CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Vervolgaanpak VSV 2020-2024

Raad Besluitvormingsronde 14 juni 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Meerjarenbeleidsplan VSV 2021-2024 en Vervolgaanpak VSV 2020-202413.382 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Vervolgaanpak VSV 2020-2024 RMC regio IJssel-Vecht

29 juni 2020 Stuurgroep Voortijdig Schoolverlaten, RMC-regio IJssel-Vecht RMC-regio: 010 Contactpersonen: H. van der Haar (regiocoördinator RMC) h.van.der.haar@zwolle.nl L. van de Beerekamp (directeur SSC Deltion College) lbeerekamp@deltion.nl

pagina 2

Inhoudsopgave Managementsamenvatting 2 1. Inleiding 4 1.1 Kaders vervolgaanpak voortijdig schoolverlaten

2. Leerpunten uit de landelijke beleidsonderzoeken 2.1 Uitgangspunten regio IJssel-Vecht

4

6 6

6. Aansluiting aanpak bij andere initiatieven

32 6.1 Kwaliteitsagenda’s 32 6.2 Start.Route 34 6.3 Versterkt beroepsonderwijs vmbo-mbo2 35 6.4 Perspectief op werk 35

7. Financiën 36 8. Projectorganisatie 37

3. Regioanalyse voortijdig schoolverlaten in de regio IJssel-Vecht 3.1 Analyse VSV-cijfers regio IJssel-Vecht 3.2 Beschrijving huidige maatregelen 2017 – 2020

7 7 9

4. Ambities 2020 - 2024

13 4.1 Streefcijfers 13

5. Aanpak voortijdig schoolverlaten 2020 - 2024 15 Maatregel 1. Ondersteunen en versterken LOB Maatregel 2. Overstapmomenten en jongeren in beeld Maatregel 3. Preventie en ondersteuning Maatregel 4. Kansen voor VSV Maatregel 5. Onderzoek en nieuwe maatregelen

15 19 23 28 30

8.1 Stuurgroep 37 8.2 Programmamanagers 38 8.3 Regiegroep 39 8.4 Projecten en projectleiders 39 8.5 Evaluatiebijeenkomsten 39

Bijlage 1: Achtergrondinformatie regionale VSV-cijfers

41

Bijlage 2: VSV en maatregelen in de kwaliteitsagenda’s

45

pagina 1

Een nieuwe regionale aanpak voor de periode 2020-2024. Samenvatting Met de meeste jongeren in de regio IJssel-Vecht gaat het goed. Zij doorlopen het onderwijs zonder al te veel problemen en ronden hun schoolloopbaan af met een diploma. Er zijn echter ook jongeren wie het door omstandigheden niet (direct) lukt om een startkwalificatie te halen. Zij worden voortijdig schoolverlaters (VSV’ers) genoemd. Ondanks de regionale inspanningen en de versterkte samenwerking, neemt het aantal VSV’ers (zowel landelijk als in onze regio) na jaren van daling weer toe. De overheid zet daarom ook de komende jaren onverminderd in op het terugdringen van het aantal VSV’ers. De overheid heeft de 39 Regionale Meld- en Coördinatiepunten (RMC-regio’s) gevraagd om een nieuwe regionale aanpak te formuleren voor

de periode 2020-2024. Zie voor de uitgangspunten het kader hiernaast. I In de regio IJssel-Vecht werken gemeenten, onderwijs, arbeidsmarkt en zorg al geruime tijd samen rondom VSV. In deze samenwerking staat de jongere centraal. Uit de evaluatie van de regionale aanpak 2017 – 2020 blijkt dat er al veel goede initiatieven ontwikkeld zijn en integrale samenwerking steeds meer tot stand komt. Desalniettemin blijkt uit de VSV-cijfers en onze evaluaties dat diverse groepen jongeren extra aandacht behoeven. Het gaat onder andere om de onderbouw van het vo, de bovenbouw van havo/vwo en mbo niveau 3 en 4. Daarnaast zien we onderlinge

Uitgangspunten vanuit de overheid 1. Het landelijke aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters terugbrengen tot 20.000 in 2024. 2. Het percentage VSV’ers dat één jaar na uitval weer terug op school is, verhogen. 3. Het percentage VSV’ers dat één jaar na uitval werkt, verhogen.

verschillen in de cijfers tussen organisaties, gemeenten, maar ook tussen opleidingen. Dit biedt echter ook kansen om deze verschillen nader te onderzoeken en van elkaar te leren. Daarbij beseffen we ons steeds meer dat het terugdringen van voortijdig schoolverlaten, jongeren begeleiden naar een startkwalificatie en een duur-

zame plek op de arbeidsmarkt een gedeeld maatschappelijk vraagstuk is. Daarmee is het ook een gedeelde verantwoordelijkheid van partijen in het onderwijs, gemeenten, RMC, het sociaal domein en de arbeidsmarkt. Alle betrokken partijen voelen dan ook het belang en de urgentie om nét iets verder te kijken dan de grenzen

pagina 2

Dat de coronacrisis effect heeft op de leerprestaties en ontwikkeling van jongeren, op het onderwijs en op de arbeidsmarkt, staat inmiddels vast. Onduidelijk is nog hoe groot dit effect de komende periode zal zijn. We volgen de ontwikkelingen nauwgezet en (re)ageren nu al zoveel mogelijk op de signalen en ondersteuningsbehoeften van onze jongeren. Waar nodig zullen we aanpassingen in de vervolgaanpak doorvoeren om op deze ontwikkelingen te kunnen inspelen. Ons doel is om er in gezamenlijke verantwoordelijkheid alles aan te doen om jongeren een startkwalificatie te laten behalen en (of indien een startkwalificatie ondanks alle inspanningen niet haal baar blijkt) te begeleiden naar een duurzame plek op de arbeidsmarkt. Op deze manier bieden

1) Zie eindnoten op pagina 48

De 5 thema’s waar we op inzetten

5. Onderzoek en nieuwe maatregelen

van de eigen organisatie en wettelijke verantwoordelijkheid, om zo samen te zorgen dat zoveel mogelijk jongeren een startkwalificatie behalen.

1. Ondersteuning en versterken LOB voortgezet onderwijs vo, pro1, vso

mbo

arbeidsmarkt

2. Overstapmomenten jongeren in beeld

3. Preventie en ondersteuning 4. Kansen voor VSV

we onze jongeren de best mogelijke kansen om hun volwassen leven goed te kunnen starten en hun plek in de maatschappij te vinden. Om dit te kunnen realiseren, wil de regio IJssel-Vecht

in de periode 2021-2024 inzetten op vijf thema’s (zie afbeelding). Met diverse projecten binnen deze thema’s willen we de keten verder versterken tot een sluitend geheel en jongeren optimaal

ondersteunen richting een startkwalificatie. In ons plan van aanpak beschrijven we hoe we hier samen mee aan de slag gaan.

pagina 3

1. Inleiding Met de meeste jongeren in Nederland gaat het goed. Zij doorlopen zonder al te veel problemen hun schoolloopbaan, ronden deze af met een diploma en vinden daarna een baan. Er zijn echter ook jongeren wie het om allerlei redenen niet (in één keer) lukt om hun schoolloopbaan af te ronden en een startkwalificatie te behalen. Jongeren die het onderwijs verlaten zonder deze startkwalificatie, worden voortijdig schoolverlaters (VSV’ers) genoemd. Deze jongeren lopen meer risico om op de arbeidsmarkt en in de maatschappij aan de kant te komen staan, omdat ze zonder diploma minder kansen krijgen.

partijen werken al geruime tijd samen om deze jongeren zo goed mogelijk te begeleiden. Zij zetten zich gezamenlijk in om te voorkomen dat jongeren uitvallen en hen, als dat toch gebeurt, terug te helpen naar school of werk. Hoewel er dus al veel gebeurt op het gebied van voortijdig schoolverlaten, blijkt toch dat jongeren niet altijd de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben, of vastzitten tussen verschillende hulpinstanties. Uit interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) blijkt dan ook dat er nog ruimte is om de begeleiding voor en de samenwerking rond voortijdig schoolverlaters verder te versterken.

In Nederland vielen er in schooljaar 2018-2019 26.894 jongeren uit in het onderwijs. Dit kan verschillende redenen hebben, zoals een verkeerde studiekeuze, moeilijkheden op school, een lonkende arbeidsmarkt, of problemen in andere leefgebieden, waardoor leren niet meer lukt. Gemeenten, onderwijs en andere betrokken

Daarnaast blijkt uit de cijfers dat het aantal VSV’ers na jaren van daling weer toeneemt, ondanks de inspanningen. De redenen daarvoor zijn niet goed bekend. Minister Van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap spreekt in haar brief ‘Vervolgaanpak voortijdig schoolverlaten 2020-2024’ dan ook de ambitie uit

om de stijging van het aantal nieuwe VSV’ers terug te brengen tot maximaal 20.000 in 2024. Het kabinet vindt dat er een sector-overstijgende aanpak nodig is om tot een sluitend vangnet voor kwetsbare jongeren te komen. Hiervoor is nauwe samenwerking nodig tussen verschillende partijen, zoals overheden, onderwijsinstellingen, sociale partners, zorginstanties, de arbeidsmarkt en het domein van justitie en veiligheid. Het kabinet heeft daarom toegezegd om de komende vier jaar 200 miljoen euro te blijven investeren om voortijdig schoolverlaten te verminderen.

1.1 Kaders vervolgaanpak voortijdig schoolverlaten De gemeenten in Nederland zijn onderverdeeld in 40 Regionale Melden Coördinatiepunten (RMC-regio’s). Gemeenten en scholen in een RMC-regio hebben de wettelijke taak om elke vier jaar een regionaal programma op te stellen en uit te voeren, om voortijdig schoolverlaten van jongeren tussen 12 en 23 jaar te voorkomen en te verminderen. In elke RMC-regio gaat vanaf studiejaar 2020-2021 een nieuw regionaal VSV-programma van start. Elke RMC-regio heeft dan ook de opdracht gekregen om gezamenlijk een nieuw programma te formuleren. Het uitgangspunt van het kabinet voor deze vervolgaanpak is dat jongeren op school zitten, een baan hebben of een traject van leren en werken volgen. Daarbij is het de ambitie dat jongeren, zoveel als mogelijk, een diploma halen op minimaal het niveau van een startkwalificatie. Hiertoe vraagt het kabinet RMC-regio’s om maatregelen

pagina 4

Het is nodig om nét iets verder te kijken dan de grenzen van de eigen organisatie en wettelijke verantwoordelijkheid. en streefcijfers op te stellen om de volgende doelen te realiseren: 1. Het landelijke aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters terugbrengen tot 20.000 in 2024. 2. Het percentage VSV’ers dat één jaar na uitval weer terug op school is, verhogen. 3. Het percentage VSV’ers dat één jaar na uitval werkt, verhogen. Daarnaast wordt de regio gevraagd om maatregelen te beschrijven voor het monitoren en ondersteunen van kwetsbare jongeren. Tot slot ligt er de opdracht om een voorziening te

realiseren of voort te zetten, waarbij onderwijs en zorg gecombineerd worden voor jongeren die ernstige persoonlijke problemen ondervinden (de ‘plusvoorziening’). In de RMC-regio IJssel-Vecht willen we ons vanuit gezamenlijke verantwoordelijkheid inzetten om zoveel mogelijk jongeren een startkwalificatie te laten behalen en hen duurzaam naar werk te begeleiden. Op deze manier willen we onze jongeren de best mogelijke kansen bieden om hun volwassen leven goed te kunnen starten en hun plek in de maatschappij te vinden. Het uitgangspunt in van de samenwerken-

de organisaties is dat het belang van de jongere altijd centraal staat. Daarvoor is het nodig om nét iets verder te kijken dan de grenzen van de eigen organisatie en wettelijke verantwoordelijkheid. We zetten ons daarom in de periode 2021 – 2024 wederom in om het aantal voortijdig schoolverlaters te verlagen en de jongeren in de regio zo goed mogelijk te begeleiden richting een startkwalificatie.

pagina 5

2. Leerpunten uit de landelijke beleidsonderzoeken In de aanloop naar het opstellen van de nieuwe regionale VSV-programma’s heeft de overheid drie landelijke beleidsonderzoeken² uit laten voeren. Hieruit komen een aantal leerpunten en inzichten voort, die gebruikt kunnen worden om het beleid rond op jongeren in een kwetsbare positie van 16 tot 27 jaar verder te verbeteren: • Verbeter de lange termijnvisie en de integrale samenwerking (ketenaanpak); • Verbeter de monitoring- en signalering (makelaarsrol) én de nazorg: houd jongeren in beeld; • Zorg voor duidelijkheid over de regie; • Organiseer de ondersteuning, begeleiding en coaching zo dicht mogelijk bij de jongere; • Lever maatwerk, o.a. wat betreft onderwijsniveau en de routes in het

onderwijs. Zet de jongere centraal en maak doorstromen naar arbeid of hoger onderwijsniveau mogelijk; • Stimuleer de persoonlijke groei van de jongvolwassenen; • Werk domein-overstijgend.

2.1 Uitgangspunten regio IJssel-Vecht De leerpunten uit de landelijke beleidsonderzoeken worden in de regio IJssel-Vecht gezien als richtlijnen voor het vormgeven van de vervolgaanpak. Uit een interne evaluatie blijkt dat betrokkenen integrale samenwerking erg belangrijk vinden. Dit zou moeten worden opgezet vanuit een gezamenlijk, overstijgend doel (de jongere centraal) en gedeeld eigenaarschap. We vinden het belangrijk om initiatieven dicht bij de jongere en de werkvloer te organiseren. Daarbij kunnen we van elkaar leren (nader onderzoeken - samenvoe-

gen – kennis delen – terugkoppelen). Ook is het belangrijk om meetbare en haalbare doelen op te stellen, te evalueren (bijvoorbeeld d.m.v. de PDCA-cyclus) en kritisch te blijven met elkaar. Zo kunnen we onze jongeren helpen op manieren die écht werken. We zien dan ook volop kansen om de sporen waar het kabinet op inzet, uit te voeren in de VSV-vervolgaanpak.

pagina 6

3. Regioanalyse voortijdig schoolverlaters, regio IJssel-Vecht Om de regionale situatie op het gebied van voortijdig schoolverlaten in kaart te brengen, is er een evaluatie3 uitgevoerd naar de huidige aanpak en de regionale VSV-cijfers. Daarbij stonden de volgende onderzoeksvragen centraal: • Welke trends en ontwikkelingen op het gebied van VSV blijken er uit de cijfers? Wat zijn de belangrijkste leerpunten? • Welke verklaring voor de VSV-cijfers kan gevonden worden vanuit landelijke, regionale en interne documenten? • Herkennen we de landelijke VSV-speerpunten in de regio IJssel-Vecht?

Om een antwoord te kunnen geven op deze vragen, is er deskresearch uitgevoerd naar de landelijke en regionale VSV-cijfers, drie landelijke beleidsonderzoeken en de evaluatierapporten van de huidige projecten. Daarnaast zijn kwalitatieve evaluaties uitgevoerd in de regiegroep (overleg tussen de projectleiders van de projecten) en de regiobijeenkomst van de Schakel-Makelpool. Op basis van de uitkomsten van deze evaluatie heeft men tot slot op een regionale VSV-bijeenkomst gezamenlijk invulling gegeven aan het vervolgprogramma.

3.1. Analyse VSV-cijfers regio IJssel-Vecht Het aantal voortijdig schoolverlaters in de regio IJssel-Vecht bedroeg in 2018-2019 693 leerlingen op een totaal van 39.356 deelnemers. In het jaar daarvoor, 2017-2018, bedroegen dit 667 leerlingen op een totaal van 39.525 deelnemers. Deze gegevens laten zien dat het aantal VSV’ers iets is toegenomen, tot een totaal van 1,76%. Uit de achtergrondkenmerken van VSV’ers in de regio blijkt dat VSV vaker voorkomt onder jongens en studenten met een migratieachtergrond. Qua leeftijd is het aantal VSV’ers onder de 18 laag. Vanaf 18 jaar is er een piek te zien bij de leeftijden 18, 19, 20, welke bij 21 en 22 jaar afneemt. De piek is te verklaren door het einde van de kwalificatieplicht op achttienjarige leeftijd.

Voortgezet onderwijs VSV in het voortgezet onderwijs (vo) is na een stijging in het schooljaar 20172018, gedaald in schooljaar 2018-2019 tot 0,30%. VSV in het voortgezet onderwijs gaat om kleine aantallen. Desalniettemin kan de impact van VSV op deze leeftijd groot zijn. Professionals uit de regio signaleren dat vo-leerlingen, meer dan in vorige jaren, last lijken te hebben van druk op sociaal-emotioneel vlak. Dit kan van invloed zijn op VSV. De volgende groepen in het vo verdienen extra aandacht4: • VSV in de onderbouw vo (0,17%) lag boven de streefnorm, met name brug 1-2 (0,20%). • VSV in de bovenbouw van havo (0,33) lag boven en vwo (0,10%) op de streefnorm. • Uitval op vmbo-vavo was erg hoog (12,82%). Ook is er relatief veel uitval in vavo-havo en vavo-vwo.

pagina 7

Middelbaar beroepsonderwijs Het VSV-percentage voor het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is in schooljaar 2018-2019 licht gestegen ten opzichte van schooljaar 2017-2018, van 4,47% naar 4,76%. Hierin is opvallend dat het percentage VSV op niveau 1, en in mindere mate niveau 2 en 3, juist is gedaald. Dit geldt echter niet voor niveau 4, dat in negatieve zin opvalt: in 2018-2019 was er een stijging in het VSV-percentage, terwijl de landelijke trend daarentegen wel een daling laat zien. Aangezien het absolute aantal VSV’ers in niveau 4 groot is, heeft het veel invloed op het totale VSV-percentage.

Over het algemeen is daarnaast een trend te zien dat VSV over meerdere jaren in niveau 3 en 4 is toegenomen, zowel regionaal als landelijk. Verklaringen hiervoor liggen mogelijk in verkeerde studiekeuzes, groenpluk, maar ook psychische problemen. De uitval in niveau 3 en 4 is dus een aandachtspunt. Verder verdienen de volgende groepen in het mbo extra aandacht: • VSV in de bbl-route van niveau 2 lag boven de streefnorm (9,30%), terwijl de bol wel onder de streefnorm valt.

• VSV in niveau 3 (zowel bbl als bol) lag boven de streefnorm. De cijfers zijn wel iets gedaald ten opzichte van schooljaar 2017-2018. • VSV in niveau 4 (zowel bbl als bol) lag boven de streefnorm. De mbo’s in de regio verschillen van elkaar in deze cijfers. Ook verschilt het beeld per opleiding of vakgebied. Nader onderzoek naar deze verschillen kan helpen om van elkaar te leren en VSV te verlagen of voorkomen.

VSV’ers: terug naar onderwijs of werk Een deel van de VSV’ers keert (met de juiste ondersteuning) terug naar het onderwijs of vindt een baan. De meest recente cijfers hierover voor de regio IJssel-Vecht betreffen de VSV’ers uit de startpopulatie van 2017. Van de 40.011 jongeren uit de startpopulatie vielen er in dat jaar 608 uit. Een jaar later (schooljaar 2018-2019) was 27% van hen terug in het onderwijs en had 36% een baan5 . In de laatste jaren is te zien dat minder jongeren terugkeren naar onderwijs, maar meer jongeren aan het werk gaan. De aantrekkende arbeidsmarkt kan hiervoor een mogelijk oorzaak zijn.

Een deel van de VSV’ers keert (met de juiste ondersteuning) terug naar het onderwijs of vindt een baan. pagina 8

3.2. Beschrijving huidige maatregelen 2017 – 2020 In de huidige aanpak zijn negen maatregelen beschreven, die worden uitgevoerd in verschillende projecten. Hierna is per project kort omschreven wat er gedaan is, wat de opbrengsten zijn en waar kansen liggen voor de vervolgaanpak.

Project

Ondersteunen en versterken van LOB 1. Meelopen mbo (en meelopen in de zorg) In het kader van oriëntatie op een mbo-opleiding is er een website opgezet, waarop voleerlingen zich kunnen aanmelden voor een meeloopdag in het mbo. De website loopt goed en het bereik is groot. Er loopt momenteel ook een pilot ‘meelopen in de zorg’. 2. Mentoring@Work In dit project worden studenten op de werk/stageplek begeleid door een bedrijfsmaatje (maatwerk). Er is geen consensus over de opbrengsten en vervolg van dit project. 3. Werknemersvaardigheden Doel was het aanbieden van trainingen in werknemersvaardigheden aan mbo-studenten, en het trainen van trainers hiervoor. Alle betrokkenen hebben echter andere, eigen manieren gevonden om werknemersvaardigheden te gebruiken in de onderwijsinstelling. Kans: Leven lang ontwikkelen wordt steeds belangrijker. Dit biedt kansen voor verdieping van een (doorlopend) LOB-aanbod, zowel op het vo als op mbo, vanuit een gemeenschappelijke visie en activiteiten. Werknemersvaardigheden kunnen hierin terugkomen.

pagina 9

Project

Project

Verzuimaanpak 2.0

(Warme) overdracht en versterken intake

Scholen en gemeenten hebben verzuimprotocollen gemaakt. Deze worden geïmplementeerd in de organisaties. Er loopt momenteel een pilot met de GGDarts, deze is veelbelovend.

De warme overdracht (inmiddels warme overstap) betreft een gezamenlijke intakeprocedure met jongere, ouders, gemeente en school/scholen. Samen wordt bepaald waar de jongere binnen school/arbeid het meeste op zijn plek is. De jongere krijgt hierbij de regie en geeft aan de hand van het Paspoort voor Succes aan wat hij wil bereiken en wat hij nodig heeft. Pilots zijn net gestart en zijn veelbelovend. Het Paspoort voor Succes is een samenvatting van het LOB- en Passend onderwijs-traject en kan als startdocument LOB worden gebruikt op het mbo.

Kans: Het maken van een bredere koppeling met het zorgdomein en met de zorgstructuren van de scholen om de benodigde extra ondersteuning te kunnen bieden bij verzuim.

Project

Van onderwijs naar vervolgonderwijs, arbeidsmarkt en zorg (Schakel-makelpool) Dit project staat ook bekend als Schakel-Makelpool (SMP) en bemiddelt voor leerlingen uit pro/vso/Entree/BBL/vmbo-BB en uitvallers uit mbo-2 in het vinden van een (leerwerk)plek op de arbeidsmarkt. Het bereik is relatief groot (o.b.v. forecasting), maar de doelgroep Entree is kan nog beter bereikt worden.

Kans: • Uitbreiding doelgroep entree • Borging in regionale werkgeversdienstverlening en versterken van de samenwerking met de arbeidsmarkt

Kans: De grootste kans ligt in het uitbreiden van de warme overstapprocedure naar alle overstapmomenten in de keten (school – school, werk, gemeente/RMC, zorg).

Project

Intergrip vo/pro/so/mbo Intergrip houdt leerlingen uit het voortgezet onderwijs in beeld bij de overstap naar de vervolgopleiding. Het bereik is groot, maar het is een relatief duur systeem. Goede afspraken hieromtrent zijn belangrijk.

• Ontmoeting tussen professionals uit verschillende organisaties: kennisdeling, samenwerking, oplossen van knelpunten. pagina 10

Kans: Breder benutten van Intergrip, bijvoorbeeld voor de terugkoppeling van mbo naar vo (informatie over uitval, switchgedrag) in het kader van reflectie, evaluatie en LOB-verbetering.

Project

Plusvoorziening De Plusvoorziening is bedoeld voor overbelaste studenten die niet aan leren toekomen vanwege problemen op allerlei gebieden. Bereik: (2018-2019): • Landstede Zwolle: 48 deelnemers, 88% blijft op school. • Deltion (ook voor Cibap en Zone): 110. 92 studenten hebben het traject succesvol afgerond. Kans: Nadere koppeling met het zorgdomein en de arbeidsmarkt. Een algemeen aandachtspunt is om ondersteuning laagdrempelig en in nabijheid van de jongeren aan te kunnen bieden.

Project

Jongerenteam Het doel van het jongerenteam om het onderwerp VSV (problemen/oplossingen) bespreekbaar te maken door inzet van ervaringsdeskundigen (jongeren die zelf VSV’er zijn geweest). Op basis van voortschrijdend inzicht heeft dit project een andere vorm gekregen. De inzet van een jongerenteam kwam onvoldoende van de grond. Er is gekozen om op andere manieren aandacht te besteden aan jongerenparticipatie. Dit heeft vorm gekregen in het project ‘VSVjongerenparticipatie’.

Project

Onderzoek nieuwe maatregelen Playing for success Het programma loopt nog niet zo lang en betreft een preventief (en curatief) instrument voor risicoleerlingen: programma voor sociaal-emotionele vaardigheden. Pilots zijn veelbelovend. Kans: Gebruik maken van lessons learned uit plusvoorzieningen, uitbreiden van momenten en mogelijkheden waarop het programma aangeboden wordt, om beter aan te sluiten bij de behoeften van de doelgroepen. Koppeling met de plusvoorzieningen.

pagina 11

Project

Oud-VSV Doel is het in beeld brengen , begeleiden en duurzaam terugleiden van oud-VSV’ers naar werk of onderwijs. N.a.v. transitiearena’s (netwerkbijeenkomsten) wordt een aantal experimenten op gebied van Jongeren Buiten Beeld en methodieken voor duurzame begeleiding uitgewerkt. Kans: Samenwerking met andere (deel)projecten en mogelijkheden in de regio, zoals de schakel-makelpool en Werk en Leren (Leerwerkloket en werkgeversservicepunt), zodat oud-VSV’ers toegang krijgen tot alle mogelijkheden in de regio. De warme overstap en paspoort voor succes zijn een veelbelovend middel om de behoeften van oud-VSV’ers in kaart te brengen.

Als we kijken naar de huidige VSV-aanpak en de uitvoering van de projecten, kunnen we concluderen dat we ons in de regio IJssel-Vecht bewust zijn van de inzichten uit de landelijke beleidsonderzoeken en deze ook al in meer of mindere mate toepassen. Een integrale samenwerking en ketenaanpak komt bijvoorbeeld steeds meer tot stand, onder andere in de warme overstap. Daarnaast vindt monitoring en signalering op diverse plaatsen in de keten plaats, hoewel men kan leren van terugkoppeling door andere ketenpartners. Een voorbeeld is terug-

In de vervolgaanpak nemen we deze ervaringen en leerpunten uit de huidige periode mee.

koppeling over uitval en switchgedrag in het mbo, ten behoeve van LOB in het vo. De makelaarsrol en nazorg zijn onder andere aanwezig in de Verzuimaanpak 2.0 en de Schakel-Makelpool (SMP). Maatwerk en domein-overstijgend werken kunnen versterkt worden door middel van integrale samenwerking en men ziet (en benut) hiervoor mogelijkheden. Een voorbeeld is de inzet van de GGD-arts in de Verzuimaanpak en een gewenste, sterkere koppeling tussen de initiatieven van Oud-VSV en de reguliere RMC-aanpak wat betreft oud-VSV’ers. De huidige projecten sluiten voor een groot deel aan bij de thema’s die in de vervolgaanpak VSV 2021-2024 spelen. In de vervolgaanpak nemen we deze ervaringen en leerpunten uit de huidige periode mee, zodat deze in de nieuwe VSV-aanpak kunnen worden opgenomen en de samenwerking verder versterkt kunnen worden.

pagina 12

4. Ambities 2021-2024 De opdracht van het ministerie is om het aantal VSV’ers verder terug te dringen en het aantal VSV’ers dat terug naar school of aan het werk gaat te verhogen. In de RMC-regio IJssel blijven wij ons inzetten om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan, en vooral te zorgen dat jongeren in de regio op een goede, passende plek terecht komen. Het behalen van een startkwalificatie blijft hierbij voorop staan. Iedere jongere zit op school, heeft een baan of volgt en traject van leren en werken, eventueel in combinatie met zorg. Onduidelijk is nog hoe groot het effect van de coronacrisis de komende periode zal zijn op de leerprestaties en ontwikkeling van jongeren, op het onderwijs en op de arbeidsmarkt. We

volgen de ontwikkelingen nauwgezet en waar nodig zullen we aanpassingen in de vervolgaanpak doorvoeren om op deze ontwikkelingen te kunnen inspelen.

4.1. Streefcijfers Streefcijfers vo uitval nieuwe VSV’ers

Onderbouw Streefnorm 0,10%

Bovenbouw vmbo Streefnorm 0,90%

Bovenbouw havo/vwo Streefnorm 0,20%

Nu (cijfers aangeleverd in maart 2020)

0,17%

0,56%

0,31%

1e streefpercentage 1-10-2021

0,17%

0,56%

0,31%

2e streefpercentage 1-10-2022

0,15%

0,50%

0,25%

3e streefpercentage 1-10-2023

0,12%

0,50%

0,20%

4e streefpercentage 1-10-2024

0,10%

0,50%

0,20%

Streefnorm betreft schooljaar 2024 - 2025

pagina 13

Streefcijfers mbo uitval nieuwe VSV’ers

Niveau 1 Streefnorm 22%

Niveau 2 Streefnorm 9,2%

Niveau 3 Streefnorm 3,6%

Niveau 4 Streefnorm 3%

Nu (cijfers aangeleverd in maart 2020)

17,92%

8,55%

3,72%

3,70%

1e streefpercentage 1-10-2021

17,90%

8,55%

3,70%

3,50%

2e streefpercentage 1-10-2022

16,00%

8,40%

3,50%

3,20%

3e streefpercentage 1-10-2023

15,50%

8,20%

3,30%

3,10%

4e streefpercentage 1-10-2024

15,00%

8,00%

3,20%

3,00%

Streefcijfers terugkeer VSV’ers naar school of werk

Terug naar school

Terug naar werk

Nu (cijfers aangeleverd in maart 2020)

27%

36%

1e streefpercentage 1-10-2021

40%

20%

2e streefpercentage 1-10-2022

40%

25%

3e streefpercentage 1-10-2023

40%

25%

4e streefpercentage 1-10-2024

40%

25%

Streefnorm betreft schooljaar 2024 - 2025 pagina 14

5. Aanpak voortijdig schoolverlaten 2020 - 2024

Hieronder wordt elk thema kort toegelicht en worden de ambities beschreven. Vervolgens worden de projecten en bijbehorende activiteiten beschreven, die naar aanleiding van de ambities worden opgezet. We hebben aandacht voor alle jongeren in onze regio, waarbij specifieke aandacht nodig is voor terugdringen van

de uitval niveau 3 en 4, omdat daar de uitval de laatste jaren is toegenomen. We besteden daarom bij diverse maatregelen specifiek aandacht aan niveau 3 en 4.

5. Onderzoek en nieuwe maatregelen

Om de streefcijfers uit hoofdstuk 4 te kunnen realiseren, wil de regio IJssel-Vecht inzetten op vijf thema’s, met daaronder diverse projecten. Hiermee willen we de keten verder versterken en jongeren optimaal ondersteunen in het behalen van een startkwalificatie.. De vijf thema’s zijn in de afbeelding hiernaast weergegeven op hun plaats in de keten.

Maatregel 1. Ondersteunen en versterken LOB Een van de sporen waar de overheid

op inzet, is jongeren duurzaam naar werk begeleiden. Het kabinet is van mening dat zoveel mogelijk jongeren een diploma zouden moeten halen op

1. Ondersteuning en versterken LOB voortgezet onderwijs vo, pro1, vso

mbo

arbeidsmarkt

2. Overstapmomenten jongeren in beeld

3. Preventie en ondersteuning 4. Kansen voor VSV

pagina 15

het niveau van een startkwalificatie. In de regio IJssel-Vecht vindt men het daarnaast belangrijk dat jongeren op een goede, bij hen passende plek op de arbeidsmarkt en in de maatschappij terecht komen. Jongeren duurzaam naar werk begeleiden begint met mogelijkheden voor jongeren om zich goed te kunnen oriënteren op zichzelf (kwaliteiten en motieven), op een vervolgopleiding en op de arbeidsmarkt. Op basis daarvan kunnen jongeren weloverwogen keuzes maken over hun (school-) loopbaan, hetgeen switchgedrag en

het risico op uitval kan verminderen. Dit laatste wordt als mogelijke oorzaak genoemd voor verhoogde uitval op niveau 3 en 4 van het mbo. Een ander risico ligt in een stageplaats (ook wel beroepspraktijkvorming of BPV) die niet goed bij de student past, hetgeen voor uitval kan zorgen. Het ondersteunen en versterken van loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) is daarom een belangrijk thema. De afgelopen jaren is hier sterk op in gezet en zijn er goede resultaten bereikt. Desalniettemin is blijvende aandacht voor dit thema belangrijk. In de regio IJssel-Vecht zet men daarom in op het ontwikkelen

van een gezamenlijke beroeps- en doorstroomvisie, het voortzetten van Meelopen mbo en dit uitbreiden naar meelopen bij bedrijven, het versterken van het LOB-programma in zowel het pro, vso, vo als het mbo (o.a. met inzet van het paspoort voor succes en verdere professionalisering van mentoren en docenten), versterking van de BPV-toeleiding en een periodieke terugkoppeling van de uitvalcijfers op het mbo, zodat het pro, vso en vo hun LOB-programma verder kunnen versterken.

Voor iedere jongere een goede en passende plek op de arbeidsmarkt én in de maatschappij.

Ambities: 1. In 2024 is er een gezamenlijke beroeps- en doorstroomvisie met richtlijnen voor LOB en is deze in het beleid en de LOB-procedures van pro-, vso-, vo- en mbo-scholen opgenomen. 2. In 2024 is LOB in de regio IJssel-Vecht gericht op ondersteuning van de persoonlijke ontwikkeling van jongeren en een goede beeldvorming van de vervolgopleiding of beroepspraktijk. 3. In 2024 is de studentontwikkeling is constant in beeld door de schoolloopbaan heen: het paspoort voor succes wordt ingezet als LOB-portfolio en groeidocument voor pro-, vso-, vo- en mbo. Om deze ambities te kunnen realiseren, zijn een tweetal projecten geformuleerd:

pagina 16

Project 1.1

>>>

Doorlopend LOB-programma pro/vso/vo/mbo Omschrijving: Er wordt een doorlopend LOB-programma opgezet, met samenhang door de onderwijsloopbaan heen, op basis van een gezamenlijke visie. Aandacht voor reflectie, sociale- werknemers- en leven-lang-ontwikkelen-vaardigheden staan hierin centraal. Deze visie biedt richtlijnen voor het vormgeven van LOB, maar laat ruimte voor de eigenheid en invulling van elke school.

3. Versterken BPV-toeleiding mbo-studenten

Versterken BPV-toeleiding voor mbo-studenten (o.a. trainen van sociale vaardigheden, werknemersvaardigheden, aandacht voor het vinden een geschikte bpv-plek en het succesvol uitvoeren van een stage, hierbij voor kwetsbare mbo studenten gebruik maken van de ervaringen van pro/vso in BPV-toeleiding).

4. Professionaliseren mentoren, docenten en loopbaan-begeleiders

Professionaliseren van mentoren, docenten en loopbaanbegeleiders t.b.v. LOB (reflectiegesprekken voeren met jongeren, LOB als terugkomend onderwerp in de reguliere lessen, trainen van werknemers- en leven lang ontwikkelen-vaardigheden). Onderdeel: ontmoeten/kennisdelen tussen vo/pro/vso-mentoren en mbo-slb’ers.

Doelgroep: pro, vso, vo, mbo Bij de omschrijving wordt per activiteit nader ingezoomd op de specifieke activiteiten die per doelgroep nodig zijn.

Activiteit

Omschrijving activiteit

1. Ontwikkelen gezamenlijke beroeps- en doorstroomvisie

Ontwikkelen van een gezamenlijke beroeps- en doorstroomvisie, ten behoeve van een doorlopend LOB-programma. Afstemmen visie met alle onderwijspartners en verder bouwen op wat er al ontwikkeld is.

2. Versterken LOB-programma

Versterken LOB-programma door de gehele schoolloopbaan, gericht op reflectie, bewuste keuzes en >>>

leven-lang-ontwikkelen-vaardigheden, maar ook baankansen. Inzet Paspoort voor Succes als LOB-portfolio en groeidocument voor pro, vso, vo en mbo.

pagina 17

Project 1.2

>>>

Meelopen mbo en bedrijven Omschrijving: Op de site meelopenmbo.nl kunnen leerlingen zich aanmelden om mee te lopen bij een vervolgopleiding die zij interessant vinden. Om de beeldvorming voor vervolgopleidingen en beroepen verder te verbeteren, worden de mogelijkheden voor het meelopen voortgezet en uitgebreid. Doelgroep: Vo-, pro- en vso-leerlingen die zich willen oriënteren op een mbo-opleiding.

Activiteit

Omschrijving activiteit

1. Meelopen mbo voortzetten

Mogelijkheden tot beeldvorming van vervolgopleidingen en beroepspraktijk continueren: meelopen mbo voortzetten en onder de aandacht houden bij leerlingen, mentoren en decanen van vo-scholen.

2. Uitbreiden meelopen mbo naar pro en vso

Mogelijkheden tot beeldvorming uitbreiden naar pro/vso: onder de aandacht brengen bij leerlingen, mentoren en decanen. >>>

3. Opzetten meelopen bij bedrijven

Meelopen mbo ook toegankelijk maken voor jongeren die zich anderzijds willen oriënteren op een mbo-opleiding of beroep. Uitbreiden beeldvorming beroepspraktijk: meelopen bij een bedrijf opzetten en verbinden met werkgeversdienstverlening. Opzetten samen met de sectortafels.

pagina 18

Maatregel 2. Overstapmomenten en jongeren in beeld De overheid vindt het belangrijk om jongeren in beeld te hebben en te houden. Risico’s op uitval treden (onder andere) op bij de overstapmomenten. Ten eerste is hier in de laatste jaren al op ingezet door middel van Intergrip, waarmee jongeren op het overstapmoment vo-mbo in beeld gehouden kunnen worden. Kansen liggen in het uitbreiden van de monitoring naar Kwetsbare Jongeren. Ten tweede is met de warme overstap van pro, vso, vmbo naar mbo en de intake sluitende aanpak op mbo de basis gelegd voor integrale samenwerking en afstemming bij deze overstapmomenten. Bovendien zorgt men dat jongeren (met name jongeren in een kwetsbare positie) goed aankomen. De warme overstap biedt daarnaast de informatie die nodig is om maatwerk te kunnen leveren in het vervolgtraject van deze jongeren.

Kansen liggen in het uitbreiden van een dergelijke warme overstapprocedure naar alle overstapmomenten in de keten. Daarnaast ligt er een kans in specifieke aandacht voor niveau 3 en 4, door de inzet van een exitgesprek met het RMC. Dit kan ervoor zorgen dat de jongeren in beeld blijven en dat er direct gekeken kan worden naar maatwerk om hen toch te kunnen blijven begeleiden. Ten derde is het belangrijk om nazorg te bieden bij de uitstroom van onderwijs naar de arbeidsmarkt. Het voortgezet speciaal onderwijs (vso), praktijkonderwijs en het mbo zijn op grond van de onderwijswetgeving verantwoordelijk voor een goede voorbereiding op arbeid. Daarnaast heeft het vso een nazorgplicht. Deze nazorgplicht is bedoeld als lichte vorm van advisering tot twee jaar nadat een leerling een school verlaten heeft, over het aansluitend vervolgonderwijs, het uitoefenen van een functie op de arbeidsmarkt en het functioneren in

een vorm van dagbesteding. Kansen liggen in het op een effectieve manier inrichten van deze nazorg voor jongeren die uitstromen van onderwijs naar de arbeidsmarkt. Dit geldt met name voor de kwetsbare jongeren die uitromen vanuit het praktijkonderwijs of het vso. Deze jongeren hebben veel baat bij een intensief nazorgtraject om een baan ook daadwerkelijk te kunnen behouden. Het is van belang deze jongeren in beeld te houden en continuïteit in begeleiding te bieden. De begeleider mag bij deze doelgroep niet te vaak wisselen. Bij voorkeur draagt een en dezelfde persoon zowel de zorg voor het leertraject als voor de nazorg. Met inzet van externe middelen kan deze zorg bijvoorbeeld vanuit de school in één persoon worden gecontinueerd.

Ambities: 1. In 2024 is er een warme overstapprocedure voor elk overstapmoment in de keten. 2. In 2024 worden alle pro/vso en vo-leerlingen gevolgd bij hun overstap naar het mbo en naar werk, van mbo naar mbo en van mbo naar werk (Behouden van aankomstpercentage 98%). 3. Nazorg van jongeren die uitstromen van onderwijs naar de arbeidsmarkt is op een eenduidige en effectieve manier ingericht. Voor het thema ‘overstapmomenten en jongeren in beeld’ worden drie projecten opgezet:

pagina 19

Project 2.1

Warme overstap Omschrijving: De warme overstap is een procedure om (met name kwetsbare) jongeren een goede overstap naar een vervolgopleiding te kunnen laten maken en hun behoeften in kaart te brengen. Zij vullen in het Paspoort voor Succes in wie ze zijn, welke doelen ze willen bereiken en wat ze daarvoor nodig hebben. Er vindt zo nodig een gezamenlijke intake plaats met jongere, ouders, gemeente en school/ scholen. Samen wordt bepaald waar de jongere binnen school/arbeid het meeste op zijn plek is en welk maatwerk er geboden kan worden. We zien dan ook kansen om de samenwerking met de domeinen zorg en arbeid verder te versterken. Zo ontstaat de warme overstap. Doelgroep: jongeren die de overstap maken naar vervolgonderwijs of arbeidsmarkt uit vo, pro, vso, entree, oud-VSV’ers, niveau 2 (in mindere mate).

Activiteit

Omschrijving activiteit

1. Warme overstap voortzetten

Voortzetten en implementeren van de huidige procedure Warme overstap en Paspoort voor Succes (overstapmoment pro/vso, vo – mbo), geschikt maken en afstemmen van de procedure om het Paspoort voor Succes verplicht te kunnen stellen bij overstap naar mbo.

2. Blauwdruk overstapmomenten ontwikkelen

Onderzoeken succesfactoren warme overstap, blauwdruk voor overstapmomenten ontwikkelen.

3. Warme overstapprocedures andere overstapmomenten ontwikkelen

Uitbreiden procedure warme overstap naar alle overstapmomenten, hierin prioriteren en faseren over de hele projectperiode van 4 jaar. • Mbo – mbo (doorstroom andere niveaus, switchen) • Pro,vso, mbo – arbeidsmarkt (Inbedden in studieloopbaanbegeleiding; verbinden met voorbereiding op (het vinden van) BPV); verbinden met project 2.3 Nazorg. • Onderwijs -> Gemeenten, zorg en andere ketenpartners (o.a. exitgesprekken voor niveau 3 en 4 met RMC). • Gemeenten, zorg, arbeidsmarkt -> onderwijs (o.a. paspoort voor succes geschikt maken voor oud-VSV’ers; stappenplan voor borging van bestaan/inkomen; leefomgeving betrekken) • Voor 23+: van RMC -> dienst Werk & Inkomen (samen met project 4.1 Oud-VSV)

pagina 20

Project 2.2

3. Onderzoek module Kwetsbare Jongeren

Intergrip – Jongeren in beeld Omschrijving: Met het programma Intergrip kunnen jongeren in beeld gehouden worden bij de overstap van vo naar een vervolgopleiding op het mbo. De keuze voor de vervolgopleiding wordt door mentoren en decanen in Intergrip vastgelegd. Jongeren die nog geen keuze hebben gemaakt, worden actief benaderd om uitval bij de doorstroom te voorkomen. Doelgroep: jongeren die de overstap maken van vo, pro en vso naar het mbo.

Activiteit

Omschrijving activiteit

1. Voortzetten Intergrip

Bekostigen en voortzetten Intergrip (en zomeracties), onder de aandacht brengen van het belang bij decanen en mentoren vo.

2. Terugkoppeling mbo - vo

Periodieke terugkoppeling van aankomstcijfers Intergrip van mbo naar pro, vso en vo, ten behoeve van verbetering LOB-programma. Terugkoppeling van uitgevallen studenten en redenen van uitval.

Onderzoeken huidige werkwijze van regionale monitoring en registratie van kwetsbare jongeren bij onderwijs en gemeenten. Hierin de meerwaarde van de module Kwetsbare jongeren van Intergrip meenemen en daarbij gebruik maken van de ervaringen van omliggende regio’s. Op basis van uitkomsten van dit onderzoek: implementatie van een geschikt instrument voor regionale monitoring en registratie van pro/vso en entree leerlingen bij onderwijs en gemeenten.

pagina 21

Project 2.3

Aansluiting arbeidsmarkt Omschrijving: De aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt kan nog effectiever ingericht worden. Het betreft hier de overgang van pro/vso/Entree/BBL/vmbo-BB en uitvallers uit het mbo, die ondersteund worden naar de arbeidsmarkt. Ook is er aandacht voor studenten van niveau 3 en 4 die uitstromen uit het onderwijs. Het ideaal is kwalificerende trajecten, zoals leerwerkbanen met uitzicht op vast werk en een integrale aanpak, inclusief de betrokkenheid van betrokkenheid van ouders, zorgpartners en natuurlijk werkgevers. Daarnaast is het van belang om werkgevers te stimuleren om jongeren in dienst te nemen met kwalificerende trajecten. Tot slot gaat het om een veranderingsproces binnen de scholen: niet alleen de focus op het behalen van een diploma, maar ook op realiseren van duurzame plaatsing op de arbeidsmarkt. De ondersteuning van deze jongeren wordt verbeterd door jongeren gezamenlijk in beeld te houden, continuïteit te bieden in de begeleiding en het netwerk te versterken om (kwalificerende) nazorgtrajecten te kunnen bieden. Manieren om dit te doen worden onderzocht, ingericht en verder doorontwikkeld. De VSV-programmagelden worden niet zozeer ingezet voor directe arbeidsmarkttoeleiding, maar voor versterking van het netwerk en planvorming voor het uitbreiden en borgen de initiatieven in lokale en regionale structuren.

Doelgroep: pro/vso/Entree/BBL/vmbo-BB/mbo-bbl en uitvallers uit het mbo.

Activiteit

Omschrijving activiteit

1. In beeld brengen huidige vormen van aansluiting en beoordelen effectiviteit

Evalueren van het netwerk rond aansluiting (schakel-makelpool) en onderzoeken hoe de aansluiting arbeidsmarkt verder doorontwikkeld kan worden: netwerk in stand houden en versterken, verbreden naar entree, vmbo-bb, mbo-bbl en mbo-uitvallers i.s.m RMC en project 2.1 en borgen in de regionale en lokale diensten Werk&Inkomen. Onderzoeken hoe aansluiting voor studenten uit niveau 3 en 4 versterkt kan worden.

2. Onderzoeken mogelijkheden van voortzetting job coaching vanuit de onderwijsinstelling en samenwerking hierin met andere domeinen (wonen, financiën, zorg, enz.)

Onderzoek naar de mogelijkheden (en voorbeelden) van job coaching over organisaties heen en de financiering daarvan.

3. Inrichten van een eenduidige manier van nazorg in de regio Zwolle

Regionale richtlijnen opstellen voor nazorg en job-coaching (stroomlijnen algemene werkwijze en uitwerken van de financiering) en borgen van de samenwerking in de verschillende organisaties.

pagina 22

menwerking op dit gebied kan meerwaarde bieden in de ondersteuning van jongeren. Dit betekent dat we met name partners vanuit het zorgdomein nog nauwer bij de samenwerking rond de jongere willen betrekken.

Maatregel 3. Preventie en ondersteuning Preventie en ondersteuning zijn belangrijk om voortijdig schoolverlaten te voorkomen en overbelaste jongeren binnen boord te houden. Met name domein-overstijgende, integrale sa-

De Verzuimaanpak heeft een preventieve werking. Men zet in op de uitbreiding richting het zorgdomein, zodat jongeren snel de ondersteuning geboden kan worden die zij nodig hebben. Met dit doel worden ook de Plusvoorzieningen gecontinueerd en zal kennisdeling plaatsvinden. Zo is men op de hoogte van de regionale ondersteuningsmogelijkheden en men kan leren van opgedane best practices. De regio kent namelijk al

een aantal goede voorbeelden van samenwerking tussen onderwijs en (jeugd)zorgpartners, bijvoorbeeld in het Deltion Jongerenteam, maar ook in de zorgteams in het vo. Verder wordt de opname van Playing for Success als plusvoorziening onderzocht. Daarnaast wil men inzetten op versterking van preventie en ondersteuning op het vo, aangezien de uitvalcijfers voor verschillende jaargangen (te) hoog zijn. Hierbij wordt gedacht aan een sociaal-emotioneel programma voor vo-leerlingen. Algemeen uitgangspunt van het thema Preventie en Ondersteuning is om laagdrempelige ondersteuningsmogelijkheden te organiseren, dicht bij

de jongere. Dit wordt gedaan vanuit de uitgangspunten en al aanwezige ondersteuning vanuit Passend onderwijs (vo en mbo) en de kwaliteitsagenda’s van de mbo’s. Ambities: 1. In 2024 is er een goed werkend systeem van signalering en registratie (met voldoende deskundigheid) ten behoeve van preventie en ondersteuning. 2. Ondersteuningsmogelijkheden worden in de regel praktisch, laagdrempelig en dicht bij de jongere georganiseerd en zijn voldoende bekend bij verschillende instellingen en professionals in de regio. Om deze ambities te realiseren zijn vier projecten geformuleerd:

Domein-overstijgende, integrale samenwerking biedt meerwaarde. pagina 23

Project 3.1

Preventieprogramma vo

Activiteit

Omschrijving activiteit

1. In kaart brengen huidige preventieprogramma’s

In kaart brengen welke preventieprogramma’s er al zijn, best practices verzamelen en daarmee verbinding leggen.

2. Integraal preventieprogramma opzetten

Opzetten van een integraal preventieprogramma rond sociaal-emotionele vaardigheden in het vo (mogelijke inzet in mentoruren vo en inzet THINK op vo en mbo). Hierin meenemen de al bestaande preventieprojecten in het vo vanuit jeugdzorg.

3. Pilot preventieprogramma

Uitvoeren van een pilot met het preventieprogramma (mogelijke inzet in mentoruren).

4. Implementeren preventieprogramma

Implementeren van het preventieprogramma in de vo-scholen.

Omschrijving: Er wordt een preventieprogramma opgezet om jongeren op het vo te ondersteunen bij de ontwikkeling van sociaal-emotionele vaardigheden. Doelgroep: leerlingen uit het voortgezet onderwijs.

pagina 24

Project 3.2

Verzuimaanpak 3.0 Omschrijving: De verzuimaanpak loopt al diverse jaren en is grotendeels onderdeel geworden van reguliere werkprocessen. Er zijn verzuimprotocollen opgesteld en geïmplementeerd in de verschillende onderwijsorganisaties. Deze aanpak kan verder versterkt worden door ondersteuningsmogelijkheden vanuit het zorgdomein te integreren en de samenwerking te versterken. Daarnaast wordt intervisie tussen RMC en vo, vso, pro, mbo en het zorgdomein gestimuleerd. Om dit proces blijvend onder de aandacht te houden, is de verzuimaanpak als project opgenomen en wordt de voortgang gemonitord.

Activiteit

Omschrijving activiteit

1. Verzuimaanpak 3.0 voortzetten

Verzuimaanpak 3.0: verzuimaanpak voortzetten. Procedures verder aanscherpen op basis van ervaringen en implementeren. Netwerk versterken en borging inzet GGD-arts.

2. Uitbreiden Verzuimaanpak richting zorgdomein

Uitbreiding van de Verzuimaanpak richting het zorgdomein door in-house en regionale ondersteuningsmogelijkheden in de verzuimprotocollen op te nemen met ruimte voor de eigenheid van de scholen.

3. Uitvoeren verdiepend onderzoek verzuim

Uitvoeren van een jaarlijks verdiepend onderzoek naar de verzuimcijfers en uitvoeren VSV-analyse in de regio (Regionale verschillen, verschillen tussen gemeenten en scholen onderling, cultuurverschillen tussen opleidingen waar relatief veel versus weinig uitval voorkomt).

Doelgroep: leerlingen van vo, vso, pro, mbo.

pagina 25

Project 3.3

Plus- en ondersteuningsvoorzieningen

Activiteit

Omschrijving activiteit

1. Voortzetten plusvoorziening, kennisdeling organiseren

Plusvoorziening integraal opnemen als onderdeel van regionale VSV-aanpak (bijvoorbeeld door periodieke presentatie aan de stuurgroep, aansluiten in regiegroepoverleg).

2. Playing for success voortzetten

Playing for success voortzetten, pilot tussentijds evalueren en verder implementeren, mogelijk als integraal onderdeel van plus- of ondersteuningsvoorzieningen opnemen.

Doelgroep: leerlingen uit vo en mbo, die door niet-schoolse problematiek overbelast zijn.

pagina 26

Project 3.4

Versterken samenwerking bij preventie en ondersteuning Omschrijving: Er wordt ingezet op kennisdeling en samenwerking op het gebied van preventie en ondersteuning en de verbinding tussen domeinen onderwijs, gemeente en jeugdhulp te versterken. Het is belangrijk dat professionals op de hoogte zijn van regionale ondersteuningsmogelijkheden en elkaars werkwijze. We kunnen hierin veel leren van de expertise uit het zorgdomein. Daarnaast kan dit handelingsverlegenheid verkleinen, zodat jongeren beter geholpen kunnen worden. Doelgroep: professionals uit de domeinen onderwijs, gemeente en jeugdhulp die jongeren ondersteunen.

Activiteit

Omschrijving activiteit

1. Sociale landkaart ontwikkelen

Sociale landkaart met ondersteuningsmogelijkheden ontwikkelen. Aansluiten bij sociale kaart(en) die mogelijk al vanuit het domein jeugdzorg of in omliggende regio’s zijn ontwikkeld.

2. Organiseren kennisdelings-bijeenkomsten preventie en ondersteuning

Organiseren jaarlijkse kennisdelingsbijeenkomsten over preventie en ondersteuning met als doel professionaliseren, handelingsverlegenheid verkleinen, ontschotten en samenwerken (o.a. met evaluatie en best practices, trainingen, lezingen en workshops rond signalering voor docenten)

pagina 27

Maatregel 4. Kansen voor VSV Naast het voorkomen van VSV is het terugleiden van oud-VSV’ers naar school of werk een belangrijke taak van de RMC-regio. Dit punt sluit aan bij alle drie de sporen van de overheid. Men heeft tot doel de groep oudVSV’ers steeds verder te verkleinen, het ideaal is om deze groep helemaal te laten ‘opdrogen’.

altijd het beste zijn voor de jongere. Dit geeft een knelpunt, dat men graag bij het ministerie onder de aandacht wil brengen. Men pleit er dan ook voor om te streven naar een goede, passende plek voor deze jongeren, waar zij gelukkig kunnen zijn (een duurzame plek op de arbeidsmarkt of in de samenleving). Dit gaat uiteraard zoveel als mogelijk via een startkwalificatie, maar dat zou niet de enige eis moeten zijn.

Betrokkenen signaleren echter dat de definitie van oud-VSV’ers een negatieve bijklank heeft en dat de doelen van de overheid (een startkwalificatie) niet

We willen jongeren tot 23 (zonder startkwalificatie) daarom verleiden om bij ons in beeld te zijn. Door een positieve, maatgerichte benadering

willen we bereiken dat ze graag met ons samenwerken, omdat ze hun eigenwaarde terugkrijgen, zich kunnen ontwikkelen en (weer) met hun eigen talent waardevol kunnen zijn voor de samenleving. Om dit te bereiken, wordt de werkwijze van project Oud-VSV (outreachend werken) voortgezet in het project Kansen voor VSV. Daarnaast wordt de koppeling met de warme overstap en paspoort voor succes gemaakt. Deze worden geschikt gemaakt voor oud-VSV’ers, zodat hun eigen doelen, ambities en ontwikkelmogelijkheden

zichtbaar en haalbaar worden. Ook wordt ingezet op het ontwikkelen van maatwerktrajecten voor oud-VSV’ers. De koppeling met het zorgdomein en de arbeidsmarkt kan deze maatwerktrajecten verder verrijken en versterken. Begeleiding door één centrale, regievoerende coach voor deze jongeren is gewenst en zal onderzocht worden. Deze ontwikkelingen lopen parallel met project Nazorg (Project 2.3). Ambitie: 1. In 2024 zit elke oud-VSV’er in een traject naar werk/onderwijs of een ander passend traject. Om deze ambitie te realiseren wordt het volgende project opgezet:

We werken vanuit een positieve, maatgerichte benadering aan onwikkeling van het eigen talent van jongeren.

pagina 28

Project 4.1

Kansen voor VSV Omschrijving: Het terugleiden van jongeren die in voorgaande schooljaren zonder diploma uit zijn gevallen (oude VSV’ers) is van groot belang voor gemeenten, onderwijs en werkgevers. Met name bij jongeren die geen werk, geen actuele schoolinschrijving en/of geen substantieel inkomen hebben is maatschappelijke uitval een groot risico. Het in beeld brengen, bereiken en duurzaam terugleiden van deze jongeren naar een opleiding of werk is maatschappelijk van groot belang. Het betreft bij oud-VSV’ers altijd jongeren in een kwetsbare positie.

Activiteit

Omschrijving activiteit

1. Voortzetten oud-VSV

Project oud-VSV voortzetten onder de naam Kansen voor VSV, verder implementeren (o.a. afspraken maken over regie en AVG) en netwerk versterken (samenwerking ketenpartners t.b.v. vervolgmogelijkheden voor oud-VSV’ers).

2. Implementatie en borging dienstverlening binnen gemeenten

Borging van dienstverlening aan oud-VSV’ers binnen gemeenten onderzoeken en uitvoeren (samenwerking met Leren en Werken, pilot Praktijkleren; koppeling Start.route, onderzoek mogelijkheden ondersteuning NUGGERs).

Het gaat hierbij ook om een veranderingsproces bij gemeenten: niet alleen de focus op uitstroom uit de uitkering, maar op het vinden van een passende plek. De koppeling met het zorgdomein en de arbeidsmarkt kan deze maatwerktrajecten verder verrijken en versterken. Dit kan ook ondersteuning van NUGGERS (niet-uitkeringsgerechtigden) betekenen. Doelgroep: oud-VSV’ers.

Koppeling maken met de schakel-makelpool en werkgevers. 3. Onderzoek centrale coach

Haalbaarheid onderzoeken van begeleiding door 1 centrale, regievoerende coach binnen het sociaal domein als aanspreekpunt en implementeren door middel van een pilot.

pagina 29

Maatregel 5. Onderzoek en nieuwe maatregelen De situatie en de maatschappij veranderen, waardoor ook de situatie van onze jongeren verandert. Er dient daarom ruimte te zijn om de aanpak aan te passen aan de veranderende behoeften van de jongeren. Daarnaast is het belangrijk om onderzoek te doen naar de oorzaken van VSV

en regionale verschillen, zodat we kunnen doen wat écht werkt. Dit zorgt er tevens voor dat bijstellen op basis van voortschrijdend inzicht mogelijk is en dat er mogelijkheden ontstaan om van elkaar te leren. Met name in het licht van de coronacrisis is het van belang om te reageren op de situaties die ontstaan en te kunnen meebewegen met wat jongeren nodig hebben.

Om deze reden worden systematische reflectie, evaluatie en onderzoek naar de (veranderende) regionale situatie op verschillende plekken in het programma ingebed. Zo wordt er een systematiek opgesteld voor het opstellen van projectplannen en evalueren van de projecten (op basis van de PDCA-cyclus, zie ook hoofdstuk 7). Tevens vindt er twee keer per jaar een evaluatie plaats. Hiervoor wordt een persoon aangesteld, die onafhankelijk en gestructureerd onderzoek kan doen naar de resultaten, de voortgang en de kwaliteit van het VSV-programma. Er zal worden gekeken naar de ontwikkelde ondersteuning en procedures in de projecten en de effecten hiervan ten opzichte van de doelstellingen van het project. In de evaluatie worden de verschillende perspectieven onderzocht. Hierbij wordt er onder andere gekeken naar de tevredenheid, aantal deelnemers, door- en uitstroomcijfers, de VSV-cijfers en de samenwerking binnen het netwerk. Op deze manier kan worden vastgesteld wat wel en niet

werkt en kunnen we van elkaar leren. De resultaten worden door de stuurgroep gebruikt om de voortgang te monitoren, bij te sturen waar nodig en in te spelen op veranderende omstandigheden. Op basis van de resultaten kunnen tevens voorstellen gedaan worden voor verdiepend onderzoek. Ambities: 1. In 2024 voeren we structureel onderzoek uit naar wat wel/niet werkt en verspreiden we de resultaten binnen (en buiten) het regionale samenwerkingsverband. 2. We zetten de 10% van het budget dat we bij aanvang nog niet hebben toegekend, in voor nieuwe maatregelen en beleid om doelen voor 2024 te halen. Deze ambities worden aangepakt binnen het volgende project:

pagina 30

Project 5.1

Reflectie & evaluatie nieuwe maatregelen

Activiteit

Omschrijving activiteit

1. Monitoring projecten

Ontwikkelen en uitvoeren van een systematiek voor monitoring van lopende projecten en initiatieven (onderdeel projectplannen). Aanstellen van een persoon die onderzoek kan doen naar de resultaten en opbrengsten van de projecten.

2. Organiseren jaarlijkse VSV-conferentie

Organiseren van een jaarlijkse VSV-conferentie (delen best practices en resultaten van de evaluaties, kennisdeling, voortgang, prioriteiten, netwerk versterken, mogelijk ook met vertegenwoordigers andere regio’s).

3. Onderzoek en nieuwe maatregelen

Jaarlijkse mogelijkheid om budget aan te vragen/beschikbaar te stellen voor onderzoek en uitvoering nieuwe projecten (met als voorwaarde een goed uitgewerkt plan + monitoringsstrategie). Voorstel: 2 keer per jaar, tijdens brede evaluatiebijeenkomst, vaststellen waarnaar onderzoek gewenst is.

Omschrijving: In dit project wordt systematische reflectie en evaluatie van de verschillende maatregelen uitgevoerd, zodat vastgesteld kan worden wat wel en niet werkt om VSV te voorkomen en jongeren optimaal te kunnen ondersteunen. Daarnaast is er binnen dit project ruimte om nieuwe maatregelen te ontwikkelen en te bekostigen. Doelgroep: professionals uit de domeinen onderwijs, gemeenten, zorg/jeugdhulp en arbeidsmarkt die zich bezighouden met de uitvoering van de projecten en ondersteuning aan jongeren.

pagina 31

6. Aansluiting aanpak bij andere initiatieven De VSV-aanpak is geen opzichzelfstaand initiatief om VSV tegen te gaan. De VSV-aanpak hangt samen met andere initiatieven, zoals de kwaliteitsagenda’s van de mbo’s, Passend onderwijs, het regionale beleid leerplicht/RMC en andere projecten in de regio. De samenhangende aanpak is samengevat in de netwerkkaart op de volgende pagina. In dit hoofdstuk zullen een aantal van deze initiatieven worden toegelicht.

6.1 Kwaliteitsagenda’s In 2019 zijn door alle bekostigde mbo’s kwaliteitsagenda’s opgesteld. Daarin besteden zijn ten minste aandacht aan de landelijke speerpunten ‘Jongeren in een kwetsbare positie’, ‘Gelijke kansen in het onderwijs’ en ‘Onderwijs dat voorbereidt op de arbeidsmarkt van de toekomst’. Naast dat de mbo-instellingen individueel aandacht besteden aan VSV en aansluiting op

de arbeidsmarkt, kent de regio ook het samenwerkingsverband de Zw4lse, bestaande uit Cibap, Zone.College, Landstede en Deltion College. De Zw4lse geeft gezamenlijk invulling aan de kwaliteitsafspraken door binnen haar reguliere takenpakket speciale aandacht te geven aan de volgende speerpunten: 1. Jongeren en (jong)volwassenen in een kwetsbare positie. 2. Gelijke kansen in het onderwijs. 3. Onderwijs dat voorbereidt op de arbeidsmarkt van de toekomst.

aansluiting op de arbeidsmarkt. Deze initiatieven zijn kort samengevat in bijlage 2. Een deel van de maatregelen komt direct voort uit het VSV-programma en is duidelijk herkenbaar in de kwaliteitsagenda’s ingebed. Voorbeelden hiervan zijn de ontwikkeling van een LOB-visie en aandacht daarvoor in de curricula, de verzuimprotocollen, de maatregelen Warme overstap en Sluitende aanpak, en de plusvoorzieningen. Daarnaast worden er ook aanvullende/parallelle maatregelen beschreven, zoals het project Start. route. Dit project is een samenwer-

kingsproject van Landstede en Deltion, ter versterking van de entreeopleidingen en de duurzame aansluiting op de arbeidsmarkt (in de regio Zwolle) (meer info, zie hoofdstuk 6.2). Niet alle activiteiten met betrekking tot het terugdringen van VSV liggen in de macht van de mbo-instellingen. Op de plekken waar deze ‘gaten’ zitten, sluit de VSV-aanpak aan. De focus van het VSV-programma ligt dan ook op het onderhouden en versterken van het netwerk en integrale samenwerking.

4. Leven Lang ontwikkelen. 5. School als lerende en wendbare organisatie. Binnen deze landelijke speerpunten besteden de mbo-instellingen Landstede, Deltion College, Zone.College, Cibap en Alfa College aandacht aan onder andere vroegtijdig schoolverlaten en

pagina 32

VSV 2020-2024 Samenhangende aanpak voortijdig schoolverlaten RMC-regio IJssel-Vecht, Onderwijs, Werkbedrijf regio Zwolle en Jeugdhulp regio IJsselland

Doel: overbrengen kennis en vaardigheden om mee te kunnen doen in de maatschappij.

Doel: versterken gezond opgroeien en opvoeden.

Rol: passend onderwijs, LOB, opleiden (tot startkwalificatie).

Rol: ondersteuning bieden vanuit Jeugdhulp.

ARBEIDSMARKT

k VSV regio IJss npa a ga

Ver vo l

KT R MA

Uitgangspunt: passend onderwijs, kwaliteitsagenda mbo.

Onderwijs en arbeidsmarkt werken samen (stages en leerwerkbanen)

Doel: inclusiviteit (van werkloosheid naar werk), wendbaarheid en inzetbaarheid (van werk naar werk).

cht Ve el-

ARB EID S

Werkbedrijf regio Zwolle (WRZ) − Overheid − Onderwijs − Werkgeversorganisatie

Gezamenlijk doel startkwalificatie en toeleiden naar arbeidsmarkt

KAMPEN RAALTE ZWOLLE Rol: iedereen met afstand tot de arbeidsmarkt MEPPEL meer kans bieden en ondersteunen in STAPHORST traject naar werk. STEENWIJKERLAND WESTERVELD Uitgangspunt: Human Capital Agenda RMC-consulent ZWARTEWATERLAND (22 gemeenten, 4 provincies, UWV, en Sociale zaken werken samen DALFSEN werkgeversorganisatie) HARDERBERG OMMEN HATTEM OLDEBROEK

ARBEIDSMARKT Actieprogramma Perspectief op Werk (inclusiviteit) Projecten: GZ-Samenwerking; Pilot praktijkleren; Leren en werken; Harmonisatie instrumentarium

Doel: voorkomen schoolverlaten en terugleiden naar opleiding of (leerwerk)banen.

Regio IJsselland DALFSEN DEVENTER HARDENBERG KAMPEN OLST-WIJHE OMMEN RAALTE STAPHORST STEENWIJKERLAND ZWARTEWATERLAND ZWOLLE

DALFSEN HARDENBERG HATTEM HEERDE KAMPEN OMMEN RAALTE STAPHORST STEENWIJKERLAND ZWARTEWATERLAND ZWOLLE

Rol: uitvoeren leerplichtwet, voorkomen VSV, terugleiden naar school, schakelen met leren en werken en zorg. Uitgangspunt: regionaal beleidsplan voortijdig schoolverlaten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=6b517268-d6ee-4531-98ac-04a1634a64f9