Bijlage 3. Voortgang transformatie jeugdhulp in Zwolle - AEF. April 2023
Tekst van het document
Doelgroep | voor wie moet het tot verandering leiden?
De interventie richt zich op huisartspraktijken.
Werkwijze | wat wordt er anders gedaan door de interventie?
Status | waar staat de interventie wat betreft planning
Jeugd- en gezinswerkers van het Sociaal Wijkteam ondersteunen de huisartsenpraktijken met de hulpvragen van cliënten en kijken naar brede en integrale oplossingen voor de cliënt en beoogt met eigen inzet een deel van de vragen op te lossen voordat verwezen wordt naar specialistische hulp
Eind 2017 gestart. Op dit moment zit er bij 80% van de huisartspraktijken in Zwolle een jeugd-/gezinswerker.
Resultaten | wat levert de interventie op Het sociaal wijkteam is in toenemende mate de meest prominente verwijzer. De huisartsen en medische specialisten niet meer verantwoordelijk voor de hoogste aantallen verwijzingen. Ongeveer zeven van de acht hulpvragen bij de huisarts gaat nu langs de jeugd- en gezinswerker. Aanbieders hebben liever een verwijzing van een jeugd- en gezinswerkers van het Sociaal Wijkteam dan van huisartsen
Kansen en belemmeringen | welke (on)mogelijkheden doen zich voor? Kansen: De inzet van jeugd- en gezinswerkers van het Sociaal Wijkteam bij huisartsen levert meer capaciteit op om hulpvragen beter te onderzoeken.
37
Belemmering 1: Deel van de huisartsen (20%) verwijst liever zelf. Projectleiders geven aan niet te verwachten dat alle huisartsen in Zwolle op een gegeven moment meedoen aan de interventie. Opschaling/versnelling wordt hierdoor bemoeilijkt Belemmering 2: De regelmatige personele veranderingen in huisartsenpraktijken maakt dat het SWT continu veel energie steekt in het uitdragen van de bedoeling (HA meenemen in de meerwaarde van breed kijken) en het aangaan en onderhouden van nieuwe relaties met huisartspraktijken.
Conceptversie 4. Interventies en hun kenmerken
Jeugd-/gezinswerkers op school | kenmerken Doel | wat beoogt de interventie Scholen zijn een grote indirecte doorverwijzer naar specialistische hulp. Doel van deze interventie is om scholen te ondersteunen – zodat zij minder noodzaak voelen om problemen naar buiten de school te organiseren, maar dat dit binnen school opgelost kan worden.
1. 2. 3. 4.
Werkwijze | wat wordt er anders gedaan door de interventie? Bijdragen aan het meer preventief werken en passender maken van onderwijs, Integraal afwegen welke extra ondersteuning voor kinderen en jongeren nodig is Het formaliseren van het ondersteuningsaanbod uit het brede sociale domein of vanuit het onderwijs. Leerkrachten en mentoren worden ondersteund in omgang met problemen
Doelgroep | voor wie moet het tot verandering leiden?
Resultaten | wat levert de interventie op
De interventie richt zich op scholen. Ondersteuningsteams (OT’) zijn op alle scholen aanwezig
Status | waar staat de interventie wat betreft planning
Door het onderwijs gesignaleerde hulpvragen worden vaker binnen de context van school opgelost.
Begin 2018 gestart.
Kansen en belemmeringen | welke (on)mogelijkheden doen zich voor?
38
Kans 1: Casuïstiek wordt in het OT besproken, en ook in de proeftuin wordt regelmatig casuistiek ingebracht vanuit het OT besproken. In de toekomst mogelijk ook in de OT academie (dit is nog niet gerealiseerd). Kans 2: Samenwerking tussen OT’s en leerplicht en GGD kan tot grotere impact leiden Kans 3: Het scholen van JGW’ers via de proeftuin methode draagt bij aan het verankeren van normaliseren in de OT’s op scholen. Belemmering 1: Niet alle OT’s zijn even goed gepositioneerd. De visie op normaliseren is niet overal gedeeld.
Conceptversie 4. Interventies en hun kenmerken
Relatie- en scheidingsteam| kenmerken Doel | wat beoogt de interventie Het relatie- en scheidingsteam ondersteunt volwassenen die te maken hebben met relatieproblematiek in een vroeg stadium om het aantal escalaties en complexe echtscheidingsproblematiek te voorkomen en inzet van specialistische hulp van ouders en kinderen te minimaliseren.
Doelgroep | voor wie moet het tot verandering leiden?
Resultaten | wat levert de interventie op
De inwoners van de gemeente worden gefaciliteerd om in een vroeg stadium van relatieproblemen hulp te zoeken om grotere problemen voor de partners en de kinderen te voorkomen of impact van de problemen te minimaliseren.
Tijdens de pilot is het bureau Relatie & Scheidingsteam opgebouwd, incl. het opleiden van de medewerkers. Tussen het voorjaar 2022 en oktober 2022 zijn 50 casussen ondersteund. Van deze 50 casussen zijn 36 geholpen zonder specialistische hulp. Vanuit de raad van de kinderbescherming komen signalen dat het aantal ondertoezichtstellingen bij hoogconflict scheidingen in de twee pilotwijken waar dit team werkzaam is, lijken af te nemen.
Werkwijze | wat wordt er anders gedaan door de interventie? Een team van professionals en experts ondersteunen ouders, kinderen en hun sociale netwerk op een centrale plek bij (beginnende) relatieproblemen en tijdens en na de scheiding. Door relatieadvies te geven, te bemiddelen tussen partners, te ondersteunen bij nieuw samengestelde gezinnen en door praktisch advies te geven over te regelen zaken bij scheidingen (regelingen, financiën en juridisch advies. Dit kan zowel fysiek als digitaal
Status | waar staat de interventie wat betreft planning Begin 2022 is een value case opgesteld voor het relatie- en scheidingsteam. De pilot heeft 1 jaar geduurd, namelijk in 2022. Op dit moment loop de interventie nog steeds.
Kansen en belemmeringen | welke (on)mogelijkheden doen zich voor?
39
Kans 1: De ervaringen van de cliënten en eerste resultaten op basis van de interventie lijken positief. Opschalen naar andere wijken in de gemeente wordt serieus onderzocht. Kans 2: Er is synergie met de proeftuin; beide interventies werken vanuit dezelfde visie en taal. Belemmering 1: Meer eigen inzet van de gemeente noodzaakt wel passende capaciteit en inzet. Belemmering 2: De evaluatie van de interventie is uitgesteld vanwege uitval in het team.
Inhoudsopgave
40
1.
Context en aanleiding
2.
Startfoto: vormgeving van het lokale stelsel
3.
Het lokale stelsel en de prikkelwerking
4.
Interventies en hun kenmerken
5.
Potentie van de interventies: versnelling transformatie
6.
Conclusies en aanbevelingen
Conceptversie 5. Potentie van de interventies: versnelling transformatie
Potentie van de interventies | versnellingsmogelijkheden We zien drie versnellingsmogelijkheden voor de transformatie In het voorgaande hebben we een feitelijk beeld van de verschillende interventies gegeven die handen en voeten aan de transformatie moeten geven. De vraag is of deze transformatie nog verder te versnellen is.
Het vergroten van de potentiële impact vraagt een inschatting van de mogelijke reikwijdte en impact (p. 42 e.v.) Wanneer interventies de ‘juiste’ doelgroep in het licht van de beoogde doelen hebben en potentie tot groei in de reikwijdte en de (verwachte) effectiviteit hoog is, kan het reden zijn om er steviger op in te zetten (‘versnellen’). Daarvoor maken we op basis van de huidige effectiviteit, de huidige en toekomstige reikwijdte, mogelijke kansen en belemmeringen een inschatting van de potentiële toekomstige impact.
We zien hiervoor drie manieren: Op het niveau van individuele interventies: 1. Vergroten van de potentiële impact van bestaande interventies, door belemmeringen weg te nemen en/of interventies op te schalen. Op het niveau van alle interventies samen: 2. Huidige interventies efficiënter te organiseren. 3. Nieuwe interventies te starten.
