Bijlage 3c: Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)
Tekst van het document
I
Aanvulling Omgevingsvisie Zwolle Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Gemeente Zwolle 11 juli 2024
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Aanvulling Omgevingsvisie Zwolle Gemeente Zwolle
Notitie Reikwijdte en Detailniveau Definitief 11 juli 2024 142392/24-010.261
142392 F.D Kesmer MSc A.M. Springer-Rouwette MSc
J. Oosterwijk MSc, W.W. Gaastra MSc F.D Kesmer MSc, P.A. Feij MSc F.D Kesmer MSc
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Daalsesingel 51c Postbus 24087 3502 MB Utrecht +31 (0)30 765 19 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING | WAAROM EEN AANVULLING OP DE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE ZWOLLE ‘ONS ZWOLLE VAN MORGEN’ EN EEN OER?
5
1.1
Reden voor aanvulling op de omgevingsvisie Zwolle
5
1.2
Reden voor onderzoek naar milieueffecten
6
1.3
Doel van de NRD
8
1.4
Leeswijzer
9
2
OPGAVEN EN AMBITIES VOOR OMGEVINGSVISIE ZWOLLE | WAT KOMT ER OP DE GEMEENTE AF?
10
2.1
Beleidsanalyse: bestaand beleid en beleid in ontwikkeling
10
2.2
Ambities
15
2.3
Opgaven
17
3
SCENARIO’S | WAAR WIL DE GEMEENTE NAARTOE?
20
3.1
Scenariostudie
20
3.2
Ontwerpend onderzoek
21
4
ONDERZOEKSAANPAK | HOE WORDEN DE SCENARIO’S ONDERZOCHT?
22
4.1
Aanpak van het OER
22
4.2
Beoordelingskader
23
4.3
Beoordelingsschaal
25
4.4
Doelbereik
25
4.5
Detailniveau van het onderzoek
26
4.6
Monitoring en bijsturing
26
5
VERVOLG | WAT ZIJN DE VERVOLGSTAPPEN
27
5.1
Inzage van de NRD
27
5.2
Procedure omgevingsvisie en OER
27
5.3
Participatie
28
Laatste pagina
28
1 INLEIDING | WAAROM EEN AANVULLING OP DE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE ZWOLLE ‘ONS ZWOLLE VAN MORGEN’ EN EEN OER? Voor u ligt de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor de aanvulling ‘Ons Zwolle van Overmorgen’ op de omgevingsvisie Zwolle ‘Ons Zwolle van morgen’. Deze NRD is de eerste formele stap in de zogeheten milieueffectrapportage (mer): een procedure die verplicht is bij het opstellen van de omgevingsvisie. De merprocedure leidt tot een omgevingseffectrapport (OER) bij de omgevingsvisie. De NRD bevat een onderzoeksvoorstel voor dit OER. In dit hoofdstuk leest u meer over de omgevingsvisie, de rol van de merprocedure, het OER en de NRD.
1.1
Reden voor aanvulling op de omgevingsvisie Zwolle
Wat is een omgevingsvisie? De omgevingsvisie is een integrale visie met strategische hoofdkeuzes van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de langere termijn (hier: 2040 met een doorkijk naar 2050). De omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, wonen, water, klimaat, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, gezondheid, economie, energie, infrastructuur en cultureel erfgoed. Inhoudelijk bevat de omgevingsvisie in ieder geval de volgende onderdelen zoals genoemd in de Omgevingswet: de omgevingsvisie bevat een beschrijving van hoe de gemeente ervoor staat op basis van de eerdergenoemde thema’s, op hoofdlijnen welke ontwikkelingen gewenst zijn, wat juist behouden moet blijven en het te voeren integrale beleid op hoofdlijnen; de omgevingsvisie houdt rekening met het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt; ook gaat de omgevingsvisie in op de sturingsfilosofie van de gemeente en de eigen rol in relatie tot anderen bij het realiseren van de doelstellingen uit de visie; de omgevingsvisie duidt de gemeentelijke belangen en voorziet ze van een motivatie. De omgevingsvisie is vormvrij en bindt alleen de gemeente zelf.
Daar waar de doelen en ambities van de omgevingsvisie doorwerken naar derden (bijvoorbeeld waterschappen, bedrijven, burgers) kunnen daartoe regels en normen worden opgenomen in het omgevingsplan en omgevingsprogramma’s. Aanleiding aanvulling omgevingsvisie gemeente Zwolle De gemeente Zwolle heeft een unieke ligging: oude Hanzestad in de IJsseldelta, liggend tussen de natuur van de Veluwe en het Vechtdal en goed ontsloten via zowel de weg (A28) als spoor. Met de omgevingsvisie uit 2021 heeft de gemeente de afgelopen jaren sturing gegeven aan de (ruimtelijke) opgaven op haar grondgebied tot 2030. De gemeente heeft besloten om de omgevingsvisie uit 2021 aan te vullen, tot na 2030, naar aanleiding van: 1 nieuwe opgaven, trends en ontwikkelingen die op Zwolle afkomen na 2030 (zie paragraaf 2.2 en 2.4); 2 nieuw vastgesteld bovenlokaal en lokaal beleid en nieuwe (regionale) afspraken met kaderstellende uitspraken over Zwolle na de vaststelling van de omgevingsvisie in 2021.
5 | 28
Witteveen+Bos | 142392/24-010.261 | Definitief
De huidige omgevingsvisie als basis voor de aanvulling De gemeente Zwolle werkt aan een aanvulling van de omgevingsvisie met keuzes voor na het jaar 2030 tot 2040 met een doorkijk naar 2050. De huidige omgevingsvisie voor Zwolle is op 13 september 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. Destijds is een doorkijk gegeven tot 2030. De daarin opgenomen drie leidende ambities uit het Huis van Zwolle (‘Versterken stedelijkheid en economie’, ’Vitale solidaire gezonde duurzame stadsdelen’ en ’Klimaatbesteding en energieneutraal’) blijven staan. Daar wordt niets aan veranderd. De opgaven om de ambities te realiseren worden aangevuld (en waar nodig geactualiseerd). De huidige omgevingsvisie uit 2021 heeft gemeentelijke ambities vastgelegd voor veel beleidsthema’s. Het biedt een basis om te werken aan de ontwikkeling van Zwolle vanuit het oogpunt van Brede Welvaart, gezondheid, energie en klimaatbestendige leefbaarheid. In de huidige omgevingsvisie zijn strategische (ruimtelijke) keuzes voor de leefomgeving tot en met het jaar 2030 gemaakt. Dit biedt een basis voor de ontwikkeling van Zwolle door het creëren van meer leefbaarheid, inpassing van de energieopgave, aandacht voor natuur, biodiversiteit en gezondheid. Maar ook met aandacht voor bereikbaarheid en (duurzame) mobiliteit en het aanwijzen van gebieden waar woningbouw mogelijk wordt gemaakt.
Nieuwe ontwikkelingen vragen om nieuwe keuzes op lange termijn Een belangrijke aanleiding voor de aanvulling op de omgevingsvisie is de grote behoefte aan woningen en de lange voorbereidingstijd (circa vijf tot acht jaar) die hiermee samengaat. Dit betekent dat er uiterlijk in 2025 aanvullende keuzes gemaakt moeten worden die verankerd zijn in de omgevingsvisie om woningbouw na 2030 mogelijk te maken. Daarnaast wordt met de aanvulling op de omgevingsvisie invulling gegeven aan een motie van de gemeenteraad waarin is opgenomen dat er een stadscan voor Zwolle moet worden uitgevoerd. In de stadsscan is gekeken hoe Zwolle kwalitatief kan verdichten binnen de stadsgrenzen. De Ceintuurbaanzone kreeg hier specifieke aandacht in. Een andere belangrijke aanleiding voor de aanvulling op de Omgevingsvisie is de Verstedelijkingsstrategie voor de regio Zwolle. In deze strategische verkenning is samen met Rijk en regiopartners gekeken naar een ontwikkelkoers voor de regio waarin de stad Zwolle zich ontwikkelt tot Warme Hart van de regio. In de Verstedelijkingsstrategie is benoemd dat gemeenten in de regio Zwolle ontwikkelingen in gang zetten waarmee 50.000 nieuwe woningen worden toegevoegd en minimaal 20.000 arbeidsplaatsen gecreëerd. Zwolle heeft een (fors) aandeel in deze ontwikkelopgave.
