CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

Raad Besluitvormingsronde 13 juni 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-2027.118 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Bodem

Het bodembeleidsplan (2017) kent in overeenstemming met het gemeentelijk milieubeleid een gebiedsgerichte benadering. In het plan wordt onderscheid gemaakt tussen de bovengrond en de ondergrond. Bovengrond Op 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. In dat kader heeft de gemeente Zwolle een bodemfunctieklassenkaart vastgesteld, waarop voor de hele gemeente wordt aangegeven welke functie de bodem heeft of welke functie in de toekomst wordt nagestreefd. De functieklassenindeling is gebaseerd op het gebiedsgericht milieubeleid van de gemeente. De volgende functies worden onderscheiden: wonen, industrie, water, buitendijksgebied, landbouw/natuur en hoofdwegen. Het plangebied valt in de huidige situatie binnen het functieklassengebied wonen. Met de invoering van het Besluit bodemkwaliteit zijn de kwaliteitsklassen landbouw/natuur, wonen en industrie ingevoerd. Volgens de meest recente Bodemkwaliteitskaart van de Gemeente Zwolle (2021) valt het plangebied binnen de kwaliteitsklasse 'wonen'. Volgens het gemeentelijke Bodembeleidsplan mag de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs worden gebruikt bij het ontwikkelen van een locatie. Een onderzoek is dan niet nodig. Eventueel vrijkomende grond mag volgens het bodembeleid binnen de gemeente worden hergebruikt met de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs.

Voorwaarde hiervoor is dat de bodem niet verdacht is van verontreiniging op basis van het huidige of historische gebruik, en er geen (al dan niet gesaneerd) geval van bodemverontreiniging bekend is. Indien er aanwijzingen zijn dat de bodemkwaliteit niet geschikt is voor de functie, kan een bodemonderzoek nodig zijn om te bepalen of de locatie gesaneerd dient te worden. In principe worden verontreinigingen in de bovengrond functiegericht gesaneerd. Ondergrond In juni 2007 heeft de gemeenteraad van Zwolle ingestemd met de Visie op de Ondergrond en besloten de volgende vijf basisprincipes vast te stellen en te gaan toepassen in projecten: Werken met ondergrondse bestemmingen / functies; Structureel en georganiseerd gebruik maken van WKO (warmte- / koudeopslag) en WKO koppelen aan grondwatersanering en waterwinning en peilbeheer; Bodemsanering gebiedsgericht benaderen; Natuur, recreatie, agrarische activiteiten, waterwinning en bescherming van kwalitatief hoogwaardig grondwater met elkaar te combineren in één gebied; Structureel en georganiseerd afstemmen van vraag en aanbod van (grond)water, koude en warmte. Deze vijf basisprincipes vormen ook het vertrekpunt voor de beleidsmatige invulling voor het omgaan met de ondergrond.

Het bodembeleidsplan levert een bijdrage aan de implementatie van de basisprincipes door: Het kader te geven voor gebiedsgericht benadering van de bodemsanering De doelstelling voor sanering te koppelen aan de beoogde functies in de ondergrond De mogelijkheid te creëren om de aanpak van bodemverontreiniging integraal af te wegen tegen en af te stemmen met koude-warmte opslag, peilbeheer en/of grondwaterwinning.

25/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

2.4.2.6.8

Conclusie milieubeleid

Het plan is in de basis in overeenstemming met het milieubeleid, de nadere toetsing vindt plaats in de milieuparagraaf (hoofdstuk 3).

26/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied omschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het maken van dit bestemmingsplan.

3.1

Stedenbouw

3.1.1

Huidige situatie

Op nummer 16 staat een voormalige boerderij waarin gewoond wordt. De woning bestaat uit één laag met kap. Op het perceel met de nummers 18 en 20, op de hoek met de Sparrenlaan, staat een woon-winkel pand met twee bouwlagen en een kap.

27/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

Foto's van het plangebied (mei 2021) 3.1.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Hoofdmassa en rooilijnen De geprojecteerde nieuwbouw past qua footprint grotendeels binnen de vigerende bouwvlakken. Op de hoek Campherbeeklaan – Sparrenlaan is de nieuwbouw iets teruggelegd in verband met het uitzicht en het versterken van het groene karakter door een ruime voortuin mogelijk te maken. Bij de belending met Campherbeeklaan 12 is eveneens gekozen om de rooilijn verder terug te leggen, enerzijds in verband met het uitzicht van nummer 12, maar ook omdat de nieuwbouw hoger is dan de huidig aanwezige bebouwing en dit ten goede komt aan zowel de bezonning van nummer 12 als het straatprofiel. Beide woonblokken verspringen ten opzichte van elkaar om aan te sluiten op het dorpse, losse karakter van de Campherbeeklaan. Hoogte en kapvorm De hoogte van de nieuwbouw in 2 lagen met kapconstructie is bijna in overeenstemming met de vigerende bouwhoogte van het bestemmingsplan Berkum. De bouwhoogte is een meter ruimer in verband met de nieuwe eisen/ maatvoering uit het bouwbesluit. De nieuwbouw kent een dwarskap, hetgeen aansluit bij de belending en het dorpse karakter. Ter plaatse van de Sparrenlaan kent de entree van de woning en de kopgevel een verbijzondering door de mogelijkheid om een overbouwing te maken die aansluit op de verandaconstructie aan de achterzijde van de woningen. Stedenbouwkundige uitgangspunten

28/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

Voor het tot stand komen van dit bestemmingsplan zijn de volgende ruimtelijke uitgangspunten gehanteerd: a. b. c. d. e. f. g. h.

nieuwe eengezinswoningen bouwen op de plaats van de gesloopte bebouwing; maximaal 4 wooneenheden bouwen; nieuwbouw voegt zich in de bestaande reeks woongebouwen; de bouwhoogte van de eengezinswoningen wordt maximaal 10 meter; de goothoogte van de eengezinswoningen wordt maximaal 6 meter; herstel van groen karakter door aanleg van voortuinen; doortrekken trottoir ten behoeve van bereikbaarheid en veilige uitritconstructies; parkeren op eigen terrein.

In onderstaande afbeeldingen zijn impressies opgenomen van de nieuwe bebouwing.