41
Het opstarten van nieuwe interventies, of het efficiënter organiseren van bestaande vraagt het onderling positioneren van de interventies (p. 48 e.v.) In dit deel vergelijken we de interventies onderling met elkaar en reflecteren we op basis daarvan op hun volledigheid. Op basis hiervan kunnen we zowel witte vlekken identificeren als inzichtelijk maken welke interventies veel synergiën kennen en mogelijk geïntegreerd zouden kunnen worden. Bijvoorbeeld: ▹ Wanneer bepaalde kenmerken nog weinig voorkomen (witte vlekken), kan dit reden zijn om op aanvullende interventies in te zetten. ▹ Wanneer verschillende interventies veel van voorgaande kenmerken delen, is het vanuit het oogpunt van efficiëntie mogelijk verstandiger om te zoeken naar synergie tussen deze interventies.
Conceptversie 5. Potentie van de interventies: versnelling transformatie
1. Vergroten impact van interventies | versnelling van individuele interventies Effectiviteit en ruimte voor groei zijn belangrijke factoren voor de versnelpotentie van interventies De impact van bestaande interventies kan op twee manieren vergroot worden: 1. Door het vergroten van de reikwijdte ervan (‘opschalen’). 2. Door het vergroten van de effectiviteit ervan, bijvoorbeeld door het wegnemen van belemmeringen of aanpassen van de werkwijze. Of het dus zinvol is om een interventie wel of niet te versnellen, hangt af de mate waarin effectiviteit en reikwijdte te vergroten zijn. We kijken naar zowel de huidige als (potentiële) toekomstige reikwijdte en effectiviteit Voor elke interventie hebben we de volgende aspecten in kaart gebracht: ▹ De huidige reikwijdte: hoe veel van de doelgroep wordt op dit moment bereikt? ▹ De huidige effectiviteit: in welke mate slaagt de interventie de beoogde doelen te bereiken en welke kansen of belemmeringen zijn er bij de uitrol van de interventie? ▹ Potentiële reikwijdte: hoe groot is de doelgroep en welke kansen (of belemmeringen) zijn er om deze doelgroep wel (of niet) te bereiken in de toekomst? 42
▹ De toekomstige impact: welke kansen (of belemmeringen) zijn er voor het realiseren van de beoogde doelen in de toekomst? Op basis van de verschillen tussen huidige en potentiële reikwijdte en tussen huidige en potentiële effectiviteit kunnen we de interventies in een kwadrant plotten zoals hieronder weergegeven:
Veel groei reikwijdte mogelijk
Lage potentiële impact
Minder versnellingspotentie
Meer versnellingspotentie
Hoge potentiële impact
Weinig groei reikwijdte mogelijk
Conceptversie 5. Potentie van de interventies: versnelling transformatie
1. Vergroten impact van interventies | samenbrengen effectiviteit, reikwijdte en impact Huidige reikwijdte
Huidige effectiviteit
Potentiële reikwijdte (i.e., aantal bereikte jongeren) in de toekomst
Impact toekomst
Proeftuin
Laag/medium – tussen 82 en 312* jeugdigen per jaar.
Op casusniveau worden regelmatig anderssoortige oplossingen worden gevonden, die meer gericht zijn op het systeem en de context. Desondanks is het nog vroeg om de effectiviteit goed in te schatten.
Hoog – uitbreiding mogelijk naar drie overige stadsdelen/wijken (hier wonen gezamenlijk <50% van kinderen in Zwolle). Aantal casussen per sessie kan omhoog door opsplitsen groep, plus mogelijk olievlekeffect wanneer alle SWT'ers getraind zijn om zo te werken.
Potentieel hoog – door mogelijk olievlekeffect van transformatie van het hele systeem. Draagt bij aan normaliseren en vinden van duurzame oplossingen.
Samen voor een stevige basis
Laag – op 5 scholen nu iets aan de gang.
Onbekend
Laag – hangt af van de bereidheid van scholen, die lijkt nu niet erg hoog.
Onbekend, maar kan substantieel zijn, mits scholen belang zien en meedoen. Kan bijdragen aan normaliseren en vinden van duurzame oplossingen.
Jonge aanwas criminaliteit
Te vroeg om een uitspraak te doen.
Te vroeg om een uitspraak te doen.
Medium – in 2019 inschatting dat er in Zwolle 1.110 hoog-risicojongeren zijn in de leeftijd 8 - 23 jaar.
Onbekend, maar kan substantieel zijn wanneer dit preventief succesvol is en problemen op langere termijn helpt voorkomen.
Hervorming dyslexie
Hoog – de poortwachter ziet alle aanmeldingen dyslexiezorg van alle scholen.
Onbekend – huidige effect kan komen door Corona. Als dit niet het geval is, dan is deze best hoog.
Verzadigd – reikwijdte van poortwachter is maximaal. De reikwijdte van preventieve acties is onzeker vanwege moeizame uitrol preventieve activiteiten.
Laag – kosten per traject zijn niet super hoog. Voorkomen van dyslexiebehandeling lijkt geen hoog preventief effect voor andere problemen te hebben.
Tabel vervolgt op volgende pagina 43
*op basis van 1-3 casussen per sessie, 1 sessie per week, 41-52 weken per jaar, en proeftuinen in twee wijken.
Conceptversie 5. Potentie van de interventies: versnelling transformatie
1. Vergroten impact van interventies | samenbrengen effectiviteit, reikwijdte en impact Huidige reikwijdte
Huidige effectiviteit
Potentiële reikwijdte (i.e., aantal bereikte jongeren) in de toekomst
Impact toekomst
Vervolg van vorige pagina
44
Jeugd-/ Hoog – bij 80% van de huisartsen gezinswerkers aanwezig. bij huisarts
Hoog – aantal verwijzingen via HA sterk Laag - bijna verzadigd (80% huisartsen). Zelfde als huidige impact, of iets meer gedaald. wanneer laatste 20% ook meedoen.
Jeugd-/ Hoog – aanwezig op alle scholen. gezinswerkers op school
Onbekend – interventie voorkomt de verwijsroute school » ouders » huisarts. Maar het SWT zit al bij de HA. Daarnaast kan aanwezigheid SWT op school ook drempelverlagend werken.
Laag – verzadigd, want de JGW’ers zitten reeds op alle scholen. De effectiviteit kan wel verder vergroot worden (zie impact toekomst).
Potentieel hoog – de aanwezigheid van JG-werkers op school kan bijdragen aan de transformatie naar normalisering. Een randvoorwaarde is dat JG-medewerkers allemaal opgeleid worden via de proeftuinmethode. Anders bestaat het risico dat hun aanwezigheid ook tot meer vroegsignalering leidt en meer zorgverstrekking (eigen inzet/ specialistische hulp) als gevolg.
Relatie- en scheidingsteam
Medium – uit een eerste onderzoek (oktober 2022) bleek dat 34 van 50 casussen geen specialistische hulp nodig hadden. Vanwege het karakter van de interventie is er geen controlegroep en niet duidelijk hoezeer deze groep normaal gesproken gebruik maakt van specialistische hulp.
Medium – nu in twee wijken actief, mogelijke uitbreiding naar drie overige stadsdelen / wijken. Er zijn signalen uit de uitvoering (o.a., de proeftuin) dat relatieproblemen onderliggend zijn aan een groot deel van de ondersteuningsvragen die bij het SWT binnekomen.
Medium (in potentie) – interventie heeft potentieel hoog preventief effect, wanneer dit zwaardere zorg- en/of juridische trajecten voorkomt**.
Te vroeg om te zeggen – tussen het voorjaar en najaar van 2022 zijn 50 casussen ondersteund. Dit aantal is niet representatief vanwege de leeren ontwikkeltijd in de opstartfase. Opvallend is dat de inwoners met ondersteuningsvragen een brede afspiegeling van de bevolking lijken*.
*We schrijven ‘lijken’, omdat de interventie nog niet geëvalueerd is. **De precieze omvang van de doelgroep en effectiviteit van de interventie zijn nog niet bekend, omdat er nog geen evaluatie plaatsgevonden heeft.
