CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Akoestisch onderzoek ROP Havezate 28-02-2024

Raad Besluitvormingsronde 23 september 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Ruimtelijk Ontwikkelplan Havezate- Zwartewaterallee56.887 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Akoestisch onderzoek ROP Havezate te Zwolle wegverkeerslawaai en activiteiten onderwijslocatie Monteverdilaan 202

datum projectnummer

28 februari 2024 223280

Rapport

Aveco de Bondt BV Holten - Amstelveen - Breda - Eindhoven - Nieuwegein Postbus 64, 7450 AB Holten T +31 88 004 82 12 info@avecodebondt.nl avecodebondt.nl

Akoestisch onderzoek ROP Havezate te Zwolle project projectnummer projectleider

opdrachtgever postadres

contactpersoon

status versie auteur

Havezate Zwolle Bouwfysica 223280 Laura Hulsman Nijhuis Bouw B.V. - Rijssen Postbus 241 7460 AE RIJSSEN N. Verveda Definitief 2.0 Paula van der Horst

paraaf gecontroleerd

Wouter Huisjes

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

Samenvatting In opdracht van Nijhuis Bouw B.V. is door Aveco de Bondt een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het aspect geluid, ten behoeve van het ruimtelijk ontwikkelingsplan (ROP) voor de locatie Havezate te Zwolle. Het nieuwbouwplan bevindt zich nabij wegen en daarnaast zijn de activiteiten op de onderwijslocatie Monteverdilaan 202 relevant. Het plan omvat nieuwbouw van appartementen, dit zijn nieuwe geluidgevoelige gebouwen in de zin van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Geluid door wegen Het geluid door wegen op de gevels van nieuwe geluidgevoelige gebouwen is beoordeeld aan de hand van de regels in het Besluit kwaliteit leefomgeving: • Het berekende geluid op de gevels van de nieuwe geluidgevoelige gebouwen in het plan als gevolg van de geluidbronsoort gemeentewegen bedraagt ten hoogste 64 L den. Dit is hoger dan de standaardwaarde van 53 Lden, maar voldoet aan de grenswaarde van 70 Lden. Gebleken is dat de Zwartewaterallee en de Middelweg maatgevend zijn voor de overschrijdingen van de standaardwaarde. • Het berekende geluid op de gevels van de nieuwe geluidgevoelige gebouwen in het plan als gevolg van de geluidbronsoort rijkswegen bedraagt ten hoogste 64 Lden. Dit is hoger dan de standaardwaarde van 50 Lden en hoger dan de grenswaarde van 60 Lden.

Gebleken is dat geluidreducerende bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk zijn en stuiten op overwegende bezwaren van technische, financiële, verkeerskundige en stedenbouwkundige aard. Meer geluid toestaan In het plan is sprake van overschrijding van de standaardwaarde voor de geluidbronsoorten gemeentewegen en rijkswegen. Appartementen worden daarom voorzien van een laag geplaatst spuiraam achter de dichte balustrade, eventueel voorzien van een geluiddempend rooster, om buitenlucht binnen te kunnen laten (spuien). De inpandige loggia met dichte balustrade heeft een gunstig effect op de akoestische kwaliteit van de appartementen, waarbij het plafond van een bovenliggende loggia wordt voorzien van geluidabsorberende bekleding om hinderlijke reflecties te voorkomen. Door conform het Besluit bouwwerken leefomgeving te voorzien in voldoende geluidwering van gevels, is het binnenniveau geborgd. In het plan zijn tevens geluidluwe, gemeenschappelijke buitenruimte aanwezig. Dit is de ruimte tussen bouwdeel 5 en 7 en de daktuin tussen het bestaande deel en bouwdeel 4. In het plan worden bouwkundige maatregelen getroffen voor de gevels waar meer geluid optreedt dan de grenswaarde voor de geluidbronsoort rijkswegen.

Hiermee wordt invulling gegeven aan artikel 5.78y van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), namelijk overschrijding van de grenswaarde door het realiseren van een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen. Conform artikel 5.78y, derde lid Bkl moeten deze gevels als zodanig te worden opgenomen in het omgevingsplan. Voor appartementen in bouwdeel 7 waar sprake is van overschrijding van de grenswaarde voor de geluidbronsoort rijkswegen, wordt behalve het lage geplaatste spuiraam, ook in de slaapkamer voorzien van een geluiddempend rooster met achterliggend te openen raam. Geborgd is, onder meer door de dichte balkonbalustrade, dat op de te openen geveldelen meer geluid optreedt dan de grenswaarde van 60 L den. Daarnaast wordt, conform het Besluit bouwwerken leefomgeving, bij het bepalen van de benodigde

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

geluidwering van gevels uitgegaan van 3 dB hoger gezamenlijk geluid. Oftewel, de appartementen worden voorzien van 3 dB meer geluidwering van gevels. Gecumuleerd en gezamenlijk geluid Het gecumuleerde geluid op de gevels van de nieuwe geluidgevoelige gebouwen in het plan bedraagt ten hoogste 65 Lden, met de kwalificatie ‘tamelijk slecht’. Bepalend voor de hoogte van het gecumuleerde geluid is het geluid als gevolg van wegverkeerslawaai. Uit analyse van de resultaten blijkt dat meer dan de helft (circa 55%) van de waarden voor het gecumuleerde geluid aan te merken is als ‘goed of ‘redelijk’. Het gezamenlijke geluid bedraagt eveneens ten hoogste 65 Lden. Geluid door activiteiten Tevens is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het geluid door activiteiten op de onderwijslocatie. Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) op de gevels van de nieuwe geluidgevoelige gebouwen in het plangebied is ten hoogste 48 dB(A) berekend, exclusief de bijdrage van stemgeluid. Hiermee is voldaan aan de toetswaarden voor het LAr,LT uit het omgevingsplan. Daarnaast is voor maximale geluidniveaus (LAmax) ten hoogste 78 dB(A) berekend. Maatgevend voor de berekende maximale geluidniveaus is het stemgeluid (gillen, schreeuwen) op het schoolterrein.

Gebleken is dat het binnenniveau in de betreffende appartementen is geborgd, door de verplichting om te voorzien in voldoende geluidwering vanwege wegverkeerslawaai. Gelet op het voorgaande is geconcludeerd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies in het plan.

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

Inhoudsopgave 1

Inleiding

1

2 2.1 2.2 2.3

Situatie Locatie plangebied Omgeving Situering onderwijslocatie

2 2 2 2

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.8.1 3.8.2

Beoordelingskader Geluidgevoelige gebouwen en ruimten Geluidaandachtsgebied Standaard- en grenswaarde Overschrijding standaardwaarde Aanvaardbaarheid van het gecumuleerd geluid Gezamenlijk geluid Overschrijding grenswaarde Indirecte akoestische effecten Als gevolg van veranderend verkeer Als gevolg van wijziging in de geluidoverdracht

3 3 3 3 4 4 4 5 5 5 6

4 4.1 4.2 4.3 4.4

Uitgangspunten Ontwerp Te onderzoeken geluid Verkeersgegevens Indirecte effecten

7 7 8 8 9

5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2

Berekeningen en resultaten Akoestisch rekenmodel Berekend geluid Geluid door gemeentewegen Geluid door rijkswegen

10 10 10 10 12

6 6.1 6.1.1 6.1.2 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.3 6.3.1 6.3.2 6.4 6.4.1 6.4.2 6.4.3

Bespreking resultaten Meer geluid toestaan Overschrijding van de standaardwaarde Overschrijding van de grenswaarde Geluidbeperkende maatregelen Bronmaatregelen Overdrachtsmaatregelen Conclusie geluidbeperkende maatregelen Varianten Stedenbouwkundige variant Verschuiving hoogteaccent Maatregelen aan het gebouw Geluidwering Geluidluw spuien Buitenruimte

