9a. Eerste bestuursrapportage 2025 - definitief
Tekst van het document
EERSTE BESTUURSRAPPORTAGE 2025
Januari tot en met april 2025
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ........................................................................................................................ 3 1.1
2.
Aanleiding, opdracht en gevolgde werkwijze ..................................................... 3
Beleidsmatige stand van zaken ................................................................................... 4 2.1
Indeling.............................................................................................................. 4
2.2 Brandweerzorg .................................................................................................. 5 2.2.1 Wat gaan we doen?........................................................................................... 5 2.2.2 Stand van zaken na vier maanden .................................................................... 5 2.3 Risico- en crisisbeheersing ................................................................................ 7 2.3.1 Wat gaan we doen?........................................................................................... 7 2.3.2 Stand van zaken na vier maanden .................................................................... 9 2.4 Ondersteuning ................................................................................................. 13 2.4.1 Wat gaan we doen?......................................................................................... 13 2.4.2 Wet openbare overheid ................................................................................... 14 2.4.3 Stand van zaken na vier maanden .................................................................. 15 3.
Bedrijfsvoering ............................................................................................................17 3.1.1 Stand van zaken na vier maanden .................................................................. 17 3.1.2 Aanvullende informatie .................................................................................... 21
4.
Financiële stand van zaken ........................................................................................22 4.1
Toelichting resultaat 2025 ............................................................................... 23
4.2 Toelichting incidentele afwijkingen................................................................... 25 4.2.1 Personeelskosten ............................................................................................ 25 4.2.2 Huisvestingskosten ......................................................................................... 26 4.2.3 Brandweermaterieel ........................................................................................ 27 4.2.4 Opleiden & oefenen ......................................................................................... 27 4.2.5 Automatisering & verbindingen ........................................................................ 28 4.2.6 Rente .............................................................................................................. 28 4.2.7 Beheerskosten ................................................................................................ 29 4.2.8 Overige kosten ................................................................................................ 29 4.2.9 Baten ............................................................................................................... 30 4.2.10 Algemene dekkingsmiddelen .................................................................... 31 4.3 Gewijzigde financiële overzichten ....................................................................
31 4.3.1 Overzicht baten en lasten ................................................................................ 31 4.3.2 Overzicht taakvelden ....................................................................................... 32 4.3.3 Specificatie taakveld overhead (0.4) ................................................................ 32 5.
Bijlage 1: gegevens per gemeente .............................................................................33
6.
Bijlage 2: oorzaken overschrijding opkomsttijden ...................................................39
2
1. Inleiding 1.1 Aanleiding, opdracht en gevolgde werkwijze Elf gemeenten hebben hun taken op het gebied van brandweer en crisisbeheersing via een gemeenschappelijke regeling ondergebracht bij Veiligheidsregio IJsselland. Veiligheidsregio IJsselland bestrijdt incidenten waar het moet, maar beperkt nog liever risico’s waar het kan. Daarvoor staan wij zeven dagen per week, 24 uur per dag klaar met kennis, mensen en middelen. We investeren in ons vakmanschap, in verbinding met onze partners en in een sterke interne binding met ons vak en onze collega’s. Nieuwe ontwikkelingen en risico’s in het veiligheidsdomein vragen om een flexibele invulling van onze rol. In de Financiële verordening Veiligheidsregio IJsselland staat dat het dagelijks bestuur het algemeen bestuur informeert over de realisatie van de programmabegroting door middel van tussentijdse rapportages. Deze eerste bestuursrapportage 2025 geeft aan wat de veiligheidsregio in de maanden januari tot en met april gedaan heeft en wat dat gekost heeft. De inrichting van deze tussentijdse rapportage sluit aan bij de indelingssystematiek van de programmabegroting. De rapportages gaan in op afwijkingen in de lasten en baten (begrotingswijzigingen) en de geleverde prestaties. Deze rapportage dient voor 15 juni door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur aangeboden te worden.
Hoofdstuk 2 gaat over de beleidsmatige stand van zaken van de uitvoering van de programmabegroting. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de bedrijfsvoering. Tot slot wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de financiële stand van zaken. Onderdeel hiervan zijn twee verplichte overzichten, namelijk het aangepaste overzicht taakvelden en het overzicht van baten en lasten.
Afbeelding 1: CoPI-tweedaagse in Attractiepark Slagharen op 25 en 26 maart 3
2. Beleidsmatige stand van zaken 2.1 Indeling De inrichting van deze eerste bestuursrapportage dient volgens de financiële verordening aan te sluiten op de indelingssystematiek van de programmabegroting. De rapportage moet onder andere ingaan op afwijkingen in de geleverde inhoudelijke prestaties. Dit hoofdstuk brengt de stand van zaken in beeld. De begroting van het jaar 2025 kent een andere opzet. Vanaf nu volgt de begroting een indeling die past bij de organisatiestructuur, die sinds 2024 geldt. Hierdoor is het verdeeld in twee afzonderlijke uitvoeringsprogramma’s ‘Brandweerzorg’ en ‘Risico- en crisisbeheersing’ aangevuld met ‘ondersteuning’. Deze bestuursrapportage kent dezelfde indeling. In de begroting staat bij elk onderdeel: Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? De van belang zijnde prestatie-indicatoren. Dit hoofdstuk bevat per onderdeel de tekst van de begrotingsprestaties van het aandachtspunt ‘Wat gaan we daarvoor doen?’. In een tabel onder ieder onderdeel staat per prestatie-indicator wat de stand van zaken van de uitvoering van de begroting na vier maanden is. Die stand van zaken is op de volgende manier aangegeven: Er is of zal worden voldaan aan de prestatie-indicator. Het is de vraag of dit jaar voldaan wordt aan de prestatie-indicator. Er wordt dit jaar niet meer voldaan aan de prestatie-indicator/ de actie wordt niet meer uitgevoerd.
In de bijlage zijn prestatiegegevens per gemeente opgenomen in de vorm van tabellen of staafdiagrammen. De informatie over ‘Wat gaat het kosten?’ staat in het hoofdstuk ‘Financiële stand van zaken’.
4
2.2 Brandweerzorg Deze paragraaf beschrijft wat de stand van zaken na vier maanden is van de wettelijke taken die wij uitvoeren op het gebied van Brandweerzorg.
2.2.1 Wat gaan we doen? We houden brandweerposten operationeel en paraat. Van daaruit leveren we 24 uur per dag, zeven dagen per week brandweerzorg met opgeleide en geoefende mensen (vrijwillig en beroeps) en adequaat materieel en materiaal. We bereiden ons voor op het bestrijden van branden en op hulpverlening bij ongevallen anders dan brand. Dit doen we door het aanbieden van een opleidings-, trainings- en oefenprogramma, dat jaarlijks wordt geactualiseerd. Daarnaast spelen bij de brandweer nog een aantal landelijke ontwikkelingen. Binnen de herijking van de wet veiligheidsregio’s gaat het om bovenregionale en landelijke brandweersamenwerking, met name op het gebied van de gezamenlijke slagkracht. Tot slot speelt de herziening van het onderwijsstelsel.
2.2.2 Stand van zaken na vier maanden Nr.
Prestatie-indicator
Bijzonderheden
Brandweerzorg 1.
Inzet van de brandweer vindt plaats conform het vastgestelde dekkingsplan.
In de eerste vier maanden van 2025 is bij 98,83% van de uitrukken voldaan aan de in het dekkingsplan vastgestelde normtijden. Bij de resterende 1,17% van de incidenten is sprake van een overschrijding van de gebiedsgerichte opkomsttijd. Deze meldingen betroffen incidenten binnen categorie I en II gebieden, zijnde woningen en gebouwen met overwegend zelfredzame personen, inclusief industriële objecten. De mate van overschrijding van de gehanteerde bandbreedte varieerde van enkele seconden tot maximaal 86 seconden. De onderliggende oorzaken van de overschrijdingen zijn divers van aard en omvatten onder meer verkeershinder, vertraagde uitruk, alsmede een latere statusmelding van aanwezigheid ter plaatse door het voertuig.
5
Nr.
Prestatie-indicator
Bijzonderheden
2.