Conceptversie 5. Potentie van de interventies: versnelling transformatie
1. Vergroten impact van interventies | versnellingspotentie van de verschillende individuele interventies in beeld Veel groei reikwijdte mogelijk
Het figuur rechts zijn de interventies langs twee assen ingedeeld, waarbij zij steeds de ‘beoordeling’ laag, medium, hoog hebben. Beoordelingen zijn op basis van de vorige pagina’s. De positie in het kwadrant laat de ‘versnellingspotentie’ van de verschillende interventies zien.
Samenspel in de wijk
De interventie jonge aanwas criminaliteit is niet in dit schema opgenomen, omdat deze vanwege de vroege fase nog niet goed te beoordelen is. Uitkomst: de meeste versnellingspotentie zit bij het samenspel in de wijk, door een combinatie van opschalen en vergroten van de effectiviteit. Ook bij het relatie- en scheidingsteam kan de reikwijdte vergroot worden en bij het sociaal wijkteam bij huisartsen en op scholen juiste de potentiële impact.
45
Relatie- en scheidingsteam
Stevige basis
Hervorming dyslexie Lage potentiële impact
Weinig groei reikwijdte mogelijk
Jeugd/gezinswerkers bij huisartsen Jeugd/gezinswerkers op scholen Hoge potentiële impact
Conceptversie 5. Potentie van de interventies: versnelling transformatie
Versnelling van interventies | benodigde inspanning *Bron: Voorstel Proeftuin Jeugd ‘Samenspel in de wijk’
De benodigde inspanning is een combinatie van capaciteit en opleiding/training van medewerkers
Naast de potentie van interventies in termen van impact en groei in reikwijdte, is de inspanning die een versnelling vraagt, relevant voor de afweging om wel/niet te versnellen. Deze inspanning/investering kan zitten in uitbreiding van de formatie of extra benodigde training (leer en ontwikkeltijd). In de tabel hiernaast geven we een inschatting hoe de interventies, op basis van de beschikbare informatie, scoren op deze twee elementen. Ook speelt mee in welke mate knelpunten ervaren worden en/of van eerder opgedane lessen geleerd kan worden. De interventie jonge aanwas criminaliteit is niet in de tabel opgenomen, omdat we het versnellingspotentieel van deze interventie vanwege de vroege fase niet hebben beoordeeld (zie ook pagina 44). 46
Interventie
Uitbreiding formatie
Extra leer en ontwikkeltijd
Mate van knelpunten of opgedane lessen
Proeftuin samenspel in de wijk
Uitbreiden naar de drie andere wijken vraagt om tijdelijk extra beleidsinzet jeugd* en structureel extra inzet in de ‘nieuwe’ wijken om de proeftuinen daar goed te laten functioneren
Uitbreiden naar de drie andere wijken vraagt om verdiepende scholing van de SWT’ers jeugd uit die wijken om systeemtheoretisch te denken en te werken (Swolsche School).
De drie wijken waar naar uitgebreid kan worden, verschillen van de huidige twee proeftuin wijken. Dit vraagt enerzijds om een andere aanpak. Anderzijds zorgen de lessen uit de eerdere proeftuinen en de ervaring bij het opzetten daarvan mogelijk voor relatief kleinere inspanning.
Samen voor een stevige basis Hervorming dyslexie
Voor deze twee interventies is op basis van de beschikbare informatie moeilijk in te schatten wat versnelling zou vragen aan extra inzet of aan leer en ontwikkeltijd van medewerkers. Wel is duidelijk dat beide interventies knelpunten kennen in de uitvoering, die versnelling beperkt.
Jeugd-/gezinswerkers bij huisarts
Geen
Training van SWTmedewerkers volgens proeftuinmethode
Jeugd-/gezinswerkers op school
Geen
Training van SWTmedewerkers volgens proeftuinmethode
Relatie- en scheidingsteam
Er is één team, maar uitbreiding Opleiden van SWTnaar de drie andere wijken vraagt medewerkers om meer om uitbreiding van formatie om systeemtheoretisch te ondersteuning te kunnen leveren denken en te werken aan inwoners van die wijken. (Swolsche School).
Er is aangegeven dat 20% van de Zwolse huisartsen moeilijk te bereiken zijn en/of geen interesse hebben. Het zal dus een grote inspanning vragen om een 100% dekking te realiseren. -
-
Conceptversie 5. Potentie van de interventies: versnelling transformatie
Versnelling van interventies | benodigde inspanning Het figuur rechts is geeft net als het figuur op pagina 44 de ‘versnellingspotentie’ van de verschillende interventies weer. De cirkels die zijn toegevoegd aan dit figuur geven aan hoe groot de ingeschatte inspanning zal zijn om de interventie te versnellen. Hoe groter de cirkel hoe groter de relatieve* inspanning.
hoog midden
Veel groei reikwijdte mogelijk
laag
Legenda Relatieve benodigde inspanning Samenspel in de wijk
Beoordelingen zijn op basis van de vorige pagina’s. De interventie ‘Jonge aanwas criminaliteit’ is niet in dit schema opgenomen, omdat deze vanwege de vroege fase nog niet goed te beoordelen is.
Stevige basis
Uitkomst: de meeste versnellingspotentie maar ook de grootste gevraagde inspanning zit bij Proeftuin samenspel in de wijk. Het Relatie- en scheidingsteam vraagt een relatief kleinere inspanning maar heeft naar alle waarschijnlijkheid ook een relatief kleinere impact t.o.v. de Proeftuin. De interventies JGW’ers bij huisartsen en op school vragen dezelfde investering wat betreft training, maar de interventie bij HA vraagt een grotere inspanning om de Lage potentiële reikwijdte te vergroten. impact 47
*Op basis van de beschikbare informatie per interventie was geen inschatting te maken van de absolute inspanning/investering (in fte/ /benodigde financiële investering).
Relatie- en scheidingsteam
Hervorming dyslexie
Weinig groei
reikwijdte mogelijk
Jeugd/gezinsw erkers bij huisartsen Jeugd/gezinswer kers op scholen Hoge potentiële impact
Conceptversie 5. Potentie van de interventies: versnelling transformatie
2. Synergie tussen interventies en 3. Nieuwe interventies | kenmerken van interventies voor onderlinge positionering De interventies zijn onderling erg divers. Op een hoger abstractieniveau zijn er echter wel kenmerken op basis waarvan ze met elkaar te vergelijken zijn. We onderscheiden drie van zulke kenmerken. Kenmerk 1: reikwijdte / doelgroep Het eerste kenmerk is op wie de interventie zich richt. De omvang van de groep is van invloed op de potentiële impact ervan. Deze doelgroep kan beschreven worden in termen van de kenmerken van de jeugdigen, de omgeving waar zij zich in bevinden en/of het type hulp dat zij (zonder de interventie zouden) krijgen. Kenmerk 2: transformatiestrategie In wezen zijn er vier transformatiestrategieën mogelijk: ▹ Preventie: voorkomen dat hulpvragen zich ontwikkelen of erger worden (escaleren). Dit leidt zowel tot lagere uitgaven voor jeugdhulp, als tot gezondere jeugdigen. ▹ Substitutie: gegeven een bepaalde hulpvraag, hieraan tegemoet komen met een ander (veelal lichter) type aanbod. Dit leidt vaak tot lagere uitgaven, maar alleen wanneer het alternatief even effectief is als het origineel. 48
▹ Integraliteit: wanneer er sprake is van twee gelijktijdige hulpvragen (bij
de jeugdige of in diens gezin), deze hulpvragen in onderlinge samenhang bezien en daar het aanbod op toespitsen. Wanneer zo het geheel meer wordt dan de som der delen, leidt het zowel tot effectievere als goedkopere hulp. ▹ Continuïteit: de aansluiting van twee verschillende type trajecten die de jeugdige na elkaar doorloopt zo goed mogelijk borgen, zodat er zo min mogelijk sprake is van terugval. Dit voorkomt dan duurdere zorg. Kenmerk 3: aangrijpingspunt sturing Tot slot kan de gemeente op verschillende aspecten van een jeugdhulptraject interveniëren – zie ook de kwantitatieve analyse aan het einde van de startfoto: ▹ Cliënten: het aantal jeugdigen dat een bepaald type hulp krijgt. Denk hierbij aan interventies die sturen op de toegang, of zoeken naar alternatieven. ▹ Duur: de lengte van hun traject. Dit kunnen bijvoorbeeld interventies zijn als regievoering door de gemeentelijke toegang. ▹ Intensiteit: de hoeveelheid hulp per tijdseenheid (week, maand). Denk aan interventies die upcoding tegengaan. ▹ Tarieven: de kostprijs per tijdseenheid.
