CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 30 - Water

Raad Besluitvormingsronde 16 december 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui26.359 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Figuur 18: Overstromingsdiepte met een middelgrote kans. Bron: Klimaateffectatlas.

4.1.5 Maatregelen Vanuit de analyse komt naar voren dat bij de ontwikkeling in plangebied Spoorzone Zwolle geen toename aan verhard oppervlak is. Met name versteende, bebouwde gebieden zijn kwetsbaar voor een toename van de effecten van de klimaatthema’s. In deze eerste verkenningsfase is daarom nagedacht over maatregelen die getroffen kunnen worden om de toekomstige bebouwing en het terrein zo duurzaam mogelijk in te richten en daarmee bij te dragen aan een klimaatbestendig en robuustheid van Zwolle. De biodiversiteit in Nederland staat sterk onder druk. Daarom is het noodzakelijk om naast behoud ook maatregelen toe te passen die de ecologische waarde en natuurlijke processen in de omgeving actief bevorderen.

D81-JBR-HS-RAP-22007072 / Proj.nr. MN001227 / Vrijgegeven / Versie 4.0 / 19-09-2023

26/34

Hieronder worden enkele voorbeelden toegelicht welke kansrijk zijn in het plangebied:  Natuur-inclusief ontwerpen van de nieuwe gebouwen en de directe omgeving. Een voorbeeld is gebruik maken van dakparken en daktuinen (groen / water daken) waarin mensen ook kunnen verblijven. Idealiter wordt in het ontwerp van gebouwen en openbare ruimte rekening gehouden met soorten die in het gebied en ruimte omgeving voorkomen.  Waterbufferende fundering toepassen bij de herinrichting van de openbare ruimte. Hierdoor kan hemelwater gemakkelijker infiltreren in de ondergrond. Bij hevige regenval blijft het water dan niet op straat staan. Aandachtspunt is wel dat de bodem voldoende infiltratiecapaciteit heeft. Eventueel slecht doorlatende bodemlagen dienen vervangen te worden of tenminste doorbroken te worden zodat infiltratie kan plaatsvinden.  Het planten van bomen, deze zorgen voor schaduw en verdamping en vormen daarmee een belangrijke groene hittemaatregel. Op locaties waar in de ondergrond veel kabels en leidingen lopen kunnen bijvoorbeeld pergola´s een alternatief zijn.  Het realiseren van een wadi in de nieuwe groene omgeving. Neerslag van daken kan apart opgevangen worden en via een wadi infiltreren in de ondergrond. Bij hevige neerslag vormt een wadi een extra buffer.

In de Nota van Uitgangspunten is een mogelijke positie geschetst voor de realisatie van een wadi, dit betreft de zuidoostzijde van het plangebied. In figuur 19 is een impressie gegeven van de mogelijke ligging van de wadi.  Het aanbrengen van infiltratiekratten onder (nieuwe) parkeerplaatsen. Deze kratten vormen een ondergrondse opslag voor regenwater. Vanuit de kratten infiltreert het water in de bodem, waardoor er geen sprake is van versnelde hemelwaterafvoer. Maatregelen binnen het intrekgebied Natuurinclusieve maatregelen welke binnen het intrekgebied van Lurelui toegepast kunnen worden (en die genoemd worden in de Nota van Uitgangspunten zijn): groene gevels, groene daken, diervriendelijke voorzieningen in de bebouwing, aanleggen groen en het verplaatsten / terugbrengen van het helofytenfilter.

Figuur 19: Situering stedelijke wadi die in verbinding staat met de Hanzesingel.

D81-JBR-HS-RAP-22007072 / Proj.nr. MN001227 / Vrijgegeven / Versie 4.0 / 19-09-2023

27/34

5

Conclusies en advies

Voor een project in plangebied Spoorzone Zwolle heeft Movares in opdracht van NS Stations een watertoets opgesteld. Aanleiding voor het opstellen van de watertoets is de toekomstige herontwikkeling van het gebied ten zuidwesten van station Zwolle, de zogenaamde Spoorzone. Om dit plan te verwezenlijken is een aanpassing van het bestemmingsplan nodig. Het rapport heeft tot doel om te bepalen of het ontwerp negatieve effecten heeft, of en in welke mate mitigerende of compenserende maatregelen kunnen worden getroffen voor wat betreft de waterhuishouding. De effecten op de waterhuishouding zijn verwerkt in tabel 6. Tabel 6: Effecten op de waterhuishouding Thema

Opmerking

Relevant

Veiligheid

Binnen het plangebied ligt een beschermingszone van een primaire A-watergang en/of secundaire Bwatergang van het Waterschap Drents Overijsselse Delta.

Ja

Wateroverlast

Ontwikkelingen in het plangebied zorgen voor een afname van het verhard oppervlak. Geen compenserende maatregelen benodigd.

Nee

Oppervlaktewaterkwaliteit

Vanuit het plangebied wordt water op oppervlaktewater geloosd.

Ja

Grondwateroverlast

Er is geen sprake van kwel of opbarsting.

Ja

Veranderingen in de grondwaterstand zijn wel te verwachten in verband met een toekomstig flexibel peilbeheer. Grondwaterbeschermingsgebied / drinkwaterwinning

Het volledige plangebied bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied.

Ja, aandachtspunt zit bij deelgebied Lurelui.

Het deelgebied Lurelui is gelegen binnen het intrekgebied van een drinkwaterwinning. Bij de toekomstige ontwikkeling is sprake van een grootschalige risicovolle activiteit binnen het intrekgebied. Aandachtspunten zijn grondwateronttrekkingen en de positionering en diepte van het aan te leggen WKO systeem. Herinrichting

Geen herinrichting van watergangen.

Nee

Volksgezondheid

Geen overstorten aanwezig.

Nee

Natuur

Locatie bevindt zich niet binnen een Natura 2000gebied of andere natte natuur.

Nee

Riolering en afvalwaterketen

Riolering (incl. persleiding) aanwezig van de gemeente Zwolle, deze wordt mogelijk uitgebreid vanwege de nieuwbouw. Geen rioolpersleiding van het waterschap aanwezig.

Ja

Klimaatadaptatie

Aandachtspunt is wateroverlast en hittestress.

Ja

Op basis van de watertoets en Keur gelden de volgende aandachtspunten bij het nader uitwerken van het bestemmingsplan:

D81-JBR-HS-RAP-22007072 / Proj.nr. MN001227 / Vrijgegeven / Versie 4.0 / 19-09-2023

28/34

 

Bij grotere uitbreidingslocaties wordt gevraagd een waterhuishoudings- en rioleringsplan (met name ook de focus op capaciteit riolering) op te stellen en daarover vroegtijdig met het waterschap over de uitgangspunten in gesprek te gaan. Daarnaast werkt de gemeente Zwolle met Eisenset SNOER, de uitbreidingsgebieden in de Spoorzonen dienen hieraan te voldoen. De technische haalbaarheid (installaties en impact) van een WKO systeem dient verder uitgewerkt te worden. Voor nadere uitwerking van het WKO systeem is voor het bovengrondse deel het certificaat BRL6000-21/00 en voor het ondergrondse deel is het certificaat BRL11000 vereist. Binnen het plangebied vindt een onttrekking plaats van grondwater dat verontreinigd is met vinylchloride (VC). Dit gebeurt met een helofytenfilter om zo de drinkwaterwinning het Engelse Werk ook voor de langere termijn te beschermen tegen grondwaterverontreiniging afkomstig uit het stedelijk gebied. Verplaatsing van het helofytenfilter is (hoogstwaarschijnlijk) noodzakelijk, hierbij moet aan de functionaliteit van de zuiverende werking (kwantitatief en kwaliteit) voldaan worden (verplichting in bestemmingsplan). Met de gemeente Zwolle, provincie Overijssel en Vitens zal een overleg plaatsvinden over de verplaatsing van het helofytenfilter vanwege de grondwaterverontreiniging met vinylchloride.

