Bijlage 3. Voortgang transformatie jeugdhulp in Zwolle - AEF. April 2023
Tekst van het document
Onderzoek voortgang transformatie jeugdhulp in Zwolle Eindrapport
In opdracht van de gemeente Zwolle 26-5-2023
Inhoudsopgave
2
1.
Context en aanleiding
2.
Startfoto: vormgeving van het lokale stelsel
3.
Het lokale stelsel en de prikkelwerking
4.
Interventies en hun kenmerken
5.
Potentie van de interventies: versnelling transformatie
6.
Conclusies en aanbevelingen
Inhoudsopgave
3
1.
Context en aanleiding
2.
Startfoto: vormgeving van het lokale stelsel
3.
Het lokale stelsel en de prikkelwerking
4.
Interventies en hun kenmerken
5.
Potentie van de interventies: versnelling transformatie
6.
Conclusies en aanbevelingen
Conceptversie 1. Context en aanleiding
Context en aanleiding Zwolle heeft de ambitie om de transformatie jeugdhulp te versnellen Vanaf 2020 heeft Zwolle een extra impuls gegeven aan de transformatie jeugdhulp door middel van de Zwolse Hervormingsagenda (HVA) sociaal domein. De ambitie die daarin centraal staat is om Zwolse kinderen gezond, veilig en kansrijk te laten opgroeien. In HVA staan vier gewenste bewegingen die gemeente Zwolle wil maken om deze ambitie te realiseren (zie pagina 7). De afgelopen jaren zijn verschillende interventies gestart, waaronder een aantal voortgekomen zijn uit de HVA, om uitgangspunten van de gemeente Zwolle in de praktijk te brengen en de ambitie te realiseren. Deze interventies raken aan de toegang tot en verlening van jeugdhulp, maar ook aan de bredere context waarin jeugdigen leven en opgroeien. De gemeente Zwolle is een lerende organisatie – zo is recent de opgave jeugd vastgesteld – die de transformatie graag zou willen versnellen. Bij deze wens om te versnellen speelt niet alleen de huidige financiële uitdagingen een rol, maar gaat het met name om sneller dichter bij het doel te komen: Zwolse kinderen groeien gezond, veilig en kansrijk op.
4
Inzicht en advies om het proces van de transformatie verder te verbeteren Om de transformatie te versnellen, moet duidelijk te zijn welke interventies effectief zijn en zouden kunnen groeien. Daarnaast vraagt versnelling om een sturingspraktijk die het maken van de bewegingen faciliteert. In het kader van deze vragen heeft de gemeente AEF gevraagd om inzichtelijk te maken en te adviseren hoe de ingezette interventies versneld en verbeterd kunnen worden, en hoe de sturingspraktijk binnen de gemeente versterkt kan worden.
De gemeente Zwolle heeft AEF de volgende onderzoeksvragen meegegeven: 1. Breng de interventies in kaart die de gemeente Zwolle op dit moment doet / wil doen voor het transformeren van de jeugdhulp. 2. Beoordeel de effectiviteit hiervan, zowel op inhoudelijk als financieel vlak.
3. Adviseer over mogelijkheden om de potentie van de huidige interventies te vergroten, dan wel om nieuwe interventies toe te voegen. Welke inspanning zou dat kosten en wat zouden de mogelijke effecten zijn? 4. Adviseer over hoe de sturing op de beoogde beweging in het sociaal domein verbeterd kan worden, in aansluiting op het dashboard dat momenteel in ontwikkeling is. Help met extra expertise om de data nog beter te duiden en op basis daarvan te sturen. 5. Onderzoek de overeenkomsten en verschillen in de sturingspraktijk van de gemeentes Zwolle en Deventer.
Conceptversie 1. Context en aanleiding
Methode en leeswijzer
We voerden verschillende activiteiten uit binnen het onderzoek naar de transformatie van de jeugdhulp in Zwolle: ▹ Bureauonderzoek. We hebben documenten bestudeerd om het lokale stelsel in kaart te brengen, tot een feitelijk beeld per interventie te komen en een beeld te vormen van de verschillen tussen de gemeentes Zwolle en Deventer. Hiertoe behoorden o.a. diverse informatie- en beslisnota’s, halfjaarrapportages over de hervormingsagenda en tussenevaluaties van de ontwikkelagenda, inkoopdocumenten van de RSJ, het recente rapport van de rekenkamer en diverse stukken over de interventies. ▹ Interviews. We hebben interviews gehouden met diverse betrokkenen werkzaam binnen beleid, uitvoering, inkoop en financiën vanuit de gemeente, en vanuit de regionale samenwerkingsorganisatie. Daarnaast spraken we de projectleiders van de verschillende interventies. Aan de hand van deze gesprekken en op basis van de beschikbare stukken brachten we het lokale stelsel Jeugd in Zwolle in kaart (de startfoto), stelden we per interventie een feitelijk beeld en een beleidstheorie op, en onderzochten we de sturingspraktijk in Zwolle. Ook hebben we met medewerkers van de gemeente Deventer gesproken om een hoog over beeld te krijgen van de verschillen tussen Zwolle en Deventer. ▹ Cijfermatige analyse.
Daarnaast analyseerden we data uit het Dashboard, zoals de instroomcijfers en kosten per zorgtype en intensiteitsniveau. 5
Leeswijzer ▹ Hoofdstuk 2 bevat de startfoto van het lokale stelsel om de werking in het stelsel en de potentie van de bestaande en voorgenomen interventies in context te kunnen plaatsen. Ook gaat het in op de situatie van en verschillen met Deventer. ▹ Hoofdstuk 3 gaat in op de prikkels, randvoorwaarden en beheersmaatregelen in relatie tot het lokale stelsel en maakt inzichtelijk op welke niveaus de gemeente keuzes kan maken (en dus kan sturen) om hun doelen te bereiken.
▹ In hoofdstuk 4 schetsen we per interventie een feitelijk beeld. ▹ Hoofdstuk 5 bevat de analyse van de versnellingspotentie van de verschillende interventies. ▹ In hoofdstuk 6 trekken we algemene conclusies en doen we aanbevelingen voor de toekomst.
Inhoudsopgave
6
1.
Context en aanleiding
2.
Startfoto: vormgeving van het lokale stelsel
3.
Het lokale stelsel en de prikkelwerking
4.
Interventies en hun kenmerken
5.
Potentie van de interventies: versnelling transformatie
6.
Conclusies en aanbevelingen
Conceptversie 2. Startfoto
Visie & doelen | vier bewegingen dragen bij aan de centrale ambitie van Zwolle Van individuele zorg naar samenbrengen van vragen
Breed kijken naar het systeem voor structurele oplossingen
Van apart naar gewoon
Normaliseren van ‘opvoedingsuitdagingen’ tijdens het opgroeien en normaliseren van alternatieve oplossing dan jeugdhulp
Gezond, veilig en kansrijk opgroeien in Zwolle
Van zorgen voor naar zorgen dat
Zelfredzaamheid versterken/vergroten veerkracht van het individu en bestaande netwerken/ structuren
Inwoners vinden steeds vaker en makkelijker oplossingen dichtbij: thuis, op school en in de wijk
Van deelproblemen naar totaaloplossing Groepen met hetzelfde doel bij elkaar brengen
7
Conceptversie 2. Startfoto
Startfoto Jeugdhulp Zwolle We willen kunnen begrijpen welke prikkels er uitgaan van de manier waarop het ‘lokale jeugdstelsel’ vormgegeven is en hoe dit prikkels zich tot elkaar en tot de beoogde doelen verhouden. Daarvoor is het in de eerste plaats nodig om dit lokale stelsel goed in beeld te brengen. Op de volgende pagina’s staat deze ‘startfoto’ weergegeven.
Inkoop & bekostiging Landschap en samenwerking
We beschrijven daarin op 6 verschillende thema’s een aantal feitelijke aspecten van hoe het stelsel georganiseerd is, welke keuzes de gemeente gemaakt heeft en hoe zij op de jeugdhulp stuurt. Deze thema’s staan hier rechts weergegeven. Op de volgende pagina’s is telkens één van deze thema’s nader uitgewerkt.
Vormgeving van de toegang
Visie & doelen Ontwikkelingen
Organisatie & governance Sturing en informatie
8
Conceptversie 2. Startfoto
Landschap en samenwerking
In de Sociale Basis zijn algemeen toegankelijke voorzieningen beschikbaar incluis lichte ondersteuning of preventief aanbod.
