Bijlage 1 - Scenariostudie Ons Zwolle van Overmorgen
Tekst van het document
Bron: https://themasites.pbl.nl/scenarios-inrichting-nl2050/
28
Participatieduiding van Scenario Mondiaal Ondernemend In juli 2024 heeft de gemeente Zwolle een enquête verspreid over de aanvulling op de omgevingsvisie, waarin de wenselijkheid van de PBL-scenario’s werd bevraagd. Inwoners van Zwolle kregen de kans hun visie te delen op vier mogelijke toekomstscenario’s voor de stad. Op deze pagina worden de resultaten gepresenteerd met betrekking tot het scenario Mondiaal Ondernemend. Populariteit van het scenario Dit scenario spreekt ruim de helft van de respondenten niet of helemaal niet aan (56%). In vergelijking tot de andere scenario’s is dit scenario het minst populair. Wat spreekt inwoners aan? De meerderheid van de respondenten is voor een lokaal en duurzaam ondernemingsklimaat met een balans tussen economische groei en sociale welzijn. Zorgen en aandachtspunten Er is bezorgdheid over de invloed van grote bedrijven en de focus op economische groei. Toepassing van de resultaten De inzichten uit de enquête en de feedback van inwoners zijn vervolgens gebruikt om het scenario ‘Poort naar het Noorden’ verder te verfijnen en te vertalen naar de Zwolse context. Hierbij is nadrukkelijk gekeken wat voor economische groei past bij de maat en schaal van Zwolle, maar wel uitgaat van een extreem scenario waarin Zwolle een belangrijk knooppunt wordt.
In hoeverre spreekt dit toekomstscenario jou aan?
Spreekt mij heel erg aan Spreekt mij aan Neutraal Spreekt mij niet aan Spreekt mij helemaal niet aan Geen mening Welke twee kenmerken van dit scenario spreken jou het meest aan?
Samenvatting van opmerkingen van inwoners in open invulvelden • Lokale en regionale focus: Steun voor kleinschalige, duurzame ondernemingen. • Duurzaamheid en gemeenschapszin: Zorgen over de balans tussen economische groei en sociale welzijn. • Verantwoordelijkheid en samenwerking: Inwoners wensen meer betrokkenheid bij beslissingen, met nadruk op welzijn. • Zorg voor kwetsbaren: Bezorgdheid over negatieve effecten van marktwerking op kleine ondernemers. • Jongerenvoorzieningen: Vraag naar meer voorzieningen en recreatieve activiteiten voor jongeren. • Zelfredzaamheid en onafhankelijkheid: Behoefte aan lokale zelfvoorzienendheid in water, energie en voedsel. • Marktwerking vs. samenleving: Zorgen over de invloed van grote bedrijven, pleidooi voor ruimte voor lokale bedrijven. • Gemeentelijke steun en wijkinitiatieven: De gemeente moet duurzame initiatieven ondersteunen en een faciliterende rol spelen in wijkgerichte, bottom-up projecten, zonder te veel te reguleren. • Zorg voor kwetsbaren en lokale bewoners: Bezorgdheid dat de focus op buitenlandse initiatieven lokale behoeften in de weg staat.
29
Samenvatting ‘Poort naar het Stedelijk Netwerk Nederland’: de Zwolse vertaling Zwolle groeit en wordt een wereldspeler. Stedelijke woonmilieus zijn groen, gemengd en bieden voldoende leefruimte. De stad zet in op groene en blauwe kwaliteiten, zoals een groene gordel rondom Zwolle dat zorgt voor het behoud van de nabijheid van groen en ruimte ondanks dat er mogelijkheden zijn voor uitbreiding. Als internationaal knooppunt benut Zwolle haar centrale ligging tussen de Randstad en Duitsland en versterkt actief de verbindingen met omliggende stedelijke regio’s, zoals Utrecht, de Randstad en het Ruhrgebied. De A28 wordt ontwikkeld als vervoersbackbone en internationale bereikbaarheid wordt geoptimaliseerd, waarmee Zwolle haar rol als poort naar internationale netwerken verder vormgeeft. Grootschalige uitbreiding vindt plaats, geïntegreerd en ontsloten via snelfietsroutes, nieuwe stations en nieuwe wegen. De uitbreiding van nieuwe werk- en woonlandschappen dragen bij aan de integratie van Zwolle in het bredere stedelijke netwerk van Nederland en het aantrekken van nieuw talent. Zo wordt de stad niet alleen een cruciale schakel in de nationale infrastructuur, maar ook een aantrekkelijke locatie voor talent en bedrijven die opereren in een mondiale context. Op de volgende pagina is de bandbreedte per thema opgenomen in combinatie met toelichting en kenmerken per thema.
30
• Ringstad: Zwolle groeit met behoud van haar identiteit en kernwaarden. Met de mogelijkheid dat nieuwe kernen ontstaan rondom de stad, waarin de balans tussen stedelijke ontwikkeling en natuurlijke omgevingen behouden wordt. • De binnenstad wordt verdicht met voornamelijk gestapelde woningen met een focus op typologieën en betaalbaarheid voor
WONEN
starters (nieuw talent). In de groen stedelijke wijken worden waar mogelijk grondgebonden woningen toegevoegd, passend bij het bestaande karakter. • In een nieuwe uitbreidingswijk (met een nieuw station) wordt een stedelijke mix van met name meergezinswoningen ontwikkeld met groen en voorzieningen in nabijheid. • Voorzieningen schalen op en centreren zich rondom grotere knooppunten of de stadsstraten. Maatschappelijke en zorgfuncties clusteren in grotere complexen. Er worden campusgebieden ontwikkeld waar wonen, educatie, kleinschalige bedrijvigheid en cultuur samenkomt. 5000 woningen (en bijbehorende
15000 woningen (en bijbehorende
voorzieningen)
voorzieningen)
• Grootschalige economische gebieden: Zwolle richt zich op economische specialisatie in de dienstverlening en hoogtechnologische maakindustrie om een belangrijke speler te worden op EU-niveau. Nieuwe economische gebieden
ECONOMIE
worden ontwikkeld waar diensten, educatie en wonen samenkomt om innovatie in de samenleving te stimuleren. • Intensivering op bedrijventerreinen. Er wordt meer en slimmer ruimte geboden aan de economie. Bijvoorbeeld door toepassen van meerlaagse logistiek. Hoogfrequent OV is voorwaardelijk. Ook wordt er een railterminal ontwikkeld waarmee de stad haar rol als logistiek knooppunt versterkt. • Zwolle importeert grotendeels haar (landbouw)producten. Het bestaande agrarische landschap in de gemeente blijft bestaan en worden waar mogelijk efficiënter gemaakt. Productielandschap Mastenbroek. Nog ‘lege’ ruimte wordt benut als economisch productielandschap, bijvoorbeeld voor natte teelt. Ruimte voor transities (135 ha) Sterker maken wat sterk is (50 ha) • Internationaal knooppunt: Zwolle profiteert van de huidige regionale netwerkstad en zet hier volop op in: Zwolle positioneert
MOBILITEIT
zich als een internationaal knooppunt dankzij de centrale ligging tussen de Randstad en Duitsland, met goede verbindingen via de A28 en de mogelijke HSL-verbinding. • Regionale knelpunten worden opgelost door bijvoorbeeld ringweg A28-A50. Dit wordt de stedelijke ring. Ceintuurbaan wordt afgewaardeerd tot stadsboulevard. • Er worden hubs toegevoegd aan de nieuwe ringweg. In dit scenario wordt een grootschalig hubnetwerk aangelegd op verschillende schaalniveaus (buurt tot regio) Maximale inzet op (inter)nationale en
Huidig knooppunt Zwolle
bovenregionale bereikebaarheid
• Hessenpoort wordt een XL-energyhub: Elektrolyser op Hessenpoort: De geproduceerde waterstof kan voor meerdere doelen
ENERGIE
worden aangewend zoals mobiliteit/zero emissie rijden, procesindustrie, verwarming van bedrijfspanden in de omgeving. Ook buiten de gemeentegrenzen. Opslag (batterijen) op Hessenpoort. • Ontwikkeling van geothermie in Zwolle-Noord.
