Bijlage 2: Ontwerpend onderzoek Gebiedsverkenning Ceintuurbaanzone Zwolle
Tekst van het document
Ontwerpend onderzoek
Gebiedsverkenning Ceintuurbaanzone Zwolle
Inhoudsopgave Leeswijzer Deel 1 Beeldverslag Baanmakerscongres Deel 2 De Modellenstudie Deel 3 Bijlage Ruimte x Water Deel 4 Bijlage Mobiliteit Deel 5 Bijlage Structuuringrepen en Ontwikkelpotentie
Leeswijzer Het ontwerpend onderzoek bundelt de bijlagen water, mobiliteit en structuuringrepen, de modellenstudie en de reacties daarop. Deze informatie staat aan de basis van het advies Gebiedsverkenning Ceintuurbaanzone Zwolle. Het document is opgedeeld in vijf delen: Deel 1 Beeldverslag Baanmakerscongres. Toekomstperspectieven vanuit vier invalshoeken: 1. Klimaatadaptatie en menselijke maat 2. Woonmilieus en gezondheid 3. Stedelijke economie en nabijheid 4. Mobiliteit en brede welvaart Deel 2 De modellenstudie. In dit deel wordt de modellenstudie integraal bijgevoegd. De modellenstudie zet de drie modellen uiteen waarin de hoofdvraag van de gebiedsverkenning breed onderzocht werd. Deel 3 Bijlage Ruimte x Water. De bijlage omvat een verkenning naar een waterbergende strategie voor Zwolle. De verkenning vormt een bouwsteen in de aanvulling Omgevingsvisie voor Zwolle. Deel 4 Bijlage Mobiliteit. Hierin wordt uiteengezet op welke wijze duurzame mobiliteitstransitie in de Ceintuurbaanzone kan plaatsvinden en worden oplossingen voor het mobiliteitssysteem per model voorgesteld. Deel 5 Bijlage Structuuringrepen en Ontwikkelpotentie. Hierin wordt toegelicht welke grote structuuringrepen vereist zijn in de verschillende modellen. In het hoofdstuk Ontwikkelpotentie wordt een indruk gegeven van het programma dat per model in de gebiedsontwikkeling kan landen.
Deel 1 Beeldverslag Baanmakerscongres
BEELDVERSLAG BAANMAKERSCONGRES 30 MEI 2024 EXPERTS AAN HET WOORD
1
INHOUD 1. 2.
3. 4. 5.
Sfeer van het baanmakerscongres Conclusies en samenvattingen gesprekken aan tafel > Bodem en water sturend > Transformatie naar gemengd gebied > Activeren mobiliteitstransitie > Strategen aan het woord De inloopsessie Bouwstenen voor de modellen Bijlage: panelen baanmakerscongres
AANWEZIGEN Gemeente Zwolle: Jorn van der Veen, Irene Doosje, Andreas van Rooijen, Pieter de Jong, Tim van Veelen, Thijs Stutterheim, Henk Snel, Arjan Kisjes, Adriaan Mosterman, Lennart Berends, Marco Oving, Sander Oosterhuis, Arjen Terpstra, Bert Rozendaal, Heleen Post WDOdelta: Willem Heesen, Emmy Que, Stephanie van Schaik, Bert Bijkerk Natuur en Milieu Overijssel: Willem Seine Provincie Overijssel: Edgar Siemerink, Art Kinds Gemeente Raalte: Matthijs Koops Ondernemersvereniging: Berry Leerentveld, Jolanda van der Veer Keyminds: Willem Jüttner Zwinc: Bastian Coes Gemeente Dalfsen: Marit Gorter, Timo Muller De woonfabriekzwolle Kim van Rie Ministerie BZK: Jeffrey Wassink Ministerie IenW: Sjoerd Kok, Marieke van Doorn Windesheim: Arnout de Leeuw, Pieter Lems Team BVR adviseurs en Sweco: Hilde Blank, Bernadette Janssen, Marnix de Vos, Bart Bomas, Brenda Stegmeijer, Kim Persoon, Jurgen Dalhuisen, Duco Kuijer, Nina Meijer, Robert Coffeng, Nikki Sweere
2
SFEER VAN HET BAANMAKERSCONGRES Het Baanmakerscongres verkent de toekomst van de Ceintuurbanzone
In de verstedelijkingsstrategie regio Zwolle wordt de Ceintuurbaanzone genoemd als één van de potentiële ontwikkelgebieden waar de groei van de stad plaats kan vinden. Op die manier is er nog niet naar de Ceintuurbaanzone gekeken. Om de kansen en mogelijkheden te verkennen heeft de gemeente Zwolle BVR adviseurs gevraagd deze verkenning uit te voeren. Aangezien de Ceintuurbaan een belangrijke verkeersader is voor Zwolle en de regio en tegelijkertijd ook werkt als barrière tussen de Ceintuurbaanzone en de bestaande stad, heeft BVR verkeerskundige expertise ingehuurd bij SWECO. Het resultaat wordt één op één opgenomen in de herziening van de Omgevingsvisie: mijn Zwolle van morgen 2030. In de aanpak van BVR/SWECO worden eerst in de breedte verschillende toekomstperspectieven verkend. De discussie over deze perspectieven leveren de bouwstenen voor uiteindelijk concrete toekomstmodellen, voorzien van ruimtelijke ingrepen, programma, ontwikkelstrategie en fasering.
De toekomstperspectieven zijn voorbereid door BVR/ SWECO en in werkateliers verder verdiept met experts van gemeente, regio, provincie, rijk, waterschap, natuur en milieuorganisaties en andere belangrijke stakeholders. De resultaten zijn gepresenteerd tijdens het Baanmakerscongres op 30 mei in het Van der Valkhotel waar in totaal ruim 120 mensen aan deel hebben genomen (middag en avond). In de middag zijn de perspectieven met elkaar geconfronteerd in dialoog met de vak experts; in de avond is er een inloopsessie gehouden waarvoor ruim 2000 adressen zijn aangeschreven van ondernemers, inwoners en omwonenden en de buurgemeenten. Dit verslag is een weergave van de gesprekken en levert bouwstenen op. Die bouwstenen krijgen een plek in de modellen, die de komende periode worden uitgewerkt. Deze modellen worden gelijk na de zomer aan alle aanwezigen gestuurd voor reactie en om te toetsen of de input van het Baanmakerscongres goed is meegenomen.
Water en bodem sturend
Activeren mobiliteitstransitie
Transformatie naar gemengd gebied
Strategen aan het woord 3
De toekomstperspectieven vanuit vier invalshoeken
In de opdracht van de gemeente is gevraagd expliciet aandacht te besteden aan vier hoofdopgaven: klimaatbestendigheid, mobiliteitstransitie, stedelijke economie en woonmilieu. Daarnaast zijn er thema’s die de gemeente belangrijk vindt om toekomstige ontwikkelingen te laten aansluiten bij het DNA van Zwolle: menselijke maat, gezondheid, nabijheid en brede welvaart. De hoofdopgaven en de thema’s zijn met elkaar verbonden en hebben geleid tot vier invalshoeken die ontwerpend zijn onderzocht:
1. 2. 3. 4.
Klimaatadaptatie en menselijke maat Woonmilieus en gezondheid Stedelijke economie en nabijheid Mobiliteit en brede welvaart
Het ontwerpend onderzoek heeft geleid tot verschillende beelden. Deze waren het onderwerp van gesprek tijdens het Baanmakerscongres. Tijdens het congres is inzicht verkregen welke onderdelen voorstelbaar zijn, wat niet en waar mensen enthousiast over worden.
De opdracht: Op welke wijze kan de Ceintuurbaanzone als grootschalig hoogstedelijk ontwikkelgebied volwaardig onderdeel worden van de stad en het landschap, waarbij een kwalitatieve schaalsprong kan worden gemaakt waarin de vier hoofdopgaven van klimaatbestendigheid, mobiliteitstransitie, stedelijke economie en woonmilieu worden gecombineerd.
4
Algemene conclusies uit gesprek met de vak experts
Tijdens de tafelgesprekken in het middagdeel van het congres kwamen 40 vak experts aan het woord. Zij werden uitgedaagd om de inzichten uit de verschillende invalshoeken integraal te bespreken. De discussies leiden tot overstijgende conclusies zoals: keuzes durven maken, prioriteiten stellen en meer samendoen, maar wel met de overheid als initiatiefnemer. Er moet goed in- en uitgezoomd worden zodat de consequenties van ingrepen in de Ceintuurbaanzone, voor heel Zwolle en de regio goed in beeld komen. Belangrijk is dat er een gedeeld en gedragen toekomstbeeld komt waarmee de relevante stakeholders en gebiedspartijen met elkaar afspraken kunnen maken. De wens is uitgesproken om zowel een perspectief voor de lange termijn te schetsen als ‘quick wins’ ofwel ingrepen te allen tijde goed zijn, in beeld te brengen.
