Bijlage 7 archeologisch bureau onderzoek (10581 001) Spoolderenkweg naast nr 1
Tekst van het document
ARCHEOLOGISCH BUREAU ONDERZOEK SPOOLDERENKWEG NAAST NR. 1 TE ZWOLLE
archeologisch bureau onderzoek Spoolderenkweg naast nr. 1 te Zwolle Opdrachtgever
Waterschap Drents Overijsselse Delta Postbus 60 8000 AB Zwolle
Rapportnummer 1
Versienummer
Datum
10581.001 1 25 september 2019
Vestiging
Overijssel Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 038 - 7820540 zwolle@econsultancy.nl
Opsteller
drs. J. Holl
Paraaf
Kwaliteitscontrole
drs. A.H. Schutte
Paraaf
© Econsultancy bv, Zwolle Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
10581.001
Toponiem
Spoolderenkweg naast nr. 1
Opdrachtgever
Waterschap Drents Overijsselse Delta
Gemeente
Zwolle
Plaats
Zwolle
Provincie
Overijssel
Kadastrale gegevens
gemeente Zwolle, sectie S, nummers 339 en 340
Omvang plangebied
circa 1,8 ha
Kaartblad
21 D (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X: 199.800/Y: 502.710
Bevoegde overheid
Gemeente Zwolle, afdeling Erfgoed, team Archeologie Veemarkt 38 8011 AJ Zwolle
ARCHIS3
Bureauonderzoek 4739184100
Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)
Dhr. dr. H.H.C.C. Clevis T. 038-4983030 archeologie@zwolle.nl
Archeoregio NOaA
Overijssels-Gelders zandgebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Zwolle/ Provinciaal Archeologisch Depot Overijssel
Uitvoerder(s)
Econsultancy, drs. J. Holl
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Waterschap Drents Overijsselse Delta een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Spoolderenkweg naast nr. 1 te Zwolle in de gemeente Zwolle. De initiatiefnemer heeft het plan om zonnepanelen te plaatsen. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van de gemeentelijke archeologische waarderingskaart, evenals de landelijke geomorfologische kaart ligt het plangebied op een dekzandrug. Tijdens booronderzoek circa 90 m ten zuiden van het plangebied is echter verspoeld dekzand op -0,5 tot -0,9 m NAP (circa 1,5 tot 2 m –mv) aangetroffen, wat suggereert dat deze locatie in een dekzandvlakte of –laagte gelegen is. Circa 80 m ten noordoosten van het plangebied is een archeologische opgraving uitgevoerd, waarbij een dekzandrug op 0,3 m NAP (circa 0,7 m -mv) is aangetroffen. Op basis hiervan lijkt het plangebied gelegen op de flank van de dekzandrug, die richting het noorden omhoog loopt. Op de zanddieptekaart, evenals de bodemkaart, bevindt het dekzand zich binnen het plangebied dieper dan 1 m –mv.
Door archeologisch onderzoek is er een goed beeld van waar de jager-verzamelaars hun tijdelijke kampementen vestigden. De jager-verzamelaars waren afhankelijk van een aantal ecologische factoren, zoals het voedselaanbod en de aanwezigheid van grondstoffen in de omgeving van de locatie. Ze leefde van de jacht, visserij en het verzamelen van onder andere noten, vruchten en wortels. Dit soort voedsel was met name te vinden op het overgangsgebied van hoge en droge gronden naar lage en natte gronden, de gradiëntzone, en dichtbij water, zoals vennen en beken. Op dit soort locaties was ook drinkwater bereikbaar. Voor de landbouwers zijn andere factoren van belang bij de locatiekeuze. Vanaf het Neolithicum ging men zich vestigen op één locatie. Om te kunnen blijven wonen op één plek werd het kunnen uitvoeren van landbouw een belangrijke factor. Voor akkerbouw is onder andere een vruchtbare bodem en een goede afwatering van belang. In het geval een dekzandrug in de ondergrond aanwezig is, zal het plangebied gedurende de periode Paleolithicum – Neolithicum een gunstige vestigingslocatie gevormd hebben. Vermoedelijk raakte het plangebied hierna met veen bedekt, maar het is mogelijk dat dekzandrug nog enige tijd boven het veen heeft uitgestoken.
Ten noordoosten van het plangebied, waar het dekzand op 0,3 m NAP gelegen is, zijn resten uit de Bronstijd en IJzertijd gevonden, wat betekent dat de delen van het dekzandlandschap op die hoogte tot in de IJzertijd nog niet met veen bedekt waren. Na de veenbedekking, tot in de Late-Middeleeuwen, hebben in het plangebied vermoedelijk ongunstige bewoningsomstandigheden geheerst. Vanaf de Middeleeuwen zijn schriftelijke bronnen bekend die de bekende locatiekeuzes en archeologische gegevens kunnen aanvullen. Het veengebied werd vanaf de Late-Middeleeuwen ontgonnen en in agrarisch gebruik genomen. De Spoolderenk, waar het plangebied in gelegen is, was in ieder e geval in 1600 reeds in gebruik. Op historische kaarten vanaf de 18 eeuw zijn echter geen aanwijzine e gen voor dergelijke resten aangetroffen. Het plangebied is gedurende de 18 en 19 eeuw in gebruik e geweest als bouwland en in de loop van de 20 eeuw raakte het in gebruik als weiland. Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van historische bebouwing binnen het plangebied aangetroffen. Vandaar dat een lage verwachting geldt voor resten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd.
