CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Ontwerp PlanMER Warmteprogramma 12112025

Raad Besluitvormingsronde 9 februari 2026, gemeente ZwolleBij agendapunt: Ontwerp-Warmteprogramma Zwolle Aardgasvrij 2026-2036 inclusief PlanMER34.756 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De normen en protocollen worden per vergunning vastgesteld, waardoor deze in theorie kunnen verschillen. Over het algemeen wordt het risico via deze vergunningverlening zo afgedekt. Ook de wijze van monitoring dient te worden omschreven in de vergunningen aanvraag11. De effecten op de bodemkwaliteit worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Warmtetechniek: ondiepe geothermie Aanlegfase In de aanlegfase worden voor de winning van ondiepe geothermie boringen geplaats die lokaal zorgen voor verstoring van de lagen in de ondergrond. Kwaliteitsprotocollen voorkomen dat bij het plaatsen van de boringen bodem en ondergrond verontreinigd raken met de chemicaliën die nodig zijn om op diepte te kunnen boren. Tijdens de aanleg dient opgeboorde bodemmateriaal en grondwater afgevoerd te worden. De effecten op de bodemkwaliteit worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als negatief (-) beoordeeld. Gebruiksfase Tijdens de gebruiksfase van de ondiepe geothermie-winning is er kans op lekkages vanuit het buizensysteem van het opgepompte water. Indien er verontreinigingen in het opgepompte water zitten of de kwaliteit lager is dan het ondiepe grondwater, kunnen de lekkages de kwaliteit van de bodem en ondergrond lokaal verslechteren.

10 In 2021 is de ‘Industriestandaard Duurzaam Puntontwerp’ gepubliceerd om te komen tot een zo veilig mogelijk en verantwoord puntontwerp

over de volledige levenscyclus, van ontwerp tot en met ontmanteling. 11 Nederlandse Olie- en Gasportaal (NLOG) 74/181

Kenmerk

R002-1298409LME-V01-agv-NL

Ook voor ondiepe geothermie geldt dat een omgevingsvergunning nodig is voor de milieubelastende activiteit mijnbouw (Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bal), paragraaf 3.10.1). Net als bij diepe geothermie bevat deze vergunning regels en voorschriften gericht op bodembescherming, waarbij de exacte normen en protocollen per vergunning worden vastgesteld. Hoewel er verschillen mogelijk zijn tussen vergunningen, wordt in de praktijk het risico op deze manier zo beheerst. De effecten op de bodemkwaliteit worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Warmtetechniek: buurtwarmtepomp Aanlegfase Een buurtwarmtepomp is een collectieve lucht-water warmtepomp die wordt aangelegd in de buurt. Voor de aanleg van een buurtwarmtepomp zijn geen diepe boringen of graafwerkzaamheden nodig. Daarom wordt verwacht dat er geen effecten op de bodemkwaliteit optreden. De effecten op de bodemkwaliteit worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Gebruiksfase In de gebruiksfase worden geen effecten op de bodemkwaliteit verwacht van de buurtwarmtepomp. De effecten op de bodemkwaliteit worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld.

Warmtetechniek: thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) Aanlegfase Voor de aanleg van installaties voor oppervlaktewaterwinning zijn geen diepe boringen of graafwerkzaamheden nodig. Er zijn wel graafwerkzaamheden nodig voor de aanleg van het inlaat- en uitlaatwerk en het leidingnet. Deze werkzaamheden zijn beperkt, maar veroorzaken enige verslechtering van de chemische, fysische en biologische kwaliteit van de bodem. De effecten op de bodemkwaliteit worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als negatief (-) beoordeeld. Gebruiksfase In de gebruiksfase worden geen effecten op de bodemkwaliteit verwacht van de installaties voor oppervlaktewaterwinning. De effecten op de bodemkwaliteit worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Warmtetechniek: thermische energie uit afvalwater (TEA) Aanlegfase Bij TEA wordt warmte uit afvalwater gewonnen. Hiervoor zijn verschillende installaties nodig, waaronder een warmtewisselaar, pompinstallatie en warmtepomp. Deze installaties worden geplaatst bij de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI). Voor de aanleg van de installaties zijn geen diepe boringen of graafwerkzaamheden nodig. Daarom wordt verwacht dat er geen effecten op de bodemkwaliteit optreden. De effecten op de bodemkwaliteit worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als neutraal (0) beoordeeld.

Gebruiksfase In de gebruiksfase worden geen effecten op de bodemkwaliteit verwacht van de installaties voor thermische energie uit afvalwater. De effecten op de bodemkwaliteit worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld.

75/181

Kenmerk

R002-1298409LME-V01-agv-NL

Warmtetechniek: groen gas Aanlegfase Bij de aanleg van de groengasinstallatie in Zwolle zijn er geen effecten op de bodemkwaliteit te verwachten, op voorwaarde dat gebruik wordt gemaakt van het huidige bestaande gasnet. De effecten op de bodemkwaliteit worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Gebruiksfase In de gebruiksfase worden geen effecten op de bodemkwaliteit verwacht van de groengasinstallatie in Zwolle. De effecten op de bodemkwaliteit worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. 4.2.1.2 Alternatief 2: Voorkeursoptie (met een groengasinstallatie buiten de gemeente) De effecten van alternatief 2 zijn overeenkomstig met de effectenbeoordeling voor alternatief 1, zoals omschreven in voorgaande paragraaf. Hieronder wordt ingegaan op de verschillen tussen beide alternatieven wat betreft de effecten van een groengasinstallatie. Warmtetechniek: groengasinstallatie buiten gemeente Zwolle Aanlegfase In dit alternatief wordt geen groengasinstallatie gerealiseerd in Zwolle. Wanneer de groengasinstallatie buiten de gemeente wordt gebruikt, zal er geen effect op de bodemkwaliteit in Zwolle optreden. De effecten op de bodemkwaliteit worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Gebruiksfase In dit alternatief wordt geen groengasinstallatie gerealiseerd in Zwolle.

Wanneer de groengasinstallatie buiten de gemeente wordt gebruikt, worden er geen effect op de bodemkwaliteit in Zwolle verwacht. De effecten op de bodemkwaliteit worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. 4.2.1.3 Alternatief 3: alle buurten op een warmtepomp Aanlegfase Er zijn voor de aanlegfase geen effecten te verwachten op de bodemkwaliteit voor de individuele luchtwater warmtepomp. De effecten op de bodemkwaliteit worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Gebruiksfase Er zijn voor de gebruiksfase geen effecten te verwachten op de bodemkwaliteit voor de warmtetechniek individuele lucht-water warmtepomp. De effecten op de bodemkwaliteit worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. 4.2.1.4 Effectbeoordeling bodemkwaliteit De tabel hieronder toont een overzicht van de effectbeoordeling die hierboven staat omschreven.

76/181

Kenmerk

R002-1298409LME-V01-agv-NL

Tabel 4.6 Overzicht effectbeoordeling bodemkwaliteit Alternatief

Warmte-infrastructuur

Warmtetechniek

Beoordeling aanleg (A) en gebruiksfase (G)

1

Elektrisch

Lucht-water warmtepomp

Warmtenet

2 3

4.2.2

Elektrisch

A: 0 A: -

G: 0 G: +

G: 0

WKO

A: -

G: 0

Diepe geothermie

A: -

G: 0

Ondiepe geothermie

A: -

G: 0

Buurtwarmtepomp

A: 0

G: 0

TEO

A: -

G: 0

TEA

A: 0

G: 0

Groen gas

A: 0

G: 0

Groen gas buiten gemeente Zwolle

A: 0

G: 0

Lucht-water warmtepomp

A: 0

G: 0

G: -

Effectbeschrijving ondergronds ruimtegebruik

Tabel 4.7 Beoordelingskader ondergronds ruimtegebruik Pictogram

Beoordeling

Klassegrenzen

++

Zeer positief effect ten opzichte van referentiesituatie

Er komt over grotere gebieden meer ondergrondse ruimte beschikbaar, meer wortelruimte bodem en ander groen

