CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim_vastgesteld_15-04-2024

Raad Besluitvormingsronde 15 april 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Windesheim28.546 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan landgoed Windesheim

Buitengebied,

vastgesteld

nr. NL.IMRO.0193.BP23012-0004

Afdeling Ruimtelijke Planvorming Stadskantoor Lübeckplein 2 Postbus 10007 8000 GA Zwolle postbus@zwolle.nl www.zwolle.nl Opdrachtgever:

Stichting Landgoed Windesheim

Opdrachtnemer:

Buro SRO

Publicatieversie:

NL.IMRO.0193.BP23012-0004

Datum:

15 april 2024

15 april 2024

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

Inhoudsopgave

TOELICHTING

4

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.3.1 Buitengebied - IJsselzone, Windesheim 1.3.2 Overige geldende plannen

5 5 5 6 6 7

Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Inleiding 2.2 Rijksbeleid 2.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 2.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 2.3 Provinciaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid 2.4.1 Omgevingsvisie "Ons Zwolle van morgen 2030" 2.4.2 Thematisch beleid

8 8 8 8 9 9 16 16 19

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Stedenbouw 3.1.1 Huidige situatie 3.1.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.2 Archeologie 3.2.1 Huidige situatie 3.2.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.3 Cultuurhistorie 3.3.1 Huidige situatie 3.3.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.4 Verkeer 3.4.1 Huidige situatie 3.4.2 Uitgangspunten bestemmingsplan 3.5 Natuur 3.5.1 Huidige situatie 3.5.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.6 Water 3.6.1 Huidige situatie 3.6.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.7 Wonen 3.7.1 Huidige situatie 3.7.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.8 Milieu 3.8.1 Geluid 3.8.2 Bedrijvigheid (Wet milieubeheer) 3.8.3 Luchtkwaliteit 3.8.4 Geur 3.8.5 Bodemkwaliteit 3.8.6 Externe veiligheid 3.8.7 Kabels, leidingen en straalpaden 3.8.8 M.e.r.-beoordeling 3.8.9 Klimaat, energie en circulariteit

27 27 27 30 34 34 35 35 35 35 36 36 36 36 36 37 39 39 41 42 42 42 42 42 44 44 46 46 47 49 49 50

2/94

15 april 2024

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

Hoofdstuk 4 Juridische aspecten 4.1 Inleiding 4.2 Inleidende regels 4.3 Bestemmingsregels 4.4 Algemene regels 4.5 Overgangs- en slotregels 4.6 Bijlagen 4.7 Handboek

52 52 55 55 57 57 58 58

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2.1 Overleg met de buurt 5.2.2 Uitkomsten overleg 5.2.3 Zienswijzen

59 59 59 59 60 60

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

61

Bijlage 1

Quickscan Wet natuurbescherming

62

Bijlage 2

Aanvullend onderzoek ecologie

63

Bijlage 3

Voortoets stikstofdepositie

64

Bijlage 4

Resultaat watertoets Wijheseweg 49

65

Bijlage 5

Resultaat watertoets Wijheseweg 59

66

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek

67

Bijlage 7

Bodemonderzoek

68

REGELS

69

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

70 70 76

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Natuur en landschap Tuin Wonen

78 78 80 82

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels vrijwaringszone - molenbiotoop Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels

85 85 86 87 88 89

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

90 90 92

BIJLAGEN BIJ DE REGELS

93

Bijlage 1

94

Inrichtingsplan Wijheseweg 49 en 59

3/94

15 april 2024

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

TOELICHTING

4/94

15 april 2024

Hoofdstuk 1 1.1

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

Inleiding

Aanleiding

Op het landgoed Windesheim, gelegen in het zuidelijk deel van het buitengebied van de gemeente Zwolle, liggen aan de Wijheseweg 49 en 59 twee voormalige agrarische bedrijfslocaties. De agrarische activiteiten ter plaatse zijn inmiddels beëindigd. In het kader van het rood-voor-roodbeleid, dat onderdeel uitmaakt van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, worden de bedrijfsgebouwen gesloopt en daarvoor in de plaats worden op het perceel Wijheseweg 59 twee nieuwe woningen gerealiseerd. De voorliggende ontwikkeling past niet op grond van de regels van het geldende bestemmingsplan. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken wordt het geldende bestemmingsplan met het voorliggende plan herzien. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

1.2

Plangebied

Het plangebied bestaat uit twee deellocaties in het buitengebied van de gemeente Zwolle. Beide locaties zijn gelegen aan de Wijheseweg, de provinciale weg tussen Zwolle en Wijhe. De locaties liggen op het grondgebied van landgoed Windesheim, een landgoed bestaande uit bos, natuur en agrarische (cultuur)grond. De nummers 49 en 59 liggen beide ten oosten van de provinciale weg, in een open agrarisch landschap. Navolgende afbeelding toont de globale ligging van de locaties ten opzichte van de omgeving.

Globale ligging deellocaties ten opzichte van omgeving (bron: openstreetmap.org)

5/94

15 april 2024

1.3

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

Geldende bestemmingsplannen

Ter hoogte van het plangebied zijn verschillende bestemmingsplannen van kracht. Navolgende paragrafen zetten de plannen uiteen voor beide deellocaties. 1.3.1

Buitengebied - IJsselzone, Windesheim

Voor beide deellocaties is het bestemmingsplan 'Buitengebied - IJsselzone, Windesheim', vastgesteld op 18 juni 2013, van kracht. Dit plan is tweemaal correctief herzien in 'Buitengebied - IJsselzone, Windesheim herziening 1' (vastgesteld: 7 maart 2016) en 'Buitengebied - IJsselzone Windesheim' (vastgesteld: 11 februari 2019). Beide deellocaties hebben de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur en landschap' met een bouwvlak. Binnen het bouwvlak zijn bedrijfsgebouwen, een bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van 1 agrarisch bedrijf toegestaan. Navolgende afbeeldingen geven de situatie in het plangebied weer. De planlocaties zijn met een rode lijn omkaderd. De begrenzing is gebaseerd op de bouwvlakken en kadastrale grenzen.