3.2

Archeologie

3.2.1

Huidige situatie

In 2002 is door de gemeente Zwolle een Archeologische Waarderingskaart Zwolle vervaardigd. Voor de waarderingskaart is gebruik gemaakt van informatie uit het Centraal Archeologisch Archief (CAA) bij de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed (RCE), informatie van amateur-archeologen, gegevens van de archeologische sectie van de gemeente Zwolle, het kadastrale minuutplan uit 1832, de geomorfologische kaart en waarnemingen in het veld. Dit heeft geresulteerd in een analoge en digitale waarderingskaart. In 2002 is vastgelegd dat de kaart dynamisch is. Dit betekent dat de waarde van de gebieden kan veranderen. In de Wet voor de archeologische monumentenzorg en het daarop gebaseerde archeologiebeleid binnen de gemeente Zwolle is vastgelegd dat de archeologische waarden in de bestemmingsplannen vastgelegd moeten worden met de erbij horende consequenties. Bij de vernieuwing van alle bestemmingsplannen wordt per bestemmingsplangebied de archeologische waarderingskaart opgewaardeerd. De jongste inzichten worden er in verwerkt. De projectlocatie heeft een archeologische verwachtingswaarde van 10%.

29/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

3.2.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

In gebieden met een archeologische waarde van 10% is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk.

3.3

Cultuurhistorie

3.3.1

Huidige situatie

De locatie Campherbeeklaan 16-20 ligt in Berkum. Voor de wijk Berkum zijn de cultuurhistorische waarden geïnventariseerd (Cultuurhistorische quickscan Berkum bebouwde kom, oktober 2013). Die cultuurhistorische quickscan dient als input voor dit bestemmingsplan. Voor de Campherbeeklaan 16 geldt dat deze een attentiewaarde heeft. Dat is een object die voor de ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied van (enig) historisch belang zijn, maar niet direct beschermenswaardig is. Het object voegt zich in schaal, hoofdvormen en typologie min of meer binnen de historisch gegroeide situatie en draagt dus in beperkte mate bij aan de cultuurhistorische en ruimtelijke kwaliteit van het gebied. De Campherbeeklaan geldt zelf als een prestedelijke verbindingsweg en vormt een belangrijke historische ruimtelijke structuur. 3.3.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd stadsgezicht en het betreft geen monument. Ook is er geen specifieke cultuurhistorische waarde aan de locatie toegedicht. Onderliggend plan heeft geen negatieve invloed op cultuurhistorische waarden in het plangebied. Deze waarden zijn niet aanwezig. Het aspect cultuurhistorie staat de planvorming niet in de weg.

3.4

Verkeer

3.4.1

Huidige situatie

Verkeersstructuur Het plangebied ligt op de hoek van de Sparrenlaan en Campherbeeklaan. De Acacialaan is een rustige woonstraat en ligt net als de Campherbeeklaan in de 30 km/uur-zone Berkum. De Campherbeeklaan is een woonstraat waar meer zijstraten op uitkomen en hebben daardoor naast een erftoegangsfunctie ook een verzamelfunctie voor de wijk. Daardoor is het daar drukker dan in de achterliggende straten.

Parkeren Parkeren in de directe omgeving van deze locatie vindt hoofdzakelijk plaats in de openbare ruimte, langs de kant van de weg of in (langs-)parkeervakken. 3.4.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Verkeersstructuur

30/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

De woningen ontsluiten op de Campherbeeklaan, de woning op de hoek Sparrenlaan - Campherbeeklaan ontsluit op de Sparrenlaan. Hiervoor worden nieuwe in- en uitritten aangelegd.

Parkeren De Regeling Parkeernormen 2016 is het toetsingskader voor parkeren. Het beleid is dat de parkeeropgave van een bouwplan of een ontwikkeling primair op eigen terrein van het bouwplan of ontwikkeling gerealiseerd moet worden. Wat de parkeeropgave is, wordt bepaald aan de hand van de parkeerkerncijfers CROW. De hoogte van de parkeernorm voor (gestapelde) woningen is afhankelijk van het prijssegment en of het koop of huur betreft. Daarnaast speelt de locatie een rol. De parkeerplaatsen moeten afzonderlijk kunnen worden gebruikt en bereikbaar zijn op een verkeersveilige wijze. De aan te leggen parkeerplaatsen dienen ook te voldoen aan de eisen uit de 'Regeling Parkeernormen 2016' van de gemeente Zwolle t.a.v. maatvoering en bruikbaarheid: de afmeting en inrichting van een parkeerplaats moeten minimaal voldoen aan de meest recente ASVV, de aanbevelingen voor parkeervoorzieningen binnen de bebouwde kom. In de planvorming wordt voorzien in twee parkeerplaatsen per woning op eigen terrein. Hiermee wordt voldaan aan de eisen van de parkeerregeling.

3.5

Natuur

3.5.1

Huidige situatie

Er is sprake van een bestaande stedelijke omgeving bestaande uit een tweetal percelen. Op het ene perceel staat een rietgedekte woonboerderij met een rietgedekt stenen schuurtje. Op het andere perceel staat een winkelpand met daarboven woonruimte. Achter de woonboerderij en het winkelpand is een gecultiveerde tuin aanwezig, die voornamelijk bestaat uit gazon. Verder is er erfverharding aanwezig rondom de gebouwen. 3.5.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

In het kader van het zorgvuldig handelen zoals genoemd in de Wet natuurbescherming is ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan een natuurtoets uitgevoerd door Tuitert Natuuronderzoek. Het onderzoek is als Bijlage 1 van de toelichting opgenomen. 3.5.2.1 Natuurbescherming Natura 2000 Het plangebied ligt op circa 780 meter van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Gezien de aard van het voornemen en de tussenliggende bebouwing en infrastructuur worden - met uitzondering van stikstofemissie - negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden uitgesloten. Voor wat betreft de effecten van de voorgenomen ontwikkeling in relatie tot de stikstofdemissie is onderzoek uitgevoerd. Voor een nadere uiteenzetting hierover wordt verwezen naar paragraaf 3.8.4. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van het NNN ligt en de provinciale ruimtelijke verordening van Overijssel geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing aan de bepalingen uit de provinciale ruimtelijke verordening van Overijssel ten aanzien van het NNN niet noodzakelijk.

