Bijlage 3 – Bijlagen behorende bij de motivering BOPA Zonnepark Van der Valk
Tekst van het document
5.4
Reptielen
Op basis van de verspreidingsatlassen en de verspreidingsgegevens uit de Nationale databank Flora en Fauna zijn in de omgeving van het plangebied (tot vijf kilometer) geen waarnemingen bekend van (beschermde) reptielen. Het plangebied biedt geen geschikt habitat aan voor reptielen (onder andere ontbreken duin- en heidegebieden, broeihopen, schone vennen). Op basis van de verspreidingsgegevens en de terreinkenmerken kan het voorkomen van reptielen binnen het plangebied worden uitgesloten. Conclusie Aanvullende maatregelen ten aanzien van beschermde reptielen zijn niet aan de orde.
5.5
Vissen
Op basis van de verspreidingsatlassen en de verspreidingsgegevens uit de Nationale databank Flora en Fauna zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vissensoorten. Gezien het plangebied (geïsoleerde watergangen met steile oevers) kan het voorkomen van beschermde vissensoorten (zout en zoet) op voorhand worden uitgesloten. De sloten rondom het plangebied kunnen fungeren als leefgebied van diverse algemene vissensoorten. Conclusie Aangezien de watergangen niet worden aangetast zijn aanvullende maatregelen ten aanzien van vissen niet aan de orde.
5.6
Ongewervelden
Vanuit de verspreidingsatlassen en de verspreidingsgegevens uit de Nationale databank Flora en Fauna zijn in de omgeving van het plangebied in de afgelopen vijf jaar geen waarnemingen bekend van beschermde ongewervelden. Tijdens het veldbezoek is een atalanta waargenomen ten oosten van het plangebied. Op basis van de verspreidingsgegevens en het ontbreken van onder andere een geschikt waterlichaam (helder, ondiep, goed ontwikkelde submerse vegetatie), duingebied en bosgebied kan het voorkomen van beschermde soorten ongewervelden binnen het plangebied worden uitgesloten. Het plangebied fungeert wel als onderdeel van het leefgebied van algemene ongewervelden.
Quickscan Ecologie, Nieuwleusenerdijk 1 te Zwolle, EC247162/SK
19
Conclusie Aanvullende maatregelen ten aanzien van beschermde ongewervelden zijn niet aan de orde. Binnen- en rondom het plangebied worden algemeen voorkomende ongewervelden verwacht. Voor alle voorkomende soorten geldt te allen tijde de zorgplicht (zie hoofdstuk 2, paragraaf 1). Ten aanzien van het voorkomen van algemene soorten ongewervelden zijn aanvullende maatregelen van toepassing. Deze zijn benoemd in paragraaf 6.2.
5.7
Vleermuizen
Vanuit de verspreidingsatlassen en de verspreidingsgegevens uit de Nationale databank Flora en Fauna zijn in de omgeving van het plangebied diverse waarnemingen bekend van vleermuizen (gewone dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis). Er zijn onder andere waarnemingen bekend uit 2024 van gewone dwergvleermuizen rondom het hotel direct ten zuiden van het plangebied. Verblijfplaatsen Door de afwezigheid van gebouwen en bomen binnen het plangebied kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen worden uitgesloten. In de omgeving van het plangebied zijn mogelijk verblijfplaatsen aanwezig. (Dietz, 2014) Foerageergebied en vliegroutes Het plangebied biedt in de vorm van een kort gemaaid grasland geen geschikt foerageergebied aan voor de in de omgeving van het plangebied voorkomende vleermuizensoorten. De sloten rondom het plangebied en de vijver ten zuiden van het plangebied zijn daarentegen wel geschikt als mogelijk foerageergebied. Ook kunnen deze en de bomenrij langs de Nieuwleusenerdijk dienen als mogelijke vliegroute. Conclusie Ter plaatse van het plangebied zijn geen mogelijkheden aanwezig voor verblijfplaatsen van vleermuizen. In de omgeving zijn mogelijk wel verblijfplaatsen aanwezig van vleermuizen.
De omgeving van het plangebied fungeert mogelijk als onderdeel van het foerageergebied en vliegroute voor de in de omgeving van het plangebied voorkomende vleermuizensoorten. Omdat de werkzaamheden overdag plaatsvinden ondervinden de vleermuizen geen hinder van de werkzaamheden.
5.8
Broedvogels
Algemene broedvogels Vanuit de verspreidingsatlassen en de verspreidingsgegevens uit de Nationale databank Flora en Fauna zijn in de omgeving van het plangebied verschillende waarnemingen bekend van algemene broedvogels. Gedurende het veldbezoek zijn diverse waarnemingen gedaan van kraaien en houtduiven. Daarnaast is er één kievit waargenomen in het plangebied.
Quickscan Ecologie, Nieuwleusenerdijk 1 te Zwolle, EC247162/SK
20
Het plangebied biedt in de vorm van kort gras afwisselend met kale plekken geschikte nestlocaties aan voor de kievit (Vogelbescherming, sd). Ook is het mogelijk dat bijvoorbeeld een wilde eend binnen het plangebied gaat broeden als het gras weer langer wordt. Het plangebied en de omgeving biedt in de vorm van grasland met sloten geschikt foerageergebied aan voor enkele algemene broedvogels. Conclusie Van schadelijke handelingen, zoals benoemd in de Omgevingswet, ten aanzien van algemene broedvogels kan sprake zijn wanneer werkzaamheden plaatsvinden binnen de broedperiode van de te verwachten soorten. Nesten welke gedurende het nestseizoen eieren of jongen bevatten, zijn te allen tijde beschermd; hier wordt geen vergunning voor verleend. Door de opstart van de werkzaamheden buiten de broedperiode van de te verwachten soorten uit te voeren of een broedvogelcheck te laten uitvoeren, worden schadelijke handelingen, zoals genoemd binnen de Omgevingswet voorkomen. De meest geschikte periode voor het uitvoeren van de werkzaamheden, gezien de te verwachten soorten, is de periode september-februari. Jaarrond beschermde broedvogels Vanuit de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van de plangebieden verschillende broedvogels met een jaarrond beschermde nestlocatie bekend. Dit betreft onder andere de boerenzwaluw, boomvalk, gierzwaluw, oeverzwaluw en groene specht.
Binnen het plangebied zijn door het gebrek aan bomen, struikgewas en gebouwen geen mogelijkheden voor nestlocaties van jaarrond beschermde broedvogels. In de bomen, de oeverzwaluwwal en het hotel naast het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen vogels, nesten (horsten) of verblijfplaatsen aangetroffen. Wel zijn er tijdens het veldbezoek zijn meerdere foeragerende boerenzwaluwen boven en rondom het plangebied waargenomen. Conclusie Aangezien de werkzaamheden tijdelijk van aard zijn, de biodiversiteit op het terrein zullen versterken en de voornoemde soorten de omgeving van het plangebied kunnen blijven gebruiken als onderdeel van hun foerageergebied worden negatieve effecten op jaarrond beschermde broedvogels uitgesloten.
