Bijlage bij Raadsbesluit technische aanpassingen verordeningen
Tekst van het document
Verordening en beleidsregels Verordening op de gemeentelijke adviescommissie (nieuw!) Afvalstoffenverordening gemeente Zwolle 2022 Beleid bijzondere begraafplaatsen op eigen grond (geldend vanaf 22-11-2012) Verordening bodembescherming Zwolle 2019 Verordening Interferentiegebieden Bodemenergiesystemen Zwolle 2021 Bomenverordening 2021 Inspraakverordening (onder Ow: participatie) Ligplaatsenverordening woonschepen 2020 Beleidsregel voor onzelfstandige woonruimte binnen de in het vigerende bestemmingsplan vastgelegde woonbestemmingen (geldend vanaf 28-03-2014) Beleidsregel voor zelfstandige woonruimte Verordening Middenhuurwoningen Zwolle 2022 Parkeerverordening 2016 Regeling Parkeernormen 2016, versie 2021 Verordening speelautomatenhallen Zwolle
Bevoegdheid college
Bevoegdheid college Bevoegdheid college
Bevoegdheid college
Een geel gekleurd vakje betekent dat er een wijziging wordt voorgesteld.
Verordening Afvalstoffenverordening gemeente Zwolle 2022 § 1. Algemeen Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. inzamelmiddel: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulpof bewaarmiddel, ten behoeve van een huishouden; b. inzamelplaats: daartoe op grond van artikel 5 aangewezen plaats; c. inzamelvoorziening: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats ten behoeve van meerdere huishoudens; d. maatschappelijke organisaties: organisaties die het algemeen belang dienen, conform artikel 25h, lid 5 van de Mededingingswet, zoals scholen en verenigingen; e. perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.
Artikel 2. Doelstelling De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen.
§ 2. Huishoudelijke afvalstoffen Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst 1. NV ROVA Gemeenten gevestigd te Zwolle is als inzameldienst belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt. 3. De inzameldienst verwerkt persoonsgegevens in het kader van de vervulling van haar opdracht voor onder meer de volgende doeleinden: Het behalen van milieudoelstellingen en het optimaliseren van het afvalbeleid; b. Afvalinzameling, waaronder adres gebonden inzameling (zoals grofvuil ophalen op afspraak); c. Uitgifte van inzamelmiddelen (zoals minicontainer, toegangspas, afvalpas en/of sleutel); d. De inning en berekening van afvalstoffenheffing; e. Het voorkomen van afvaltoerisme; f. Het voorkomen van afvalstortingen door bedrijven bij voorzieningen voor huishoudens; g. Het beheer van en de controle op het gebruik van de inzamelvoorzieningen, waaronder beheer en beveiliging van de milieustraat; a.
De controle op de naleving van en het handhaven van de verordening; h.
Geldend van 7-3-2022
Het verbeteren van de efficiency van de inzameling van afvalstoffen voor kostenbeheersing (zoals routeoptimalisatie); j. De beantwoording van vragen, het behandelen van meldingen en klachten over de afvalinzameling; k. Communicatie en het verstrekken van informatie over afvalinzameling; l. Het geven van voorlichting over afvalstoffen en milieu; m. Het analyseren van de (effectiviteit van de) inzameling van afvalstoffen; n. Het naleven van wettelijke verplichtingen en rechterlijke bevelen. i.
Het delen van de verzamelde data met de gemeente Zwolle ten behoeve van haar wettelijke taken op het gebied van Toezicht & Handhaving. o.
Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars 1. Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar: a. daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders; b. bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of c. verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer. 2. Burgemeester en wethouders kunnen aan een aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder a, voorschriften verbinden en beperkingen stellen. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats Burgemeester en wethouders dragen zorg voor ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, achter te laten. Artikel 6. Algemene verboden Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen: a. ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; b. over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of c. achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5. d.
bij te plaatsen bij een inzamelmiddel of een inzamelvoorziening.
Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling
1. Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel. 2. In ieder geval de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld: a. bioafval; b. papier en karton; c. plastic, metalen en drankenkartons (PMD); d. glas; e. textiel; f. klein chemisch afval (KCA) 3. In ieder geval de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen dienen afzonderlijk te worden aangeboden conform artikel 8 lid 2: a. Asbest; b. Autobanden; c. Bouw- en sloopafval; d. Dakleer; e. Elektrische apparaten; f. Vlakglas; g. Gips; h. Grof huishoudelijk afval; i. Grof tuinafval; j. Grond; k. Harde kunststoffen; l. Huisdierkadavers; m. Matrassen; n. Metalen; o. Vloerbedekking; p. Piepschuim (EPS); q. Puin; r. A-/B-hout (onbehandeld of geverfd, gelakt of verlijmd hout); s. C-hout (geïmpregneerd hout). 4. In het belang van een doelmatig afvalstoffenbeheer kunnen burgemeester en wethouders de aanwijzing van afzonderlijk in te zamelen bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in het tweede en derde lid, of fracties daarvan, achterwege laten. Artikel 8. Gescheiden aanbieding 1.
Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, anders dan afzonderlijk: a. ter inzameling aan te bieden; b. achter te laten op een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid. Artikel 9. Dagen en tijdstip van aanbieding
Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door burgemeester en wethouders daartoe bepaalde dagen en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden vastgesteld. Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouder te stellen regels over het gebruik van: a. inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel; b. inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel. 2. Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de bepaalde dag en tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden. § 3. Bedrijfsafvalstoffen Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst Burgemeester en wethouders kunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen op grond van artikel 3. Artikel 12.
Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden of over te dragen, of bij een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5, achter te laten. Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen 1. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het aanbieden, overdragen of achterlaten van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden. 3. Burgemeester en wethouders wijzen de maatschappelijke organisaties aan die in aanmerking komen voor vrijstelling van het verbod om bedrijfsafvalstoffen aan te bieden aan de inzameldienst of andere inzamelaars. Deze vrijstelling geschiedt indien de aan te bieden bedrijfsafvalstoffen, in aard, omvang en samenstelling gelijkwaardig zijn aan huishoudelijke afvalstoffen en dit een algemeen (educatief) belang dient.
§ 4. Zwerfafval en overige Artikel 14. Dumpingsverbod 1.
Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders, buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a.
het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening; b. het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan; c.
het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994; d. handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit. 3.
Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel. Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen. 2. Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde. 3. Het is verboden zwerfafval te veroorzaken door ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze anderszins te behandelen. Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen 1.
Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval.
2.
Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen, die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd, binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting. 3. De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer. Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg 1. Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten. 2. Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens opdrachtgever, zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.
Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.
Artikel 19. Ontdoen van autowrakken Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken.
Artikel 20. Ongeadresseerd drukwerk (dit artikel treedt in werking 1 april 2023) 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. Huis aan huisblad: ongeadresseerd blad dat met een vaste frequentie gratis huis aan huis wordt verspreid in een geografisch beperkt gebied waarvan tenminste 30% van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied, niet zijnde reclame; b. Ongeadresseerd reclamedrukwerk: reclamedrukwerk of proefmonsters van producten die gratis huis aan huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde c. een huis aan huis blad of andere informatie over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor de bewoners of gebruikers van een woning, bedrijf of woonschip in die buurt van belang zijn om te weten d.
drukwerk van vrijwilligers of niet commerciële organisaties
2. Een huis-aan-huisblad mag worden bezorgd bij een perceel, tenzij de bewoner of gebruiker expliciet kenbaar heeft gemaakt geen prijs te stellen op het ontvangen ervan. 3. Het is verboden ongeadresseerd reclamedrukwerk te bezorgen bij een perceel, tenzij de bewoner kenbaar heeft gemaakt prijs te stellen op het ontvangen ervan. Artikel 21. Verbod voor niet-inwoners om huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden Het is aan personen, die geen woon- of verblijfplaats in de gemeente Zwolle hebben, verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden of achter te laten in de gemeente Zwolle.
§ 5. Handhaving en toezicht Artikel 23. Strafbare feiten Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 4, 6, 8 tot en met 10 en 12 tot en met 20 bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten. Artikel 24. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. § 6. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 25. Wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet en overgangsrecht Op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt, wordt deze verordening gewijzigd als volgt: a. in artikel 14, tweede lid, onder d, wordt “Waterwet” vervangen door “Omgevingswet”; b. in artikel 16 vervallen de aanduiding “1.” voor het eerste lid, en het tweede en derde lid; c. in artikel 18 vervalt “en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer” en na het slot van het artikel wordt toegevoegd “Het verbod geldt niet als voor de opslag van afvalstoffen een omgevingsvergunning is afgegeven.”; d.
in artikel 19 wordt “anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken” vervangen door “anders dan door afgifte aan de houder van een omgevingsvergunning voor het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen”; e. in artikel 24 wordt na “Wet algemene bepalingen omgevingsrecht” ingevoegd “of artikel 18.6 van de Omgevingswet”.
Artikel 26. Intrekking oude verordening
De Afvalstoffenverordening gemeente Zwolle 2011 wordt ingetrokken.
Artikel 27. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van [datum]. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening gemeente Zwolle 2022.
gepubliceerd 14-3-2022
was: De toelichting is niet integraal opgenomen, maar zal eveneens op gelijke wijze worden aangepast. § 1. Algemeen Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. inzamelmiddel: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, ten behoeve van een huishouden; b. inzamelplaats: daartoe op grond van artikel 5 aangewezen plaats; c. inzamelvoorziening: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats ten behoeve van meerdere huishoudens; d. maatschappelijke organisaties: organisaties die het algemeen belang dienen, conform artikel 25h, lid 5 van de Mededingingswet, zoals scholen en verenigingen; e. perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.
Artikel 2. Doelstelling De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen.
§ 2. Huishoudelijke afvalstoffen Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst 1. NV ROVA Gemeenten gevestigd te Zwolle is als inzameldienst belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt. 3. De inzameldienst verwerkt persoonsgegevens in het kader van de vervulling van haar opdracht voor onder meer de volgende doeleinden: a.
Het behalen van milieudoelstellingen en het optimaliseren van het afvalbeleid;
b.
Afvalinzameling, waaronder adres gebonden inzameling (zoals grofvuil ophalen op afspraak);
c.
Uitgifte van inzamelmiddelen (zoals minicontainer, toegangspas, afvalpas en/of sleutel);
d. e. f.
De inning en berekening van afvalstoffenheffing; Het voorkomen van afvaltoerisme; Het voorkomen van afvalstortingen door bedrijven bij voorzieningen voor huishoudens;
Het beheer van en de controle op het gebruik van de inzamelvoorzieningen, waaronder beheer en beveiliging van de milieustraat; g.
h.
De controle op de naleving van en het handhaven van de verordening;
Het verbeteren van de efficiency van de inzameling van afvalstoffen voor kostenbeheersing (zoals routeoptimalisatie); j. De beantwoording van vragen, het behandelen van meldingen en klachten over de afvalinzameling; i.
k.
Communicatie en het verstrekken van informatie over afvalinzameling;
l. Het geven van voorlichting over afvalstoffen en milieu; m. Het analyseren van de (effectiviteit van de) inzameling van afvalstoffen; n.
Het naleven van wettelijke verplichtingen en rechterlijke bevelen.
Het delen van de verzamelde data met de gemeente Zwolle ten behoeve van haar wettelijke taken op het gebied van Toezicht & Handhaving. o.
Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars 1. Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar: a. daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders; b. bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of c. verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer. 2. Burgemeester en wethouders kunnen aan een aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder a, voorschriften verbinden en beperkingen stellen. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.
Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats Burgemeester en wethouders dragen zorg voor ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, achter te laten.
Artikel 6. Algemene verboden Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen: a. ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; b. over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of c.
achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5.
d.
bij te plaatsen bij een inzamelmiddel of een inzamelvoorziening.
Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling
1. Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel.
2. In ieder geval de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld: a. bioafval; b. papier en karton; c. plastic, metalen en drankenkartons (PMD); d. glas; e. textiel; f. klein chemisch afval (KCA) 3. In ieder geval de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen dienen afzonderlijk te worden aangeboden conform artikel 8 lid 2: a. Asbest; b. Autobanden; c. Bouw- en sloopafval; d. Dakleer; e. Elektrische apparaten; f. Vlakglas; g. Gips; h. Grof huishoudelijk afval; i. Grof tuinafval; j. Grond; k. Harde kunststoffen; l. Huisdierkadavers; m. Matrassen; n. Metalen; o. Vloerbedekking; p. Piepschuim (EPS); q. Puin; r. A-/B-hout (onbehandeld of geverfd, gelakt of verlijmd hout); s. C-hout (geïmpregneerd hout). 4. In het belang van een doelmatig afvalstoffenbeheer kunnen burgemeester en wethouders de aanwijzing van afzonderlijk in te zamelen bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in het tweede en derde lid, of fracties daarvan, achterwege laten.
Artikel 8. Gescheiden aanbieding 1. Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, anders dan afzonderlijk: a. ter inzameling aan te bieden; b. achter te laten op een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 9. Dagen en tijdstip van aanbieding
Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door burgemeester en wethouders daartoe bepaalde dagen en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden vastgesteld.
Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouder te stellen regels over het gebruik van:
a.
inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel;
b.
inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel.
2. Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de bepaalde dag en tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.
§ 3. Bedrijfsafvalstoffen Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst Burgemeester en wethouders kunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen op grond van artikel 3.
Artikel 12. Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden of over te dragen, of bij een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5, achter te laten.
Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen 1. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen.
2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het aanbieden, overdragen of achterlaten van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.
3. Burgemeester en wethouders wijzen de maatschappelijke organisaties aan die in aanmerking komen voor vrijstelling van het verbod om bedrijfsafvalstoffen aan te bieden aan de inzameldienst of andere inzamelaars. Deze vrijstelling geschiedt indien de aan te bieden bedrijfsafvalstoffen, in aard, omvang en samenstelling gelijkwaardig zijn aan huishoudelijke afvalstoffen en dit een algemeen (educatief) belang dient.
§ 4. Zwerfafval en overige Artikel 14. Dumpingsverbod
1.
Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders, buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a.
het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening; b.
het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan;
c.
het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994; d. handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit.
3.
Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel.
Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen
1.
Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval.
2.
Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen, die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd, binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting. 3. De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer. Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg 1. Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten. 2. Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens opdrachtgever, zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.
Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht
Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.
Artikel 19. Ontdoen van autowrakken Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken.
Artikel 20. Ongeadresseerd drukwerk (dit artikel treedt in werking 1 april 2023) 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. Huis aan huisblad: ongeadresseerd blad dat met een vaste frequentie gratis huis aan huis wordt verspreid in een geografisch beperkt gebied waarvan tenminste 30% van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied, niet zijnde reclame;
b. Ongeadresseerd reclamedrukwerk: reclamedrukwerk of proefmonsters van producten die gratis huis aan huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde c. een huis aan huis blad of andere informatie over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor de bewoners of gebruikers van een woning, bedrijf of woonschip in die buurt van belang zijn om te weten d.
drukwerk van vrijwilligers of niet commerciële organisaties
2. Een huis-aan-huisblad mag worden bezorgd bij een perceel, tenzij de bewoner of gebruiker expliciet kenbaar heeft gemaakt geen prijs te stellen op het ontvangen ervan. 3. Het is verboden ongeadresseerd reclamedrukwerk te bezorgen bij een perceel, tenzij de bewoner kenbaar heeft gemaakt prijs te stellen op het ontvangen ervan.
Artikel 21. Verbod voor niet-inwoners om huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden Het is aan personen, die geen woon- of verblijfplaats in de gemeente Zwolle hebben, verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden of achter te laten in de gemeente Zwolle.
§ 5. Handhaving en toezicht Artikel 23. Strafbare feiten Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 4, 6, 8 tot en met 10 en 12 tot en met 20 bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.
Artikel 24. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.
§ 6. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 25. Wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet en overgangsrecht Op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt, wordt deze verordening gewijzigd als volgt: a. in artikel 14, tweede lid, onder d, wordt “Waterwet” vervangen door “Omgevingswet”; b. in artikel 16 vervallen de aanduiding “1.” voor het eerste lid, en het tweede en derde lid; c. in artikel 18 vervalt “en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer” en na het slot van het artikel wordt toegevoegd “Het verbod geldt niet als voor de opslag van afvalstoffen een omgevingsvergunning is afgegeven.”; d. in artikel 19 wordt “anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken” vervangen door “anders dan door afgifte aan de houder van een omgevingsvergunning voor het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen”; e. in artikel 24 wordt na “Wet algemene bepalingen omgevingsrecht” ingevoegd “of artikel 18.6 van de Omgevingswet”.
Artikel 26. Intrekking oude verordening
De Afvalstoffenverordening gemeente Zwolle 2011 wordt ingetrokken.
