Armoede- en Schuldenmonitor_2025
Tekst van het document
86
Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025 Ontwikkelingen in armoede- en schuldenproblematiek
Opdrachtnemer Versie Datum
Data, Geo & Onderzoek Concept Juni 2025
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
Colofon Conceptrapport Armoede- en Schuldenmonitor 2025 Gemeente Zwolle Augustus 2025
Opdrachtgever Maatschappelijke Ontwikkeling, Gemeente Zwolle
Samenstelling Afdeling Informatievoorziening/ Gemeente Zwolle
2/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
3
Samenvatting 6 1 1.1 1.2
Inleiding Gebruik van brondata Leeswijzer
11 11 11
Deel I Huishoudens met een laag inkomen in Zwolle
12
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
Huishoudens met een laag inkomen in Zwolle Doelgroep inkomensregelingen Ontwikkeling in huishoudens met een laag inkomen Huishoudens met laag inkomen naar huishoudtype Huishoudens met laag inkomen naar leeftijd hoofdkostwinner Huishoudens met laag inkomen naar inkomensbron Huishoudens met laag inkomen naar Zwolse wijken Kinderen in huishoudens met laag inkomen
13 13 14 16 17 19 21 22
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Huishoudens met langdurig laag inkomen in Zwolle Ontwikkeling in huishoudens met een langdurig laag inkomen Huishoudens met langdurig laag inkomen naar kenmerken Huishoudens met langdurig laag inkomen naar inkomensbron Kinderen in huishoudens met langdurig laag inkomen
25 25 26 26 27
4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.9.1 4.9.2 4.9.3 4.9.4 4.9.5 4.10
Bereik van inkomensondersteunende regelingen in Zwolle Uitkeringen Aantal uitkeringen, ontwikkeling en populatie Instroom en uitstroom uitkeringen Bijzondere bijstand Zorgkostenregeling Individuele inkomenstoeslag Participatiefonds Studietoeslag Energietoeslag Kwijtschelding van gemeentebelasting Regelingen voor kinderen Kindregeling Sport- en cultuuractiviteiten en vakanties Armoede en gezondheid kinderen Peuterspeelzaal Zwemvangnet Stichting Noodfonds
29 29 29 31 35 36 36 37 38 38 38 39 39 40 42 43 44 45 3/86
86
Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
4.11
Voedselbank
45
Deel II Schuldenproblematiek in Zwolle
46
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11
Omvang en ontwikkeling schuldenproblematiek Definitie schuldenproblematiek Omvang en ontwikkeling hulpvraag OpOrde Omvang en ontwikkeling hulpvraag Schulddienstverlening Gemiddelde schuldenlast bij schuldregelingen Aandeel schulden uitbetaald aan schuldeiser Aantal schuldeisers Meest voorkomende schuldeisers Huisuitzettingen Crisisaanvragen Gebruik bijzondere bijstand voor beschermingsbewind Betaalgedrag en risicoprofiel
47 47 47 48 49 50 50 50 51 52 53 53
6 6.1 6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4 6.1.5 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4
Bereik van ondersteuning bij geldzorgen in Zwolle Bereik inzet op voorkomen van geldproblemen Gebruik geldplannen Nibud Gebruik instrument BerekenUwRecht Deelname Week van het Geld Vroegsignalering Gebruik Financieel Spreekuur Deltion College Bereik ondersteuning bij geldproblemen Bereik schulddienstverlening Bereik Perspectieffonds Bezoek website Mijn Geldzaken Doorlooptijden schulddienstverleningstrajecten
55 55 55 56 57 58 59 60 60 63 64 64
7 7.1 7.2 7.3
Kenmerken inwoners aangemeld schulddienstverlening Type huishouden Leeftijd Wijk
66 66 66 67
8 8.1 8.2 8.3
Ondernemers en schulden Faillissementen van bedrijven en instellingen Gebruik Bbz door ondernemers Bereik schulddienstverlening ondernemers
68 68 68 69
Datum
4/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
Bijlage 1 Gebruikte databronnen
71
Bijlage 2 Verklarende begrippenlijst
72
Bijlage 3 Grafieken huishoudens inkomen tot 130% sociaal minimum
75
Bijlage 4 Tabel huishoudens met laag inkomen
81
Bijlage 5 Grafieken huishoudens langdurig inkomen tot 130% sociaal minimum
82
Bijlage 6 Tabel huishoudens met langdurig laag inkomen
84
Bijlage 7 Tabellen uitkeringen
85
5/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
Samenvatting Om een effectief armoede- en schuldenbeleid voor de inwoners van Zwolle te maken, volgt de gemeente Zwolle de ontwikkelingen in de armoede- en schuldenproblematiek. Elk jaar wordt een rapportage opgesteld met de resultaten van deze monitoring.
Ontwikkelingen armoedeproblematiek in Zwolle Deel I van deze rapportage gaat in op de armoedeproblematiek in Zwolle. Hoofdstukken 2 en 3 gaan over de huishoudens (en personen) met lage inkomens (tot 110% en 130% van het sociaal minimum). Deze gegevens zijn afkomstig uit het Integrale Inkomens- en Vermogensonderzoek (IIV) van het CBS. Het peiljaar is 2022, tenzij anders vermeld. Regelmatig worden ook de voorlopige cijfers van 2023 gepresenteerd. Meer recente cijfers zijn niet beschikbaar1. Het aantal huishoudens met een laag inkomen is licht afgenomen De cijfers laten zien dat het aandeel huishoudens met een laag inkomen (tot 110% en 130% van het sociaal minimum) tussen 2021 en 2022 iets is afgenomen, respectievelijk van 10,3% naar 10,1% en van 15,2% naar 14,8%. Deze daling lijkt niet door te zetten: de voorlopige cijfers duiden op een lichte stijging in het aandeel huishoudens met een laag inkomen tussen 2022 en 2023. De cijfers komen daarmee op hetzelfde niveau uit als in 2021. Deze ontwikkeling is in lijn met de landelijke trend. De cijfers laten ook zien dat het aandeel Zwolse kinderen dat in een huishouden met een laag inkomen (tot 110% en 130% van het sociaal minimum) woont, sinds 2016 daalt van respectievelijk 8,5% in 2017 naar 6,3% in 2021 en van 10,6% in 2017 naar 9,2% in 2022.
Tussen 2022 en 2023 zal naar verwachting echter ook het aandeel Zwolse kinderen uit een huishouden met een laag inkomen wat toenemen.
Ontwikkelingen schuldenproblematiek in Zwolle Deel II van de monitor gaat in op de schuldenproblematiek in Zwolle. Hiervoor worden veelal gegevens gebruikt uit gemeentelijke bronnen met als peiljaar 2024, tenzij anders vermeld. Mensen met financiële zorgen vinden eerder de weg naar hulp Het lijkt erop dat meer mensen met financiële zorgen de weg naar hulp vinden. Zo hadden de spreekuren van Op Orde en het Deltion College in 2024 de hoogste bezoekersaantallen sinds jaren. Ook komen inwoners met geldproblemen eerder in beeld. Zo zijn er in 2024 veel meer inwoners benaderd in het kader van vroegsignalering als in 2023. Het aandeel mensen met financiële problemen is stabiel De cijfers van Geldfit laten zien dat het aandeel Zwolse huishoudens dat een groot risico loopt om problematische schulden te krijgen gelijk is gebleven ten opzichte van
1 Het Integrale Inkomens- en Vermogensonderzoek wordt jaarlijks door het CBS uitgevoerd. De cijfers op
gemeenteniveau komen pas (veel) later beschikbaar. Zodoende rapporteren we in deze monitor cijfers van 2020 en voorlopige cijfers van 2021. 6/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
2023. Het aandeel huishoudens met problematische schulden is volgens het CBS stabiel gebleven met een percentage van 8,8% in 2023 naar 8,9% begin 2024 2. Hieronder wordt in detail een samenvatting gegeven van zowel de armoede- als de schuldenproblematiek in Zwolle.