Gecertificeerde instellingen: bij de uitvoering van jeugdbescherming of jeugdreclassering kan een GI zelf jeugdhulp inzetten, na overleg met het SWT
Jeugdhulp kan starten via meerdere ingangen:
Daarnaast is er verbinding en samenwerking met het veiligheidsdomein. De gemeente werkt vanuit de principes van het IJslandse preventiemodel, gericht op een positieve leefomgeving waarin jongeren gezond, veilig en kansrijk opgroeien, zonder middelengebruik en crimineel gedrag.
Sociaal Wijkteam: biedt zelf lichte jeugdhulp en kan ook specialistische aanbieders inzetten. Ondersteuningsteam op school: team waarin ook het Sociaal Wijkteam deelneemt beslist samen over inzet ondersteuning Passend Onderwijs of jeugdhulp
De centrale ambitie van de gemeente heeft als implicatie dat er een verschuiving plaatsvindt van specialistische Huisarts: kan verwijzen naar jeugdhulp. Ong. 80% van de ondersteuning naar ondersteuning door het wijkteam en huisartsen werkt samen met een medewerker van het (van ondersteuning door het wijkteam) naar de sociale SWT op de praktijk zelf basis.
9
Conceptversie 2. Startfoto
Inkoop en bekostiging Inrichting zorgaanbod De regio IJsselland (incl. Zwolle) maakt binnen het ondersteuningsaanbod voor jeugd onderscheid tussen specialistische en niet-specialistische jeugdhulp. Specialistische jeugdhulp, zoals de behandeling van psychische problemen en stoornissen, wordt aangeboden via gecontracteerde aanbieders. Specialistische hulp kan ambulante jeugdhulp zijn (individueel of in groepsverband) of wonen/verblijf. Nietspecialistische jeugdhulp, zoals bijvoorbeeld alle ondersteuning die in het voorliggend veld gedaan wordt en vrij-toegankelijk is, wordt in Zwolle uitgevoerd door het Sociaal Wijkteam en door partijen in het voorliggend veld, zoals welzijn, jongerenwerk of sportverenigingen.
Inkoop specialistische jeugdhulp geschiedt via de RSJ Het Regionaal Serviceteam Jeugd (RSJ) IJsselland voert de inkoop van specialistische jeugdhulp voor de gemeente Zwolle uit. Zij hebben recent het inkooptraject afgerond; per 1 januari 2023 is de specialistische jeugdhulp opnieuw gecontracteerd. De nieuwe inkoopprocedure omvatte negen percelen2 waarop aanbieders zich konden inschrijven. Voor één perceel ( “Ambulant individueel – GGZ 2”) mocht een beperkt aantal (5) aanbieders zich inschrijven. Voor de andere percelen zijn geen maxima gesteld en werd de Europese openbare procedure
10
gevold voor Sociale en andere specifieke diensten (SAS). Aanbieders werden o.a. beoordeeld op basis van hun plannen om aansluiting te vinden bij de transformatie doelen van de regio. In totaal heeft het RJS 146 aanbieders gecontracteerd. Financieringswijze Het RSJ gebruikt inspanningsgerichte bekostiging (P*Q bekostiging) voor alle gecontracteerde partijen (uitgezonderd het perceel ‘voorzieningfinanciering’). Binnen deze systematiek factureren aanbieders de inzet op basis van daadwerkelijk gemaakte uren nadat het traject is afgerond. De toegangsmedewerker stelt het maximale budget voor het traject vast voorafgaand aan het traject met behulp van een rekentool. In afstemming met jeugdige/gezin bepaalt de toegangsmedewerker daartoe eerst het te behalen resultaat en wat daarvoor nodig is. Dit kan herstelgerichte hulpverlening (heeft begin en eind) of duurzame hulpverlening (kan meerdere jaren duren) zijn. Op basis van de intensiteit van de benodigde hulpverlening en het vastgestelde uurtarief voor het opleidingsniveau dat nodig is om de benodigde hulp te verlenen, valt de hulpvraag in een schaal met een maximaal bedrag. Aanbieders hebben daarbinnen vrije keuze om de hulp in te richten.
1) Het Sociaal Wijkteam wordt volledig gefinancierd door de gemeente. Partijen in de sociale basis worden via subsidies deels door de gemeente gefinancierd. 2) Specialistische jeugdhulp, systeemaanbieder, ambulant individueel GGZ 1t/m 3, ambulant groepsaanbod, voorzieningfinanciering (Multisysteem Therapie en Zeer Intensieve Traumabehandeling), wonen/verblijf, ernstige dyslexie
Conceptversie 2. Startfoto
Vormgeving van de toegang Vormgeving van de toegang Toegang tot gespecialiseerde jeugdhulp wordt op verschillende manieren verleend: de gemeentelijke toegang, de huisarts, de Gecertificeerde Instellingen en overige (medische) verwijzers. Deze actoren beslissen over het afgeven van de indicatie en maken een beoordeling van het type en de intensiteit van de aan te bieden hulp.
Het Sociaal Wijkteam is naast verwijzer ook verantwoordelijk voor het voeren van casusregie en levert bij lichte hulpvragen soms zelf begeleiding op gebied van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. Het streven is dat het SWT in de toekomst1 25% van de casussen die momenteel wordt doorverwezen zelf oppakt. Tot slot, houdt het Sociaal Wijkteam ook contact met aanbieders en werkt samen met organisaties in de sociale basis. Formeel lopen de contacten met de sociale basis via MO.
In Zwolle is het Sociaal Wijkteam (SWT) verantwoordelijk voor de gemeentelijke toegang en werkt in de uitvoering in vijf wijken. Het SWT is vormgegeven als een afdeling Het Sociaal Wijkteam is aanwezig op een aantal binnen de gemeente. ‘vindplaatsen’, zoals op scholen (PO & VO), bij huisartsen en voorschoolse voorzieningen. Sinds 2019 is het SWT Iedereen van 0 tot 100 jaar met ondersteuningsvragen bij 80% van de huisartspraktijken aanwezig. In totaal kan bij het SWT terecht. Door deze integrale focus kan gaat bijna 90% van de casussen eerst lang het Sociaal het voorkomen dat kinderen of jongeren via een Wijkteam2. ondersteuningsvraag van (groot)ouders onder de aandacht komen. Niet alle ondersteuningsvragen gericht Regionaal is afgesproken3 dat er afstemming is met de op jeugd komen dus direct bij SWT-medewerkers Jeugd lokale toegang (SWT in Zwolle) wanneer via binnen. gecertificeerde instellingen jeugdhulp wordt ingezet.
11
1) Op dit moment is dit nog niet het geval 2) Zie het rapport ‘Sleutel voor Jeugdhulp’ Onderzoek van de Rekenkamercommissie Zwolle voor de vormgeving van de gemeentelijke toegang 3) Zie https://www.rsj-ijsselland.nl/jeugdbescherming voor de afgesproken werkwijze
Conceptversie 2. Startfoto
Organisatie en governance Gemeente Zwolle De gemeente is beperkt hiërarchisch georganiseerd, maar verdeeld over 26 afdelingen. Deze bestaan weer uit teams. Voor de uitvoering van de jeugdwet zijn drie afdelingen relevant: maatschappelijke ontwikkeling (MO, beleid) en het Sociaal Wijkteam (uitvoering) en in mindere mate veiligheid. Vanwege het streven naar integraliteit zijn de teams in MO langs de lijnen van thema’s (in plaats van doelgroepen) georganiseerd. Recent is er een specifieke (en domeinoverstijgende) ‘managementtafel jeugd’ ingesteld, die eens per drie weken samenkomt. Hier zitten managers en teamleiders van de afdelingen MO, SWT, en veiligheid en directeur sociaal domein. Intern werkt men met ‘opdrachten’, die een bestuurlijk en een ambtelijk opdrachtgever kennen met een ambtelijke opdrachtnemer. Vanwege de structuur van de organisatie, zijn opdrachten niet ‘van boven naar beneden’. Het kan dus voorkomen dat de ene afdeling opdrachtgever is aan de andere, en een andere keer is dat omgekeerd.
12
Specialistische hulp Voor de inkoop van specialistische hulp nemen de gemeenten in de regio deel aan een bedrijfsvoeringsorganisatie, de RSJ. Dit is een gemeenschappelijke regeling die voornamelijk geschikt is voor samenwerking op de uitvoering. De dagelijkse aansturing wordt door een regiomanager verzorgd. De wethouders van de gemeenten vormen het bestuur van de RSJ. Elk van hen heeft één stem, besluiten worden genomen bij meerderheid. De RSJ kent daarnaast een aantal organisatieonderdelen, zoals de inkoop, contractmanagement, etc. Samenwerking in landschap De samenwerking met andere partijen in het jeugdhulplandschap kent geen formele governance. De regionale bestuurlijke overleggen worden inhoudelijk voorbereid door het regionaal ambtelijk overleg en een aantal specifieke regionale werkgroepen.
