CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum - TOELICHTING.pdf

Raad Besluitvormingsronde 7 maart 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum21.705 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2.6

Economisch beleid

Beroep- en bedrijf aan huis Beroep aan huis wordt toegestaan. Detailhandel In de 'Kadernota Detailhandel 2012-2020' van de gemeente Zwolle wordt gesteld, dat de groei van het inwoneraantal van de jongste wijk Stadshagen daar zorgt voor een opgave: de uitbouw van het centrumgebied. De toename van de detailhandel in het centrumgebied van Stadshagen wordt begrensd door de distributieve ruimte die ontstaat door de groei van de wijk. Onderhavig plan is in overeenstemming met het beleid van de gemeente. Een nadere onderbouwing voorde beoogde detailhandel staat beschreven in Bijlage 1. Horeca De 'Horecavisie Zwolle 2019-2023' (p. 15) geeft aan dat de horeca in winkelgebieden ondersteunend moet zijn aan de detailhandel. Winkelstraten moeten als zodanig herkenbaar zijn, daarom is geclusterde horeca niet op zijn plaats. Horeca kan wel een rustpunt zijn voor winkelend publiek, bijvoorbeeld op een plein. Uitgangspunten zijn daarom daghoreca en mengfuncties in winkelstraten is mogelijk, mits verspreid. In totaal maximaal 25% horeca ten opzichte van het winkelaanbod. Het plan voor de uitbreiding van het centrumgebied van Stadshagen van de Stadsmaker houdt rekening met deze voorwaarden. Een nadere onderbouwing voor de beoogde horeca staat beschreven in Bijlage 1. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het economisch beleid.

26/58

7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

2.7

Coffeeshopbeleid

Het Zwolse coffeeshopbeleid gaat, onder andere, uit van de handhaving van maximaal 5 te gedogen coffeeshops in Zwolle. Met onderhavig plan is geen sprake van coffeeshops.

2.8

Prostitutiebeleid

Het Zwolse prostitutiebeleid gaat uit van een maximaal stelsel. Het maximum aantal seksinrichtingen is daarbij gesteld op 10 (inclusief escortbedrijven). Deze mogen zich alleen bevinden in het zogenaamde vestigingsgebied. Dit gebied bestaat uit het gebied binnen de stadsgrachten, enige uitvalswegen (Willemskade, Harm Smeengekade, Pannekoekendijk, Schuttevaerkade, Zamenhofsingel, Diezerkade, Thomas à Kempisstraat tot de hoek Vechtstraat, Groot Wezenland, Assendorperstraat tot Molenweg), alsmede het gebied buiten de bebouwde kom. Met onderhavig plan is geen sprake van seksinrichtingen.

2.9

Milieubeleid

Zwolle beschouwt milieu in de omgevingsvisie als een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Milieuruimte is niet fysiek zichtbaar maar van groot belang om de bewoners, werkers en bezoekers van Zwolle te beschermen tegen de nadelige effecten van een groeiende en verdere verstedelijking van de stad van bijvoorbeeld de nadelige effecten op de gezondheid van werklocaties, infrastructuur en energiewinning. Aan de andere kant hebben bijvoorbeeld werklocaties maar ook energiewinning voldoende milieuruimte nodig om optimaal te kunnen functioneren en zich te kunnen ontwikkelen. Het betekent overigens niet dat ontwikkelingen of gebruik door kwetsbare functies binnen de zones uitgesloten worden, er dient wel rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de milieuruimte (en de bijbehorende belangen). De volgende milieuaspecten kennen milieuzones: geluid, trillingen, externe veiligheid, luchtkwaliteit, bodem, ondergrond en tenslotte geur. Op diverse thema's is separaat beleid geformuleerd in Zwolle. Het beleid voor de aspecten die relevant zijn voor het plangebied wordt hierna beschreven. Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast ten gevolge van weg-, spoorweg- of industrielawaai. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van het bestemmingsplan dan ook aandacht te worden geschonken aan het aspect "geluid".

In de Wet geluidhinder is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. De verplichting tot het uitvoeren van een akoestisch onderzoek in relatie tot het opstellen van een bestemmingsplan geldt niet indien in dat bestemmingsplan geen mogelijkheden worden geboden voor het realiseren van nieuwe woningen en andere geluidgevoelige objecten. Beleid hogere waarden gemeente Zwolle Voor verschillende typen geluidsbelastingen worden in de Wet geluidhinder grenswaarden aangegeven waarbij een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (de wettelijk maximaal toelaatbare geluidsbelasting) gelden. In principe moet er altijd naar worden gestreefd de voorkeursgrenswaarde aan te houden. De gemeente Zwolle heeft haar hogere waardenbeleid vastgelegd in de beleidsregel Hogere Waarden uit 2007. In deze beleidsregel staat beschreven onder welke voorwaarden hogere waarden worden verleend, wanneer dat noodzakelijk is. De doelstelling van het gemeentelijke milieubeleid is de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder. Dit beleid is afhankelijk van het gebiedstype. De gemeente hanteert verschillende milieudoelstellingen op

27/58

7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

verschillende plekken in de gemeente. Het plangebied is aangemerkt als groenstedelijk. In paragraaf 3.8.2 wordt nader ingegaan op het aspect geluid.

Beleid externe veiligheid Het algemene beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege: het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen); het gebruik van luchthavens. Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid van degenen die niet bij de risicovolle activiteit zelf zijn betrokken, Het begrip risico wordt in beeld gebracht door middel van twee begrippen: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is het risico op een plaats (buiten de inrichting of langs een transportroute), uitgedrukt in de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats (langs een inrichting, een transportroute of een buisleiding) zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval (binnen de inrichting of op de transportroute) waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is.

Het groepsrisico is de cumulatieve kans per jaar dat een groep van ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van aanwezigheid in het invloedsgebied (van een inrichting of van een transportroute) en een ongewoon voorval (binnen die inrichting, of langs die transportroute) waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Zwolle De gemeente Zwolle heeft een beleidsvisie externe veiligheid en heeft dit beleid ruimtelijk vertaald naar het gebiedsgerichte kader externe veiligheid (2009). In dit gebiedsgerichte kader is per gebiedstype beschreven welke risicoruimte beschikbaar is. Het plangebied ligt in het gebiedstype 'groenstedelijk'. Het groenstedelijk gebiedstype is een rustig gebiedstype met overwegend een woonfunctie. De dichtheid is vrij laag maar varieert wel. Het primaat in dit gebiedstype is rust en ruimte. De verkeersfunctie is ondergeschikt aan de verblijfsfunctie. Voor dit gebiedstype geldt een stand still beleid waarbij een overschrijding van de oriëntatiewaarde en een toename van het groepsrisico als gevolg van interne gebiedsontwikkelingen niet is toegestaan. Binnen dit gebiedstype geldt dat er geen plek is voor nieuwe risicovolle activiteiten.