Gelet op de kleinschaligheid van de voorgenomen ingreep (reguliere bouwwerkzaamheden in het stedelijk gebied van Zwolle) wordt een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN overigens 31/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

ook niet verwacht. 3.5.2.2 Flora en fauna De bevindingen van het verkennend natuuronderzoek zijn: Het winkelpand is potentieel geschikt als nestplaats voor huismus en gierzwaluw en als verblijfplaats voor vleermuizen. Aan de hand van aanvullend veldonderzoek dient vastgesteld te worden of deze soorten daadwerkelijk in het onderzoeksgebied verblijven. Indien dit het geval is, dan is mogelijk een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk voor de voorgenomen herontwikkeling. Ten aanzien van andere niet-vrijgestelde beschermde soorten geldt dat geen sprake is van een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Nader veldonderzoek of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is wat dat betreft niet aan de orde. Wel dient rekening gehouden te worden met aanwezigheid van broedvogels in de begroeiing in het onderzoeksgebied, waarvan het nest niet jaarrond is beschermd. Dergelijke broedende vogels mogen niet verstoord worden tijdens het broeden en in gebruik zijnde nesten mogen tijdens het broedseizoen niet worden aangetast. Tabel: Samenvatting resultaten soortenbescherming Soort(groep)

Functie

Maatregelen / vervolgstappen

Huismus

Mogelijke nestplaatsen in dakconstructie winkelpand

Aanvullend veldonderzoek en indien aanwezig ontheffing

Gierzwaluw

Mogelijke nestplaatsen in dakconstructie winkelpand

Aanvullend veldonderzoek en indien aanwezig ontheffing

Vleermuizen (gebouwen)

Mogelijke verblijfplaatsen in dakconstructie en spouwmuren winkelpand

Aanvullend veldonderzoek en indien aanwezig ontheffing

Broedvogels zonder jaarrond beschermde nestplaats

Nesten in bebouwing en begroeiing

Werken buiten broedseizoen of werkgebied voorafgaand aan broedseizoen ongeschikt maken. Broedseizoen loopt globaal van half maart tot begin augustus

Overige soorten

Geen verblijfplaatsen, essentieel Geen foerageergebied of essentiële vliegroutes

In oktober 2021 is door Tuitert Natuuronderzoek dit aanvullend natuuronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 2 van de toelichting opgenomen. Op basis van dit aanvullende natuuronderzoek kan geconcludeerd worden dat er in de te slopen bebouwing geen vaste rust- en verblijfplaatsen (zomer-/kraam-, paar- of winterverblijven) van vleermuizen of nestplaatsen van huismus en gierzwaluw aanwezig zijn. De ingreep leidt derhalve niet tot een aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen of nestplaatsen van huismus en gierzwaluw. Er gaat ook geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen, huismussen of gierzwaluwen verloren en zijn geen vliegroutes van vleermuizen aanwezig. Een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.

32/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

3.6

Water

3.6.1

Huidige situatie

3.6.1.1 Waterstructuur Binnen het plangebied en in de directe omgeving van het plangebied bevindt zich geen oppervlaktewater. 3.6.1.2 Riolering Net buiten het plangebied ligt zowel in de Sparrenlaan als in de Campherbeeklaan een gemeentelijk gemengd rioolstelsel. 3.6.1.3 Ontwateringsdiepte In het plangebied wordt een ontwateringsdiepte van minimaal 0,7 m gehanteerd om grondwateroverlast te voorkomen. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. 3.6.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

3.6.2.1 Waterstructuur Onveranderd ten opzichte van de huidige situatie. 3.6.2.2 Riolering Grenzend aan het plangebied ligt een gemengd rioolstelsel. De droogwaterafvoer (DWA) uit het plangebied moet naar dit gemeentelijk riool worden afgevoerd. Bij de ontwikkeling van het gebied is sprake van een beperkte toename van de hoeveelheid afvalwater ten opzichte van de huidige situatie. Er is echter geen sprake van overbelasting ten aanzien van de capaciteit van het rioleringsstelsel en de capaciteit van zuiveringstechnische werken (rioolwaterzuiveringsinstallatie, transportleidingen en rioolgemalen). De hemelwaterafvoer (HWA) van de daken en het verharde oppervlak moet (zo veel mogelijk) binnen het plangebied worden geborgen (infiltreren) en mag niet op het gemengd riool worden geloosd. Binnen het plangebied wordt daartoe minimaal een statische berging gecreëerd van 20 mm per vierkante meter afvoerend verhard oppervlak. De bovengrondse afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. In het plan worden infiltratiekratten opgenomen conform de geldende eisen om aan de bergingsvoorwaarde te voldoen.

3.6.2.3 Ontwateringsdiepte Onveranderd ten opzichte van de huidige situatie. 3.6.2.4 Wateroverlast Om wateroverlast en schade in gebouwen te voorkomen, wordt geadviseerd om een vloerpeil van minimaal 20 cm boven het niveau van de openbare weg te hanteren. Ook aan lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, ventilatieschachten) moet aandacht worden besteed om wateroverlast te voorkomen (bv. toepassing van waterdichte materialen of drempels).

33/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

3.6.2.5 Overstromingsrisico Het plangebied is gelegen achter een waterkering, waarbij in extreme situaties een kans op overstroming bestaat. Het gebied dat dan overstroomt, wordt omsloten door IJssel, Zwolle-IJsselkanaal/Zwarte Water, Vecht en aan de oostzijde door hoger gelegen gronden. Voor bestemmingsplannen in gebieden waar een kans op overstroming vanuit het primaire watersysteem bestaat, is een overstromingsrisicoparagraaf vereist. 3.6.2.6 Risico-inventarisatie Dijktrajecten die een gebied tegen overstromingen beschermen, kennen een overstromingskans. Voor de primaire dijktrajecten nabij het plangebied geldt een overstromingskans van 1 op 10.000 per jaar. De overstromingskans wordt in de Waterwet toegelicht als: “kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject, waardoor het door het dijktraject beschermde gebied zodanig overstroomt, dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële economische schade”.

Met behulp van de provinciale digitale Wateratlas (onderstaande figuur) wordt de maximale waterdiepte in het plangebied tijdens een overstroming geschat tussen de 0,8 tot 2,0 meter. De mogelijke waterdiepte kan daarmee worden aangeduid als redelijk diep.

Figuur: Maximale waterdiepte plangebied (bron: Nederlandse Risicokaart)

34/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

In onderstaande figuur is de tijd tot overstroming van het plangebied bij een dijkdoorbraak van de Vechtdijk bij Berkum weergegeven. Dit is snel, namelijk 6 tot 24 uur.

3.6.2.7 Maatregelen Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Het betreft hierbij ook bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Wat betreft maatregelen kan worden gedacht aan: aanvullend ophogen (voor zover mogelijk) van het plangebied, voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, verhoogde drempels, zodanige inrichting gebouw dat bij eventuele overstroming schade zoveel mogelijk wordt beperkt (denk aan materiaalgebruik en minder gevoelige ruimten op de begane grond), aansluiting van het plangebied op dichtstbijzijnde weg waardoor bereikbaarheid gewaarborgd blijft en opstellen van een evacuatieplan. Meer informatie is o.a. te vinden op de website www.onswater.nl. 3.6.2.8 Watertoets Het waterschap Drents Overijsselse Delta is via het doorlopen van de digitale watertoets betrokken bij het bestemmingsplan. Hierop is reactie gekomen dat de korte procedure doorlopen kan worden.