Artikel 27. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van [datum]. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening gemeente Zwolle 2022.
wordt:
Artikel 14. Dumpingsverbod 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders, buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen.
d.
handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Omgevingswet of het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen 1.
Diegene die de activiteit verkoop van eet- of drinkwaren die ter plaatse kunnen worden genuttigd uitoefent, draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de locatie waar deze milieubelastende activiteit plaatsvindt van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval.
2.
Degene die de milieubelastende activiteit als bedoeld in lid 1 uitoefent verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen, die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd, binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting. 3. De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen. Het verbod geldt niet als voor de opslag van afvalstoffen een omgevingsvergunning is afgegeven.
Artikel 19. Ontdoen van autowrakken Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan de houders van een omgevingsvergunning voor het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen, als bedoeld in het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 24. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 18.6 Omgevingswet door burgemeester en wethouders aangewezen personen.
Beleidsregels Beleid bijzondere begraafplaatsen op eigen grond Aanleiding Beleid bijzondere begraafplaatsen op eigen grond. Recent heeft de gemeente Zwolle een aanvraag ontvangen tot het aanleggen van een begraafplaats voor enkele personen op eigen grond. De gemeente Zwolle heeft nog geen beleid op dit gebied. Door beleid vast te stellen waarin een toetsingskader is opgenomen, kunnen eventuele verzoeken of aanvragen van particulieren om een bijzondere begraafplaats op eigen grond voor enkele personen te realiseren, worden beoordeeld. Bovendien wordt precedentwerking hiermee voorkomen. Toetsingskader Het toetsingskader wordt gevormd door de Wet op de lijkbezorging (Wlb) , Besluit op de lijkbezorging, inspectierichtlijn Wlb en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Deze wettelijke voorschriften hebben voornamelijk betrekking op de technische aspecten voor het aanleggen van een bijzondere begraafplaats. Voor de afweging van het algemeen belang en het belang van de aanvrager, worden gemeentelijk randvoorwaarden opgesteld. Wet ruimtelijke ordening (Wro) Op grond van artikel 40 Wlb wijst de gemeenteraad grond aan als begraafplaats.Tussen de eigenaar van de grond en de gemeenteraad moet overeenstemming bestaan over de plaats.
De aanleg van een bijzondere begraafplaats voor enkele graven op eigen grond moet in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan of daarmee inovereenstemming (kunnen) worden gebracht. Dit is mogelijk als de ruimtelijke relevantie van de te realiseren graven nihil is. Per aanvraag of verzoek moet dit worden beoordeeld. Het wijzigen van het bestemmingsplan mag volgens de jurisprudentie ook op een later tijdstip bij een reguliere herziening van het bestemmingsplan. Voorwaarde is dan wel dat het één of enkele graven betreft. Onder enkele graven moet maximaal zeven worden verstaan.
Gemeentelijke randvoorwaarden 1. De aanvrager moet eigenaar van de grond zijn en de grond moet vrij zijn van alle rechten. Dit is nodig zodat een ononderbroken gebruik van de grond mogelijk is zonder dat een andere partij aanspraak kan maken op de grond. 2. De aanvrager heeft een aantoonbare binding met de grond en een toekomstige binding. De aanvrager zal moeten aantonen op welke wijze hij binding heeft met de grond. Toekomstige binding is van belang voor de grafrust. Binnen 10 jaar na de begrafenis mag een graf niet worden geruimd. Voor deze wettelijke grafrusttermijn is van belang dat de aanvrager of zijn nabestaanden binding in de toekomst heeft met de aan te wijzen grond. Daarom moet ingeschat worden in hoeverre de grond in bezit van de aanvrager of zijn nabestaanden blijft om op deze manier de grafrust van 10 jaar te waarborgen. Bij de toewijzing van een verzoek of aanvraag moet daarom worden aangegeven dat bij een eventuele verkoop van de grond binnen 10 jaar na de begrafenis de bijzondere begraafplaats wordt opgeheven en een herbegrafenis noodzakelijk is. Voor het opgraven is verlof van de burgemeester nodig die hieraan voorschriften kan verbinden.
Gemeentelijke randvoorwaarden 3. Minimale grootte perceel 5.000 m2. Het perceel waarop het eigen graf is gesitueerd moet groot genoeg zijn om de andere functies van het perceel en omliggende percelen niet in gevaar te brengen. Aan de grootte van het perceel wordt daarom een minimale oppervlakte worden gesteld van 5.000m2. 4. Bijzondere begraafplaats voor maximaal vijf graven. Beleid bijzondere begraafplaatsen op eigen grond. De ruimtelijke relevantie van een beperkt aantal graven is kleiner en maakt het mogelijk het bestemmingsplan op een later tijdstip te herzien. Wettelijke randvoorwaarden 1. Visuele afscherming en afstand Vanaf een openbare weg of openbaar toegankelijk perceel mogen omwonenden geen hinder ondervinden van een graf op eigen grond. De minimale afstand tot openbare weg, erfgrens met derden, woning, gebouw met woonbestemming of een als woonruimte in gebruik zijnde gebouw moet minimaal 30 meter bedragen. Ook moet de begraafplaats visueel afgeschermd zijn, eventueel met behulp van een natuurlijke fysieke afscheiding. 2. Geen geluidhinder Geluidhinder vanuit de omgeving mag de rust op de begraafplaats niet verstoren. 3. Technische eisen: Er mogen geen ondergrondse leidingen en kabels binnen een straal van 20 meter van de graven liggen. Leidingen en kabels kunnen mogelijk in verband met de grafrust niet hersteld of vervangen worden.