Een uitzondering wordt gemaakt voor kleine risicovolle activiteiten waarvan de PR 10-6 contour binnen de inrichtingsgrens blijft en die geen noemenswaardige invloed op het groepsrisico hebben. In paragraaf 3.8.7 wordt nader in gegaan op het aspect externe veiligheid. Luchtkwaliteit In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) van belang. Grenswaarden ten aanzien van de jaargemiddelde concentratie betreffen 40 ìg/m³ voor zowel NO2 als PM10 en 25 ìg/m³ voor PM2,5. Projecten met een invloed van 'niet in betekenende mate' (NIBM) op de luchtkwaliteit zijn daarbij vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) de volgende projecten vrijgesteld van toetsing: woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen;

28/58

7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

projecten die minder dan 3% van de (toekomstige) grenswaarde voor NO2 of PM10 bijdragen, wat overeenkomt met 1,2 ìg/m³ (grenswaarde ligt in 2020 op 1.506 auto's dan wel 159 vrachtwagens per weekdagetmaal). PM10 en PM2,5 zijn sterk gerelateerd, aangezien PM2,5 onderdeel uitmaakt van de emissie van PM10. Als aan PM10 wordt voldaan, mag daarom worden aangenomen dat ook de grenswaarde van PM2,5 niet wordt overschreden. In paragraaf 3.8.5 wordt nader in gegaan op het aspect luchtkwaliteit. Duurzaamheid Duurzaamheidsvisie en energietransitie De gemeente Zwolle heeft in 2011 een visie op duurzaamheid aangenomen, waarin een omschrijving van het begrip duurzaamheid wordt gegeven: voor Zwolle betekent duurzaamheid een langdurige balans tussen people, planet en profit. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten voor beleids- en gebiedsontwikkelingen. Duurzaamheid als leidend principe; beslissingen worden genomen op basis van duurzaamheid. Duurzaamheid is van en voor de stad; niet opgelegd maar gedragen door de stad, omdat het de stad dient. Benutting van lokale bronnen. Transitie en innovatie: deze zijn nodig voor het realiseren van de voorgaande principes. De gemeenteraad heeft op 17 juli 2017 haar ambities ten aanzien van de energietransitie vastgelegd. Zwolle wil uiterlijk in 2050 energieneutraal zijn.

Dat betekent voor de tussenliggende periode dat de hoeveelheid CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990 gereduceerd wordt met 25 % en wordt 25 % van de totale energievraag op duurzame wijze opgewekt. Tevens is Zwolle voornemens deze energietransitie in te zetten als katalysator voor economische en sociale meerwaarde. Om deze doelstelling te bereiken zal gestreefd moeten worden naar energie neutrale nieuwbouw, waarbij geen gebruik meer wordt gemaakt van fossiele brandstoffen, zoals aardgas voor ruimteverwarming. In 2010 heeft het college van B&W reeds besloten om in Stadshagen II geen gasinfrastructuur meer aan te leggen. Visie op de ondergrond Zwolle wil de evenwichtige groei en duurzame ontwikkeling van de stad voortzetten en goed regelen. Als eerste gemeente in Nederland voegt Zwolle een extra dimensie toe bij het nadenken over een optimale inrichting en gebruik van haar ruimte: de ondergrondse dimensie. De gemeenteraad heeft hiervoor in oktober 2007 de visie op de ondergrond vastgesteld en besloten de basisprincipes uit deze visie toe te passen in projecten. Belangrijke uitgangspunten zijn het structureel en georganiseerd toepassen van warmtekoudeopslag (WKO), het koppelen van WKO's met grondwatersanering en het werken met ondergrondse bestemmingen en functies.

Aanpak volgens de visie versterkt een duurzame ontwikkeling, zorgt voor energiebesparing en CO2 reductie, leidt door de koppeling van functies tot kostenvoordeel en kan hierdoor de stedelijke ontwikkeling een enorme impuls geven. Duurzaam bouwen In januari 2007 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Duurzaam Bouwen vastgesteld. Het beleid is van toepassing op gebouwen en grond.-, weg- en waterbouw en is erop gericht dat overal een minimaal niveau voor duurzaamheid bereikt moeten worden. Duurzaam bouwen heeft betrekking op de thema's energie, materialen, afval, water, gezondheid en woonkwaliteit. Het minimaal te bereiken niveau van kwaliteit- en duurzaamheidsprestaties komt overeen met de toepassing van de vaste, kosten neutrale maatregelen uit het Nationaal Pakket Duurzame (Utiliteits)bouw (maatregelen, die altijd technisch goed toepasbaar zijn en in de regel kostenneutraal zijn).

29/58

7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied omschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het maken van dit bestemmingsplan.

3.1

Stedenbouw

3.1.1

Huidige situatie

Stadshagen is de Vinex wijk van Zwolle en bevindt zich ten noorden van het stadscentrum aan de westzijde van het Zwarte Water. Hier ligt de polder Mastenbroek welke in de 14e eeuw ontgonnen is. De Twistvlietbrug verbindt Stadshagen met de binnenstad van Zwolle voor openbaar vervoer en langzaamverkeer. Voor autoverkeer kan de noordelijke Mastenbroekerbrug of de zuidelijke Voorsterbrug worden gebruikt. De Hasselterweg is de rondweg van Stadshagen en loopt vanaf de Voorsterbrug langs de westzijde van Stadshagen. Stadshagen telt circa 25.000 inwoners. Naar verwachting zal dit op korte termijn doorgroeien naar 30.000 inwoners. Met de groei van de wijk is er ook behoefte aan uitbreiding van het bestaande winkelcentrum. Het plangebied van onderhavig plan bevindt zich ten westen van het bestaande winkelcentrum van Stadshagen. Het westelijke deel van het plangebied is in de huidige situatie onbebouwd. In de noordzijde van het plangebied was in de huidige situatie een basisschool met kinderdagverblijf gevestigd. Ten zuiden van dit gebouw staan enkele units die in gebruik zijn voor verschillende doeleinden als een gemeentelijk informatiecentrum en er staat en pakketautomaat van PostNL. Daarnaast is het plangebied voorzien van parkeervoorzieningen en verkeerswegen.

In het geldende bestemmingsplan Stadshagen uit 1995 zijn op deze gronden, onder andere, al woningen, detailhandel en horeca toegestaan. Navolgende afbeeldingen geven de huidige situatie van het plangebied weer.

