Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum - BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING.pdf
Tekst van het document
3.2
Waterberging ........................................................................................................... 9
3.3
Verwerking en afvoer van regenwater ..................................................................... 9
3.4
Riolering ................................................................................................................. 10
3.5
Waterkwaliteit ........................................................................................................ 10
3.6
Beheer en onderhoud van de watergang en oever ............................................... 11
4
Ruimtelijk doorwerking ....................................................................................... 12
4.1
Oppervlakte en berging ......................................................................................... 12
4.2
Grondwateroverlast ............................................................................................... 13
4.3
Wateroverlast ......................................................................................................... 13
4.4
Beschermingszone ................................................................................................ 13
4.5
Afvalwater .............................................................................................................. 13
4.6
Overstromingsrisico ............................................................................................... 14
5
Waterparagraaf .................................................................................................... 19
5.1
Watertoets ............................................................................................................. 19
5.2
Invloed op waterhuishouding ................................................................................. 19
5.3
Voorkeursbeleid hemel- en afvalwater .................................................................. 19
5.4
Wateroverlast ......................................................................................................... 19
5.5
Beschermingszone ................................................................................................ 19
5.6
Overstromingsrisico ............................................................................................... 19
3 (20)
Bijlage 1
Representatief VO+ ontwerp
Bijlage 2
Boringen en sonderingen
Bijlage 3
Infiltratieonderzoek
4 (20)
1
Inleiding
1.1 Aanleiding Het winkelcentrum in Stadshagen krijgt aan de westkant een uitbreiding. Het gebied is momenteel in gebruik als parkeerplaats, een tijdelijke locatie van een basisschool en een grasveld langs de Duiker. In figuur 1-1 is de ligging van het plangebied globaal aangegeven. Om de ontwikkeling ook juridisch mogelijk te maken is aanpassing van het bestemmingplan noodzakelijk. Het doorlopen van de watertoetsprocedure maakt daar onderdeel vanuit. Het plan is via “dewatertoets.nl” aangemeld op 24 maart 2020 door Sweco.
Figuur 1-1 Ligging plangebied
1.2 Doel Het doel van dit rapport het is het opstellen van de waterparagraaf voor het bestemmingsplan. De waterparagraaf is het middel om de afspraken uit het watertoetsproces juridisch te verankeren in het bestemmingsplan (watertoetsprocedure1). 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is achtergrondinformatie over het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 volgen de waterhuishoudkundige aspecten en doelen die door het waterschap en de gemeente zijn vastgesteld voor het plangebied. In hoofdstuk 4 zijn de resultaten van een analyse van het beschikbare stedenbouwkundig plan beschreven. In hoofdstuk 5 zijn de voorgaande hoofdstukken samengevat in de waterparagraaf voor het bestemmingsplan.
1 De watertoets omvat het proces van informeren, afstemmen en adviseren om te komen tot een inhoudelijke
beoordeling van de waterhuishoudkundige gevolgen van het bestemmingsplan. Dit proces resulteert in de waterparagraaf ten behoeve van een wijziging van het bestemmingsplan.
5 (20)
2
Gebiedskenmerken
Dit hoofdstuk beschrijft in het kort kenmerken van het gebied zoals de hoogteligging, bodemopbouw, de geohydrologische situatie, het watersysteem en rioleringssysteem, zoals deze is vastgesteld aan de hand van literatuur en uitgevoerde veldwerkzaamheden. Voor elk onderwerp worden de resultaten besproken en daar waar nodig een conclusie gegeven. De geïnventariseerde gegevens van de bodemopbouw, grondwaterstanden en oppervlaktewater zijn afkomstig van de volgende bronnen: · Algemene Hoogtekaart Nederland AHN3 (www.ahn.nl) en putdekselhoogten (tekening gemeente Zwolle ontvangen 31-03-2020); · 200925_BUROBOL_352_Stadshagen VO+ 18 december 2020 (Bijlage 1); · Topografische kaart van Nederland, schaal 1:25.000; · Bodemkaart van Nederland (www.bodemdata.nl); · Grondwatergegevens uit DINOloket (Data en Informatie Nederlandse Ondergrond), TNO (www.dinoloket.nl); · Peilbuisgegevens van het gemeentelijk grondwaternet (i.c.m. Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta)); · Gegevens van het opendata register van WDODelta; · In-situ doorlatendheidsproeven, Uitbreiding winkelcentrum Stadshagen te Zwolle, kenmerk R2001150-03, 25 augustus 2020, MOS. 2.1 Hoogteligging Op basis van de AHN3 ligt het plangebied aan de oostkant, langs de bestaande bebouwing, op een hoogte tussen ca. +1,50m NAP en +1,80m NAP. De Belvédèrelaan ligt op circa +1,75m NAP.
