreden van verbodsbepalingen Wet natuurbescherming, artikel 3.1, artikel 3.5 en artikel 3.10. Derhalve is een ontheffing nodig op het overtreden van de verbodsbepalingen Wet natuurbescherming. Doel van voorliggend activiteitenplan is het beschrijven van de voorgenomen ingreep en de maatregelen die worden genomen om negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden te mitigeren en te compenseren.
1.2
Kwaliteitsborging
Eco Reest BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren: Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van ecologisch onderzoek.
Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Op het titelblad is de kwaliteitscontrole van deze rapportage weergegeven.
Activiteitenplan bij ontheffingsaanvraag Erfgenamenweg 16 te Wijthmen (kenmerk: 210065 v1.0)
Pagina 5 van 32
Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen. Het Netwerk Groene Bureaus beschikt over ontheffingen voor handelingen die nodig zijn ten behoeve van het inventariseren van beschermde soorten. Deze zijn afgegeven door de verschillende bevoegde gezagen (de provincies en het Ministerie van LNV). Eco Reest BV is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en is gemachtigd gebruik te maken van deze ontheffingen.
1.3
Leeswijzer
Een beschrijving van het plangebied en de voorgenomen ingrepen zijn opgenomen in respectievelijk hoofdstuk 2 en 3. De ecologische functies van het onderzoeksgebied voor beschermde soorten zijn beschreven in hoofdstuk 4. De maatregelen om de gevolgen zoveel mogelijk te mitigeren en compenseren zijn opgenomen in hoofdstuk 5. Tenslotte zijn de belangen- en alternatieven afgewogen.
Activiteitenplan bij ontheffingsaanvraag Erfgenamenweg 16 te Wijthmen (kenmerk: 210065 v1.0)
Pagina 6 van 32
2. LOCATIEBESCHRIJVING In dit hoofdstuk is een beschrijving van het plangebied met omgeving opgenomen.
2.1
Beschrijving plangebied met omgeving
Het plangebied Erfgenamenweg 16 is gelegen buiten de bebouwde kom ten noordwesten van Wijthmen. Het bestaat uit een boerderij met veestallen, hooimijt, kuilvoeropslag, weiland. Op het erf staan enkele bomen en bosschages. De oppervlakte van het gehele plangebied is 4,3 hectare. In de nabije omgeving is veel groen aanwezig, bestaande uit bossen en bosschages, heggen en tuinen. Er zijn geen watervoerende elementen binnen het plangebied aanwezig. Op afbeelding 2.1 zijn de locatie met belendende percelen aangegeven.
Afbeelding 2.1 Plangebied (rood omlijnd) (bron achtergrondkaart: Witpaard B.V. en KuiperCompagnons).
Op afbeeldingen 2.2 tot en met 2.7 zijn overzichtsfoto’s opgenomen van het plangebied.
Activiteitenplan bij ontheffingsaanvraag Erfgenamenweg 16 te Wijthmen (kenmerk: 210065 v1.0)
Pagina 7 van 32
Afbeelding 2.2 Aangezicht woning van de boerderij met weiland.
Afbeelding 2.3 Noordwestelijk aangezicht deel, koeienstal en erf.
Activiteitenplan bij ontheffingsaanvraag Erfgenamenweg 16 te Wijthmen (kenmerk: 210065 v1.0)
Pagina 8 van 32
Afbeelding 2.4 Zuidoostelijk aangezicht dak woning en deel met gedeelte tuin.
Afbeelding 2.5 Zuidwestelijke aanblik op koeienstal en deel.
Activiteitenplan bij ontheffingsaanvraag Erfgenamenweg 16 te Wijthmen (kenmerk: 210065 v1.0)
Pagina 9 van 32
Afbeelding 2.6 Aanzicht op hooimijt en koeienstal.
Afbeelding 2.7 Weiland in zuidoostelijke richting met zicht op koeienschuur.
Activiteitenplan bij ontheffingsaanvraag Erfgenamenweg 16 te Wijthmen (kenmerk: 210065 v1.0)
Pagina 10 van 32
3. VOORGENOMEN INGREEP 3.1
Toekomstige situatie en voorgenomen sloopwerkzaamheden
Loostad Vastgoedontwikkeling en Kreator Groep zijn voornemens 112 gasloze woningen te ontwikkelen en te realiseren (zie afbeelding 3.1). Ten behoeve van het plan worden de boerderij, stallen en schuren gesloopt en het aanwezige groen ten noordoosten van de boerderij verwijderd. De boswal rondom het plangebied blijft intact. De ontwikkeling van het gehele plan staat gepland in drie verschillende fases, zoals weergegeven in afbeelding 3.3.