Het opleidings-, trainingsen oefenprogramma voor de brandweer is actueel en uitgevoerd.
Het opleiden, trainen en oefenen van de brandweer gaat goed. Door grotere doorstroom van brandweermedewerkers hebben we een financiële bijstelling van de begroting moeten doen om meer klassen met manschappen op te leiden. Vanaf dit jaar leiden we dan ook 5 klassen manschappen op, in plaats van 3 klassen in het verleden. Er is hard gewerkt om een nieuwe elektronische leeromgeving (ELO) in huis te halen, die in het 1e kwartaal van 2025 voor de opleidingen in gebruik is genomen. Vanaf het 2e kwartaal 2025 wordt gewerkt om de ELO ook geschikt te krijgen voor de oefeningen op de posten. Het kwaliteitsregistratiesysteem m.b.t. oefenen, het zogenoemde “Veiligheidspaspoort”/react, wordt in 2025 opnieuw aanbesteed
3.
Brandweermaterieel en materiaal wordt aangeschaft en onderhouden volgens de investeringsplanning en het onderhoudsplan.
Het onderhoud en de investeringen lopen op schema.
4.
De alarmeringsregelingen, werkprocessen en multidisciplinaire informatievoorziening van brandweer en crisisbeheersing in de meldkamer zijn in orde.
De gezamenlijke meldkamer is sinds maart 2023 operationeel. Uit de eerste evaluatie blijkt dat er nog de nodige verbeterpunten zijn. Daarvoor is inmiddels een voorstel opgesteld. Tegelijkertijd functioneert de kern van het proces, van het 112-gesprek tot de inzet op straat, goed.
Afbeelding 2: IJssellandse brandweer in actie.
6
2.3 Risico- en crisisbeheersing 2.3.1 Wat gaan we doen? In 2024 zijn de onderdelen van het programma ‘De crisis van morgen’ geborgd in de staande organisatie en is er een start gemaakt met het verder implementeren van de actiepunten. Dit is voortgezet in 2025. De focuspunten hierin zijn de onderdelen: 1. Risico’s in beeld 2. Risicoreductie 3. Voorbereiden op incidenten Deze focuspunten maken onderdeel uit van een bredere ontwikkeling voor risico- en crisisbeheersing. Hierbij wordt ingezet op een verdere samenwerking tussen de verschillende teams binnen de veiligheidsregio, samen met onze partners. Zo willen we stappen zetten op het gebied van informatievoorziening, risicoreductie en vakbekwaamheid. Door het verbinden van kennis en talenten over de teams heen kunnen we beter invulling geven aan onze ambities; binnen de regio maar ook bovenregionaal. In samenwerking met de gemeenten wordt het programma ‘Veilig Leven’ verder ontwikkeld tot een programmaplan dat zich richt op het versterken van maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht. Deze versterking betreft het in kaart brengen van risico’s, het verkleinen ervan, de voorbereiding op incidenten én het herstel na een crisis. Dit vraagt om een actief en goed functionerend netwerk van betrokken partijen, waaronder overheden, vitale aanbieders, het bedrijfsleven, vrijwilligers en anderen.
Binnen dit netwerk staan het delen van kennis en expertise, trainen en oefenen, het vergroten van publieke paraatheid, risicocommunicatie, bewustwording en een gecoördineerde inzet bij incidenten en crises centraal. De inzet op #Vet Veilig en lespakketten op scholen is op een laag pitje gezet vanwege een heroriëntering in het kader van Veilig Leven gecombineerd met het programma Weerbaarheid en Veerkracht en de financiële ontwikkelingen. Dit vraagt om herverdeling van capaciteit en financiële middelen.
Afbeelding 3: Programma Weerbaarheid en Veerkracht
7
De veiligheidsregio blijft aandacht hebben voor het selectieproces van piketfunctionarissen, het aanbieden van een opleidings-, trainings- en oefenprogramma en het faciliteren van de teams met de juiste middelen, planvorming, het continu evalueren van inzetten en oefeningen en het vakbekwaam houden van de crisisfunctionarissen. De crisisorganisatie en de daarbij behorende processen zijn vastgelegd in een door het algemeen bestuur vastgesteld crisisplan. Op het niveau van de vijf veiligheidsregio’s in Oost-Nederland (Oost-5) wordt de samenwerking geïntensiveerd. In 2024 zijn hiertoe thema’s geprioriteerd en aanvullende opdrachten geformuleerd. Hier wordt in 2025 verder aan gewerkt. Hierbij kan worden gedacht aan het continueren van een gezamenlijke planvorming, gezamenlijk ontwikkelen van trainings- en oefenprogramma’s en het uitwisselen van piketfunctionarissen. Bevolkingszorg en de GHOR gaan mee in de ontwikkelingen van de veiligheidsregio in relatie tot risicogericht werken en het verstevigen van de informatievoorziening. De GHOR trekt daarbij – in nauwe samenwerking met de GGD – het thema ziektegolf. Ook wordt in 2025 de herziening van het zorgrisicoprofiel voorbereid. In opdracht van de gemeenten coördineren wij, in het kader van de crisisbeheersing, het proces van bevolkingszorg.
Ook de GHOR, waarvoor de DPG eindverantwoordelijk is, is organisatorisch ingebed binnen de poot crisisbeheersing van de veiligheidsregio. De processen van bevolkingszorg worden aangepast op basis van het landelijke uniform kwaliteitsniveau, landelijke projecten en nieuwe wetgeving. In 2025-2026 zal meer duidelijk worden welke kwaliteitsslag nodig is en wat dat betekent voor de organisatie van bevolkingszorg in IJsselland. De aanpassing van de organisatie van bevolkingszorg en de daarbij behorende processen worden vastgelegd in het Handboek Bevolkingszorg. In de zorgsector wijzigt er de komende jaren veel. Bijvoorbeeld het centraal organiseren van faciliteiten en het versterken van netwerken. De GHOR zal blijven zorgen voor een goede aansluiting op de netwerkpartners binnen de zorg, een vertaling van de ontwikkelingen naar de regio en het eventueel aanpassen van processen. De DPG, en daarmee het GHORbureau als uitvoerende organisatie, zorgt voor de afstemming tussen de zorg, publieke veiligheid en publieke gezondheid. Deze taak is op te splitsen in drie rollen, namelijk: 1. Toezien op en rapporteren aan het bestuur van de Veiligheidsregio over de mate van voorbereiding van de zorg op crisisomstandigheden, met als doel om de ketencontinuïteit van zorg te waarborgen; 2.
Zorgen voor afstemming tussen de sectoren zorg, publieke veiligheid en publieke gezondheid, zowel in crisisomstandigheden als daarbuiten, en zorgen voor operationele sturing op de geneeskundige hulpverlening via de GHORcrisisfuncties; 3. Adviseren over (zorg)risico’s en over operationele voorbereiding in zowel in de koude, lauwe als warme fase. De in 2024 ingevoerde nieuwe Omgevingswet heeft invloed op de werkzaamheden van de veiligheidsregio, specifiek op de werkzaamheden van de teams Risicobeheersing: De advisering wordt meer integraal opgesteld vanuit zowel brandweerzorg, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening. De advisering van bevoegd gezag krijgt meer en meer een beleidsmatig karakter.
8
2.3.2 Stand van zaken na vier maanden Nr.
Prestatie-indicator
Bijzonderheden
1.
Uitvoering geven aan prestatie-indicatoren voortkomend uit de landelijke agenda crisisbeheersing.
De landelijke agenda bestaat uit drie onderdelen:
Versterken voorbereiding en paraatheid Versterken van een weerbare samenleving Bevorderen van kwaliteit en professionaliteit
Voor alle drie de onderdelen zijn acties opgenomen in het teamplan om tot concrete uitvoering te komen. 2.
Een werkend procesmodel in relatie tot risicogericht werken, waar aandacht is voor de drie pijlers uit de landelijke agenda crisisbeheersing.
Risico gericht werken wordt als de centrale methodiek ingebouwd binnen de gehele PDCA-cyclus, om beter voorbereid te zijn op crises.
3.
Een programmaplan dat gericht is op het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht.