Deel I Huishoudens met een laag inkomen in Zwolle Huishoudens met een laag inkomen ▪ De voorlopige cijfers duiden op een lichte stijging in het aandeel huishoudens met een laag inkomen tussen 2022 en 2023. De cijfers komen daarmee op hetzelfde niveau als in 2021. Deze ontwikkeling is in lijn met de landelijke trend. ▪ Zwolle heeft in 2022 circa 5.900 huishoudens (exclusief studenten) met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum. Dat is 10,1% van de huishoudens in Zwolle, wat een kleiner aandeel is dan in 2021 (10,3%). Huishoudens met een laag inkomen zijn verhoudingsgewijs vaak eenpersoonshuishoudens (7 4%). ▪ Het grootste deel (62%) van de huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum in Zwolle heeft een hoofdkostwinner in de leeftijd van 25 t/m 64 jaar. De leeftijdsverdeling van de huishoudens met een laag inkomen verschilt niet met die van de Zwolse bevolking. ▪ Van de huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum heeft ruim de helft (53%) een uitkering bestaande uit een sociale voorziening als bron van inkomen en 8% een inkomen uit arbeid. ▪ Huishoudens met een laag inkomen zijn relatief vaak te vinden in de wijken Diezerpoort (18%) en Holtenbroek (16%). ▪ In Zwolle wonen 26.100 kinderen, waarvan ruim 1.640 kinderen in een huishouden met een laag inkomen wonen (6,3%). Dit aandeel vertoont een dalende trend (in 2016 was dit 7,8%).
Het overgrote deel van de kinderen uit deze huishoudens woont in een eenoudergezin. Huishoudens met een langdurig laag inkomen ▪ In 2022 telt Zwolle 3.400 huishoudens met een langdurig laag inkomen tot 110% van het sociaal minimum. Dat is ruim de helft (58%) van alle 5.900 huishoudens met een laag inkomen tot 110% van het sociaal minimum. In 2022 waren er 5.400 huishoudens met een langdurig laag inkomen tot 130% van het sociaal minimum. Dat is 63% van alle huishoudens met een laag inkomen tot 130% van het sociaal minimum. ▪ Van alle Zwolse huishoudens in 2022 behoort 6,2% tot de huishoudens met een langdurig laag inkomen. Dit percentage is gelijk aan 2021. ▪ In Zwolle wonen in 2022 ongeveer 1.000 kinderen in een huishouden met een langdurig laag inkomen. Dit is 3,7% van alle kinderen. Dit percentage is iets lager dan in 2021 (4,0%). Gebruik van Zwolse inkomensregelingen ▪ Het aantal bijstandsuitkeringen in Zwolle neemt iets toe in 2024: van circa 3.500 begin 2024 tot bijna 3.700 bijstandsuitkeringen begin 2025. 2 CBS 2024. Schuldenproblematiek in beeld
7/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
▪
De instroom in uitkeringen van de gemeente Zwolle is in 2024 groter dan in 2023. De uitstroom is na een jarenlange afname, weer toegenomen. In 2024 is de instroom (861) groter dan de uitstroom (756).
▪
In 2024 maken bijna 2.400 huishoudens gebruik van bijzondere bijstand. Dit aantal nam toe tussen 2023 en 2024.
▪
In 2024 wordt bijna 1.200 keer de zorgkostenregeling toegekend vanwege hoge zorgkosten en ongeveer 2.200 keer voor de vergoeding van het eigen risico. Deze aantallen zijn wat hoger in vergelijking met 2023.
▪ ▪ ▪
In 2024 maken circa 2.500 huishoudens gebruik van de individuele inkomenstoeslag. Dit aantal is vergelijkbaar met voorgaande jaren. Het aantal toekenningen voor het Participatiefonds is in 2024 bijna 3.300. Dat is wat
hoger dan in 2023. In 2024 ontvangen 81 studenten een studietoeslag. Dit is vergelijkbaar met het aantal studenten dat in 2023 een studietoeslag kreeg.
▪
Tot 1 juli 2024 kon nog de energietoeslag over 2023 worden aangevraagd. In 2024 is deze 384 toegekend. De Energietoeslag werd in 2023 bijna 7.900 keer verstrekt.
▪
In 2024 is 6.742 keer kwijtschelding verleend aan 3.130 huishoudens voor de gemeentelijke belastingen. Dat is bijna dubbel zo vaak als in 2023. Deze stijging wordt veroorzaakt door de verzoeken voor diftar voor het belastingjaar 2023 waarvoor begin 2024 voor het eerste de aanslagen zijn opgelegd. In 2024 zijn circa 1.100 aanvragen voor de Kindregeling toegekend. Daarmee zijn iets minder dan 2.000 kinderen en jongeren bereikt. Dit is ongeveer gelijk aan 2023. Er zijn in 2024 813 kinderen en jongeren geholpen door het Jeugdfonds Sport. Dit is meer dan in voorgaande jaren. Dit is een gevolg is van de verruiming van de leeftijdsgrens (4 tot en met 23 jaar) en de extra inzet op het bereiken van kinderen. Tien Zwolse scholen waren aangesloten bij het Jeugdeducatiefonds in 2024. Deze scholen hebben 162 aanvragen gedaan voor ondersteuning aan zowel individuele kinderen als groepen. In 2024 zijn 40 gezinnen en 34 alleenstaanden met een bijdrage van Stichting Weekje Weg op vakantie geweest. Dit is ongeveer gelijk aan de voorgaande jaren. Zeven kinderen zijn mee geweest met een zeilkamp van de Ruime Wind. Dit zijn er minder dan in voorgaande jaren. In 2024 zijn 170 kinderen en jongeren uit huishoudens met een laag inkomen financieel ondersteund middels de regeling Armoede en gezondheid kinderen. Dat is wat minder dan in 2023, maar nog steeds fors meer dan in 2022.
Dit komt waarschijnlijk mede door een verruiming van de leeftijdsgrens (tot 18 jaar) en inkomensgrens (130% van het sociaal minimum) die in 2023 is doorgevoerd.
▪ ▪
▪
▪
▪
▪
153 peuters kregen in 2024 gratis peuteropvang. Dit aantal is vergelijkbaar met de
jaren daarvoor. ▪ ▪
In 2023 hebben 364 kinderen gebruik gemaakt van het Zwemvangnet. Dit aantal is vergelijkbaar met dat in 2023 (358). Voor het Noodfonds zijn in 2024 258 aanvragen toegekend. Dit is iets lager dan in 2023, maar wel beduidend hoger dan de jaren daarvoor. Het aantal aanvragen is weer op hetzelfde niveau als voor de coronajaren.
8/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
▪
Gemiddeld maakten in 2024 252 huishoudens uit Zwolle, Dalfsen en Nieuwleusen gebruik van de Voedselbank. Dat is minder dan in 2022 en 2023, toen er meer gebruik werd gemaakt van de Voedselbank als gevolg van de hoge energieprijzen.
Deel II Schuldenproblematiek in Zwolle Omvang en samenstelling problematische schulden ▪ In 2024 bezochten bijna 3.700 Zwolse inwoners een inloopspreekuur van Op Orde. Dat is meer dan in 2022 (3.605) en 2021 (3.197). De Sociaal Raadlieden hielpen 311 inwoners met schulden. Dat is wat minder dan in 2023 (362). ▪ Er waren 342 aanvragen voor schulddienstverlening in 2024. Dat is meer dan in 2023 toen er 308 aanvragen waren. Deze toename is in lijn met de landelijke trend ▪ De gemiddelde schuldenlast van inwoners voor wie een schuldregeling is opgestart, was in 2024 ongeveer €30.000. Dit is lager dan het gemiddelde in 2023 (€37.000) en de gemiddelden in de jaren daarvoor. De gemiddelde schuldenlast in Zwolle ligt onder het landelijk gemiddelde. ▪ De Belastingdienst is de meest voorkomende schuldeiser van Zwolse inwoners die schulddienstverlening ontvangen, gevolgd door zorgverzekeraar Zilveren Kruis Achmea en GBLT (gemeente- en waterschapsbelastingen). ▪ In 2024 zijn negen huizen ontruimd. Dit is iets meer dan in 2023 (7) maar minder dan de jaren daarvoor. ▪ Er zijn 9 crisisaanvragen gedaan in 2024. Dit is evenveel als in 2023 en 2022. ▪ In 2024 hebben iets meer dan 1.400 inwoners bijzondere bijstand gebruikt voor de bekostiging van het beschermingsbewind. Dit aantal daalt is wat gestegen ten opzichte van 2023.