Bodemgesteldheid moet geschikt zijn of geschikt worden gemaakt voor het gebruik als begraafplaats (bij voorkeur zand- of zwavelgrond). Het bodemmateriaal mag het proces van lijkvertering niet in ongunstige zin beïnvloeden. Bij het begraven in een grafkelder is de bodemgesteldheid niet van belang. Grondwaterpeil voldoet aan de voorgeschreven eis. De graven moeten zich ten minste dertig centimeter boven het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand bevingen. Dit is niet van toepassing indien in een grafkelder wordt begraven. Geohydrologische scheiding is gewaarborgd. Ter voorkoming van eventuele verontreiniging van het oppervlaktewater of het grondwater moet drainage of een sloot rondom de begraafplaats worden aangelegd. Begraafplaats mag niet in een grondwaterbeschermingsgebied liggen. Delegatie bevoegdheid De bevoegdheid tot het aanwijzen van grond voor maximaal vijf graven als particuliere begraafplaats als bedoeld in artikel 40, lid 1 Wet op de lijkbezorging wordt gedelegeerd aan het college. De bevoegdheid tot het wijzigen van het bestemmingsplan of het achteraf in overeenstemming brengen van de gewijzigde bestemming, blijft bij de gemeenteraad liggen.
·
Geldend van
gepubliceerd
Aanleiding Beleid bijzondere begraafplaatsen op eigen grond. Recent heeft de gemeente Zwolle een aanvraag ontvangen tot het aanleggen van een begraafplaats voor enkele personen op eigen grond. De gemeente Zwolle heeft nog geen beleid op dit gebied. Door beleid vast te stellen waarin een toetsingskader is opgenomen, kunnen eventuele verzoeken of aanvragen van particulieren om een bijzondere begraafplaats op eigen grond voor enkele personen te realiseren, worden beoordeeld. Bovendien wordt precedentwerking hiermee voorkomen.
Toetsingskader Het toetsingskader wordt gevormd door de Wet op de lijkbezorging (Wlb) , Besluit op de lijkbezorging, inspectierichtlijn Wlb en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Deze wettelijke voorschriften hebben voornamelijk betrekking op de technische aspecten voor het aanleggen van een bijzondere begraafplaats. Voor de afweging van het algemeen belang en het belang van de aanvrager, worden gemeentelijk randvoorwaarden opgesteld.
Wet ruimtelijke ordening (Wro) Op grond van artikel 40 Wlb wijst de gemeenteraad grond aan als begraafplaats.Tussen de eigenaar van de grond en de gemeenteraad moet overeenstemming bestaan over de plaats. De aanleg van een bijzondere begraafplaats voor enkele graven op eigen grond moet in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan of daarmee inovereenstemming (kunnen) worden gebracht. Dit is mogelijk als de ruimtelijke relevantie van de te realiseren graven nihil is. Per aanvraag of verzoek moet dit worden beoordeeld. Het wijzigen van het bestemmingsplan mag volgens de jurisprudentie ook op een later tijdstip bij een reguliere herziening van het bestemmingsplan. Voorwaarde is dan wel dat het één of enkele graven betreft. Onder enkele graven moet maximaal zeven worden verstaan.
3. Minimale grootte perceel 5.000 m2. Het perceel waarop het eigen graf is gesitueerd moet groot genoeg zijn om de andere functies van het perceel en omliggende percelen niet in gevaar te brengen. Aan de grootte van het perceel wordt daarom een minimale oppervlakte worden gesteld van 5.000m2. 4. Bijzondere begraafplaats voor maximaal vijf graven. Beleid bijzondere begraafplaatsen op eigen grond. De ruimtelijke relevantie van een beperkt aantal graven is kleiner en maakt het mogelijk het bestemmingsplan op een later tijdstip te herzien. Wettelijke randvoorwaarden 1. Visuele afscherming en afstand Vanaf een openbare weg of openbaar toegankelijk perceel mogen omwonenden geen hinder ondervinden van een graf op eigen grond. De minimale afstand tot openbare weg, erfgrens met derden, woning, gebouw met woonbestemming of een als woonruimte in gebruik zijnde gebouw moet minimaal 30 meter bedragen. Ook moet de begraafplaats visueel afgeschermd zijn, eventueel met behulp van een natuurlijke fysieke afscheiding.
Delegatie bevoegdheid De bevoegdheid tot het aanwijzen van grond voor maximaal vijf graven als particuliere begraafplaats als bedoeld in artikel 40, lid 1 Wet op de lijkbezorging wordt gedelegeerd aan het college. De bevoegdheid tot het wijzigen van het bestemmingsplan of het achteraf in overeenstemming brengen van de gewijzigde bestemming, blijft bij de gemeenteraad liggen.
Aanleiding Beleid bijzondere begraafplaatsen op eigen grond. Recent heeft de gemeente Zwolle een aanvraag ontvangen tot het aanleggen van een begraafplaats voor enkele personen op eigen grond. De gemeente Zwolle heeft nog geen beleid op dit gebied. Door beleid vast te stellen waarin beoordelingsnormen zijn opgenomen, kunnen eventuele verzoeken of aanvragen van particulieren om een bijzondere begraafplaats op eigen grond voor enkele personen te realiseren, worden beoordeeld. Bovendien wordt precedentwerking hiermee voorkomen. Beoordelingsnormen Het toetsingskader wordt gevormd door de Wet op de lijkbezorging (Wlb) , Besluit op de lijkbezorging, inspectierichtlijn Wlb en de Omgevingswet. Deze wettelijke voorschriften hebben voornamelijk betrekking op de technische aspecten voor het aanleggen van een bijzondere begraafplaats. Voor de afweging van het algemeen belang en het belang van de aanvrager, worden gemeentelijk beoordelingsregels opgesteld.
