Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum - TOELICHTING.pdf
Tekst van het document
45/58
7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum
Toetsing aan milieugevoelige functies in het plangebied De beoogde bedrijvigheid in relatie tot de beoogde gevoelige functies is in lijn met de regeling voor functiemenging uit de VNG-publicatie (Bedrijven en milieuzonering, 2009). In de bijlagen bij de regels in hiervoor de Staat van Bedrijfsactiviteiten bij functiemenging opgenomen. Hierin zijn de toegestane functies beperkt tot functies met een lage milieubelasting. Richtafstanden zijn daarmee niet van toepassing, in plaats daarvan is bepaald welke activiteiten gewenst zijn en of die binnen het gebied passen. Daarvoor is een Staat van Bedrijfsactiviteiten bij functiemenging opgesteld op basis van VNG publicatie, deze is bijgevoegd als bijlage bij de regels. Hierin zijn enkel activiteiten uit categorie A en B toegestaan en er is een afweging gemaakt in passende functies voor het winkelcentrum. Activiteiten met een hoge verkeersaantrekkende werking zijn niet toegestaan, met uitzondering van de supermarkt. De beoogde bedrijvigheid in onderhavig plangebied is van eenzelfde aard als de bedrijvigheid in het bestaande winkelcentrum. Het betreffen over het algemeen kleinschalige bedrijven (met uitzondering van een supermarkt en een publiekstrekker) die hoofdzakelijk in de dagperiode in werking zijn, werkzaamheden geschieden hoofdzakelijk inpandig en eventueel vrachtverkeer van en naar bedrijven vindt vooral plaats in de dagperiode.
Vrachtverkeer voor het laden en lossen van producten vindt plaats in een overdekte expeditieruimte aan de Overtoom. De expeditieruimte wordt voorzien van geluidwerende voorzieningen. Door het inpandig laden en lossen wordt de geluidbelasting op de omgeving zoveel mogelijk beperkt. De beoogde functies zijn beperkt tot functies met een lage milieubelasting (geur, stof, geluid, gevaar). Daarnaast is er sprake van een bouwkundig afscheiding tussen belastende en gevoelige functies. Met de bouwkundige constructie kan contactgeluid, geurdoorslag en trillingen in voldoende mate worden voorkomen. De opstelplaats voor winkelwagens zal gerealiseerd worden in de parkeergarage onder het nieuw te bouwen complex en inpandig op de begane grond naast de entree van de supermarkt, om de geluidoverlast als gevolg van rijdende winkelwagens in relatie tot geparkeerde auto's te voorkomen.
Conclusie Nabijgelegen en beoogde gevoelige functie vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Ook vormt de ontwikkeling geen belemmering voor nabijgelegen bedrijfsactiviteiten. Er kan geconcludeerd worden dat het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering vormt voor de beoogde uitbreiding van Winkelcentrum Stadshagen. 3.8.4
Stikstof
Omdat de ontwikkeling gepaard gaat met de uitstoot van stikstof in de bouw- en de gebruiksfase moet er in beeld worden gebracht wat de mogelijke effecten van de ontwikkeling zijn op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. De stikstofdepositie van de sloop-/bouwfase en de gebruiksfase is derhalve in kaart gebracht door middel van een AERIUS-berekening (Bijlage 8 en Bijlage 9). Waar in de rapportages gesproken wordt over de basisvariant wordt de zuidvariant bedoeld. Overigens is deze variant niet uitvoerbaar gebleken en is daarmee afgevallen. Ontwikkelingen in een bestemmingsplan kunnen alleen worden opgenomen als er geen significant effect is op de Natura 2000-gebieden ten opzichte van de huidige feitelijke legale situatie. Uit de berekeningen blijkt dat er sprake is van een toename van de stikstofdepositie (van afgerond 0,02 mol N/ha/jaar). Middels een ecologische beoordeling, ondanks de toename van de stikstofdepositie, dient de verslechtering van habitattypen of habitats van stikstofgevoelige soorten volledig te worden uitgesloten. Alleen dan is het plan uitvoerbaar en kan de ontwikkeling doorgang vinden. Naar aanleiding van de berekening voor stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase en de gebruiksfase is
46/58
7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum
een ecologische beoordeling gedaan voor zowel de zuidvariant als de noordvariant (Bijlage 10 en Bijlage 11). Op basis van de effectbeoordeling kan voor beide varianten het volgende geconcludeerd worden: De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een zodanige toename aan stikstofdepositie dat hierdoor sprake is van significante gevolgen voor de kwaliteit en oppervlakte van kwalificerende habitattypen en/of leefgebieden van soorten waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. De ontwikkeling staat het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen niet in de weg. Vanaf 1 juli 2021 is de Wet Stikstofreductie en natuurverbetering gezamenlijk met het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Deze nieuwe wetgeving kent een gedeeltelijke vrijstelling voor stikstof-gerelateerde werkzaamheden vanuit de bouwsector. De tijdelijke gevolgen van door de bouw veroorzaakte stikstofdepositie kunnen daarmee buiten beschouwing worden gelaten bij een omgevingsvergunning. In voornoemde rapportage is de aanlegfase nog wel meegenomen omdat deze zijn opgesteld voor de inwerkingtreding van de nieuwe wet. Dit heeft geen negatieve gevolgen voor de conclusies.
Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling, ook in combinatie met andere plannen of projecten, niet zal leiden tot significante gevolgen voor de kwaliteit van habitattypen en/of kwalificerende soorten van leefgebieden binnen de in beide ecologische beoordeling besproken Natura 2000-gebieden. 3.8.5
Luchtkwaliteit
Het bevoegd gezag dient in bepaalde gevallen bij het nemen van ruimtelijke en infrastructurele besluiten en bij het verlenen van vergunningen, de luchtkwaliteit mee te nemen in de besluitvorming. Hierbij dient te worden nagegaan wat de gevolgen van het besluit zijn voor de luchtkwaliteit. Als aan één of meer van onderstaande motiveringsgronden uit de Wet milieubeheer wordt voldaan, mag het bevoegd gezag positief besluiten: a. b. c. d.
het project leidt niet tot overschrijdingen van de grenswaarden; het project leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtkwaliteit; het project is onderdeel van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit.
In het kader van de beoogde ontwikkeling zijn de effecten van het project op de luchtkwaliteit inzichtelijke gemaakt (Bijlage 12). Waar in de rapportage gesproken wordt over de basisvariant wordt de zuidvariant bedoeld. Op basis van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat voor beide varianten (zuidvariant en noordvariant) de grenswaarden voor NO2 en PM10 en PM2,5 niet worden overschreden. Hiermee voldoet het plan aan de luchtkwaliteitseisen uit Wet milieubeheer. Voor het aspect luchtkwaliteit is daarmee geen wettelijke belemmering om de beoogde ontwikkeling tot uitvoering te brengen. 3.8.6
Bodemkwaliteit
In het kader van een ruimtelijk plan dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er soms een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd in het plangebied. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Ten behoeve van de beoogde uitbreiding van Winkelcentrum Stadshagen is er door Sweco een milieuhygienisch vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van de voorziene herontwikkellocatie (Bijlage 13). Uit het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn
47/58
7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum
voor de voorgenomen eigendomstransactie en beoogde ontwikkeling op de locatie. Er is geen noodzaak tot het uitvoeren van fysisch veld- en laboratoriumonderzoek. Dit wordt bevestigd door een memo van de omgevingsdienst IJsselland, waarin het volgende wordt geconcludeerd: "Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning kan voor deze locatie op basis van de huidige bekende bodeminformatie vrijstelling van de onderzoeksplicht worden verkregen." De bodemkwaliteitskaart van de gemeente Zwolle, waarnaar verwezen wordt in het rapport, is recentelijke geactualiseerd. De geactualiseerde bodemkwaliteitskaart leidt niet tot een andere conclusie. 3.8.7
Externe veiligheid
Voor het plangebied hebben we een risico-inventarisatie uitgevoerd op basis van de Risicokaart van Nederland. Hierbij is binnen 1000 meter afstand van het plangebied gekeken naar volgende aspecten, die van invloed kunnen zijn op het plangebied: 1. 2. 3. 4.
Transport van gevaarlijke stoffen over een weg, waterweg of spoorweg; Luchthavens; Inrichtingen (bijvoorbeeld (agrarische) bedrijven, BEVI-plichtige bedrijven); Buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen.
Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de risicokaart.
Uitsnede risicokaart (plangebied: zwart omcirkeld; bron: Risicokaart.nl)
Transport gevaarlijke stoffen Uit de risicokaart blijkt dat binnen een straal van 1000 meter rond het plangebied geen waterwegen, basisnet wegen en basisnet spoor liggen waarover significante hoeveelheden gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. De dichtstbijzijnde waterweg waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd ligt op een afstand van ongeveer 2,3 km vanaf het plangebied.
48/58
7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum
De dichtstbijzijnde basisnet weg waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd ligt op een afstand van ongeveer 2,5 km vanaf het plangebied. Het dichtstbijzijnde basisnet spoor waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd ligt op een afstand van ongeveer 3,5 km vanaf het plangebied. Luchthavens Binnen 1000 meter van het plangebied is volgens de risicokaart geen vliegveld aanwezig. Het plangebied ligt ook niet binnen de invloedssfeer van elders gelegen vliegvelden. Inrichtingen Uit de risicokaart blijkt dat binnen 1000 meter van het plangebied geen inrichtingen met gevaarlijke stoffen aanwezig. Buisleidingen Volgens de risicokaart liggen er in het gebied geen buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. In aanvulling op voornoemde risicoinventarisatie is er met de beoogde ontwikkeling ook geen sprake van de realisatie van een gevaarlijke inrichting. De ontwikkeling vormt daarmee ook geen verhoogd risico voor de omgeving. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde uitbreiding van Winkelcentrum Stadshagen. 3.8.8
Niet Gesprongen Explosieven
Voor de graaf- en boorwerkzaamheden in de onderzoeksfase en uitvoeringsfase van de uitbreiding van het winkelcentrum is een QuickScan ten aanzien van Niet Gesprongen Explosieven (NGE) uitgevoerd (Bijlage 14). Op basis van de geraadpleegde literatuur ontstaat het beeld dat er tijdens de Duitse inval en de navolgende bezettingsjaren in de omgeving diverse oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden, waarbij mogelijk CE (Conventionele Explosieven) achter is gebleven. De locaties liggen op voldoende afstand van de projectlocatie. De locaties liggen op voldoende afstand van de projectlocatie. Er is geen aanleiding gevonden om voor de locatie rekening te houden met een verhoogd risicoprofiel. De resultaten uit de QuickScan geven aanleiding om aan te nemen dat de geplande werkzaamheden zonder aanvullend onderzoek uitgevoerd kunnen worden. Opgemerkt wordt dat er tijdens de uitvoering altijd aandacht dient te zijn voor het aantreffen van onverwachte zaken en dat grondroerend personeel op de hoogte dient te zijn van een protocol voor toevalsvondsten. Indien tijdens het werk gestuit wordt op zaken die lijken op CE dient het werk altijd terstond gestaakt te worden en een deskundige geraadpleegd te worden. 3.8.9
Kabels, leidingen en straalpaden
In het kader van grondwerkzaamheden in de onderzoeksfase en uitvoeringsfase is een oriëntatiemelding gedaan bij de gemeente Zwolle en de ondergrondse kabels en leidingen binnen het plangebied zijn in kaart gebracht. Waar nodig wordt afstemming gezocht met eigenaren van kabels en leidingen.
49/58
7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum
3.9
Duurzaamheid
Het aspect duurzaamheid wordt integraal meegenomen in de uitbreiding van het winkelcentrum. Niet alleen technische duurzaamheidsmaatregelen worden getroffen maar er wordt ook aangestuurd op duurzaam gedrag. Dit wordt onder andere gedaan door het stimuleren van duurzame stroom maar bijvoorbeeld ook door middel van elektrische deelauto's en het toepassen van een WKO-systeem met warmtepompen.
50/58
7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum
Hoofdstuk 4 4.1
Juridische aspecten
Inleiding
Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum.
