CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 128243-21-017.299-rapd-Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weezenlanden.pdf

Raad Besluitvormingsronde 7 maart 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Weezenlanden Noord15.876 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Weezenlanden-Noord Zwolle Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Explorius 25 november 2021

Project Opdrachtgever

Document Status Datum Referentie

Projectcode Projectleider Projectdirecteur

Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Weezenlanden-Noord Zwolle Explorius

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Definitief 02 25 november 2021 128243/21-017.808

128243 dhr. ir. J.K. Muntinga dhr. drs. M.J. Schilt

mw. I.A.C. Al MSc, mw. M.A.P.M. Verbunt MSc mw. I.A.C. Al MSc dhr. ir. J.K. Muntinga

Paraaf

Adres

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Koningin Julianaplein 10, 12e etage Postbus 85948 2508 CP Den Haag +31 (0)70 370 07 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE

1

ALGEMEEN

1

1.1

Inleiding

1

1.2

Aanleiding en kader

2

1.3

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

2

1.4

Leeswijzer

3

2

KENMERKEN VAN HET PROJECT

4

2.1

Omvang en het ontwerp van het gehele project

4

2.2

Cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten

5

2.3

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen

6

2.4

Productie van afvalstoffen

6

2.5

Verontreiniging en hinder

7

3

LOCATIE EN POTENTIËLE EFFECTEN VAN HET PROJECT

8

3.1

Bestaand en goedgekeurd landgebruik

8

3.2

Opnamevermogen van het natuurlijke milieu

9

3.2.1 3.2.2 3.2.3

9 14 15

4

Natuur Landschap en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang Milieukwaliteit

SAMENVATTING EN CONCLUSIE

20

Laatste pagina

20

Bijlage(n)

Aantal pagina’s

I

Geraadpleegde rapporten en notities

1

II

Ontheffing Wet Natuurbescherming provincie Overijssel, afgegeven door de provincie Overijssel, kenmerk 2020/0241182, d.d. 9 november 2020

22

1 ALGEMEEN 1.1

Inleiding

In een samenwerking tussen Woningcorporatie Openbaar Belang, Nijhuis Bouw en Explorius wordt Weezenlanden-Noord herontwikkeld naar een duurzame stedelijke wijk. De locatie is weergegeven in afbeelding 1.1. Voor deze ontwikkeling wordt de huidige bebouwing vervangen en ontstaat een groenstedelijk milieu met ruimte voor groen en water. De woningdichtheid wordt groter met een mix van sociale huurwoningen en koopwoningen. Concreet bestaat de ontwikkeling uit de realisatie van maximaal 502 woningen, circa 2.250 m2 aan commerciële/maatschappelijke ruimten en een tweetal parkeergarages. Voor het realiseren van de wijk is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Daarvoor is het nodig te onderzoeken of er sprake kan zijn van belangrijke nadelige effecten voor het milieu, waarvoor deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld.

Afbeelding 1.1 Projectlocatie

1 | 20

Witteveen+Bos | 128243/21-017.808 | Definitief 02

1.2

Aanleiding en kader

Openbaar Belang zoekt naar een oplossing voor structurele problemen met de huidige woningen aan de Schuurmanstraat en Wiecherlinckstraat in Weezenlanden. Hiervoor zijn ingrijpende aanpassingen nodig, waarvoor verschillende opties zijn onderzocht op de effecten voor bewoners, woningen en financiën. Hierbij is uiteindelijk besloten de 180 bestaande woningen te slopen en maximaal 502 woningen terug te bouwen, waarvan ongeveer de helft sociale huur. Daarnaast voorziet het plan in maximaal 2.250 m2 aan commerciële/maatschappelijke ruimten en twee ondergrondse parkeergarages. Het gebied is klimaatadaptief ontworpen met veel ruimte voor waterberging en groenvoorzieningen. Daarnaast wordt aandacht besteed aan waterveiligheid, duurzame energie en multifunctioneel gebruik van ruimte.

1.3

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

M.e.r.-beoordelingsplicht Woningbouwontwikkeling is een activiteit die is opgenomen in de bijlage (categorie D 11.2) van het Besluit m.e.r.: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject’. De m.e.r.beoordelingsplicht is gekoppeld aan de vaststelling van het bestemmingsplan, zoals opgenomen in kolom 4 van categorie D 11.2 bijlage Besluit milieueffectrapportage. Het voornemen voldoet niet aan de drempel genoemd in kolom 2 van bijlage D: ‘In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 ha of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.’ Dit betekent dat er een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden opgesteld. Sinds de herziene wetgeving in 2017 is het verschil wat betreft de opzet van een m.e.r.-beoordeling minimaal. Inhoud m.e.r.-beoordelingsnotitie Het bevoegd gezag, de gemeente Zwolle, beoordeelt op grond van de Wet milieubeheer of vanwege belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben, het doorlopen van de procedure voor milieueffectrapportage (MER) noodzakelijk is. Deze beoordeling is het doel van de onderhavige notitie. Procedure Het bevoegd gezag neemt binnen 6 weken na indienen van bovenstaande informatie een besluit of al dan niet een m.e.r.-procedure wordt doorlopen.

In de motivering van zijn beslissing dat al dan niet een m.e.r.procedure nodig is, verwijst het bevoegd gezag in ieder geval naar de relevante criteria van bijlage III bij de Europese m.e.r.-richtlijn (bijlage III van 2014/52/EU, zie onderstaand kader). Als geen m.e.r.-procedure nodig is, verwijst bevoegd gezag ook naar de mitigerende maatregelen die aan deze beslissing ten grondslag liggen. Bevoegd gezag geeft hierbij aan op welk moment de maatregelen gerealiseerd moeten zijn. Bij een reguliere m.e.r.-beoordelingsplicht zal het bevoegd gezag het besluit dat al dan niet een m.e.r.procedure nodig is, openbaar moeten publiceren en ter inzage leggen. Als geen m.e.r.-procedure nodig is, dan moet dat ook gepubliceerd worden in de Staatscourant. Bij een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht is een besluit of al dan geen m.e.r.-procedure nodig is ook verplicht. Dan hoeft dit besluit niet gepubliceerd te worden. In beide gevallen moet het besluit dat geen m.e.r. nodig is bij formele stappen in de moederprocedure worden overlegd.

2 | 20

Witteveen+Bos | 128243/21-017.808 | Definitief 02

1.4

Leeswijzer

Voorliggende m.e.r.-beoordelingsnotitie bestaat uit vier hoofdstukken. Hoofdstuk 2 gaat in op de kenmerken van het project. Hoofdstuk 3 geeft een analyse van de omgeving en beschrijft de mogelijke effecten van het realiseren van Weezenlanden-Noord gekoppeld aan de bestaande functies en waarden in de omgeving. Hoofdstuk 4 bevat de conclusie over de m.e.r.-plicht.

3 | 20

Witteveen+Bos | 128243/21-017.808 | Definitief 02

2 KENMERKEN VAN HET PROJECT Dit hoofdstuk beschrijft de eisen en voorwaarden waaraan Weezenlanden-Noord (en de aanleg daarvan) gaan voldoen. De kenmerken worden beschreven aan de hand van de punten die zijn gevraagd in bijlage III van de Europese richtlijn. De kenmerken (dit hoofdstuk) leiden tot de effectbeschrijving en -beoordeling (hoofdstuk 3).

2.1

Omvang en het ontwerp van het gehele project

Ontwerp Het ontwerp gaat uit van 502 woningen waarvan de helft sociale huur. Het totale bruto-vloeroppervlak bedraagt 56.253 m2. De woningen zijn verdeeld over 13 woonblokken. De parkeermogelijkheden zijn gesitueerd in parkeergarages, waarbij er sprake zal zijn van deelmobiliteit. De parkeergarages worden ontsloten via de Wiecherlinckstraat en de Schuurmanstraat. De commerciële/maatschappelijke ruimten hebben een gezamenlijke omvang van circa 2.250 m2. Gedacht wordt aan horeca, detailhandel, een gezondheidscentrum, een sportschool en een kinderdagverblijf.