Rapport 10581.001 versie 1
De archeologische resten tot en met de Vroege-Middeleeuwen worden in de top van het dekzand verwacht, vermoedelijk op een diepte vanaf 1 m -mv. De vondstenlaag wordt verwacht in de eerste 30 cm van het dekzand. Archeologische sporen worden eveneens verwacht in de top van het dekzand en tekenen zich af in de top van de C-horizont. Deze archeologische resten bestaan hoofdzakelijk uit aardewerk- en/of vuursteenstrooiïngen. Organische resten en bot zullen, gezien de vermoede ligging onder het grondwater, goed geconserveerd zijn. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Eventuele resten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd kunnen aan en direct onder het maaiveld worden verwacht. De vondstenlaag van deze resten zal zich niet dieper bevinden dan circa 30 cm beneden het maaiveld. Organische resten en metaal zullen slecht zijn geconserveerd door de relatief droge en zure bodemomstandigheden boven het hoogste grondwaterpeil. Andere type indicatoren (aardewerk) zijn waarschijnlijk matig goed geconserveerd. Het complextype en de omvang van eventuele archeologische resten kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Advies De geplande bodemverstoring is slechts beperkt. De geplande zonnepanelen zullen rusten op (een nog onbekend aantal) niet-grondverdringende schroefpalen.
Ook zullen enkele kabelsleuven tot grotendeels maximaal 60 cm –mv gegraven worden, en één sleuf tot 1 m -mv. Gezien deze beperkte verstoring en de verwachte ligging van eventuele vindplaatsen op een diepte van meer dan 1 m –mv, wordt verwacht dat bij de geplande bodemingreep geen archeologische vindplaatsen verstoord zullen worden. Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek en de beperkte bodemingreep adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkeling maar de archeologische verwachting te handhaven. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat de bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Zwolle), die vervolgens een besluit neemt. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016. Melding van archeologische waarden kan plaatsvinden bij de gemeente Zwolle, de Provincie Overijssel, 2 of bij het Ministerie van OCW (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) .
2
Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456
Rapport 10581.001 versie 1
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
3
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 2 Methoden .......................................................................................................................... 2 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 4 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 4 Archeologische waarden .................................................................................................. 8 Beschrijving van het historische gebruik ........................................................................ 10 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 12
CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 15
LITERATUUR ...................................................................................................................................... 16 BRONNEN .......................................................................................................................................... 18
Rapport 10581.001 versie 1
LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland Figuur 2. Detailkaart van het plangebied Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische waarderingskaart Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Figuur 6. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN), met ligging fossiele stroomgordels Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart Figuur 8. Situering van het plangebied binnen de Zanddieptekaart Figuur 9. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Figuur 10. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus
Rapport 10581.001 versie 1
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Waterschap Drents Overijsselse Delta een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Spoolderenkweg naast nr. 1 te Zwolle in de gemeente Zwolle (zie figuur 1). De initiatiefnemer heeft het plan om zonnepanelen te plaatsen. Bij de aanvraag van de hiervoor benodigde omgevingsvergunning is gebleken dat voor een plangebied een archeologische onderzoeksplicht geldt. Deze onderzoeksplicht vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2). Uitgaande van de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 3). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in september 2019 door drs. J. Holl (senior KNA Prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA Archeoloog).
Rapport 10581.001 versie 1
Pagina 1 van 19
2 2.1
BUREAUONDERZOEK Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het bureauonderzoek is om een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Om deze vraag te beantwoorden wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2
Methoden
Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en 3 LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:
afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:
3
het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Overijssel de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Zwolle; Archeologische Werkgroep Nederland (AWN).
Beschikbaar via www.sikb.nl.
Rapport 10581.001 versie 1
Pagina 2 van 19
2.3
Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 500 meter 4 rondom het plangebied. De onderzoekslocatie, circa 1,8 ha, ligt aan de Spoolderenkweg naast nr. 1, direct ten zuidwesten van de bebouwde kom van Zwolle (zie figuur 1 en figuur 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 0,8 tot 1,3 m NAP. Het gebied is kadastraal bekend als gemeente Zwolle, sectie S, nummers 339 en 340. Volgens de topografische kaart van Nederland, 21 D (1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X: 199.800/Y: 502.710. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied is momenteel in gebruik als grasland (zie figuur 3). Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht.
Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Nationaal Landschap IJsseldelta’. Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 100 2 5 m en dieper dan 50 cm –mv. 6
De dubbelbestemming is afgeleid van de Archeologische waarderingskaart van Zwolle. Volgens deze kaart ligt het plangebied in een zone met een waardering van 50% (figuur 4). Hiervoor geldt dat 2 archeologisch onderzoek benodigd is bij bodemingrepen groter dan 100 m en dieper dan 50 cm –mv. Bodemloket De overheid initieert middels het Bodemloket inzicht te geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in Nederland in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat het Bodemloket zien waar vroeger (bedrijfs-) activiteiten hebben
4
Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied. 5 Portaal voor Ruimtelijke Plannen. 6 Archeologische waarderingskaart Zwolle.