Quickscan Ecologie, Nieuwleusenerdijk 1 te Zwolle, EC247162/SK
21
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
6.1
Conclusie beschermde soorten, houtopstanden en gebiedsbescherming
De verspreidingsgegevens en het oriënterend veldbezoek geven een duidelijk beeld van het (mogelijk) voorkomen van beschermde flora en fauna en of er mogelijk negatieve effecten zijn op beschermde natuurgebieden, soorten en houtopstanden. Op basis van het bureauonderzoek en het oriënterend veldbezoek kunnen de volgende conclusies met betrekking tot beschermde natuurgebieden, soorten en houtopstanden worden getrokken: Tabel 6.1: Overzichtstabel aanwezigheid beschermde natuurwaarden en vervolgstappen Gebiedsbescherming
Gebied aanwezig
Natura 2000-gebieden
Ca. 600 m
Natuurnetwerk Nederland Weidevogelgebied
Flora
Ca. 500 m Ca. 8 km Geschikt habitat Nee
Grondgebonden zoogdieren
Ja
Amfibieën
Ja
Reptielen Vissen
Nee Ja
Ongewervelden
Ja
Soortgroep
Verblijfplaatsen
Nee
Vleermuizen Foerageergebied Ja Vliegroutes Broedvogels (jaarrond beschermde nesten)
Broedvogels (algemeen)
Effect planontwikkeling Mogelijk verhoogde stikstofdepositie Geen Geen Effect planontwikkeling Geen Verstoren-, doden beschermde soorten Verstoren-, doden algemene soorten Geen Geen Verstoren-, doden algemene soorten Mogelijke verstoring van eventuele verblijfplaatsen rondom het plangebied wanneer werkzaamheden ’s nachts worden uitgevoerd Mogelijke verstoring van eventuele foerageergebied of vliegroute wanneer werkzaamheden ’s nachts worden uitgevoerd
Nee
Geen
Ja
Mogelijke verstoring van een broedplaats door de werkzaamheden
Houtopstanden Aanwezig Beschermde houtopstand Nee Geen vervolgtraject noodzakelijk.
Aanvullend onderzoek
Vergunningplicht
Vervolgstappen/advies
Ja
Mogelijk
Nee Nee Aanvullend onderzoek Nee
Geen Geen
AERIUS-berekening uitvoeren Geen Geen
Vergunningsplicht
Vervolgstappen/advies
Nee
Ja
Mogelijk
Geen Werken onder ecologisch werkprotocol voor egel, steenmarter, bunzing en wezel
Nee
Nee
Zorgplicht
Nee Nee
Nee Nee
Geen Geen
Nee
Nee
Zorgplicht
Nee
Nee, tenzij
Werkzaamheden uitvoeren in daglichtperiode of vleermuisvriendelijke verlichting gebruiken
Nee
Nee
Geen
Nee, tenzij
Effect planontwikkeling Geen
Nee, tenzij
Vergunningplicht Nee
Werken buiten broedperiode van de te verwachten soorten of broedvogelcheck door ecoloog Vervolgstappen/advies Geen
Geen vervolgtraject noodzakelijk indien wordt voldaan aan het gegeven advies. Vervolgtraject noodzakelijk. Vergunning noodzakelijk.
Quickscan Ecologie, Nieuwleusenerdijk 1 te Zwolle, EC247162/SK
22
6.2
Aanbevelingen en vervolgstappen
Algemeen voorkomende zoogdieren, ongewervelden en amfibieën Voor alle soorten, wel of geen vrijstelling, geldt dat voldaan moet worden aan de algehele zorgplicht. De zorgplicht geldt voor alle werkzaamheden. Ten aanzien van de algemene zoogdieren, ongewervelden en amfibieën de volgende algemene richtlijnen te worden opgevolgd in het veld: • • • • •
•
Indien individuen van dieren worden aangetroffen, dienen deze de gelegenheid te krijgen om te kunnen vluchten. Aanbevolen wordt om minder mobiele dieren, zoals de gewone pad, te verplaatsen tot buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. De maaiwerkzaamheden worden in één richting uitgevoerd. Hierbij wordt, indien aanwezig, richting een vluchtweg gewerkt zodat mobiele soorten kunnen ontsnappen en zelf voor de werkzaamheden kunnen uitwijken. Om schade zo veel mogelijk te beperken wordt aanbevolen zoveel mogelijk gebruik te maken van dezelfde aan- en afvoerroutes. Voor de aanleg van het werkterrein dient rekening te worden gehouden met het toe te passen materiaal. Er dienen geen ruimtes aanwezig te zijn onder de rijplaten. Deze ruimtes kunnen namelijk worden gebruikt als schuilplek voor zoogdieren en amfibieën. Indien er toch ruimten ontstaan onder de rijplaten dan dienen deze te worden gedicht met grond. Verstoring van in de nacht foeragerende dieren wordt voorkomen door de werkzaamheden overdag uit te voeren.
Vleermuizen Voor vleermuizen (en andere nacht actieve-/lichtgevoelige dieren zoals uilen) dient rekening te worden gehouden met mogelijke lichtverstoring. Door uitsluitend overdag te werken of vleermuisvriendelijke verlichting te gebruiken wordt verstoring van deze soorten voorkomen. Algemene broedvogels Door de opstart van de werkzaamheden buiten de broedperiode van de te verwachten soorten uit te voeren en een broedvogelcheck te laten uitvoeren, worden schadelijke handelingen, zoals genoemd binnen de Omgevingswet voorkomen. De meest geschikte periode voor het uitvoeren van de werkzaamheden, gezien de te verwachten soorten, is de periode september-februari. Wanneer de werkzaamheden buiten de voornoemde periode worden uitgevoerd dient voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck te worden uitgevoerd door een ecoloog.
6.3
Beheersmaatregelen
Om de biodiversiteit binnen het plangebied in de nieuwe situatie zo groot mogelijk te maken is het aan te raden om gefaseerd te maaien en snoeien. Hierdoor is te allen tijde geschikt leefgebied en beplanting aanwezig voor onder andere ongewervelden. Hierbij dient vanuit één richting gewerkt te worden zodat dieren kunnen vluchten.
Quickscan Ecologie, Nieuwleusenerdijk 1 te Zwolle, EC247162/SK
23
6.4
Natuur+/Natuurinclusiviteit
Het plangebied biedt in de vorm van sloten, oevers en in de nieuwe situatie bosschages diverse mogelijkheden aan voor de bunzing, algemene amfibieën, egels, steenmarter en verschillende vlinders. Om de biodiversiteit binnen het plangebied te vergroten kunnen de volgende natuurinclusieve maatregelen worden getroffen: - Insectenhotel - Takkenhopen (bieden verblijfplaats voor bijvoorbeeld egel en bunzing) Indien gewenst kan een ecoloog van Mateboer Milieutechniek hier verder advies over geven. - Kruidenrijk grasland toepassen
6.5
Geldigheid onderzoeksgegevens
In het algemeen kan gesteld worden dat een ecologisch onderzoek geldig is voor een periode van 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd, de werkzaamheden zijn gewijzigd of de Omgevingswet of de inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar wordt aanbevolen de resultaten van de inventarisatie opnieuw te toetsen.
