Bijlage 1 – Aanvraagformulier Uitgebreid BUIG Vangnetuitkering 2025
Tekst van het document
Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2025 Versie: uitgebreid verzoek
Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen zijn: • het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; • het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; • het college geeft een toelichting op deze verklaring; • de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2026 hebben ontvangen. Het ingevulde aanvraagformulier dient voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt na ondertekening aangeboden aan de commissie via de website.
Uitgebreid formulier Dit betreft het uitgebreide formulier. Een gemeente maakt gebruik van dit formulier wanneer één van de volgende situaties van toepassing is: • Voor een aanvraag voor het uitgebreide vangnet, waarbij een eigenrisicodrempel van 5% geldt. Hiervoor dient een gemeente over 2022, 2023 en 2024 voor minimaal twee van die jaren een tekort te hebben gehad van minstens 5%. • Voor een aanvraag voor het reguliere vangnet (eigenrisicodrempel van 7,5%). Hiervoor dient een gemeente over 2023 en/of 2024 een vangnetuitkering te hebben ontvangen. Uitzondering hierop betreft gemeenten tot 5.000 inwoners. Deze mogen te allen tijde gebruik maken van het basisformulier, ook als in 2023 en/of in 2024 een vangnetuitkering is toegekend of wanneer een aanvraag wordt gedaan voor het uitgebreide vangnet.
Aanpassingen in het format van de pagina’s met vragen en ondertekening niet toegestaan Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast.
Meer informatie Op de website van de Toetsingscommissie staat een verdere toelichting op dit formulier: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2025 De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG: https://vng.nl/artikelen/vangnetuitkering-participatiewet-informatie-voor-raadsleden
1
1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat uit de volgende onderdelen: Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
2
Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Die geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij of zij instemt. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal 300 à 400 woorden. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort De gemeente Zwolle heeft in 2025 een tekort op het BUIG-budget van 6,8%. Dit tekort is structureel van aard en komt voort uit een combinatie van landelijke en lokale factoren. Sinds de invoering van het objectieve verdeelmodel in 2015 is Zwolle structureel onderbedeeld: het toegekende aandeel uit het macrobudget blijft achter bij de feitelijke uitgaven.
Dit geldt met name voor centrumgemeenten, waarbij kenmerken zoals een complex stedelijk profiel, wijksegregatie, instroom vanuit onderwijs en het aandeel kwetsbare huishoudens onvoldoende in het verdeelmodel worden meegenomen. Daarnaast wijkt de ontwikkeling van het bijstandsbestand in Zwolle af van het landelijk gemiddelde. Hoewel de instroom lager ligt, geldt dit ook voor de uitstroom, waardoor het totale bijstandsvolume licht toeneemt. De instroom van statushouders, het uitsterfbeleid binnen Wajong en WSW en het stabiele aandeel langdurig bijstandsgerechtigden zorgen voor blijvende druk op het budget. Structurele tekortreductie is alleen mogelijk wanneer Zwolle beter presteert dan het landelijk gemiddelde, aangezien landelijke dalingen rechtstreeks doorwerken in het macrobudget. Daarom is het van belang om iedere inwoner in beeld te hebben en passende begeleiding te bieden. B. Samenvatting onderdeel getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. Om het tekort verder te reduceren heeft Zwolle een samenhangend pakket aan maatregelen getroffen. Daarbij is bewust gekozen om bestaande maatregelen te continueren en gericht aan te scherpen, en enkele nieuwe maatregelen toe te voegen met nadruk op beter inzicht in de bijstandspopulatie.
Belangrijke interne maatregelen zijn het versterken van de ketensamenwerking binnen de participatieketen, het actiever in beeld brengen van inwoners die parttime werken en Project 150, waarin een deel van het uitkeringsbestand verdiepend is herbeoordeeld. Deze maatregelen verbeteren de samenhang in de dienstverlening, zorgen voor duidelijkere casusregie en maken gerichte ondersteuning mogelijk. Daarnaast zijn externe maatregelen getroffen, waaronder het inzetten op voorliggende voorzieningen, specifieke leer‑ en begeleidingstrajecten voor doelgroepen zoals vrouwelijke statushouders en de
3
structurele borging van de Doorbraakmethode. Deze maatregelen zijn tot stand gekomen op basis van externe consultatie en kennisdeling en dragen bij aan effectievere ondersteuning en uitstroom. C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Met dit pakket aan maatregelen beoogt Zwolle instroom te beperken, uitstroom te bevorderen en de gemiddelde uitkeringsduur en -last per inwoner te verlagen. Door inwoners eerder en beter in beeld te brengen en ondersteuning beter af te stemmen op hun situatie, wordt onnodige bijstandsafhankelijkheid voorkomen. De maatregelen dragen in samenhang bij aan een geleidelijke en structurele reductie van het BUIG-tekort. Monitoring vindt plaats via de reguliere P&C-cyclus, managementinformatie en voortgangsrapportages, zodat tijdig kan worden bijgestuurd.
4
Op welke wijze heeft het college de gemeenteraad geïnformeerd?
In dit onderdeel beschrijft het college op hoofdlijnen hoe het de raad betrokken heeft bij het proces vanaf de signalering van het tekort. Daarbij gaat het om het proces van het bepalen en treffen van maatregelen tot aan het moment van het voorleggen van de verklaring van het college aan de raad. Het college geeft aan op welke momenten het de gemeenteraad heeft geïnformeerd. Het college dient hiervoor een X te plaatsen bij de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X
Moment in het proces
X
De kadernota, de begroting.
X
Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening.
X
Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Berap, Marap etc)
X
Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties.
X
Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen. Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.
5
Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden plaatst het college een X voor de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. X
Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek om meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen
NB: bovenstaande tabel dient pas te worden ingevuld nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden.
6
A. Analyse van de oorzaken van het tekort In dit onderdeel dient het college een analyse op te nemen van de oorzaken van het tekort (A1). Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente of de eigen arbeidsmarktregio. Ook dient het college een analyse op te nemen van de effecten van de getroffen maatregelen in voorgaande jaren (A2). A1.
Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente
Omvang van het tekort Voor 2025 komt de gemeente Zwolle uit op een tekort op het Bundeling van Uitkeringen Inkomensvoorzieningen aan Gemeenten (BUIG-budget). Dit budget wordt ingezet voor de volgende regelingen: algemene bijstand, loonkostensubsidie, IOAW, IOAZ en BBZ. De algemene bijstand vormt het grootste deel van de totale BUIG-uitgaven. Financieel resultaat 2025 • Totale uitgaven (lasten): € 71,46 miljoen • Rijksbijdrage (baten): € 66,92 miljoen • Tekort: € 4,54 miljoen • Tekortpercentage: 6,8% Ontwikkeling ten opzichte van voorgaande jaren Er is sprake van een tekort, maar zien een dalende trend: • 2022: 14,8% • 2023: 11,5% • 2024: 6,8% • 2025: 6,8% Vangnetregeling Ondanks de daling kan de gemeente in 2025, in tegenstelling tot 2024, wél aanspraak maken op de Vangnetregeling. Dit komt doordat de eigen risicodrempel is verlaagd van 7,5% (2024) naar 5% (2025). De verdeling van het tekort ziet er als volgt uit: • Vangnetuitkering 2025: € 600.397,• Ten laste van gemeentebegroting: € 3,94 miljoen In het volgende onderdeel volgt een gedetailleerde analyse van de oorzaken achter dit tekort. Verdeelmodel, structureel tekort en kaders Gemeenten ontvangen uit een macrobudget een aandeel (BUIG) op een objectieve verdeling.