De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 26.000 m2. Het exploitatiegebied is circa 37.000 m2. Binnen het ontwerp zijn veel groene en blauwe structuren opgenomen om het project klimaatbestendig te maken. Tussen de woonblokken worden parken aangelegd, ook is er ruimte voor groen op gevels en daken. Water wordt opgevangen in wadi’s en blijft zoveel mogelijk binnen het gebied. Hierdoor is weinig afstroming naar omliggende wateren. De woningen worden gasloos, energie wordt opgewekt door middel van zonnepanelen en opslag van energie vindt plaats met warmte-koude opslag.

4 | 20

Witteveen+Bos | 128243/21-017.808 | Definitief 02

Afbeelding 2.1 Overzichtskaart Weezenlanden-Noord (bron: Barcode Architects)

Type gebied

Oppervlak (m2)

totaal plangrens (dus exclusief openbare ruimte)

26.041

bebouwing

13.345

verharding

6.018

wadi, inclusief taluds

1.577

groen (grond gebonden)

5.103

groen boven parkeergarage

3597

polderdak constructie (daken en parkeergarage)

11.015

Uitvoering De verschillende gebouwen worden gefaseerd gebouwd en gesloopt zodat huidige bewoners kunnen verhuizen zonder naar een tussenwoning te moeten. De sloop van het eerste gebouw vindt plaats begin 2022, de laatste panden zijn naar verwachting in 2029 gereed.

2.2

Cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten

Er zijn geen andere projecten in de omgeving van Weezenlanden-Noord met belangrijke milieueffecten bekend, waarvoor vergunning is verleend en die voor cumulatie van effecten kunnen zorgen. Er is daarom geen sprake van cumulatie met andere projecten.

5 | 20

Witteveen+Bos | 128243/21-017.808 | Definitief 02

2.3

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen

Het bestaande bebouwd gebied wordt herontwikkeld naar bebouwd gebied, qua functie verandert het gebied niet, wel worden commerciële/maatschappelijke ruimten toegevoegd. Het totale oppervlakte bebouwing in het projectgebied neemt iets toe, hier staat echter tegenover dat er veel verschillend groen wordt aangelegd waardoor de biodiversiteit toeneemt. Wadi’s zorgen niet alleen voor wateropslag maar ook voor verschillende biotopen. De groene daken dragen eveneens bij aan de biodiversiteit. Energieverbruik per huishouden neemt af door betere isolatie en hergebruik. Daarnaast wordt energie duurzaam opgewekt door middel van zonnepanelen en warmte-koude opslag.

2.4

Productie van afvalstoffen

De bestaande bebouwing bestaat uit zes flats welke gesloopt worden zodat de nieuwbouw hiervoor in de plaats kan komen. Om eventuele risico’s bij de productie van afvalstoffen, zoals sloopafval, vast te stellen is een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd1. Daarnaast is in de bebouwing een asbestinventarisatie uitgevoerd2. Tijdens het onderzoek zijn geen bronnen aangetroffen met een verhoogd blootstellingsrisico aan asbest. Wel zijn ‘overige asbesthoudende bronnen’ aangetroffen. Dit zijn bronnen die in de huidige situatie en bij normaal gebruik geen direct risico vormen. Dit betreft onder meer vensterbanken, zeil en buismateriaal. De hieraan gekoppelde risicoklasse varieert van 1 (laag) tot 2A (hoog), zie tabel 2.1 voor de te nemen maatregelen per risicoklasse. Bij de sloop van de flats wordt rekening gehouden met de aanwezige asbest. De sloop wordt volgens vastgestelde richtlijnen uitgevoerd. Het asbesthoudend sloopafval wordt volgens richtlijnen afgevoerd.

Tabel 2.1 Risicoklassen asbest

Risicoklasse 1 Het werkgebied dient afgezet/gemarkeerd te worden. Het bedrijf dat de asbestverwijderingswerkzaamheden uitvoert, dient de best bestaande technieken toe te passen. Er dienen bronmaatregelen genomen te worden om vezelemissie te voorkomen. De te nemen bronmaatregelen en te gebruiken persoonlijke beschermingsmiddelen dienen vastgelegd te zijn in een Risico Inventarisatie Evaluatie. Er dient een visuele inspectie conform NEN 2990 hoofdstuk ‘Visuele Inspectie’ te worden uitgevoerd van het gehele werkgebied. Risicoklasse 2 containment Voorafgaand aan de werkzaamheden dient een containment te worden ingericht conform het certificatieschema. Het gecertificeerde asbestverwijderingsbedrijf dat de asbestverwijderingswerkzaamheden uitvoert, dient de best bestaande technieken toe te passen. Er dienen bronmaatregelen genomen te worden om vezelemissie te voorkomen. Deze maatregelen dienen in een werkplan, opgesteld conform het certificatieschema, te worden opgenomen. Er dient een eindcontrole door een RvA geaccrediteerde (ISO 17020) inspectie-instelling volgens NEN 2990, onderdeel visuele inspectie en onderdeel luchtmetingen, te worden uitgevoerd. Risicoklasse 2A containment Voorafgaand aan de werkzaamheden dient een containment te worden ingericht conform het certificatieschema.

Het gecertificeerde asbestverwijderingsbedrijf dat de asbestverwijderingswerkzaamheden uitvoert, dient de best bestaande technieken toe te passen. Er dienen bronmaatregelen genomen te worden om vezelemissie te voorkomen. Deze maatregelen dienen in een werkplan, opgesteld conform het certificatieschema, te worden opgenomen. Er dient een eindcontrole door een RvA geaccrediteerde (ISO 17020) inspectie-instelling volgens NEN 2990, onderdeel visuele inspectie en onderdeel luchtmetingen, te worden uitgevoerd. Voor de eindmeting geldt de uitzondering zoals vastgelegd in Artikel 4.30 (Uitzondering in geval van eindmeting) van de Arboregeling (Stcr. 2017 - 23415_ en er dient getoetst te worden aan 10.000 vezels/m3.

1

Rapport Historisch onderzoek en verkennend asbestonderzoek Weezenlanden-noord Zwolle, Antea Group, 29 mei 2019, projectnummer 0454725-100.

2

Rapport Asbestinventarisatie, RPS advies- en ingenieursbureau, 19 maart 2019, projectnummer RPS/1805395A00.

6 | 20

Witteveen+Bos | 128243/21-017.808 | Definitief 02

2.5

Verontreiniging en hinder

Deze paragraaf beschrijft de productie van verontreiniging en hinder vanuit het project. Hoofdstuk 3 gaat in op de daadwerkelijke (resterende) effecten. Aanleg Eventuele hinder tijdens de aanleg en sloop van de bebouwing kan voorkomen als gevolg van de werkzaamheden. De werkzaamheden worden, naar verwachting, gestart begin 2022, de afronding is voorzien in 2029. De exacte wijze van uitvoering zoals de fasering wordt door de uitvoerende opdrachtnemer bepaald. Bij deze uitvoeringswijze dienen de voorwaarden, die zijn opgenomen in het contract, het projectplan en de vergunningen leidend te zijn. De werkzaamheden vinden overdag plaats tussen 07.0019.00 uur. Gebruik Voor de gebruiksfase zijn de volgende ruimtelijke- en milieuaspecten van belang: - natuur: · gebiedsbescherming: Natura 2000-gebieden; · gebiedsbescherming: Natuurnetwerk Nederland (NNN); · soortenbescherming; · houtopstanden; - landschap, cultuurhistorie en archeologie; - bodemkwaliteit; - water; - verkeer; - luchtkwaliteit; - geluid. Er zijn diverse onderzoeken uitgevoerd, zie literatuurlijst in bijlage I. De resultaten zijn uitgewerkt in hoofdstuk 3.

7 | 20

Witteveen+Bos | 128243/21-017.808 | Definitief 02

3 LOCATIE EN POTENTIËLE EFFECTEN VAN HET PROJECT Dit hoofdstuk gaat in op de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn.

3.1

Bestaand en goedgekeurd landgebruik

In de huidige situatie is de projectlocatie een woonwijk met 180 woningen verdeeld over zes gebouwen. Op de projectlocatie gelden de volgende bestemmingsplannen: - Zwolle, parapluplan zelfstandige woonruimte, vastgesteld (15 juni 2020); - Zwolle, parapluplan parkeren, vastgesteld (3 juli 2017); - Assendorp, vastgesteld (13 mei 2013).