De Duiker ligt tussen de NAP +0,60 m en de NAP +0,85 m. 2.2 Bodemopbouw Vanuit REGIS2 is informatie verzameld over de bodemopbouw van het plangebied. De bovenste laag is een zandige laag van circa 5 meter dikte (Formatie van Boxtel). Daaronder ligt een grovere zandlaag (Formatie van Kreftenheye) tot op circa NAP -21,00 m. Daar begint een afzetting van midden tot grof zand uit de Formatie van Urk tot ca. NAP -28,00 m. Uit het veldwerk van MOS (30-06-2020) blijkt de bovenste laag tot circa NAP -1,00 m te bestaan uit een afzetting van klei, zwak siltig. Bij boring D is van NAP -0,91 tot NAP -1,46 m een veenlaag aangetroffen. In bijlage 2 zijn sonderingen en boringen toegevoegd. 2.3 Grondwaterstand Door de invloed van de seizoenen fluctueert de freatische grondwaterstand en de stijghoogte van het diepere grondwater. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) en Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) geeft de range weer waar tussen de grondwaterstand zich beweegt. De grondwaterstand in het gebied is op 30 juni 2020 gemeten en deze bevond zich toen op NAP -0,53 m. De grondwaterstand wordt binnen het plangebied sterk gereguleerd door het oppervlaktewaterpeil in de Oude Wetering, omdat het plangebied omsloten is door oppervlaktewater en de bodem uit matig fijn goed doorlatend zand bestaat. Het maximaal oppervlaktewaterpeil is NAP -0,50 m en het minimumpeil NAP 0,70 m.
De GHG in de peilbuis in het zuidelijk gedeelte van de Belvédèrelaan ligt op circa NAP +0,03 m (GT VII), zie tabel 2-1. Aangetekend moet worden dat deze peilbuis een te korte meetreeks heeft om een exacte GHG te bepalen. Het geeft echter wel een goede indruk van de heersende grondwaterstand ter plaatse. 2
REGIS: Regionaal Geografisch Informatie Systeem
6 (20)
Tabel 2-1 Bepaling GLG - GHG Naam
X
Y
Z
Maaiveld
MLGL
MHGL
GT
21GC008A_1
200166,7
50494,43
-1,72
1,103
-0,2
0,03
VII
Op basis van de ingewonnen informatie is ingeschat dat de GHG ter plaatse van het winkelcentrum op maximaal NAP -0,10 m ligt. 2.4 Infiltratiekansen Om te bepalen of infiltratie van regenwater binnen het mogelijk is, zijn een viertal infiltratiemetingen uitgevoerd met de Falling head methode. Uit de metingen blijkt dat de kwaarde rond de 2,3 m/dag ligt. Voor de berekeningen gaan we uit van een k-waarde van 2 m/dag. Bij het aanleggen van infiltratievoorzieningen is het advies eventueel aanwezige veenlagen te verwijderen. Het infiltratieonderzoek is in bijlage 3 toegevoegd. 2.5 Oppervlaktewatersysteem Figuur 2-1 geeft het watersysteem nabij het plangebied weer met in het blauw de primaire watergangen en in het rood de peilgebiedsgrens. Het plan ligt in stroomgebied Mastenbroek en heeft een maximaal peil van NAP-0,50m en een minimum peil van NAP-0,70m. Het plangebied ligt binnen enkele primaire watergangen die het water in noordwestelijke richting afvoeren. De functie van de watergangen moet te allen tijde worden gegarandeerd. Rondom de watergangen ligt een beschermingszone. Werkzaamheden binnen deze zone moeten voldoen aan de bepalingen binnen de Keur van Waterschap Drents Overijsselse Delta en zijn vergunningsplichting.
Ten noordwesten van het plangebied ligt de peilgebiedsgrens in watergang de Oude Wetering waar het gebied door middel van een stuw gescheiden wordt van het benedenstroomse gebied waar het peil 35 cm lager ligt.
Figuur 2-1 - watersysteem
7 (20)
2.6 Wateroverlast In de huidige situatie kan er bij extreme neerslag overlast plaatsvinden in de openbare ruimte op basis van de klimaatatlas van WDODelta (zie figuur 2.2).
