CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3a Etfal beoordeling bopa Zonnepark Spooldev2

Raad Besluitvormingsronde 20 januari 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Bindend advies bij BOPA Zonnepark Spoolde25.454 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei, leefbaarheid en dergelijke is het daarom noodzakelijk om prioriteiten te stellen. Zwolle wil de kwaliteiten als bereikbare en gezonde stad vasthouden door, naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur, de samenleving te mobiliseren om de groeiende vraag naar mobiliteit om te buigen in een duurzame richting. De STOP-methode is in Zwolle leidend bij al onze ontwerpopgaven voor infrastructuur bij de inrichting van de buitenruimte. We gaan eerst uit van Stappen (wandelaars), en vervolgens kijken we naar Trappen (fietsers) dan het OV en tot slot de Personenauto’s. De Regeling Parkeernormen (versie 2024) is het toetsingskader voor parkeren in het geval van vastgoedontwikkelingen, omgevingsplannen en aanvragen van een omgevingsvergunning in de gemeente Zwolle. Het beleid van de Gemeente Zwolle is dat de parkeeropgave van een bouwplan of een ontwikkeling primair op eigen terrein van het bouwplan of ontwikkeling gerealiseerd moet worden. Wat de parkeeropgave is, wordt bepaald aan de hand van de parkeerkencijfers CROW. De aan te leggen parkeerplaatsen dienen ook te voldoen aan de eisen uit de Regeling Parkeernormen over maatvoering en bruikbaarheid.

6.1.2 Beoordeling Het plan voorziet in de realisatie van een zonnepark van ongeveer 1,5 hectare op het perceel aangrenzend aan rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap. De duurzame energieopwek vanuit 23/65

17 december 2024 Bopa motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024) het park wordt rechtstreeks gebruikt ten behoeve van de bedrijfsprocessen. De benodigde omvormer en trafostation zal gesitueerd worden op het perceel van het RWZI. Het park wordt ontsloten via de bestaande ontsluitingsweg van de RWZO. De beoogde ontwikkeling zal in de gebruikersfase dan ook (nagenoeg) niet bijdragen aan een toename in verkeersstromen. Gedurende de aanlegfase zal naar verwachten de verkeersbewegingen toenemen met 126 verkeersbewegingen (waarvan 36 zwaar vrachtverkeer). Dit verkeer zal via de Spoolderenkweg worden ontsloten. 6.1.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Spoolde mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor verkeer/openbare buitenruimte. 6.1.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp verkeer/openbare ruimte geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.

24/65

17 december 2024 Motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024) Hoofdstuk 7

VERDIEPING: OMGEVINGSKWALITEIT

Hoofdstuk 7 geeft een verdieping op de onderwerpen stedenbouw en beeldkwaliteit, landschap, cultuurhistorie en archeologie. 7.1

Landschap, stedenbouw en beeldkwaliteit

Deze paragraaf richt zich op het inpassen en versterken van de ruimtelijke, landschaps- en natuurwaarden en stedenbouw en beeldkwaliteit. Eerst wordt het kader vanuit het Rijk, de provincie en de gemeente beschreven. Dan volgt een analyse van het landschap ter plaatse van het project. Vervolgens komen de wensen en uitgangspunten vanuit de analyse, het beleid en de omgeving aan de orde. Dit heeft geleid tot de landschappelijke inpassing. Tot slot wordt de landschappelijke inpassing getoetst aan de kaders. 7.1.1

Kaders

Rijk De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om in een bopa regels op te nemen over het uiterlijk van bouwwerken. Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Bij stedenbouw en beeldkwaliteit gaat het om instructieregels over ruimtelijke kwaliteit. Afdeling 4.3 van de verordening geeft instructieregels over het versterken van ruimtelijke kwaliteit door het toepassen van de OF-, WAAR- en HOE-benadering volgens het uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel. Allereerst moeten ontwikkelingen getoetst worden aan generieke beleidskeuzes. Deze stap stelt de vraag aan de orde OF er wel een opgave is. De tweede stap is de toets van ontwikkelingen aan de ontwikkelingsperspectieven. Deze stap stelt de vraag aan de orde WAAR deze opgave een plek zou kunnen krijgen. De derde stap is de toets van ontwikkelingen aan de gebiedskenmerken en stelt de vraag aan de orde HOE de opgave op een goede wijze kan worden ingepast. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe ruimtelijke opgaven worden verbonden met bestaande gebiedskenmerken. Daarnaast is in de omgevingsverordening artikel 4.106 (kwaliteitsimpuls zonnevelden) en de daarbij behorende Handreiking kwaliteitsimpuls zonnevelden relevant voor dit project.

Hierin zijn de ontwerpprincipes voor zonnevelden opgenomen. Bopa’s dienen de onderbouwing te geven waaruit blijkt dat de nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit. Gemeente Omgevingsvisie De in Zwolle aanwezige landschappelijke en natuurwaarden maken deel uit van het fysieke kapitaal van Zwolle, zoals beschreven in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen. De visie wijst onder andere natuurgebieden en landschappen aan als waardevol en zeer waardevol. Kenmerkend voor de stad Zwolle is ook de aanwezigheid van een hoofdgroenstructuur, waar bijvoorbeeld de 'groene longen' van Zwolle onderdeel van uitmaken. Die hoofdgroenstructuur is voor Zwolle zeer waardevol. De stedelijke hoofdgroenstructuur bestaat uit een samenstel van groenelementen die tezamen een betekenis hebben voor de stad als geheel. De hoofdgroenstructuur dient meerdere functies: het draagt ruimtelijk of functioneel bij aan een min of meer aaneengesloten netwerk. Het is op stedelijk niveau in belangrijke mate structuur– en identiteit bepalend, het behoort op stedelijk niveau tot de belangrijkste recreatieve gebruiksruimtes, het begeleidt recreatieve routes, het heeft een belangrijke betekenis voor de stedelijke ecologische structuur en het draagt in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid van de stad. De koers is 25/65

17 december 2024 Bopa motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024) dat de hoofdgroenstructuur in de toekomst behouden blijft, of aangevuld, waar nodig, vanwege het belang voor de gemeente als geheel. Er wordt een terughoudend beleid gevoerd met het toevoegen van nieuwe bebouwing binnen de hoofdgroenstructuur. Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van biodiversiteit en landschap als belangrijke fysieke waarde. Belangrijk is dat de waarden van het fysiek kapitaal op een zorgvuldige wijze wordt meegewogen bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Daarvoor zijn spelregels vastgelegd. Vanuit landschap en natuurwaarden zijn dat: •

•

ingrepen in de fysieke leefomgeving mogen netto kwalitatief niet ten koste gaan van het landschappelijke kwaliteiten, de Zwolse hoofdgroenstructuur en de aanwezige natuurwaarden. De natuurwaardenkaart is een belangrijk kader om die afweging te kunnen maken; een goede landschappelijke en stedelijke inpassing, passend bij de kenmerken van het landschap is een vereiste bij ingrepen in de fysieke leefomgeving.