Korte impressie van de avond
Tijdens de inloopavond zijn er circa 70 mensen langs geweest. Hiervan komt een apart verslag. Omdat het belangrijk is de inzichten mee te nemen voor het bepalen van de bouwstenen, zijn in dit verslag de hoofdpunten opgenomen. Tijdens de avond was een apart bestuurlijk moment ingelast waarin wethouder Gerdien Rots in gesprek ging met haar collega-wethouder uit Dalfsen en bestuurlijke vertegenwoordigers van Isala, PEC, en Landstede.
Leeswijzer
In hoofdstuk 1 wordt de sfeer van het Baanmakerscongres beschreven met de eerste overstijgende conclusies. Hoofdstuk 2 bevat de samenvattingen van de verschillende gesprekstafels met de vak experts. In hoofdstuk 3 blikken we kort terug op de inloopavond met reacties van inwoners, omwonenden, ondernemers en buurgemeenten. Als laatste worden in hoofdstuk 4 de bouwstenen benoemd die een plek gaan krijgen in de modellen. In de Bijlage vindt u de posters met de toekomstperspectieven zoals gepresenteerd tijdens het Baanmakerscongres.
BODEM EN WATER STUREND
Bart Bomas Landschapsarchitect BVR Adviseur klimaat
“We hebben het gebied bekeken vanuit het perspectief van klimaat en menselijke maat. Het principe ‘Water en Bodem sturend’ is daarin een essentie, zoals het ook eeuwenlang geweest is voor Zwolle. De Ceintuurbaanzone is een kwetsbaar gebied, met een gigantische wateropgave. Het hele Sallandse weteringgebied watert af richting Zwolle. In de toekomst wordt dit probleem urgenter. We hebben daarom drie verhalen ontwikkeld: de stad als spons inrichten, het gebied gecontroleerd onder water laten lopen, en het nemen van actie vanuit de gemeenschappen in de Ceintuurbaanzone. De menselijke maat zoeken we in een sterker bewustzijn van het waterverhaal en daaraan gekoppelde acties. De gamechangers bestaan dan ook uit: 1. Waterbewustzijn 2. Radicaal vergroenen 3. Verstedelijking als vliegwiel.”
5
VAKEXPERTS AAN HET WOORD Wat valt je als eerste op?
De Ceintuurbaanzone heeft een regionale functie. Ontwikkeling van het gebied kan dus ook van invloed zijn op de positie van Zwolle in de regio. Wat betekent het bijvoorbeeld voor de ondernemers in het gebied als er meer vergroend wordt? Betaalbare bedrijfsruimte voor startups is belangrijk voor Zwolle. We moeten keuzes maken. Het moet wel prettig ondernemen blijven. Het perspectief gebaseerd op ‘communities’ spreekt aan. Hoe kunnen we samen op een klimaatadaptieve manier de CBZ ontwikkelen? Wat kunnen onderwijsinstellingen, het ziekenhuis, en de sportverenigingen betekenen? We zien hier echt een kans om meer samen op te trekken en kansen voor gezond en prettig werken. Kunnen de sportverenigingen hun activiteiten bijvoorbeeld meer koppelen aan de buitenruimte? Kunnen werknemers in hun middagpauze aanhaken?
Wat moet er anders?
Wat anders moet, is hoe we omgaan met parkeren. Gebouwde parkeervoorzieningen bijvoorbeeld bieden de mogelijkheid om meer te vergroenen. De CBZ is goed gelegen en zeer bereikbaar, ook per fiets en bus. Wat dat betreft zou je kunnen stellen dat de mobiliteitstransitie hier prima kan plaatsvinden, waardoor we in de toekomst ook minder parkeerruimte nodig hebben of meer aan de rand kunnen parkeren. Voor ondernemers is parkeren wel heel belangrijk. Mobiliteitstransitie moet in samenspraak met de ondernemers. We zien ook een kans in het leggen van een tunnel op de plek van de Ceintuurbaan, om bovengronds meer ruimte te creëren. We kunnen ook anders omgaan met energie. Zonnepanelen bijvoorbeeld. We willen als ondernemer wel bijdragen, maar dat is als individueel bedrijf niet altijd makkelijk. Het is slimmer om het in samenhang op te pakken.
6
Daarentegen kunnen we ook klein beginnen. Bijvoorbeeld door bedrijventerreinen anders in te richten; minder grijs. Niet blindstaren op de grote opgaven, maar ons afvragen: wat kunnen we nu al doen? Het is een én-én verhaal. Sponswerking in de bodem, maar ook op het dak. Een groen dak is van betekenis voor wateropslag, biodiversiteit en het stedelijk hitte-effect. Er ontstaat al snel een verweving van verantwoordelijkheden. De gemeente beheert de sloot, het waterschap beheert de dijk: de openbare ruimte is wat dat betreft versnipperd. Maar opgaven zoals deze vragen echt om nauwe samenwerking en meer gedeelde verantwoordelijkheid daarin.
Wat kun je zelf doen en wat verwacht je van de ander? Aanschuiven bij dit soort intersectorale sessies. Kennisdelen en spiegelen, denken in elkaars belang. Het is belangrijk om het samen te doen: overheid, ondernemers. Iedereen moet de toegevoegde waarde kunnen zien van een ingreep. Concreet is dat bijvoorbeeld het parkeren, samen met de ondernemers.
Laten we ook slimme koppelkansen benutten. We mogen trots zijn op wat er allemaal aanwezig is, en ook de functie die we voor de regio hebben. We hoeven niet eerst een hoop plannen op papier te maken, in sommige gevallen komt het neer op ‘gewoon doen.’ Met tegelwippen kunnen we al een eind komen, bijvoorbeeld. Collectief is het vaak makkelijker te organiseren, bijvoorbeeld als het gaat om subsidieaanvragen. Ook kunnen we op die manier stimuleren dat verschillende partijen allemaal bijdragen en in hetzelfde tempo optrekken. Voor een gemeente is het goed om bij dit soort zaken de ondernemers aan tafel te brengen. We willen vaak allerlei functies met elkaar combineren, maar we moeten soms ook gewoon keuzes maken. Als het niet allemaal kan, moeten we prioriteren.
7
TRANSFORMATIE NAAR GEMENGD GEBIED “Wonen en gezondheid. Dat is in het huidige gebied moeilijk voorstelbaar; er wordt amper gewoond. Wanneer zou je er graag willen wonen? De Ceintuurbaanzone is een beetje stad, een beetje landschap – maar geen collectief centrum. Daarom gaan we op zoek naar de collectiviteit, naar de gemeenschap. Kunnen we woongemeenschappen inrichten naar analogie van de landgoederen? We willen de parels in het gebied ontdekken, het hedendaags erfgoed. Wat zijn de monumenten van de toekomst, welke kwaliteit hebben zij?
Bernadette Janssen Stedenbouwkundige BVR Adviseur woonmilieus
8
En stel: de CBZ wordt stad. Welk verstedelijkingsmodel past daarbij? Stedelijke vingers die vanaf het centrum naar het landschap groeien: de Vingerstad, met stevige OV-lijnen en routes naar buiten, het landschap in. Of willen we niet in de stad, maar juist in het landschap wonen? Nieuwe woonvormen, zo dicht mogelijk bij de CBZ, op de enken of juist half in het water. Met een bedrijvenstrip als buffer richting de stad Zwolle.”
“Stedelijke economie: dat is dynamiek, menging, ruimte om elkaar te ontmoeten. Nu is dat er niet. Er is een nieuwe identiteit laag nodig: als stad (verstedelijken en verbinden), als regio (bestemming en sterk profiel) als special (bijzondere plek en functie). Het stadse profiel Ceintuurbaan is stad en regio. Wat je hier doet is een gezamenlijk doel. Wat is deze bijzondere plek? Waar worden we enthousiast van? Hoe kunnen we het gebied dat we hebben beter gebruiken? Een meer compacte, landschappelijke uitstraling. Vanuit die gedachten ontwikkelden we: 1. Inzetten op drie sterke profielen om op voort te bouwen voor de Ceintuurbaanzone: vitaliteit, sport & recreatie, en makersdistrict. 2. Structuuringreep voor stad (maaiveld, langzaam verkeer) en regio (OV, auto, tunnel, hub). 3. Sterk verdichten = dynamiek, economie, mening, relevantie en financiering. 4. Sterke organisatie – “programma Ceintuurbaan”. In het gebied zijn heel veel makers aanwezig. Hoe kunnen we die beter inzetten? Onze gamechangers gaan over een structuuringreep met de ‘Avenue Ceinture’, een Baantunnel, en sterk verdichten. We zoeken naar meer dynamiek, meer mensen, en meer programma. Daarmee kunnen we ook meer geld genereren.”