Conceptversie 5. Potentie van de interventies: versnelling transformatie
2. Synergie tussen interventies en 3. Nieuwe interventies | onderlinge positionering van de interventies In de tabel hieronder hebben we verschillende interventies gekenschetst op deze drie kenmerken. We hebben dit gedaan op basis van de omschrijvingen per interventie en de bijbehorende beleidstheorie. Interventie
49
1. Reikwijdte
2. Transformatiestrategie
Jeugdigen
Omgeving
Proeftuin samenspel in de wijk
Alle
Samen voor een stevige basis
#Cliënten
Duur
Alle casuïstiek waarbij SWT Alle vormen, veelal Substitutie, integraliteit betrokken is (huisartsen, ambulant / lichter, maar OT’s van school, ouders) ook zwaarder.
✓
✓
Alle
Scholen die deelnemen aan het programma
Alle vormen, veelal ambulant / lichter.
Substitutie, preventie en substitutie en integraliteit
✓
Jonge aanwas criminaliteit
Met risico crimineel gedrag
Overal
Alle vormen, veelal zwaarder
Integraliteit, preventie
✓
Hervorming dyslexie
Met spel- en taalachterstand
Op scholen
Dyslexie
Substitutie, preventie
✓
Jeugd-/gezinswerkers bij huisarts
Huisartsen waar jeugdwerkers zitten
Alle, veelal ambulant / lichter
Substitutie, integraliteit
✓
Jeugd-/gezinswerkers op school
Scholen waar jeugdwerkers zitten
Alle, veelal ambulant / lichter
Substitutie, integraliteit, preventie
✓
Wie bij team terecht komt
Alle
Preventie, substitutie en integraliteit
✓
Relatie- en scheidingsteam
In gezinnen met relatieproblematiek
Type hulp
3. Aangrijpingspunt sturing Intensiteit ✓
Tarief
Conceptversie 5. Potentie van de interventies: versnelling transformatie
2. Synergie tussen interventies en 3. Nieuwe interventies | uitkomsten Op basis van de onderlinge positionering van de interventies op de vorige pagina zien we de volgende mogelijkheden
Het efficiënter inrichten van interventies
Het starten van nieuwe interventies of
Bij de onderlinge positionering van de interventies valt op dat diverse interventies vergelijkbare kenmerken hebben. Dit geldt voor de interventies ‘Samen voor een stevige basis’ en ‘Jeugd-/gezinswerkers op school’. Beide interventies richten zich op scholen en kunnen bijdragen aan het vinden van oplossingen dichtbij kind/gezin: thuis, op school of in de wijk. Ook beogen beiden het normaliseren van ‘problemen’.
De onderzochte interventies richten zich met name op het verminderen van cliëntaantallen in zorg (preventie) of met zwaardere zorg (substitutie). Interventies gericht op andere aangrijpingspunten voor aansturing, zoals het verkorten van de intensiteit van behandeling, de duur van behandeling of het verlenen van zorg tegen lagere tarieven ontbreken. Bij het starten van nieuwe interventies zouden deze gebieden aandacht kunnen krijgen. Wat betreft transformatie-strategieën zien we nog geen interventie die zich richt op met name het voorkomen van terugval van jongeren na ondersteuning (continuïteit).
Ook de interventies Jonge aanwas criminaliteit en de proeftuin bieden potentie voor samenwerking. De veiligheidsdimensie zou binnen de proeftuin samenspel in de wijk een toevoeging kunnen zijn op de integrale en systemische aanpak waarmee ze werken. Specifieke onderdelen uit de interventie Jonge Aanwas zouden op termijn kunnen leren van de systemische methodiek (o.a. het tekenen van het systeem rondom de casus) die gebruikt wordt binnen de proeftuin. 50
Inhoudsopgave
51
1.
Context en aanleiding
2.
Startfoto: vormgeving van het lokale stelsel
3.
Het lokale stelsel en de prikkelwerking
4.
Interventies en hun kenmerken
5.
Potentie van de interventies: versnelling transformatie
6.
Conclusies en aanbevelingen
Conceptversie 6. Conclusies en aanbevelingen
Conclusies en aanbevelingen | inleiding
Gemeenten staan voor de opgaven om een precaire balans tussen toegankelijkheid en betaalbaarheid te vinden. Het overgrote deel van de gemeenten worstelt sinds 2015 met het zowel toegankelijk als betaalbaar houden van de jeugdhulp. Na 8 jaar worstelen mogen we er gevoeglijk vanuit gaan dat het Ei van Columbus niet bestaat. Het jeugddomein is complex in de zin dat er verschillende domeinen samenkomen, zoals onderwijs, zorg, de sociale basis (incl. welzijn) en veiligheid en er met veel organisaties en partners samengewerkt moet worden. Ook is er sprake van een aantal maatschappelijke ontwikkelingen waar gemeenten slechts beperkt grip op hebben. Het beste dat gemeenten kunnen doen, is roeien met de riemen die zij hebben: hun visie, beleid, landschap en toegang daartoe zo vormgeven dat zij de beste balans vinden in toegankelijkheid en betaalbaarheid, binnen de (financiële) randvoorwaarden waar zij mee te maken hebben.
52
Zwolle zoekt deze balans via een consistent lokaal stelsel en specifieke interventies om aanvullend te sturen Voor de gemeente Zwolle hebben we gekeken hoe de keuzes die zij hebben gemaakt – en tot op de dag van vandaag maken – uitpakken. Daarbij hebben we naar twee* elementen gekeken: ▹ De interventies/pilots die in de gemeente in het leven geroepen zijn, wat van deze interventies verwacht mag worden en in hoeverre hun potentie nog vergroot kan worden. ▹ De sturingspraktijk: hoe het lokale stelsel is ingericht, welke prikkels daar vanuit gaan, in welke mate beheersmaatregelen tegen ongewenste neveneffecten aanwezig zijn en of aan de randvoorwaarden voldaan is. We komen hieronder op beide elementen afzonderlijk terug en verbinden deze aan het eind met elkaar. Daarbij geven we steeds een korte samenvatting van de bevindingen, de conclusies die we daaraan verbinden en identificeren waar nodig concrete adviezen op basis daarvan.
*Het reguliere beleid op jeugd (o.a. preventief jeugdbeleid), anders dan de sturingspraktijk, lag buiten de scope van dit onderzoek.
Conceptversie 6. Conclusies en aanbevelingen
Conclusies en aanbevelingen | algemene bespiegelingen interventies De gemeente zet met de bestaande interventies stappen in de transformatie In de gemeente loopt een aantal interventies. Elk daarvan heeft als doel om tot een nieuwe werkwijze binnen een deel van het jeugdhulplandschap te komen. We zagen dat enkele van deze interventies een wezenlijke bijdrage leveren (en anderen dat beogen) aan het behalen van het overkoepelende doel om kinderen in Zwolle veilig, gezond en kansrijk op te laten groeien en vaker en makkelijker oplossingen dichtbij te laten vinden: thuis, op school en in de wijk. Zo draagt de interventie ‘Jeugd/gezinsmedewerker bij de huisarts’ bij aan de beweging om meer ondersteuning in de sociale basis te bieden i.p.v. verwijzingen naar een specialistische jeugdhulpaanbieder. En het ‘Relatie en scheidingsteam’ lijkt op effectieve wijze totaal- i.p.v. van deeloplossingen te bieden (zie tabel op pagina 43 en 44) . 53
We zien diversiteit in de concreetheid en scherpheid van doelstellingen en werkwijzen In dit onderzoek hebben we zeven interventies onder de loep genomen: wat beogen zij precies, waar staan zij, waar lopen ze tegenaan, etc. Opvallend was dat de diversiteit in waar ze staan, groot is: sommige interventies zijn nog erg pril, andere zijn al veel meer tot wasdom gekomen. Deze diversiteit zagen we terug in de mate waarin documentatie aanwezig was om het feitelijk beeld over de interventie te vormen. Waar voor de ene interventie een value case beschikbaar was met onderbouwing voor de inhoudelijke doelen en/of werkwijze, ontbrak deze bij andere interventies. Voor een aantal interventies waren doelstellingen, de onderbouwing van doelstellingen (bijv. hoe groot is de doelgroep voor wie deze interventie nodig is) en concrete stappen die gezet worden om de doelen te realiseren niet of niet toegankelijk gedocumenteerd. Dat betekent ook dat van een aantal interventies (nog) niet bepaald kan worden wat zij bijdragen. Conclusie: Het soms ontbreken van scherpte en concreetheid in de doelstellingen en werkwijze van interventies maakt het uitdagend om de kansrijkheid ervan goed in te schatten. Dit maakt het ook uitdagend om zicht te houden op de voortgang van de interventie en de mate waarin knelpunten optreden.