Conceptversie 2. Startfoto
Sturing en informatie De doelen/maatschappelijke effecten waarop de gemeente stuurt De bewegingen genoemd in de Hervormingsagenda (zie pagina 6) vormen de basis voor de sturingspraktijk. Deze overkoepelende bewegingen laten zich niet direct vertalen naar concrete, meetbare doelstellingen. Begin 2023 zijn er twee concrete doelstellingen gekozen: naar nul uithuisplaatsingen (ambulantisering) en naar nul verwijzingen naar aanbieders voor lichte ambulante hulp (van zwaar naar licht)*.
deze strategieën nog niet uit uitgewerkt. Beschikbare informatie en informatiegestuurd werken In 2022 is het dashboard sturingsinformatie opgeleverd. Dit dashboard bevat informatie over o.a. aantal en type verwijzingen, zorgproductgroep, uitgaven (per client), stadsdelen, zorgaanbieders, zorgduur. Deze data komt uit het gegevensverkeer en vanuit de wijkteams.
De ambitie is om, via het dashboard, meer De sturingsstrategie informatiegestuurd te gaan werken. De afgelopen jaren is De bewegingen uit de Hervormingsagenda worden als nog niet op basis van informatie op specifieke vertrekpunt gebruikt voor de besluitvorming. In de praktijk kwantitatieve indicatoren gestuurd. Kwalitatieve informatie lijkt er binnen de organisatie niet direct op deze vanuit de uitvoering vond zijn weg naar beleid en bewegingen zelf of op de beoogde gevolgen van deze omgekeerd door de korte lijnen tussen beleid en bewegingen gestuurd te worden. Mogelijk verandert dit nu uitvoering (met name in afdeling SWT). De uitrol en er twee concrete doelstellingen zijn gekozen. Dat vraagt ontsluiting van het dashboard breder in de organisatie echter nog wel om een vertaling naar een strategie voor staat gepland om voor de zomer van 2023 plaats te hoe de uitvoering vorm geeft en toegerust wordt om deze vinden. concrete doelstellingen te realiseren. Op dit moment zijn
13
*Voor deze hulp is het namelijk de bedoeling dat het wijkteam er invulling aan geeft.
Conceptversie 2. Startfoto
Ontwikkelingen | uitgaven Ontwikkeling totale uitgaven per jaar €45.000.000
Eén van de aanleidingen voor dit onderzoek is een stijging van de uitgaven van de jeugdhulp. In dit deel van de startfoto duiden we deze stijging.
€40.000.000 €35.000.000
€30.000.000
In de afbeelding rechtsboven staat de ontwikkeling van de uitgaven aan specialistische jeugdhulp* in Zwolle weergegeven in de periode 2019-2022.
€25.000.000
De totale uitgaven in 2022 zijn ruim 11 mln hoger dan in 2019. Dat is een stijging van 36%. Voor 2021 gaat het om 22% stijging ten opzichte van 2019.
€10.000.000
De afbeelding rechtsonder geeft de ontwikkeling van de gecorrigeerde uitgaven weer in de periode ‘19-’22. De uitgaven zijn daarin gecorrigeerd op basis van de OVA (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling) en op basis van de ontwikkeling van de tarieven van de RSJ. De gecorrigeerde uitgaven zijn in 2022 23% hoger dan in 2019. De stijging is dus slechts beperkt te verklaren door stijging van de personele kosten. N.B. Vanaf dit punt zijn alle weergegeven uitgaven gecorrigeerd op basis van de index voor personele kosten op basis van OVA.
€20.000.000 €15.000.000 €5.000.000 €0 2019
2020
2021
2022*
Totale uitgaven na indexatie - Gecorrigeerd vanaf 2020 €45.000.000 €40.000.000 €35.000.000 €30.000.000 €25.000.000
Indexatie obv OVA
€20.000.000
Indexatie obv RSJ
€15.000.000 €10.000.000
14
*Voor alle gegevens in dit hoofdstuk geldt dat ze afkomstig zijn uit het gemeentelijke dashboard. Dit betekent dat het alleen uitgaven voor maatwerktrajecten vanuit zorg in natura betreft (dus geen pgb’s, maar ook niet de uitgaven aan wijkteams en sociale basis). Gegevens over 2022 zijn nog voorlopig.
€5.000.000 €2019
2020
2021
2022
Conceptversie 2. Startfoto
Ontwikkelingen | uitgaven per zorgvorm In de figuur rechtsboven zijn voor de periode 2019-2022 de uitgaven uitgesplitst naar zorgvorm (ambulant, wonen, verblijf) en intensiteit (licht, midden, zwaar)*. 80% van alle uitgaven voor specialistische ondersteuning in 2022 kwamen voort uit ambulant midden, ambulant zwaar en verblijf zwaar. Alle zorgvormen hebben bijgedragen aan de stijging, maar niet in gelijke mate: ambulant steeg in de periode 2019 – 2022 met 35%, wonen met 66% en verblijf met 34%. Van de totale stijging kwam 51% voor rekening van ambulante hulp, 15% voor wonen, en 34% voor verblijf. In de pagina’s hierna kijken we naar verschillende (mogelijke) drijvers van de stijging van de kosten. Daarbij zijn vier mogelijkheden: ▹ het aantal jeugdigen (per zorgvorm) ▹ De gemiddelde kosten per jeugdige. Dit valt weer uiteen in ▹ de intensiteit van hun zorg ▹ de duur van de trajecten ▹ de tarieven die gehanteerd worden
15
*De combinatie van zorgvorm ‘wonen’ en intensiteit ‘zwaar‘ bestaat niet
Totale uitgaven per type zorgvorm en intensiteit € 14.000.000 € 12.000.000 € 10.000.000
2019
€ 8.000.000
2020
€ 6.000.000
2021
€ 4.000.000
2022
€ 2.000.000 €0 Ambulant Ambulant Ambulant licht midden zwaar
Wonen licht
Wonen midden
Verblijf licht
Verblijf midden
Verblijf zwaar
Conceptversie 2. Startfoto
Ontwikkelingen |aantallen jeugdigen In de afbeelding rechtsboven is de ontwikkeling van het aantal jeugdigen met hulp weergegeven in de periode 2019-2022. Te zien is dat deze aantallen enigszins fluctueren. Het aantal jeugdigen met hulp is in 2022 is nauwelijks gestegen in vergelijking tot 2019. In deze periode is de daling of stijging van jeugdigen met hulp van jaar tot jaar niet hoger dan 1.5%.
Door de ontwikkeling van de uitgaven en het aantal jongeren in hulp te combineren, kunnen we aangeven in welke mate de stijging voortkwam uit het aantal cliënten. In de periode 2019-2022 zijn de gemiddelde uitgaven per client met 23% gestegen. Dat is hetzelfde percentage als voor de gecorrigeerde uitgaven. Over de hele linie komt alle stijging van de uitgaven voort uit de gemiddelde stijging van de kosten per jeugdige.
16
Totaal aantal jeugdigen met hulp 3500
3462
3435
3483
3472
2019
2020
2021
2022
3000 2500 2000 1500 1000 500 0
Conceptversie 2. Startfoto
Ontwikkelingen | uitgaven per jeugdige
Ontwikkeling van aantal jeugdigen per zorgvorm en intensiteit 3000
2500 2000
In het figuur rechtsboven is het aantal jeugdigen in de periode 2019 – 2022 weergegeven, uitgesplitst naar zorgvorm en intensiteit. Binnen de zorgvormen en intensiteiten zien we grotere verschuivingen: Het aantal jeugdigen in ambulant licht en zwaar nemen aanzienlijk af, ten faveure van ambulant midden en mogelijk ook van eigen inzet SWT*. Ook neemt het aantal jeugdigen in verblijf zwaar af, ten faveure van verblijf licht. Er lijkt op basis hiervan dus een beweging van zwaar naar licht gaande**. In de afbeelding rechtsonder zijn de gemiddelde uitgaven per cliënt weergegeven voor de periode 2019 – 2022, uitgesplitst naar zorgvorm en intensiteit***. Dan ontstaat er een meerduidiger beeld ten opzichte van de vorige pagina: ▹ De verandering van de uitgaven voor ambulant licht (daling) en midden (stijging) en verblijf licht (stijging) komen vooral door de ontwikkeling van het aantal jeugdigen. ▹ De veranderingen voor wonen licht, verblijf midden en verblijf zwaar (allen stijging) komen voort uit de gemiddelde uitgaven per jeugdige. ▹ Voor ambulant zwaar en wonen midden is het een combinatie van beide factoren.