Marnix de Vos Stedenbouwkundige BVR Adviseur stedelijke economie
9
VAKEXPERTS AAN HET WOORD Wat valt je als eerste op?
Er worden in de voorstellen veel functies toegevoegd aan het gebied. Hoe verhouden die zich tot bestaande functies? Sterke vondst om het gebied een eigen profiel mee te willen geven. Goed om dan ook te kijken naar de aanvulling Omgevingsvisie. Als het om wonen gaat, is het goed om ook verder uit te zoomen. Willen we woonlocaties uitleggen, hoe verbinden we dat dan met de andere thema’s? Ik zie een kans om vitaliteit en sport meer leidend te laten zijn in de ontwikkeling. De CBZ als ‘Blue Zone’. De rode draad lijkt het zoeken naar verbinding te zijn. Stad en landschap verbinden, wonen en werken, de Ceintuurbaanzone met het centrum. Kunnen we ook verbinden met de Zwolse historie? Kunnen we ‘verbinding maken met elkaar’ centraal stellen in de ontwikkeling? We hebben in Zwolle het STOMP principe. Een aantal zaken die werden genoemd passen daar goed bij en kunnen de mobiliteitstransitie in Zwolle helpen. Ik ben ondernemer in de CBZ, maar zou er eigenlijk best willen wonen. De CBZ kan in de toekomst een aanvulling op de Spoorzone zijn. Vanuit de gemeente en provincie moet dan wel goed op samenwerking gestuurd worden. In de praktijk zie je dat partijen nu allemaal een eigen agenda hebben.
Kennen jullie goede voorbeelden?
Een cruciale succesfactor is in mijn ervaring het hebben van een gezamenlijk doel. Een mobiliteitshub realiseren bijvoorbeeld, dat kan vrij snel. Je moet met de juiste mensen aan tafel gaan. Ik vind het erg hoogover allemaal. Zwolle heeft een goede traditie met de Spoorzone. De coalities die daarbij zijn samengesteld bleken een succesfactor. Niet alleen ruimtelijke ingrepen stonden op de agenda, maar ook de economie.
Wat moet blijven en wat kan anders?
Er is een grote voorkeur voor innovatieve en schone bedrijven. Als er hier een kwalitatief hoogwaardig woongebied komt, moeten de bedrijven geen overlast geven. Bij elk bedrijf moeten we ons afvragen of het past bij een hoogwaardig woongebied.
10
Onder de ondernemers vinden bijeenkomsten plaats, daar horen we ook geluiden van bedrijven die schoner willen produceren. Het is niet duidelijk bij wie er voor ondersteuning kan worden aangeklopt. Er is vast veel mogelijk, maar ondernemers hebben niet de tijd om het allemaal uit te pluizen. De bereikbaarheid van de CBZ is echt een kwaliteit. Toen er in het verleden een verbreding plaatsvond van de Ceintuurbaan, leidde de overlast tot veel frustratie. Ik vind zo’n schets van groene vingers mooi, maar vraag me af wat het betekent voor de bereikbaarheid en bedrijvigheid van het gebied. Ik hoor weinig over het onderwijs. Kan het onderwijs, zoals Landstede – waar dagelijks 2000 mensen rondlopen - wel behouden blijven? Kan het luwer worden, beter bereikbaar met OV? Een onderwijslocatie past goed bij de ambitie voor vitaliteit. Ik droom van een sportcampus, waarbij onderwijs en sport samengaan. Er zijn genoeg koppelkansen in het gebied voor studenten en ondernemers, gezondheid en sport.
Wie moet het organiseren?
We moeten een gezamenlijk plan maken. Op het moment dat je daarmee start, kunnen partijen ergens op aanhaken en coalities vormen. Nu is het nog vaag en wat individualistisch.
Voor wie gaan we bouwen?
Eerst hebben we voorzieningen nodig. Een station kan een aantrekkende werking hebben. Je moet er wel kunnen komen, of dat nou per fiets, bus, trein of auto is. Bereikbaarheid is een randvoorwaarde. Werknemers van het ziekenhuis moeten in de buurt van het Isala kunnen wonen. Zwollenaren die graag dichter bij het centrum én het buitengebied willen wonen. Veel wonen aan het water, voor verschillende inkomensgroepen. Jongeren passen in het plaatje van innovatieve bedrijvigheid. We moeten ook kijken naar wat er nu nog niet is in Zwolle. De CBZ heeft een andere identiteit dan een Spoorzone of Stadshart. Kunnen we een woonmilieu creëren dat Zwolle nog niet heeft? Dichtere eenheden, compact, veel groen en water.
11
ACTIVEREN VAN DE MOBILITEITSTRANSITIE “Mobiliteit en brede welvaart. Dat gaat niet alleen over bereikbaarheid, maar ook over doelgroepen: voor wie bereikbaar? Mobiliteit gaat over het verbinden van mensen en plekken. In de CBZ gaat dat over de regio, Zwolle en het achterland. Toch is er ook een aanzienlijke hoeveelheid bestemmingsverkeer. Daar ligt een grote uitdaging. Hoe zorgen we ervoor dat de CBZ goed bereikbaar blijft?
Robert Coffeng Verkeerskundige Sweco Adviseur mobiliteit
12
Het STOMP-principe is leidend, maar we zien nu vooral de P (privéauto) terug. Hoe organiseren we de mobiliteitstransitie? We ontwikkelden drie perspectieven: 1. ‘Verbinden en verblijven’ – dat gaat over actieve mobiliteit, fietsen en lopen. 2. ‘Natuurinclusief’ gaat over het faciliteren van verbindingen en de kwaliteit van de openbare ruimte. 3. Het ‘Human ecoduct’ stelt de verbinding tussen west en oost-Zwolle centraal. Daartoe hebben we op enkele plekken hubs en overtappunten geschetst. We stimuleren het bestemmingsverkeer om een meer actieve mobiliteitsvorm te worden. Onze gamechanger: 1. Veel meer fietsverkeer faciliteren 2. STOMP toepassen 3. Andere vormen van verplaatsing.”
VAKEXPERTS AAN HET WOORD Wat valt je als eerste op?
Ik vind het heel goed dat er een mobiliteitstransitie wordt ingezet. Het is wel heel belangrijk om niet alleen naar de CBZ te kijken, maar breed op te pakken in Zwolle. We kunnen een voorbeeld voor de regio zijn. Er is vooral behoefte aan een langetermijnperspectief. Nu gebeurt er al het een en ander; de gemeente werkt aan een slim verkeerssysteem, ondernemers aan een fietsplan. Maar er is een ‘kapstok’ voor alle initiatieven nodig. Ik ben benieuwd naar de samenhang van Brede Welvaart en deelmobiliteit met economie en Water & bodem sturend. Waar zitten de conflicten, waar de oplossingen? Ook de energietransitie heb ik nog niet veel gehoord. Er zijn wel een aantal zaken waar we goed over na moeten denken bij een mobiliteitstransitie. Wanneer je bijvoorbeeld als verpleegkundige met avonddienst ’s nachts nog naar het station wilt gaan met het OV, vergeet het dan maar. De mobiliteitstransitie gaat verder dan het installeren van hubs. De auto blijft op sommige tijdstippen onmisbaar. Ik zie kansen om ook vervoer over water te organiseren. Historisch gezien ging veel vervoer via het water. De infrastructuur ligt er al – met kleine inspanningen kunnen we daar de verbinding maken. Stel je voor: met de trekschuit de stad in. Er liggen veel kansen m.b.t. waterveiligheid en recreatie. De Ceintuurbaan belemmert de verbinding van de weteringen met de rivieren achter de stad.
Ik ben sceptisch over het afwaarderen van de Ceintuurbaan, omdat het een regionale functie heeft. Ook vanwege de lokale functies sport, ziekenhuis, de Marslanden. Ook het verdiepen van de baan of er een tunnel van maken zijn zeer langdurige trajecten.
Het gaat telkens over waterveiligheid, maar we moeten het ook hebben over meerlaagse veiligheid en crisisbestrijding. Als het hier misgaat, en het risico is hier 1:30.000, dan staat het gebied tot vijf meter onder water. In de Marslanden is dat zelfs een risico van 1:200! De Ceintuurbaan is in zo’n geval een wezenlijke evacuatieroute voor de regio.
Is minder verkeer denkbaar ten gunste van andere verbindingen?