De systematiek achter deze objectieve verdeling is dat op huishoudniveau een inschatting wordt gemaakt van de kans dat een huishouden in de bijstand terecht komt. Zwolle heeft al sinds de invoering van dit objectieve verdeelmodel een tekort op het BUIG-budget: Het aandeel dat op basis van deze objectieve verdeling wordt ontvangen uit het macrobudget is kleiner dan de werkelijke uitgaven aan bijstand. Dit geldt vrijwel voor alle centrumgemeenten. Specifieke kenmerken van centrumgemeenten zitten niet goed in het model, wat ook in Zwolle leidt tot een tekort. Daarnaast wordt in het huidige verdeelmodel onvoldoende rekening gehouden met factoren zoals wijksegregatie, een complex stedelijk profiel, het aandeel hoogopgeleiden, het aandeel huishoudens met huurtoeslag, instroom vanuit het onderwijs en het aandeel huishoudens met en verhoogde kans op bijstand.
7
Het BUIG-budget aan gemeenten is niet direct gekoppeld aan het aantal inwoners in de gemeenten die gebruik maken van de algemene bijstand, loonkostensubsidie, IOAW, IOAZ of BBZ. Als het aantal inwoners met een uitkering in de gemeente Zwolle daalt, dan betekent dit in principe een lager tekort op de bijstand. Wanneer deze daling echter ook landelijk plaatsvindt, daalt tegelijkertijd het landelijke macrobudget. In dat geval profiteert Zwolle hier niet van en blijft het tekort procentueel gelijk. Om het tekort daadwerkelijk te verlagen, is het daarom noodzakelijk dat Zwolle beter presteert dan het landelijk gemiddelde. Vergelijking tot landelijke cijfers Hoe de gemeente Zwolle het doet ten opzichte van het landelijk gemiddelde kan worden afgelezen aan het budgetaandeel van de werkelijke bijstandsuitgaven gerelateerd aan het macrobudget. Onderbedeling of overbedeling van het macrobudget in enig jaar vertroebelt enigszins het beeld. Vandaar dat we vervolgens ook nader inzoomen op de situatie in Zwolle. Jaar Netto 2015 44.942 2016 47.721 2017 50.935 2018 50.785 2019 49.974 2020 52.281 2021 52.670 2022 52.540 2023 59.221 2024 66.811 2025 71.294
Budget 42.722 43.052 46.311 47.981 46.619 48.904 49.714 45.759 53.081 62.544 66.920
Tekort -2.220 -4.669 -4.624 -2.804 -3.355 -3.377 -2.956 -6.781 -6.140 -4.267 -4.374
In % 5,20% 10,85% 9,98% 5,84% 7,20% 6,91% 5,95% 14,82% 11,57% 6,82% 6,54%
Aandeel 0,76% 0,76% 0,79% 0,77% 0,77% 0,77% 0,78% 0,76% 0,80% 0,85% 0,86%1
In deze tabel is het aandeel van het bijstandsbudget van Zwolle als percentage van het macrobudget weergegeven. De bedragen zijn afgerond op 1.000.
Bij de invoering van de nieuwe objectieve verdeelsystematiek in 2015 is het aandeel fors omlaag is gegaan. Over de periode daarna tot en met 2022 blijft het aandeel, zoals te zien is, constant. Door enkele aanpassingen in de verdeelsystematiek is er sinds 2024 een stijging van het aandeel zichtbaar. Deze aanpassing heeft er niet toe geleidt dat het tekort op de bijstand is opgelost. Het relatieve aandeel voor Zwolle is gestegen en is weer op het niveau van vóór 2015. De relatieve bijstandsuitgaven zijn in Zwolle gestegen. Ondanks deze stijging is het tekort aan het dalen van 14,8% in 2022 naar 6,8% in 2025. Dit wordt ook veroorzaakt doordat er zich in 2025 een bijzonderheid heeft voorgedaan. De berekeningssystematiek voor de voorziening voor oninbaarheid is herzien. Dit heeft voor het jaar 2025 geresulteerd in een incidentele baat van € 1,5 miljoen. Hierdoor is het tekort verlaagd. Dit leidt tot een vangnetregelingsaanvraag voor een bedrag van € 0,6 miljoen in plaats van € 1.2 miljoen. Zwolse situatie De BUIG-budgetten komen tot stand door een prognose van het CBS over de landelijke arbeidsmarkt en bijstandsbehoefte. Landelijke is er een constante trend te zien en in Zwolle is er sprake van een lichte stijging. Zwolle wijkt nadelig af van het landelijk gemiddelde. Dit heeft tot gevolg dat het financieel tekort toeneemt.
1 Atlas Research. (z.d.). Rekentool Bijstandsverdeelmodel. Geraadpleegd op 17 maart 2026, van
https://atlasresearch.shinyapps.io/rekentool-bijstandsverdeelmodel/
8
PERSONEN MET ALGEMENE BIJSTAND PER 1000 INWONERS Gemeente Zwolle
Nederland
30 29 29
28 27
28
28 27
26
27
25 24 23
24 23
22 21 20
23
23
2024
2025
22 2021
2022
2023
2
Ondanks dat er in Zwolle sprake is van een lichte stijging, is de instroom in het bijstandsbestand lager ten opzichte van de landelijke trend. De uitstroom is eveneens lager dan het landelijke gemiddelde. Dit resulteert dan ook in bovenstaande toename. Onderstaande trendgrafieken geven dit weer.
3
2 Dashboard - Werk en inkomen - Zwolle
3 Divosa (2026). Divosa Benchmark Werk & Inkomen – Trendgrafiek: gemiddeld maandelijkse uitstroompercentage
algemene bijstand. Gegenereerd rapport, gepubliceerd maart 2026.
9
4
4 Divosa (2026). Divosa Benchmark Werk & Inkomen – Trendgrafiek: gemiddeld maandelijkse instroom percentage
algemene bijstand. Gegenereerd rapport, gepubliceerd maart 2026.
10
Het aandeel inwoners dat langdurig (meer dan 3 jaar) een beroep doen op een uitkering op grond van de Participatiewet is de afgelopen jaren nagenoeg constant gebleven, met slechts een lichte daling. Dit is af te lezen uit onderstaande figuur (Gemeente Zwolle, 2025). De eerste twee kolommen in de grafiek geven gezamenlijk het totaal aantal bijstandsgerechtigden weer. Deze zijn voor de analyse niet afzonderlijk relevant en worden daarom niet betrokken bij de duiding. De grafiek is bedoeld om inzicht te geven in hoe lang inwoners gebruikmaken van een uitkering, uitgesplitst naar duurklassen. Hiermee wordt zichtbaar welk deel van de inwoners kortdurend en welk deel langdurig afhankelijk is van bijstand. Het bevorderen van uitstroom bij de doelgroep die langer dan 3 jaren een Participatiewet uitkering ontvangt is relatief gezien moeilijker. Deze inwoners hebben vaak een langere afstand tot de arbeidsmarkt. De onderstaande cijfers zijn niet afgezet tegen landelijke cijfers. De reden hiervoor ligt in verschillende definities of een andere registratie.
5
5 Gemeente Zwolle (2025). Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle – Ontwikkelingen in armoede- en
schuldenproblematiek. Gepubliceerd augustus 2025.
