CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

Raad Besluitvormingsronde 19 april 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)26.702 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness) vastgesteld

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Geldende bestemmingsplannen 1.4.1 Algemeen 1.4.2 Beschrijving bestemmingen 1.4.3 Strijdigheid 1.5 Leeswijzer

6 6 6 6 7 7 7 8 8

Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Inleiding 2.2 Ruimtelijk beleid 2.2.1 Rijksbeleid 2.2.2 Provinciaal beleid 2.2.3 Gemeentelijk beleid 2.3 Archeologisch en cultuurhistorisch beleid 2.3.1 Archeologisch beleid 2.3.2 Cultuurhistorisch beleid 2.3.3 Toetsing van het initiatief aan het archeologisch en cultuurhistorisch beleid 2.4 Verkeersbeleid 2.4.1 Mobiliteitsvisie 2.4.2 Toetsing van het initiatief aan het verkeersbeleid 2.5 Groenbeleid 2.5.1 Groenbeleidsplan en Structuurplan 2020 2.5.2 Bomenverordening en Groene Kaart 2.5.3 Toetsing van het initiatief aan het Groenbeleid 2.6 Waterbeleid 2.6.1 Europees en nationaal beleid 2.6.2 Europese Kaderrichtlijn Water 2.6.3 Waterbeheer 21e eeuw (WB21) 2.6.4 Deltawet 2.6.5 Provinciaal beleid 2.6.6 Waterschapsbeleid 2.6.7 Gemeentelijk beleid 2.6.8 Conclusie 2.7 Duurzaamheid 2.8 Milieubeleid 2.8.1 Algemeen 2.8.2 Bedrijvigheid 2.8.3 Geluid 2.8.4 Luchtkwaliteit 2.8.5 Externe veiligheid 2.8.6 Bodem

9 9 9 9 11 20 21 21 21 22 22 22 22 23 23 23 23 23 23 24 24 24 25 25 25 25 25 26 26 26 26 27 27 28

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Stedenbouw 3.1.1 Algemeen

29 29 29 2/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.4 3.4.1 3.4.2 3.5 3.5.1 3.5.2 3.6 3.6.1 3.6.2 3.6.3 3.6.4 3.6.5 3.6.6 3.7 3.7.1 3.7.2 3.7.3 3.7.4 3.7.5 3.7.6 3.7.7 3.7.8 3.7.9

Huidige situatie Uitgangspunten bestemmingsplan Archeologie Huidige situatie Uitgangspunten bestemmingsplan Cultuurhistorie Huidige situatie Uitgangspunten bestemmingsplan Verkeer en parkeren Huidige situatie Uitgangspunten bestemmingsplan Natuur Huidige situatie Uitgangspunten bestemmingsplan Water Riolering Drooglegging Wateroverlast Overstromingsrisico Maatregelen Waterparagraaf Milieu Geluid Bedrijvigheid (Wet milieubeheer) Luchtkwaliteit Geur Bodemkwaliteit Externe veiligheid Kabels, leidingen en straalpaden Duurzaamheid Besluit milieu-effectrapportage

29 30 34 34 34 35 35 35 35 35 35 37 37 37 39 39 39 39 39 40 41 42 42 42 44 46 46 47 49 49 49

Hoofdstuk 4 Juridische aspecten 4.1 Inleiding 4.2 Inleidende regels 4.3 Bestemmingsregels 4.4 Algemene regels 4.5 Overgangs- en slotregels 4.6 Handboek

51 51 53 53 54 54 55

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2.1 Uitkomsten overleg

56 56 56 56

Bijlage 1

Parkeernotitie

57

Bijlage 2

Stikstofonderzoek

71

Bijlage 3

Natuurwaardenonderzoek

101

Bijlage 4

Waterparagraaf

130

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek

141

Bijlage 6

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

201

3/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

Regels

219

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

220 220 225

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Cultuur en ontspanning Groen

226 226 229

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels

231 231 232 234 235

Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

236 236 238

4/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

Toelichting

5/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In het noorden van Zwolle, tussen de Scholtensteeg, de Stuurmansweg en de N331 bevindt zich een met grasland ingericht perceel. Initiatiefnemer is voornemens de locatie te transformeren naar een luxueuze en duurzame wellnesslocatie met een landschappelijk ingepast en hoogwaardig wellnesscentrum met bijbehorende sauna, horeca, sportvoorzieningen en wellnesstuin. Het voornemen is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan "Stadshagen II", waardoor een bestemmingsplanherziening is benodigd. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch kader. Hierbij is aangetoond dat de ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Plangebied

Zoals aangegeven bevindt het plangebied zich tussen de Scholtensteeg, de Stuurmansweg en de N331. Het plangebied behelst het noordelijke deel van het perceel dat bekend staat als perceel ZLE00, sectie S, nummer 7340. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de stad Zwolle en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de (in)directe omgeving (Bron: ArcGIS)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan "Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek. nr. NL.IMRO.0193.BP19016-0003 en een renvooi); regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

6/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

1.4

Geldende bestemmingsplannen

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Stadshagen II", vastgesteld op 29 oktober 2010 door de raad van de gemeente Zwolle. 1.4.2

Beschrijving bestemmingen

Op basis van het bestemmingsplan "Stadshagen II", is het plangebied voorzien van de bestemming 'Gemengde doeleinden uit te werken'. Gronden met deze bestemming zijn onder andere bestemd voor woningen, kantoren, bedrijven, dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen. Binnen de bestemming wordt gestreefd naar een menging van werken en wonen. Door de bestemming 'Gemengde doeleinden uit te werken' en uit te werken bestemming betreft, zijn tevens uitwerkingsregels opgenomen. Hierin is onder andere bepaald dat het bebouwingspercentage niet meer dan 50% mag bedragen en dat hoofdgebouwen niet hoger dan 12 meter mogen zijn. Tevens is bepaald dat rekening moet worden gehouden met de milieuhinder van bedrijvigheid op milieugevoelige functies en dient tevens te worden voldaan aan de Wet geluidhinder. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan opgenomen.