Het projectgebied maakt deel uit van het Nationaal Landschap IJsseldelta, één van de 20 nationale landschappen van Nederland. Deze gebieden kennen een bijzondere combinatie van natuur, cultuur en geschiedenis. Het uitgangspunt is dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden alleen mogelijk zijn als de kernkwaliteiten van het landschap behouden blijven of doorontwikkeld worden. Beleid voor behoud en ontwikkeling van het landschap is vastgelegd in het door de raad vastgestelde Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Zwolle, Zwartewaterland en Kampen (2010, deel 1 Visie). Binnen de IJsseldelta worden de landschapstypen Kampereiland en de buitenpolders, Mastenbroekerpolder en Rivierlandschap onderscheiden. Het projectgebied is onderdeel van het relatief kleinschalige Rivierlandschap, wat zich kenmerkt door een brede, in grote bochten slingerende dijk en oeverwallen met een onregelmatig patroon van wegen en onregelmatige blokverkaveling. Wanneer er wordt ingezoomd is te zien dat wilgen, enkele loofbomen en groenstructuren het landschap en perceelgrenzen aanvullen. Voor de IJsseldelta is een ontwikkelingsperspectief vastgesteld, waarvan de juridische uitwerking is vertaald in het geldende omgevingsplan met als onderligger bestemmingsplan ‘Nationaal Landschap IJsseldelta’.

Daarnaast heeft de gemeente Zwolle samen met de gemeenten Zwartewaterland en Kampen een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld aansluitend op het ontwikkelingsperspectief. In het LOP valt het projectgebied binnen Rivierlandschap onder het gebiedstype ‘Stroomruggen en dijken – leefbaar bovenland’. De belangrijkste kenmerken van dit gebiedstype zijn: • • • •

Waterlopen, ruggen en oeverwallen als ruggengraat van het gebied. Kralensnoer van bebouwing, beplanting, kolken, weides en akkers. Onregelmatige verkaveling. Opgaande beplanting bij erven en dijken.

Beleid stedenbouw en beeldkwaliteit Op 13 februari 2024 heeft de gemeenteraad de Welstandsnota 2023, versie november 2023 vastgesteld. Doel van de welstandsnota is het bieden van een toetsingskader voor de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. De nota geeft gebieds- en objectgerichte welstandscriteria. Op grond van het omgevingsplan van rechtswege (onderdeel bruidsschat) wordt een omgevingsvergunningaanvraag die betrekking heeft op een bouwactiviteit alleen verleend als deze niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de Welstandsnota 2023, versie november 2023. De commissie Omgevingskwaliteit Zwolle brengt advies uit over een bopa.

26/65

17 december 2024 Motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024) 7.1.2 Landschappelijke en historische analyse Analyse landschap •

•

Hoogte en vegetatie: het terrein en de omgeving is vlak en ligt op ongeveer 1,5 meter boven NAP. Het dijklichaam van de IJsseldijk ligt op ongeveer 5,3 meter NAP. Op het perceel ligt een verhoging in de vorm van een vijfhoek, vanaf de zuidelijke perceelsgrens richting een punt naar de noordelijke perceelsgrens. Naar de oostelijke en westelijke perceelsgrenzen loopt dit af naar circa 0,9 m boven NAP. Op de noordelijke grens ligt een depressie (zie kaart) van circa 0,6 m boven NAP. Vergeleken met de RWZI ligt het projectgebied circa een meter lager. De hoogtekaart (figuur 7) geeft ook een goede weergave van de vegetatie in het gebied. Aan de oostelijke perceelsgrens staat een rij met loofbomen, welke wordt onderhouden door het waterschap. Op de zuidelijke perceelsgrens staat ook een bomenrij met loofbomen, deze bomenrij wordt door het waterschap geregeld uitgedund. Op sommige perceelsgrenzen staan wilgen. Hagen in de omgeving van het projectgebied zijn voornamelijk meidoorn. Zichtlijnen: zichtlijnen (figuur 8) vanuit de omgeving op het zonnepark hebben invloed op de beleving van het veld. Noemenswaardig is de zichtlijn vanuit het woonhuis Spoolderenkweg 17 en de zichtlijn vanuit de westelijke hoek op de IJsseldijk.

Figuur 7 Hoogte en vegetatie

Figuur 8 Zichtlijnen projectgebied

27/65

17 december 2024 Bopa motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024)

Conclusie landschappelijke analyse Het projectgebied kent geen grote hoogteverschillen, maar ondervindt mogelijk invloed van periodieke hoogwaterstanden. Het projectgebied kan vrij ingevuld worden, omdat water afloopt naar de zijkanten van het perceel. Wel moet bij de invulling van het perceel rekening worden gehouden met het deels open karakter van het rivierenlandschap, doorkijkjes moeten behouden blijven. Bij inpassing van groen zijn hoge groenstructuren langs de Spoolderenkweg niet wenselijk, omdat deze het zicht ontnemen op de al aanwezige loofbomen. Gebruik van soorten zoals meidoorn en sleedoorn is juist wel in lijn met de reeds aanwezige begroeiing rondom het perceel. Historische analyse Het projectgebied maakt deel uit van de Spoolder Enk, van oudsher het hoger gelegen gebied langs de IJssel waar zich de bouwakkers bevonden met aardappelen, voederbieten en granen. Op figuur 9 is te zien dat in 1850 het gebied zich al kenmerkte door een grillig stratenpatroon met kleinschalige kavels. Hierin was het projectgebied één van de grotere kavels. In de kaart uit 1875 is de zien dat ten noorden van de huidige Zalkerveerweg het kavelpatroon een meer open karakter heeft dat kenmerkend is voor de Mastenbroekerpolder. Het projectgebied ligt juist in een grilliger en meer omsloten landschap waar bos en open percelen elkaar afwisselen.

In 1930 stond op het perceel van het projectgebied bebouwing, waar een weg naar toe liep. Ten zuiden van het perceel ontstond een bosje. In 1965 is het nieuwe Zwolle-IJsselkanaal te zien.

Figuur 9 Historische kaarten (van linksboven naar rechtsonder: 1850, 1875, 1930, 1965, 1985, 2018)

Op het projectgebied ontstaat een bomenrij over het midden van het perceel en het bosje is verdwenen. In de jaren ’80 wordt de RWZI aangelegd en krijgt de kavel daardoor een meer geïsoleerde

28/65

17 december 2024 Motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024)

ligging. De kavel wordt steeds verder verdeeld. Op de meest recente kaart is de dijkverlegging in het kader van Ruimte voor de Rivier te zien, waardoor het landschap ingrijpend is veranderd. Conclusie historische analyse Uit de historische analyse blijkt dat de contour van de kavel zoals deze tegenwoordig zichtbaar is, al duidelijk te herkennen is op de historische kaarten vanaf 1850. Het landschap heeft altijd een grillig verkavelingspatroon gekend, met duidelijke groenstructuren in de vorm van bosjes en bomenrijen. De rode en zwarte lijnen in figuur 10 en 111 geven mogelijkheden aan om een historische lijn te volgen die in de huidige situatie grotendeels is verdwenen. In de kaart uit 1950 blijkt dat de zwarte verbinding al is verdwenen, maar dat een deel van de rode lijn is veranderd in een weg.