Je kunt bestemmingsverkeer veel minder aantrekkelijk of zelfs onmogelijk maken. Of je stuurt juist het doorgaand verkeer via een andere route. Mobiliteit gaat ook over bereikbaarheid. Je kunt het gebied ‘anders bereikbaar’ maken, door meer in te zetten op andere modaliteiten. Er gebeurt op dat vlak al veel. Organisatorisch kunnen we bestaande slimme initiatieven verder helpen. Ik denk aan verschillende rijstroken voor modaliteiten of doelgroepen. Een baan voor OV en ambulances, een baan voor doorgaand verkeer en een voor bestemmingsverkeer. Meer scheiden en sturen. Het is daarnaast belangrijk om naar het hele systeem van de ring te kijken. Bij elke ontwikkeling is het belangrijk dat de uitvoering van een mobiliteitssysteem, zoals deelmobiliteit, gelijk opgaat – anders hebben nieuwe bewoners al een auto gekocht voordat er een goede OV-verbinding is. In grote steden is er al een milieuzone. Zou dat concept ook gebruikt kunnen worden om het verkeer op de Ceintuurbaan te verminderen? Bijvoorbeeld een heffing voor doorgaand verkeer. Welke instrumenten hebben we al om verandering in gang te zetten?
13
Hoe zit het met de sociale veiligheid in de CBZ? Ik weet dat er bij het stadion veel wordt geparkeerd door medewerkers van het ziekenhuis. ’s Avonds in het donker moeten mensen dan langs schimmige kantoorgebouwen en parkeerplaatsen. Het OV moet meer regelmatig rijden, ook later op de avond. Bewaking en goede verlichting zijn ook belangrijk. Parkeren zou meer aan de randen van het gebied georganiseerd kunnen worden.
Wat is er nodig om STOMP echt voor elkaar te krijgen?
Zwolle is een gemeente met relatief veel autobezit. Wanneer we minder parkeerplekken aanbieden, heeft dat een remmende werking op autobezit. De inrichting van een hub vraagt om goed overleg met de betrokkenen. Hoe ontsluiten we het gebied vanuit hubs? Kunnen we een monorail creëren? Dat zou uniek voor Zwolle zijn, en marketingtechnisch zeer interessant. Minder transport in de binnenstad organiseren, pakketbezorging via drones. Er wordt vrij traditioneel over mobiliteit gedacht, maar het innoveert voortdurend. Het is goed om faciliteiten aan te leggen die ook kunnen meebewegen met technologische ontwikkelingen. Ik hoor veel ‘wortel’-ideeën. Maar misschien hebben we ook een stok nodig. In Groningen bijvoorbeeld is de binnenstad al in de jaren ’70 autoluw gemaakt.
14
15
STRATEGEN AAN HET WOORD Strategisch, alles overziend – wat moet er nu écht veranderen? Waar zit de urgentie? We moeten aan de slag. Niet wachten op een vergezicht, maar keuzen maken, doen wat we nu al kunnen doen. Water en bodem sturend, veiligheid en samenhang zijn daarin belangrijke voorwaarden. Wat kan dit gebied betekenen voor de stad Zwolle en voor een groter gebied? Op welke tijdlijn moeten er keuzes worden gemaakt? Als we een transitie willen, moeten we meer durven.
Wat mobiliteit betreft werden er al een paar mooie suggesties gedaan. We moeten niet denken in beperkingen, maar de ambities stapelen, koppelkansen zien. Bijvoorbeeld het idee voor een tunnel – dat kan prima worden gecombineerd met waterberging. Ik had gehoopt wat meer extremen te zien vandaag, ook om te weten wat je niét met elkaar wilt. Bijvoorbeeld een beeld van 5000 woningen in het buitengebied. Voor discussie en scherpte is het nu allemaal te veilig. Het voorstel om van de Ceintuurbaanzone een woongebied te maken, is al een gamechanger op zich. We hebben een groot verhaal nodig om het echt als gamechanger te zien. Nieuwe kwaliteit moet bestaande kwaliteit niet verdringen. Waar mogelijk wel meer functies mengen, kiezen en profileren. Betaalbaarheid moet geborgd worden – als het gebied te aantrekkelijk wordt, komt dat onder druk te staan. Ik zou graag zien dat er meer aandacht is voor de mensen die dagelijks op de Ceintuurbaan te vinden zijn. In Landstede lopen bijvoorbeeld 2000 jonge mensen rond. Dat doet iets met een plek. Gebruik die kracht en dynamiek, sta meer open voor elkaar: organiseer exposities en open dagen.
16
Wat is nu écht de keuze?
> Ga uit van de kwaliteiten als basis, en schaal die op. Focus op meer wonen. > Samenwerken, coalities smeden. De overheid kan daarin optreden als initiatiefnemer. Ruimtelijke kwaliteit voorop. > Zwolle is NOVEX, moet een klimaatbestendige groeiregio worden. Dat moeten we echt waarmaken. Een goede delta zijn. > De barrièrewerking van de Ceintuurbaan moet geslecht worden. Het gebied moet meer gezamenlijk worden; functies mengen. > STOMP implementeren. Er is vooral een grote kans om nu het autoverkeer te beperken en iets voor de voetganger te doen. De doorwaadbaarheid van het gebied moet vergroot worden. Ook op OV-gebied kunnen we vorderingen maken, een hub creëren. > Er moet een coalitie komen vanuit de triple helix: ondernemers, kennisinstellingen, en overheid. Ook financieel investeren, skin in the game, want als het van iedereen is, is het van niemand. Op de inhoud vind je elkaar wel. Samen vormen we de identiteit, een verhaal waar de partijen bij willen horen. > Ik zie ook kracht in het collectief. Het individuele belang moet daar ondergeschikt aan zijn. Ik zie het verhaal in de lagenbenadering, water en bodem sturend. Eerst het netwerk en het programma. > Schakelen tussen schaalniveaus is belangrijk – tussen gemeenten, lokaal en regionaal niveau. > In dit gebied is het risico al jaren bekend.
Er moet een ingrijpende keuze gemaakt worden op schaal van de Sallandse weteringen. Wordt dit een waterbergingsgebied of niet? Dat moet snel duidelijk worden. Een stevige bestuurlijke keuze en een hele grote investering, met veel betrokken partijen. Het is niet niks, maar het is wel nodig en urgent: er is risico op een grote ramp. Dat moet benoemd worden. Wil je hier wonen en werken, dan moet de hele infrastructuur worden aangepakt. Denk groot.
17
DE INLOOPSESSIE IN HET KORT Tijden de avond zijn circa 70 belangstellenden langs de panelen gegaan. Voor sommigen was het wel even wennen want ze hadden concrete plannen verwacht. De enthousiaste toelichtingen op de panelen maakte veel goed. Het agenderen van de klimaatopgave is gelukt. Mensen beseften dat dit echt een probleem is. Ondernemers vragen om handvatten hoe om te gaan met klimaatverandering. De betekenis voor landschap, door meer water op te vangen en vast te houden, werd ook gezien als kans voor vervoer over water, wonen naast of op het water en meer waterrecreatie. Het doortrekken of herstellen van de Vecht naar de binnenstad is voor velen een aantrekkelijk beeld. Meer groen in het gebied en minder asfalt wordt door veel mensen positief omarmd. Daarbij is wel de vraag of de beoogde groei dat allemaal waar kan maken. Meer woningen en bedrijven in compacte vorm betekent ook meer druk op de buitenruimte. Dat roept gelijk de vraag op of de infrastructuur dat aankan. Nu al worden er problemen ervaren op de Ceintuurbaan. Het verbeteren van het openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelroutes is hard nodig, ook in de avond. Het STOMP principe toepassen is daarvoor essentieel. Tegelijk zijn er ook geluiden die niet geloven dat er minder auto’s zullen zijn in de toekomst. Kortom een stevige opgave. Dat er iets met de Ceintuurbaan zelf moet gebeuren is evident.
De barrièrewerking wordt nu als hinderlijk ervaren. Veel mensen geven aan dat regionaal verkeer (doorstromen) gescheiden zou moeten worden van bestemmingsverkeer. Het deels onder tunnelen spreekt aan maar gevraagd wordt wel naar de haalbaarheid. Over een oostelijke randweg zijn de meningen verdeeld omdat men vreest voor een negatief effect op het landschap. Mensen reageren positief op het mengen van functies waarbij aandacht wordt gevraagd voor voldoende voorzieningen. De combinatie van zorg, sport en onderwijs wordt gezien als sterke identiteitsdrager. Biedt ruimte voor experimenten, toepassen van nieuwe technieken en kansen die de digitalisering biedt. Dat laatste ook in de vorm van dynamische routeverwijzing. Zet in op een stevige samenwerking tussen partijen die al in het gebied aanwezig zijn. Tot slot nog een paar hartenkreten. Denk niet alleen aan de verre toekomst maar ga nu al aan de slag om de leefbaarheid in het gebied te verbeteren en onveilige verkeersituaties op te lossen. En wees realistisch.