Afbeelding 1.2: Uitsnede van het geldende bestemmingsplan (Bron: Gemeente Zwolle)

7/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

1.4.3

Strijdigheid

Doordat er sprake is van een uit te werken bestemming, kan het voornemen uitsluitend mogelijk worden gemaakt door een uitwerkingsplan vast te stellen. Doordat echter sprake is van een uit te werken bestemming die gedateerd is, is het wenselijk om de voorgenomen ontwikkeling door middel van een adequaat en actueel bestemmingsplan planologische te regelen. Daarbij moet tevens worden opgemerkt dat de uitwerkingsregels niet meer toereikend zijn.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 het beleidskader weergegeven. Hoofdstuk 3 gaat in op de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 worden de juridische aspecten/planverantwoording behandeld. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

8/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

Hoofdstuk 2 2.1

Beleidskader

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt het beleidskader behandeld.

2.2

Ruimtelijk beleid

2.2.1

Rijksbeleid

2.2.1.1 Structuurvisie Ruimte en Infrastructuur Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Ruimte en Infrastructuur (hierna: SVIR) vastgesteld. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. De SVIR geeft de ambitie aan voor Nederland in 2040. Die ambitie is vertaald in doelen voor de middellange termijn tot 2028. Uitgangspunt van de SVIR is decentraal wat kan, centraal wat moet. Bij het bepalen van wat centraal moet, zijn slechts 13 rijksbelangen omschreven. Een rijksverantwoordelijkheid is slechts dan aan de orde, als: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, of; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, of; het een onderwerp betreft dat provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Conclusie Er is bij het plan geen sprake van rijksbelangen, waardoor de conclusie is dat het plan niet in strijd is met het rijksbeleid. 2.2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), zoals die geldt vanaf 1 juli 2017, bevat de verplichting om in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te geven van de behoefte aan die ontwikkeling.

Daarnaast, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In artikel 1.1.1 van het Bro is omschreven wat verstaan moet worden onder een stedelijke ontwikkeling. Namelijk een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Volgens de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) vallen onder het begrip 'andere stedelijke voorzieningen' onder meer accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. De in voorliggend bestemmingsplan besloten ontwikkeling betreft een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Hierna volgt een toetsing van het voornemen aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Behoefte Wellness is een specifieke leisure functie waar in voorliggend bestemmingsplan ruimte voor wordt geboden. Een onderbouwing in de context van artikel 3.1.6 (regionale behoeftevraag) is op deze schaal niet te geven. Verder is er op provinciaal, regionaal en lokaal niveau geen beleid of onderzoeken aanwezig naar dergelijke specifieke leisure functies.

Wel wordt, zoals in paragraaf 2.2.3 is beschreven, binnen de gemeente Zwolle al

9/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

enige tijd onderschreven dat Zwolle een grootschalig wellnesscentrum mist. De lokale behoeftevraag kan met de beschikbare informatie echter niet empirisch worden vastgesteld. Desondanks kan er een beeld worden geschetst over de trends en de ontwikkelingsmogelijkheden. Op basis daarvan kan inzicht worden verkregen in de mogelijke toekomstige behoefte. Er is volop groeipotentie in de wellnessbranche. Dit komt door de veranderende levensstijl van mensen. De groeiende aandacht voor lichaam en gezondheid, vergrijzing, spiritualisering en het stijgende inkomen draagt hier aan bij. Wellness moet dan ook niet gezien worden als een hype, maar als ware trend in de samenleving. Naar schatting bezoekt 20-30% van de bevolking tussen 18-65 jaar een wellnesscentrum (Bron: Rabobank Cijfers & Trends Wellness). Dit zijn circa twee tot drie miljoen bezoekers (exclusief herhalingsbezoek). Wellness wint nog steeds aan een groeiende populariteit. Dit komt mede doordat de drempel om naar een sauna te gaan steeds lager wordt, waardoor de doelgroep steeds groter wordt. Door in te spelen op specifieke doelgroepen of concepten kan een onderneming zich verder onderscheiden. Daarnaast is er een belangrijke opkomende doelgroep ´nieuwe ouderen´ die zich kenmerkt door individualisme, nieuwsgierigheid, en die zich richt op genieten, veiligheid, gezondheid en authenticiteit.

Onderschreven wordt dat aan aanbod in de wellness sector de afgelopen jaren snel is gegroeid. Door echter in te spelen op nieuwe doelgroepen, zoals ouderen (gelet op de naderende vergrijzing), is naar verwachting nog voldoende marktruimte. Al met al wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling aansluit op een actuele behoefte. Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied Hoewel het plangebied op basis van de provinciale gebiedskenmerkenkaart voor de stedelijk laag is aangewezen als bedrijventerrein (zie paragraaf 2.2.2), heeft het plangebied niet de kenmerken van een stedelijk gebied. In voorliggend geval wordt er dan ook uitgegaan dat er sprake is van een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied en dient te worden onderbouwd waarom het voornemen niet past binnen bestaand stedelijk gebied. Het wellnesscentrum dient een bepaalde identiteit te krijgen. Voorwaarden waar een dergelijke locatie aan moet voldoen is dat het is gelegen in een natuurlijke omgeving, dat het een natuurlijke uitstraling heeft en dat er een zeker mate van isolement is in verband met privacy. Een locatie met dergelijke kenmerken is niet te vinden binnen bestaand stedelijk gebied. Privacy is noodzakelijk voor thermen. Juist in de groene omgeving kan dit middels planten, bossen en ruimte relatief eenvoudig en op natuurlijke wijze gerealiseerd worden.