Quickscan Ecologie, Nieuwleusenerdijk 1 te Zwolle, EC247162/SK
24
7
GERAADPLEEGDE BRONNEN
BIBLIOGRAFIE BIJ12. (2017, Juli). Kennisdocument das. Opgehaald van https://www.bij12.nl/wpcontent/uploads/2023/11/Kennisdocument-Das.pdf BIJ12. (2024, Juli). Kennisdocument Kleine marterachtigen. Opgehaald van https://www.bij12.nl/wpcontent/uploads/2024/01/Kennisdocument-kleine-marterachtigen-v1-1-2.pdf Dietz, C. &. (2014). Bats of Britain and Europe. Bloomsbury Publishing PLc. Nationale Databank Flora en Fauna. (2024). Verspreidingsgegevens. Opgeroepen op Augustus 22, 2024, van https://www.ndff.nl/ Vogelbescherming. (sd). Kievit. Opgehaald van https://www.vogelbescherming.nl/ontdekvogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/kievit Zoogdiervereniging. (sd). Bever. Opgehaald van https://zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/bever Zoogdiervereniging. (sd). Egel. Opgehaald van https://zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/egel#:~:text=Egels%20gebruiken%20's%20na chts%20veelvuldig,Egels%20hebben%20vijf%20tenen. Zoogdiervereniging. (sd). Otter. Opgehaald van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/otter Zoogdiervereniging. (sd). Steenmarter. Opgehaald van https://zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/steenmarter
Quickscan Ecologie, Nieuwleusenerdijk 1 te Zwolle, EC247162/SK
25
Bijlage 1: Ligging plangebied
Quickscan Ecologie, Nieuwleusenerdijk 1 te Zwolle, EC247162/SK
Overzichtstekening onderzoekslocatie
Nieuwleusenerdijk 1 te Zwolle
Legenda plangebied
Projectnummer: Projectleider: Product: Tekenaar: Datum: Schaal (A3): Opdrachtgever:
Kaart: TopoPlus, © SPOTinfo Overzicht: © OpenStreetMap contributors, CC-BY-SA
EC247162 SK ECO QS MH 22 augustus 2024 1:4000 RHO Adviseurs
Zwolle - Kampen - Almere - Joure - Groningen
...2024\Z\Zwolle, Nieuwleusenerdijk 1\ECO QS EC247162.qgz
ECO QS
Bijlage 2: Overzichtskaart beschermde gebieden
Quickscan Ecologie, Nieuwleusenerdijk 1 te Zwolle, EC247162/SK
Overzichtstekening beschermde gebieden
Nieuwleusenerdijk 1 te Zwolle
Legenda plangebied
Natura 2000 Habitat richtlijn Vogel en habitat richtlijn
Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland
Projectnummer: Projectleider: Product: Tekenaar: Datum: Schaal (A3): Opdrachtgever:
Kaart: TopoPlus, © SPOTinfo Overzicht: © OpenStreetMap contributors, CC-BY-SA
EC247162 SK ECO QS MH 22 augustus 2024 1:10000 RHO Adviseurs
Zwolle - Kampen - Almere - Joure - Groningen
...2024\Z\Zwolle, Nieuwleusenerdijk 1\ECO QS EC247162.qgz
ECO QS
Bijlage 4
55/240
Stikstofonderzoek
STIKSTOFONDERZOEK ZONNEPARK VAN DER VALK ZWOLLE 12 november 2025
1/10
DATUM KENMERK
12 november 2025 20240741/233429/
PROJECT PROJECTLEIDER
Zwolle Van der Valk - BOPA 5.1.2e
OPDRACHTGEVER Rokade Planontwikkeling BV PROJECTNUMMER 20240741 AUTEUR
2/10
5.1.2e
DISCLAIMER © Rho Adviseurs B.V. Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs B.V., behoudens voor zover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. AVG Onze producten worden vrijgegeven conform het protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem van Rho Adviseurs B.V.. Daarbij wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. In het kader van de AVG worden, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, persoonsgegevens van derden in onze producten geanonimiseerd. In het belang van de advisering en herkenbaarheid worden bedrijfsgegevens van Rho Adviseurs B.V., namen, e-mailadres(sen) en telefoonnummer(s) van adviseur(s), zijnde auteur(s) van het rapport of de projectleider van het onderhavige project, niet geanonimiseerd.
3/10
STIKSTOFONDERZOEK ZONNEPARK VAN DER VALK ZWOLLE 1. INLEIDING In opdracht van het Van der Valk hotel in Zwolle is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanlegfase en gebruiksfase van een zonnepark van circa 3 ha. Momenteel zijn de gronden in gebruik als grasland. De initiatiefnemer wil voor een periode van maximaal 25 jaar een zonneveld realiseren met bijbehorende bouwwerken, zoals een batterijopslag, een transformatiehuisje, de omvormers en het hekwerk. In deze berekening is rekening gehouden met de inzet van dieselmaterieel en verkeersbewegingen als emissiebron. In figuur 1 is de ligging van het projectgebied weergegeven.
Figuur 1 Ligging van het projectgebied (bron: Basisviewer Rho 2025)
Met de nieuwste release van rekenmodel AERIUS (versie 2025.0.1) is een berekening uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden in beeld te brengen, daarbij zijn de aanleg- en gebruiksfase van de beoogde ontwikkeling beschouwd. In deze memo wordt achtereenvolgens ingegaan op het wettelijk kader, de nabijgelegen Natura 2000-gebieden, de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De AERIUSberekening is opgenomen in een aparte bijlage.
4/10
2. WETTELIJK KADER Omgevingswet De aanwijzing en bescherming van de Nederlandse Natura 2000-gebieden is geregeld in de Omgevingswet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving. Elk Natura 2000-gebied is aangewezen door het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur door middel van een aanwijzingsbesluit. Het aanwijzingsbesluit bepaalt voor welke soorten en habitats het gebied wordt aangewezen, welke instandhoudingsdoelen gerealiseerd moeten worden (behoud, herstel, uitbreiding) en de exacte begrenzing van het gebied. Voor elk Natura 2000-gebied is een beheerplan worden opgesteld, waarin maatregelen zijn opgenomen om de instandhoudingsdoelstellingen te bereiken. Beheerplannen worden in de meeste gevallen vastgesteld door de Provincie. In het beheerplan kan ook worden bepaald welke activiteiten in het gebied zijn toegestaan en onder welke voorwaarden. Schadelijke effecten op de aanwezige natuurwaarden waarvoor het gebied is aangewezen moeten daarbij uitgesloten zijn. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: ● De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de beschermingszones zijn aangewezen.
● Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast. ● Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een ecologische beoordeling noodzakelijk.
5/10
3. NATURA 2000-GEBIEDEN In figuur 2 is het projectgebied met het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied weergegeven. Het betreft de Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht en ligt op circa 610 meter afstand. Dit gebied heeft zeer gevoelige habitats.