Voor zowel de aanpassing van de Koggetunnel als de nieuw te realiseren fietsentunnel is een technische uitwerking nodig. Hiervoor zal een adviesnota / rapportage moeten worden opgesteld ten behoeve van de riolering en afwatering van de aangepaste en nieuwe onderdoorgang. Voor het stap-vooruit principe is in deze fase een kwalitatieve uitwerking gedaan. In de toekomstige situatie zijn de risico´s op het ontstaan van nieuwe verontreinigingen minder groot vergeleken met de huidige situatie. Door verandering van functie, namelijk van industrie naar woningbouw, vervallen namelijk een aantal potentiële risico´s (zie tabellen 3 en 4). Als definitief bekend is waar de nieuwbouw gaat plaatsvinden zal een kwantitatieve onderbouwing uitgewerkt moeten worden met behulp van het grondwatermodel Reflect. Voor het dempen, verleggen of graven van wateren (ook die niet in beheer zijn bij het waterschap) dient altijd een Watervergunning te worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Voor het dempen van watergangen (of greppels dieper dan 40 cm) dient gecompenseerd te worden. Vooroverleg voor het aanvragen van een vergunning wordt geadviseerd. Voor tijdelijke (of structurele) grondwateronttrekking is op grond van de Waterwet een melding of vergunning van het waterschap nodig.

Voor de lozing van afvalwater (al het water waarvan de initiatiefnemer zich moet ontdoen) op oppervlaktewater vanuit een woning of een (agrarisch) bedrijf gelden de volgende regels van respectievelijk Besluit lozing afvalwater huishoudens en het Besluit lozen buiten inrichtingen. De gemeente Zwolle heeft adviesbureau Sweco opdracht gegeven om een rioolstructuurplan te maken van de gehele Spoorzone. De ontwikkeling van Spoorzone District Z, Werkplaatsen en Lurelui dienen afgestemd te worden met dit rioolstructuurplan. Vanuit klimaatadaptatie ligt een wateroverlast en hittestress opgave. Bij de herontwikkeling liggen kansen om aanpassingen te doen in de openbare ruimte, hierdoor ontstaat een klimaatrobuuste Spoorzone. Doordat het verhard oppervlakte afneemt is er een kans om de natuur meer ruimte te geven. In de openbare ruimte bestemd voor groen kunnen wadi´s worden aangelegd, waarin het hemelwater tijdens piekbuien in kan worden opgevangen en vertraagd infiltreert in de onderliggende bodem. Wanneer weinig ruimte voorhanden is in de openbare ruimte kunnen maatregelen als infiltratiekratten en waterbufferende fundering ervoor zorgen dat wateroverlast bij heftige buien beperkt blijft. Tevens is het advies om vergroening op het terrein aan te brengen (bomen, bosschages, etc.) en/of de aanwezige dakbedekking van de nieuwe en bestaande gebouwen te voorzien van een groen dak.

Groen zorgt voor meer schaduwwerking en verdamping om de hittestress aan te pakken. Natuurinclusieve maatregelen welke binnen het intrekgebied van Lurelui toegepast kunnen worden: groene gevels, groene daken, diervriendelijke voorzieningen in de bebouwing, aanleggen groen en het verplaatsten / terugbrengen van het helofytenfilter.

D81-JBR-HS-RAP-22007072 / Proj.nr. MN001227 / Vrijgegeven / Versie 4.0 / 19-09-2023

29/34

Colofon OPDRACHTGEVER

NS Stations t.a.v. mevrouw Snelling-Berg Postbus 2534 3500 GM Utrecht

UITGAVE

Movares Nederland B.V.

Daalseplein 100 Postbus 2855 3500 GW Utrecht TELEFOON

ONDERTEKENAAR

+31 (0)30 - 265 5555 Jurriaan ten Broek jurriaan.ten.broek@movares.nl

PROJECTNUMMER

KENMERK

MN001227 D81-JBR-HS-RAP-22007072

© 2022, Movares Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Movares Nederland B.V.

D81-JBR-HS-RAP-22007072 / Proj.nr. MN001227 / Vrijgegeven / Versie 4.0 / 19-09-2023

30/34

Bijlage 1 Uitgangspuntennotitie waterschap

D81-JBR-HS-RAP-22007072 / Proj.nr. MN001227 / Vrijgegeven / Versie 4.0 / 19-09-2023

31/34

UITGANGSPUNTENNOTITIE Herontwikkeling spoorzone Zwolle

Het plan ligt aan de Hanzelaan in de gemeente Zwolle. Het beleid van waterschap Drents Overijsselse Delta, is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 en de Beleidsnotitie stedelijk waterbeheer Water Raakt! (2015). Een goede vertaling van het beleid naar deze uitgangspuntennotitie is tevens afhankelijk van de informatie die de initiatiefnemer van het plan heeft aangeleverd. De initiatiefnemer heeft het plan als volgt omschreven: Herontwikkeling spoorzone Zwolle 1. Doel en inhoud van het document Het doel van de uitgangspuntennotitie is om in de initiatieffase van een plan bruikbare informatie aan te leveren voor de waterhuishouding in en rond het plangebied. Dit kan worden opgenomen in de waterparagraaf van het inrichtingsplan, bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing. De uitgangspuntennotitie bevat:  de bestaande waterhuishouding van het plangebied (paragraaf 2);  concrete uitgangspunten voor het plan op basis waarvan u de waterhuishouding kunt regelen (paragaaf 3) en  informatie over het vervolg van de watertoets en de uiteindelijke beoordeling van het waterschap in het kader van de watertoets (paragraaf 4). Beschikbare gegevens Sommige gegevens die u kunt gebruiken voor het plan, zijn digitaal beschikbaar. Hieronder vindt u een omschrijving van verschillende gegevens.

Legger oppervlaktewater en waterkeringen waterschap Op de website van het waterschap vindt u een geoportaal met de legger van het waterschap. De legger bestaat uit kaarten en tabellen met de volgende gegevens: de locatie van wateren en dijken; de eisen (vorm en afmetingen) waaraan wateren en dijken moeten voldoen; de ruimte die we rond de dijken reserveren voor toekomstige dijkversterkingen; wie het onderhoud moet uitvoeren. (indien onderhoudsplichtige niet is opgenomen, geldt de Keur) ArcGIS Online Het waterschap heeft diverse gegevens ontsloten via het webportaal van ArcGIS Online. Zoek op naar ‘wdodelta’ en u vindt alle beschikbare gegevens. Klimaatatlas waterschap Drents Overijsselse Delta Via de klimaatatlas kunt u de lokale situatie voor neerslag en hitte in het stedelijk gebied zien. Deze gegevens geven een goed inzicht in mogelijke risico’s bij hoosbuien of extreme hitte. De klimaatatlas kan helpen om bestaande risico’s of risico’s die voortkomen uit de ruimtelijke ontwikkeling te minimaliseren.

Daarnaast zijn in samenwerking met gemeenten en de provincie klimaatatlassen ontwikkeld die een breder beeld geven van de gevolgen van klimaatverandering: Fluvius (Zuidwest-Drenthe en Noordwest-Overijssel) RIVUS (West-Overijssel) Algemene Hoogtekaart Nederland Om een indicatief beeld van de hoogteligging van het plan te krijgen adviseren we om gebruik te maken van de Algemene Hoogtekaart Nederland. U kunt op deze site uw locatie aanwijzen om de exacte hoogte te bepalen. Bodem en grondwaterstanden provincie Overijssel Informatie over de bodem en grondwaterstanden is te vinden op de website van de provincie Overijssel.

Herontwikkeling spoorzone Zwolle

Pagina 1 van 10

2. Bestaande waterhuishouding Het plan ligt in het stroomgebied Zandwetering. Rond het plangebied liggen primaire A watergangen WV 11, WV 11.4, WV 11.6, WV 11.8, WV 11.12 die in het beheer van het waterschap zijn. Het peilgebied heeft een maximumpeil van NAP -0.2 m. Dit peil is de instelhoogte van het kunstwerk. Lokaal kunnen er verschillen optreden in het peil afhankelijk van de afstand tot de instelhoogte.