11
Zoals eerder vermeld kan het tekort alleen worden teruggedrongen wanneer Zwolle beter presteert dan het landelijk gemiddelde. De relatief hoge instroom van statushouders heeft hier direct invloed op. Het aandeel statushouders met een bijstandsuitkering groeit al meerdere jaren gestaag. De oorzaak hiervan is tweeledig. Allereerst hebben gemeenten de afgelopen jaren te maken gehad met een toenemende taakstelling. Ten tweede verliep de uitstroom naar werk onder de oude wet moeizaam, waardoor het aandeel statushouders met een bijstandsuitkering toenam. Deze ontwikkeling is de afgelopen jaren versterkt door de invoering van de nieuwe Wet inburgering. Hierdoor is het aantal statushouders dat actief in begeleiding is toegenomen. Dit verklaart waarom het aandeel statushouders binnen het bijstandsbestand in deze periode relatief sneller is gegroeid dan andere doelgroepen. Daarnaast was er in 2022 nog sprake van een omvangrijke groep zogenoemde ‘oude wetters’ (instroom vóór 2022), die voornamelijk basisdienstverlening ontvingen en beperkt actief werden begeleid richting werk. Het ontbreken van intensieve begeleiding in deze periode werkt door in de huidige samenstelling van het bijstandsbestand.
Uit de Factsheet Statushouders en Bijstand (2026) blijkt dat ongeveer 55,6% van de statushouders die tussen 2014 en 2024 naar Nederland zijn gekomen na tien jaar nog een beroep doet op de bijstand. Vanaf 2026 wordt de inzet op arbeidsparticipatie voor statushouders vernieuwd ingericht. Inmiddels is de begeleiding deels belegd bij nieuwe aanbieders en voor een deel is de herinrichting in gang gezet. Hoewel het voor concrete resultaten nog te vroeg is, is de verwachting dat deze aanpak op termijn bijdraagt aan duurzamere uitstroom naar arbeid. Ook het uitsterfbeleid voor de Wajong en de WSW beïnvloedt de omvang van de groep inwoners met een langdurige bijstandsuitkering, zoals zichtbaar in de onderstaande grafiek voor 2024.
6
6 Gemeente Zwolle (2025). Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle – Ontwikkelingen in armoede- en
schuldenproblematiek. Gepubliceerd augustus 2025.
12
Doelgroep in beeld Bij de aanvraag vangnetuitkering over het 2023 is vermeld dat Zwolle in samenwerking met de keten arbeidsparticipatie het zittende bijstandsbestand onvoldoende in beeld heeft. In het jaar 2022 had Werkontwikkelbedrijf Tiem 1250 inwoners in beeld en in 2023 was dit toegenomen tot 1792 inwoners. Inmiddels, eind 2025, is dit toegenomen tot 2107 inwoners. Er wordt veel gedaan om de bijstandspopulatie te verminderen door middel van het bieden van passende begeleiding en betere sturing op de keten. Tot 2025 had Tiem geen duidelijke opdracht van de gemeente Zwolle en hadden zij de brede doelgroep Participatiewet in begeleiding. Dit had als gevolg dat Tiem haar kerntaak onvoldoende kon uitvoeren, namelijk: begeleiding naar werk. Vanaf 2025 is de opdracht voor Tiem duidelijk zodat uitstroom geoptimaliseerd kan worden. We zijn hierin nog steeds aan het ontwikkelen, ook in de brede keten Participatiewet. Tot nu toe is dit een Zwolse oorzaak van het tekort. Kenmerken bijstand Het bijstandsbestand kent de volgende kenmerken: - 16% is jonger dan 27 jaar; - 27% is ouder dan 55 jaar; - 78% is alleenstaand en hiervan is 14% alleenstaande ouder. Alle jongeren zijn in beeld om hun mogelijkheden tot werk te onderzoeken.
13
A2.
Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren
In de afgelopen jaren heeft Zwolle een breed pakket aan maatregelen ingezet om instroom in de bijstand te beperken, uitstroom te bevorderen en inwoners duurzaam te ondersteunen richting participatie en werk. De verschillende maatregelen die in deze analyse zijn uitgewerkt zijn, telkens met een korte toelichting, een helder doel en een zichtbaar effect, laten zien dat de ingezette aanpak in veel gevallen werkt. Een belangrijk kenmerk van deze maatregelen is dat ze niet statisch zijn: veel daarvan zijn inmiddels onderdeel van de reguliere werkwijze en worden voortdurend bijgesteld, aangescherpt en doorontwikkeld. Waar positieve resultaten zichtbaar zijn, worden de maatregelen verder verfijnd om het effect te vergroten. Waar nieuwe inzichten ontstaan, wordt de uitvoering aangepast zodat deze nog beter aansluit op de behoeften van inwoners en op de veranderende bijstandspopulatie. Deze analyse biedt daarmee een overzicht van: - Welke maatregelen in voorgaande jaren zijn ingezet; - Wat hun bijdrage is aan de tekortreductie, uitstroom en participatie; - Hoe Zwolle blijft werken aan verdere fine-tuning van maatregelen met bewezen effect; en - De status van de maatregelen (beëindigd, voortgezet of geïmplementeerd in regulier werk).
Samen vormen deze maatregelen een doorlopend lerend stelsel waarin gewerkt wordt vanuit inzicht, maatwerk en het principe dat succesvolle interventies blijvend worden verstrekt. Maatregel 1. Toekomstgesprekken In samenwerking met MBO-instellingen, het onderwijs en de Arbeidsmarktregio voert het RMC toekomstgesprekken met jongeren die dreigen uit te vallen uit hun opleiding. In deze gesprekken wordt een persoonlijk toekomstplan opgesteld waarin alle leefgebieden worden meegenomen en duidelijk wordt welke ondersteuning een jongere nodig heeft. Doel Het bespreken van de instroom in de bijstand door: - Jongeren vroegtijdig te spreken wanneer zij willen stoppen met school; - Hen te begeleiden naar een passend vervolg, zoals een nieuwe opleiding of werk met ontwikkelmogelijkheden. Analyse van effect Een beter aansluitende begeleiding, waardoor: - Jongeren minder vaak zonder perspectief uitstromen; - Zij sneller worden doorgeleid naar vervolgonderwijs of werk; - De instroom in de bijstand afneemt doordat jongeren duurzaam aan de slag blijven of blijven leren.
14
2. Project zoekperiode jongeren De zoekperiode voor jongeren onder 27 jaar wordt, aan de hand van de individuele situatie van de inwoner, toegepast. Per individu wordt beoordeeld of de zoekperiode bijdraagt aan de situatie. Kwetsbare jongeren krijgen geen zoekperiode opgelegd. Jongeren met arbeidskansen ontvangen direct begeleiding van Tiem richting werk. Dit is één van de maatregelen die verder wordt doorontwikkeld. Doel Het beperken van de instroom in de bijstand door: - Jongeren te stimuleren eerst alternatieven te benutten; - Maatwerk toe te passen zodat jongeren niet onnodig in de bijstand terechtkomen. Analyse van effect Jongeren worden gestimuleerd om een passende oplossing te vinden buiten de bijstand, doordat: - Begeleiding beter aansluit op hun belastbaarheid en kansen; - Jongeren met perspectief sneller richting werk worden begeleid. 3. Snelle inzet werk ontwikkelbedrijf Tiem Inwoners met een korte afstand tot de arbeidsmarkt krijgen direct een brief mee voor een afspraak bij Tiem. Inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt krijgen via het Sociaal Wijkteam een participatietraject. Doel Het beperken van de instroom in de bijstand door: - Inwoners direct te activeren richting werk; - Alternatieven voor de bijstand vroegtijdig in te zetten; - Inwoners met complexe problematiek tijdig naar passende ondersteuning te leiden, zodat uitval wordt voorkomen.