Zwolle maximaal zelfvoorzienend
Oplossen door (ook) buiten de gemeentegrenzen
(oplossen binnen eigen gemeentegrenzen)
duurzame energieopwek te plaatsen
• Groene/blauwe gordel als contramal tegenover verstedelijking. Om de groei vorm te geven wordt er ten eerste ingezet op de
WATER&KLIMAAT
contramal van deze verstedelijking: de groenblauwe kwaliteiten. • Het agrarische gebied ten zuid-oosten van de stad wordt een multifunctioneel gebied, met een groot landschappelijk park als uitloopgebied voor de nieuwe ontwikkelingen. Hier vindt natuurontwikkeling (bos/natte natuur) plaats en recreatieve functies worden toegevoegd. • Het water wordt zo hoog mogelijk opgevangen in dit scenario. Het zuid-oostelijke deel van de gemeente wordt ingezet als grootschalig sponsgebied: de natuurontwikkeling draagt bij aan een veel hoger infiltratievermogen in deze gebieden. • Er wordt een extra watergang aangelegd ten zuid-oosten van Herfte om extra water van de weteringen af te vangen naar de Vecht Technologische oplossingen
Oplossen door maximaal in te zetten op de natuurlijke systemen
31
Ruimtelijke vertaling van Poort naar het Stedelijk Netwerk Nederland
Leeswijzer kaart: Dit Zwolse scenario is een extreem toekomstbeeld waarin uiterste mogelijkheden worden verkend. Het kaartbeeld laat een beeld zien met mogelijk voorstelbare ingrediënten.
8
1 Suburbane inbreiding
Railterminal
Groenblauwe dooradering door de stad
3
Binnenstedelijke verdichting
Nieuwe wijk met treinstation
Maximale uitbreiding CB-zone Innovatief werkmilieu in de Spoorzone met een internationale uitstraling
4
HSL-verbinding
5
Verkleuren rand Marslanden
2
Nieuwe ringweg
Groenblauwe contramal
Snelfietsroute uitbreiding Marslanden, gevarieerd profiel
7 6
32
Voorstelbare ruimtelijke ingrepen De cijfers op de kaart op de linker pagina passen bij de volgende ruimtelijke ingrepen: 1. Het bedrijventerrein Hessenpoort ontwikkelt zich tot een cluster XL met een railterminal, gericht op energieoplossingen en grootschalige (logistieke) bedrijvigheid, met een sterke focus op circulariteit. 2. Marslanden en Voorst ondergaan een transformatie, waarbij bedrijven met een hoge milieucategorie uit de stad worden geplaatst (naar bijvoorbeeld Hessenpoort) en de gebieden een profiel krijgen van een variatie aan economische activiteiten, met een kleine transformatie voor stedelijk wonen, gemixt met kleinschalige werkfuncties. 3. De A28 wordt herontwikkeld zonder afritten en enkel voor doorgaand verkeer, met mogelijkheden tot het inpakken van de A28 waardoor er ontwikkeling van een nieuwe woonlocatie naast de snelweg kan ontstaan. 4. Het gebied Oosterpoort en/ of Vechtpoort ontwikkelt/ ontwikkelen zich tot een stedelijke buitenwijk, met een diverse en
levendige stedelijke omgeving. In deze wijk kan een fors aantal woningen gerealiseerd worden met bijpassende mobiliteit (station, snelfietsverbindingen) en voorzieningen (grote supermarkt, commerciële functies, indoor sportvoorzieningen). De nieuwe wijk is ook ontsloten door de nieuwe randweg, zie volgende punt. 5. Er komt een nieuwe verbindingsweg tussen de A28 en de N35, wat fungeert als een bypass van de A28. 6. Een groenblauwe gordel wordt gecreëerd rondom de stad, een grootschalig landschappelijk park dat de regionale natuurlijke en ecologische structuren versterkt. 7. Een bypass van de weteringen naar de Vecht voert het water af om de stad heen. 8. Waar mogelijk wordt binnenstedelijk of suburbaan verdicht: Stadsbroek wordt verdicht met extra woningen met een groen-stedelijk karakter.
Referentie voor nieuwe wijk in het buitengebied (Referentie: Ascension
Referentie voor intesivering van Hessenpoort (Referentie: Nike
Paysagère, Rennes, Frankrijk)
distributiecentrum, Laakdal, België)
33
Participatie: ingrediënten uit de Zwolse scenario’s als speelkaarten in het toekomstspel Na de scenariostudie is in de volgende participatieronde met inwoners het toekomstspel ‘Ons Zwolle van Overmorgen’ gespeeld. Dit deden we in onze Reizende Woonkamer, op acht verschillende plaatsen in de gemeente. In het spel worden Zwollenaren uitgedaagd om hun Zwolle van Overmorgen vorm te geven door speelkaarten te kiezen met ingrediënten per thema en die te plaatsen op een plankaart van Zwolle. De speelkaarten zijn gebaseerd op de opbrengsten uit de Zwolse scenario’s. Uit het scenario Poort naar het Stedelijk Netwerk Nederland zijn de volgende speelkaarten opgenomen:
34
De Zwolse scenario’s zijn bedacht in extremen. In deze participatiestap is het Zwolse scenario als totaalbeeld losgelaten, maar zijn juist de specifieke ingrediënten voorgelegd om erachter te komen welke van die ingrediënten wel wenselijk zijn. In het participatiejournaal worden de uitkomsten ervan geduid. 35
High-tech Zwolle Gebaseerd op het nationaal scenario ‘Snelle Wereld’ ‘High-tech Zwolle’ is het Zwolse scenario, gebaseerd op het nationale scenario ‘Snelle Wereld’. In het scenario Snelle Wereld valt de samenleving uiteen in allerlei leefstijlgroepen. Deze bubbels vinden het belangrijk zich van elkaar te onderscheiden. Het leven speelt zich grotendeels af in het digitale domein; de fysieke ruimte boet aan belang in. Allianties van kleinere, innovatieve bedrijven en leefstijlgroepen nemen in deze toekomst het voortouw. Zij vinden flexibiliteit belangrijk. Een van de gevolgen hiervan is een wat rommelige en veranderlijke ruimtelijke inrichting van het land. Op de volgende pagina zijn de resultaten van de enquête over de scenario’s van de ruimtelijke verkenningen te vinden, specifiek voor het scenario Snelle wereld. Zie de bijlage voor een uitgebreide beschrijving zoals gehanteerd in atelier 1.
Bron: https://themasites.pbl.nl/scenarios-inrichting-nl2050/
36
Participatieduiding van Scenario Snelle Wereld In juli 2024 heeft de gemeente Zwolle een enquête verspreid over de aanvulling op de omgevingsvisie, waarin de wenselijkheid van de PBL-scenario’s werd bevraagd. Inwoners van Zwolle kregen de kans hun visie te delen op vier mogelijke toekomstscenario’s voor de stad. Op deze pagina worden de resultaten gepresenteerd met betrekking tot het scenario Snelle Wereld. Populariteit van het scenario Over dit scenario zijn de respondenten het meest verdeeld. Ongeveer 20% spreekt dit aan, 23% is er neutraal over, 30% vindt dit niet aansprekend en ca. 26% vindt het zelfs helemaal niet aansprekend. Wat spreekt inwoners aan en zorgen en aandachtspunten Er is brede steun voor een balans tussen technologie en fysieke interactie, waarbij technologie een ondersteunende rol speelt, maar geen vervanging is voor menselijke verbinding. Toepassing van de resultaten De inzichten uit de enquête en de feedback van inwoners zijn vervolgens gebruikt om het scenario ‘Hightech Zwolle’ verder te verfijnen en te vertalen naar de Zwolse context. Een uitdaging kan zijn om de high-tech ontwikkelingen te vertalen naar de Zwolse context en door te denken in extremen, ondanks dat dit kan schuren met de waarde die gehecht wordt aan de sterke sociale fysieke interacties die de Zwollenaar waardeert.
In hoeverre spreekt dit toekomstscenario jou aan?
Spreekt mij heel erg aan Spreekt mij aan Neutraal Spreekt mij niet aan Spreekt mij helemaal niet aan Geen mening
Welke twee kenmerken van dit scenario spreken jou het meest aan?
Samenvatting van opmerkingen van inwoners in open invulvelden • Erkenning van de voordelen van technologie: Technologie wordt gezien als nuttig voor verduurzaming en communicatie. • Essentie van fysieke interactie: Ondanks de voordelen van technologie wordt fysieke interactie als essentieel beschouwd. • Waarschuwingen over negatieve effecten: Bezorgdheid over de toename van individualiteit en uitsluiting door overmatige digitalisering. • Technologie als hulpmiddel, geen vervanging: Technologie moet de menselijke verbinding niet vervangen. • Zorgen over sociale cohesie: Te veel technologie kan de sociale cohesie ondermijnen. • Balans tussen digitaal en fysiek: Pleidooi voor een balans tussen digitale en fysieke interactie. • Bezorgdheid over polarisatie en eenzaamheid: Angst dat technologie bijdraagt aan sociale isolatie. • Mentale gezondheid van jongeren: Bezorgdheid over de impact van technologie op de mentale gezondheid van jongeren. • Waardering voor innovatie en verduurzaming: Innovatie wordt gewaardeerd, maar de nadruk blijft op het fysieke en menselijke aspect van het leven.