Figuur 1: Kaartbeeld bestaande waterhuishouding rond het plangebied, Primaire A watergang (donker blauwe lijn). -

-

De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld ongeveer tussen NAP 1.28 en 2.6 m. De bodem (deklaag) is bij ons niet bekend. Hiervoor zal aanvullend onderzoek moeten worden gedaan. Er kunnen, door de aanwezigheid van slecht doorlatende lagen, schijngrondwaterstanden tot dicht onder het maaiveld voorkomen. De gemiddeld maximale grondwaterstand is onbekend Bij extreme neerslag wordt WEL wateroverlast in of nabij het plangebied verwacht (zie Klimaatatlas WDODelta).

Herontwikkeling spoorzone Zwolle

Pagina 2 van 10

Figuur 2: Kaartbeeld Wateroverlast in en rond het plangebied 3. Uitgangspunten voor het plan op inrichtingsniveau De uitgangspunten die in deze paragraaf worden benoemd, moeten zichtbaar worden verwerkt in het plan. Dat houdt in dat de initiatiefnemer in de waterparagraaf aangeeft hoe wordt omgegaan met de uitgangspunten en op welke wijze deze worden vertaald naar het plangebied. De initiatiefnemer is vrij te bepalen op welke wijze wordt voldaan aan de uitgangspunten. Eventueel kan over maatregelen advies worden gevraagd aan het waterschap. Indien noodzakelijk worden de uitgangspunten vertaald naar de plankaart (bijvoorbeeld waterberging) en de planregels.

In deze uitgangspuntennotitie worden de volgende thema’s behandeld:  

Watersysteem Waterveiligheid

Wateroverlast

Waterkwaliteit

 

Riolering Drinkwatervoorziening

Externe werking ruimtelijk plan

Beheer en onderhoud

Energiewinning

 Deze uitgangspunten zijn hieronder nader uitgewerkt. Het integraal overnemen van onderstaande uitgangspunten zonder verdere onderbouwing is niet voldoende! Alleen plannen waarin de uitgangspunten goed zijn vertaald kunnen in de vervolgfase van het bestemmingsplan door het waterschap worden beoordeeld.

Herontwikkeling spoorzone Zwolle

Pagina 3 van 10

Watersysteem Aan- en afvoer van voldoende water, waarborg van de waterkwaliteit en ruimte voor water. 

Watergangen: Binnen het plangebied ligt een beschermingszone van een primaire A-watergang en/of secundaire B-watergang van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. De functie van deze watergang(en) moet te allen tijde worden gegarandeerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de beschermingszone van deze watergangen zoals in de Keur beschreven. Met betrekking tot deze watergangen gelden de binnen de Keur opgenomen gebods- en verbodsbepalingen. Voor werkzaamheden binnen de beschermingszone moet een Watervergunning worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. o Primaire A-watergangen (>25 L/s afvoer gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): watergangen waar het waterschap verantwoordelijk is voor de inrichting en het onderhoud.

Wijzigingen aan het watersysteem

Dempen of graven wateren: Voor het dempen, verleggen of graven van wateren (ook die niet in beheer zijn bij het waterschap) dient altijd een Watervergunning te worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Voor het dempen van watergangen (of greppels dieper dan 40 cm) dient gecompenseerd te worden. Vooroverleg voor het aanvragen van een vergunning wordt geadviseerd. Het waterschap neemt nieuwe primaire A-watergangen in beheer en onderhoud, nadat is vastgesteld of deze nieuwe watergangen voldoen aan de daarvoor geldende criteria1.

Waterveiligheid Beschermen van inwoners tegen overstromingen van binnendijkse gebieden. Waarborgen van het veiligheidsniveau van dijken en beperken van gevolgen overstromingen door een waterrobuuste inrichting.

Overstromingsrisico 

Overstromingsrisicoparagraaf: Het plan ligt in een dijkringgebied. Als er gebouwd wordt in dijkringgebieden (gebieden met een risico op overstromingen) verplicht de provincie Overijssel in het bestemmingsplan een overstromingsrisicoparagraaf op te nemen. Deze paragraaf heeft aandacht voor voorzieningen die zorgen dat er bij een overstroming minder slachtoffers vallen en dat de schade beperkt blijft. Link provincie Overijssel: Aandacht voor waterveiligheid

Wateroverlast Bij kortstondige buien van geringe of enige intensiteit mag hemelwater dat niet lokaal kan worden verwerkt worden afgevoerd, zonder dat dit leidt tot water-op-straat of wateroverlast benedenstrooms van het plangebied. Bij extreme kortstondige buien, verblijft water voor korte tijd op het maaiveld, zonder dat dit tot overlast leidt. De ontwikkelaar houdt rekening met de randvoorwaarden die zowel het waterschap als de gemeente stelt aan het voorkomen van wateroverlast. Er wordt rekening gehouden met de randvoorwaarden die gemeenten stellen aan:  het benutten, lokaal verwerken of vertraagd afvoer van hemelwater op percelen en in de openbare ruimte;  het gescheiden houden van hemelwater;  de capaciteitseisen voor de afvoer van hemelwater;  de eisen die aan woningen, andere kwetsbare functies en openbare ruimte worden gesteld ter voorkoming van wateroverlast. Compensatie nieuwbouw uitbreidingslocaties Bij grotere uitbreidingslocaties wordt gevraagd een waterhuishoudings- en rioleringsplan op te stellen en daarover vroegtijdig met het waterschap over de uitgangspunten in gesprek te gaan. Het waterschap hanteert de volgende uitgangspunten:

1

Bij het ontwerp van het watersysteem wordt rekening gehouden met toenemende neerslagintensiteit als gevolg van klimaatverandering. Op basis van de KNMI'14-klimaatscenario’s adviseert het waterschap rekening te houden met minimaal 10% meer neerslag in 2050.

Het waterschap toetst het plan op basis van de werknormen die zijn vastgesteld in het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Voor de bebouwde omgeving betekent dit dat in een neerslagsituatie die

Hierover vindt nadere afstemming plaats met het waterschap

Herontwikkeling spoorzone Zwolle

Pagina 4 van 10

eens in de 100 jaar plaatsvindt er geen water in woningen mag stromen en dat belangrijke ontsluitingswegen vrij blijven van water. Andere kapitaalintensieve functies, zoals elektriciteits- of communicatievoorzieningen mogen ook niet onder water staan.

Maatgevende neerslagsituaties bij nieuwbouw en uitbreidingslocaties Ontwerp in de dagelijkse beheersituatie: Hoe hoog het waterpeil kan stijgen is afhankelijk van de beschikbare ruimte voor water en de toegestane afvoer. Om ervoor te zorgen dat bij nieuwe ruimtelijke plannen de versnelde afvoer van water naar het omliggende gebied wordt beperkt, hanteren we een afvoernorm. De te hanteren afvoernorm voor een situatie die 1 of 2 dagen per jaar optreedt is gemiddeld 0,8 L/s/ha. Bij het ontwerp van het oppervlaktewatersysteem in de dagelijkse beheersituatie is het van belang rekening te houden met de hydraulische afvoercapaciteit van het rioolstelsel. De dagelijkse rioleringsbui moet zonder problemen kunnen uitstromen. Daarom wordt de peilstijging van het oppervlaktewater in de normale beheersituatie onder andere bepaald door de hoogte van drempels in de riolering. o Houd er rekening mee dat de oppervlaktewaterpeilstijging meegenomen wordt in de berekening van de overstort. In een normale situatie kan er niets aan de hand zijn, terwijl met een flinke bui het oppervlaktewater snel kan stijgen waardoor de overstort geblokkeerd wordt. Hier moet in de uitwerking rekening mee worden gehouden. Toetsbui voor extreme neerslagsituatie: Het watersysteem wordt getoetst op basis van een hoeveelheid

neerslag die eens in de 100 jaar wordt overschreden. Er wordt rekening gehouden met een bui van 111 mm in 48 uur. De toegestane afvoer in deze neerslagsituatie is 1,6 L/s/ha. Er mag bij deze bui geen water in woningen komen en belangrijke ontsluitingswegen blijven vrij van water. Onderstaande tabel toont aan dat STOWA statistieken op basis van deze uitgangspunten leiden tot een bergingsopgave van 80 mm. Neerslagstatistiek Klimaatscenario Afvoer (L/s/ha) T=1 Afvoer (L/s/ha) T=100 (maatgevend) Maatgevende buiduur (uur) Totale neerslaghoeveelheid (mm) Afvoer via oppervlaktewater (mm) Berging dak/straat/etc (mm) Benodigde berging (mm)