Figuur 2-2 Locaties met wateroverlast bij extreme neerslag (Bron: klimaatatlas WDODelta)
2.7 Riolering Aan de oostzijde van het gebied, in de Belvédèrelaan, is bestaande riolering aanwezig. Er ligt zowel DWA (ØB300mm) als RWA (ØB400mm) riolering. Het RWA-riool loost in het noorden op het oppervlaktewater.
8 (20)
3
Uitgangspunten
In dit hoofdstuk staan de uitgangspunten opgesomd op basis van de uitgangspunten en eisen van Gemeente Zwolle en Waterschap Drents Overijsselse Delta. 3.1 Drooglegging en ontwatering Voor ontwatering en drooglegging gelden de volgende eisen: · Ontwatering: ° Hoofdontsluitingswegen 1,00 m-mv ° Secundaire wegen 0,70 m-mv ° Woningen 0,80 m-mv ° Groen 0,50 m-mv · Drooglegging: ° 1,20 m tot insteek watergang. 3.2 Waterberging Voor waterberging dient rekening gehouden te wonden met de volgende uitgangspunten: · Bergingsopgave3: ° T=100 67 mm in 1 uur dient binnen het plangebied geborgen te worden · Extreme neerslag: ° Voor de bebouwde omgeving betekent dit dat in een neerslagsituatie die eens in de 100 jaar plaatsvindt er geen water in woningen mag stromen en dat belangrijke ontsluitingswegen vrij blijven van water. ° T=250 80 mm in 1 uur (extreme neerslag in korte tijd) daarbij mag bij afstroming via maaiveld niet leiden tot overlast in woningen, winkels en de parkeerkelder. 3.3 Verwerking en afvoer van regenwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater is het landelijk beleid dat het afstromend hemelwater ter plaatse in het milieu worden teruggebracht. Dat kan door infiltratie in de bodem of door berging in het oppervlaktewater. Het waterschap heeft de voorkeur om daar waar mogelijk, het hemelwater oppervlakkig af te voeren en via een wadi te infiltreren in de bodem.
Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afwatering in het plangebied moet dusdanig zijn dat ieder perceel en/of eigenaar voor zijn eigen afwatering dient te zorgen (geen afwatering over gronden van derden). Het afschot dient als volgt te zijn: · Wegen, fietspaden en trottoirs: 2 cm/m¹; · Wegbermen: 5 cm/m¹; · Tuinen: 2-2,5 cm/m¹. Voor het van het vloerpeil wordt geadviseerd de volgende adviezen aan te houden: · Vanaf achterkant trottoir: 2-2,5 cm/m¹ + 2 cm; · Voor kleine voortuinen vanaf achterkant trottoir: 5 cm/m¹ + 2 cm; · Zonder voortuinen vanaf achterkant trottoir: + 2 cm; · Bij rolstoeltoegankelijkheid via de achterzijde woning vloerpeil +15 cm boven straatpeil.
3
Mail gemeente Zwolle, R. Walraven 31 maart 2020
9 (20)
· Het minimale vloerpeil is op basis van de GHG +0,70m NAP. Geadviseerd wordt om een minimaal vloerpeil tussen +1,80m en +1,90m NAP aan te houden aan de Belvederlaan ter hoogte van het bestaande winkelcentrum. Vloerpeil van het bestaande winkelcentrum ligt op NAP +1,80 m. Het hemelwater van openbaar terrein moet worden geïnfiltreerd in de openbare ruimte. De gemeente staat verschillende systemen toe: 1. Infiltratie met behulp van infiltratieriolen, eventueel aangevuld met infiltratiekratten. 2. Infiltratie met behulp van waterpasserende bestrating. 3. Infiltratie via wadi’s. Voor de behandeling van regenwater zijn de volgende uitgangspunten vastgesteld. · Gescheiden systeem tussen vuilwaterafvoer (DWA) en regenwaterafvoer (RWA). · Afvoer regenwater van wegen en daken bij voorkeur bovengronds. · Regenwater van daken hoeft niet te worden gezuiverd. · Voor het verhard oppervlak wordt uitgegaan van de volgende percentages: ° 100% voor dakvlakken; ° 100% voor wegen en parkeerplaatsen; ° 50% voor halfverharding en grasbeton. · Al het verhard afvoerend oppervlak moet meegenomen worden bij de berekening van de bergingsopgave. De berging vindt plaats in het plangebied. 3.4 Riolering Alle nieuw te bouwen appartementen, winkels en overige voorzieningen die afvalwater produceren dienen op het vuilwaterriool te worden aangesloten.