Uitsnede vigerende bestemmingsplan ter hoogte van Wijheseweg 49, Zwolle (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

6/94

15 april 2024

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

Uitsnede vigerende bestemmingsplan ter hoogte van Wijheseweg 59, Zwolle (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Het perceel aan de Wijheseweg 49 heeft de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop'. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 3.3. Het perceel aan de Wijheseweg 59 ligt deels binnen de gebiedsaanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied'. Voor deze aanduiding geldt dat het bevoegd gezag de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap en natuur' onder voorwaarden mag wijzigen naar natuur. Dit heeft geen verdere invloed op het plan. Strijdigheid met het geldende bestemmingsplan Op beide locaties is de agrarische bedrijvigheid beëindigd en worden de bedrijfswoningen omgezet in een woonbestemming. Als compensatie voor sloop van de bedrijfsgebouwen op de locaties mogen er twee nieuwe woningen worden gebouwd. Omdat dit niet kan worden gerealiseerd op basis van de regels van het vigerende plan, wordt het bestemmingsplan nu herzien. Het agrarisch bouwvlak vervalt en de bestemming wordt gewijzigd in 'Wonen' en 'Tuin'. 1.3.2

Overige geldende plannen

In de gemeente Zwolle gelden ook de volgende paraplu-bestemmingsplannen:  'Zwolle, parapluplan parkeren' (vastgesteld: 3 juli 2017) regelt het parkeerbeleid van de gemeente. In paragraaf 3.4 wordt hier nader op ingegaan. De regeling is overgenomen in voorliggend bestemmingsplan.  De plannen 'Zwolle, parapluplan bouw- en cultuurhistorie' (vastgesteld: 4 oktober 2021) en de 'Zwolle, parapluplan cultuurhistorie, aanvulling' (vastgesteld: 13 juni 2022) zijn opgesteld ter bescherming van cultuurhistorische waarden. Omdat er op de locaties van voorliggend plan geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn, hebben deze parapluplannen geen doorwerking in dit plan. In paragraaf 3.3 wordt hier nader op ingegaan.

7/94

15 april 2024

Hoofdstuk 2 2.1

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

Beleidskader

Inleiding

In dit hoofdstuk komen de voor dit bestemmingsplan relevante onderdelen omtrent het beleidskader aan de orde. Het hoofdstuk is opgedeeld in rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid.

2.2

Rijksbeleid

2.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken; te kiezen voor slimme combinaties van functies; uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn acht voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Regio Zwolle is aangewezen als voorlopig NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.

Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven:  Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie  De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden  Steden en regio's sterker en leefbaarder maken  Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar Regio Zwolle onderdeel vanuit maakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Regio Zwolle is aangewezen als NOVI-gebied. Belangrijk vraagstuk voor de regio is hoe de opgave voor wonen en werken te combineren met de klimaatopgave en het watersysteem in deze regio.

Tot 2040 moeten er 49.000 woningen en 20.000 arbeidsplaatsen in de regio Zwolle worden gerealiseerd. De

8/94

15 april 2024

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

grootste uitdaging voor de regio zit in het “klimaatadaptief verstedelijken”. Door haar ligging in de delta van de IJssel én Vecht is de regio extra kwetsbaar voor klimaatverandering en waterveiligheid. Er is een actualisatie van de NOVI in voorbereiding. Met de programma's Mooi Nederland en NOVEX wordt ingezet op aanscherping en versnelling van de NOVI. Het streven is de aangescherpte NOVI in 2024 vast te stellen als nationaal ruimtelijk beleid. Conclusie De NOVI laat zich niet specifiek uit over lokale ontwikkelingen als in voorliggend plan. De ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als beschreven in de NOVI. 2.2.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), zoals die geldt vanaf 1 juli 2017, bevat de verplichting om in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te geven van de behoefte aan die ontwikkeling. Daarnaast, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In artikel 1.1.1 van het Bro is omschreven wat verstaan moet worden onder een stedelijke ontwikkeling. Namelijk een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Volgens de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) vallen onder het begrip 'andere stedelijke voorzieningen' onder meer accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Bovendien zijn er inmiddels meerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, waarin het begrip stedelijke ontwikkeling verder is verduidelijkt. Of bij een bovengenoemde voorziening sprake is van een stedelijke ontwikkeling, hangt af van de omvang en de gebruiksmogelijkheden.

In de uitspraak van 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953 is bepaald dat woningbouwplannen met een omvang vanaf 12 woningen als stedelijke ontwikkeling kunnen worden gezien, terwijl in de uitspraak van de Afdeling van 16 september 2015:ECLI:NBL:RVS:2015:2921 een plan van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling werd gezien vanwege de beperkte omvang. Voorliggende ontwikkeling betreft het mogelijk maken van twee nieuwe woningen in ruil voor sloop van bedrijfsgebouwen. Dergelijke ontwikkelingen die bebouwing reduceren, worden niet gezien als stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder. Conclusie Het plan is niet in strijd met het rijksbeleid.

2.3

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel van 1 mei 2017 geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang bezien voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie is op 12 april 2017 vastgesteld en op 1 mei 2017 in werking getreden. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur.

9/94

15 april 2024

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld. Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit.

Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijv. herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hier bij. Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel 2017. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten:  generieke beleidskeuzes;  ontwikkelingsperspectieven;  gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.

Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase de zgn. 'SER-ladder' gehanteerd. Deze komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaande bebouwing en herstructurering worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities.

10/94

15 april 2024

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel 2017 (Bron: Provincie Overijssel)

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel 2017 Bij toetsing van het initiatief Wijheseweg 49 en 59 aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes (OF) Er is sprake van een ontwikkeling in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). Dit betekent dat bij de afweging onder andere artikel 2.1.6., lid 1 (KGO) van de Omgevingsverordening Overijssel van belang is. Tevens zijn artikelen 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) en 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) van belang. Voor sociaal-economische ontwikkeling in het kader van de KGO wordt immers slechts ruimte geboden indien deze ontwikkeling vanuit zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit verantwoord is.

11/94

15 april 2024

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

Op de hiervoor genoemde artikelen wordt hierna nader ingegaan. Artikel 2.1.3: Principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt:  dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie;  dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt:  dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is;  dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit Lid 1 In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken.

Lid 2 In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Lid 3 In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Lid 5 In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.

Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Lid 1 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Lid 2 Lid 1 is niet van toepassing op de bedrijfsontwikkeling en nieuwvestiging van agrarische bedrijven en op zelfstandige opstelling van zonnepanelen.

12/94

15 april 2024

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

Lid 3 In aanvulling op het gestelde onder 1 geldt voor nieuwe ontwikkelingen die plaatsvinden op gronden die vallen binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water en die niet zijn aangeduid als Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voorwaarde dat de compensatie door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving gericht dienen te zijn op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap.

Planspecifiek Voorliggend plan voorziet in het omzetten van agrarische percelen naar wonen en het toevoegen van twee nieuwe woningen in het buitengebied van Zwolle. Het betreft hierdoor een sociaal-economische ontwikkeling in het kader van de KGO, waarvoor enkel ruimte wordt geboden indien de ontwikkeling vanuit zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit verantwoord is. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (2.1.3) De twee nieuwe woningen mogen worden gebouwd, omdat er sprake is van de sloop van 1785 m 2 aan bedrijfsgebouwen (zie paragraaf 3.1.1) en de agrarische bedrijfsfunctie verdwijnt. De nieuwe woningen worden gebouwd aansluitend op het bestaande erf aan de Wijheseweg 59, waarmee er een nieuwe erfopzet ontstaat. Er is per saldo sprake van een afname van de hoeveelheid bebouwing en verharding. Het plan is daarom in overeenstemming met artikel 2.1.3. Er is sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Ruimtelijke kwaliteit (2.1.5) Aan de hand van het Uitvoeringsmodel wordt in deze paragraaf achtereenvolgens ingegaan op de OF(generieke beleidskeuzes, zie voorgaande), WAAR- (ontwikkelingsperspectieven) en HOE-vraag (gebiedskenmerken). Hiermee wordt voldaan aan lid 1, 2 en 3 van artikel 2.1.5. Tevens wordt in deze paragraaf ingegaan op de vier-lagenbenadering. Hiermee wordt voldaan aan lid 5.

Ontwikkelingsperspectieven (WAAR) De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn de ontwikkelingsperspectieven 'Zone Ondernemen met Natuur en Water' buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN), 'Bijzondere gebiedscondities benutten: landgoederen' en 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' van belang. 1. 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik, aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt.

Het verbinden van de ontwikkelingsmogelijkheden van economische en maatschappelijke functies met het behoud en de versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke elementen draagt bij aan het behoud van de specifieke kwaliteiten van het kleinschalige mixlandschap in Overijssel. In dit geval wordt op twee locaties de agrarische bedrijfsbestemming (met bouwvlak) gewijzigd naar een woonbestemming. Voor de locaties is een inrichtings- en beplantingsplan gemaakt om de nieuwe ontwikkeling op passende wijze in te passen in het landschap. De nieuwe woonfunctie brengt geen milieubelasting met zich mee en ook geen beperkingen voor omliggende (agrarische) bedrijven (zie hoofdstuk 3). Hier wordt geconcludeerd dat de woonfunctie inpasbaar is in de omgeving en dat het initiatief in overeenstemming is met het ontwikkelingsperspectief.

13/94

15 april 2024

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

2. 'Ondernemen met Natuur en Water' Binnen het ontwikkelingsperspectief zone 'Ondernemen met Natuur en Water' streeft de provincie naar een natuurlijk, veerkrachtig en landschappelijk ingepast watersysteem. Binnen het gedeelte dat gelegen is buiten het NNN is het waterbeheer afgestemd op het aanwezige grondgebruik, binnen de mogelijkheden van het watersysteem. Voor de inrichting en waterkwaliteit gelden de normen voor wateroverlast en de eisen vanuit de Kaderrichtlijn Water als ondergrens. Voorliggend plan betreft een herontwikkeling van twee agrarische bouwpercelen naar wonen. Per saldo neemt het verhard oppervlak af. Er is geen sprake van ingrepen die nadelig kunnen zijn voor de waterhuishouding. 3. 'Bijzondere gebiedscondities benutten: landgoederen' Initiatieven in de Groene Omgeving wil de provincie verbinden aan versterking van de bestaande landgoederenstructuur in Overijssel. Met name in de stadsrandgebieden en in en aan de randen van de Zone Ondernemen met Natuur en Water is ruimte voor nieuwe landgoederen en/of de landgoedaanpak. Omdat landgoederen een schoolvoorbeeld zijn van functiecombinaties, ziet de provincie hier mogelijkheden voor uiteenlopende functies in het werken aan diverse beleidsambities op het gebied van natuur, landschap, recreatie, energie en vrijetijdseconomie.