▪ Het aandeel inwoners in Zwolle dat een groot risico loopt op schulden, afgeleid uit hun betaalgedrag, is gelijk gebleven (43% in 2023 en 2024). Bereik informatie en ondersteuning ▪ Het gebruik van de geldplannen van het Nibud door Zwolse inwoners neemt ieder jaar toe. ▪ Het online instrument BerekenUwRecht werd in 2023 door bijna 2.300 Zwolse inwoners gebruikt. Dit is veel meer dan in 2023, maar ongeveer vergelijkbaar met 2022. ▪ In 2024 namen 21 Zwolse basisscholen deel aan de Week van het Geld. Dit aantal is vergelijkbaar met de voorgaande jaren. Er deden ook 4 middelbare scholen en 4
MBO scholen mee aan de Week van het Geld. In 2023 deed nog geen enkele middelbare school en MBO school mee aan de Week van het Geld. ▪
▪
▪
Naar aanleiding van vroegsignalen bij betalingsachterstanden zijn in 2024 meer dan 6.000 huishoudens benaderd met een hulpaanbod. Dat is meer dan dubbel zo vaak ten opzichte van het jaar daarvoor. Het financieel spreekuur van het Deltion College wordt steeds vaker bezocht door studenten. In 2024 waren het er 925. In 2023 waren het er 771 en in de jaren 20192021 lag het aantal rond de 600. Het aantal mensen dat aangemeld werd voor budgetbeheer in 2024 via de gemeente Zwolle was 324. Dat is een hoger aantal dan in 2023 (276). Het aantal 9/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
statushouders dat aangemeld werd voor budgetbeheer in 2024 is 132. Sinds 2020
neemt het aantal aanmeldingen van statushouders voor budgetbeheer toe. ▪
▪ ▪
▪
Bij de schuldregelingen zien we een verschuiving: het aantal schuldbemiddelingen neemt elk af (8 in 2024), terwijl de inzet van saneringskredieten juist toeneemt (125 in 2024). In 2024 werden 30 mensen geholpen met het Perspectieffonds. Dit is iets minder dan in 2023 (35), maar meer dan in 2022 (19). In 2024 werd de gemeentelijke website Mijn Geldzaken door bijna 34.000 mensen bezocht. Het aantal bezoeken is gezakt ten opzichte van 2022, toen veel mensen de webpagina bezochten in verband met de gestegen energieprijzen. De gemiddelde wachttijd tussen de aanmelding bij Schulddienstverlening en het intakegesprek was in 2024 14 dagen. Dit is even lang als in 2023 en daarmee de kortste wachttijd sinds 2018. De gemiddelde tijd tussen de intake en de beschikking met plan van aanpak is in 2024 31 dagen. Dat is langer ten opzichte van 2022 (25).
Schuldenaarsprofiel ▪ Inwoners met schulden die zich hebben aangemeld bij de afdeling Schulddienstverlening, wonen relatief vaak in een eenpersoonshuishouden (40%) en zijn relatief vaak tussen de 25 en 45 jaar oud (53%). ▪ 21% van de mensen die zich aanmeld bij de afdeling Schulddienstverlening is 18 tot 25 jaar. ▪ Inwoners met schulden die ondersteuning ontvangen wonen relatief vaak in Diezerpoort (24%) en Holtenbroek (17%). Ondernemers en schulden ▪ Het aantal faillissementen van bedrijven en instellingen in Overijssel stijgt sinds
2021. Ook landelijk is een stijging gaande, na de daling als gevolg van de ▪
coronacrisis. Het aantal Bbz (Besluit bijstandverlening zelfstandigen) aanvragen is tussen 202 4 en 2022 verder afgenomen. Tussen 2022 en 2023 daalde het aantal Bbz aanvragen
al flink. Tussen 2021 en 2022 was het aantal Bbz aanvragen juist fors gestegen
▪
door de tijdelijke aanpassing van het Bbz voor ondernemers die na afloop van de Tozo nog last hadden van corona gerelateerde problemen. In 2024 hielp de afdeling Schulddienstverlening 55 ondernemers. Dit is minder dan in 2023 (70). Daarnaast zijn er 29 ondernemers geholpen door Over Rood wat ook
minder is dan in 2023 (64).
10/86
86
Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
1
Inleiding
Datum
Net als voorgaande jaren, geeft de Armoede en Schulden Monitor van de gemeente Zwolle inzicht in de omvang van de groep huishoudens met lage inkomens en de schuldenproblematiek in Zwolle. Daarbij wordt een vergelijking gemaakt met de landelijke ontwikkelingen op dit gebied. De afgelopen periode stonden de financiële zorgen van inwoners opnieuw hoog op de agenda. Na de energiecrisis en hoge inflatie in de voorgaande jaren, zien we dat prijzen zich in 2024 enigszins stabiliseren, maar dat veel huishoudens nog steeds de gevolgen voelen van gestegen kosten en schulden die zijn opgebouwd. Tegelijkertijd is er meer aandacht gekomen voor bestaanszekerheid in brede zin, met landelijke maatregelen zoals verhogingen van het minimumloon en kindgebonden budget. Voor een deel van onze inwoners blijft het echter moeilijk om financieel het hoofd boven water te houden. Als gemeente zetten we ons in om juist die inwoners te bereiken en te ondersteunen, zodat financiële zorgen niet onnodig leiden tot grotere problemen.
1.1
Gebruik van brondata De gegevens in het armoede en schulden gedeelte van de monitor zijn afkomstig uit verschillende bronnen. Cijfers over bijvoorbeeld de aantallen huishoudens met een laag inkomen en hun kenmerken, worden beschikbaar gesteld door het CBS. Voor het inzicht in het gebruik van lokale inkomensregelingen maken we gebruik van de gemeentelijke registraties en die van onze partners. Voor een beeld over de schuldenproblematiek in Zwolle maken we gebruik van de registraties van een aantal landelijke partijen, zoals Nibud en Geldfit, de gemeentelijke registraties en registraties van partners. Een gedetailleerd overzicht van de gebruikte databronnen is in bijlage 1 te vinden.
1.2
Leeswijzer In deel I van deze monitor worden de ontwikkelingen in het aantal huishoudens met een laag inkomen en hun aandeel in de totale Zwolse bevolking in beeld gebracht. Daarnaast worden kenmerken van deze huishoudens, zoals het type huishouden, leeftijd en inkomensbron, gepresenteerd (hoofdstukken 2 en 3). Vervolgens wordt het bereik van de regelingen waar huishoudens met een laag inkomen in Zwolle gebruik van kunnen maken, geschetst (hoofdstuk 4). In deel II van de monitor wordt ingegaan op de schuldenproblematiek in Zwolle. Er wordt inzicht gegeven in de omvang en de ontwikkeling ervan (hoofdstuk 5). Daarna laten we zien in hoeverre er gebruik wordt gemaakt van voorzieningen om geldproblemen te voorkomen en op te lossen (hoofdstuk 6). In hoofdstuk 7 worden de kenmerken van inwoners die zich hebben aangemeld bij de afdeling Schulddienstverlening op een rij gezet. Deze worden vervolgens vergeleken met de kenmerken van alle Zwolse inwoners. In hoofdstuk 8 ten slotte wordt ingegaan op de schuldenproblematiek van ondernemers en hun gebruik van schulddienstverlening.
11/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
Deel I Huishoudens met een laag inkomen in Zwolle
12/86
86
Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
2
Huishoudens met een laag inkomen in Zwolle
Datum
In dit hoofdstuk presenteren we de gegevens over de huishoudens (of personen) met een laag inkomen in Zwolle. Nagenoeg alle gegevens in dit hoofdstuk zijn afkomstig uit het Integrale Inkomens- en Vermogensonderzoek (IIV) van het CBS. Het peiljaar is 2022, tenzij anders vermeld. Regelmatig worden ook de voorlopige cijfers van 2023 gepresenteerd. Meer recente cijfers zijn niet beschikbaar3. In dit hoofdstuk wordt regelmatig verwezen naar bijlage 3, waarin aanvullende informatie staat over huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum. In bijlage 4 staat een overzichtstabel met kenmerken van de huishoudens in Zwolle en Nederland met een inkomen tot 110% en 130% van het sociaal minimum.
2.1
Doelgroep inkomensregelingen In deze monitor spreken we over huishoudens met een laag inkomen. Hiermee bedoelen we huishoudens met een inkomen tot 110% of tot 130% van het sociaal minimum gedurende minimaal 1 jaar. Definitie armoede In Zwolle sluiten we aan bij de nieuwe methode die het CBS, SCP en Nibud sinds 2024 hanteren om armoede te definiëren4. Naast geld voor wonen, energie, verzekeringen, kleding en de dagelijkse boodschappen, is er geld nodig om aardig mee te kunnen doen in de samenleving. Het gaat dan ook om bijvoorbeeld het kunnen betalen van een telefoon, toegang tot het internet en sociale activiteiten. Sociaal minimum Het sociaal minimum is gelijk aan de hoogte van de bijstandsuitkering (tot aan de pensioengerechtigde leeftijd) en de AOW (vanaf de pensioengerechtigde leeftijd). Zie voor de huidige normbedragen bijlage 2, tabel B2.3. Inkomstenbron Deze bedragen gelden voor alle typen inkomens, dus zowel inkomen uit arbeid of onderneming als inkomen uit een uitkering. Het gaat dus niet alleen over huishoudens met een bijstandsuitkering of AOW, maar ook over huishoudens met een inkomen uit arbeid. Verder worden ook de mensen met een schuldregeling tot de doelgroep huishoudens met een laag inkomen gerekend omdat zij van een laag bedrag moeten rondkomen.