Figuur 10 Spoolder Enk circa 1870 (bron: Topotijdreis.nl) Figuur 11 Spoolder Enk circa 1950 (bron: Topotijdreis.nl)

Vanuit de landschaps- en historische analyse en het bestaande beleid voor het gebied zijn tijdens het ontwerpproces uitgangspunten naar voren gekomen waarmee rekening is gehouden bij de landschappelijke inpassing. Landschappelijke analyse: • •

Het projectgebied dient niet puur als een open polderlandschap beschouwd te worden. Het open zicht vanaf de IJsseldijk dient zo veel mogelijk gewaarborgd te worden om het polderen rivierenlandschap te laten spreken.

Historische analyse: De historische lijnen/route vormen mogelijkheden voor een recreatieve verbinding.

Beleidsmatig: Vanuit het Landschapsontwikkelingsplan zijn de (relevante) gewenste ontwikkelingen voor dit gebiedstype als volgt. • • • • •

Versterken of handhaven van de zichtlijnen naar de achterliggende open polders. Functiemenging van landbouw, wonen, cultuurhistorie en recreatie medegebruik. Aanleggen van beplanting op de perceelsgrenzen (hakhout), fruitgaarden met fruitbomen met een hoge stam, erfbeplanting en meidoornhagen. Ontwikkelen van natte natuur bij de kolken. Ontwikkelen van verblijfsrecreatie en recreatief medegebruik.

29/65

17 december 2024 Bopa motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024)

Omwonenden Vanuit de omwonenden zijn tijdens het proces de volgende wensen naar voren gekomen: • • • •

Beperkte hoogte van de opstelling. Beperk zichtbaarheid van het zonnepark. Behoud van zichtlijnen. Groen inpassen van het zonnepark.

7.1.3 Landschappelijke inpassing

Figuur 12 Landschappelijke inpassing

Adviesbureau Witteveen+Bos heeft samen met WDODelta en met input van de direct omwonenden een ontwerptraject doorlopen voor de landschappelijke inpassing zoals weergegeven in figuur 12 (en opgenomen in bijlage 1). De ontwerpprincipes van de Handreiking Kwaliteitsimpuls Zonnevelden uit 2017 van de provincie Overijssel en de geïdentificeerde uitgangspunten zijn hierbij de leidraad geweest. Aan de hand van de uitgangspunten en het ontwerpproces is gekomen tot bovenstaande landschappelijke inpassing. Aan de hand van de Handreiking Kwaliteitsimpuls van de provincie wordt een toelichting gegeven op de aspecten: •

Aansluiting op karakteristieken Het zonnepark past binnen de historische verkaveling van het gebied en daarmee in de schaal

30/65

17 december 2024 Motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024)

•

•

•

van het landschap. De bestaande structuren, namelijk de boomsingel en de Spoolderenkweg worden gerespecteerd als begrenzing van het projectgebied. Daarnaast wordt de historische lijn tussen de knik in de Spoolderenkweg en de dijk gebruikt als westelijke begrenzing van het zonnepark. Vanuit de historische en landschappelijk analyse, vanuit het LOP en door de bewoners worden de zichtlijnen van en naar de dijk belangrijk gevonden. Deze blijven in de nieuwe situatie behouden. Voor de opstelling van de zonnepanelen wordt één richting gekozen. Logische opstelling Vanaf de Spoolderenkweg is het meeste zicht op de zonnepanelen, tevens is dat de hoek van waaruit de omwonenden op het zonnepark kijken. Bij het ontwerp is vanuit deze zichtlijn geredeneerd. Voor de gesproken bewoners is het belangrijk dat het zonnepark zo laag mogelijk komt te liggen. De zonnepanelen worden onder een hoek van 10 graden geplaatst op frames, waarbij de nokhoogte maximaal 1,50 meter boven maaiveld zal komen. De ruimte tussen de tafels wordt circa 2,25 meter. Hoewel er geen dominante kavelrichting is, is er getracht zoveel mogelijk aan te sluiten op de bestaande lijnen. Hierbinnen is gekozen voor tafels in noordzuidrichting, waarbij de panelen oost-west zijn georiënteerd. Oost-west oriëntatie van de zonnepanelen in combinatie met de groene zone zorgt voor een zo beperkt mogelijk zicht op de zonnepanelen.

Door de open ruimte tussen de panelenrijen wordt aangesloten bij het kenmerkende open landschap van de IJsseldelta. Door de tafels wordt zicht op de achterzijde van zonnepanelen voorkomen (aansluitend bij Handreiking Kwaliteitsimpuls Zonnepanelen Overijssel 2017). Aansluiting op de omgeving In het rivierenlandschap wisselen weidse en meer gesloten landschappen met groenstructuren elkaar af. Het zonnepark is passend zichtbaar gemaakt door deze niet volledig aan het zicht te onttrekken. Een hoge groenstructuur (bijvoorbeeld een boomsingel) is niet passend in de omgeving. Door middel van een groenstrook met houtwal wordt het zonnepark wel zoveel mogelijk uit het zicht onttrokken vanaf de Spoolderenkweg. Ook is ervoor gekozen om voldoende afstand tot de bestaande structuren (bomen en infrastructuur) te houden. In het noorden van het projectgebied behouden de zonnepanelen ruime afstand tot de weg. Op deze manier blijft het zicht voor Spoolderenkweg 4 behouden en kunnen de bewoners van Spoolderenweg 15 en 17 nog vrij met de weg meekijken. Zie figuur 13 en 14 voor een visualisatie van de toekomstige situatie. Randen met kwaliteit In het ontwerp is niet alleen gekeken naar het zonnepark zelf, maar ook naar hoe extra kwaliteit kan worden toegevoegd aan de directe omgeving. Hiervoor worden drie ingrepen genomen.

o Groene zone: Tussen de zonnepanelen en de Spoolderenkweg komt aan de noordzijde een groene zone, variërend tussen de 15 en 30 meter breed. Langs de weg worden de bestaande greppel en haag behouden. Direct aan de noordzijde van het zonnepark komt een houtwal (<2L 3m) op een kleine ophoging (0,3 – 0,5 m). Tussen de Spoolderenkweg en de houtwal komt een struinpad voor voetgangers. Het is een uitgemaaid pad dat omzoomd wordt met bloemrijke kruidenvegetatie. Op verzoek van de direct omwonenden wordt de toegang naar het pad naar de dijk langs de IJssel begrensd met een klaphekje, zodat uitsluitend wandelaars gebruik maken van de achterliggende wandelpaden. Langs het struinpad wordt een aantal accentbomen geplaatst. Door de houtwal wordt het zonnepark zoveel mogelijk aan het oog onttrokken vanaf de Spoolderenkweg. Zie figuur 16 en 17 voor een visualisatie. Binnen het struweel bevindt zich streekeigen soorten. De houtwal en heestergroepen bestaan in de basis voor ten minste 70% uit sleedoorn en meidoorn. Deze soorten zijn 31/65