Vrijkomende, veelal historische agrarische erven en gebouwen op landgoederen zijn bij uitstek geschikt voor hergebruik door andere functies, mede om het landgoedbedrijf duurzaam financieel in stand te houden. Voorliggend plan maakt gebruik van de landgoedaanpak door de opbrengst van de woningen te investeren in de kwaliteitsversterking en instandhouding van het landgoed. Daarnaast is wonen een passende invulling van de gemengde functies op het landgoed. De landbouwgronden van de inmiddels beëindigde bedrijven, zijn nu in gebruik bij de andere agrarische bedrijven op het landgoed, die daarmee hun bedrijfsvoering kunnen versterken.

Gebiedskenmerken (HOE) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. 1. Natuurlijke laag en; 2. Laag van het agrarisch cultuurlandschap Het plangebied valt onder het rivierengebied. Zowel op de kaart van de natuurlijke laag en de laag van het agrarisch cultuurlandschap ligt het plangebied op gronden die zijn aangewezen als 'Komgronden'. Dit zijn de gebieden waar zich, verder dan de oeverwallen van de rivier af, door overstromingen fijner materiaal afzette. Dit resulteerde in zware kleipakketten. Vanwege de moeizame ontwatering van de kommen zijn deze gronden lang in extensief agrarisch gebruik gebleven. Door de bedijking van de rivieren en de ontwatering zijn de natuurlijke condities van dit gebiedstype nu verdwenen. Voor de kommen is het de ambitie om het karakter van laag, nat gebied met zware klei te behouden en verder te ontwikkelen en de kansen voor natuurontwikkeling te benutten. 2. Stedelijke laag Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Zwolle, wat zich kenmerkt door heel verspreide bebouwing. De spreiding vertaalt zich in verschillende agrarische erven, welke een sterke binding hebben met het landschap.

Naast de agrarische erven zijn er in het buitengebied ook veel burgerwoningen te vinden. Deze hebben vooral een individueel karakter. Bij erfontwikkelingen vervalt veelal de samenhang tussen erf en landschap. Daarnaast worden erven ook voor meer verschillende functies gebruikt. Het gevolg hiervan is dat de erven, binnen de landschappelijke eenheid, steeds meer van elkaar gaan verschillen. De ambitie luidt 'Levende Erven'. Deze erven zijn verbonden met het landschap en kunnen dienen als nieuwe plekken om te wonen en te werken. Daarnaast wil de provincie de robuuste erfensembles graag behouden en waar mogelijk versterken. De ontwikkeling van nieuwe erven dient bij te dragen aan behoud en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit. Het gebied kenmerkt zich ook door de aanwezigheid van het 'informele trage netwerk': wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes. Dit netwerk maakt delen van het agrarisch cultuurlandschap en natuur

14/94

15 april 2024

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

toegankelijk en ervaarbaar. De oude zandwegen en paden vormen het basisstramien. Waar de routes van oudsher een samenhangend netwerk vormden, is er door het verdwijnen van bepaalde schakels discontinuïteit van het netwerk opgetreden. De vraag naar een beleefbaar en toegankelijk natuur- en agrarisch cultuurlandschap neem echter toe, waardoor ook de vraag naar verdichting en completering van het padennetwerk toeneemt. De ambitie is om de discontinuïteit op te heffen. Erfgoed langs het informele trage netwerk wordt benut om de toeristische aantrekkelijkheid van gebieden te vergroten. 3. Laag van de beleving Landgoederen en buitenplaatsen Op landschappelijk of strategisch interessante plekken liggen buitenplaatsen en landgoederen. Deze plekken vertellen herkenbare verhalen over hun plek in het landschappelijk patroon en de tijd waarin ze zijn gebouwd. Veel landgoederen vervullen een belangrijke recreatieve rol. De landgoederen in Overijssel onderscheiden zich door het grote aandeel particulier eigendom en bewoning. Omdat de onderhouds- en beheerskosten van landgoederen hoog zijn, komt verdichting met woonfuncties op de agenda. De balans tussen de kwaliteit van het landgoed en verdichting luistert nauw. De ambitie is het in stand houden en herstel van bestaande landgoederen. Ze bieden ruimte voor woningen als deze de kwaliteit van het landgoed versterken.

IJssellinie inundatieveld Het plangebied ligt binnen de IJssellinie inundatieveld, dat een 'baken in de tijd' schept in het landschap. Deze bakens vertellen een verhaal en het belang van deze bakens wordt meer en meer ingezien. De provincie heeft de ambitie om verbindingen en verbanden tussen bestaande bakens te creëren. Ook wil de provincie nieuwe bakens toevoegen. Karakteristieke gebouwen en cultuurhistorische waarden worden bewust ingezet in gebiedsopgaves. De bakens worden zichtbaarder gemaakt en langs de bakens worden recreatieve routes met uitleg ontwikkeld. Donkerte Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Zwolle en ligt daarmee in de 'donkere gebieden'. Dit zijn de gebieden waar het 's nachts nog 'echt donker' is. Deze gebieden kenmerken zich door dun bewoond gebied met een lage gebruiksdruk. Er komt steeds meer aandacht voor vermindering van de lichthinder en onnodige uitstraling naar boven. De ambitie van de provincie is daarom om de huidige donkere gebieden ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkeling liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen en dergelijke. Stedelijke functies worden bij voorkeur gebundeld in de 'lichte' gebieden.