Langdurig laag inkomen Wanneer huishoudens minimaal 3 jaar een inkomen hebben tot 110% van het sociaal minimum, worden zij in Zwolle tot de huishoudens met een langdurig laag inkomen gerekend. Hiermee hanteert de gemeente Zwolle een andere definitie dan het CBS dat bij een langdurig laag inkomen uitgaat van minimaal 4 jaar een inkomen tot 110% of 130% van het sociaal minimum.
3 Het Integrale Inkomens- en Vermogensonderzoek wordt jaarlijks door het CBS uitgevoerd. De cijfers op
gemeenteniveau komen pas (veel) later beschikbaar. Zodoende rapporteren we in deze monitor cijfers van 2021 en voorlopige cijfers van 2022. 4 CBS 2024. De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten | CBS
13/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
Inkomensgrens Omdat voor steeds meer gemeentelijke regelingen 130% van het sociaal minimum als inkomensgrens wordt gehanteerd, laten we sinds 2023 ook de ontwikkelingen zien voor huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum.
2.2
Ontwikkeling in huishoudens met een laag inkomen In figuur 2.1 is te zien dat het aantal huishoudens met tenminste één jaar inkomen tot 110% van het sociaal minimum in 2022 gelijk is de aantallen in 2021. Het aantal huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum is wat gedaald ten opzichte van het voorgaande jaar. Als we echter kijken naar de voorlopige cijfers van 2023, lijkt het erop dat het aantal huishoudens met een laag inkomen gaat stijgen. Dit geldt voor zowel huishoudens met een inkomen tot 110 % van het sociaal minimum als voor huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum. Figuur 2.1 Ontwikkeling aantal huishoudens met een inkomen tot 110% en 130% van het sociaal minimum, 2017-2023
130% 9.000
9.000
8.900
9.000
6.000
6.100
6.000
2017
2018
2019
8.900
8.700
8.600
6.000
5.900
5.900
6.100
2020
2021
2022
2023
110%
Zwolle (werkelijk)
Zwolle (voorlopig)
Bron: CBS IIV
In figuur 2.2 is te zien dat in 2022 10% van de Zwolse huishoudens een inkomen tot 110% van het sociaal minimum had. Ongeveer 15% had een inkomen tot 130% van het sociaal minimum. Verder is in figuur 2.2 te zien dat beide percentages zijn gedaald tussen 2021 en 2022. De voorlopige cijfers van 2023 laten zien dat de we echter weer een (lichte) stijging in het aandeel huishoudens met een laag inkomen kunnen verwachten. Dit is ook de landelijke prognose. In vergelijking met de landelijke cijfers heeft Zwolle een iets groter aandeel huishoudens met een laag inkomen. Dit geldt overigens voor veel (middel)grote steden en komt mede doordat (middel)grote steden relatief veel eenpersoonshuishoudens met een laag inkomen hebben.
14/86
86
Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
Figuur 2.2 Ontwikkeling percentage huishoudens met een inkomen tot 110% en 130% van het sociaal minimum, 2017-2023 20
130% 18
Percentage (%) minimahuishoudens
Datum
16,5 16
16,4 15,9
16,6 16,1
14
15,2 15,6
11,2
14,8
15,1
15,6
14,6
14,9
110%
12
10
15,9
14,4
11,2 10,7
10,7
10,9 10,6
10,2
10,2
10,3
10,1
9,8
9,5
10,3 9,7
8 2017
2018
2019
2020
2021
2022
Zwolle (werkelijk)
Nederland (werkelijk)
Zwolle (voorlopig)
Nederland (voorlopig)
2023
Bron: CBS IIV
We hebben de ontwikkeling in het percentage personen in huishoudens met een inkomen tot 110% en 130% van het sociaal minimum in Zwolle in kaart gebracht. Ook hebben we deze percentages vergeleken met de landelijke cijfers. In figuur 2.3 is te zien dat ook het percentage personen in huishoudens met een laag inkomen daalt, maar naar verwachting gaat stijgen. Dit geldt zowel voor de groep met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum als de groep met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum. Ook de voorlopige cijfers laten een stijging zien. Verder is in figuur 2.3 te zien dat de percentages personen in Zwolse huishoudens met een laag inkomen nagenoeg overeenkomen met de landelijke percentages.
15/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
Figuur 2.3 Ontwikkeling percentage personen in huishoudens met een inkomen tot 110% en 130% van het sociaal minimum, 2017-2023
Percentage (%) personen in minimahuishoudens
16
14
130% 12,1
12
10
11,9
11,7 11,7
11,4 11,3
110% 7,9
8
7,8
7,6 7,8
11,2 11,3
7,4
7,4
7,5
7,3
6
10,8 10,7
7,2
10,3
10,6
10,3
10,5
6,9
7,1
7,0 6,7
6,9
4 2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Zwolle (werkelijk)
Nederland (werkelijk)
Zwolle (voorlopig)
Nederland (voorlopig)
Bron: CBS IIV
2.3
Huishoudens met laag inkomen naar huishoudtype Huishoudens met een laag inkomen zijn relatief vaak eenpersoonshuishoudens. Bij bijna driekwart van de huishoudens met een inkomen tot 110% (74%) is dat het geval, terwijl slechts 39% van alle Zwolse huishoudens een eenpersoonshuishouden is (zie figuur 2.4). Ook zijn eenoudergezinnen oververtegenwoordigd onder de huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum: 12% van deze huishoudens is een eenoudergezin, terwijl slechts 7% van alle Zwolse huishoudens een eenoudergezin is. Paren (zonder of met kinderen) zijn juist ondervertegenwoordigd onder de huishoudens met een laag inkomen: van de huishoudens met een laag inkomen is 14% een paar (zonder of met kinderen), terwijl 52% van alle Zwolse huishoudens een paar (zonder of met kinderen) is. Eenzelfde soort beeld zien we bij huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum (zie figuur B3.1 in bijlage 3).
16/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
Figuur 2.4 Huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum naar huishoudtypen, 2022 Alle huishoudens in Zwolle eenpersoonshuishouden
Minimahuishoudens in Zwolle
39
eenoudergezin
74
7
12
paar zonder kinderen
27
9
paar met kinderen
25
5
overig huishouden
1
0
0%
100% 0%
50%
50%
100%
Bron: CBS IIV
Kijken we naar de aantallen dan zien we dat het aantal eenpersoonshuishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum gelijk is gebleven tussen 2021 en 2022 (zie figuur 2.5). De voorlopige cijfers van 2023 duiden echter op een stijging tussen 2022 en 2023. Bij eenpersoonshuishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum zien we een lichte daling (zie figuur B3.2 in bijlage 3). Figuur 2.5 Ontwikkeling aantal eenpersoonshuishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum, 2017-2023 4.500 4.400 4.300 4.300 4.300 4.200 4.200
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Bron: CBS IIV
2.4
Huishoudens met laag inkomen naar leeftijd hoofdkostwinner In figuur 2.6 staat de verdeling van huishoudens met een laag inkomen over de leeftijdsgroepen. Het grootste deel (73%) van de huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum in Zwolle heeft een hoofdkostwinner5 in de leeftijd van 25 t/m 64 jaar. De leeftijdsverdeling komt grotendeels overeen met die van de Zwolse bevolking.
5
Het CBS hanteert als definitie voor hoofdkostwinner: de persoon in het huishouden met de belangrijkste sociaaleconomische positie. Daarbij wordt gekeken naar het inkomen, de inkomensbron en de samenstelling van het huishouden. Zie voor nadere uitleg van dit begrip bijlage 2. 17/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
Eenzelfde beeld zien we bij huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum, zie figuur B3.3 in bijlage 3. Figuur 2.6 Huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum naar leeftijd hoofdkostwinner, 2022
Alle huishoudens in Zwolle t/m 24 jaar 4
Minimahuishoudens in Zwolle 6
25 t/m 44 jaar
37
31
45 t/m 64 jaar
36
30
65 jaar of ouder
24
0%
33
100% 0%
50%
50%
100%
Bron: CBS IIV
De verdeling van de huishoudens naar leeftijdsgroepen is nauwelijks gewijzigd sinds 2016. Kijken we naar de aantallen (zie figuur 2.7), dan zien we dat het aantal huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum met een hoofdkostwinner van 65 jaar of ouder iets toeneemt tussen 2019 en 2022. Bij huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum zien we dat de aantallen gelijk zijn gebleven tussen 2020 en 2022 (zie figuur B3.5 in bijlage 3). Figuur 2.7 Ontwikkeling aantal huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum met hoofdkostwinner in leeftijd 65 jaar en ouder, 2017-2023
1.400
1.400
1.400
1.500
1.500
1.600
1.600
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Bron: CBS IIV
In figuur 2.8 is te zien dat het aantal huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum met een hoofdkostwinner tussen 25 en 45 jaar tussen 2021 en 2022 iets is afgenomen. De voorlopige cijfers laten echter weer een stijging zien tussen 2022 en 2023.