17 december 2024 Bopa motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024)

o

o

karakteristiek voor het gebruik in een houtwal en bieden een goede schuil- en voedselplek voor verschillende dieren en insecten. De overige 30% wordt ingepland met een mix van streekeigen soorten zoals: veldesdoorn, Gelderse roos, braam, hazelaar, krent, hondsroos, wilde lijsterbes en kardinaalsmuts, hiervan bestaat minimaal 5% uit wilde liguster om te zorgen voor voldoende wintergroene delen. De gehele inrichting biedt een ideale leefomgeving voor veel insecten, kleine zoogdieren en vogels en zal zorgen voor een toename van de biodiversiteit. De accentbomen zijn in tegenstelling tot de struwelen solitaire bomen die de ruimte krijgen om te groeien. De fruitbomen sluiten aan bij de bomen die hier historisch gezien werden geplant, namelijk wilde pruim, wilde appel en wilde peer. Recreatieve route: Deze begint aan de Spoolderenkweg, loopt tussen het perceel met de zonnepanelen en het perceel van de landschappelijke inpassing door, omzoomt de bestaande boomgaard/hoogwatervluchtplaats en sluit vervolgens aan op de reeds aanwezig opgang naar de IJsseldijk. Hierbij wordt de historische verkavelingsgrens gevolgd, zoals te zien in figuren 9 t/m 11. Tussen de twee percelen wordt het struinpad aan weerszijden begeleid door knotwilgen en enkele kersenbomen (prunus avium). Deze zorgen voor een begeleiding van de landschapsstructuur en zijn karakteristiek voor de omgeving.

De bomen hebben een stamhoogte van circa 1,5 meter waardoor ze in de zomer vanaf enige afstand het zicht richting het zonnepark beperken. Lopend op het struinpad tussen de percelen kan men tussen de knotwilgen door kijken richting het zonnepark en het bloemrijke grasland. Op dit stuk wordt het zonnepark zichtbaar vanaf het pad, in tegenstelling tot de groene zone langs de Spoolderenkweg waar het zonnepark zoveel mogelijk aan het zicht wordt onttrokken. Perceel landschappelijke inpassing: Het westelijke perceel (S 7260) zal in zijn geheel gebruikt worden voor de landschappelijke inpassing als onderdeel van de gewenste kwaliteitsimpuls. Daarop komt een combinatie van gemengde struwelen, solitaire heesters, accentbomen en een takkenril. Tevens blijft de bestaande vegetatie (waaronder knotwilgen) behouden en worden er extra knotwilgen aangeplant. Nadere toelichting is te vinden in bijlage 2.

Figuur 13: Doorsnede Spoolderenkweg – zonneveld (doorsnede A-A’ op het inpassingsplan)

32/65

17 december 2024 Motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024)

Figuur 14 Schets zijaanzicht vanaf Spoolderenkweg

7.1.4

Beoordeling

Provincie Vanuit de provinciale instructieregels is het project getoetst aan de OF, WAAR- en HOE-benadering. OF: Het project past binnen de generieke beleidskeuzes van toekomstbestendigheid, omdat het zonnepark bijdraagt aan de energiebehoefte van nu en de toekomst. Wat betreft de gebiedsspecifieke beleidskeuzes zijn de Nationale Landschappen van belang. Het ruimtelijke beleid is gericht op het behouden, duurzaam beheren en waar mogelijk versterken van de bijzondere kwaliteiten van deze gebieden. Voor grootschalige initiatieven die in strijd zijn met de doelstellingen van de Nationale Landschappen is geen plek. Vanuit de provincie is aangegeven dat het in onderhavig project gaat om een kleinschalig initiatief en dat mits er sprake is van een goede ruimtelijke inpassing, deze past binnen het Nationale Landschap. Er zijn geen raakvlakken met de andere gebiedsspecifieke beleidskeuzes. WAAR: Voor de Groene Omgeving, waar dit projectgebied binnen valt, zijn er twee ontwikkelingsperspectieven van toepassing: “stads- en dorpsrandgebieden” en “wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap”. Volgens de Omgevingsverordening vormen de stads- en dorpsrandgebieden de overgang tussen de Stedelijke en de Groene Omgeving, en zijn daarmee zowel entree van de stad als verbinding naar het buitengebied.

Het vormgeven als entree van zowel de Groene als de Stedelijke Omgeving is een belangrijk kwaliteitsdoel. Recreatieve functies kunnen op specifieke plekken in de stads- en dorpsrandgebieden de kwaliteit en aantrekkelijkheid verhogen. Ook liggen in de stads- en dorpsrandgebieden ook kansen om beleidsambities op het gebied van energie te realiseren én om de functie als ‘uitloop’-gebied voor de stad te versterken door verdichting van het routenetwerk voor langzaam verkeer. Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap

33/65

17 december 2024 Bopa motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024)

richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Het zonnepark Spoolde sluit concreet aan bij de mogelijkheden die de ontwikkelingsperspectieven op deze locatie bieden voor de (duurzame) opwek van energie, waarbij er rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Daarnaast wordt de recreatieve functie van het gebied versterkt, door het toevoegen van de recreatieve route langs het zonnepark en naar de dijk.

HOE: De van toepassing zijnde gebiedskenmerken bestaan uit de volgende vier lagen: • • • •

Natuurlijke laag: rivierengebieden. Laag van het agrarische cultuurlandschap: rivierenlandschap. Stedelijke laag: verspreide bebouwing. Laag van de beleving: stads- en dorpsranden.

Er wordt aangesloten bij het rivierengebied door het openhouden van de zichtlijnen en het aansluiten bij de huidige grillige verkaveling van het gebied. Vanuit de stedelijke laag ‘verspreide bebouwing’ is er geen specifieke ambitie of sturing vanuit de Omgevingsvisie. Vanuit de laag van de beleving geeft het gebiedskenmerk stads- en dorpsranden de ruimte voor initiatieven met betrekking tot de opwek van energie. Het zonnepark wordt op zodanige wijze groen ingepast dat deze aansluit bij de gebiedskenmerken op deze locatie.

Gemeente Binnen de gemeentelijke kaders valt het gebied binnen de Hoofdgroenstructuur van de gemeente Zwolle. Hoewel er bebouwing wordt toegevoegd, zorgt de landschappelijke inpassing ervoor dat het zonnepark netto kwalitatief niet ten koste gaat van het landschappelijke kwaliteiten, de Zwolse hoofdgroenstructuur en de aanwezige natuurwaarden. Door de aanplant van nieuwe vegetatie en een nieuw pad, wordt er geïnvesteerd in de biodiversiteit en de recreatieve mogelijkheden. Hierdoor wordt aangesloten bij de eisen vanuit de Omgevingsvisie voor landschap en natuurwaarden. Vanuit het Landschapsontwikkelingsplan wordt met name aangesloten bij het uitgangspunten om van recreatief medegebruik te ontwikkelen en functiemenging mogelijk te maken. Daarnaast blijft de openheid behouden en wordt er streekeigen beplanting aangelegd. Het project is vanuit het oogpunt van welstand akkoord bevonden. 7.1.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt zonnepark Spoolde mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor landschap, stedenbouw en beeldkwaliteit. 7.1.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp stedenbouw en beeldkwaliteit aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.