Conclusie Voorliggend plan voorziet in het omzetten van twee agrarische bedrijfspercelen naar woonlocaties, waarbij op één plek twee nieuwe woningen worden toegevoegd. Oude landschapsontsierende bedrijfsgebouwen worden gesloopt. Op de locatie Wijheseweg 49 blijft alleen de woning (met bijgebouw). Op de locatie Wijheseweg 59 wordt een nieuw erf gecreëerd. Hiervoor is een inrichtings- en beplantingsplan gemaakt, waarmee een goede landschappelijke inpassing gewaarborgd is. De opbrengst van de nieuwe woningen komt ten goede aan de kwaliteitsversterking en instandhouding van het landgoed Windesheim. Hiermee levert het plan een bijdrage aan het versterken van de gebiedskenmerken en daarmee de ruimtelijke kwaliteit. Het plan is in overeenstemming met artikel 2.1.5 van de Omgevingsvisie Overijssel. Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (2.1.6) Gelet op het voorgaande kan gesteld worden dat er voldoende maatschappelijke redenen zijn voor het plan en dat er geen sprake is van verlies aan landschappelijke waarden. De ontwikkeling van twee nieuwe woonkavels als compensatie van sloop van oude bedrijfsopstallen, wordt beschouwd als een gebiedseigen ontwikkeling. De nieuwe woningen worden gebouwd nabij de bestaande bedrijfswoning, waarmee een nieuw erf ontstaat op de plek van een bestaand erf. De schaal en impact op de omgeving is beperkt.

Wonen is een veel voorkomende en passende functie in het buitengebied.

15/94

15 april 2024

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

Voor beide locaties is een inrichtings- en beplantingsplan gemaakt, waarmee wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van de omgeving rond de locatie. Met een voorwaardelijke verplichting is de aanleg van groene elementen voor de landschappelijke inpassing geborgd in de regels van dit bestemmingsplan. Met de uitvoering van dit project wordt winst gegenereerd. Als voorwaarde in het KGO-beleid geldt dat (een deel van) het batig saldo ten goede komt aan investeringen in het kader van verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Naast de sloop van opstallen en de landschappelijke inpassingsmaatregelen worden de gelden besteed aan de uitvoering van het herstelplan 'Hoofdlijnenplan historische buitenplaats Windesheim'. Daarvoor is een financiële onderbouwing (KGO-balans) opgesteld die is gedeeld met de gemeente. De gelden worden besteed aan de projecten die in het hoofdlijnenplan Windesheim zijn benoemd. In 2019 is gestart met de aanleg van de bospaden in het Parkbos. Tevens worden vijf bestaande bruggen vervangen en er worden twee nieuwe bruggen gerealiseerd. De conclusie luidt dat de plannen economisch haalbaar zijn en dat het Rood voor Rood project Windesheim een forse bijdrage levert aan de realisering van de KGO-werkzaamheden c.q. de doelstellingen van de hoofdlijnenplan Windesheim. Het plan is hiermee in overeenstemming met artikel 2.1.6.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

2.4

Gemeentelijk beleid

2.4.1

Omgevingsvisie "Ons Zwolle van morgen 2030"

Inleiding Ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet heeft de gemeente de omgevingsvisie “Ons Zwolle van morgen 2030” opgesteld. De omgevingsvisie, die op 13 september 2021 door de raad is vastgesteld, beschrijft de koers voor de fysieke leefomgeving van de gemeente Zwolle vooral voor de periode tot 2030. De visie helpt om de volgende stappen te zetten in de ontwikkeling van de gemeente waarin leefbaarheid, gezondheid, wonen, mobiliteit, klimaat, duurzaamheid en economie hoog in het vaandel staan. Steeds meer Zwolle: ambities en kernopgaven Aan de hand van de Zwolse Kernopgaven wordt de omgevingsvisie opgebouwd. “De drager” van de gemeente is het menselijk kapitaal. De kwaliteiten op het gebied van landschap, cultuurhistorie en biodiversiteit van de bestaande stad en haar natuurlijke omgeving is een ijzersterk “fundament”, om op verder te bouwen. De drager en het fundament vormen de structurele verbindingen in het 'Huis van Zwolle' te midden van de volgende drie leidende ambities voor de verdere ontwikkeling:  Zwolle versterkt haar stedelijkheid, wordt nationaal en internationaal aantrekkelijker en bestendigt zo haar (economische) toppositie als regio;  Zwolle is in 2040 klimaatbestendig en energieneutraal (coalitieakkoord 2022);  Vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen.

16/94

15 april 2024

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

Dit is terug te vertalen naar de volgende afbeelding:

Ontwikkelingen en opgaven verbonden aan ambitie De wereld om ons heen verandert voortdurend. Er zijn allerlei factoren die van invloed zijn hoe we de ruimte inrichten. Trends en ontwikkelingen op gebieden als leef-, klimaatbestendige-, duurzame- en werkgemeente, een gemeente waar we ons verplaatsen en Zwolle als onderdeel van Nederland en de regio geven inzicht voor de visie met een doorkijk naar de effecten ervan voor Zwolle.

Ruimtelijke koers Basis De ruimte om te leven is de belangrijkste waarde. Ruimte om te leven voor mens, plant en dier. Leefbaarheid of kwaliteit van leven staat voorop en is leidend bij iedere ontwikkeling: een gezonde balans tussen welzijn en welvaart. Sturen op kwalitatieve ontwikkeling Voor de inrichting van de stad en van het buitengebied zijn de volgende spelregels en principes van toepassing als sturingsfilosofie: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. De kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen; 4. De Omgevingsvisie wordt gebruikt als gids voor ruimtelijke ontwikkelingen. Ambities mogen gewogen worden in een goed proces met de omgeving en met de gemeenteraad; 5. Er wordt gebiedsgericht gewerkt. Daarbij gelden ook de opgaven, doelen, randvoorwaarden en ambities uit de thematische raamwerken en de gebiedsprofielen.