Figuur 2 Projectgebied (binnen zwart kader) met meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied (bron: AERIUS-calculator)
6/10
4. BEREKENINGEN PER FASE 4.1
Gebruiksfase
Verkeersgeneratie Het onderhoud van het zonnepark zorgt voor extra verkeersbewegingen waardoor sprake is van stikstofemissies. Gedurende het gebruik is er sprake van maaiwerkzaamheden, schoonmaakwerkzaamheden en onderhoudswerkzaamheden. Hieronder is uitgesplitst hoeveel verkeersbewegingen op jaarbasis worden verwacht: ● Onderhoud natuurvriendelijke oever met bosmaaier en heggenschaar: 1 keer per jaar, totaal 8 uur per onderhoudsbeurt met één bestelbus. ● Onderhoud panelen: 1 keer per jaar met één bestelbus; gedurende 4 dagen. ● Reinigen panelen: 1 keer per jaar met twee bestelbussen; gedurende 2 dagen. Dit komt neer op een verkeersgeneratie van 18 lichte verkeersbewegingen per jaar. Figuur 3. Rijroute Rijroutes Voor de bepaling van rijroutes en rijrichtingen is het bestaande verkeersbeeld leidend. Aan- en afrijdend verkeer dat zich heeft verdund tot enkele procenten (maximaal 5%) van het reeds aanwezige verkeer, wordt beschouwd als onderdeel van dit heersende verkeersbeeld. Voor dit stikstofonderzoek zijn de verkeersbewegingen gemodelleerd tot aan de Nieuwleusenerdijk ten zuiden van het projectgebied.
Uit gegevens van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit blijkt dat voor de Nieuwleusenerdijk de volgende voertuigintensiteiten zijn bepaald: ● 10.838 lichte voertuigbewegingen ● 684 middelzware voertuigbewegingen ● 373 zware voertuigbewegingen Op de Nieuwleusenerdijk heeft het aan- en afrijdende verkeer als gevolg van de ontwikkeling zich verdund tot enkele procenten (maximaal 5%) van het reeds aanwezige verkeer. De gegevens zijn als lijnbron ingevoerd in AERIUS. Figuur 3 toont een weergave van de rijroute. Koude start Er is sprake van een koude start wanneer motorvoertuigen gestart worden nadat ze 2 uur of langer stil gestaan hebben. Voor de gebruiksfase is de verwachting dat al het lichte verkeer een koude start maakt in het projectgebied. Dit komt neer op 9 koude starts per jaar.
4.2
Aanlegfase
Inzet materieel De beoogde ontwikkeling betreft de aanleg van een zonnepark van circa 3 ha. Een aanzienlijk stuk van het projectgebied blijft overigens onbedekt. Voor de aanlegfase is daarom uitgegaan van 2,6 ha aan bebouwing. Bij de inschatting van het mogelijke dieselverbruik is rekening gehouden met traditionele bouwmethoden. In tabel 1 is het totaal aan dieselverbruik van het materieel gespecificeerd op basis van vergelijkbare projecten; dit is een inschatting van de mogelijke inzet van dieselmaterieel (exacte gegevens zijn in dit stadium niet bekend). Het brandstofverbruik (l/uur) is gebaseerd op de Excel-tabel behorende
7/10
bij het TNO-rapport ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste worst-case schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’, gepubliceerd op 13 december 2021. In de berekening is het Adblue-verbruik op 6% gespecificeerd. De gegevens uit onderstaande tabel zijn ingevoerd als vlakbron aangezien het materieel in het hele gebied werkzaam zal zijn. Tabel 1 Dieselverbruik materieel aanlegfase
Machine
Minikraan
Wiellader
Verreiker
Kleine heimachine
Klasse STAGE klasse IV bouwjaar 20142018, 75-560 kW STAGE klasse IV bouwjaar 20142018, 75-560 kW STAGE klasse IV bouwjaar 20142018, 75-560 kW STAGE klasse IV bouwjaar 20142018, 75-560 kW
Totaal Stage klasse IV 75-560 kW Trilpaat Totaal Stage klasse IIIA <=56
STAGE klasse III A bouwjaar 2006-2010, <=56 kW
Uren
Dieselverbruik in L/uur
Dieselverbruik totaal Adblue-verbruik in L (6%) in L
95
7
662
40
95
9
851
51
189
10
1.891
113
57
12
681
41
435
-
4.084
245
95
3
284
-
95
-
284
-
Verkeer In het projectgebied ontstaat verkeergeneratie door het laden- en lossen van containers, aanleveren van materiaal en materieel. Ook zijn er extra verkeersbewegingen afkomstig van het personeel. Gesteld wordt dat jaarlijks maximaal 100 vrachtwagens (zwaar verkeer) naar de bouwplaats zullen komen en gaan. Voor het personeel wordt uitgegaan van 6 werkbussen per werkdag (licht verkeer). Voor de lichte, middelzware en zware verkeersbewegingen van de aanlegfase is één route aangehouden, namelijk de route naar de Nieuwleusenerdijk die via de Nieuwe Hessenweg uitloopt op de A28. Stationaire emissies Voor stationair draaiende wegvoertuigen (het laden en lossen van vrachtwagens) is er in de berekening ook een vlakbron als categorie ‘Anders’ opgenomen ten behoeve van de emissie NOx en NH3. Hierbij is de methode gehanteerd die in de “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator” staat beschreven. Voor de emissiecijfers is aangesloten bij de tabel die in de bijlage van deze instructie is opgenomen (Bijlage 1: Stationaire emissies wegverkeer). Het aantal voertuigen wordt bepaald door het aantal vervoersbewegingen te delen door twee, aangezien elk voertuig aanen afrijd. Wanneer 100 zware motorvoertuigen in het rekenjaar 2025 gemiddeld 15 minuten stationair draaien, ontstaan de onderstaande emissies:
8/10
Tabel 2 Stationaire emissies
Type voertuig
Aantal stationaire uren
Emissie NH3 in gram/uur
Zwaar Totaal
25
1,0116
Totale emissie Emissie NOx in NH3 stationair in gram/uur kg 0,025 77,712 0,025
Totale emissie NOx in kg 1,825 1,825
In totaal leidt het stationair draaien van het bouwverkeer tot een emissie van 0,025 kg NH₃ en 1,825 kg NOₓ. Dit is als vlakbron ingevoerd ter plaatse van het projectgebied. Koude start Voor de koude start van voertuigen is ervan uitgegaan dat 50% van het lichte verkeer een koude start maakt op de bouwlocatie. Voor het zware verkeer wordt ervan uitgegaan dat deze voertuigen niet langer dan 2 uur stil staan op de bouwplaats. In het rekenprogramma zijn derhalve 6 koude starts/etmaal ingevoerd.
4.3
Rekenjaar
De voorgenomen ontwikkeling wordt binnen één jaar gerealiseerd. Voor de aanleg- en gebruiksfase is als worst-case scenario het rekenjaar 2025 gehanteerd. Naarmate het rekenjaar verder in de toekomst ligt, worden de emissies ten gevolge van transportbewegingen lager, omdat het rekenmodel uitgaat van toepassing van schonere technieken in de toekomst.