+

Positief effect ten opzichte van referentiesituatie

Er komt lokaal ondergrondse ruimte beschikbaar, meer wortelruimte bodem en ander groen

0

Geen effect ten opzichte van referentiesituatie

Beperkte/geen ondergrondse ruimteclaim die goed inpasbaar is in de bestaande situatie, geen beperking voor de wortelruimte bomen en ander groen

-

Negatief effect ten opzichte van referentiesituatie

Aanzienlijk ondergrondse ruimteclaim die inpasbaar is in de bestaande situatie, enige beperking voor de wortelruimte bomen en ander groen

--

Zeer negatief effect ten opzichte van referentiesituatie

Aanzienlijke ondergrondse ruimteclaim die nauwelijks inpasbaar is in de bestaande situatie, grote beperking voor de wortelruimte bomen en ander groen

Aangezien het ruimtegebruik in de ondergrond in zowel de aanleg- als gebruiksfase min of meer gelijk is, worden beide fases voor deze indicator samen beschouwd. Verder wordt de indicator op wijkniveau beoordeeld, tenzij de beoogde locatie van de warmtetechniek bekend is. Dan wordt de indicator locatiespecifiek beschouwd.

77/181

Kenmerk

4.2.2.1

R002-1298409LME-V01-agv-NL

Alternatief 1: Voorkeursoptie (met een groengasinstallatie in de gemeente)

Warmtetechniek: lucht-water warmtepomp Aanleg- en gebruiksfase Voor lucht-water warmtepompen is er geen ondergronds ruimteclaim. De effecten op het ondergronds ruimtegebruik worden daarom bij deze warmtetechniek voor alle wijktypologieën in zowel de aanleg- als de gebruiksfase als neutraal (0) beoordeeld. Warmte-infrastructuur: warmtenet Aanleg- en gebruiksfase Een warmtenet vereist een aanzienlijke claim op de ondergrondse ruimte, zie Figuur 4.2. In rustige woongebieden en op bedrijventerreinen is er doorgaans voldoende ruimte om het warmtenet aan te leggen onder de bestaande verharding, waardoor er geen beperkingen zijn voor het huidige ondergrondse ruimtegebruik. De effecten op het ondergronds ruimtegebruik worden daarom bij deze warmtetechniek voor rustige woongebieden en op bedrijventerreinen in zowel de aanleg- als de gebruiksfase als neutraal (0) beoordeeld. In gemengd gebied is het echter moeilijker om het warmtenet in te passen door het bestaande druk op het ondergrondse ruimtegebruik. Kabels en leidingen maar ook wortels van bomen en groen kunnen de inpassing bemoeilijken. De effecten op het ondergronds ruimtegebruik worden daarom bij deze warmtetechniek voor gemengd gebied en in zowel de aanleg- als de gebruiksfase als negatief (-) beoordeeld. In hoogstedelijk gebied is dit effect nog groter.

Er zal moeten worden ingegrepen in het bestaande ondergrondse ruimtegebruik, bijvoorbeeld door het kappen van bomen, het verwijderen van groenstructuren en het omleggen van kabels en leidingen. De effecten op het ondergronds ruimtegebruik worden daarom bij deze warmtetechniek voor hoogstedelijk gebied in zowel de aanleg- als de gebruiksfase als zeer negatief (--) beoordeeld.

78/181

Kenmerk

R002-1298409LME-V01-agv-NL

Figuur 4.2 Weergave van de ondergrondse buizen die worden aangelegd voor een warmtenet. (bron: https://www.duurzaambouwloket.nl/maatregel/warmtenet)

Warmtetechniek: WKO Aanleg- en gebruiksfase Een WKO vereist een bepaalde claim op de ondergrondse ruimte. In rustige woongebieden en op bedrijventerreinen is er doorgaans voldoende ruimte om een WKO-installatie aan te leggen onder de bestaande verharding of groenstructuur, waardoor er geen sterke beperkingen zijn voor het huidige ondergrondse ruimtegebruik. De effecten op het ondergronds ruimtegebruik worden daarom bij deze warmtetechniek voor rustige woongebieden en op bedrijventerreinen in zowel de aanleg- als de gebruiksfase als neutraal (0) beoordeeld. In hoogstedelijk en gemengd gebied is het echter moeilijker om een WKO-installatie in te passen door het bestaande druk op de ruimte in de ondergrond. De effecten op het ondergronds ruimtegebruik worden daarom bij deze warmtetechniek voor hoogstedelijk en gemengd gebied en in zowel de aanleg- als de gebruiksfase als negatief (-) beoordeeld. Warmtetechniek: diepe geothermie Aanleg- en gebruiksfase De diepe geothermie bron in Zwolle wordt gerealiseerd in het buitengebied. Over het algemeen is er voldoende ruimte in de ondergrond in het buitengebied. De effecten op het ondergronds ruimtegebruik worden daarom bij deze warmtetechniek voor alle wijktypologieën in zowel de aanleg- als de gebruiksfase als neutraal (0) beoordeeld.

79/181

Kenmerk

R002-1298409LME-V01-agv-NL

Warmtetechniek: ondiepe geothermie Aanleg- en gebruiksfase Ondiepe geothermie vereist een bepaalde claim op de ondergrondse ruimte. In rustige woongebieden en op bedrijventerreinen is er doorgaans voldoende ruimte om ondiepe geothermie aan te leggen onder de bestaande verharding of groenstructuur, waardoor er geen sterke beperkingen zijn voor het huidige ondergrondse ruimtegebruik. De effecten op het ondergronds ruimtegebruik worden daarom bij deze warmtetechniek voor rustige woongebieden en op bedrijventerreinen in zowel de aanleg- als de gebruiksfase als neutraal (0) beoordeeld. In hoogstedelijk en gemengd gebied is het echter moeilijker om ondiepe geothermie in te passen door het bestaande druk op de ruimte in de ondergrond. De effecten op het ondergronds ruimtegebruik worden daarom bij deze warmtetechniek voor hoogstedelijk en gemengd gebied en in zowel de aanleg- als de gebruiksfase als negatief (-) beoordeeld. Warmtetechniek: buurtwarmtepomp Aanleg- en gebruiksfase Een buurtwarmtepomp is een collectieve lucht-water warmtepomp die wordt aangelegd in de buurt. Bij de aanleg van een buurtwarmtepomp zijn er geen uitgebreide graafwerkzaamheden nodig, waardoor het ruimtegebruik ondergronds beperkt is. De effecten op het ondergronds ruimtegebruik worden daarom bij deze warmtetechniek voor alle wijktypologieën in zowel de aanleg- als de gebruiksfase als neutraal (0) beoordeeld.

Warmtetechniek: thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) Aanleg- en gebruiksfase Bij thermische energie uit oppervlaktewater zijn er geen uitgebreide graafwerkzaamheden nodig, waardoor het ruimtegebruik ondergronds beperkt is. De effecten op het ondergronds ruimtegebruik worden daarom bij deze warmtetechniek voor alle wijktypologieën in zowel de aanleg- als de gebruiksfase als neutraal (0) beoordeeld. Warmtetechniek: thermische energie uit afvalwater (TEA) Aanleg- en gebruiksfase Bij TEA wordt warmte uit afvalwater gewonnen. Hiervoor zijn verschillende installaties nodig, waaronder een warmtewisselaar, pompinstallatie en warmtepomp. Deze installaties zullen worden geplaatst bij de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI). Voor de aanleg van de installaties zijn geen uitgebreide graafwerkzaamheden nodig, waardoor het ruimtegebruik ondergronds beperkt is. De effecten op het ondergronds ruimtegebruik worden daarom bij deze warmtetechniek voor alle wijktypologieën in zowel de aanleg- als de gebruiksfase als neutraal (0) beoordeeld. Warmtetechniek: groen gas Aanleg- en gebruiksfase De groengasinstallatie in Zwolle wordt buiten de bebouwde kom gerealiseerd, op bedrijventerrein Hessenpoort. In het buitengebied is over het algemeen voldoende ruimte in de ondergrond, dus naar verwachting ook op deze locatie.