Rapport 10581.001 versie 1
Pagina 3 van 19
plaatsgevonden die extra aandacht verdienen. Ook worden op het Bodemloket voormalige potentieel bodembedreigende bedrijfsactiviteiten weergegeven. Gegevens van het Bodemloket dienen als indicatief te worden beschouwd. Binnen het plangebied zijn voor zover bekend binnen het Bodemloket geen milieuhygiënische onder7 zoeken uitgevoerd. 2.4
Toekomstige situatie
Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied is de aanleg van zonnepanelen gepland. Deze worden op draagconstructies gemonteerd, ondersteund door schroefpalen. Deze palen worden tot een diepte variërend tussen 0,5 en 2,0 m -mv in de bodem gedraaid. Ook worden er, ten behoeve van het leggen van kabels, sleuven gegraven, grotendeels tot 60 cm –mv. Eén leidingsleuf zal tot 1 m –mv gegraven worden. Hierbij kan mogelijk beperkte verstoring van archeologische waarden optreden. 2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied
Type gegevens
Gegevensomschrijving
Geologie8
Plangebied ligt op overgang Bx6 (Fm. v. Boxtel met dek van Lp. v. Wierden (fluvioperiglaciale afzettingen met een zanddek)) naar Ec1 (Fm. v. Echteld (rivierklei op rivierzand))
Stroomgordels9
Crevasse van Gelderse IJssel (1700-850 BP) loopt door uiterste westen, uiterwaarden van Gelderse IJssel (1700-0 BP) circa 250 m ten zuiden van plangebied
Zanddieptekaart10
Grotendeels Pleistoceen rivierzand op 1 à 2 m –mv (21), afgedekt met dekzand op 1 à 2 m –mv, uiterste westen: Holoceen rivierzand op 0 à 1 m -mv
Geomorfologie11
Dekzandrug, al dan niet met oud bouwlanddek (3B53yc)
Bodemkunde
12
Grondwatertrap13
Ongekarteerd, direct ten noorden en westen: Kalkhoudende poldervaaggronden; zware zavel en lichte klei, profielverloop 5 (Rn95A) Ongekarteerd, direct ten noorden en westen: IV
7
Bodemloket TNO, 2010. 9 Cohen et al., 2012. 10 Cohen et al., 2009. 11 Wageningen Environmental Research, 2017. 12 Publieke Dienstverlening Op de Kaart. 13 Bodemkundig Informatie Systeem (BIS) Nederland. 8
Rapport 10581.001 versie 1
Pagina 4 van 19
14
Landschappelijke ontwikkeling Het plangebied bevindt zich binnen het IJsseldal, dat ontstaan is als een glaciaal bekken in de voorlaatste ijstijd, het Saalien (circa 370.000 tot 130.000 jaar geleden; het IJsseldalbekken). In deze periode raakte de noordelijke helft van Nederland met landijs bedekt. Aan de voorzijde van dit landijs ontstonden brede ijstongen die diepe glaciale bekkens uitsleten, waaronder het IJsseldalbekken, dat tot 100 m diep was. Dit bekken werd geflankeerd door de stuwwallen van de Veluwe en Sallandse Heuvelrug. Aan het eind van het Saalien stroomde een grote hoeveel smeltwater vanaf de stuwwallen richting het bekken, waarbij een dik pakket smeltwaterafzettingen gevormd werd. Na het afsmelten van het landijs ontstond in het IJsseldalbekken een omvangrijk meer. De Rijn mondde uit in dit meer en bouwde hier een delta uit. In deze periode werd het dal verder opgevuld met een tientallen meters dik pakket zand en klei (Formatie van Kreftenheye, Twello Laagpakket). In het warmere Eemien (130.000 tot 115.000 jaar geleden) liep de Rijn als meanderende rivier door het IJsseldalbekken. In de laatste ijstijd, het Weichselien (115.000 tot 11.600 jaar geleden) bereikte het landijs Nederland niet. In de eerste helft van het Weichselien (tot circa 50.000 jaar geleden) vormde de Rijn een brede, vlechtende riviervlakte binnen het IJsseldalbekken.
In deze periode werd een dik pakket zand en grind afgezet (Formatie van Kreftenheye), waarmee het bekken voor een groot deel opgevuld werd. 15 Op basis van het geologische ondergrondmodel DGM v2.2 bevindt de Formatie van Kreftenheye zich in het plangebied op circa 6,5 m –NAP (circa 7,5 m –mv). Rond 50.000 jaar geleden verlegde de Rijn zijn hoofdloop naar het westen, waardoor geen grote rivieren meer door het IJsseldal stroomden. Als gevolg van de droge omstandigheden vonden veel zandverstuivingen plaats, waarbij het zand over grote afstand werd verplaatst. Dit materiaal is afgezet als een deken van fijn, zwak lemig zand afgewisseld met lemige lagen. De oude riviervlakte werd bedekt met een dikke laag dekzand. Het in deze periode, tot circa 13.000 jaar geleden afgezette dekzand wordt Oud Dekzand genoemd. Aan het eind van het Weichselien vonden nieuwe zandverstuivingen plaats. Het zwak lemige stuifzand uit deze periode wordt aangeduid als Jong Dekzand en vormt in uitgestrekte gebieden zwak glooiende ruggen, welvingen en koppen. Bovendien werd veel zand vanuit de riviervlakte van de Vecht opgestoven, waarbij rivierduinen ontstonden. Op basis van de geomorfologische kaart 16 1:50.000 ligt het plangebied op een dekzandrug (figuur 5).
Ook volgens de archeologische waarde17 ringskaart van de gemeente Zwolle ligt het plangebied op een met rivierklei afgedekte dekzandrug (waarderingsgebied 85). In het bestemmingsplan Voorst wordt over dit gebied gezegd dat het gaat om een mogelijke dekzandrug, afgedekt met een 50 tot 70 cm dikke laag rivierklei. De top van het dekzand bevindt zich op basis van de DGM v2.2 op circa -1,2 m NAP (2,2 m –mv) en op basis van de zanddieptekaart bevindt het dekzand zich tussen 1 en 2 m –mv (figuur 8). Tijdens booronderzoek ter plaatse van de RWZI, circa 90 m ten zuiden van het plangebied, is verspoeld dekzand aangetroffen op een diepte van -0,5 tot -0,9 m NAP (circa 1,5 tot 2 m beneden het maaiveld 18 binnen het huidige plangebied). Op basis van de aanwezigheid van verspoeld dekzand, evenals de relatief lage ligging van dit dekzand, wordt vermoed dat het gebied ten zuiden van het plangebied in een dekzandvlakte of –laagte gelegen is.