De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Gevolgd door de volgende bijlagen: Bijlage 1 Lijst met horecacategorieën; Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging Hoofdstuk 1 Inleidende regels: De inleidende regels zijn van algemene aard en bestaan uit de volgende regels: Artikel 1 Begrippen; Artikel 2 Wijze van meten.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels: Toelichting op de regels voor de enkelbestemmingen: Het gehele plangebied is onderverdeeld in enkelbestemmingen. Dit in tegenstelling tot een bestemming die andere bestemmingen als dubbelbestemming overlapt. De dubbelbestemmingen behoeven niet in het gehele plangebied voor te komen. Een enkelbestemming kan in het plangebied op één plaats, maar ook op meerdere plaatsen voorkomen. De bij deze bestemmingen behorende regels zijn per bestemming in een apart artikel ondergebracht. Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. De opbouw van een bestemmingsregel is als volgt: 1. 2. 3. 4.
Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels;
51/58
7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum
Per bestemmingsonderdeel wordt hierna een korte toelichting wordt gegeven. 1. Bestemmingsomschrijving: In de bestemmingsomschrijving wordt een nadere omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie wordt als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid wordt aangegeven door de zin 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie in de bestemming. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel maar bevat ook inrichtingsaspecten. 2. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Bij woningen wordt een onderscheid gemaakt tussen 'hoofdgebouwen', 'bijbehorende bouwwerken' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak'. Een 'bijbehorend bouwwerk' is een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak'. Deze definitie is gelijk aan de definitie in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Voor de andere functies geldt dat er meestal geen sprake is van 'bijbehorende bouwwerken'. Bij deze functies wordt dan alleen gebruik gemaakt van de begrippen 'gebouwen' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde'.
De maatvoering waaraan een (hoofd)gebouw, bijbehorend bouwwerk c.q. bouwwerk, geen gebouw zijnde, dient te voldoen wordt in deze regel opgenomen. De maximum goothoogte en maximum bouwhoogte worden in meters weergegeven, de dakhelling in graden. De hoogte van de gebouwen wordt op de kaart aangegeven, indien er geen uniforme hoogteregels voor de gehele bestemming van toepassing zijn. Dit wordt in de verbeelding op papier van het plan gedaan door middel van een symbool in de vorm van een rondje verdeeld in een matrix met 2 of 3 vlakken. Linksboven staat bijvoorbeeld de maximum goothoogte in meters vermeld, rechtsboven de maximum bouwhoogte in meters en onderaan staat zo nodig het maximum bebouwingspercentage aangegeven. Het symbool is gekoppeld aan het bouwvlak, of indien er geen bouwvlak aanwezig is, aan het bestemmingsvlak. 3. Afwijken van de bouwregels: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat bij een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan kan worden afgeweken. In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan kan worden afgeweken. Een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels wordt alleen opgenomen, indien dit noodzakelijk wordt geacht in verband met het gewenste beleid en het een afwijking of verduidelijking betreft van de algemene afwijkingsregels.
De criteria zijn in de afwijkingsregel zelf opgenomen. De procedure voor het afwijken van de bouwregels is omschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 4. Specifieke gebruiksregels: In artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo wordt aangegeven dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Ter verduidelijking worden in een aantal bestemmingen in de specifieke gebruiksregels specifieke vormen van gebruik met name uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan.
Toelichting op de regels voor dubbelbestemmingen: Een dubbelbestemming wordt opgenomen in een bestemmingsplan wanneer er sprake is van twee functies die onafhankelijk van elkaar op dezelfde plaats voorkomen. Het opnemen van een dubbelbestemming zorgt met het oog op een specifiek belang voor bescherming van het betreffende gebied.
52/58
7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum
De bestemmingen liggen als het ware over de reguliere (enkel)bestemmingen heen. De bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming geeft aan dat de gronden, naast de andere aan die gronden gegeven (enkel)bestemmingen, mede voor deze dubbelbestemming zijn bestemd. De opbouw van een dubbelbestemmingregel is dezelfde als die van een (enkel)bestemmingsregel, maar alleen die regels worden ter aanvulling opgenomen die noodzakelijk zijn. De regels in de dubbelbestemming geven de verhouding van de enkelbestemming ten opzicht van de dubbelbestemming aan. In onderhavig plan zijn geen dubbelbestemmingen opgenomen.
Hoofdstuk 3 Algemene regels: In de algemene regels zijn de volgende regels in onderstaande volgorde opgenomen: Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Artikel 9 Algemene gebruiksregels Artikel 10 Algemene afwijkingsregels
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels: In dit laatste hoofdstuk komen de overgangsregels en de slotbepaling aan de orde.