18/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
Bij de huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum met een hoofdkostwinner tussen 25 en 45 jaar zien we eenzelfde beeld (zie figuur B3.4 in bijlage 3). Figuur 2.8 Ontwikkeling aantal huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum met hoofdkostwinner in leeftijd 25-45 jaar, 2017-2023
2.100
2017
2.200
2018
2.100
2.100
2.100
2019
2020
2021
2.000 2022
2.100
2023
Bron: CBS IIV
2.5
Huishoudens met laag inkomen naar inkomensbron Van de huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum heeft ruim de helft (53%) een uitkering op grond van een sociale voorziening6 als voornaamste bron van inkomen (zie figuur 2.9). Ter vergelijking: van alle Zwolse huishoudens heeft 7% een uitkering in de vorm van een sociale voorziening. Verder zien we dat een relatief klein deel van de huishoudens met een laag inkomen een inkomen uit arbeid heeft (8%), terwijl 59% van alle huishoudens in Zwolle een inkomen uit arbeid heeft. Als we de huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum vergelijken met alle huishoudens in Zwolle, zien we eenzelfde beeld. Vergeleken met de huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum, hebben de huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum iets vaker een inkomen uit een dienstverband (14%). Ook ontvangen ze wat vaker een pensioen (33%) en minder vaak een uitkering sociale voorziening (41%). Zie figuur B3.6 in bijlage 3. Figuur 2.9 Huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum naar inkomensbronnen, 2022
6
De term “uitkering sociale voorziening” wordt door het CBS gehanteerd. Hieronder vallen de uitkeringen op grond van de Participatiewet, IOAW, IOAZ, BBZ en Wajong. 19/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
Alle huishoudens in Zwolle werknemer
Minimahuishoudens in Zwolle 8
59
zelfstandige
8
5
uitkering werkloosheid
0
0
uitkering 3 arbeidsongeschiktheid pensioen
7 25
23
uitkering sociale voorziening
53
7 0%
100% 0%
50%
50%
100%
Bron: CBS IIV
We zien dat het aantal huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum uit een dienstverband sinds 2021 gelijk is gebleven (zie figuur 2.10). Ook is bij deze groep het aantal huishoudens met een uitkering in de vorm van een sociale voorziening tussen 2021 en 2022 iets afgenomen. Echter laten de voorlopige cijfers tussen 2022 en 2023 weer een stijging zien (zie figuur 2.11). Bij huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum zien we dezelfde ontwikkelingen (zie figuren B3.7 t/m B3.10 in bijlage 3). Figuur 2.10 Ontwikkeling aantal huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum met inkomen uit dienstverband, 2017-2023
500
500
2017
2018
600
600
2019
2020
500
500
500
2021
2022
2023
Bron: CBS IIV
Figuur 2.11 Ontwikkeling aantal huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum met inkomen uit uitkering sociale voorziening, 2017-2023 3.200
2017
3.300
2018
3.200
2019
3.300
2020
3.200
3.100
3.200
2021
2022
2023
Bron: CBS IIV
20/86
86
Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
2.6
Huishoudens met laag inkomen naar Zwolse wijken
Datum
Van alle huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum, woont circa één derde (34%) in Diezerpoort of Holtenbroek (zie figuur 2.12). Dit terwijl in deze twee wijken slechts 18% van de Zwolse huishoudens woont. Er wonen dus relatief veel huishoudens met een laag inkomen in Diezerpoort en Holtenbroek. In Stadshagen en Schelle wonen juist relatief weinig huishoudens met een laag inkomen. Ook in voorgaande jaren woonden in de wijken Diezerpoort en Holtenbroek relatief veel huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum. Als we kijken naar huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum zien we eenzelfde beeld (zie figuur B3.11 in bijlage 3).
Figuur 2.12 Huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum naar wijken7, 2022 Alle huishoudens in Zwolle Diezerpoort
10
18
Holtenbroek
8
16
Assendorp
11
12
Aa-landen
10
11
Ittersum
11
9
Stadshagen
9
17
Schelle
10
6
Wipstrik
5
5
KamperpoortVeerallee
3
4
Binnenstad
4
3
Westenholte
4
3
3
2
Buitengebied 2
1
Bron: CBS IIV
Berkum
0%
7
Minimahuishoudens in Zwolle
10%
20%
30%
40%
50%
0%
10%
20%
30%
40%
50%
Hierbij wordt de wijkenindeling van het CBS gehanteerd. 21/86
86
Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
2.7
Kinderen in huishoudens met laag inkomen In Zwolle wonen in totaal 26.100 kinderen waarvan er 1.640 wonen in een huishouden met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum Dit betekent dat in 2022 6,3% van de Zwolse kinderen in een huishouden met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum woonde (zie figuur 2.13).Er wonen 2.430 kinderen in een huishouden met inkomen tot 130% van het sociaal minimum (9,0% van het totaal aantal kinderen). Het aandeel Zwolse kinderen dat in een huishouden met een laag inkomen woont, neemt gestaag af, al laten de voorlopige cijfers van 2023 een lichte stijging zien. Dat geldt zowel voor de groep met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum als de groep met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum. Verder is in figuur 2.13 te zien dat het aandeel Zwolse kinderen dat opgroeit in een huishouden met een laag inkomen, kleiner is dan het landelijk gemiddelde. Figuur 2.13 Ontwikkeling percentage kinderen in huishoudens met een inkomen tot 110% en 130% van het sociaal minimum, 2017-2023 Percentage (%) kinderen in minimahuishoudens
Datum
14
11,9 12
10
11,6
11,4
11,4
130%
10,8
10,0 10,6 8,5
10,4 8,2
10,2 7,9
9,9 7,9
8 CBS IIV Bron:
7,4 6
7,4
7,3
7,1
10,6 9,7
9,8 7,4
9,2 6,9
110%
7,0
7,3 6,8
6,3
4 2017
2018 2019 Zwolle (werkelijk) Zwolle (voorlopig)
2020
2021 2022 Nederland (werkelijk)
2023
Nederland (voorlopig)
Bron: CBS IIV
Ook het aantal kinderen dat in een huishouden met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum woont, neemt gestaag af in de periode 2017-2022. De voorlopige cijfers laten echter een lichte stijging zien (zie figuur 2.14). We zien eenzelfde trend in het aantal kinderen in huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum (zie figuur B3.12 in bijlage 3). Figuur 2.14 Ontwikkeling aantal kinderen in huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum, 2016-2022
22/86
86
2.000
2.000
2017
1.900
2018
1.900
2019
1.800
2020
1.700 2022
2021
1.800 2023
Bron: CBS IIV
In figuur 2.15 staan enkele kenmerken van kinderen uit huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum weergegeven. Het meest opvallend is dat 63% van de kinderen uit deze huishoudens in een eenoudergezin woont, terwijl van alle kinderen in Zwolle 16% in een eenoudergezin woont. Dit verschil zien we ook bij huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum (zie figuur B3.13 in bijlage 3). Figuur 2.15 Kenmerken van kinderen in huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum, 2022
Alle huishoudens in Zwolle
leeftijd kind
Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
type huishouden
Datum
Minimahuishoudens in Zwolle
t/m 5 jaar
31
35
6 t/m 11 jaar
34
38
12 t/m 17 jaar
34
eenoudergezin
27
63
16
paar met kinderen
38
83
overig huishouden 1 0%
0 50%
100% 0%
50%
100%
Bron: CBS IIV
In figuur 2.16 is per wijk het aandeel kinderen in huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum aangegeven. Het aandeel kinderen dat in deze huishoudens woont, is het grootst in de wijken Diezerpoort en Holtenbroek (beide 20%). In beide wijken wonen bijna drie keer zo veel kinderen in een huishouden met en 23/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
laag inkomen als gemiddeld in Zwolle. In de jaren 2017-2021 zien we grotendeels hetzelfde beeld. Wel is in de wijk Kamperpoort-Veerallee het aandeel kinderen uit een huishouden met een laag inkomen iets afgenomen: van 9% in 2016 naar 4% in 2022. Ook kinderen uit huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum wonen relatief vaak in de wijken Holtenbroek (27%) en Diezerpoort (26%), zie figuur B3.14 in bijlage 3. Figuur 2.16 Aandeel kinderen in huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum per wijk, 20228
Holtenbroek
20
80
Diezerpoort
20
80
Aa-landen
8
92
Assendorp
6
95
Westenholte
5
95
Schelle
5
96
Kamperpoort-Veerallee
4
96
Ittersum
4
96
Wipstrik
4
96
Stadshagen
4
96
Binnenstad 2
98
Berkum 2
98
Buitengebied 1
99
0%
20%
minimahuishouden
40%
60%
80%
100%
geen minimahuishouden
Bron: CBS IIV
8
Hierbij wordt de wijkenindeling van het CBS gehanteerd. 24/86
86
Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
3
Huishoudens met langdurig laag inkomen in Zwolle
Datum
In dit hoofdstuk presenteren we gegevens over huishoudens met een langdurig laag inkomen in Zwolle. Deze gegevens zijn afkomstig uit het Integrale Inkomens- en Vermogensonderzoek (IIV) van het CBS. Dit betekent dat we hier de definitie van het CBS hanteren, te weten: “huishoudens die 4 jaar of langer een inkomen hebben tot 110% (of tot 130%) van het sociaal minimum”. Ook voor deze gegevens geldt dat meestal het peiljaar 2022 is. Indien beschikbaar worden de voorlopige cijfers over 2023 vermeld. In bijlage 6 staat een overzichtstabel met kenmerken van de huishoudens in Zwolle en Nederland met langdurig een inkomen tot 110% en 130% van het sociaal minimum.