14
De Mulder et al., 2003 / Weerheijm & Van der Klooster, 2017a Dinoloket. 16 Wageningen Environmental Research, 2017. 17 Archeologische Waarderingskaart gemeente Zwolle / Toelichting bestemmingsplan Voorst. 18 Weerheijm & Van der Klooster, 2017b. 15
Rapport 10581.001 versie 1
Pagina 5 van 19
Aan het begin van het Holoceen (vanaf circa 11.600 jaar geleden) verbeterde het klimaat. Als gevolg van een stijgende zeespiegel steeg ook het grondwater en begon zich op de laagste plekken in het landschap veen te vormen. Volgens paleogeografische kaarten lag het plangebied rond 9.000 v. Chr. (overgang Paleo- naar Mesolithicum) in een dekzandgebied. Het beekdal van de huidige IJssel lag zo’n 100 m ten zuiden van het plangebied en fungeerde als afwatering voor de hoger gelegen zandgronden. Vermoedelijk bleef deze situatie tot in het Midden-Neolithicum gehandhaafd. Hierna raakte het IJsseldal opgevuld met een veenpakket (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket). Dit veenpakket breidde zich steeds verder uit en in het Laat-Neolithicum raakte de zone waar het plangebied zich bevindt waarschijnlijk eveneens met veen bedekt. Ook in de IJzertijd groeide het veenge19 bied nog en in deze periode lag het plangebied in een uitgestrekt veengebied. Vanaf circa 700 n. Chr. ging de Gelderse IJssel als zijtak van de Rijn fungeren en kreeg deze de vorm 20 van een brede, meanderende rivier. Vanaf deze periode, vooral na 900 n. Chr. vond sedimentatie van rivierklei en –zand plaats door deze rivier. Het onderliggende veenpakket raakte grotendeels geerodeerd. De afzettingen die hierbij gevormd werden, worden tot de Formatie van Echteld gerekend.
Deze formatie wordt lithogenetisch ingedeeld in grofweg: stroomgordelafzettingen (bedding-, restgeulen oeverafzettingen), crevasse-afzettingen, komafzettingen en dijkdoorbraakafzettingen. De stroomgordelafzettingen worden nabij de rivier zelf gevormd. Op grotere afstand van de rivier, een rustig milieu, worden komafzettingen gevormd; zwak tot matig siltige klei. In het plangebied werden vermoedelijk overwegend komafzettingen gevormd. Tijdens een booronderzoek circa 100 m ten zuiden van het plangebied is boven het dekzand een pakket venige klei tot matig siltige klei aangetroffen, dat 21 22 geïnterpreteerd is als komafzettingen. Op basis van de stroomgordelkaart heeft in het uiterste westen een crevassegeul vanuit de IJssel richting het noorden gelopen. Rond 1300 werd de noordzijde van de IJssel bedijkt, waardoor alleen nog tijdens dijkdoorbraken sedimentatie plaats vond. Dergelijke doorbraken vonden echter regelmatig plaats. 23
DINO Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn geen boringen geregistreerd die aanvullende informatie opleverden over het plangebied. Er zijn daarom geen boorprofielen uit het Dinoloket meegenomen. Geomorfologie De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een dekzandrug (zie figuur 5). Voor dekzandruggen worden op de geomorfologische kaart twee typen onderscheiden, namelijk 3B52 (hoogte 24 0,5 tot 1,5 m) en 4B53 (hoogte 1,5 tot 5,0 m). De dekzandrug in het plangebied betreft type 3B52.
19
Vos & De Vries 2013. Cohen et al. 2012. 21 Weerheijm & Van der Klooster, 2017b. 22 Cohen et al., 2012. 23 Dinoloket. 24 Maas et al., 2017. 20
Rapport 10581.001 versie 1
Pagina 6 van 19
25
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN varieert de maaiveldhoogte binnen het plangebied tussen 0,8 en 1,3 m NAP (zie figuur 6). In het oosten en langs de westelijke begrenzing zijn twee laaggelegen stroken te here e kennen, die oude sloten betreffen (aanwezig op kaarten uit de 19 en 20 eeuw). In het midden van het plangebied is relatief hooggelegen zone aanwezig. Mogelijk betreft dit een crevasse die vanuit de IJssel gevormd is. Bodemkunde Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Zwolle bevindt, is de bodemopbouw niet gekarteerd (zie figuur 7). Uit extrapolatie van bodemgegevens buiten het plangebied is het aannemelijk dat het plangebied ligt binnen een zone met kalkhoudende poldervaaggronden in zware zavel en lichte klei, profielverloop 5 (Rn95A). Deze gronden komen verspreid voor in de uiterwaarden. Ze bestaan tot 40 à 100 cm –mv uit kalkrijke, zware zavel of lichte klei, die meestal overgaat in kalkrijke, zware klei. Plaatselijk is de bovengrond ontkalkt. Zeer plaatselijk komt in de ondergrond kalkrijk, fijn 26 rivierzand of kalkloos rivierduinzand voor.
Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Tabel II geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. 27
Tabel II.
Grondwatertrappenindeling
Grondwatertrap
I
II'
III'
IV
V'
VI
VII"
VIII
GHG (cm -mv)
-
<40
<40
>40
<40
40-80
>80
> 140
GLG (cm -mv)
<50
50-80
80-120
80-120
>120
>120
>120
-
') ")
Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld
Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom bevindt, is de grondwatertrap niet gekarteerd. Het gebied direct ten noorden en westen van het plangebied heeft grondwatertrap IV, waardoor het aannemelijk is dat deze grondwatertrap ook in het plangebied geldt. Gebieden met bodemtype Rn95A en grondwatertrap IV bieden over het algemeen ruime mogelijkheden voor akker-, weide- en bos28 bouw. 25
AHN. Eilander & Heijink, 1990. 27 Locher & De Bakker, 1990. 28 Eilander & Heijink, 1990. 26
Rapport 10581.001 versie 1
Pagina 7 van 19
2.6
Archeologische waarden
Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erf29 goed (RCE). In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 9. Tevens zijn in de figuur de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 m weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Overijssel De Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Overijssel geeft inzicht in de archeologische, historisch-stedenbouwkundige en de historisch-geografische waarden van de regio. Het gebied direct ten noorden, oosten en zuiden van het plangebied is gekarteerd als uitbreiding van de stadskern van rond 2012. Circa 150 m ten noordwesten van het plangebied bevindt zich het ruilverkavelingsblok Mastenbroek, uit de periode 1954 – 1984.