18
BOUWSTENEN VOOR DE MODELLEN Het ontwerpend onderzoek, dat ten grondslag ligt aan de verschillende perspectieven, en de gesprekken in de werkateliers en het Baanmakerscongres, geven een goed beeld van de bouwstenen voor de verdere uitwerking. De komende periode wordt gewerkt aan onderscheidende modellen voor de Ceintuurbaanzone. In onderstaand schema staan de bouwstenen, deze worden uitgewerkt in uiterste modellen.
Bij het uitwerken van de modellen zullen de keuzes worden aangescherpt en worden ruimtelijk en programmatische voorstellen geschetst. Deze worden voorzien van een ontwikkelstrategie met inzicht in de belangrijkste kostenvragers en kostendragers. Ook worden de modellen gelegd naast de zeven ontwikkelprincipes uit de regionale verstedelijkingsstrategie en de drie principes uit de gebiedsbiografie.
drie sterke economische profielen verbeteren wandel- en fietsstructuur barrière Ceintuurbaan verminderen verbeteren OV systeem sponsstrategie BOUWSTENEN
structuuringrepen
stimuleren STOMP grootschalig en hoogstedelijk op zijn Zwols
intensiveren wonen en werken scheiden lokaal en regionaal autovervoer
uitbouwen van bestaande waarden
samenwerking, coalitievorming
19
> > > > >
> > >
> > > > > > > >
20
Verantwoordelijkheid delen: meer de samenwerking opzoeken met elkaar en de opgaven ook samen oppakken. Koppelkansen zoeken waar het kan, en prioriteren waar het moet om verder te komen. De bestaande parkeersituatie biedt kansen om in goed overleg naar meer ruimte voor groen te gaan. Klein beginnen om snel aan de slag te kunnen. Het scheppen van verbinding (tussen stad en buitengebied, tussen verschillende sectoren) kan de rode draad in de ontwikkeling zijn. In de Ceintuurbaanzone liggen kansen om een hoogwaardig woongebied te creëren, maar er moet zorgvuldig worden omgegaan met de huidige kwaliteiten (bereikbaarheid) van en bedrijvigheid in het gebied. Bedrijven willen milieuvriendelijker worden maar hebben daar ondersteuning bij nodig / een partij die het voortouw neemt En liggen veel koppelkansen voor sport, bedrijvigheid, gezondheid en onderwijs. Doelgroepen voor de woningbouw kunnen worden gekoppeld aan werkgelegenheid in de CBZ De CBZ mag een andere identiteit hebben dan de Spoorzone of het Stadscentrum Rekening houden met de regionale functie van de CBZ en de ruimte om te ondernemen. Een mobiliteitstransitie in gang zetten in de Ceintuurbaanzone verlangt zorgvuldigheid, afstemming en timing, ook met de omgeving.
Dienstregelingen moeten beter aangepast worden op de onregelmatige werktijden van werknemers in ploegendienst Meerlaagse veiligheid moet meegenomen worden als randvoorwaarde voor het mobiliteitssysteem STOMP kan gestimuleerd worden door minder parkeerplekken aan te bieden Waterkwaliteit, meerlaagse veiligheid en duurzame mobiliteit zijn belangrijke peilers voor elke ontwikkelingsrichting. Het watervraagstuk vraagt om een stevige bestuurlijke urgentie en doorzettingsvermogen. Een duurzame oplossing voor het risico op overstroming kan niet los worden gezien van de gebiedsontwikkeling.
BIJLAGE
>
PANELEN BAANMAKERSCONGRES
Algemene lessen uit het Baanmakerscongres om mee te nemen naar de volgende fase:
21
22
23
25
25
26
27
27
28
29
30
31
31
32
32
33
35
35
36
37
37
38
39
40
41
41
42
42
43
Deel 2 Modellenstudie
MODELLENSTUDIE
Onderdeel Gebiedsverkenning Ceintuurbaanzone Zwolle Augustus 2024
RAAMWERKSTAD
RANDSTAD
RINGSTAD
Wat is uw mening?
Inhoudsopgave Modellenstudie gebiedsverkenning Opbouw van de rapportage De huidige situatie in beeld Kwaliteiten, knelpunten en kansen De modellenstudie 1. Raamwerkstad 2. Randstad 3. Ringstad Modellenmatrix Reacties op de modellen Colofon
4 6 7 13 15 16 24 34 44 47 51
3
2
DE MENINGSVORMING De modellenstudie die nu voorligt is het advies van de adviesbureaus BVR en Sweco. De modellen gaan over de voorstelbare lange termijn herontwikkeling van de Ceintuurbaanzone. Om te stimuleren dat er toekomstgericht en out of de box wordt nagedacht over het gebied is door het management van de dienst stadsontwikkeling aangegeven compromisloos te werk te gaan. Dit betekent dat er geen rekening is gehouden met lopend beleid en huidige afspraken. Ook is er vrij geschetst op het grondgebied van andere partijen. Deze modellenstudie wordt gestuurd aan alle partijen en mensen die tot nu toe zijn betrokken en/of op de hoogte zijn van het traject. De resultaten van de meningsvorming worden verwerkt in de eindrapportage van de gebiedsverkenning en als samenvatting opgenomen in de bijlage. Voor iedereen is na te lezen wat de reacties zijn geweest. De bedoeling is om op te halen wat aanspreekt en wat niet, eventuele onjuistheden te corrigeren en aanvullende ideeën zijn welkom.
Buurgemeenten
Experts van de werkateliers
Bestuurders stakeholders
Inwoners, ondernemers & belangstellenden van de inloopavond
MOBILITEIT & BREDE WELVAART
STEDELIJKE ECONOMIE & NABIJHEID WOONMILIEUS & GEZONDHEID
KLIMAATADAPTATIE & MENSELIJKE MAAT
Baanmakerscongres 30 mei 2024: verkenning van de Ceintuurbaanzone door het schetsen, presenteren en bespreken van toekomstperspectieven vanuit vier thematische invalshoeken.
5
4
Modellenstudie gebiedsverkenning
˃
De modellen bieden inzicht in: ˃ Ingrepen in het water- en mobiliteitssysteem ˃ De ruimtelijke en programmatische ontwikkelmogelijkheden ˃ De orde van grootte van het laadvermogen ˃ De consequenties voor het gebied, de stad Zwolle en de regio De randvoorwaarden voor de ontwikkeling.
De modellen zijn in de zomerperiode gemaakt door het team van BVR-Sweco dat de opdracht heeft gekregen voor de Gebiedsverkenning. Aan de modellen kunnen geen rechten worden ontleend.
‘Op welke wijze kan de Ceintuurbaanzone als grootschalig hoogstedelijk ontwikkelgebied volwaardig onderdeel worden van de stad en het landschap, waarbij een kwalitatieve schaalsprong kan worden gemaakt waarin de vier hoofdopgaven van klimaatbestendigheid, mobiliteitstransitie, stedelijke economie en woonmilieu worden gecombineerd?’ Deze vraag staat centraal in de Gebiedsverkenning Ceintuurbaanzone Zwolle. Het is een bouwsteen voor de Aanvulling Omgevingsvisie 2040. Bij de totstandkoming van de Gebiedsverkenning worden volgens de Zwolse participatiemethode Hanza! zoveel mogelijk partijen betrokken en meningen en ideeën opgehaald over hoe zij de toekomst van dit gebied zien. Het Baanmakerscongres van 30 mei, waar verschillende toekomstperspectieven zijn gepresenteerd, was daarin belangrijk. Voor het maken van de toekomstperspectieven is naar het gebied gekeken vanuit vier thematische invalshoeken: ˃ Woonmilieus & Gezondheid ˃ Mobiliteit & Brede welvaart ˃ Stedelijke economie & Nabijheid ˃ Klimaatadaptatie & Menselijke maat De modellen in deze rapportage gaan in op de samenhang tussen de verschillende thematische invalshoeken. Het is niet de bedoeling dat er gekozen wordt tussen de modellen. De modellen zijn uitersten en bieden vooral inzicht in kansen, mogelijkheden, voorwaarden en consequenties.
Eindresultaat gebiedsverkenning
De gamechanger(s), wat is er nodig om het gebied te veranderen Notitie vertaling regionale sponsstrategie Notitie vertaling mobiliteitstransitie Een aanzet ontwikkelstrategie met ontwikkelpaden Het advies over de vervolgstappen
De modellen studie is één van de onderdelen van de uiteindelijke gebiedsverkenning. Naast de Toekomstperspectieven (mei 2024) en de Modellenstudie (augustus 2024) worden in de eindrapportage van de gebiedsverkenning lessen getrokken en wordt specifiek ingegaan op: ˃ ˃ ˃ ˃ ˃
De gebiedsverkenning Ceintuurbaanzone wordt medio oktober 2024 opgeleverd.