35/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

3.7

Wonen

3.7.1

Huidige situatie

Op de locatie aan de Campherbeeklaan staat in de huidige situatie op nummer 16 een voormalige boerderij waarin gewoond wordt. De woning bestaat uit één laag met kap. Op het perceel met de nummers 18 en 20, op de hoek met de Sparrenlaan, staat een woon-winkel pand met twee bouwlagen en een kap. 3.7.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Op de locatie worden vier 2^1 kap woningen gerealiseerd. De doelgroep is divers. Het plan sluit aan bij de vraag naar suburbane woningen in Berkum.

3.8

Milieu

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieuaspecten die van belang zijn bij het toekennen van bestemmingen. 3.8.1

Besluit milieu-effectrapportage (m.e.r.)

Algemeen De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Er kan op drie manieren met een milieueffectrapportage in aanraking worden gekomen: 1. Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. 2. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). 3. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). Plangebied Onderhavig plan heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) uit het Besluit m.e.r. In de D-lijst bij het Besluit m.e.r. is bijvoorbeeld o.a.

de volgende activiteit beschreven: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Het realiseren van 4 woningen wordt gekwalificeerd als een stedelijk ontwikkelingsproject. De voorgenomen activiteit blijft onder de genoemde drempelwaarden voor stedelijke ontwikkelingsprojecten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Om die reden dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. Er is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld: Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Campherbeeklaan 16-20 Zwolle d.d. 23 juni 2021, dat als Bijlage 3 van de toelichting is opgenomen. Conclusie vormvrije m.e.r.-beoordeling Conclusie van de aanmeldnotitie is dat op basis van de huidige kennis en uitgangspunten ten tijde van het

36/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

uitvoeren van deze m.e.r.-beoordeling, voor alle aspecten kan worden uitgesloten dat onderhavig plan belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu oplevert. Burgemeester en wethouders hebben besloten om geen milieueffectrapport op te stellen. 3.8.2

Geluid

Algemeen Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Situatie plangebied De planlocatie is gelegen binnen de bebouwde kom van Zwolle en binnen de wettelijke geluidzone van de Rijksweg A28 en Kranenburgweg. Daarnaast bevindt het plan zich in de nabijheid van een aantal niet-zoneplichte 30 km/uurwegen (Campherbeeklaan, Sparrenlaan, Palmenlaan en Meidoornlaan). Omwille hiervan is onderzoek uitgevoerd naar de akoestische effecten van deze geluidsbronnen op de beoogde ontwikkeling. Dit onderzoek is door Aveco de Bondt uitgevoerd: Akoestisch onderzoek Campherbeeklaan 16-20 Zwolle, d.d.

16 september 2021 en is als Bijlage 4 van de toelichting opgenomen. Zoneplichtige wegen De geluidbelasting vanwege de Rijksweg A28 bedraagt ten hoogste 52 dB bij de vier woningen. Bron- en overdrachtsmaatregelen zijn niet mogelijk of stuiten op overwegende bezwaren. Het voorstel is om voor de vier woningen hogere waarden vast te stellen. Het plan voldoet aan de 3e voorwaarde onder b. in het geluidbeleid van Zwolle: ter plaatse gesitueerd als vervanging van bestaande bebouwing. De geluidbelasting vanwege de Kranenburgweg voldoet aan de voorkeurswaarde van 48 dB. Niet-zoneplichtige wegen De geluidbelastingen vanwege de Campherbeeklaan en Sparrenlaan bedragen ten hoogste 56 dB. Het treffen van geluidbeperkende maatregelen stuit op overwegende bezwaren van verkeerskundige aard of zijn niet mogelijk. De geluidbelasting bedraagt ten hoogste 56 dB waarmee niet wordt voldaan aan de grenswaarde van 53 dB uit het Gebiedsgericht Milieubeleid. De wettelijke grenswaarde van 63 dB die in de Wet geluidhinder wordt gehanteerd, wordt echter niet overschreden. Conform het geluidbeleid van de gemeente Zwolle moet de milieuplanoloog afwegen of de geluidbelasting van ten hoogste 56 dB aanvaardbaar is voor de woningen op deze locatie.

Hierbij wordt opgemerkt dat deze woningen bestaande bebouwing vervangen en dat de locatie is gelegen op de T-splitsing van de twee wegen (Campherbeeklaan en Sparrenlaan) die beide zijn voorzien van een elementenverharding (klinkers) in keperverband. Een dergelijke wegdekverharding past bij het karakter van de 30 km/uur-weg. De geluidbelastingen vanwege de overige niet-zoneplichtige wegen (Meidoornlaan en Palmenlaan) zijn niet hoger dan de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Gesteld kan worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hieruit blijkt dat de woningen ten minste beschikken over 1 geluidsluwe gevel waar verblijfsruimten en een geluidsluwe buitenruimte kunnen worden gerealiseerd.

37/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

Cumulatie De gecumuleerde geluidbelasting is ten hoogste 62 dB, zonder aftrek artikel 110g Wgh. Deze waarde is lager dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB, na aftrek artikel 110g Wgh, die is opgenomen in de Wet geluidhinder. Gesteld kan worden dat er geen sprake is van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Binnenwaarde Bij het bepalen van de benodigde geluidwering van gevels op basis van de binnenwaarde van de woningen (33 dB conform Bouwbesluit) wordt uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting van alle wegen. Bij de omgevingsvergunning dient aangetoond te worden dat er voldaan wordt aan de in het Bouwbesluit 2012 gestelde eisen voor nieuwbouw ten aanzien van het binnenniveau (33 dB). Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling mits er een hogere grenswaarde wordt vastgesteld. 3.8.3

Bedrijvigheid (Wet milieubeheer)

Algemeen In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van geplande milieugevoelige functies, zoals woningen, ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende milieubelastende functies. Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Plangebied Met onderliggend plan worden in het kader van bedrijven en milieuzonering milieugevoelige functies toegevoegd. Deze functies hebben vanuit het oogpunt van bedrijven en milieuzonering geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor de (directe) omgeving. Met dit bestemmingsplan wordt de bedrijfsmatige functie (detailhandel) op het perceel Campherbeeklaan 18-20 "wegbestemd". In de directe omgeving is ten noordwesten aan de Schrevenweg een bedrijventerrein aanwezig. Het betreft een modern bedrijventerrein met technisch hoogwaardige bedrijven en kantoren.