Afbeelding 3.1 Uitsnede bestemmingsplan Assendorp, (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Binnen het bestemmingsplan Assendorp zijn de bestaande bouwvlakken, tuinen en verkeerzones aangegeven. Daarnaast is voor een deel van het plangebied een Dubbelbestemming WaterstaatWaterkering. De waterkering is aangegeven in afbeelding 3.2, met bijbehorende beschermingszones.

8 | 20

Witteveen+Bos | 128243/21-017.808 | Definitief 02

Afbeelding 3.2 Uitsnede legger waterschap Drents Overijsselse Delta

Voor de ontwikkeling wordt een nieuw bestemmingsplan vastgesteld. Daarnaast ligt het plangebied grotendeels in de beschermingszone van de waterkering, het grootste deel in beschermingszone B, een kleiner deel in het profiel van vrije ruimte en beschermingszone A. Voor de realisatie en werkzaamheden is een watervergunning nodig. Voor de uitvoer is een programma van eisen opgesteld (zie ‘Notitie waterparagraaf voor klimaatadaptief Weezenlanden-Noord).

3.2

Opnamevermogen van het natuurlijke milieu

Bijlage III van de EU-richtlijn vraagt om de kwetsbaarheid van het natuurlijke milieu te beschrijven. Met daarbij bijzonder aandacht voor verschillende typen gebieden, zoals ‘wetlands’, oeverformaties, riviermondingen, kustgebieden en het mariene milieu, berg- en bosgebieden, natuurreservaten en -parken, nationaal beschermde gebieden, Natura 2000-gebieden, gebieden met al overschreden milieukwaliteitsnormen, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang.

3.2.1

Natuur

UNESCO natuurlijk werelderfgoed Weezenlanden-Noord is niet aangewezen als UNESCO werelderfgoed. Natura 2000 Op 3,5 km ten noordoosten van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht, 3 km ten zuidwesten ligt het Natura 2000-gebied Rijntakken. In afbeelding 3.3 is de ligging van de gebieden ten opzichte van het plangebied weergegeven. Voor de gebruiksfase van Weezenlanden-Noord is een AERIUS-berekening uitgevoerd1. In het kader van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn), die op 1 juli 2021 in werking is getreden, geldt een vrijstelling voor tijdelijke stikstofemissies tijdens de bouw-, sloop- en aanlegwerkzaamheden. De aanlegfase van de ontwikkeling hoeft niet meer berekend te worden en is daarom achterwege gelaten. 1

AERIUS Berekening Weezenlanden-Noord, Zwolle, BJZ.nu, november 2021.

9 | 20

Witteveen+Bos | 128243/21-017.808 | Definitief 02

De emissiebronnen in de gebruiksfase bestaan uit de verkeersbewegingen van en naar de woningen. De woningen zelf worden gasloos waardoor geen uitstoot meer plaatsvindt. In de toekomstige situatie is er minder depositie in de omliggende Natura-2000 gebieden. De toekomstige situatie levert een voordeel op voor drie habitattypen en vier leefgebiedtypen ten opzichte van de huidige situatie. Op de overige habitaten leefgebiedentypen is geen sprake van een verslechtering. Als gevolg van het gebruik van de nieuwe appartementen vindt geen relevante stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden plaats. Tijdens de gebruiksfase is er geen sprake van rekenresultaten hoger dan 0.00 mol N/ha/jr. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden.

Afbeelding 3.3 Ligging Natura 2000-gebieden (geel), t.o.v. plangebied (rode ster)

Natuurnetwerk Nederland De ligging van het Natuurnetwerk Nederland komt overeen met de ligging van het bovenstaande Natura 2000-gebied. Hierop zijn geen aanvullende effecten te verwachten.

10 | 20

Witteveen+Bos | 128243/21-017.808 | Definitief 02

Afbeelding 3.4 Ligging Natuurnetwerk Nederland t.o.v. plangebied (rode ster) (bron: geodataoverijssel.nl)

Beschermde soorten In 2017 heeft Ecogroen een quickscan natuurtoets uitgevoerd voor verschillende woonblokken en panden van Openbaar Belang. In het complex Weezenlanden-Noord zijn vleermuizen aangetroffen: - 2 zomerverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis ter hoogte van Schuurmanstraat 57 en Wiecherlinckstraat 144; - dichtbij, in het Thomas a Kempiscollege en de Mennistenflat, zijn middernachtzwermen van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. Dit is een indicatie voor een grote winterverblijfplaats; - 1 paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis. In het complex worden op basis van de bouwconstructie geen nestplaatsen van de huismus of gierzwaluw verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van jaarrond beschermde nestplaatsen zijn voor deze soorten niet aan de orde1. In 2019/2020 is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar Weezenlanden-Noord2. Hierbij zijn wederom geen nestplaatsen of aanwijzingen van aanwezigheid van de huismus aangetroffen. Ook zijn er geen egels aangetroffen. Wel zijn, wederom, verblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis en gewone dwergvleermuis aangetroffen verspreid in de flats. Vleermuizen Van de ruige dwergvleermuis is één paarverblijfplaats aangetroffen in de meest oostelijke hoge flat.

Van de gewone dwergvleermuis zijn in alle flats aanwijzingen aangetroffen voor verblijfplaatsen: - 3 winterverblijfplaatsen met maximaal 10 zwermende exemplaren (waarneming augustus-september 2019) tijdens waarneming. Verwachting in de winterperiode mogelijk tientallen gewone dwergvleermuizen; - 6 zomerverblijfplaatsen, verwachting 6-15 dieren; - vermoedden van paarverblijfplaatsen.

1

Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017, Ecogroen, 25 april 2018.

2

Notitie Zoogdier- en broedvogelonderzoek complex 8 (Weezenlanden-Noord), Zwolle, Ecogroen, 18 maart 2020.

11 | 20

Witteveen+Bos | 128243/21-017.808 | Definitief 02

Als gevolg van de voorgenomen sloopplannen zijn negatieve effecten te verwachten op zes zomerverblijfplaatsen, drie winterverblijfplaatsen en twee paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en één paarverblijfplaats van ruige dwergvleermuis. Er is een ontheffing aangevraagd in het kader van de Wet Natuurbescherming voor het verwijderen van de vaste verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. De aanvraag is onderbouwd met een activiteitenplan waarin staat beschreven op welke wijze negatieve effecten op verblijfplaatsen worden voorkomen en welke mitigerende maatregelen nodig zijn om de vleermuispopulatie in stand te houden. Verwacht wordt dat de volgende voorzorgsmaatregelen nodig zijn: - bij de planning van de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de seizoen activiteit van vleermuizen om verstoring in de meest kwetsbare perioden (paar- en of overwinteringsperiode) te voorkomen. Normaliter is de meest geschikte periode voor het uitvoeren van sloopwerkzaamheden 1 oktober-15 november en 1 april-15 mei (weersafhankelijk); - voorafgaand aan de sloop is het noodzakelijk om de bebouwing ongeschikt te maken voor vleermuizen door vleermuisflaps te plaatsen of tochtgaten te maken. Voor het maken van tochtgaten zijn verschillende manieren zoals het maken van gaten in muren en verwijderen van kozijnen.

Met een controle kan vervolgens gecheckt worden of de vleermuizen daadwerkelijk vertrokken zijn; - ter vervanging van te verwijderen verblijfplaatsen dienen (tijdelijk) vervangende verblijfplaatsen te worden aangebracht. Het advies is om de flats met de winterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis zo lang mogelijk te laten staan, zodat in de nieuwbouw tijdig de vervangende voorzieningen kunnen worden aangebracht; - bovenstaande maatregelen dienen te worden uitgevoerd in overleg met een vleermuisdeskundige 1. In het ‘projectplan ruimtelijke ingrepen2’ zijn de te nemen maatregelen uitgewerkt. Door het treffen van mitigerende maatregelen wordt zorgvuldig gehandeld ten aanzien van de gewone en ruige dwergvleermuis. De gunstige staat van instandhouding van de soorten wordt derhalve niet aangetast. Ecologische werkprotocollen worden opgesteld voorafgaand aan de werkzaamheden waarin de benodigde voorzorgsmaatregelen worden opgenomen. Verder vindt op regelmatige basis afstemming met en begeleiding door een vleermuisdeskundige plaats. Op 9 november 2020 is een ontheffing Wet natuurbescherming afgegeven (kenmerk: 2020/0241182), met een werking van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2033.