Het landschappelijke inpassingsplan (bijlage 1) en de daarbij behorende beplantingsplan en beheermaatregelen (bijlage 2) worden als voorwaarden aan de omgevingsvergunning gevoegd.

34/65

17 december 2024 Motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024) 7.2

Cultuurhistorie

7.2.1

Kaders

Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij de bopa. Bij cultuurhistorie gaat het om instructieregels gericht op het behoud van cultureel erfgoed. Paragraaf 5.1.5.5 van het Bkl geeft aan dat bij een bopa rekening dient te worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Met het oog op het belang van het behoud van cultureel erfgoed worden in een bopa in ieder geval regels gesteld ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed, waarbij rekening moet worden gehouden met de in artikel 5.130 Bkl genoemde beginselen. Tevens moet rekening gehouden worden met het belang van het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Bij cultuurhistorie gaat het om instructieregels over het cultureel erfgoed. Artikel 4.12 van de verordening geeft aan dat bij een bopa rekening gehouden moet worden met de cultuurhistorische waarden die in het gebied aanwezig zijn.

Gemeente Omgevingsvisie De in Zwolle aanwezige cultuurhistorische waarden maken deel uit van het fysieke kapitaal van Zwolle, zoals beschreven in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen. Het Zwolse erfgoed met haar waardevolle gebouwen, structuren, landschappen en archeologische rijkdommen heeft naast de historische en identiteitswaarde een onderscheidende en aantrekkende kracht voor de stad. We richten ons op de instandhouding van en onderzoek naar historisch waardevolle objecten, complexen, stedenbouwkundige en landschappelijke structuren en archeologische waarden. We koesteren het Zwolse erfgoed en zetten het in als één van de leidende en inspirerend principes bij (ruimtelijke) ontwikkelingen. Belangrijk is dat de waarden van het fysiek kapitaal op een zorgvuldige wijze wordt meegewogen bij ingrepen in de fysieke leegomgeving. Daarvoor zijn spelregels vastgelegd. Vanuit cultuurhistorie zijn dat: • gemeentelijke- en rijksmonumenten zijn beschermd (ook qua instandhouding) via landelijke en gemeentelijke wet/regelgeving. Dit berschermingsregime is voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving; • benut het maatschappelijk belang van erfgoed als identiteits-, kwaliteits-, en waarde vermeerderende factor bij ingrepen in de fysieke leefomgeving.

Dit geldt ook voor niet wettelijk beschermde cultuurhistorisch waardevolle gebieden en gebouwen; • aansluitend op vorige spelregel; cultuurhistorische waarden, ook niet beschermde, vormen een inspiratiebron voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving; • het hergebruik van (cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen heeft de voorkeur boven nieuwbouw. Beleid cultuurhistorie Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch

35/65

17 december 2024 Bopa motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024) waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Om op een goede wijze rekening te houden met het cultureel erfgoed zijn de cultuurhistorische waarden binnen de gemeente geïnventariseerd, beschreven en gekwalificeerd. Op basis hiervan is in bestemmingsplannen een beschermende regeling opgenomen voor cultuurhistorisch waardevolle objecten en structuren. Deze maken dus deel uit van het omgevingsplan. 7.2.2

Beoordeling

Er zijn binnen het projectgebied geen rijks-, provinciaal of gemeentelijk beschermde cultuurhistorische aspecten of waarden aanwezig. Vanuit het Rijk en provincie zijn er vanuit cultuurhistorie tevens geen instructieregels die betrekking hebben op het project. 7.2.3 Conclusie Er zijn binnen het projectgebied geen rijks-, provinciaal of gemeentelijk beschermde cultuurhistorische aspecten of waarden aanwezig. Vanuit het Rijk en provincie zijn er vanuit cultuurhistorie tevens geen instructieregels die betrekking hebben op het project.

7.2.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp cultuurhistorie geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning. 7.3

Archeologie

7.4.1

Kaders

Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij de bopa. Bij archeologie gaat het om instructieregels gericht op het behoud van cultureel erfgoed. Paragraaf 5.1.5.5 van het Bkl geeft aan dat bij en bopa rekening dient te worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Met het oog op het belang van het behoud van cultureel erfgoed worden in een bopa in ieder geval regels gesteld ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed, waarbij rekening moet worden gehouden met de in artikel 5.130 Bkl genoemde beginselen. In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen in bij een bopa ook regels worden gesteld over onder andere de eisen aan onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie of aan de wijze van het verrichten van opgravingen of archeologische begeleiding van andere activiteiten die tot bodemverstoring leiden.

Uitgangspunt is dat, als regels worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek, het omgevingsplan bepaalt dat die regels niet van toepassing zijn op activiteiten met een oppervlakte van minder dan 100 m2. Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Bij archeologie gaat het om instructieregels over het cultureel erfgoed.

36/65

17 december 2024 Motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024) Artikel 4.12 van de verordening geeft aan dat bij een bopa rekening gehouden moet worden met de cultuurhistorische waarden die in het gebied aanwezig zijn, waaronder archeologische vindplaatsen. Gemeente Omgevingsvisie De in Zwolle aanwezige cultuurhistorische waarden maken deel uit van het fysieke kapitaal van Zwolle, zoals beschreven in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen. Het Zwolse erfgoed met haar archeologische rijkdommen heeft naast de historische en identiteitswaarde een onderscheidende en aantrekkende kracht voor de stad. We richten ons op de instandhouding van en onderzoek naar archeologische waarden. We koesteren het Zwolse erfgoed en zetten het in als één van de leidende en inspirerend principes bij (ruimtelijke) ontwikkelingen. Belangrijk is dat de waarden van het fysiek kapitaal op een zorgvuldige wijze wordt meegewogen bij ingrepen in de fysieke leegomgeving. Daarvoor zijn spelregels vastgelegd. Vanuit archeologie is dat: • gemeentelijke- en rijksmonumenten en archeologie zijn beschermd (ook qua instandhouding) via landelijke en gemeentelijke wet/regelgeving. Dit beschermingsregime is voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving.

Beleid archeologie Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Op 18 augustus 2008 heeft de raad archeologiebeleid vastgesteld. Centraal thema is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's). Op basis hiervan is in bestemmingsplannen een beschermende regeling opgenomen. Deze maakt dus deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. De beschermende regels richten zich op activiteiten in gebieden met een archeologische waarde van 50%, 90% en 100%, welke kunnen leiden tot het verstoren van de bodem op een grotere diepte dan 0,5 meter en over een grotere oppervlakte dan 100 m². Belangrijke uitzondering is de historische binnenstad van Zwolle die onder het beschermd stadsgezicht binnen de veste valt. Hier geldt een oppervlaktegrens van 30 m2 en dieptegrens van 0.5 meter beneden het maaiveld.

