CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 – Aanvraagformulier Uitgebreid BUIG Vangnetuitkering 2025

Raad Besluitvormingsronde 29 juni 2026, gemeente ZwolleBij agendapunt: Aanvraag BUIG vangnetuitkering 202510.737 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? De gemeente heeft inzicht gekregen hoe om te gaan met complexe problematiek bij gezinnen door middel van het toepassen van maatwerk. In vele gevallen is maatwerk noodzakelijk en mogelijk binnen de bestaande wet- en regelgeving, vaak meer dan er in de reguliere uitvoering benut wordt. Ook is het inzicht verkregen om te beginnen vanuit een zelf aangedragen oplossing. Dit leidt tot een grotere motivatie en een eigen regie van het gezin, ofwel een duurzame oplossing. c) Hoe wordt dit inzicht toegepast binnen de gemeente? De opgedane inzichten en het bijhorende gedachtegoed worden structureel verankerd in de 31

reguliere uitvoering. Dit gebeurt onder meer door de doorontwikkeling van het Sociaal Wijkteam (SWT) en de afdeling Inkomensondersteuning. De gemeente gebruik deze aanpak om gezinnen met complexe problematiek beter te ondersteunen en om herhaling 4. Invoering van de brede intake en doorontwikkeling van de participatieketen (onderdeel van het eerdere Innovatielab). Door het structureel invoeren van een brede intake voor nieuwe bijstandsaanvragen en het verder optimaliseren van de participatieketen worden inwoners beter en duurzaam in beeld gebracht, zodat ondersteuning beter aansluit bij hun situatie, mogelijkheden en ontwikkelpotentieel. Uitleg In de afgelopen jaren is binnen het Innovatielab geëxperimenteerd met een andere manier van werken binnen de participatieketen, waarbij de ondersteuning nadrukkelijk wordt ingericht vanuit het perspectief van de inwoner. In dit lab hebben onder andere Tiem, Inkomensondersteuning, Sociaal Wijkteam, RMC, Inburgering en het regionaal bureau zelfstandigen gezamenlijk gewerkt aan betere afstemming en samenhang in de dienstverlening. De ervaringen met het Innovatielab hebben geleid tot het deels implementeren en doorontwikkeling van de werkwijze. Een belangrijk onderdeel hiervan is de invoering van een brede intake bij aanvragen voor een bijstandsuitkering.

Met deze brede intake wordt beoogd de ondersteuningsvragen van inwoners vanaf de start zo volledig mogelijk in beeld te brengen. Daarbij wordt gekeken naar persoonlijke situatie, eventuele problematiek, competenties, ontwikkelpotentieel en participatiemogelijkheden. De brede intake draagt eraan bij dat inwoners blijvend goed in beeld blijven en dat ondersteuning tijdig en passend kan worden ingezet. Eén van de onderdelen is om de inkomensconsulenten beheer en intake samen te voegen, zodat de inwoner één aanspreekpunt heeft. Hierdoor ontstaat meer continuïteit, wordt de inwoner beter gekend en kunnen gesprekken effectief worden opgevolgd. Taken en verantwoordelijkheden binnen de keten worden hierbij duidelijk belegd en er worden heldere afspraken gemaakt tussen de verschillende schakels over rollen, taken en samenwerking. Ook is de maatregel uit voorgaande jaren, Basismeter, hierin opgenomen. Hiermee wordt vanaf het eerste contact inzicht gekregen in basisvaardigheden, belemmeringen en ontwikkelmogelijkheden van inwoners. Door dit onderdeel te laten zijn van de brede intake wordt bewust gekozen voor positionering van dit instrument aan de voorkant van het proces. Hiermee vervalt de noodzaak om Basismeters later in het traject, bijvoorbeeld binnen het SWT, (opnieuw) in te zetten (doorontwikkeling ten opzichte van eerdere maatregelen).

