7c.2 Twaalfde voortgangsrapportage Programma Hoogfrequent Spoorvervoer 2024-02
Tekst van het document
4.3.1. Corridorscope Binnen deze PHS corridor valt onder andere de productverbetering 3e en 4e intercity per uur tussen Breda en Eindhoven. Deze eerste stap is in voorbereiding voor medio 2027 als eerst mogelijke datum de 4 intercity’s tussen Breda en Eindhoven. Voor 2031-2032 is gepland tussen Tilburg en Breda het aantal sprinters te verhogen van 2 naar 4 per uur. Deze frequentieverhoging wordt vanaf dat moment mogelijk door herroutering van goederenverkeer na voltooiing van de PHS-corridor Goederen Zuid-Nederland. Voor deze corridor zijn onder meer aanpassingen rond station Tilburg en station Eindhoven en aanpassingen van de overwegen rond Boxtel noodzakelijk. De maatregelen bij Boxtel zullen later klaar zijn, maar niet alle aanpassingen hoeven te zijn afgerond om de frequentieverhoging in te voeren. De nieuwe verbindingsweg Ladonk-Kapelweg en de afsluiting van de overweg Tongersestraat zijn maatgevend voor de frequentieverhoging. De randvoorwaardelijke wisselverbinding emplacement Eindhoven Oost (Module 5) is sinds de eerste helft van 2024 onderdeel van de scope van PHS. 4.3.2 Planning en voortgang De productstap zal op zijn vroegst in het tweede kwartaal van 2027 kunnen worden genomen. De wisselverbinding in Eindhoven wordt in 2026 gerealiseerd.
Afronding van de werkzaamheden op station Tilburg staat nu gepland voor 2027 in verband met de beperkte beschikbaarheid van trein vrije periodes. De voortgang bij het maatregelenpakket in Boxtel blijft achter als gevolg van vertraging van de planologische procedures voor de verbindingsweg LadonkKapelweg. Deze verbindingsweg is de omrijdroute en randvoorwaardelijk voor het afsluiten van de dubbele overweg Tongersestraat. Gewacht wordt op een uitspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan en het hervatten van de vergunningverlening onder de wet Natuurbescherming die vanwege de stikstofproblematiek door de provincie is opgeschort. In het Bestuurlijk Overleg MIRT Zuid hebben Rijk en Regio afspraken gemaakt om de overwegmaatregelen zo snel mogelijk te kunnen realiseren en de productstap te laten rijden (afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024, Kamerstuk 36 600 A nr.16).
Pagina 28 van 46
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer – VGR 12 2024-02
Eindhoven module 5 maakt sinds het projectbesluit deel uit van Programma PHS en deze rapportage. In het afgelopen half jaar wordt de realisatie voorbereid en is gestart met de contractering van een aannemer voor de realisatie. 4.3.3 Maatregelen Tabel 4.9: Maatregelen corridor Breda-Eindhoven Indienststelling Maatregel BR (2018) VGR 2024 – 1 VGR 2024 – 2 e Tilburg 4 perronQ4-2023 Q4-2026 Q2-2027 spoor en 3e perron Overige maatregelen (m.n. maatregelenpakket overweg Boxtel Eindhoven extra opstelcapaciteit (modules 1-4) Eindhoven wisselverbinding Oost (module 5)
Start realisatie gestart
Q4-2028
Q4-2028
Q4-2028
NTB
Q3-2023
Gereed
Gereed
Gereed
-
Q4-2026
Q4-2026
2026
4.3.4 Prognose en realisatie reizigersvervoer en dienstregeling Tabel 4.10: Reizigersaantallen corridor Breda-Eindhoven (bron NS & ProRail) Realisatie Prognose[1] Jaartal 2015 2016 2017 2018 2019 2022 2023 2040 2040 Traject Laag Hoog Breda – Tilburg 35.000 36.000 37.000 38.000 39.000 30.000 34.000 46.000 58.000 Aantal reizigers op een gemiddelde werkdag op meetpunt Breda-Gilze Rijen. Voor de prognose worden prognoses voor 2040 in een laag en hoog scenario gebruikt (WLO-laag en WLO-hoog). [1]
Bron: IMA Referentieprognose 2022 (ProRail)
Tabel 4.11: Aantal reizigerstreinen corridor Breda-Eindhoven (bron NS) Jaartal Aantal Aantal Toelichting intercity’s productsprinters verbetering Meetpunt Breda-Gilze Rijen, aantal per uur/richting Basis (2013) 4 2 2017 4 2 2021 4 2 2031 6 4 Het genoemde jaartal van de productverbetering betreft een kalenderjaar, doorgaans in december, en is een jaar eerder dan het dienstregelingsjaar.