14 14 14 14 15 15 16 16 16 16 17 18 18 19 20

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

6.5

Gemeenschappelijke buitenruimte

20

7 7.1 7.1.1 7.1.2 7.1.3 7.2 7.3 7.3.1 7.3.2 7.3.3 7.3.4 7.4 7.5 7.6 7.6.1 7.6.2 7.7

Geluid door activiteiten Beoordelingskader Richtafstanden Omgevingsplan en bruidsschat Besluit kwaliteit leefomgeving Ligging onderwijslocatie Representatieve bedrijfssituatie Definitie Stemgeluid Parkeren en voertuigbewegingen Installaties Maximale planologische invulling Methode Rekenresultaten Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau Maximale geluidniveaus Bespreking

22 22 22 22 23 24 24 24 25 25 26 26 26 26 26 27 29

8 8.1 8.2 8.3

Cumulatie en gezamenlijk geluid Cumulatie Gezamenlijk geluid Vergelijking met huidige situatie

31 31 31 32

9

Toe te staan geluid

34

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

Invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai Rekenresultaten gemeentewegen Rekenresultaten rijkswegen Invoergegevens rekenmodel activiteiten Rekenresultaten langtijdgemiddelde beoordelingsniveau Rekenresultaten maximale geluidniveaus Gecumuleerd en gezamenlijk geluid

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

1

Inleiding

In opdracht van Nijhuis Bouw B.V. is door Aveco de Bondt een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het aspect geluid ten behoeve van het plan Havezate te Zwolle. Het nieuwbouwplan bevindt zich nabij wegen en daarnaast zijn de activiteiten op de onderwijslocatie Monteverdilaan 202 relevant. Om het plan mogelijk te maken is een ruimtelijk ontwikkelingsplan (ROP) opgesteld. Als onderdeel hiervan is een akoestisch onderzoek benodigd. Om de beoogde geluidkwaliteit te realiseren of behouden, zijn in de Omgevingswet regels opgenomen. Daartoe zijn in het Besluit kwaliteit leefomgeving voorwaarden opgenomen met betrekking tot het geluid op de gevels van nieuwe geluidgevoelige gebouwen als gevolg van (onder andere) wegen. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies is in het Besluit kwaliteit leefomgeving een beoordelingskader gegeven voor het geluid door activiteiten op de gevels van geluidgevoelige gebouwen. Doel van het onderzoek is te toetsen of wordt voldaan aan de regels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving, zowel wat betreft het geluid van wegen als het geluid door activiteiten. Daarnaast zijn, vanwege het geluid door wegen, maatregelen voorgesteld om de kwaliteit van de leefomgeving in het plan Havezate te borgen.

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 1/41

2

Situatie

2.1 Locatie plangebied Het plan omvat de realisatie van meerdere woongebouwen op het terrein van woonzorgcentrum Havezate. De locatie van het plangebied is gelegen aan de Gombertstraat 350 te Zwolle. In figuur 1 is het plangebied weergegeven.

Middelweg Gombertstraat

Monteverdilaan Plangebied

Zwartewaterallee

onderwijslocatie Rijksweg A28

figuur 1: Situering plangebied

2.2 Omgeving Het plangebied wordt begrensd door de wegen Zwartewaterallee, Middelweg, Monteverdilaan en Gombertstraat (zie figuur 1). Zowel het verkeer op het kruispunt van de Zwartewaterallee met de Middelweg als het kruispunt met de Monteverdilaan is geregeld door middel van een verkeersregelinstallatie (VRI). Deze wegen behoren tot de geluidbronsoort gemeentewegen. Ten zuiden van het plangebied ligt op circa 160 meter afstand de rijksweg A28. In de hoofdstukken 4, 5 en 6 is ingegaan op het geluid door wegen. 2.3 Situering onderwijslocatie Op het perceel ten westen van het plangebied, aan de Monteverdilaan 202, vinden onderwijsactiviteiten plaats. Op het terrein bevindt zich een school voor basisonderwijs. Indien meerdere activiteiten op een perceel plaatsvinden, die rechtstreeks met elkaar samenhangen, technisch met elkaar samenhangen en/of elkaar functioneel ondersteunen, worden deze activiteiten conform artikel 5.61 Bkl beschouwd als één activiteit. De nieuwe geluidgevoelige gebouwen in het plangebied bevinden zich binnen de invloedssfeer van deze activiteiten. Het akoestisch onderzoek betreffende het geluid door de activiteiten op de onderwijslocatie is verder beschreven in hoofdstuk 7.

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 2/41

3

Beoordelingskader

3.1 Geluidgevoelige gebouwen en ruimten In artikel 3.21 Bkl is gedefinieerd wat een geluidgevoelig gebouw is. Een geluidgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: 1a. Woonfunctie en nevengebruikfuncties daarvan; 1b. Onderwijsfunctie en nevengebruikfuncties daarvan; 1c. Gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruikfuncties daarvan; 1d. Bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied nevengebruikfuncties daarvan. 2. Woonschip of woonwagen. In artikel 3.22 Bkl is beschreven wat een geluidgevoelige ruimte is. Dit is een verblijfsruimte of verblijfsgebied van een in artikel 3.21, lid 1 Bkl een geluidgevoelig gebouw. Als het omgevingsplan geen geluidgevoelige ruimte toelaat dan is dat gedeelte van het gebouw niet geluidgevoelig. In artikel 3.23 Bkl is beschreven waar de standaardwaarden en grenswaarden voor geluid gelden: a1° Op de gevel van een geluidgevoelig gebouw. a2° Op de locatie waar een gevel mag komen (in het geval van nieuwe te bouwen geluidgevoelig gebouw). b. Op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen. c. In de geluidgevoelige ruimte. 3.2 Geluidaandachtsgebied Een geluidaandachtsgebied (artikel 3.20 Bkl) is een locatie langs een geluidbronsoort waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde in Lden.

Als een nieuw geluidgevoelig gebouw zich in een geluidaandachtsgebied bevindt, dient te worden getoetst of wordt voldaan aan de wet- en regelgeving (artikel 5.78r Bkl). Overgangsrecht geluidaandachtsgebied Indien de basisgeluidemissie van de gemeentewegen nog niet is vastgesteld door de gemeente en de intensiteit hoger is dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal, worden de geluidaandachtsgebieden bepaald op basis van het aantal rijstroken en maximumsnelheid (artikel 17.5 van de Omgevingsregeling). In tabel 3.1 zijn de aandachtsgebieden samengevat. Tabel 3.1: Aandachtsgebied gemeentewegen Aantal rijstroken

Zonebreedte

Eén of twee rijstroken en maximumsnelheid ≤ 30 km/uur

100 meter

Eén of twee rijstroken en maximumsnelheid > 30 km/uur

200 meter

Drie of meer rijstroken

350 meter

Verder geldt dat, als een weg bestaat uit delen met een verschillende breedte van de zone, het breedste zonedeel doorloopt langs de as van de weg over een lengte van een derde van de breedte van dat zonedeel. Daarentegen loopt bij het uiteinden van een weg de zone door over een lengte die gelijk is aan de breedte van de zone, in het verlengde van de wegas. 3.3 Standaard- en grenswaarde In artikel 5.78t en artikel 5.78u van het Bkl zijn de standaardwaarde en grenswaarde opgenomen voor het geluid per geluidbronsoort op de gevels van nieuwe geluidgevoelige gebouwen in het maatgevend jaar. Het maatgevend jaar is over het algemeen de situatie tien jaar na de beoogde realisatie. In tabel 3.2 zijn deze waarden per geluidbronsoort weergegeven.