Vanwege de ligging naast bestaande woningen zijn planologisch slechts een beperkt aantal bedrijfstypen op dit terrein toegestaan tot en met milieucategorie 2. Hierbij geldt een richtafstand van 30 meter. Uitgaande van een gemengd gebied kan deze richtafstand nog met een stap verkleind worden naar 10 meter. Gezien de ligging van het plangebied (in de nabijheid van de A28, maatschappelijke voorzieningen en een bedijventerrein) wordt hier vanuit gegaan. De afstand tussen deze bedrijven en de te realiseren woningen bedraagt meer dan 20 meter. Er wordt voldaan aan de geldende richtafstanden (voor gemengde gebieden) tussen de bedrijven en het beoogde woningbouwplan.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling, ten aanzien van het aspect bedrijven en milieuzonering, niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het aspect bedrijvigheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig plan. 3.8.4

Luchtkwaliteit

NSL

38/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Projecten die 'niet in betekende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. Met de inwerkingtreding van de NSL op 1 augustus 2009 geldt de volgende bovengrens om als NIBM-project te worden aangemerkt: de bouw van 1500 woningen en/of 100.000 m² aan kantooroppervlak aan één ontsluitingsweg. Het bouwplan biedt de mogelijkheid tot het realiseren van maximaal 4 wooneenheden en is daarmee qua omvang en verkeersaantrekkende werking kleinschaliger dan de eerder genoemde bovengrenzen. Het project kan daarom worden beschouwd als een nibm-project. Onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet verder benodigd. Stikstof De realisatie van 4 woningen en het gebruik hiervan zou kunnen leiden tot een verhoging van de stikstofdepositie op omringende en voor stikstof gevoelige natuurgebieden. Middels een AERIUS-berekening dient de stikstofemissie en depositie op nabij gelegen gebieden te worden bepaald.

Door Aveco de Bondt is een AERIUS-berekening uitgevoerd waarbij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase zijn berekend (AERIUS-calculatie Campherbeeklaan 16-20, d.d. 4 juni 2021, als Bijlage 5 van de toelichting opgenomen). Resultaten berekening De totale stikstofemissie tijdens de gebruiksfase (2023) leidt niet tot stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden (niet hoger dan 0,00 mol/ha/jaar). In de gebruiksfase is er geen sprake van significant negatieve effecten. De totale stikstofemissie tijdens de realisatiefase (2022) leidt tot stikstofdepositie van 0,02 mol/ha/j op het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht. Door BIJ12 is er in februari 2021 een Handreiking Voortoets Stikstof uitgebracht. Deze handreiking is opgesteld in opdracht van het Programma-Directoraat Generaal Stikstof van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Op basis van deze handreiking en vuistregel kan geconcludeerd worden dat ondanks er sprake is van stikstofdepositie tijdens de realisatiefase (0,02 mol/ha/j) er geen sprake is van significant negatieve effecten. In de realisatiefase wordt materieel ingezet dat slechts zeer tijdelijk stikstofemissie veroorzaakt. De fossiele brandstoffen die vrij komen tijdens de realisatiefase zullen enkele maanden tot stikstofdepositie leiden.

Het materieel wat ingezet wordt in de realisatiefase is sinds de inwerkingtreding van de gebiedsbescherming (de Europese referentiedatum) al in gebruik en steeds op een wisselende plek. Er is daardoor in beginsel geen sprake van een structurele toename van de belasting op een specifieke locatie. Dit leidt ertoe dat het geheel aan deze activiteiten, in combinatie met de verspreidingseffecten van NOx, per jaar tot een bepaalde stikstofemissie leidt die onderdeel is van de landelijke achtergrondposities die altijd al aanwezig was. Bovenstaande heeft geleid tot de volgende vuistregel: er is geen sprake van significant negatieve effecten indien het gaat om tijdelijke depositie – op een (naderend) overbelast stikstofgevoelig habitat – ten gevolge van de inzet van materieel ten behoeve van de aanlegfase, van ten hoogste 0,05 mol/ha/j stikstof, gedurende maximaal 2 jaar, of een equivalent hiervan. De provincie Overijssel heeft aangegeven deze vuistregel (beleidslijn) ook te hanteren. Voor de realisatie en de ingebruikname van het gebouw is geen vergunning inzake de Wet natuurbescherming benodigd omtrent het aspect stikstof.

39/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

3.8.5

Bodemkwaliteit

Algemeen Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Onderzoek Aveco de Bondt heeft een verkennend bodemonderzoek laten plaatsvinden ter plaatse van het plangebied uitgevoerd: Rapport verkennend bodemonderzoek Campherbeeklaan 16-20 te Zwolle d.d. 22 juni 2021, dat als Bijlage 6 van de toelichting is opgenomen. Tijdens het onderzoek zijn in de bovengrond ten hoogste lichte verontreinigingen aangetoond. In de ondergrond zijn geen van de geanalyseerde parameters boven de achtergrondwaarde vastgesteld. In het grondwater zijn geen van de geanalyseerde parameters boven de streefwaarde gemeten. Asbest is (indicatief) analytisch niet aangetoond. PFAS is analytisch aangetoond en voldoet aan de kwaliteitsklasse Wonen/Industrie. Conclusie: Op basis van de resultatenv an het onderzoek, conform NEN5725/NEN5740, zijn er vanuit milieu-hygiënisch oogpunt geen belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingswijziging. 3.8.6

Externe veiligheid

Algemeen Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn voor risicovolle inrichtingen vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt het toetsingskader gevormd door de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, de Nota Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (RNVGS) en de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Plangebied Het project zelf maakt geen risicovolle inrichting mogelijk die leidt tot nadelige gevolgen voor het milieu. Een woning is niet aangemerkt als (risico veroorzakende) inrichting. Woningen zijn echter aan te merken als een (beperkt) kwetsbaar object, zodat op zich beoordeeld dient te worden of er in de nabijheid van het terrein eventueel Bevi-inrichtingen zijn die van invloed zijn/kunnen zijn op het woningbouwplan. Om dit te beoordelen is de risicokaart geraadpleegd. Op de risicokaart zijn onder andere risicovolle inrichtingen en risicovol transport over spoor en weg weergegeven.