Aanbeveling: het creëren van een standaardformat (zoals gebruikt in dit rapport) waarin interventies* hetgeen zij beogen en doen zo concreet mogelijk te maken kan aan de scherpte bijdragen. Scherpte op de doelen en werkwijze draagt bij aan het houden van overzicht, waardoor mogelijk voorkomen wordt dat zaken dubbel gedaan worden en mogelijkheden voor synergie zichtbaar worden wanneer dit logisch is. Ook maakt dit het mogelijk om met de projectleiders van de interventie te contracteren welke doelen zij in een bepaalde periode nastreven en hoe de werkwijze in de interventie hier aan bijdraagt. Contractering biedt zo aanknopingspunten voor sturing.
*Nieuwe interventies of bestaande interventies anders dan die genoemd zijn in dit rapport.
Conceptversie Conclusies en aanbevelingen | versnellen van interventies en gevraagde inspanning We zien drie mogelijkheden om de transformatie te versnellen Ondanks hun diversiteit kunnen de interventies ten opzichte van elkaar gepositioneerd worden in wat hun doelgroep en reikwijdte is, wat zij beogen, welke veranderstrategie ze daarvoor gebruiken, op welke drijver van kostenstijging zij aangrijpen, etc. Op basis van deze onderlinge positionering zien we drie mogelijke richtingen om de transformatie verder te versnellen: 1. vergroten van de potentiële impact van bestaande interventies, door het vergroten van de reikwijdte of het wegnemen van belemmeringen; 2. efficiënter samenspel tussen interventies; 3. opstarten van nieuwe interventies.
54
1. Vergroten van de potentiële impact van bestaande interventies. Eén van de manieren om te versnellen, is om effectieve interventies die in reikwijdte kunnen groeien uit te breiden. Dit geldt voor de ‘Proeftuin samenspel in de wijk’. De werkwijze van deze interventie draagt bij aan het behalen van de inhoudelijke (en in de toekomst mogelijk ook financiële) doelen van de gemeente en is daarin effectief. De interventie kan uitgebreid worden naar de overige drie wijken. Een tweede optie is om interventies met een al grote reikwijdte effectiever te maken. Dit geldt voor de interventies ‘Jeugd/gezinswerkers (JGW’ers) bij de huisarts’ en ‘op school’. Deze interventies kunnen effectiever worden door alle JGW’ers (dus ook uit de niet-proeftuin wijken*) op deze locaties te scholen in het anders kijken, denken en doen (zoals gebeurt binnen de Proeftuin). Hiermee brengen zij
het ‘normaliseren’ en het mogelijk maken van alternatieve oplossingen op scholen en bij huisartsen. ‘Proeftuin samenspel in de wijk’ vraagt de relatief grootste inspanning om te versnellen (zie pagina’s 46 en 47), maar heeft ook de grootste verwachte impact. Daarnaast is dit een inspanning die ook ten goede komt aan de interventies ‘JGW’ers bij de huisarts’ en ‘op school’. De JGW’ers die training krijgen in de proeftuin, zijn ook de JGW’ers die bij huisartsen en op scholen zitten. Feitelijk versnel je met de proeftuin ook de twee andere interventies. Aangezien niet alle interventies kwantitatieve doelen gesteld hebben en niet bij alle interventies bijgehouden wordt voor hoeveel casussen de uitkomst door de interventie anders is, is onze inschatting van de effectiviteit een ruwe benadering. Het verzamelen van dit soort informatie (en hier vóór de start van de interventie een plan voor te maken) is nodig om de voortgang te kunnen monitoren. Dat maakt het mogelijk om onderbouwd te besluiten of een interventie effectief is en verder opgeschaald kan worden of het juist tijd is om met de interventie te stoppen. Op tijd stoppen is belangrijk zodat die energie naar de interventies/activiteiten kan gaan die wel effectief zijn. Advies: maak vooraf afspraken over wat er wanneer bereikt moet zijn (in o.a. effectiviteit en reikwijdte) om een interventie op of af te schalen.
En verzamel vervolgens de gegevens om een beter beeld te krijgen van de effectiviteit en reikwijdte van de interventie, zodat je interventies op tijd en weloverwogen op kunt schalen of kan afbouwen.
*De JGW’ers op school en bij huisartsen uit de wijken Zuid en West zijn al geschoold volgens de proeftuin methode.
Conceptversie 6. Conclusies en aanbevelingen
Conclusies en aanbevelingen | (versnellen van) interventies 2. Efficiënter samenspel tussen interventies is mogelijk De meeste interventies grijpen op verschillende doelgroepen en/of doelen aan. Dit kent twee uitzonderingen: samen voor een stevige basis en jeugd/gezinswerkers op scholen. Dit roept de vraag op of hier mogelijkheden voor synergie zitten (zie tabel pagina 49). Daarnaast is er een aantal interventies dat vanuit een integrale focus werkt, zoals de ‘Proeftuin samenspel in de wijk’, ‘Jonge aanwas criminaliteit’ en ‘Samen voor een stevige basis’. Ondanks dat de interventie ‘Jonge aanwas’ nog aan het begin van de ontwikkeling staat (en uit verschillende sporen bestaat), lijken er op termijn mogelijkheden voor synergie tussen de ‘Proeftuin’ en ‘Jonge aanwas’. Zo zouden in de proeftuinen casussen waarin veiligheid (bijv. risico op betrokken raken bij criminaliteit) een belangrijke dimensie in de ondersteuningsvraag is, op dezelfde systemische manier besproken kunnen worden. Ook kunnen binnen andere interventies die onder ‘Jonge aanwas’ vallen de methodes vanuit de proeftuin benutten. Advies: verken de mogelijkheden om interventies in meer onderlinge samenhang te organiseren of zelfs samen te voegen. Benut de methoden en lessen uit eerder gestarte interventies (met vergelijkbare visie) in ‘jongere’ interventies.
55
3. Opstarten van nieuwe en/of het uitbreiden van huidige interventies op basis van de witte vlekken Wat opvalt, is dat de bestaande interventies primair aangrijpen op of jeugdigen hulp krijgen en zo ja welke type hulp. Hoe de hulp die jeugdigen vervolgens krijgen, zo effectief en kort mogelijk wordt ingezet, is veel minder een onderwerp van de interventies*. Tegelijkertijd laat de analyse in de startfoto zien dat hier wel één van de grote drijvers van de kostenstijging in de afgelopen jaren lijkt te zitten. Er zit dus mogelijk nog niet-aangeboorde potentie in het verkennen van aanvullende interventies of het toevoegen van deze doelen aan bestaande interventies. Gezien het uitgebreide palet van bestaande interventies, ligt het meer voor de hand om te verkennen hoe bestaande interventies in het licht van deze witte vlek uitgebreid kunnen worden. Dit vraagt om identificeren wat nodig is om deze witte vlek aan te pakken, bijv. scherpere sturing op aanbieders om trajecten niet langer dan nodig te laten duren en vervolgens te bepalen wat nodig is om dit binnen een bestaande interventie te realiseren. Een heldere opdracht aan de projectleiders van de betreffende interventies is daarbij noodzakelijk. Advies: verken de mogelijkheden voor het toevoegen van aanvullende doelen aan bestaande interventies om meer grip te krijgen op de duur en/of intensiteit van maatwerktrajecten.