In de afgelopen maanden is bij diverse gemeenten, gemeenteraden en bij partners een roadshow gehouden met doelstellingen zoals een gezamenlijke ‘sense of urgency’ en eenzelfde taal spreken. In het AB na de zomer van 2025 zal dit leiden tot besluitvorming over een programmatische aanpak op het gebied van weerbaarheid en veerkracht.
4.
Het lespakket #VetVeilig wordt door 20% van de scholen in IJsselland gebruikt.
De inzet op #Vet Veilig en lespakketten op scholen is op een laag pitje gezet. Dit vanwege een heroriëntering in het kader van Veilig Leven, gecombineerd met het programma Weerbaarheid en Veerkracht en de financiële ontwikkelingen. Dit vraagt om herverdeling van capaciteit en financiële middelen.
9
Nr.
Prestatie-indicator
Bijzonderheden
5.
Crisisteams en crisisexperts worden ingezet bij alle acute crises, en op verzoek van een burgemeester of voorzitter veiligheidsregio bij nietacute crisissituaties of incidenten en/ of risico’s in de gemeente.
Een groep van 10 crisismanagers is inmiddels opgeleid en beschikbaar. Het is belangrijk dat ze vlieguren maken en de kans krijgen in deze rol te oefenen om steeds beter voor te bereiden op een grote crisis of de nafase daarvan.
6.
Het opleidings-, trainingsen oefenprogramma voor de crisisfunctionarissen, de Bevolkingszorgfunctionarissen, en de GHOR-functionarissen is actueel, uitgevoerd en in lijn met de gezamenlijke visie op leren en ontwikkelen.
Het multidisciplinaire OTO-programma (opleidings- trainings- en oefenprogramma) voor de crisisfunctionarissen krijgt steeds meer de juiste plek binnen het kwaliteitssysteem. Uitvoering van dit programma ligt op schema.
7.
Inzet van de crisisorganisatie bij rampen, crisis en andere incidenten wordt in alle gevallen geëvalueerd conform het evaluatiebeleid. Leerpunten worden gerapporteerd aan de veiligheidsdirectie en het algemeen bestuur.
Alle inzetten zijn geëvalueerd en indien nodig en/of gewenst zijn leerarena’s georganiseerd.
8.
Er vindt uitvoering plaats van de geprioriteerde samenwerkingsthema’s binnen de vijf veiligheidsregio’s in OostNederland (Oost-5).
Nu de overlegstructuur verbeterd is, wordt de samenwerking ook beter geborgd.
Risicobeheersing
10
Nr.
Prestatie-indicator
Bijzonderheden
9.
Alle aanvragen van provincie en gemeenten om een advies van de veiligheidsregio worden beoordeeld (betreft onder andere evenementen, ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen). Afhankelijk van het ingeschatte risico wordt de aanvraag wel of niet inhoudelijk behandeld. Advisering is gebaseerd op een multidisciplinaire analyse van de voorliggende vraag.
Voor ruimtelijk plannen en omgevingsvergunningen zijn er nieuwe afspraken met gemeenten gemaakt over de manier van aanleveren van de adviezen. Dit geldt ook voor wanneer de Veiligheidsregio maatwerkadviezen maakt en wanneer een standaardadvies voldoende is.
10.
In ieder advies op een omgevingsvergunning is een paragraaf ‘risicogerichtheid’ opgenomen. In deze paragraaf staat een advies, aanvullend op de wettelijke regels, gericht op het verder beperken van onveilige situaties.
11.
Er wordt jaarlijks toezicht gehouden op de meest risicovolle bedrijven in de regio (de Sevesoinrichtingen), dit doen we samen met de Omgevingsdienst en de Nederlandse Arbeidsinspectie. GHOR
12.
Partners in de zorgsector melden incidenten met (mogelijke) keteneffecten bij de operationele GHORorganisatie.
De acute-zorgpartners deelden voorziene risico’s voor de ketencontinuïteit van zorg met de partijen binnen het Regionaal Overleg Acute Zorgketen, en daarmee met de GHOR. De GHOR zorgde ervoor dat de relevante informatie via het VIK multidisciplinair werd gedeeld.
11
Nr.
Prestatie-indicator
Bijzonderheden
13.
Wij hebben regionaal zicht op de mate waarin onze adviezen worden overgenomen, en wat de afweging was als dit niet gebeurde.
Onze evenementenadviezen worden overgenomen in de vergunningen. De wijze van controle op naleving van de voorwaarden verschilt per gemeente.
14.
Bij alle risico’s in het regionaal (zorg-) risicoprofiel hebben wij informatiebronnen.
Het project ‘witte informatiebron’ heeft bruikbare resultaten opgeleverd. Daarnaast is de bijdrage vanuit de zorgsector (via de GHOR) ten behoeve van het veiligheidsbeeld sterk verbeterd ten opzichte van voorgaande jaren. Tegelijkertijd is de conclusie dat dit proces, o.a. vanwege personeelswisselingen en veranderde situaties bij zorgpartners, voortdurend aandacht behoeft vanuit de GHOR.
Bevolkingszorg 15.
Uitvoering geven aan de landelijke kwaliteitseisen bevolkingszorg.
Dit project loopt landelijk achter op schema. In IJsselland is Bevolkingszorg georganiseerd in de landelijke lijn en op orde.
16.
Processen in relatie tot nafase en herstel zijn geactualiseerd en geïmplementeerd.
De crisismanagers zijn opgeleid en beschikbaar. Dit betekent dat zij inzetbaar zijn als technisch voorzitter, in de trainingen, nafase (RCT) en het begeleiden van sessies voorwaarts denken op alle beleidsterreinen binnen een gemeente.
17.
Bevolkingszorg is een partner in de uitwerking van de pijler ‘weerbare en veerkrachtige samenleving
Bevolkingszorg doet volledig mee aan het programma van Weerbaarheid en Veerkracht en pakt daarin haar taak op. Op landelijk niveau is dit nog niet het geval. Dit heeft de aandacht van de RCDV en de vakraad Risico- en Crisisbeheersing.
12
2.4 Ondersteuning 2.4.1 Wat gaan we doen? We intensiveren de betrokkenheid van gemeenteraden door verdere invulling te geven aan de nieuwe mogelijkheden die de Wet gemeenschappelijke regelingen biedt. Dit krijgt in 2025 vorm door op vaste basis een platform te bieden waar raadseleden en de vier gemeenschappelijke regelingen elkaar periodiek treffen om invulling te geven aan die betrokkenheid. We bereiden ons voor op de wet als opvolger van de Wet veiligheidsregio’s die naar verwachting in 2026 in werking treedt, als uitwerking van de contourennota Versterking crisisbeheersing en brandweerzorg. We maken de stappen die nodig zijn om te voldoen aan wetgeving als Woo, Wep, AVG en het Besluit digitale toegankelijkheid overheid. Eind 2025 zal een nieuwe website ontwikkeld en gelanceerd worden. De website zal voldoen aan alle relevante nieuwe wetgeving op dit gebied (o.a. digitale toegankelijkheid en informatieveiligheid). Daarnaast zal risico- en crisiscommunicatie meer aandacht krijgen. We richten een informatieknooppunt in dat aansluit op het landelijk informatieknooppunt. Informatie wordt met partners en overige veiligheidsregio’s gedeeld, gezamenlijk geduid en op basis van deze informatie worden risico’s ingeschat en eventuele acties bepaald. Hiermee versterken we de informatiepositie en kunnen we gemeenten sneller informeren en meenemen in de bestaande risico’s.