9/10
5. RESULTATEN EN CONCLUSIE In het bijgevoegde PDF-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. Uit de berekening voor de aanlegen gebruiksfase (zonder interne saldering) blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn om die reden niet aan de orde. Voor de uitvoering van dit project geldt geen vergunningplicht voor een Natura 2000-acitiviteit.
10/10
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Detailgegevens per emissiebron Resultaten Samenvatting situaties Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Rho Adviseurs Keizerstraat 21, 7411HD Deventer Zwolle zonnepark Van der Valk ..
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RmjjfBLurDyg 06 november 2025, 12:05 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Aanleg- en gebruiksfase - Beoogd Aanleg- en gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RmjjfBLurDyg (06 november 2025)
2025 -
1,1 kg/j
36,0 kg/j
2/8
Projectberekening
Aanleg- en gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 1 2 4 5
Mobiele werktuigen | Aanlegfase Verkeer | Koude start: overig | Koude start gebruiksfase Verkeer | Koude start: overig | Koude start aanlegfase Anders... | Stationaire emissies Verkeersnetwerk
RmjjfBLurDyg (06 november 2025)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
1,0 kg/j 0,0 kg/j 98,3 g/j 25,0 g/j 27,5 g/j
33,2 kg/j 2,4 g/j 0,6 kg/j 1,8 kg/j 0,4 kg/j
3/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RmjjfBLurDyg (06 november 2025)
4/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanleg- en gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
RmjjfBLurDyg (06 november 2025)
5/8
Projectberekening
Aanleg- en gebruiksfase, Rekenjaar 2025 1
Mobiele werktuigen
Naam Locatie Oppervlakte
Naam/Stageklasse
Aanlegfase X:207471,68 Y:505581,92 2,91 ha
435 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
24,2 kg/j 1,0 kg/j
95 u/j 1,0 m 0,006 MW
0,3 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
9,0 kg/j 2,1 g/j
NOₓ NH₃
2,4 g/j 0,0 kg/j
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig
Koude start gebruiksfase X:207471,61 Y:505581,7 2,91 ha
Koude starts
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
9,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar
3 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Wegverkeer aanlegfase licht verkeer Links Rechts NOₓ Locatie X:207580,92 Y:505658,84 Type scherm - NO₂ Lengte 286,25 m Hoogte - NH₃ Wegtype Buitenweg Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Maximum snelheid Aantal voertuigbewegingen
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RmjjfBLurDyg (06 november 2025)
33,2 kg/j 1,0 kg/j
BrandstofDraaiuren Uittreedhoogte/Warmteinhoud Spreiding/Temporele Stof Emissie verbruik/AdBlue variatie verbruik
Stage IV 75-560 kW 4.084 l/j Stage-IV, 2014- 245 l/j 2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Stage III < 56 284 l/j Stage-IIIA, 2006- 0 l/j 2010, <= 56 kW, diesel, SCR: nee 2
NOₓ NH₃
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
12,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
0,2 kg/j 25,2 g/j 21,6 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
6/8
Projectberekening
4
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig
Koude start aanlegfase X:207472,08 Y:505582,04 2,93 ha
NOₓ NH₃ Koude starts
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 5
6,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
Anders...
Naam Stationaire Uittreedhoogte emissies Warmteinhoud Locatie X:207472,23 Spreiding Y:505582,72 Oppervlakte 2,94 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
0,0 m 0,000 MW 0,0 m
6 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Wegverkeer gebruiksfase Locatie X:207580,92 Y:505658,84 Lengte 286,25 m Wegtype Buitenweg Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Maximum snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
0,6 kg/j 98,3 g/j
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
NOₓ NH₃
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
1,8 kg/j 25,0 g/j
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
18,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar
7 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Wegverkeer aanlegfase zwaar verkeer Links Rechts NOₓ Locatie X:207580,92 Y:505658,84 Type scherm - NO₂ Lengte 286,25 m Hoogte - NH₃ Wegtype Buitenweg Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Maximum snelheid Aantal voertuigbewegingen
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RmjjfBLurDyg (06 november 2025)
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
0,0 /jaar 0,0 /jaar 200,0 /jaar 0,0 /jaar
0,0 kg/j 0,0 kg/j 0,0 kg/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,2 kg/j 53,6 g/j 5,9 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
7/8
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2025.0.1_20251007_db4f14956b Database versie 2025.0.1_db4f14956b_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RmjjfBLurDyg (06 november 2025)
8/8
Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel AERIUS kenmerk Projectberekening: RmjjfBLurDyg
Dit document is een bijlage, behorende bij een Projectberekening uitgevoerd met AERIUS Calculator. De bijlage is een hulpmiddel bij het beoordelen van projecten waar sprake is van hexagonen met een hersteldoel. De bijlage bevat daartoe een overzicht van de maximale bijdrage per gebied. Voor meer uitleg over 'hexagonen met een hersteldoel' in AERIUS, zie het handboek Calculator.
Overzicht Resultaten Deze PDF is geen digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS, maar alleen een bijlage. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
op onze website
handleidingen
Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Bijbehorende projectberekening
Rho Adviseurs Keizerstraat 21, 7411HD Deventer
Omschrijving projectberekening AERIUS kenmerk projectberekening Datum projectberekening
Zwolle zonnepark Van der Valk RmjjfBLurDyg 06 november 2025, 12:05
Totale emissie
Rekenjaar
Aanleg- en gebruiksfase - Beoogd
RmjjfBLurDyg (06 november 2025)
2025
Emissie NH₃
1,1 kg/j
Emissie NOₓ
36,0 kg/j
2/4
Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel
Resultaten hexagonen met hersteldoel situatie "Aanleg- en gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
RmjjfBLurDyg (06 november 2025)
3/4
Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2025.0.1_20251007_db4f14956b Database versie 2025.0.1_db4f14956b_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RmjjfBLurDyg (06 november 2025)
4/4
78/240
Bijlage 5
79/240
Onderzoek externe veiligheid
Adviesgroep AVIV BV Piet Heinstraat 12 7511 JE Enschede
Externe veiligheid / EOS Van der Valk hotel Zwolle
Project Datum
256384 18 september 2025
Externe veiligheid / EOS Van der Valk hotel Zwolle
Project
256384
Datum
18 september 2025
Auteurs
5.1.2e 5.1.2e
Versie nr.
