Bijlage 3. Bovenregionaal plan vastgoedtransitie JeugdzorgPlus
Tekst van het document
Bovenregionaal plan Vastgoedtransitie JeugdzorgPlus
Gebied Oost 30 juni 2021
Colofon Opdrachtgever: Coördinerende gemeenten Arnhem en Ermelo namens de jeugdhulpregio’s Gelderland en Overijssel Tot stand gekomen in samenwerking en afstemming met de 4 aanbieders JeugdzorgPlus en de jeugdhulpregio’s in Gelderland en Overijssel Auteurs: Monique Nijkamp en Tim de Vries (Haute Equipe) 2
Inhoudsopgave 1
Inleiding ............................................................................................................................... 4
2
Context gebied Oost ............................................................................................................. 6 2.1
Opbouw Bovenregionaal gebied Oost ............................................................................... 6
2.2
Cijfers ............................................................................................................................... 7
2.3
Landelijke expertises .......................................................................................................12
2.4
Overlegstructuur .............................................................................................................13
2.5
Ervaringsdeskundigen ......................................................................................................13
3
Ambitie & Uitgangspunten ................................................................................................. 16 3.1
Ambitie............................................................................................................................16
3.2
Uitgangspunten ...............................................................................................................16
4
Impact & randvoorwaarden ............................................................................................... 19 4.1
Impact van de gewenste ontwikkeling van JeugdzorgPlus ................................................19
4.2
Randvoorwaarden ...........................................................................................................23
5
Uitwerking plannen per JeugdzorgPlus-aanbieder .............................................................. 26 5.1
Pactum locatie Zetten ......................................................................................................26
5.2
’s Heeren Loo Groot Emaus .............................................................................................32
5.3
Pluryn locatie Eefde .........................................................................................................36
5.4
iHub Harreveld ................................................................................................................40
5.5
Totaaloverzicht Gebied Oost ............................................................................................43
6
Realisatie / Uitvoeringsplan ................................................................................................ 45 6.1
Afwegingskader SPUK ......................................................................................................45
6.2
Stappenplan SPUK ...........................................................................................................46
6.3
Verantwoording SPUK .....................................................................................................46
6.4
Realisatieafspraken .........................................................................................................46
6.5
Monitoring en evaluatie-momenten ................................................................................47
BIJLAGE 1 Inventarisatie regio’s ZIKOS............................................................................................ 49 BIJLAGE 2 Simulatie ‘nabij plaatsen’ ............................................................................................... 53 BIJLAGE 3 Quick scan HEVO Pactum locatie Zetten ......................................................................... 54
3
1 Inleiding Minder en betere gesloten jeugdhulp. Deze ambitie, uitgewerkt in het actieplan ‘De best passende zorg voor kwetsbare jongeren’1 (maart 2019), brengt vastgoedvraagstukken met zich mee: minder plaatsingen leiden immers tot leegstand en uiteindelijke afbouw van de capaciteit. Ook vraagt de omvorming naar kleinschalige en gezinsgerichte woonvormen om investeringen. Voor deze vastgoedtransitie is bij de Voorjaarsnota 2020 incidenteel €33,5 miljoen beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn via een specifieke uitkering (SPUK-middelen) verstrekt aan coördinerende gemeenten. Deze gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om met aanbieders en regio’s2 te komen tot een plan dat een bij de transformatie passende vastgoedtransitie ondersteunt en de basis is voor de toekenning van middelen aan de aanbieders JeugdzorgPlus3. Dit plan bestaat uit een Plan van Aanpak waarin de visie, ambitie en uitgangspunten uitgewerkt zijn (ingediend op 1 april 2021), een Bovenregionaal Plan waarin het toekomstperspectief van de JeugdzorgPlus voor gebied Oost is uitgewerkt (gereed voor 15 juli 2021) en een strategisch huisvestingsplan per aanbieder (gereed voor 1 oktober 2021). Minder en betere gesloten jeugdhulp is niet alleen een opgave van individuele aanbieders, maar vraagt om een samenspel van alle betrokken partijen: o
o
o
o
Het uitgangspunt van zo dicht mogelijk bij huis plaatsen, betekent dat plaatsingen buiten de regio zo veel mogelijk worden teruggebracht. Dit vraagt allereerst een inhoudelijke verdieping: is er sprake van landelijke specialismes die we op meer plekken kunnen bieden dan nu. En vervolgens een verdieping op capaciteit: in welke regio’s is er kennelijk een plaatsingsvraagstuk en hoe en in welk tempo gaan de betreffende regio’s samen met aanbieders voorzien in het terugbrengen hiervan. Dit vraagt landelijke afstemming en regie, zeker omdat de (politieke) uitgangspunten per bovenregionaal gebied ook kunnen verschillen. JeugdzorgPlus moet beschikbaar zijn op het moment dat de kinderrechter bepaalt dat deze zorg nodig is. De verschillende bovenregionale plannen voor de transformatie van het vastgoed moeten optellen tot een verantwoord totaal waarbij in landelijke afstemming bijgestuurd kan worden wanneer er frictie ontstaat. Ook hiervoor is landelijke regie nodig. Een goed samenspel met lokale teams, onderwijs, andere zorgaanbieders, GI’s, RvdK en kinderrechters is nodig om te zorgen dat tijdig het juiste maatwerk ingezet wordt om escalatie en uithuisplaatsing te voorkomen en te komen tot gedeelde beelden over wat veilig genoeg is en wat er nodig is om dit te bereiken.
Het uitgangspunt dat een gesloten plaatsing onderdeel is van een integraal zorgtraject (doorlopende lijn) vraagt ook korte lijnen met de lokale teams en hier op afgestemde procesregie. Voldoende beschikbaarheid van passende intensieve ambulante hulp, gezinsgerichte oplossingen en voldoende kleinschalige verblijfsalternatieven voor zowel het voorkomen van gesloten plaatsingen als het zorgen voor zo kort mogelijke plaatsingen, doordat er voldoende passende door- en uitstroomalternatieven beschikbaar zijn.
1 Omdat in het actieplan over ‘jongeren’ gesproken wordt, hanteren wij in het bovenregionaal plan ook de term
jongeren voor alle leeftijdsgroepen. 2 Nederland is verdeeld in 42 jeugdhulpregio’s. Dit zijn samenwerkingsverbanden waarin gemeenten bovenlokaal
samenwerken op het gebied van Jeugdzorg. Een jeugdhulpregio is geen formele entiteit. In dit plan hanteren we voor een jeugdhulpregio de term ‘regio’. 3 JeugdzorgPlus is de formele benaming voor gesloten jeugdzorg (artikel 6.1.2. Jeugdwet: de rechter kan een
machtiging verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven.)
4
In dit bovenregionale plan zijn deze afhankelijkheden zoveel mogelijk vertaald naar benodigde inzet, de impact die het heeft op het bestaande zorglandschap en het bewaken van mogelijke risico’s hierin. Voor het gebied Oost is een bovenregionaal plan uitgewerkt dat het vertrekpunt is voor de vastgoedtransitie van de locaties voor JeugdzorgPlus in dit gebied. Dit zijn Pactum (Zetten), ’s Heerenloo Groot Emaus (Ermelo), Pluryn (locatie Eefde), iHUB (locatie Harreveld). De vertaling richting het vastgoed wordt per aanbieder weergegeven, waarbij voor iHUB locatie Harreveld en voor Pluryn locatie Eefde volstaan is met een samenvatting4, omdat deze locaties formeel onder een ander bovenregionaal SPUK-gebied vallen. Daarbij is het goed te realiseren dat de vastgoedtransitie (en de besteding van de SPUK-middelen) ‘slechts’ een impuls is om een grootschaliger transformatie binnen de JeugdzorgPlus te bewerkstelligen.