Huidige situatie plangebied zuidzijde (bron: Google Street View)

30/58

7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

Huidige situatie plangebied noordzijde (bron: Google Street View)

Via lijn 1 is het winkelcentrum per openbaar vervoer bereikbaar. Via de bussluis loopt de lijn door over de Veldbeemgras met een OV-halte aan de noordzijde van het winkelcentrum. De OV-halte voor het winkelcentrum bevindt zich op de Duiker. Via een bussluis rijdt de lijn door naar Veldbeemdgras met een halte aan de noordzijde van het bestaande winkelcentrum. Het plangebied en het bestaande winkelcentrum is voor autoverkeer vanaf de zuidzijde bereikbaar via de Belvédèrelaan en vanaf de noordzijde via de Werkerlaan. Beide wegen zijn gebiedsontsluitingswegen waar 50 km per uur gereden mag worden. Ten westen van het plangebied ligt de straat de Duiker met 30 km/uur en is bestemd voor langzaamverkeer en openbaar vervoer. Voor fietsers en voetgangers is plangebied bereikbaar via minimaal een zestal vrijliggende fiets-voetpaden. Ten zuiden van bestaande winkelcentrum loopt het Twistvlietpad en ten noorden de Mastenbroekerallee. Via deze hoofdfietsroutes wordt stadshagen met bestaande winkelcentrum en overig Zwolle verbonden. In de nabijheid van het plangebied is veel oppervlaktewater aanwezig. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door een watergang en ten westen van het plangebied en ten zuiden van het winkelcentrum ligt de Oude Wetering (zie onderstaande afbeelding).

31/58

7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

Huidige situatie watergangen (plangebied: rood omkaderd, bron: Drents Overijsselse Delta) 3.1.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Stadshagen leeft en groeit. Met de verwachting dat Stadshagen op korte termijn doorgroeit tot een wijk met 30.000 inwoners, is er een groter winkelcentrum nodig. Er is een plan gemaakt om het bestaande winkelcentrum uit te breiden. Navolgende afbeelding geeft een representatieve overview van de beoogde ontwikkeling in de omgeving.

Beoogde situatie plangebied (t.o.v. de omgeving, bron: De Zwarte Hond) De omvang van de wijk Stadshagen vraagt om een echt stadshart. Met de uitbreiding van Winkelcentrum

32/58

7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

Stadshagen wil de gemeente Zwolle een aantrekkelijk stadshart creëren. Dit wordt onder andere gedaan door kleine iconen toe te voegen waar je naartoe wilt lopen en fietsen, verrassende doorzichten, groene openbare ruimte en aantrekkelijke plekken om te zitten en een gevarieerd programma dat past bij de wijk. Aan het bestaande winkelcentrum wordt een schakel toegevoegd met een multifunctioneel programma. Het beoogde stadsblok op de uitbreidingslocatie wordt voorzien van een gebalanceerd en divers woningaanbod en een unieke mix tussen commerciële en maatschappelijke functies. Het stadsblok reageert op de verschillende soorten stedenbouwkundige ruimten waar het aan grenst: een winkelallee in het oosten, een parklaan in het westen en een singel in het noorden. Het stadsblok is aangesloten op de openbare ruimte, zodat de hele dag door reuring en levendigheid ontstaat. De alzijdigheid komt voort uit het programmeren van een plint aan alle zijden van het bouwblok, maar ook door entrees van verschillende functies aan verschillende zijden of op strategische plekken rondom het bouwblok te positioneren. De bovenliggende verdiepingen zijn aangesloten op de gezamenlijke daktuin en middels portieken met de straten verbonden. De binnentuin heeft een trap waarmee deze verbonden wordt met het plein. Daarnaast zijn balkons te zien waarover de groene daktuin naar buiten wil springen.

Bewoners kunnen via portieken en vanuit woningen de daktuin bereiken. De semi-openbare daktuin wordt via het winkelplein ontsloten en creëert allerlei interessante verbindingsroutes. Navolgende afbeelding geeft een impressie van de beoogde uitbreiding van Winkelcentrum Stadshagen.

ImprIImp ressie beoogde situatie plangebied (vanaf het zuiden) Programma De uitbreiding van Winkelcentrum Stadshagen betreft een multifunctioneel programma van woningen, commerciële functies en maatschappelijke functies. Een belangrijk uitgangspunt hierin is de mix en verbindingen tussen de verschillende functies waardoor er een unieke verblijfsplaats gerealiseerd wordt. De multifunctionaliteit zorgt voor dynamiek in het centrum van Stadshagen. Woningen De eerste generatie die geboren is in Stadshagen is nu in de leeftijd om zelf een huis te zoeken. Voor deze jonge woningzoekers is er nu weinig aanbod binnen de wijk. Hetzelfde geldt voor hun ouders wanneer die hun grote huis met tuin willen inruilen voor een levensloopbestendige woning. Om ervoor te zorgen dat deze groepen mensen in de wijk blijven wordt er met de uitbreiding van het winkelcentrum ingezet op een uitgebalanceerde mix die past bij de huidige vraag van Stadshagen en de behoefte van het centrum. Commerciële en maatschappelijke functies De uitbreiding van het winkelcentrum zal bestaan uit een combinatie van commerciële en maatschappelijke functies. Er wordt een zogenaamde Stadsfoyer gecreëerd. De Stadsfoyer krijgt een eigen maatschappelijke

33/58

7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

profilering ten opzichte van het bestaande maatschappelijke programma. De winkels zullen ondersteunend, versterkend en aanvullend zijn op de branches die in de huidige situatie frequent bezocht worden en ondervertegenwoordigd zijn. Verkeer en parkeren Onder de beoogde uitbreiding van het winkelcentrum is een grote ondergrondse parkeergarage voorzien. Daarnaast voorziet de uitbreiding in een parkeerhuis op de eerste en tweede verdieping en ook op maaiveld worden parkeerplaatsen gerealiseerd. Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. De huidige ingang van de bestaande parkeergarage blijft hierbij gehandhaafd. Het verkeer dat vanaf de Werkerlaan arriveert kan het nieuwe deel van het winkelcentrum bereiken via een extra ingang aan de noordzijde naar de nieuwe ondergrondse garage. Om de extra ingang te bereiken wordt een nieuwe weg aangelegd langs de bestaande Overtoom. De bestaande Overtoom is nu bestemd voor fietsverkeer. Via dit nieuwe wegvak kan alleen de ingang van de parkeergarage worden bereikt en niet het nabijgelegen maaiveldparkeren aan de Overtoom. Dit maaiveldparkeren is te bereiken via een nieuw wegvak vanaf de Duiker komend vanaf de Belvédèrelaan. Doorgaand autoverkeer via de Duiker/Overtoom naar nieuwe wegvak de Overtoom naar de Werkerlaan is dan ook niet mogelijk.

Ter hoogte van splitsing Belvédèrelaan/Duiker op maaiveldniveau wordt ook een zelfstandige ingang geplaatst waarmee het verkeer vanaf de Belvédèrelaan de nieuwe parkeergarage kan bereiken. Voor een nadere uitwerking van het aspect parkeren wordt verwezen naar paragraaf 3.3. Parkeren wordt functiegericht gestuurd. Winkelbezoekers worden zo snel mogelijk naar de garage geleidt, bewoners naar het parkeerhuis en bezoekers van wonen en winkelen naar maaiveld. Het plein en de Wade blijven autovrij en fietsluw door het realiseren van optimale fietsparkeervoorzieningen rondom het plein. Openbaar vervoer Het openbaar vervoer blijft in de nieuwe situatie dezelfde route rijden. Het verschil is dat de Duiker nu een weg is waar ook autoverkeer gebruikt van maakt en een vrijliggend fietspad aanwezig is. De Ov-route loopt via de bestaande bussluis naar de Veldbeemdgras. De OV-halte aan de Duiker blijft gehandhaafd. Duurzaamheid Het aspect duurzaamheid wordt integraal meegenomen in de uitbreiding van het winkelcentrum. Niet alleen technische duurzaamheidsmaatregelen worden getroffen maar er wordt ook aangestuurd op duurzaam gedrag. Dit wordt onder andere gedaan door het stimuleren van duurzame stroom maar bijvoorbeeld ook door middel van elektrische deelauto's en het toepassen van een WKO-systeem met warmtepompen.