1
Opdrachtgever
Rokade Planontwikkeling BV Postbus 336 8000AH Zwolle
Externe veiligheid / EOS Van der Valk hotel Zwolle
Inhoudsopgave 1 Inleiding ______________________________________________________ 4 2 Normstelling externe veiligheid ___________________________________ 5 2.1 Plaatsgebonden risico ________________________________________ 6 2.2 Aandachtsgebieden __________________________________________ 6 3 Uitgangspunten ________________________________________________ 7 3.1 Situatie ____________________________________________________ 7 3.2 Batterijsysteem _____________________________________________ 7 3.3 Exploitatie EOS conform PGS 37-1______________________________ 8 4 Beoordeling EOS ______________________________________________ 10 4.1 Bepaling EV-afstanden ______________________________________ 10 4.2 Plaatsgebonden risico _______________________________________ 10 4.3 Aandachtsgebieden _________________________________________ 11 4.4 Risicobronnen in de omgeving ________________________________ 12 5 Conclusie ____________________________________________________ 14 Referenties _____________________________________________________ 15
3
Externe veiligheid / EOS Van der Valk hotel Zwolle
1 Inleiding Van der Valk hotel Zwolle is voornemens een zonnepark van 3 hectare te realiseren naast het hotel bij de A28 in Zwolle. Het zonneveld is primair bedoeld voor de laadstroom voor de auto’s geparkeerd op het parkeerterrein bij het hotel. Om een continu aanbod van zonnestroom te kunnen leveren, wordt de gewonnen elektriciteit opgeslagen in een Energie Opslag Systeem (EOS). Onder de Omgevingswet is de exploitatie van een EOS geen activiteit die beschreven wordt in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Echter in het kader van de zorgplicht en de PGS 37-1 wordt in dit rapport inzage gegeven in de risico’s van een EOS op de omgeving.
4
Externe veiligheid / EOS Van der Valk hotel Zwolle
2 Normstelling externe veiligheid Onder de Omgevingswet blijft de beoordeling van de externe veiligheidsrisico’s op basis van een plaatsgebonden risico (PR) en een groepsrisico (GR) bestaan. Het PR is de kans op overlijden van een onbeschermd persoon die continu op één plek aanwezig is als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico en de beoordeling daarvan is onder de Omgevingswet onveranderd. In het kader van het groepsrisico moet binnen aandachtsgebieden rekening gehouden worden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval. De Omgevingswet rust op drie pijlers: 1. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) [1] Beschrijft in Bijlage VII de activiteiten met gevaarlijke stoffen en bijbehorende te berekenen of aan te houden PR-afstanden en aandachtsgebieden. 2. Besluit activiteit leefomgeving (Bal) [2] Beschrijft de activiteiten met (gevaarlijke) stoffen met een kleinere gevaarzetting dan die genoemd in het Bkl en bijbehorende aan te houden (veiligheids)afstanden. 3. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) [3] Beschrijft typen bouwwerken en de eisen waaraan deze moeten voldoen. In bijlage VII van het Bkl worden de volgende activiteiten onderscheiden: A. Activiteiten met vastgestelde afstanden zonder vergunningplicht (verwijzing naar Bal). B.
Activiteiten met vastgestelde afstanden met vergunningplicht (voorheen o.a. categoriale Bevi-inrichtingen). Een H2-installatie valt hieronder (categorie B5) C. Activiteiten met bij ministeriële regeling vastgestelde afstanden (o.a. basisnet). D. Activiteiten met te berekenen afstanden zonder vergunningplicht (o.a. buisleidingen). E. Activiteiten met te berekenen afstanden met vergunningplicht (voorheen o.a. Beviinrichtingen). De exploitatie van een EOS is nog niet als milieubelastende activiteit in het Bal opgenomen. Voor de exploitatie van een EOS is op dit moment nog geen wet- of regelgeving beschikbaar in de Omgevingswet. Op basis van de wet geldt daarom voor deze milieubelastende activiteit op zichzelf geen meldings- of vergunningsplicht met eisen ten aanzien van het inzichtelijk maken van de risico’s voor de omgeving (externe veiligheidsrisico’s). Vanuit de Omgevingswet (art. 1.6) en de Bruidsschat (art. 22.44 in de Geconsolideerde versie van 22-12-2023) bestaat de zorgplicht. In het kader van deze zorgplicht zal bij het informeren van het bevoegd gezag over de uitvoering van deze activiteit ook informatie over de externe veiligheidsrisico’s worden verstrekt. Hierbij wordt inzicht gegeven in de risico’s. Ook is in december 2023 de PGS 37-1 vastgesteld met voorschriften voor een veilige opslag van elektriciteit in energieopslagsystemen.
Deze PGS is nog niet in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), bijlage XVIII aangewezen als informatiedocument over best beschikbare techniek, maar wordt wel beschouwd.
5
Externe veiligheid / EOS Van der Valk hotel Zwolle
2.1
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Plaatsen met een gelijk risico worden door risicocontouren op een kaart weergegeven. Voor zeer kwetsbare gebouwen1 (bijv. ziekenhuis, penitentiaire inrichting, kinderdagverblijf) en kwetsbare gebouwen en locaties (bijv. woningen, grote kantoren) is de plaatsgebonden risicocontour PR 10-6 per jaar een grenswaarde (art. 5.7 Bkl) waar niet van afgeweken mag worden. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties is dit een standaardwaarde (art. 5.11 Bkl) waar gemotiveerd van af geweken mag worden.
2.2
Aandachtsgebieden Een aandachtsgebied is het gebied waarbinnen aanwezigen mogelijk kunnen overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. Op basis van drie typen effecten die kunnen optreden bij een ongeval met gevaarlijke stoffen, worden drie verschillende aandachtgebieden bepaald: • Brandaandachtsgebied (BAG). • Explosieaandachtsgebied (EAG). • Gifwolkaandachtsgebied (GAG). EOS In de rekenmethode omgevingsveiligheid lithiumhoudende energiedragers van het RIVM [5] uit 2025 wordt beschreven op basis van welke uitgangspunten inzage gegeven kan worden in de effecten van een incident bij een EOS. Voor veel configuraties zijn de afstanden van de risicocontouren opgenomen in tabellen. Basisnetroute(s) Voor basisnetroutes (Bkl bijlage VII, C) zijn zowel een BAG als een EAG van toepassing. Een BAG bedraagt 30 m aan weerszijden van een basisnetroute, een EAG bedraagt 200 m aan weerszijden van een basisnetroute. Voor basisnetroutes geldt vooralsnog geen GAG2. Toch wordt op het Portaal Atlas Veiligheid hiervoor alvast een afstand van 300 m weergegeven [4]. Buisleiding(en) Voor hogedruk (aardgas)buisleidingen is alleen een BAG van toepassing, waarvan de omvang afhankelijk is van de diameter en de druk van de buisleiding (Bkl bijlage VII, D.2). De aandachtsgebieden worden getoond op het Portaal Atlas Veiligheid [4].
1 De definities van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties zijn opgenomen in Bkl Bijlage VI 2 Met
het aanpassen van het Besluit kwaliteit leefomgeving (waarschijnlijk januari 2026) is men voornemens langs Basisnetroutes een gifwolkaandachtsgebied aan te wijzen.
6
Externe veiligheid / EOS Van der Valk hotel Zwolle
3 Uitgangspunten 3.1
Situatie Figuur 1 toont de beoogde locatie van het EOS op het zonnepark ten behoeve van Van der Valk hotel Zwolle.
Figuur 1.
3.2
Locatie EOS
Batterijsysteem Het betreft een EOS Type B dat niet betreedbaar is. Het EOS bestaat uit de cellen van het type LFP. In de gegeven situatie is veiligheidsniveau 2 het uitgangspunt. Qua vermogen wordt uitgaan van een maximum van 5 MWh [6]. Aangenomen wordt dat het EOS over een certificaat en testuitslag beschikt, een UL9540A test of gelijkwaardig, waaruit blijkt dat het EOS de testen voldoende heeft doorstaan om aan de eisen van het certificaat te voldoen. In dat geval kan gebruik worden gemaakt van de vaste afstandstabellen zoals opgenomen in de rekenmethodiek van het RIVM [5].