4.3.5 Raakvlakken en risico's Op dit moment is nog geen onherroepelijk positief besluit genomen door de Raad van State voor het bestemmingsplan. Daarnaast verstrekt de provincie NoordBrabant voorlopig geen vergunningen voor bouwactiviteiten als gevolg van de stikstofproblematiek. De uitvoering van overwegveiligheidsmaatregelen in Boxtel (Tongersestraat-Verbindingsweg Ladonk-Kapelweg) is hiervan afhankelijk. Dit bepaalt het tijdspad van het invoeren van de PHS productstap van de 3e en 4e intercity tussen Breda en Eindhoven.
Pagina 29 van 46
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer – VGR 12 2024-02
4.4
Reizigerscorridor Den Haag-Rotterdam-Breda
nog te realiseren 8%
gerealiseerd 92%
Volledige PHSfrequenties in 2024
Gereed voor indienststelling in 2024
4.4.1 Corridorscope Binnen deze PHS-corridor is met een variant gewerkt voor een hoogfrequente lijnvoering: 8 intercity’s tussen Den Haag Hollands Spoor en Rotterdam Centraal, 6 sprinters per uur Den Haag Centraal-Rotterdam Centraal-Dordrecht en 4 intercity’s per uur Rotterdam Centraal-Breda. Hiervoor is de tweede tunnelbuis bij Delft in gebruik genomen en zijn delen van het traject tussen Rotterdam en Rijswijk viersporig gemaakt. 4.4.2 Planning en voortgang De noodzakelijke PHS-infrastructuuraanpassingen voor de 5e en 6e sprinter zijn uitgevoerd en deze tienminutensprinter tussen Den Haag en Rotterdam (en verder naar Dordrecht) is opgenomen in de dienstregeling 2025. Hiermee rijdt nu elke tien minuten een sprinter tussen Dordrecht en Den Haag en is de productstap conform planning gehaald. De laatste nog resterende werkzaamheden zijn gepland voor het eerste kwartaal 2025, waarna de twee extra sprinters – die tijdelijk nu niet stoppen op Schiedam – ook op Schiedam zullen halteren. 4.4.3 Maatregelen Tabel 4.13: Maatregelen corridor Den Haag-Rotterdam-Breda Indienststelling Maatregel
Rijswijk-Delft Zuid spoorverdubbeling (incl. seinverdichting) SchiedamRotterdam seinoptimalisatie en wissels Keervoorziening Rotterdam
Start realisatie
BR (2018)
VGR 2024 - 1
VGR 2024 – 2
Q3-2024
Q3-2024
Q3-2024
Gereed
Q4-2024
Q4-2024
Q4-2024
Gestart
-
Q4-2024
Q4-2024
Gereed
Pagina 30 van 46
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer – VGR 12 2024-02
4.4.4 Prognose en realisatie reizigersvervoer en dienstregeling Tabel 4.14: Reizigersaantallen corridor Den Haag-Rotterdam-Breda (bron NS & ProRail) Realisatie Prognose[1] Jaartal
2015
2016
2017
2018
2019
2022
2023
2040 Laag
2040 Hoog
Den Haag – Rotterdam
73.000
75.000
74.000
78.000
82.000
59.000
68.000
92.000
120.000
Traject
Rotterdam – Breda 63.000 64.000 65.000 66.000 70.000 54.000 59.000 91.000 114.000 Aantal reizigers op gemiddelde werkdag op meetpunten Rijswijk-Delft en Rotterdam centraalBlaak (exclusief internationale treinreizigers, Eurostar en IC Brussel). Voor de prognose worden prognoses voor 2030 in een laag en hoog scenario gebruikt (WLO-laag en WLO-hoog). Ontwikkeling mede beïnvloed door uitbreiding treindienst HSL-zuid en lijn E metro Den HaagRotterdam [1]
Bron: IMA Referentieprognose 2022 (ProRail)
Tabel 4.15: Aantal reizigerstreinen corridor Den Haag-Rotterdam-Breda (bron NS) Jaartal Aantal Aantal Toelichting Productintercity’s sprinters verbetering Meetpunt Rijswijk-Delft, aantal per uur/richting Basis (2013) 6 4 2017 6 4 2021 8 4 2029 8 6 Meetpunt Rotterdam Centraal-Blaak, aantal per uur/richting Basis (2013) 6 4 excl. internationale treinen 2017 8 4 excl. internationale treinen 2021 8 6 excl. internationale treinen 2029 8 6 excl. internationale treinen Het genoemde jaartal van de productverbetering betreft een kalenderjaar, doorgaans in december, en is een jaar eerder dan het dienstregelingsjaar. Vanwege personeelstekorten zijn de 5e en 6e sprinters tot 2024 afgeschaald op Rotterdam-Dordrecht.