4 Voor een volledige uitwerking van de vastgoedtransitie Pluryn locatie Eefde en iHub locatie Harreveld wordt
verwezen naar de respectievelijke bovenregionale plannen Flevoland-Utrecht en Zuid-West
5
2 Context gebied Oost 2.1 Opbouw Bovenregionaal gebied Oost Voor deze opdracht vormen Gelderland en Overijssel samen bovenregionaal gebied Oost, dit betreft 9 regio’s. In het gebied liggen vier terreinlocaties vallend onder verschillende aanbieders en coördinerende gemeenten. Al deze locaties bedienen niet alleen de gebied Oost, er worden ook jongeren uit andere regio’s geplaatst. Daarnaast is Groot Emaus een orthopedagogisch behandelcentrum (OBC) en hebben Pactum en iHUB Harreveld ZIKOS groepen die nu landelijk gecontracteerd zijn. Alle locaties werken landelijk (voor veel verschillende regio’s ook buiten gebied Oost), dat betekent echter niet zondermeer dat zij daarmee ook een landelijke functie hebben (dus gespecialiseerd aanbod hebben dat elders in het land niet te realiseren is). 1. Pactum, locatie Zetten5: coördinerende gemeente Arnhem. Valt onder SPUK-gebied Oost (budget € 3.437.626) 2. ’s Heeren Loo Groot Emaus: coördinerende gemeente Ermelo. Valt onder SPUK gebied Oost (budget € 539.235) 3. Pluryn, locatie Eefde: coördinerende gemeente Utrecht. Valt onder SPUK gebied FlevolandUtrecht ( € 4.752.012 voor het gehele SPUK gebied) 4. iHUB locatie Harreveld6: coördinerende gemeente Rotterdam. Valt onder SPUK gebied ZuidWest (budget € 10.245.473 voor het gehele SPUK gebied)
5 Fusie van Pactum en OG Heldring 6 Voorheen Horizon ’t Anker
6
De samenwerking op het niveau van gebied Oost vanuit de regio’s voor JeugdzorgPlus is nog beperkt en in ontwikkeling. De Gelderse regio’s werken wel samen op thema’s, maar elke regio heeft zijn eigen contracten en daarmee een eigen vorm van financiering en verschillende inhoudelijke eisen aan de zorg/aanbieders. Er is nog geen bestaande samenwerking tussen de Gelderse en de Overijsselse regio’s. En voor de Overijsselse regio’s geldt ook dat ze ieder voor zich contracteren, met verschillende financiering en inhoudelijke eisen. In het kader van de transformatie JeugdzorgPlus is de samenwerking in de vorm van afstemming wel gezocht en gevonden. De zeven Gelderse regio’s hebben de ambitie om een gezamenlijke set van afspraken voor de inkoop JeugdzorgPlus op te stellen. Hiervoor is een eerste verkenning opgestart op Gelders niveau. Bovenregionaal plan Oost dient hiervoor als bouwsteen. De twee Overijsselse regio’s zijn ook in gesprek over een eventuele samenwerking, maar er is nog geen ambitie uitgesproken voor een gezamenlijke set van afspraken.
2.2 Cijfers Cijfers in- en uitstroom We zien ook een aantal ontwikkelingen van de JeugdzorgPlus terug in de cijfers. Instroom7 Sinds 2017 is er een lichte daling te zien in het jaarlijks aantal plaatsingen JeugdzorgPlus. Ook het aantal nieuwe plaatsingen is gedaald. In 2020 is er zowel landelijk (-18%) als in Oost8 (-8%) een daling van het aantal unieke jongeren dat wordt geplaatst in de JeugdzorgPlus ten opzichte van 2019. De daling binnen Oost is minder groot dan de landelijke daling. De sluiting van een aantal JeugdzorgPlus locaties elders in het land (Hoenderloo groep en Transferium) dragen hier aan bij. Verder geven de JeugdzorgPlus aanbieders in Oost aan dat zij (deels) een landelijke functie vervullen.
Aantal unieke jongeren met een plaatsing in JeugdzorgPlus Landelijk (2017-2020) 1800 1600
1537 1433
1382
1400 1128
1200 1000 800 600 400 200 0 2017
2018
2019
2020
7 Cijfers gebaseerd op de rapportage Jeugdzorg Nederland 2020 8. In deze grafieken spreken we van ‘Oost’, dit bevat de cijfers van de provincies Gelderland, Overijssel én
Flevoland (op basis van de indeling van Jeugdzorg Nederland).
7
Onderstaande grafiek geeft aan hoeveel jongeren in JeugdzorgPlus verbleven, voor zowel Oost als landelijk. De cijfers komen uit het rapport Plaatsing- en uitstroomgegevens JeugdzorgPlus 2020 van Jeugdzorg Nederland. De eerste tabel geeft het totale aantal jongeren weer dat jaarlijks in de JeugdzorgPlus verblijft en de tweede tabel laat het aantal unieke jongeren zien dat in een jaar instroomt in de JeugdzorgPlus.
Aantal jongeren in JeugdzorgPlus 2500
2000
1500
1000
1634
1426
1403 1104
500 290
294
304
262
2017
2018
2019
2020
0 Oost
Overig
Aantal jongeren in JeugdzorgPlus (unieke jongeren) 1800
1600 1400 1200 1000 800
1286
1179
1126 893
600 400 200
251
254
256
235
2017
2018
2019
2020
0 Oost
Overig
8
Verblijfssituatie vóór verblijf Uit de cijfers is op te maken dat meer dan de helft van de jongeren die in de JeugdzorgPlus instelling worden opgenomen, doorstromen vanuit een open jeugdhulpvoorziening of een andere JeugdzorgPlus voorziening. Dat percentage is binnen Oost nog hoger (71% in 2020) dan landelijk. Het percentage jongeren dat vanuit de pleegzorg/gezinsgerichte vormen komt is laag.
Verblijfssituatie voor verblijf (landelijk)
2019
12
26
21
47
8
13
2020
11
27
31
47
6
2 3
0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
Thuis of zelfstandig (zonder hulp)
Thuis of zelfstandig (met hulp)
Pleegzorg
Gezinsgericht
Jeugdhulpvoorziening (open)
Jeugdhulpvoorziening (gesloten)
Zwervend
Onbekend
90%
100%
Verblijfssituatie voor verblijf (Oost)
2019
13
2020
20
9
0%
17
10%
12
58
21
20%
30%
5 12
63
40%
50%
60%
8
70%
80%
Thuis of zelfstandig (zonder hulp)
Thuis of zelfstandig (met hulp)
Pleegzorg
Gezinsgericht
Jeugdhulpvoorziening (open)
Jeugdhulpvoorziening (gesloten)
Zwervend
Onbekend
90%
20
100%
9
Uitstroom9 Het aantal uitgestroomde jongeren (1220 uitgestroomde jongeren in 2020, 1499 uitgestroomde jongeren in 2019) en het aantal beëindigde plaatsingen (1415 in 2020, 1781 in 2019) is afgenomen. Wat verder opvalt is dat meer dan de helft van de jongeren in een jeugdhulpvoorziening blijft (open dan wel doorplaatsing naar een andere gesloten plek), waarbij in Oost in 2020 meer jongeren naar een open groep uitstromen dan naar een JeugdzorgPlus groep, in vergelijking met het jaar daarvoor. Het percentage jongeren dat uitstroomt naar thuis of een zelfstandige woonplek is laag.
Verblijfssituatie na verblijf (landelijk)
2019
15
2020
15
10
0%
10%
11
20
12
20%
30%
37
17
39
40%
50%
12
60%
70%
1
13
1
13
80%
Thuis of zelfstandig (zonder hulp)
Thuis of zelfstandig (met hulp)
Pleegzorg
Gezinsgericht
Jeugdhulpvoorziening (open)
Jeugdhulpvoorziening (gesloten)
Zwervend
Onbekend
90%
100%
Verblijfssituatie na verblijf (Oost)
2020
10
2019
12
15
0%
10%
02
19
20%
45
11
11
30%
41
40%
50%
1
14
60%
70%
80%
Thuis of zelfstandig (zonder hulp)
Thuis of zelfstandig (met hulp)
Pleegzorg
Gezinsgericht
Jeugdhulpvoorziening (open)
Jeugdhulpvoorziening (gesloten)
Zwervend
Onbekend
20
2
15
90%
100%
9 Cijfers gebaseerd op de rapportage Jeugdzorg Nederland 2020
10
Cijfers gebied Oost10 op aanbiederniveau In het kader van de landelijke coördinatie heeft Significant, in opdracht van de VNG, een uitvraag gedaan naar de aantallen unieke jongeren en de gemeente van herkomst. De aanbieders hebben hiervoor over de eerste drie kwartalen van 2020 gegevens aangeleverd. Bij de duiding van de cijfers moet er rekening mee worden gehouden dat het slechts gegevens over driekwart van het jaar zijn en de corona-pandemie wellicht van invloed is op de ontwikkeling van de zorgvraag. Ook is van een bepaalde groep jongeren (voogdij-cliënten) de gemeente van herkomst niet bekend11. Daarbij ook de aantekening dat de afbakening van de regionale gebieden (provinciale grenzen) niet altijd overeen komt met werkelijk regionaal plaatsen (geografisch gezien de meest nabije locatie). Een deel van de jongeren uit Flevoland woont bijvoorbeeld dichterbij Pluryn Eefde (gebied Oost) dan bij Pluryn Zeist (gebied Flevoland-Utrecht) en een deel van de jongeren in Brabant woont dichterbij Pactum locatie Zetten (gebied Oost) dan bij Bijzonder Jeugdwerk Deurne (gebied ZuidOost). Desondanks kan er wel een globaal beeld geschetst worden: • •
Jongeren uit gebied Oost worden veelal regionaal, binnen gebied Oost geplaatst (77%). Er zijn relatief veel plaatsingen van jongeren van buiten Gelderland en Overijssel. Zie onderstaande tabel.