7
Externe veiligheid / EOS Van der Valk hotel Zwolle
3.3
Exploitatie EOS conform PGS 37-1 Zoals in hoofdstuk 2 is beschreven, wordt voor de maatregelen die van toepassing zijn voor de exploitatie van een EOS gebruik gemaakt van de PGS 37-1. Hoofdstuk 6 van de PGS 37-1 beschrijft de doelen die gesteld worden ter beperking van de risico’s. Tabel 1 toont de verschillende onderdelen en de aspecten die daarbij aan de orde kunnen komen. In de laatste kolom van deze tabel zijn de doelen uit hoofdstuk 6 van de PGS 37-1 toegevoegd aan de verschillende onderwerpen. Titel
Onderwerpen
Doelen PGS 37-1
Veiligheid van de afzonderlijke energiedrager in een EOS
Kwaliteitsbeheersprogramma en testen
D1, D2
Het inrichten van het EOS
Modulaire indeling en incidentenbescherming
D3, D6, D7, D8, D9, D11
Omgevingsveiligheid van het EOS
Locatiekeuze
D4, D5
Bereikbaarheid en bekendheid
Bekendheid en bereikbaarheid van de locatie voor de hulpdiensten. Markering. Good housekeeping
D10
Tabel 1.
3.3.1
Aspecten van veilige exploitatie EOS
Veiligheid van de afzonderlijke energiedragers in een EOS In het EOS zijn losse energiedragers gebundeld tot modules en gemonteerd. Het betreft volledig werkende energiedragers zonder beschadigingen. Naast de functionerende modules worden geen energiedragers opgeslagen die niet operationeel zijn. Opslag is hier daarom niet aan de orde. Voor het vervoer van het EOS of de onderdelen daarvan is vereist vanuit het ADR dat deze van een type zijn die voldoen aan het gestelde prestatieniveau en vervaardigd onder een kwaliteitsbeheersprogramma. Na montage is de veiligheidsconditie van de batterij niet verminderd, waardoor het prestatieniveau en de vervaardiging onder een kwaliteitsbeheersprogramma nog steeds van toepassing is.
3.3.2
Inrichten van het EOS Na het installeren en voorafgaand aan de ingebruikname van het netgebonden EOS kunnen de betreffende overheidsdiensten het inspecteren. Mocht dit nog niet eerder zijn gebeurd dan zal tijdens de inspectie ook de veiligheidsinformatie over het systeem aan de betreffende overheidsdienst worden overgedragen. Doordat het EOS zich bevindt in de hiervoor bestemde container kan worden aangenomen dat de container zodanig is ontworpen dat er binnen voldoende ventilatie aanwezig is om oververhitting tegen te gaan. De energiedragers in het EOS worden gekoeld. In het EOS is een controlepaneel aanwezig. Naast een systeemoverzicht worden hierop ook de monitoring en de alarmen (bijv. verhoogde temperatuur en CO-melder) weergegeven. Monitoring en
8
Externe veiligheid / EOS Van der Valk hotel Zwolle
controle op afstand via een live web portal is ook mogelijk. Op moment van realisatie zullen ook de afspraken gemaakt zijn over de opvolging van alarmen. Het EOS staat buiten opgesteld. Bouwkundige maatregelen aan een gebouw waarin de installatie zich bevindt zijn daarom niet aan de orde. Indien noodzakelijk zal voor de installatie een aanrijdbeveiliging worden geplaatst, zodat de eventuele werkvoertuigen of vrachtwagens haar niet kunnen beschadigen. 3.3.3
Omgevingsveiligheid Het EOS wordt op voldoende afstand van de omliggende gebouwen geplaatst om brandoverslag te voorkomen. In dit opzicht is sprake van een geschikte locatie.
3.3.4
Bereikbaarheid en bekendheid voor de hulpdiensten Bij het ontwerpen van de infrastructuur dient rekening te worden gehouden met de goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten. De installatie zelf dient voor incidentenbestrijding aan alle vier zijden bereikbaar te zijn. Het bevoegd gezag en de veiligheidsregio zullen op de hoogte worden gebracht van de aanwezigheid van het EOS. Hierdoor is de veiligheidsregio (en daarmee de brandweer) op de hoogte van deze locatie en type EOS dat wordt geïnstalleerd. Dit zorgt voor een voldoende mate van bekendheid. De manier van de exploitatie van het EOS met de daarbij getroffen preventieve en repressieve maatregelen zijn in lijn met de doelen beschreven in de PGS 37-1.
9
Externe veiligheid / EOS Van der Valk hotel Zwolle
4 Beoordeling EOS 4.1
Bepaling EV-afstanden In de rekenmethodiek van RIVM [5] worden tabellen gepresenteerd waarin, afhankelijk van het type en de capaciteit van het EOS, vaste afstanden worden gegeven voor het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. Hieronder worden de relevante parameters gegeven om de afstanden van de risicocontouren vast te stellen: • EOS type B, een stationair EOS dat niet betreedbaar is: Een EAG is niet van toepassing. • Veiligheidsniveau 2: het EOS voldoet aan de minimale eisen van de PGS 37-1 en heeft aantoonbare brandbeveiligingsvoorzieningen tegen brandpropagatie tussen racks. • Capaciteit EOS: 5 MWh, modules max. 100 kWh; rekken max. 500 kWh. • Type energiedrager: LFP.
4.2
Plaatsgebonden risico Figuur 2 toont de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van 15 m rond de EOS. Binnen de contour bevinden zich geen gebouwen. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering.
Figuur 2.
Plaatsgebonden risico 10-6 EOS Van der Valk Zwolle
10
Externe veiligheid / EOS Van der Valk hotel Zwolle
4.3
Aandachtsgebieden Uit tabel 18 van de rekenmethodiek kan voor het GAG de afstand 90 m afgelezen worden. Deze afstand is gebaseerd op de 2,54 x LBW-concentratie benadering. Inmiddels zijn recentere wetenschappelijke inzichten beschikbaar die zijn gebaseerd op de “Indoor LBW Dose” benadering. De GAG’s die met de ‘Indoor LBW dose’-methode zijn berekend, zijn significant kleiner. Volgens tabel 24 van de rekenmethodiek gaat het bij het hier beschouwde EOS om een afstand van 20 m. Figuur 3 toont het GAG volgens beide berekeningswijzen. Het blijkt dat het Van der Valk hotel gedeeltelijk binnen het GAG van 90 m ligt, maar ruimschoots buiten het GAG volgens de meest recente inzichten. Het GAG van 90 m reikt niet tot over de A28.
Figuur 3.