Hoewel privacy ook in de stedelijke omgeving gerealiseerd kan worden middels schuttingen en overkappingen, resulteert dit in een schijnbeleving van de kern van het wellnessconcept. In voorliggend geval wordt tevens nadrukkelijk ingezet in de natuurlijke uitstraling van de locatie. In feite moet het doen voorkomen dat de wellnesslocatie uit het landschap is verrezen en zodoende onderdeel van het landschap is. Vorenstaande draagt eveneens bij aan de belevingswaarde van het wellnesscentrum. Duidelijk mag zijn dat dit niet binnen bestaand stedelijk gebied is te realiseren. Tot slot wordt opgemerkt dat de locatie, zoals ook blijkt de uitwerkingsbevoegdheid uit het geldende bestemmingsplan, al enige tijd is aangewezen om ontwikkeld te worden. Het voornemen sluit aan bij de bestaande woonwijk ten oosten van het plangebied en vormt een logische overgang tussen Stadshagen en het buitengebied. Al met al is de voorgenomen ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied acceptabel. Conclusie Het voornemen is in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking.

10/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

2.2.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel van 1 mei 2017 geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. De omgevingsvisie is op 12 april 2017 vastgesteld en op 1 mei 2017 in werking getreden. In 2019 is de omgevingsvisie partieel herzien. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld.

Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijv. herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hier bij.

Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel 2017. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.

11/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

Generiek e beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase de zgn. 'SER-ladder' gehanteerd. Deze komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaande bebouwing en herstructurering worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities.

De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedsk enmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

12/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

Afbeelding 2.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel 2017 (Bron: Provincie Overijssel)

Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase "generieke beleidskeuzes" zijn de artikelen 2.1.3 (Principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) en 2.14.4 (Overstroombaar gebied) van belang. Principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (Artikel 2.1.3 lid 2) Lid 2: Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Ruimtelijke kwaliteit (Artikel 2.1.5; leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing

13/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.

Overstroombaar gebied (Artikel 2.14.4) 1. Bestemmingsplannen die betrekking hebben op het overstroombaar gebied als zodanig op de kaart Watergebiedsreserveringen zijn aangegeven, voorzien alleen in nieuwe stedelijke functies binnen deze gebieden als in het desbetreffende bestemmingsplan zodanige voorwaarden worden gesteld dat de veiligheid ook op lange termijn voldoende is gewaarborgd. 2. De toelichting op bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden als bedoeld in lid 1, is voorzien van een overstromingsrisicoparagraaf die inzicht biedt in: a. de risico’s bij overstroming; b. de maatregelen en de voorzieningen die worden getroffen om deze risico’s te voorkomen dan wel te beperken. Toetsing van het initiatief aan de generieke beleidskeuzes Het plangebied is reeds voorzien van een uit te werken stedelijke bestemming. De gronden zijn daarmee reeds gereserveerd voor stedelijke functies, waardoor er planologisch gezien geen sprake is van extra beslag op de groene ruimte. Vorenstaande wordt eveneens bevestigd op basis van de gebiedskenmerkenkaart van de 'stedelijke laag'. Op deze kaart is het plangebied aangewezen met het gebiedstype 'Bedrijventerrein'. De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op een wellnesscentrum waarbij ten aanzien van de architectuur nadrukkelijk aandacht wordt geschonken aan de inpassing van het geheel in het landschap.

Het ruimtelijk concept voor het hoofdgebouw, het wellnesscentrum, is een vertaling van een opgetild landschap met glooiende taluds en groene daken in aansluiting op het weidse landschap van de Mastenbroeker Polder en de naastgelegen geluidswallen. Er wordt nadrukkelijk aandacht gegeven om de locatie een hoogwaardige, maar ook landelijke uitstraling te geven. Hiermee wordt een aanzienlijke impuls gegeven aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. In het vervolg van deze paragraaf wordt het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) nader onderbouwd. Tot slot bevindt het plangebied in een overstroombaar gebied. In paragraaf 3.6 wordt middels een overstromingsrisicoparagraaf aangegeven welke maatregelen (kunnen) worden getroffen om de risico's bij een overstroming te minimaliseren. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Met de ontwikkelingsperspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie Overijssel vorm gegeven. Hiervoor gelden de gebiedskenmerken als onderligger.

In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap; wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap. Het plangebied ligt binnen het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. In afbeelding 2.2 is dit weergegeven.

14/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

Afbeelding 2.2: Uitsnede van het geldende ontwikkelingsperspectief (Bron: Provincie Overijssel) "Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap" Het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap biedt ruimte aan concurrerende en innovatieve vormen van landbouw en aan opwekking van hernieuwbare energie. Denk daarbij aan zonnepanelen, maar ook aan windenergie en biovergisters. Initiatieven mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing aan het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' De voorgenomen ontwikkeling sluit in beginsel niet aan bij de uitgangspunten die gelden binnen het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. Immers is geen sprake van een ontwikkeling ten behoeve van landbouw en de opwekking van hernieuwbare energie. Het voornemen resulteert echter niet in een aantasting van de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw. Vorenstaande wordt nader onderbouwd in paragraaf 3.7.2 en 3.7.4.

Geconcludeerd wordt dat het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' zich niet verzet tegen de voorgenomen ontwikkeling. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. 1.

De Natuurlijke laag

De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Afbeelding 2.3 betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de 'natuurlijke laag'. Het plangebied is met de rode belijning weergegeven.