37
Samenvatting ‘High-tech Zwolle’: de Zwolse vertaling In een flexibele en innovatieve samenleving staat keuzevrijheid en individuele behoeften centraal, waarbij mensen vooral in online ‘bubbels’ functioneren. Zwolle maakt deel uit van een groter digitaal netwerk, waardoor fysieke voorzieningen minimaal zijn en digitale ontmoetingen de norm. Fysieke verplaatsingen nemen af en bezorgdiensten nemen toe. Pop-up parken dienen als tijdelijke ontmoetingsplekken, verbonden met het buitengebied. Doordat thuiswerken de norm is neemt de druk vanuit de Randstad toe en is er vraag naar zowel binnenstedelijke als landelijke woonlocaties. Er is ook vraag naar innovatieve woonvormen zoals verplaatsbare woningen. Gebouwen zijn flexibel ontworpen voor tijdelijk en multifunctioneel gebruik. Er is een focus op technologische oplossingen voor de water en bodem problematiek. De stad zet volop in op high-tech en biedt ruimte voor ICT-bedrijven. Op de volgende pagina is de bandbreedte per thema opgenomen in combinatie met toelichting en kenmerken per thema.
38
• Groei in verschillende binnenstedelijk en landelijke bubbels: Er wordt zowel ingezet op verdichting van de bestaande stad als innovatieve woonvormen (flexwonen, tiny houses, tijdelijk wonen in gebouwen met een andere bestemming, wonen op het
WONEN
water) in het landschap. Meergezins- en eengezingswoningen door elkaar heen: er is minder centrale sturing. • Flexibel gebruik van gebouwen: Gebouwen worden zo ontworpen dat ze tijdelijk, verplaatsbaar en flexibel inzetbaar zijn. Wonen en werken mengen in één gebouw. • Voorzieningen worden op buurtniveau geclusterd rondom mobiliteitsknooppunten: een buurthub kan naast deelmobiliteit ook een mini-apotheek, pakketpunt, flexwerk-ruimte, buurtbieb of to-go supermarkt hebben. 5000 woningen (en bijbehorende
15000 woningen (en bijbehorende
voorzieningen)
voorzieningen)
• High tech service economie (aansluitend op ICT en digitale infrastructuur). Zwolle kan zich ontwikkelen tot een belangrijk
ECONOMIE
knooppunt voor ICT-bedrijven en digitale infrastructuur, met onder andere de spoorzone als innovatieve hub. • Wonen en (flex)kantoren of co-working worden gemixt in de gebouwen: kleinschalige flexibele werkruimtes zijn overal te vinden, op buurtniveau. • Landbouwtransitie naar plantaardig dieet: De landbouwsector richt zich op een plantaardig dieet, wat leidt tot een transitie in het gebruik van landbouwgrond (biodynamische akkerbouw en kassenbouw).
Sterker maken wat sterk is (50 ha)
Ruimte voor transities (135 ha)
• Logistieke hubs aan de randen van de gemeente. Met een afname van fysieke verplaatsingen en een groei van bezorgdiensten, ontstaat er ruimte voor logistieke hubs die efficiënt inspelen op de behoefte aan lokaal transport.
MOBILITEIT
• Minder behoefte om te verplaatsen met auto. Het individuele bezit van vervoersmiddelen zoals de auto vermindert. In lokale hubs kan men deelmobiliteit vinden. • Behoefte om snel ver te verplaatsen. Een efficiënt HOV netwerk (nieuwe stations zoals Zwolle Zuid en hubs) verbindt Zwolle met de rest van de regio en het land. In combinatie met snelle last & first mile oplossingen (fiets). • Een fijnmazig fietsstratennetwerk zorgt voor optimale bereikbaarheid van stad en buitengebied voor bewoners of bezorgdiensten. Maximale inzet op (inter)nationale en Huidig knooppunt Zwolle
bovenregionale bereikebaarheid
• Hoge toename van energie-gebruik. Groot deel opwek benodigd buiten gemeentegrenzen (nationaal niveau)
ENERGIE
• Slimme wijken en bedrijfsclusters in Zwolle wekken lokaal duurzame energie op via zonne- en windenergie. Inzet op zoveel mogelijk all-electric en inzet op energieneutrale nieuwbouw. • Slimme energieoplossingen worden verweven met groene en blauwe infrastructuren, bijvoorbeeld door waterlichamen in te richten met drijvende zonnepanelen of gebruik te maken van warmte-koudeopslag in waterlichamen rond Zwolle. • Slim energiesysteem Zwolle maximaal zelfvoorzienend
Oplossen door (ook) buiten de gemeentegrenzen
(oplossen binnen eigen gemeentegrenzen)
duurzame energieopwek te plaatsen
WATER&KLIMAAT
• Water en bodem wordt gestuurd. Maakbare en technologische oplossingen om o.a. waterproblematiek te verminderen (slimme pompsystemen, opgewaardeerde dijken). • Kleinschalig stedelijk groen is multifunctioneel: er zijn pluktuinen, stadslandbouw, speelboerderijen en educatieve voedselbossen. De functie van het groen kan wisselen over tijd • Het bestaande groenblauwe netwerk in de stad wordt opgewaardeerd en verbonden aan recreatieve functies (wandelpaden, zitgelegenheid)
Technologische oplossingen
Oplossen door maximaal in te zetten op de natuurlijke systemen
39
Ruimtelijke vertaling van High-tech Zwolle
Leeswijzer kaart: Dit Zwolse scenario is een extreem toekomstbeeld waarin uiterste mogelijkheden worden verkend. Het kaartbeeld laat een beeld zien met mogelijk voorstelbare ingrediënten.
All-electric samenleving: veel opwek
1
Spoor en ICT-infra gebundeld Werk vindt meer plaats in de wijken (kantoren, flexplekken, startups)
Geen radicale verdichting maar transformatie
9 3 7
6
4
Flexwonen en co-living in stadsranden
2 kleinschalig energielandschap verwoven met groen/baluw
5
HOV netwerk met Zwolle Zuid als extra station
8
40
10
Voorstelbare ruimtelijke ingrepen De cijfers op de kaart op de linker pagina passen bij de volgende ruimtelijke ingrepen: 1. Hessenpoort wordt ontwikkeld als een groot energiecluster, inclusief een datacenter en opslagfaciliteiten. 2. Marslanden en de Vrolijkheid worden gedeeltelijk getransformeerd tot gemixt gebied (wonen en werken). Hier vestigen flexibele woonvormen (tijdelijk, modulair) en dynamische (bijv startende) bedrijven. 3. De Ceintuurbaanzone wordt ontwikkeld met nieuwe woongelegenheid. De weg wordt afgewaardeerd om een goede dwarsverbinding met de stad te bewerkstelligen voor langzaam verkeer en groen. De regionale wateropvang (vanaf de Sallandse Weteringen)wordt gedeeltelijk buiten het gebied opgelost waarvoor ingrepen in het watersysteem met extra waterkeringen noodzakelijk zijn. 4. Er komt meer hoogbouw, hoger dan de huidige standaarden, met name rond de stations om ruimte efficiënt te benutten.
5. Kleinschalig energielandschap verwoven met groen blauw. Bijvoorbeeld: Grote wateroppervlakten worden voorzien van zonnepanelen om duurzame energieproductie te bevorderen. 6. De spoorzone wordt omgevormd tot een grote innovatieve hub, waar nog meer technologische bedrijven en startups zich kunnen vestigen. 7. Aan de rand van de stad worden logistieke hubs gecreëerd, die aansluiten op belangrijke logistieke infrastructuren zoals wegen, spoorlijnen en de logistieke corridors. 8. In de stadsrand in zuid wordt uitgebreid met een nieuwe stationsomgeving waar flexibele gebouwen die wonen en werken combineren. 9. Buurthubs (parkeren, deelfietsen) in de buurten functioneren als mobiliteitsknooppunt en sociale bijeenkomstfunctie. 10. Agrarisch landschap (ten zuiden van Zwolle) wordt gevarieerder door de transitie van vee naar gewassen. Er vestigen ook innovatieve manieren van boeren: zaadteelt en glastuinbouw.