Statistiek volgens Stowa rapport 2015-10 Huidig klimaat +10% 0,8 1,6 48 111 (100,9*1,1) 28 3 80

Tabel 1: Overzicht van hoeveelheden en benodigde berging Hoosbui (bovennormatieve situatie): Verder wordt geadviseerd een stress-test uit te voeren met een bui die

boven de genoemde normen uitgaat. Deze hoosbui kan zeer lokaal tot veel wateroverlast leiden en het is belangrijk dat de gevolgen hiervan in beeld worden gebracht. Het gaat in deze situatie vooral om de afstroming van het hemelwater over het maaiveld. De keuze welke bovennormatieve situatie wordt bekeken ligt bij de initiatiefnemer. Te denken valt aan een range van 60 mm tot 150 mm in een uur. Dat is zeer grote hoeveelheden, maar deze kunnen zeker met de verandering van klimaat voorkomen. De gemeente kan ook ervaring hebben met extreme gebeurtenissen en van daaruit een referentiekader hebben. Grondwateroverlast 

Grondwateroverlast bij bebouwing: In gebieden waar grondwateroverlast op kan treden, adviseren wij de volgende voorkeursvolgorde toe te passen: (1) kruipruimteloos bouwen of het (2) ophogen van het plangebied.

Om een goed inzicht te krijgen in het grondwatersysteem wordt geadviseerd om in overleg met het waterschap zo spoedig mogelijk te starten met een grondwateronderzoek. Dit kan in eerste instantie op basis van bestaande peilbuizen binnen of in de omgeving van het plangebied. Indien noodzakelijk kan de initiatiefnemer nieuwe peilbuizen plaatsen.

Aanleghoogte van bebouwing: Voor de aanleghoogte van gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een aanleghoogte van de vloer geadviseerd van minimaal 80 cm ten opzichte van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Om

Herontwikkeling spoorzone Zwolle

Pagina 5 van 10

wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 cm boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast.

Waterkwaliteit Het watersysteem wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid creëert en voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. Afvoer hemelwater 

Kwaliteit afvoer hemelwater: Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater te garanderen. Licht vervuild hemelwater (bijvoorbeeld van een woonstraat) wordt via een bodempassage geloosd op het oppervlaktewater. Bij aanleg van bedrijventerreinen, wegen met een hoge verkeersbelasting, parkeerterreinen, marktpleinen, winkelstraten en tunnels dient de mogelijkheid voor lozing van hemelwater op open water met het waterschap te worden afgestemd.

Inrichtingseisen oppervlaktewater 

 

Inrichting van het oppervlaktewater: De inrichting van het oppervlaktewater is sterk afhankelijk van de functie van het oppervlaktewater. Dit is maatwerk. Neem contact op met het waterschap als extra aandacht aan de inrichting van het oppervlaktewater moeten worden besteed ten behoeve van de ecologische kwaliteit. Doorspoeling oppervlaktewater: Geïsoleerde vijverpartijen of watergangen worden vermeden. Het watersysteem wordt ontworpen met aandacht voor doorspoeling. Peilbeheersing: het waterschap kan sturen in de waterkwaliteit door bijvoorbeeld water in te laten of juist af te voeren. Vooral in gebieden net droogvallende sloten is het belangrijk hier rekening mee te houden. We adviseren om watergangen en vijvers een minimale waterdiepte te geven van 100 cm.

Verontreiniging 

Microverontreiniging: Er worden geen uitloogbare materialen gebruikt die tot een verontreiniging van het oppervlaktewater kunnen leiden.

Schoonmaakmiddelen en waterkwaliteit: Alle toegelaten schoonmaakmiddelen zijn milieuvriendelijk, maar mogen niet zonder meer rechtstreeks in oppervlaktewater worden geloosd. Formeel is daar een vergunning op basis van Art. 6.2 lid 1 van de Waterwet (het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam) voor nodig. Een watervergunning wordt niet verleend wanneer een riolering in de buurt aanwezig is. De voorkeursvolgorde voor afvalwaterstromen is als volgt: o Indien aanwezig moet de afvalwaterstoom van reinigingswater met schoonmaakmiddel op de riolering worden geloosd; o Het opvangen van het afvalwater en de afvoer per as naar een riolering; o Lozing op het oppervlaktewater en/of infiltratie in de bodem via een bodempassage.

Riolering Optimaliseren aanvoeren afvalwater naar de rioolwaterzuivering. Verminderen van hydraulische belasting van de rioolwaterzuivering en beperken van riooloverstorten op het oppervlaktewater. Beleid en regelgeving 

Gemeentelijk rioleringsbeleid: de gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige verwerking en afvoer van hemelwater, afvalwater en grondwater. In het plan wordt rekening gehouden met het gemeentelijke rioleringsbeleid. Afvalwater en hemelwater worden op de perceelgrens gescheiden aangeboden. Eventueel geldt er een bergingseis (zie wateroverlast). Voorkeursvolgorde afvoer hemelwater: Bij de afvoer van overtollig hemelwater is het landelijk beleid dat het afstromend hemelwater ter plaatse in het milieu worden teruggebracht (afkoppelen). Dat kan door infiltratie in de bodem of door berging in het oppervlaktewater. Het waterschap heeft de voorkeur om daar waar mogelijk, het hemelwater oppervlakkig af te voeren en te infiltreren in de bodem. Als oppervlakkige infiltratie niet

Herontwikkeling spoorzone Zwolle

Pagina 6 van 10

mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. 

Lozing afvalwater: Voor de lozing van afvalwater (al het water waarvan de initiatiefnemer zich moet ontdoen) op oppervlaktewater vanuit een woning of een (agrarisch) bedrijf gelden de volgende regels: o Voor lozingen van huishoudelijk afvalwater vanuit woningen geldt het “Besluit lozing afvalwater huishoudens” (Blah). Uitgangspunt is dat het huishoudelijk afvalwater op een gemeentelijk rioolstelsel wordt geloosd. Indien niet mogelijk is, moet een voorziening worden aangelegd die een gelijkwaardig milieubeschermingsniveau biedt. o Voor lozingen van afvalwater van een (agrarisch) bedrijf geldt het “Activiteitenbesluit”. Voor lozingen vanuit niet-inrichtingen geldt het “Besluit lozen buiten inrichtingen” (Blbi).

Rioolcapaciteit 

Rioolcapaciteit: De capaciteit van het huidige rioolstelsel kan een aandachtspunt vormen. Bij uitbreiding van het rioolstelsel wordt rekening gehouden met de capaciteit van het bestaande stelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie.

Drinkwatervoorziening Beperken nadelige effecten van veranderingen in ruimtegebruik op het aanbod van schoon drinkwater. 

Bescherming drinkwaterwinning: Het plangebied ligt (deels) in een grondwaterbeschermingsgebied of intrekgebied van een drinkwaterwinning. De provincie is bevoegd gezag om deze gebieden te beschermen. In deze gebieden is het beleid gericht op het verminderen van de risico's op verontreiniging van het grondwater. Drinkwatervriendelijke functies worden gestimuleerd en aan de overige functies worden specifieke voorwaarden gesteld. Het provinciale grondwaterbeschermingsbeleid voor de drinkwaterwinning is terug te vinden in de Omgevingsvisie van de provincie.

Figuur 3 Intrekgebied van een drinkwater Externe werking ruimtelijk plan Beschermen en handhaven grond- en oppervlaktewatersysteem om nadelige gevolgen op de omgeving te voorkomen.

Herontwikkeling spoorzone Zwolle

Pagina 7 van 10

Relatie oppervlaktewater en grondwater: In nieuw te ontwikkelen gebied worden de waterstanden binnen het in te richten gebied tijdens of na het bouwrijp maken niet structureel verlaagd. Voor tijdelijke of structurele grondwateronttrekking is op grond van de Waterwet een melding of vergunning van het waterschap nodig.

Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud is erop gericht om de waterhuishouding op orde te houden. Het betreft zowel waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterbeleving. De inrichting van het gebied dient zodanig te zijn, dat het beheer en onderhoud van het watersysteem op efficiënte en effectieve wijze mogelijk is. Bij nieuw aan te leggen water vindt overleg met het waterschap plaats. 

 

Wijze van onderhoud watersysteem: Er wordt rekening gehouden met de wijze van onderhoud (varend of vanaf de kant) en de daarbij geldende voorwaarden. Voor werkzaamheden binnen de aangegeven zones van het waterschap is een vergunning op grond van de Waterwet noodzakelijk. o Rijdend onderhoud vanaf de kant: Bij onderhoud vanaf de kant geldt een obstakelvrije zone van 5 m vanaf de boveninsteek van de watergang. o Varend onderhoud: Varend onderhoud is mogelijk bij een doorvaarbare watergang. In principe moet met een minimale totale oeverlengte van 300 m of een totale oppervlakte van 1.500 m2 rekening gehouden worden. Er wordt rekening gehouden met een minimale doorvaarhoogte van 1,55 m ten opzichte van het maximale waterpeil. De doorvaarbreedte is minimaal 2,50 m. Voor varend onderhoud geldt tevens een minimale diepte van 1 m met een aanleg- en onderhoudsdiepte van 1,30 m. Elk onderhoudswater heeft een goed bereikbare inlaadplaats voor de boot en minimaal 1 losplaats ten behoeve van het maaisel per 100 m oeverlengte. Beheer en onderhoudsafspraken nieuwe watergangen: Voor nieuwe watergangen moeten beheer en onderhoudsafspraken worden vastgelegd. Het waterschap neemt nieuwe primaire A-watergangen in beheer en onderhoud, nadat is vastgesteld dat deze watergangen voldoen aan de daarvoor geldende criteria2. Nieuwe bomen langs een watergang zijn vergunningsplichtig of meldingsplichtig.

Toegankelijkheid van water: alle wateren die een functie hebben in de waterhuishouding (afvoer, aanvoer of berging) liggen in openbaar gebied.

Energiewinning Door de energietransitie doen zich verschillende ontwikkelingen voor op het gebied van duurzame energiewinning die mogelijk ook impact hebben op de waterhuishouding. Algemeen uitgangspunt is dat ontwikkelingen niet mogen leiden tot een verslechtering van het watersysteem (inclusief het onderhoud ervan).. Zonneparken op land  Zonnepark als bouwwerk: Zonneparken op land worden getoetst als bouwwerk in verband met ligging ten opzichte van (toegang tot) watergangen, waterbergingen en onderhoudsstroken (minimaal 5 m) en (toegang tot) ten opzichte van waterkering en beschermingszones.  Wateroverlast: Voor de gebouwen (onder andere trafo/converter-omkasting) geldt in landelijk gebied de norm is T=10. Dit betekent dat de kans op wateroverlast vanuit het watersysteem hoger is dan in het stedelijk gebied. Hier dient bij ontwerp rekening mee gehouden te worden; gevoelige objecten worden extra hoog aangelegd of waterdicht gemaakt.  Kwaliteit afstromend hemelwater: Een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater dient ten allen tijden gegarandeerd te zijn. De hemelwaterafvoer (HWA) van de panelen kan binnen het plangebied worden geloosd op de bodem en bij oppervlakkige afstroming op het oppervlaktewater (afhankelijk van oppervlak: reguleren om schade aan oevers te voorkomen: buisje/taludbescherming).

Zonneparken op waterberging  Bergingscapaciteit en infiltratiecapaciteit waarborgen: De bergingscapaciteit en infiltratiecapaciteit dient ten allen tijden gegarandeerd te zijn. Dit wordt via het watervergunningsspoor of het contract geregeld.  Beheer en onderhoud: Mogelijk moet het gewenste onderhoudsbeeld worden aangepast als gevolg van het zonnepark. Het ligt voor de hand dat de eigenaar bij aanpassing van de overeenkomst onder het nieuwe beleid gaat vallen en dat betekent dat hij geen beheervergoeding meer zal ontvangen.

2 Hierover vindt nadere afstemming plaats met het waterschap

Herontwikkeling spoorzone Zwolle

Pagina 8 van 10

Waterberging op de legger: Op dit moment laat vooralsnog het beleid zonneparken niet toe omdat de beleidsregels bouwwerken in een oppervlaktewaterlichaam niet toestaan. Voor een pilot is een uitzondering gemaakt.

Zonneparken op oppervlaktewater  In het kader van de zorgplicht is de initiatiefnemer van drijvende zonnepanelen verplicht aan te tonen aan de waterkwaliteitsbeheerder zijnde het waterschap, dat de activiteit (onder andere aanleg, materiaalgebruik en onderhoud) niet leidt tot verslechtering van de waterkwaliteit en ecologie. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen om een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater te garanderen. Het onderhoud aan en de schoonmaak van de panelen mag niet leiden tot verontreiniging van het oppervlaktewater.  Buitendijkse plassen in uiterwaarden Vecht: in principe niet mogelijk gezien de obstakelwerking (afvoercapaciteit) en risico vuilvang en losraken zonnepanelen (schade aan dijken en stuwen/sluizen etc.). Windenergie  Windmolenpark als bouwwerk: Toetsen als bouwwerk in verband met ligging ten opzichte van (toegang tot) watergangen, waterbergingen en onderhoudsstroken (minimaal 5 m) en (toegang tot) ten opzichte van waterkering en beschermingszones.  Normering waterkeringen nabij windturbines: Er bestaan risico’s voor schade door faalmechanismen van een turbine (omvallen en afwaaien wieken) en voor verdichting van de bodem door trilling.

Het STOWA rapport Handreiking windturbines/waterkering biedt handvatten voor kansen en risico’s bij de aanleg, de exploitatie en het opruimen van windturbines op of in de nabijheid van waterkeringen. Bij plaatsing van windturbines is voorwaarde dat de waterveiligheid volgens de nieuwe waterveiligheidsnormen wordt geborgd. Aardwarmte/geothermie  Initiatief toetsen als activiteit in verband met ligging ten opzichte van (toegang tot) watergangen, waterbergingen en onderhoudsstroken (minimaal 5 m) en (toegang tot) ten opzichte van waterkering en beschermingszones. (Bevoegd gezag t.a.v. de bodem is de provincie Overijssel). Warmte uit oppervlaktewater (TEO)  In het kader van de zorgplicht is de initiatiefnemer van TEO-systemen verplicht aan te tonen aan de waterkwaliteitsbeheerder zijnde het waterschap, dat de activiteit (o.a. aanleg, te gebruiken materialen en onderhoud) niet leidt tot verslechtering van de waterkwaliteit. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen om een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater te garanderen. Het onderhoud aan en de schoonmaak van de TEO-systemen mag niet leiden tot verontreiniging van het oppervlaktewater.

 Voor TEO-systemen die worden toegepast op oppervlaktewater dat op de legger van het waterschap staat, wordt rekening gehouden met het functioneren van het watersysteem (aan- en afvoer, waterberging) en aan beheer en onderhoud van het watersysteem.  Voor meer informatie zie STOWA-handreiking Aquathermie (2018-47)

4. Vervolg watertoets en beoordeling Informeel overleg over de uitgangspunten Dit document geeft u handvatten om uitvoering te geven aan de waterhuishouding. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Mocht u nog vragen hebben over de uitgangspunten notitie of graag in gesprek gaan over de uitwerking van de waterhuishouding in het plan dan gaan wij graag met u in gesprek. Het waterschap denkt graag met u mee! Beoordeling en officieel wateradvies Wanneer u de uitgangspunten hebt verwerkt in uw plan, stuurt u deze ter beoordeling naar het waterschap. In de meeste gevallen geeft het waterschap haar wateradvies in het vooroverleg zoals dat bedoeld is in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. Het waterschap kan alleen een officieel wateradvies afgeven op basis van een compleet plan. Dat wil zeggen dat wij een bestemmingsplan beoordelen op basis van de toelichting, de planregels en de verbeelding. Alleen de waterparagraaf geeft ons onvoldoende informatie.