17
*Op dit moment zijn er nog geen cijfers voor de ontwikkeling van de eigen inzet SWT ** Of deze hypothese overeenkomt met de patronen op clientniveau zou getoetst moeten worden ***Dit is verkregen door de uitgaven per zorgvorm op pagina 14 te delen door het aantal jeugdigen op deze pagina.
1500 1000 500 0 Ambulant licht
Ambulant Ambulant Wonen licht midden zwaar
2019
2020
Wonen midden
2021
Verblijf licht
Verblijf midden
Verblijf zwaar
2022
Gemiddelde uitgaven per cliënt per zorgvorm en intensiteit € 50.000 € 45.000 € 40.000 € 35.000 € 30.000 € 25.000 € 20.000 € 15.000 € 10.000 € 5.000 €0 Ambulant licht
Ambulant Ambulant Wonen licht midden zwaar
2019
2020
Wonen midden
2021
Verblijf licht
2022
Verblijf midden
Verblijf zwaar
Conceptversie 2. Startfoto
Ontwikkelingen | uitgaven per jeugdige en zorgduur De vervolgvraag is of de stijging van de uitgaven per jeugdige voor de betreffende zorgvormen op haar beurt weer voortkwam uit de intensiteit, duur, en/of tarief.
In de figuur rechtsonder is de gemiddelde trajectduur per zorgvorm en intensiteit weergegeven. In de periode 2019 - 2021 is deze nagenoeg gebleven. In 2022 is de zorgduur fors gestegen ten opzichte van 2021. De oorzaak hiervan kan een administratieve opschoning in 2022 zijn, waarbij een aantal jongeren die al lang in het systeem voorkwamen, maar niet daadwerkelijk hulp kregen, in dat jaar meegeteld hebben voor de gemiddelde zorgduur*. Nemen we 2022 mee, dan kleurt dit de uitkomsten daarom enorm. We beperken ons daarom tot de periode 2019-2021. ter referentie hebben we rechtsboven de gemiddelde uitgaven per cliënt weergegeven (zelfde figuur als op de vorige pagina). De stijging van de gemiddelde uitgaven per jeugdige voor ambulant zwaar, wonen licht en verblijf zwaar, komt hoofdzakelijk of geheel voort uit een stijging van de combinatie van intensiteit en tarief (op basis van de gegevens niet nader uit te splitsen). Voor wonen midden en verblijf midden is het een combinatie van de duur en intensiteit / tarief.
Hiervoor zijn verschillende mogelijke verklaringen, zoals een verschuiving van jeugdigen tussen zorgvormen (minder voor de hand liggend, omdat het de zwaardere intensiteiten betreft), upcoding, of een bovengemiddelde stijging van de tarieven. Op basis van alleen een kwantitatieve analyse is niet te achterhalen welke verklaring het meest voor de hand ligt. 18
*Het grootste deel van de trajecten Ambulant licht, betreft dyslexiezorg. Een deel van de stijging van de gemiddelde zorgduur vloeit potentieel voort uit trajecten die door corona stil zijn komen te vallen en in later zijn opgepakt.
Gemiddelde uitgaven per cliënt per zorgvorm en intensiteit € 50.000 € 45.000 € 40.000 € 35.000 € 30.000 € 25.000 € 20.000 € 15.000 € 10.000 € 5.000 €0 Ambulant licht
Ambulant Ambulant Wonen licht midden zwaar
2019
2020
Wonen midden
2021
Verblijf licht
Verblijf midden
2022
Gemiddelde trajectduur per zorgvorm en intensiteit 500 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0
2019
2020
2021
2022
Verblijf zwaar
Conceptversie 2. Startfoto
Ontwikkelingen | verwijzer Totaal aantal verwijzingen per verwijzer 5000
In de afbeelding rechtsboven is het aantal verwijzingen weergegeven, per verwijzer tussen 2019-2022. In deze periode is een lichte daling te zien van het totale aantal verwijzingen. Het totaal aantal verwijzingen is tussen 2019-2022 gedaald met 9%. De verwijzingen van de huisarts zijn het meest gedaald met 29%. In de afbeelding rechtsonder zijn de totale uitgaven aan jeugdhulp tussen 20192022 te zien, uitgesplitst naar verwijzer. De grootste stijging is te zien bij hulp waarbij verwezen is door de Gecertificeerde Instellingen (GI’s). De totale uitgave voor hulp na verwijzing van GI’s zijn tussen 2019 en 2022 gestegen met 90%. 68% van de stijging van de gecorrigeerde uitgaven komt voort uit de stijging bij de GI’s*.
4500
Rechter/OvJ
4000
Onbekend
3500
Geen verwijzer
3000 2500
Medisch speciali
2000
Gecertificeerde i
1500
Jeugdarts
1000
Huisarts
500 0
Lokale toegang 2019
2020
2021
2022
Totale uitgaven per verwijzer 40.000.000 35.000.000 30.000.000
Medisch specialis
25.000.000
Gecertificeerde in
20.000.000
Jeugdarts
15.000.000
Huisarts
10.000.000
Lokale toegang
5.000.000
19
*Potentiële verklaring zou kunnen dat zijn via het Wpb in 2022 netto 70 extra jeugdigen met Verblijf of Wonen erbij zijn gekomen.
2019
2020
2021
2022
Conceptversie 2. Startfoto
Ontwikkelingen | Verwijzingen van Gecertificeerde Instellingen
Uitgaven verwijzingen van Gecertificeerde instellingen per intensiteit €10.000.000
In de afbeelding rechtsboven zijn de uitgaven naar verwijzingen van Gecertificeerde Instellingen te zien tussen 2019-2022, uitgesplitst naar zwaarte.
€8.000.000
De stijging bij de GI’s doet zich in alle zwaartecategorieën voor, maar hoe lager de intensiteit, hoe groter de toename.
€4.000.000
In de figuur rechtsonder is de ontwikkeling van de zorgduur weergegeven voor trajecten waarbij verwezen is door een GI, uitgesplitst naar intensiteit. Ook hier geldt:
€6.000.000
€2.000.000 €Licht
Midden 2019
De zorgduur neemt voor alle intensiteiten toe, maar hoe lager de intensiteit, hoe groter de toename van de zorgduur.
2020
2021
Zwaar 2022
Zorgduur verwijzingen van Gecertificeerde instellingen per intensiteit 300
Conclusie | er zijn verschillende drijvers van de stijging van de uitgaven, die per zorgvorm en intensiteit verschillen. Er lijkt in elk geval sprake van een beweging van zwaar naar licht, in lijn met de beleidsdoelen. Deze is zichtbaar bij zowel ambulant als verblijf. Daarnaast is er een stijging van de uitgaven per jeugdigen die hoofdzakelijk is terug te voeren op een stijging van de combinatie van intensiteit / tarief. Hiervoor zijn verschillende mogelijke verklaringen. Een groot deel van de stijging komt voort uit verwijzingen door GI’s. Daar is wel sprake van een toename van de zorgduur. 20
250 200 150 100
50 0 Licht
Midden 2019
2020
2021
Zwaar 2022
Conceptversie 2. Startfoto
Samenvatting van keuzes ▹ Onderscheid naar ouders, sociale basis (incl. welzijn), wijkteams, specialistische hulp en school. ▹ Stevige focus op de sociale basis, beoogde verschuiving vanuit maatwerkvoorzieningen.
▹ Voorveld (sociale basis) lokaal ingekocht*, specialistische hulp regionaal ingekocht. Ambulant (individueel/groep) of wonen/verblijf. Duurzame en herstelgerichte hulp. ▹ Inkoopwijze: subsidiëring (lokaal), open house (8 profielen regio, 146 aanbieders) en aanbesteding (1 profiel, 5 aanbieders). ▹ Financiering specialistisch: pxq met individueel maximum.
▹ Lokale hervormingsagenda vormt de primaire visie op de jeugdhulp ▹ Deze bestaat uit één centrale doelstelling en vier meer specifieke bewegingen. ▹ Bewegingen gericht op normaliseren, integraal benaderen en collectief organiseren.
21
▹ Hervormingsagenda fungeert als leidraad voor aanpassing en formulering van beleid en uitvoering. Maar er is geen vertaalslag van de bewegingen naar concrete doelstellingen gemaakt ▹ Gemeente werkt tot dusverre beperkt informatiegestuurd. ▹ Sinds kort twee kwantitatieve indicatoren als vertaalslag van de centrale doelen. *Niet via ‘inkoop’ ingekocht, wel lokaal gefinancierd vanuit subsidies.