3.2

Archeologie en cultuurhistorie

3.2.1

Huidige situatie

Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling heeft Sweco een notitie opgesteld voor het aspect archeologie (Bijlage 2). Het plangebied ligt buiten de zones met een archeologische verwachtingswaarde volgens de gemeentelijke archeologische waarderingskaart. Ook geldt in het plangebied geen dubbelbestemming archeologie in het vigerende bestemmingsplan. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. In het bestemmingsplan Stadshagen I is een cultuurhistorische analyse uitgevoerd. Deze is alleen van toepassing op het gebied Zwarte Water. Vanuit dit bestemmingsplan vloeien geen beperkingen voor het onderhavige plangebied voort. Er bevinden zich in de huidige situatie geen cultuurhistorisch waardevolle

34/58

7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

elementen in het plangebied. 3.2.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

De gemeentelijk archeoloog van Zwolle heeft aangegeven dat het plangebied archeologisch kan worden vrijgegeven. Er hoeft geen dubbelbestemming voor archeologische waarden opgenomen te worden voor het plangebied. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitbreiding van het winkelcentrum.

3.3

Verkeer en Parkeren

3.3.1

Huidige situatie

Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een verkeersonderzoek uitgevoerd naar de verkeerskundige effecten van de uitbreiding van het winkelcentrum (Bijlage 3). In 2004 is het winkelcentrum Stadshagen ontwikkeld. De locatie gelegen tussen de Belvédèrelaan, Werkerlaan en de Overtoom heeft een gevarieerde samenstelling bestaande uit onder andere wonen, winkelen, dienstverlening, recreatie en sport. In de huidige situatie kan het winkelcentrum per auto worden bereikt via de Belvédèrelaan aan de zuidzijde en via de Werkerlaan aan de Noordzijde. De Belvédèrelaan staat in verbinding met de N331 en vervolgens met de A28. Vanaf de Werkerlaan is de N331, alsmede de A28 via de Stadshagenallee in westelijk richting bereikbaar. In oostelijke richting staat de Werkerlaan via de Middelweg – Zwartewaterallee in verbinding met de A28. Parkeren In de huidige situatie is de parkeergelegenheid verdeeld over meerdere locaties. Voor bezoekers geldt dat de parkeerfaciliteiten zijn verdeeld over het maaiveld (openbare parkeerstroken met vakindeling Belvédèrelaan en Werkerlaan) grenzend aan het bestaande winkelcentrum en de openbare parkeergarage onder het bestaande winkelcentrum. Voor bewoners is een aantal secties in de bestaande parkeergarage privaat toegewezen. Het overige deel doet dienst voor voornamelijk (winkel)bezoekers en een aantal zwerfplekken voor Delta Wonen (niet privaat toegewezen).

Er is in het gebied geen sprake van een parkeerregime. Dit betekent een vrij gebruik van de openbare parkeerfaciliteiten. In de wijk Stadshagen is sprake van een ‘verkeersknip’ waardoor het noordelijk en het zuidelijk deel van de wijk verkeerskundig van elkaar zijn losgekoppeld (er is geen doorgaande route). De parkeergarage is hierom voorzien van slagbomen. In de huidige situatie staan de slagbomen echter open en bestaat de mogelijkheid via de parkeergarage van de Belvédèrelaan naar de Werkerlaan te rijden (en vice versa). De route kan worden gebruikt als een sluiproute, echter is het een route die wordt ontmoedigd en daardoor niet aantrekkelijk is als doorgaande route. 3.3.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Op basis van het verkeersonderzoek kan geconcludeerd worden dat het stedelijk uitbreidingsplan met haar extra verkeersintensiteiten geen substantiële invloed heeft op de verkeersstructuur, de verkeersafwikkeling, het gebruik en de verkeersveiligheid. Het plan voorziet verder in de gewenste parkeerbehoefte in de twee varianten (zuid en noord). Voor een nadere uitwerking van de parkeerbalans, verkeersstructuur, verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid wordt verwezen naar Bijlage 3. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor het gebruik in afwijking van het bestemmingsplan is verzekerd, dat bij dat bouwwerk of terrein waarvoor vergunning wordt verleend hoort, wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Daarbij moet worden voldaan worden aan de “Regeling Parkeernormen 2016”. In de uitbreiding van het winkelcentrum wordt via de oostzijde van de Overtoom inpandig een laad- en

35/58

7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

losvoorziening gerealiseerd. Deze voorziening is te bereiken via de Belvédèrelaan , Duiker en Overtoom. Laad- en losverkeer komend vanuit de bestaande expeditiestraat Uiterwaard rijdt via de noordzijde van het nieuwe winkelcentrum over de Overtoom en de Duiker naar de Belvederlaan (of vice versa). Nabij de splitsing Belvederelaan/Duiker en de ingang naar de parkeergarage wordt op maaiveld en minimale laad en losvoorziening gerealiseerd. Het bestaande voetgangersgebied wordt uitgebreid met een deel van de Belvederelaan gelegen tussen bestaande en het nieuwe gedeelte van het winkelcentrum. Het fietsparkeren wordt gerealiseerd nabij de ingangen van het voetgangersgebied. Dit is nabij de splitsing Belvederlaan/Duiker aan de zuidzijde en nabij maaiveldparkeren aan de Overtoom aan de noordzijde. Door ontbreken van koppeling tussen parkeergarages is het van belang dat parkerend verkeer goed wordt verwezen naar vrije parkeerplaatsen. Een parkeerverwijssysteem voor totale winkelcentrum hieraan draagt hieraan bij.

3.4

Natuur

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Ter bescherming van de natuurwaarden is per 1 januari 2017 de Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: bescherming van de biodiversiteit in Nederland; decentralisatie van verantwoordelijkheden; vereenvoudiging van regels. Gebiedsbescherming Wat betreft de gebiedsbescherming richt de Wet natuurbescherming zich op de bescherming van Natura 2000-gebieden. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Naast de bescherming vanuit de Wet natuurbescherming is in hat kader van de gebiedsbescherming het Natuurnetwerk Nederland (NNN) van belang. Het NNN vormt een samenhangend netwerk van belangrijke natuurgebieden in Nederland en omvatten bestaande natuurgebieden, nieuwe natuurgebieden en ecologische verbindingszones.