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 3/41

Tabel 3.2: Standaardwaarde en grenswaarde op de gevels van geluidgevoelige gebouwen Geluidbronsoort

Standaardwaarde (artikel 5.78t Bkl)

Grenswaarde (artikel 5.78u Bkl)

Provinciale wegen en rijkswegen

50 Lden

60 Lden

Gemeente- en waterschapswegen

53 Lden

70 Lden

Lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen

55 Lden

65 Lden

Industrieterreinen

50 Lden

55 Lden

40 Lnight

45 Lnight

3.4 Overschrijding standaardwaarde Het geluid mag hoger zijn dan de standaardwaarde als is voldaan aan de voorwaarden in artikel 5.78u Bkl: I. Geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen. Deze geluidbeperkende maatregelen dienen financieel doelmatig te zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige en vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. II. De overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt. III. Het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde. Als het geluid hoger is dan de standaardwaarde wordt het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel betrokken (artikel 5.78ab Bkl). In de onderbouwing van het plan dient aandacht te worden geschonken aan realisatie van geluidluwe gevels in het kader van de gezondheid, maar het bevoegd gezag beschikt daarbij over bestuurlijke afwegingsruimte. Het begrip geluidluwe gevel is akoestisch niet gedefinieerd in het Bkl, maar wordt aangeduid als ‘een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast’.

3.5 Aanvaardbaarheid van het gecumuleerd geluid Als het geluid van een geluidbronsoort hoger is dan de standaardwaarde dient met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties rekening te worden gehouden met lokale specifieke omstandigheden en de cumulatie van het geluid (artikel 5.78ac Bkl). Het gecumuleerde geluid is het geluid door geluidbronsoorten en andere activiteiten tegelijk, opgeteld met correctie voor verschillen in hinderlijkheid. De methode hiervoor is beschreven in artikel 3.25 van de Omgevingsregeling. Voor het beoordelen van de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid zijn alleen de waarden van 50 dB Lcum en hoger relevant omdat cumulatie van geluid alleen verplicht wordt beoordeeld als het geluid hoger is dan de standaardwaarde. Er is voor het gecumuleerde geluid geen grenswaarde in het Bkl opgenomen. 3.6 Gezamenlijk geluid Bij overschrijding van de standaardwaarde is in artikel 5.78ad vastgelegd dat het gezamenlijk geluid bepaald moet worden. Anders dan bij cumulatie van geluid, wordt voor de bepaling van het gezamenlijk geluid, het geluid door geluidbronsoorten en andere geluidbronnen energetisch opgeteld zonder daarbij te corrigeren voor verschillen in hinderlijkheid. De methode hiervoor is beschreven in artikel 3.26 van de Omgevingsregeling.

Het gezamenlijk geluid is het uitgangspunt voor de benodigde geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen.

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 4/41

3.7 Overschrijding grenswaarde Overschrijding van de grenswaarde kan ook worden toegestaan indien gebruik wordt gemaakt van een nietgeluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen (artikel 5.78y Bkl). Een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen wordt vastgelegd in het omgevingsplan en voldoet aan de voorwaarde dat: • De gevel bestaat uit een uitwendige scheidingsconstructie die geen te openen delen bevat, anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang; of • Geborgd is dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied niet hoger is dan de grenswaarde. Van bovengenoemde mogelijkheden kan alleen gebruik worden gemaakt indien aangetoond is dat aan de in artikel 5.78z Bkl genoemde voorwaarden is voldaan: • geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de grenswaarde te voldoen, waarbij geldt dat geluidbeperkende maatregelen worden toegepast als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan; en • de overschrijding van de grenswaarde wordt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk beperkt.

In andere gevallen kan conform artikel 5.78aa Bkl overschrijding van de grenswaarde alleen toegestaan worden als sprake is van: • Zwaarwegende economische of andere maatschappelijke belangen die dit rechtvaardigen; • Geen andere maatregelen in aanmerking komen om te voldoen aan de grenswaarde; • In het omgevingsplan wordt bepaald (vastgelegd) dat de gevel een niet-geluidgevoelige gevel is. 3.8

Indirecte akoestische effecten

3.8.1 Als gevolg van veranderend verkeer Veranderingen van het verkeer, zoals een toename van de verkeersintensiteit, kunnen doorwerken naar bestaande wegen, buiten het plangebied. In artikel 5.78af Bkl is geregeld dat dit indirecte effect, op vergelijkbare wijze wordt beoordeeld als het directe effect voorheen onder de Wet geluidhinder werd beoordeeld (het zogenoemde ‘reconstructie-effect’). Vanwege de toename van de verkeersintensiteit van het project mag de toename van het geluid op de geluidgevoelige gebouwen niet meer bedragen dan 1,5 dB (artikel 5.78af Bkl). Deze toename wordt bepaald door het geluid in het maatgevend jaar na de wijziging te vergelijken met de situatie in datzelfde jaar zonder die wijziging (autonome ontwikkeling). Het maatgevend jaar is over het algemeen de situatie tien jaar na de beoogde realisatie.

In het derde tot en met vijfde lid van artikel 5.78af Bkl is beschreven onder welke voorwaarden een grotere toename dan 1,5 dB is toegestaan: • Er kunnen geen geluidbeperkende maatregelen worden getroffen om de toename te voorkomen, waarbij geldt dat geluidbeperkende maatregelen worden toegepast als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan; • De toename van het geluid wordt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk beperkt; • Het geluid op geluidgevoelige gebouwen is niet hoger is dan de grenswaarde uit artikel 3.35 Bkl; • De aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw wordt beoordeeld.

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 5/41

3.8.2 Als gevolg van wijziging in de geluidoverdracht In het Bkl (artikel 5.78ai Bkl) is tevens opgenomen dat indirecte effecten als gevolg van wijzigingen in een geluidaandachtsgebied worden beoordeeld. Voor geluidgevoelige gebouwen die, als gevolg van een wijziging of wijzigingen in de overdracht van geluid, een significante toename van geluid ondervinden, geldt dat geluidbeperkende maatregelen moeten worden onderzocht om de toename van het geluid te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Als dit niet mogelijk is, worden geluidwerende maatregelen worden getroffen om te voldoen aan de grenswaarde in geluidgevoelige ruimten, zoals opgenomen in artikel 3.53 Bkl. Om lokaal maatwerk mogelijk te maken, kan per geval te worden beoordeeld wat een significante toename van het geluid is en welke maatregelen eventueel kunnen worden getroffen.

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 6/41

4

Uitgangspunten

4.1 Ontwerp Door Sacon B.V. is het stedenbouwkundig plan opgeleverd. Het plan omvat nieuwbouw van woongebouwen in de bouwdelen 3 tot en met 7 (zie figuur 2). Daarvoor wordt de huidige bebouwing gesloopt. De gebouwen 1a, 1b en 2 blijven gehandhaafd.

Figuur 2: Visualisatie van het plan (bron: Sacon B.V., 14 juli 2023)

De bouwdelen zijn veelal tot en met 6 bouwlagen hoog, met uitzondering van bouwdeel 7. Bouwdeel 7 vormt het hoogteaccent in het plan en omvat 14 bouwlagen. Een impressie van het straatbeeld is weergegeven in figuur 3.

Bouwdeel 6

Bouwdeel 7

Bouwdeel 4

Bouwdeel 2

Bouwdeel 3

Figuur 3: Impressie straatbeeld (bron: Sacon B.V.)

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 7/41

4.2 Te onderzoeken geluid De Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG) is het digitale systeem waarin de geluidgegevens verzameld en beschikbaar wordt gesteld. Het CVGG vervult, onder andere, de rol van het geluidregister onder de Omgevingswet. Om te bepalen of het plangebied binnen het aandachtsgebied van een geluidbronsoort is gesitueerd, dient het CVGG geraadpleegd. Het CVGG kan tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 nog niet gebruikt kan worden voor het bepalen van het aandachtsgebied van rijkswegen. Gelet op de nabijheid van de rijksweg A28, op een afstand van circa 160 meter van het plangebied, staat vast dat het plangebied binnen het geluidaandachtsgebied van de rijksweg is gesitueerd. Om te bepalen of het plangebied binnen het geluidaandachtsgebied van wegen is gesitueerd, is het overgangsrecht zoals beschreven in paragraaf 3.2 toegepast. Dit houdt in dat bepaald is of het plangebied binnen de zone van de betreffende wegen is gelegen. Voor de Middelweg en Monteverdilaan (>30 km/uur) is sprake van een stedelijke situatie en bedraagt de breedte van de geluidzone 200 meter (2 rijstroken), voor de Zwartewaterallee is de breedte van de geluidzone 350 meter (4 rijstroken). Voor de Monteverdilaan, voor zover de maximaal toegestane rijsnelheid 30 km/uur is, en de Gombertstraat is de breedte van de geluidzone 100 meter.