Bij ontgravingen in de binnenstad Zwolle geldt voor elke ontgraving een meldingsplicht. 7.4.2 Beoordeling In het gehele projectgebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. De dubbelbestemming is afgeleid van de Archeologische waarderingskaart van Zwolle. Volgens deze kaart ligt het projectgebied in een zone met een waardering van 50%. Hiervoor geldt dat archeologisch onderzoek benodigd is bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 50 cm –mv (maaiveld). De zonnepanelen worden op draagconstructies gemonteerd zoals aangegeven in figuur 18. De poten van de draagconstructie staan op het maaiveld en worden per poot door middel van 4 ankerpennen gefixeerd in de bodem. De stalen pennen hebben een diameter van 25 mm en worden onder een hoek van 45 graden in 4 richtingen in de grond gedraaid. Grondroering bij dit systeem is minimaal. De DC kabels vanaf de tafels naar het omvormerrek liggen in sleuven van ca. 60 cm diep.

37/65

17 december 2024 Bopa motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024)

Figuur 15 Draagconstructie zonnepanelen

Met de aanleg van het zonnepark wordt de bodem geroerd over een diepte en oppervlakte van meer dan de bepaling in het omgevingsplan. Econsultancy heeft daarom in september 2019 in opdracht van WDODelta een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het projectgebied (bijlage 4). Het doel van het onderzoek is om te bepalen wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het gebied is. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het projectgebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 500 meter rondom het projectgebied. Op basis van het bureauonderzoek blijkt dat in de top van het dekzand, vanaf circa 1 m –mv, archeologische resten kunnen voorkomen uit de periode Paleolithicum – Bronstijd. Door de voorgestelde wijze van verankering van de zonnetafels aan de bodem is de verstoring zeer beperkt. Ook zullen de kabelsleuven tot maximaal 60 cm –mv gegraven worden. Gezien deze beperkte verstoring en de verwachte ligging van eventuele vindplaatsen op een diepte van meer dan 1 m –mv, wordt verwacht dat bij de geplande bodemingreep geen archeologische vindplaatsen verstoord zullen worden.

Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek en de beperkte bodemingreep adviseert Econsultancy om het projectgebied vrij te geven voor de geplande ontwikkeling, maar de archeologische verwachting te handhaven. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan zal WDODelta hiervan melding maken bij de gemeente Zwolle, de Provincie Overijssel, of bij het Ministerie van OCW (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet. In het gebied zijn verder geen monumenten of beschermde stads-/dorpsgezichten aanwezig. 7.4.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project zonnepark Spoolde mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor archeologie. Er is een archeologische verwachtingswaarde aanwezig, maar deze zal naar grote waarschijnlijkheid niet tot nauwelijks worden verstoord. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het project. Wanneer er tijdens de werkzaamheden toch archeologische vondsten worden gedaan, zal WDODelta hier melding van maken. Vanuit het oogpunt van archeologie is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 7.4.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp archeologie geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.

38/65

17 december 2024 Motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024) Hoofdstuk 8

VERDIEPING: GEZONDHEID EN VEILIGHEID

De fysieke leefomgeving heeft alles in zich om een positieve bijdrage te leveren aan gezondheid. Om dat te bewerkstellingen is in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen gekozen voor een brede benadering die uitgaat van beschermen, bevorderen en faciliteren van een betere gezondheid van bewoners en bezoekers van Zwolle. Er zijn meerdere aspecten die de gezondheid van mensen bepalen. In Zwolle vinden we het belangrijk dat die aspecten van betekenis zijn voor de ontwikkeling van Zwolle: 'Zwolle gezond’.

Gezondheid heeft raakvlakken met meerdere thema's, zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit en milieu. We stellen 'Zwolle gezond' centraal als leidend principe voor een toekomstbestendig Zwolle. Hiervandaan zoeken we continu naar win-win situaties. We zetten Zwolle gezond in als handvat voor afwegingen in de fysieke leefomgeving. Daarbij beschouwt Zwolle milieu als een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Milieu is een thema dat van oudsher centraal geregeld is en waarbij in de laatste decennia ook de Europese Unie een grotere rol is gaan spelen. Naast het werken binnen de nationale en Europese kaders op het gebied van milieu krijgen gemeenten ook meer eigen afwegingsruimte om te handelen. Elk gebied is anders, maatwerk en flexibiliteit is daarom nodig. Vanuit dit oogpunt hanteert de gemeente Zwolle onder andere de volgende uitgangspunten: • De door de Rijksoverheid wettelijk vastgestelde kwaliteitseisen vormen het minimale niveau voor de gemeente Zwolle. Daar waar afwegingsruimte beschikbaar is vanuit milieu, hanteren wij voornamelijk het 'ja, mits' uitgangspunt. We willen graag ontwikkelingen binnen de gemeente mogelijk maken; • De milieukwaliteit wordt per saldo behouden.

Waar nodig én mogelijk wordt de milieukwaliteit verbeterd; • Bij de bescherming en de verbetering van de milieukwaliteit zoeken naar synergie met ruimtelijke ontwikkelingen en andere beleidsvelden; • Gebiedsgericht milieubeleid: de milieukwaliteit in een gebied is passend voor de functie van dat gebied;

39/65

17 december 2024 Bopa motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024) •

Bij de bescherming en verbetering van het milieu hanteren we een ketenbenadering: aanpak bij de bron heeft in principe de voorkeur. Maatregelen in het overdrachtsgebied en bij de ontvanger worden bij de afweging over de te bereiken milieukwaliteit integraal meegewogen.

8.1

Klimaat, energie en circulariteit

8.1.1

Kaders

Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Bij klimaat, energie en circulariteit gaat het om regels over energie en afval. Afdeling 4.11 van de verordening geeft instructieregels over energie en afval. Het betreft regels gericht op een kwaliteitsimpuls bij zonnevelden, uitsluitingsgebieden voor windturbines, installaties voor onconventioneel gas (schaliegas, steenkoolgas) en opslag van radioactief afval Gemeente Omgevingsvisie Energietransitie betekent de overgang van stroom en warmte uit fossiele brandstoffen, zoals gas, kernenergie en steenkolen, naar volledig groene energie, zoals energie uit zon, wind, biomassa, de diepe ondergrond en water. De ontwikkeling naar een duurzame energievoorziening kent twee sporen. Het eerste is het verminderen van het energieverbruik. Het tweede de opwekking van duurzame energie (wind, zon, aardwarmte, waterkracht). Uitgangspunt is dat bij nieuwbouwontwikkelingen en herontwikkelingen deze minimaal energie neutraal zijn en bij voorkeur 'Nul op de Meter' op gebiedsniveau. Het landelijke klimaatakkoord is de komende jaren de leidraad voor de energietransitie. Hierin wordt richting gegeven hoe klimaatdoelen te gaan realiseren.