Bevi-inrichtingen binnen en buiten het plangebied Binnen en buiten het plangebied bevinden zich geen Bevi-inrichtingen en/of bedrijven die invloed hebben op het plangebied. Het plangebied ligt niet in een inventarisatiegebied van een Bevi-inrichting. De risicobron van de Bevi-inrichting ten zuidwesten van het plangebied is een risicobron waarvan gezien de afstand (>500 meter) geen invloed te verwachten is. Hoogspanningsleidingen

40/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

Er bevinden zich geen hoogspanningsmasten in de nabijheid van het plangebied. Buisleidingen Nabij de A28 ligt een hogedruk gasleiding van de Gasunie, waardoor transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Route gevaarlijke stoffen De dichtstbijzijnde afstand tussen het plangebied en Rijksweg A28 (gemeten vanaf de middenberm (midden van de weg) tot aan de rand van het plangebied is circa 212 meter. Over deze rijksweg vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Nadere inventarisatie Het plangebied is dus gesitueerd in de omgeving waar vanuit externe veiligheid diverse risicobronnen aanwezig zijn. De haalbaarheid en inpasbaarheid van het beoogde plan is derhalve mede afhankelijk van het aspect 'externe veiligheid'. Om die reden is een memo externe veiligheid opgesteld, dat als Bijlage 7 van de toelichting is opgenomen. Hierin zijn de relevante risicobronnen in en rondom het plangebied in kaart gebracht, beoordeeld of deze risicobronnen een belemmeringen vormen voor de voorgenomen ontwikkeling en inzichtelijk gemaakt waarmee rekening dient te worden gehouden vanuit het aspect externe veiligheid. Conclusie Het plangebied is enkel gelegen binnen het invloedgebied van de rijksweg A28 waar een beperkte verantwoordingsplicht (artikel 7 van het Bevt) voor geldt.

De conclusie is dat de personen binnen het plangebied voldoende mogelijkheden hebben om zichzelf in veiligheid te brengen. Het plangebied wordt goed ontsloten en de ontsluiting kan plaatsvinden door van de A28 af te keren. Wel dient er gebruik te worden gemaakt van een mechanische ventilatiesysteem dat handmatig kan worden uitgeschakeld om het mogelijk indringen van toxische gassen tegen te gaan. Het aspect 'externe veiligheid' staat de haalbaarheid en inpasbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg. 3.8.7

Afval

In de gemeente Zwolle wordt het huishoudelijk afval op verschillende manieren ingezameld. In de eerste plaats wordt groente-, fruit, en tuinafval (gft-afval), oud papier (OPK) en PMD (plastic, metaal, drankenkartons) gescheiden bij de huishoudens opgehaald. Hiervoor worden bij laagbouwwoningen een drietal minicontainers afgegeven één groene voor het GFT, één oranje voor de PMD en één blauwe voor oud papier. Restafval wordt ingezameld met ondergrondse restafvalcontainers op buurtniveau. De locaties zijn meestal gelegen bij de uitgang van de buurt. Per 100 aansluitingen wordt één ondergrondse restafvalcontainer geplaatst. Voor fracties als glas en textiel worden op wijkniveau ondergrondse verzamelcontainers geplaatst, meestal in de directe omgeving van winkels. Qua aantal woningen kunnen de bewoners voor restafval gebruik maken van de bestaande ondergrondse containers in de buurt. Voor het overige afval krijgen de bewoners de eerder genoemde 3 containers. Op eigen terrein is voldoende omvang om die ruimtelijk in te passen. In de buurt is ook voldoende ruimte aanwezig om de containers zodanig neer te zetten dat ze zijn te ledigen met een zijlader.

3.9

Duurzaamheid

Duurzaamheid is een belangrijke factor in de planvorming met aandacht voor onderwerpen als waterberging, energie, circulariteit en en soortenrijkdom/biodiversiteit. Het ontwerp voldoet aan de BENG. De woningen worden gerealiseerd met het bouwsysteem van Ekowood Houses. Deze duurzame woningen worden gebouwd volgens een ecologische houtbouwmethode met CLT 41/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

(Bouw met een Cross Laminated Timber draagstructuur). De gevel wordt afgewerkt met ClickBrick. De woningen worden vanzelfsprekend gasloos uitgevoerd. De verwarming van de woningen gebeurd met stralingspanelen. De woningen zijn circulair en de prefab bouwelementen worden allemaal standaard voorzien van een Madaster materialenpaspoort. Het hemelwater zal worden geïnfiltreerd conform de gemeentelijke norm (20mm/m2 afvoerend verhard oppervlak) en het peil dat wordt afgestemd ligt minimaal 20 cm boven het niveau van de openbare weg. Onderzocht wordt welke nestkasten kunnen worden toegevoegd voor soorten als huismus, vleermuis en gierzwaluw. De woningen zullen (eventueel behoudens erfafscheidingen met bestaande buren) worden voorzien van hagen, waarvoor een instandhoudingsverplichting wordt opgenomen. Onderzocht wordt of het mogelijk is om contractueel een maximaal verhardingspercentage van 50% op te nemen in de contracten met de kopers.

42/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

Hoofdstuk 4 4.1

Juridische aspecten

Inleiding

Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Berkum, Campherbeeklaan 16-20 zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20.

De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Hoofdstuk 1 Inleidende regels: De inleidende regels zijn van algemene aard en bestaan uit de volgende regels: Artikel 1 Begrippen; Artikel 2 Wijze van meten.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels: Toelichting op de regels voor de enkelbestemmingen: Het gehele plangebied is onderverdeeld in enkelbestemmingen. Dit in tegenstelling tot een bestemming die andere bestemmingen als dubbelbestemming overlapt. De dubbelbestemmingen behoeven niet in het gehele plangebied voor te komen. Een enkelbestemming kan in het plangebied op één plaats, maar ook op meerdere plaatsen voorkomen. De bij deze bestemmingen behorende regels zijn per bestemming in een apart artikel ondergebracht. Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. De opbouw van een bestemmingsregel is als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheid.

Per bestemmingsonderdeel wordt hierna een korte toelichting wordt gegeven. 1. Bestemmingsomschrijving:

43/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

In de bestemmingsomschrijving wordt een nadere omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie wordt als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid wordt aangegeven door de zin 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie in de bestemming. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel maar bevat ook inrichtingsaspecten. 2. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Bij woningen wordt een onderscheid gemaakt tussen 'hoofdgebouwen', 'bijbehorende bouwwerken' en 'overige bouwwerken'. Een 'bijbehorend bouwwerk' is een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak'. Deze definitie is gelijk aan de definitie in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Voor de andere functies geldt dat er meestal geen sprake is van 'bijbehorende bouwwerken'. Bij deze functies wordt dan alleen gebruik gemaakt van de begrippen 'gebouwen' en 'overige bouwwerken'. De maatvoering waaraan een (hoofd)gebouw, bijbehorend bouwwerk c.q. bouwwerk, geen gebouw zijnde, dient te voldoen wordt in deze regel opgenomen.