Zowel in als grenzend aan de Ceintuurbaanzone zijn veel sporten leisure functies aanwezig. Dit zijn voorzieningen op stad- en regioniveau.
De Ceintuurbaanzone kenmerkt zich door een groot aanbod van bijzonderonderwijs en Middelbaar beroepsonderwijs.
De huidige situatie in beeld
Aan de kant van de stad wordt in de Ceintuurbaanzone gewoond. Verder zijn er locaties voor tijdelijken begeleidwonen ten oosten van de Ceintuurbaan, in het gebied.
In en grenzend aan de Ceintuurbaanzone is veel werkgelegenheid aanwezig. Zowel kantoren, arbeidsplaatsen als regionale voorzieningen zijn hier gevestigd.
In de Ceintuurbaanzone zijn veel zorg en zorggerealteerde functies geclusterd.
7
6
Opbouw van de rapportage De rapportage is als volgt opgebouwd. Allereerst wordt ingegaan op de huidige situatie. In verschillende kaarten is in beeld gebracht wat de huidige bestemmingen zijn, ontsluiting en routestructuren, water- en landschapsysteem en hindercontouren (boven- en ondergronds). Er is een kwaliteitskaart gemaakt waarop de belangrijkste waardevolle landschappelijke, cultuurhistorische en architectonische beeldbepalende elementen en de belangrijkste functies die mede de kwaliteit van het gebied bepalen. Vervolgens zijn de kwaliteiten, knelpunten en kansen in beeld gebracht. Dit is mede gebaseerd op de inzichten en meningsvorming van de betrokken partijen, opgehaald tijdens de werkbijeenkomsten en het Baanmakerscongres. Het college van B&W en de gemeenteraad zijn in de gelegenheid gesteld om inbreng te leveren. Vanuit de regionale verstedelijkingsstrategie en het NOVEX-programma komt de gemeentelijke ambitie om te verkennen wat er nodig is om van het huidige gebied een grootschalig hoogstedelijk ontwikkelgebied te maken als volwaardig onderdeel van de stad en het landschap. Uit de gesprekken over de Toekomstperspectieven zijn met dit doel bouwstenen geformuleerd. Op basis van deze bouwstenen zijn drie sterk van elkaar te onderscheiden modellen geschetst: Raamwerkstad, Randstad en Ringstad.
Aan het einde van deze rapportage zijn de modellen in een overzicht naast elkaar gezet om beter inzicht te geven in het onderscheid tussen de modellen.
plangebied (280 ha.) = 196 voetbalvelden
Ligging van de Ceintuurbaanzone (rood) in Zwolle. Met een stippellijn is het globale studiegebied aangegeven.
STADSROUTE DOORFIETSROUTE RECREA TIEROUTE Zwolle fietsstad, waar diverse fietsroutes door en rondom de Ceintuurbaanzone lopen. Daarnaast ligt het plangebied op goede fietsafstand van het centrum van Zwolle.
busnetwerk
parkeergarage
parkeerterreinen
De bereikbaarheid van de Ceintuurbaanzone met de auto is momenteel goed, vanwege de ligging en vele parkeerterreinen in het gebied. In de spits is het op de Ceintuurbaan en de wegen daaromheen wel druk.
treinnetwerk Zwolle heeft een goed treinstation nabij het OV netwerk... centrum gelegen. Het noordelijk deel van de Ceintuurbaanzone (en rondom ISALA) is goed aangesloten op het busnetwerk.
9
8
11
Belemmeringen voor bebouwing
10
hoogtekaart: de enken zijn de hoger gelegen gebieden, maar er zijn in het buitengebied ook veel laaggelegen gebieden (donker blauw).
Milieuhinder en afstand
Kwaliteiten, Knelpunten en Kansen De Ceintuurbaan geeft de Ceintuurbaanzone een sterk bereikbaarheidsprofiel voor gemotoriseerd verkeer. Het is dé reden waarom grote verkeersaantrekkende functies, zoals het ISALA ziekenhuis en voetbalclub PEC Zwolle hier hun plek hebben gevonden. Ook zijn er veel bedrijven gevestigd die afhankelijk zijn van de bereikbaarheid voor hun logistiek. Het gebied heeft een belangrijke regionale en economische functie en staat garant voor veel werkgelegenheid. De directe nabijheid op fietsafstand van zowel het stadshart als het landschap draagt bij aan de kwaliteit. De combinatie van sport, leisure en onderwijs is sterk. In potentie kent het gebied een aanvullend economisch profiel ten opzichte van de spoorzone en het stadshart. Het gebied heeft een goed georganiseerde ondernemersvereniging en is al in transitie door de plannen van Oosterenk. Er is genoeg vitaliteit aanwezig om op door te bouwen.
Kantorengebied Oosterenk met ruim opgezet verouderd vastgoed en veel parkeervelden
Bedrijventerrein Marslanden met veel werkgelegenheid in MKB, logistieke bedrijven en hogere milieucategorie
Bedrijventerrein de Vrolijkheid waar verouderde en nieuwe panden naast elkaar staan in een op de auto gerichte buitenruimte
Delen aan de stadszijde van de Ceintuurbaan, zoals het Vishay terrein en het monumentale buitenzwembad zijn interessant om mee te nemen in de modellen
PEC stadion met aan sport en leisure gerelateerde voorzieningen, grote parkeervelden en met voetbalclub Be Quick en sportvelden
Isala ziekenhuis met parkeervelden en eromheen aan het ziekenhuis gerelateerde bedrijven
Buitengebied waar lagere delen (waar ooit de Vecht heeft gelopen) worden afgewisseld met hogere delen op de enken. Buurtschappen, boerderijen, natuur, bos, recreatie en agrarisch gebied wisselen elkaar af
Recreatiegebieden waaronder een golfterrein en waterplassen (Wijthmenerplas) en evenementenlocatie
13
12
makersgebied
1
2
4
1
3 bijzondere functies en bijzondere architectuur
3 2
5
6
4
9
7
5
8
10
ISALA
6
8
enken
landschap met boerderijen en landgoederen
9
recreatiegebied
de Nieuwe Vecht
7
10
kwaliteitenkaart
Randstad
De modellenstudie Op basis van de reacties op de verschillende toekomstperspectieven zijn drie modellen geschetst. Het eerste model is Raamwerkstad en gaat uit van een kwaliteitssprong van de huidige situatie. Wat moet of kan er nu al gebeuren zodat de basis op orde is. Dat is voorwaardelijk om door te kunnen groeien naar een grootschalige hoogstedelijke ontwikkeling. Voor de grootschalige hoogstedelijke ontwikkeling zijn twee modellen geschetst: het model Randstad en het model Ringstad. Beiden met een eigen programma, mobiliteits- en watersysteem en wijze van omgaan met het buitengebied.
Raamwerkstad
Bouwstenen om te komen tot een grootschalig hoogstedelijke ontwikkeling als volwaardig onderdeel van de stad en het landschap: ˃ Waterveiligheid en klimaatbestendigheid bieden voor de lange termijn ˃ Barrière Ceintuurbaanzone verminderen ˃ Fors intensiveren met wonen, werken, voorzieningen en groen ˃ Onderscheidend profiel ten opzichte van spoorzone en stadshart ˃ Fors inzetten op versterken leefbaarheid, sociale binding, betaalbaarheid
Ringstad
˃
˃
˃
˃ ˃
˃ ˃
Scheiden lokaal en regionaal autovervoer Stimuleren STOMP-principe (prioriteringsvolgorde van het STOMP-principe: stappen, trappen, OV, vervoer op maat, privéauto.) Uitbouwen van bestaande waarden en kwaliteiten Samenwerking en coalitievorming Durf en lef, grote ingrepen niet schuwen Compromisloze modellen Actief aansturende overheid
15
14
Mobiliteitsopgave
Door de hoge (auto)intensiteiten in de spits is er een vertraging op de Ceintuurbaan waar bestemmingsverkeer en regionaal verkeer hinder van ondervinden. Deze vertraging wordt ook veroorzaakt door de aansluitende wegen richting het stadshart en de Ceintuurbaanzone. De Ceintuurbaan zelf werkt als een barrière tussen het gebied en het stadshart. Mentaal ligt de Ceintuurbaan ver weg van het station of stadshart terwijl het feitelijk binnen fietsafstand ligt. De oversteekbaarheid voor fiets en voetgangers is niet optimaal. Verkeerstechnisch gezien is er een goede fietstunnel onder de Ceintuurbaan en zijn er goede verbindingen naar het buitengebied. Over de gebruikswaarde en de beleving van deze routes zijn de meningen verdeeld. Dwars door het gebied zijn de noord-zuid verbindingen voor fietsers en voetgangers slecht te noemen. Met name de verschillende functies met de grote parkeervelden eromheen, de vele haagjes en het ontbreken van doorlopende fiets en wandelpaden zijn hier debet aan. Veel korte afstanden worden afgelegd met de auto. Het gebied scoort slecht als het gaat om gezondheid vanwege de CO2 uitstoot en de geluidshinder van de Ceintuurbaan en op de kruispunten. De stenigheid en anonimiteit van de openbare ruimte kan onveilig voelen.