Referentie: ruimte voor experimentele duurzame woonvormen in Referentie: veel ruimte voor flexwerkplekken (Referentie: Loft Office,
de stadsranden (aan het landschap) of in het buitengebied (in
Rotterdam)
het landschap) (Referentie: Micro House, Almere)
41
Participatie: ingrediënten uit de Zwolse scenario’s als speelkaarten in het toekomstspel Na de scenariostudie is in de volgende participatieronde met inwoners het toekomstspel ‘Ons Zwolle van Overmorgen’ gespeeld. Dit deden we in onze Reizende Woonkamer, op acht verschillende plaatsen in de gemeente. In het spel worden Zwollenaren uitgedaagd om hun Zwolle van Overmorgen vorm te geven door speelkaarten te kiezen met ingrediënten per thema en die te plaatsen op een plankaart van Zwolle. De speelkaarten zijn gebaseerd op de opbrengsten uit de Zwolse scenario’s. Uit het scenario High-tech Zwolle zijn de volgende speelkaarten opgenomen:
wonen
groen
mobiliteit economie
energie
woningen toevoegen bij stations Door meer woningen en voorzieningen rond treinstations te bouwen, kan het openbaar vervoer beter gebruikt worden en ontstaat er een levendigere omgeving.
42
De Zwolse scenario’s zijn bedacht in extremen. In deze participatiestap is het Zwolse scenario als totaalbeeld los gelaten, maar zijn juist de specifieke ingrediënten voorgelegd om erachter te komen welke van die ingrediënten wel wenselijk zijn. In het participatiejournaal worden de uitkomsten ervan geduid. 43
Zwolle voor elkaar Gebaseerd op Nationaal scenario ‘Regionaal Geworteld’ ‘Zwolle voor elkaar’ is het Zwolse scenario, gebaseerd op het nationale scenario ‘Regionaal Geworteld’. In het scenario Regionaal Geworteld maken lokale en regionale gemeenschappen de dienst uit. Mensen kennen elkaar, voelen zich onderling verbonden en zijn trots op de buurt, de wijk en het landschap. Samen dragen ze zorg voor hun nabije omgeving. In deze toekomst is de verstedelijking verspreid over het land; grote steden zijn kleinschalig uitgebreid, kleinere steden en dorpen zijn organisch gegroeid. Kleinschaligheid en lokale en regionale functiemenging zijn de norm. Mensen vinden in de eigen streek wat ze nodig hebben. Op de volgende pagina zijn de resultaten van de enquête over de scenario’s van de ruimtelijke verkenningen te vinden, specifiek voor het scenario Regionaal geworteld. Zie de bijlage voor een uitgebreide beschrijving zoals gehanteerd in atelier 1.
Bron: https://themasites.pbl.nl/scenarios-inrichting-nl2050/
44
Participatieduiding van Scenario Regionaal Geworteld In juli 2024 heeft de gemeente Zwolle een enquête verspreid over de aanvulling op de omgevingsvisie, waarin de wenselijkheid van de PBL-scenario’s werd bevraagd. Inwoners van Zwolle kregen de kans hun visie te delen op vier mogelijke toekomstscenario’s voor de stad. Op deze pagina worden de resultaten gepresenteerd met betrekking tot het scenario Regionaal geworteld. Populariteit van het scenario Dit scenario spreekt 60% van de respondenten aan of heel erg aan. Een heel klein deel vindt dit scenario niet aansprekend. In vergelijking tot de andere scenario’s is dit scenario (na Groen Land) het meest populair. Wat spreekt inwoners aan en zorgen en aandachtspunten Inwoners steunen de focus op regionale samenwerking en gemeenschapsgevoel, maar pleiten voor een evenwichtige aanpak die lokale autonomie combineert met noodzakelijke bredere samenwerking. Toepassing van de resultaten De inzichten uit de enquête en de feedback van inwoners zijn vervolgens gebruikt om het scenario ‘Zwolle van elkaar’ verder te verfijnen en te vertalen naar de Zwolse context. Hierbij is nadruk gelegd op het versterken van het gemeenschapsgevoel en regionale samenwerking, met oog voor lokale autonomie.
In hoeverre spreekt dit toekomstscenario jou aan?
Spreekt mij heel erg aan Spreekt mij aan Neutraal Spreekt mij niet aan Spreekt mij helemaal niet aan Geen mening Welke twee kenmerken van dit scenario spreken jou het meest aan?
Samenvatting van opmerkingen van inwoners in open invulvelden • Lokale en regionale focus: Steun voor kleinschalige, duurzame ondernemingen. • Duurzaamheid en gemeenschapszin: Zorgen over de balans tussen economische groei en sociale welzijn. • Verantwoordelijkheid en samenwerking: Inwoners wensen meer betrokkenheid bij beslissingen, met nadruk op welzijn. • Zorg voor kwetsbaren: Bezorgdheid over negatieve effecten van marktwerking op kleine ondernemers. • Jongerenvoorzieningen: Vraag naar meer voorzieningen en recreatieve activiteiten voor jongeren. • Zelfredzaamheid en onafhankelijkheid: Behoefte aan lokale zelfvoorzienendheid in water, energie en voedsel. • Marktwerking vs. samenleving: Zorgen over de invloed van grote bedrijven, pleidooi voor ruimte voor lokale bedrijven. • Gemeentelijke steun en wijkinitiatieven: De gemeente moet duurzame initiatieven ondersteunen en een faciliterende rol spelen in wijkgerichte, bottom-up projecten, zonder te veel te reguleren. • Zorg voor kwetsbaren en lokale bewoners: Bezorgdheid dat de focus op buitenlandse initiatieven lokale behoeften in de weg staat. • Economie en welzijn: Welzijn van de gemeenschap wordt belangrijker gevonden dan materiële welvaart.
45
Samenvatting ‘Zwolle voor elkaar’: de Zwolse vertaling In Zwolle heerst een sterk gemeenschapsgevoel, waar saamhorigheid en samenwerking centraal staan. De inwoners voelen zich verbonden met hun lokale gemeenschap, mede door gezamenlijke initiatieven zoals gemeenschappelijk eigenaarschap van buurttuinen, waar mensen samenkomen om de buurt te vergroenen en voedsel te verbouwen. Elk wijk heeft een buurtcentrum dat fungeert als centraal punt waar ontmoetingen centraal staan, met lokale faciliteiten zoals lokale voedselproductie, een buurtpark, lokale energie opslag/opwek, lokaal bedrijventerrein, en een mobiliteitshub. De behoefte aan collectieve woonvormen, zoals hofjes, neemt toe, met bijvoorbeeld in combinatie met zorgdiensten aan huis. Het landschap rondom Zwolle wordt fijnmaziger en bevordert kleinschalige landbouw voor lokale voedselvoorziening. Op de volgende pagina is de bandbreedte per thema opgenomen in combinatie met toelichting en kenmerken per thema.
46
• Woningen worden verspreid over de gemeente toegevoegd: zowel in de centrumstedelijke wijken als in de suburbane wijken. De aantallen in de suburbane gebieden zullen wat hoger liggen, omdat hier nog meer open ruimte is. • Collectieve woonvormen. In dit scenario groeit de behoefte aan collectieve woonvormen zoals hofjes (eengezinswoningen
WONEN
geschakeld om een collectieve tuin) in het landschap/stadsranden of kleinschalige stedelijke woonblokken met bijvoorbeeld co-housing concepten, ouderenwoningen of woon-zorgconcepten met collectieve tuinen in de stedelijke wijken. • Ruimte voor lokale ontmoetingen en zorg voor de stad. Er zijn specifieke plekken ingericht voor ontmoetingen (pocketparks, pleintjes) en het samen zorg dragen voor de stad en leefomgeving. Bijvoorbeeld door ruimte te geven aan stadslandbouw.
5000 woningen (en bijbehorende
15000 woningen (en bijbehorende
voorzieningen)
voorzieningen)
• Buurtcentra als middelpunt. Elk wijk heeft een buurtcentrum dat fungeert als het centrale punt van de wijk. Deze centra
ECONOMIE
bieden diverse faciliteiten en functies, waaronder lokale voedselproductie en gastronomie, een lokaal energiesysteem, een lokaal bedrijventerrein (groei maakindustrie), en een mobiliteitshub. • Lokale/regionale circulaire economie. Aan de randen van de stad wordt veel ruimte gecreëerd voor circulaire economie op schaal van stad en regio, waarbij afval en grondstoffen efficiënt worden hergebruikt en lokaal worden verwerkt: Hessenpoort als circulair bedrijventerrein.