In de Verstedelijkingsstrategie zijn ook de uitkomsten van het MIRT onderzoek bereikbaarheid Zwolle en omgeving meegenomen. Daarnaast zijn er ruimtelijke vraagstukken vanuit het Rijk en provincie waar Zwolse inbreng op wordt gevraagd, zoals bij het Nota Ruimte, Kamerbrief water en bodem sturend en het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) waarin sturende keuzes worden gemaakt. Maar ook de uitwerking op provinciaal niveau in het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). Met een aanvulling op de omgevingsvisie kan beter worden geanticipeerd op de nieuwe Rijks- en provinciale kaders om daarbinnen tot een eigen verhaal te komen. Tot slot heeft de gemeente, naar aanleiding van een veranderende koers op hoger beleidsniveau, bepaald dat Brede Welvaart centraal gesteld moet worden. Dit betekent dat er wordt gestuurd op inclusief welzijn en welbevinden van mensen en ruimtelijke keuzes meer worden geprioriteerd op gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, duurzaamheid, sociale cohesie en veiligheid. Er wordt meer gestuurd op een toekomstbestendige economie met een betere leefomgevingskwaliteit en gezondheid, en minder op uitsluitend economische groei.
1.2
Reden voor onderzoek naar milieueffecten
Keuze voor een omgevingseffectrapport (OER) De gemeente Zwolle wil met de nieuwe omgevingsvisie de ‘Brede Welvaart’ vooropzetten in de keuzes die ze maakt in en over haar omgeving. Brede Welvaart omvat alles wat mensen van waarde vinden. Naast materiële welvaart gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie en veiligheid. De gemeente streeft daarom naar een omgevingseffectrapport (OER) in plaats van een milieueffectrapport (MER) vanwege het integrale karakter van de omgevingsvisie en de nadruk op de maatschappelijke opgaven. Om aan te sluiten bij de inzet op Brede Welvaart, is dit OER verbreed ingestoken.
6 | 28
Witteveen+Bos | 142392/24-010.261 | Definitief
Naast de milieu- en leefomgevingsaspecten die standaard onderdeel zijn van een OER (bijvoorbeeld geluid en natuur), beoordeeld dit OER ook op sociaaleconomische thema’s. Paragraaf 4.2 legt uit hoe het beoordelingskader eruitziet. Wat is een omgevingseffectrapport (OER)? Een omgevingseffectrapport geeft milieu en leefomgeving een volwaardige plaats in het besluitvormingsproces (hier: besluitvorming over de omgevingsvisie gemeente Zwolle). Dit doet een OER door de effecten op de leefomgeving ten gevolge van een voornemen en mogelijke alternatieve invullingen daarvan op hoofdlijnen te beschrijven. Dit houdt in dat de ruimte die potentieel kan worden benut als toekomstige oplossing voor een opgave of probleem, zoals woningbouw, wordt onderzocht. Het OER onderzoekt daarom niet concrete initiatieven in detail. Het OER is een onderzoeksrapport dat behoort bij het moederbesluit, zijnde de aanvulling op de omgevingsvisie. Het bevoegd gezag neemt uiteindelijk het besluit met kennisgeving van de gevolgen van het voornemen op de leefomgeving. mer-plicht (wettelijke grondslag) Europese en nationale wetgeving schrijven voor dat voor activiteiten met (mogelijk) aanzienlijke milieueffecten een mer-procedure wordt doorlopen.
Nederlandse wet moet voldoen aan de Europese mer-richtlijn voor projecten (2014/52/EU, 2011/92/EU)) en de Europese SMB-richtlijn (Strategische milieubeoordeling, 2001/42/EG) voor plannen en programma’s. De Europese wetgeving is geïmplementeerd in de Omgevingswet (Ow) (afdeling 16.4) en verder uitgewerkt in het Omgevingsbesluit (Ob) (hoofdstuk 11, bijlage V). Het type mer-procedure (plan-mer, project-mer of mer-beoordeling) hangt af van de aard, omvang van de activiteit en het type besluit. De aanvulling op de omgevingsvisie Zwolle is een wettelijk voorgeschreven plan in de zin van artikel 16.34 van de Omgevingswet. De omgevingsvisie stelt bovendien kaders aan besluiten voor projecten die mogelijk aanzienlijke milieueffecten hebben (artikel 16.36 lid 1 en 4). Onder meer aan het omgevingsplan voor bijvoorbeeld stedelijk ontwikkelingsprojecten zoals bedoeld in Bijlage V van het Omgevingsbesluit onder project nr. J11. Naar verwachting brengt de aanvulling op de omgevingsvisie niet alleen kleine wijzigingen op een lokaal niveau aan, maar hebben keuzes betrekking op grotere opgaven op de schaal van de gehele gemeente. Er is daarom geen sprake van een plan-mer-beoordeling (artikel 16.36 lid 3). Ook is naar verwachting een passende beoordeling nodig (artikel 16.36 lid 2).
Voor de omgevingsvisie geldt daarmee direct een plicht tot het opstellen van een milieueffectrapport (OER in het geval van Zwolle) en het doorlopen van de mer-procedure. De milieueffectrapportage (mer) is de procedure om tot het OER te komen. De mer-procedure is nader toegelicht in hoofdstuk 5. De wisselwerking tussen de omgevingsvisie en het OER Om ervoor te zorgen dat er een goede wisselwerking is tussen de omgevingsvisie en het OER, zijn er verschillende interacties tussen de twee sporen. Hierbij worden de keuzes vanuit het omgevingsvisie-spoor constant getoetst in het OER-spoor, waarna de bevindingen hiervan weer worden verwerkt in het omgevingsvisie-spoor. In afbeelding 1.2 is deze wisselwerking versimpeld weergegeven en de volledige uitwerking is te vinden in hoofdstuk 4.
7 | 28
Witteveen+Bos | 142392/24-010.261 | Definitief
Afbeelding 1.1 Schematische weergave van de wisselwerking tussen het omgevingsvisie-spoor en het OER-spoor
Initiatiefnemer en Bevoegd Gezag In de mer-procedure voor de omgevingsvisie is de gemeente Zwolle zowel initiatiefnemer als bevoegd gezag. Het college is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de omgevingsvisie en het OER. Zij treden op als initiatiefnemer. Het college stelt de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) vast. De omgevingsvisie en het OER worden vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeenteraad vormt daarmee het bevoegd gezag. Naast de initiatiefnemer en bevoegd gezag zijn er ook diverse bestuursorganen en instanties die adviseren over de inhoud van het OER zoals de onafhankelijke Commissie mer.
1.3
Doel van de NRD
Wat is een Notitie Reikwijdte en Detailniveau? De NRD heeft een aantal functies. In de eerste plaats is het een kennisgeving van het voornemen om een mer-procedure te doorlopen en een OER op te stellen bij de aanvulling op de omgevingsvisie. Daarnaast raadpleegt gemeente Zwolle met de NRD de relevante bestuursorganen en instanties over de reikwijdte en detailniveau van het OER. Een NRD is vormvrij, maar dient voldoende informatie te bevatten om deze bestuursorganen, instanties en andere geïnteresseerden inzicht te geven in de inhoud en de opzet van het op te stellen OER. De afbakening van het onderzoek - ofwel het bepalen van de reikwijdte en het detailniveau van het onderzoek - is belangrijk voor het opstellen van het OER. De reikwijdte heeft betrekking op welke alternatieven en/of varianten, welke milieuaspecten onderzocht gaan worden in het OER en het onderzoeksgebied van het OER. Tevens geeft de NRD inzicht in het beoordelingskader en de wijze van beoordelen dat wordt gehanteerd bij het beoordelen van de effecten. Dit betreft het detailniveau van het
8 | 28
Witteveen+Bos | 142392/24-010.261 | Definitief
onderzoek: hoe uitgebreid en op welke manier worden de verschillende milieuaspecten onderzocht. Voorliggende document betreft de NRD.
1.4
Leeswijzer
Tabel 1.1 geeft weer welke informatie elk hoofdstuk van deze notitie bevat.
Tabel 1.1 Leeswijzer Hoofdstuk
Informatie
1
inleiding
waarom stelt de gemeente Zwolle een aanvulling op de huidige omgevingsvisie op en waarom is het nodig om hier een OER bij op te stellen?