Dit is een ontheffing van verbodsbepalingen voor soorten van de Habitatrichtlijn, in het bijzonder het verbod om de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis te beschadigen of te vernielen. In deze ontheffing is ook vastgesteld dat er voldoende voorzorgsmaatregelen worden genomen om het opzettelijk verstoren van de soorten te voorkomen. Hieronder is een samenvatting gegeven van de te nemen de maatregelen overeenkomstig met de ontheffing3 - voorafgaand aan de sloop (planning begin 2022) worden de gebouwen 1, 2 en 3 in overleg met een vleermuisdeskundige ongeschikt gemaakt als verblijfplaats voor vleermuizen. In deze gebouwen zijn 1 winterverblijfplaats (gebouw 1) en 1 zomerverblijfplaats (gebouw 2) van de gewone dwergvleermuis aanwezig; - het ongeschikt maken van de bebouwing voor vleermuizen vindt plaats buiten de meest kwetsbare periode(n) van de soort. Bij voorkeur wordt gewerkt in de periode augustus t/m half november of half april t/m mei; - invliegopeningen bevinden zich op plekken in de gevels waar ventilatieroosters zitten. Het ongeschikt maken van de gebouwen gebeurt door te werken met exclusion flaps. Niet gebruikte openingen worden dan dichtgemaakt en gebruikte openingen voorzien van een exclusion flap. Vleermuizen kunnen dan nog wel eenmalig naar buiten, maar daarna niet meer terug naar binnen.

Als er geen vleermuizen meer aanwezig zijn, worden ook deze openingen dichtgemaakt;

1

Notitie Zoogdier- en broedvogelonderzoek complex 8 (Weezenlanden-Noord), Zwolle, Ecogroen, 18 maart 2020.

2

Bijlage Projectplan Ruimtelijke ingrepen, Sloop en nieuwbouw Weezenlanden-Noord Zwolle, Explorius.

3

Ontheffing Wet Natuurbescherming, afgegeven door de provincie Overijssel, kenmerk 2020/0241182, d.d. 9 november 2020.

12 | 20

Witteveen+Bos | 128243/21-017.808 | Definitief 02

-

-

-

-

voor het ongeschikt maken van de gebouwen 4, 5 en 6, die volgens planning in 2025 worden gesloopt, wordt uiterlijk in het voorjaar van 2025 (na actualisatie van het veldonderzoek in 2022/2023) een nieuw ecologisch werkprotocol opgesteld, dat voorafgaand aan de sloop aan de provincie wordt toegestuurd ter goedkeuring. Het ongeschikt maken van de gebouwen zal vergelijkbaar als bovenstaand worden uitgevoerd met het gebruik van exclusion flaps; na het ongeschikt maken van de gebouwen vindt telkens een check door een vleermuisdeskundige plaats om vast te stellen of er daadwerkelijk geen vleermuizen meer aanwezig zijn in de bebouwing. Is dat niet het geval, dan kunnen de werkzaamheden worden gestart. Is dat wel het geval, dan zal in samenspraak met een vleermuisdeskundige worden gekeken welke aanvullende maatregelen moeten worden getroffen; gebouwen 4, 5 en 6 die vanwege de fasering pas later worden gesloopt dienen als tijdelijke uitwijkmogelijkheid voor de vleermuizen die zich in de gebouwen 1 en 3 bevinden en worden hiertoe beschikbaar gemaakt; voorafgaand aan de werkzaamheden wordt per relevante fase een ecologisch werkprotocol opgesteld waarin de betreffende maatregelen worden vastgelegd.

Permanente maatregelen: Gebouw A - waarvan het ontwerp klaar is - bevat een spouw die via open stootvoegen toegankelijk gemaakt kan worden voor vleermuizen. Alle stootvoegen in de bovenste helft van de gemetselde gevels blijven open en geven toegang tot de achtergelegen spouw. Daarnaast worden op verschillende plekken in totaal 12 (6 x 2 geschakelde) keramische Tichelaar inbouwkasten aangebracht. Voor de overige nieuw te bouwen gebouwen is er op dit moment nog geen ontwerp voorhanden. Bij de nadere uitwerking van deze ontwerpen zullen bij minimaal twee andere gebouwen mogelijkheden voor verblijfplaatsen van vleermuizen worden gecreëerd.

Naast bovenstaande maatregelen zijn de volgende aanvullende maatregelen opgelegd in de ontheffing: - het ongeschikt maken van gebouwen vindt plaats op de meest optimale momenten; - het geschikter maken van de gebouwen 4, 5 en 6 wordt uitgevoerd buiten de kwetsbare perioden van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis, indien extra stootvoegen worden opgeboord in de buitenmuren; - gedurende het project wordt rekening gehouden met bouwverlichting; - alle werkzaamheden worden uitgevoerd door of onder begeleiding van een ecologisch deskundige op het gebied van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis; - er wordt een ecologisch logboek bijgehouden waaruit blijkt hoe en waarom uitvoering is gegeven aan bovenstaande voorschriften. Algemene broedvogels Ten aanzien van aanwezige algemene broedvogels geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Werkzaamheden dienen zoveel mogelijk buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd in de periode 1 september tot en met 1 maart. Het uitvoeren of starten van werkzaamheden binnen het broedseizoen is alleen mogelijk als een broedvogelcontrole door een ter zake kundige is uitgevoerd.

Wanneer blijkt dat bewoonde nesten afwezig zijn, worden -afhankelijk van het onderzoeksmoment- maatregelen genomen om de vestiging van broedvogels te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het afsluiten van schoorstenen met kroontjes, het afdichten van ruimten onder gevelpannen of de onderste rij pannen bij de dakvoet met rugvulling (stroken schuimrubber) 1.. Algemene zoogdieren en amfibieën Voor de aanwezige algemene zoogdieren en amfibieën geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen in de Wet Natuurbescherming. Voor deze soortgroepen is het nemen van vervolgstappen niet aan de orde.

1

Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017, rapport 17-043, Ecogroen, 25 april 2018.

13 | 20

Witteveen+Bos | 128243/21-017.808 | Definitief 02

Zorgplicht In de Wnb is een zorgplicht opgenomen. Dit houdt in dat iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover dat in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zo veel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet. De zorgplicht betekent niet dat er geen dieren mogen worden gedood, maar wel dat dit zoveel mogelijk wordt voorkomen en dat indien noodzakelijk, dit op zodanige wijze gebeurt dat het lijden zo beperkt mogelijk is. In de praktijk betekent de zorgplicht dat in eerste instantie de vaste rust- of verblijfplaatsen waar mogelijk gespaard moeten blijven. Indien dit niet mogelijk is, vinden de werkzaamheden in ieder geval plaats buiten de kwetsbare perioden voor de aanwezige soorten of vinden de werkzaamheden plaats buiten de verstoringafstand van de betreffende soorten, voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is.

Bij lokale werkzaamheden wordt voor zover mogelijk in één richting gewerkt en wel in de richting van de uitwijkmogelijkheden, zodat aanwezige mobiele soorten kunnen uitwijken. Deze maatregel wordt, samen met de maatregelen voor vleermuizen en algemene broedvogels, in de uitvoeringsspecificatie van de aannemer opgenomen. Houtopstanden Voor de gebiedsontwikkeling gaan bomen wijken, daarnaast worden nieuwe bomen aangeplant. Bij de aanplant gelden onder meer de volgende aandachtspunten: - eindbeeld van de boom (boomgrootte) in relatie met de beschikbare bovengrondse en ondergrondse ruimte; - soorteigenschappen van de boom (sierwaarde, vruchtval, ziekten en/of aantastingen); - groeiplaatsinrichting1. De inventarisaties zijn uitgevoerd in 2019 en derhalve actueel bij de start van de werkzaamheden in 2022. Aangezien het een langlopend project betreft en tussentijds aanwezigheid van beschermde soorten kan wijzigen, wordt gedurende de looptijd van het project het natuuronderzoek geactualiseerd, voorafgaand aan de sloop van de gebouwen 2 en 3 in 2023. Het geactualiseerde natuuronderzoek is dan bruikbaar tot en met de laatste sloopwerkzaamheden in 2025.