GAG EOS Van der Valk Zwolle
11
Externe veiligheid / EOS Van der Valk hotel Zwolle
4.4
Risicobronnen in de omgeving
4.4.1
A28 Figuur 4 toont de ligging van het zonnepark en het EOS ten opzichte van het brandaandachtsgebied (BAG), het explosieaandachtsgebied (EAG) en het gifwolkaandachtsgebied (EAG) van de A28.
Figuur 4.
Aandachtsgebieden rijksweg A28
De zonnepanelen liggen alle buiten het BAG, net als het EOS. Binnen het EAG moet rekening worden gehouden met de effecten van een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapor Explosion), een vuurbal die ontstaat door de explosieve verbranding van vrijgekomen brandbaar gas. Bijvoorbeeld door een ongeval met een LPG-tankauto. Binnen een GAG gaat het om de verspreiding van giftige gassen of verdamping van giftige vloeistoffen na uitstroming uit een tankauto Uit figuur 4 blijkt dat de eventuele effecten van het EOS op de omgeving, mocht deze bezwijken door een explosie op de A28 (niet waarschijnlijk), in het niet vallen in vergelijking met de effecten van de A28 zelf.
12
Externe veiligheid / EOS Van der Valk hotel Zwolle
4.4.2
Aardgasleidingen Figuur 5 toont de ligging van het EOS ten opzichte van het brandaandachtsgebied (BAG) van de nabij gelegen aardgasleiding. Het EOS ligt alleen in het BAG van leiding N-570-20 op ca. 20 m van de leiding. Het ligt daarmee buiten het belemmeringengebied van 4 m, gemeten vanaf het hart van de buisleiding (art. 5.18 Bkl).
Figuur 5.
Brandaandachtsgebied aardgasleidingen
Binnen het brandaandachtsgebied, moet rekening worden gehouden met de effecten van een fakkelbrand. Wanneer een buisleiding zodanig beschadigd raakt dat brandbaar gas uit de leiding stroomt en ontbrandt, treedt een kortdurende, maar hevige fakkelbrand op waardoor de omgeving blootgesteld wordt aan hevige warmtestraling. Buisleidingincidenten worden hoofdzakelijk veroorzaakt door (graaf)werkzaamheden. Uit figuur 5 blijkt dat de eventuele effecten van het EOS op de omgeving, mocht deze bezwijken door een fakkelbrand van de aardgasleiding, in het niet vallen in vergelijking met de effecten van de aardgasleiding zelf.
13
Externe veiligheid / EOS Van der Valk hotel Zwolle
5 Conclusie In verband met de voorgenomen realisatie van een zonnepark naast het Van der Valk hotel in Zwolle zijn de risico’s van het te plaatsen Energie Opslag Systeem (EOS) op de omgeving in beeld gebracht. De belangrijkste conclusies naar aanleiding van de beoordeling worden in dit hoofdstuk benoemd. Op de EOS-installatie is PGS-richtlijn 37-1 van toepassing. De PR 10-6 contour en het gifwolkaandachtsgebied rond het EOS zijn op basis van de vaste afstandstabellen van de rekenmethodiek van het RIVM vastgesteld. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering. Het GAG legt geen beperkingen op aan de omgeving. De effecten van het EOS vallen in het niet vergeleken bij de effecten van een calamiteit op de A28 of de aardgasleiding.
14
Externe veiligheid / EOS Van der Valk hotel Zwolle
Referenties 1.
Ministerie BZK
2018
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Stb. 2018, 292. Laatst gewijzigd Stb. 2025, 166
2.
Ministerie BZK
2018
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Stb. 2018, 293. Laatst gewijzigd Stb. 2025, 199
3.
Ministerie BZK
2018
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Stb. 2018, 291. Laatst gewijzigd Stb. 2024, 368
4.
Ministerie I&W
2025
Portaal Atlas Veiligheid, geraadpleegd september 2025 https://www.registerexterneveiligheid.nl/pav-kaarten
5.
RIVM
2024
Rekenmethode omgevingsveiligheid lithiumhoudende energiedragers. Rapport 2024-0194
6.
Rokade
2025
e-mail, ontvangen 7 juli 2025
15
Bijlage 6
95/240
Reflectieonderzoek
Reflectie onderzoek Zonnepark Van der Valk , Zwolle
— Onderzoek naar reflectiehinder voor wegverkeer, het hotel en omliggende bedrijven, afkomstig van het beoogde zonnepark, nabij Zwolle
21 oktober 2025
Reflectie onderzoek Zonnepark Van der Valk, Zwolle — Onderzoek naar reflectiehinder voor wegverkeer, het hotel en omliggende bedrijven, afkomstig van het beoogde zonnepark, nabij Zwolle
Opdrachtgever: Rokade Planontwikkeling BV 5.1.2e
Uitgevoerd door: ROM3D 5.1.2e 5.1.2e
21 oktober 2025
ROM3D 5.1.2e
7217 PH Harfsen T 5.1.2e E info@rom3d.nl W www.rom3d.nl
2
Inhoud
1
Introductie........................................................................................................................................... 4
2
Beleid, regelgeving en kaders inzake reflectie ..................................................................................... 5
2.1
Lichtreflectie ....................................................................................................................................... 5
2.2
Verblinding .......................................................................................................................................... 5
2.3
Perspectief .......................................................................................................................................... 6
3
Methode van onderzoek .......................................................................................................................7
3.1
ForgeSolar Tool ....................................................................................................................................7 Werking van de ForgeSolar tool
7
Reflectieprofielen
8
Wat betekenen de resultaten van de tool
9
4
Resultaten .......................................................................................................................................... 11
4.1
Uitgangspunten ................................................................................................................................. 11 Landschappelijke inpassing
4.2
14
Uitkomst Reflectieonderzoek .............................................................................................................14 Automobilisten
14
Vrachtwagenchauffeurs
17
Nabijgelegen bedrijven
18
Van der Valk Hotel
19
5
Conclusie ........................................................................................................................................... 20
6
Referenties .........................................................................................................................................21
7
Bijlagen ............................................................................................................................................. 22 Bijlage 1 – ForgeSolar Analysis Reports:
3
22
1 Introductie Rokade Planontwikkeling BV heeft plannen voor een zonnepark langs de A28 bij Zwolle aangeleverd aan ROM3D. Eventuele reflectiehinder veroorzaakt door dit park kan inzichtelijk worden gemaakt met een reflectiestudie. Er is gevraagd om een dergelijke studie uit te voeren om de schittering te bepalen voor weggebruikers van de A28 en omliggende wegen, Hotel van der Valk en omliggende bedrijven op het bedrijventerrein. In de voorliggende rapportage wordt hierop ingegaan. Het te realiseren zonnepark is omsloten door de A28 in het noordwesten, Hotel van der Valk Zwolle in het zuidwesten en het bedrijventerrein Hessenpoort aan de zuidoostkant, zie ook Figuur 1.1. Voor het reflectieonderzoek zal ROM3D uitgaan van eigenschappen zoals aangeleverd door de opdrachtgever.
Figuur 1.1: Links: plangebied Zonnepark Van der Valk, Zwolle, rechts: de locatie van het zonnepark aangeduid met de ster. Bron: Google Earth / Rokade Planontwikkeling BV
4