Er zijn bovendien geen uitgebreide graafwerkzaamheden nodig, waardoor het ruimtegebruik ondergronds beperkt blijft. Zeker wanneer gebruik wordt gemaakt van het bestaande gasnet. De effecten op het ondergronds ruimtegebruik worden daarom bij deze warmtetechniek voor alle wijktypologieën in zowel de aanleg- als de gebruiksfase als neutraal (0) beoordeeld.

80/181

Kenmerk

R002-1298409LME-V01-agv-NL

4.2.2.2 Alternatief 2: Voorkeursoptie (met een groengasinstallatie buiten de gemeente) De effecten van alternatief 2 zijn overeenkomstig met de effectenbeoordeling voor alternatief 1, zoals omschreven in voorgaande paragraaf. Hieronder wordt ingegaan op de verschillen tussen beide alternatieven wat betreft de effecten van een groengasinstallatie. Warmtetechniek: groengasinstallatie buiten gemeente Zwolle Aanleg- en gebruiksfase In dit alternatief wordt geen groengasinstallatie gerealiseerd in Zwolle. Wanneer de groengasinstallatie buiten gemeente Zwolle wordt gerealiseerd, zal er gebruik gemaakt kunnen worden van het bestaande gasnet voor de distributie. De effecten op het ondergronds ruimtegebruik worden daarom bij deze warmtetechniek voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase als neutraal (0) beoordeeld. 4.2.2.3 Alternatief 3: alle buurten op een warmtepomp Aanleg- en gebruiksfase Er is voor individuele lucht-water warmtepompen geen ondergronds ruimteclaim. Voor zowel hoogstedelijk gebied als ruimer opgezette wijken, zoals gemiddelde en rustige woongebieden en bedrijventerreinen, zijn lucht-water warmtepompen geen beperking voor de wortelruimte voor bomen en ander groen. De effecten op het ondergronds ruimtegebruik worden daarom bij deze warmtetechniek voor alle wijktypologieën in zowel de aanleg- als de gebruiksfase als neutraal (0) beoordeeld.

4.2.2.4 Effectbeoordeling ondergronds ruimtegebruik De tabel hieronder toont een overzicht van de effectbeoordeling die hierboven staat omschreven. Tabel 4.8 Overzicht effectbeoordeling ondergronds ruimtegebruik Alternatief

Warmte-

Warmtetechniek

Wijktypologie

Lucht-water

Hoogstedelijk gebied

A: 0

G: 0

warmtepomp

Gemengd gebied

A: 0

G: 0

Rustig woongebied

A: 0

G: 0

Bedrijventerrein

A: 0

G: 0

Hoogstedelijk gebied

A: --

G: --

Gemengd gebied

A: -

G: -

Rustig woongebied

A: 0

G: 0

Bedrijventerrein

A: 0

G: 0

Hoogstedelijk gebied

A: -

G: -

Gemengd gebied

A: -

G: -

Rustig woongebied

A: 0

G: 0

Bedrijventerrein

A:0

G: 0

Diepe geothermie

Locatiespecifiek

A: 0

G: 0

Ondiepe geothermie

Hoogstedelijk gebied

A: -

G: -

Gemengd gebied

A: -

G: -

Rustig woongebied

A: 0

G: 0

Bedrijventerrein

A: 0

G: 0

infrastructuur 1

Elektrisch

Beoordeling aanleg (A) en gebruiksfase (G)

Warmtenet

WKO

81/181

Kenmerk

Alternatief

R002-1298409LME-V01-agv-NL

Warmte-

Warmtetechniek

Wijktypologie

infrastructuur

gebruiksfase (G) Buurtwarmtepomp

Hoogstedelijk gebied

A: 0

G: 0

Gemengd gebied

A: 0

G: 0

Rustig woongebied

A: 0

G: 0

Bedrijventerrein

A: 0

G: 0

Hoogstedelijk gebied

A: 0

G: 0

Gemengd gebied

A: 0

G: 0

Rustig woongebied

A: 0

G: 0

Bedrijventerrein

A: 0

G: 0

Hoogstedelijk gebied

A: 0

G: 0

Gemengd gebied

A: 0

G: 0

Rustig woongebied

A: 0

G: 0

Bedrijventerrein

A: 0

G: 0

Groen gas

Locatiespecifiek

A: 0

G: 0

Groen gas buiten

N.v.t.

A: 0

G: 0

TEO

TEA

2

gemeente Zwolle 3

Elektrisch

Beoordeling aanleg (A) en

Lucht-water

Hoogstedelijk gebied

A: 0

G: 0

warmtepomp

Gemengd gebied

A: 0

G: 0

Rustig woongebied

A: 0

G: 0

Bedrijventerrein

A: 0

G: 0

4.2.3 Effectbeschrijving geïnduceerde bevingen (geothermie) Geïnduceerde bevingen verwijzen naar aardbevingen die worden veroorzaakt door menselijke activiteiten, zoals de winning van natuurlijke hulpbronnen (bijvoorbeeld olie en gas), geothermische energie of de injectie of extractie van vloeistoffen in de ondergrond. Tabel 4.9 Beoordelingskader geïnduceerde bevingen Pictogram Beoordeling

Klassegrenzen

++

Zeer positief effect ten opzichte van referentiesituatie

Het risico op geïnduceerde bevingen neemt sterk af.

+

Positief effect ten opzichte van referentiesituatie

Het risico op geïnduceerde bevingen neemt af.

0 --

Geen effect ten opzichte van referentiesituatie Negatief effect ten opzichte van referentiesituatie Zeer negatief effect ten opzichte van referentiesituatie

Het risico op geïnduceerde bevingen neemt niet toe, maar ook niet af. Het risico op geïnduceerde bevingen neemt toe. Het risico op geïnduceerde bevingen neemt sterk toe.

Deze indicator is relevant voor diepe en ondiepe geothermie. Andere warmtetechnieken hebben geen effect op geïnduceerde bevingen. Daarom worden deze technieken niet beschouwd in de beoordeling van deze indicator.

82/181

Kenmerk

4.2.3.1

R002-1298409LME-V01-agv-NL

Alternatief 1: Voorkeursoptie (met een groengasinstallatie in de gemeente)

Warmtetechniek: diepe geothermie Aanlegfase Geothermie Nederland, de brancheorganisatie voor bedrijven en instellingen die in de geothermie werkzaam zijn, heeft een factsheet genaamd ‘Aardwarmte en seismiciteit, risico’s en veiligheid’12 opgesteld. Hierin staat dat de vergunninghouder (het aardwarmtebedrijf) verplicht is een uitgebreid geologisch onderzoek uit te voeren voordat een boring kan beginnen. Voor de diepe geothermie in Zwolle is het geologische rapport SDE++ Warmtebron Zwolle13 opgesteld ter ondersteuning van de SDE++aanvraag voor het project Aardwarmtebron Zwolle. De beoogde locatie voor diepe geothermie bevindt zich in Zwolle-Noord. Ter hoogte van deze projectlocatie zijn enkele breuken aanwezig. Volgens de kaart van het KNMI met het meest recente aardbevingen (zie Figuur 4-3), met zowel geïnduceerde als natuurlijke aardbevingen, blijkt dat er in de omgeving van Zwolle, en dus ook bij de projectlocatie, geen aardbevingen zijn geregistreerd.

Figuur 4.3 De meest recente aardbevingscatalogus van het KNMI (gele stippen zijn geïnduceerde seismische verschijnselen en blauwe stippen zijn natuurlijke verschijnselen)

Uit het geologische rapport blijkt dat er geen breuken zichtbaar zijn langs de voorgestelde boortrajecten. Doordat er geen breuken langs de boortrajecten zijn waargenomen, wordt het risico op het veroorzaken van geïnduceerde bevingen door het boren als minimaal ingeschat. De effecten ten gevolge van geïnduceerde bevingen worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als negatief (-) beoordeeld.