Het plangebied bevindt zich geheel of gedeeltelijk binnen de zone van de genoemde wegen. Het nieuwbouwplan bevindt zich in het aandachtsgebied van de volgende geluidbronsoorten: • Gemeentewegen; • Rijkswegen. 4.3 Verkeersgegevens Uitgangspunt voor het bepalen van het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen met geluidproductieplafonds is conform artikel 5.78a Bkl het geluid bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds. De verkeersgegevens van de rijksweg A28 zijn ontleend aan het geluidregister (versie 20231121_v2309). Hierin zijn alle relevante parameters opgenomen waarmee moet worden gerekend. Dit zijn onder andere de geluidschermen c.q. grondwallen en de verkeersintensiteiten, het aantal lichte, middelzware en zware motorvoertuigen in de dag-, avond- en nachtperiode, de rijsnelheden en de wegdekverhardingen. Uitgangspunt voor het bepalen van het geluid door gemeentewegen (zonder geluidproductieplafonds) is conform artikel 5.78a Bkl het geluid in een voor het verkeer op die weg maatgevend jaar. Het gehanteerde toekomstig jaar is 2035. De gehanteerde verkeersgegevens voor de gemeentewegen zijn aangeleverd door de gemeente Zwolle op 15 november 2023, voor het jaar 2030 en 2040. Uitgangspunt is dat in deze prognoses de eventuele verkeerstoename van het plan reeds is verwerkt.

Om de gegevens voor het toekomstig jaar 2035 te bepalen, zijn de aangeleverde gegevens van 2030 en 2040 geïnterpoleerd. In tabel 4.1 is een samenvatting gegeven van de gehanteerde verkeersgegevens.

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 8/41

Tabel 4.1: Gehanteerde verkeersgegevens gemeentewegen Weg

Etmaalintensiteit [mvt/etmaal] in 2035

Rijsnelheid

Wegdekverharding

Zwartewaterallee

15.900 – 17.800

50 km/uur

Referentiewegdek

Middelweg

12.100 – 20.400

50 km/uur

Referentiewegdek

Monteverdilaan (50 km/uur)

2.400 – 4.400

50 km/uur

Referentiewegdek

Monteverdilaan (30 km/uur)

3.300 – 5.300

30 km/uur

Referentiewegdek

Gombertstraat

400 – 2.000

50 km/uur

Referentiewegdek

Voor de volledige verkeersgegevens wordt verwezen naar bijlage 1. 4.4 Indirecte effecten Veranderend verkeer In artikel 5.78af Bkl is bepaald dat de toename van de verkeersintensiteit niet mag leiden tot een toename van het geluid van meer dan 1,5 dB op de gevels van bestaande geluidgevoelige gebouwen. Op basis van vuistregels is bepaald of sprake kan zijn van een dergelijke toename van het geluid. Een toename van 1,5 dB komt overeen met een toename van de verkeersintensiteit van ongeveer 40%. Hierbij is gebruik gemaakt van de verkeersgeneratie van het plan, indicatief bepaald op basis van kentallen uit CROW-publicatie 381. Voor het omgevingstype ‘rest bebouwde kom’ in sterk stedelijk gebied leiden 123 nieuwe woningen in de categorie aanleunwoningen, serviceflat (zelfstandig wonen met beperkte zorgvoorziening) tot een verkeersgeneratie van gemiddeld 301 mvt/etmaal. Uit de door de gemeente Zwolle aangeleverde gegevens blijkt dat de verkeersintensiteit op de Gombertstraat ten oosten van Lassuslaan in 2019 1.480 mvt/etmaal is geweest en in 2030 1.108 mvt/etmaal. In beide jaren leidt de verkeersgeneratie tot een toename van minder dan 40%. Daarmee is op voorhand duidelijk dat geen toename van meer dan 1,5 dB optreedt en dat geen sprake is van significante effecten als gevolg van indirecte effecten door veranderend verkeer.

Wijziging in de geluidoverdracht In artikel 5.78ai Bkl is opgenomen dat indirecte effecten als gevolg van wijzigingen in een geluidaandachtsgebied worden beoordeeld. Voor geluidgevoelige gebouwen die, als gevolg van een wijziging of wijzigingen in de overdracht van geluid, een significante toename van geluid ondervinden, geldt dat geluidbeperkende maatregelen moeten worden onderzocht om de toename van het geluid te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Beoordeeld is of het geluid op de gevels van bestaande geluidgevoelige gebouwen, aan de Gombertstraat ten noorden van het plangebied, kan toenemen als gevolg van toegenomen reflectie in de nieuwbouw of verminderde afscherming door sloop en nieuwbouw. Gelet op de omvang van de te slopen bebouwing ter plaatse van bouwdeel 3 tot en met 7 en de omvang van de nieuw te bouwen bebouwing is te verwachten dat in de plansituatie sprake is van meer afscherming van het geluid van de A28. Aan de zijde van de Gombertstraat wordt voor elk van de te slopen gebouwen, een nieuw gebouw teruggeplaatst, de mate van bebouwing blijft min of meer gelijk. Daarmee is de conclusie dat er geen significante effecten te verwachten zijn als gevolg van wijzigingen in de geluidoverdracht.

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 9/41

5

Berekeningen en resultaten

5.1 Akoestisch rekenmodel Het geluid door wegen dient te worden berekend conform bijlage IVe van de Omgevingsregeling, volgens het wettelijke Meet- en rekenmethode geluid (Mrg). Voor de geluidberekeningen is gebruik gemaakt van het softwareprogramma GeoMilieu (versie 2023.3), dat voldoet aan gestelde rekenregels. Invoergegevens zijn opgenomen in bijlage 1. Bodemgebieden Er is in het rekenmodel uitgegaan van een standaard half reflecterende bodem (Bf = 0,5). Verharde oppervlakken (wegen) en wateroppervlakten zijn ingevoerd als geheel reflecterend bodemgebied (B f = 0,0). Hiermee komt de ingevoerde bodem overeen met de situatie ter plaatse. Bij een wegdektype dat significante absorberende eigenschappen heeft (zoals een ZOAB verharding) is het bodemgebied onder deze wegvakken als halfabsorberend (Bf = 0,5) conform het Mrg gemodelleerd. Optrekcorrectie In de wettelijke meet- en rekenmethode geluid (Mrg) is in bijlage IVe opgenomen dat de optrekcorrectie een correctieterm is ten gevolge van het afremmen en optrekken van het verkeer door de aanwezigheid van een kruispunt of een situatie die de gemiddelde snelheid van het verkeer sterk beperkt. Zowel het verkeer op het kruispunt van de Zwartewaterallee met de Middelweg als het kruispunt met de Monteverdilaan is geregeld met een verkeersregelinstallatie.