2
opgaven en ambities
beschrijving van de opgaven en ambities die voortkomen uit het huidige beleid (zowel van de gemeente Zwolle als van andere overheden) dat relevant is voor de omgevingsvisie
3
scenario’s
de scenario’s die de Zwolle onderzoekt voor de omgevingsvisie. Scenario’s zijn verschillende voorstelbare toekomsten waaruit een ruimtelijk ontwikkelperspectief wordt ontwikkeld
4
onderzoeksaanpak
de aanpak van het OER dat wordt opgesteld bij de omgevingsvisie
5
vervolg
toelichting op de vervolgstappen
9 | 28
Witteveen+Bos | 142392/24-010.261 | Definitief
2 OPGAVEN EN AMBITIES VOOR OMGEVINGSVISIE ZWOLLE | WAT KOMT ER OP DE GEMEENTE AF? 2.1
Beleidsanalyse: bestaand beleid en beleid in ontwikkeling
In de onderstaande secties worden de meest relevante beleidsstukken (op lokaal en bovenlokaal niveau) beschreven. Daarnaast wordt ook kaderstellende beleid voor de aanvulling op de omgevingsvisie beschreven. Deze kaders geven context aan de opgave van gemeente Zwolle, en fungeren niet als referentiesituatie of toetsingsmechanismen voor het OER. Bovenlokaal beleid In tabel 2.1 zijn de belangrijkste bovenlokale beleidsstukken te vinden. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen het niveau van het beleid, de beleidsstukken, en de kaderstellende ambities van deze beleidsstukken.
Tabel 2.1 Bovenlokaal beleid met kaderstellende ambities uitgelicht. Niveau
Beleidsstuk
Kaderstellende ambities
nationaal
Nationale omgevingsvisie (NOVI) (2020), vastgesteld
Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond (omgevingsinclusief beleid). Dit zijn de vier NOVI-prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie: duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s: toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In de NOVI worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd: combineren boven enkelvoudig; kenmerken en identiteit van een gebied centraal; afwentelen voorkomen.
Programma NOVEX (2022), vastgesteld
Met het programma NOVEX wordt de traditie van ruimtelijke ordening op nationaal niveau hersteld. In het programma staan drie doelen centraal: 1 versnellen van de uitvoering van de Nationale Omgevingsvisie; 2 versterken van de ruimtelijke regierol van het Rijk; 3 vernieuwing van de samenwerking in de (uitvoerings)relatie met provincies en in gebieden. De regio Zwolle is onderdeel van één van de zestien NOVEX-gebieden. Hiervoor heeft de regio Zwolle een Verstedelijkingsstrategie opgesteld om dit lokaal te vertalen naar een omgevingsvisie.
Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) (2023), voorontwerp
10 | 28
Witteveen+Bos | 142392/24-010.261 | Definitief
Het NPLG gaat in op drie thema’s: natuur, water en klimaat. Voor de omgevingsvisie zijn voornamelijk de drie doelen met als zichtjaar 2050 relevant: 1 10 % groenblauwe dooradering; 2 Nederland als geheel klimaatneutraal; 3 gunstige staat van instandhouding natuur.
Niveau
provinciaal
Beleidsstuk
Kaderstellende ambities
Nota Ruimte (2024), voorontwerp
De Nota Ruimte gaat in op een lange termijnvisie van de ruimtelijke inrichting van Nederland, met de hoofdpunten: 1 beweging naar een toekomstbestendig evenwicht tussen landbouw en natuur in heel Nederland; 2 beweging naar een klimaatneutrale en circulaire samenleving; 3 beweging naar sterke regio’s, steden en dorpen in heel Nederland.
Omgevingsvisie provincie Overijssel (POVI) (2017) vastgesteld. De POVI momenteel geactualiseerd.
De provincie streeft vanuit de POVI naar negen ambities: klimaatadaptatie en waterbeheer: ontwikkeling van veilige en robuuste watersystemen; energietransitie: verminderen van broeikasgasemissies en opschaling van duurzame energie; duurzame landbouw: balans tussen landbouw en natuur, bevorderen van biodiversiteit; natuurbehoud: versterken van natuurkwaliteit en realiseren van groene verbindingen; verstedelijking en mobiliteit: slim ruimtegebruik, betere bereikbaarheid en gezonde mobiliteit; cultureel erfgoed: behouden en versterken van regionale identiteit en erfgoed; gezonde leefomgeving: vergroenen van steden en verbeteren van luchtkwaliteit; sociaal welzijn: creëren van inclusieve en veilige gemeenschappen; economische ontwikkeling: duurzame economische groei en betere mobiliteit.
Overijssels Programma Landelijk Gebied (PPLG) (2023), ontwerp
De Overijsselse vertaling van het NPLG wordt beschreven in het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). De doelstellingen vanuit het PPLG zijn: het behoud en de versterking van de sociaaleconomische kwaliteit van het platteland; het realiseren van een toekomstbestendig perspectief voor de landbouw; het realiseren van natuurherstel, een robuust watersysteem en minder emissies van broeikasgassen. Het PPLG voor Overijssel is verdeeld in zes gebieden. Ieder gebied kent een eigen karakter, specifiek karakter. Zwolle valt onder het gebied Noordwest Overijssel en kent de volgende doestellingen: sociaaleconomische kwaliteit: . het creëren van inzicht in de sociaaleconomische impact van het PPLG op de zes PPLG-gebieden; . gebruik van Brede Welvaart als uitgangspunt; . ontwikkelen van een sociaaleconomische visie met gebiedspartners; . ontwikkelen van instrumenten voor uitvoering; . samenwerken met overheden, ondernemers en onderwijsinstellingen; perspectief landbouw: . ontwikkelpad 1: optimaliseren en verduurzamen van huidige bedrijfsvoering; . ontwikkelpad 2: omschakelen naar extensieve en verbrede bedrijfsvoering; . ontwikkelpad 3: afbouwen en stoppen van bedrijven; natuur: . bijdragen aan 30 % biodiversiteitsherstel tegen 2023; . uitbreiden van het NNN; . realiseren van instandhoudingsdoelen in natura 2000gebieden; . verminderen van ammoniakemissie met 41 % tegen 20302035; .
realiseren van 10 % dooradering tegen 2050, 50 % daarvan tegen 2030;
11 | 28
Witteveen+Bos | 142392/24-010.261 | Definitief
Niveau
Beleidsstuk
Kaderstellende ambities realiseren van 8.200 ha nieuwe natuur tegen 2050, 30 % daarvan tegen 2030; . realiseren van 58.300 ha leefgebied voor VHR-soorten tegen 2050, 17.500 ha daarvan tegen 2030; . aanvullende opgaven voor 2030 volgens Europese strategieën; water: . nutriëntenconcentraties voldoen aan wettelijke normen tegen 2027; . concentraties voldoen aan wettelijke normen tegen 2027; . grondwaterlichamen voldoen aan normen tegen 2027; . goede zoetwaterbeschikbaarheid door hydrologische maatregelen; klimaat: . verminderen van (broeikas)emissies met 0,1-0,7 megaton co2-eq per jaar tegen 2030; . koolstofvastlegging in bos uitbreiden met 3.500-4.000 ha tegen 2019. .
-
-
De provincie Overijssel heeft de uitvoering van de plannen voor het PPLG in mei 2024 (voor onbepaalde tijd) stopgezet. Landbouwvisie Overijssel 2040 (2024), concept
Met de landbouwvisie schetst Provincie Overijssel een visie over hoe het wil dat de landbouw in de komende 15-20 jaar zich moet ontwikkelen. Daarbij wordt de landbouw beschouwd vanuit meerdere perspectieven: 1 als cultuurdrager; 2 als economische sector; 3 als voedselproducent; 4 als drager van biodiversiteit, water en klimaatbestendigheid; 5 als ruimtegebruiker. Deze perspectieven zijn ogenschijnlijke tegenstellingen. Om deze te overbruggen ziet de provincie de noodzaak voor een nieuwe balans tussen voedselproductie en leefomgeving. Dat is het uitgangspunt van de visie. om dit te bereiken worden vijf opgaven benoemd waarbinnen ruimte is voor vakmanschap en ondernemerschap van de boer: 1 natuur; 2 biodiversiteit; 3 bodem; 4 water; 5 klimaat. Deze aspecten worden in een gebiedsgerichte aanpak binnen programma’s verder uitgewerkt.