▹ Vormgegeven als afdeling binnen de gemeente. ▹ Brede taakinvulling sociaal wijkteam: zowel jeugd als volwassenen, zowel toegang, als casusregie, als verlenen van lichte begeleiding. ▹ Sturing op zoveel mogelijk hulpvragen via het sociaal wijkteam, d.m.v. positionering SWT bij de huisarts en op school
▹ Gemeente is beperkt hiërarchisch georganiseerd. ▹ Organisatie langs thema’s, in plaats van doelgroepen ▹ Recent is de managementtafel jeugd opgericht. ▹ Werken intern met onderlinge opdrachtformuleringen. ▹ De RSJ is de regionale een bedrijfsvoeringsorganisatie, waarin de wethouders het bestuur vormen.
Conceptversie 2. Startfoto
Deventer | overeenkomsten en verschillen met Zwolle met betrekking tot het lokale jeugdstelsel De grondslag voor het jeugdbeleid in Deventer is de visie ‘Van wieg naar werk’. Deze visie bestaat sinds 2010. Het beleidskader heeft afgezien van kleine wijzigingen/nuances geen grote veranderingen gekend in de afgelopen jaren. Deventer kent een sterke focus op preventie en draag actief uit dat de primaire verantwoordelijkheid voor het veilig en gezond opgroeien van jeugdigen bij ouders zelf ligt.
Gemeente, onderwijs-, zorg- en welzijnspartijen vormen samen de jeugd(hulp)keten waarin ze intensief samenwerken en de lijnen met elkaar kort zijn. Deventer is daarnaast groot voorstander van nauw contact met al deze partijen en doet veel aan relatiemanagement.
22
Deventer kent als gemeente een programma structuur met 12 programma’s. ‘Jeugd en onderwijs’ is een van de programma’s. Hieronder valt het beleid voor onderwijs (incl. huisvesting), jeugdhulp en gezondheidszorg, welzijn, preventie.
Deventer kent de zelfde inkoop- en bekostigingsystematiek als Zwolle. Vier keer per jaar zijn er gesprekken tussen de gemeente en de 10 aanbieders die de meeste specialistische jeugdhulp verlenen
De aandachtspunten en karakteristieken van de vraag naar jeugdhulp zijn sinds 2010 in kaart gebracht met de monitor Jeugd in Beeld. Sinds 2015 voornamelijk ‘zwarte cijfers’ binnen jeugd gehad.
Toegang loopt via Team Toegang Jeugd, en via GI’s, huisartsen en medisch specialisten. Medewerkers team Toegang zijn sinds 2022 grotendeels in dienst van de gemeente, met specialistische flexibele schil die in leendienst is. Zij maken gebruik van het afwegingskader Gebruikelijke Hulp.
Deventer kent de afdeling kennis en ontwikkeling, dat een dashboard onderhoudt en doorontwikkelvragen uitwerkt. Op basis van die gegevens wordt intern regelmatig naar de opvallende zaken en trends gekeken. Toegangs- en beleidsmedewerkers bespreken deze met aanbieders en GI’s en andere samenwerkingspartijen. Ook vindt sturing deels plaats op basis van kwantitatieve informatie uit de backoffice.
Conceptversie 2. Startfoto
Verschillen Deventer en Zwolle Deventer en Zwolle kennen overeenkomsten op het gebied van: ▹ Inkoop en bekostiging. Beide steden zijn onderdeel van het RSJ en kennen dezelfde inkoopsystematiek en bekostiging van het midden- en topsegment van jeugdhulp.
▹ Visie op jeugdhulp. In beide steden is er een grote rol voor preventie en ondersteuning door de sociale basis/het voorveld (in Deventer heet dit het ‘normale leven’) in de visie op jeugdhulp. ▹ Rol en organisatie van Sociaal Wijkteam. De medewerkers van het sociaal wijkteam, waaronder medewerkers van Team Toegang Jeugd, zijn grotendeels in dienst bij de gemeente. Naast hun rol in de gemeentelijke toegang verlenen zij zelf laagdrempelige hulp. 23
Deventer en Zwolle kennen verschillen op het gebied van: ▹ Stabiliteit beleid. Deventer kent sinds 2010 één stabiele beleidsvisie op jeugd. Deze visie wordt breed gedragen door alle samenwerkingspartijen. De visie van Zwolle is in 2018 geïntroduceerd en is nog meer in ontwikkeling. ▹ Visie op jeugdhulp. Hoewel in beide gemeenten ‘normaliseren’ en/of demedicaliseren onderdeel zijn van de visie op jeugdhulp is dit binnen Deventer nadrukkelijker geborgd in de uitvoering. Zo stelde de gemeente Deventer het afwegingskader ‘Gebruikelijke Hulp’ op. Dit afwegingskader geeft Team Toegang Jeugd een formele ondersteuning wanneer zij inschatten dat de ondersteuningsvraag met eigen mogelijkheden of probleemoplossend vermogen van ouders en jeugden opgelost kan worden en ze dus geen toewijzing specialistische jeugdhulp verstrekken. ▹ Intensieve samenwerking en communicatie met andere partijen. In Deventer vormen gemeente en andere partijen (zorg, onderwijs, welzijn) een netwerkorganisatie met korte lijnen tussen partijen en veel onderling contact. Wanneer gemeente of een van de andere partijen bijzondere ontwikkelingen waarneemt (op basis van gegevens of ervaringen/ horen-zeggen) gaan ze direct het gesprek met elkaar aan. ▹ Monitoring. Deventer monitort al meerdere jaren. Deze gegevens worden met name achteraf gebruikt om ontwikkelingen te duiden.
Daarnaast vormen ze wel de basis om met verschillende partijen in gesprek te gaan. ▹ Sturing vanuit backoffice. In Deventer vertolkt de backoffice een actieve rol in sturing. Zij hebben voorafgaand aan een ondersteuningstraject zicht op (verwachte) kosten, monitoren deze en sturen actief bij. Lijnen met backoffice zijn voor zowel toegang en aanbieders kort
Conceptversie 2. Startfoto
Verschillen Deventer en Zwolle | uitgaven
Uitgaven aan jeugdhulp naar gemeente en jaar €40.000.000 €35.000.000
In de afbeelding rechtsboven staan de totale uitgaven voor jeugdhulp uitgesplitst naar type jeugdhulp in Zwolle en Deventer in de periode 20192022*. De totale uitgaven van Zwolle zijn in significant Zwolle hoger dan van Deventer. Ook is te zien dat de totale uitgaven in Zwolle meer zijn gestegen in deze periode dan in Deventer. De uitgaven voor jeugdhulp zijn in Zwolle sterker gestegen dan in Deventer: 28% groep in de periode 2019 – 2022 tegenover 18% groei.
€30.000.000
€25.000.000
Zwolle: ambulant
€20.000.000
Zwolle: verblijf
€15.000.000
Deventer: ambulant Deventer: verblijf
€10.000.000
€5.000.000 €-
Zwolle en Deventer zijn natuurlijk niet even groot. Voor een goede onderlinge vergelijking delen we de uitgaven door het aantal jeugdigen in de gemeente (dus ongeacht of deze hulp krijgen of niet). Dit is in de afbeelding rechtsonder weergegeven. De uitgaven per inwoner (<18 jaar) zijn in Zwolle hoger dan in Deventer. Dit varieert per jaar tussen de 13% en 29% en is gemiddeld 22%. De hogere uitgaven per inwoner <18 jaar in Zwolle kunnen twee oorzaken hebben: 1) een groter aandeel van de jongeren in Zwolle krijgt jeugdhulp en/of 2) de hulp aan jongeren is in Zwolle gemiddeld duurder. 24
*De gegevens gebruikt voor deze vergelijking geldt zijn afkomstig uit de Regionale IJssellandse Monitor voor de uitgaven en het aantal jongeren met jeugdhulp. Dit betekent dat er verschillen kunnen zijn met de data uit het gemeentelijke dashboard. De uitgaven zijn gecorrigeerd op basis van de OVA.
2019
2020
2021
2022
Uitgaven per inwoner (<18 jaar) €1.600 €1.400 €1.200 €1.000 €800
Deventer
€600
Zwolle
€400 €200 €2019
2020
2021
2022
Conceptversie 2. Startfoto
Verschillen Deventer en Zwolle | (uitgaven per) jeugdige(n) Aandeel jongeren in jeugdhulp op totaal 14%
De afbeelding rechtsonder geeft de ontwikkeling van het aantal en het aandeel van jongeren met jeugdhulp weer in Zwolle en Deventer tussen 20192022**.
In Zwolle is het aandeel jeugdigen in jeugdhulp op het totaal aantal jeugdigen iets hoger dan in Deventer. Dit verschil is gemiddeld 9%, maar neemt over de jaren toe van een kleine 7% naar ruim 11%, In de afbeelding rechtsonder staan de gemiddelde uitgaven per jeugdige – uitgesplitst naar zorgvorm- weergegeven.