Ontwikkeling in huishoudens met een langdurig laag inkomen In 2022 telde Zwolle 3.400 huishoudens met een langdurig laag inkomen tot 110% van het sociaal minimum. Dat is ruim de helft van alle 5.900 huishoudens met een laag inkomen. In 2022 waren er 5.400 huishoudens met een langdurig laag inkomen tot 130% van het sociaal minimum (63% van alle huishoudens met een laag inkomen tot 130% van het sociaal minimum). In 2022 heeft 6,2% van de Zwolse huishoudens al langere tijd een inkomen tot 110% van het sociaal minimum. Dit aandeel is niet tot nauwelijks gewijzigd sinds 2018 (zie figuur 3.1). In figuur 3.1 is ook te zien dat in 2022 9,9% van de Zwolse huishoudens langere tijd een inkomen tot 130% van het sociaal minimum heeft. Dit aandeel lijkt iets af te nemen. De Zwolse percentages liggen iets hoger dan de landelijke cijfers. Figuur 3.1 Ontwikkeling percentage huishoudens met een langdurige laag inkomen tot 110% en 130% van het sociaal minimum, 2017-2023 Percentage (%) langdurige minimahuishoudens
3.1
16,0 14,0
130%
12,0
10,3
10,3
10,3
10,3
10,0
9,9
9,8
10,0
10,3
10,3
10,3
10,1
9,7
9,6
5,8
110%
5,9
6,2
6,3
6,2
6,2
6,2
5,9
6,2
5,9
6,0
5,9
5,8
5,7
2017
2018
2019
2020
2021
2022
10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 Zwolle (werkelijk)
Nederland (werkelijk)
Zwolle (voorlopig)
Nederland (voorlopig)
2023
Bron: CBS IIV
25/86
86
Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
3.2
Huishoudens met langdurig laag inkomen naar kenmerken
Datum
Wanneer we naar de kenmerken van de huishoudens met een langdurig laag inkomen tot 110% van het sociaal minimum kijken, zien we dat eenpersoonshuishoudens zijn oververtegenwoordigd: meer dan driekwart (76%) van de huishoudens met een langdurig laag inkomen is een eenpersoonshuishouden, terwijl 37% van alle Zwolse huishoudens een eenpersoonshuishouden is. Verder zien we in figuur 3.2 dat ouderen oververtegenwoordigd zijn: bij 32% van de huishoudens met een langdurig laag inkomen is de hoofdkostwinner 65 jaar of ouder, ten opzichte van 26% van alle huishoudens in Zwolle. Dit beeld komt overeen met het beeld bij huishoudens met een langdurig inkomen tot 130% van het sociaal minimum. Wel is in die groep het aandeel 65+ nog groter, namelijk 41% (zie figuur B5.1 in bijlage 5). Figuur 3.2 Verdeling huishoudens met langdurig laag inkomen tot 110% van het sociaal minimum, diverse kenmerken, 2022
Alle huishoudens in Zwolle
leeftijd hoofdkostwinner
type huishouden
eenpersoonshuishouden
Minimahuishoudens in Zwolle
37
76
eenoudergezin 7
9
paar zonder kinderen
28
9
paar met kinderen
27
6
overig huishouden 1
0
t/m 24 jaar 2
0
25 t/m 44 jaar
35
29
45 t/m 64 jaar
37
38
65 jaar of ouder
26
32
0%
50%
100%
0%
50%
100%
Bron: CBS IIV
3.3
Huishoudens met langdurig laag inkomen naar inkomensbron Voor het merendeel van de huishoudens die langere tijd een inkomen tot 110% van het sociaal minimum hebben, is een uitkering op grond van een sociale voorziening of een
26/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
pensioen de voornaamste inkomensbron (88%). Van alle huishoudens in Zwolle is dat in 31% van de gevallen zo (zie figuur 3.3). Ook huishoudens met een langere tijd een inkomen tot 130% van het sociaal minimum, hebben vaak een inkomen uit een uitkering of pensioen (83%) (zie figuur B5.2 in bijlage 5). Dat werkloosheidsuitkeringen geen inkomstenbron zijn van huishoudens met een langdurig laag inkomen, komt doordat dit type uitkeringen maximaal twee jaar worden verstrekt. Figuur 3.3 Verdeling huishoudens met langdurig laag inkomen tot 110% van het sociaal minimum naar inkomensbron, 2022
Alle huishoudens in Zwolle
Inkomensbron
werknemer
Minimahuishoudens in Zwolle
58
3
zelfstandige
8
uitkering werkloosheid
0
0
uitkering arbeidsongeschiktheid
3
6
pensioen
uitkering sociale voorziening
3
25
29
59
6
0%
50%
100%
0%
50%
100%
Bron: CBS IIV
3.4
Kinderen in huishoudens met langdurig laag inkomen Het aandeel kinderen dat in Zwolle opgroeit in een huishouden met een langdurig laag inkomen tot 110% van het sociaal minimum, is tussen 2021 en 2022 wat afgenomen: van 3,9% naar 3,6%. Dit aandeel ligt iets boven dan het landelijk gemiddelde en het betreft 1.000 kinderen. De voorlopige cijfers van 2023 voorspellen een verdere (kleine) daling. Ook het aandeel kinderen in een huishouden met een langdurig laag inkomen tot 130% van het sociaal minimum is gedaald tussen 2021 en 2022. Dit aandeel ligt wel onder het landelijk gemiddelde. Ook hierbij is de verwachting dat het aandeel nog wat verder zal dalen (zie figuur 3.4).
27/86
86
Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
Figuur 3.4 Ontwikkeling percentage kinderen in huishoudens met langdurig laag inkomen tot 110% en 130% van het sociaal minimum, 2017-2023
Percentage (%) kinderen in minimahuishoudens
Datum
10
130% 8
6,6 6
6,5
6,5
6,6
6,5 6,0
6,2
110%
6,2
6,1
6,2
6,3 3,9
3,9
3,9
3,9
4,0
3,8
3,7
3,7
3,9
4,0
2017
2018
2019
2020
2021
4
5,9
5,9
5,8
3,6
3,5
3,7
3,6
2022
2023
2
0 Zwolle (werkelijk)
Nederland (werkelijk)
Nederland (voorlopig)
Zwolle (voorlopig)
Bron: CBC IIV
28/86
86
Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
4
Bereik van inkomensondersteunende regelingen in Zwolle
Datum
De gemeente Zwolle heeft inkomensregelingen voor inwoners met een laag inkomen. Deze regelingen zijn bedoeld om te zorgen dat deze inwoners voldoende geld hebben om van te kunnen leven, tegenvallers op te vangen en te participeren. In dit hoofdstuk gaan we in op het gebruik van de volgende inkomensregelingen: 1) uitkering, 2) bijzondere bijstand, 3) zorgkostenregeling, 4) individuele inkomenstoeslag, 5) participatiefonds, 6) studietoeslag, 7) energietoeslag, 8) kwijtschelding van belastingen, 9) regelingen voor kinderen, 10) noodfonds en 11) voedselbank. Aan elk van deze regeling is een paragraaf gewijd. Waar mogelijk geven we de gebruikscijfers weer voor de periode 2017 – 2024.