Effect Inwoners vinden vaker een oplossing buiten de bijstand, doordat: - Zij eerder in beeld zijn bij Tiem; - Het beroep op de bijstand vermindert doordat meer mensen direct een baan of traject instromen. 4. Ondernemersloket/ Regionaal Bureau Zelfstandigen (RBZ) De gemeente onderhoudt actief contact met ondernemers en verwijst hen door naar het RBZ waar zij ondersteuning krijgen bij bedrijfsvoering, schulden en (startende) zelfstandig ondernemerschap. Doel Het beperken van de instroom in de bijstand door: - Ondernemers vroegtijdig te helpen bij de financiële problemen zodat bedrijfsbeëindiging voorkomen wordt; - Bijstandsgerechtigden kansen te bieden om via ondernemerschap duurzaam uit te stromen; - Escalatie van schulden te voorkomen, wat bijstand tot gevolg heeft. Effect De instroom in de bijstand wordt verminderd, doordat: 15
-
Ondernemers hun bedrijf kunnen voorzetten met passende ondersteuning; Financiële problemen minder vaak leiden tot uitval of faillissement;
5. Inzet op schulddienstverlening Er is/wordt ingezet op vroegsignalering van schulden en werkt samen met werkgevers om financiële problematiek bij werknemers tegen te gaan. Doel Het beperken van de instroom in de bijstand door: - Schulden vroeg op te sporen (deels preventief effect voor duurdere dienstverlening); - Inwoners financiële rust bieden, zodat zij hun werk kunnen behouden; - Escalatie van geldproblemen voorkomen. Effect Minder inwoners stromen de bijstand in, doordat: - Financiële problemen leiden minder vaak tot uitval/ ontslag; - Creëren van financiële rust heeft tot gevolg dat inwoners in staat zijn om te werken; - Zorgen voor stabiliteit waardoor er geen bijstand noodzakelijk is. 6. Innovatielab en ketensamenwerking (beëindigd) Binnen het innovatielab werkten diverse organisaties samen om de dienstverlening te verbeteren. Professionals hebben gedurende een afgebakende periode nieuwe werkwijzen getest om de ondersteuning beter aan te laten sluiten op de behoeften van inwoners. Het innovatielab als afzonderlijke maatregel is inmiddels afgerond. De werkwijzen zijn geëvalueerd en worden deels doorontwikkeld. Onder hoofdstuk B wordt hier verder op ingegaan.
Doel Het bevorderen van uitstroom uit de bijstand door: - Door samenwerking inwoners sneller op de juiste plek laten landen; - Dienstverlening beter laten aansluiten op de mogelijkheden van de inwoner; - Efficiëntere werkprocessen te ontwikkelen die de overgang naar werk, opleiding of participatie versnellen. Effect Op termijn zal de instroom in de bijstand afnemen doordat: - Inwoners minder vaak tussen wal en schip vallen dankzij betere samenwerking tussen instanties; - Ondersteuning sneller, eenduidiger en effectiever wordt ingezet; - Trajecten beter aansluiten op behoeften, waardoor mensen sneller perspectief op werk krijgen. 7. Groepsgerichte aanpak stimuleren Er wordt vaker gewerkt met groepsgerichte trajecten voor arbeidsontwikkeling en bemiddeling. Hierdoor kunnen meer mensen tegelijk worden ondersteund en wordt de inzet van professionals en werkgevers efficiënter benut. De aanpak vergroot vooral het bereik van de dienstverlening. Doel Het bevorderen van uitstroom en het versterken van participatie door: - Collectieve trajecten in te zetten waardoor meer mensen tegelijkertijd kunnen worden ondersteund (voorbeelden: de Passage en groepsgerichte aanpak vrouwelijke statushouders); 16
-
Beschikbare capaciteit van professionals en werkgevers efficiënter te benutten; Ondersteuning toegankelijker te maken door het bereik van de dienstverlening te vergroten.
Effect De uitstroom wordt bevorderd, doordat: - Meer inwoners tegelijkertijd ondersteuning ontvangen, wat leidt tot snellere activering; - Bredere ondersteuning uiteindelijk bijdraagt aan minder langdurige bijstandsafhankelijkheid. 8. Actief wegwijzen Met ‘Jouw Route’ gaan professionals van Inkomensondersteuning, het Sociaal Wijkteam, Tiem en de Sociaal Raadslieden actief de wijk in. Inwoners kunnen hen daar laagdrempelig benaderen voor vragen, advies en directe begeleiding richting werk. Door de inzet van zowel adviseurs als accountmanagers ontstaan betere gesprekken met inwoners die al langere tijd in de bijstand zitten, waardoor zij beter vindbaar worden. Doel De uitstroom wordt bevorderd, doordat: - Inwoners op logische vindplaatsen in de wijk te benaderen; - Laagdrempelige ondersteuning te bieden die direct aansluit op vragen en behoeften; - Integrale inzet van wijkprofessionals te benutten voor snellere verbinding naar werk. Effect De uitstroom wordt vergroot en inwoners worden beter bereikt, doordat: - Inwoners sneller ondersteuning krijgen en direct kunnen worden begeleid naar beschikbaar werk; - De drempel naar ondersteuning lager wordt, wat leidt tot meer beweging richting arbeidsdeelname. 9. Individuele plaatsing en steun (IPS-regeling) De gemeente Zwolle, UWV, Tiem en GGZ-instellingen samen om inwoners met een GGZ-achtergrond direct op de werkvloer te begeleiden.
Doel Het bevorderen van uitstroom uit de bijstand door: - Inwoners met psychische kwetsbaarheid gericht te ondersteunen op de werkvloer, zodat zij duurzaam kunnen deelnemen aan werk; - Intensieve samenwerking tussen gemeente, UWV, Tiem en GGZ-zorg in te zetten om belemmeringen vroegtijdig weg te nemen; Inwoners met GGZ-problematiek een realistische en haalbare route naar betaald werk te bieden. Effect De uitstroom neemt toe, doordat: - Begeleiding op de werkvloer zorgt voor meer vertrouwen, minder uitval en meer werkbehoud; - Inwoners met psychische kwetsbaarheid minder snel terugvallen, waardoor uitstroom duurzaam wordt.
17
10. Inzet Basismeters Bij inwoners die een bijstandsuitkering aanvragen wordt de Basismeter ingezet. Hiermee kan onder andere het taalniveau worden vastgesteld, waardoor laaggeletterdheid snel aan het licht komt en begeleiding beter kan aansluiten. Doel Het bevorderen van uitstroom uit de bijstand door: - Inwoners een traject te bieden dat aansluit bij hun mogelijkheden, zodat zij sneller stappen kunnen zetten richting arbeidsontwikkeling; - Vroegtijdig inzicht krijgen in de taalvaardigheid en ondersteuning hierop aan laten sluiten. Effect De uitstroom wordt versterkt en begeleiding wordt effectiever, doordat: - Inwoners met taalachterstanden worden gerichter ondersteund, waardoor uitval in trajecten afneemt; - Begeleiding en scholing beter aansluiten, wat leidt tot snellere voortgang richting werk. 11. Informatie bundelen Anonieme data uit verschillende uitvoeringsorganisaties (Tiem, SWT, IO, IPA en RBZ) worden gecombineerd om overlappende groepen te herkennen en zo volledig beeld van de bijstandspopulatie te vormen. Dit moet het mogelijk maken om ontwikkelingen in de samenstelling te volgen en gerichter te sturen op inzet en ondersteuning. Deze maatregel is niet in 1 jaar te realiseren en vergt een lagere periode van ontwikkeling.