17/94

15 april 2024

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

Randvoorwaarden Deze ontwikkeling vinden plaatsen binnen een aantal randvoorwaarden:  Ruimte voor een leefbare stad Er is ruimte nodig om het woningtekort aan te pakken. Er is ook ruimte nodig voor een gezonde buitenruimte met veel groen. Er is ruimte nodig voor ondernemers. Ruimte is ook nodig om te wandelen, te fietsen, voor de bus, de trein en de auto.  1000 woningen per jaar met een focus op stedelijk wonen Uitgangspunt is het toevoegen van stedelijke woonkwaliteit door te ontwikkelen als een sterke groeistad, een vernieuwende woonstad, een solidaire leefstad en een duurzame deltastad. Met 1000 woningen per jaar tot 2030 wordt het woningtekort op alle fronten aangepakt met onderscheidende woonmilieus en een gevarieerd woonaanbod voor iedere inkomenscategorie. Het woonprogramma bestaat voor 30% uit goedkope woningen, 40% is middelduur en 30% duur. Grofweg landt 60% van de nieuwe woningen in de bestaande stad met verschillende stedelijke woonmilieus en stedelijke woonvormen. Grofweg 40% van de woningen wordt gerealiseerd in de suburbane woonmilieus wat hoofzakelijk bestaat uit grondgebonden woningen. In de ontwikkeling van de woningen wordt gestreefd naar nieuwe onderscheidende, stedelijke woonvormen en combinaties van wonen en werken.

 Mobiliteit en bereikbaarheid als belangrijke drager voor leefbaarheid Meervoudig ruimtegebruik en denken in drie dimensies is het vertrekpunt. Dat betekent enerzijds de hoogte opzoeken (hoogbouw en verdichting) anderzijds wordt ingezet op beter passende vormen van mobiliteit en bereikbaarheid met minder ruimtebeslag. Tenslotte wordt meer aandacht besteed aan de fietser en de voetganger en minder voorrang gegeven aan de automobilist.  Aandacht voor de economie van stad, gemeente en regio De economie wordt versterkt, voornamelijk voor het cluster rond gezondheidszorg, voor ict/ecommerce en de creatieve industrie. Er wordt ruimte gezien voor groei van de logistieke sector. Innovatie en nieuwe bedrijvigheid wordt gestimuleerd waarbij gekeken wordt naar de koppeling met maatschappelijke thema's. Naar een multifunctioneel buitengebied: stad en land verbonden Centraal staat de ambitie om te werken aan een vitaal, solidair, gezond en duurzaam buitengebied. Om die ambitie in te vullen staan de volgende doelen centraal:  Behoud en ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteiten (o.a. landschap, stilte, cultuur(historie) en natuur (planten en dierenleven));  Bieden van ruimte voor ontwikkelingen (o.a.

landbouw, recreatie, klimaatadaptatie, energietransitie, niet-agrarische bedrijvigheid, vrijetijdseconomie en wonen);  Een goede digitale bereikbaarheid van het buitengebied (bijvoorbeeld via glasvezel);  Het verbinden van stad en ommeland, met onder andere recreatieve fiets- en wandelroutes voor inwoners en bezoekers van de stad Zwolle. Raamwerken: Om het goed ondernemen en prettig wonen in Zwolle te borgen wordt gewerkt aan het behouden, beschermen en ook ontwikkelen van de Zwolse omgevingskwaliteiten. Dit door het vastleggen van de belangrijkste fysieke structuren van Zwolle: raamwerken genoemd, het geraamte van Zwolle. Het raamwerk laat de grote fysieke structuren zien die bepalend zijn voor de ontwikkeling op lange termijn. Een hoofdstructuur waarbinnen ontwikkelingen mogelijk zijn en benoemd de condities om Zwolle in de toekomst aantrekkelijk en toekomstbestendig te houden. Het gaat om de volgende raamwerken: het fysiek kapitaal (landschap, cultuurhistorie en natuur), klimaatadaptatie, gezondheid, mobiliteit, circulariteit, de ondergrond en de buitenruimte. Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van cultuurhistorie, biodiversiteit en landschap als belangrijke fysieke waarden. Er is inzichtelijk gemaakt waar die waarden aanwezig zijn.

Daaruit volgen een achttal spelregels hoe hier om te gaan wanneer sprake is van ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving.

18/94

15 april 2024

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

Gebiedsprofielen: De gebiedsprofielen beschrijven een integraal toekomstbeeld voor de gebieden. Er is aandacht voor het gewenste woonmilieu, de sociale en economische dynamiek, de ruimtelijke kwaliteit, de mate van functiemenging, het mobiliteitsbeleid, gezondheid, de mogelijkheden van vergroening en de verduurzaming van gebouwen en de buitenruimte. Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van visie: Voorliggend plan voorziet in de sanering van verouderde bedrijfsopstallen waarbij als compensatie twee nieuwe woningen mogen worden gerealiseerd. Door de voorgenomen ontwikkeling worden op perceelsniveau de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteiten versterkt. Dit is in overeenstemming met de centrale ambitie uit de visie. In de visie maakt het plangebied onderdeel uit van het gebiedsprofiel 'Gemengd landelijk gebied'. Daarin is het volgende opgenomen dat van toepassing is op deze ontwikkeling: "De gemeente biedt in dit gebiedsprofiel ruimte voor een mix aan functies. Een van de bij dit gebiedsprofiel passende functies betreft 'wonen'." Door de kleinschaligheid van de ontwikkeling kan deze goed worden ingepast in het landschap. Er wordt op een bestaand erf een nieuwe erfinvulling gerealiseerd die gepaard gaat met een forse groene investering, passend bij de kenmerken van het landschap.