12 https://geothermie.nl/downloads/Factsheet_Aardwarmte_en_Seismiciteit.pdf 13 SDE++ Warmtebron Zwolle Geological report, IF Technology, 23 september 2022.

83/181

Kenmerk

R002-1298409LME-V01-agv-NL

Gebruiksfase Uit het geologische rapport blijkt dat er gemiddeld potentieel is voor het veroorzaken van seismische activiteit, en dus ook geïnduceerde bevingen. Aangezien de productie- en injectieputten horizontaal geboord zullen worden (in plaats van verticaal) in het watervoerend pakket en een aanzienlijke lengte hebben (1.000 m), wordt verwacht dat de score een overschatting is van de werkelijke effecten en dus van het werkelijke risico op het veroorzaken van seismische activiteit. Uit reservoirmodellering blijkt dat vanwege de aanzienlijke lengte van de schermen de thermische effecten van de geothermische put de nabijgelegen breuken niet bereiken. De score is daarom aangepast aan het concept van horizontale putten, wat resulteert in een eindscore van 0,3: de categorie van laag potentieel voor het veroorzaken van geïnduceerde bevingen. De effecten ten gevolge van geïnduceerde bevingen worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als negatief (-) beoordeeld. Warmtetechniek: ondiepe geothermie Aanlegfase Voor ondiepe geothermie geldt een risico op geïnduceerde bevingen. De mate van risico hangt echter sterk af van de exacte locatie van de boring en de aanwezigheid van breuklijnen in de ondergrond. Voor diepe geothermie in Zwolle is er al een specifieke locatie onderzocht, waaruit blijkt dat het risico relatief laag is.

Voor ondiepe geothermie doet de gemeente momenteel onderzoek naar de concrete toepasbaarheid van ondiepe geothermie. De verwachting is dat het risico lager ligt dan bij diepe geothermie, maar dit moet nog worden onderbouwd. Bij gebrek aan (locatiespecifiek) onderzoek wordt ondiepe geothermie in dit stadium op dezelfde manier beoordeeld als diepe geothermie. En onder voorbehoud dat er onderzoek wordt uitgevoerd wanneer de exacte locatie(s) bekend is/zijn. Ook zal er te zijner tijd een apart project-mer moeten worden wordt uitgevoerd. De effecten ten gevolge van geïnduceerde bevingen worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom voor nu als negatief (-) beoordeeld. Gebruiksfase Bij gebrek aan (locatiespecifiek) onderzoek wordt ondiepe geothermie in dit stadium op dezelfde manier beoordeeld als diepe geothermie. En onder voorbehoud dat er onderzoek wordt uitgevoerd wanneer de exacte locatie(s) bekend is/zijn. Ook zal er te zijner tijd een apart project-mer moeten worden wordt uitgevoerd. De effecten ten gevolge van geïnduceerde bevingen worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom voor nu als negatief (-) beoordeeld. 4.2.3.2 Alternatief 2: Voorkeursoptie (met een groengasinstallatie buiten de gemeente) Deze indicator is enkel relevant voor diepe en ondiepe geothermie. Andere warmtetechnieken hebben geen effect op geïnduceerde bevingen.

Daarom worden deze technieken niet beschouwd in de beoordeling van deze indicator. 4.2.3.3 Alternatief 3: alle buurten op een warmtepomp Deze indicator is enkel relevant voor diepe en ondiepe geothermie. Andere warmtetechnieken hebben geen effect op geïnduceerde bevingen. Daarom worden deze technieken niet beschouwd in de beoordeling van deze indicator.

84/181

Kenmerk

R002-1298409LME-V01-agv-NL

4.2.3.4 Effectbeoordeling geïnduceerde bevingen (geothermie) De tabel hieronder toont een overzicht van de effectbeoordeling die hierboven staat omschreven. Tabel 4.10 Overzicht effectbeoordeling geïnduceerde bevingen (geothermie) Alternatief

Warmte-infrastructuur

Warmtetechniek

Beoordeling aanleg (A) en gebruiksfase (G)

1

Diepe geothermie

A: -

G: -

Ondiepe geothermie

A: -

G: -

4.3

Water

4.3.1

Effectbeschrijving grondwater

Tabel 4.11 Beoordelingskader grondwater Pictogram

Beoordeling

Klassegrenzen

++

Zeer positief effect ten opzichte van referentiesituatie

Een significante verbetering van de grondwaterkwaliteit en/of kwantiteit ten opzichte van de referentiesituatie.

+

Positief effect ten opzichte van referentiesituatie

Enigszins verbetering van de grondwaterkwaliteit en/of -kwantiteit ten opzichte van de referentiesituatie.

0

Geen effect ten opzichte van referentiesituatie

Geen effect op de grondwaterkwaliteit en -kwantiteit ten opzichte van de referentiesituatie.

-

Negatief effect ten opzichte van referentiesituatie

Enigszins verslechtering van de grondwaterkwaliteit en/of kwantiteit ten opzichte van de referentiesituatie.

--

Zeer negatief effect ten opzichte van referentiesituatie

Significante verslechtering van de grondwaterkwaliteit en/of kwantiteit ten opzichte van de referentiesituatie.

4.3.1.1

Alternatief 1: Voorkeursoptie (met een groengasinstallatie in de gemeente)

Warmtetechniek: lucht-water warmtepomp Aanlegfase Er worden geen effecten verwacht tijdens de aanleg van lucht-water warmtepompen op het grondwater. De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Gebruiksfase Er worden geen effecten verwacht tijdens het gebruik van lucht-water warmtepompen op het grondwater. De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Warmte-infrastructuur: warmtenet Aanlegfase Bij de aanleg van een warmtenet wordt een uitgebreid leidingstelsel op ongeveer één meter diepte aangelegd. Tijdens de aanleg van leidingen voor het warmtenet is het aannemelijk dat men grondwater tegenkomt, vooral omdat de grondwaterstand in veel delen van Zwolle in het winter-/voorjaarsseizoen rond 1 meter onder het maaiveld ligt. Om de grondwaterstand tijdelijk te verlagen, is bemaling nodig, waarbij het onttrokken grondwater meestal wordt afgevoerd naar een hemelwaterriool of naar oppervlaktewater. 85/181

Kenmerk

R002-1298409LME-V01-agv-NL

Hoewel het mogelijk is om het onttrokken grondwater terug in de bodem te injecteren (retourbemaling), wordt dit zelden toegepast, tenzij er specifieke redenen voor zijn. Dit heeft effect op zowel de grondwaterkwaliteit als de kwantiteit. De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als negatief (-) beoordeeld. Gebruiksfase De warmte die in de gebruiksfase van het warmtenet door de leidingen gaat kan zorgen voor (enige) opwarming van grondwater. Dit is sterk afhankelijk van de isolatiewaarde van de leiding, en mogelijke degradatie van isolatiemateriaal rondom de leiding als gevolg van langdurig gebruik (slijtages). Ten opzichte van de referentiesituatie kan dit bij hoge temperatuur warmtenetten (enige) opwarming veroorzaken. De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom bij hoge temperatuur als negatief (-) beoordeeld en bij lage temperatuur neutraal (0). Warmtetechniek: WKO Aanlegfase Bij de aanleg van een WKO vinden boringen in de ondergrond plaats. Daarnaast kunnen de waterscheidende lagen door de boringen verstoord worden met risico op verplaatsing van grondwater wat een negatief effect heeft op de grondwaterkwaliteit.