Omgevingswet Op grond van artikel 40 Wlb wijst de gemeenteraad grond aan als begraafplaats.Tussen de eigenaar van de grond en de gemeenteraad moet overeenstemming bestaan over de plaats. De aanleg van een bijzondere begraafplaats voor enkele graven op eigen grond moet in overeenstemming zijn met het omgevingsplan of daarmee inovereenstemming (kunnen) worden gebracht. Dit is mogelijk als de impact op de fysieke leefomgeving van de te realiseren graven nihil is. Per aanvraag of verzoek moet dit worden beoordeeld. Het wijzigen van het omgevingslan mag op een later tijdstip dan de ingebruikname van het graf. Voorwaarde is dan wel dat het één of enkele graven betreft. Onder enkele graven moet maximaal vijf worden verstaan.
3. Minimale grootte perceel 5.000 m2 Het perceel waarop het eigen graf is gesitueerd moet groot genoeg zijn om de andere toegelaten activiteiten op het perceel en omliggende percelen niet in gevaar te brengen. Aan de grootte van het perceel wordt daarom een minimale oppervlakte worden gesteld van 5.000m2. 4. Bijzondere begraafplaats voor maximaal vijf graven. Beleid bijzondere begraafplaatsen op eigen grond. De impact op de fysieke leefomgeving van een beperkt aantal graven is kleiner en maakt het mogelijk het omgevingsplan op een later tijdstip te herzien. Wettelijke beoordelingsnormen 1. Visuele afscherming en afstand Vanaf een openbare weg of openbaar toegankelijk perceel mogen omwonenden geen hinder ondervinden van een graf op eigen grond. De minimale afstand tot openbare weg, erfgrens met derden, woning, gebouw waar de activiteit wonen is toegestaan of een als woonruimte in gebruik zijnde gebouw moet minimaal 30 meter bedragen. Ook moet de begraafplaats visueel afgeschermd zijn, eventueel met behulp van een natuurlijke fysieke afscheiding.
Delegatie bevoegdheid De bevoegdheid tot het aanwijzen van grond voor maximaal vijf graven als particuliere begraafplaats als bedoeld in artikel 40, lid 1 Wet op de lijkbezorging wordt gedelegeerd aan het college. De bevoegdheid tot het wijzigen van een omgevingsplan of het achteraf in overeenstemming brengen van het omgevingsplan, blijft bij de gemeenteraad liggen.
Een geel gekleurd vakje betekent dat er een wijziging wordt voorgesteld.
Verordening
Geldend van
gepubliceerd
Verordening bodembescherming Zwolle 2019
10-5-2019
9-5-2019
Artikel 1 begripsbepalingen In deze verordening en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: wet: de Wet bodembescherming (Wbb); melding: melding als bedoeld in artikel 28, eerste lid van de Wet bodembescherming;
het bevoegd gezag: het college van burgemeester en wethouders in haar hoedanigheid van bevoegd gezag Wet bodembescherming;
saneringsplan: het plan als bedoeld in artikel 39, eerste lid van de Wet bodembescherming;
saneringsverslag: het verslag van de uitvoering van de sanering als bedoeld in artikel 39c van de Wet bodembescherming; nazorgplan: het plan als bedoeld in artikel 39d van de Wet bodembescherming; gesloten bodemenergiesysteem: installatie waarmee, zonder grondwater te onttrekken en na gebruik in de bodem terug te brengen, gebruik wordt gemaakt van de bodem voor de levering van warmte of koude ten behoeve van de verwarming of koeling van ruimten in bouwwerken, door middel van een gesloten circuit van leidingen, met inbegrip van een bijbehorende warmtepomp circulatiepomp en regeneratievoorziening, voor zover aanwezig. Hoofdstuk 2 Bodemsanering Artikel 2.1 Indienen meldingsformulier 1. Een melding geschiedt met een door het bevoegd gezag vastgesteld meldingsformulier. 2. Het meldingsformulier en de hierin aangegeven te overleggen documenten worden in drievoud bij het bevoegd gezag ingediend. 3. De onderzoeksrapporten moeten schriftelijk en digitaal worden aangeleverd in PDF formaat. Daarnaast moeten de onderzoeksgegevens worden ingediend volgens het SIKB protocol 0101 dan wel de meest actuele versie op het moment van indienen van de melding.
4. De onderzoeksgegevens als bedoeld in het derde lid van dit artikel, mogen bij indiening niet ouder zijn dan 4 jaar, tenzij de melder naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate aantoont dat het gegevens ouder dan 4 jaar nog steeds representatief zijn.