25
12% 10% 8%
Zwolle
4% 2% 0%
2019
De gemiddelde uitgaven per jeugdige in jeugdhulp zijn in Zwolle eveneens hoger. Dit verschil is gemiddeld 12%, maar varieert sterk: van 4% in 2020 naar zo’n 16% in de jaren erna. Voor verblijf in het bijzonder zijn de uitgaven per jeugdige in Zwolle tot 2020 (aanzienlijk) lager, vanaf dat jaar aanzienlijk hoger.
€12.000
Dit leidt ons tot de volgende conclusie van de onderlinge vergelijking:
€8.000
Conclusie | De uitgaven per jeugdige inwoner zijn in Zwolle hoger dan in Deventer. Dit wordt verklaard door een combinatie van een groter aandeel van de jeugdigen dat jeugdhulp krijgt en hogere uitgaven per jeugdige in jeugdhulp. Beide onderdelen stegen in Zwolle gemiddeld harder dan in Deventer.
€6.000
** Voor het aantal jeugdigen van 0-18 woonachtig in de gemeente is data van CBS gebruikt
Deventer
6%
2020
2021
2022
Uitgaven per jeugdige in jeugdhulp
€10.000
Deventer Zwolle
€4.000 €2.000 €2019
2020
2021
2022
Inhoudsopgave
26
1.
Context en aanleiding
2.
Startfoto: vormgeving van het lokale stelsel
3.
Het lokale stelsel en de prikkelwerking
4.
Interventies en hun kenmerken
5.
Potentie van de interventies: versnelling transformatie
6.
Conclusies en aanbevelingen
Conceptversie 3. Het lokale stelsel en de prikkelwerking
Inleiding op dit hoofdstuk
Dit hoofdstuk beschrijft op welke drie niveaus de gemeente hun invloed uit kan oefenen om hun doelen te realiseren In het vorige hoofdstuk hebben we een feitelijk beeld geschetst van het jeugdhulpstelsel in Zwolle met op pagina 21 een samenvatting van de stelselkeuzes die in Zwolle binnen Jeugd gemaakt zijn. Dit hoofdstuk maakt inzichtelijk op welke niveaus de gemeente keuzes kan maken (en dus kan sturen) om hun doelen te bereiken. We maken hier onderscheid tussen drie niveaus: ▹ de gemaakte stelselkeuzes en de prikkels die daaruit voortkomen; en of zij mee dan wel tegenwerken; ▹ de benodigde randvoorwaarden en of daar al wel of nog niet of beperkt aan voldaan is; ▹ de beheersmaatregelen van ongewenste neveneffecten van de stelselkeuzes en of zij al wel of nog niet ingericht zijn.
In het vervolg kijken we naar welke keuzes op deze niveaus bevorderend of juist belemmerend werken (bijv. wanneer specifieke randvoorwaarden of beheersmaatregelen afwezig zijn). We beschouwen deze in relatie tot twee overkoepelende doelen van Zwolle: ▹ Inhoudelijk: elk kind gezond, veilig en kansrijk te laten opgroeien in Zwolle en waarbij inwoners steeds vaker en makkelijker oplossingen vinden dichtbij: thuis, op school en in de wijk ▹ Financieel: de gemeente heeft grip op de uitgaven aan jeugdhulp. 27
Conceptversie 3. Het lokale stelsel en de prikkelwerking
Financieel
Inhoudelijk
Prikkels die voortkomen uit stelselkeuzes
28
Stelselkeuzes die de gemeente maakt resulteren in de volgende prikkels die bevorderend zijn voor het behalen van de doelen:
Stelselkeuzes die de gemeente maakt resulteren in de volgende prikkels die belemmerend zijn voor het behalen van de doelen:
▹ Beleidsmatige focus op sociale basis. De gemeente heeft een sterke focus op de rol van de sociale basis in het voorzien van hulp dichtbij de jeugdigen. ▹ Concrete indicatoren. Twee concrete indicatoren worden gebruikt om de verschuiving van zware naar lichte hulp en de verschuiving naar ambulante hulp te monitoren. ▹ Integraal werkend Sociaal Wijkteam en beleid. Het Sociaal Wijkteam is als afdeling opgenomen in de gemeente en zitten samen aan tafel met beleid. ▹ Positionering van het Sociaal Wijkteam. Het SWT is onderdeel van de gemeentelijke organisatie. Medewerkers van SWT werken op verschillende plekken, zoals op scholen en huisartsen, waardoor veel ondersteuningsvragen via de gemeente komen.
▹ Beperkte mate van informatiegedreven sturing. Sturingsinformatie vormt in de praktijk beperkt de basis voor te maken keuzes. Hierdoor bestaat het risico dat de sturing te weinig gericht plaatsvindt. De gemeente Zwolle zet met de ontwikkeling van het dashboard sturingsinformatie stappen in de goede richting.
▹ Rol van het Sociaal Wijkteam. Niet de aanbieder maar de gemeentelijke toegang legt de intensiteit vast. Daarnaast is het SWT niet alleen verantwoordelijk voor de toegang maar biedt ook af en toe ondersteuning (eigen inzet). Tot slot houdt de gemeentelijke toegang een vinger aan de pols van door het voeren van casusregie.
▹ Veel aanbieders door open house inkoopprocedure. Het hebben van veel aanbieders maakt dat sturen op aanbod een aanbieders complexer is. ▹ Inspanningsbekostiging. Omdat de gemeente jeugdhulp financiert op basis van geleverde uren kan bij aanbieders een prikkel ontstaan om meer zorg te bieden dan nodig (productieprikkel). De gemeente heeft hier een belangrijke beheersmaatregel voor ingericht, namelijk een budget/trajectplafond zie ook pagina 30.
Conceptversie 3. Het lokale stelsel en de prikkelwerking
29
Financieel
Inhoudelijk
Benodigde randvoorwaarden voor de gewenste bewegingen De gemeente heeft voldoende aandacht voor de volgende benodigde randvoorwaarden om de doelen te behalen:
De gemeente heeft niet voldoende aandacht voor de volgende benodigde randvoorwaarden om de doelen te behalen:
▹ Verbinden van verschillende domeinen en actoren. In verschillende initiatieven en pilots worden verschillende domeinen en actoren bij elkaar gebracht zodat ze elkaar taal begrijpen en beter samenwerken.
▹ Sturing op inhoud. De sociale basis kent veel inhoudelijke alternatieven die zich flexibel opstellen. Er bestaat een verschillend beeld over de mate waarop het lukt om op de inhoud van hun aanbod te sturen versus de mate waarin partners in de sociale basis met name vanuit hun eigen institutionele opdracht werken. ▹ Aansluiting met Bestaanszekerheid. Er is nog relatief weinig verbinding met bepaalde relevante terreinen (bijv. Bestaanszekerheid). Dit is noodzakelijk om werkelijk integraal te kunnen werken. ▹ Kennis en inzicht bij ander actoren (scholen, huisarts, etc.). Alvorens actoren andere oplossingen zoeken in plaats van jeugdzorg dienen zij inzicht te hebben over alternatieven. Hier kan nog winst geboekt worden. ▹ Monitoring. Hoewel de gemeente snelle stappen zet in het ontwikkelen van het dashboard en keuze van twee centrale indicatoren, is de beschikbaarheid van (kwantitatieve, financiële) sturingsinformatie nog beperkt geïntegreerd in de processen.
▹ Eigenaarschap van sociale basis. Normalisering van hulpvragen vereist eigenaarschap van de sociale basis. ▹ Kennis en inzicht over alternatieven bij SWT. De gemeentelijke toegang is op de hoogte van alternatieve routes bij hulpvragen,
▹ Investeringen in vakmanschap professionals. De gemeente doet de nodige investeringen ter bevordering van het vakmanschap van de professionals, zodat zij leren om in samenspraak met gezinnen de behoefte achter de hulpvraag te identificeren. Op basis daarvan kunnen zij een effectievere (en soms bredere) oplossing inzetten. Door zo beter passende en duurzame oplossingen te komen, bevorderen ze de beweging.
▹ Goede analyse van de hulpvraag en benodigde (intensiteit) hulp. De gemeentelijke toegang voert passende analyse uit, waarbij goed naar de context en alternatieven gekeken wordt. Dit voorkomt escalaties en overbehandeling. ▹ Aangepaste Verordening Jeugd*. Waar expliciet in staat welke vormen van ondersteuning, hulp of zorg kunnen worden verkregen op grond van de wettelijke kaders. Dit kan het SWT steun bieden om niet zwaarder in te zetten dan zij nodig achten. *De gewijzigde verordening bestaat tot op heden nog niet, maar is in ontwikkeling.