15/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

Afbeelding 2.3: Uitsnede van de natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart 'de Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype "Riviergebieden - Komgronden". "Riviergebieden - Komgronden" De rivier is een lineaire, continue structuur die als ruimtelijke eenheid fungeert. De oeverwallen langs met name de IJssel zijn de hogere gronden langs de rivier; ze bestaan uit zand en leemhoudend materiaal, dat door de rivier ooit is afgezet. Van nature zijn deze gronden de drager van rijke en hele afwisselende loofbossen (hardhoutooibos) met een weelderige struikenlaag. Het zandige materiaal van de oeverwallen verwaaide in de omgeving van de oeverwal hier en daar tot ‘rivierduinen' en langs de Vecht tot duinen. De kommen zijn de gebieden waar zich verder van de rivier af, door overstromingen fijner materiaal afzette. Dit resulteerde in zware kleipakketten. In de delen met stagnant water ontwikkelde zich via verlanding moerasbos. Voor de kommen is het de ambitie om het karakter van laag, nat gebied met zware klei te behouden en verder te ontwikkelen en de kansen voor natuur ontwikkeling (kleimoeras) te benutten. 2.

De laag van het agrarische cultuurlandschap

De tweede laag beschrijft het palet van agrarische cultuurlandschappen met hun dragende structuren en nederzettingsvormen. Deze laag is het resultaat van de wisselwerking tussen verschillen in de natuurlijke ondergrond en de manier waarop gebieden in cultuur werden – en worden – gebracht. Door de eeuwen heen is een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing (hoeven, kernen en dorpen) gegroeid. Vanouds kennen de nederzettingen een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omliggende landschap. Afbeelding 2.4 betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de 'laag van het agrarisch cultuurlandschap'. Het plangebied is met de rode belijning weergegeven.

16/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

Afbeelding 2.4: Uitsnede van de laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' aangeduid met het gebiedstype "Laagveenontginningen". “Laagveenontginningen” Dit betreffen grote gebieden waar uitgestrekte veenmoerassen zijn ontstaan. Open water, rietmoeras en opgaand moerasbos bestonden naast elkaar. De laagveenmoerassen zijn deels ontwaterd, verveend en in cultuur gebracht als landbouwgrond. Laagveenrestanten krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de waterkwaliteit en de natuurkwaliteit. Overige delen krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op behoud van het veenpakket en het waterpeil is hier niet lager dan voor graslandgebruik noodzakelijk is. Ontwikkelingen dragen bij aan verhoging van het waterpeil, tegen bodemdaling en verdwijning van het veenpakket. 3.

De stedelijke laag

De stedelijke laag is de laag van de steden, dorpen, verspreide bebouwing, wegen, spoorwegen en waterwegen. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele verbindingen, maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. De ligging van een stad of dorp in het landschap, op een kruispunt van infrastructuur of in de nabijheid van grondstoffen speelt een belangrijke rol in het functioneren ervan. Efficiëntie en bereikbaarheid zijn belangrijke vestigingsfactoren, maar daarbij wordt de kwaliteit, eigenheid en het onderscheidend vermogen van de regio steeds belangrijker. Afbeelding 2.5 betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de 'stedelijke laag'. Het plangebied is met de rode belijning weergegeven.

17/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

Afbeelding 2.5: Uitsnede van de stedelijke laag (Bron: Provincie Overijssel) De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart 'de stedelijke laag' aangeduid met het gebiedstype "Bedrijventerrein" "Bedrijventerrein" De bedrijventerreinen zijn georganiseerd op basis van uitgegeven kavels aan bedrijven. Het zijn meestal monofunctionele werkgebieden met een ‘no nonsense’ karakter en vaak krappe openbare ruimtes. De gebieden zijn ingericht en bebouwd op basis van een beperkte set aan kwaliteitsregels. De terreinen zijn veelal volledig gericht op autobereikbaarheid en hermetisch van karakter en liggen los van de woonwijken en het buitengebied. Er zijn veel verschillen in uitstraling en ambitieniveau per terrein. De bebouwing is functioneel, vaak eenvoudig en eenvormig, soms karakteristiek en historisch. Als ontwikkelingen plaats vinden op of rond bedrijventerreinen, dan dragen deze bij aan versterking van het vitale karakter en de kwaliteit van bedrijventerreinen, aan het verbinden van het terrein met de omgeving en aan versterking van de profilering gericht op onderlinge differentiatie, met respect voor het verstedelijkingspatroon. Actieve kwaliteitsborging via beheer van bebouwing, uitgegeven (parkeer- en opslag-) terreinen en openbare ruimte. Benutten bestaande cultuurhistorische en architectonische kwaliteiten op bedrijventerreinen. 4.

De laag van de beleving

In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. Afbeelding 2.6 betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de 'stedelijke laag'. Het plangebied is met de rode belijning weergegeven.

18/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

Afbeelding 2.6: Uitsnede van de laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel) De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' aangeduid met het aspect "IJssellinie inundatieveld" "Bakens in de tijd - IJssellinie" Bakens in de tijd zijn relicten van diverse aard uit verschillende perioden van de wordingsgeschiedenis van Overijssel. De essentie van de bakens in de tijd is, dat ze de verhalende laag toevoegen aan het landschap. Het zijn belangrijke ingrediënten in de opbouw van gebiedsidentiteit. Het zijn plekken waar ‘tijds- diepte’ tot intense indrukken leidt. Toetsing aan de gebiedskenmerken Het plangebied bevindt zich op de noordelijke kop van de Scholtensteef. De noordelijke kop van de Scholtensteeg vormt de overgang naar de Mastenbroeker Polder. De locatie is beeldbepalend als scharnierpunt tussen het agrarisch en stedelijk gebied. De voorgenomen bebouwing en de inrichting van de kavel voegen zich naar deze landschappelijke context en hebben een duidelijke verwantschap met het polderlandschap. Het gebouw richt zich als het ware op uit het polderlandschap en maakt gebruik van de aanwezige landschappelijke vergezichten. Dit wordt benadrukt door de toepassing van groene taluds, groene daken en glooiende (gevel)lijnen.