Herontwikkeling spoorzone Zwolle

Pagina 9 van 10

Controle op het watertoetsproces Het waterschap controleert of het wateradvies is opgenomen in het plan. Afhankelijk van het moment waarop ons wateradvies is gegeven, gebeurt dat op basis van het voorontwerp of het ontwerp bestemmingsplan. Geldigheid van het uitgangspuntennotitie De uitgangspunten in deze uitgangspuntennotitie komen tot stand op basis van de beleidsregels van het waterschap. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem. Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor eventueel een verlenging met nogmaals 1 jaar. Heeft u een watervergunning nodig op grond van de Waterwet? Het wateradvies dat uiteindelijk wordt afgegeven in het kader van de watertoets is geen watervergunning. Gaat u bijvoorbeeld werkzaamheden verrichten in de verbodszone van de Keur, of gaat u grondwater onttrekken voor de werkzaamheden? Dan kunt u een watervergunning aanvragen op onze website: www.wdodelta.nl. De aanvraag zal getoetst worden aan het dan vastgestelde beleid.

In de uitgangspunten (paragraaf 2) is aangegeven waar mogelijk een watervergunning voor moet worden aangevraagd.

Vergunningplichtige activiteiten volgens de Keur:  Activiteiten in, onder of boven een waterstaatswerk  Activiteiten in de beschermingszone of profiel van vrije ruimte van een waterstaatswerk (te raadplegen op de website): o Voor watergangen: 5 m uit de insteek o Voor waterkeringen: breedte variabel  Graven van een oppervlaktewaterlichaam  Dempen van een oppervlaktewaterlichaam  Lozen van water in of onttrekken van water uit een oppervlaktewaterlichaam o Op basis van de Algemene Regels bestaat vrijstelling (zonder meldplicht) mits aan de volgende criteria wordt voldaan: - De lozing veroorzaakt benedenstrooms geen wateroverlast voor derden - De lozing wordt gestaakt wanneer dit voor het waterbeheer noodzakelijk is.  Het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam  Onttrekken of infiltreren van grondwater  Ontwateren met drainagemiddelen

© Waterschap Drents Overijsselse Delta Dit document is opgesteld door Jori Wolhoff op 12 oktober 2022. De geleverde informatie in deze uitgangspuntennotitie is houdbaar tot maximaal 1 jaar na opsteldatum en heeft alleen betrekking op het plan, zoals dat wordt genoemd in dit document. Kijk voor meer informatie over de watertoets op de website van het waterschap.

Herontwikkeling spoorzone Zwolle

Pagina 10 van 10

Bijlage 2 Uitgangspunten helofytenfilter

D81-JBR-HS-RAP-22007072 / Proj.nr. MN001227 / Vrijgegeven / Versie 4.0 / 19-09-2023

32/34

duurzaam

Memo

Leefomgeving en Mobiliteit

Aan

Peter Sluijs

Van

Reinder Slager

Datum

22 maart 2021 Inpassing helofytenfilter in Spoorzone ontwikkeling

Onderwerp

Telefoon (038) 498

Achtergrond In de nabijheid van de Oostzeelaan in Zwolle vindt een onttrekking plaats van grondwater dat verontreinigd is met vinylchloride (VC). Dit gebeurt om de drinkwaterwinning het Engelse Werk ook voor de langere termijn te beschermen tegen grondwaterverontreiniging afkomstig uit het stedelijk gebied Hierover zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen gemeente en Vitens. Uit het grondwater vind koude/warmte levering plaats aan de nabijgelegen semi-permanente (woon)units. Grondwater met daarin de VC verontreiniging wordt middels een deepwell (capaciteit 8 m3/h) opgepompt. Eerst wordt er warmte/koude- aan het water onttrokken t.b.v. levering aan een semipermanente (woon)units. Daarna wordt het grondwater behandeld in een innovatief systeem wat gebruik maakt van een beluchting, bezinking en een helofytenfilter. Naast de VC verontreiniging wordt met het grondwater ook opgelost ijzer opgepompt. Dit dient verwijderd te worden in verband met het negatieve effect op het helofytenfilter en het afnemen van de infiltratiecapaciteit van de infiltratiesloot. De conclusie is dat onttrekking nuttig en noodzakelijk is en blijft en dat het aangelegde systeem goed in staat is om de VC verontreiniging te verwijderen en de concentratie ijzer vergaand te verlagen.

Systeem Onderstaand is het systeem zoals medio 2011 is aangelegd weergegeven. Deepwell (8m3/h) Beluchtingsbassin Bezinkbassin Helofytenfilter Infiltratiesloot Overloop naar riool/ oppervlaktewater

duurzaam

Datum

22 maart 2021

Interceptie vc –verontreiniging

Infiltratie sloot, 65 m lang en circa 6 m breed. Opp is 390 m2 Twee Hylofyten sloten 85 m en 90 m lang en circa 3,2 m

Beluchtingsbain ( 55 m2 ) en bezinkbasin (130 m2 )

Woon-units waar aan koude/warmte

Systeemuitbreiding Buiten bovenstaand systeem zijn er bestuurlijke afspraken gemaakt over een toekomstige aanvullende onttrekking van 17 m3 /uur. Deze onttrekkingspunt zal gesitueerd zijn zuidelijk van de Oostzeelaan (zie onderstaande schets) en waar mogelijk ingepast worden in het bestaande zuiveringssysteem met helofyten.

Gebied waar aanvullende onttrekking ( 17m3/uur) gerealiseerd moet worden

2/5

duurzaam

Datum

22 maart 2021

Herontwikkeling en inpassing Momenteel worden herontwikkelingsplannen opgesteld. Binnen deze herontwikkeling zal inpassing van het systeem om grondwater te onttrekken, te zuiveren met behulp van helofyten en te infiltreren in de bodem met behulp van bijvoorbeeld een infiltratie-sloot plaats moeten vinden. Voor een goede ruimtelijke inpassing is het relevant om inzicht te hebben in de orde van grote van de benodigde ruimte en mogelijk multifunctioneel gebruik van de verschillende onderdelen. Dimensionering systeem De omvang van het aan te leggen systeem wordt bepaald door de hoeveelheid te verwerken onttrokken grondwater en de benodigde verblijftijd van het water in het systeem dat zorgdraagt voor de verdere afbraak van verontreiniging door vervluchtiging, afbraak en opname door vegetatie en micro-organismen, en infiltratie in de bodem. Het debiet waarmee gerekend moet worden is 25 m3/h (8 bestaande en 17 aanvullende onttrekking). Verblijftijd De benodigde oppervlakte (volumes) en daarmee het ruimtegebruik wordt bepaald aan de hand van het debiet wat het systeem ten minste met kunnen verwerken, benodigde verblijftijd van het water in het systeem ( circa 3,5 dag ) en de infiltratie snelheid/ capaciteit van de bodem om het water weer in de ondergrond te laten infiltreren.

Gehanteerde uitgangspunten  Voorkeur voor een lang mogelijke verblijf tijd zonder dat er sprake is van accumulatie. Zowel voor de afbraak als voor ijzerbinding.  Voorkeur om de stroombanen zo lang mogelijk te maken om de hydraulische verblijftijd te vergroten en  De verontreiniging van het NS-emplacement Zwolle bestaat uit VC. Daarom is het noodzakelijk dat er zuurstofrijke zones komen waar afbraak mechanismes plaats kunnen vinden.