Doel Het bevorderen van uitstroom, doordat: - Gerichte keuzes te kunnen maken voor passende inzet, aanbod en interventies; - Beleid en uitvoering beter af te stemmen op de behoeften van inwoners door monitoring en datagedreven besluitvorming. Effect De uitstroom wordt versterkt en de inzet wordt doelgerichter, doordat: - Interventies beter aansluiten op de kenmerken van specifieke groepen; - De begeleiding doelmatiger wordt, wat leidt tot snellere en effectievere trajecten richting werk of participatie. 12. Meerjarig vitaliteitsprogramma SportService Er is en wordt ingezet op een breed beweegprogramma om de vitaliteit van inwoners in de bijstand te verbeteren. Veel inwoners zitten al lange tijd buiten het arbeidsproces en ervaren grote drempels om weer aan het werk te gaan. Door beweging centraal te stellen, worden eerste stappen gezet richting activering en gezondheid. Doel Het bevorderen van uitstroom, doordat: - Inwoners met langdurig bijstand fysiek en mentaal in beweging te krijgen; - Een actief dagritme opgebouwd wordt; 18
-
De kloof tussen belastbaarheid en fysieke eisen te verkleinen.
Effect De uitstroom wordt versterkt en inwoners komen sneller in beweging, doordat: - Fysieke en mentale drempels worden verlaagd, wat leidt tot hogere werkfitheid. 13. Startbaan Startbaan is bedoeld voor inwoners met een bijstandsuitkering langer dan twee jaar die met ondersteuning kunnen uitstromen naar werk. Dit waren banen voor werkzoekenden in de bijstand, waarvoor niet gesolliciteerd hoefde te worden. Doel Het bevorderen van uitstroom, doordat: - Inwoners die kunnen werken een duidelijke opstap naar betaald werk te bieden; - Een toegankelijke route te creëren voor mensen die nog niet volledig inzetbaar zijn, maar wel groeipotentie tonen; - De inwoner wordt heel laagdrempelig in contact gebracht met baankansen; - De intrinsieke motivatie bij kandidaten wordt ‘aangezet’. Effect De uitstroom naar werk wordt versterkt, doordat: - Werkgeverservaring laten opdoen met deze vorm van Open Hiring; - Werkgeverservaring laten opdoen met gemotiveerde kandidaten met een afstand tot de arbeidsmarkt. 14. Opstartbaan Jongeren uit het VSO PRO met een registratie in het Doelgroepenregister worden actief begeleid richting werk. Eerst wordt ingezet op plaatsing bij werkgevers met inzet van Participatiewet-instrumenten. Als dit binnen 3 tot 6 maanden niet lukt, krijgen jongeren een opstapbaan bij Tiem.
Doel Het bevorderen van uitstroom naar regulier werk door: - Jongeren een realistische, gestructureerde route naar betaald werk te bieden; - Eerst werkgevers te benaderen met passende instrumenten en wanneer dat niet lukt een beschermde opstap te creëren via Tiem; - Werkritme; vaardigheden en arbeidsontwikkeling op te bouwen vanuit een betaalde baan; - Aansluiten bij de wens van jongeren om geld te verdienen. Effect De uitstroom wordt bevorderd, doordat: - Jongeren met een kwetsbare arbeidspositie werkervaring opdoen in een veilige setting; - Vaardigheden behouden blijven en verder worden ontwikkeld, waardoor zij beter inzetbaar worden; - Langdurige werkloosheid wordt tegengegaan doordat jongeren vanuit een betaalde baan toewerken naar een nieuwe werkgever. 15. Inzet ervaringsdeskundigheid 19
Het inzetten van een ervaringsdeskundigen op thema’s rondom financiële zelfredzaamheid. Door hun inzet sluit de begeleiding beter aan bij de leefwereld en behoeften van inwoners in de bijstand, wat vertrouwen verstrekt en effectievere begeleiding richting werk mogelijk maakt. Dit draagt indirect bij aan het verkleinen van het bijstandsvolume. Doel Het bevorderen van uitstroom uit de bijstand door: - Inzet van ervaringskennis om vertrouwen en betere aansluiting bij inwoners te creëren. Effect De uitstroom wordt bevorderd, doordat: - Inwoners zich meer begrepen en gesteund voelen, wat motivatie en vertrouwen vergroot; - Belemmeringen eerder in herkennen. 16. Extra inzet op statushouders door team IPA Via vaste regievoerders worden statushouders met een bijstandsuitkering één-op-één begeleid. De nieuwe Wet inburgering zorgt dat iedere statushouder een eigen contactpersoon heeft die het inburgerings- en participatietraject coördineert. Ook voor statushouders uit de oude wet loopt een herstelactie om de laatste groep actief te begeleiden. Doel De uitstroom wordt bevorderd en de participatie gemaximaliseerd, doordat: - Eén integraal persoonlijk plan in te zetten, zodat inburgering en participatie op elkaar aansluiten; - Maatwerk te leveren door de ontwikkelpotentie en mogelijkheden.
Effect De uitstroom wordt versterkt en participatie vergroot, doordat: - Statushouders kunnen sneller stappen zetten richting werk; - Actieve opvolging voorkomt langdurig afhankelijkheid bijstand. 17. Spoor 6: Eén gezin, één plan Zwolle blijft bij gezinnen met Multi problematiek integraal werken. De Doorbraakmethode, ontwikkeld binnen de Hervormingsagenda, helpt om sneller tot oplossingen te komen door ongelijke gevallen ongelijk te behandelen en te starten bij de oplossing die het gezin zelf aandraagt. De methode wordt nu structureel ingevoerd binnen het Sociaal Wijkteam en Inkomensondersteuning. Doel Het bevorderen van stabiliteit, participatie en duurzame perspectieven voor gezinnen door: - Integraal te kijken naar problemen op het gebied van inkomen, jeugd, Wmo en Participatie; - Oplossingen te bieden die aansluiten bij wat het gezin zelf als eerste en meest belangrijk ziet; - Gebruik te maken van de ruimte binnen wet- en regelgeving om maatwerk te leveren; - Escalatie te voorkomen in gezinnen die door inflatie, energiekosten en bestaande problematiek extra onder druk staan; Effect De begeleiding wordt effectiever en gezinnen komen sneller in beweging, doordat: - Eén oplossing die door het gezin zelf wordt aangedragen vaak de aanzet geeft tot bredere verandering; - Meer motivatie bij inwoner doordat zij zelf invloed hebben; 20
-
Escalatie en langdurige afhankelijkheid wordt voorkomen.
18. Sociale coöperatie De pilot ‘Sociale coöperatie’ is failliet gegaan. Inwoners die langdurig afhankelijk zijn van de bijstand konden via een sociale coöperatie in een veilige, collectieve setting experimenteren met ondernemerschap. Deelnemers volgden wekelijkse trainingen en ontwikkelen vaardigheden. De groep biedt daarnaast structuur, steun en een volledige leeromgeving. In de periode van 2023 tot 2025 zijn 13 inwoners begeleid bij de Sociale coöperatie. 4 inwoners zijn overgedragen aan het Rbz. 1 inwoner is uitgestroomd en de overige inwoners hebben de activiteiten beëindigd. Doel Het bevorderen van uitstroom door: - Langdurig bijstandsgerechtigden rust en ruimte te geven om ondernemerschap uit te proberen; - Deelnemers te ondersteunen in het ontwikkelen van ondernemersvaardigheden, zelfkennis en werkritme. Effect De uitstroom wordt versterkt, doordat: - Deelnemers stap voor stap wennen aan een dagritme, verantwoordelijkheid en het ondernemen; - Deelnemers op termijn beter voorbereid zijn om via Parttime Ondernemen of regulier werk uit te stromen. 19. Perspectiefgesprekken Een deel van de inwoners die bij instroom in de bijstand een hulpvraag had via het Sociaal Wijkteam, heeft die ondersteuning inmiddels niet meer nodig, maar staat nog wel zonder werk aan de kant. Deze groep kan onbenut potentieel hebben.