Voor het berekenen van de geluidbelasting op dit kruispunt is een kruispuntcorrectie toegepast. Rekenhoogte Het geluid is berekend op twee derde van de hoogte van een bouwlaag (artikel 3.2 Or). Conform artikel 3.4 van de Omgevingsregeling wordt het geluid dat wordt gereflecteerd in de achterliggende gevel buiten beschouwing gelaten (invallend geluid). 5.2 Berekend geluid Het geluid Lden is bepaald per geluidbronsoort. Per geluidbronsoort is getoetst of wordt voldaan aan de standaardwaarde. Conform artikel 3.4 van de Omgevingsregeling worden de berekende waarden afgerond op hele getallen, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het meest dichtbijgelegen even getal. 5.2.1 Geluid door gemeentewegen Het berekende geluid op de gevels van de nieuwe geluidgevoelige gebouwen in het plan als gevolg van de geluidbronsoort gemeentewegen bedraagt ten hoogste 64 Lden. Dit is hoger dan de standaardwaarde van 53 Lden, maar voldoet aan de grenswaarde van 70 Lden. Gebleken is dat de Zwartewaterallee en de Middelweg maatgevend zijn voor de overschrijdingen van de standaardwaarde. In figuur 4 tot en met figuur 7 is het berekende geluid op de gevels van het plan gevisualiseerd.

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 10/41

Figuur 4: Visualisatie geluid als gevolg van gemeentewegen (1/4) gezien vanuit het noordoosten

Figuur 5: Visualisatie geluid als gevolg van gemeentewegen (2/4) gezien vanuit het zuidoosten

Figuur 6: Visualisatie geluid als gevolg van gemeentewegen (3/4) gezien vanuit het zuidwesten

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 11/41

Figuur 7: Visualisatie geluid als gevolg van gemeentewegen (4/4) gezien vanuit het noordwesten

De volledige rekenresultaten voor het geluid als gevolg van gemeentewegen zijn opgenomen in bijlage 2. In hoofdstuk 6 zijn de resultaten van het akoestisch onderzoek nader besproken. 5.2.2 Geluid door rijkswegen Het berekende geluid op de gevels van de nieuwe geluidgevoelige gebouwen in het plan als gevolg van de geluidbronsoort rijkswegen bedraagt ten hoogste 63 Lden. Dit is hoger dan de standaardwaarde van 50 Lden en hoger dan de grenswaarde van 60 Lden. In figuur 8 tot en met figuur 11 is het berekende geluid op de gevels van het plan gevisualiseerd.

Figuur 8: Visualisatie geluid als gevolg van rijkswegen (1/4) gezien vanuit het noordoosten

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 12/41

Figuur 9: Visualisatie geluid als gevolg van rijkswegen (2/4) gezien vanuit het zuidoosten

Figuur 10: Visualisatie geluid als gevolg van rijkswegen (3/4) gezien vanuit het zuidwesten

Figuur 11: Visualisatie geluid als gevolg van rijkswegen (4/4) gezien vanuit het noordwesten

De volledige rekenresultaten voor het geluid als gevolg van rijkswegen zijn opgenomen in bijlage 3. In hoofdstuk 6 zijn de resultaten van het akoestisch onderzoek nader besproken.

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 13/41

6

Bespreking resultaten

6.1 Meer geluid toestaan Zoals hiervoor is gebleken, dient in het plan rekening te worden gehouden met overschrijding van de standaardwaarde als gevolg van de geluidbronsoorten gemeentewegen en rijkswegen en overschrijding van de grenswaarde als gevolg van de geluidbronsoort rijkswegen. In tabel 6.1 is het aantal appartementen opgenomen waar sprake is van overschrijding van de standaard- en grenswaarde. Tabel 6.1: Aantal appartementen met overschrijding standaard- en grenswaarden Bouwdeel

Aantal appartementen

Aantal appartementen met overschrijding standaardwaarde

Aantal appartementen met overschrijding grenswaarde

Gemeentewegen

Rijkswegen

Gemeentewegen

Rijkswegen

3A-B

58

52

40

-

-

4

40

33

30

-

-

5

71

0

24

-

-

6

14

14

14

-

-

7

89

83

79

-

14

Door de ligging van de maatgevende gemeentewegen (Zwartewaterallee en Middelweg) en de rijksweg A28, ten opzichte van het plangebied treedt de overschrijding van de standaardwaarde voor respectievelijk de geluidbronsoort gemeentewegen en rijkswegen op bij dezelfde appartementen. Met uitzondering van bouwdeel 5 betreft het veelal dezelfde appartementen, dus zowel overschrijding standaardwaarde van gemeentewegen als rijkswegen. 6.1.1 Overschrijding van de standaardwaarde Onder voorwaarde kan meer geluid dan de standaardwaarde worden toegestaan. In artikel 5.78u van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn de voorwaarden opgenomen om overschrijding van de standaardwaarde toe te kunnen staan. Deze voorwaarden zijn dat: • geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen en de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; en • het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde In paragraaf 6.2 is de afweging van geluidbeperkende maatregelen beschreven. Voor 14 appartementen in bouwdeel 7 is tevens sprake van overschrijding van de grenswaarde. De van toepassing zijnde voorwaarden zijn beschreven in paragraaf 6.1.2.

6.1.2 Overschrijding van de grenswaarde Het Bkl biedt de mogelijkheid om meer geluid toe te staan dan de grenswaarde met toepassing van artikel 5.78y. Bijvoorbeeld als in een gebouw, waarbij in de ontwerpfase rekening wordt gehouden met het geluid, de bewoners door het treffen van maatregelen binnen goed worden beschermd tegen het geluid van buiten. In dat geval worden de gevels waar meer geluid dan de grenswaarde optreedt, aangemerkt als niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen en als zodanig vastgelegd in het omgevingsplan. Om meer geluid toe te staan dan de grenswaarde dient te worden voldaan aan voorwaarden.

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 14/41

In ieder geval dient duidelijk te zijn dat geen bron- en overdrachtsmaatregelen mogelijk zijn. Verder geldt dat bouwkundige maatregelen worden getroffen die: • bestaan uit een uitwendige scheidingsconstructie die geen te openen delen bevat anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang (artikel 5.78y lid 1 onder a.); of • borgen dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied niet hoger is dan de grenswaarde (artikel 5.78y lid 1 onder b.). In onderhavige situatie wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om meer geluid dan de grenswaarde toe te staan door bouwkundige maatregelen te treffen, zodat het geluid op de te openen delen niet hoger zijn dan de grenswaarde. In paragraaf 6.2 is daarom eerste onderzocht of geluidbeperkende maatregelen kunnen worden toegepast. Vervolgens is in paragraaf 6.3 ingegaan op varianten die uit het oogpunt van het aspect geluid zijn onderzocht, namelijk een variant waar de toren op een andere plek staat en een variant waar de toren minder hoog is en overige gebouwen in het plangebied zijn verhoogd. In paragraaf 6.4 zijn de maatregelen gepresenteerd zodat wordt voldaan aan de voorwaarde conform artikel 5.78y lid 1 onder b. en maatregelen die een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteit van de leefomgeving.

Vervolgens zijn in paragraaf 6.4 en 6.5 de maatregelen gepresenteerd zodat wordt voldaan aan de voorwaarden die gesteld zijn aan de toepassing van een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen (conform artikel 5.78y lid 1 onder b. Bkl) en waarmee een aanvaardbare situatie wordt gerealiseerd. 6.2 Geluidbeperkende maatregelen Algemeen geldt bij de afweging van geluidbeperkende maatregelen een voorkeursvolgorde. Dit houdt in dat bij voorkeur maatregelen worden getroffen aan de bron van het geluid. Mocht dit niet mogelijk zijn of onvoldoende doeltreffend zijn, dan worden maatregelen in de overdracht van het geluid afgewogen. Als ook overdrachtsmaatregelen niet mogelijk zijn of onvoldoende doeltreffend zijn, worden maatregelen bij de ontvanger (gevelmaatregelen) getroffen. Voor Zwartewaterallee, Middelweg en rijksweg A28 zijn geluidbeperkende maatregelen afgewogen om bij voorkeur zoveel mogelijk te kunnen voldoen aan de standaardwaarde. 6.2.1 Bronmaatregelen Bronmaatregelen kunnen zijn het toepassen van geluidreducerend asfalt, het verminderen van de verkeersintensiteit en het verlagen van de rijsnelheid. Geluidreducerend wegdek De kruispunten van de Zwartewaterallee met de Middelweg en Monteverdilaan zijn geregeld door middel van een VRI. Vanwege de aanwezigheid van de verkeersregelinstallaties dient rekening te worden gehouden met remmend en wringend verkeer.