3/5

duurzaam

Datum

22 maart 2021

4/5

duurzaam

Datum

22 maart 2021

Meerwaarde bij inpassing in ontwikkeling  Waardevol groen in de stedelijke omgeving  Verbetering van de waterkwaliteit in het gebied  (Tijdelijke) opslag van water  Circulariteit door het terugbrengen van nutriënten in de natuurlijke cyclus  Leefomgeving voor dieren  Passieve recreatie, bijvoorbeeld fotografie en vogels kijken  Educatie en onderzoek  Mogelijkheid om energie uit het opgepompte water te halen

5/5

Bijlage 3 Programma van eisen energievoorziening

D81-JBR-HS-RAP-22007072 / Proj.nr. MN001227 / Vrijgegeven / Versie 4.0 / 19-09-2023

33/34

Programma van Eisen Energievoorziening Spoorkwartier Zwolle 1

Doel en aanleiding

Voor de ontwikkeling van het gebied Spoorzone Zwolle wordt een ontwikkelaar geselecteerd voor de deelgebieden van NS, het Spoorkwartier. Het Spoorkwartier bestaat uit de deelgebieden Lurelui, Werkplaatsen en District Z. De selectie van de ontwikkelaar van de deelgebieden wordt door de NS uitgevoerd. Dat doet zij in samenspraak met de gemeente. In figuur 1 is een overzicht van de deelgebieden in de Spoorzone weergegeven. Dit Programma van Eisen is opgesteld met het oog het verduurzamen van de energievoorziening van de nieuwbouw en bestaande bouw. NS zal een deel van de bestaande panden in het gebied in eigendom houden. Om de eigen ambitie voor het aardgasvrij maken van het bestaande vastgoed te ondersteunen, neemt NS in dit Programma van Eisen Energie ook voorwaarden op die zij aan de ontwikkelaar(s) meegeeft voor het bestaande vastgoed.

Figuur 1 Deelgebieden in ontwikkelgebied Spoorzone Zwolle.

De toekomstige ontwikkelaar hoeft niet degene te zijn die ook daadwerkelijk eigenaar blijft van de energievoorziening. Maar zij zal wel bij het verwerven van de locatie zorgen voor realisatie van de energievoorziening conform het Programma van Eisen Energie en het ingediende plan en kan deze doorleggen aan een partij die de energievoorziening gaat ontwikkelen en/of exploiteren. Daarom moet bij het selecteren van de ontwikkelaar ook de voorwaarden worden meegegeven voor de ontwikkeling van de energievoorziening in het Spoorkwartier. In dit Programma van Eisen wordt aangegeven aan welke voorwaarden en uitgangspunten voor de energievoorziening moet worden voldaan.

Opzet Allereerst wordt een samenvatting gegeven op basis waarvan het Programma van Eisen is opgesteld. Vervolgens worden eisen gesteld aan de te realiseren energievoorziening voor het gehele Spoorkwartier. Ten slotte worden suggesties gedaan voor de verduurzaming van het gebied.

2

Uitgangspunten

Nota van Uitgangspunten In de Nota van Uitgangspunten van 2 februari 2022 hebben de gemeente Zwolle en de NS hun toekomstvisie vastgelegd voor Spoorzone Zwolle. Het document geeft de kaders en richtlijnen voor marktpartijen die geselecteerd worden om het gebied te ontwikkelen. Specifiek met betrekking tot de energievoorziening en duurzame nieuwe gebouwen worden de volgende ambities uitgesproken.  ‘Energieneutrale toekomst; Gebiedsbreed duurzaam systeem voor warmte en elektriciteit’  ‘Op energiegebied is een systeemsprong nodig. Spoorzone moet uiterlijk 2030 volledig fossielvrij zijn … Het doel daarbij is om in 2050 energieneutraal te zijn.’  ‘Het plangebied (Werkplaatsen inclusief bestaande gebouwen NS) sluit aan bij de energiedoelstellingen voor de gehele Spoorzone’.  Energieneutraal betekent een hoge mate van energiezuinigheid en een energievoorziening met 100% duurzaam opgewekte energie.  ‘Nieuwe energiesystemen voor warmte en elektriciteit zijn nodig op het schaalniveau van de gehele Spoorzone. De optimale invulling daarvan wordt in samenspraak met de stakeholders in het gebied uitgewerkt. Het is de ambitie om Spoorzone te positioneren als proeftuin voor innovaties en het testen van energie(mix)systemen. Voor (markt)partijen biedt dit kansen tot participeren en experimenteren’.

‘Voor de ontwikkelplannen en de buitenruimte worden (waarschijnlijk) de principes van Well Community Standard of een vergelijkbaar label gehanteerd.’  ‘Voor het plangebied wordt gestreefd naar een meetbaar duurzame leefomgeving gedurende het ontwikkelproces en het gebruik. … De precieze beoordelingsmethodiek voor de bouwontwikkelingen en de buitenruimte wordt gedurende de procesfasering in de tendervoorwaarden vastgesteld per deelgebied.’  ‘Vanuit circulariteit bezien is het de ambitie van de gemeente om met een smart energy grid zoveel mogelijk een efficiënt gesloten energiesysteem op het gebiedsniveau van de Spoorzone te realiseren.’ Naast de hoge ambities is er ook aandacht voor de betaalbaarheid van ‘een duurzaam transformatie van een verouderd en extensief gebruikt terrein naar een nieuw stuk stad'. Daar is de energievoorziening een onderdeel van .  ‘De opgave voor de ontwikkelstrategie is om deze hoge ambities tot rendabele businesscases te brengen.’ Waarbij het uitgangspunt is dat NS de gronden verkoopt aan een ontwikkelaar die voor eigen risico en rekening het gebied gaat ontwikkelen. Nieuwbouw: haalbaarheidsstudie wko + bronnet Royal Haskoning DHV heeft in opdracht van de gemeente Zwolle een studie uitgevoerd met als titel Verdieping haalbaarheid wko Bronnet.

Daarmee wordt de technische en financiële haalbaarheid van een collectief wkosysteem in Spoorzone Zwolle onderzocht. Dit onderzoek sluit aan bij ambitie van de Nota van Uitgangspunten. Door Royal Haskoning is specifiek gekeken naar de nieuwbouw voor Spoorzone Zwolle en is geconcludeerd dat er per deelgebied een zelfstandig te realiseren collectief wko-systeem mogelijk is. Daarbij is niet gekeken naar de bestaande bouw van de NS. Uit de haalbaarheidsstudie is op hoofdlijnen geconstateerd dat een wko met bronnet mogelijk is voor de nieuwbouw. Er zijn wel aanvullende maatregelen nodig om dit energiesysteem thermisch in balans te brengen, omdat de warmtevraag groter is dan de koudevraag. Daar zijn verschillende methodes voor. Bijvoorbeeld het benutten van het warmtenet van Ennatuurlijk, de inzet van lucht/waterwarmtepompen, de levering van koude aan bestaande kantoren, toepassen van aquathermie of droge koelers. Royal Haskoning DHV raadt aan om een bodemenergieplan op te stellen waarin de randvoorwaarden voor wkobronnen worden vastgelegd. Bodemenergie in een dichtbebouwde omgeving vraagt om regulering om optimaal

gebruik van de ondergrond te waarborgen. Anders ontstaat het risico dat wko-bronnen elkaar nadelig gaan beïnvloeden en/of er onvoldoende bodemenergie beschikbaar is voor alle gebouwen. De gemeente Zwolle is verantwoordelijk voor het (laten) opstellen van een bodemenergieplan. Het bodemenergieplan is in het voorjaar 2023 gereed. In aanvulling op het onderzoek geeft Royal Haskoning DHV aan dat er voldoende bodemcapaciteit en ruimte in de ondergrond is van de deelgebieden Werkplaatsen, District-Z en Lurelui om ook bestaande gebouwen van de NS aan te laten sluiten op het bronnet. Bestaande bouw: vastgoed NS De visie van NS is een aardgasvrije warmte-/koudevoorziening voor de bestaande gebouwen. Aardgasvrij betekent vrijwel altijd een investering aan de voorzijde. Doorgaans met lange terugverdientijden. Daar past dus ook een langetermijnstrategie bij. Zie bijlage 1 Verduurzaming bestaande gebouwen NS Zwolle. Deze strategie start met het in kaart brengen van huidige gebouw- en installatietechnische kenmerken en onderzoeken van verduurzamingsmogelijkheden. Vervolgens kan een keuze gemaakt worden voor een energieconcept en plan van aanpak om tot de aardgasvrije warmte/koudevoorziening van de bestaande gebouwen te komen.