Sterker maken wat sterk is (50 ha)
Ruimte voor transities (135 ha)
MOBILITEIT
• Lokale én regionale verplaatsingen middels een sterk mobiliteitshub systeem. Een sterk fiets- en voetgangersnetwerk (de S en de T van het STOMP-principe) wordt versterkt door het toepassen van een hubsysteem waar inwoners bijvoorbeeld de lokale deelfiets vinden. • Hubs op een groter schaalniveau (wijk of stad) bedienen het regionale systeem. Maximale inzet op (inter)nationale en Huidig knooppunt Zwolle
bovenregionale bereikebaarheid
• Bottom-up aanpak: Inwoners en lokale coöperaties ontwikkelen energieoplossingen.
WATER&KLIMAAT
ENERGIE
• Verduurzaming huidige woningvoorraad. • Lokale warmtenetten: Kleinschalige netten maken gebruik van restwarmte en bodemenergie. • Lokale energie-opwekking en opslag: Zonnepanelen op daken en buurtbatterijen. • Kleinschalige zonneparken: Landschappelijk ingepast in het buitengebied.
Zwolle maximaal zelfvoorzienend
Oplossen door (ook) buiten de gemeentegrenzen
(oplossen binnen eigen gemeentegrenzen)
duurzame energieopwek te plaatsen
• Fijnmaziger landschap met kleinschalige landbouw. Het landschap rondom de stad is fijnmaziger met ruimte voor kleinschalige landbouw, wat bijdraagt aan lokale voedselvoorziening en landschapsbeheer. • De wateropgave wordt opgelost in het regionale groen-netwerk: De Ijssel, Vecht en in het zuid-oosten van de gemeente zorgt natuur- en recreatieontwikkeling voor de waterbufferende werking.
Technologische oplossingen
Oplossen door maximaal in te zetten op de natuurlijke systemen
47
Ruimtelijke vertaling van Zwolle voor elkaar
Leeswijzer kaart: Dit Zwolse scenario is een extreem toekomstbeeld waarin uiterste mogelijkheden worden verkend. Het kaartbeeld laat een beeld zien met mogelijk voorstelbare ingrediënten.
1
Stadsbreed verdichten
7
Gemixt landschap: kleinschalige landbouw en wonen op terpen
2
Buurtvoorziening/centrum
Grootschalig circulair bedrijventerrein OV-hub met busplatform
Lokale klimaatbuffer
8
4
5 3 Lokale energie opwek
6
48
Voorstelbare ruimtelijke ingrepen De cijfers op de kaart op de linker pagina passen bij de volgende ruimtelijke ingrepen: 1. Het gebied Haerst/De Ruiten wordt ontwikkeld tot een veelzijdig gebied met een combinatie van natuur, water, kleinschalige energieoplossingen, biobased landbouw, en mogelijk amfibisch wonen in een waterrijke omgeving. 2. Hessenpoort wordt ontwikkeld als een lokaal circulair bedrijventerrein, waar ruimte wordt geboden voor circulaire groei aan zowel (bestaande) regionale als lokale bedrijven. 3. Marslanden wordt uitgebreid tot een gemengd gebied voor wonen, werken en onderwijs, waarbij de intensiteit van het gebruik wordt verhoogd, bijvoorbeeld meerlaagse bedrijvigheid, om ruimte efficiënt te benutten. 4. De Ceintuurbaanzone wordt herontwikkeld door verdichting met nieuwe woningen en werklocaties. Een grote OV-hub met busplatform faciliteert de bereikbaarheid van dit nieuwe gebied.
5. Een OV-ring (waarvan delen zoals bij de Ceintuurbaanzone ondertunneld) als centrale mobiliteitsas door de stad. 6. In Zwolle Zuid en rond de Sallandse Weteringen wordt een waterrijk recreatief landschap gecreëerd met fietsroutes, inclusief een locatie met zwemwater. 7. In elke wijk komt een centraal (middel)punt met voorzieningen, ontmoetingsruimtes en toegang tot deelmobiliteit (bijv. in een hub), om de sociale cohesie en mobiliteit te versterken. 8. Op gebouwniveau en in de openbare ruimte wordt vergroend om de gezondheid en klimaatadaptiviteit van de buurt vanuit bottom-up te faciliteren.
Referentie lokale buurtinitiatieven (Referentie: Stadslandbouw
Referentie gemeenschappelijke woonvormen (hofjes) in of aan
Slotlaan, Ede)
het landschap. (Referentie: Hofjes Lanxmeer, Culemborg)
49
Participatie: ingrediënten uit de Zwolse scenario’s als speelkaarten in het toekomstspel Na de scenariostudie is in de volgende participatieronde met inwoners het toekomstspel ‘Ons Zwolle van Overmorgen’ gespeeld. Dit deden we in onze Reizende Woonkamer, op acht verschillende plaatsen in de gemeente. In het spel worden Zwollenaren uitgedaagd om hun Zwolle van Overmorgen vorm te geven door speelkaarten te kiezen met ingrediënten per thema en die te plaatsen op een plankaart van Zwolle. De speelkaarten zijn gebaseerd op de opbrengsten uit de Zwolse scenario’s. Uit het scenario Zwolle voor elkaar zijn de volgende speelkaarten opgenomen:
50
De Zwolse scenario’s zijn bedacht in extremen. In deze participatiestap is het Zwolse scenario als totaalbeeld los gelaten, maar zijn juist de specifieke ingrediënten voorgelegd om erachter te komen welke van die ingrediënten wel wenselijk zijn. In het participatiejournaal worden de uitkomsten ervan geduid. 51
Conclusie Scenariostudie Aan de hand van de scenariostudie kunnen we een aantal basiswaarden en hoofdkeuzes formuleren die we meenemen in de volgende fase, richting een Ruimtelijk Toekomstperspectief. Basiswaarden Zwolle is meer dan enkel de stad: buitengebied, dorpskernen en de stad zijn één systeem. Grote keuzes hangen hiermee samen Elementen zoals een nieuwe ringweg Zwolle, de mate van verstedelijking en de oplossingsrichtingen voor wateroverlast hangen samen met de koers die Zwolle kiest. Uit de scenariostudie kunnen we een aantal basiswaarden destilleren die in alle uitwerkingen van de scenario’s naar voren komen. Het gaat om: 1. Groenblauwe basis en klimaatadaptatie: In vrijwel elk scenario ligt de nadruk op de kwaliteit van groenblauwe landschappen in en om de stad. Er lijkt consensus vanuit alle perspectieven dat het groenblauwe raamwerk de basis vormt. 2. Collectiviteit en gemeenschapszin: In gesprekken kwam sterk naar voren dat er veel waarde wordt gehecht aan gemeenschapszin: collectieve woonvormen, verenigingsleven, mix tussen landelijke/dorpse kwaliteiten en de stad (noaberschap). 3. Nabijheid: Elk perspectief legt ook een sterke nadruk op een duurzaam mobiliteitssysteem, met een focus op voetgangers, fietsers, en deelmobiliteit.
Door de introductie van een slim hubsysteem wordt meer ruimte voor langzaam verkeer gecreëerd, waardoor de stad efficiënter wordt verbonden.
52
Naast de gedeelde basiswaarden brengen de scenario’s ook een aantal dilemma’s aan het licht, die richtinggevend zullen zijn in de volgende stappen. Deze dilemma’s draaien om de vraag waar toekomstige ontwikkelingen plaats moeten vinden en hoe belangrijke keuzes rond groei en economie worden gemaakt. Binnen of buiten de bestaande stad? Elk scenario zet in op verdichting van de bestaande stad met een variëteit aan woonvormen (appartementen, starterswoningen, seniorenwoningen, woon-zorg, collectieve woonvormen, enz.), vaak gecombineerd met verbeteringen van de huidige stedelijke omgeving. De scenario’s die uitbreiding voorstellen, koppelen hieraan voorwaarden zoals een sterk groen karakter of duurzame ontsluiting, bijvoorbeeld via nieuwe stations en snelfietsroutes. Er zijn ook redenen om naar (buiten de) stadsgrenzen te kijken. Grote transities, zoals de energietransitie en de circulaire economie, vragen veel ruimte. Met een hoog ambitieniveau voor deze transities is het niet altijd haalbaar om dit ruimtelijke claims volledig binnen de bestaande stad te realiseren. Ontwikkelingen aan de randen van de stad kunnen bovendien meer ruimte creëren binnen de stad zelf. Dit biedt kansen voor het verbeteren van het klimaatadaptieve vermogen en voor sociale, bottom-up initiatieven. Ten slotte zijn er grenzen aan de groei die past bij Zwolle en binnen de contouren van de bestaande stad.
Hier kun je de omvang van de groei en de strategie op aan passen.