De maximum goothoogte en maximum bouwhoogte worden in meters weergegeven, de dakhelling in graden. De hoogte van de gebouwen wordt op de kaart aangegeven, indien er geen uniforme hoogteregels voor de gehele bestemming van toepassing zijn. Dit wordt in de verbeelding op papier van het plan gedaan door middel van een symbool in de vorm van een rondje verdeeld in een matrix met 2 of 3 vlakken. Linksboven staat bijvoorbeeld de maximum goothoogte in meters vermeld, rechtsboven de maximum bouwhoogte in meters en onderaan staat zo nodig het maximum bebouwingspercentage aangegeven. Het symbool is gekoppeld aan het bouwvlak, of indien er geen bouwvlak aanwezig is, aan het bestemmingsvlak. 3. Nadere eisen: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder d, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen worden gesteld. Het betreft hier nadere eisen ten behoeve van bepaalde doorgaans kwalitatief omschreven criteria, zoals stedenbouwkundig beeld, woonsituatie, en verkeersveiligheid. De nadere eisenregeling biedt de mogelijkheid om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning sturend op te treden door het stellen van nadere eisen. De criteria zijn in de bepaling van nadere eisen zelf opgenomen.

De procedure voor het stellen van nadere eisen is in deze bestemmingsregels omschreven in Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 9 Algemene procedureregels. 4. Afwijken van de bouwregels: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat bij een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan kan worden afgeweken. In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan kan worden afgeweken. Een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels wordt alleen opgenomen, indien dit noodzakelijk wordt geacht in verband met het gewenste beleid en het een afwijking of verduidelijking betreft van de algemene afwijkingsregels. De criteria zijn in de afwijkingsregel zelf opgenomen. De procedure voor het afwijken van de bouwregels is omschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 5. Specifieke gebruiksregels: In artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo wordt aangegeven dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Ter verduidelijking worden in een aantal bestemmingen in de specifieke gebruiksregels specifieke vormen van gebruik met name uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan.

44/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

6. Afwijken van de gebruiksregels: Bij specifieke gebruiksregels wordt in een aantal bestemmingen een daarop gerichte afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Bij zo'n specifieke afwijkingsbevoegdheid zijn ook hier de criteria opgenomen. Ook deze afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro De procedure voor het afwijken van de gebruiksregels is omschreven in de Wabo. 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: Door het opnemen van de eis voor een omgevingsvergunning overeenkomstig artikel 2.1, eerste lid onder b, van de Wabo, kunnen specifieke inrichtingsactiviteiten aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Het betreft het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het bouwen wordt niet aangemerkt als zo'n inrichtingsactiviteit. De eis voor een dergelijke omgevingsvergunning wordt opgenomen om extra bescherming aan een specifieke waarde van de bestemming te bieden, zoals de landschappelijke of cultuurhistorische waarde. De eis voor deze omgevingsvergunning wordt met de criteria voor vergunningverlening in de bestemmingsregel opgenomen.

Dit betekent dat in die gevallen dat er gebouwd wordt, er niet ook nog een vergunning nodig is voor het uitvoeren van een werk, tenzij de (bouw)aanvraag ook ziet op het uitvoeren van werken (bijvoorbeeld het inrichten van een terrein met parkeerplaatsen). 8. Wijzigingsbevoegdheid: Het gaat hier om een specifieke op een bepaalde bestemming gerichte wijzigingsbevoegdheid als bedoel in artikel 3.6, eerste lid onder a, van de Wro. Hierin wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om de betreffende bestemming op de aangegeven punten te wijzigen. Op het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid is de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Uov) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Toelichting op de regels voor dubbelbestemmingen: Een dubbelbestemming wordt opgenomen in een bestemmingsplan wanneer er sprake is van twee functies die onafhankelijk van elkaar op dezelfde plaats voorkomen. Het opnemen van een dubbelbestemming zorgt met het oog op een specifiek belang voor bescherming van het betreffende gebied. In dit plan komt geen dubbelbestemming voor. Deze bestemmingen liggen als het ware over de reguliere (enkel)bestemmingen heen. De bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming geeft aan dat de gronden, naast de andere aan die gronden gegeven (enkel)bestemmingen, mede voor deze dubbelbestemming zijn bestemd.

De opbouw van een dubbelbestemmingregel is dezelfde als die van een (enkel)bestemmingsregel, maar alleen die regels worden ter aanvulling opgenomen die noodzakelijk zijn. De regels in de dubbelbestemming geven de verhouding van de enkelbestemming ten opzicht van de dubbelbestemming aan. Hoofdstuk 3 Algemene regels: In de algemene regels zijn de volgende regels in onderstaande volgorde opgenomen: Artikel 6 Anti-dubbeltelregel; Artikel 7 Algemene afwijkingsregels; Artikel 8 Algemene wijzigingsregels; Artikel 9 Algemene procedureregels.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels: In dit laatste hoofdstuk komen de overgangsregels en de slotbepaling aan de orde.

45/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

4.2

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd. Ze zijn alfabetisch gerangschikt met uitzondering van de begrippen plan en bestemmingplan die als eerste zijn genoemd. Het doel van deze regels is om misverstanden of verschillen in interpretatie te voorkomen. Dit als aanvulling op de gevallen waarbij het woordenboek van Van Dale geen uitsluitsel geeft. Artikel 2 Wijze van meten Dit is de handleiding voor de manier van meten van diverse in het plan bepaalde maten.

4.3

Bestemmingsregels

Hierna wordt - voor zover nog nodig - een toelichting op een aantal artikelen van de bestemmingsregels gegeven: Artikel 3 Tuin Binnen deze bestemming mogen uitsluitend overige bouwwerken als bedoeld in 1.57 worden gebouwd. Artikel 5 Wonen Deze bestemming is bedoeld voor de eengezinshuizen. Dit zijn gebouwen, welke één woning omvatten. Uitgangspunten: Alle bestaande eengezinshuizen in het plangebied worden als zodanig bestemd. De bestaande bebouwing wordt conform het huidige legale gebruik en volume bestemd. Indien het geldende plan ruimere mogelijkheden geeft dan er gerealiseerd zijn, wordt volgens die ruimere mogelijkheden bestemd, indien realisatie nog aanvaardbaar is qua licht- en luchttoetreding. Binnen het bouwvlak mogen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken worden gebouwd. Op het erf binnen deze bestemming, dat buiten het bouwvlak is gelegen, mogen bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken worden gebouwd, maar geen zelfstandige hoofdgebouwen, waarvan situering niet ondenkbaar wordt bij het toestaan van grotere oppervlakten. Halve meters bij hoogtebepalingen worden in het kader van de deregulering afgerond naar boven. In het kader van de deregulering mag het erf binnen deze bestemming aan de zijkant en de achterkant van het bouwvlak zonder afwijking worden bebouwd met bijbehorende bouwwerken tot maximaal 50% en 100 m².