Voor het aanleggen van de WKO zijn mogelijk bemalingen nodig (dit is locatiespecifiek en seizoensgebonden) hiervoor wordt (grond)water gebruikt, dit beïnvloedt de grondwaterkwantiteit. De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als negatief (-) beoordeeld. Gebruiksfase In de gebruiksfase kan een WKO lokaal verandering in stijghoogtes hebben (toename en afname, wisselend per seizoen, afhankelijk van het gekozen systeem en de aanwezigheid van een kleilaag). Daarnaast kan een WKO ook nabijgelegen WKO-systemen beïnvloeden (dit kan zowel positief als negatief effect zijn). Een WKO-systeem heeft effect op de bodemtemperatuur. Lokaal wordt deze verwarmd of afgekoeld in een range van minimaal 5 tot maximaal 25 graden, afhankelijk van het type bron. Door afwisselende opwarming en afkoeling wordt ook de biologische kwaliteit van het grondwater lokaal beïnvloed. Een WKO-systeem kan in theorie leiden tot een toename van de verspreiding van reeds aanwezige grondwaterverontreiniging. Bij een slimme plaatsing van de bronnen kan het echter ook juist de verspreiding van aanwezige grondwaterverontreiniging beperken. Dit wordt ook wel WKO+ genoemd, door de verplaatsing van de verontreiniging worden concentraties gereduceerd en door menging wordt de natuurlijke afbraak gestimuleerd.

Verder is monitoring van de bodemenergiesystemen, zowel open als gesloten, van groot belang. Het uitvoeren van monitoring op de effectiviteit van het WKO-systeem en het controleren op mogelijke lekkages, in overeenstemming met BRL 11000, zorgt ervoor dat eventuele problemen snel worden opgespoord en aangepakt, waardoor de impact op het drinkwater geminimaliseerd wordt. Regelmatige monitoring van de grondwaterkwaliteit volgens BRL 11000 is verplicht. Dit helpt om de effecten op het grondwater te volgen en ervoor te zorgen dat de kwaliteit op peil blijft.

86/181

Kenmerk

R002-1298409LME-V01-agv-NL

De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom zowel positief (+) als negatief (-) beoordeeld. Warmtetechniek: diepe geothermie Aanlegfase In dit alternatief wordt een bovengrondse boorlocatie (0,6-1,0 ha) met bijbehorende warmtewisselaar (0,5 ha) aangelegd ten noorden van Aa-landen. Daarnaast worden verschillende waterscheidende lagen doorboort waardoor risico’s op verslechtering van de grondwaterkwaliteit optreden. Het kwaliteitsprotocol (Industriestandaard Duurzaam Putontwerp) dient om risico’s14 voor grondwaterkwaliteit te voorkomen en moet worden nageleefd. Echter wordt er mogelijk door een scheidende bodemlaag geboord en daar zit een potentieel risico aan vast. De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als negatief (-) beoordeeld. Gebruiksfase Door lekkages tijdens de geothermie-winning kunnen giftige stoffen in het grondwater terecht komen of grondwater van een andere samenstelling dan lokaal voorkomt. Het kwaliteitsprotocol (Industriestandaard Duurzaam Putontwerp) moet dit voorkomen. Dit protocol stelt sinds 2021 een dubbele barrière verplicht in het bovenste deel van de put. Dit maakt continue monitoring mogelijk. Daarnaast wordt de boorspoeling zorgvuldig samengesteld. Een boorspoeling dient ervoor om boorgruis, dat loskomt tijdens het boren, naar de oppervlakte af te voeren.

Boorspoeling voorkomt schade aan het grondwater en houdt de putwand stabiel. Tot slot wordt de put continu gemonitord op lekkages en slijtage, volgens een putintegriteitsplan dat elk aardwarmtebedrijf moet opstellen. De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Warmtetechniek: ondiepe geothermie Aanlegfase Ondiepe geothermie is onderdeel van dit alternatief. Dit geeft grote risico’s voor grondwaterkwaliteit, wanneer deze boringen plaatsvinden in watervoerende pakketten. De chemicaliën die nodig zijn om op diepte te kunnen boren, kunnen in dit grondwater terechtkomen. De kwaliteitsprotocollen (BRL SIKB) dienen deze risico's te voorkomen en moeten worden nageleefd. Daarnaast worden mogelijk verschillende water scheidende lagen doorboort waardoor risico’s op verslechtering grondwaterkwaliteit optreden (verspreiding van verontreiniging). De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom negatief (-) beoordeeld. Gebruiksfase Door lekkages tijdens de geothermie-winning kunnen giftige stoffen in het grondwater terecht komen of grondwater van een andere samenstelling dan lokaal voorkomt. De kwaliteitsprotocollen (BRL SIKB) dienen deze risico's te voorkomen en moeten worden nageleefd.

De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld.

14 De chemicaliën die nodig zijn om op diepte te kunnen boren, kunnen in dit grondwater terechtkomen. Daarnaast worden verschillende water

scheidende lagen doorboort waardoor risico’s op verslechtering van de grondwaterkwaliteit kunnen optreden. 87/181

Kenmerk

R002-1298409LME-V01-agv-NL

Warmtetechniek: buurtwarmtepomp Aanlegfase Een buurtwarmtepomp is een collectieve lucht-water warmtepomp die wordt aangelegd in de buurt. Er worden geen effecten verwacht tijdens de aanleg van buurtwarmtepomp op het grondwater. De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Gebruiksfase Er worden geen effecten verwacht tijdens het gebruik van buurtwarmtepomp op het grondwater. De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Warmtetechniek: thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) Aanlegfase De plaatsing van een TEO-installatie kan negatieve effecten hebben op het grondwater, vooral in de voorbereidende fase en bij de aan- en afvoer van materialen en materieel. Voorbereidende werkzaamheden, zoals het plaatsen van leidingen, filters en andere constructies, kunnen tijdelijk de grondwaterstand verstoren. Dit kan leiden tot tijdelijke veranderingen in de grondwaterstand. De aan- en afvoer van deze materialen kan ook leiden tot bodemverdichting en verstoring van de ondergrond, wat de waterdoorlatendheid beïnvloedt en mogelijk schadelijke stoffen in het grondwater kan introduceren. De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom negatief (-) beoordeeld.

Gebruiksfase Er worden geen effecten verwacht tijdens het gebruik van TEO op het grondwater. De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Warmtetechniek: thermische energie uit afvalwater (TEA) Aanlegfase Bij TEA wordt warmte uit afvalwater gewonnen. Hiervoor zijn verschillende installaties nodig, waaronder een warmtewisselaar, pompinstallatie en warmtepomp. Deze installaties zullen worden geplaatst bij de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI). De plaatsing van een installatie kan negatieve effecten hebben op het grondwater indien tot onder de grondwaterstand wordt ontgraven, vooral in de voorbereidende fase en bij de aan- en afvoer van materialen en materieel. Voorbereidende werkzaamheden, zoals het plaatsen van leidingen, filters en andere constructies, kunnen het grondwater verstoren. Dit kan leiden tot veranderingen in de waterstand van het grondwater. De aan- en afvoer van deze materialen kan ook lokaal leiden tot bodemverdichting en verstoring van de ondergrond, wat de waterdoorlatendheid beïnvloedt en mogelijk schadelijke stoffen in het grondwater kan introduceren. De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als negatief (-) beoordeeld. Gebruiksfase Er worden geen effecten verwacht tijdens het gebruik van TEA op het grondwater.

De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld.

88/181

Kenmerk

R002-1298409LME-V01-agv-NL

Warmtetechniek: groen gas Aanlegfase De plaatsing van een groengasinstallatie kan negatieve effecten hebben op het grondwater, vooral in de voorbereidende fase en bij de aan- en afvoer van materialen en materieel. Voordat de installatie wordt gebouwd, kunnen de werkzaamheden die nodig zijn om de installatie te installeren, zoals het plaatsen van leidingen, filters en andere constructies, het grondwater verstoren. Dit kan leiden tot veranderingen in de waterstand en de kwaliteit van het grondwater. Indien onder de groengasinstallatie een kelder of andere diepe constructie wordt gerealiseerd kan dit een blokkade vormen voor de natuurlijke grondwaterstroming. Daarnaast kunnen materialen zoals zand en klei die worden gebruikt bij de aanleg van de infrastructuur, verontreinigingen met zich meebrengen of de natuurlijke filtratieprocessen van het grondwater verstoren. De aan- en afvoer van deze materialen kan ook leiden tot bodemverdichting en verstoring van de ondergrond, wat de waterdoorlatendheid beïnvloedt en mogelijk schadelijke stoffen in het grondwater kan introduceren. De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als negatief (-) beoordeeld. Gebruiksfase Er worden geen effecten verwacht op het oppervlaktewater tijdens het gebruik van groen gas.