Regionaal
12 | 28
Regionale Energiestrategie (RES 2.0) West-Overijsel (2023), vastgesteld
Witteveen+Bos | 142392/24-010.261 | Definitief
De RES 2.0 West-Overijssel heeft de volgende doelstellingen: opwek van duurzame energie: realiseren van 1,8 TWh duurzame energieopwekking door zon en wind in 2030 met een verhouding van 60 % wind en 40 % zon; leefomgeving: . vaststellen van zoekgebieden voor windenergie; . integreren van de RES-doelstellingen in provinciaal en lokaal beleid; . optimaliseren ruimtelijke kwaliteit; netwerk: afstemmen van energieprojecten met het elektriciteitsnetwerk regionaal en lokaal om transport schaarste te voorkomen en systeemefficiëntie te verbeteren; warmte: . verkennen van regionale warmtetechnologieën zoals geothermie en groengas; . het ondersteunen van lokale warmteprojecten;
Niveau
Beleidsstuk
Kaderstellende ambities -
participatie: minimaal 50 % van de duurzame energieprojecten in lokaal eigendom om maatschappelijke acceptatie te verhogen en opbrengsten lokaal te houden.
De RES-opgave is op provinciale schaal verder uitgewerkt in het programma Nieuwe Energie Overijssel 2024 - 2027. Ook worden er op provinciale schaal nadere afspraken gemaakt over windbeleid. Regionaal
Verstedelijkingstrategie regio Zwolle (2023), vastgesteld
De Verstedelijkingsstrategie regio Zwolle komt voort uit de NOVEX. de kern van de Verstedelijkingsstrategie betreft de strategie Warme Harten: de nadruk ligt op het versterken van bestaande steden en dorpen door binnenstedelijke verdichting; klimaat robuuste oplossingen staan centraal; integrale oplossingen voor klimaat en water, mobiliteit, economie en wonen, om synergiën te benutten. Er zijn zeven ontwikkelingsprincipes opgesteld om invulling te geven aan de bouw van 50.000 woningen in de regio: zuinig omgaan met ruimte: ontwikkelingen zo veel mogelijk binnen bestaand bebouwd gebied; klimaataanpak bij de bron: nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan klimaatbestendigheid; nieuw helpt bestaand met transitie opgaven: nieuwe woningen moeten bestaande voorraad versterken; passend woonaanbod voor iedereen: differentiatie van woonmilieus om een gevarieerd en aantrekkelijk aanbod te creëren; voorrang aan voetganger, fietser en OV: door stimuleren mobiliteitstransitie en door ruimtelijke keuzes die nabijheid woon-werk-voorzieningen gelegenheid ondersteunen; vergroten van regionaal economisch elan: versterken van de economische samenhang in de regio door verschillende vormen van werk en door het stimuleren van triple-helixverbanden; lokale identiteit behouden: ontwikkelingen moeten bijdragen aan het behouden en versterken van de lokale identiteit en karakteristieken van de regio.
Om deze opgaven aan te pakken zijn er diverse ontwikkelprogramma’s: regionale mobiliteitsstrategie; regionale sponsstrategie; stedelijk Zwolle; karakteristieke stationsomgevingen; vitale kernen en gezonde buurten; ruimtelijk-economische bouwsteen.
regionaal
MIRT-onderzoek bereikbaarheid Zwolle (2023), definitief
13 | 28
Witteveen+Bos | 142392/24-010.261 | Definitief
Het gebiedsgerichte MIRT-onderzoek Bereikbaarheid Zwolle richt zich op het opstellen van een maatregelpakket dat aansluit bij de mobiliteitsopgave van de regio Zwolle, gekoppeld aan de verstedelijkingsopgave: ruimtelijk-economisch functioneren: bereikbaarheid van gebieden en doorstroming van de A28 op peil houden; duurzame Mobiliteit: . minder reizen door nabijheid; . alternatieve reisopties stimuleren (tijd en vervoermiddel); ruimtelijke kwaliteit: . verminderen ruimtegebruik mobiliteitssysteem; . groene, veilige stad creëren; actieve mobiliteit: . lopen en fietsen bevorderen; . OV-bereikbaarheid verbeteren; vergroten van nabijheid: nabijheid centraal stellen in verstedelijkingsstrategieën; versterken ruimtelijke kwaliteit: flankerend parkeerbeleid en cultuurverandering in reisgedrag.
Niveau
Beleidsstuk
Kaderstellende ambities Resulterend in een integraal maatregelpakket voor 2030 en 2040 dat de mobiliteitstransitie en verstedelijkingsopgaven van Zwolle faciliteert: parkeerbeleid en gedragsbeïnvloeding; verbetering ontsluiting spoorzone; hub-strategie; snelfietsroutes gericht op verbinden hubs; verbetering fiets- en voetgangersbereikbaarheid van stations; herroutering autoverkeer via buitenring.
Lokaal beleid In tabel 2.2 biedt een overzicht van de meest relevante gemeentelijke beleidsstukken. Hierin wordt per beleidsstuk uitgelicht wat de kaderstellende ambities zijn.
Tabel 2.2 Algemeen gemeentelijk beleid met kaderstellende ambities uitgelicht. Beleidsstuk
Kaderstellende ambities
Omgevingsvisie Zwolle 2030 (2021), vastgesteld
Het toekomstbeeld van de visie is: een toekomstbestendige stad waarin duurzaamheid, kwaliteit van leven en samenwerking met de gemeenschap centraal staan. Elke ontwikkeling moet bijdragen aan een gezonde, inclusieve en aantrekkelijke leefomgeving voor huidige en toekomstige generaties. Hiervoor gelden de drie leidende ambities uit het Huis van Zwolle: versterken van stedelijkheid en economie; Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal; vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen. De omgevingsvisie kent zes integrale opgaven waaraan wordt gewerkt: leefgemeente; een klimaatbestendige gemeente; duurzame gemeente; werkgemeente; gemeente waar we ons verplaatsen; onderdeel van Nederland en de regio.
De Zwolse Participatieaanpak (2023), vastgesteld
Spelregels om ervoor te zorgen dat samenwerkingen goed tot stand komen, voor iedereen prettig verlopen en het gewenste resultaat opleveren: de initiatiefnemer is verantwoordelijk voor zorgvuldige participatie; de initiatiefnemer zorgt ervoor dat alle Zwollenaren kunnen meedoen; er wordt gebruik gemaakt van de kennis en contacten die er in Zwolle al zijn; streven dat iedereen zich aan het einde van het proces serieus genomen voelt.
Visie Zwolle Circulair (2024), vastgesteld
Met de Visie Zwolle Circulair geeft gemeente Zwolle invulling aan hoe het een circulaire economie kan realiseren. Het doel hierbij is om in 2050 een volledig circulaire stad te hebben. Om dit bereiken wordt er aandacht besteed aan vier terreinen in een integrale aanpak: bouw; economie; afval en grondstoffen; bedrijfsvoering.
Cultureel Perspectief Zwolle 2040 (2021), vastgesteld
Het Cultureel Perspectief Zwolle 2040 omvat op hoofdlijnen de strategische onderbouwing van het cultuurbeleid. In 2040 wil Zwolle de experimentele Hanzestad zijn, en het kloppend culturele hart van de regio. Kunst en cultuur dragen daarbij aan de hoge kwaliteit van leven van iedere bewoner of bezoeker. Om deze culturele ontwikkeling te bereiken wordt er ingezet op drie infrastructurele pijlers: de cirkels: deze staan symbool voor de culturele keten die binnen Zwolle aanwezig is zoals cultuuronderwijs op scholen; de spots: deze staan symbool voor de culturele plekken binnen Zwolle waar cultuur als grootstedelijke voorziening een sterke regionale of nationale aantrekkingskracht heeft zoals Hedon of Museum de Fundatie; de sterren: deze staan symbool voor de motor achter de talentontwikkeling, bijvoorbeeld door koppeling tussen het veelvoud aan creatieve opleidingen en de culturele instellingen.
14 | 28
Witteveen+Bos | 142392/24-010.261 | Definitief
Beleidsstuk
Kaderstellende ambities Naast breedte investeringen in deze drie pijlers, worden er drie specifieke aandachtspunten genoemd: ruimte voor kunstenaars om te creëren en te presenteren; structurele budgetten voor makers in de podiumkunsten; investering in talentontwikkeling.