Behoud bedrijventerreinen of transformatie? Een ander belangrijk dilemma is de positie van bedrijventerreinen binnen de stad (met bijvoorbeeld bedrijven met een hoge milieucategorie). Het behouden van deze bedrijven binnen de stad zorgt voor economische diversiteit en nabijheid van werkgelegenheid, maar vraagt bijvoorbeeld om strikte milieueisen en zorgvuldige inpassing. Het verplaatsen van deze bedrijven naar buiten de stad kan daarentegen ruimte vrijmaken voor woningbouw, ander type werk, groen en recreatie. Het biedt ook kansen voor clustering en duurzame ontsluiting van bedrijventerreinen. Reflectie op het vertalen van PBL-scenario’s Het aanpassen van de PBL-scenario’s naar de Zwolse context was een goede oefening om de hoeken van het speelveld te verkennen in Zwolle. Het gaf een duidelijk startpunt van waaruit de deelnemers van de ateliers toekomst van Zwolle in konden beelden. Het vertalen naar de Zwolse context bleek niet in alle gevallen eenvoudig, de scenario’s hebben een academisch karakter, waardoor de vertalingsslag naar Zwolle op veel manieren geïnterpreteerd kon worden en niet altijd goed te concretiseren was voor de deelnemers. Sommige elementen werden ook als ‘onwenselijk’ gezien (bijvoorbeeld verregaande digitalisering die werd vertaald in individualisering).
53
Kansrijke ruimtelijke elementen: Uit de scenariostudie zijn verschillende kansrijke ingrepen en locaties naar voren gekomen. De kansrijke ruimtelijke ingrepen zijn samengevat aan het einde van ieder scenario op de ‘spelkaarten’ (bijv. ‘sponsbos’): vanuit de ateliers waren dit de kansrijke ingrepen die vervolgens met de samenleving gedeeld zijn. De kansrijke locaties zijn: 1. De Ceintuurbaanzone wordt in elk scenario gezien als een belangrijke locatie voor verstedelijking, in de maximale variant met het vormen van een Ringstad als nieuwe kern. De Ceintuurbaanzone wordt in veel scenario’s gezien als toekomstige kwalitatieve stadsrand: een uniek stukje stad waar landschap en stad samen komen. Er worden verschillende oplossingen gegeven voor de drukte op de Ceintuurbaan op te lossen, zoals het afwaarderen van de weg of de aanleg van een ringweg. 2. Hessenpoort wordt in veel scenario’s gezien als een groot economisch bedrijventerrein, waar bedrijven met hinder uit de stad kunnen worden geplaatst om te profiteren van het sterke cluster. Het wordt ook vaak genoemd als een belangrijke schakel in de circulaire economie of de energietransitie. 3. Tolhuislanden/Haerst worden vaak benoemd als belangrijke locatie voor het uitleggen van een duurzaam energie systeem. 4.
De scenario’s geven verschillende oplossingen om de barrièrewerking (ook vanuit geluid en fijnstof) van de A28 te verminderen, zoals het deels overkluizen en vergroenen of bebouwen of het verwijderen van aansluitingen.
54
5. De Sallandse Weteringen en het veenweidegebied Mastenbroek worden in een aantal scenario’s gezien als belangrijke locaties om te vernatten. Vaak wordt de combinatie van vernatting, natuurontwikkeling en recreatieve fietsroutes benoemd. 6. De meeste scenario’s volgen water en bodem sturend en geven meer ruimte aan de blauwe netwerken buiten de stad. Vrijwel alle scenario’s versterken het groenblauwe systeem door de stedelijke structuur op verschillende manieren verder te dooraderen. In scenario’s die grootschalige uitbreiding in het buitengebied voorstellen, wordt verstedelijking vaak gecombineerd met een groene buffer. 7. Een aantal scenario’s benoemen Marslanden als mogelijke transformatie locatie waarin intensivering ruimte kan opleveren voor groen, wonen en/of werken. 8. Verstedelijking aan de oost- en zuidzijde aan de stadsranden komt in verschillende mate terug in diverse scenario’s, waarin de meest grote verstedelijking samengaat met ontwikkelen van een nieuw station: Zwolle Zuid. 9. Stadsranden of grootschalige bedrijventerreinen gekoppeld aan hoofdwegen worden in een aantal scenario’s gezien als belangrijke locaties voor (logistieke) hubs van waaruit distributie naar de stad efficiënt georganiseerd kan worden. 10. De verstedelijkingslocaties uit de Stadsscan als potentiële locaties voor verdichting binnen de bestaande stad.
Als ‘laaghangend’ fruit met grote potentie om in de wijken te verdichten en kwaliteit toe te voegen of bestaande kwaliteiten te versterken. 11. Uitbreiding in de stadsrand aan de noordzijde werd vooral besproken rondom Stadsbroek (Stadshagen).
3
11
2 9
6
4
1 10
7 8 5
55
BIJLAGEN
56
Bijlagen Beschrijving scenario’s ruimtelijke verkenningen Plan Bureau van de Leefomgeving zoals uitgedeeld in atelier 1
57
GROEN LAND
Algemene situatie in 2050 Samenleving • Mensen zien zichzelf als onderdeel van de natuur en als actieve leden van de samenleving. • Wat betreft de dimensies van duurzaamheid gaan Planet gaat voor People en Profit. • Natuurlijke oplossingen hebben de voorkeur boven technische oplossingen. Economie • De economie is niet meer op groei gericht (post-groei-economie). Het binnen de planetaire grenzen blijven en het verminderen van materiaalgebruik staat voorop. • Er is veel publieke rijkdom, maar niet zoveel private rijkdom. De inkomens- en vermogensverschillen zijn klein. Ruimtegebruik • Steden zijn zodanig ingericht dat dagelijkse bestemmingen dichtbij zijn o.a. door meervoudig ruimtegebruik. Bedrijventerreinen met reparatie en hergebruik liggen dicht bij de steden. Ruimtelijke patronen • Er is een sterke, nationale ruimtelijke hoofdstructuur. Water en bodem, en de netwerken van OV, energie en lopen en fietsen zijn structurerend. • Zij vormen kralensnoeren van bebouwing en infrastructuur. Middelgrote bedrijventerreinen liggen bij middelgrote steden. Wonen • •
Het land komt de stad in; meer open water en groenvoorzieningen in, op en om woningen en bedrijfspanden; natuurlijke oplossingen voor stedelijke water- en warmtebuffers. Woningdelen en kleinschaliger wonen worden gebruikelijk; werk gebeurt vaker thuis en op fietsafstand, ontmoetingsplaatsen zijn populair. 1
58
• • • •
Winkelen gebeurt nog steeds fysiek, maar is kleinschaliger; recreëren gebeurt vooral dicht bij huis. Non-profit projectontwikkelaars en corporaties opereren binnen kaders van de overheid; uitgangspunt is de vereniging van duurzaamheid en betaalbaarheid. Energy-oriented development: de beschikbaarheid van hernieuwbare energie is medebepalend voor de keuze van stedelijke ontwikkellocaties. In de rivierengebied wordt niet gebouwd tot duidelijk is welke toekomstige ruimtelijke reserveringen hier nodig zijn. De zoekgebieden voor woningbouw is hierdoor sterk beperkt.
Mobiliteit • • •
De noodzaak tot reizen wordt zoveel mogelijk geminimaliseerd. Nabijheid gaat voor snelheid, lopen en fietsen gaan voor het OV. De auto wordt alleen gebruikt als het niet anders kan. Minder consumptie = minder vervoer. Het binnenstedelijke transport gebeurt vooral met (goederen)fietsen. Daarbuiten is er geen next day delivery en is het aantal ritten geminimaliseerd. Er is vooral geïnvesteerd in infrastructuur voor lopen en fietsen en voor het openbaar vervoer (voor de beperking van het autogebruik).
Economie • • • • • •
De publieke sector (overheid en zorg) en de zakelijke dienstverlening zijn in omvang toegenomen. De bouwnijverheid en de consumentendiensten zijn iets gegroeid. De logistiek en de detailhandel zijn gekrompen en de maakindustrie is fors afgenomen. Er is een grotere spreiding van economische activiteiten over het land, maar wel met concentraties van activiteiten rond knooppunten. Er komen er wel nieuwe bedrijventerreinen, maar het totale ruimtebeslag van bedrijventerreinen is afgenomen. Bij stedelijke centra zijn er meer locaties bijgekomen voor hergebruik van onderdelen en producten, reparatie en tijdelijke opslag. Het aantal datacentra is toegenomen. De vraag naar kantoorruimte is afgenomen. Er wordt namelijk vaker in deelkantoorruimten in de nabijheid en vanuit huis gewerkt, zowel in de private als in de publieke sector.