Afbeelding 3.1 Ontwerpschets herontwikkeling volledige plan (bron: Witpaard B.V. en KuiperCompagnons).
Afbeelding 3.2 Huidige situatie en ontwerpschets herontwikkeling volledige plan (bron: Witpaard B.V. en KuiperCompagnons).
Activiteitenplan bij ontheffingsaanvraag Erfgenamenweg 16 te Wijthmen (kenmerk: 210065 v1.0)
Pagina 11 van 32
Afbeelding 3.3 Verschillende fases herontwikkeling van het volledige plan (bron: Witpaard B.V. en KuiperCompagnons).
In eerste instantie wordt de nieuwbouw in fase 1 en fase 2 gerealiseerd. De bouw van de eerste fase staat gepland in 4e kwartaal van 2022 / 1e kwartaal 2023. Fase 2 zal starten na afronding van fase 1 of eerder indien dit markttechnisch kan. Daaropvolgend worden de sloopwerkzaamheden van de aanwezige gebouwen uitgevoerd en wordt het aanwezige opgaand groen verwijderd (fase 3). Vervolgens wordt nieuwbouw fase 3 gerealiseerd.
Activiteitenplan bij ontheffingsaanvraag Erfgenamenweg 16 te Wijthmen (kenmerk: 210065 v1.0)
Pagina 12 van 32
3.2
Stedenbouwkundig plan
3.2.1 Bebouwing Om een vriendelijke overgang te creëren van het open landschap naar bebouwd gebied hebben de achtergevels die grenzen aan het open landschap de goothoogte op de 1ste bouwlaag liggen. Om de centrale plek “de Brink” een stevige omsluiting te bieden heeft de omliggende bebouwing de goot op de 2de bouwlaag liggen. Het karakter van de Erfgenamenweg vraagt om een diversiteit in goothoogte. De twee accentgebouwen zijn uitgevoerd met een goot op de 2de bouwlaag en de overige bebouwing heeft de goot liggen in de bandbreedte van 1-1,5 bouwlaag (bron: BKR HetBuytenVanZwolle, KuiperCompagnons en Witpaard B.V.). In figuur 3.4 worden de verschillende bouwvormen weergegeven. Door de differentiatie in kapvormen en hellingshoeken zijn mitigerende maatregelen in verschillende variaties mogelijk.
Figuur 3.4 Ontwerp vormgeving gebouwen (bron: Witpaard B.V en KuiperCompagnons).
3.2.2 Watersysteem De hoofdwaterstructuur loopt vanuit de randen van het plangebied naar de lager gelegen centrale brink. De straatprofielen zijn voorzien van groene bermen en zorgen daarmee voor de nodige infiltratie van regenwater in de bodem. Al het overtollige regenwater loopt via molgoten naar de wadi alwaar het langzaam kan infiltreren in de ondergrond. Ter ondersteuning van de wadi worden infiltratiekratten geplaatst gelegen onder de parkeervakken in het openbaar gebied. De groene bermen en de infiltratiekratten zorgen samen voor de nodige waterberging en infiltratie om overcapaciteit op te vangen en de wadi zoveel mogelijk te ontlasten (bron: BKR HetBuytenVanZwolle, KuiperCompagnons en Witpaard B.V.). In figuur 3.5 wordt het watersysteem binnen het plangebied weergegeven.
Activiteitenplan bij ontheffingsaanvraag Erfgenamenweg 16 te Wijthmen (kenmerk: 210065 v1.0)
Pagina 13 van 32
Figuur 3.5 Ontwerp afwatering binnen het plangebied (bron: Witpaard B.V. en KuiperCompagnons).
3.2.3 Groene erfscheidingen Aan de randen van het plangebied wordt de overgang tussen privé en openbaar door middel van groene hagen of groeischermen gescheiden gehouden. Erfscheidingen van de kavels gelegen aan de voorzijde van de kavel zijn niet hoger zijn dan 1 meter. Overige erfscheidingen maximaal 2 meter. Tevens zal het talud op de grens tussen het open landschap en het plangebied dat ontstaat door afgraving van de es fungeren als een natuurlijke erfscheiding. Om de grenzen van de tuinen te markeren en tegelijkertijd het uitzicht te borgen wordt het talud pluksgewijs beplant met elzen (bron: BKR HetBuytenVanZwolle, Witpaard B.V. en KuiperCompagnons). In het talud worden kale plekken opgenomen waar zonlicht op komt, hetgeen zorgt voor opwarming van diverse diersoorten en er worden zandplekken gecreëerd, waar vogels in kunnen zandbaden. In figuur 3.6 worden de groene erfscheidingen weergegeven.