Het NNN draagt bij aan het bereiken van de hoofddoelstelling van het Nederlandse natuurbeleid, namelijk: 'Natuur en landschap behouden, versterken en ontwikkelen, als bijdrage aan een leefbaar Nederland en een duurzame samenleving'. Hiertoe zijn de volgende uitgangspunten van belang: vergroten: het areaal natuur uitbreiden en zorgen voor grotere aaneengesloten gebieden; verbinden: natuurgebieden zoveel mogelijk met elkaar verbinden; verbeteren: de omgeving zo beïnvloeden dat in natuurgebieden een zo hoog mogelijke natuurkwaliteit haalbaar is. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming is gericht op het bereiken of herstellen van een gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten. Op basis van de wet zijn activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten verboden. Waar de voormalige Flora- en faunawet echter uitging van drie beschermingsniveaus, verdeelt de Wet natuurbescherming beschermde soorten in twee groepen: strikt beschermde soorten waaronder soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn;

36/58

7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

andere soorten, bijvoorbeeld uit de Rode Lijst. Ten opzichte van de oude Flora- en faunawet zijn circa 200 soorten (vooral vaatplanten en vissen) niet langer beschermd en zijn enkele bedreigde soorten (met name bepaalde vlinders en vaatplannen) toegevoegd. 3.4.1

Natuurbeleid

In het kader van de beoogde ontwikkeling heeft er een verkennend natuuronderzoek plaatsgevonden (Bijlage 4). Dit natuuronderzoek is er op gericht om een eerste inzicht te krijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in en om het projectgebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden genomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. De conclusies uit het onderzoek, zijn navolgend beschreven: Natura 2000-gebieden Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht op circa 1,3 km afstand van het plangebied. Directe aantasting zoals oppervlakteverlies en versnippering van een Natura 2000-gebied is niet aan de orde omdat de werkzaamheden buiten de begrenzing van een Natura 2000-gebied plaatsvinden. Verstoring van verstoringsgevoelige dieren door beweging, geluid, trilling en licht gedurende de realisatiefase en gebruiksfase reikt tot maximaal enkele honderden meters ver. De afstand tot Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht is veel groter en bovendien ligt het plangebied in de stad waar al veel overige verstoring aanwezig is. Er treedt geen verstoring op die negatieve effecten op Natura 2000-gebieden tot gevolg heeft. In de twee dichtstbij gelegen Natura 2000-gebieden zijn stikstofgevoelige habitattypen (Uiterwaarden Zwarte Water op 1,3 km en Vecht en Rijntakken op 2 km).

Zowel de aanlegfase als de gebruiksfase zal leiden tot extra stikstofuitstoot. Om vast te kunnen stellen of mogelijk negatieve effecten in de omliggende Natura 2000-gebieden optreden door additionele stikstofuitstoot is een stikstofberekening met de AERIUS-calculator uitgevoerd door Sweco (zie paragraaf 3.8.4). Soortenbescherming Binnen het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde soorten. Beschermde soorten als vleermuizen, otter, eekhoorn, steenmarter en grote weerschijnvlinder die in de omgeving zijn waargenomen hebben geen leefgebied binnen het plangebied. De struiken in en de bomen nabij het plangebied kunnen gebruikt worden als broedplaats voor vogels. 3.4.2

Planbeschrijving

3.4.2.1 Natuurbescherming Gezien de afstand tot de dichtstbij gelegen Natura 2000-gebieden is directe aantasting niet aan de orde. Mogelijk is er wel sprake van significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstof uitstoot in de aanlegfase en gebruiksfase. Stikstofdepositie als gevolg van de beoogde ontwikkeling is nader beschreven in paragraaf 3.8.4.

37/58

7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

3.4.2.2 Flora en fauna Om verstoring van broedende vogels te voorkomen, zullen de werkzaamheden buiten het broedseizoen (grofweg half maart t/m juli met uitloop tot halverwege augustus) uitgevoerd moeten worden. Indien uitvoering van de werkzaamheden in het broedseizoen niet is te voorkomen en in gebruik zijnde nesten van vogels kunnen worden verstoord, dient het terrein voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een deskundig ecoloog op aanwezigheid van in gebruik zijnde vogelnesten. Deze dienen gespaard te blijven zolang ze in gebruik zijn en mogen niet worden verstoord. Jaarrond beschermde nesten zijn niet aangetroffen binnen het plangebied. Aanvullend onderzoek naar soorten wordt niet noodzakelijk geacht. Zorgplicht Om verstoring van migrerende, overvliegende of foeragerende vleermuizen te voorkomen, dienen de werkzaamheden zo veel als mogelijk overdag uitgevoerd te worden en dient waar mogelijk tussen zonsondergang en zonsopgang geen directe werkverlichting of strooiverlichting (m.u.v. voertuigen) toegepast te worden, die op bosjes, bomen en gebouwen kan schijnen. Voor eventueel aanwezige algemene (vrijgestelde) soorten in de Provincie Overijssel geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Hiervoor geldt wel de zorgplicht, wat betekent dat nadelige gevolgen voor planten en dieren zoveel mogelijk moet worden voorkomen.

Aanwezige dieren dienen in de gelegenheid gesteld te worden het plangebied te verlaten. Er kan geconcludeerd worden dat soortenbescherming geen belemmering vormt voor de beoogde uitbreiding van Winkelcentrum Stadshagen.

3.5

Water

3.5.1

Huidige situatie

3.5.1.1 Waterstructuur In de huidige situatie is er in het plangebied geen oppervlaktewater aanwezig. Een groot gedeelte van het plangebied is onverhard en waterdoorlatend. 3.5.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Ten behoeve van de uitbreiding van Winkelcentrum Stadshagen heeft Sweco een watertoets uitgevoerd (Bijlage 5). Invloed op waterhuishouding De aan te leggen wegen, parkeerplaatsen en gebouwen zorgen voor een toekomstig netto verhard oppervlak van circa 19.200 m². Op basis van de bergingsnormen voor een bui van eens per 100 jaar en de oppervlaktes volgt een bergingsopgave van 1.286 m³. Dit getal is gebaseerd op 66 mm van het totaal verhard oppervlak van alleen de nieuwe ontwikkeling en is daarmee een worst-case berekening. Hierbinnen kan de bestaande situatie alsnog in ogenschouw genomen worden. De definitieve hoeveelheid te bergen water wordt in het waterhuishoudkundig- en rioleringsplan bepaald evenals de wijze hoe de berging wordt gerealiseerd. Voorkeursbeleid hemel- en afvalwater In de toekomstige situatie zal het regenwater vertraagd worden afgevoerd volgens de trits ‘vasthouden, bergen, afvoeren’. Dit betekent dat, waar mogelijk, de voorkeur uit gaat naar een bovengrondse afvoer. De