Dit vanuit 5 verschillende invalshoeken: Industrie, Landbouw, Elektriciteit, Gebouwde omgeving en Mobiliteit. De energietransitie en de wens van de gemeente Zwolle om in 2040 energieneutraal (Zwolse coalitieakkoord 2022- 2026) te zijn heeft impact op Zwolle als geheel en de omliggende regio. De voornaamste raakvlakken richten zich op de duurzame opwek van elektriciteit en warmte, de gebouwde omgeving en mobiliteit. De omgevingsvisie wijst onder andere kansrijke gebieden aan voor zonneparken en windmolens.

8.1.2

Beoordeling

Provincie Het project voldoet aan de instructieregel voor de kwaliteitsimpuls zonnevelden. Het verlies van ecologische of landschappelijke waarden wordt in voldoende mate gecompenseerd door investeringen in ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Dit is in paragraaf 7.1 verder omschreven.

Gemeente Het zonnepark sluit aan bij het tweede spoor van de ontwikkeling naar een duurzame energievoorziening en de wens van de gemeente Zwolle om in 2040 energieneutraal (Zwolse coalitieakkoord 2022-2026) te zijn. Het gebied is aangewezen als beperkt kansrijk gebied voor de opwek van zonne-energie.

40/65

17 december 2024 Motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024) 8.1.3 Conclusie Met project voldoet aan de kaders die worden gesteld aan klimaat en energie. Vanuit het oogpunt van klimaat en energie is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 8.1.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp klimaat, energie en circulariteit geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning. 8.2

Water

8.2.1

Kaders

Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij de bopa. Bij water gaat het om instructieregels gericht op het beschermen van de waterbelangen. Paragraaf 5.1.3, artikel 5.37 Bkl geeft aan dat bij een bopa rekening moet worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Daarbij worden, voor een duiding van die gevolgen, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Deze paragraaf geeft verder specifieke instructieregels over onderdelen van watersystemen bij een bopa, waaronder primaire waterkeringen, grote rivieren en het IJsselmeergebied, waarbij onder andere het rivierbed en reserveringsgebieden worden aangewezen. Voor zover een bopa van toepassing is op het rivierbed van de grote rivieren, moeten bij het toelaten van activiteiten een aantal waarborgen worden opgenomen, gericht op het beschermen van de waterbelangen. Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen.

Bij water gaat het om instructieregels over het water- en bodemsysteem, grondwaterbeschermingsgebieden en watergebiedsreserveringen. Afdeling 4.4 van de verordening geeft aan dat bij bopa’s alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt als onderbouwd is dat deze ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en het versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. In die onderbouwing moet bij een ontwikkeling in het landelijk gebied in ieder geval duidelijk worden gemaakt hoe de ontwikkeling bijdraagt aan het regionaal perspectief water en bodem dat op die locatie van toepassing is. Afdeling 4.8 van de verordening geeft instructieregels voor bopa’s, waarin onder andere ruimtelijke ontwikkelingen worden toegestaan, in ter bescherming van het grondwater aangewezen gebieden, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van het grondwater dat wordt gebruikt voor de bereiding van water voor menselijke consumptie. Het kan gaan om waterwingebieden, grondwaterbeschermingszones, intrekgebieden en boringsvrije zones. Afdeling 4.9 van de verordening geeft instructieregels over aangewezen watergebiedsreserveringen waarin onder andere ruimtelijke ontwikkelingen worden toegestaan. Gericht op het beperken van negatieve gevolgen van overstromingen en wateroverlast in gebieden die een verhoogd risico lopen om onder water te lopen.

Het kan gaan om primaire watergebieden, waterbergingsgebeden, overstromingsrisicogebieden, en overstroombaar gebied.

41/65

17 december 2024 Bopa motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024) Waterschap Het beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027, de Kadernotitie Stedelijk Water, beleid inrichting beheer en onderhoud op maat en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21.In 2021 is de Kadernotitie Stedelijk Water vastgesteld. Deze notitie beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied. Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van deze wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen en keringen van Waterschap Drents Overijsselse Delta is de waterschapsverordening van het waterschap Drents Overijsselse Delta van toepassing. In de waterschapsverordening zijn regels gesteld wat wel en niet mag bij o.a. watergangen, waterkeringen, kernzones en bijvoorbeeld lozingen. Gemeente Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen geeft als aandachtspunt het belang van het in stand houden van in de omgeving aanwezige waterstaatkundige functies. Paragraaf 8.1 van deze motivering geeft het kader voor water vanuit het perspectief van klimaat.

Beleid water Gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van afvalwater, grondwater en hemelwater vastgelegd in het Gemeentelijke Riolerings Programma 2022-2026. Hier staan ook ontwerprichtlijnen in beschreven waaraan voldaan moet worden. De door de raad vastgestelde Hemelwaterverordening 2023 geeft, met het oog op het beperken van wateroverlast en het verminderen van droogteschade, regels over het afvoeren en opvangen van hemelwater bij het bouwen van een bouwwerk en bij het aanleggen of vervangen van verhard oppervlak. Deze verordening maakt deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. 8.2.2 Beoordeling Sinds inwerkingtreding van de Omgevingswet is een watertoets niet meer vereist. Het project is afgestemd met de hydroloog van het waterschap. Hierbij is aangegeven dat het waterbelang voldoende wordt gewaarborgd met het project, aangezien de bodem niet wordt verhard. Het project heeft daardoor ook geen raakvlakken met rijksen provinciale instructieregels met betrekking tot water- en bodemsysteem, grondwaterbeschermingsgebieden en watergebiedsreserveringen. Ook heeft het zonnepark geen invloed op de aanwezige waterstaatkundige functies binnen en rondom het projectgebied. Tot slot is er geen invloed op afvalwater, grondwater en hemelwater. 8.2.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Spoolde mogelijk gemaakt.

Het besluit voldoet aan de kaders voor water. 8.2.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp water geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.

8.3

Bodemkwaliteit

8.3.1

Kaders

Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels.

42/65

17 december 2024 Motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024) Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij een bopa. Bij bodemkwaliteit gaat het om instructieregels gericht op het beschermen van de gezondheid en het milieu. Paragraaf 5.1.4.5 van het Bkl geeft aan dat een bopa waarden bevat voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Bij het vaststellen van die waarden wordt rekening gehouden met de interventiewaarden bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving. Een bopa kan per gebied of per gebruiksfunctie verschillende waarden voor de toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locaties bevatten. Een bopa kan ook hogere waarden bevatten dan de waarden, bedoeld in bijlage IIA. Een bopa bepaalt tevens dat het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie bij overschrijding van een waarde alleen is toegelaten als de in de bopa voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen.

Bij bodemkwaliteit gaat het om instructieregels over het water- en bodemsysteem en bodembescherming. Afdeling 4.4 van de verordening geeft aan dat bij een bopa alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt als onderbouwd is dat deze ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en het versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. In die onderbouwing moet bij een ontwikkeling in het landelijk gebied in ieder geval duidelijk worden gemaakt hoe de ontwikkeling bijdraagt aan het regionaal perspectief water en bodem dat op die locatie van toepassing is. Paragraaf 4.12.2 van de verordening geeft instructieregels over bodembescherming. Gericht op een zorgvuldige aanpak van bodemverontreinigingen die risico’s opleveren voor de mens en leefomgeving; en van bodemverontreiniging in waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones. Het geeft onder andere instructieregels voor gemeenten over activiteiten met mogelijke risico’s voor de kwaliteit van het grondwater en in het bijzonder voor de kwaliteit van het grondwater in of nabij waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones. Gemeente Omgevingsvisie Vaak door historisch gebruik en bedrijfsactiviteiten is op verschillende plekken in Zwolle de bodem verontreinigd geraakt. Daarom hebben we de afgelopen jaren veel van deze verontreinigingen aangepakt door ze te saneren en/ of gebiedsgericht te beheren.