Daarnaast willen we dat dit informatieknooppunt in de regio niet alleen beschikbaar is voor risico- en crisisbeheersing, maar ook doorontwikkeld wordt voor de brandweer en bedrijfsvoering. Voor de kantooromgeving wordt samen met de GGD momenteel de migratie naar Microsoft 365 uitgevoerd. Hiermee zijn we in staat om aan te sluiten op landelijke standaarden voor samenwerking. Ook de informatiebeveiliging zal zich blijven ontwikkelen. We gaan doorgroeien naar BIOniveau 4. De Europese regelgeving op het gebied van informatieveiligheid, NIS2, zal waarschijnlijk nog aanvullende eisen met zich meebrengen. We kiezen daarbij een risicogerichte strategie, omdat het simpelweg ondoenlijk is alle risico’s te mitigeren. Afwegingen op basis van kansen en effecten zijn daarom noodzakelijk. Daarnaast gaan we ons aansluiten op de landelijke SOC/CERT-voorziening voor veiligheidsregio’s. Zeer waarschijnlijk wordt de gehele veiligheidsregio, of verschillende processen daarbinnen, aangewezen als vitale sector door de rijksoverheid. Dit zal ook eisen stellen aan de informatiebeveiliging. Er komt een nieuw breedband communicatiesysteem voor de hulpdiensten. Dit systeem dient onder andere ter vervanging van het huidige C2000. Naast spraak zijn er dan ook nieuwe data-opties mogelijk zoals sensoren, telemetrie en video. Deze verbeteringen zijn in zicht maar kosten veel ontwikkeltijd.
Het werkveld houdt er rekening mee dat het huidige C2000 systeem in de periode 2030-2034 wordt vervangen. De ontwikkelingen lopen en Veiligheidsregio IJsselland is via landelijke netwerken aangesloten en draagt hiermee bij aan de ontwikkeling. 13
2.4.2 Wet open overheid De Wet open overheid (Woo) bepaalt (in artikel 3.5) dat bestuursorganen jaarlijks in de begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens voor de uitvoering van de Woo. GGD en de veiligheidsregio vormden in mei 2022 samen een projectteam om na te gaan en te adviseren over wat er nodig is om tot een goede in- en uitvoering van de Woo te komen, op korte en langere termijn. De direct noodzakelijke maatregelen, die het projectteam adviseerde, zijn ingevoerd. Het beleid voor 2025 (en volgende jaren) zal zich met name richten op zogenaamde ‘grotere’ Woo-onderwerpen, waarvoor ook landelijk beleid bekend is of in ontwikkeling is. Intern hebben deze onderwerpen raakvlakken met meerdere disciplines in beide organisaties en/of effecten voor veel medewerkers. De bedoelde ‘grotere’ onderwerpen zijn: Invoering van het verplicht actief openbaar maken van aangewezen documenten. De rijksoverheid werkt de wettelijke lijst met aangewezen documenten verder uit. Dit gebeurt in meerdere tranches vanaf 2024, zodat de verplichtingen gefaseerd kunnen worden ingevoerd. Verdere verbetering van informatiehuishouding. In overleg met de rijksoverheid stelde de VNG voor gemeenten een meerjarenplan op, dat vereisten bevat voor de beoogde informatiehuishouding en een soort fasering en planning van te nemen maatregelen.
GGD IJsselland en Veiligheidsregio IJsselland sluiten daarbij aan, omdat het ruimte biedt om de fasering van de maatregelen af te stemmen op de beoogde tijdlijn en de beschikbare kennis/menskracht van de eigen IM- en ICT-projecten. Invoering richtlijnen voor gebruik en bewaring van email- en appberichten. Het ACOI (onafhankelijk adviesorgaan voor openbaarheid en informatievoorziening) adviseerde in 2023 aan de regering om beleid voor het bewaren van digitale berichten (email, apps, sms). De kern is om alleen de berichten van personen in sleutelfuncties (bestuurders en ambtelijke top) structureel, als geheel en zoveel mogelijk geautomatiseerd, op te slaan in het beheerssysteem van de organisatie. De raakvlakken van de ‘grotere onderwerpen’ met meerdere disciplines en/of effecten voor veel medewerkers maken goede communicatie daarover essentieel. Dit gebeurt aan de hand van het communicatieplan dat voor de Woo is opgesteld.
14
2.4.3 Stand van zaken na vier maanden Nr.
Prestatie-indicator
Bijzonderheden
1.
De betrokkenheid van raadsleden bij de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio IJsselland is structureel geborgd.
Dit jaar worden de eerste fysieke bijeenkomsten georganiseerd voor raadsleden. Ook is er een start gemaakt met het digitale platform. Zowel de bijeenkomsten als het platform moeten de betrokkenheid van raadsleden bij Veiligheidsregio IJsselland doen toenemen. Hierin wordt intensief opgetrokken met de OD, GGD en RSJ.
2.
We voldoen aan de minimale eisen van de Woo, Wep, AVG en digitale toegankelijkheid.
Woo: We voldoen aan de eerste tranche van de Woo en wachten landelijke berichtgeving af over de navolgende tranches om verdere stappen en voorbereiding uit te kunnen voeren. AVG: We hebben een goede basis gelegd om toe te werken naar een acceptabel volwassenheidsniveau. Wep: We voldoen aan de Wep, maar dit dient nog structureel geborgd te worden. Digitale toegankelijkheid: De website voldoet voor 70% aan de gestelde eisen vanuit digitale toegankelijkheid. De eisen rondom digitale toegankelijkheid worden meegenomen in de ontwikkeling rondom een nieuwe website.
3.
De vernieuwde website wordt ingezet voor risicoen crisiscommunicatie.
Het project voor het vernieuwen van de website start in het tweede kwartaal van 2025 met een doorlooptijd van een klein jaar.
4.
Het informatieknooppunt is operationeel.
Het VIK is een organisatieonderdeel dat: 1. signalen over actuele en toekomstige veiligheidsrisico’s voor de regio oppikt; 2. data over deze risico’s ontsluit, analyseert en laat duiden door inhoudelijk experts; 3. informatieproducten over deze risico’s produceert, die mensen binnen en buiten onze organisatie helpen om passende maatregelen te treffen. Inmiddels levert het VIK op alle drie de onderdelen en wordt er op alle onderdelen ook gewerkt aan verdere 15
Nr.
Prestatie-indicator
Bijzonderheden
ontwikkeling, samenwerking en uitwisseling van informatie met partners. 5.
De kantooromgeving draait operationeel op Microsoft 365.
In mei 2025 is de organisatie succesvol gemigreerd naar Microsoft 365, waarbij de kernfunctionaliteiten inmiddels operationeel zijn. De komende periode staat in het teken van het gestructureerd afhandelen van de meest urgente migratievraagstukken. Hiermee creëren we de noodzakelijke basis om gericht te kunnen door ontwikkelen en optimaliseren van het Microsoft 365platform ten behoeve van een efficiëntere en toekomstbestendige digitale werkomgeving.
6.
De informatiebeveiliging is versterkt tot op BIO-niveau 4.
In april is er een audit geweest waaruit een score van 2,7 op een schaal van 5 is gescoord. Er ligt een goede basis met het informatiebeveiligingsbeleid. Belangrijkste aandachtspunten zijn om toegepaste maatregelen ook goed in beleid weg te zetten.
7.
Er is een start gemaakt met de inrichting van een SOC/ CERT voorziening op sectorniveau.
We zijn aangesloten bij de landelijke projectgroep waarin gezamenlijk wordt bepaald aan welke eisen een SOC/CERT moet voldoen. De daadwerkelijke investering wordt individueel opgepakt. Op dit moment hebben we een contract met een CERT en hebben we een externe partij die deels geautomatiseerd en deels fysiek delen van het netwerk monitort.
8.
We starten voorbereidend voor de uitrol van het nieuwe breedband communicatiesysteem.
Het werkveld houdt er rekening mee dat het huidige C2000 systeem in de periode 2030-2034 wordt vervangen. De ontwikkelingen lopen en Veiligheidsregio IJsselland is via landelijke netwerken aangesloten en draagt hiermee bij aan de ontwikkeling.
16
3. Bedrijfsvoering De paragraaf Bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken van de voornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering, zoals opgenomen in de begroting 2025. De voornemens uit de begroting staat in onderstaande tabel bij ‘prestatie-indicator’.
3.1.1 Stand van zaken na vier maanden Nr.
Prestatie-indicator
Bijzonderheden
HRM 1.
HRM- de basis op orde De basisvoorzieningen op het gebied van salarisadministratie en advies op orde houden. In de huidige arbeidsmarkt is het daarnaast van belang dat we een goed en adequaat onboardingstraject hebben voor nieuwe managers en medewerkers.