BIJLAGEN BIJ DE REGELS: Ten slotte is als bijlage bij de regels gevoegd: 1. Lijst met horecacategorieën 2. Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging
4.2
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd. Ze zijn alfabetisch gerangschikt met uitzondering van de begrippen plan en bestemmingplan die als eerste zijn genoemd. Het doel van deze regels is om misverstanden of verschillen in interpretatie te voorkomen. Dit als aanvulling op de gevallen waarbij het woordenboek van Van Dale geen uitsluitsel geeft. Artikel 2 Wijze van meten Dit is de handleiding voor de manier van meten van diverse in het plan bepaalde maten.
4.3
Bestemmingsregels
Hierna wordt - voor zover nog nodig - een toelichting op een aantal artikelen van de bestemmingsregels gegeven: Artikel 3 Centrum - 1 Uitgangspunten: Deze bestemming is opgenomen voor het onderbrengen van verschillende commerciële functies waaronder detailhandel, dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen in de eerste bouwlaag; Vanaf de tweede bouwlaag zijn woningen toegestaan;
53/58
7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum
Er is een ondergrondse parkeergarage toegestaan en in de tweede en derde bouwlaag is ook parkeergelegenheid voorzien. Beroep aan huis: Volgens vaste jurisprudentie moet binnen een woonbestemming ook een aan huis verbonden beroep worden toegelaten. Uit de jurisprudentie kan als enige ruimtelijk relevant criterium worden afgeleid het hebben van 'een ruimtelijke uitwerking of uitstraling, die in overeenstemming is met de woonfunctie van het betrokken perceel'. Er is in dit plan een regeling opgenomen voor het gebruik van een deel van een woning voor een aan huis verbonden beroep, zoals in de gemeente Zwolle bij deze bestemming gebruikelijk is. De beperking van het ruimtebeslag van de woning met inbegrip van de bijgebouwen tot 30% van het vloeroppervlak van de woning (met een absoluut maximum van 50 m²) dient om het verlies of de bovenmatige aantasting van de woonfunctie of van het woonkarakter tegen te gaan. Op deze wijze wordt tevens voorkomen dat de verkeersaantrekkende werking te groot zal worden. Het verhuren of anderszins beschikbaar stellen van woonruimte aan derden voor de uitoefening van een beroep of bedrijf, hoe gering ook van omvang, is zonder meer als strijdig met de woonbestemming aan te merken. In de begrippen is een definitie opgenomen over wat onder een aan huis verbonden beroep moet worden verstaan. Het gaat om een dienstverlenend beroep.
De definitie van beroep aan huis is gelijk aan de landelijk gehanteerde standaarddefinitie. Indien er personeel in dienst wordt genomen kan er eerder sprake zijn van een ruimtelijke uitwerking of uitstraling die niet met de woonfunctie in overeenstemming is. Artikel 4 Centrum - 2 Uitgangspunten: Deze bestemming is opgenomen voor het onderbrengen van verschillende functies waaronder maatschappelijke voorzieningen, detailhandel, dienstverlening en horeca in verschillende bouwlagen; Boven de derde bouwlaag zijn bijzondere woonvormen en woningen (met zorg) toegestaan, al dan niet in combinatie met ruimte voor beroep aan huis; Er is een ondergrondse parkeergarage toegestaan. Voor beroep aan huis is hetzelfde van toepassing als voor Artikel 3. Artikel 5 Centrum - 3 Uitgangspunten: Binnen deze bestemming zijn verschillende functies toegestaan waaronder maatschappelijke voorzieningen, detailhandel, dienstverlening en horeca. Er is een ondergrondse parkeergarage toegestaan. Artikel 6 Groen Uitgangspunten: Het structuurgroen en het buurtgroen is bestemd tot 'Groen'. De overige groengebieden zijn bij de bestemming 'Verkeer - Erftoegangsweg' gevoegd. Binnen deze bestemming zijn speelvoorzieningen, water(berging en waterhuishouding, voetpaden, fietspaden en fiets/bromfietspaden toegestaan; Binnen deze bestemming zijn geen gebouwen toegestaan.