De aansluiting op het beoogde wko-bronnet voor het ontwikkelgebied Spoorzone Zwolle voor de bestaande gebouwen van de NS is op dit moment nog niet mogelijk als dat in combinatie is met laagtemperatuurverwarming (40 tot 45°C). Dat komt omdat de gebouwen ingericht zijn op hoogtemperatuurverwarming (70 tot 90°C). Om de gebouwen geschikt te maken voor laagtemperatuurverwarming, is extra isolatie van de schil en aanpassing van het afgiftesysteem nodig. De toepassing van hoogtemperatuurwarmtepompen of een aansluiting op het warmtenet van Ennatuurlijk lijken voor de korte termijn mogelijke alternatieven voor de verduurzaming van de warmte-/koudevoorziening. Ennatuurlijk heeft plannen om in 2028 gebruik te gaan maken van aardwarmte. Parallel kunnen in de komende jaren de gebouwen verder verduurzaamd worden en op termijn alsnog worden aangesloten op het toekomstige wko-bronnet. Het toekomstige wko-bronnet dient daarop voorbereid te zijn.

3

Programma van Eisen

Op basis van de voorgenoemde uitgangspunten en analyses zijn de voorwaarden en uitgangspunten opgesteld in een Programma van Eisen voor het ontwikkelen van een energievoorziening in deelgebied Werkplaatsen. In onderstaand Programma van Eisen is een verdeling gemaakt tussen de nieuwbouw en bestaande bouw. In het deelgebied Werkplaatsen en District Z gaat het om nieuwbouw en bestaande bouw. In Lurelui gaat het primair om nieuwbouw. De deelgebieden worden verschillend in tijd ontwikkeld. Wel is de wens vanuit de Nota van Uitgangspunten om een ‘Gebiedsbreed duurzaam energiesysteem voor warmte en elektriciteit’ te creëren. In opdracht van de gemeente Zwolle is in een haalbaarheidsstudie de nadruk gelegd op een wko-bronnet. Tot de nieuwbouw behoort ook de transformatie van de grote centrale werkplaats (de Wartsila-hal+hal 23) in het deelgebied Werkplaatsen en de rode hal in het deelgebied District Z. De ontwikkeling van de bestaande bouw blijft vooralsnog onder verantwoordelijkheid van de NS. Programma van Eisen nieuwbouw a.

Energievoorziening alleen op basis van hernieuwbare energiebronnen.

b.

Aansluiting van nieuwbouw op het bestaande warmtenet van Ennatuurlijk is niet toegestaan. Deze moet gereserveerd blijven voor de bestaande bouw. Ook het bestaande warmtenet inzetten als regeneratie voor een wko-bronnet is op dit moment niet toegestaan. Ennatuurljik onderzoekt of de warmte voor het bestaande warmtenet in de toekomst duurzaam opgewekt kan worden.

c.

Het precieze energieconcept ligt nog niet vast. Partijen worden uitgedaagd om binnen de kaders van de Nota van Uitgangspunten en het Programma van Eisen invulling te geven aan de warmte-/koudevoorziening in het plangebied.

d.

Gemiddelde energieprestatie voor het plangebied komt uit op BENG 2 (primair energieverbruik) = 0 kWh/m2.

e.

De pv-installaties en/of andere installaties om aan de BENG 2 = 0 kWh/m2 te voldoen, moeten in het plangebied worden gerealiseerd.

f.

Pv-installaties in veldopstelling zijn onderdeel van de energievoorziening waarvoor de ontwikkelaar (of een te selecteren exploitant door de ontwikkelaar) eigenaar is in de exploitatiefase van de energievoorziening.

g.

Toekomstige wko-bronnen mogen bestaande wko-bronnen niet negatief beïnvloeden.

h.

Wko-bronnen ten behoeve van het ontwikkelgebied Spoorzone Zwolle moeten in het ontwikkelgebied worden gerealiseerd. Afstemming tussen de deelgebieden is daardoor noodzakelijk de optimale verdeling van de boven en ondergrondse beschikbaarheid van de ruimte. In het te maken bodemenergieplan worden daartoe regels opgesteld.

i.

Wko-bronnen ten behoeve van het ontwikkelgebied moeten op maximale broncapaciteit (m3/h) worden uitgelegd om optimaal gebruik te maken van de beschikbare bovengrondse en ondergrondse ruimte. Daarmee ontstaat de flexibiliteit en ruimte om nieuwe aansluitingen mogelijk te maken.

j.

Bij de ruimtelijke inpassing (bovengronds en ondergronds) van de wko-bronnen moet voldoende ruimte beschikbaar blijven om in de toekomst wko-bronnen in te passen om de bestaande gebouwen van de NS van bronwarmte te voorzien.

k.

Ontwikkeling van de energievoorziening is de verantwoordelijkheid en voor eigen risico en rekening van de geselecteerde ontwikkelaar.

l.

De geselecteerde ontwikkelaar mag de ontwikkeling uitbesteden aan een derde partij die ook eigenaar en exploitant wordt van de energievoorziening, mits het binnen de kaders van de Nota van Uitgangspunten en het Programma van Eisen past.

m. Bij een collectieve energievoorziening wordt rekening gehouden met de toekomstige aansluiting van de bestaande gebouwen van de NS in deelgebied Werkplaatsen. In ieder geval door het plaatsen van extra afsluiters op de juiste plekken. n.

Bij de collectieve energievoorziening wordt rekening gehouden met de benodigde aanpassingen aan de openbare ruimte en de ondergrondse voorzieningen in het gebied, zoals het verplaatsen en bijplaatsen van trafohuisjes en kabeltraces in de verkochte delen, waarbij de bestaande gebouwen geen of zo weinig mogelijk hinder moeten krijgen van de werkzaamheden. Hierbij zijn voorstellen als het realiseren door ontwikkelaar van een HT-warmtepomp met regeneratievoorziening voor de bestaande gebouwen van de NS waarbij een maximum warmtetarief wordt afgesproken en/of maximumbedrag voor de aansluiting van de gebouwen bespreekbaar.

Bestaande bouw Omdat de bestaande bouw (met uitzondering van de Wartsila-hal+hal 23 en de rode hal) geen onderdeel is van de nieuwbouwopgave, valt verduurzamen van de gebouwen zelf niet binnen het Programma van Eisen. Wel kunnen deze onderdeel zijn van de energievoorzieningen op gebiedsniveau. In dat geval dienen deze meegenomen te worden in de plannen.

Algemeen

In meer algemene zin zijn er veel verschillende mogelijkheden die opgenomen kunnen worden in het ontwikkelplan. Deze mogelijkheden bevinden zich in het grijze gebied tussen energievoorziening en woningbouw en hebben raakvlakken met beide. Onderstaande lijst kan met diverse onderwerpen uitgebreid worden. o.

Een zo hoog mogelijke GPR-score of WELL voor gebied en gebouw.

p.

Energieambitie voor woning BENG 2 (primair energieverbruik) = 0 kWh/m2

q.

Eisen stellen aan warmtetarieven die gevraagd mogen worden? Bijvoorbeeld voor sociale huur of voor alle gebruikers.

r.

Woning- en gebouweigenaren krijgen de optie om te kiezen voor een hogere aansluitbijdrage in ruil voor een lagere energielasten. Het aanbieden van financieringsmogelijkheden om die investering te doen is een pré. Bijvoorbeeld: Exploitant biedt bewoner aan dat hij/zij een lening krijgt dit wordt afgelost in 10 jaar tijd. In de begin periode zijn de totale kosten hoger (lening aflossing + rente + energielasten) maar die dalen na verloopt van tijd wanneer de lening is afgelost.

s.

Het heeft de voorkeur dat toekomstige gebouweigenaren en bewoners worden betrokken bij de exploitatie van de collectieve energievoorziening. Bijvoorbeeld via een stichting, coöperatie of vereniging.

t.

Innovatieve energiesystemen en innovatief gebruik is een pré. Innovaties kunnen technisch en/of organisatorisch van aard zijn maar moeten voldoen aan een betrouwbarre, duurzame en betaalbare energievoorziening voor de eindgebruiker. De ambitie van Spoorzone Zwolle is zich te positioneren als een proeftuin op dit gebied van energie.

u.

Duurzaam opgewekte energie in het Spoorkwartier moet zoveel mogelijk binnen het ontwikkelgebied ingezet te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=3e7c2636-edae-42fb-b069-f2260febebdd