Tiem brengt deze inwoners opnieuw in beeld, gaat met hen in gesprek en stelt, waar nodig met ondersteuning van inkomensondersteuning en het Sociaal Wijkteam, een bijgesteld integraal plan op. Doel Het bevorderen van uitstroom door: - Inwoners zonder actuele hulpvraag opnieuw te beoordelen op kansen en mogelijkheden; - Gewijzigde persoonlijke situaties te benutten om nieuwe perspectieven op werk te openen; - Onbenut arbeidspotentieel zichtbaar en actief inzetbaar te maken. Effect De uitstroom wordt versterkt, doordat: - Inwoners die buiten beeld raakten nu actief worden benaderd en betrokken blijven; - Samenwerking tussen Tiem, het Sociaal Wijkteam en inkomensondersteuning zorgt voor sneller schakelen en passende ondersteuning.
21
20. Handhaving Bij de intake wordt actief gelet op mogelijke misbruikrisico’s. Consulenten zijn getraind in fraudealertheid en handhavers sluiten aan bij gesprekken wanneer er signalen zijn. Ook zijn er werkafspraken gemaakt om handhavers te betrekken tijdens een traject bij Tiem/SWT. Indien nodig, bijvoorbeeld als een inwoner niet op komt dagen, volgt nader onderzoek, zoals huisbezoeken of een tweede gesprek. Doel Het bevorderen van rechtmatige instroom en de kwetsbare inwoner beschermen door: - Integrale samenwerking te versterken, zodat signalen snel en zorgvuldig worden opgepakt; - Te voorkomen dat onterechte of frauduleuze aanvragen leiden tot uitstroom van middelen. Effect De rechtmatigheid en kwaliteit van de bijstandsverlening wordt versterkt, doordat: - Fraude eerder wordt herkend, waardoor onjuiste toekenningen worden voorkomen; - Inwoners die wel recht hebben op bijstand sneller duidelijkheid krijgen; - Handhaving een ondersteunende rol speelt in duurzame, integrale dienstverlening; - De poort beter wordt bewaakt, wat leidt tot een betere benutting van middelen en minder druk op het bijstandsvolume.
22
Doorontwikkeling, borging en beëindiging van maatregelen In de afgelopen jaren heeft de gemeente Zwolle een breed palet aan maatregelen ingezet om instroom in de bijstand te beperken, uitstroom te bevorderen en de bijstandspopulatie beter in beeld te krijgen. Niet alle maatregelen hebben daarbij een tijdelijk karakter. Een deel is geëvalueerd en structureel geborgd in de reguliere uitvoering, terwijl andere maatregelen zijn beëindigd of afgebouwd omdat zij onvoldoende aanvullend effect hadden of zijn opgegaan in regulier beleid. Hieronder wordt dit onderscheid toegelicht. Maatregelen die zijn voortgezet en geborgd in de reguliere uitvoering Een aantal maatregelen die in eerdere vangnetaanvragen zijn benoemd, maakt inmiddels onderdeel uit van de reguliere werkwijze. Deze maatregelen zijn niet langer als afzonderlijk project herkenbaar, maar zijn geïntegreerd in bestaande processen en methodieken. Het betreft de maatregelen: • Toekomstgesprekken; • Ondernemersloket; • Snelle inzet sociaal ontwikkelbedrijf Tiem; • Inzet schulddienstverlening; • Individuele plaatsing en steun; • Opstartbaan; • Inzet ervaringsdeskundigheid; • Extra inzet op statushouders door team IPA (nog 20 van 500+ inburgeringsplichtige); • Groepsgerichte aanpak stimuleren; • Meerjarig vitaliteitsprogramma SportService als onderdeel van re-integratie; • Handhaving.
Door deze borging wordt continu gewerkt aan het beperken van instroom en het bevorderen van uitstroom, zonder dat hiervoor steeds nieuwe projectmatige maatregelen nodig zijn. Maatregelen die zijn doorontwikkeld of inhoudelijk aangescherpt Naast geborgde maatregelen zijn er maatregelen die inhoudelijk zijn doorontwikkeld op basis van evaluaties en opgedane ervaringen. Hierbij is geen sprake van geheel nieuwe maatregelen, maar van een aangescherpte aanpak met een andere focus of intensiteit. Het betreffen de volgende maatregelen: • • • • • •
Project zoekperiode jongeren (te lezen onder hoofdstuk B2); Innovatielab en ketensamenwerking (te lezen onder B2); Doorbraakmethode (te lezen onder B2); Inzet Basismeters; (was gestart bij SWT, straks als onderdeel brede intake); Informatie bundelen; Spoor 6: Eén gezin, één plan;
Deze doorontwikkelingen zorgen ervoor dat de maatregelen beter aansluiten bij de actuele samenstelling van de bijstandspopulatie en effectiever bijdragen aan tekortreductie.
23
Maatregelen die zijn beëindigd of afgebouwd Tot slot zijn er maatregelen die na evaluatie zijn beëindigd of niet langer als afzonderlijke maatregel worden voortgezet. Dit betreffen de volgende maatregelen: • • • •
Actief wegwijzen nieuwe doelgroepen (het onderdeel laagdrempelig is belegd in het reguliere beleid); Startbaan; Perspectiefgesprekken; Sociale coöperatie.
Door bewust te kiezen voor beëindiging of afbouw wordt voorkomen dat maatregelen blijven bestaan zonder aantoonbare meerwaarde. Deze keuzes dragen bij aan een focus op de meest kansrijke en impactvolle maatregelen en maken het mogelijk om monitoring en bijsturing gerichter in te richten.
24
B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Onder een externe maatregel wordt verstaan: een maatregel die tot stand is gekomen met een duidelijk herkenbare inbreng van externen (dus personen of organisaties buiten de eigen gemeente). Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Indien maatregelen tot stand komen zonder inbreng van externen worden deze als intern aangemerkt. Bij B1 (beschrijving getroffen interne maatregelen) en B2 (Beschrijving getroffen externe maatregelen) mag het college ingaan op eerder getroffen maatregelen die in 2025 zijn voortgezet. Ook kan het college ingaan op maatregelen die na evaluatie zijn stopgezet en op maatregelen die vanaf 2025 nieuw zijn getroffen. Het college dient bij B1 minimaal één interne maatregel en bij B2 minimaal één externe maatregel te benoemen. Vereiste hierbij is dat deze maatregelen vóór 15 augustus 2026 zijn getroffen. B1.
Beschrijving getroffen interne maatregelen De visie is dat alle inwoners in beeld blijven en passende ondersteuning krijgen, maar dat de actieve inzet en middelen voor arbeidsparticipatie primair worden gericht op inwoners met een (relatief) korte afstand tot de arbeidsmarkt. Vanuit die visie zetten we al meerdere jaren breed in op het beperken van instroom in de bijstand, het bevorderen van uitstroom en het versterken van participatie. Binnen dit onderdeel worden de maatregelen beschreven die de gemeente in voorgaande jaren heeft getroffen om bij te dragen aan verdere tekortreductie. Veel van deze maatregelen maken inmiddels onderdeel uit van de reguliere werkwijze en worden waar nodig doorontwikkeld en verfijnd, zodat het een positief effect op de bijstandstekorten behouden blijft en verder kan toenemen. Allereerst, onder B1, worden interne maatregelen besproken. Getroffen interne maatregelen De onder A genoemde maatregelen vormen een overzicht van interventies die in eerdere aanvragen voor de vangnetregeling zijn opgenomen. Veel van deze maatregelen zijn inmiddels geïntegreerd in de bestaande methodieken en werkwijzen. Hoewel er nog steeds optimalisaties plaatsvinden, worden deze maatregelen hier niet opnieuw aangedragen. In dit onderdeel worden uitsluitend maatregelen opgenomen die nieuw zijn of inhoudelijk significant zijn gewijzigd.