Toevoegingen aan bestaande interventies draagt bij aan het behouden van focus op de interventies die er zijn. *In de proeftuin samenspel in de wijk krijgt dit wel aandacht, maar werd ook aangegeven dat er meer nodig is om te voorkomen dat olifantenpaadjes genomen worden
Conceptversie 6. Conclusies en aanbevelingen
Conclusies en aanbevelingen | van een visie naar de dagelijkse (sturings)praktijk (1) De gemeente heeft een heldere visie op de transformatie Zwolle hanteert al een aantal jaren een visie, de hervormingsagenda, om de transformatie binnen het domein jeugd te realiseren. De hervormingsagenda kent een overkoepelend doel, dat uitgewerkt is in vier in elkaars verlengde liggende (en elkaar deels overlappende) bewegingen. Alle gesprekspartners van de gemeente Zwolle bleken zeer bekend met de beweging en doelen. Zij plukt de vruchten ervan door deze langdurig aan te houden en goed te laten landen in de gehele organisatie Uit de ervaring/vergelijking met andere gemeenten, waaronder ook Deventer, komt naar voren dat voor een langere periode werken met een duidelijke visie, die breed (binnen en buiten de gemeente) gedragen is, één van de belangrijke elementen voor het succes lijkt. Dat pleit ervoor om de bewegingen uit de huidige hervormingsagenda ook in de volgende hervormingsagenda terug te laten komen. Wel gaf men aan dat de hervormingsagenda en de interventies die daaruit voort zijn gekomen nog beter in de bredere organisatie (dus niet alleen in de uitvoering) zou kunnen landen. Mogelijk draagt dit ook bij aan de verschillende beelden over de sturing op inhoud in de sociale basis die betrekking heeft op jeugd. 56
Daarnaast lijkt er nog geen plan te zijn over hoe de interventies in de organisatie geïntegreerd kunnen worden. Dat wil zeggen: welk proces doorloopt men om een interventie geen interventie meer te laten zijn, maar een onderdeel van de reguliere organisatie. Dit lijkt een punt van aandacht voor de ontwikkeling van de volgende versie van de hervormingsagenda. Conclusie: de gemeente heeft al jaren een expliciet, begrijpelijk en consistent beeld van het van het ‘waarom’ (het overkoepelende doel) en het ‘wat’ (de vier bewegingen). Deze kan echter nog beter in de organisatie landen. Advies: borg dat het spoor Jeugd van de opvolger van de hervormingsagenda door de hele organisatie doorleefd wordt.
Conceptversie 6. Conclusies en aanbevelingen
Conclusies en aanbevelingen | van een visie naar de dagelijkse (sturings)praktijk (2) Maar de vertaalslag naar concrete (dagelijkse) activiteiten ontbreekt Toch gaven veel gesprekspartners ook aan dat, hoewel de overkoepelende bewegingen duidelijk zijn, men zoekende blijft naar hoe daar in de dagelijkse praktijk vorm aan te geven. Er bestaat geen duidelijk beeld bij wat men wil zien wanneer de bewegingen gemaakt zijn (vb. wat is de stip op de horizon voor de beweging ‘van apart naar gewoon’?). Noch zijn er voor alle bewegingen indicatoren* die inzicht geven in hoe ver de stippen op de horizon nog uit het zicht zijn.
gevoel heeft dat dit nu niet altijd optimaal is (zie ook conclusie over interne sturing op pagina 62). Gesprekspartners noemden dat er veel gebeurt en dat er veel energie is, maar dat waar de prioriteit ligt en waar de energie naar toe gaat, minder duidelijk is.
Daarnaast bestaat er geen scherp en eenduidig beeld van het ‘hoe’, dat wil zeggen: de sturingsstrategie. Hiermee bedoelen we welke instrumenten de gemeente om welke reden inzet om deze beweging te faciliteren en hoe zij op deze instrumenten stuurt. Typerend hiervoor is bijvoorbeeld dat er verschillende interventies gestart zijn die op het landschap sturen, maar dat het niet duidelijk is waarom het déze interventies zijn (zie ook het kopje ‘informatiegedreven sturen’ op de volgende pagina).
Advies: de gemeente kan nog gerichter sturen door de bestaande visie expliciet te vertalen naar sturingsdoelen en die vervolgens naar een sturingsstrategie. Door de interventies hiervan onderdeel te maken, kan dit hun inbedding en potentie vergroten.
Conclusie: de gemeente stuurt, maar mogelijk nog te ongericht. Het expliciteren van sommige aspecten stelt de gemeente in staat om ze als toetssteen te gebruiken en zo bewuster te sturen.
Dat betekent overigens niet dat er in de praktijk niet gestuurd wordt −er is weldegelijk een sturingsstrategie te reproduceren− maar roept wel de vraag op of er voldoende bewuste keuzes gemaakt worden en daarmee of er optimaal gestuurd wordt. Uit de gesprekken kwam naar voren dat men het 57
*De recent gekozen indicatoren ‘van zwaar naar licht’ en ‘nul uithuisplaatsingen’ vormen de uitzondering
Conceptversie 6. Conclusies en aanbevelingen
Conclusies en aanbevelingen | een sturingsstrategie gebaseerd op informatie (1) Een goede sturingsstrategie is expliciet (zie vorige pagina) en wordt gevoed door inzichten en data uit de uitvoering Hoewel de gemeente snel stappen in de juiste richting zet met de ontwikkeling van het dashboard en de keuze voor twee centrale indicatoren die daar onderdeel van uitmaken, vormden (kwantitatieve) inzichten in het verleden beperkt de voedingsbodem voor beleid en besluitvorming. Een analyse van de omvang van het tekort, maar ook van de ontwikkelingen en drijvers van kostenstijgingen, is bijvoorbeeld niet eerder gemaakt. Ook gaan interventies in het stelsel niet standaard vergezeld van een scherpe probleemanalyse of een inschatting van de potentie van de oplossing. Zulke inzichten zijn van grote waarde om te weten of je met elkaar op de juiste weg bent en −wanneer dit nog niet voldoende het geval is− hoe je het best gericht bij kunt sturen. Bovendien kan een dergelijke strategie handvatten bieden voor de doorontwikkelingen van interventies.
58
Informatiegedreven sturen vraagt om meer dan een dashboard Het dashboard dat de gemeente ontwikkelt, is ontegenzeggelijk een stap in de goede richting. We zien echter nog wel twee aandachtspunten voordat dit dashboard het verschil kan maken. Allereerst valt op dat in vergelijking tot andere gemeenten zoals Utrecht en Deventer (zie hiernaast) er in Zwolle geen structurele personele inzet is op sturingsinformatie. We zien dit als een risico voor de meerwaarde van het dashboard, aangezien die juist mogelijkheid biedt tot het formuleren van nieuwe hypothesen over de ontwikkelingen die plaatsvinden. Het toetsen van die hypotheses vraagt om een flexibele interface, waar nieuwe gegevens snel aan toe te voegen zijn of nieuwe combinaties van gegevens gemaakt kunnen worden. Dit vraagt om continue inzet. Een tweede aandachtspunt is gericht op de ontsluiting van het dashboard. Een heldere aanpak voor wie de gegevens kan inzien en hoe binnen de organisatie ruimte gecreëerd wordt voor de duiding van de gegevens, is essentieel voor de mate waarin het dashboard meerwaarde heeft om te sturen. Met de duiden van gegevens om deze ook te kunnen gebruiken in gesprekken met specialistische jeugdhulpaanbieders wordt geoefend, maar dit zou verder versneld kunnen worden.
Conceptversie 6. Conclusies en aanbevelingen
Conclusies en aanbevelingen | een sturingsstrategie gebaseerd op informatie (2) De informatiegedreven sturingspraktijk van de gemeente Deventer viel in positieve zin op Voorgaande aandachtspunten worden ondersteund door de vergelijking met Deventer. Het informatiegedreven sturen viel namelijk op als een van de grotere verschillen tussen de gemeenten. Deventer kent een vast team ‘Kennis en Verkenning’ dat zich fulltime bezig houdt met het signaleren van trends en opvallende ontwikkelingen en het uitwerken van doorontwikkelvragen. Ook de backoffice in Deventer heeft een sterk signalerende functie. Op basis van wat zij waarnemen in het toeleidingssysteem trekken zij aan de bel bij beleidsmedewerkers of bij medewerkers in de uitvoering. Zo laten medewerkers van de backoffice in Deventer aanvragen voor inzet van dure hulpverleningstrajecten nog een keer nakijken door de teammanagers van de Toegang om te zien of er echt geen andere ondersteuningsoplossingen zijn1. Dit illustreert dat niet alleen het verzamelen van gegevens belangrijk is, maar dat korte lijnen om over deze gegevens te communiceren (zodat daar op gestuurd kan worden), essentieel zijn.