De basis is nog op orde. We gaan vanaf Q3 ons voorbereiden op de aanbesteding van ons salarissysteem. Daarnaast kijken we ook naar adequate ondersteuning op het gebied van functioneel beheer. Ons onboardingtraject voor managers en medewerkers staat en wordt periodiek geëvalueerd en waar nodig aangepast aan de tijd. Voor de digitale ondersteuning van onboarding willen we een ATS systeem inzetten, waarbij het advies hierover in Q2 in het MT besproken zal worden.
2.
HRM – aantrekkelijk werkgeverschap De juiste kennis en het inzicht van onze eigen medewerkers, onze maatschappelijke positie en de arbeidsmarkt is essentieel om een aantrekkelijke werkgever te blijven en daarbij een optimale bezetting van medewerkers te hebben. De eerste stappen hierin hebben we gezet, maar we moeten blijven investeren op het gebied van talentontwikkeling, leiderschap, blijven leren en ontwikkelen, positief gezond werkgeverschap en diversiteit om ons doel te behalen.
De afgelopen jaren hebben we samen geïnvesteerd in een methodiek (cirkel van ontwikkeling), die steeds beter gaat lopen in de praktijk. Dit blijkt ook uit de evaluatie hiervan. Organisatie breed hebben we een eerste inzicht in de talenten, wensen en ambities van onze medewerkers. De eerste vervolgacties uit dit inzicht zijn in gang gezet. Hoewel we vooruitgang boeken op het gebied van positief, gezond werkgeverschap en leiderschap, verloopt deze ontwikkeling minder snel dan we ambiëren.
17
Nr.
Prestatie-indicator
Bijzonderheden
3.
HRM – datagedreven werken Advies geven over- en aan sluiten op gewenste ontwikkelingen om mee te gaan met datagedreven werken. Ook ter ondersteuning van de gewenste strategische personeelsplanning, het hebben van de juiste financiële inzichten en de verantwoording die hierbij nodig is.
Vanuit de strategische personeelsplanning kunnen we beter adviseren. De verbetering in de samenwerking met het team financiën resulteert in advies met financiële onderbouwing.
4.
HRM – organisatievermogen Met een veranderende organisatie wordt het organisatieadvies op het gebied van HRM-issues steeds meer prominent en gewenst. Deze rol is minimaal belegd in de huidige HRM bezetting en er wordt divers mee omgegaan. Hier zullen we de komende jaren met onder andere opleidingen in gaan investeren
De adviseurs zijn opgeleid en brengen dit ook in de praktijk. Bijvoorbeeld in onze wijze van het aannemen van projecten en projectmanagement of het adviseren van ons management op strategisch/ tactisch niveau.
5.
HRM - Wnra Voorbereiden op de komst van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren.
We wachten op landelijke besluitvorming over het van toepassing verklaren op de veiligheidsregio’s.
6.
HRM – rechtspositie vrijwilligers
We zijn in afwachting van landelijke besluitvorming ten aanzien van dit onderwerp.
Het vraagstuk of het verplichtend werkverband door kazernering of consignering van vrijwilligers in strijd is met Europese regelgeving, ligt inmiddels vijf jaar op de tafel van de minister van Veiligheid en Justitie. Het gaat naar verwachting nog twee jaar duren voordat er duidelijkheid is, waarna er vervolgens nog enkele jaren tijd voor implementatie is.
Echter, de ondersteuning van de systemen en functioneel onderhoud hierop is nog niet op het gewenste niveau.
18
Nr.
Prestatie-indicator
Bijzonderheden
Facilitair 7.
Gebouwenbeheer Ter verbetering van de kwaliteit van de huisvesting is er behoefte aan een meerjarenplan. Om dit meerjarenplan te kunnen uitwerken, is het nodig om eenduidige uitgangspunten voor verbouw of nieuwbouw vast te stellen, waarbij sober en doelmatig het leidend principe zijn. In afstemming met de deelnemende gemeenten, wordt een normenkader voor de bouwkundige kwaliteit en een blauwdruk voor de gewenste functionaliteiten van brandweerkazernes opgesteld. Het normenkader en de blauwdruk dienen om te bepalen welke kazernes voor verbetering dan wel nieuwbouw in aanmerking komen en afzonderlijke (ver)bouwplannen worden met kostenverantwoording ter besluitvorming aan het algemeen bestuur voorgelegd.
In de eerste vier maanden van 2025 is er verder gewerkt aan de ‘foto’ van het kazernebestand. Deze beeldvorming vormt de eerste stap in dit proces. In deze foto worden de kazernes in drie verschillende categorieën ingedeeld, op basis van urgentie van onderhoud, nieuw- of verbouw. Conform de bestuurlijke opdracht zal deze foto voor de zomer gereed zijn en worden voorgelegd aan het algemeen bestuur. Vervolgens wordt er verder gewerkt aan de oordeelsen besluitvorming. De vraag rondom het eigenaarschap zal in een apart onderzoek beoordeeld worden. Dit zal aansluitend aan de beeldvormingsfase gedaan worden.
In het normenkader is aandacht voor de mate waarin duurzaamheidsmaatregelen in de (ver)bouwplannen van de kazernes worden meegenomen. Veiligheidsregio IJsselland heeft de ambitie om op termijn een CO2-neutrale organisatie te worden De gemeenten zijn eigenaar van de gebouwen, die in gebruik zijn door de veiligheidsregio. In 2025 wordt er antwoord gegeven op de onderzoeksvraag of dit eigenaarschap het beste bij de gemeenten kan blijven, of dat overdracht aan de veiligheidsregio tot een beter beheer van het vastgoed leidt. 19
Nr.
Prestatie-indicator
Bijzonderheden
8.
Duurzaamheid Als veiligheidsregio willen wij het goede voorbeeld geven door onze processen te verduurzamen. Op die manier willen we een bijdrage leveren aan het zoveel mogelijk beperken van de nadelige effecten van klimaatverandering. Hiertoe investeren we in het verder reduceren van onze CO2-uitstoot op basis van de huidige footprint. Dit raakt de hele organisatie, waarbij bedrijfsvoering een aanjagende rol heeft vanwege de raakvlakken met alle processen. In 2025 willen we doorgroeien naar niveau vier van de CO2prestatieladder.
Als eerste veiligheidsregio zijn we in 2022 (en 2023) gecertificeerd op niveau 3 van de CO2-prestatieladder. In 2024 zijn we, als eerste veiligheidsregio gecertificeerd op niveau 4 met als speciale aandachtspunten realistisch oefenen en inkoop Techniek en Beheer. We hebben inmiddels een reductie van 47% bereikt! Ook bij onze gebouwen zijn we bezig met duurzaamheid, zie punt 7.
9.
Facilitaire zaken – contract- en inkoopbeleid Bij de voorziene aanbestedingen in 2025 zal duurzaamheid en SROI (Social Return on Investment) nadrukkelijk als afwegingskader worden meegenomen om duurzaam inkopen te bevorderen.
20
3.1.2 Aanvullende informatie In vervolg op de projectopdracht ‘versterking bedrijfsvoering VR/GGD’ in 2023 zijn in 2024 verbeterstappen gezet gericht op het creëren van een basisniveau voor dienstverlening voor veiligheidsregio en GGD op het gebied van HRM, Facilitair, Financiën en ICT. Bij het bepalen van dat basisniveau is ook kritisch gekeken welke taken onderdeel moeten zijn van de gezamenlijke bedrijfsvoering en welke taken het beste op een andere manier georganiseerd kunnen worden. De onderliggende afspraken hiervoor worden in 2025 vastgelegd in een nieuwe samenwerkingsovereenkomst. De directies van de veiligheidsregio en GGD hebben elk kwartaal afstemming over de gemene rekening om actief te sturen op de gezamenlijke financiële middelen en de gezamenlijke formatie, zodat ook in beheersmatig opzicht de continuïteit van de gezamenlijke bedrijfsvoering structureel goed geborgd is. ICT De afgelopen periode is de volledige capaciteit van team ICT ingezet voor de grootschalige migratie naar Microsoft 365. Na een intensieve voorbereidingsfase is in mei 2025 de migratie daadwerkelijk van start gegaan. Deze transitie markeert een belangrijke stap in de modernisering van onze digitale werkomgeving. Zodra de basisomgeving stabiel is ingericht en de kritieke migratieactiviteiten zijn afgerond, zal de focus verschuiven naar bredere thema’s.