Hiermee blijft het overzicht helder en wordt het monitoren van de meest kansrijke en impactvolle maatregelen eenvoudiger. 1. Inwoners beter en eenduidig in beeld brengen Maatregel De gemeente richt de arbeidsparticipatieketen zo in dat inwoners vroegtijdig, integraal en over de keten heen in beeld zijn door gezamenlijke informatievoorziening-oplossing. Uitleg Dit is een voortzetting op de maatregel ‘informatie bundelen’ van aanvraag 2023. Dit betekent een herziening van de intake met extra aandacht voor basisvaardigheden, het uitvoeren van ketenbrede bestandsanalyses en het ontwikkelen van een gezamenlijk IV-oplossing. Hierdoor ontstaat inzicht in wie ondersteuning nodig heeft, welke ondersteuning passend is en bij welke 25
schakel in de keten een inwoner thuishoort. Dit vormt de basis voor gerichte begeleiding en voorkomt dat inwoners onnodig of te lang in de keten blijven. 2. Afbakening binnen de keten Maatregel: De rollen, opdrachten en verantwoordelijkheden van het Sociaal Wijkteam, inkomensondersteuning en TIEM worden expliciet vastgelegd en op elkaar afgestemd. Uitleg: Per schakel wordt duidelijk vastgelegd welke inwoners tot de doelgroep behoren, hoe overdracht plaatsvindt en welke bijdrage wordt geleverd aan in- en uitstroom. Dit wordt ondersteund door prestatieafspraken en contractering, indien nodig. In 2024 heeft dit plaatsgevonden voor Tiem, in 2025 voor Inkomensondersteuning en in 2026 voor Sociaal Wijkteam en Maatschappelijke ontwikkeling. 3. Uitbreiding zoekperiode voor jongeren Maatregel De wettelijke zoekperiode wordt per inwoner individueel en activerend ingezet, waarbij direct gestart wordt met een eerste screening waaruit moet blijken of een zoekperiode terecht van toepassing is. Uitleg De zoekperiode betreft een wettelijk instrument. Echter, heeft de gemeente gekozen om deze niet louter als wachttijd te benutten, maar als een actieve oriëntatie- en diagnostische fase.
Bij aanvang van de zoekperiode wordt meteen gestart met een eerste screening, waarin niet alleen wordt gekeken naar werkmogelijkheden, maar ook naar basisvaardigheden, belemmeringen, ondersteuningsbehoefte en kansen binnen de arbeidsmarkt. Binnen 2 werkdagen zal er een gesprek plaatsvinden waarin wordt uitgelegd wat er van de inwoner verwachten. Op basis hiervan wordt per individu bepaald welke begeleiding of interventie passend is en bij welke schakel in de keten de inwoner het beste thuishoort. Zo wordt tijdverlies voorkomen, sluit de ondersteuning beter aan bij de situatie van de inwoner en wordt de zoekperiode benut als startpunt van maatwerk in plaats van een tussenfase zonder inhoud. Per 1 april 2026 is er door een specialist (inkomensconsulent) gestart. Indien de zoekperiode niet van toepassing is, dan zal worden beoordeeld hoe de jongeren het best geholpen kan worden. 4. Verbeteren en vereenvoudigen van instrumenteninzet Maatregel: Het bestaande instrumentarium voor werkgevers en werkzoekenden wordt geanalyseerd, herijkt en eenduidig gepresenteerd. Uitleg: De gemeente brengt in kaart welke instrumenten beschikbaar zijn, hoe effectief deze zijn en waar vereenvoudiging of vernieuwing nodig is. Digitale instrumentengidsen (Dennis en Eva) worden ingezet om consulenten, werkgevers en inwoners snel overzicht en duidelijkheid te bieden.
Tevens is er binnen de regio één afgestemde geharmoniseerde verordening met 26
voorzieningen. Dit ondersteunt een consistente en doelmatige inzet van instrumenten binnen de keten. 5. Actieve en gerichte werkgeversbenadering Maatregel: De gemeente versterkt haar werkgeversdienstverlening met een focus op lokale werkgevers en regionale samenwerking. Uitleg: Er wordt actief ingezet op het werven van nieuwe werkgevers, beter inspelen op hun behoeften en het versterken van lokaal accounthouderschap. Zwolle neemt haar rol als centrumgemeente in Regio Zwolle nadrukkelijk op zich en sluit ook op uitvoerend niveau aan bij regionale initiatieven zoals SROI, sectortafels en het regionaal werkcentrum. Doel is het creëren van duurzame arbeidsplaatsen voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt en ook het voorkomen van onnodige uitkeringslasten door nadrukkelijk te kijken naar ‘van werk naar werk’ dienstverlening. 6. Intensiveren inzet op parttimers Maatregel: Middels deze maatregel wordt geacht meer zicht te krijgen op inwoners die al parttime werken en hun mogelijkheden. Door inwoners die al parttime werken beter en actueel in beeld te brengen, wordt samen met hen verkend welke mogelijkheden er zijn om werk en participatie verder te ontwikkelen, passend bij hun persoonlijke situatie en draagkracht. Uitleg: Een deel van de bijstandsgerechtigden in Zwolle combineert een uitkering met parttime werk.
Om het bijstandsvolume en de bijbehorende lasten te beperken, wordt in 2025 gericht ingezet op deze groep parttimers, welke landelijk boven het gemiddelde ligt. Het doel van de maatregel is om samen met inwoners te verkennen welke ontwikkelmogelijkheden er zijn en of uitbreiding van het aantal gewerkte uren haalbaar en passend is. Binnen de maatregel worden circa 90 parttimers opnieuw in beeld gebracht en benaderd. Tiem voert deze aanpak uit in samenwerking met inkomensconsulenten en handhaving. Per inwoner wordt gekeken wat nodig is om stappen te zetten, welke belemmeringen er zijn en of inzet van ondersteuning of voorliggende voorzieningen wenselijk is. Waar mogelijk kan dit leiden tot uitbreiding van het arbeidscontract of (gedeeltelijke) uitstroom uit de bijstand. Hiermee wordt bijgedragen aan verlaging van de gemiddelde uitkeringslast en reductie van het BUIG-tekort. 7. Project 150 (nieuwe maatregel) In het vierde kwartaal van 2025 zijn wij gestart met project 150. Met dit project wordt een deel van ons uitkeringsbestand in beeld gebracht. Het doel van deze herbeoordeling is het verkrijgen van een verdiepend en actueel inzicht in de aard en omvang van de doelgroep, evenals de mogelijke doorstroom binnen de keten van betrokken inwoners.