Vorenstaande is conform (en draagt bij aan) de gebiedskenmerken die gelden voor de 'Natuurlijke laag' en de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'. De voorgenomen ontwikkeling sluit niet geheel aan bij de kenmerken uit de stedelijke laag. Er wordt immers geen bedrijventerrein gerealiseerd. De doelstellingen voor dit gebied worden echter wel gerespecteerd. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de vitaliteit en kwaliteit van de locatie en heeft een nauwe verbinding met de omgeving. Tot slot wordt opgemerkt dat de voorgenomen ontwikkeling de kenmerken uit de 'Laag van de beleving' niet aantast. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het de provinciale

19/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

Omgevingsvisie en -verordening. 2.2.3

Gemeentelijk beleid

2.2.3.1 Structuurplan Zwolle 2020 Het structuurplan dat op 16 juni 2008 door de raad is vastgesteld geeft de gemeentelijke visie op de gewenste sociale, economische en ruimtelijke structuur in 2020 weer. Het Structuurplan verwoordt niet alleen een kwantitatieve opgave, maar heel nadrukkelijk ook een kwalitatieve opgave. De visie wordt uiteengerafeld in programma's voor de verschillende beleidsterreinen. De globale visies op de toekomstige sociale, economische en ruimtelijke structuur zijn uitgewerkt tot de kern van het structuurplan: de plankaart met een beschrijving in hoofdlijnen van de meest gewenste ontwikkelingen voor de komende vijftien jaar. De plankaart geeft zo een integraal beeld van de beoogde functies van stad en ommeland tot 2020. In het structuurplan heeft het plangebied de aanduiding 'woongebied'. De toekomstige uitbreiding van Zwolle kan plaatsvinden door het verder ontwikkelen van Stadshagen I en II. In Stadshagen II zijn in totaal volgens het structuurplan 4350 woningen gepland. Deze worden gebouwd in een groenstedelijk woonmilieu waarbij de nadruk komt te liggen op kleinschalige en overzichtelijke leefgemeenschappen. Naast het vigerende structuurplan Zwolle 2020, wordt inmiddels hard gewerkt aan het opstellen van een omgevingsvisie ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet.

De raad heeft inmiddels deel 1 van de omgevingsvisie "Mijn Zwolle van morgen" vastgesteld in november 2017. Deel 1 is "slechts" een document op hoofdlijnen, waarin, met aandacht voor de strategische opgaven, de verschillende ambities op integrale wijze worden samengebracht. Het document geeft op hoofdlijnen richting aan de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in de toekomst, maar dient in een opvolgend document, omgevingsvisie deel 2, nader te worden uitgewerkt. Dan kunnen ook keuzes gemaakt worden op gebiedsniveau. Dat betekent dat het Structuurplan 2020 zijn status als structuurvisie, zoals bedoeld onder de huidige Wet ruimtelijke ordening, voor het grootste deel behoudt. Het document kan pas vervallen, nadat de volledige omgevingsvisie (deel 2) zal zijn vastgesteld. Als onderlegger voor de omgevingsvisie geldt onder meer de Woonvisie van de gemeente Zwolle, zoals vastgesteld op 8 mei 2017, waarin een richtinggevend kader is neergelegd voor de wijze waarop wij tot keuzes willen komen ten aanzien van woningbouw, waarbij de behoefte enerzijds en de belangen vanuit de kwaliteit van de centrumstad anderzijds van belang zijn en waarbij tevens voldoende ruimte wordt gegeven aan woonpartners en andere initiatiefnemers. Deze ontwikkeling past binnen de hoofdlijnen en ambities uit de omgevingsvisie deel 1.

Toetsing Het plan is in overeenstemming met het gemeentelijke structuurplan 2.2.3.2 Actualisering en evaluatie leisurebeleid gemeente Zwolle In 2010 is door ZKA de rapportage ‘Zwolle, historische stad met smaak en dynamiek; ontmoeten, ontspannen, beleven’ opgeleverd. Deze vormde één van de bouwstenen voor de gemeentelijke beleidsnota ‘Zwolle, een belevenis!!, beleidskader commerciële vrijetijdsvoorzieningen’ in 2011 waarin een aantal doelstellingen en strategische beleidslijnen is geformuleerd voor de periode tot 2025. Destijds is vastgelegd om halverwege de periode de voortgang te evalueren en het beleid te actualiseren. Ter voorbereiding hiervan is ZKA door de gemeente gevraagd een analyse uit te voeren met zowel een terugblik (Wat is bereikt? Waar staan we nu?) alsook vooruit te kijken wat de perspectieven zijn voor de komende jaren en wat dit betekent voor het ingezette beleid. Het rapport 'Actualisering en evaluatie leisurebeleid gemeente Zwolle' is hier het resultaat van. Hierna wordt ingegaan op de relevante bevindingen. Om de potentiële groeikansen voor het leisure aanbod in Zwolle in kaart te brengen wordt eerst teruggeblikt

20/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

en vervolgens de kansen benoemd. Het aanbod aan wellnesscentra in Zwolle is beperkt. In het verleden heeft een bestaande wellnessaanbieder een renovatie doorgevoerd, waarmee het aanbod beperkt is vergroot. In 2010 is reeds opgemerkt dat Zwolle nog een grootschalig wellnesscentrum mist. Daarnaast wordt aangegeven dat er kansen zijn voor de wellnesssector om het marktbereik van de leisurevoorzieningen in Zwolle te vergroten. Tot slot wordt in het evaluatierapport aangegeven Zwolle in 2017 qua bezoekersaantallen en bestedingen, halverwege de periode 2010-2025, goed op koers ligt om haar ambities in 2025 te halen. Er is echter nog een weg te gaan. Toetsing Zoals wordt aangegeven is in het verleden reeds benoemd dat Zwolle een grootschalig wellnesscentrum mist. het grootschalige wellnessentrum is tot op heden niet gerealiseerd. De in voorliggend bestemmingsplan besloten ontwikkeling speelt hierop in door te voorzien in een dergelijke voorziening. De voorgenomen ontwikkeling draagt daarnaast bij aan de doelstellingen van Zwolle ten aanzien van bezoekersaantallen en bestedingen. Het wellnesscentrum dient immers een regionale aantrekkingskracht te krijgen.