Een aandachtspunt in de gebruiksfase is wel om maatregelen te treffen volgens de omgevingswet gezien het risico op lekkages. Het digestaat wordt voor een deel gedroogd om te exporteren. Hierbij komt veel water uit de dunne fractie van de mest vrij. Dit water moet afgevoerd worden. Momenteel loopt een haalbaarheidsstudie, onderdeel hiervan is hoe dit restwater afgevoerd moet worden. De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld.15 4.3.1.2 Alternatief 2: Voorkeursoptie (met een groengasinstallatie buiten de gemeente) De effecten van alternatief 2 zijn overeenkomstig met de effectenbeoordeling voor alternatief 1, zoals omschreven in voorgaande paragraaf. Hieronder wordt ingegaan op de verschillen tussen beide alternatieven wat betreft de effecten van een groengasinstallatie. Warmtetechniek: groengasinstallatie buiten gemeente Zwolle Aanlegfase In dit alternatief wordt geen groengasinstallatie gerealiseerd in Zwolle. Echter wanneer de groengasinstallatie elders wordt gerealiseerd kunnen hier wel negatieve effecten optreden tijdens de aanlegfase. De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase als neutraal (0) beoordeeld. Gebruiksfase In dit alternatief wordt geen groengasinstallatie gerealiseerd in Zwolle.

De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Bij een goede installatie van de installatie elders worden hier geen (negatieve) effecten verwacht op het grondwater.

15 Een mogelijk positief neveneffect van de groengasinstallatie kan zijn dan mest niet meer wordt uitgereden over het land, dit kan de

grondwaterkwaliteit bevorderen. Aangezien deze effecten elders optreden, worden deze in de effectbeoordeling niet beschouwd. 89/181

Kenmerk

R002-1298409LME-V01-agv-NL

4.3.1.3 Alternatief 3: alle buurten op een warmtepomp Aanlegfase Er worden geen effecten verwacht tijdens de aanleg van lucht-water warmtepompen op het grondwater. De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Gebruiksfase Er worden geen effecten verwacht tijdens het gebruik van lucht-water warmtepompen op het grondwater. De effecten op het grondwater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. 4.3.1.4 Effectbeoordeling grondwater De tabel hieronder toont een overzicht van de effectbeoordeling die hierboven staat omschreven. Tabel 4.12 Overzicht effectbeoordeling grondwater Alternatief

Warmte-infrastructuur

Warmtetechniek

Elektrisch

Lucht-water warmtepomp

Beoordeling aanleg (A) en gebruiksfase (G)

1

A: 0

G: 0

A: -

G: -

G: 0

WKO

A: -

G: -

G: +

Diepe geothermie

A: -

G: 0

Ondiepe geothermie

A: -

G: 0

Buurtwarmtepomp

A: 0

G: 0

TEO

A: -

G: 0

TEA

A: -

G: 0

Groen gas

A: -

G: 0

Groen gas buiten gemeente Zwolle A: 0

G: 0

Lucht-water warmtepomp

G: 0

Warmtenet

2 3

Elektrisch

A: 0

4.3.2 Effectbeschrijving drinkwater Momenteel wordt een verontreiniging aangetrokken naar het drinkwaterwingebied. Door de inzet van WKO’s kan deze pluim beter worden beheerst, dit wordt nader toegelicht in paragraaf 5.3.1.1 onder WKO. Er kan daarom sprake zijn van een positieve invloed van de warmtetechniek op het drinkwater, zoals omschreven in de beoordelingstabel. Er is geen sprake van een zeer positief effect ten opzichte van de referentiesituatie op basis van de beoogde technieken en infrastructuur.

90/181

Kenmerk

R002-1298409LME-V01-agv-NL

Tabel 4.13 Beoordelingskader drinkwater Pictogram

Beoordeling

Klassegrenzen

++

Zeer positief effect ten opzichte van referentiesituatie

Niet van toepassing

+

Positief effect ten opzichte van referentiesituatie

Het alternatief heeft een positieve invloed op de kwaliteit van het drinkwater in de winning.

0

Geen effect ten opzichte van referentiesituatie

Het alternatief heeft geen effect op de drinkwaterkwaliteit in de winning en in de leidingen (zoals toename in temperatuur) of de kwantiteit (spuien)

-

Negatief effect ten opzichte van referentiesituatie

Het alternatief zorgt enigszins voor vermindering van de drinkwaterkwaliteit in de winning en in de leidingen (zoals toename in temperatuur) of de kwantiteit (spuien)

--

Zeer negatief effect ten opzichte van referentiesituatie

Het alternatief zorgt voor significante vermindering van drinkwaterkwaliteit in de winning en in leidingen (zoals toename in temperatuur) of –kwantiteit (spuien)

4.3.2.1 Alternatief 1: Voorkeursoptie (met een groengasinstallatie in de gemeente) Warmtetechniek: lucht-water warmtepomp Aanlegfase Er worden geen effecten verwacht tijdens de aanleg van lucht-water warmtepompen op drinkwater. De effecten op het drinkwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Gebruiksfase Er worden geen effecten verwacht tijdens het gebruik van lucht-water warmtepompen op drinkwater. De effecten op het drinkwater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Warmte-infrastructuur: warmtenet Aanlegfase Bij de aanleg van een warmtenet wordt een uitgebreid leidingstelsel op ongeveer één meter diepte aangelegd. Incidenteel kan graafschade16 voorkomen, doordat leidingen niet goed in kaart zijn gebracht en/of door andere calamiteiten. Deze calamiteiten hebben een negatieve invloed op de beschikbaarheid van drinkwater, vanwege herstelwerkzaamheden. Wanneer herstelwerkzaamheden vereist zijn, heeft dit een tijdelijke negatieve invloed op de drinkwaterbeschikbaarheid en drinkwaterkwaliteit. Na herstel moeten de leidingen gereinigd en gespoeld worden, waardoor het water tijdelijk een andere smaak kan hebben. De kans op graafschade is echter beperkt en het negatieve effect is van tijdelijke aard.

De effecten op het drinkwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als negatief (-) beoordeeld.

16 Waar voor de inwerkingtreding van de WION in 2008 deze verhouding nog werd geschat op 1 schade staat tot circa 5 meldingen, is deze

verhouding inmiddels 1 schade staat tot circa 18 meldingen geworden. (Bron: Beleidsevaluatie WIBON, 2023) 91/181

Kenmerk

R002-1298409LME-V01-agv-NL

Gebruiksfase Voor warmtenetten bestaat het risico van opwarming van het water in de drinkwaterleidingen. De warmteleidingen van een warmtenet zijn allemaal geïsoleerd, juist om te voorkomen dat ze warmte uitstralen naar de omgeving. Hoe minder warmte uitstraalt, hoe efficiënter de warmteleiding is, want warmteverlies moet voorkomen worden. Rondom de warmteleidingen zit daarom altijd een isolatiemantel die hiervoor zorgt. Lage temperatuur (LT, max. 55 °C) en zeer lage temperatuur (ZLT, max. 30 °C) warmtenetten hebben als voordeel ten opzichte van warmtenetten op hogere temperatuur (HT) dat er veel minder warmteverlies tijdens transport en distributie plaatsvindt. De kans op opwarming van het water in drinkwaterleidingen is voor deze warmtenetten dus ook kleiner. Op 24 juli 2024 tekenden de brancheorganisaties Energie Nederland (een deel van de warmteleveranciers) en Vewin (alle drinkwaterbedrijven) een overeenkomst met afspraken over gewenste afstanden tussen ondergrondse warmtenetten en drinkwaterleidingen, namelijk een voorkeur van 1,5 meter tussen leidingen. In 2024 werd ook de NEN7171-1 gepubliceerd over de ordening van ondergrondse netten.