Dit omvat zowel de doorontwikkeling van team ICT en haar dienstverlening als het oppakken van inhoudelijke innovatietrajecten binnen de organisatie. Facilitaire zaken Met betrekking tot inkoop heeft facilitaire zaken, samen met financiën, een coördinerende rol op de juiste toepassing van ons inkoopbeleid en de begeleiding van inkooptrajecten. Naar aanleiding van de recente opmerkingen van de accountant is intern afgestemd hoe inkooptrajecten verbeterd kunnen worden en hoe deze zijn geborgd. Binnen het verzekeringsportfolio is een analyse gemaakt over het schadebeeld van de veiligheidsregio. Hoewel hier geen opvallende afwijkingen ten opzichte van het landelijke beeld zijn waargenomen, zal wel worden ingezet op preventie met betrekking tot aanrijdingsschades door hier bij vakbekwaamheidstrajecten extra aandacht aan te besteden. HRM De afgelopen tijd hebben we geïnvesteerd in onze arbeidsmarktcommunicatie en weten we onze maatschappelijke rol beter te benutten in onze uitingen. Ook weten we per functie specifieker en beter sociale media in te zetten. We hebben nog steeds te maken met krapte op de arbeidsmarkt en dat zal de komende jaren niet veranderen. De krapte speelt vooral bij bepaalde functies, zoals een financieel adviseur. Het is minder aan de orde bij het vinden van brandweerpersoneel, alhoewel er hier ook wel minder reacties komen op vacatures.
Met de ervaringen van dit jaar en met de inzet van een recruiter denken we dat we hier goed op in kunnen blijven spelen in de toekomst. HRM heeft in overleg met de MT's van beide organisaties (VR en GGD) een meerjarenplan opgesteld. De belangrijkste aandachtspunten zijn: aantrekkelijk werkgeverschap, datagedreven werken, en het waarborgen van een solide basis te midden van de bedrijfsmatige, maatschappelijke en technologische veranderingen, evenals het versterken van het organisatievermogen. Informatievoorziening Op informatiebeheer is inmiddels (tijdelijke) personele invulling gevonden. Hierdoor werken we momenteel achterstalligheden weg en worden richtingen verkent hoe informatiebeheer binnen de organisatie op een goede manier in te richten. Door de personele invulling wordt met de expertise ook aangesloten bij het MS365 project en is gestart met het opstellen van formats voor het jaarlijks rapporteren richting bestuur op basis van de vastgestelde archief KPI’s. Daarnaast is er gewerkt aan een module contractmanagement, waardoor meer grip ontstaat op het beheer van contracten. Dit wordt nog verder geïmplementeerd.
21
4. Financiële stand van zaken Dit hoofdstuk biedt een overzicht van de financiële prestaties van Veiligheidsregio IJsselland gedurende het lopende boekjaar. Het geeft inzicht in zowel de uitvoering van de begroting als de financiële gezondheid van de organisatie tot op heden met een vooruitblik naar het eind van 2025. Deze analyse dient als leidraad om financiële stabiliteit te bevorderen en te zorgen voor effectieve en efficiënte dienstverlening aan de gemeenschap binnen de regio. Op basis van de resultaten over de eerste vier maanden van 2025 wordt het resultaat voor dit jaar momenteel geraamd op een positief saldo van 529.359 euro. Dit verwachte overschot is grotendeels toe te schrijven aan de ontvangst van aanvullende BDuR-middelen voor het versterken van de crisisbeheersing en informatievoorziening (469.752 euro). Voor deze middelen is tot op heden nog geen besteding voor 2025 vastgesteld. Ondanks hogere uitgaven dan begroot op het gebied van brandstof, woon-werkverkeer en opleidingen, zijn wij er vooralsnog in geslaagd deze kostenstijgingen binnen de bestaande begroting op te vangen. Dit is mogelijk gemaakt door diverse meevallers elders binnen de exploitatie. Het resterende overschot van 59.607 euro betreft het voorlopige resultaat uit de uitvoering van de wettelijke taken.
Indien dit beeld zich aan het einde van het boekjaar voortzet, zal dit bedrag conform afspraak worden teruggestort aan de deelnemende gemeenten. Een financiële onderbouwing is opgenomen in de onderstaande staat van baten en lasten. Nadat het algemeen bestuur deze eerste bestuursrapportage heeft vastgesteld worden de financiële wijzigingen incidenteel via een begrotingswijziging verwerkt in de begroting 2025. Primair begroting 2025
Programma Veiligheid
Begroting na wijziging 2025
Verschil t.o.v. begroting na wijziging
V/N
Lasten Risico- en crisisbeheersing
7.081.154
7.016.577
-64.577
V
Brandweerzorg
35.024.196
35.751.896
727.700
N
Overhead
13.739.507
13.731.909
-7.598
V
55.844.857
56.500.382
655.525
N
-181.626
-181.626
0
-
Totaal lasten Baten Risico- en crisisbeheersing Brandweerzorg
-361.483
-391.122
-29.639
V
-3.043.795
-3.185.695
-141.900
V
-3.586.904
-3.758.443
-171.539
V
Risico- en crisisbeheersing
6.899.528
6.834.951
-64.577
V
Brandweerzorg
34.662.713
35.360.775
698.062
N
Overhead
10.695.712
10.546.213
-149.499
V
52.257.953
52.741.939
483.986
N
-51.915.604
-52.928.949
-1.013.345
V
Overige baten en lasten
0
0
0
-
Bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting
0
0
0
-
342.349
-187.010
-529.359
V
Overhead Totaal baten Saldo's
Totaal programma Veiligheid Saldo algemene lasten en dekkingsmiddelen
Gerealiseerde totaal saldo baten en lasten Bij: onttrekkingen aan reserves
22
Programma Veiligheid
-294.190
-294.190
0
-
Algemene lasten en dekkingsmiddelen
-48.159
-48.159
0
-
0
0
0
-
-342.349
-342.349
0
-
Programma Veiligheid
0
0
0
-
Algemene lasten en dekkingsmiddelen
0
0
0
-
Overhead
Overhead Totaal onttrekkingen aan reserves Af: stortingen in reserves
0
0
0
-
Totaal stortingen in reserves
0
0
0
-
Saldo reserve mutaties
-342.349
-342.349
0
-
Gerealiseerde resultaat
0
-529.359
-529.359
V
4.1 Toelichting resultaat 2025 Het geprognosticeerde resultaat van de Veiligheidsregio IJsselland bedraagt voor 2025 529.359 euro. Sinds 2023 ontvangen wij aanvullende middelen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid om de crisisbeheersing en informatievoorziening binnen de organisatie te versterken. Een belangrijke voorwaarde van deze middelen is dat de extra gelden de gemeentelijke bijdrage niet mogen beïnvloeden en dat eventuele overschotten niet mogen terugvloeien naar de gemeenten. Dit deel van het resultaat van 529.359 euro bedraagt 469.752 euro waarmee het resultaat voor de gemeentes uitkomt op 59.607 euro. Resultaat
Saldo
Resultaat 2025
529.359
Reservering extra BDuR-gelden 2025
469.752
Resultaat deelnemende gemeentes
59.607
Onderstaande tabel toont de prognose voor de extra BDuR-gelden in 2025. Voor 2025 waren de begrote baten in de primitieve begroting voor crisisbeheersing (CB) en informatievoorziening (IV) respectievelijk 960.234 euro en 638.400 euro, wat resulteert in een totale primitieve begroting van 1.598.634 euro. Daarnaast ontvangt de veiligheidsregio een aanvullende compensatie als onderdeel van het ingroeimodel van de extra BDuRgelden. Dit betreft een bedrag van 246.423 euro voor crisisbeheersing en 179.200 euro voor informatievoorziening. Dit brengt de totale baten van de BDuR-uitkering op 2.024.257 euro. Aan de lastenzijde wordt het geld als volgt besteed: 1.076.873 euro voor CB en 477.632 euro voor IV, wat resulteert in totale lasten van 1.554.505 euro. Het saldo voor CB komt daarmee uit op 129.784 euro, terwijl het saldo voor IV 339.968 euro bedraagt. Dit resulteert in een positief totaalsaldo van 469.752 euro voor de extra BDuR-middelen in 2025. Het positieve saldo voor IV wordt verklaard door de geplande implementatie van een Security Operations Center (SOC) en Computer Emergency Response Team (CERT). De aanbesteding hiervan wordt nog altijd voorbereid door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). Aangezien deze ontwikkeling in de toekomst ligt, kunnen de middelen voor IV momenteel nog geen structurele invulling krijgen.