3.2.2

Landschap en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang

Landschap Het projectgebied valt niet onder beschermde landschappen. Cultuurhistorie De bestaande gebouwen zijn geen gemeente- of Rijksmonumenten. De karakteristieke oeverwallen, het koelwaterkanaal van de voormalige IJsselcentrale worden specifiek beschermd door toekenning van de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie aan de gronden. Archeologie In september 2019 is voor de projectlocatie archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd2. Hieruit kwam een middelhoge verwachtingswaarde naar voren voor archeologische resten binnen het plangebied uit de periode vanaf het Mesolithicum. Deze verwachting was gebaseerd op de mogelijke aanwezigheid van oeverwallen en/of rivierduinen. Deze verwachtingen zijn getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek. In de verkennende boringen zijn geen aanwijzingen gevonden van rivierduinen. Wel werd een mogelijke restgeul van de Groot Aa aangetroffen.

1

Verslag bespreking Nulmeting, 17210, Bomenwacht Nederland, 23 juni 2017.

2

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, 454450, Antea Group, 9 september 2019.

14 | 20

Witteveen+Bos | 128243/21-017.808 | Definitief 02

Op basis hiervan is in maart en april 2020 een inventariserend veldonderzoek in de vorm van karterend booronderzoek uitgevoerd1. Doel van dit onderzoek was om de aard en het verloop van de geul nader in kaart te brengen en de aan- of afwezigheid van oeverwallen te onderzoeken. In geen van de boringen werden afzettingen aangetroffen die duiden of restgeul- of oeverafzettingen. Op grond hiervan wordt de archeologische verwachting naar beneden worden bijgesteld. Op basis van het archeologische onderzoek wordt geadviseerd het gehele plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. De archeologische verwachting voor het gehele plangebied is als laag bestempeld.

3.2.3

Milieukwaliteit

Bodemkwaliteit Ten noorden van het plangebied zijn in de grond sterke verontreinigingen met zink en PAK aangetoond. Deze hangen samen met de bijmengingen met kooltjes in de grond. Deze bijmengingen zijn niet aangetroffen op de projectlocatie zelf. Ten westen en zuiden van de projectlocatie zijn bijmengingen met puin aangetroffen. Hier zijn geen gehalten boven de achtergrondwaarden aangetoond. Tijdens het onderzoek is geen dempingsmateriaal aangetroffen. De historische sloten zullen, gezien de ontwikkeling van de locatie, gelijktijdig gedempt zijn, vermoedelijk met gebiedseigen grond. Op basis hiervan kan voor de te verwachte algemene bodemkwaliteit uit worden gegaan van de bodemkwaliteitskaart. Op basis daarvan worden licht tot maximaal matig verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK verwacht (klasse industrie)2. Aangezien de gebouwen op locatie gebouwd zijn tijdens de asbestverdachte periode, is een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Hierbij is in het opgegraven materiaal puin aangetroffen. In de grond is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond.3 NGE (niet gesprongen explosieven) Door de gemeente is aangegeven dat op basis van de huidige gegevens dit punt niet van toepassing is (Arthur de Beus, december 2018). Watersysteem Het toekomstig watersysteem is ontworpen op basis van het Programma van Eisen en de wensen vanuit gemeente en waterschap.

Het geplande totaal afwaterend oppervlak is berekend op 20.940 m2. De maatgevende bergingseis uit het ambitiedocument is 83 mm (48 uur bui). Hierbij is de hoeveelheid te bergen water 1.738 m3. Hemelwater wordt opgevangen door wadi’s, waterberging/kratten in de parkeervoorziening, infiltratiekratten onder verhardingen en het IT-riool (infiltratie- en transportriool). Vanuit de wadi’s infiltreert het water en bij grote hoeveelheden wordt het water onder verval afgevoerd naar het oppervlaktewater van het Koelwaterkanaal. De berekende waterberging in het plan is 2.024 m3 waarmee de maatgevende bergingseis ruim gehaald wordt. De totaal benodigde waterberging kan gerealiseerd worden zonder retentiedaken. Conclusie is dat in het plan de vereiste 83 mm waterberging kan worden gerealiseerd.

1

Schuurmanstraat, Zwolle inventariserend veldonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek, ADC ArcheoProjecten, 5155, 7 april 2020.

2

Rapport Historisch onderzoek en verkennend asbestonderzoek Weezenlanden-noord Zwolle, Antea Group, 29 mei 2019, projectnummer 0454725-100.

3

Rapport Historisch onderzoek en verkennend asbestonderzoek Weezenlanden-noord Zwolle, Antea Group, 29 mei 2019, projectnummer 0454725-100.

15 | 20

Witteveen+Bos | 128243/21-017.808 | Definitief 02

Voor de bui van 111 mm in 48 uur wordt ervan uitgegaan dat het resterende deel van het water infiltreert. Wel moet lokaal wellicht de aanwezige kleilaag worden doorbroken, zodat infiltratie naar dieper gelegen bodemlagen mogelijk wordt. Aanbevolen wordt om voorafgaand aan de uitvoering met enkele boringen de aanwezigheid van de kleilaag onder de wadi’s en de doorlatendheid van het aanwezige zand exacter in beeld te brengen. Conform de gestelde eisen moet de afwatering ook worden getoetst op een bui van 150 mm/uur. Deze toetsing wordt later in detail berekend door modelsimulatie van de oppervlakkige afvoer. In de notitie worden alleen de voorgestelde afwateringsroutes weergegeven. Om wateroverlast in de woningen te voorkomen, wordt een vloerpeil van minimaal NAP +2,2 m aanbevolen (eventueel te optimaliseren tot lokaal NAP +2,1 m). Voor de gebouwen L, M en eventueel A, die allen op de kering staan, kan afhankelijk van de ligging van de toegang een vloerhoogte van minimaal NAP +2,7 m nodig zijn.1 Waterveiligheid De bebouwing komt deels binnen het waterstaatswerk, het profiel van vrije ruimte en de beschermingszones. Bij een calamiteit met een extreem hoge waterstand kan het water over de waterkering stromen (dus zeer incidenteel). Het water verzamelt zich dan eerst in de wadi’s binnen het plangebied.

Wanneer deze vol zijn, stroomt het water naar de straten rondom het plangebied (Wiecherlinckstraat, Schuurmanstraat en de Luttenbergstraat). Omdat deze straten lager liggen (circa NAP +2,0 m) dan het vloerpeil van de geplande woningen, lopen de woningen binnen het plangebied niet onder. Het water verzamelt zich in het lager gelegen park de Weezenlanden.2 Watervoorziening Om het groene karakter van het gebied te behouden is voldoende water in droge perioden van belang. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen groen op daken (bebouwing en op de parkeervoorziening) en groen met een ‘natuurlijke’ bodem. Voor deze laatste gebieden vormt het bodemvocht en grondwater in de bodem een waterbuffer zodat de waterbehoefte beperkt wordt (vergelijkbaar met een normale tuin of park) maar ook hier is in droge zomerperioden water voor beregening nodig. Bij de inrichting van het gebied met groen is de beheersing van de grondwaterstanden en watervoorziening een aandachtspunt. Het is wenselijk zoveel mogelijk water vast te houden, zodat de wateraanvoer voor het groen tot een minimum beperkt blijft. De aanleg van een duurzaam watergeefsysteem zorgt ervoor dat de groenvoorziening op het parkeerdek en de gevels bestand is tegen droogte en hitte. Verkeer De verkeersgeneratie van de huidige, autonome, situatie en de plansituatie is bepaald op basis van kencijfers van het CROW.