4.4.5 Raakvlakken en risico’s Uit nader onderzoek is in de tweede helft van 2024 gebleken dat de baanstabiliteit tussen Delft Campus en Schiedam geen belemmering meer is om de PHS productstap te kunnen maken. Daarmee rijden met ingang van dienstregeling 2025 de in het programma beoogde treinaantallen. Voor de uitvoering van de laatste resterende werkzaamheden op de corridor is schaarste van mensen en materialen evenals in 2024 een risico voor de planning.
Pagina 31 van 46
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer – VGR 12 2024-02
4.5
Goederencorridor Zuid-Nederland
Gerealiseerd 16%
Nog te realiseren 84%
Goederenroutering vanaf 2031
Gereed voor indienststelling in 2031
4.5.1 Corridorscope Het goederenverkeer dat nu vanuit Rotterdam via Dordrecht, Breda, Tilburg (Brabantroute) richting Zuidoost-Nederland gaat, wordt in de toekomst geleid via de Betuweroute en via een nieuwe boog bij Meteren naar Zuid-Nederland. Daarmee wordt de route Dordrecht-Breda-Tilburg-Eindhoven ontlast, komen hier reizigerspaden vrij en gaat de Betuweroute intensiever gebruikt worden. Ingebruikname van onder meer de verdiepte ligging Vught en de Meterenboog zijn voorzien in 2031. 4.5.2 Planning en voortgang In deze corridor is men volop bezig met de voorbereiding van de werkzaamheden buiten. Bij de projecten Den Bosch-Vught en Zuidwestboog Meteren zijn werkzaamheden aangepast om de onverwacht aangetroffen beschermde flora en fauna te beschermen. In de vorige voortgangsrapportage is voor het project PHS Zuidwestboog Meteren (corridor Goederenroutering Zuid-Nederland) de zorg gemeld dat de heikikker is aangetroffen. Inmiddels is duidelijk geworden dat de heikikker niet voor wijziging van de afgesproken mijlpalen zorgt. De voorbereiding van de vervolgcontracten zijn in volle gang. De werkzaamheden voor de aanleg van het tijdelijk spoor voor het project Den Bosch-Vught lopen volgens planning. Bij het alliantiecontract voor de verdiepte ligging bij Vught is een opstartfase doorlopen.
Pagina 32 van 46
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer – VGR 12 2024-02
4.5.3 Maatregelen Tabel 4.17: maatregelen goederencorridor Zuid-Nederland Indienststelling Maatregel
Meterenboog en milieumaatregelen Den Bosch-Vught (4sporig, vrije kruising, verdiept Vught, overwegen, geluid, trillingen) Transfer ’sHertogenbosch korte termijn
Start realisatie
BR (2018) Q1-2027
VGR 2024 - 1
VGR 2024 – 2
Q2-2031
Q2-2031
Gestart
Q1-2027
Q2-2031
Q2-2031
Gestart
Q1-2027
Gereed
Gereed
Gereed
4.5.5 Raakvlakken en risico's Bij de projecten Den Bosch-Vught en Zuidwestboog Meteren is het aantreffen van beschermde flora en fauna nog steeds een risico. In het kader van beheersing van het risico zijn (nadere) onderzoeken uitgevoerd. Een ander risico dat op deze corridor speelt is het risico dat benodigde vergunningen of ontheffingen niet (tijdig) worden verkregen onder andere door de grote hoeveelheid projecten in de projectomgeving. Met bevoegde gezagen/vergunningverleners worden afspraken gemaakt om de voortgang in de realisatie te borgen. Voor Zuidwestboog Meteren zijn de mogelijke verplichtingen bij de indienststellingsvergunning een specifiek aandachtspunt. Onderzoek naar baanstabiliteit voor deze corridor wordt uitgevoerd om te bepalen of aanvullende maatregelen nodig zijn voor het laten rijden van extra goederentreinen op deze corridor.