Plaatsingsgegevens unieke jongeren in zorg in de eerste 3 kwartalen van 2020 (bron: Significant)
Jongeren vanuit Oost 4 (15%)
Aantal regio’s 16
Top 1 regio Amsterdam Amstelland (17%)
Top 2 regio Flevoland (10%)
Pactum Zetten
94 (50%)
22
Noordoost Brabant (12%)
Twente (12%)
iHUB ’t Anker
9 (7%)
24
Haaglanden (26%)
Rijnmond (26%)
Pluryn Eefde
147 (64%)
24
Midden IJssel/Oost Veluwe (18%)
Twente (16%)
’s Heeren Loo Groot Emaus
Top 3 regio Zuidoost/ Utrecht (10%) Zuidoost Brabant (9%) Zuid Holland Zuid (9%) Flevoland (10%)
Landelijke specialisatie Orthopedisch Behandelcentrum (OBC) ZIKOS
ZIKOS
10 Bij de uitvraag van Significant is wel rekening gehouden met de bovenregionale indeling van de SPUK-regeling.
Dat betekent dat gebied Oost hier alleen Gelderland en Overijssel betreft. 11 Op basis van de aantallen van Pactum en Pluryn is het percentage voogdijjongeren rond de 12%. iHUB kan de
exacte aantallen niet herleiden.
11
2.3
Landelijke expertises
ZIKOS12 ZIKOS staat voor Zeer Intensieve Kortdurende Observatie en Stabilisatie en is een expertise die op dit moment onder het landelijk transitie arrangement (LTA) valt. ZIKOS wordt aangeboden in twee locaties in Gebied Oost: Pactum locatie Zetten en iHUB locatie Harreveld.
Aantal plaatsingen per regio naar ZIKOS (Pactum) 20 18 3
16 7
14 12 10
10
8
6
6 4 2
5
5
2019
2020
0 Zuidwest
Oost
Overig
Aantal plaatsingen per regio naar ZIKOS (iHUB) 45 40 12
35 30
14 21
10
16
25
13
20 15
7
9
13
6
10 5
11
14
13
2017
2018
17
16
2019
2020
0 2016
Zuidwest
Oost
Overig
12 Cijfers ZIKOS-cliënten van de plaatsingscoördinator Zuid-West. Een verdere uitwerking van de analyse ZIKOS is opgenomen in Bijlage 1.
Oost betreft hier Flevoland, Gelderland en Overijssel.
12
Orthopedagogisch Behandelcentrum Een orthopedagogisch behandelcentrum (OBC) biedt intensieve hulp en zorg aan gezinnen met jongeren tot 23 jaar met een licht verstandelijke beperking of sterk gedragsgestoorde jongeren. De specialisatie OBC is ook ingekocht via het LTA. Groot Emaus is een OBC met zowel open als gesloten plekken. Zij bedienen meer dan 16 regio’s.
2.4 Overlegstructuur Zoals uit het voorgaande blijkt zijn veel partijen betrokken bij de JeugdzorgPlus in gebied Oost en heeft het een complexe structuur. Dit heeft zijn oorsprong in de volgende aspecten: o o o o o
Historisch kent Gelderland al heel lang veel grootschalige voorzieningen. Veel instroom van jongeren van buiten gebied Oost. Aanwezigheid landelijke expertises (2 ZIKOS locaties en OBC). Bovenregionaal gebied Oost bestaat uit negen regio’s die normaliter op dit thema geen samenwerkingsverband hebben. De indeling van de SPUK/coördinerende gemeenten komt niet overeen met de geografische ligging van de 4 instellingsterreinen binnen gebied Oost: daardoor zijn de plannen van Oost, Flevoland-Utrecht en Zuid-West met elkaar verbonden (een draai aan de knop in het ene gebied heeft gevolgen voor het andere gebied), terwijl deze bovenregionale gebieden ieder een ander tijdpad op de transformatie en vastgoedtransitie hebben.
Desondanks is een bovenregionaal plan gerealiseerd dat de basis is voor een plan per aanbieder. Dit op basis van de volgende overlegstructuur: o o
o o
o o
Een projectgroep met vertegenwoordigers van de twee coördinerende gemeenten binnen gebied Oost en van een aantal regio’s. Daarbij is een projectleider aangetrokken. Een afstemming tussen de bovenregionale gebieden Zuid-West, Flevoland-Utrecht en ZuidOost via de projectleiders. Met Flevoland-Utrecht en Zuid-West is deze afstemming frequenter geweest en is de afspraak gemaakt zoveel als mogelijk de bovenregionale plannen op elkaar af te stemmen. Met Zuid-Oost is de afspraak gemaakt dat de tussenstappen over en weer gedeeld en besproken worden. Een ambtelijke overlegstructuur bestaande uit de negen regio’s en de vier aanbieders. Een bestuurlijke afstemming in klein verband (wethouders van de vier coördinerende gemeenten en de directeuren van de vier betreffende aanbieders, aangevuld met de projectleiders Oost, Flevoland-Utrecht en Zuid-West). Een bestuurlijk overleg met de negen regio’s in het gebied Oost . Overleg met ervaringsdeskundigen (ED’s) over noodzakelijke veranderingen in de JeugdzorgPlus.
2.5 Ervaringsdeskundigen Gesprek ervaringsdeskundigen Zoals hierboven al benoemd is ook gesproken met vier ervaringsdeskundigen (20-23 jaar oud) over de ervaringen in de JeugdzorgPlus en op welke punten de JeugdzorgPlus zou moeten veranderen. De gegeven input is meegenomen in de gesprekken en de afwegingen die gemaakt zijn.
13
Samengevat werden de volgende punten aangegeven: o o o o o o o
Gevoel van eenzaamheid. Weinig dagbesteding, er werd veel tijd op de kamer doorgebracht. Er was weinig onderwijstijd en dit onderwijs was vaak niet op niveau. Er was sprake van extreem veel ver- en overplaatsingen. Het fixeren (zowel bij zichzelf als bij anderen) werd als angstig ervaren. Er was geen begeleiding op het leven na de JeugdzorgPlus. Men kwam in aanraking met zaken waar ze thuis niet mee in aanraking kwamen (loverboys, middelengebruik, criminaliteit). Er werd onvoldoende gekeken naar de mogelijkheden thuis. Ook ontbrak het maatwerk (er is één mal voor alle jongeren) en er werd onvoldoende gekeken naar achterliggende problematiek.
Het advies dat de ervaringsdeskundigen geven: o o o o
Vraag aan de jongere wat het nodig heeft. Praat met de omgeving, met school en zoek naar mogelijkheden in de thuissituatie. De nazorg is erg belangrijk. Kijk naar best practices.
Rapport suïcidaliteit onder jongeren in JeugdzorgPlus Vanuit de Academische Werkplaats Jeugd is een studie gedaan naar suïcide en suïcidale uitingen in de JeugdzorgPlus13. In een korte film14 aansluitend op het rapport vertellen ervaringsdeskundigen, jongeren in gesloten instellingen, en hulpverleners over het belang om de regie bij de jongere te laten. Zij geven aan dat de regie over het leven houden, een belangrijke stap is om automutilatie en suïcidaal gedrag tegen te gaan. Ervaringsdeskundigheid is erg belangrijk. Ook compassie en aandacht van de hulpverlener heeft een positief effect op de jeugdigen. In het rapport zelf wordt aangegeven dat er negatief gekeken wordt over de inzet van de isoleercel bij suïcidaal gedrag en automutilatie. Er worden 8 verbetersuggesties voor JeugdzorgPlus voorgesteld: 1. Creëer een aanbod van kleinschalige specialistische groepen waar jongeren onvoorwaardelijk blijven, en niet naar een andere groep worden geplaatst als het beter met ze gaat. 2. Ontwikkel een feedbackloop tussen instellingen, waardoor verwijzers naar de JeugdzorgPlus informatie ontvangen. Hierdoor ontstaat er een netwerk van professionals die contact houden over verschillende casussen. 3. Investeer in kennis en supervisie: hulpverleners hebben veel baat bij meer ondersteuning, bijscholing en supervisie. 4. Investeer in de inzet van traumabehandeling en systeemtherapie. 5.