Het positieve saldo van CB is met name het gevolg van niet-ingevulde vacatures en het feit dat de verhoging van de BDuR-middelen nog niet volledig is ingezet. Dit gebeurt met het oog op de voorgenomen taakstelling van 10% in de begroting voor 2026 waarvoor bewust financiële ruimte wordt behouden. 23
Kostencategorieën
Begroting 2025
Baten Primitieve begroting Crisisbeheersing
960.234
Primitieve begroting Informatievoorziening
638.400
Totaal primitieve begroting
1.598.634
Aanvullende bijdrage Crisisbeheersing
246.423
Aanvullende bijdrage Informatievoorziening
179.200
Totale baten extra BDuR 2025
2.024.257
Lasten Besteding extra BDuR Crisisbeheersing Besteding extra BDuR Informatievoorziening Totale lasten extra BDuR 2025
1.076.873 477.632 1.554.505
Saldo Crisisbeheersing
129.784
Saldo Informatievoorziening
339.968 Saldo extra BDuR 2025
469.752
24
4.2 Toelichting incidentele afwijkingen Primaire begroting 2025
1e BERAP 2025
V/N
1 Personeelskosten
33.091.627
82.011
N
33.173.638
2 Huisvestingskosten
6.624.830
26.332
N
6.651.162
3 Brandweermaterieel
6.724.684
23.329
N
6.748.013
4 Opleiden & Oefenen
3.389.245
240.765
N
3.630.010
5 Automatisering & verbindingen
2.234.779
32.356
N
2.267.135
507.683
80.315
N
587.998,00
7 Beheerskosten
1.308.103
46.880
N
1.354.982
8 Overige kosten
1.963.906
123.539
N
2.087.444
55.844.856
655.526
N
56.500.382
-263.901
-171.539
V
-435.440
9b Bijdrage GGD
-3.141.377
0
-
-3.141.377
10 Algemene dekkingsmiddelen
-52.097.229
-1.013.345
V
-53.110.574
Totaal baten
-55.502.507
-1.184.885
V
-56.687.392
Saldo baten en lasten
342.349
-529.359
V
-187.010
Toevoeging aan reserves
0
0
-
0
Onttrekking aan reserves
-342.349
0
-
-342.349
0
-529.359
V
-529.359
Kostencategorieën
6 Rente
Totaal lasten 9a Baten
Resultaat 2025
Gewijzigde begroting 2025
4.2.1 Personeelskosten Kostencategorie
Wijzigingen 1e BERAP
V/N
Vrijval loonsom beroepsmedewerkers
-94.375
V
Vrijval kosten inhuur derden
-69.625
V
Hogere kosten woon-werk verkeer
182.420
N
Hogere kosten vrijwilligersvergoedingen
63.591
N
82.011
N
1 Personeelskosten
Totaal
Ruimte in de loonsom beroepsmedewerkers Aan het einde van het jaar wordt verwacht dat er ongeveer 94.375 euro overblijft op de loonsom voor beroepspersoneel. Dit wordt deels veroorzaakt door het effect van openstaande vacatures waarvan de invulling is vertraagd. Daarnaast worden in de praktijk niet alle salarissen betaald in het maximum van de schaal, deels vanwege de instroom van nieuwe medewerkers. Hierdoor ontstaat er incidentele ruimte in dit deel van de loonsom. 25
Bij het vrijvallen van de loonsom voor het beroepspersoneel is rekening gehouden met de verwachte cao-stijging, die met terugwerkende kracht per 1 april 2025 zal ingaan. Hoewel de exacte hoogte van deze stijging op dit moment nog niet definitief is, is in de reguliere begroting reeds een stelpost opgenomen op basis van een inschatting van de uitkomst van de cao-onderhandelingen. Hiermee wordt gewaarborgd dat de loonkostenstijging binnen de beschikbare financiële kaders kan worden opgevangen. Ruimte inhuur derden In het kader van de strategische personeelsplanning en het gericht invullen van vacatures is de inzet van externe inhuur (derden) afgenomen. Hierdoor is de afhankelijkheid van tijdelijke externe expertise verminderd. Als gevolg hiervan kan een deel van het hiervoor gereserveerde budget vrijvallen en worden ingezet op andere onderdelen binnen de exploitatie. Woon-werkverkeer Sinds 1 januari 2023 ontvangen medewerkers van de Veiligheidsregio IJsselland een vergoeding voor woon-werkverkeer. Bij de invoering van deze regeling is besloten de kosten gedurende de eerste drie jaar te monitoren, alvorens deze structureel in de primitieve begroting op te nemen. Hierdoor zijn de volledige kosten nog niet verwerkt in de begroting 2025. In de begroting 2026 zullen de geprognosticeerde lasten wél als vast onderdeel worden opgenomen.
Voor het boekjaar 2025 leidt dit tot een verwacht incidenteel tekort van 182.420 euro. Vrijwilligersvergoedingen De uitgaven voor vrijwilligersvergoedingen zijn in 2025 aanzienlijk gestegen ten opzichte van 2024. Deze toename is toe te schrijven aan twee hoofdredenen: enerzijds het hoge aantal oefeningen dat in de afgelopen maanden heeft plaatsgevonden en anderzijds de sterke groei in het aantal nieuwe vrijwilligers dat zich in 2025 heeft aangesloten bij de organisatie. Beide ontwikkelingen brengen hogere kosten met zich mee en leiden in 2025 tot een incidenteel tekort van 63.591 euro. Gezien het grillige verloop van deze kosten is het van belang het budget voor vrijwilligersvergoedingen actief te monitoren en – indien nodig – bij te stellen in de tweede bestuursrapportage.
4.2.2 Huisvestingskosten Kostencategorie
Wijzigingen 1e BERAP
V/N
26.332
N
26.332
N
2 Huisvestingskosten Hogere afschrijvingslasten Totaal
Afschrijvingslasten Door het vroegtijdig opstellen van de begroting van Veiligheidsregio IJsselland moet er voor de budgettering van de afschrijvingslasten uit worden gegaan van een prognose op nog toekomstige vervangingsinvesteringen. In het boekjaar 2024 is er meer geïnvesteerd in huisvesting dan bij het opstellen van de begroting over 2025 werd verwacht. Hierdoor vallen de afschrijvingslasten in 2025 26.332 euro hoger uit.
26
4.2.3 Brandweermaterieel Kostencategorie
Wijziging en 1e BERAP
V/N
Hogere brandstofkosten
185.337
N
Lagere afschrijvingslasten
-162.008
V
23.329
N
3 Brandweermaterieel
Totaal
Brandstofkosten De brandstoftarieven zijn, vergelijkbaar met de ontwikkeling van de energietarieven, aanzienlijk gestegen. Daarnaast maken de voertuigen van de kazernes Zwolle en Deventer gebruik van HVO (Hydrotreated Vegetable Oil) waarvan de kosten hoger zijn dan reguliere diesel. Mede als gevolg hiervan voorzien we een nadelig effect van ongeveer 185.000 euro op onze brandstofkosten. Afschrijvingslasten Door het vroegtijdig opstellen van de begroting van Veiligheidsregio IJsselland moet er voor de budgettering van de afschrijvingslasten uit worden gegaan van een prognose op nog toekomstige vervangingsinvesteringen. Bij het doorschuiven van vervangingsinvesteringen naar het volgende begrotingsjaar ontstaat een incidenteel voordeel van 162.008 euro. Het doorschuiven van investeringskredieten proberen we tot een minimum te beperken, door direct na het vaststellen van de kredieten in het volgende begrotingsjaar te beginnen met voorbereiden en bestellen van het materieel en materiaal.