2.3

Archeologisch en cultuurhistorisch beleid

2.3.1

Archeologisch beleid

Het archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet is per 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet voorzag in een nieuwe regeling voor de archeologie in de Monumentenwet 1988. Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid gemeente Zwolle vast te stellen. Het beleid is uitgewerkt aan de hand van een viertal kernbegrippen: kenbaarheid, verankering, betaling en kwaliteit. Centraal thema daarbij is, dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in het bestemmingsplan worden bestemd met een dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's). 2.3.2

Cultuurhistorisch beleid

Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwolse monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit: het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een rijksmonument of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een rijksmonument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Op grond van de Erfgoedverordening Zwolle 2010 is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning een beschermd (rijks- of gemeentelijk) monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigingen. Ook is het verboden een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Op 1 juli 2015 is artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd. Daarmee dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van

21/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

bestemmingsplannen. Dit betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied en daar conclusies aan verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden. De gemeente Zwolle heeft als onderdeel van de hele inventarisatie van haar grondgebied voor dit plangebied inventarisaties van cultuurhistorische waarden laten uitvoeren. Binnen het bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de geïnventariseerde cultuurhistorische waarden door een beschermende regeling voor cultuurhistorisch waardevolle objecten op te nemen. Daarnaast houdt het bestemmingsplan er rekening mee dat de directe omgeving van monumenten niet onevenredig wordt verstoord. 2.3.3

Toetsing van het initiatief aan het archeologisch en cultuurhistorisch beleid

In dit geval is er geen sprake de sloop of verbouw, verstoring of wijziging van een beschermd monument. Op basis van de archeologische verwachtingskaart bevindt het plangebied in een 0% gebied. Een 0% gebied is archeologisch leeg, geheel verstoord of reeds opgegraven. Er zijn geen consequenties verbonden aan grondverstorende werkzaamheden in deze gebieden. Voor een nadere toetsing aan de aspecten archeologie en cultuurhistorie wordt verwezen naar paragraaf 3.2.

2.4

Verkeersbeleid

2.4.1

Mobiliteitsvisie

Het op dit moment vigerende Zwolse mobiliteitsbeleid vloeit voort uit het rijks - en provinciaal beleid en is verwoord in de Mobiliteitsvisie. De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december 2019. In de mobiliteitsvisie komt naar voren dat de verdere groei van de mobiliteit niet zondermeer opgevangen wordt door de mobiliteitsvraag te faciliteren met nieuwe infrastructuur. En dat de ambitie is voornamelijk te investeren in een bereikbaar en toegankelijk Zwolle, waarbij mobiliteit gaat bijdragen aan andere Zwolse doelstellingen. Van economische groei tot de woningbouwopgave; van klimaat neutrale gemeente tot gezonde en vitale wijken. De ambitie is dat we ervoor zorgen dat Zwolle ook in de toekomst goed bereikbaar is door fietsen, lopen en reizen met het openbaar vervoer te stimuleren én door het autogebruik beter te spreiden. Alleen met al deze maatregelen kunnen we de knelpunten in het Zwolse verkeer voldoende wegnemen om de verwachte groei van verkeersdeelnemers op te vangen en Zwolle bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. Zwolle heeft een gunstige positie qua ontwikkeling. In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei, leefbaarheid en dergelijke is het daarom noodzakelijk om prioriteiten te stellen.

Zwolle wil de kwaliteiten als bereikbare en gezonde stad vasthouden door, naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur, de samenleving te mobiliseren om de groeiende vraag naar mobiliteit om te buigen in een duurzame richting. 2.4.2

Toetsing van het initiatief aan het verkeersbeleid

De voorgenomen ontwikkeling heeft geen directe gevolgen voor de doelstellingen zoals die zijn verwoord in de Mobiliteitsvisie. Het plan is in overeenstemming met het verkeersbeleid.

22/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

2.5

Groenbeleid

2.5.1

Groenbeleidsplan en Structuurplan 2020

Het Groenbeleidsplan, vastgesteld door de gemeenteraad op 30 maart 1998, geeft aan dat de hoofdgroenstructuur stevig genoeg moet zijn om duurzaam in stand te worden gehouden. Het groen zal meerdere functies vervullen, zal natuurwaarden in zich bergen en duidelijk herkenbaar zijn in de stad. Het netwerk van groene dragers in het Structuurplan 2020 is grotendeels afgeleid van het Groenbeleidsplan en aangevuld met nieuw structuurgroen dat voor de periode tot 2020 op het programma staat. Buurtgroen staat niet zelfstandig op de plankaart van het Structuurplan. Wel vormt het een onlosmakelijk onderdeel van de ruimtelijke opzet en inrichting van woon- en werkmilieus. 2.5.2