Een geluidreducerende wegdekverharding is minder bestand tegen remmend en wringend verkeer. Er treedt dan groot en snel kwaliteitsverlies op van het wegdek. Het toepassen van een geluidreducerende wegdek is ook niet wenselijk op opstel- en voorsorteervakken. Tussen de genoemde kruispunten op de Zwartewaterallee kan over een lengte minder dan 200 meter geluidreducerende wegdekverharding worden toegepast. Voor de Middelweg geldt ook dat het betreffende wegvak nabij het kruispunt met VRI is gesitueerd. Uit het oogpunt van beheer en onderhoud is het toepassen van geluidreducerend wegdek niet wenselijk, dit is een overwegend bezwaar van technische aard. Voor de rijksweg geldt dat op de wegvakken die daarvoor in aanmerking komen, namelijk de hoofdrijbanen, reeds tweelaags ZOAB is toegepast. Het toepassen van asfaltverharding met een grotere geluidreducerende werking is onvoldoende effectief om te kunnen voldoen aan de grenswaarde en is in het kader van onderhavig plan geen reële optie. Dit is een overwegend bezwaar van financiële aard.

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 15/41

Verminderen verkeersintensiteit en verlagen rijsnelheid Zowel de Zwartewaterallee, Middelweg als rijksweg A28 zijn doorgaande wegen, waarvoor het verminderen van het verkeer niet wenselijk is. Ook is een verlaging van de maximumsnelheid, gezien de functie van de wegen, uit verkeerskundig oogpunt niet wenselijk. Er is sprake van overwegende bezwaren van verkeerskundige aard. 6.2.2 Overdrachtsmaatregelen Overdrachtsmaatregelen zoals een geluidscherm of het vergroten van de afstand tussen de geluidbron (weg) en ontvanger (woningen) worden binnen het stedenbouwkundig kader niet mogelijk geacht te zijn. Om bij met name de hoger gelegen woningen het geluid effectief te reduceren, dient een dermate hoog geluidscherm te worden geplaatst dat dit vanuit stedenbouwkundig en financieel oogpunt stuit op overwegende bezwaren. 6.2.3 Conclusie geluidbeperkende maatregelen Uit het voorgaand blijkt dat geluidreducerende bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk zijn en stuiten op overwegende bezwaren van technische, financiële, verkeerskundige en stedenbouwkundige aard. Daarmee komt het plan in aanmerking voor maatregelen bij de ontvanger (bouwkundige en/of gevelmaatregelen). In het plan worden bouwkundige maatregelen getroffen voor de gevels waar meer geluid optreedt dan de grenswaarde voor de geluidbronsoort rijkswegen.

Hiermee wordt invulling gegeven aan artikel 5.78y van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), namelijk overschrijding van de grenswaarde door het realiseren van een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen. Conform artikel 5.78y, derde lid Bkl moeten deze gevels als zodanig te worden opgenomen in het omgevingsplan. 6.3 Varianten 6.3.1 Stedenbouwkundige variant Daar overschrijding van de grenswaarde optreedt op de bovenste bouwlagen van bouwdeel 7, is een stedenbouwkundige variant opgesteld waarbij het plan geen hoogteaccent meer bevat en lagere gebouwdelen in het plan hoger zijn om het aantal appartementen zo veel mogelijk gelijk te houden (zie figuur 12).

Figuur 12: Stedenbouwkundige variant plan Havezate

Uit de resultaten van de modelberekeningen van de stedenbouwkundige variant blijkt dat: • In de stedenbouwkundige variant geen overschrijding grenswaarde van de grenswaarde voor de geluidbronsoort rijkswegen optreedt; • De appartementen die elders in het plan zijn toegevoegd als gevolg van vooral gemeentewegen meer geluid ondervinden dan de standaardwaarde. De waarde voor het geluid op de gevels door gemeentewegen is ten hoogste 61 Lden;

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 16/41

•

Het geluid op het bouwdeel 5, ten noorden van de positie van bouwdeel 6, neemt 1-2 dB toe door het ontbreken van het hoogteaccent.

Figuur 13: Geluid gemeentewegen, gezien vanuit zuidwesten (toegevoegde appartementen stedenbouwkundige variant)

Figuur 14: Geluid rijkswegen, gezien vanuit zuidwesten (toegevoegde appartementen stedenbouwkundige variant)

Geconcludeerd is dat de stedenbouwkundige variant niet leidt tot een significante verbetering door het geluid op de gevels als gevolg van de Zwartewaterallee en Middelweg (gemeentewegen). 6.3.2 Verschuiving hoogteaccent In aanvulling op de stedenbouwkundige variant is onderzocht of overschrijding van de grenswaarde kan worden voorkomen door de toren op een zo groot mogelijk afstand van de rijksweg A28 te positioneren (verschuiving hoogteaccent). Gebleken is dat verschuiven binnen het plangebied weliswaar leidt tot minder overschrijdingen van de grenswaarde voor de geluidbronsoort rijkswegen (van 60 Lden) maar dat ook in de situatie met bouwdeel 7 in noordelijke richting verschoven, overschrijding van de grenswaarde resteert. In figuur 15 zijn de rekenresultaten gevisualiseerd.

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 17/41

Figuur 15: Visualisatie geluid door rijkswegen, gezien vanuit zuidwesten (bij verschuiving hoogteaccent)

Geconcludeerd is dat deze variant onvoldoende effectief is om overschrijding van de grenswaarde te voorkomen. 6.4 Maatregelen aan het gebouw In het plan worden diverse voorzieningen toegepast om te voldoen aan de voorwaarden om meer geluid toe te staan dan de standaardwaarde (gemeentewegen, rijkswegen) en grenswaarde (rijkswegen). 6.4.1 Geluidwering Op grond van artikel 4.103b van het Besluit bouwwerken leefomgeving geldt de verplichting om, bij een nietgeluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen, bij het bepalen van de benodigde karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie, uit te gaan van het gezamenlijke geluid op die gevel, verhoogd met 3 dB. Oftewel, er dient te worden voorzien in 3 dB meer geluidwering van de gevels. De verzwaarde eis voor de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie geldt voor 14 appartementen in het plan waar sprake is van overschrijding van de grenswaarde als gevolg van de geluidbronsoort rijkswegen, in bouwdeel 7. Voor de overige appartementen in het plan waar sprake is van overschrijding van de standaardwaarde, als gevolg van de geluidbronsoort gemeentewegen of rijkswegen, geldt dat conform artikel 4.103 van het besluit bouwwerken leefomgeving dient te worden voorzien in voldoende geluidwering van de gevels.

De karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie (van een verblijfsgebied) is niet kleiner dan het verschil tussen het gezamenlijke geluid en 33 dB. Door toepassing te geven aan de regels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving aangaande de geluidwering van gevels, wordt voorzien in een gezond binnenniveau. In hoofdstuk 8 is ingegaan op het gezamenlijk geluid in het plan Havezate.