Zorg dat jongeren een zinvolle dagbesteding hebben, zodat ze blijven leren en een toekomstvisie krijgen. 6. Investeer in het terugbrengen van isoleren door middel van kennisdeling en training voor hulpverleners.
13 Academische Werkplaats Jeugd: Als suïcide en suïcidale uitingen je dag kleuren: wat doet dat dan met jou en
mij? Een kwalitatief onderzoek naar de ervaringen en behoeften van jongeren en hulpverleners in de JeugdzorgPlus en ketenpartners. Projectnummer 727025002 Shireen Kajjadoe, onderzoeker bij Karakter 14 Korte film ‘Stil Gevecht’, https://www.youtube.com/watch?v=K86I8dZYQUo
14
7. Investeer in een open, positief leefklimaat, waar de behoeften van jongeren vooraan staat. Ook zou er geïnvesteerd moeten worden in werkdrukverlaging en het vermijden van hoog personeelsverloop. 8. Er moet meer inhoudelijke samenwerking komen tussen JeugdzorgPlus, de Jeugd-GGZ en ervaringsdeskundigheid.
15
3 Ambitie & Uitgangspunten 3.1 Ambitie We hebben landelijk een gezamenlijke ambitie om de inzet van JeugdzorgPlus te voorkomen en te verbeteren. Elk bovenregionaal gebied stelt een meerjarig plan op waarbij de opbouw van alternatieven en de afbouw van JeugdzorgPlus in samenhang worden ontwikkeld. Elk gebied werkt toe naar passende zorg binnen het eigen bovenregionale gebied. Het is daarbij belangrijk geen ‘lacunes’ in de zorg te laten ontstaan door te snelle herverdeling van capaciteit en afbouw van plekken. Omdat gebied Oost veel instroom vanuit andere regio’s heeft, verschillende landelijke specialisaties en vier JeugdzorgPlus aanbieders die deels onder andere SPUK- gebieden vallen, is het enorm van belang dat alle partijen samenwerken en dat het totaaloverzicht op het zorglandschap behouden blijft. Ondanks de complexe structuur hebben alle partijen die betrokken zijn bij de JeugdzorgPlus in gebied Oost de afgelopen maanden op een constructieve manier met elkaar gesproken over de noodzaak van het voorkomen en het verbeteren van de JeugdzorgPlus. Alle partijen zijn er van overtuigd dat jongeren niet in een gesloten setting thuishoren en dat we dit moeten voorkomen met elkaar, zich daarbij ook realiserend dat waarschijnlijk een hele kleine groep jongeren overblijft voor wie een gesloten plaatsing benodigd blijft.
Voor die groep en voor de jongeren die tijdens het transformatieproces in de JeugdzorgPlus verblijven maken we ons hard voor een verbetering van de JeugdzorgPlus. Op basis hiervan is een visie en ambitie neergelegd, waar alle partijen achter staan:
We maken JeugdzorgPlus in de huidige vorm overbodig in de periode van 2021 tot 2031.
De gezamenlijke basis hiervoor is: •
•
•
•
We bouwen samen aan één toekomstperspectief. Samen is de negen regio’s en de vier JeugdzorgPlus aanbieders binnen het gebied Oost. Waar nodig vind afstemming plaats met de bovenregionale gebieden Flevoland-Utrecht, Zuid-West en Zuid-Oost. We verbinden ons voor langere tijd (2021-2031) aan dit toekomstperspectief. Dat houdt in dat we bereid zijn mee te blijven doen, ook nadat de specifieke uitkering voor de vastgoedtransitie besteed is. We organiseren hiervoor met elkaar een stip op de horizon: waar willen we over 10 jaar staan, welke afspraken maken we over de samenwerking om dit te realiseren en op welke manier geven we de sturing en monitoring van onze ambities vorm? We zetten de stappen richting de stip op de horizon zorgvuldig. We dragen gezamenlijke verantwoordelijkheid voor maatschappelijk opgebouwd vastgoed en expertise voor een complexe doelgroep.
3.2 Uitgangspunten Om de landelijke en bovenregionale ambitie vorm te kunnen geven, zijn er uitgangspunten geformuleerd die als de basis worden gezien voor de ontwikkeling naar het overbodig maken van de JeugdzorgPlus in de huidige vorm.
16
Landelijk In de uitwerking van de transformatie JeugdzorgPlus zijn nog veel verschillen en diversiteit te zien tussen de regio’s en instellingen. Daarom is gezocht naar landelijke afstemming, coördinatie en monitoring, want een draai aan de knop in het ene bovenregionale gebied heeft ook gevolgen voor het andere bovenregionale gebied. In afstemming met Jeugdzorg Nederland, StroomOp, bestuurders van de aanbieders van JeugdzorgPlus, de VNG en de gemeentelijk projectleiders zijn uitgangspunten geformuleerd hiervoor. Samengevat zijn deze uitgangspunten: •
•
•
•
• •
•
15
Netwerksamenwerking als focus: Inzet op samenhang tussen meerdere domeinen vanuit (zoveel mogelijk) behoud van een doorgaande lijn in de leefomgeving van de jongere en het gezin/netwerk om gesloten plaatsingen te voorkomen. Beschikbaarheid/verbinding onderwijs: Het organiseren van een doorgaande lijn in onderwijs, passend bij de jongere, geeft nieuwe vragen bij kleinschaliger locaties. Landelijke afstemming en onderling leren hierin is gewenst. Benodigde specialismes geborgd en flexibel in te zetten: Expertise wordt dichtbij huis georganiseerd. Als het nodig is, voegen aanbieders expertise aan elkaar toe. Dus verplaats de zorg en niet het kind. Beschikbaarheid inzet om gesloten plaatsingen te voorkomen: Dit betreft zowel beschikbaarheid van expertise ambulant en alternatieve voorzieningen als effectieve werkwijzen, zeker als het gaat om de veiligheidsketen. Een passende groepsgrootte: Kleinschaligheid is een randvoorwaarde voor een veilig, positief leefklimaat waarin de individuele doelen van de jongeren centraal staan. Stoppen met doorplaatsen binnen de JeugdzorgPlus: Telkens in een nieuwe leefomgeving geplaatst worden is schadelijk voor een jongere en draagt niet bij aan een goed leefklimaat. Bij aanvang moet meteen naar een goede plek gezocht worden.
Nabij huis plaatsen: Hierbij is het landelijke uitgangspunt dat wanneer er sprake is van een gesloten machtiging de jongere zo dicht mogelijk bij huis wordt geplaatst. Dit sluit aan bij de lijn van de expertgroep van de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd: ‘geen jongere de regio uit’15. Dit tenzij dit voor de eigen veiligheid of die van anderen toch wenselijk is, of er sprake is van problematiek waarvoor plaatsing op een locatie met een specialisme hierin de beste oplossing is. Wij vinden het belangrijk dat samen met de aanbieders JeugdzorgPlus goed gekeken wordt voor welke vragen landelijk specialisatie echt noodzakelijk is. Ook hier willen wij maximaal inzetten op ‘zo nabij mogelijk’ en onderzoeken of het toevoegen van specialistische kennis van de ene aanbieder aan de andere, om zo goed maatwerk te bieden dicht bij huis, mogelijk is. Uitgangspunt voor alle bovenregionale gebieden is dat minimaal 80% van de jongeren in de toekomst zo dichtbij mogelijk geplaatst wordt. Er is vooralsnog gekozen voor 80% omdat er ook een groep jongeren is waarvoor juist het elders plaatsen, buiten het milieu waarin het verkeert, helpend is. Bovenregionaal gebied Zuid-West gaat hierin nog verder en heeft als ambitie om geen enkele jongere buiten de regio te plaatsen.
Passende zorg en behandeling voor jeugdigen . Expertgroep BGZJ, maart 2017.
