Bijlage 7 Verkennende studie Institutioneel racisme bij gemeente Zwolle (003)
Tekst van het document
6. Investeer in meer capaciteit Er is volgens respondenten sprake van onderbezetting. Dat brengt veel werkdruk en tijdsdruk met zich mee. Hierdoor is er ook weinig gelegenheid en tijd om aandacht te besteden aan thema’s als discriminatie en racisme en de aanpak hiervan. Bovendien neemt het risico op fouten toe en kunnen medewerkers geneigd zijn om de kwaliteit van de dienstverlening naar beneden bij te stellen vanwege tijdtekorten. Het zorgt er ook voor dat er weinig ruimte is om proactief te werken en stil te staan bij beleidsdoelen en hoe deze het beste zijn te realiseren. Meerdere respondenten pleiten ervoor om de werkdruk te verminderen door extra personeel aan te nemen.
53
INSTITUTIONEEL RACISME BIJ DE GEMEENTE ZWOLLE Een verkennende studie
Bronnen Broekroelofs, R., & Felten, H. (2020). Ingrijpen bij discriminatie als omstander: het nut, de noodzaak en de tips. Opgehaald van KIS: https://www.kis.nl/ Crandall, C., Eshleman, A., & O'Brien, L. (2002). Social norms and the expression and suppression of prejudice: The struggle for internalization. Journal of Personality and Social Psychology 82(3), 359-378. Expertise-unit Sociale Stabiliteit. (2018). Handreiking lokaal netwerk van sleutelfiguren. Samen werken aan preventie van polarisatie en radicalisering. Den Haag: ESS/ Bureau Omlo. Felten, H., Asante, A., Donker, R., Andriessen, I., & Noor, S. (2021). Wat werkt in de aanpak van institutioneel racisme. Een literatuuronderzoek. Utrecht: Kennisplatform Integratie & Samenleving. Fermin, A., J. Omlo, G. Walz, M. Kromhout, S. Robbers & E. Butter (2022) Institutioneel racisme bij de gemeente Utrecht? Een verkennende studie naar processen van uitsluiting op vier beleidsterreinen. Utrecht: Bureau Omlo. Schol, M. & Winter, H. (2012) Toezichthouder: beroep, professie of specialisatie? Groningen: Pro Facto, Rijksuniversiteit Groningen. Van Rooijen‐Mutsaers, K., & Ince, D. (2013). Wat werkt bij migrantenjeugd en hun ouders? Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut.
54