4.2.4 Opleiden & oefenen Kostencategorie
Wijzigingen 1e BERAP
V/N
Hogere kosten warme opleidingen
297.879
N
Lagere kosten brandweer oefenen
-57.114
V
240.765
N
4 Opleiden en oefenen
Totaal
Warme opleidingen De overschrijding op warme opleidingen is het gevolg van het opstarten van meer opleidingsklassen voor nieuwe brandwachten in het boekjaar 2024/2025. In plaats van 36 opleidingsplekken hebben we 60 opleidingsplekken nodig om ervoor te zorgen dat onze posten op volle sterkte blijven. Dit is essentieel gezien de toenemende uitstroom van vrijwilligers, wat een zorg blijft voor de komende jaren. Bovendien heeft de uitstroom impact op de hoeveelheid opleidingen voor bevelvoerders en brandweerchauffeurs. Daarnaast worden kantoormedewerkers opgeleid voor inzet in de dagdienst op de kazerne in Kampen. Deze ontwikkeling volgt op het bezettingsvraagstuk dat zich bij deze kazerne heeft voorgedaan. Deze opleidingen brengen aanvullende kosten met zich mee die niet in de oorspronkelijke begroting waren voorzien. Ondanks de aanvullende bijdrage van 250.000 euro vanuit de deelnemende gemeentes, die in de begroting van 2025 is geëffectueerd, voorzien wij een tekort van 297.879 euro met betrekking tot de warme opleidingen. 27
Brandweer oefenen Ondanks de toename in het aantal oefeningen voor zowel vrijwilligers als beroepspersoneel, blijft het beschikbare oefenbudget voor 2025 toereikend. Op basis van de huidige realisatiecijfers wordt zelfs een onderbesteding van 57.114 euro verwacht. Deze onderbesteding is met name toe te schrijven aan een efficiëntere organisatie van de oefeningen waarbij slimmer gebruik wordt gemaakt van interne faciliteiten en samenwerking met ketenpartners waardoor de kosten per oefening zijn afgenomen.
4.2.5 Automatisering & verbindingen Kostencategorie
Wijzigingen 1e BERAP
V/N
32.356
N
32.356
N
5 Automatisering & verbindingen Hogere afschrijvingslasten Totaal
Afschrijvingslasten Doordat de begroting van Veiligheidsregio IJsselland vroegtijdig is opgesteld, is bij de budgettering van de afschrijvingslasten uitgegaan van een prognose op toekomstige vervangingsinvesteringen. In de praktijk is in het boekjaar 2024 meer geïnvesteerd in ICTgerelateerde apparatuur dan oorspronkelijk voorzien. Dit leidt ertoe dat de afschrijvingslasten in 2025 32.356 euro hoger uitvallen dan begroot. Risico en beheersing De snelle ontwikkelingen binnen de IT-sector brengen voortdurend nieuwe inzichten en noodzakelijke aanpassingen met zich mee voor de IT-omgeving van de organisatie. Dit vormt een risico voor mogelijk extra, op dit moment nog niet te voorziene, kosten. Dit geldt met name in het licht van de verdere implementatie van Microsoft 365. Tegelijkertijd wordt binnen de organisatie nadrukkelijk gestuurd op effectief licentie- en softwarebeheer. Deze inzet heeft geleid tot een significante kostenreductie op dat vlak, waardoor deze uitgaven – in tegenstelling tot voorgaande jaren – binnen de beschikbare begrotingsruimte blijven.
4.2.6 Rente Kostencategorie
Wijzigingen 1e BERAP
V/N
80.315
N
80.315
N
6 Rente Hogere rentelasten Totaal
Rentelasten In 2025 is een nieuwe langlopende lening van 4 miljoen euro afgesloten ter dekking van de vervangingsinvesteringen 2024 en 2025. Deze annuïtaire lening heeft een afnemende rentelast die in 2025 en 2026 incidenteel gedekt zal worden door de vrijval van kapitaalslasten en ontvangen rentebaten. De lasten zullen in de begroting van 2027 structureel verwerkt worden in de begroting. De rentelasten van deze nieuwe lening bedragen in 2025 88.726 euro en in 2026 109.364 euro.
28
4.2.7 Beheerskosten Kostencategorie
Wijzigingen 1e BERAP
V/N
Vrijval accountantskosten
-62.528
V
Hogere kosten consumpties en maaltijden
59.716
N
Hogere kosten contributies en abonnementen
49.691
N
Totaal
46.880
N
7 Beheerskosten
Accountantskosten In het kader van het jaarwerk 2024 is een transitorische post opgenomen voor het tweede deel van het honorarium van de accountantsdiensten. Dit bedrag is in het boekjaar 2025 vrijgevallen en zal conform de geldende verslaggevingsregels niet opnieuw worden opgenomen. Hierdoor ontstaat er een incidenteel voordeel van 62.528 euro in 2025. Consumpties en maaltijden De kosten voor kantinevoorzieningen binnen de kazerne aan de Marsweg in Zwolle en de koffiefaciliteiten op de overige locaties vallen in 2025 hoger uit dan begroot. Deze stijging is voornamelijk het gevolg van prijsindexeringen door leveranciers die het tempo van de eigen indexatie van de begroting overtreffen. Daarnaast worden er in het kader van de kazernering van vrijwilligers in de brandweerkazerne van Kampen maaltijden ingekocht die niet binnen de oorspronkelijke projectbegroting waren opgenomen. Deze ontwikkelingen resulteren gezamenlijk in een incidenteel tekort van 59.716 euro in het boekjaar 2025. Contributies en abonnementen De kosten voor contributies en abonnementen vallen in 2025 49.691 euro hoger uit dan oorspronkelijk begroot. Deze overschrijding is voornamelijk het gevolg van tariefstijgingen voor bestaande lidmaatschappen en abonnementen, met name op het gebied van arbodienstverlening (bedrijfsarts) en salarisverwerking.
Daarnaast zijn er nieuwe samenwerkingsverbanden aangegaan waarvoor contributies verschuldigd zijn die bij het opstellen van de begroting 2025 nog niet waren voorzien. Hierdoor ontstaat een incidenteel tekort binnen deze categorie van 49.691 euro.
4.2.8 Overige kosten Kostencategorie
Wijzigingen 1e BERAP
V/N
Hogere kosten duurzaamheid
27.615
N
Hogere kosten voorziening spaarverlof
95.924
N
123.539
N
8 Overige kosten
Totaal
29
Duurzaamheid Duurzaamheid neemt een prominente plaats in binnen Veiligheidsregio IJsselland en zij neemt haar verantwoordelijkheid om klimaatverandering tegen te gaan. Zo wordt er op verschillende manieren aandacht besteed aan duurzaamheid en worden acties uitgezet om de CO₂-uitstoot te verminderen. De organisatie was de eerste veiligheidsregio in Nederland die niveau 4 op de CO₂-prestatieladder behaalde. Om deze certificering te behouden en de verplichte audit uit te voeren, is budget benodigd. Voor de uitvoering van deze doelstellingen is dit boekjaar in totaal 57.615 euro benodigd. In de primitieve begroting was hiervoor 30.000 euro opgenomen wat leidt tot een aanvullend tekort van 27.615 euro in 2025. Voorziening spaarverlof In lijn met voorgaande jaren moet ook in 2025 rekening worden gehouden met een toename van de voorziening spaarverlof en de bijbehorende kosten. De dotatie aan deze voorziening is gebaseerd op het aantal opgespaarde verlofuren per peildatum 30 april 2025. Het is belangrijk te benadrukken dat deze toevoeging naar verwachting in de loop van het jaar verder zal toenemen, aangezien medewerkers in de resterende maanden vermoedelijk nog extra verlofuren opsparen. De dotatie aan de voorziening spaarverlof wordt bekostigd uit het resultaat van de jaarrekening en is derhalve meegenomen in de financiële prognose over 2025.