Deze norm biedt een handvat voor het zorgvuldig omgaan met de bodem en ondergrond, in de norm is opgenomen: • Welke kabels en leidingen op hoofdlijnen bestaan en welke eigenschappen deze bezitten • Welke functies en ontwikkelingen van invloed kunnen zijn op kabels en leidingen en waarom • Wanneer sprake kan zijn van onderlinge beïnvloeding • Aan welke afspraken en aan welke (richt)afstanden (bij voorkeur) wordt voldaan Bij warmtenetten met (zeer) lage watertemperaturen (< 25 °C) is er geen effect op de watertemperatuur in de drinkwaterleidingen te verwachten. Daarmee wordt het effect op het drinkwater neutraal (0) beoordeeld. Bij hogere temperaturen kan de uitstraling iets groter zijn, wat lokaal kan leiden tot een lichte opwarming van het water in de drinkwaterleidingen. Echter wanneer wordt voldaan aan NEN7171-1 wordt dit risico uitgesloten. Daarmee wordt het effect op het drinkwater ook neutraal (0) beoordeeld. Warmtetechniek: WKO Aanlegfase De aanleg van een WKO vormt een risico voor de drinkwaterkwaliteit in de winning. Wanneer de vergunningverlening bij de boring voor een WKO zorgvuldig verloopt kunnen gereserveerde watervoerende pakketten voor de drinkwaterwinningen niet verzilt raken. De effecten op het drinkwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als neutraal (0) beoordeeld.

Gebruiksfase De installatie van een WKO zowel een positieve als negatieve effect hebben op de grond- en drinkwaterkwaliteit in de winning. Een WKO-systeem kan namelijk leiden tot een toename van de verspreiding van reeds aanwezige grondwaterverontreiniging. Maar bij een slimme plaatsing van de bronnen kan het echter ook juist de verspreiding van aanwezige grondwaterverontreiniging beperken. Dit wordt ook wel WKO+ genoemd, door de verplaatsing van de verontreiniging worden concentraties gereduceerd en door menging wordt de natuurlijke afbraak gestimuleerd. De effecten op het drinkwater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom zowel positief (+) als negatief (-) beoordeeld.

92/181

Kenmerk

R002-1298409LME-V01-agv-NL

Warmtetechniek: diepe geothermie Aanlegfase In dit alternatief wordt een bovengrondse boorlocatie (0,6-1,0 ha) met bijbehorende warmtewisselaar (0,5 ha) aangelegd ten noorden van Aa-landen. De aanleg hiervan kent geen grote risico’s voor de drinkwaterkwaliteit in de winning Engelse Werk. Er wordt voldoende afstand wordt gehouden tussen de drinkwaterwinning en de diepe geothermie. De effecten op het drinkwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Gebruiksfase Door lekkages tijdens de geothermie-winning kunnen giftige stoffen in het grondwater terecht komen of grondwater van een andere samenstelling dan lokaal voorkomt. Daarnaast kan het grondwater opwarmen. Wanneer relevante en geldende protocollen en regels worden gevolgd, vormen deze risico's geen issues. De effecten op het drinkwater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Warmtetechniek: ondiepe geothermie Aanlegfase Het is niet uit te sluiten dat ondiepe geothermie voorbij de waterscheiding komt te liggen. Ondiepe geothermie kent daarom een risico voor de verslechtering van drinkwaterkwaliteit in de winning door de verspreiding van verontreiniging, wanneer de boringen plaatsvinden in watervoerende pakketten. De chemicaliën die nodig zijn om op diepte te kunnen boren, kunnen in dit grondwater terechtkomen.

Door het opvolgen van kwaliteitsprotocollen (BRL SIKB) worden deze risico's voorkomen. De effecten op het drinkwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Gebruiksfase Door (thermische) lekkages tijdens de geothermie-winning kunnen giftige stoffen in het grondwater terecht komen en kan het grondwater opwarmen. Wanneer relevante en geldende protocollen en regels worden gevolgd, vormen deze risico's geen problemen. De effecten op het drinkwater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Warmtetechniek: buurtwarmtepomp Aanlegfase Er worden geen effecten verwacht tijdens de aanleg van buurtwarmtepomp op drinkwater. De effecten op het drinkwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase als neutraal (0) beoordeeld. Gebruiksfase Er worden geen effecten verwacht tijdens het gebruik van buurtwarmtepomp op drinkwater. De effecten op het drinkwater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase als neutraal (0) beoordeeld. Warmtetechniek: thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) Aanlegfase Er worden geen effecten verwacht tijdens de aanleg van TEO op drinkwater. De effecten op het drinkwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase als neutraal (0) beoordeeld.

93/181

Kenmerk

R002-1298409LME-V01-agv-NL

Gebruiksfase Er worden geen effecten verwacht bij het gebruik van TEO op drinkwater. De effecten op het drinkwater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase als neutraal (0) beoordeeld. Warmtetechniek: thermische energie uit afvalwater (TEA) Aanlegfase Er worden geen effecten verwacht tijdens de aanleg van TEA op drinkwater. De effecten op het drinkwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase als neutraal (0) beoordeeld. Gebruiksfase Er worden geen effecten verwacht bij het gebruik van TEA op drinkwater. De effecten op het drinkwater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase als neutraal (0) beoordeeld. Warmtetechniek: groen gas Aanlegfase Er worden geen effecten verwacht tijdens de aanleg van een groengasinstallatie op het drinkwater. De effecten op het drinkwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase als neutraal (0) beoordeeld. Gebruiksfase Er worden geen effecten verwacht tijdens het gebruik van een groengasinstallatie op het drinkwater. De effecten op het drinkwater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase als neutraal (0) beoordeeld. 4.3.2.2 Alternatief 2: Voorkeursoptie (met een groengasinstallatie buiten de gemeente) De effecten van alternatief 2 zijn overeenkomstig met de effectenbeoordeling voor alternatief 1, zoals omschreven in voorgaande paragraaf.

Hieronder wordt ingegaan op de verschillen tussen beide alternatieven wat betreft de effecten van een groengasinstallatie. Warmtetechniek: groengasinstallatie buiten gemeente Zwolle Aanlegfase In dit alternatief wordt geen groengasinstallatie gerealiseerd in Zwolle. De effecten op het drinkwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase als neutraal (0) beoordeeld. Gebruiksfase In dit alternatief wordt geen groengasinstallatie gerealiseerd in Zwolle. De effecten op het drinkwater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase als neutraal (0) beoordeeld. 4.3.2.3 Alternatief 3: alle buurten op een warmtepomp Aanlegfase Er worden geen effecten verwacht tijdens de aanleg van lucht-water warmtepompen op drinkwater. De effecten op het drinkwater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase als neutraal (0) beoordeeld. Gebruiksfase Er worden geen effecten verwacht tijdens het gebruik van lucht-water warmtepompen op drinkwater. De effecten op het drinkwater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase als neutraal (0) beoordeeld.

94/181

Kenmerk

R002-1298409LME-V01-agv-NL

4.3.2.4 Effectbeoordeling drinkwater De tabel hieronder toont een overzicht van de effectbeoordeling die hierboven staat omschreven. Tabel 4.14 Overzicht effectbeoordeling drinkwater Alternatief

Warmte-infrastructuur

Warmtetechniek

Elektrisch

Lucht-water warmtepomp

Beoordeling aanleg (A) en gebruiksfase (G)