Een toename van het aantal woningen leidt tot een toename van de verkeersbewegingen, welke afgewikkeld moeten worden via het bestaande wegennetwerk. Met de huidige inrichting van kruispunten kan het verkeer in de plansituatie goed afgewikkeld worden. Er is geen sprake van onacceptabel lange wachttijden en de restcapaciteit is voldoende3.

1

Notitie Waterparagraaf voor klimaatadaptief Weezenlanden-Noord Zwolle, Witteveen+Bos 12 november 2021, referentie: 128243/20-017.058.

2

Notitie Waterparagraaf voor klimaatadaptief Weezenlanden-Noord Zwolle, Witteveen+Bos, 12 november 2021, referentie: 128243/20-017.058.

3

Weezenlanden-Noord Zwolle Onderzoek verkeer en luchtkwaliteit, Goudappel Coffeng adviseurs mobiliteit,010913.20211105.N1.01, 5 november 2021.

16 | 20

Witteveen+Bos | 128243/21-017.808 | Definitief 02

Tabel 3.1 Huidige en toekomstige verkeersgeneratie in mvt/etmaal Verkeersgeneratie totaal (mvt/etmaal)

autonome situatie plansituatie

Minimaal

Maximaal

360

519

1.986

2.759

Planbijdrage verkeersgeneratie (mvt/etmaal) Minimaal

Maximaal

1.627

2.240

Luchtkwaliteit Op basis van de verkeersgegevens is onderzoek uitgevoerd naar de luchtkwaliteit als gevolg van het verkeer. Bij deze berekening is rekening gehouden met verschillende factoren zoals wegbreedte, snelheid en de aanwezigheid voor bomen, voor negen verschillende wegvakken1. Hierbij is de autonome situatie en de plansituatie berekend, voor de jaargemiddelde concentratie stikstofoxide, fijn stof PM10 en fijn stof PM 2,5. De norm voor stikstofoxide is 40 µg/m3. Langs alle beschouwde wegen wordt ruim aan de norm voldaan. De maximale toename als gevolg van het project is 0,8 µg/m3, dit is berekend langs de Schuurmanstraat. De norm voor fijn stof PM10 is 40 µg/m3. Langs alle beschouwde wegen wordt ruim aan de norm voldaan. De maximale toename als gevolg van het project is 0,1 µg/m3. Ten hoogste 35 dagen per jaar mag de etmaalgemiddelde concentratie fijn stof PM 10 overschreden worden. Het project zorgt niet voor een toename van overschrijdingsdagen. De norm voor fijn stof PM 2,5 is 25 µg/m3. Langs alle beschouwde wegen wordt ruim aan de norm voldaan. De maximale toename als gevolg van het project is 0,1 µg/m3. Bovenstaande resultaten komen uit het onderzoek verkeer en luchtkwaliteit uit 20204. In geen geval zijn overschrijdingen van de normen uit de Wet Milieubeheer berekend.

Langs alle wegen wordt ruimschoots aan de normen voor luchtkwaliteit voldaan en met de lagere verkeersaantallen van nu was het niet nodig om opnieuw onderzoek te doen3. Geluid De planlocatie is gelegen binnen de geluidszone van meerdere wegen. Akoestisch onderzoek is uitgevoerd om de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer te bepalen en toetsen2. Op basis van het onderzoek is gebleken dat er voor een aantal gebouwen binnen het plan een hogere waarde vastgesteld moet worden voor wegverkeerslawaai afkomstig van de Luttenbergstraat. Met name bij de gebouwen parallel aan de Luttenbergstraat en Schuurmanstraat, gebouwen K1, K2, J en L, is een hoge geluidsbelasting vastgesteld.

Tabel 3.2 Aan te vragen hogere grenswaarden wegverkeerslawaai Luttenbergstraat Gebouw

Rekenpunt

Geveloriëntatie

I

I1a

J

K1

1

Aan te vragen hogere grenswaarden [dB]

Cumulatieve geluidbelasting [dB]

Zuid

49

54

J1b

Zuid

59

64

J1a

West

55

60

J1h

Oost

55

60

K1d

Zuid

60

65

K1b

West

57

65

Weezenlanden-Noord Zwolle Onderzoek verkeer en luchtkwaliteit, Goudappel Coffeng adviseurs mobiliteit, 006210.20200403.R1.03, 9 juli 2020.

2

Herontwikkeling Weezenlanden Noord Zwolle Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Alcedo, 20-07578.R01.V03, 11 oktober 2021.

17 | 20

Witteveen+Bos | 128243/21-017.808 | Definitief 02

Gebouw

Rekenpunt

Geveloriëntatie

K1h K2 L

M

Aan te vragen hogere grenswaarden [dB]

Cumulatieve geluidbelasting [dB]

Oost

55

60

K2b

Zuid

53

63

L1a

Zuid

59

64

L1dd

West

55

61

L1e

Oost

56

61

M1d

Zuid

49

55

M1e

Oost

49

54

Voor de woningen waarvoor hogere waarden worden vastgesteld, dient te worden aangetoond dat de gevelisolatie van de woningen voldoet aan de eisen conform afdeling 3.1 uit het Bouwbesluit. Met de huidige standaard bouwconstructies en materialen kan ervan worden uitgegaan dat tot en met een geluidsbelasting van 53 dB exclusief correctie conform artikel 110g Wgh aan deze eis wordt voldaan. Voor de woningen met een gecumuleerde geluidsbelasting hoger dan 53 dB (exclusief correctie art. 110g Wgh) dient aanvullend onderzoek naar de geluidswering van de gevel uitgevoerd te worden. Zo nodig dienen geluidsisolerende maatregelen getroffen te worden om te kunnen voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit en om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de woning te garanderen. Met name bij de gebouwen parallel aan de Luttenbergstraat en Schuurmanstraat dient rekening te worden gehouden met zware gevelweringsmaatregelen. Dit betreft de gebouwen K2, K1, J en L. Windklimaat Aan de hand van de NEN 8100 wordt inzicht verschaft in het windklimaat op straatniveau. Een goed windklimaat wordt door verschillende gemeenten in Nederland gezien indien ten minste wordt voldaan aan de NEN 8100 classificatie matig voor de betreffende activiteit. Het ontwikkelingsplan ligt in stedelijk gebied. Aan elke zijde van het complex is bebouwing gelegen.

Alle paden rondom, en het gebied binnen de ontwikkeling hebben een doorloop functie. Zoals te zien is op afbeelding 3.5 voldoet het grootste deel aan de activiteit ‘langdurig zitten’, waarmee de toegestane doorloopfunctie niet wordt overschreden. Daarmee kan gesteld worden dat er rondom het ontwikkelingsgebied Weezenlanden geen windhinder optreedt. Daarnaast is onderzocht of er windgevaar optreedt. Hieruit wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling van Weezenlanden-Noord geen windgevaar zal veroorzaken op de omliggende paden en wegen1.

1

Appartementencomplex Weezenlanden, CFD Windklimaatonderzoek, Windsafe Projects, P24121491e100, 4 november 2021.

18 | 20

Witteveen+Bos | 128243/21-017.808 | Definitief 02

Afbeelding 3.5 Acceptabele kwaliteitsklasse windklimaat voor betreffende functie

19 | 20

Witteveen+Bos | 128243/21-017.808 | Definitief 02

4 SAMENVATTING EN CONCLUSIE Voor de aanleg van Weezenlanden-Noord geldt een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. De vraag is of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden. Kenmerken van het project In hoofdstuk 2 zijn de kenmerken van het project besproken. Op basis van de beschreven kenmerken zijn omgevingseffecten als gevolg van ruimtebeslag, verstoring door de werkzaamheden en productie van geluid in de gebruiksfase niet uitgesloten. Locatie en potentiële effecten van het project In hoofdstuk 3 zijn de plaats van het project en potentiële effecten besproken. Op basis van de gebiedsbeschrijving is duidelijk dat geen gevoelige gebieden aanwezig zijn in de directe omgeving van het plangebied. De negatieve effecten van de ingreep hebben een geringe omvang, duur en/of frequentie. Dit betreft zowel de aanleg- als de gebruiksfase. De depositie van stikstof op beschermde natuurgebieden neemt af. Er worden geen belangrijke nadelige effecten voor het milieu verwacht. Bij de effectbeoordeling is, naast de in hoofdstuk 2 beschreven maatregelen ten aanzien van afvalstoffen en de uitvoer van de werkzaamheden, uitgegaan van de in hoofdstuk 3 genoemde mitigerende maatregelen. Er worden aanvullende maatregelen genomen met betrekking tot: - beschermde soorten; - houtopstanden; - vloerpeil gebouwen, om wateroverlast te voorkomen; - geluidsisolatie gebouwen.