38/58

7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

infiltratievoorzieningen worden aangesloten op het bestaande en deels te verleggen RWA-stelsel (regenwaterafvoer). Vervolgens kan het afgevoerd worden naar het omliggende oppervlaktewater. Afvalwater van de gebouwen wordt aangesloten op het rioleringsstelsel in de Belvédèrelaan en een aan te leggen DWA-riolering (droogweerafvoer) in de Duiker. Nadere uitwerking hiervan zal in het waterhuishoudkundig- en rioleringsplan plaatsvinden. Wateroverlast Wateroverlast wordt voorkomen door de inrichting van het plangebied af te stemmen op de (geo)hydrologische situatie binnen het plangebied. Op basis van de ingewonnen informatie ligt de GHG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand) rond NAP -0,10 m. Om te voldoen aan de ontwateringeis dient de bebouwing minimaal op NAP +0,60 m aangelegd te worden en de hoofdwegen op NAP +0,90 m. Om te voldoen aan de droogleggingseis dient het maaiveld minimaal op NAP +0,70 m aangelegd te worden. De droogleggingseis is leidend voor het aanlegpeil van wegen en vloerpeilen, met het vloerpeil minimaal 20 cm boven het aanlegpeil van de naast gelegen weg. Om wateroverlast te voorkomen dient de Belvédèrelaan in zuidelijke en noordelijke richting vrij te kunnen afstromen. Beschermingszone Aan de noordkant ligt een primaire watergang met een beschermingszone. Werkzaamheden binnen deze zone zijn vergunning- of meldingsplichtig.

Het plaatsen van bomen binnen deze zone dient afgestemd te worden met waterschap en gemeente. Overstromingsrisico Het plangebied bevindt zich in Dijkring 10, Mastenbroek. Op basis van de risicokaart komt onderstaand kaartbeeld naar voren bij overstromingen met een kleine kans (1/1.000 jaar). Voor het plangebied is bij overstromingen met een kleine kans sprake van een maximale waterdiepte van 2,0 tot 5,0 meter.

Maximale waterdiepte bij overstromingen met kleine kans (1/1.000 jaar) (Plangebied rood omcirkeld; bron: risicokaart.nl) Bij nieuwe ontwikkelingen binnen de dijktrajecten is het gewenst dat tijdig wordt nagedacht over voorzieningen dan wel maatregelen die kunnen worden getroffen waarbij eventuele risico's en nadelige effecten van een overstroming kunnen worden beperkt. Het betreft ook een stuk bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient

39/58

7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

te worden. Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Voor onderhavige ontwikkeling kan worden gedacht aan navolgende voorzieningen/ maatregelen: 4. 5. 6. 7.

Voldoende sheltercapaciteit in de buurt. Voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, eventueel verhoogde drempels. Aansluiting plangebied op dichtstbijzijnde weg zodat bereikbaarheid gewaarborgd blijft. Zowel te voet als per fiets of auto kan het gebied daarmee snel verlaten worden; zodanig inrichten gebouw zodat bij eventuele overstromingen schade zoveel mogelijk wordt 8. Beperkt (bijvoorbeeld materiaalgebruik, minder gevoelige ruimten begane grond); Opstellen van evacuatieplan. De watertoets is doorlopen en er kan voldaan worden aan benodigde bergingscapaciteit. Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

3.6

Wonen

Op de locatie wordt een multifunctioneel programma gerealiseerd met commerciële functies, maatschappelijke functies en woonfuncties. In de Woonvisie is een woningbouwprogramma opgenomen met een verdeling van 30% goedkope woningen, 40% middel dure woningen en 30% dure woningen. Met de beoogde ontwikkeling wordt hier invulling aangegeven met een gemixt woningbouwprogramma. In de vrije sector koop komen er zowel kleine, middelgrote als grote appartementen. Deze woningen zijn voor de doelgroepen starters, doorstromers, ouders waarvan de kinderen het huis uit zijn en ouderen. Met woningen in de vrije huur sector wordt er invulling gegeven aan de behoefte aan midden-huurwoningen. In de huidige situatie is hiervan een te kort in Zwolle. Tot slot wordt er ook voorzien in de behoefte naar sociale huurwoningen. Voor de nadere uitwerking van de behoefte wordt verwezen naar paragraaf 2.1.1.1 en Bijlage 1. Het plan sluit aan bij de vraag naar een gevarieerd woningaanbod in Stadshagen.

3.7

Voorzieningen

3.7.1

Centrum

Stadshagen heeft sinds 2004 een eigen winkelcentrum met winkels, bedrijvigheid en verschillende voorzieningen. Initiatiefnemer is voornemens om hier een echt stadshart van te maken voor de wijk Stadshagen. Hier wordt onder ander invulling aangegeven door plekken te creëren voor wonen, werken, winkelen en ontmoeten. 3.7.2

Sport & recreatie

Het plangebied voorziet zelf niet in sport en recreatiemogelijkheden. Voorzieningen voor sport en recreatie zijn ruimschoots aanwezig in de omgeving van het plangebied. Ten westen van het plangebied ligt een speelplek met speeltuin en skatepark en er is op korte afstand een stadsboerderij gevestigd. Aan de oostzijde van het winkelcentrum ligt het Twistvlietpark dat ruimte biedt voor sport en recreatie.

40/58

7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

3.7.3

Maatschappelijk

Het maatschappelijke programma wordt op delen gemengd met het commerciële programma. Dit wordt gedaan in de ruimte die de stadsfoyer wordt genoemd. Deze stadsfoyer krijgt een eigen maatschappelijke profilering ten opzichte van het bestaande maatschappelijke programma in de wijk. Het beoogde maatschappelijke programma heeft betrekking op circa 3.175 m² brutovloeroppervlak. 3.7.4

Commercieel

Voor de winkels wordt er gekozen voor een uitbreiding van de branches die frequent worden bezocht in het bestaande centrum en die ondervertegenwoordigd zijn. Het beoogde commerciële programma heeft betrekking op circa 5.575 m² bruto-vloeroppervlak. Dit programma past binnen de behoefte zoals aangetoond in Bijlage 1. Voor de toekomst van het gehele winkelcentrum is het van belang een aanvullend, ondersteunend en versterkend aanbod te creëren ten opzichte van de bestaande winkeliers. Zo gaat de uitbreiding niet ten koste van bestaande winkeliers maar versterkt het het gehele centrum. Het programma bestaat uit dagelijkse winkels, niet-dagelijkse winkels, een uitbreiding van huidige ondernemers en een uitbreiding van het horeca-aanbod.