Artikel 2.2 Inhoud saneringsplan In aanvulling op de wet kan het bevoegd gezag aanvullende eisen stellen waar de inhoud van een saneringsplan aan moet voldoen. Deze aanvullende eisen zijn weergegeven op het meldingsformulier. Artikel 2.3 Inhoud saneringsverslag 1. Uiterlijk vijftien weken na de uitvoering van de gronden/of grondwatersaneringswerkzaamheden doet degene die de bodem heeft gesaneerd daarvan schriftelijk verslag als bedoeld in artikel 39c, eerste lid van de wet aan het bevoegd gezag. 2. In aanvulling op de wet kan het bevoegd gezag aanvullende eisen stellen waar de inhoud van het saneringsverslag aan moet voldoen. Deze aanvullende eisen zijn weergegeven op het meldingsformulier. Artikel 2.4 Inhoud nazorgplan 1. Tegelijk met het saneringsverslag als bedoeld in artikel 39c van de wet of uiterlijk acht weken na de dag waarop met het saneringsverslag is ingestemd, wordt het nazorgplan ingediend bij het bevoegd gezag. 2. In aanvulling op de wet kan het bevoegd gezag aanvullende eisen stellen waar de inhoud van het nazorgplan aan moet voldoen. Deze aanvullende eisen zijn weergegeven op het meldingsformulier. Artikel 2.5 Boringsvrije zone Het is verboden om binnen het grondgebied van de gemeente Zwolle gesloten bodemenergiesystemen dieper te installeren dan negentig meter onder maaiveld. Hoofdstuk 3 Slotbepalingen Artikel 3.1 1.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag volgende op de dag waarop deze is bekend gemaakt. 2. Het in artikel 2.5 opgenomen verbod geldt niet voor gesloten bodemenergiesystemen, die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn geïnstalleerd dan wel waarvoor een melding tot het installeren voor de inwerkingtreding van deze verordening is ontvangen. 3. De Verordening bodemsanering Zwolle 2007 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de afhandeling van meldingen krachtens artikel 28 Wet bodembescherming, die bij het bevoegd gezag zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Verordening bodemscherming Zwolle 2019
Verordening
Geldend van
gepubliceerd
Verordening Interferentiegebieden Bodemenergiesystemen Zwolle 2021
30-11-2021
29-11-2021
Artikel 1 Begripsomschrijving In deze verordening wordt verstaan onder: 1. Gesloten bodemenergiesysteem: installatie waarmee, zonder grondwater te onttrekken en na gebruik in de bodem terug te brengen, gebruik wordt gemaakt van de bodem voor de levering van warmte of koude ten behoeve van de verwarming of koeling van ruimten in bouwwerken, door middel van een gesloten circuit van leidingen, met inbegrip van het bovengrondse deel van de installatie. 2. Open bodemenergiesysteem: installatie waarmee van de bodem gebruik gemaakt wordt voor de levering van warmte of koude ten behoeve van de verwarming of koeling van ruimten in bouw- werken, door grondwater te onttrekken en na gebruik in de bodem terug te brengen, met inbegrip van het bovengrondse deel van de installatie. 3. Interferentiegebied: één of meerdere aangewezen gebieden binnen de gemeente Zwolle waarin ordening van bodemenergiesystemen wenselijk is met het oog op het voorkomen van negatieve onderlinge beïnvloeding van meerdere bodemenergiesystemen of anderszins ter bevordering van het doelmatig gebruik van bodemenergie. Artikel 2 Aanwijzen interferentiegebieden door burgemeester en wethouders 1.
Ter voorkoming van interferentie tussen gesloten of open bodemenergiesystemen onderling of anderszins ter bevordering van een doelmatig gebruik van bodemenergie, zijn burgemeester en wethouders bevoegd interferentiegebieden aan te wijzen als bedoeld in artikel 2.2a, zesde lid van het Besluit omgevingsrecht, en of de grenzen van al aangewezen gebieden te wijzigen. 2. Indien burgemeester en wethouders gebruik maken van de in lid 1 opgenomen bevoegdheid dan stellen zij een bodemenergieplan vast voor het nieuw aangewezen interferentiegebied dan wel het gewijzigde interferentiegebied. Artikel 3 Overgangsrecht 1. De op grond van de Verordening Interferentiegebieden Bodemenergiesystemen Stadshagen- Breezicht 2019 aangewezen interferentiegebieden, conform de in bijlage 1 opgenomen kaarten, blijven van kracht. Op deze gebieden is, na inwerkingtreding van deze verordening, deze verordening van toepassing.
2. Op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, evenals op enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing over een dergelijke aanvraag, blijft de Verordening Interferentiegebieden Bodemenergiesystemen Stadshagen- Breezicht 2019 van toepassing.
Artikel 4 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt. Bijlage 1 Aangewezen interferentiegebieden A. Kaart interferentiegebied Stadshagen-Breezicht (los bijgevoegd) B. Kaart interferentiegebied De Tippe (los bijgevoegd) C. Kaart interferentiegebied Spoorzone Zwolle (los bijgevoegd)
Bestaande tekst was:
Artikel 1 begripsbepalingen In deze verordening en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: wet: de Wet bodembescherming (Wbb); melding: melding als bedoeld in artikel 28, eerste lid van de Wet bodembescherming;
het bevoegd gezag: het college van burgemeester en wethouders in haar hoedanigheid van bevoegd gezag Wet bodembescherming;
saneringsplan: het plan als bedoeld in artikel 39, eerste lid van de Wet bodembescherming;
saneringsverslag: het verslag van de uitvoering van de sanering als bedoeld in artikel 39c van de Wet bodembescherming; nazorgplan: het plan als bedoeld in artikel 39d van de Wet bodembescherming; gesloten bodemenergiesysteem: installatie waarmee, zonder grondwater te onttrekken en na gebruik in de bodem terug te brengen, gebruik wordt gemaakt van de bodem voor de levering van warmte of koude ten behoeve van de verwarming of koeling van ruimten in bouwwerken, door middel van een gesloten circuit van leidingen, met inbegrip van een bijbehorende warmtepomp circulatiepomp en regeneratievoorziening, voor zover aanwezig.
Hoofdstuk 2 Bodemsanering Artikel 2.1 Indienen meldingsformulier 1. Een melding geschiedt met een door het bevoegd gezag vastgesteld meldingsformulier. 2. Het meldingsformulier en de hierin aangegeven te overleggen documenten worden in drievoud bij het bevoegd gezag ingediend. 3. De onderzoeksrapporten moeten schriftelijk en digitaal worden aangeleverd in PDF formaat. Daarnaast moeten de onderzoeksgegevens worden ingediend volgens het SIKB protocol 0101 dan wel de meest actuele versie op het moment van indienen van de melding.
4. De onderzoeksgegevens als bedoeld in het derde lid van dit artikel, mogen bij indiening niet ouder zijn dan 4 jaar, tenzij de melder naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate aantoont dat het gegevens ouder dan 4 jaar nog steeds representatief zijn.