Het vuilwaterriool moet worden aangesloten op het bestaand gemeentelijke rioolstelsel. Bij uitbreiding van het rioolstelsel dient rekening te worden gehouden met de capaciteit van het bestaande stelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie. 3.5 Waterkwaliteit De waterkwaliteit van het oppervlaktewater mag door de ontwikkeling niet negatief beïnvloed worden. Het watersysteem wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid creëert en voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. Waterschap Drents Overijsselse Delta hanteert de volgende uitgangspunten: · Kwaliteit afvoer hemelwater: Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. Licht vervuilde hemelwater (bijvoorbeeld van een woonstraat) wordt via een bodempassage geloosd op het oppervlaktewater. · Microverontreiniging: Er worden geen materialen gebruikt die een verontreiniging van het oppervlaktewater met zich meebrengen. Metalen, zoals lood, koper of zink mogen niet worden gebruikt. · Relatie oppervlaktewater en grondwater: In nieuw te ontwikkelen gebied worden de waterstanden binnen het in te richten gebied tijdens of na het bouwrijp maken niet structureel verlaagd.
Voor tijdelijke of structurele grondwateronttrekking is op grond van de Waterwet een melding of vergunning van het waterschap nodig.
10 (20)
3.6 Beheer en onderhoud van de watergang en oever Aan de noordzijde van het plangebied ligt een primaire watergang met een beschermingszone. Werkzaamheden in deze zone zijn meldings- of vergunningplichting. De watergang wordt vanaf het water onderhouden. De oever vanaf de wal. Voor onderhoud van de oever dient rekening te worden gehouden met een vrije ruimte van 5 meter. Bomen dienen minimaal 10 meter uit elkaar te staan.
11 (20)
4
Ruimtelijk doorwerking
4.1 Oppervlakte en berging De uitbreiding van winkelcentrum Stadshagen krijgt een ondergrondse parkeergarage. Dat betekent een beperking voor het aanbrengen van ondergrondse voorzieningen. Aan de randen van het plangebied is ruimte voor infiltrerende voorzieningen. In het binnenste deel van het centrum is een open daktuin voorzien. Binnen het groene karakter is ook ruimte voor het aanbrengen van waterberging. In figuur 4-1 is op basis van het representatief VO+ (voorlopig ontwerp) de indeling van het plangebied weergegeven. In tabel 4-1 is het verhard oppervlak bepaald op basis van dit VO+.
Figuur 4-1 Ontwerp Winkelcentrum Stadshagen VO+ (Bron: Burobol)
Het verhard oppervlak is bepaald op basis van het VO+ ontwerp en is circa 19.200 m2.
12 (20)
In tabel 4.1 is een overzicht van het verhard oppervlak opgenomen. Tabel 4-1 Verhard oppervlak nieuwe situatie Bruto Percentage oppervlak ca. verhard [m²] Gebouw 5920 100% Verhardingen 13.250 100% Halfverharding 60 50% Groen 5.350 0% Totaal 24.580
Verhard oppervlak ca. [m²] 5.920 13.250 30 19.200
Op basis van de bergingsnormen en de oppervlaktes volgt een bergingsopgave van 1.286 m3. Dit getal is gebaseerd op het totaal verhard oppervlak van alleen de nieuwe ontwikkeling en is daarmee een worst-case berekening. Hierbinnen kan de bestaande situatie alsnog in ogenschouw genomen worden. De definitieve hoeveelheid te bergen water wordt in het waterhuishoudkundig plan bepaald. Na berging in ondergrondse en waar mogelijk bovengrondse voorzieningen zal het overige water geloosd worden op watergang VR.15.313 aan de noordzijde van het plangebied. Een klein deel zal mogelijke op de Oude Wetering afwateren. De exacte wijze van berging en afvoer zal in het op te stellen waterhuishoudkundig- en rioleringsplan verder worden uitgewerkt. 4.2 Grondwateroverlast Op basis van de ingewonnen informatie ligt de GHG rond -0,10m NAP. Om te voldoen aan de ontwateringeis dient de bebouwing minimaal op +0,60m NAP aangelegd te worden en de hoofdwegen op +0,90m NAP. Om te voldoen aan de droogleggingseis dient het maaiveld minimaal op +0,70m NAP aangelegd te worden. De droogleggingseis is leidend voor het aanlegpeil van wegen. 4.3 Wateroverlast Wateroverlast wordt voorkomen door het plangebied zo in te inrichten dat voldaan wordt aan de ontwatering- en droogleggingseisen.