3.8

Milieu

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieuaspecten die van belang zijn bij het toekennen van bestemmingen. Tevens komt de ligging van kabels, leidingen en straalpaden aan bod. 3.8.1

Milieueffectrapportage

De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: a. het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; b. het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; c.

het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; d. de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.-(beoordelings)plicht. Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet:

41/58

7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

Door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; Het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; De initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. De voorgenomen ontwikkeling van het multifunctionele bouwplan 'uitbreiding Winkelcentrum Stadshagen' valt onder categorie D 11.2 (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) van het Besluit milieueffectrapportage. Omdat er hier sprake is van een bestemmingsplan dient er een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling is een separate aanmeldingsnotitie opgesteld (Bijlage 6). Gezien de omvang van de activiteiten in relatie tot de drempelwaarden en te verwachten effecten in vergelijking tot de huidige situatie, zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu uit te sluiten. Nader onderzoek in een MER/m.e.r.-beoordeling is dan ook niet noodzakelijk. 3.8.2

Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. De wet kent een ondergrens, de zogenaamde voorkeurswaarde. Wanneer de geluidbelasting lager is dan deze waarde, zijn de voorwaarden die de Wet geluidhinder stelt aan het realiseren van geluidgevoelige functies niet van toepassing. Daarnaast is er in de wet een bovengrens opgenomen, de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien de geluidbelasting hoger is dan deze waarde, is het realiseren van geluidgevoelige functies in principe niet mogelijk. Wanneer de geluidbelasting tussen de voorkeurswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting ligt, is het realiseren van geluidgevoelige functies aan beperkingen gebonden en alleen onder voorwaarden mogelijk. Dit wordt een 'hogere waarde' genoemd ('hoger' in de zin van hoger dan de voorkeurswaarde) en wordt via een formele procedure vastgelegd. In artikel 74 van de Wet geluidhinder is bepaald dat zich langs alle wegen een geluidszone bevindt. Dit is de zone langs een weg waarbinnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Uitzondering hierop zijn de wegen: die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km/u.

Uit jurisprudentie volgt dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u de geluidbelasting moet worden bepaald. Hiervoor is aangesloten bij de methodiek uit de Wet geluidhinder. Met de beoogde uitbreiding van het winkelcentrum is er sprake van geluidgevoelige bestemmingen. In het kader van de beoogde ontwikkeling is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Bijlage 7). In het akoestisch onderzoek zijn twee varianten onderzocht. De noordvariant (niet gekoppeld) en de zuidvariant (gekoppeld). Waar in de rapportage gesproken wordt over de basisvariant wordt de zuidvariant bedoeld. Navolgend zijn de conclusies uit het onderzoek opgenomen. Wegverkeerslawaai Uit de resultaten van het akoestisch onderzoek blijkt dat de bestaande en nieuwe woningen een geluidbelasting lager dan 48 dB ondervinden vanwege de Belvédèrelaan, Duiker, Veldbeemdgras, en de bevoorradingsroute op de expeditiestraat. Voor deze wegen zijn geen aanvullende maatregelen vereist. Enkele bestaande woningen ondervinden maximaal 50 dB (inclusief correctie artikel 3.4 RMG 2012) vanwege het verkeer op de nieuw aan te leggen westzijde van de Overtoom, gelegen aan de noordzijde van het bestaande winkelcentrum. De hoogste geluidbelasting (50 dB) vindt plaats op de eerste verdieping van

42/58

7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

de bestaande noordgevels aan de nieuwe Overtoom, boven het Mondzorgcentrum Overtoom. De noordgevels van de hogere verdiepingen ondervinden een geluidbelasting van maximaal 49 dB. De overige bestaande woningen boven het bestaande winkelcentrum en de overige woningen aan de Veldbeemdgras ondervinden een geluidbelasting lager dan 48 dB. De maximale geluidbelasting van 50 dB is hoger dan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder van 48 dB. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is beoordeeld of hierbij sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Bij een minimale karakteristieke geluidwering van 20 dB, zoals verplicht is gesteld in het Bouwbesluit, hebben deze woningen een binnenwaarde van 30 dB. Deze is lager dan de eis die geldt bij nieuwbouw (33 dB). Hierdoor is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Indirecte hinder op de Belvédèrelaan en Werkerlaan De Wet geluidhinder schrijft voor om bij het toelaten van geluidgevoelige bestemmingen onderzoek te doen naar de geluidbelasting, onder andere van wegverkeer. Daarnaast moet in het kader van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening gemotiveerd worden waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening, waarbij ook de impact van het plan op de omgeving meespeelt. Om hier inzicht in te krijgen is ook de mogelijke geluidhinder als gevolg van de verkeersaantrekkende werking van het plan onderzocht.

Vanwege de hieronder toegelichte onzekerheden over de daadwerkelijke toename van het aantal verkeersbewegingen is bij het onderzoek uitgegaan van een worst case benadering, voor wat betreft de toename van het aantal verkeerbewegingen dat door de nieuwe woningen en de uitbreiding van het winkelaanbod wordt veroorzaakt. Uit het akoestisch onderzoek (bijlage 7) blijkt dat in dit geval de geluidbelasting op de bestaande geluidgevoelige gebouwen aan de Werkerlaan en Belvédèrelaan met respectievelijk maximaal 4 dB en maximaal 2 dB toeneemt. Voor de Belvederelaan geldt dat deze toename voor een deel al is voorzien bij het akoestisch onderzoek uit 2015 naar de effecten van het openstellen van de Belvédèretunnel (bestemmingsplan Stadshagen I, Belvédèrelaan , vastgesteld 25 januari 2016). Naar aanleiding van dit onderzoek zijn voor deze woningen hogere waarden verleend, die vergelijkbaar zijn met de geluidbelasting die met het huidige onderzoek (bijlage 7) is berekend. Daarbij wordt de kanttekening gemaakt dat ongeveer 1 dB van deze toename ook verwacht wordt zonder onderhavig plan. Dit is de zogenaamde autonome toename. Daarnaast is er een bepaalde mate van onzekerheid over de daadwerkelijke toename van het verkeer.

De bouw van de nieuwe woningen en de uitbreiding van het winkelaanbod zal leiden tot een toename van het aantal verkeersbewegingen, maar het is niet de verwachting dat de toename als gevolg van de realisatie van het plan zal plaatsvinden in de aantallen zoals in de onderzoeken zijn opgenomen. De groei van de wijk Stadshagen zal eveneens tot meer verkeersbewegingen in de wijk leiden, maar enkel door de uitbreiding van het winkelcentrum op zich hoeft dit niet het geval te zijn. Het plan zorgt vooral voor een breder aanbod voor de huidige gebruikers. Wel zal er extra verkeer gegenereerd worden door de nieuwe woningen en zal er extra verkeer ontstaan door de bevoorrading van de nieuwe winkels. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat één van de mogelijke maatregelen om de toename in de geluidbelasting aan te pakken is om de snelheid op de Werkerlaan en Belvédèrelaan te verlagen, van 50 km/u naar 30 km/u. Dit is een grote ingreep, mede omdat hierbij de inrichting ook zo aangepast moet worden dat dit de lagere snelheid ook afdwingt. Vanwege de onzekerheid over het effect op de verkeersbewegingen zal de gemeente de verkeerssituatie gaan monitoren. Als daaruit blijkt dat de indirecte geluidbelasting gemiddeld met meer dan 2 dB toe is genomen zullen doetreffende maatregelen getroffen worden.