Wateropgave
Zwolle ligt in een delta en, onder andere door klimaatverandering, komt er veel water op Zwolle af maar zullen er ook vaker periodes met hitte en droogte zijn. Wateroverlast dreigt zowel vanuit het westen, de IJssel en het IJsselmeer, als vanuit het oosten, de Vecht bij hoge rivierafvoeren en noordwestenwind. Ook komt er water uit Salland wat door Zwolle heen moet.
Tenslotte neemt het aantal hevige buien toe. In de binnenstad is dan te weinig ruimte voor waterberging. De Ceintuurbaanzone heeft met deze stroomgebieden te maken en zal vaker natte en droge periodes kennen. Wanneer er geen maatregelen worden getroffen zal het gebied, maar ook grote delen van Zwolle steeds vaker onderlopen. Nu al is er wateroverlast door hevige regenval waarbij het water niet snel weg kan. De Ceintuurbaanzone is potentieel een belangrijke schakel om Zwolle te beschermen tegen overstromingsgevaar. Dat vraagt om stevige ingrepen en stelt voorwaarden aan het toekomstig ruimtegebruik van dit gebied. Om gesteld te staan tegen het opkomende water en periodes met hitte en droogte moeten beschermingsmaatregelen getroffen worden in zowel het stedelijk als landelijk gebied. In regionaal verband is hiervoor een ‘sponsstrategie’ afgesproken. Door water in het gehele stroomgebied langer vast te houden (zoals een spons) wordt het risico verkleind.
foto: gemeente Zwolle
Vanuit de regionale sponsstrategie wordt ingezet om het water vooral bovenstrooms in Salland te laten infiltreren en in de bodem en waterlopen vast te houden in het gebied. Uiteindelijk stroomt het altijd richting Zwolle en de IJssel- en Vechtdelta. Benedenstrooms bij Zwolle moet daarom ruimte zijn om water tijdelijk op te vangen (te bergen). De stad zelf moet ook als een spons werken. Dat betekent zoveel mogelijk verharding eruit en vergroening erin en zoveel mogelijk inzetten op het vertragen van de waterafvoer. Bijvoorbeeld door hemelwater op te vangen op daken en het inzetten van groengebiedjes waar het water zich tijdelijk mag verzamelen (wadi’s).
Kwaliteitsopgave
Naast de karakteristieke landschapselementen, de cultuurhistorie en bijzondere gebouwen, kent het gebied verouderd vastgoed waardoor er leegstand is en panden gevuld worden met tijdelijk functies. Het verouderd vastgoed is vaak te goed om te slopen maar weer te slecht om rendabel te verduurzamen. Ook sluit het vastgoed niet aan op de huidige wensen. De gebouwen en functies liggen nu geïsoleerd in het gebied, er mist samenhang en synergie tussen de verschillende verspreid liggende functies. Er zijn geen vanzelfsprekende ontmoetingsplekken waar innovatie plaats kan vinden. Het grondeigendom is versnipperd en er zijn marktpartijen die positie hebben ingenomen. Dat alles kan belemmerend werken voor een integrale gebiedsontwikkeling.
Stimuleren mobiliteitstransitie Om de druk van de automobiliteit op de stad terug te dringen is een goede aansluiting op de IJsselallee gewenst. In dat deel van Zwolle zal de doorstroming verbeterd moeten worden bij de verschillende kruispunten. Daarnaast moet, om de huidige drukte en filevorming in de spits terug te dringen, volop ingezet worden op de mobiliteitstransitie. Daarvoor wordt tegenwoordig de prioriteringsvolgorde van het STOMP principe gehanteerd: stappen, trappen, OV, vervoer op maat, privéauto. Dat betekent het organiseren van betere en sociaalveilige faciliteiten voor de voetganger, meer dwarsverbindingen door het gebied, betere directe fietsroutes van en naar het gebied, goede bewegwijzering en goed openbaar vervoer door het hele gebied. Het gaat niet alleen om het maken van betere verbindingen maar ook om de uitstraling, programmering en comfort van de verbindingen, denk daarbij aan routes door levendige gebieden, met adressen van de aangelegen functies en mooie aankleding. De auto helemaal wegdenken is een utopie, de goede autobereikbaarheid is juist een belangrijke vestgingsvoorwaarde voor de bedrijven. Het gebruik van de auto binnen het gebied kan wel ontmoedigd worden door het stimuleren van andere vervoerswijzen en het faciliteren van goede overstapplekken van de auto naar andere modaliteiten.
Dit zijn de zogeheten mobiliteitshubs, plekken waar diverse vervoersvormen samenkomen: openbaar vervoer, deelmobiliteit, de fiets, voetganger en auto.
autoluw
ijsselallee
hub
A28
hub
Met een hub vang je het autoverkeer af, zo dicht mogelijk bij de hoofdinfrastructuur en zorg je voor andere vormen van vervoer door het gebied heen. Wanneer iemand overdag naar het stadshart moet of naar andere stadsdelen die binnen fietsafstand zijn te bereiken, kan een deelfiets worden genomen in plaats van de auto.
N35
Hoofdwegenstructuur: IJsselallee, hubs en STOMP
17
16
RAAMWERKSTAD - kwaliteitssprong Raamwerkstad betekent niet meer parkeren bij de voordeur maar geconcentreerd in mobiliteitshubs. Er komen meer verbindingen dwars door het gebied waarbij de buitenruimte een aangename uitstraling krijgt voor voetgangers en fietsers. Er komen ontmoetingsplekken en publieksprogramma zodat er meer dynamiek ontstaat. De vele verharding wordt grotendeels vergroend. Werknemers, bewoners en bezoekers worden gestimuleerd fiets en ov te gebruiken. Raamwerkstad gaat uit van de kwalitatieve ingrepen die nodig zijn om de huidige knelpunten op te lossen. Daarbij is gekeken naar de kansen die het gebied nu al biedt en de wensen die opgehaald zijn tijdens het Baanmakerscongres. Het gebied krijgt letterlijk een raamwerk van verschillende routestructuren voor groen, blauw, wandelen en fietsen waarbinnen transformaties plaats kunnen vinden. Het model geeft voorbeelden van ingrepen die samen met ondernemers en eigenaren nu al kunnen worden opgepakt en niet hoeven te wachten op de aanvulling van de Omgevingsvisie. Op basis van deze nieuwe inzichten kunnen de huidige plannen voor Oosterenk worden geactualiseerd.
Minimale inzet voor een kwaliteitssprong van de Ceintuurbaanzone.
doorwaadbaar voor fietsers en voetgangers mengen van functies, toevoegen van wonen en vergroenen Mobiliteitshubs Doorstroming IJsselallee verbeteren
De stenige parkeervlaktes zorgen momenteel voor hittestress en ze zijn ongunstig voor het waterbeheer. Doorlatende verhardingen, meer bomen en groen zijn hier gewenst. Wanneer het parkeren op afstand wordt gefaciliteerd kunnen de huidige parkeervelden worden vergroend wat de infiltratie ten goede komt. Ook kan vrijkomende ruimte worden benut als schuifruimte voor functies die liever dicht bij elkaar gesitueerd zijn. Nabijheid van functies voorkomt onnodige vervoersbewegingen.
Vergroenen van de buitenruimte
Verbeteren leefbaarheid
De belangrijkste randvoorwaarden voor het model raamwerkstad Ceintuurbaanzone zijn: maken van mobiliteitshubs, vergroening en lokale waterberging, schuiven met programma door sloop-nieuwbouw, extra fiets- en wandelroutes door het gebied, verdichting, extra publieks- en collectieve voorzieningen, kwaliteitsverbetering uitstraling bestaand vastgoed.
Randvoorwaarden
Door het verbeteren van de uitstraling van het verouderde vastgoed, het intensiveren van het ruimtegebruik, het toevoegen van publieksfuncties en wonen, met meer adressen aan de nieuwe fiets- en wandelroutes, ontstaan meer ontmoetingen en wordt de sociale samenhang en de leefbaarheid binnen het gebied verbeterd. Daarbij kun je ook denken aan het activeren van de buitenruimte door buitenhoreca met foodtrucks, actieve buitensport en het etaleren van wat er binnen de gebouwen gebeurt. In dit model is ruimte voor circa 1.000 woningen, extra voorzieningen en behoudt het gebied haar regionale werkfunctie.