Het vloerpeil van winkels langs de Belvedérèlaan dient minimaal gelijk te zijn aan het bestaande winkelcentrum, dit is +1,80m NAP. Voor het robuust inrichten van de openbare ruimte en om wateroverlast te voorkomen is het advies de vloerpeilen langs de Belvedérèlaan op minimaal tussen +1,80m tot +1,90m NAP aan te leggen. De overige vloerpeilen dienen minimaal op +0,70m NAP te liggen. De inrichting van het openbaar terrein dient zo te zijn dat regenwater bij hevige neerslag te allen tijde onbelemmerd bovengronds kan afstromen naar een laag punt waar het niet tot overlast leidt. Dit is richting de Overtoom of de zuidkant van de Belvedérèlaan en de Duiker. Door voldoende afschot te houden richting het noorden en zuiden is wateroverlast bij extremen zoals de bui T250 te voorkomen. 4.4 Beschermingszone Aan de noordkant ligt een primaire watergang met een beschermingszone. Werkzaamheden binnen deze zone zijn vergunning- of meldingsplichtig. Het plaatsen van eventuele bomen binnen deze zone dient afgestemd te worden met waterschap en gemeente. 4.5 Afvalwater De nieuwe winkels, appartementen en overige gebouwen worden aangesloten op bestaande DWA-riolering. In de Belvedérèlaan ligt zowel DWA-riolering als RWA-riolering.
13 (20)
Een gedeelte van deze riolering komt door de ontwikkeling van het nieuwe winkelcentrum te vervallen. Het DWA-riool zal omgelegd worden via de Duiker en de Overtoom. De gebouwen aan de west- en noordkant kunnen aansluiten op deze nieuwe riolering. In een op te stellen waterhuishoudkundig plan zal de riolering nader uitgewerkt worden. 4.6 Overstromingsrisico Bij nieuwe ontwikkelingen is het gewenst dat tijdig wordt nagedacht over voorzieningen dan wel maatregelen die kunnen worden getroffen, waarbij eventuele risico's en nadelige effecten van een overstroming kunnen worden beperkt. Het betreft ook een stuk bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Beleid Artikel 2.14.4 Overstroombaar gebied van de verordening bij de provinciale Omgevingsvisie Overijssel schrijft voor dat voor ruimtelijke ontwikkelingen in overstroombaar gebied een overstromingsrisicoparagraaf moet worden opgenomen in de toelichting bij bestemmingsplannen. Onder overstroombaar gebied verstaan we gebieden die normaal gesproken niet onder water staan, maar kunnen overstromen (tijdelijk onder water staan) als gevolg van een extreme gebeurtenis.
Het gaat zowel om buitendijkse gebieden die bij hoogwater overstromen (bijvoorbeeld uiterwaarden) als om de beschermde gebieden achter de dijk (binnendijkse gebieden) die alleen bij een calamiteit onder water komen te staan. Winkelcentrum Stadshagen bevindt zich in de wijk Stadshagen aan de noordwestzijde van Zwolle. Het plangebied bevindt zich in overstroombaar gebied, zoals weergegeven op onderstaande afbeelding (uitsnede kaart 'Watergebiedsreserveringen - Overstroombaar gebied' uit de omgevingsverordening Overijssel).
Ligging plangebied in overstroombaar gebied (plangebied: rood omcirkeld; bron: Provincie Overijssel)
Locatie Het plangebied bevindt zich in Dijkring 10, Mastenbroek. De polder Mastenbroek maakt deel uit van een groter klei-op-veen gebied in noordwest Overijssel. De hoogteligging van de polder varieert van - 1,50m NAP tot +0,75m NAP.
14 (20)
Ligging Dijkring 10 (bron: VNK2, 2014)
Aanpak risico-inventarisatie De ernst van een overstroming wordt bepaald door: · De maximale waterdiepte tijdens een overstroming (is af te leiden uit de risicokaart); · De kans op een overstroming; · De beschikbare tijd voor evacuatie / noodmaatregelen (hoe lang duurt het tot het water er is). Maximale waterdiepte bij een kans op overstroming Op basis van de risicokaart komt onderstaand kaartbeeld naar voren bij overstromingen met een kleine kans (1/1.000 jaar). Voor het plangebied is bij overstromingen met een kleine kans sprake van een maximale waterdiepte van 2,0 tot 5,0 meter.