De brede intake is zo ingericht dat alle inwoners die een bijstandsaanvraag doen dit meetinstrument doorlopen. Daarbij wordt rekening gehouden met bestaande werkwijzen zodat instrumenten elkaar versterken. Om de brede intake goed te kunnen uitvoeren, wordt de keten rond arbeidsparticipatie verder geoptimaliseerd. De ketenoptimalisatie is noodzakelijk om opvolging te geven aan de gesprekken die met inwoners worden gevoerd en om te zorgen dat ondersteuning vanuit verschillende domeinen goed op elkaar aansluit. De opdracht van de brede intake omvat hierbij nadrukkelijk ook het naar voren halen van onderdelen van begeleiding en ondersteuning. Waar mogelijk wordt direct ingezet op re-integratie en participatie. Inwoners bij wie met korte interventies stappen richting werk mogelijk zijn, worden zo vanaf het eerste moment gericht ondersteund en kunnen sneller weer aan de slag. De brede intake vormt daarmee een belangrijk fundament voor de vernieuwde werkwijze binnen de participatieketen. 32

Door inwoners beter en duurzaam in beeld te brengen en ondersteuning samenhangend en op maat te organiseren, wordt effectiever gestuurd op de omvang van de bijstandspopulatie. Dit leidt tot meer passende ondersteuning, betere ontwikkelkansen voor inwoners en uiteindelijk tot meer duurzame uitstroom uit de bijstand, wat bijdraagt aan de reductie van de BUIG-tekort. a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? De gemeente Zwolle heeft deelgenomen aan een leernetwerk met de gemeente Den Bosch, begeleid door Significant. De leerbijeenkomsten vonden plaats in het kader van een pilot gericht op leren en verbeteren binnen gemeenten die te maken hebben met een uitgebreid vangnet BUIG. Vanuit Zwolle namen medewerkers deel van Tiem, beleid en uitvoering. Vanuit het ministerie van SZW sloten daarnaast externe deskundigen aan bij de leerbijeenkomsten. De ontwikkeling is intern opgenomen als onderdeel van het programma arbeidsparticipatie van de gemeente Zwolle. b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? De externe consultatie binnen het leernetwerk bevestigd dat een goede werking van de participatieketen sterk afhankelijk is van heldere samenwerking, duidelijke casusregie en een integrale intake.

Uit de uitwisseling bleek dat verschillen in organisatorische inrichting direct invloed hebben op de snelheid en samenhang van de ondersteuning aan inwoners. Met name bij inwoners met meervoudige problematiek en een (deels) arbeidsmarktperspectief is het essentieel dat één partij de regie voert en dat rollen en verantwoordelijkheden binnen de keten expliciet zijn vastgelegd. Daarnaast werd duidelijk dat het vroegtijdig en gezamenlijk in beeld brengen van inwoners, inclusief hun ondersteuningsvragen, competenties en ontwikkelpotentieel, helpt om gerichter te prioriteren en passende ondersteuning in te zetten. Deze inzichten onderstrepen het belang van een brede intake en versterkte ketensamenwerking om inwoners beter te begeleiden en uitstroom uit de bijstand te bevorderen. c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Het invoeren en verder uitrollen van een brede intake en is er ingezet op expliciteren van afspraken binnen de participatieketen over rollen, taken en samenwerking.

33

C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie (C1). Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen wordt gemonitord (C2). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd (C1). Indien het kwantificeren van het effect van maatregelen slecht of niet mogelijk is, kan het college volstaan met een kwalitatieve toelichting. C1. Beoogd effect van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie. Met het samenhangende pakket aan interne en externe maatregelen beoogt de gemeente Zwolle de bijstandspopulatie structureel te beïnvloeden en daarmee het BUIG‑tekort verder te reduceren. De maatregelen richten zich primair op het beter en eerder in beeld krijgen van inwoners, het verbeteren van de samenhang in de ondersteuning en het effectiever benutten van arbeidspotentieel, met als doel instroom te beperken, uitstroom te bevorderen en de gemiddelde bijstandsduur en ‑last te verlagen.