17
Gebied Oost De landelijk geformuleerde uitgangspunten zijn voor gebied Oost leidend en in de verschillende gesprekken verder geconcretiseerd: •
•
•
•
Beperk de instroom: het voorkomen dat jongeren überhaupt gesloten moeten worden geplaatst is één van de belangrijkste uitgangspunten om de JeugdzorgPlus overbodig te maken. Er zijn veel verschillende ‘deeloplossingen’ waarmee dat bereikt kan worden: eis een volledige probleemanalyse, voorkom spoedmachtigingen, verbeter de expertise aan de voorkant met aanbieders vanuit de jeugdhulp, GGZ, verslavingszorg en LVB, zet ambulante alternatieven in, ga voor maatwerkoplossingen (out of the box) en focus vooral op het tijdig inzetten van de juiste hulp (preventief). Kleinschaligheid helpt: verklein de groepsgroottes, creëer een huiselijke setting, maak een vast team van begeleiders, geef intensieve en individuele behandeling op maat en werk met de jongere aan een toekomstperspectief (wonen, zorg en onderwijs/arbeid). Verbeter de kwaliteit: betrek het gezin & netwerk, plaats regionaal, voorkom doorplaatsingen, start direct met een toekomstplan, organiseer kwalitatief goed onderwijs dat past bij de jongere, zowel op een instellingsterrein als daarbuiten. Deze verbeterslag levert kwaliteit op voor de jongere, maar zal ook effect hebben op de duur van de gesloten plaatsing en het voorkomen van recidive en daarmee ook bijdragen aan het overbodig maken van JeugdzorgPlus.
Organiseer doorstroom en uitstroom en voorkom herplaatsingen: vergroot het trainen naar zelfstandigheid, organiseer flexibele trajecten, creëer vervolgplekken, organiseer en bied nazorg. Daarmee wordt voorkomen dat jongeren langer dan strikt noodzakelijke op een JeugdzorgPlus plek moeten verblijven.
18
4 Impact & randvoorwaarden 4.1 Impact van de gewenste ontwikkeling van JeugdzorgPlus De ambitie en uitgangspunten die gesteld zijn voor de transformatie die we voor ogen hebben, vergt grote inzet van veel partijen. Om tot een echte transformatie te komen moeten veel stappen gezet worden en veel veranderingen worden doorgevoerd. Deze veranderingen kunnen lang niet allemaal door middel van de vastgoedtransitie en de SPUK-middelen worden doorgevoerd. Vaak zijn ook andere stappen en afspraken nodig die niets te maken hebben met vastgoed. Ondanks dat deze veranderingen formeel buiten de scope van de vastgoedtransitie vallen, moeten ze wel benoemd worden in dit Bovenregionaal plan, omdat ze nodig zijn om het toekomstperspectief op de lange termijn te behalen. Dit toekomstperspectief heeft forse impact op het bestaande zorglandschap en de invulling die we daar nu aan geven. We werken dit uit aan de hand van de in hoofdstuk 3 geformuleerde uitgangspunten gebied Oost.
Beperk de instroom De hoofdbeweging die we maken is dat in alle zorg, ook die voor jongeren en gezinnen in de meest kwetsbare omstandigheden of met de meest complexe problemen, het principe van het versterken van het gewone leven centraal staat. Een veilig, zorgzaam thuis is daarbij een basisbehoefte van elk kind. (Jeugd)zorg is daarbij maar een onderdeel van het antwoord op ondersteuningsvragen van jongeren, jongeren en ouders. De jongeren die nu in de JeugdzorgPlus zitten, komen vaak uit gezinnen waar problemen zijn op meerdere levensgebieden16. De problemen zijn vaak chronisch, complex en met elkaar verweven. Oorzaak en gevolg zijn vaak niet duidelijk te onderscheiden, de uitkomst is dat jongeren ernstig in hun ontwikkelingskansen worden bedreigd en de problemen vaak overgaan van de ene op de andere generatie. Door deze complexe problematiek staat hulp niet op zichzelf en vraagt het voorkomen van gesloten plaatsingen inzet op samenhang en meerdere domeinen vanuit zoveel mogelijk behoud van een doorgaande lijn in de leefomgeving van de jongere en het gezin en het netwerk. Wat is hiervoor benodigd? De negen regio’s moeten de regierol op zich nemen om die benodigde netwerksamenwerking te intensiveren. Concreet doel daarbij is het verminderen van de instroom van het aantal jongeren in de JeugdzorgPlus met 5% per jaar17. Ingaande op 1 januari 2022.
Voor het tempo van afbouw sluiten we aan bij de Utrechtse regio’s18.
16 Longitudinale Effectmonitor JeugdzorgPlus: Eindrapportage_kleine-groepen-bij-grote-problemen 17 De regio Twente ziet wel de regierol op het verminderen van de instroom, maar de verankering voor dit beleid
ligt in de regiovisie die pas eind dit jaar wordt vastgesteld. 18 Op basis van de businesscase van Yeph
voor de Utrechtse regio’s hebben zij afbouwpercentages uitgewerkt
voor de JeugdzorgPlus. Hierin is opgenomen het afbouwen van 2 procent in het eerste jaar en 5 procent in de daaropvolgende twee jaar. Er zijn geen aannames gedaan voor het vierde en volgende jaren. Wij gaan ervan uit dat met voortdurende inzet het mogelijk is jaarlijks de instroom van jongeren met 5 procent terug te brengen.
19
De instroom verminderen met 5% is een forse opdracht waarbij veel partijen (aanbieders JeugdzorgPlus, lokale teams, GI’s, Raad voor de Kinderbescherming, plaatsingscommissie, kinderrechters, onafhankelijke gedragswetenschappers, aanbieders die ‘voorliggend’ zijn aan de JeugdzorgPlus, onderwijs, samenwerkingsverbanden) nodig zijn. Iedereen moet zijn steentje hieraan bijdragen en doordrongen worden van de zijn of haar rol in de bijdrage aan het verminderen van de instroom. We verwachten bijvoorbeeld van zorgaanbieders dat zij actief met regio’s contact hebben om door te praten over signalen die zij hebben wanneer regio’s de regierol niet opnemen. Anderzijds mag je van regio’s verwachten dat zij zorgaanbieders ondersteunen door in gesprek te blijven over de praktijk (er worden nog steeds jongeren geplaatst om drie uur ’s nachts, de complexiteit van jongeren neemt toe etc.), maar ook over bijvoorbeeld de bedrijfsmatige gevolgen van vermindering van de instroom.
Er moeten afspraken gemaakt worden welke ‘deeloplossingen’ uitgewerkt worden: hoe richt je het zorglandschap zodanig in dat het niet meer nodig is jongeren met spoed te plaatsen? Welke verbeteringen en samenwerking moeten worden doorgevoerd om vroegtijdig de juiste hulp te bieden en welke (ambulante) alternatieven en maatwerkoplossingen moeten opgezet worden? De regio’s moeten hier zelf regionaal mee aan de slag, maar de verbinding met de Bovenregionale Expertisenetwerken (BOEG en Expertisenetwerk Overijssel) is hierbij ook van belang. Binnen BOEG bijvoorbeeld is expertise en ruimte voor het ontwikkelen van kleinschalige alternatieven.
Kleinschaligheid helpt In de huidige situatie staan de meeste JeugdzorgPlus instellingen in gebied Oost op een grootschalig complex, dat veel verblijfsplekken kent (100+), gesitueerd is ‘in het groen’ en afgelegen van de woonkernen. Het JeugdzorgPlus deel is veelal omgeven door hekken. De grootschaligheid en de ligging van deze complexen sluit niet aan bij het uitgangspunt van kleinschalige en gezinsgerichte woonvormen. Daarbij zijn de groepen groot, in ieder geval meer dan zes jongeren per groep. Hoe ziet kleinschaligheid eruit? Voor de definitie van kleinschaligheid sluiten we aan bij de definitie uit het rapport ‘Kleine groepen bij grote problemen: kleinschalige voorzieningen als alternatief voor JeugdzorgPlus’19. Kort samengevat spreken we dan over groepen van maximaal 6 jongeren, in een huiselijke sfeer, met een ratio van 1 begeleider op 4 jongeren, zoveel mogelijk in een vast team. Als er gewerkt wordt met geschakelde groepen is het van belang dat de groep ook blijft aanvoelen als een groep van zes. Aanvullend hierop moet er aandacht zijn voor een evenwichtige (leeftijds-)opbouw van een groep. In de verblijfssetting en de omgeving willen we een zo open mogelijke en vriendelijke uitstraling, het gesloten karakter van de zorg moet zo min mogelijk waarneembaar zijn en de wens is het een zo kleinschalig mogelijke sfeer te geven.