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 18/41

6.4.2 Geluidluw spuien Mede gelet op artikel 5.78ab wordt in het plan zo veel mogelijk gestreefd naar het realiseren van een geluidluwe gevel voor elk appartement. Uit modelberekeningen voor bouwdeel 7 (toren), waar de hoogste waarden voor het geluid op de gevel zijn berekend, is gebleken dat dit het geval is voor appartementen aan de noordgevels. Voor anders georiënteerde appartementen is een geluidluwe gevel niet haalbaar gebleken, ook niet met een inpandige loggia met dichte balustrade (hoogte 1,2 meter boven verdiepingsvloer). Bij appartementen dient een geluidluwe gevel het belang van het beschermen van de gezondheid door de mogelijkheid te bieden onder geluidluwe omstandigheden spuiventilatie toe te passen1. Om ondanks het ontbreken van een geluidluwe gevel toch de mogelijkheid te bieden om buitenlucht binnen te laten, voorziet het plan in verschillende voorzieningen. Laag spuiraam aan de buitenruimte In het plan wordt een laag spuiraam opgenomen (zie figuur 16). Dit valraam ligt achter de balustrade, waardoor het geluid door wegen afgeschermd is en het geluid op dit geveldeel voldoet aan de standaardwaarde (geluidluw). Indien de afscherming van de balustrade onvoldoende is om geluidluwe omstandigheden te realiseren, wordt het lage spuiraam voorzien van een geluiddempend rooster om geluidluw de spuiventilatie toe te kunnen passen.

Als onderdeel van de niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen voldoet het geluid op de het lage spuiraam aan de grenswaarde voor de geluidbronsoort rijkswegen (van 60 Lden).

Figuur 16: Twee voorbeelden van een laag spuiraam achter dichte balkonbalustrade

De hiervoor beschreven voorziening worden toegepast in appartementen waar sprake is van overschrijding van de standaardwaarde, die niet kunnen voorzien in een geluidluwe gevel.

1 De basisventilatie van de appartementen wordt geregeld door mechanische ventilatie, waarmee schone (gefilterde) lucht wordt

binnengelaten.

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 19/41

Ventilatierooster met te openen deel in slaapkamer Om ook in slaapkamers die niet aan de loggia grenzen de mogelijkheid te realiseren om onder geluidluwe omstandigheden spuiventilatie toe te passen, wordt in deze verblijfsruimten voorzien in een geluiddempend ventilatierooster. Het akoestisch rooster wordt geïntegreerd in het kozijn, ter plaatse van het valraam (zie figuur 17).

Figuur 17: Aanzicht en plattegrond van geluiddempend rooster in de slaapkamer.

De hiervoor beschreven voorziening worden toegepast in appartementen waar sprake is van overschrijding van de grenswaarde, die niet kunnen voorzien in een geluidluwe gevel. Als onderdeel van de niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen voldoet het geluid op de het achterliggende te openen deel aan de grenswaarde voor de geluidbronsoort rijkswegen (van 60 L den). Door de beschreven voorzieningen is het beschermen van de gezondheid bij spuiventilatie geborgd. 6.4.3 Buitenruimte De meeste appartementen in het plan beschikken over een eigen buitenruimte. Om te voorkomen dat er hinderlijke reflecties van geluid optreden tegen het plafond van het bovenliggende balkon, wordt dit plafond voorzien van geluidabsorberende bekleding. Deze voorziening wordt toegepast in alle woningen met een eigen en bovenliggend plafond, waar sprake is van overschrijding van de standaardwaarde. De eigen buitenruimte in het plan is ontworpen als inpandige loggia. Uit het oogpunt van geluid is dit aan te merken als gunstig ten opzichte van uitkragend balkon. Ook de dichte balustrade (zie ook figuur 16) met een hoogte van 1,20 meter ten opzichte van de verdiepingsvloer is uit akoestisch oogpunt gunstig ten opzichte van het gangbare ontwerp met een balkonhekwerk.

De dichte balustrade geeft tevens voldoende afscherming van het geluid door de geluidbronsoort rijkswegen, dat ter plaatse van de (te openen) balkondeur, als onderdeel van de niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen, is voldaan aan de grenswaarde van 60 Lden. 6.5 Gemeenschappelijke buitenruimte In aanvulling op de eigen buitenruimte, beschikt het plan ook over gemeenschappelijke buitenruimten. De groene (parkachtige) invulling van het plangebied is immers vrij toegankelijk voor bewoners.

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 20/41

De gemeenschappelijke buitenruimte draagt in het kader van het aspect geluid positief bij aan de kwaliteit van de leefomgeving indien deze aan te merken is als geluidluw. Dit is het geval indien het geluid in de buitenruimte voldoet aan de standaardwaarde van het geluid van elk van de te onderscheiden geluidbronsoorten. In onderhavige situatie is de buitenruimte tussen gebouwdelen 5 en 7 dusdanig afgeschermd van nabijgelegen wegen, dat sprake is van geluidluwe omstandigheden. Ook de daktuin tussen het nieuwe bouwdeel 4 en de te handhaven bebouwing is aan te merken als geluidluw (zie figuur 18).

Figuur 18: Geluid in de buitenruimte door gemeentewegen (links) en rijkswegen (rechts)

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 21/41

7

Geluid door activiteiten

7.1

Beoordelingskader

7.1.1 Richtafstanden In de nieuwe systematiek voor de beoordeling van milieuzonering in het kader van de Omgevingswet, wordt in de basis geen Staat van bedrijfsactiviteiten met milieucategorieën meer gehanteerd, zoals voorheen gebruikelijk was. Om op grond van het omgevingsplan te bepalen of een activiteit is toegelaten is door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een hulpmiddel gepubliceerd. In dit ‘Servicedocument Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet (Milieuzonering Nieuwe Stijl)’ (VNG, juni 2022) is voor gebruikers van het omgevingsplan, naast een toelichting een tabel opgenomen met richtafstanden per activiteit. De richtafstand dient als indicatie, om in te schatten of een activiteit wat betreft de benodigde gebruiksruimte voor onder andere geluid inpasbaar is. 7.1.2 Omgevingsplan en bruidsschat Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn in de omgevingsplannen van gemeenten regels met betrekking tot geluid opgenomen uit de Bruidsschat. Dit betreft ook regels voor het aspect geluid en deze komen in grote lijnen overeen met het voorheen geldende Activiteitenbesluit milieubeheer. Niet alleen zijn toetswaarden opgenomen in de Bruidsschat, maar bijvoorbeeld ook wanneer een akoestisch onderzoek verlangd wordt.

De regels zijn van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, zoals een woning, school of ziekenhuis, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Indien een geluidgevoelig gebouw op een industrieterrein (gezoneerd of met geluidproductieplafonds als omgevingswaarden) is gesitueerd of voor een duur van niet meer dan 10 jaar is toegestaan kan toetsing achterwege blijven. Ook op een niet-geluidgevoelige gevel zijn de regels niet van toepassing. Voor het geluid als gevolg van bedrijfsactiviteiten op de gevels van geluidgevoelige gebouwen zijn toetswaarden opgenomen (zie tabel 7.1). Tabel 7.1: Toetswaarden geluid op een geluidgevoelig gebouw (artikel 22.63 Bruidsschat omgevingsplan, tabel 22.3.1) Dagperiode 07-19 uur

Avondperiode 19-23 uur

Nachtperiode 23-07 uur

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) als gevolg van activiteiten

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

Maximale geluidniveau (LAmax) als gevolg van activiteiten

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

De toetswaarde voor het maximale geluidniveau (LAmax) is niet van toepassing op het geluid van laad- en losactiviteiten in de dagperiode (tussen 07.00 en 19.00 uur). Verschillende geluidbronnen zijn uitgezonderd van toetsing, zoals het geluid door de inzet van motorvoertuigen voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval en het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein en op het open terrein bij sport- of recreatieactiviteiten en het stemgeluid van kinderen op het terrein van een school of instelling voor kinderopvang. Desalniettemin dienen deze geluiden in een ruimtelijke procedure wel te worden beoordeeld.

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 22/41

In het tijdelijk deel van het omgevingsplan zijn ook toetswaarden opgenomen voor geluid in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw (zie tabel 7.2). Tabel 7.2: Toetswaarden geluid in een geluidgevoelige ruimte (artikel 22.63 Bruidsschat omgevingsplan, tabel 22.3.3) Dagperiode 07-19 uur

Avondperiode 19-23 uur

Nachtperiode 23-07 uur

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) als gevolg van activiteiten

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

Maximale geluidniveau (LAmax) als gevolg van activiteiten

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

7.1.3 Besluit kwaliteit leefomgeving Activiteiten die rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan of elkaar functioneel ondersteunen worden in de zin van het Besluit kwaliteit leefomgeving (art. 5.58 Bkl) als één activiteit beschouwd. In artikel 5.59 Bkl is vastgelegd dat in een omgevingsplan rekening gehouden dient te worden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen en dat het geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Ter bescherming van geluidgevoelige gebouwen zijn in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) standaard- en grenswaarden opgenomen voor geluid door activiteiten (artikel 5.65 Bkl). Voor geluidgevoelige gebouwen, zoals woningen, gelden standaardwaarden op de gevel (zie tabel 7.3) en grenswaarden voor het binnenniveau (zie tabel 7.4), zowel voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) als maximale geluidniveaus (LAmax). Tabel 7.3: Standaardwaarden geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw Standaardwaarde per periode van het etmaal Dag 07-19 uur

Avond 19-23 uur

Nacht 23-07 uur

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

Maximaal geluidniveau (LAmax) veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen (op de gevel)

-

70 dB(A)

70 dB(A)

Maximaal geluidniveau (LAmax) veroorzaakt door andere piekgeluiden (op de gevel)

-

65 dB(A)

65 dB(A)

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) als gevolg van activiteiten (op de gevel)

Tabel 7.4: Grenswaarden geluid in een geluidgevoelig gebouw Grenswaarde per periode van het etmaal Dag 07-19 uur

Avond 19-23 uur

Nacht 23-07 uur

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

Maximaal geluidniveau (LAmax) veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen (in het gebouw)

-

55 dB(A)

55 dB(A)

Maximaal geluidniveau (LAmax) veroorzaakt door andere piekgeluiden 1) (in het gebouw)

-

45 dB(A)

45 dB(A)

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) als gevolg van activiteiten (in het gebouw)

Geluid ten gevolge van activiteiten van de onderwijslocatie wordt beoordeeld aan de hand van de standaard- en grenswaarden uit het Bkl. Hoewel in het Bkl onversterkt menselijk stemgeluid is uitgezonderd van toetsing (artikel 5.73, Bkl), is in de toelichting van het aanvullingsbesluit geluid opgenomen dat ook beoordeeld moet worden of het niveau van niet gereguleerde bronnen, zoals menselijk stemgeluid, op een geluidgevoelig gebouw aanvaardbaar is, als sprake is van een ruimtelijk plan met nieuwbouw.

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 23/41

7.2 Ligging onderwijslocatie De locatie van de school voor primair speciaal onderwijs bevindt zich aan de Monteverdilaan 202. De begrenzing van het terrein in de plansituatie is weergegeven in figuur 19.

Figuur 19: Begrenzing terrein onderwijslocatie (geel) en nieuw te bouwen woongebouwen (blauw)

De afstand van het schoolterrein tot de nieuwe woonfuncties in bouwdeel 6 is 3 meter, tot woonfuncties in bouwdeel 5 en 7 is dit respectievelijk 30 en 35 meter. De richtafstand voor basisonderwijs is 30 meter. Er is sprake van een (gedeeltelijke) overlap met het plangebied, dit betreft bouwdeel 6. Deze overlap is aanleiding voor voorliggend akoestisch onderzoek naar geluid als gevolg van het gebruik van de onderwijslocatie. 7.3

Representatieve bedrijfssituatie

7.3.1 Definitie In de Omgevingsregeling is beschreven dat onder het geluid door een activiteit wordt verstaan het gezamenlijke geluid door alle (deel)activiteiten, die onderdeel zijn van een zogenoemde representatieve bedrijfssituatie (RBS). De representatieve bedrijfssituatie is hierbij de situatie waarbij de voor de geluidproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor de uitvoering van activiteiten bij volledige capaciteit in de te beschouwen etmaalperiode. Voor de representatieve bedrijfssituatie kan worden aangesloten op de op 12 jaardagen na lawaaiigste jaardag (de zogenoemde 13e dag). Voor een onderwijslocatie heeft de representatieve bedrijfssituatie betrekking op een reguliere onderwijsdag. Het etmaal wordt als volgt verdeeld: • de dagperiode: (07:00 – 19:00 uur); • de avondperiode: (19:00 – 23:00 uur); • de nachtperiode: (23:00 – 07:00 uur). De dag-, avond- en nachtperiode worden akoestisch afzonderlijk beoordeeld.

datum referentie

28 februari 2024 223280_AdB_RAP_0031_v2.0

P 24/41

7.3.2 Stemgeluid Omdat sprake is van een ruimtelijk plan is ook het menselijke stemgeluid van belang. Op de onderwijslocatie is voorzien in acht klaslokalen. Op basis van een gemiddelde van 24 leerlingen per klas, is het totaal aantal leerlingen 192. Voor zowel het buitenspelen voor, tijdens en na lestijd, eventuele buitenlessen en sportlessen buiten is het uitgangspunt dat kinderen gedurende totaal 2 uur buiten zijn, in de dagperiode. Dit is een worst-case uitgangspunt. Het geluidbronvermogen (LWr) van stemgeluid van spelende kinderen kan (onder andere) beschouwd worden als afhankelijk van de leeftijd van de kinderen. Bijvoorbeeld worden de volgende categorieën gebruikt: • Bovenbouw (groepen 6 t/m 8): 85 dB(A) per kind; • Middenbouw (groepen 3 t/m 5): 80 dB(A) per kind; • Onderbouw (groepen 1 t/m 2): 75 dB(A) per kind. Verder is in literatuur2 voor het geluidbronvermogen van spelende kinderen een marge van 80 – 87 dB(A) vermeld. Het schoolterrein ten zuiden van het schoolgebouw is ingericht ten behoeve van onder- en middenbouw, met onder andere en glijbaan en een zandbak. Uitgangspunt is dat hier de groepen 1 tot en met 4 spelen. Er is uitgegaan van het gemiddelde van de hiervoor genoemde categorieën onder- en middenbouw, met een geluidvermogenniveau van 78 dB(A) per kind.

De inrichting van het noordelijk deel van het terrein is ingericht op oudere kinderen, uitgangspunt is de midden- en bovenbouw (de groepen 5 tot en met 8). Ook hiervoor is uitgegaan van een middeling van de hiervoor genoemde categorieën, dit resulteert in een geluidvermogenniveau van 84 dB(A) per kind. In de representatieve bedrijfssituatie wordt tevens rekening gehouden met het optreden van piekgeluiden, zoals gillen en schreeuwen. Er geldt een maximaal geluidbronvermogen van LWr = 95 – 107 dB(A). Hoewel het hoogste maximaal bronvermogen waarschijnlijk niet dagelijks optreedt, is in dit akoestisch onderzoek worst-case rekening gehouden met LWr,max = 107 dB(A) voor het noordelijk deel van het schoolterrein waar de bovenbouw verblijft. Dit komt overeen met zeer luid schreeuwen, maar kan ook het gevolg zijn van tegelijk gillende, schreeuwende kinderen. Voor het zuidelijke en oostelijke deel van het schoolterrein, waar de onder- en middenbouw speelt, is uitgegaan van 5 dB lagere maximale bronvermogen van 102 dB(A). 7.3.3 Parkeren en voertuigbewegingen De onderwijslocatie beschikt over beperkte eigen parkeergelegenheid op het terrein. Uitgangspunt is dat het personeel en bezoekers gebruik maakt van deze parkeerplekken en dat dit 8 voertuigbewegingen tot gevolg heeft, in de dagperiode.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=f346eaf7-1cf1-4e84-83e9-265e5e4a5a2f