15 (20)
Maximale waterdiepte bij overstromingen met kleine kans (1/1.000 jaar) (Plangebied rood omcirkeld; bron: risicokaart.nl) Ter vergelijking is hieronder het kaartbeeld weergegeven van een situatie bij een overstroming met middelgrote kans (1/100 jaar). Het plangebied blijft in deze situatie droog.
Maximale waterdiepte bij overstromingen met middelgrote kans (1/100 jaar) (plangebied rood omcirkeld; bron: risicokaart.nl) Kans op overstroming De berekende overstromingskans voor het dijkringgebied 10 is gelijk aan 1/210 per jaar. De overstromingskans wordt vooral bepaald door het mechanisme opbarsten en piping (1/310). De faalkans is te verklaren door de relatief grote faalkans voor opbarsten en piping voor
16 (20)
dijkvak 25 (1/670) en dijkvak 3 (1/910) en keersluis de Sassluis (1/1.000). Daarnaast dragen elf dijkvakken en twee kunstwerken met faalkansen groter dan 1/10.000 per jaar bij aan de overstromingskans.
Faalkans en potentiele locaties van falen (bron: VNK2, 2014)
Beschikbare tijd Dijkring 10 wordt bedreigd vanuit 3 onafhankelijke watersystemen: de IJssel, de Vecht (en het Zwarte Water) en de oostelijke randmeren (het Ketelmeer en het Zwarte Meer). Omdat dijkringgebied 10 relatief klein is qua oppervlakte, zal het instromende watervolume relatief klein zijn ten opzichte van het totale watervolume van de Vecht, IJssel of het Zwarte Meer. Na een dijkdoorbraak in een ringdeel zal de belasting op de 7 andere ringdelen dan ook niet significant verminderen. Er is in dit geval geen sprake van ontlasten. Conclusie Bij nieuwe ontwikkelingen binnen de dijktrajecten is het gewenst dat tijdig wordt nagedacht over voorzieningen dan wel maatregelen die kunnen worden getroffen waarbij eventuele
17 (20)
risico's en nadelige effecten van een overstroming kunnen worden beperkt. Het betreft ook een stuk bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Voor onderhavige ontwikkeling kan worden gedacht aan navolgende voorzieningen/ maatregelen: · voldoende sheltercapaciteit in de buurt; · voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, eventueel verhoogde drempels; · aansluiting plangebied op dichtstbijzijnde weg zodat bereikbaarheid gewaarborgd blijft. · zowel te voet als per fiets of auto kan het gebied daarmee snel verlaten worden; zodanig inrichten gebouw zodat bij eventuele overstromingen schade zoveel mogelijk wordt · beperkt (bijvoorbeeld materiaalgebruik, minder gevoelige ruimten begane grond); Opstellen van evacuatieplan.
18 (20)
5
Waterparagraaf
5.1 Watertoets In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is een watertoets verplicht bij gemeentelijke bestemmingsplannen en projectbesluiten. De watertoets is een procesinstrument, waarbij het waterschap en de initiatiefnemer (gemeente) onderlinge afstemming hebben. 5.2 Invloed op waterhuishouding De aan te leggen wegen, parkeerplaatsen en gebouwen zorgen voor een toekomstig netto verhard oppervlak van circa 19.200 m². Op basis van de bergingsnormen en de oppervlaktes volgt een bergingsopgave van 1.286 m3. Dit getal is gebaseerd op het totaal verhard oppervlak van alleen de nieuwe ontwikkeling en is daarmee een worst-case berekening. Hierbinnen kan de bestaande situatie alsnog in ogenschouw genomen worden. De definitieve hoeveelheid te bergen water wordt in het waterhuishoudkundig- en rioleringsplan bepaald evenals de wijze hoe de berging wordt gerealiseerd. 5.3 Voorkeursbeleid hemel- en afvalwater In de toekomstige situatie zal het regenwater vertraagd worden afgevoerd volgens de trits ‘vasthouden, bergen, afvoeren’. Dit betekent dat, waar mogelijk, de voorkeur uit gaat naar een bovengrondse afvoer. De infiltratievoorzieningen worden aangesloten op het bestaande en deels te verleggen RWA stelsel. Vervolgens kan het afgevoerd worden naar het omliggende oppervlaktewater.