Artikel 7 Verkeer - Erftoegangsweg Uitgangspunten: Deze bestemming is opgenomen voor de verkeersontsluiting in het gebied. Het heeft een inrichting gericht op gemengd verkeer in een 30 kilometer gebied. Behalve de gebiedsontsluitingswegen worden ook de bijbehorende voetpaden, fietspaden, verblijfsgebied en parkeerplaatsen in de bestemming opgenomen.
54/58
7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum
Ook groenvoorzieningen en speelvoorzieningen zijn als onderdeel van de verblijfsfunctie mogelijk in deze bestemming. Ter plaatse van de aanduiding 'markt' is een warenmarkt toegestaan en terrassen zijn toegestaan ten behoeve van aangrenzende horecabedrijven; Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - paviljoen 1' en 'specifieke vorm van verkeer - paviljoen 2' zijn respectievelijk detailhandel en horeca en detailhandel toegestaan met daarbij behorende bebouwing. Binnen deze bestemming mogen ook gebouwtjes voor openbare nutsvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen tot 50 m² en met een goothoogte tot 3 meter en een nokhoogte tot 6 meter worden gebouwd.
4.4
Algemene regels
Artikel 8 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een perceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 9 Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is een maximaal bruto-vloeroppervlak opgenomen voor het toestaan van commerciële en maatschappelijke functies. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels In deze regels is als eerste de op grond van vaste jurisprudentie vereiste algemene afwijking in de vorm van de zogenaamde 'toverformule' opgenomen. Bij een omgevingsvergunning moet van het gebruiksverbod worden afgeweken, indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Daarnaast wordt in deze regels de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Deze regels zijn niet van toepassing, indien en voor zover er specifieke in de bestemming zelf geregelde afwijkingsregels van toepassing zijn.
Ten slotte zijn de criteria voor de toepassing van deze afwijkingsregels hier opgenomen.
4.5
Overgangs- en slotregels
Artikel 12 Overgangsrecht Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven. Tevens is een hardheidsclausule opgenomen in de vorm van persoonsgebonden overgangsrecht op de wijze zoals door de regering bij de totstandkoming van het Bro werd aanbevolen. Artikel 13 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze regel bevat zowel de aanhalingstitel van het plan, de aanhalingstitel van de regels van het plan als de vaststellingsregel van het plan.
55/58
7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum
4.6
Bijlagen
Bijlage 1 Lijst met horecacategorieën Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging
4.7
Handboek
Dit bestemmingsplan is vervaardigd conform de richtlijnen van het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21.
56/58
7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.` Initiatiefnemer en de gemeente Zwolle hebben een OKR-overeenkomst afgesloten. Daarmee is de economische uitvoerbaarheid van het plan vastgelegd.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Participatie In het voortraject van de planontwikkeling zijn verschillende stakeholders betrokken. Participatie heeft plaatsgevonden middels overleggen met onder andere de huidige eigenaar van het winkelcentrum, winkeliers en maatschappelijke partijen. Daarnaast is er een klankbordgroep samengesteld met omwonenden en bedrijven en er zijn inloopavonden georganiseerd voor omwonenden en belangstellende bedrijven. Verder zijn tijdens de wettelijke procedure verschillende momenten waarop gereageerd kan worden op de het plan. Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Dit bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg toegezonden aan de volgende vooroverleg partners: Veiligheidsregio IJsselland, Provincie Overijssel, GGD IJsselland en Waterschap Drents Overijsselse Delta, gemeente Kampen en gemeente Zwartewaterland.
De provincie Overijssel heeft vastgesteld dat de voorgenomen ontwikkeling past in het provinciaal ruimtelijk beleid en stemt in met de voorgenomen ontwikkeling. De Veiligheidsregio heeft geadviseerd om het plangebied zodanig in te richten dat alle woningen voldoende bereikbaar zijn voor de hulpdiensten. Daarnaast zal bij de inrichting rekening gehouden moeten worden een andere maatvoering (groter en zwaarder) dan de tankautospuiten waar voorheen rekening mee gehouden werd. De gemeente zal hiermee rekening houden bij de inrichting van het plangebied. Het waterschap DOD, de gemeente Kampen en de gemeente Zwartewaterland hebben laten weten dat het plan geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen.
57/58
7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum
58/58