Koers Sociaal domein 2024-2030 (2024, vastgesteld)
Met deze koers schetst gemeente Zwolle de beoogde verandering in het sociaal domein. In de koers worden de inwoner en de leefwereld centraal gesteld. Om dit bereiken wil wordt er ingezet op twee pijlers, met daaronder diverse acties om dat te na te streven: Naar een vitale en krachtige samenleving: aansluiten bij de samenleving; initiatieven mogelijk maken; sociale basis versterken; bestaanszekerheid versterken; kansengelijkheid vergroten; gezond leven mogelijk maken. Aansluiten bij de leefwereld van inwoners: uitgaan van vertrouwen; de brede context beschouwen; de eigen regie versterken; het gewone leven versterken; de menselijke maat hanteren.
Bevindingen beleidsanalyse De verschillende beleidsplannen voor Zwolle laten een integrale samenhang en overloop zien. Door het gebruik van de huidige omgevingsvisie ontstaat er een strategie die effectief kan inspelen op de huidige en toekomstige ruimtelijke uitdagingen. Deze integratie zorgt ervoor dat Zwolle zich steeds beter voorbereid op het halen van haar ambities op het gebied van brede welvaart, gezondheid en duurzaamheid. De belangen van alle betrokkenen worden op een evenwichtige manier afgewogen. Na de vaststelling van de omgevingsvisie is de landelijke sturing op Zwolle groter geworden, met name voor het woningaanbod, maar ook op thema’s als mobiliteit, klimaatadaptatie en energietransitie. Dit zorgt voor aanvullende uitdagingen. Hoewel de beleidsvisies voor Zwolle ambitieus en duidelijk zijn, zijn er enkele uitdagingen die de effectiviteit beperken. Verschillende ruimteclaims, zoals woningbouw, bedrijventerreinen en klimaatadaptatie, energietransitie beconcurreren elkaar om beperkte beschikbare ruimte. Het ontbreekt in deze ruimteclaims veelal in een prioritering. Ook ontbreekt het soms aan duidelijke beleidskeuzes, wat kan leiden tot inefficiëntie. Beleidshiaten moeten worden ingevuld om het beleid aan te passen aan actuele opgaven.
Tot slot moet het beleidskader flexibeler worden om snel op veranderende (inter)nationale, regionale en lokale omstandigheden te kunnen reageren.
2.2
Ambities
De ambities voor Zwolle zijn geformuleerd in de huidige omgevingsvisie - Ons Zwolle van morgen 2030. Paragraaf 2.2 bevat een toelichting op de drie ambities. Deze drie ambities vormen de kern voor de aanvulling op de omgevingsvisie, wel worden de opgaven die aan de ambities gekoppeld zijn geactualiseerd. Het Huis van Zwolle In de omgevingsvisie van 2017 heeft de gemeente Zwolle drie ambities beschreven (afbeelding 2.1).
15 | 28
Witteveen+Bos | 142392/24-010.261 | Definitief
Afbeelding 2.1 Het Huis van Zwolle: overzicht visie, ambities en opgaven
Zwolle als leefgemeente: een leven lang Zwolle Zwolle streeft naar een hoge kwaliteit van leven voor iedereen, met jaarlijks 1.000 nieuwe woningen om aan de vraag van jongeren en gezinnen te voldoen. Functiemenging stimuleert nabijheid van woon-, werk- en recreatiegebieden. De Ouderenagenda bevordert levensloopbestendige woningen met nabijgelegen voorzieningen, en de stad werkt aan een inclusieve, gezonde leefomgeving die beweging en ontmoeting stimuleert. Zwolle als klimaatbestendige gemeente Klimaatadaptatie is cruciaal voor Zwolle vanwege toenemende weersextremen. De stad neemt maatregelen om weerbaar te worden tegen wateroverlast en droogte, de unieke delta van de IJssel en Vecht te behouden, en zorgt voor een duurzame leefomgeving. Zwolle als duurzame gemeente Zwolle streeft naar energieneutraliteit in 2050 door te investeren in duurzame energiebronnen zoals wind, zon en geothermie. De stad bevordert een circulaire economie, hergebruik van materialen en duurzame logistieke oplossingen, waaronder milieuvriendelijke transportmiddelen zoals fietskoeriers. Zwolle als werkgemeente Met een diverse economie en 100.000 banen, richt Zwolle zich op sectoren als gezondheid, zakelijke dienstverlening, ICT en e-commerce. Innovatie wordt gestimuleerd door samenwerking tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid.
De stad past zich aan door grote kantoren om te bouwen naar kleinschalige werkruimtes en gemengde woon-werkgebieden. Zwolle als gemeente waar we ons verplaatsen Zwolle verbetert mobiliteit door slimme koppelingen tussen vervoer en stadsontwikkeling. De stad investeert in OV-knooppunten en fietsinfrastructuur, en stimuleert het gebruik van deelauto’s en deelfietsen. De rol van Zwolle als knooppunt in regionale en nationale netwerken bevordert economische aantrekkelijkheid en leefkwaliteit. Zwolle als onderdeel van Nederland en de regio Zwolle speelt een centrale rol in de economische groei van Noord-, Oost- en West-Nederland, en werkt samen met omliggende gemeenten en provincies aan economie, werkgelegenheid, woningtekort,
16 | 28
Witteveen+Bos | 142392/24-010.261 | Definitief
bereikbaarheid, klimaat en energie. Dankzij goede verbindingen en de historische delta blijft Zwolle een aantrekkelijke plek om te wonen en te ondernemen.
2.3
Opgaven
De drie ambities uit het Huis van Zwolle (zie paragraaf 2.2) blijven van toepassing voor de aanvulling op de omgevingsvisie. Om de opgaven uit de omgevingsvisie te bepalen zijn verschillende thematische bouwstenen opgesteld. De bouwstenen geven inzicht hoe de (stedelijke) opgaven voor Zwolle voor langere termijn op te lossen zijn. Opgaven uit de bouwstenen Om invulling te geven aan de ambities voor de aanvulling op de omgevingsvisie zijn verdiepende studies noodzakelijk om de gebieden in Zwolle in beeld te brengen voor de realisatie van de opgaven. Dit zorgt ervoor dat de thematische opgaven een vertaling krijgen op gebiedsniveau. Hiervoor zijn thematische bouwstenen en gebiedsverkenningen ontwikkeld die als basis dienen voor de scenario-ontwikkelingen. De bouwstenen en gebiedsverkenningen zijn weergegeven in tabel 2.3.
Tabel 2.3 Overzichten bouwstenen en gebiedsverkenning aanvulling omgevingsvisie Zwolle Product(en)
Thematische uitwerking
bouwsteen wonen
Deze bouwsteen beschrijft het kwalitatief woonbeeld en woningbehoefte voor Zwolle in de periode 2030 tot 2040. Hierin is uitgegaan van bevolkings- en huishoudensprognoses en de verwachte kwalitatieve woonbehoefte (soorten woningen en woonmilieus). Vanuit de verscheidenheid aan doelgroepen is verkend welke woonmilieus, woonvormen en woningtypen noodzakelijk zijn om toe te voegen aan de bestaande woningvoorraad van Zwolle.
Bouwsteen mobiliteit
Deze bouwsteen beschrijft op welke wijze de mobiliteitstransitie na 2030 vorm krijgt. Dit is gedaan in samenhang met afspraken uit het MIRT-onderzoek bereikbaarheid Zwolle. Er werd onder andere gekeken verbetering van de OV-bereikbaarheid (o.a. stations) van de oost- en zuidzijde van Zwolle in samenhang met ontwikkeling in het regionale OV- en autonetwerk.
bouwsteen werken en economie
In deze bouwsteen is onderzocht in hoeverre er behoefte bestaat aan verdere groei van werklocaties, gegeven de verwachting aantal banen/arbeidsplaatsen in Zwolle meegroeit met het groeiend aantal inwoners. Hierbij werd specifiek gekeken naar het economisch profiel dat past bij de gemeente. Een onderdeel van deze verdieping was ook vrijetijdseconomie.
bouwsteen water en klimaat
In deze bouwsteen is onderzocht in welke mate en met welke urgentie ruimtelijke reserveringen zich vertalen naar harde(re) ruimtelijke reserveringen voor water en klimaat. Dit werd gedaan vanuit het functioneren van het regionale watersysteem. Daarnaast is er gekeken naar de omgang met hitte en droogte en de beschikbaarheid van drinkwater.
bouwsteen energie
In deze bouwsteen is onderzocht welke (extra) ruimteclaims er zijn voor de opwekking van duurzame energie. Specifiek is er gezocht naar aanvullende locaties voor windenergie. Uit de studie blijkt dat als er extra ruimte claims nodig zijn, ook op de bestaande stad.
stadsscan
In de Stadsscan is inzichtelijk gemaakt welke ruimte er is in bestaande Zwolse woonwijken voor kwalitatieve verdichting.
gebiedsverkenningen
In deze verkenningen wordt onderzocht op welke (grootschalige) locaties woningen aan Zwolle kunnen worden toegevoegd. Het betreft de volgende verkenningen: -
ontwikkeling Ceintuurbaanzone in het kader van de NOVEX;
-
mogelijke uitleglocaties aan de oost- en zuidzijde van de bestaande stadsranden.