Artikel 2.2 Inhoud saneringsplan In aanvulling op de wet kan het bevoegd gezag aanvullende eisen stellen waar de inhoud van een saneringsplan aan moet voldoen. Deze aanvullende eisen zijn weergegeven op het meldingsformulier. Artikel 2.3 Inhoud saneringsverslag 1. Uiterlijk vijftien weken na de uitvoering van de gronden/of grondwatersaneringswerkzaamheden doet degene die de bodem heeft gesaneerd daarvan schriftelijk verslag als bedoeld in artikel 39c, eerste lid van de wet aan het bevoegd gezag. 2. In aanvulling op de wet kan het bevoegd gezag aanvullende eisen stellen waar de inhoud van het saneringsverslag aan moet voldoen. Deze aanvullende eisen zijn weergegeven op het meldingsformulier. Artikel 2.4 Inhoud nazorgplan 1. Tegelijk met het saneringsverslag als bedoeld in artikel 39c van de wet of uiterlijk acht weken na de dag waarop met het saneringsverslag is ingestemd, wordt het nazorgplan ingediend bij het bevoegd gezag. 2. In aanvulling op de wet kan het bevoegd gezag aanvullende eisen stellen waar de inhoud van het nazorgplan aan moet voldoen. Deze aanvullende eisen zijn weergegeven op het meldingsformulier. Artikel 2.5 Boringsvrije zone Het is verboden om binnen het grondgebied van de gemeente Zwolle gesloten bodemenergiesystemen dieper te installeren dan negentig meter onder maaiveld. Hoofdstuk 3 Slotbepalingen Artikel 3.1 1.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag volgende op de dag waarop deze is bekend gemaakt. 2. Het in artikel 2.5 opgenomen verbod geldt niet voor gesloten bodemenergiesystemen, die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn geïnstalleerd dan wel waarvoor een melding tot het installeren voor de inwerkingtreding van deze verordening is ontvangen. 3. De Verordening bodemsanering Zwolle 2007 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de afhandeling van meldingen krachtens artikel 28 Wet bodembescherming, die bij het bevoegd gezag zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Verordening bodemscherming Zwolle 2019.
was:
Artikel 1 Begripsomschrijving In deze verordening wordt verstaan onder: 1. Gesloten bodemenergiesysteem: installatie waarmee, zonder grondwater te onttrekken en na gebruik in de bodem terug te brengen, gebruik wordt gemaakt van de bodem voor de levering van warmte of koude ten behoeve van de verwarming of koeling van ruimten in bouwwerken, door middel van een gesloten circuit van leidingen, met inbegrip van het bovengrondse deel van de installatie. 2. Open bodemenergiesysteem: installatie waarmee van de bodem gebruik gemaakt wordt voor de levering van warmte of koude ten behoeve van de verwarming of koeling van ruimten in bouw- werken, door grondwater te onttrekken en na gebruik in de bodem terug te brengen, met inbegrip van het bovengrondse deel van de installatie. 3. Interferentiegebied: één of meerdere aangewezen gebieden binnen de gemeente Zwolle waarin ordening van bodemenergiesystemen wenselijk is met het oog op het voorkomen van negatieve onderlinge beïnvloeding van meerdere bodemenergiesystemen of anderszins ter bevordering van het doelmatig gebruik van bodemenergie.
1. Ter voorkoming van interferentie tussen gesloten of open bodemenergiesystemen onderling of anderszins ter bevordering van een doelmatig gebruik van bodemenergie, zijn burgemeester en wethouders bevoegd interferentiegebieden aan te wijzen als bedoeld in artikel 2.2a, zesde lid van het Besluit omgevingsrecht, en of de grenzen van al aangewezen gebieden te wijzigen. 2. Indien burgemeester en wethouders gebruik maken van de in lid 1 opgenomen bevoegdheid dan stellen zij een bodemenergieplan vast voor het nieuw aangewezen interferentiegebied dan wel het gewijzigde interferentiegebied. Artikel 3 Overgangsrecht 1. De op grond van de Verordening Interferentiegebieden Bodemenergiesystemen Stadshagen- Breezicht 2019 aangewezen interferentiegebieden, conform de in bijlage 1 opgenomen kaarten, blijven van kracht. Op deze gebieden is, na inwerkingtreding van deze verordening, deze verordening van toepassing.
2. Op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, evenals op enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing over een derge- lijke aanvraag, blijft de Verordening Interferentiegebieden Bodemenergiesystemen StadshagenBreezicht 2019 van toepassing.
Artikel 4 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt. Bijlage 1 Aangewezen interferentiegebieden A. Kaart interferentiegebied Stadshagen-Breezicht (los bijgevoegd) B. Kaart interferentiegebied De Tippe (los bijgevoegd) C. Kaart interferentiegebied Spoorzone Zwolle (los bijgevoegd)
Nieuwe tekst wordt:
wet: Omgevingswet melding: melding en/of het leveren van gegevens en bescheiden voor de milieubelastende activiteit saneren van de bodem als bedoeld in de artikel 3.48h juncto paragraaf 4.121 van het Bal.
Omgevingswet Het saneren van de bodem is: het beperken of ongedaan maken van de blootstelling aan de verontreiniging van de bodem. het beperken of wegnemen van een bodemverontreiniging. Bijvoorbeeld door de grond te ontgraven en af te voeren. Saneringsaanpak: met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van de kwaliteit van de bodem wordt het saneren van de bodem uitgevoerd volgens artikel 4.1241 of 4.1242 van het Bal of met een combinatie van beide aanpakken. saneringsverslag: het verslag van de uitvoering van de sanering als bedoeld in 4.1246 van het Bal; nazorgplan: het plan als bedoeld in artikel 4.1246, lid 3 van het Bal;