59
Conclusie: de gemeente Zwolle zet goede stappen in het ontwikkelen van een dashboard om de informatie en inzichten bij elkaar te brengen die nodig zijn om te kunnen sturen. Maar het hebben van een dashboard alleen is niet voldoende. Advies: investeer structureel in het dashboard zodat deze flexibel aangepast kan worden en doorontwikkeld wordt op basis van nieuwe informatie. Investeer daarnaast ook in het kunnen duiden van de data in het dashboard. Begrijpen wat men ziet is samen met goede ontsluiting en ruimte in de organisatie om inzichten met elkaar te delen onmisbaar voor informatiegedreven sturen.
1) Verwey-Jonker Instituut / Institute for Management Research Radboud University (2021). Eigenwijs transformeren
Conceptversie 6. Conclusies en aanbevelingen
Conclusies en aanbevelingen | sturen op de partijen die ondersteuning bieden (1) Sturing op de sociale basis en de eigen inzet van het sociaal wijkteam is nodig om de bewegingen uit de hervormingsagenda te maken De centrale instrumenten in de bewegingen van de hervormingsagenda zijn: (1) alternatieve vormen van hulp (de ‘sociale basis’ - het voorveld en informele hulp) en (2) het sociaal wijkteam dat zelf hulp verleent, maar ook een sleutelrol heeft in het aanboren van deze alternatieven. Deze instrumenten kunnen niet los van elkaar gezien worden. Ze worden in toenemende mate ingezet en doorontwikkeld. Behulpzaam hierbij is dat de wijkteams onderdeel van de gemeente zijn en integraal werken. Gesprekspartners zijn het eens dat de sociale basis in Zwolle passende alternatieven voor jeugdigen biedt. Ook noemen zij als positief punt dat het goed lukt om partners in de sociale basis te betrekken bij het vinden van alternatieve ondersteuningsoplossingen (op casus niveau). Sommige gesprekspartners geven daarnaast aan dat de partners in de sociale basis makkelijk schakelen en op basis van specifieke vragen innovatieve oplossingen bedenken. Andere delen dit beeld niet. In hun ogen is het juist vrij lastig om de sociale basis te bewegen om hun activiteiten ondersteunend te laten zijn aan de bewegingen die de gemeente wil maken.
Zij noemen dat de organisaties in de sociale basis voornamelijk bezig zijn met hun eigen (institutionele) opdracht. 60
Overeenkomstig met de verschillende beelden over de mate waarin de sociale basis z’n activiteiten uitvoert met oog op de bewegingen die de gemeente wil maken, leken er ook verschillende beelden te bestaan over de mate waarin integraal op de sociale basis gestuurd wordt. Wanneer de sturing onvoldoende vormgegeven wordt, zal met name de inzet van het SWT toenemen. Het risico is dan dat het gewenste effect van het inzetten van de sociale basis om ook te kosten te doen afnemen, uitblijft. Conclusie: er bestaan verschillende beelden over de mate waarin gerichte sturing op het aanbod in de sociale basis aanwezig is. Integrale sturing op de sociale basis, zodat partijen hun activiteiten inrichten met oog op de bewegingen die de gemeente wil maken is een van de voornaamste verbeterpunten. Advies: zorg dat de sociale basis onderdeel is van de sturingsstrategie. Neem hen mee in de gezamenlijke doelen van de gemeente en ga het gesprek aan over welke resultaten de gemeente wilt zien en wat nodig is om die te bereiken.
Conceptversie 6. Conclusies en aanbevelingen
Conclusies en aanbevelingen | sturen op de partijen die ondersteuning bieden (2) Het stelsel van de specialistische hulp is goed doordacht, maar toch zijn de uitgaven per jeugdige een belangrijke drijver van de kostenstijgingen. In weerwil van de beweging naar de sociale basis zal ook specialistische hulp noodzakelijk. Er gaan geen grote ongewenste prikkels uit van de manier waarop deze ingekocht en gefinancierd wordt en hoe de toegang ernaartoe vormgegeven is. Wel wijst de analyse van de drijvers van de kostenstijging erop dat de uitgaven per jeugdige voor specialistische hulp de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen zijn. Hiervoor zijn verschillende mogelijke redenen denkbaar, zoals een verschuiving van jeugdigen tussen zorgvormen, upcoding of een bovengemiddelde stijging van de tarieven. Dit dient nog verder uitgezocht te worden, waarbij een combinatie van inzichten vanuit het dashboard en kwalitatieve signalen over het verloop van trajecten vanuit de uitvoering soelaas kan bieden. Naast inzichten over de drijvers daagt ook het versterken van het vakmanschap van professionals in de toegang bij aan meer sturing op kosten. Met de ‘Proeftuin samenspel in de wijk’ is Zwolle daarmee goed op weg. Dit geldt helemaal wanneer het SWT ook goed gepositioneerd is in de regie op duur en intensiteit van jeugdhulp.
61
Conclusie: de gemeente heeft nog onvoldoende grip op de duur, intensiteit en tarieven van specialistische hulp, en daarmee op de uitgaven ervoor. Advies: voer een nadere analyse (combinatie van kwalitatief en kwantitatief) uit voor verklaringen naar de stijging van de kosten per zorgvorm en ga door met het versterken van het vakmanschap en de positionering van de toegang, om zo gerichter te kunnen sturen op de uitgaven per jeugdige.
Conceptversie 6. Conclusies en aanbevelingen
Conclusies en aanbevelingen | interne sturing De interne werkwijze heeft baat bij explicietere contractering Het laatste aspect in de analyse van de sturingspraktijk is gericht op de interne sturing, dus binnen de gemeente. De werkwijze en organisatievorm van de gemeente passen bij haar DNA en de integrale benadering van het sociaal domein. Veel lijkt informeel te gebeuren, in de relatie en het onderlinge gesprek. Dat is op zich een goede eigenschap. Het maakt gerichte sturing echter soms ook uitdagend. Zeker wanneer in de organisatie een gedeeld beeld ontbreekt van de concrete doelstellingen waar iedereen met elkaar naar toe aan het werken is en hoe je dat samen doet. Het scherper formuleren van processen, hun doelen, mijlpalen en rolverdeling zou hierbij kunnen helpen.
62
Conclusie: een scherpere sturing op interne processen kan een bijdrage leveren aan de snelheid van de transformatie. Advies: experimenteer met meer expliciete vormen van contractering op interne processen (zie de ook de aanbeveling op pagina 53). De versnelling van de interventies kan hiervoor een mooie aanleiding vormen.
Conceptversie 6. Conclusies en aanbevelingen
Conclusies en aanbevelingen | sturingspraktijk
Tot slot Zwolle heeft veel in het werk gesteld om de tekorten op de jeugdhulp te beteugelen en het vinden van een goede balans tussen toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid. Het ‘harde’ deel van het lokale stelsel is in principe goed toegerust op het vinden van die balans. De lokale hervormingsagenda en verschillende bestaande interventies dragen allen hun steentje bij aan de transformatie die daarvoor nodig is. Desondanks zien we nog een aantal aanknopingspunten voor verdere doorontwikkeling. Deze liggen deels in het versnellen van interventies, deels in het stelsel. De rode draad bij deze laatste is het meer expliciet en meer gericht formuleren, ontwikkelen en inzetten van het bestaande sturingsinstrumentarium, veel meer dan het ontwikkelen van nieuwe instrumenten.
We hopen met deze rapportage een eerste aanzet hiertoe te kunnen geven, opdat de jeugdigen in Zwolle passend geholpen blijven worden, maar niet ten korte van de houdbaarheid van het jeugdhulpstelsel.