Figuur 3.6 Ontwerp groene erfscheidingen binnen het plangebied (bron: Witpaard B.V. en KuiperCompagnons).
Activiteitenplan bij ontheffingsaanvraag Erfgenamenweg 16 te Wijthmen (kenmerk: 210065 v1.0)
Pagina 14 van 32
4. FUNCTIE VAN HET PLANGEBIED VOOR BESCHERMDE SOORTEN 4.1
Huismus
4.1.1 Nestplaatsen en leefgebied In 2020 is binnen het plangebied op huismus onderzocht conform de eisen uit het Soortinventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus (versie juli 2017). In totaal zijn zes nestplaatsen van huismus binnen het plangebied vastgesteld. Eveneens is het opgaand groen een essentieel onderdeel voor huismussen in de vorm van een foerageergebied. Daarnaast zijn binnen het plangebied watervoorzieningen, zandbaden en diverse schuilplekken aanwezig die in gebruik worden genomen door huismussen. Op afbeelding 4.1 zijn de vastgestelde verblijfplaatsen opgenomen. Voor een meer gedetailleerd verslag van het nader onderzoek wordt verwezen naar Eco Reest rapport 192454 (15 december 2020).
Afbeelding 4.1. Vastgestelde broedlocaties huismus (bron achtergrondkaart: ArcGIS).
4.1.2 Staat van instandhouding huismus Ooit was de huismus de meest algemene broedvogel van Nederland. De soort is de laatste decennia om onbekende reden in aantal vrij hard achteruit gegaan. Begin jaren tachtig van de 20e eeuw begon de afname, die in de beginjaren negentig versnelde. Dit heeft geresulteerd in een landelijke afname Activiteitenplan bij ontheffingsaanvraag Erfgenamenweg 16 te Wijthmen (kenmerk: 210065 v1.0)
Pagina 15 van 32
van meer dan 50% van het aantal broedparen. Vermoedelijk is één van de oorzaken de afname van broedgelegenheid, onder andere door renovatie en isolatie van oude woningen, dit in combinatie met een afgenomen voedselaanbod, minder dekking en een toename aan predatie. Sinds de eeuwwisseling lijkt de broedpopulatie zich te herstellen; het is nog onduidelijk of dit een structureel herstel is of dat het een tijdelijke opleving betreft (Kennisdocument Huismus, BIJ12 versie 1.0 2017). Uit de Vogel- en habitatrichtlijn-rapportage 2019 (Adams et al., Wageningen University & Research, 2020) blijkt dat de landelijke populatie op 600.000 tot 1.000.000 broedparen wordt geschat. De populatie trend 2006-2018 wordt als gunstig gekwalificeerd. Het verspreidingsgebied is stabiel.
4.2
Boerenzwaluw
4.2.1 Nestplaatsen In 2020 is binnen het plangebied op boerenzwaluw onderzocht middels twee veldbezoeken overdag in de periode 15 mei tot 30 juni, conform de BMP richtlijnen van SOVON. In totaal zijn acht in gebruik zijnde nestplaatsen van boerenzwaluw binnen het plangebied vastgesteld. Binnen de schuren bevinden zich meerdere nesten van boerenzwaluw, vermoedelijk betreft een deel hiervan oude nestplaatsen. Op afbeelding 4.2 zijn de vastgestelde verblijfplaatsen opgenomen. Voor een meer gedetailleerd verslag van het nader onderzoek wordt verwezen naar Eco Reest rapport 192454 (15 december 2020).
Afbeelding 4.2. Waarnemingen in gebruik zijnde nesten van boerenzwaluw.
Activiteitenplan bij ontheffingsaanvraag Erfgenamenweg 16 te Wijthmen (kenmerk: 210065 v1.0)
Pagina 16 van 32
Afbeelding 4.3. Koppel boerenzwaluw nabij de nestlocatie.
4.2.2 Staat van instandhouding boerenzwaluw In het laatste kwart van de twintigste eeuw afgenomen, waarschijnlijk als gevolg van modernisering van landbouwbedrijven en intensivering van grondgebruik (minder voedsel en nestgelegenheid). Sinds de eeuwwisseling is de stand stabiel tot licht herstellend. (Vogelbescherming). Uit de Vogel- en habitatrichtlijn-rapportage 2019 (Adams et al., Wageningen University & Research, 2020) blijkt dat de landelijke populatie op 210.000 tot 280.000 broedparen wordt geschat. De populatie trend 2006-2018 wordt als gunstig gekwalificeerd. Het verspreidingsgebied is stabiel.