▹ Capaciteit Sociaal Wijkteam. De capaciteit van het sociaal wijkteam is nog niet uitgebreid en mogelijk onvoldoende in balans om de ambitie van 25% eigen inzet waar te maken. ▹ Financiering voor maatwerk. Voor alternatieve oplossingen dient het Sociaal Wijkteam voldoende financiering tot haar beschikking te hebben voor maatwerk. Dit is nu niet het geval.
Conceptversie 3. Het lokale stelsel en de prikkelwerking
30
Financieel
Inhoudelijk
Beheersmaatregelen op ongewenste effecten van stelselkeuzes De gemeente heeft voldoende beheersmaatregelen van ongewenste neveneffecten van stelselkeuzes ingericht:
De gemeente heeft onvoldoende beheersmaatregelen van ongewenste neveneffecten van stelselkeuzes ingericht:
▹ Verbinden van verschillende domeinen en actoren. In verschillende initiatieven en pilots worden verschillende domeinen en actoren bij elkaar gebracht zodat ze elkaar taal begrijpen en beter samen werken. ▹ Centrale besluitvorming. In een horizontaal georganiseerde organisatie waar met veel domeinen samen aan een opgave gewerkt wordt, is het belangrijk dat er een gremium is voor de overkoepelende/centrale besluitvorming. De nieuw ingestelde managementtafel jeugd heeft de potentie om deze functie te vervullen.
▹ Een gezamenlijke governance / platform met aanpalende terreinen.. De gemeente onderkent het belang van aanpalende terreinen (sport, onderwijs, etc.) om invulling te kunnen geven aan de transformatie. De belangen van deze partijen lopen alleen niet altijd parallel. Een gezamenlijke governance of platform kan helpen om het gesprek met elkaar het gesprek te voeren over hoe gezamenlijk invulling gegeven wordt aan de opgave. ▹ Actief relatiemanagement. Aan de belemmeringen voor sturing op het aanbod als gevolg van het grote aantal aanbieders kan tegemoet gekomen worden door structureel met een selectie van strategisch belangrijke aanbieders in gesprek te gaan over de hervorming/transformatie en wat er nodig is om de gewenste beweging te maken. Onderdeel van actief relatiemanagement is dat sturing op de aanbieders vanuit beleid, de uitvoering en het rsj in het verlengde van elkaar liggen.
▹ Budget en/of trajectplafonds. De inspanningsbekostiging (P*Q) gaat gepaard met een individueel trajectplafond. Daardoor wordt de prikkel om te ‘overproduceren’ bij de aanbieder enigszins weggenomen.
▹ Actief relatiemanagement. Het structureel nauw in contact staan met aanbieders en GI’s en daarmee ook de ingewikkelde gesprekken kunnen voeren (bijvoorbeeld over stapeling van zorg) of over opvallende zaken (bijvoorbeeld een jongere die al lang in zorg zit, maar waar geen verbetering plaatsvindt) kan bijdragen aan het beheersen van kosten.
Inhoudsopgave
31
1.
Context en aanleiding
2.
Startfoto: vormgeving van het lokale stelsel
3.
Het lokale stelsel en de prikkelwerking
4.
Interventies en hun kenmerken
5.
Potentie van de interventies: versnelling transformatie
6.
Conclusies en aanbevelingen
Conceptversie 4. Interventies en hun kenmerken
Introductie op interventies
Voor zeven interventies maakten wij een beknopte factsheet en… …stelden wij een beleidstheorie op om (verwachte) effecten in kaart te brengen Op basis van documentanalyses en gesprekken met de projectleiders van elke interventie schetsten we voor zeven interventies een feitelijk Op basis van de werkwijze en doelen per interventie stelden wij een beeld (factsheet). Hierin komen per interventie de volgende aspecten beleidstheorie voor elke interventie op (zie bijlage 1 – beleidstheorieën interventies vanaf pagina 64). Samen met de factsheet vormden deze aan bod: de basis voor de onderlinge positionering van de interventies. ▹ Werkwijze. Wat wordt concreet anders gedaan in de interventie? ▹ Doel. Wat beoogt de interventie? Bijvoorbeeld: preventie, substitutie, meer maatwerk, meer integrale trajecten, etc. ▹ Doelgroep. Op wie richt de interventie zich? Hoe groot is deze groep en wat is daarmee de (potentiële) reikwijdte van de interventie? ▹ Status. Waar staat de interventie, wat is de planning? ▹ Resultaten. Wat levert de interventie op of verwacht deze op te leveren? ▹ Belemmeringen & kansen. Waar loopt men aan bij de implementatie of opschaling van de interventie? Welke onbenutte potentie is er nog en waarom wordt deze (nog) niet benut?
32
Conceptversie 4. Interventies en hun kenmerken
Proeftuin samenspel in de wijk | kenmerken Doel | wat beoogt de interventie Hulp en steun dichtbij de jeugdige en zijn gezin (thuis, op school en in de wijk) organiseren zodat de ondersteuning aansluit op de vraag en gericht is op duurzaam oplossen en normaliseren. Hiervoor is een nieuw samenspel nodig tussen alle voor-zieningen in de sociale basis, het Sociaal Wijkteam en de jeugd-hulpaanbieders én een andere manier van kijken, denken en doen. In de proeftuin (PT) ontwikkelt dit nieuwe samenspel en monitort men wat daarin werkt omdat toepassen op het hele systeem een te grote stap is.
Doelgroep | voor wie moet het tot verandering leiden? 1. Jeugdigen en hun gezinnen. Zij krijgen andere oplossingen voor hun ondersteuningsvragen die meer uitgaan van de breder context. 2. Gezins- en jeugdwerkers leren anders kijken ondersteuningsvragen van kinderen en gezinnen, zodat doorverwijzing naar specialistisch hulp niet nodig is. 3. Specialistische jeugdhulp aanbieders en verwijzers naar dit aanbod stimuleren om tot andere oplossingen te komen
Werkwijze | wat wordt er anders gedaan door de interventie? Elke week bespreken SWT en betrokken partners diverse casussen (nieuw of vastgelopen). Hierbij tekent men het hele systeem om te zoeken naar de kern van de vraag en de daarbij passende oplossingen. De PT werkt met een dynamische leeragenda en reflexive monitoring. In de eerste twee leercycli past men, om het anders kijken en doen te stimuleren, ‘samen leren van casuïstiek’ toe. De (brede) analyse met oog voor de perspectieven én oplossingsrichtingen helpt om evt. inzet goed te richten. In de PT bijeenkomsten haalt men leervragen op. Elke drie maanden evalueren de SWT-professionals in de proeftuin samen wat ze leren, scherpen ze aan en worden samen de nieuwe ontwikkeldoelen opgesteld. Door deze werkwijze en het betrekken van de verschillende partners hierbij, worden lessen geleerd voor de hele jeugdketen.
Status | waar staat de interventie wat betreft planning De proeftuin is gestart in het voorjaar van 2022, mid 2022 is eerste fase afgerond. In september 2022 is de volgende fase gestart waarin het samen leren en ontwikkelen in de praktijk verder vorm heeft gekregen. De eerste kortlopende leercyclus is afgerond.
Resultaten | wat levert de interventie op
Op casusniveau is te zien dat er ander soortige oplossingen worden gevonden die meer gericht op het systeem en de context. Dat leidt tot minder inzet van aanbod vanuit de specialistische jeugdhulp en meer oplossingen in ver-binding met partners uit de sociale basis.
Kansen en belemmeringen | welke (on)mogelijkheden doen zich voor?
33
Kans 1: De proeftuin is nog niet in alle stadsdelen uitgerold. In de eerste twee stadsdelen worden lessen geleerd over de inrichting van het proces die de opstart in andere wijken kan verkorten. Daarbij is wel goed om stil te staan dat er accent verschillen zullen zijn. Elke wijk is anders, wat in één wijk/stadsdeel werkt kan niet 1-op-1 in een andere wijk/stadsdeel overgenomen worden. Bij uitbreiding dient rekening gehouden te worden met de aansluiting op de opgaven in de wijk. Kans 2: “De versnelling zit in het leren anders kijken (normaliseren) en versterken van het vakmanschap binnen de teams” – we zien dat de leercyclus helpt om (niet helpende) patronen in de samenwerking op verschillende niveaus te herkennen en veranderen. Het SWT leert in de casuïstiek beter differentiëren. Belemmering 1: Hoewel beweging zit in het ‘leren’, geldt dit (nog) niet voor alle partners. Hoe snel het systeem (incl. aanbieders) transformeert is moeilijk in te schatten. Belemmering 2: De andere wijken hebben geen teamleider met ‘Jeugd’ in de portefeuille dat kan betekenen dat uitrol van de proeftuin anders verloopt.