4.1
Uitkeringen Op grond van de Participatiewet, IOAW en IOAZ verstrekt de gemeente Zwolle uitkeringen aan inwoners voor noodzakelijke kosten zoals huur, elektriciteit en voeding. Deze ondersteuning is tijdelijk. Iemand die een beroep doet op de gemeente voor een uitkering dient zich in te zetten om, zo snel en veel als mogelijk is, zelf voldoende inkomsten te krijgen om het levensonderhoud te bekostigen. In bijlage 7 staan tabellen met aanvullende gegevens over de ontwikkelingen in de tijd van het aantal uitkeringen van de gemeente Zwolle en redenen voor in- en uitstroom.
4.1.1
Aantal uitkeringen, ontwikkeling en populatie In figuur 4.1 is te zien dat het aantal bijstandsuitkeringen dat de gemeente Zwolle verstrekt, sinds 2023 toeneemt: van 3.400 begin 2023 tot bijna 3.700 bijstandsuitkeringen begin 2025. Het aantal is begin 2025 vergelijkbaar met de aantallen begin 2021. Begin 2025 verstrekte gemeente Zwolle 101 IOAW/IOAZ uitkeringen. Dit aantal daalt gestaag sinds 2019. Een verklaring voor deze afname is dat een aantal jaren geleden in de IOAW als extra wettelijke bepaling is opgenomen dat men vóór 1965 moet zijn geboren om in aanmerking te komen voor een IOAW/IOAZ uitkering. In figuur 4.1 is verder te zien dat het aantal uitkeringen dat de gemeente Zwolle verstrekt, met een duur van meer dan 3 jaar, stabiel is sinds begin 2021. Het aandeel uitkeringen met een duur van meer dan 3 jaar is sinds 2022 iets afgenomen: begin 2022 heeft 61% van de uitkeringen een duur van meer dan 3 jaar en begin 2025 was dit 58%.
29/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
Figuur 4.1 Aantal uitkeringen van gemeente Zwolle, naar soort en duur, peildatum 1 januari 2025 4.000 3.500
3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0
duur uitkering
soort
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
In tabel 4.1 is te zien dat in 2025 bijna driekwart (75%) van de huishoudens die afhankelijk zijn van een uitkering (bijstand of IOAW/IOAZ) alleenstaanden zijn. Bij een groot aandeel van deze huishoudens is de hoofdbewoner 55 jaar of ouder (27%). Dit is niet tot nauwelijks gewijzigd in de afgelopen jaren. Tabel 4.1 Huishoudens met uitkering van gemeente Zwolle, naar samenstelling en leeftijd op 1 januari 2025 Kenmerk
2021
2023
2024
2025
2025
gehuwd / samenwonend
13%
13%
13%
13%
472
alleenstaande
72%
72%
74%
75%
2.806
alleenstaande ouder
15%
14%
14%
13%
472
t/m 26 jaar
16%
16%
17%
16%
617
27 t/m 34 jaar
15%
15%
15%
17%
647
35 t/m 44 jaar
20%
19%
19%
19%
709
45 t/m 54 jaar
23%
22%
21%
20%
746
55 jaar en ouder
27%
28%
28%
27%
1.031
Totaal
100%
100%
100%
100%
3.611
Samenstelling huishouden
Leeftijd hoofdbewoner
30/86
86
Datum Titel
4.1.2
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
Instroom en uitstroom uitkeringen Naast de aantallen is het interessant om te bekijken hoe de in- en uitstroom van de uitkeringen zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. In figuur 4.2 is te zien dat de instroom toenam tussen 2022 en 2024. De uitstoom nam juist af tussen 2021 en 2023, maar neemt weer wat toe tussen 2023 en 2024. In 2024 was de instroom hoger dan de uitstroom. Figuur 4.2 Instroom en uitstroom uitkeringen van gemeente Zwolle, 2017-2023
987 883 963
841
812 865
898
747 893
726 771
2018
2019
2020 Instroom
2021
861
2022
756 690 2023
2024
Uitstroom
We hebben ook de reden van de in- en uitstroom uit de uitkeringen geanalyseerd. Daarbij zijn de CBS categorieën samengevoegd tot voor Zwolle relevante categorieën (zie bijlage 2, tabellen B2.1 en B2.2 voor de keuzes die daarbij zijn gemaakt). In figuur 4.3 is te zien dat in 2024 het wegvallen van overige inkomsten en het wegvallen van inkomsten uit werk de meest voorkomende redenen waren voor instroom in een uitkering van de gemeente Zwolle. Ook is er in 2024 een flinke toename te zien in de categorie ‘overige redenen instroom’ ten opzichte van 2023. Deze stijging kan voor een groot deel verklaard worden door een toename in de instroom van statushouders.
31/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
Figuur 4.3 Reden instroom in uitkeringen van gemeente Zwolle, 2018-2024
300
250
200
150
100
50
0
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
In figuur 4.4 is te zien dat uitstroom naar werk de meest voorkomende reden is voor uitstroom uit de uitkering van de gemeente Zwolle, gevolgd door verhuizingen naar een andere gemeente.
32/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
Figuur 4.4 Reden uitstroom uit uitkeringen van gemeente Zwolle, 2018-2024 500 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
In figuur 4.5 is te zien dat jongeren tot en met 26 jaar het grootste aandeel hebben in de jaarlijkse instroom in de uitkeringen van de gemeente Zwolle. In 2024 is in alle leeftijdsgroepen, uitgezonderd de 35-44 jarigen, de instroom toegenomen. De instroom van 55+ers nam elk jaar iets af, maar neemt tussen 2023 en 2024 weer iets toe.
33/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
Figuur 4.5 Leeftijd bij instroom in uitkeringen van gemeente Zwolle, 2018-2024
450 400 350 300 250 200 150 100 50 0 t/m 26 jaar
2018
27 t/m 34 jaar
35 t/m 44 jaar
2019
2021
2020
45 t/m 54 jaar 55 jaar en ouder
2022
2023
2024
In figuur 4.6 is te zien dat de groep t/m 26 jaar het grootste aandeel heeft in de uitstroom uit de uitkeringen van de gemeente Zwolle. Verder zien we bij alle leeftijdsgroepen een toename in de uitstroom, behalve bij de 35-44 jarigen. Dit is in lijn met de toename in de totale uitstroom. Figuur 4.6 Leeftijd bij uitstroom uit uitkeringen van gemeente Zwolle, 2018-2024
300 250 200 150 100 50 0 t/m 26 jaar 2018
27 t/m 34 jaar
35 t/m 44 jaar
2019
2021
2020
45 t/m 54 jaar 2022
2023
55 jaar en ouder 2024
34/86
86
Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
4.2
Bijzondere bijstand
Datum
Wie als gevolg van bijzondere onvoorziene omstandigheden extra noodzakelijke kosten heeft en deze niet zelf kan betalen, kan bijzondere bijstand aanvragen. Voor deze vorm van ondersteuning is het niet goed mogelijk om de omvang van de doelgroep te bepalen. Het is namelijk niet bekend hoeveel huishoudens met een hoger inkomen, vanwege hun uitgavenverplichtingen, in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. Daarom geven we alleen de gebruikscijfers weer. In 2024 maakten 2.386 huishoudens minimaal één keer gebruik van bijzondere bijstand (zie tabel 4.2). Dit is 3,1% van de Zwolse huishoudens. Dit aandeel Zwolse huishoudens dat gebruik maakt van bijzondere bijstand, is stabiel de laatste jaren. Tabel 4.2 Gebruik bijzondere bijstand Doel
Een bijdrage leveren aan de draagkracht van Zwollenaren die bepaalde noodzakelijke kosten vanwege bijzondere omstandigheden niet zelf kunnen opbrengen.