1

A: 0

G: 0

A: -

G: 0

WKO

A: 0

G: -

Diepe geothermie

A: 0

G: 0

Ondiepe geothermie

A: 0

G: 0

Buurtwarmtepomp

A: 0

G: 0

TEO

A: 0

G: 0

TEA

A: 0

G: 0

Groen gas

A: 0

G: 0

Groen gas buiten gemeente Zwolle A: 0

G: 0

Lucht-water warmtepomp

G: 0

Warmtenet

2 3

4.3.3

Elektrisch

A: 0

G: +

Effectbeschrijving oppervlaktewater

Tabel 4.15 Beoordelingskader oppervlaktewater Pictogram Beoordeling ++

Zeer positief effect ten opzichte van referentiesituatie

+

Positief effect ten opzichte van referentiesituatie

0

Geen effect ten opzichte van referentiesituatie

-

Negatief effect ten opzichte van referentiesituatie

--

Zeer negatief effect ten opzichte van referentiesituatie

Klassegrenzen Aanlegfase: N.v.t. Gebruikersfase: De biologische oppervlaktewaterkwaliteit verbetert en de fysisch-chemische waterkwaliteit (temperatuur) blijft gelijk en/of verbetert Aanlegfase: N.v.t. Gebruiksfase: De biologische oppervlaktewaterkwaliteit blijft gelijk, en de fysisch-chemische waterkwaliteit (temperatuur) verbetert Aanlegfase: Geen tijdelijke effecten Gebruiksfase: de biologische oppervlaktewaterkwaliteit blijft gelijk en de fysisch chemische waterkwaliteit (temperatuur) blijft gelijk Aanlegfase: Lokale tijdelijke effecten Gebruiksfase: de biologische oppervlaktewaterkwaliteit blijft gelijk en de fysisch chemische waterkwaliteit (temperatuur) verslechtert Aanlegfase: Lokale blijvende effecten Gebruiksfase: de biologische oppervlaktewaterkwaliteit verslechtert en de fysisch-chemische waterkwaliteit (temperatuur) blijft gelijk en/of verslechtert

4.3.3.1 Alternatief 1: Voorkeursoptie (met een groengasinstallatie in de gemeente) Warmtetechniek: lucht-water warmtepomp Aanlegfase Er worden geen effecten verwacht tijdens de aanleg van lucht-water warmtepompen op het oppervlaktewater. De effecten op het oppervlaktewater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als neutraal (0) beoordeeld.

95/181

Kenmerk

R002-1298409LME-V01-agv-NL

Gebruiksfase Er worden geen effecten verwacht tijdens het gebruik van lucht-water warmtepompen op het oppervlaktewater. De effecten op het oppervlaktewater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Warmte-infrastructuur: warmtenet Aanlegfase Tijdens de aanleg van het warmtenet wordt ontgraven en bemalen, waarbij bodemmateriaal mogelijk wordt afgevoerd en het grondwater op het riool of oppervlaktewater wordt geloosd. Hierbij wordt de grondwaterstand tijdelijk verlaagd. Een mogelijk risico tijdens de bemaling is verdroging door grondwaterverlaging of het verplaatsen van een verontreiniging of het lozen van vervuild grondwater op het oppervlaktewater. De effecten op het oppervlaktewater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als negatief (-) beoordeeld. Gebruiksfase Er worden geen effecten verwacht tijdens het gebruik van het warmtenet op het oppervlaktewater. De effecten op het oppervlaktewater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Warmtetechniek: WKO Aanlegfase De aanleg van een WKO vormt een risico op het oppervlaktewater. Het effect is afhankelijk van wat er gebeurt met het werk-, spoel- en/of spuiwater. Als dit water direct op het oppervlaktewater wordt geloosd vormt dit een risico op verontreiniging.

De effecten op het oppervlaktewater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als negatief (-) beoordeeld. Gebruiksfase Ook in de gebruiksfase kan spuiwater van een WKO naar het oppervlaktewater worden afgevoerd. Dit vormt een risico voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. De effecten op het oppervlaktewater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als negatief (-) beoordeeld. Warmtetechniek: diepe geothermie Aanlegfase Er worden geen effecten verwacht tijdens de aanleg van diepe geothermie op het oppervlaktewater. De effecten op het oppervlaktewater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Gebruiksfase Er worden geen effecten verwacht tijdens het gebruik van diepe geothermie op het oppervlaktewater. De effecten op het oppervlaktewater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld.

96/181

Kenmerk

R002-1298409LME-V01-agv-NL

Warmtetechniek: ondiepe geothermie Aanlegfase Er worden in de aanlegfase geen effecten verwacht op oppervlaktewater. Ondiepe geothermie heeft geen relatie met oppervlaktewater. De effecten op het oppervlaktewater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Gebruiksfase Er worden in de gebruiksfase geen effecten verwacht op de biologische waterkwaliteit voor ondiepe geothermie. Wel is er mogelijk een effect op de fysisch-chemische waterkwaliteit doordat de grondwatertemperatuur in de winter lager wordt en dit indirect ook de temperatuur van oppervlaktewater kan beïnvloeden. Maar dit effect is geen negatief effect voor het oppervlaktewater aangezien een lagere oppervlaktewatertemperatuur in de winter geen invloed heeft op de waterkwaliteit. De effecten op het oppervlaktewater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Warmtetechniek: buurtwarmtepomp Aanlegfase Een buurtwarmtepomp is een collectieve lucht-water warmtepomp die wordt aangelegd in de buurt. Er worden geen effecten verwacht tijdens de aanleg van buurtwarmtepomp op het oppervlaktewater. De effecten op het oppervlaktewater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Gebruiksfase Er worden geen effecten verwacht tijdens het gebruik van buurtwarmtepomp op het oppervlaktewater.

De effecten op het oppervlaktewater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Warmtetechniek: thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) Aanlegfase Voor de installatie van een aanzuig- en uitlaatpunt voor een TEO-installatie is een tijdelijk lokaal negatief effect te verwachten. Dit aanzuig- en uitlaatpunt verstoort lokaal het leefgebied van soorten en vertroebelt het water. De effecten op het oppervlaktewater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als negatief (-) beoordeeld. Gebruiksfase Tijdens de gebruiksfase wordt warmte onttrokken uit het oppervlaktewater. Warmteonttrekking uit oppervlaktewater zorgt voor een lagere watertemperatuur, wat een positief effect heeft op de fysische chemie17. Indirect zorgt een lagere watertemperatuur in de zomer voor minder kans op algenbloei (positief effect op biologische kwaliteit), maar in het voorjaar kan het de ontwikkeling van flora en fauna belemmeren (negatief effect op biologische kwaliteit). Daarnaast beschadigen filters en warmtewisselaars mogelijk algen, macrofauna en kleine vissen (negatief effect op biologische waterkwaliteit). TEO draagt positief bij aan de fysische chemie van het oppervlaktewater maar leidt tot een afname van de biologische kwaliteit.

De effecten op het oppervlaktewater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom zowel als positief (+) als negatief (-) beoordeeld.

17 Dit speelt met name in de zomer/ het najaar wanneer de oppervlaktewater temperatuur al relatief warm is. Koud(er) water kan meer zuurstof

bevatten, dit is gunstig voor het waterleven. 97/181

Kenmerk

R002-1298409LME-V01-agv-NL

Warmtetechniek: thermische energie uit afvalwater (TEA) Aanlegfase Bij TEA wordt warmte uit afvalwater gewonnen. Hiervoor zijn verschillende installaties nodig, waaronder een warmtewisselaar, pompinstallatie en warmtepomp. Deze installaties zullen worden geplaatst bij de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI). Er worden geen installaties in oppervlaktewater geplaatst. De effecten op het oppervlaktewater worden bij deze warmtetechniek in de aanlegfase daarom als neutraal (0) beoordeeld. Gebruiksfase Warmteonttrekking van RWZI-effluent (TEA) zorgt voor een lagere watertemperatuur van het oppervlaktewater, waarop het effluent uitkomt. Het effect op de fysische chemie is positief, doordat de zomergemiddelde watertemperatuur daalt. Een verlaging van de watertemperatuur in het voorjaar zorgt er mogelijk voor dat flora en fauna minder snel tot ontwikkeling kunnen komen in het voorjaar, maar ook dat algen minder snel tot bloei komen. Dit effect op de biologische waterkwaliteit is dus neutraal. Er is geen direct effect op de biologische waterkwaliteit door filtratie (effluent is biologisch “dood”). De effecten op het oppervlaktewater worden bij deze warmtetechniek in de gebruiksfase daarom als positief (+) beoordeeld. Warmtetechniek: groen gas Aanlegfase Er worden geen effecten verwacht op het oppervlaktewater tijdens de aanleg van een groengasinstallatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=68fe15c2-fa03-46fd-9b2b-3b58e6d5ae40