Circa 250 m ten zuiden van het plangebied loopt de winterdijk langs de IJssel. Dit betreft een route die tenminste aanwezig was in 1648. Circa 400 m ten oosten van het plangebied is een ‘archeologische es’ gekarteerd. Dit zijn gebieden met archeologische waarden, afgedekt met een plaggendek. 30
AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Binnen het onderzoeksgebied liggen geen AMK-terreinen (zie figuur 9). 31
In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen diverse archeologische onderzoeken uitgevoerd, waaronder bureau- en booronderzoek, proefsleuvenonderzoek en een archeologische begeleiding (zie bijlage 2 en figuur 9). Tijdens de gravende onderzoeken, circa 30 m ten westen en 300 m ten zuidoosten van het plange32 bied, zijn geen archeologische vindplaatsen aangetroffen. Tijdens een booronderzoek circa 50 m ten zuiden van het plangebied is verspoeld dekzand, afgedekt met komklei en een minstens 1,7 m dik 33 ophoogpakket aangetroffen. Op basis hiervan heeft deze locatie een lage verwachting gekregen.
29
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 31 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 32 Archis zaakidentificaties 2232743100 & 4016169100. 33 Archis zaakidentificatie 4034053100. 30
Rapport 10581.001 versie 1
Pagina 8 van 19
Circa 450 m ten zuidwesten van het plangebied is een side scan sonaronderzoek uitgevoerd voor de bedding van de Beneden-IJssel. Hierbij zijn 15 mogelijk archeologisch relevante objecten aangetrof34 fen. De overige onderzoeksmeldingen betreffen bureauonderzoeken waarbij diverse verwachtingszones 35 zijn vastgesteld. 36
Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan vijf vondstmeldingen geregistreerd (zie bijlage 3 en figuur 9). 37
Circa 80 m ten noordoosten staat een vondstmelding geregistreerd, die betrekking heeft op de vondst van grondsporen en aardewerk uit de Midden-Bronstijd en IJzertijd. Door de gemeente en AWN is een werkput aangelegd, waar de vondsten en sporen zijn gedocumenteerd. Het sporenvlak 38 lag op 0,3 m +NAP. De sporen bestonden uit enkele spiekers en schaapskooien. Tijdens baggerwerkzaamheden tijdens de aanleg van het Zwolle-IJssel kanaal zijn diverse vondsten gedaan, waaronder aardewerk en werktuigen van gewei. Het materiaal kon grotendeels niet nauwkeurig gedateerd worden, maar het aardewerk valt deels te dateren in de periode Laat-Neolithicum – 39 Bronstijd. Circa 450 m ten zuidoosten van het plangebied zijn bij een veldkartering aan het maaiveld fragmen40 ten (vuur-)steen, aardewerk en bot uit de periode Bronstijd-IJzertijd aangetroffen. Circa 250 m ten noorden en 400 m ten zuidwesten van het plangebied zijn respectievelijk een fragment van een keramische deksel (Late-Middeleeuwen) en een bronzen fibula (Vroege-Middeleeuwen) aangetroffen. 41 Van beide vondsten zijn geen vondstomstandigheden bekend. Gebiedsbeschrijving waarderingsgebied 85 Waarderingsgebied 85, gelegen in de wijken Spoolde en Westenholte, vallen samen met een mogelijke dekzandrug, bedekt met een laag rivierklei van 50 tot 70 cm.
Tegenwoordig maakt dit gebied deel uit van de polder Benoorden, maar vroeger werd het aangeduid als deel van de Spoolderenk en het Nieuweland. In 1986 zijn tussen de Boeierweg en de Spoolderenkweg archeologische sporen uit de Midden-Bronstijd gevonden. Deze sporen zijn waarschijnlijk de restanten van spiekers en schaapskooien, evenals enkele kuilen met nederzettingsafval en drie haardkuilen. Op dit terrein zijn ook scherven van bekeraardewerk uit het Laat-Neolithicum en de Vroege-Bronstijd aangetroffen, evenals scherven uit de Late-Bronstijd en Vroege-IJzertijd. Tijdens de aanleg van het Zwolle-IJsselkanaal in 1961 is een groot aantal vondsten gedaan. In de zuigput van het havenbekken of de sluiskom zijn tientallen geweibijlen opgegraven. Binnen de Bandijk zijn in twee bouwputten aardewerkscherven gevonden uit het Neolithicum en Bronstijd, waaronder Trechterbekeraardewerk.
34
Archis zaakidentificatie 2279708100. Archis zaakidentificaties 2183147100, 4024511100, 2481592100, 2433250100, 4576900100 & 2240276100. 36 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 37 Archis zaakidentificatie 2768219100. 38 Weerheijm & Van der Klooster, 2017a. 39 Archis zaakidentificatie 2763075100. 40 Archis zaakidentificatie 3057478100. 41 Archis zaakidentificaties 3087042100 & 3094802100. 35
Rapport 10581.001 versie 1
Pagina 9 van 19
Op basis van onder andere bovenstaande archeologische waarnemingen worden op de dekzandrug archeologische sporen uit de prehistorie tot en met de Vroege-Middeleeuwen verwacht. 2.7
Beschrijving van het historische gebruik
In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft e door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20 eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Korte bewoningsgeschiedenis van de omgeving van het plangebied In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 4. In de omgeving van het plangebied konden de hoger gelegen dekzandruggen en rivierduinen vanaf het Mesolithicum vermoedelijk bewoond worden. Gedurende het Neolithicum trad veenvorming op vanuit het beekdal van de huidige IJssel en in het Laat-Neolithicum was de omgeving van het plangebied vermoedelijk bedekt geraakt met een veenpakket. Tijdens booronderzoek ten zuiden van het plangebied is verspoeld dekzand aangetroffen en leek geen sprake van een dekzandrug. Indien toch een dekzandrug in de ondergrond aanwezig is, zal het plangebied echter nog enige tijd boven het veen hebben uitgestoken en beter bewoonbaar zijn gebleven.