De invoering van de brede intake en de doorontwikkeling van de participatieketen maken het mogelijk om inwoners vanaf het eerste contact integraal te beoordelen op ondersteuningsvraag, competenties en ontwikkelpotentieel. Hierdoor kan sneller worden toegewerkt naar participatie, werk of passende activering en wordt voorkomen dat inwoners onnodig lang in de bijstand blijven. De ervaringen uit het Innovatielab laten zien dat deze manier van werken leidt tot meer samenhang in de dienstverlening en betere opvolging van afspraken met inwoners. Daarnaast dragen gerichte maatregelen, zoals de inzet op parttime werkenden en Project 150, bij aan het beter benutten van bestaand arbeidspotentieel binnen het uitkeringsbestand. Door inwoners actiever en persoonlijker te benaderen ontstaat ruimte om arbeidsvolume te vergroten of ondersteuning af te schalen waar mogelijk. Dit leidt tot een verlaging van de gemiddelde uitkeringslast per inwoner en draagt daarmee direct bij aan tekortreductie. Ook externe maatregelen, zoals de inzet op voorliggende voorzieningen en specifieke leer‑ en begeleidingstrajecten voor doelgroepen, hebben tot doel de uitstroom uit de bijstand te versnellen en de afhankelijkheid van inkomensondersteuning te verminderen.

Niet alle effecten zijn op korte termijn volledig en eenduidig toe te schrijven aan individuele maatregelen, maar in samenhang dragen zij bij aan een geleidelijke en structurele daling van het tekort, waarbij Zwolle beter in staat wordt gesteld om ten opzichte van het landelijk gemiddelde te presteren.

34

C2. De wijze waarop het effect van de maatregelen wordt gemonitord. De gemeente Zwolle monitort de effecten van de getroffen maatregelen via de bestaande sturings‑ en verantwoordingscyclus. Daarbij wordt gebruikgemaakt van periodieke managementinformatie en rapportages over onder andere het bijstandsvolume, instroom‑ en uitstroomontwikkelingen, de duur van uitkeringen en de inzet van participatie‑ en re‑integratie‑instrumenten. Voor maatregelen gericht op beter inzicht in de populatie (zoals de brede intake, Project 150 en ketenoptimalisatie) wordt gekeken naar de mate waarin inwoners vollediger en actueler in beeld zijn, of ondersteuning beter wordt afgestemd en of opvolging binnen de keten tijdiger plaatsvindt. De uitvoering levert hierover voortgangsinformatie aan, die wordt benut om waar nodig bij te sturen. Maatregelen met een directe financiële component, zoals de inzet op parttimers en voorliggende voorzieningen, worden gevolgd aan de hand van het aantal betrokken inwoners, de gerealiseerde uitstroom, de verlaging van uitkeringslasten en de ontwikkeling van de gemiddelde uitkering. Ook ervaringen uit de uitvoering en leeropbrengsten uit pilots en projecten worden systematisch vastgelegd. De resultaten worden periodiek besproken in management‑ en bestuurlijk overleg en betrokken in reguliere rapportages aan college en raad.

Op deze wijze wordt geborgd dat de effecten van de maatregelen zichtbaar blijven en dat tijdig kan worden bijgestuurd om de beoogde tekortreductie te realiseren.

35

D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen. Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, is het aan de colleges en raden van gemeenten om de aanvraag op te stellen en in te dienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. De verklaring is slechts geldig indien het college deze met het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier heeft aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle verklaart dat het vóór 15 augustus 2026 de genoemde interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,

Naam van de ondertekenaar: D. Emmer De burgemeester,

Naam van de ondertekenaar: P. Snijders

36

2. Instemming gemeenteraad In artikel 10, eerste lid, onderdeel d, Besluit Participatiewet staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.

De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.

voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.

Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2026 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Zwolle stemt in met de onder 1 door het college van deze gemeente afgegeven verklaring. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad. De voorzitter,

Naam van de ondertekenaar: P. Snijders De griffier,

Naam van de ondertekenaar: E. Meurs 37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=d28a426d-934c-422a-90d4-ed322b0e3418