Met in acht name van deze mitigerende maatregelen worden geen belangrijke nadelige effecten verwacht van het project. Conclusie Op basis van de kenmerken van het project, de plaats van het project en de potentiële effecten van het project, worden geen belangrijke nadelige effecten verwacht van het project. Ook aard, plaats, potentiële effecten en cumulatieve effecten in samenhang beschouwend zijn er geen belangrijke nadelige effecten te verwachten. Hierdoor wordt het doorlopen van een procedure voor milieueffectrapportage niet noodzakelijk geacht.

20 | 20

Witteveen+Bos | 128243/21-017.808 | Definitief 02

Bijlage(n)

I BIJLAGE: GERAADPLEEGDE RAPPORTEN EN NOTITIES AERIUS Berekening Weezenlanden-Noord, Zwolle, BJZ.nu, november 2021. Appartementen complex Weezenlanden, CFD Windklimaatonderzoek, Windsafe Projects, P24121491e100, 4 november 2021. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, 454450, Antea Group, 9 september 2019. Bijlage Projectplan Ruimtelijke ingrepen, Sloop en nieuwbouw Weezenlanden-Noord Zwolle, Explorius Herontwikkeling Weezenlanden Noord Zwolle Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Alcedo, 2007578.R01.V03, 11 oktober 2021. Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017, rapport 17-043, Ecogroen, 25 april 2018. Notitie Zoogdier- en broedvogelonderzoek complex 8 (Weezenlanden-Noord), Zwolle, Ecogroen, 18 maart 2020. Notitie Waterparagraaf voor klimaatadaptief Weezenlanden-Noord Zwolle, Witteveen+Bos, 128243/20017.058, 12 november 2021. Rapport Historisch onderzoek en verkennend asbestonderzoek Weezenlanden-Noord Zwolle, Antea Group, 29 mei 2019, projectnummer 0454725-100. Schuurmanstraat, Zwolle, inventariserend veldonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek, ADC ArcheoProjecten, 5155, 7 april 2020. Verslag bespreking Nulmeting, 17210, Bomenwacht Nederland, 23 juni 2017. Weezenlanden-Noord Zwolle Onderzoek verkeer en luchtkwaliteit, Goudappel Coffeng adviseurs mobiliteit, 006210.20200403.R1.03, 9 juli 2020.

Weezenlanden-Noord Zwolle Onderzoek verkeer en luchtkwaliteit, Goudappel Coffeng adviseurs mobiliteit, 010913.20211105.N1.01, 5 november 2021.

II BIJLAGE: ONTHEFFING WET NATUURBESCHERMING PROVINCIE OVERIJSSEL, AFGEGEVEN DOOR DE PROVINCIE OVERIJSSEL, KENMERK 2020/0241182, D.D. 9 NOVEMBER 2020

Provincie O erijssel Luttenbergstraat 2

Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 Fa 038 425 48 88 overijssel.nl postbus@overijssel.nl

KvK 51048329

Explorius Vastgoedontwikkeling B.V. De heerT.G, Olde Keizer

IBAN NL45 RABO 0397 3411 21

Molendijk Noord 90 A 7461 JE RUSSEN

Inlichtingen bij Remco Reurink

telefoon 038 499 89 88 R.Reurink@ovenjssel.nl

Zaaknummer 5875700

Datum

Kenmerk

09-11-2020

2020/0241182

Bijlagen 6

Uw brief

Uw kenmerk

30 juli 2020

Onderwerp: Ontheffing Wet natuurbescherming

Geachte heer Olde Keizer,

U heeft een aanvraag om een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming - onderdeel soorten1 (verder Wnb - soorten) bij ons ingediend. Deze hebben wij op 30 juli 20202 ontvangen. Op 3 augustus 2020, 27 oktober 2020 en 30 oktober 2020 hebben wij aanvullende gegevens ontvangen. De aanvraag is gedaan vanwege het project 'Weezenlanden-Noord', waarbij 180 woningen worden gesloopt aan de Schuurmanstraat en de Wiecherlinckstraat in Zwolle. Ter plekke worden 501 nieuwe (koop- en huur)woningen gebouwd in verschillende woontorens, en worden commerciële en maatschappelijke ruimten gebouwen. In deze brief geven wij ons besluit weer.

Besluit Wij besluiten u een ontheffing3 te verlenen van verbodsbepalingen voor soorten van de Habitatrichtlijn. In het bijzonder gaat het om het verbod om de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis te beschadigen ofte vernielen4. Deze ontheffing heeft betrekking op de sloop van 180 woningen en de nieuwbouw van 501 woningen met commerciële en maatschappelijke ruimten aan de Schuurmanstraat en de Wiecherlinckstraat in Zwolle, en zoals weergegeven in bijlage 3 van dit besluit. Wij verlenen u geen ontheffing van het verbod om de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis opzettelijk te verstoren. Dit omdat u voldoende voorzorgsmaatregelen neemt om het opzettelijk verstoren van deze soorten te voorkomen en daarmee overtreedt u niet de verbodsbepalingen uit artikel 3.5, tweede lid, van de Wet natuurbescherming. Deze ontheffing treedt in werking van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2033. Wij hebben een langere ontheffingsperiode opgenomen, zodat de vereiste monitoring uitgevoerd kan worden. Verder besluiten wij dat de volgende stukken/delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van de ontheffing, voor zover niet in strijd met de voorschriften zoals weergegeven in bijlage 1. • De aanvraag van 30 juli 2020 en de bijbehorende stukken te weten: o 'Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017 , van 25 april 2018;

1 In het kader van art. 3.8, eerste lid Wnb

2 EDO-kenmerk 2020/0183371 3 Op basis an art. 3.8, eerste lid Wnb 4 Art. 3.5, vierde lid Wnb

Datum verzending

11-11-2020

provmcii

Ontheffing Wet natuurbescherming

o 'Zoogdier- en broedvogelonderzoek complex 8 (Weezenlanden Noord), Zwolle , van 18 maart

2020; o 'Projectplan sloop en nieuwbouw Weezenlanden Noord Zwolle , van 3 augustus 2020. De motivering voor ons besluit is in bijlage 2 (overwegingen), behorende bij dit besluit, weergegeven. Voorschriften Aan ons besluit verbinden wij voorschriften. Deze zijn in bijlage 1 weergegeven. Bezwaar Als u het niet eens bent met dit besluit om ontheffing te verlenen kunt u bezwaar maken. Op pagina 3 wordt toegelicht hoe u dit kunt doen. Leges U bent voor het in behandeling nemen van uw aanvraag leges verschuldigd5.

De verschuldigde leges zijn: Artikel Code Artikel omschrijving 7.6.2 WNB aanvraag ontheffing art.3.3, 3.8 en 3.10 soortenbescherming infrastructureel werk, ruimtelijke ingrepen Totaal leges

Leges bedrag € 3.025,00

€ 3.025,00

Voor betaling van dit bedrag ontvangt u een factuur. Op deze factuur staat tevens vermeld hoe u eventueel bezwaar kunt aantekenen tegen de hoogte van het legesbedrag en de gehanteerde grondslagen. Vragen Heeft u vragen? Belt u dan met Remco Reurink, te bereiken tijdens kantooruren op nummer 038 499 89 88. Schrijft u ons een brief of e-mail? Behandel dan één onderwerp per brief of e-mail. Wilt u ook het zaaknummer Z-HZ_WNB-2020-002680 vermelden? Op die manier kunnen wij sneller op uw vraag of opmerking reageren.