Belangrijk hierbij zijn voldoende sport, spel en recreatiefaciliteiten die zelfstandig of onder begeleiding te gebruiken zijn, zonder dat daarvoor extra veiligheidsmaatregelen nodig zijn. De beleving van kleinschaligheid moet ook terugkomen in de uitstraling van het gebouw. Om de plekken een tijdelijk thuis te laten zijn, zijn de woongebouwen kleinschalig van opzet. Er is aandacht voor transparantie, daglicht en uitzicht zodat er een zo open mogelijk karakter is en materialen en kleur zijn zo gebruikt dat een warme, prettige sfeer gecreëerd wordt. Veiligheidsmaatregelen zijn zo min mogelijk zichtbaar aanwezig. 19 Daarin wordt gedefinieerd: ‘Een kleinschalige voorziening is een 24/7-verblijf binnen een gesloten of open
residentiële jeugdzorginstelling, op een instellingsterrein of in een woonwijk, van maximaal zes -en bij voorkeur vier -jongeren tussen 8 en 23 jaar, in een huiselijke setting door een vast team van begeleiders met een minimum ratio op de groep van 1 op 4, waarbij een intensieve, individuele behandeling en/of begeleiding op maat -en zolang als nodig -wordt gegeven, met perspectief op wonen, zorg en onderwijs/arbeid tijdens verblijf en/of daarna’
20
Geen separeerruimtes Binnen de groepen zijn ruimtes (comfort rooms) beschikbaar waar een jongere bij oplopende stress en spanning op eigen verzoek tot rust kunnen komen. Er zijn voldoende medewerkers om de jongere in zo’n situatie individueel te kunnen ondersteunen en nabijheid en veiligheid te bieden. Deze comfort rooms zijn dus nadrukkelijk geen afzonderingsruimtes. In het actieprogramma ‘Zorg voor de Jeugd’ van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) wordt gesteld dat het gedwongen afzonderen van jongeren een ingrijpende maatregel is die als strafmaatregel kan worden ervaren en een risico kan vormen op een traumatische ervaring. Er werd gesteld dat gedwongen afzonderen in 2022 moet zijn teruggebracht naar nul (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2018). In diezelfde periode spraken de elf JeugdzorgPlus-instellingen in Nederland de ambitie uit gedwongen afzonderen van jongeren die in een JeugdzorgPlus-instelling verblijven, in de toekomst niet dan wel zo min mogelijk in te zetten (Jeugdzorg Nederland, 2018). Inmiddels zijn ook extra incidentele middelen20 toegevoegd aan de SPUK voor het ombouwen van separeerruimtes.
Verbeter de kwaliteit Kwaliteit onderwijs De wijze waarop de kleinschaligheid vorm kan worden gegeven in gebied Oost moet, in nauwe samenwerking met en in gezamenlijkheid tussen de aanbieders, verder worden uitgewerkt. Daarbij is de verbinding met het onderwijs cruciaal. Jongeren in de JeugdzorgPlus ervaren vaak weinig of geen zingeving en ze hebben niet het gevoel van waarde te zijn voor een ander. De rol van school is zeer belangrijk hierbij. Naar school gaan betekent meedoen, doen waar je goed in bent, bezig zijn. Om deze reden is het belangrijk dat ingezet wordt op het zorgen dat alle jongeren binnen de JeugdzorgPlus (deels) naar school gaan, het niveau van het onderwijs aansluit bij hun capaciteiten en de context zo georganiseerd is dat zij tot leren komen. De kwaliteit van dit onderwijs is een belangrijk aandachtspunt, zeker wanneer het aantal plaatsingen afneemt en de verblijfsduur korter wordt. Dit onderwijs moet passen in een integraal dagprogramma waarin ook behandeling en een bij de jongere passende vrijetijdsinvulling een plek heeft. Dit programma is uitgewerkt op basis van het met de jongere en het gezin uitgewerkte perspectief, waarbij steeds wordt aangesloten bij de groei en ontwikkeling. Dit is een complexe taak voor de aanbieders JeugdzorgPlus, zeker nu de verblijfsduur binnen de JeugdzorgPlus afneemt.
Om de ambitie voor een integraal dagprogramma te behalen en tegelijkertijd een doorgaande lijn in de ondersteuning te realiseren kan ook worden gekeken naar mogelijkheden om een ambulant begeleider met de jongere ‘mee te laten gaan’ naar de JeugdzorgPlus. De ambulante begeleider blijft dan de vaste basis voor de jongere en de binding met het netwerk van de jongere. Ook hier voor geldt dat aanbieders en regio’s samen moeten optrekken en afspraken moeten maken met het onderwijs. Krimp aantal plekken Een van de uitgangspunten om de kwaliteit te verbeteren is het zoveel als mogelijk ‘nabij-plaatsen’ van jongeren. Met de inzet op het ‘nabij-plaatsen’ neemt de groep jongeren voor wie JeugdzorgPlus in gebied Oost nodig is sterk af, omdat in gebied Oost veel jongeren uit andere regio’s worden opgevangen. Significant heeft op basis van de aangeleverde gegevens van de JeugdzorgPlus aanbieders over de eerste drie kwartalen van 2020 een simulatie21 voor gebied Oost gemaakt. Als alle bovenregionale gebieden 80% van de jongeren uit het gebied binnen het eigen bovenregionale gebied plaatsen, stromen er 10% minder jongeren in gebied Oost in. Daarbij is wel rekening 20 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT, 22 april 2021 31 839 - Nr. 774 21 Zie tabel 1 in bijlage 2
21
gehouden met de eerder genoemde geografische ligging van bepaalde regio’s in Flevoland en Brabant. Voor een aantal jongeren zijn de JeugdzorgPlus voorzieningen in gebied Oost namelijk dichterbij dan de voorzieningen in Zuid-Oost. We gaan er dan ook vanuit dat deze jongeren binnen gebied Oost geplaatst blijven worden. Bovenregionaal gebied Zuid-West heeft echter een forsere ambitie ten aanzien van het nabijplaatsen. Zij gaan uit van het 100% nabij-plaatsen, geen enkele jongere mag de regio uit. Deze ambitie heeft behoorlijke gevolgen voor de instroom in bovenregionaal gebied Oost22. Als alle jongeren uit Zuid-West binnen het bovenregionaal gebied Zuid-West geplaatst worden, betekent dit voor gebied Oost een afname van 23% van de jongeren. Hierbij zal de groep nog kleiner worden door de inzet op het voorkomen van deze zorg, het verminderen van de instroom met 5% per jaar. Een eerste indicatieve doorrekening laat zien dat met deze twee maatregelen de totale groep in Oost in ieder geval halveert in 10 jaar tijd en door andere maatregelen en een ‘vliegwieleffect’ naar verwachting nog verder afneemt.
Hoewel betere validering noodzakelijk is en het tempo van de verschillende maatregelen nog niet helder is, is duidelijk dat een zeer impactvolle beweging in gang is gezet en dat dit gevolgen heeft voor de huidige vier JeugdzorgPlus locaties in gebied Oost, in die zin dat een forse krimp verwacht wordt. Voorkomen leemtes Om deze opgave gecoördineerd en verantwoord te laten gebeuren, is het noodzakelijk dat een totaalbeeld gemaakt wordt over een tijdlijn van 10 jaar. Daarbij is oog voor de inhoud noodzakelijk (behouden en inzetten van expertise, kennis en opgebouwde netwerken), voor het vastgoed en voor de financiële haalbaarheid. Daarbij is het van belang dat aanbieders en regio’s daar samen in optrekken en open gesprekken over voeren: binnen gebied Oost zijn vier aanbieders voor JeugdzorgPlus gevestigd, voorkomen moet worden dat alle aanbieders zo ver in moeten krimpen dat ze daardoor allemaal niet meer levensvatbaar zijn (te veel ‘kaasschaven’). Aanbieders moeten hierover tijdig aan de bel trekken en regio’s moeten hier oog voor hebben in de inkoopafspraken. Maar bovenal vergt het blijvend samen optrekken de komende jaren. Flexibiliteit benodigd Behalve dat we uit moeten gaan van een geleidelijke afbouw zullen er ook fluctuaties in de inzet van zorg zijn, de ontwikkeling van de afgelopen jaren laat geen lineair verloop zien.
Dit betekent dat flexibiliteit in het vastgoed van groot belang is om op de kortere termijn de fluctuaties tussen gesloten en open voorzieningen op te kunnen vangen. Gezien de gevoelde urgentie in Nederland om het relatief zeer hoge aantal uithuisplaatsingen terug te brengen en waar dit nodig is zo min mogelijk residentieel te plaatsen, is het ten tweede belangrijk dat voor de lange termijn ook gekeken wordt naar andere alternatieven voor inzet dan open jeugdhulp. Behoud expertise Bij het omvormen en afbouwen van JeugdzorgPlus is het zeer belangrijk dat de expertise die nu beschikbaar is binnen de essentiële jeugdzorgfuncties geborgd blijft. Er is specifieke kennis en ervaring opgedaan met jongeren die in een zeer complexe situatie zitten en er is geïnvesteerd in de samenwerking en koppeling met de Jeugd-GGZ. Ervaringen die zijn opgedaan uit de forse afbouw van de klinische Jeugd- GGZ laten zien dat deze samenwerking en kennis niet zo snel weer voorhanden is. Behoud hiervan en het overbrengen van de expertise naar de (ambulante) alternatieven is een must. Dit is een sterke wens van zowel de aanbieders als de regio’s.