Daarbij ontstaat een beter beeld van welke organisatieonderdelen betrokken zijn en op welke wijze de onderlinge samenwerking verder kan worden versterkt. De eerste resultaten laten zien dat een proactieve en directe benadering van inwoners van cruciaal belang zijn. Door inwoners actief te benaderen ervaren zij meer erkenning en betrokkenheid. Dit creëert ruimte om gezamenlijk een plan van aanpak op te stellen dat recht doet aan de individuele mogelijkheden en beperkingen van de inwoner. In de meeste gevallen richt dit plan zich op vormen van maatschappelijke participatie, passend bij de persoonlijke situatie en het perspectief van de betrokkenen. Het project geeft een 27
positieve impuls aan het integraal werken in de keten, doordat de betrokken onderdelen eerder en gerichter met elkaar samenwerken. 8. DetaQ Maatregel: Inzet van het project DetaQ gericht op (arbeids)participatie via detachering. Uitleg: Het project DetaQ is gericht op inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt die nog niet duurzaam aan regulier werk toe zijn, maar wel over arbeidsvermogen beschikken. Binnen DetaQ worden deelnemers op een veilige en begeleide manier ingezet via detachering. Hierbij staat ontwikkeling centraal: het opdoen van werkritme, werknemersvaardigheden en zelfvertrouwen. De maatregel beoogt een brug te slaan tussen begeleiding en betaald werk, met passende ondersteuning en begeleiding afgestemd op de individuele situatie. DetaQ draagt daarmee bij aan duurzame uitstroom naar werk of, indien dit nog niet haalbaar is, aan een realistisch en onderbouwd vervolgtraject richting participatie. 9. Overleg over de keten heen Maatregel: Inrichten overlegstructuur arbeidsparticipatie. Uitleg: Een dergelijke structuur bestond voorheen niet. Het doel is om binnen de keten arbeidsparticipatie te zorgen voor een gelijk kennisniveau, zodat besluitvorming kan plaatsvinden op basis van signalen en casuïstiek uit de uitvoering.
Tegelijkertijd beoogt deze structuur de samenwerking en verbinding binnen de keten te versterken, zodat sturing, beleid en uitvoering in samenhang opereren. Dit komt uiteindelijk ten goede aan de inwoners, die daardoor efficiënter geholpen kunnen worden. Deze structuur ziet er als volgt uit; Uitvoeringsniveau: op dit niveau worden casussen gezamenlijk besproken en wordt input uit de praktijk opgehaald. Deze signalen en ervaringen vormen de basis voor beleidsafwegingen in de vervolg overleggen. Tactisch niveau: teamleiders uit de keten komen periodiek bijeen om informatie uit te wisselen, signalen te delen en afspraken te maken die noodzakelijk zijn om de uitvoering te faciliteren. Strategisch niveau: in dit overleg vindt besluitvorming plaats. De input uit de uitvoering en de afstemming vanuit het tactisch overleg worden hier samengebracht en vertaald in keuzes en richting voor beleid. 10. SAH Maatregel: Inzet van sociale activeringstrajecten gericht op herstel en participatie. Uitleg: Deze maatregel biedt inwoners met (tijdelijke) belemmeringen op het gebied van psychisch welzijn, sociaal functioneren of zelfredzaamheid de mogelijkheid om via passende sociale 28
activiteiten te werken aan herstel en maatschappelijke participatie. Het gaat om laagdrempelige, niet-arbeidsgerichte activiteiten zoals dagbesteding, vrijwilligerswerk, groepsactiviteiten of herstelgerichte trajecten. Doel van de maatregel is het doorbreken van sociaal isolement, het vergroten van eigen regie en het versterken van vaardigheden en vertrouwen, zodat inwoners op termijn beter kunnen aansluiten bij reguliere participatie of, waar mogelijk, toeleiding richting werk, opleiding of andere vormen van meedoen.
29
B2.
Beschrijving getroffen externe maatregelen
Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen over die maatregel: 1. Scan voorliggende voorziening (nieuwe maatregel) Een extern bureau (Soza Xpert) screent hiervoor ons volledige uitkeringsbestand (circa 3.800 uitkeringen) en selecteert inwoners die mogelijk recht hebben op een voorliggende voorziening. Samen met hen wordt deze voorziening aangevraagd. Naar verwachting heeft 2–3% recht op een nog niet gebruikte regeling. Van deze groep stroomt ongeveer een derde uit, terwijl bij de overige inwoners de uitkering wordt verlaagd. Per 1 april 2026 is SozaXpert gestart met de scan voorliggende voorzieningen. Met dit project ondersteunt SozaXpert inwoners met een bijstands- of IOAW-uitkering bij het aanvragen van passende voorliggende regelingen, zoals WW, WIA of Wajong. Dit bevordert de uitstroom uit de bijstand en leidt tot besparingen. Aan het einde van het project beschikken we over inzicht in welke voorzieningen momenteel worden gemist en hoe wij onze werkwijze en dienstverlening verder kunnen verbeteren. a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? In het voorjaar van 2025 is er een bijeenkomst geweest van Divosa.
Hier is gesproken met een teammanager inkomen van de gemeente Vlissingen werkzaam bij Orionis-Walcheren. Er is onder andere gesproken over het verkleinen van het bijstandsbestand. Hier werd een groot succes benoemd van de gemeente Vlissingen. Dit succes was de inzet van SozaXpert b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Het inzicht dat is verkregen, is dat het inzetten op een scan op voorliggende voorzieningen bij de intake aantoonbaar bijdraagt aan de tekortreductie. Daarnaast heeft de maatregel een lerend element. Er wordt duidelijk in kaart gebracht welke voorliggende voorzieningen er zijn en waar de gemeente scherper op moet zijn. c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? In het najaar van 2025 is er gestart met de voorbereiding van de aanbesteding. In het eerste kwartaal van 2026 is dit afgerond. Per 1 april 2026 is er gestart met de scan op voorliggende voorzieningen.
30
2. Leertraject vrouwelijke statushouders (nieuwe maatregel) In Zwolle bouwen wij voort op de bestaande inzet voor vrouwelijke statushouders met Tiem en Saeed en het programma Stap voor Stap naar Zelfstandigheid. In 2025 en 2026 zijn twee pilots uitgevoerd waarin vrouwelijke statushouders gedurende tien weken werkten aan onder andere zelfvertrouwen, arbeidsoriëntatie, taal en participatie, gebaseerd op het onderzoek Participatie met Perspectieven. Met dit leertraject en de aanpak ‘Werken op maat met vrouwelijke statushouders’ verdiepen en verduurzamen wij deze werkwijze. Consulenten van Tiem en Saeed volgen een leertraject van vier bijeenkomsten waarin zij, op basis van een door hogescholen ontwikkelde werkwijzer, gezamenlijk een maatwerkmethode ontwikkelen voor begeleiding naar passend werk. Deze aanpak sluit aan bij de uitvoering van de Participatiewet en de Wet inburgering en versterkt de doorlopende ontwikkeling van inclusieve arbeidsparticipatie in Zwolle. a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? Dit betreft het rapport ‘Van Hees et al. (2024). Hoe begeleid je vrouwelijke statushouders naar werk? Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.
b) Welke inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Hoe een maatwerktraject op deze doelgroep kan bijdragen aan betere begeleiding richting de arbeidsmarkt. c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie uit deze consultatie? De consulenten volgen een leertraject die door de hogeschool is ontwikkeld. Mede door dit leertraject wordt er invulling gegeven aan een maatwerkmethode voor begeleiding naar passend werk. 3. Doorbraakmethode (voortzetting maatregel) Het Instituut voor Publieke Waarden (IPW) heeft de ‘Doorbraakmethode’ ontwikkeld. De gemeente Zwolle heeft binnen het programma ‘Hervormingsagenda’ gewerkt met de Doorbraakmethode. Het traject is inmiddels afgerond en heeft waardevolle inzichten opgeleverd waarop de gemeente ondersteuning kan bieden aan inwoners met complexe problematiek. Gebleken is dat het werken vanuit één door het gezin zelf aangedragen oplossing kan leiden tot meer motivatie en eigen regie. De Doorbraakmethode wordt inmiddels binnen de reguliere organisatie geïmplementeerd en maakt onderdeel uit van de doorontwikkeling van Sociaal Wijkteam (SWT) en de afdeling Inkomensondersteuning. a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) voor deze maatregel? Het doorlopen van de ‘Doorbraakmethode’ welke ontwikkeld is door IPW.