Energietransitie • • • • • • •
Het hoofddoel van het energiesysteem is dat het systeem schoon moet zijn: de ecologische voetafdruk is bepalend. De energievraag is relatief laag: besparen is een nationale plicht geworden en er zijn duidelijke nationale regels Het energieaanbod wordt nationale gecoördineerd en lokaal ingevuld. De baseload is laag doordat er veel werk wordt gemaakt van energiebesparing. Geothermie en aquathermie spelen een belangrijke rol bij warmte. Voor het flexibele aanbod zijn batterijen en waterstof belangrijk. De elektriciteit die hiervoor nodig is wordt vooral geleverd via wind op zee en import (bij weinig zon en wind). In het variabele aanbod wordt voorzien met grootschalige inzet van hernieuwbare energie: zon, wind op land en wind op zee. De Rijksoverheid reguleert het energiesysteem sterk en neemt zelf vaak het initiatief.
Klimaat & Water •
De natuurlijke gesteldheid van water, bodem en ondergrond is leidend geworden voor het gebruik ervan. 2
59
• • • • •
Er is meer ruimte voor de rivier ontstaan en er zijn veel multifunctionele dijken (deltadijken) en overstroombare dijken. Er zijn veel reserveringen voor hoge afvoeren in rivierengebied, gebieden waar het overstromingsgevaar (zeer) hoog is en dijkringen langs de grote rivieren. Het IJsselmeer en de grote rivieren zijn heel belangrijk geworden als drinkwaterbron. Het Oostelijke deel van het Markermeer is een overstroombare groene archipel geworden. Als bron is grondwater grotendeels vervangen door oppervlaktewater; de grondwateronttrekkingen voor drinkwater en door industrie zijn met 30% afgenomen. Binnen 1.000 m van grondwaterafhankelijke natuurgebieden is beregening uit grondwater niet meer toegestaan.
Landelijk gebied • • • • •
60
In de landbouw staan natuur en dierwelzijn voorop. Er heeft zich een eiwittransitie voltrokken. De grondgebonden landbouw is grotendeels natuur-inclusief, circulair en biologisch geworden. De intensieve veehouderij is vrijwel uit het land verdwenen en de melkveehouderij grotendeels. De glastuinbouw is klimaatneutraal en energetisch gemengd geworden Het Natuurnetwerk Nederland is voltooid en sterk uitgebreid; daarnaast is er overal natuur-inclusief ruimtegebruik met ecosysteemdiensten Hierdoor zijn geen overgangsgebieden rond verzuringsgevoelige natuur nodig, maar wel hydrologische buffers tegen verdroging. Beekdalen en veengebieden fungeren als klimaatbuffers. Het landelijke gebied is voor een belangrijk deel met groenblauwe landschapselementen dooraderd.
3
MONDIAAL ONDERNEMEND
Algemene situatie in 2050 Samenleving • De samenleving is sterk geïndividualiseerd: individuele vrijheid en verantwoordelijkheid zijn belangrijk, evenals prestatiegerichtheid en hedonisme. • Wat betreft duurzaamheid gaat Profit gaat voor People en Planet. De sociale en economische ongelijkheid is groot. • De houding tegenover technologie is positief voor zover zij zorgt voor meer welvaart en minder milieubelasting. Economie • De economische ontwikkeling wordt gekenmerkt door groene groei, waarbij meer welvaart voor een groot deel samengaat met minder milieubelasting. • Grote, internationale bedrijven domineren de economie, inclusief de infrastructuur en de stedelijke ontwikkeling. • De overheid faciliteert het bedrijfsleven, maar stelt strenge eisen wat betreft verduurzaming. As principe geldt de vervuiler betaalt. Ruimtegebruik • Bedrijven zijn gevestigd op centrale vervoersknopen en andere goed bereikbare plekken. Hier hebben zij hun kantoren en worden veel producten voor de internationale markt verhandeld. • Naast veel exclusieve woonmilieus, waaronder drijvende woningen, zijn er ook veel woonmilieus die een basale kwaliteit hebben. Ruimtelijke patronen • De Randstad is veranderd in de Middenstad. Zij concurreert met Londen en Parijs en contrasteert met Kransland, dat in het noorden, oosten en zuiden van het land ligt.
• Er zijn veel grote bedrijventerreinen; deze bedrijventerreinen liggen vooral bij multimodale transportknooppunten. 1
61
Wonen • • • • • •
Alle varianten van wonen komen voor in dit scenario: van heel luxe tot gestandaardiseerd en basaal. Werken gebeurt in central business districts en campussen; ook op doorsnee bedrijventerreinen en thuis. Onzuinige gebouwen maken plaats voor zuinige; dit gebeurt ook uit economische overwegingen; stedelijke energieopwekking speelt een beperkte rol. De stad komt het land in: harde scheidingen, maar ook groen wonen op stad-land-overgangen; natuur als plus voor vestigingsklimaat. Er wordt niet gebouwd in gebieden die gereserveerd zijn voor de opvang van grotere rivierafvoeren. Wel wordt er in diepe polders gebouwd. Grote, internationale bedrijven bepalen de stedelijke ontwikkeling grotendeels onder randvoorwaarden van overheden; de grote private investeerders domineren.
Mobiliteit • • • • •
Er is een grote voorkeur voor de eigen auto; veel auto’s rijden autonoom, ook in de steden. De reisafstanden zijn groot. Er is hoogwaardig OV binnen en tussen de grote steden en regionaal OV voor wie geen auto kan betalen. Het vervoerd volume is sterk toegenomen; hoge efficiency door platooning en grote distributiecentra; in stedelijk gebied worden autonome voertuigen ingezet. Er is flink geïnvesteerd in het wegennet en in het OV in en rond de grote steden. Veel wegen zijn privaat en beprijsd. Het internationale vervoer is verbeterd door hogesnelheidstreinen, intercity’s en bus rapid transit.
Economie • • • • • •
62
De zakelijke dienstverlening is sterk gegroeid; de logistiek, bouwnijverheid, detailhandel en consumentendiensten zijn ook gegroeid. In de publieke sector is de zorg gegroeid; de rest van de publieke sector is juist gekrompen. Bestaande bedrijventerrein zijn uitgebreid en verdicht en er zijn nieuwe bedrijventerreinen ontwikkeld. Het totale ruimtebeslag is met 40% gegroeid; verspreid over het land zijn er installaties voor recycling en zijn er hubs voor hergebruik en recycling van bouwmaterialen. Het aantal distributiecentra is blijven groeien; dat geldt ook voor de schaal ervan; het aantal datacentra is sterk toegenomen. De vraag naar kantoren is toegenomen; dat komt vooral door de sterke groei van de zakelijke dienstverlening.
2
Energietransitie • • • • • •
Het belangrijkste doel van het energiesysteem is dat het betaalbaar moet zijn. De energievraag is hoog, vooral in de Middenstad. Energie wordt wel efficiënt ingezet. Het energieaanbod wordt door grote internationale bedrijven gedomineerd; het aanbod is grootschalig en (inter)nationaal De baseload bestaat uit grootschalige kernenergie en uit waterstof (importeren en omzetten van elektriciteit) Het flexibele deel wordt ingevuld door import en export van elektriciteit en waterstof, met acceptatie van het energieverlies dat optreedt Het variabele deel bestaat uit grootschalig inzet van hernieuwbare energie, windenergie op land en windenergie op zee.
Klimaat & Water • • • • • •
Er is een sterke voorkeur voor technische en economische oplossingen. De waterveiligheid van de Middenstad is vergroot: er zijn veel verzwaarde dijken en met nieuwe technieken gebouwde smalle en hoge dijken en ook veel retentiegebieden. Er zijn vele reserveringen voor hoge afvoeren in de rivierengebied en de beekdalen waar het overstromingsgevaar heel hoog is. De inrichting van het IJsselmeer en het Markermeer is afgestemd op de optimale zoetwaterbuffer. Afhankelijk van het overstromingsgevaar zijn de dijken verhoogd of wordt er aangepast gebouwd, bijv. drijvend of op palen. Bij de drinkwatervoorziening staan de leveringszekerheid en een goede drinkwaterkwaliteit voorop.