Bomenverordening en Groene Kaart

Voor de bomen geldt de in 2013 vastgestelde Bomenverordening. Voor het vellen van een boom binnen de op de Groene Kaart weergegeven groenstructuren (Hoofdgroenstructuur, Wijkgroenstructuur, Groenvoorzienend boomgebied en Hoogstedelijk boomgebied), zoals die staan aangegeven op de Groene Kaart, is een (kap)omgevingsvergunning nodig voor bomen met een omtrek groter dan 30 cm, die staat op een perceel van 400 m² en groter. Onder vellen valt ook het rooien, het verplanten en het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van een houtopstand als gevolg kunnen hebben. Bomen die, vanwege ouderdom, omvang, soort of andere redenen bijzonder zijn, staan op de Groene Kaart aangegeven als bijzondere boom. Voor deze bomen geldt dat ze in principe niet gekapt mogen worden, tenzij daarvoor een uitzonderlijke reden is. Dit verbod geldt voor alle bijzondere bomen, ongeacht de locatie op de Groene Kaart, de stamomvang van de boom en de perceelsgrootte van het perceel waarop de bijzondere boom staat. Het basisprincipe is dat bij kap van bomen herplant plaats vindt; voor iedere gekapte boom een nieuwe boom. Wanneer er geen mogelijkheden zijn voor (voldoende) herplant, moet financiële compensatie plaatsvinden. 2.5.3

Toetsing van het initiatief aan het Groenbeleid

De voorgenomen ontwikkeling kenmerkt zich door de groene uitstraling. De voorgenomen wellnesslocatie is zodanig ontworpen, dat het lijkt alsof het geheel is verrezen uit het landschap. Voor een nadere toelichting op de gewenste ontwikkeling, wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met het gemeentelijk Groenbeleid. Opgemerkt wordt dat ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling geen waardevolle bomen worden geveld.

2.6

Waterbeleid

2.6.1

Europees en nationaal beleid

Duurzaam schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. Dat zijn heel in het kort de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21e eeuw (WB21), die voortaan samengaan via het Nationaal Bestuursakkoord Water.

23/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

2.6.2

Europese Kaderrichtlijn Water

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand). In de geldende Europese richtlijnen en de EU richtlijn Prioritaire Stoffen staat precies omschreven wat een goede chemische toestand voor oppervlaktewater is. De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebiedbeheersplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater.

Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. 2.6.3

Waterbeheer 21e eeuw (WB21)

WB21 anticipeert op toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer. In WB21 wordt uitgegaan van twee principes (tritsen) voor duurzame waterkwantiteit- en duurzaam waterkwaliteitsbeheer: vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren; schoonhouden, scheiden en zuiveren. Bij 'vasthouden, bergen en afvoeren' wordt regenwater zoveel als mogelijk bovenstrooms vastgehouden in de bodem en het oppervlaktewater. Wanneer er toch een wateroverschot ontstaat wordt het water eerst tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en dan pas afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het om een voorkeursvolgorde waarbij de voorkeur uitgaat naar het voorkomen van verontreiniging (schoonhouden). Als toch verontreiniging ontstaat, moeten schoon en vuil water zoveel mogelijk worden gescheiden. Ten slotte wordt het verontreinigde water zo goed mogelijk gezuiverd. 2.6.4

Deltawet

Het doel van de Deltawet, aangenomen op 28 juni 2011, is ons land nu en in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden. De afgelopen eeuw is de zeespiegel gestegen, de bodem gedaald en het is warmer geworden. Dat zet door, blijkt uit de cijfers van het KNMI. Hevigere weersomstandigheden, zoals meer regen en periodes van droogte, zijn zaken om rekening mee te houden. Het Deltaprogramma is er om de huidige veiligheid op orde te krijgen en ervoor te zorgen dat ons land is voorbereid op de toekomst. En om daarbij de juiste maatregelen te nemen voor een veilig en aantrekkelijk Nederland met voldoende zoetwater. In het Deltaprogramma werken het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten. Dit gebeurt onder regie van de Deltacommissaris, waarvan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu de coördinerende bewindspersoon is. Naast de lopende programma's, zoals Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, Zwakke Schakels Kust en Hoogwaterbeschermingsprogramma, staan in het Deltaprogramma vijf deltabeslissingen centraal. Deze 24/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

beslissingen gaan over de normen van onze belangrijkste dijken en andere waterkeringen en de strategieën voor onze waterveiligheid, over de beschikbaarheid en verdeling van zoetwater, over het peil van het IJsselmeer, over de manier waarop gebieden veilig kunnen blijven zonder aan economische waarde in te boeten en over hoe bij het bouwen van buurten en wijken rekening kan worden gehouden met water. In 2014 zijn de deltabeslissingen in de Tweede Kamer besproken. 2.6.5

Provinciaal beleid

In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 2.6.6

Waterschapsbeleid

Het algemene beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta is verwoord in het Waterbeheerplan 2016-2021, de beleidsnota Leven met Water in Stedelijk Gebied, de Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, Visie Beheer en Onderhoud 2050, het Beleidskader Recreatief Medegebruik en de Beleidsnota Water Raakt van 2013. Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21. In 2007 is de nota "Leven met Water in stedelijk gebied" vastgesteld. Deze nota beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied. Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van deze wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen van Waterschap Drents Overijsselse Delta is de keur van toepassing. In de keur is aangegeven wat wel en niet mag bij watergangen, waterkeringen en kernzones. Bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen. De genoemde beleidsdocumenten liggen ter inzage op het hoofdkantoor van Waterschap Drents Overijsselse Delta te Zwolle. 2.6.7

Gemeentelijk beleid

Gemeente Zwolle heeft in de Wateragenda (2015) uitgangspunten vastgelegd om vorm te geven aan de opgaven rondom water en (aanpassen aan het) klimaat. Gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van hemelwaterinfiltratie vastgelegd in de gemeentelijke bouwverordening. Verder zijn in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 ontwerprichtlijnen en beleidskeuzes beschreven waaraan voldaan moet worden. 2.6.8

Conclusie

Het voorgenomen plan is in overeenstemming met het waterbeleid. Eén en ander blijkt tevens uit de uitgevoerde watertoets, zoals opgenomen in paragraaf 3.6.