De ontwikkeling levert daarnaast een bijdrage aan de duurzame instandhouding van het landgoed Windesheim. Het plan staat de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven, die eveneens kenmerkend zijn voor het gebiedsprofiel, niet in de weg. Dit is nader toegelicht in hoofdstuk 5. Het voorliggende initiatief voldoet aan het beschreven gebiedsprofiel. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het gemeentelijke ruimtelijk beleid. 2.4.2

Thematisch beleid

2.4.2.1 Gemeentelijke Woonvisie 2017-2027 De Woonvisie Ruimte voor Wonen 2017 is vastgesteld door de raad op 8 mei 2017 en geldt als onderlegger voor de Omgevingsvisie. De Woonvisie bevat vier ambities: sterke groeistad, moderne woonstad, solidaire leefstad en duurzame deltastad. Zwolle groeit hard en staat voor de grote uitdaging veel nieuwe woningen toe te voegen. Binnen die groeiopgave wil Zwolle zorgen voor vernieuwende woonconcepten die aansluit bij (nieuwe) woonbehoeftes en voldoende betaalbare woningen zodat Zwolle een inclusieve stad blijft. De groei van het aantal huishoudens in Zwolle (en daarmee dito de behoefte aan nieuwe woningen) bestaat voor een belangrijke deel uit de groei van een- en tweepersoons huishoudens. Op 14 oktober 2019 heeft de raad Ontwikkelstrategie Wonen 2019-2024 vastgesteld als actualisatie en uitvoeringsprogramma van de Woonvisie 2017. In de Woonvisie en Ontwikkelstrategie zijn kaders vastgelegd voor de woningbouw in Zwolle. Deze hebben betrekking op projecten groter dan 30 woningen. Conclusie Voorliggend initiatief betreft een plan in het kader van de rood-voor-roodregeling. Het gaat om de bouw van twee woningen en betreft dus geen project waarop de kaders van de Woonvisie en Ontwikkelstrategie op van toepassing zijn (30 woningen of meer). Er is geen direct raakvlak met gemeentelijke woningbouwdoelstellingen.

Het plan draagt op bescheiden wijze bij aan de woningbouwopgave in de gemeente.

19/94

15 april 2024

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

2.4.2.2 Archeologisch en cultuurhistorisch beleid Archeologisch beleid Het archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet is per 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet voorzag in een nieuwe regeling voor de archeologie in de Monumentenwet 1988. Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid gemeente Zwolle vast te stellen. Het beleid is uitgewerkt aan de hand van een viertal kernbegrippen: kenbaarheid, verankering, betaling en kwaliteit. Centraal thema daarbij is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in het bestemmingsplan worden bestemd met een dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's). Cultuurhistorisch beleid In november 2009 stemde de Tweede Kamer in met de beleidsbrief modernisering monumentenzorg (MoMo). Het behoud en de bescherming van monumenten is hiervan een belangrijk doel én er vindt een verbreding plaats naar de omgeving.

Overal in steden, dorpen en landschappen zijn plaatsen van herinnering, plaatsen met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Goede ruimtelijke ordening betekent dat alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte in de besluitvorming worden betrokken. Daarom is de eerste pijler van MoMo gericht op cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Om meer vorm en inhoud te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening zullen gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Op grond van de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedverordening Zwolle 2010 is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning een beschermd (rijks- of gemeentelijk) monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigingen. Ook is het verboden een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. De in het plangebied aanwezige bebouwing heeft geen monumentale of anderszins bijzondere cultuurhistorische waarde.

Evenmin is er sprake van een archeologische (verwachtings)waarde. Het plangebied heeft geen dubbelbestemming ter bescherming van de archeologische waarden. Conclusie Het plan is niet in strijd met het archeologisch en cultuurhistorisch beleid. 2.4.2.3 Verkeerbeleid Mobiliteitsvisie Het op dit moment vigerende Zwolse mobiliteitsbeleid vloeit voort uit het rijks – en provinciaal beleid en is verwoord in de Mobiliteitsvisie. De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december 2019. In de mobiliteitsvisie komt naar voren dat de verdere groei van de mobiliteit niet zondermeer opgevangen wordt door de mobiliteitsvraag te faciliteren met nieuwe infrastructuur. En dat de ambitie is voornamelijk te investeren in een bereikbaar en toegankelijk Zwolle, waarbij mobiliteit gaat bijdragen aan andere Zwolse doelstellingen. Van economische groei tot de woningbouwopgave; van klimaat neutrale gemeente tot gezonde en vitale wijken.

20/94

15 april 2024

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

De ambitie is dat we ervoor zorgen dat Zwolle ook in de toekomst goed bereikbaar is door fietsen, lopen en reizen met het openbaar vervoer te stimuleren én door het autogebruik beter te spreiden. Alleen met al deze maatregelen kunnen we de knelpunten in het Zwolse verkeer voldoende wegnemen om de verwachte groei van verkeersdeelnemers op te vangen en Zwolle bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. Zwolle heeft een gunstige positie qua ontwikkeling. In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei, leefbaarheid en dergelijke is het daarom noodzakelijk om prioriteiten te stellen. Zwolle wil de kwaliteiten als bereikbare en gezonde stad vasthouden door, naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur, de samenleving te mobiliseren om de groeiende vraag naar mobiliteit om te buigen in een duurzame richting. Met voorliggend plan worden twee agrarische bedrijven wegbestemd en worden twee nieuwe woningen gebouwd. Dit is dermate kleinschalig dat het plan geen wezenlijke invloed heeft op de verkeerssituatie en mobiliteit. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het verkeersbeleid. 2.4.2.4 Groenbeleid Bomenverordening 2021 De concept Bomenverordening 2021 geeft regels over het vellen van bomen.