Hierdoor zijn eventuele risico's voor mens en dier weggenomen. Nieuwe bodemverontreiniging willen we voorkomen, en als dit toch gebeurt dan moet deze verontreiniging zoveel mogelijk worden beperkt dan wel ongedaan worden gemaakt door de vervuiler. Daarnaast stimuleren we het hergebruik van grond die vrijkomt binnen de stad en geschikt is om elders toe te passen. Bodembeleid Op 9 december 2008 heeft de gemeente Zwolle een bodemfunctieklassenkaart vastgesteld, waarop voor de hele gemeente wordt aangegeven welke functie de bodem heeft of welke functie in de toekomst wordt nagestreefd. De functieklassenindeling is gebaseerd op het gebiedsgericht milieubeleid van de gemeente. De volgende functies worden onderscheiden: wonen, industrie, water, landbouw/natuur, buitendijksgebied, AW2000 ('schone grond') en hoofdwegen. Het Bodembeleidsplan (2017) kent in overeenstemming met het gemeentelijk milieubeleid een gebiedsgerichte benadering. Volgens het gemeentelijke Bodembeleidsplan mag de Bodemkwaliteitskaart (2021) als kwaliteitsbewijs worden gebruikt bij het ontwikkelen van een locatie. Een onderzoek is dan niet nodig.

43/65

17 december 2024 Bopa motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024)

8.3.2 Beoordeling Econsultancy heeft op 8 oktober 2019 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (bijlage 5) met als doel om in een vroeg stadium een beeld te creëren van de bodemkwaliteit en om vast te leggen of er beperkingen of vervolgonderzoeken nodig zijn. Hierbij is er vooronderzoek, veldwerk en laboratoriumonderzoek gedaan. Er zijn bij het vooronderzoek, de terreininspectie en de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. In de bovengrond zijn daarnaast geen verontreinigingen geconstateerd. De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met nikkel. Mogelijk wordt de lichte nikkelverontreiniging in de ondergrond veroorzaakt door een natuurlijke bron. In de pleistocene rivierafzettingen komt plaatselijk van nature pyriet voor. Bij oxidatie van pyriet (bijvoorbeeld ten gevolge van verzuring) kan nikkel als een van de sporenelementen vrijkomen. Dit natuurlijke proces is waarschijnlijk de oorzaak voor de aangetroffen lichte nikkelverontreiniging. In de ondergrond zijn verder geen andere verontreinigingen geconstateerd. Het grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met barium. Deze metaalverontreiniging is hoogstwaarschijnlijk te relateren aan regionaal verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater. In het grondwater zijn verder geen verontreinigingen geconstateerd.

Gelet op het vermoedelijke natuurlijke en regionale karakter van de lichte metaalverontreinigingen in de ondergrond en het grondwater en het ontbreken van verontreinigingen in de bovengrond kan de onderzoekslocatie als ‘onverdacht’ ten opzichte van haar omgeving worden beschouwd. Er is geen overschrijding van de interventiewaarden waargenomen en daarom worden geen aanvullende maatregelen vereist vanuit de Omgevingswet. Er bestaan met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem dan ook geen belemmeringen voor de realisatie van een zonnepark op de onderzoekslocatie. Vanuit het oogpunt van bodem is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

8.3.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Spoolde mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor bodemkwaliteit. 8.3.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp bodemkwaliteit geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.

8.4

Ondergrond

8.4.1

Kaders

Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Bij ondergrond gaat het over winlocaties grondstoffen. Paragraaf 4.12.1 van de verordening geeft instructieregels over winlocaties grondstoffen, gericht op het duurzaam benutten van de ondergrond als bron van grondstoffen waaronder oppervlaktedelfstoffen. Gemeente Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen geeft aan dat Zwolle In de komende jaren in de (ondiepe) ondergrond te maken krijgt met een aantal grote ontwikkelingen en opgaven, zoals de klimaatopgave, de energietransitie en de verstedelijkingsopgave.

44/65

17 december 2024 Motivering omgevingsvergunning Zonnepark Spoolde (0193ESUITE840362024) Met de ondergrond willen we de verdere duurzame ontwikkeling van Zwolle mogelijk maken en de opgaves ondersteunen. De bijdrage van de ondergrond aan duurzame ontwikkeling richt zich op: een gezonde leefomgeving, de energietransitie, klimaatadaptatie en de netwerklaag. De netwerklaag is de ondiepe ondergrond met de kabels en leidingen. Beleid ondergrond In juni 2007 heeft de gemeenteraad van Zwolle ingestemd met de Visie op de Ondergrond en besloten de volgende vijf basisprincipes vast te stellen en te gaan toepassen in projecten: • Werken met ondergrondse bestemmingen / functies • Structureel en georganiseerd gebruik maken van WKO (warmte- / koudeopslag) en WKO koppelen aan grondwatersanering en waterwinning en peilbeheer • Bodemsanering gebiedsgericht benaderen • Natuur, recreatie, agrarische activiteiten, waterwinning en bescherming van kwalitatief hoogwaardig grondwater met elkaar te combineren in één gebied • Structureel en georganiseerd afstemmen van vraag en aanbod van (grond)water, koude en warmte Deze vijf basisprincipes vormen ook het vertrekpunt voor de beleidsmatige invulling voor het omgaan met de ondergrond.

Het Bodembeleidsplan levert een bijdrage aan de implementatie van de vijf basisprincipes door: • Het kader te geven voor gebiedsgericht benadering van de bodemsanering • De doelstelling voor sanering te koppelen aan de beoogde functies in de ondergrond • De mogelijkheid te creëren om de aanpak van bodemverontreiniging integraal af te wegen tegen en af te stemmen met koudewarmte opslag, peilbeheer, grondwaterwinning 8.4.2 Beoordeling Het project voorziet niet in functies in de ondergrond zoals warmte-/koudeopslag. In paragraaf 8.3 is ingegaan op de noodzaak van een bodemonderzoek. Hieruit dient te blijken dat er voor het aspect bodem geen belemmeringen zijn voor de realisatie zonnepark Spoolde. Voorafgaand aan de werkzaamheden zal een KLIC-melding worden gedaan, zodat tijdig wordt geconstateerd of er kabels en leidingen aanwezig zijn die niet in het omgevingsplan zijn opgenomen. 8.4.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het project Zonnepark Spoolde mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor ondergrond. 8.4.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp ondergrond geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=87df8c6e-25a4-4133-ab55-9b215de51be7