22 Zie tabel 2 in bijlage 2
22
Organiseer doorstroom en uitstroom en voorkom herplaatsingen Zorg er voor dat jongeren zo spoedig mogelijk weer naar een meer open setting door kunnen stromen en niet onnodig in de JeugdzorgPlus moeten verblijven bij gebrek aan uitstroommogelijkheden. Toegewerkt moet worden naar: • •
Kleinschalige verblijfseenheden op het terrein, voor de jongeren die tijdelijk de rust, afzondering en bescherming nodig hebben; Kleinschalige, huiselijke woonvormen (langdurige woonvoorzieningen en kortdurende gezinsopnames in combinatie met langdurig ambulante begeleiding) in een wijk in de regio, waar jongeren kunnen oefenen met een voorwaardelijke machtiging, eerder uit kunnen stromen na behandeling of de jongere samen met het gezin geholpen wordt.
Wat is daarvoor nodig? De jongeren maken gebruik van voorzieningen in de wijk of van de instelling. In deze vorm van kleinschalig verblijf ligt de focus op relationele veiligheid en niet op technische veiligheid, in de vorm van hekken en andere beperkingen. Dat vergt een goede analyse van de behoefte aan alternatieve uitstroommogelijkheden en de mogelijkheden die hiervoor opgebouwd kunnen worden. Ook hiervoor geldt dat veel partijen betrokken zijn en de samenwerking voortgezet en uitgebreid moet worden. Wanneer afgestemd wordt op de specifieke situatie van de jongere en het gezin kan het zijn dat met een oplossing op maat een betere, meer gezinsgerichte oplossing mogelijk is. Streven naar één vorm van kleinschaligheid zou voorbijgaan aan het feit dat jongeren van verschillende leeftijden, met verschillende problemen, ook verschillende vormen van zorg nodig hebben. Mogelijkheden binnen het vastgoed om hiervoor ruimte te kunnen bieden, zijn hierbij helpend. Een punt van aandacht hierin is de positie van de Overijsselse regio’s. De JeugdzorgPlus terreinen zijn allemaal gesitueerd in Gelderland. Het ‘werkgebied’ van de JeugdzorgPlus aanbieders waar het de ontwikkeling van alternatieven en ambulantisering betreft, richt zich ook met name op de Gelderse regio’s. De regio’s in Overijssel werken met andere aanbieders dan de aanbieders die nu de JeugdzorgPlus voorzieningen bieden.
Willen de Overijsselse regio’s goede alternatieven en ambulante hulp als vervanging voor JeugdzorgPlus verblijf kunnen bieden, dan is samenwerking met en betrokkenheid van tussen de JeugdzorgPlus aanbieders en de ‘Overijsselse’ aanbieders cruciaal.
4.2 Randvoorwaarden Zoals uit de impactanalyse blijkt, moeten verschillende stappen worden gezet om de beweging naar het overbodig worden van de JeugdzorgPlus in de huidige vorm te realiseren. De SPUK focust op de ontwikkelingen in het vastgoed (stenen), maar zoals in paragraaf 4.1. is uitgewerkt zijn er nog vele andere stappen te zetten. Deze zijn niet te vatten in één lineair proces dat chronologisch in de tijd verloopt. De processen lopen naast en door elkaar en vragen om verbinding en constante bijsturing op basis van monitoring. Deze processen zijn voorwaardelijk voor het slagen van de ambitie op lange termijn. Dit naast de uitwerking van het plan per aanbieder dat nodig is voor de inzet van de SPUK-middelen. Zo is het mogelijk de tandwielen in werking te zetten waardoor de beweging op gang komt.
23
Het maken van afspraken over het organiseren van beschikbaarheid en indien nodig, financiering daarvan JeugdzorgPlus is een essentiële functie: als een machtiging gesloten plaatsing is verleend, is de gemeente verplicht deze uit te voeren. De beschikbaarheid van JeugdzorgPlus moet gecontinueerd worden totdat de ambitie behaald is. Bij het organiseren van de beschikbaarheid spelen een aantal zaken een rol: Herverdeling capaciteit De herverdeling van capaciteit over het land ten gevolge van het ‘nabij plaatsen’, zal niet altijd lineair verlopen, maar soms ‘schoksgewijs’, door bijvoorbeeld sluiting van locaties elders in het land. Om discontinuïteit in de beschikbaarheid te voorkomen, moet een landelijke monitoring opgezet worden en moet er binnen gebied Oost tussentijds bijgestuurd kunnen worden op de uit te zetten tijdlijn. Financiering Het organiseren van beschikbaarheid in relatie tot een afname van de instroom in gebied Oost is ook van invloed op de financiering aan aanbieders en op de bedrijfsvoering van de aanbieders. Aanbieders moeten plekken beschikbaar houden terwijl de totaal capaciteit jaarlijks vermindert. Daarnaast kan de transformatie naar kleinschaligheid wijzigingen in de financiering met zich mee brengen. Gemeenten moeten een reële prijs betalen voor jeugdhulp, gebaseerd op een aantal kostprijselementen.
Deze kostprijselementen wijzigingen wellicht door de aanpassingen ten gevolge van de transformatie. Afhankelijk van de opzet van het kleinschalige verblijf zal het een tariefswijziging betekenen. Waarbij we verwachten dat intensieve vormen van kleinschalig verblijf met veel behandeling leiden tot een forse verhoging van de etmaaltarieven. Daarbij is ook de verwachting dat door deze interventies de behandelduur verkort wordt. Gemeenten en aanbieders moeten hierover afspraken maken: hoe verhoudt een verhoging van het etmaaltarief, in samenhang met afnemen van de verblijfsduur, zich tot het totaalbudget? Op welke manier zijn de effecten van het doorvoeren van kleinschalig verblijf beheersbaar voor zowel gemeenten als aanbieders? Fasering in de tijd (geleidelijke doorvoering van de ombouw) en flexibele vastgoedoplossingen die dat mogelijk maken, zijn daarbij noodzakelijk. Dat stelt beide partijen in staat de effecten te meten en te zien en op basis daarvan de koers door te zetten of bij te stellen. Verder moet een koppeling gelegd worden met de verschillende inkooptrajecten die vanaf 2022 plaats gaan vinden. Dit betekent niet dat gemeenten nu op voorhand een afname, omzet-of inkoopgarantie afgeven aan aanbieders. Ook moet nadrukkelijk gekeken worden naar de vorm van financiering. Op dit moment wordt vaak gewerkt met een financiering per gebruikte plek (p x qfinanciering).
Besproken moet worden of deze financieringsvorm passend is of dat andere vormen van financiering gebruikt kunnen worden. Wijziging woonplaatsbeginsel In 2022 wijzigt het woonplaatsbeginsel: de feitelijke verblijfplaats van een jongere is niet meer bepalend, maar de gemeente van herkomst van de jongere. Dat kan wijzigingen in financiering tot gevolg hebben.
24
Langdurige en duurzame samenwerking Voor de langere termijnprocessen worden in de periode 2021 tot 2031 de volgende stappen voorzien: o
o
o o
De negen regio’s pakken de regierol om de voor de transformatie van JeugdzorgPlus benodigde netwerksamenwerking in gebied Oost te intensiveren, met als doel het verminderen van de instroom van het aantal jongeren vanuit het eigen gebied met 5% per jaar. Zij starten daarmee in 2021. De financieringsvraagstukken ten gevolge van de vastgoedtransitie worden besproken in het structurele 4 wekelijks ‘overleg Contractmanagers verblijf’ en afgestemd met de aanbieders JeugdzorgPlus. In dit gremium wordt ook de koppeling met de inkooptrajecten en het al dan niet opstellen gezamenlijke set van afspraken inkoop meegenomen. Vanuit de aanbieders is de uitdrukkelijke wens geuit de financierings- en inkoopafspraken gelijkluidend te laten zijn binnen het bovenregionaal gebied. Inkooptrajecten regio’s zoveel mogelijk aan laten sluiten bij de financieringsafspraken zoals hierboven benoemd. Koppeling 3-milieuvoorziening, met nane de onderwijscomponent. Afbouw JeugdzorgPlus op de terreinen en opbouw kleinschalige voorzieningen heeft ook gevolgen voor de 3milieuvoorziening. Hiervoor moet een traject opgezet worden, onder andere met de verschillende onderwijspartijen.