Met vriendelijke groet, Namens Gedeputeerde Staten van Overijssel,

Lars Wuijster, teamleider Vergunningverlening Bijlagen: Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

Voorschriften

O erwegingen bij het besluit Ligging van het plangebied Inrichtingsschets en impressie van het project Locaties vleermuisverblijfplaatsen Horizontale schakeling van drie Tichelaarkasten

Afschriften Een afschrift van dit besluit is tevens verzonden aan: • Burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle; • Tuitert natuuronderzoek, dhr. Tuitert, Nieuwe Deventerweg 36 in Zwolle.

5 Belastingverordening O erijssel

Pagina 2

Ontheffing Wet natuurbescherming

Pagina 3

Ontheffing Wet natuurbesc erming

Als u het niet eens bent met dit besluit kunt u bezwaar maken, als u belanghebbende bent. Stuurt u dan een bezwaarschrift aan ons. Wij controleren dan of wij een juist besluit hebben genomen. Uw bezwaarschrift is een brief die aan een aantal eisen moet voldoen. De wet stelt eisen aan uw bezwaarschrift. Die eisen zijn: 1. U zegt met welk besluit u het niet eens bent. Dit doet u door in uw bezwaarschrift het kenmerk te vermelden dat op onze brief staat. 2. U zegt waarom u het niet eens bent met dit besluit. 3. U zet uw naam, adres, handtekening en de datum op uw bezwaarschrift. 4. U erstuurt het bezwaarschrift op tijd. Op onze brief staat een verzenddatum. U stuurt ons binnen zes weken na die datum uw bezwaarschrift. Uw bezwaarschrift kunt u op 3 manieren aan ons ersturen. 1. Met de post naar: Gedeputeerde Staten van Overijssel, Team Juridische zaken, Postbus 10078,

8000 GB Zwolle. 2. Via internet. U gebruikt daarvoor ons digitale bezwaarformulier. U vindt het formulier via https://forms.overijssel.nl/bezwaar-klacht/bezwaar-beslissing/. 3. Met een faxbericht. Het faxnummer van het team Juridische Zaken is: 038 - 425 48 02. Wat als u niet kunt wachten tot er een nieuw besluit is genomen? Ook als u bezwaar maakt treedt dit besluit gewoon in werking. Dat kan vervelende gevolgen voor u hebben. U kunt de rechtbank dan vragen een voorlopige beslissing te nemen, door een zogeheten 'voorlopige voorziening aan te vragen. Dit is een aparte procedure die loopt naast de door u gestarte bezwaarprocedure. Voor de behandeling van uw verzoek om een voorlopige voorziening betaalt u een bedrag. De rechter kan beslissen dat wij dat bedrag aan u moeten vergoeden. Voor informatie over het indienen van een verzoek belt u met de Rechtbank Overijssel: 088 - 361 55 55.

Pagina 4

Ontheffing Wet natuurbescherming

BIJLAGE 1 - VOORSCHRIFTEN BIJ HET BESLUIT Informatie die van belang is bij melden of contact met bevoegd gezag

Geeft u in de e-mail (meldpunt@overijssel.nl) naar ons of in een telefoongesprek (038 499 88 99) altijd aan dat het gaat om de Wet natuurbescherming - soortenbescherming, de naam van het project en ons

kenmerk van dit besluit (2020/0241182). Daarmee is direct duidelijk voor welk deel van de organisatie de melding of uw verzoek tot contact bestemd is. Aan deze ontheffing zijn de volgende voorschriften verbonden: Algemeen 1. Deze ontheffing is alleen geldig voor (medewerkers van) de ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers blijven daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze ontheffing. 2. Minimaal zeven werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden informeert u ons over de startdatum door een e-mail te sturen naar meldpunt@overijssel.nl. Geeft u bij de melding aan: • de contactpersoon ter plaatse, inclusief het 06-telefoonnummer van de contactpersoon; • de naam van de begeleidend ecologisch deskundige6, inclusief het 06-telefoonnummer van deze persoon; • het adres waar de werkzaamheden worden uitgevoerd;

• het kenmerk van deze beschikking (2020/0241182). Wanneer contactgegevens wijzigen, informeert u ons hierover. 3. De ontheffinghouder neemt direct contact op met het Overijssel Loket, telefoonnummer 038 499 88 99 als bij het uitvoeren van de werkzaamheden van het project andere beschermde soorten dan de genoemde worden aangetroffen. Als het voorkomen van overtreding van verbodsbepalingen niet mogelijk is moet u de activiteiten direct staken. De effecten van de activiteiten voor de aangetroffen soort moet de ontheffinghouder in beeld brengen en doorgeven. Daarbij moeten ook de maatregelen worden meegenomen die nodig zijn om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. Alleen na toestemming van de provincie mag het werk worden hervat. 4. Als de ontheffinghouder het voornemen heeft af te wijken van de uitvoeringsperiode, de voorgeschreven middelen of van de voorgenomen handelingen als weergegeven in de aanvraag, dan dient hij dit - voorafgaand aan de voorgenomen wijzigingen - ter goedkeuring voor te leggen aan de provincie. Dit is nodig omdat voor deze wijzigingen opnieuw de effecten op de betrokken soorten beoordeeld moet worden. Alleen na schriftelijke toestemming van de provincie is de voorgenomen afwijking toegestaan. Neem hiervoor contact op met het bevoegd gezag via een e-mail naar meldpunt@overijssel.nl.

Soortspecifiek 5. Bij de planning van de werkzaamheden, zoals het ongeschikt maken van gebouwen als verblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis, houdt u rekening met de kwetsbare voortpiantings- en overwinteringsperiode van de beide soorten. Voor beide soorten loopt de voortplantingsperiode globaal van mei tot en met augustus en de overwinteringsperiode loopt globaal van november tot en met maart. Afhankelijk van het seizoen en de weersomstandigheden kunnen deze perioden langer dan wel korter zijn De geschiktheid van de periode voor het uitvoeren van de werkzaamheden dient te worden bepaald door een ecologisch deskundige op het gebied van vleermuizen.

6 De pro incie Overijssel verstaat onder een ecologisch deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soort specifieke ecologie. De er aring en kennis dient te zijn opgedaan doordat de deskundige: • °p HBO, dan wel uni ersitair ni eau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie

en/of • °p HBO ni eau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soorten herkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte an die soorten en/of • als ecoloog wer zaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau welke is aan gesloten bij het etwerk Groene Bureaus en/of • zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daar oor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, JN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVO , STONE, Staatsbosbeheer, atuurmonumenten, De Landschappen en stichting

Beheer Natuur en Landelijk gebied) en/of • h aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of bescherming.

Pagina 5

Ontheffing Wet natuurbescherming

6. U voert de sloop- en bouwwerkzaamheden uit conform de planning zoals weergegeven van figuur 1 van dit besluit. 7. Voorafgaand aan de sloop van de gebouwen 2 en 3 voert u een actualiserend natuuronderzoek uit in 2022 en/of 2023. Conform voorschrift 3 neemt u contact met ons op indien andere beschermde soorten in het geding kunnen komen door uitvoering van werkzaamheden binnen het plangebied. 8. Voorafgaand aan de sloop van gebouw 1 (planning najaar 2021) worden de gebouwen 1, 2 en 3 in overleg met een ecologische deskundige op het gebied van vleermuizen ongeschikt gemaakt als verblijfplaats voor vleermuizen. De rest van de te slopen bebouwing dient ongeschikt gemaakt te worden in het jaar van de sloop van het betreffende gebouw. 9. Het ongeschikt maken van alle te slopen bebouwing vindt plaats in de meest geschikte perioden voor de vleermuizen, namelijk in de periode augustus tot en met half november of de periode half april tot en met mei. Het ongeschikt maken tussen half april-mei moet gebeuren wanneer minimaal twee avonden (schemering) achtereen geschikte vliegomstandigheden voor vleermuizen optreden (>10 graden Celsius, wind max 4 Bft en maximaal motregen). Het ongeschikt maken tussen half augustus en half november moet uitgevoerd worden wanneer het in de avond (schemering) minimaal 6 graden Celsius, wind max 4 Bft en maximaal motregen. 10.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=4b711c84-f0ea-4ae3-85b2-cc8346f62ac9