Hiermee wordt aangesloten op de beoordeling van een reconstructie van een weg, volgens de Wet geluidhinder. Dit heeft als voordeel dat de situatie zelf zal worden beoordeeld en maatregelen hier op zullen worden afgestemd. Hierbij wordt niet alleen naar het effect van het winkelcentrum gekeken, maar ook naar andere ontwikkelingen in de omgeving die invloed hebben op de verkeersstroom op beide wegen. Bij deze aanpak weegt ook mee dat dit voorkomt dat naast de overlast van de aanleg van het nieuwe deel van het winkelcentrum ook onnodig overlast ontstaat door werkzaamheden aan de Belvederelaan en Werkerlaan. Gelijktijdig uitvoeren van de beide werken is niet mogelijk, omdat de wegen gebruikt zullen

43/58

7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

worden voor het bouwverkeer. Een van de mogelijke (voor de hand liggende) maatregelen uit het akoestisch onderzoek is het terug brengen van de snelheid van 50 km/u naar 30 km/u op de Werkerlaan en/o de Belvédèrelaan, waarmee een eventuele toename van de indirecte geluidbelasting met meer dan 2 dB kan worden weggenomen. Bedrijvigheid Uitgangspunt in dit onderzoek is dat de beoogde functies maximaal milieucategorie 2 zijn. In een rustig woongebied geldt hiervoor een richtafstand van 30 meter. De woningen aan de noordzijde en de westzijde van het nieuwe pand liggen op voldoende afstand van de beoogde milieubelastende activiteiten. De woningen bevinden zich op een afstand van 30 meter of meer. Voor de woningen ten oosten van het plangebied is sprake van functiemenging. Direct naast of onder deze woningen is sprake van bedrijfsactiviteiten. In het winkelcentrum worden naast wonen ook andere functie toegelaten zoals horeca, detailhandel, cultuur en/of lichte bedrijvigheid geschikt voor functiemening. Omdat hier sprake is van functiemenging, zijn de richtafstanden volgens de VNG-publicatie (Bedrijven en milieuzonering, 2009) niet van toepassing. Er wordt voldaan aan de Staat van Bedrijfsactiviteiten bij functiemenging. Aanvullend onderzoek naar de geluidbelasting van bedrijvigheid is niet nodig.

De onderbouwing voor een goede ruimtelijke ordening met betrekking tot bedrijvigheid is nader uitgewerkt in paragraaf 3.8.3. De opstelplaats voor winkelwagens zal gerealiseerd worden in de parkeergarage onder het nieuw te bouwen complex en inpandig op de begane grond naast de entree van de supermarkt, om de geluidoverlast als gevolg van rijdende winkelwagens in relatie tot geparkeerde auto's te voorkomen. In de huidige situatie wordt in de omgeving enige hinder ondervonden van tijdelijk geparkeerd expeditieverkeer buiten de openingstijden van de winkels. Deze problematiek is onder de aandacht van de gemeente en er wordt in overleg met winkeliers en expediteurs aan oplossingen hiervoor gewerkt. Het laden en lossen in de nieuwe situatie vindt hoofdzakelijk inpandig plaats in een speciaal daarvoor te realiseren expeditiehof aan de nieuw aan te leggen Overtoom. Deze expeditieruimte wordt voorzien van geluidwerende voorzieningen. 3.8.3

Bedrijvigheid (Wet milieubeheer)

Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid, geur, gevaar en stof. De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype en verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als minder belastend wordt gezien.

Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. In- en uitwaartse zonering

44/58

7 maart 2022 bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

Uitwaartse zonering gaat uit van de milieubelastende functie (een bedrijf of bedrijventerrein) met als doel milieugevoelige functies uit de omgeving te weren. Bij inwaartse zonering wordt vanuit de milieugevoelige functie een bufferzone gecreëerd. Navolgend wordt eerst een overzicht gegeven van de functies die mogelijke worden gemaakt en de bijbehorende milieucategorie. Vervolgens worden de beoogde milieubelastende functies in het plangebied beschouwd in relatie tot milieugevoelige functies (woningen) buiten het plangebied en vervolgens in relatie tot de beoogde milieugevoelige functie binnen het plangebied.

Milieubelastende functies in het plangebied Het programma voor Winkelcentrum Stadshagen bestaat uit een combinatie van wonen, commercieel (supermarkt, overige winkels en dienstverlening en horeca), parkeren en maatschappelijk (zorg, kinderopvang, buurthuis, horeca, kantoor, opleidingen, etc.). De bedrijfsmatige functies (commercieel en maatschappelijk) binnen dit programma zijn geanalyseerd in relatie tot omliggende gevoelige functies. Commercieel Binnen de categorie commercieel wordt in het programma detailhandel voorzien in de vorm van een supermarkt en overige winkels en dienstverlening. Detailhandel valt binnen milieucategorie 1. De minimale richtafstand die voor detailhandel geldt is 10 meter tot aanwezige milieugevoelige functies. Maatschappelijk Binnen de categorie maatschappelijk worden in het programma maatschappelijke functies als zorg, kinderopvang, een buurthuis, horeca, kantoren en opleidingen voorzien. De zorgfunctie valt, als dit vergeleken wordt met een verpleeghuis, binnen milieucategorie 2. De minimale richtafstand die voor een verpleeghuis van toepassing is, is 30 meter tot aanwezige milieugevoelige functies. Deze minimale richtafstand wordt bepaald door de factor geluid. Ook kinderopvang valt binnen milieucategorie 2. De minimale richtafstand die voor kinderopvang geldt is 30 meter tot aanwezige milieugevoelige functies.

Deze minimale richtafstand wordt bepaald door de factor geluid. Een buurthuis valt binnen milieucategorie 2. De minimale richtafstand die voor buurthuizen geldt is 30 meter tot aanwezige milieugevoelige functies. Deze minimale richtafstand wordt bepaald door de factor geluid. Horecavoorzieningen als restaurants, cafetaria's, bars, cafés, ijssalons, e.d. vallen binnen milieucategorie 1. De minimale richtafstand die voor dergelijke horecavoorzieningen geldt is 10 meter tot aanwezige milieugevoelige functies. Deze minimale richtafstand wordt bepaald door de factoren geur, geluid en gevaar. Kantoren (voor overige zakelijke dienstverlening) vallen binnen milieucategorie 1. De minimale richtafstand die voor kantoren voor overige zakelijke dienstverlening geldt is 10 meter tot aanwezige milieugevoelige functies. Deze minimale richtafstand wordt bepaald door de factor geluid.

Toetsing aan milieugevoelige functies buiten het plangebied De bestaande woningen aan de noordzijde en de westzijde liggen op voldoende afstand van de beoogde milieubelastende activiteiten. De woningen bevinden zich op een afstand van 30 meter of meer. Voor de woningen ten oosten van het plangebied is sprake van functiemenging. Direct naast of onder deze woningen is sprake van bedrijfsactiviteiten. In het winkelcentrum worden naast wonen ook andere functie toegelaten zoals horeca, detailhandel, cultuur en/of lichte bedrijvigheid geschikt voor functiemening. Omdat hier sprake is van functiemenging zijn de richtafstanden volgens de VNG-publicatie (Bedrijven en milieuzonering, 2009) niet van toepassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=8612262c-bb4c-41a4-b620-04cabe341e82