Beide gebiedsverkenningen worden meegenomen in de scenariostudie.
17 | 28
Witteveen+Bos | 142392/24-010.261 | Definitief
Opgaven uitgedrukt in ruimteclaims Op basis van de thematische bouwstenen (zie tabel 2.3), de stadsscan, gebiedsverkenningen, de Verstedelijkingsstrategie en MIRT Regio Zwolle zijn in tabel 2.4 ruimteclaims geformuleerd voor de aanvulling op de Omgevingsvisie. Per dimensie is gekeken of er netto een toenemende, een afnemende of een onveranderde ruimteclaim verwacht kan worden, rekening houdend met de huidige opgaven. Wat opvalt uit deze analyse, is dat nagenoeg alle opgaven netto gezien om een toenemende ruimteclaims vragen. Wanneer de dimensies in samenhang worden bekeken, komt dit uit op een netto ruimteclaim die naar verwachting om meer ruimte vraagt dan de huidige situatie. Daarnaast zijn er nog diverse opgaven waarvan de ruimteclaim nog nader te bepalen is. Dit heeft gevolgen voor het gebruik en de inrichting van de ruimte in Zwolle. De mogelijke inrichtingen kunnen in het ontwerpend onderzoek worden verkend en worden in het OER verder uitgewerkt.
Tabel 2.4 Opgaven uitgedrukt in ruimteclaims op basis van de thematische bouwstenen, stadsscan, gebiedsverkenningen, Verstedelijkingsstrategie en MIRT Regio Zwolle Opgaven die voortkomen uit
Toelichting ruimteclaim(s)
bouwsteen wonen
De onderzochte demografische opgaven voor Zwolle brengen naar verwachting een toenemende ruimteclaim met zich mee: dit komt omdat de prognose is dat er in regio Zwolle - in lijn met de nationale prognose sprake is van bevolkingsgroei. Dit uit zich in de gewilde realisatie van 50.000 nieuwe woningen en 20.000 arbeidsplaatsen. De groei zit vooral in inwoners boven de 30 jaar en (gezinsfase) en bij ouderen. Voor jongeren onder de 30 jaar geldt dat deze vaker vertrekken; de toename in het aantal inwoners gaat gepaard gaat met toenemende ruimteclaims voor woningen en maatschappelijke voorzieningen als onderwijs en sport. Demografische trends hebben ook impact op de behoefte aan (type) voorzieningen, woonwensen en economische ontwikkelingen. Dit komt mede door de vergrijzing en de verwachte toename van het aantal eenpersoonshuishoudens. De behoefte aan wonen en zorg neemt daardoor toe, wat kan vragen om nieuwe woonvormen.
bouwsteen mobiliteit
Op gebied van mobiliteit is er sprake van een mobiliteitstransitie met als doel de ruimtelijke claim van mobiliteit te verminderen door: het promoten van thuiswerken en functiemenging wat naar verwachting leiden tot een lagere ruimteclaim; overstappen van auto naar lopen, fietsen, openbaar vervoer of deelmobiliteit door alternatieven te verbeteren heeft een kleinere ruimteclaim tot gevolg; het verlagen van de maximumsnelheid van 50 naar 30 km/uur heeft geen effect op de ruimteclaim; het bundelen van auto parkeren, mobiliteitshubs en parkeerregulering, zal een verminderend effect hebben op de ruimteclaim binnen de stad; verbetering van kwalitatief goede inpandige fietsenstallingen; meer ruimte voor fietsers en voetgangers en optimalisatie voor OV en autoverkeer op de buitenring; daarnaast ligt er focus op woon en werk nabijheid, het verminderen van vervoersarmoede, rechtvaardige verdeling van openbare ruimte en aanpak van verkeersveiligheid. Ondanks deze opgaven op het gebied van mobiliteit wordt er een toenemende ruimteclaim voor dit thema verwacht: door een toename in het aantal inwoners wordt er een autonome toename van 10.000 auto’s verwacht richting 2040. Dit zal leiden tot een extra ruimteclaim; het verduurzamen van mobiliteit door elektrificatie zal leiden tot geringe stijging in ruimteclaim.
werken en economie
18 | 28
De te verwachten ruimteclaim als gevolg van economische opgaven neemt naar verwachting toe door: een sterke toename in vraag naar werklocaties (bedrijventerreinen). Dit vertaalt zich naar 50-135 hectare (netto) ruimtevraag voor bestaande, herontwikkeling, en nieuwe bedrijventerreinen; veranderende economie leidt tot extra en andere ruimtevraag. Er onder andere veel ruimte nodig voor de circulaire transitie en het behoud van banen in de maakindustrie; de krapte in de kantorenmarkt met veranderde vestigingsvoorkeuren; nieuwe beperkende factoren, zoals beschikbaarheid van energie en steeds hogere duurzaamheidseisen; de toename van het aantal voorzieningen en voldoende ruimte voor de vrijetijdssector.
Witteveen+Bos | 142392/24-010.261 | Definitief
Opgaven die voortkomen uit
Toelichting ruimteclaim(s)
water en klimaat
De te verwachten ruimteclaim als gevolg van opgaven op het gebied van water en klimaat neemt naar verwachting toe door: een toename van duurzame projecten en grote private investeringen die rekening houden met water en bodem; de aanleg van groenblauwe netwerken voor wateropvang en klimaatadaptatie; bestaande werklocaties behouden en herontwikkelen, nieuwe bedrijventerreinen plannen met oog voor duurzaamheid en waterbeheer; meerlaagsveiligheid creëren door integreren van vluchtroutes, shelters en water robuuste voorzieningen om overstromingsgevolgen te beperken en herstelcapaciteit te versterken; het ontwikkelen van een klimaat robuust watersysteem en ruimtelijke reserveringen voor waterveiligheid; nieuwe oplossingen voor hitte, droogte en drinkwaterbeschikbaarheid.
energie
Voor de energietransitie worden aanzienlijke toename in ondergrondse en bovengrondse ruimtelijke claims verwacht door: locaties voor grootschalige duurzame energieopwekking binnen en buiten de stad, zoals Tolhuislanden en Haerst voor windenergie en de bijbehorende afstandscontouren; het ontwikkelen van een toekomstbestendige infrastructuur om netwerkcongestie te voorkomen en balans tussen energievraag en -aanbod te waarborgen; de overgang naar alternatieve warmtesystemen per wijk, zoals warmtenetten, all-electric oplossingen, waterstof, of duurzaam gas.
stadsscan Zwolle
De stadsscan dat tussen de 0 en 2000 woningen toegevoegd kunnen worden in bestaande wijken, passend binnen de huidige kaders van de Omgevingsvisie. Dat wil zeggen: passend binnen de stedelijke hoofdgroenstructuur; passend binnen het groen/blauwe raamwerk (klimaatadaptatie); passend binnen de in de Omgevingsvisie opgenomen hoogbouwvisie. De stadsscan heeft ook in beeld gebracht wat de potentie is om kwalitatief te verdichten in bestaande Zwolse wijken wanneer in mindere mate rekening gehouden hoeft te worden met de bestaande ruimtelijke beleidskaders. Dat geeft een potentie van circa 3000 extra woningen bovenop de al genoemde 2000, wat het dus mogelijk maakt om tot 5000 woorden toe te voegen.
verstedelijkingsstrategie regio Zwolle 2040
In de Verstedelijkingsstrategie worden de volgende ruimteclaims verwacht door: ontwikkelingen zo veel mogelijk binnen bestaand gebouwd gebied te houden; het incorporeren van klimaatbestendigheid bij nieuwe ontwikkelingen; differentiatie van woonmilieus om een gevarieerd en aantrekkelijk aanbod te creëren; het stimuleren van de mobiliteitstransitie en door ruimtelijke keuzes die nabijheid woon-werkvoorzieningen gelegenheid ondersteunen; het creëren van verschillende vormen van werk en door het stimuleren van triplehelixverbanden.