63
Bijlagen 64
Conceptversie Bijlage 1 – beleidstheorieën interventies
Proeftuin samenspel in de wijk | beleidstheorie
Werkwijze (‘input’) Partners (scholen en specialistische jeugdhulp aanbieders) ontwikkelen gezamenlijk taal met SWT en leren anders kijken Bespreken casuïstiek op systemische wijze door SWT en partners
Jeugdigen vinden passende hulp vaker dichter bij huis: thuis, op school en in de wijk.
65
Randvoorwaarden: beschikbaarheid van passende alternatieven, open blik en lerend vermogen van betrokkenen
Maatschappelijke effecten (‘outcome’)
Minder inzet van specialistische hulp: (i) minder verwijzingen voor enkelvoudige kindproblematiek en (ii) kortlopendere inzet door samenwerking SJH, scholen en SWT
Randvoorwaarde: er wordt voldoende rekening gehouden met risico’s op escalatie bij het vinden van alternatieve oplossingen
Inhoudelijk betere ondersteuningsoplossingen Lagere uitgaven voor jeugdhulp.
Meer inzet vanuit wijkteams en sociale basis.
Meer inzet door eigen netwerk.
Groter risico op overbelasting van eigen netwerk.
Conceptversie Bijlage 1 – beleidstheorieën interventies
Samen voor een stevige basis| beleidstheorie
Werkwijze (‘input’)
Maatschappelijke effecten (‘outcome’)
Meer eigenaarschap van scholen.
Jongeren worden meer op school ondersteund (vb. door versterking mentoraat, verrijkt naschools aanbod of interventies ter voorkoming van schooluitval)
Gesprekken tussen SWT en Scholen over kenmerken van schoolpopulatie en mogelijkheden ontwikkelen alternatief aanbod
Randvoorwaarden: beschikbaarheid van passende alternatieven, open blik66en lerend vermogen van betrokkenen
Toename kennis over alternatieve oplossingen.
Minder inzet van specialistische jeugdhulp.
Lagere uitgaven voor jeugdhulp.
Meer inzet vanuit de school.
Beter passende hulp door meenemen van de context.
Randvoorwaarde: docenten hebben tijd om de inzet te plegen. Anders bestaat het risico dat dit meer inzet van het SWT zal vergen.
Conceptversie Bijlage 1 – beleidstheorieën interventies
Jonge aanwas criminaliteit | beleidstheorie
Werkwijze (‘input’) Interne samenwerking tussen domeinen veiligheid, SWT en MO op het gebied van jeugd
In kaart brengen van het lokale netwerk rondom het vraagstuk ‘voorkomen Jonge aanwas’.
Verzamelen van kennis en expertise rondom dit vraagstuk. 67
Maatschappelijke effecten (‘outcome’)
Randvoorwaarde: men leert dezelfde taal spreken
Intern besef dat veiligheid relevant perspectief is voor jeugdhulp- en welzijn.
Uitvoer (SWT) richt zich op vroegtijdige signalering en ontwikkelt handelingsperspectief.
Gemeente neemt regie op vraagstuk en faciliteert samenwerking ook extern.
Toevoeging veiligheidsperspectief binnen andere projecten /interventies.
Faciliteren van netwerksamenwerking.
Actief netwerk gericht op voorkomen jonge aanwas (onder meer in onderwijs) Informatiegestuurd werken. Ontwikkelen passende interventies
Effectieve inzet van interventies, wijkteam en jeugdhulp door voorkomen interferentie door criminaliteit.
Lagere uitgaven jeugdhulp.
Minder jongeren raken betrokken bij criminaliteit.
Conceptversie Bijlage 1 – beleidstheorieën interventies
Hervorming dyslexie| beleidstheorie
Werkwijze (‘input’) Poortwachter kijkt mee op aanmeldingen diagnostiek of behandeling voor dyslexie.
Inzetten op extra ondersteuning niveau 3.
Maatschappelijke effecten (‘outcome’) Onderwijs doorloopt alle stappen voor verwijzing mogelijk is.
Meer leerlingen krijgen op school individuele ondersteuning afgestemd op eigen hiaten in lees- of spellingsontwikkeling waardoor hun spelling en leesvaardigheid toeneemt.
Minder verwijzingen naar aanbieders dyslexiezorg.
Minder behandeling door een gespecialiseerde gedragswetenschapper (ondersteuningsniveau 4).
Lagere uitgaven voor jeugdhulp (specifiek dyslexiezorg).
Op termijn minder nodig
Versterken preventie taalachterstanden binnen spelling- en leesonderwijs. 68
Minder kinderen komen met een spelling- en leesachterstand op school. Randvoorwaarde: er is voldoende capaciteit op school om deze extra ondersteuning op niveau 3 te leveren.
Elk kind heeft een niveau van spellen en lezen dat voldoende is.
Conceptversie Bijlage 1 – beleidstheorieën interventies
Jeugd-/gezinswerkers bij huisarts | beleidstheorie Werkwijze (‘input’) Ondersteunt huisarts met uitgebreide vraagverheldering/ probleemanalyse voor jeugdigen of gezin.
Ondersteuning huisarts bij hulpvraag client: JGW biedt laagdrempelige (psychische) hulp en begeleiding aan client.
69
Randvoorwaarden: inschatting voor laagdrempelig hulp en eigen inzet zijn kwalitatief goed
Maatschappelijke effecten (‘outcome’)
Goede inschatting zorgprofiel en duidelijk beoogd resultaat.
Effectievere jeugdhulp (bijv. door betere match met traject aanbieder).
Inzet brede aanpak SWT (domeinoverstijgend).
Gezinnen worden integraal geholpen.
Minder verwijzingen van huisarts naar aanbieders.
Minder inzet specialistische hulp.
Lagere uitgaven voor jeugdhulp.
Conceptversie Bijlage 1 – beleidstheorieën interventies
Jeugd-/gezinswerkers op school| beleidstheorie Werkwijze (‘input’)
Op school bijdragen aan meer preventief werken en passender maken van onderwijs.
70
Maatschappelijke effecten (‘outcome’)
Hulp komt vroeg in beeld en ondersteuning is laagdrempelig.
Ondersteunen scholen bij afweging welke extra ondersteuning voor kinderen en jongeren nodig is.
Scholen hebben meer grip/voelen meer comfort over het maken van een plan voor de jongeren binnen school.
Formaliseren van het ondersteuningsaanbod uit het brede sociale domein of vanuit het onderwijs.
Afname dubbelingen in hulpverlening door een betere samenwerking.
Meer jongeren komen in beeld voor/krijgen ondersteuning.
Hogere uitgaven voor jeugdhulp.
Escalatie wordt voorkomen. Jeugdige met extra ondersteuningsbehoefte kan op school blijven functioneren. Minder verwijzingen naar specialistische hulp (bijv. via huisarts).
Minder jeugdhulp.
Lagere uitgaven voor jeugdhulp.
Conceptversie Bijlage 1 – beleidstheorieën interventies
Relatie- en scheidingsteam | beleidstheorie Werkwijze (‘input’)
Onafhankelijk team van experts faciliteert gesprek tussen partners met (beginnende) relatieproblematiek.
Randvoorwaarden: Ondersteuning wordt in een vroeg stadium geboden
Vergroten capaciteit van partners om te gaan met relatie- en scheidingsproblematiek.
Onafhankelijk team van experts betrekt partijen bij (beginnende) relatieproblemen of bestaande scheidingsproblematiek.
Onafhankelijk team van experts ondersteunt bij praktische volgende stappen bij scheidingen. 71
Maatschappelijke effecten (‘outcome’)
Vergroten kennis van te nemen stappen na een scheiding.
Vermindering aantal escalaties en scheidingen.
Vermindering van (negatieve) effecten van relatie- en scheidingsproblematiek op het gezin.
Versnelling herstel na complexe relatie- en scheidingsproblematiek.
Daling aantal hulpvragen voor jeugdhulp als gevolg van relatie- en scheidingsproblematiek.
Colofon
Auteurs
Robin Groen (projectleider) Mostafa Sadiqi Thijs van den Broek Irene Niessen
Contact
r.groen@aef.nl / mail@aef.nl
Referentie
ZG50
Datum
21 april 2023
Onderzoek voortgang transformatie jeugdhulp in Zwolle 72