Conceptversie 4. Interventies en hun kenmerken
Samen voor een stevige basis | kenmerken Doel | wat beoogt de interventie De interventie beoogt het creëren van alternatieven (sterke sociale basis), oplossingen in de (directe) context van de school die leiden tot een verminderd jeugdhulp gebruik en minder instroom in speciaal basisonderwijs.
Werkwijze | wat wordt er anders gedaan door de interventie? Als onderdeel van de interventie wordt met elke school gesprekken gevoerd over jeugdhulpgebruik, de veranderopgave en eerste ontwikkelrichtingen. Hierbij wordt o.a. een analyse gemaakt op basis van type leerlingen en problematiek en een Value Case opgesteld met potentiële besparingen en noodzakelijke investeringen. En kijkt men hoe geïntegreerd kan worden en expertise wordt toegevoegd aan het ondersteuningsteam (OT) en worden specifieke interventies ingezet zodat extra inzet van jeugdhulp voorkomen wordt.
Doelgroep | voor wie moet het tot verandering leiden?
Resultaten | wat levert de interventie op
1) De interventie beoogt dat leerlingen en ouders zo normaal mogelijke oplossingen zo dichtbij mogelijk vinden. 2) Scholen en hun OT's (iig voor (PO) samen met partners in de wijk (denk aan welzijnswerk, sportservice, stadskamer etc.)
Status | waar staat de interventie wat betreft planning Van de 15 scholen, zijn de eerste 5 scholen aan de slag met de veranderopgave. Planning volgens routekaart: eind 2021 begonnen en lopend tot mid 2024. Het programma is daarmee nu ongeveer halverwege de planning. Momenteel vindt een herijking van het programma plaats.
Vrijwel alle scholen vinden jeugdhulpgebruik een belangrijk onderwerp. Op dit moment zijn vijf scholen actief een andere weg ingeslagen met hun werkwijze als onderdeel van hun veranderopgave.
Kansen en belemmeringen | welke (on)mogelijkheden doen zich voor?
34
Kans 1: Samen voor een stevige basis en Proeftuin Samenspel in de wijk zijn samengevoegd onder zelfde projectleider. Kans 2: De beweging van meer gezamenlijk leren en ontwikkelen. Belemmering 1: Er zijn verschillen tussen scholen zichtbaar die impact hebben op het succes van de interventie. Sommige scholen veranderen hun gedrag, andere niet. Scholen die die meer eigenaarschap tonen hebben meer succes. Belemmering 2: Scholen doen er lang over op om hun ‘value case’ te maken, dit kom o.a. door veel wisselingen in personeel. Scholen hier actief bij bijstaan kan helpen om het proces voor hun te versnellen.
Conceptversie 4. Interventies en hun kenmerken
Jonge aanwas criminaliteit | kenmerken Doel | wat beoogt de interventie
Doelgroep | voor wie moet het tot verandering leiden?
Het doel van de interventie is om een wendbare netwerksamenwerking te creëren op het gebied van onderwijs, zorg, sociale basis (incl. welzijn) en veiligheid met een sluitende aanpak die voorkomt dat jongeren (met hoog-risico) betrokken raken bij (druggerelateerde) criminaliteit.
1. Jongeren met een hoog risico om betrokken te raken bij (druggerelateerde) criminaliteit. De groep ‘Jonge Aanwas’ vertolkt nog geen actieve rol in de criminaliteit, heeft een leeftijd tussen 8 – 23 jaar, <2 delicten gepleegd en heeft twee risicofactoren. Ingeschat wordt dat dit in Zwolle om 1110 jongeren gaat1 2. De interventie is ook gericht op het verbinden van professionals die actief zijn op het gebied van onderwijs, zorg, sociale basis en veiligheid. We beschouwen dit ook als één van de doelgroepen.
Werkwijze | wat wordt er anders gedaan door de interventie? Praktijkgericht (actie) onderzoek en intern het gesprek aangaan en samenwerking zoeken met aanpalende gebieden van onderwijs, zorg en sociale basis (incl. welzijn). Samen onderzoeken of er passend interventie aanbod is en waar dit ontbreekt dit aanbod ontwikkelen. Dit kan ook door bestaande interventies met elkaar te verbinden.
Status | waar staat de interventie wat betreft planning De interventie is een jaar op weg. Er zijn in deze tijd gesprekken gevoerd. Recent is een procesplan geschreven voor het komende jaar met daarin de acties en resultaten die dit jaar geboekt moeten worden. Ook is een start gemaakt met het inzetten van ervaringsdeskundigen en een start van een pilot op twee scholen in het voortgezet onderwijs.
Resultaten | wat levert de interventie op De interventie is nog flink in ontwikkeling. De eerste resultaten van de interventie zijn: (1) het lokale netwerk rondom het vraagstuk is in kaart gebracht, (2) er is veel kennis en expertise verzameld en (3) het lokale netwerk is actief betrokken bij het duiden van het vraagstuk en het nadenken over hun eigen rol. Hierdoor is o.a. naar boven gekomen dat dit vraagstuk op en rond scholen speelt en dat ondersteuning van scholen en hun betrokkenheid bij de aanpak van belang zijn.
Kansen en belemmeringen | welke (on)mogelijkheden doen zich voor? Kans 1: Er zitten kansen rondom samenwerkingen met andere interventies (zoals samenspel in de wijk). Tot op heden is dit echter nog niet gelukt.
35
Belemmering 1: Data ontbreekt om de ontwikkeling van de opgave jonge aanwas in beeld te brengen. Dit komt mede doordat jongeren geen aangifte doen van intimidatie of druk uit circuit. Ook zijn eerdere onderzoeken van o.a. GGD op dit gebied gestopt. Belemmering 2: Spanningsveld tussen de ambities en capaciteit: er is geen structurele financiering voor deze interventie, terwijl de opgave groot is. Belemmering 3: Zorg en veiligheid spreken soms een andere taal en ervaren soms een andere urgentie van het probleem (‘dit gebeurt niet in Zwolle’). Dit kan een uitdaging zijn voor de samenwerking. 1) Op basis van onderzoek https://www.zichtopondermijning.nl/ in 2019
Conceptversie 4. Interventies en hun kenmerken
Hervorming dyslexie| kenmerken Doel | wat beoogt de interventie Het doel van de interventie is om aanmeldingen en gebruik dyslexiezorg in overeenstemming brengen met landelijk niveau. De aanleiding is dat het gebruik van dyslexiezorg in 2018 en 2019 2x zo hoog was als landelijk gemiddeld.
Werkwijze | wat wordt er anders gedaan door de interventie? 1. Aanstellen van poortwachter die meekijkt op aanmeldingen voor diagnostiek of behandeling voor dyslexie 2. Versterken preventie in het lees- en spellingsonderwijs. Expertisecentra onderwijs maken in 2e kwartaal concreet plan. 3. Projectgroep heeft keuze gemaakt voor in te zetten extra ondersteuning. Expertisecentra onderwijs pakken uitvoering op.
Resultaten | wat levert de interventie op
Doelgroep | voor wie moet het tot verandering leiden?
De interventie richt zich op scholen en op kinderen die leesen spellingsproblemen ervaren.
Status | waar staat de interventie wat betreft planning
Proeftuin is gestart in 2022 en loopt in schooljaren 2022 – 2023 en 2023 – 2024
Rond de 15 scholen doen mee. Op basis van cijfers van de afgelopen drie jaar is een lichte daling in het gebruik van dyslexiezorg waar te nemen. Dit kan echter ook komen door de coronapandemie. Mogelijk zit er daardoor een vertraging in het effect en kunnen de eerdere spel- en leesachterstanden terugkomen.
Kansen en belemmeringen | welke (on)mogelijkheden doen zich voor? Kans 1: Door verbinding met andere gemeentelijke inzet (b.v. Alle Zwolse kinderen lezen) zijn er meer mogelijkheden voor preventie. Kans 2: Schoolbesturen staan achter de keuzes in de proeftuin; dit sluit aan op de eigen inzet voor goed lees- en spellingsonderwijs Belemmering 1: Er is voor het onderwijs geen financiële prikkel om onnodig beroep op dyslexiezorg te voorkomen. 36
Conceptversie 4. Interventies en hun kenmerken
Jeugd-/gezinswerkers bij huisarts | kenmerken Doel | wat beoogt de interventie De huisartsen zijn de grootste verwijzers. De interventie beoogt het aantal verwijzingen via de huisarts te verminderen en verwijzingen via de gemeentelijke toegang en de eigen inzet te vergoten.