MIRT regio Zwolle (Oost-Nederland)
Het integrale maatregelpakket voor 2030 tot 2040 dat de mobiliteitstransitie en verstedelijkingsopgaven van Zwolle faciliteert leidt tot de volgende ruimteclaims: parkeerbeleid en gedragsbeïnvloeding; verbetering ontsluiting spoorzone; hub-strategie; snelfietsroutes gericht op verbinden hubs; verbetering fiets- en voetgangersbereikbaarheid van stations; herroutering autoverkeer via buitenring.
19 | 28
Witteveen+Bos | 142392/24-010.261 | Definitief
3 SCENARIO’S | WAAR WIL DE GEMEENTE NAARTOE? 3.1
Scenariostudie
Doel scenariostudie De scenariostudie heeft als doel om inzicht te geven in de integrale ruimtelijke samenhang en de daarbij te maken afwegingen voor het toekomstperspectief van Zwolle. De scenariostudie schets hoe bepaalde opgaven op verschillende plekken (waar) en op een verschillende manier (hoe) worden ontwikkeld na 2030 tot 2040 met een doorkijk naar 2050 (zichtjaar aanvulling omgevingsvisie ‘Ons Zwolle van Overmorgen’). De scenario’s, ‘voorstelbare toekomsten’, zijn het resultaat van de scenariostudie. Input voor scenariostudie De gemeente Zwolle heeft bouwstenen en gebiedsverkenningen ontwikkeld (zie paragraaf 2.3) voor de aanvulling op de omgevingsvisie met keuzes na 2030. De bouwstenen en gebiedsverkenningen geven inzicht in hoe de opgaven voor Zwolle vanuit sectoraal beleid voor langere termijn op te lossen zijn. Ze vormen daarmee de basis voor de integrale afweging van de ontwikkeling van Zwolle binnen de scenariostudie. De bouwstenen zijn sectoraal en vormen de basis voor de nog uit te werken scenario’s in Q3 en Q4 van 2024. Ontwikkeling scenario’s Aan de hand van ruimtelijke scenario’s ontstaan oplossingsrichtingen (voorstelbare toekomsten). Deze scenario’s omvatten gebiedsgerichte oplossingen vanuit een combinatie van opgaven en oplossingen. In de scenario’s worden de verschillende opgaven en oplossingen bij elkaar gebracht.
Vervolgens worden, in samenspraak met inwoners, ondernemers en organisaties in Zwolle, afwegingen gemaakt voor gebieden, gericht op mensen (inwoners, bezoekers en werknemers) en door hen gewenste kwaliteiten. Dit leidt tot een afgewogen ruimtelijk ontwikkelperspectief voor de aanvulling op de omgevingsvisie. De scenario’s worden opgesteld aan de hand van verschillende ateliers met beleidsexperts van de gemeente en verschillende externe stakeholders, waarbij alle sectorale belangen worden vertegenwoordigd. De scenario’s worden uiteindelijk ook gedeeld met de bewoners van gemeente Zwolle. Scenario’s van PBL als leidraad De gemeente Zwolle gebruikt de vier scenario’s van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) als leidraad voor de scenariostudie. Het (PBL) heeft in het rapport ‘Ruimtelijke Verkenning 2023’ vier scenario’s opgesteld voor de inrichting van Nederland in 2050. In tabel 3.2 zijn de PBL-scenario’s voor de inrichting van Nederland in 2050 toegelicht.
Tabel 3.1 PBL-scenario’s voor de inrichting van Nederland in 2050 (bron: Ruimtelijke Verkenning 2023, PBL) PBL-scenario
Toelichting
Mondiaal Ondernemend
In dit scenario is de samenleving individualistisch en domineert het marktdenken in de economie. Grote bedrijven nemen de lead. Eigen verantwoordelijkheid staat voorop, ook om te verduurzamen. Een van de kenmerkende ontwikkelingen in dit toekomstige Nederland is een groter contrast tussen verdergaande verstedelijking in het westen en midden van Nederland en rust elders in het land.
20 | 28
Witteveen+Bos | 142392/24-010.261 | Definitief
PBL-scenario
Toelichting
Snelle Wereld
In dit scenario valt de samenleving uiteen in allerlei leefstijlgroepen. Deze bubbels vinden het belangrijk zich van elkaar te onderscheiden. Het leven speelt zich grotendeels af in het digitale domein; de fysieke ruimte boet aan belang in. Allianties van kleinere, innovatieve bedrijven en leefstijlgroepen nemen in deze toekomst het voortouw. Zij vinden flexibiliteit belangrijk. Een van de gevolgen hiervan is een wat rommelige en veranderlijke ruimtelijke inrichting van het land.
Groen Land
In dit scenario zien mensen zich als onderdeel van de natuur. Ze beschouwen vergroening als een collectieve publieke opdracht en sporen de Rijksoverheid aan om daarbij de lead te nemen. In deze toekomst staat het respecteren van ecologische grenzen bovenaan, ook als dit ten koste gaat van de vrijheid om te consumeren. Natuurlijke oplossingen domineren, bijvoorbeeld door water meer ruimte te geven. Bebouwing vindt in deze toekomst zoveel mogelijk plaats binnen de bestaande stad en geconcentreerd rond openbaarvervoerknooppunten.
Regionaal Geworteld
In dit scenario maken lokale en regionale gemeenschappen de dienst uit. Mensen kennen elkaar, voelen zich onderling verbonden en zijn trots op de buurt, de wijk en het landschap. Samen dragen ze zorg voor hun nabije omgeving. In deze toekomst is de verstedelijking verspreid over het land; grote steden zijn kleinschalig uitgebreid, kleinere steden en dorpen zijn organisch gegroeid. Kleinschaligheid en lokale en regionale functiemenging zijn de norm. Mensen vinden in de eigen streek wat ze nodig hebben.
3.2
Ontwerpend onderzoek
Verschil scenario en alternatief Via ontwerpend onderzoek worden scenario’s vertaald naar twee alternatieven voor het OER. Voor het OER worden scenario’s vertaald naar twee alternatieven die onderscheidend zijn vanuit de gevolgen op de leefomgeving en het volledige speelveld weergeven. De scenario’s bevatten onder andere ontwikkelingen waar de gemeente Zwolle geen invloed op heeft. De alternatieven bevatten slechts ingrepen en ontwikkelingen waar de gemeente Zwolle wel invloed over heeft. Dit handelingsvoornemen van de gemeente Zwolle is het ruimtelijk ontwikkelperspectief en landt uiteindelijk ook in de aanvulling op de omgevingsvisie. Bandbreedte Elk integraal alternatief laat een uiterste inrichting van de fysieke leefomgeving met andere effecten zien. De opgaven, uitkomsten van de bouwstenen en gebiedsverkenningen zijn in verschillende bandbreedtes opgenomen in de verschillende alternatieven. Ook wordt bij de ontwikkeling van de alternatieven invulling gegeven aan de drie ambities uit het Huis van Zwolle voor 2040 met een doorkijk naar 2050, en de afspraken die zijn gemaakt met het opstellen van de verstedelijkingsstrategie voor regio Zwolle. Concrete alternatieven zijn ten tijde van het opstellen van de NRD niet beschikbaar.
21 | 28
Witteveen+Bos | 142392/24-010.261 | Definitief
4 ONDERZOEKSAANPAK | HOE WORDEN DE SCENARIO’S ONDERZOCHT? 4.1
Aanpak van het OER
Het OER (inclusief NRD) wordt als onderzoeksmiddel ingezet tijdens de ontwikkeling van de aanvulling op de omgevingsvisie. Het OER brengt in het proces in beeld waar vanuit het oogpunt van milieu, de leefomgeving, en brede welvaart er opgaven zijn en wat de bandbreedte van effecten is van mogelijke keuzes in de visie hierop. De wisselwerking tussen het visiespoor en het OER-spoor faciliteren wij middels ‘ontwerploops’ (afbeelding 1.1). Een ontwerpend OER geeft tijdig inzicht in met welke keuzes negatieve effecten te beperken zijn en met welke keuzes juist kansen ontstaan. Zo toetst het OER dus niet enkel achteraf op haalbaarheid, maar faciliteert, met tussenproducten, de ontwikkeling van de visie. Op afbeelding 4.1 is het proces schematisch verbeeld, waarbij de relaties en verbindingen tussen de producten uit alle sporen zichtbaar zijn. Met inzichten vanuit het OER kunnen de keuzes in de aanvulling van de omgevingsvisie na 2030 onderbouwen en in beeld brengen wat daarna, onder welke voorwaarden, mogelijk is. Het gekozen ontwikkelperspectief (waarschijnlijk een combinatie van elementen uit verschillende scenario’s) wordt tevens beoordeeld in het OER. Ook worden randvoorwaarden, aandachtspunten en onzekerheden vastgelegd in het OER, zodat daar in de beleidsuitwerking en monitoring aandacht aan besteed kan worden.