Bestaande dakvlakken kunnen worden benut voor energiewinning, wateropvang of als collectieve buitenruimte. Meer routes door het gebied nodigen uit tot meer ommetjes wat de gezondheid ten goede komt. Wanneer het gebied opgenomen wordt in recreatieve routestructuren kan het onderdeel worden van de marketing van Zwolle. Een bijzondere verbinding over de Ceintuurbaan heen, zoals een wiebelbrug of een markante uitkijktoren kan de mentale afstand naar het gebied verkleinen.
19
18
Huidige situatie
In het gebied worden functies verplaatst zodat er aangename en levendige ontmoetingsplekken ontstaan.
Model Raamwerkstad
ONTMOETEN Het gebied kent veel functies op gebied van onderwijs, sport, leisure, werken en zorg. Functies liggen geïsoleerd in het gebied en kennen geen samenhang.
Collagebeeld BVR in opdracht van gemeente Den Bosch
21
20
Huidige situatie
Model Raamwerkstad
MOBILITEIT Auto’s en parkeervelden domineren het straatbeeld. Het gebied is intern slecht verbonden voor fietsers en voetgangers.
Mobiliteit wordt opgevangen in mobiliteitshubs. Er komen betere verbindingen dwars door het gebied. Het gebied wordt vriendelijker voor voetgangers en fietsers.
Collagebeeld BVR ‘Regiopoorten’ gemaakt in opdracht van de U10 regio Utrecht
Collagebeeld BVR gemaakt in opdracht van gemeente Oosterhout
23
22
Huidige situatie
Zoveel mogelijk moet vergroend worden om water op te vangen en te infiltreren in het gebied. Het geeft het gebied gelijk een zachte uitstraling.
Model Raamwerkstad
VERGROENEN Het gebied is stenig, veel asfalt en beton maar ook harde gebouwen.
na
Collagebeelden BVR ‘klimaatbestendige stad 2050’ in opdracht van ministerie I&M.
voor
RANDSTAD
compact werk-woongebied
nieuwe stadsrand
integraal gemengd stedelijk gebied, verbonden met het stadshart
gemengd hoogstedelijk woon-werkgebied in stadsblokken
25
24
Randstad betekent een grootschalige transformatie van het gebied, veel sloop nieuwbouw, gemengd stedelijk gebied met substantieel meer wonen en voorzieningen. Zwolle krijgt een nieuwe stadsrand met een scherpe overgang naar het buitengebied. Het landelijk gebied beweegt mee met de klimaatverandering door wisselende waterpeilen. Extensieve bedrijven en kantoren verdwijnen, de voetbalvelden worden uitgeplaatst.
Gebied rondom stadion en zwembad vormen kern van nieuw hart stadsdeel oost.
In model Randstad wordt het gebied getransformeerd naar een hoogstedelijk gemengd gebied met ruimte voor wonen, werken, leisure en voorzieningen. Zwolle krijgt een nieuwe stadsrand met een duidelijke overgang stad-land. Het gebied ten westen van de huidige Ceintuurbaan doet actief mee in deze transformatie. Het PEC-stadion wordt opgenomen in het stedelijk weefsel en vormt samen met het monumentale zwembad het hart in dit nieuwe stadsdeel. Het gehele gebied bestaat uit verschillende gemengde buurten waarbij bestaande karakteristieke gebouwen en functies de identiteitsdragers zijn. Sloop wordt niet geschuwd en er wordt flink verdicht in de verschillende onderscheiden gebiedsdelen.
Vrolijkheid en Vishay-terrein: compact werk-woongebied. Oosterenk: gemengd hoogstedelijk woon-werkgebied.
De Vrolijkheid wordt verdicht tot een werk-woon gebied waar werken en wonen naast elkaar bestaan met ruimte voor grotere bedrijfshallen. De sportvelden achter het stadion worden verplaatst naar het buitengebied en hier ontstaat ruimte voor een geheel nieuwe ontwikkeling waarbij het huidige stadion een hoogstedelijke rand krijgt. Het ziekenhuis wordt meer onderdeel van de stad met woon en werkfuncties gerelateerd aan het thema gezondheid. Het kantorengebied in Oosterenk wordt flink verdicht met wonen en werken gestapeld in stadsblokken die ieder een eigen karakter en profiel krijgen.
RANDSTAD - compact gemengd stedelijk gebied
Zwolle krijgt een nieuwe stadsrand. Ceintuurbaanzone wordt integraal onderdeel van de stad.
27
26
Mobiliteitstransitie Voor het verbeteren van de bereikbaarheid wordt vol ingezet op het STOMP principe met mobiliteitshubs aan de randen en nabij het ziekenhuis. Volop wordt ingezet op veilige routes van en naar de mobiliteitshubs, dwars door het hele gebied. De Ceintuurbaan wordt deels ondertunneld waardoor op maaiveld de Ceintuurbaanzone met het stadshart wordt verbonden met langzaam verkeerroutes. autoluw
hub
A28
tunnel hub
N35
Hoofdwegenstructuur: Ceintuurbaantunnel, STOMP en hubs
Water in model ‘randstad’ In deze tekening is het watersysteem van ‘randstad’ verbeeld. Met de blauwe arcering is het hele buitengebied ten zuiden en oosten van Zwolle als waterberging aangegeven. De hoge en droge enken zijn met groene kleur omrand. De stad is als een spons, het stedelijk gebied moet zelf zoveel mogelijk water vasthouden (de blauwe cirkelpijltjes). De rode rondjes zijn bestaande of nieuwe gemalen of keersluizen. bestaande keersluis binnenstad stad als spons bestaand gemaal ‘herfte’ (in+uit)
nieuw gemaal
enken hoog & droog
stadswater& regionalewaterberging
vecht
29
28
Sponsstrategie: Water en bodem sturend. In dit model is het hele buitengebied ten zuiden en oosten van Zwolle bestemd voor waterberging (de Ceintuurbaanzone is hiervan een onderdeel). Wanneer de Sallandse weteringen veel water moeten afvoeren en deze afvoer stagneert door hoge waterstanden in Vecht en IJsseldelta, kan dit buitengebied tijdelijk (van dagen tot weken) worden gevuld met water vanuit de weteringen. Maar ook bij piekbuien is hier altijd voldoende ruimte om water uit Zwolle te bergen. Het buitengebied blijft de functie van duurzame landbouw, natuur en ecologie behouden maar dan rekening houdend met wisselende waterpeilen en periodes dat de laagste delen van het gebied flink onder water kunnen lopen. Hier is ook ruimte voor innovatie zoals de teelt van vezelgewassen, extensievere vormen van melkveehouderij en voedselgewassen die afgestemd zijn op de natuurlijk aanwezige bodem en waterpeil. Grote delen van het buitengebied ervaren soms een verhoogd waterpeil. De hoger gelegen enken met de oude boerderijen blijven droog. Water en bodem zijn sturend voor wat nat wordt en wat droog blijft. Het hoogstedelijke en gemengde gebied van de Ceintuurbaanzone zelf wordt klimaatbestendig ontwikkeld met inventieve oplossingen tegen wateroverlast, hitte of droogte.
Groene daken en gevels, koele pocketparks met ruimte voor bomen, doorlatende verhardingen en lage delen (ook ondergrondse waterbergingen) waar het hemelwater heen kan lopen. Elke grondeigenaar treft klimaatmaatregelen. Hergebruik van hemelwater
bespaart het gebruik van kostbaar drinkwater. In dit watersysteem is de overgangszone van stad naar buitengebied belangrijk. De Ceintuurbaanzone vormt de stoere hooggelegen oostelijke stadsrand met een scherpe overgang naar het lage en natte landschap. Dit landschap vormt een langgerekt groenblauw lint tussen de Wijthmenerplas en het Zwarte Water met waterlopen, sportfuncties, wandel- en fietsroutes en vrij ruige en natuurlijke natte hooilanden. Voor onderdelen die droog moeten blijven, bijvoorbeeld de velden van Be Quick die hiernaartoe verplaatst worden, zijn technische mogelijkheden denkbaar of delen van de grond worden opgehoogd. De compacte stad en het landschap vormen samen een soort spons. De lage delen mogen zo nu en dan onder water lopen en houden water vast om te voorkomen dat de stad Zwolle natte voeten krijgt bij hevige buien, of op de momenten dat de Sallandse weteringen tijdelijk hun water niet kwijt kunnen in het Zwarte Water.