Een goede verbinding van dit plan met de ontwikkeling van de expertisenetwerken (Gelderland en Overijssel) en de Norm voor Opdrachtgeverschap zal het effect versterken.
25
5 Uitwerking plannen per JeugdzorgPlus-aanbieder 5.1 Pactum locatie Zetten Beschrijving locatie Het terrein ligt in de natuurrijke omgeving van Zetten (Gelderland). De campus in Zetten is een parkachtig terrein met allerlei faciliteiten.
De situering van Pactum locatie Zetten en de beoordeling hiervan op basis van de uitgangspunten van De best passende zorg voor de meest kwetsbaren is beschreven in de Quickscan vastgoed JeugdzorgPlus Conrisq23 van bureau HEVO van 21 juli 2020. Voor een samenvatting van dit rapport verwijzen we naar bijlage 1. De conclusie van HEVO luidt: Het huidige vastgoed is voor nu voldoende. De meeste gebouwen zijn echter niet flexibel en vergen in de toekomst forse investeringen om naar kleinschalig om te bouwen. De JeugdzorgPlusorganisatie geeft aan dat - om voorbereid te zijn op de toekomst - op vastgoedgebied nog een forse uitdaging ligt en behoorlijke aanpassingen nodig zijn.
Benutting locatie Groepen Op dit moment bestaat de gesloten zorg uit de volgende groepen: o o o o o o
2 groepen van 11 jongeren voor diagnostiek en crisisopvang (stabilisatie) 1 licht beschermde groep voor meiden 1 licht beschermde groep van 9 jongeren voor jongeren LVB 3 licht beschermde gemengde groepen van 10 jongeren 1 licht beschermde groep van 9 jongeren, 12-14 jaar 1 groep ZIKOS, 6 jongeren
23 Conrisq is de overkoepelende organisatie waar Pactum locatie Zetten onder valt
26
Ontwikkeling JeugdzorgPlus Pactum in cijfers Daling opnames en verblijf Uit de cijfers van het aantal unieke jongeren in de JeugdzorgPlus bij Pactum locatie Zetten de afgelopen jaren is te zien dat zowel het aantal opnames als het totale verblijf is afgenomen:
Oost Zuid-Oost Overige regio’s Totaal
opnames verblijven opnames verblijven opnames verblijven opnames verblijven
2017 90 137 42 68 9 14 141 220
2018 101 150 41 69 8 13 151 232
2019 96 150 58 78 2 6 156 233
2020 70 116 53 83 6 6 130 206
Hierbij geldt dat: • • • •
Opnames = aantal jongeren dat in dat jaar opgenomen is op een JeugdzorgPlus plek Verblijven = totaal aantal jongeren dat in dat jaar verbleef op een JeugdzorgPlus plek Omdat de regio Zuid-Oost ook een substantieel aantal plekken afneemt bij Pactum, is de regio Zuid-Oost apart benoemd Onbekend is of de gevolgen van corona een vertekend beeld geven voor 2020
Kijkend naar de capaciteit (aantal plekken) zien we het volgende: Pactum locatie Zetten Fysieke capaciteit (vermogen tot verlenen JEUGDZORGPLUS in accommodatie Werkelijke JEUGDZORGPLUS bezetting
2014 151
2015 162
2016 162
2017 162
2018 162
2019 162
2020 162
120
117
117
117
106
102
83
Herkomst jongeren per regio Onderstaande tabel geeft een beeld van de herkomst van jongeren die op dit moment bij Pactum locatie Zetten in zorg zijn binnen de JeugdzorgPlus. Voor voogdij-jongeren is deze informatie niet beschikbaar. Het percentage voogdij- jongeren bedraagt 10%. Op basis van het woonplaatsbeginsel worden de voogdij-jongeren meegerekend bij de gemeente waar de jongeren feitelijk verblijven (in de JeugdzorgPlus instellingen). In het geval van Pactum worden deze jongeren dus meegerekend bij de regio Achterhoek. De regio Twente is de regio met de meeste plaatsingen bij Pactum (23 jongeren). Dat is 12% van de totale instroom bij Pactum.
27
Aantal unieke jongeren in zorg Pactum locatie Zetten vanuit zorggebied Oost24
Aantal kinderen uit regio's in Oost; percentage van geheel Pactum locatie Zetten
13
15
15
23
11 4
7
4 2
Centaal GLD
Rijk van Nijmegen
Midden IJssel
Noord Veluwe
Rivierenland
Foodvalley
Twente
IJsselland
Achterhoek
Wanneer gekeken wordt vanuit het oogpunt ‘zo nabij mogelijk plaatsen’ valt hierbij op dat het totaal aantal jongeren dat uit het bovenregionaal gebied Oost komt (94) laag is ten opzichte van het totaal aantal jongeren bij Pactum (186). Dat is ongeveer 50%. Rekening houdend met de 10% voogdij cliënten waarvan de herkomstgemeente niet te herleiden is, komt in ieder geval 40% van de jongeren niet uit het bovenregionaal gebied Oost. Herkomst uit bovenregionaal gebied Zuid Oost Uit verdere analyse blijkt dat, naast instroom uit Oost, ook een behoorlijk percentage jongeren uit de regio’s Noordoost Brabant (12%) en Zuid Oost Brabant (9%) komen. Dit zijn regio’s die vallen onder het bovenregionaal gebied Zuid Oost. Dit is gezien de geografische ligging van Pactum locatie Zetten wel verklaarbaar. Er zijn een flink aantal gemeenten in Zuid Oost waarbij Pactum locatie Zetten qua afstand de dichtstbijzijnde JeugdzorgPlus locatie is25. In totaal heeft gebied Zuid Oost 36 plekken ingekocht bij Pactum locatie Zetten (43% op het totaal aantal plekken). Als we uitgaan van regionale plaatsing en daarbij de geografische afstand leidend laten zijn (en niet de indeling in bovenregionale gebieden) heeft Zuid Oost ongeveer 22 plekken 26nodig bij Pactum locatie Zetten.
24 Cijfers gebaseerd op Q1,2 en 3 van 2020. Cijfers aangeleverd door Pactum in het kader van de uitvraag van
Significant. 25 Gemeenten in regio Zuidoost waar Pactum locatie Zetten de dichtstbijzijnde aanbieder is, zijn: Heusden,
Waalwijk, Bernheze, Boxtel, Cuijk, Grave, ’s-Hertogenbosch, Landerd, Oss, Sint-Michielsgestel, Uden, Vught. De gemeenten waarbij Pactum locatie Zetten ongeveer even ver verwijderd is van Bijzonder Jeugdwerk (JeugdzorgPlus aanbieder in bovenregionaal gebied Zuid-Oost) zijn Loon op Zand, Boxmeer, Meierijstad en Mill en Sint Hubert. 26 Daarbij is nog geen rekening gehouden met het verminderen van instroom vanuit de regio Zuid Oost. Zij zetten
in op een afbouw van 15-20% van de plekken voor de komende jaren.
28
Visie en ambitie Pactum locatie Zetten Visie Pactum Pactum wil, als gefuseerde organisatie, doorlopende zorglijnen borgen en waar nodig verder ontwikkelen. Zij doen dit volgens de uitgangspunten van duaal leiderschap, matched care en interdisciplinair vakmanschap. Het motto is ‘jouw toekomst, jouw plek, jouw leven’. Zo thuis mogelijk in eigen netwerk en omgeving. Niet het kind verplaatsen, maar de zorg verplaatsen (matched care). Als er een uithuisplaatsing nodig is, dan zo kort mogelijk en als het past in pleegzorg of een gezinsvervangende voorziening in de regio van de jongere met behoud van de ‘eigen’ ambulant hulpverlener. Wanneer het echt noodzakelijk is in een tijdelijk (gesloten) verblijf. Pactum heeft veel expertise om te zorgen dat de jongeren en hun gezinnen de juiste behandeling aangeboden krijgen die aansluit bij hun specifieke vraagstuk. Dat doen ze door in een traject combinaties te maken van lichte tot zeer specialistische behandelingen. Het doel is de transformatie vraagstukken in de jeugdhulp vorm te geven. Een verschuiving naar lichter, korter, zo thuis mogelijk, dichterbij en duurzamer. Pactum kan deze opgave niet alleen. Ze willen hierbij aansluiten bij de ontwikkeling van regio’s, zowel per 42 regio’s voor specialistisch jeugdhulp als bovenregionaal voor hoog specialistisch.