Afvalwater van de gebouwen wordt aangesloten op het rioleringsstelsel in de Belvedérèlaan en een aan te leggen DWA-riolering in de Duiker. Nadere uitwerking hiervan zal in het waterhuishoudkundig- en rioleringsplan plaatsvinden. 5.4 Wateroverlast Wateroverlast wordt voorkomen door de inrichting van het plangebied af te stemmen op de (geo)hydrologische situatie binnen het plangebied. Op basis van de ingewonnen informatie ligt de GHG rond NAP -0,10 m. Om te voldoen aan de ontwateringeis dient de bebouwing minimaal op NAP +0,60 m aangelegd te worden en de hoofdwegen op NAP +0,90 m. Om te voldoen aan de droogleggingseis dient het maaiveld minimaal op NAP +0,70 m aangelegd te worden. De droogleggingseis is leidend voor het aanlegpeil van wegen en vloerpeilen. Om wateroverlast te voorkomen dient de Belvedérèlaan in zuidelijke en noordelijke richting vrij te kunnen afstromen. 5.5 Beschermingszone Aan de noordkant ligt een primaire watergang met een beschermingszone. Werkzaamheden binnen deze zone zijn vergunning- of meldingsplichtig. Het plaatsen van bomen binnen deze zone dient afgestemd te worden met waterschap en gemeente. 5.6 Overstromingsrisico Het plangebied bevindt zich in Dijkring 10, Mastenbroek Op basis van de risicokaart komt onderstaand kaartbeeld naar voren bij overstromingen met een kleine kans (1/1.000 jaar).
Voor het plangebied is bij overstromingen met een kleine kans sprake van een maximale waterdiepte van 2,0 tot 5,0 meter. Bij nieuwe ontwikkelingen binnen de dijktrajecten is het gewenst dat tijdig wordt nagedacht over voorzieningen dan wel maatregelen die kunnen worden getroffen waarbij eventuele risico's en nadelige effecten van een overstroming kunnen worden beperkt. Het betreft ook
19 (20)
een stuk bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Voor onderhavige ontwikkeling kan worden gedacht aan navolgende voorzieningen/ maatregelen: · voldoende sheltercapaciteit in de buurt; · voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, eventueel verhoogde drempels; · aansluiting plangebied op dichtstbijzijnde weg zodat bereikbaarheid gewaarborgd blijft; · zowel te voet als per fiets of auto kan het gebied daarmee snel verlaten worden; zodanig inrichten gebouw zodat bij eventuele overstromingen schade zoveel mogelijk wordt; · beperkt (bijvoorbeeld materiaalgebruik, minder gevoelige ruimten begane grond). Opstellen van evacuatieplan.
20 (20)
Bijlage 1
Representatief VO+ ontwerp
Bijlage 2
Boringen en sonderingen
Opdracht : 2001150 Plaats : Zwolle Project : Uitbreiding winkelcentrum Stadshagen
Betreft
:
Uitbreiding winkelcentrum Stadshagen te ZWOLLE
Opdrachtgever
:
501 Dura Vermeer Bouw Hengelo BV Postbus 877 7550 AW HENGELO OV NL
Behandeld door :
L.J.M. de Vries (088-5130221)
Kenmerk
:
R2001150-01
Datum
:
8 juli 2020
MOS GRONDMECHANICA B.V. Correspondentieadres:
Albert Plesmanweg 47 3088 GB Rotterdam
Telefoonnummer: +31(0)88-5130200
Hoofdkantoor Rotterdam Albert Plesmanweg 47
3088 GB
Rotterdam
Vestiging Helmond
Vossenbeemd 90B
5705 CL
Helmond
Vestiging Almelo
Het Wendelgoor 13
7604 PJ
Almelo
Vestiging Amsterdam
Pleimuiden 8B
1046 AG
Amsterdam
Vestiging Suriname
Ds Martin Luther Kingweg 150
District Wanica
Suriname
Tel. +597-488188
Opdracht : 2001150 Plaats : Zwolle Project : Uitbreiding winkelcentrum Stadshagen
1. ONDERZOEKSOPDRACHT Ten behoeve van bovengenoemd project hebben wij in uw opdracht een grondonderzoek uitgevoerd. De opdracht omvatte de volgende werkzaamheden: -
Bureauwerkzaamheden waaronder klic-melding en interpretatie
-
56 locaties uitzetten en waterpassen t.o.v. RD en NAP
-
51 sonderingen tot een diepte van maaiveld – 25 m inclusief meting van de plaatselijke wrijving
-
1 handboring tot een diepte van maximaal maaiveld – 4 m
-
1 peilbuis plaatsen in het boorgat
-
Advies
Meerwerk -
3 handboringen tot een diepte van maximaal maaiveld – 4 m
-
3 peilbuizen plaatsen in de boorgaten
-
4 in situ falling head tests
Dit project wordt in 2 fasen uitgevoerd. Dit betreft de rapportage na de eerste fase. De falling head tests worden binnenkort uitgevoerd en gerapporteerd. De sonderingen van de tweede fase zullen in overleg met de opdrachtgever in een later stadium worden uitgevoerd.
2. UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN Landmeten Voor de uitvoering van dit onderzoek heeft de opdrachtgever ons een tekening ter beschikking gesteld. Aan de hand van de verstrekte tekening heeft Mos Grondmechanica een klic-melding gedaan. De onderzoekslocaties zijn met behulp van GPS-RTK apparatuur in het veld uitgezet en gewaterpast. De onderzoekslocaties zijn op tekening weergegeven en in dit rapport opgenomen.
Sonderen Tussen 24-06-2020 en 29-06-2020 zijn de sonderingen met de nummers 4, 5, 14, 15, 16, 18, 19, 25, 26, 27, 29 t/m 33, 38 t/m 41, 47 en 48 uitgevoerd tot een diepte van circa maaiveld – 25 m. Sondering 49 is dieper doorgezet tot circa maaiveld – 27 m. In verband met bestaande bebouwing worden de resterende sonderingen, in overleg met de opdrachtgever, in een latere fase uitgevoerd. De sonderingen zijn met een sondeerunit met een drukcapaciteit van 200 kN uitgevoerd. Bij elke sondering is per 20 mm de tijd, de diepte, de conusweerstand (qc), de plaatselijke wrijving (fs) en de helling (i) gemeten en als data opgeslagen. Tevens is het berekende wrijvingsgetal gepresenteerd. Het wrijvingsgetal geeft nader inzicht in de aanwezige grondsoorten. Voor de in Nederland meest voorkomende, normaal geconsolideerde, grondsoorten kunnen indicatief de volgende wrijvingsgetallen worden aangehouden: Zand:
0,5 % - 1,5 %
Klei / Leem:
2% - 4%
Veen:
8% - 10 %
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
Opdracht : 2001150 Plaats : Zwolle Project : Uitbreiding winkelcentrum Stadshagen
De sonderingen zijn conform klasse 3, type TE1 van de NEN-EN-ISO 22476-1 uitgevoerd.
Handboren Op 30-06-2020 zijn vier handboringen met de kenmerken A, B, C en D uitgevoerd. Deze handboringen zijn uitgevoerd tot dieptes van maaiveld – 3,3 m (A), maaiveld – 3,5 m (B), maaiveld – 4,5 m (C) en maaiveld – 3,5 m. De boringen zijn conform NEN-EN-ISO 22475-1 uitgevoerd en conform NEN 5104 in het veld beschreven. De grondopbouw ter plaatse is in de vorm van boorstaten met schaal 1:1002 en diepte ten opzichte van NAP in dit rapport opgenomen.
Grondwaterstanden Tijdens het uitvoeren van het grondonderzoek is het grondwater aangetroffen op maaiveld – 1,08 m (A), maaiveld – 1,07 m (B), maaiveld – 2,39 (C) en maaiveld – 1,18 m (D). Hierbij wordt opgemerkt dat deze grondwaterstanden tijdens het boren zijn gemeten en slechts momentopnames zijn. De grondwaterstand kan sterk worden beïnvloed door spanningswater, lagenopbouw, lokale omstandigheden en seizoensafhankelijke factoren.
Peilbuizen In boorgaten A, B, C en D zijn conform NEN-EN-ISO 22475-1 peilbuizen geplaatst op einddiepte. De peilbuizen zijn met straatpotten afgewerkt. De plaatsingsgegevens van de peilbuizen zijn in een tabel opgenomen in dit rapport. Na plaatsing zijn de peilbuizen ingemeten en is éénmaal het grondwater gepeild. Deze peiling is ook in een tabel opgenomen.
Advies Het advies wordt separaat gerapporteerd.
Opgesteld door:
Gecontroleerd door:
L.J.M. de Vries (088-5130221)
M. van Es
Rotterdam, 8 juli 2020 Mos Grondmechanica B.V.
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com
Opdracht : 2001150 Plaats : Zwolle Project : Uitbreiding winkelcentrum Stadshagen
Inhoud: - Sonderingen - Boringen - Plaatsingsformulier peilbuizen - Coördinatenlijst - Situatietekening
MOS GRONDMECHANICA B.V. Albert Plesmanweg 47, 3088 GB Rotterdam - Tel. 088-5130200 - URL: www.mosgeo.com