Hoofdvragen voor het OER Het OER gaat in op de volgende hoofdvragen: 1 wat is de huidige staat van de Zwolse leefomgeving? 2 hoe ontwikkelt de leefomgeving zich autonoom (zonder aanvulling op de omgevingsvisie)? 3 welke ontwikkelrichtingen volgen uit de scenariostudie en welke beleidsuitspraken passen daarbij?1 4 wat zijn de effecten van ontwikkelrichtingen die volgen uit de scenariostudie? 5 welk afgewogen ruimtelijk ontwikkelperspectief volgt er uit de scenariostudie en wat zijn de hierbij horende effecten? 6 wat zijn aandachtspunten, randvoorwaarden en onzekerheden voor monitoring en evaluatie? Onderzoeksaanpak voor het OER op hoofdlijnen De onderzoeksaanpak bestaat op hoofdlijnen uit 5 stappen: a het beschrijven van de Zwolse leefomgeving; b het uitwerken van de beschrijving van de leefomgeving tot een referentiesituatie voor het OER; c het leveren van een bijdrage aan de beleidskeuzes voor de omgevingsvisie (uitgewerkt in scenario’s) op basis van de concretisering van de ambities en eventuele aanvullende aandachtspunten; d het beschrijven en beoordelen van de effecten op de leefomgeving en brede welvaart van de alternatieven en deze vastleggen in een rapport, het OER. Via expert judgement worden op hoofdlijnen de effecten van twee alternatieven in beeld gebracht; zodoende geeft het OER-spoor ontwerpprincipes mee;
1
De beleidsopties worden ontwikkeld door het omgevingsvisieteam, niet door het OER-team. Wel levert het OER-team een bijdrage aan het ontwikkelproces.
22 | 28
Witteveen+Bos | 142392/24-010.261 | Definitief
e
f
het uitwerken van een ruimtelijk ontwikkelperspectief welke de koers de aanvulling op de omgevingsvisie bevat en het in beeld brengen van de effecten op de leefomgeving van dit ontwikkelperspectief; het geven van een aanzet voor monitoring en bijsturing op de beoogde effecten.
Bij het beschrijven en beoordelen van de referentiesituatie en de effecten van scenario’s en het toekomstbeeld (voorkeursscenario) wordt een beoordelingskader gehanteerd. Het beoordelingskader bevat een uitwerking van de onderzoeksthema’s in het OER en aspecten en criteria waarmee effecten gestructureerd in beeld gebracht worden. Paragraaf 4.2 licht het beoordelingskader toe. Situaties in het onderzoek In het OER worden op allerlei aspecten van de leefomgeving (zie paragraaf 4.2 beoordelingskader) informatie gegeven. Daarbij worden de volgende situaties onderscheiden: - huidige situatie: dit is de feitelijke staat van de leefomgeving in het jaar 2024 of het meeste recente jaar waarover informatie beschikbaar is. In de praktijk is dit vaak het jaar 2021, 2022 of 2023; - referentiesituatie: de situatie die tot en met 2040 met een doorkijk naar 2050 zou ontstaan als gevolg van de zogeheten autonome ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich ook zouden voordoen als de aanvulling op de omgevingsvisie niet wordt gerealiseerd. Hierbij valt onderscheid te maken tussen: . generieke autonome ontwikkelingen afkomstig van buitenaf: algemene trends en ontwikkelingen als klimaatverandering of vergrijzing die Zwolle als het ware overkomen en waarop de gemeente niet of nauwelijks invloed heeft; .
autonoom omgevingsbeleid: voortzetting van het huidige (sectorale) beleid) en autonome projecten. Hier vallen onder bouw- en infraprojecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden maar die nog niet uitgevoerd zijn; voor het jaar 2040 met doorkijk naar 2050 is vaak beperkte informatie beschikbaar en bestaat de nodige onzekerheid over autonome ontwikkelingen. In het OER wordt aangegeven welke bronnen zijn gebruikt voor het schetsen van de referentiesituatie en of bijvoorbeeld prognoses tot 2040 zijn geëxtrapoleerd naar 2050; - alternatieven: De alternatieven schetsen twee extreme ontwikkelrichtingen voor Zwolle in 2040 met een doorkijk 2050; - ruimtelijk ontwikkelperspectief (voorkeursalternatief): Het ruimtelijk ontwikkelperspectief bevat de keuzes van de aanvulling op de omgevingsvisie. In dit OER vervult het ruimtelijk ontwikkelperspectief de rol van het ‘voorkeursalternatief’.
4.2
Beoordelingskader
Het beoordelingskader is het centrale onderdeel van het OER. Het beoordelingskader bevat een uitwerking van de onderzoeksthema’s in het OER en aspecten en indicatoren waarmee effecten gestructureerd in beeld gebracht worden. De indicatoren wordt in de staat van de leefomgeving concreet gemaakt. Dit beoordelingskader is vormgegeven aan de hand van het Huis van Zwolle. De indicatoren zijn overgenomen vanuit de omgevingsvisie uit 2021 en waar nodig aangevuld op basis van recente ontwikkelingen.
Tabel 4.1 Beoordelingskader OER aanvulling omgevingsvisie Zwolle Huis van Zwolle
Thema
versterken stedelijkheid en economie
wonen
23 | 28
Witteveen+Bos | 142392/24-010.261 | Definitief
Aspecten
Indicator
woningaanbod
omvang woningvoorraad naar prijssegment en type
openbare ruimte
oppervlakte stedelijk groen en water beweegvriendelijkheid kwaliteit woonomgeving ruimte voor recreatie
Huis van Zwolle
Thema
omvang voorzieningenaanbod naar behoeften bereikbaarheid voorzieningen
landbouw
agrarisch grondgebruik
bereikbaarheid (per modaliteit)
aandeel korte afstandsverplaatsingen (< 5 km) aandeel lange afstandsverplaatsingen (> 5 km)
toegang tot mobiliteitsdiensten en voorzieningen
aanbod en vervoerkeuze auto, OV en fiets aanbod deelmobiliteit en mobiliteitshubs beloopbaarheid en befietsbaarheid parkeergelegenheid auto en fiets gebruik schoon vervoer en deelmobiliteit
verkeersveiligheid
doorstroming hoofdwegennet verkeersveiligheidsrisico’s voor alle typen weggebruikers
gezondheidsbescherming
milieugezondheidsrisico1 MGR geluidhinder luchtkwaliteit geur
omgevingsveiligheid
externe veiligheid sociale veiligheid
sociaaleconomische positie
gemiddeld besteedbaar inkomen
sociale cohesie
mate van eenzaamheid
gezonde leefstijl
gezond gedrag (beweegrichtlijnen, rookgedrag, overgewicht en alcoholgebruik) bereikbaarheid sport- en speelplekken
Beschermde natuurgebieden
Natura 2000 NNN
soortenbescherming en biodiversiteit
beschermde soorten niet-beschermde soorten
landschap, cultuurhistorie en archeologie
landschap, cultuurhistorie en erfgoed
gebouwd erfgoed (beschermde gezichten) cultuurhistorie en landschap
archeologie
archeologische waarden
energie
emissie broeikasgassen
uitstoot CO2-uitstoot
energie
energieverbruik en duurzame energieopwek
bodem
bodemkwaliteit bodemdaling
waterveiligheid
overstromingsrisico
hittestress
hittestress
waterkwaliteit en duurzame watervoorziening
drinkwatervoorziening grondwaterkwaliteit oppervlaktewater (fysisch en ecologisch)
gezond en sociaal
natuur
bodem en klimaat(adaptatie)
1
voorzieningenaanbod
beroepsbevolking en werkloosheid banen naar sector
mobiliteit en bereikbaarheid
Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal