CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Tabel Overzicht wijzigingen in de APV (inc. aanpassing gamecenters).docx

Raad Besluitvormingsronde 8 mei 2023, gemeente ZwolleBij agendapunt: Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en bijbehorende beleidsdocumenten op het gebied van alcohol, horeca en gamecenters10.767 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Overlast van fiets of bromfiets 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan door het college vastgestelde perioden onafgebroken te laten staan. 3. Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren, op of aan de weg te laten staan. Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning: a. wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. indien de standplaats niet staat aangegeven op de door het college vastgestelde standplaatsenkaart. 3. De weigeringsgronden als bedoeld in het tweede lid zijn niet van toepassing als de vergunningaanvraag betrekking heeft op een incidentele standplaats. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:

De Dienstenrichtlijn staat de weigeringsgrond in het vierde lid onder b, voor standplaatsen die (mede) diensten verlenen niet toe, omdat dit wordt beschouwd als een economische, niet toegestane, belemmering voor het vrij verkeer van diensten. Op grond van de Dienstenrichtlijn mag, onder voorwaarden, wel een kwantitatieve of territoriale beperking worden gesteld. De weigeringsgrond is hierop aangepast conform de Model-APV.

Artikel 5:25

a. indien de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt. 5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Ligplaatsen recreatievaartuigen 1. Het is verboden met een recreatievaartuig een ligplaats in te nemen dan wel een ligplaats voor een recreatievaartuig ter beschikking te stellen. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor; a. het kortdurend aanleggen (maximaal 4 uur) op of aan hiervoor van gemeentewege aangelegde voorzieningen, zoals aanlegringen en aanlegsteigers in de periode tussen 08.00 uur en 20.00 uur. b. het aanleggen van pleziervaartuigen in jachthavens en/of in hiervoor van gemeentewege aangelegde afmeerboxen. d. het aanleggen van commerciële vaartuigen die liggen op hiervoor in het bestemmingsplan aangeduide locaties. e. verhuurbedrijven die worden geëxploiteerd op hiervoor in het bestemmingsplan aangeduide locaties. 3.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt eveneens niet voor het aanleggen van kleine vaartuigen voor zover het aanleggen geschiedt op zodanig wijze dat; a. deze niet spontaan los kunnen raken; b. de vaargeul te allen tijde vrij blijft; c. er geen sprake is van dubbel liggen; d. er geen schade kan ontstaan aan bomen, struiken of andere natuurlijke groenvoorzieningen en oevers. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod voor

a. indien de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. 5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Ligplaatsen recreatievaartuigen 1. Het is verboden met een recreatievaartuig een ligplaats in te nemen dan wel een ligplaats voor een recreatievaartuig ter beschikking te stellen. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor; a. het kortdurend aanleggen (maximaal 4 uur) op of aan hiervoor van gemeentewege aangelegde voorzieningen, zoals aanlegringen en aanlegsteigers in de periode tussen 08.00 uur en 20.00 uur. b. het aanleggen van pleziervaartuigen in jachthavens en/of in hiervoor van gemeentewege aangelegde afmeerboxen. d. het aanleggen van commerciële vaartuigen die liggen op hiervoor in het bestemmingsplan aangeduide locaties. e. verhuurbedrijven die worden geëxploiteerd op hiervoor in het bestemmingsplan aangeduide locaties. 3.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt eveneens niet voor het aanleggen van kleine vaartuigen voor zover het aanleggen geschiedt op zodanig wijze dat; a. deze niet spontaan los kunnen raken; b. de vaargeul te allen tijde vrij blijft; c. er geen sprake is van dubbel liggen; d. er geen schade kan ontstaan aan bomen, struiken of andere natuurlijke groenvoorzieningen en oevers. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod voor

Technische wijziging conform Model-APV. Leden 8 en 9 zijn toegevoegd.

pleziervaartuigen bij woningen die grenzen aan het water, voor zover de eigenaar van het vaartuig tevens de bewoner/eigenaar is van de woning. 5. Het college kan gebieden aanwijzen waar het in het eerste lid gestelde verbod niet geldt. 6. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het aanleggen in gebieden die zijn aangewezen op basis van het vijfde lid. 7. Het college kan gebieden aanwijzen waar het in verband met bescherming van oevers, het uiterlijk en aanzien van het water en de oevers, of het voorkomen van overlast, verboden is om kleine vaartuigen als bedoeld in het derde, aan te leggen.

Artikel 5:26

13 Artikel 6:5

Aanwijzingen geven en opvolgen 1. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, of de Omgevingsverordening Overijssel. Inwerkingtreding en intrekking oude verordening 1. Deze verordening treedt in werking 8 dagen na bekendmaking.

pleziervaartuigen bij woningen die grenzen aan het water, voor zover de eigenaar van het vaartuig tevens de bewoner/eigenaar is van de woning. 5. Het college kan gebieden aanwijzen waar het in het eerste lid gestelde verbod niet geldt. 6. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het aanleggen in gebieden die zijn aangewezen op basis van het vijfde lid. 7. Het college kan gebieden aanwijzen waar het in verband met bescherming van oevers, het uiterlijk en aanzien van het water en de oevers, of het voorkomen van overlast, verboden is om kleine vaartuigen als bedoeld in het derde, aan te leggen. 8. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. 9. Het in het vorige lid bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, het Binnenvaartpolitie-reglement, de Waterwet, of de Omgevingsverordening Overijssel. -

Inwerkingtreding en intrekking oude verordening 1. Deze verordening treedt in werking 8 dagen na bekendmaking.

Technische wijziging op grond van Model-APV; artikel is toegevoegd aan artikel 5:25.

De intrekkingen zijn aangepast aan actuele situatie.

2. Op het moment dat deze verordening in werking treedt, wordt ingetrokken de Algemene Plaatselijke verordening 2015, in werking getreden op 16 februari 2016 en laatst gewijzigd op 2 februari 2019.

14 Artikel 6:6

Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening Zwolle 2021.

2. Op het moment dat deze verordening in werking treedt, wordt ingetrokken de Algemene Plaatselijke verordening 2021, in werking getreden op 1 juli 2021 en laatstelijk gewijzigd op 26 april 2022. 3. Tevens wordt op het moment dat deze verordening in werking treedt, de Verordening Paracommercie gemeente Zwolle, in werking getreden op 1 oktober 2014, ingetrokken Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening Zwolle 2023.

Het jaartal is aangepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=bfa0ef6f-f77c-49ad-a7fc-2dce2f934e80