Doelgroep
Alle Zwolse huishoudens
Jaar
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
1.314
1.409
1.475
1.517
1.504
1.442
1.372
1.412
Kosten woonvoorzieningen
431
433
350
355
419
336
367
422
Medische kosten
229
262
320
425
449
462
496
560
Aantal huishoudens Kosten bewindvoering
Overige BB Totaal
750
765
740
814
880
794
729
752
2.188
2.293
2.325
2.423
2.542
2.342
2.235
2.386
In tabel 4.3 staan de kenmerken van de huishoudens die in 2024 bijzondere bijstand ontvingen. We zien dat het relatief vaak eenpersoonshuishoudens zijn die gebruik maken van bijzondere bijstand. Dit is niet verwonderlijk aangezien deze groep ook sterk vertegenwoordigd is binnen de Zwolse huishoudens met een laag inkomen. Daarnaast maken jongeren t/m 24 jaar relatief vaak gebruik van bijzondere bijstand. Dit kan voor een deel te maken hebben met het feit dat uitwonende jongeren tot 21 jaar, die geen beroep kunnen doen op hun ouders, extra bijzondere bijstand ontvangen van de gemeente voor hun levensonderhoud.
35/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
Tabel 4.3 Kenmerken huishoudens met bijzondere bijstand (BB) in 2024, peildatum 1 januari 2025 Kenmerk
% BB
% Zwolle
63 7 11 16 3
38 28 25 6 3
9 47 35 9
4 36 35 26
Samenstelling eenpersoonshuishoudens paar zonder kinderen paar met kinderen eenoudergezin overig Leeftijd hoofdbewoner t/m 24 jaar 25 t/m 44 jaar 45 t/m 64 jaar 65 jaar e.o.
4.3
Zorgkostenregeling Met de zorgkostenregeling wordt het verbruikte eigen risico door inwoners met een laag inkomen deels vergoed. Ook krijgen inwoners met een chronisch ziekte of een beperking en een laag inkomen via deze regeling een vergoeding voor hoge zorgkosten. Verder kunnen inwoners met een laag inkomen elk najaar hulp krijgen bij het kiezen van de juiste zorgverzekering die aansluit bij de persoonlijke zorgbehoefte. Zo wordt ervoor gezorgd dat inwoners alleen voor de zorg die zij werkelijk nodig hebben, betalen. De zorgkostenregeling is voor inwoners met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum. In 2024 werd de zorgkostenregeling bijna 1.200 keer toegekend vanwege hoge zorgkosten en ongeveer 2.200 keer voor de vergoeding van het eigen risico (zie tabel 4.4). Tabel 4.4 Gebruik Zorgkostenregeling Doel Doelgroep Jaar
Een bijdrage leveren in de meerkosten of de kosten van het eigen risico bij inwoners met chronische ziekte en/of lichamelijke beperking. Inwoners wiens inkomen niet hoger is dan 130% van de bijstandsnorm en die hoge zorgkosten hebben. 2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
497
495
571
1.030
1.060
1.523
1.267
1.193
2.272
2.129
2.195
Aantal toekenningen voor hoge zorgkosten* voor vergoeding eigen risico
*Tussen 2016 en 2021 werden hoge zorgkosten vergoed via de regeling tegemoetkoming hoge zorgkosten.
4.4
Individuele inkomenstoeslag De Individuele inkomenstoeslag (IIT) wordt verstrekt aan huishoudens die drie jaar of langer een inkomen hebben van niet meer dan 110% van het wettelijk sociaal minimum9. Het bedrag is vrij besteedbaar, maar wordt wel als een middel gezien bij de
9 Daarnaast zijn er nog enkele voorwaarden, zoals de hoogte van het vermogen.
36/86
86
Datum Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
aanschaf of vervanging van duurzame gebruiksgoederen, zoals een bankstel, koelkast of wasmachine. In 2024 maakten 2.538 huishoudens gebruik van de individuele inkomenstoeslag (zie tabel 4.5). Dit is 4,0% van alle Zwolse huishoudens. Tabel 4.5 Gebruik individuele inkomenstoeslag Doel
Financiële tegemoetkoming voor Zwolse huishoudens die langdurig op een minimuminkomen zijn aangewezen.
Doelgroep
Huishoudens waarvan hoofdaanvrager tussen de 21 en AOW-gerechtigde leeftijd is, met minimaal 3 jaar een inkomen tot 110% van het sociaal minimum*.
Jaar
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Aantal huishoudens
2.486
2.670
2.616
2.754
2.546
2.592
2.609
2.538
* Daarnaast zijn er nog enkele voorwaarden, zoals de hoogte van het vermogen
4.5
Participatiefonds Als een inwoner een laag inkomen heeft, lang ziek is of een beperking heeft, is het vaak moeilijk om rond te komen. Meestal blijft er weinig geld over voor zaken als theaterbezoek of een lidmaatschap bij een sportvereniging. Om het mogelijk te maken dat inwoners toch kunnen meedoen aan culturele, maatschappelijke of sportieve activiteiten, is er sinds 2017 het Participatiefonds. Volwassenen tot de AOWgerechtigde leeftijd met een laag inkomen kunnen een tegemoetkoming krijgen in de kosten voor zaken als een lidmaatschap van de Stadkamer, vervoer, entree voor een sportgelegenheid, een lidmaatschap van een sportvereniging of een museumkaart. Een volwassene kon tot en met het jaar 2024 voor maximaal twee soorten kosten een bijdrage krijgen. Per kostensoort is de bijdrage € 60. Vanaf 2025 is deze regeling vereenvoudigd. Er wordt een bedrag € 120,- uitbetaald, het gebruik van het geld hoeft niet verantwoordt te worden en het is mogelijk gemaakt om ambtshalve te verstrekken van het Participatiefonds aan inwoners met een bijstandsuitkering na de eerste aanvraag. In tabel 4.6 is te zien dat in 2024 3.268 huishoudens een bijdrage hebben gekregen uit het Participatiefonds. Tabel 4.6 Gebruik Participatiefonds Doel
Een bijdrage leveren in de meerkosten voor de maatschappelijke participatie van volwassenen.
Doelgroep
Huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum (van 18 jaar tot AOW gerechtigde leeftijd) en chronisch zieken met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum.
Jaar
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Aantal huishoudens
1.668
2.846
2.502
2.663
2.732
3.198
2.757
3.268
37/86
86
Titel
September 2025 Armoede- en Schuldenmonitor Zwolle 2025
4.6
Studietoeslag
Datum
Studenten die door ziekte of een beperking onvoldoende kunnen bijverdienen naast hun studie, kunnen een studietoeslag aanvragen. Door een wijziging van de wetgeving rond de studietoeslag wordt deze sinds 1 april 2022 (bij nieuwe aanvragen) per maand uitbetaald. Daarvoor vond de uitbetaling eens per schooljaar plaats. In 2024 ontvingen 81 studenten een studietoeslag. Dit is iets meer dan in het jaar daarvoor toen 77 studenten een studietoeslag ontvingen, zie tabel 4.7. Tabel 4.7 Gebruik Studietoeslag Doel Doelgroep Jaar
4.7
Een bijdrage leveren aan studenten die door een ziekte of beperking naast hun studie onvoldoende bij kunnen verdienen. Jongeren van 15 jaar en ouder die recht hebben op studiefinanciering. 2022
2023
2024
Aantal aanvragen
81
101
121
Aantal toegekende aanvragen
51
77
83
Energietoeslag De energietoeslag is bedoeld om huishoudens met een laag inkomen deels te compenseren voor de gestegen energieprijzen. De energietoeslag is aanvullend op maatregelen van het Rijk, zoals het ingestelde energieprijsplatform over 2023. De doelgroep voor de Energietoeslag waren inwoners met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum. De Energietoeslag 2023, die € 800 bedroeg, is 7.870 keer verstrekt. Dit is minder vaak dan de Energietoeslag 2022 die 10.588 keer is verstrekt. Dat de Energietoeslag 2023 minder vaak is verstrekt dan de Energietoeslag 2022 komt doordat de energieprijzen in 2023 zijn gedaald en er dus minder aanleiding was voor het aanvragen van de Energietoeslag. Een andere reden voor de afname in het aantal verstrekkingen is dat de Energietoeslag 2023 niet kon worden aangevraagd door studenten en jongeren tot 21 jaar. Dit was bij de Energietoeslag 2022 wel het geval. Tot 1 juli 2024 kon de energietoeslag 2023 worden aangevraagd. In 2024 is de energietoeslag nog 384 keer toegekend. De 384 toekenningen in 2024 gaan om het restant toekenningen over 2023. Dat kan nog gaan om nieuwe aanvragen, maar ook afronding van ambtshalve toekenningen.
4.8
Kwijtschelding van gemeentebelasting Mensen met een laag inkomen kunnen kwijtschelding krijgen voor hun gemeentelijke belastingen. Dit betekent dat zij de belastingaanslag (gedeeltelijk) niet hoeven te betalen. Hierbij geldt als inkomensgrens tot 100% van het sociaal minimum. Daarnaast wordt naar het vermogen gekeken en worden de kosten van kinderopvang meegenomen in de beoordeling van de aanvraag.