Ten noordoosten van het plangebied zijn sporen en vondsten uit de Bronstijd en IJzertijd aangetroffen op 0,3 m +NAP, wat betekent dat de zones waar het dekzand op 0,3 m +NAP of hoger ligt in deze periode nog niet met veen bedekt waren. Ten zuiden van het plangebied bevindt het dekzand zich echter op 0,5 tot 0,9 m –NAP en dit deel was vermoedelijk al vroeg met veen bedekt. Naar verwachting kende het plangebied vanaf de veenbedekking tot in de Vroege-Middeleeuwen e weinig gunstige bewoningsomstandigheden. Vanaf de 8 eeuw nam de bevolking in het IJsseldal langzaam toe, maar pas gedurende de Late-Middeleeuwen werden grote delen van de IJsselvallei ontgonnen. Het veengebied raakte bedekt met een kleidek waardoor het gebied beter toegankelijk werd. Rond 1300 werd de noordzijde van de IJssel bedijkt en was het komgebied enigszins be42 schermd tegen overstromingen. De dijken braken echter regelmatig door. Het plangebied is gelegen op de Spoolderenk. Dit is het gebied waar van oorsprong het akkerland behorende bij het buurtschap Spoolde lag. Vermoedelijk was dit gebied in 1600 reeds in gebruik. Op 43 de enk werden aardappelen, voederbieten en granen verbouwd. Ook werd fruitteelt toegepast. Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt:
42 43
Haartsen & Storms 2009. Karenbeld, 2010.
Rapport 10581.001 versie 1
Pagina 10 van 19
Tabel III.
Geraadpleegd historisch kaartmateriaal
Bron
Periode
Schaal
Omschrijving plangebied
Bijzonderheden/directe omgeving
1787
1:20.000
weiland
ten noorden en zuiden van het plangebied bevindt zich bouwland, hiertussen ligt een strook weilanden
1811-1832
1:2.500
bouwland
plangebied ligt in zone met vooral bouwland, de Spoolderenkweg liep ten noorden van het plangebied, maar heeft een iets bochtiger verloop
1830-1850
1:50.000
bouwland, sloot langs westgrens plangebied
een deel van de akkers in de omgeving is vervangen voor weiland
Militaire topografische kaart (Bonnekaart)
1865, 1871, 1886, 1893, 1904
1:50.000
idem, er loopt een pad door het noordwesten van het plangebied
boerderij direct ten noordwesten van het plangebied
Militaire topografische kaart (Bonnekaart)
1912, 1920
1:50.000
pad door het noordwesten is verhard, evenals Spoolderenkweg
Militaire topografische kaart (Bonnekaart)
1935
1:50.000
pad door noordwesten is verdwenen, pad in uiterste westen aanwezig, direct ten oosten van sloot, uiterste oosten in gebruik als weiland, tussen weiland en bouwland een sloot (in oosten plangebied)
Spoolderenkweg is rechtgetrokken, bouwland in omgeving plangebied voor een groot deel vervangen voor weiland
Topografische kaart
1955
1:25.000
idem
idem
Topografische kaart
1965
1:25.000
grotendeels weiland, bouwland in noordwesten, sloot in oosten is verdwenen
idem
Topografische kaart
1975
1:25.000
weiland met sloot langs uiterste westen, pad in westen is verdwenen
alle bouwlandpercelen in de omgeving zijn vervangen voor weiland
Topografische kaart
1988
1:25.000
weiland met pad in westen
de RWZI ten zuiden en oosten is al aanwezig
Topografische kaart
1995, 1997
1:25.000
weiland, pad niet meer aanwezig
idem
Topografische kaart
2006, 2010, 2011
1:25.000
weiland
sloot direct ten westen
Topografische kaart
2014, 2015
1:25.000
weiland
ook sloten direct ten zuiden en oosten
Hottinger Atlas
44
Kadastrale minuut
45
Militaire topografische kaart (nettekening)
46
Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal ligt het plangebied in de e Spoolderenk en was het aan het eind van de 18 eeuw in gebruik als weiland. In deze periode lagen in het middendeel van de Spoolderenk vooral weilanden en de akkers lagen aan de randen, direct e langs de wegen. Rond 1900 werden steeds meer akkers in het middendeel aangelegd. In de 19 e eeuw en het begin van de 20 eeuw was het plangebied eveneens in gebruik als bouwland (zie figuur e 10). Vanaf het midden van de 19 eeuw raakten steeds meer akkers op de Spoolderenk in gebruik als weiland. Het plangebied. Het plangebied zelf verloor zijn functie als bouwland tussen 1920 en 1975, in deze periode raakten langzaam meer delen van het plangebied in gebruik als weiland. De RWZI 47 ten zuiden en oosten van het plangebied is in 1984 gerealiseerd. Het plangebied zelf bleef echter in gebruik als weiland. 44
Versfelt, 2003. HisGIS. 46 Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel). 47 Basisregistraties Adressen en Gebouwen. 45
Rapport 10581.001 versie 1
Pagina 11 van 19
Op basis van het kaartmateriaal zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van historische bebouwing in het plangebied. Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Het plangebied ligt niet binnen een 50 m attentiezone van zowel rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten als een MIP monument. Bouwhistorische gegevens Het bouwdossier van de gemeente Zwolle is niet geraadpleegd omdat het plangebied volgens het historisch kaartmateriaal de laatste 200 jaar onbebouwd is geweest. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plange48 bied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd. Uit deze bronnen blijkt dat het plangebied, evenals het grootste deel van het grondgebied van Zwolle, behoorde bij de IJsselstellung, een Duitse stelling die in 1944 en 1945 is aangelegd. Mogelijk kunnen resten uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied voorkomen, maar hiervoor zijn geen directe aanwijzingen gevonden. Aanvullende informatie Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling 20 Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling 20 (d.d. september 2019, contactpersoon drs. K.J. van den Berghe), maar dit heeft geen aanvullende informatie opgeleverd. 2.8
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel IV.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische periode
Gespecificeerde verwachting
Te verwachten Complextype/resten
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
(Laat-)Paleolithicum Mesolithicum
Middelhoog
Vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
In de top van het dekzand, vanaf 1 m mv
Neolithicum – Bronstijd
Middelhoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten (in Bronstijd), houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
In de top van het dekzand, vanaf 1 m mv
IJzertijd – Romeinse tijd
Laag
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
In de top van het dekzand (indien nog boven het veen uitstekend, de verwachting is echter dat het plangebied in deze periode reeds met veen bedekt was)
48
Amersfoort & Kamphuis, 1990 / De Jong, 1969 – 1994 / Indicatieve kaart Militair Erfgoed / VEO Bommenkaart / Ruimingskaart / Klep & Schoenmaker, 1995 / Zwanenburg, 1990.