Ter wille van de openheid in het stedenbouwkundig beeld blijft het uitgangspunt waar mogelijk van toepassing om bijbehorende bouwwerken in de zijtuin achter de voorgevel van het hoofdgebouw te plaatsen. Bij de bepaling van de voorzijde wordt gekeken waar de naar de weg toegekeerde grens van een bouwvlak en de naar de weg toegekeerde grens van de gevel van een hoofdgebouw is gelegen. Hierbij is de zijde van de hoofdtoegang van het hoofdgebouw bepalend. In de voortuinen komt de bestemming 'Tuin', waar in principe geen gebouwen en carports zijn toegestaan. Zo nodig kunnen nadere eisen worden gesteld aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, zodat bij het ontwikkelen van ongewenste situaties nog kan worden ingegrepen. De huidige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis, die groter zijn dan de standaardregeling worden als afwijkend gebruik toegestaan. Beroep aan huis: Volgens vaste jurisprudentie moet binnen een woonbestemming ook een aan huis verbonden beroep worden toegelaten. Uit de jurisprudentie kan als enige ruimtelijk relevant criterium worden afgeleid het hebben van

46/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

'een ruimtelijke uitwerking of uitstraling, die in overeenstemming is met de woonfunctie van het betrokken perceel'. Er is in dit plan een regeling opgenomen voor het gebruik van een deel van een woning voor een aan huis verbonden beroep, zoals in de gemeente Zwolle bij deze bestemming gebruikelijk is. De beperking van het ruimtebeslag van de woning met inbegrip van de bijgebouwen tot 30% van het vloeroppervlak van de woning (met een absoluut maximum van 50 m²) dient om het verlies of de bovenmatige aantasting van de woonfunctie of van het woonkarakter tegen te gaan. Op deze wijze wordt tevens voorkomen dat de verkeersaantrekkende werking te groot zal worden. Het verhuren of anderszins beschikbaar stellen van woonruimte aan derden voor de uitoefening van een beroep of bedrijf, hoe gering ook van omvang, is zonder meer als strijdig met de woonbestemming aan te merken. In de begrippen is een definitie opgenomen over wat onder een aan huis verbonden beroep moet worden verstaan. Het gaat om een dienstverlenend beroep. De definitie van beroep aan huis is gelijk aan de landelijk gehanteerde standaarddefinitie. Indien er personeel in dienst wordt genomen kan er eerder sprake zijn van een ruimtelijke uitwerking of uitstraling die niet met de woonfunctie in overeenstemming is.

Overige bouwwerken: Bij de regeling van deze bouwwerken is geen verschil gemaakt tussen verschillende soorten bouwwerken. Elk bouwwerk dat functioneel past in de bestemming kan worden toegelaten. Volstaan is met algemene bepalingen omtrent de maximum hoogte. Daarbij is voor erf- of perceelafscheidingen aansluiting gezocht bij het criterium voor vergunningvrij bouwen van het Bor en voor de afwijking bij het criterium van de Bouwverordening.

4.4

Algemene regels

Artikel 6 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een perceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 7 Algemene afwijkingsregels In deze regels is als eerste de op grond van vaste jurisprudentie vereiste algemene afwijking in de vorm van de zogenaamde 'toverformule' opgenomen. Bij een omgevingsvergunning moet van het gebruiksverbod worden afgeweken, indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Daarnaast wordt in deze regels de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde in het bestemmingsplan geregelde onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Deze regels zijn niet van toepassing, indien en voor zover er specifieke in de bestemming zelf geregelde afwijkingsregels van toepassing zijn. Ten slotte zijn de criteria voor de toepassing van deze afwijkingsregels hier opgenomen.

Artikel 8 Algemene wijzigingsregels Deze regel maakt het mogelijk de bestemmingen 'Tuin', 'Wonen' onder in deze regel omschreven voorwaarden zodanig te wijzigen dat de situering en de vorm van de in het plan aangegeven bouwvlakken met bijbehorende tuinen, erven, wegen en groenvoorzieningen worden gewijzigd dan wel nieuwe bouwvlakken met bijbehorende tuinen, erven, wegen en groenvoorzieningen worden aangegeven. Artikel 9 Algemene procedureregels

47/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

Hierin wordt de standaardprocedure bij Zwolse bestemmingsplannen voor de voorbereiding van een besluit tot het stellen van een nadere eis beschreven. Artikel 10 Overige regels In dit artikel wordt geregeld dat bij een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Daarbij moet worden voldaan worden aan de parkeeropgave, zoals neergelegd in de “Regeling Parkeernormen 2016”. Indien deze regeling wordt gewijzigd, moet rekening worden gehouden met deze wijziging. Bij een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken, indien anderszins in voldoende ruimte kan worden voorzien. Ten slotte kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken in bijzondere omstandigheden, onder andere op basis van criteria van de “Regeling Parkeernormen 2016”.

4.5

Overgangs- en slotregels

Artikel 11 Overgangsrecht Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven. Tevens is een hardheidsclausule opgenomen in de vorm van persoonsgebonden overgangsrecht op de wijze zoals door de regering bij de totstandkoming van het Bro werd aanbevolen. Artikel 12 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze regel bevat zowel de aanhalingstitel van het plan, de aanhalingstitel van de regels van het plan als de vaststellingsregel van het plan.

4.6

Handboek

Dit bestemmingsplan is vervaardigd conform de richtlijnen van het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21.

48/306

mei 2022 bestemmingsplan Berkum, Campherbeeklaan 16-20

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De planontwikkeling en -uitvoering zijn in goed overleg met de gemeente Zwolle en de initiatiefnemer gestart. Er is een anterieure overeenkomst gesloten om de bestaande bebouwing te slopen en vier 2^1 kapwoningen te realiseren op de locatie Campherbeeklaan 16-20. De daadwerkelijke uitvoering van het bestemmingsplan komt voor rekening van de initiatiefnemer, evenals de mogelijke planschade als gevolg van nieuwbouw. Het plan is dus in financiële zin uitvoerbaar. Het kostenverhaal is hiermee verzekerd en is op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a Wet ruimtelijke ordening geen exploitatieplan nodig.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1

Overleg met de buurt

In november 2021 is een inloopbijeenkomst voor de buurt gehouden. Er waren bewoners aanwezig namens vier omliggende woningen, waaronder de bewoners van de direct aanpalende percelen. Iedereen is positief over de getoonde plannen. Er bestond geen wanklank. Over onderdelen als de erfafscheidingen en het blinderen van een badkamerraam vindt nadere afstemming plaats. De algemene reactie was dat het een mooi plan is en dat het een verbetering is ten opzichte van de huidige situatie. Met de wijkvereniging was al in een eerder stadium gesproken en waren de plannen toegelicht. Zij hebben destijds al aangegeven positief te zijn over onze plannen. Er is afgesproken om de omwonenden op de hoogte te houden. 5.2.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=b233480d-904d-45ad-b849-1ad91a925120