Landelijk gebied • • • • •
De landbouw is grootschalig en sterk gemechaniseerd en gerobotiseerd. Dit levert rationele cultuurlandschap met grote gebouwen en technische installaties op. De niet-grondgebonden landbouw is geconcentreerd in greenports en agro-industriële clusters. De veehouderijbedrijven zijn vanwege het zoönosegevaar van elkaar gescheiden. Deze landbouw is verspreid over het land en gecombineerd met datacentra, energievoorziening, bedrijventerreinen en woningbouw i.v.m. gedeelde reststoffen en andere verbonden stromen. Het Natuurnetwerk Nederland is voltooid en vormt de kern van een groen-recreatieve ruggengraat met veel verblijfsrecreatie en zorgbedrijven. De natuur is gescheiden van de landbouw m.u.v. overgangsgebieden (1000 m) met natuur-inclusieve landbouw en beperkte hydrologische buffers rond kwetsbare natuurgebieden.
3
63
REGIONAAL GEWORTELD
Algemene situatie in 2050 Samenleving • Burgers zorgen via gemeenschappen voor elkaar en voor de natuur en het landschap. • People gaat voor Planet en Profit. • Vertrouwen, samenredzaamheid en menselijke maat zijn belangrijk. Economie • Kleine en middelgrote bedrijven spelen een voorname rol; burgers en bedrijven werken veel samen. • Regionale zelfvoorziening staat voorop, ook al is dat niet volledig te bereiken; de informele economie is sterk gegroeid. Ruimtegebruik • Het lokale is belangrijk: in de eigen buurt komen veel activiteiten samen; in wijken zijn er buurthubs voor kleinschalige reparatie en hergebruik van producten. • Er is een grote diversiteit aan natuur-inclusieve landbouwbedrijven; veel natuurgebieden zijn klein maar toegankelijk. Ruimtelijke patronen • Nederland bestaat uit een mozaïek van lokale en regionale landschappen; er is een gevarieerd patroon van bestaande woonkernen. • Kleinschalige bedrijventerreinen liggen in woonkernen; regionale identiteiten verschillen duidelijk van elkaar.
1
64
Wonen • • • • • •
In bepaalde stedelijke gebieden zijn er groene en blauwe wijken. Wat betreft klimaatadaptatie gaat het vooral om kleinschalige oplossingen. De woonkwaliteit staat voorop: er zijn veel levensloopbestendige en meer-generatiewoningen en er zijn veel buurtwerkhubs. De detailhandel is kleinschalig en vooral op kwaliteit gericht; de openluchtrecreatie is op ‘streekeigenheid’ gericht. Bewonerscollectieven, kleinschalige corporaties, lokale overheden en marktpartijen ontwikkelen samen; burgergroepen nemen hierbij vaak het initiatief. Er is veel sprake van kleinschalige energieopwekking door energiecoöperaties; dit gebeurt vooral op de schaal van de wijk, de stad en de regio. Er wordt niet bouwen in gebieden die gereserveerd zijn voor de opvang van grotere rivierafvoeren. In diepe polders wordt wel gebouwd: er zijn hogere dijken of er is aangepast gebouwd.
Mobiliteit • De vervoerssystemen worden op lokaal niveau georganiseerd. De omgevingskwaliteit is belangrijker dan de reistijd of de snelheid. Wijkbussen en deelsystemen spelen een belangrijke rol. • De regionalisering van de economie brengt korte afstanden van het goederenvervoer met zich mee. De buurthubs spelen een centrale rol bij de verzending en de ontvangst van pakketten. • Wat betreft de infrastructuur is er vooral in regionale projecten geïnvesteerd. Dat geldt zowel voor de wegen als voor het openbaar vervoer. Economie • • • • • • •
Er is een uitbreiding en een schaalverkleining van de publieke dienstverlening opgetreden. Door het terughalen van productie en de groei van ambachtelijke productie is er mee maakindustrie. De bouwnijverheid, de consumentendiensten en de detailhandel zijn ook gegroeid; de zakelijke dienstverlening en de logistiek zijn juist gekrompen. Bepaalde bedrijvigheid is rond regionale centra geclusterd, omdat transportkosten hoog zijn en bedrijven bepaalde voorzieningen en infrastructuur delen, zoals de energievoorziening. Bedrijventerreinen zijn uitgebreid en bevinden zich vooral rond en binnen de steden en verspreid in de regio’s. Er is sprake van het terughalen van sommige productie en van een toename van de ambachtelijke productie. Er is sprake van meer lokale recycling, reparatie en revisie. Daarnaast vergen het hergebruik en het lokaal delen tijdelijke opslagruimte. De logistiek neemt minder ruimte in. En het aantal datacentra is niet toegenomen. De vraag naar kantoorruimte voor de zakelijke dienstverlening is sterk gekrompen, vooral in de Randstad.
Energietransitie • • • • •
Het voornaamste doel van het energiesysteem is dat het betaalbaar moet zijn (consumententarieven). Er is sprake van een lage energievraag. Energie besparen met de straat of met de buurt is een sport geworden (leuk en noodzakelijk). Het energieaanbod is regionaal: elke regio ziet wat zij wil en kan doen; er is alleen nationale coördinatie waar dat nodig is. Het regelbare vermogen bestaat vooral uit het gebruik van fossiel gas en houtige biomassa, beide in combinatie met CO2-afvang en opslag (CCS). Wat betreft het flexibele aanbod treedt er door de grote nadruk op regionale zelfvoorziening soms netwerkfalen op. Hierdoor komt de leveringszekerheid in het geding. 2
65
•
Het variabele aanbod wordt geleverd via de kleinschalige inzet van hernieuwbare energie: zon, wind op land en ook wind op zee.
Klimaat & Water • • • • •
De verantwoordelijkheden liggen vooral bij de lokale en regionale gemeenschappen en overheden. Een nationale aanpak is hierdoor lastig geworden. Wat betreft waterveiligheid ligt de nadruk op maatregelen die waterschappen en regioprovincies kunnen treffen. Karakteristieke landschappen worden ontzien of juist versterkt. Er zijn verschillende regionale oplossingen: buffering, grondwater, oppervlaktewater, hergebruik en ontzilting. Het accent ligt op de regionale zelfvoorziening; in sommige regio’s staat de leveringszekerheid onder druk. De belangen van de benedenstroomse gebieden komen vaak in de knel. Er is veel sprake een combinaties van waterwinning met recreatie en natuur, ook in de steden.
Landelijk gebied • Voedsel wordt vooral voor de lokale en regionale markt geproduceerd. Lokale en regionale gemeenschappen participeren in de landbouw en in het natuurbeheer. Er zijn korte kringlopen. • De grondgebonden landbouw is natuur-inclusief, circulair met korte ketens en afhankelijk van de gemeenschap biologisch. Veel zijn veel coöperatieve bedrijven met een verbreed verdienmodel. • De greenports en de intensieve veehouderijen zijn gekrompen en zijn voor een groot deel versmolten met de stad. De grootschalige import van veevoer en kunstmest is vrijwel verdwenen. • Het Natuurnetwerk Nederland is voltooid. Daarnaast is er veel boerennatuur en natuur voor mensen. Verder is er veel natuur-inclusief ruimtegebruik met ecosysteemdiensten. • Er zijn geen overgangsgebieden tussen landbouw en natuur nodig, wel hydrologische buffers tegen de verdroging. De beekdalen en de veengebieden fungeren als klimaatbuffers.
66
3
SNELLE WERELD
Algemene situatie in 2050 Samenleving • Digitale leefstijlgroepen (bubbels) zijn vluchtig, maar ondernemen veel initiatieven. • De voorkeur voor Planet, People of Profit verschilt per bubbel. • Er is veel vertrouwen in technologische innovatie. Economie • Nederland is economisch welvarend; de beleveniseconomie draait op volle toeren. • Kleine hightechbedrijven zijn leidend in de economie. • Veel goederen en diensten worden gedeeld en de bezorgdiensten floreren sterk. • De mededingingsautoriteit treedt krachtig op en garandeert de individuele vrijheden van burgers en consumenten. Ruimtegebruik • Ruimte wordt meervoudig gebruikt en digitaal geprogrammeerd. Veel plekken en gebouwen zijn onbestemd. Werklocaties zijn flexibel voor verschillende bedrijfsactiviteiten. • De landbouw varieert van grootschalig en hightech tot kleinschalig en multifunctioneel. Veel natuurgebieden op land zijn klein en tijdelijk. • Op zee wordt energie opgewekt via windparken, drijvende zonneparken, aquacultuur e.d. De visserij heeft weinig ruimte. De natuurgebieden zijn beperkt tot de huidige schermde gebieden. Ruimtelijke patronen • De digitale ruimte is belangrijker dan de fysieke ruimte. De locatie doet er minder toe, wat leidt tot spreiding. Fysiek levert dit een veranderende lappendeken op. • Naast hotspots zijn er ook coldspots. Bedrijven en burgers zijn naar buiten de Randstad getrokken.