Rapport 10581.001 versie 1
Pagina 12 van 19
Archeologische periode
Gespecificeerde verwachting
Te verwachten Complextype/resten
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
Vroege-Middeleeuwen
Laag
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
In de top van het dekzand (indien nog boven het veen uitstekend, de verwachting is echter dat het plangebied in deze periode reeds met veen bedekt was)
Late-Middeleeuwen – Nieuwe tijd
Laag
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Vanaf het maaiveld
Op basis van de gemeentelijke archeologische waarderingskaart, evenals de landelijke geomorfologische kaart ligt het plangebied op een dekzandrug. Tijdens booronderzoek circa 90 m ten zuiden van het plangebied is echter verspoeld dekzand op -0,5 tot -0,9 m NAP (circa 1,5 tot 2 m –mv) aangetroffen, wat suggereert dat deze locatie in een dekzandvlakte of –laagte gelegen is. Circa 80 m ten noordoosten van het plangebied is een archeologische opgraving uitgevoerd, waarbij een dekzandrug op 0,3 m NAP (circa 0,7 m -mv) is aangetroffen. Op basis hiervan lijkt het plangebied gelegen op de flank van de dekzandrug, die richting het noorden omhoog loopt. Op de zanddieptekaart, evenals de bodemkaart, bevindt het dekzand zich binnen het plangebied dieper dan 1 m –mv. Door archeologisch onderzoek is er een goed beeld van waar de jager-verzamelaars hun tijdelijke kampementen vestigden. De jager-verzamelaars waren afhankelijk van een aantal ecologische factoren, zoals het voedselaanbod en de aanwezigheid van grondstoffen in de omgeving van de locatie. Ze leefde van de jacht, visserij en het verzamelen van onder andere noten, vruchten en wortels. Dit soort voedsel was met name te vinden op het overgangsgebied van hoge en droge gronden naar lage en natte gronden, de gradiëntzone, en dichtbij water, zoals vennen en beken. Op dit soort locaties 49 was ook drinkwater bereikbaar.
Voor de landbouwers zijn andere factoren van belang bij de locatiekeuze. Vanaf het Neolithicum ging men zich vestigen op één locatie. Om te kunnen blijven wonen op één plek werd het kunnen uitvoeren van landbouw een belangrijke factor. Voor akkerbouw is onder andere een vruchtbare bodem en 50 een goede afwatering van belang. In het geval een dekzandrug in de ondergrond aanwezig is, zal het plangebied gedurende de periode Paleolithicum – Neolithicum een gunstige vestigingslocatie gevormd hebben. Vermoedelijk raakte het plangebied hierna met veen bedekt, maar het is mogelijk dat dekzandrug nog enige tijd boven het veen heeft uitgestoken. Ten noordoosten van het plangebied, waar het dekzand op 0,3 m NAP gelegen is, zijn resten uit de Bronstijd en IJzertijd gevonden, wat betekent dat de delen van het dekzandlandschap op die hoogte tot in de IJzertijd nog niet met veen bedekt waren. Na de veenbedekking, tot in de Late-Middeleeuwen, hebben in het plangebied vermoedelijk ongunstige bewoningsomstandigheden geheerst. Vanaf de Middeleeuwen zijn schriftelijke bronnen bekend die de bekende locatiekeuzes en archeologische gegevens kunnen aanvullen. Het veengebied werd vanaf de Late-Middeleeuwen ontgonnen en in agrarisch gebruik genomen. De Spoolderenk, waar het plangebied in gelegen is, was in ieder e geval in 1600 reeds in gebruik.
Op historische kaarten vanaf de 18 eeuw zijn echter geen aanwijzingen voor dergelijke resten aangetroffen. Het plangebied is in gebruik geweest als bouwland en weiland. Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van historische bebouwing binnen het plange49 50
Louwe Kooijmans et al., 2005. Louwe Kooijmans et al., 2005.
Rapport 10581.001 versie 1
Pagina 13 van 19
bied aangetroffen. Vandaar dat een lage verwachting geldt voor resten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. De archeologische resten tot en met de Vroege-Middeleeuwen worden in de top van het dekzand verwacht, vermoedelijk op een diepte vanaf 1 m -mv. De vondstenlaag wordt verwacht in de eerste 30 cm van het dekzand. Archeologische sporen worden eveneens verwacht in de top van het dekzand en tekenen zich af in de top van de C-horizont. Deze archeologische resten bestaan hoofdzakelijk uit aardewerk- en/of vuursteenstrooiïngen. Organische resten en bot zullen, gezien de vermoede ligging onder het grondwater, goed geconserveerd zijn. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Eventuele resten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd kunnen aan en direct onder het maaiveld worden verwacht. De vondstenlaag van deze resten zal zich niet dieper bevinden dan circa 30 cm beneden het maaiveld. Organische resten en metaal zullen slecht zijn geconserveerd door de relatief droge en zure bodemomstandigheden boven het hoogste grondwaterpeil. Andere type indicatoren (aardewerk) zijn waarschijnlijk matig goed geconserveerd. Het complextype en de omvang van eventuele archeologische resten kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens.
Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. Het plangebied is voor zover bekend nooit bebouwd geweest en heeft een agrarisch gebruik gehad. Aangezien archeologische resten overwegend dieper dan 1 m –mv verwacht worden, is de verwachting dat dergelijke resten niet verstoord zijn geraakt door bodemingrepen.
Rapport 10581.001 versie 1
Pagina 14 van 19
3
CONCLUSIE EN ADVIES
Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Op basis van het bureauonderzoek worden kunnen in de top van het dekzand, vanaf circa 1 m –mv, archeologische resten voorkomen uit de periode Paleolithicum – Bronstijd. De geplande bodemverstoring is echter slechts beperkt. De geplande zonnepanelen zullen rusten op (een nog onbekend aantal) niet-grondverdringende schroefpalen. Ook zullen enkele kabelsleuven tot grotendeels maximaal 60 cm –mv gegraven worden, en één sleuf tot 1 m -mv. Gezien deze beperkte verstoring en de verwachte ligging van eventuele vindplaatsen op een diepte van meer dan 1 m –mv, wordt verwacht dat bij de geplande bodemingreep geen archeologische vindplaatsen verstoord zullen worden. Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek en de beperkte bodemingreep adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkeling maar de archeologische verwachting te handhaven. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat de bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Zwolle), die vervolgens een besluit neemt.
Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016. Melding van archeologische waarden kan plaatsvinden bij de gemeente Zwolle, de Provincie Overijssel, 51 of bij het Ministerie van OCW (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) .
51
Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456
Rapport 10581.001 versie 1
Pagina 15 van 19
LITERATUUR Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Breda, W.A. van & S. van den Brenk, 2008: Zomerbedverdieping Beneden-IJssel; Een archeologisch bureauonderzoek in het kader van geplande baggerwerkzaamheden. Amersfoort (ADC Rapport 1454). Brenk, S. van den, 2016: Voortgangsrapport archeologische begeleiding baggerwerkzaamheden Kattendiep. Amsterdam (Periplus Archeomare Rapport 16A015-02). Cohen, K.M., E. Stouthamer, W.Z. Hoek, H.J.A. Berendsen, en H.F.J. Kempen, 2009: Zand in banen. Zanddieptekaarten van het Rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel. Arnhem: Provincie Gelderland. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik en A.H. Geurts, 2012: Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Universiteit Utrecht. Eilander, D.A. & W. Heijink, 1990: Bodemkaart van Nederland 1:50.000; Toelichting bij de kaartbladen 20 West Lelystad (gedeeltelijk), 20 Oost Lelystad en 21 West Zwolle. Wageningen. Haartsen, A. & E. Storms, 2009: Ontgonnen Verleden; Regiobeschrijvingen provincie Overijssel. Ede. Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Karenbeld, P., 2010: Speuren naar Spoolde; historische verhalen over een bijzondere buurtschap. Zwolle (Zwols Historisch Tijdschrift 27e jaargang, nummer 3), p. 92-141. Klep C. & B.
Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Lil, R. van, S. van den Brenk & W.B. Waldus, 2010: Inventariserend Veldonderzoek (opwaterfase); Zomerbedverlaging Beneden IJssel. Amsterdam (Periplus Archeomare Rapport 10-A006). Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch. Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens, A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Maas, G.J., S.P.J. van Delft & A.H. Heidema, 2017: Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 (2017). Wageningen. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Oudhof, J.W., C. Verschoor & L. Haaring, 2008: MER Ruimte voor de Rivieren Dijkverlegging Westenholte; Archeologische en Cultuurhistorische aspectrapportage en advies. Amersfoort (Vestigia Rapportnummer V484).
Rapport 10581.001 versie 1
Pagina 16 van 19
TNO, 2010: Geologische Overzichtskaart van Nederland, schaal 1:600.000. Versfelt, H.J., 2003: Hottinger-atlas van Noord- en Oost-Nederland 1773 – 1794. Groningen. Visser, C.A., R.M. van Heeringen, E. van der Klooster, R. Schrijvers & W.J. Weerheijm, 2017: Archeologie en cultuurhistorie in het kader van de dijkversterking Zwolle-Olst, gemeenten Zwolle en OlstWijhe. Amersfoort (Vestigia Rapportnummer V1453). e
Vos, P. & S. de Vries, 2013: 2 generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Utrecht (Deltares). Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000. Weerheijm, W.J. & E. van der Klooster, 2017a: Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de reconstructie van de RWZI aan de Spoolderenkweg 1 te Zwolle, gemeente Zwolle; Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek. Amersfoort (Vestigia Rapportnummer V1442). Weerheijm, W.J. & E. van der Klooster, 2017b: Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de reconstructie van de RWZI aan de Spoolderenkweg 1 te Zwolle, gemeente Zwolle; Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). Amersfoort (Vestigia Rapportnummer V1459). Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.
Rapport 10581.001 versie 1
Pagina 17 van 19
BRONNEN AHN; internetsite, september 2019. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, september 2019. https://archis.cultureelerfgoed.nl Archeologische Waarderingskaart Zwolle; internetsite, september 2019. http://opendata-zwolle.opendata.arcgis.com/datasets/c91e14b590ed4dfb9c47e79b78024644_8 Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), internetsite, september 2019. http://bagviewer.kadaster.nl Bodemloket, internetsite, september 2019. http://www.bodemloket.nl Bodemkundig Informatie Systeem (BIS) Nederland, internetsite, september 2019. http://maps.bodemdata.nl/ Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Overijssel; internetsite, september 2019. http://gisopenbaar.overijssel.nl/viewer/app/cwk_discipline/v1 Data Archiving and Networked Services DANS-Easy; internetsite, september 2019. https://easy.dans.knaw.nl/ui/home Dinoloket; internetsite, september 2019. http://www.dinoloket.nl/ HisGIS; internetsite, september 2019. https://hisgis.nl/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, september 2019. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, september 2019. http://www.topotijdreis.nl/ Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, september 2019. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, september 2019.