2.7

Duurzaamheid

Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan duurzaamheid. Zo wordt het wellnesscentrum niet op het gasnet aangesloten waardoor het plan all-electric wordt uitgevoerd. Daarnaast wordt grotendeels gewerkt met duurzame, herbruikbare materialen (zoals hout). En zijn er plannen op ter plaatse van het parkeerterrein zonnepanelen te plaatsen, zodat (deels) in de eigen energiebehoefte kan worden voorzien. Tevens krijgt de locatie een zeer groen karakter. Zo krijgen het hoofdgebouw en de bijgebouwen groene daken, wordt er rondom het plangebied een aardewal aangelegd en worden circa 100 bomen geplant. Dit alles wordt gedaan om de locatie op te laten gaan in het landschap. Tot slot worden de natuurbaden in de wellnesstuin op een natuurlijke manier gefilterd middels helofytenfilters. 25/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

Voor het overige wordt opgemerkt dat ten minste wordt voldaan aan de laatste EPC-normen.

2.8

Milieubeleid

2.8.1

Algemeen

De gemeenteraad van Zwolle heeft in 2005 de milieuvisie "Milieu op scherp" vastgesteld. De milieuvisie geeft de richting aan van het Zwolse milieubeleid. In de milieuvisie worden ambities en doelstellingen geformuleerd en worden prioriteiten gesteld in de ontwikkeling en uitvoering van het Zwolse milieubeleid. In de milieuvisie is de strategie geformuleerd die Zwolle wil hanteren om te komen tot een effectief en efficiënt milieubeleid. Er worden parallelle sporen gevolgd. Per sector (geluid, bodem, externe veiligheid, luchtkwaliteit enz.) wordt beleid geformuleerd. Op dit moment is voor de sectoren energie, duurzaam bouwen, bodem, grondwater, geluid, afval en externe veiligheid beleid vastgesteld. Zwolle heeft daarnaast gebiedsgericht milieubeleid ontwikkeld. Door middel van een gebiedsgerichte aanpak wordt het sectorale milieubeleid per gebied geïntegreerd. Het principe is dat binnen het grondgebied van Zwolle diverse gebiedstypen worden onderscheiden op basis van ruimtelijke kenmerken en functies. Vervolgens wordt vastgesteld welke milieukwaliteit nagestreefd wordt bij een dergelijk gebiedstype. Uiteindelijk zal dit referentie milieu kwaliteitsprofiel de basis vormen voor de uitwerking van het milieubeleid in een specifiek gebied. Het beleid voor de aspecten geluid, luchtkwaliteit, bodem, bedrijvigheid en externe veiligheid zijn relevant voor voorliggend plan.

Dit beleid wordt in de volgende paragrafen kort beschreven. 2.8.2

Bedrijvigheid

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurd onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we enerzijds het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen en gevoelige bestemmingen zoals woningen. Anderzijds worden milieugevoelige functies zoals wonen en recreëren beoordeeld. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. De onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteit duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Zwolle hanteert bij de uitwerking van het bovenstaande principe de veel gebruikte VNG-handreiking "Bedrijven en Milieuzonering"(2009). Hierin zijn richtafstanden aangegeven die aangehouden kunnen worden tussen bedrijven c.q. voorzieningen en woningen. 2.8.3

Geluid

In de milieuvisie 'Milieu op scherp' wordt de ambitie voor geluid als volgt omschreven: "Zwolle is een dynamische stad met geluidniveaus die passen binnen de wettelijke grenswaarden. Er zijn alleen geluiden die passen bij de functie van een gebied en ook de geluidbelasting binnen het gebied is gerelateerd aan de functie van het gebied. Dit is vastgelegd in de 'Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu gemeente Zwolle'. Een belangrijke doelstelling is het verminderen van geluidshinder in bestaande woningen en voorkomen van geluidshinder bij renovatie en nieuwbouw. Een belangrijke maatregel om deze

26/238

19 april 2021 bestemmingsplan Stadshagen II, Scholtensteeg (wellness)

doelstelling te bereiken is het toepassen van stillere wegdeksoorten. Een andere maatregel is het meenemen van de geluidsdoelstellingen bij de ruimtelijke planontwikkeling". In de door de gemeenteraad vastgestelde 'Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu gemeente Zwolle' (juli 2007) en in de beleidsregel 'Hogere waarden Wet geluidhinder' (2 april 2007) worden de ambities en de grenswaarden (dit is de maximale waarde waarvoor nog hogere grenswaarden worden vastgesteld) per gebiedstype genoemd. Is de geluidsbelasting lager dan de grenswaarde uit het Gebiedsgericht Milieubeleid dan kan na een eenvoudige administratieve toets de hogere waarde worden vastgesteld. Is de geluidsbelasting hoger dan de grenswaarde uit het Gebiedsgericht Milieubeleid, maar onder het wettelijke maximum dan is een meer diepgaande beoordeling noodzakelijk. Bij de beoordeling komt het onderzoeken van varianten nadrukkelijk aan bod en wordt gekeken naar mogelijkheden van bijvoorbeeld een geluidsluwe gevel, aangepaste indeling van de woning (hoofdslaapkamer aan de geluidsluwe gevel), een balkon of tuin aan de geluidsluwe zijde van de woning, indien het balkon aan de voorzijde is gesitueerd wordt gekeken naar mogelijkheden om deze afsluitbaar te maken, waardoor akoestische compensatie wordt verkregen. Het plangebied ligt in het gebiedstype Stedelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=c1ed1ea1-a854-4b54-9a81-abb5dd044361