Voor het vellen van een boom binnen de op de Groene Kaart weergegeven hoofdgroenstructuur is een (kap)omgevingsvergunning nodig voor bomen met een omtrek groter dan 30 cm, die staat op een perceel van 400 m² en groter. De omgevingsvergunning voor het vellen van beschermde houtopstand wordt geweigerd indien de belangen van het vellen van de houtopstand niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand. Bomen in de hoofdgroenstructuur hebben een hoge waardering. Het beschermen van de natuur, het beschermen van de gezondheid en het tegengaan van klimaatverandering, het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden, de beeldbepalende waarde van houtopstand, de cultuurhistorische waarde van houtopstand en het houden van een kwalitatief goed bomenbestand wordt bij de afweging betrokken. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het groenbeleid. Er worden geen groenstructuren aangetast of waardevolle bomen geveld. Beide locaties worden adequaat landschappelijk ingepast conform het inrichtingsplan in bijlage 1 'Inrichtingsplan Wijheseweg 49 en 59' bij de regels van dit plan. Dit is geborgd door middel van een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit plan. 2.4.2.5 Waterbeleid Europees en nationaal beleid Duurzaam schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst.

Dat zijn heel in het kort de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21e eeuw (WB21). Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater uiterlijk in 2027 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat “een goede ecologische toestand”. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).

21/94

15 april 2024

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

In de geldende Europese richtlijnen en de EU richtlijn Prioritaire Stoffen staat precies omschreven wat een goede chemische toestand voor oppervlaktewater is. De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebiedbeheersplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere plantenen dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de watersysteembenadering centraal. Er wordt uitgegaan van het geheel van relaties tussen waterkwaliteit, waterkwantiteit, oppervlaktewater, grondwater, watergebruikers en grondgebruikers. Hierbij wordt het juridische kader geschept voor het Nederlandse waterbeheer in de komende decennia. Per 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. De beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen wordt nu gebaseerd op de overstromingskans. In 2050 moeten de waterkeringen voldoen aan de normen die per 1 januari 2017 van kracht zijn. Waterbeheer 21e eeuw WB21 anticipeert op toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging.

Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer. In WB21 wordt uitgegaan van twee principes (tritsen) voor duurzame waterkwantiteit- en duurzaam waterkwaliteitsbeheer:  vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren;  schoonhouden, scheiden en zuiveren. Bij 'vasthouden, bergen en afvoeren' wordt (overtollig) regenwater zoveel als mogelijk lokaal bovenstrooms vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Wanneer er nog meer valt wordt het water eerst tijdelijk geborgen in grotere bergingsgebieden en pas daarna vertraagd afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het om een milieutechnische voorkeursvolgorde waarbij de voorkeur uitgaat naar het voorkomen van verontreiniging (schoonhouden). Als er toch verontreiniging ontstaat, moeten schoon en vuil water zoveel mogelijk worden gescheiden. Ten slotte wordt het verontreinigde water zo goed mogelijk gezuiverd. Deltawet Het doel van de Deltawet, aangenomen op 28 juni 2011, is ons land nu en in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden. De afgelopen eeuw is de zeespiegel sneller gestegen dan daarvoor, de bodem gedaald en is het snel gemiddeld bezien warmer geworden. Deze trend zet door, blijkt uit de cijfers van het KNMI. Hevigere weersomstandigheden, zoals meer regen en periodes van droogte, zijn zaken om rekening mee te houden.

Het Deltaprogramma is er om de huidige veiligheid op orde te krijgen en ervoor te zorgen dat ons land beter is voorbereid op de toekomst en daarbij de juiste maatregelen te nemen voor een veilig en aantrekkelijk Nederland met voldoende zoetwater. In het Deltaprogramma werken het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten. Dit gebeurt onder regie van de Deltacommissaris. Naast de lopende programma's, zoals Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, Zwakke Schakels Kust en HWBP, staan in het Deltaprogramma vijf deltabeslissingen centraal. Deze beslissingen gaan over de normen van onze belangrijkste dijken en andere waterkeringen en de strategieën voor onze waterveiligheid, over de beschikbaarheid en verdeling van zoetwater, over het peil van het IJsselmeer, over de manier waarop gebieden veilig kunnen blijven zonder aan economische waarde in te boeten en over hoe bij het bouwen van buurten en wijken rekening kan worden gehouden met water. In 2014 zijn de deltabeslissingen in de Tweede Kamer besproken. Provinciaal beleid Provincie Overijssel heeft haar beleid vastgelegd in een omgevingsvisie en de omgevingsverordening. Op 12 april 2017 zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld. Hierin is het ruimtelijk beleid van de provincie vastgelegd.

De Omgevingsvisie heeft tevens de status van Regionaal Waterplan

22/94

15 april 2024

Bestemmingsplan Buitengebied, landgoed Windesheim

onder de Waterwet en het Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer. De Omgevingsvisie en Omgevingsverordening worden jaarlijks geactualiseerd. Waterschapsbeleid Zwolle ligt in het beheergebied van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD). Het beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027, de Kadernotitie Stedelijk Water, beleid inrichting beheer en onderhoud op maat en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21. In 2021 is de Kadernotitie Stedelijk Water vastgesteld. Deze notitie beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied. Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van deze wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen en keringen van Waterschap Drents Overijsselse Delta is de keur van het waterschap Drents Overijsselse Delta van toepassing (na inwerkingtreding van de Omgevingswet is dat de waterschapsverordening). In de keur/waterschapsverordening zijn regels gesteld wat wel en niet mag bij o.a. watergangen, waterkeringen, kernzones en bijvoorbeeld lozingen. Gemeentelijk beleid De gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van hemelwaterinfiltratie vastgelegd in de Hemelwaterverordening van 2022.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=ab17e11d-3567-481d-8c4e-2c468fa7e85b