Pagina 33 van 46
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer – VGR 12 2024-02
4.6
Reizigerscorridor Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad
4.6.1 Corridorscope SAAL behelst uitbreiding en verbetering van capaciteit en kwaliteit van het openbaar vervoer per trein op de corridor Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad. Het gaat om kansrijke en kosteneffectieve oplossingsrichtingen om te komen tot hoogfrequent spoorvervoer in relatie tot de metropolitaanse ontwikkeling van de Noordvleugel. Uitvoering van de PHS-maatregelen op de corridor zijn voorzien tot 2029. Daarna dient de uitrol van ERTMS plaats te vinden om meer treinen op de SAAL-corridor te kunnen laten rijden. 4.6.2 Planning en voortgang De SAAL-corridor bevindt zich deels in de realisatiefase en deels in de planuitwerkingsfase. Realisatiefase In de verslagperiode is bij de realisatie goede voortgang geboekt. Bij Weesp is het projectonderdeel geluidschermen Bloemendalerpolder in de verslagperiode financieel volledig afgesloten. Daarnaast is het uitvoeringbesluit genomen voor de verbetering van de reizigerstransfer op station Weesp. Bij Hoofddorp zijn de, voor de dienstregeling benodigde, bijsturingsmaatregelen aanbesteed. Planuitwerking In de planuitwerking wordt de beoogde dienstregeling nader uitgewerkt om de maakbaarheid daarvan te bepalen. Daarnaast voert ProRail een onderzoek uit naar de baanstabiliteit op de SAAL-corridor. In het onderzoek zal er gekeken worden of en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om extra treinen over het tracé te kunnen laten rijden.
Eerder is duidelijk geworden dat de invoering van de beoogde dienstregeling in 2033 onzeker is. ERTMS is noodzakelijk om hoogfrequent te kunnen rijden op de SAALcorridor. De SAAL-corridor is geen onderdeel van de eerste tranche van het programma ERTMS. Vanwege de bestuurlijke afspraken en het kunnen benutten van de PHS-infrastructuur is het zeer gewenst dat de SAAL-corridor vroeg in de tweede tranche van het programma ERTMS wordt gerealiseerd. Bij de uitrol van ERTMS in tranche 2 en verder, zullen echter complexe keuzes gemaakt moeten worden. De voortgangsrapportage van het programma ERTMS gaat hier uitgebreid op in.
Pagina 34 van 46
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer – VGR 12 2024-02
4.6.3 Maatregelen Tabel 4.19: Maatregelen corridor SAAL Maatregel Indienststelling Start BR (2018) VGR 2024 - 1 VGR 2024 - 2 realisatie Maatregelen infra Q4-2027 Q4-2027 Q4-2027 Deels lay-out Weesp, gestart Amsterdam-Zuid keervoorzieningen Keverdijk en Muiderberg en Hoofddorp gelijktijdigheid) Overige Q4-2027 Q4-2029 Q4-2029 Deels maatregelen (o.a. gestart; deels transfer gereed Muiderpoort, wissels Almere Oostvaarders, omgevingseffecten) Naarden-Bussum Q3 2019 Gereed Gereed Gereed emplacement Extra Q4 2020 Gereed Gereed Gereed opstelcapaciteit Lelystad 4.6.4 Prognose en realisatie reizigersvervoer en dienstregeling
Traject
Tabel 4.20: Reizigersaantallen corridor SAAL (bron NS & ProRail) Realisatie Prognose II[1] Jaartal 2015 2016 2017 2018 2019 2022 2023 2040 2040 Laag Hoog
Amsterdam Centraal-Weesp
51.000
52.000
51.000
50.000
51.000
36.000
44.000
61.000
71.000
Amsterdam ZuidWeesp
44.000
46.000
51.000
52.000
53.000
36.000
41.000
70.000
85.000
Weesp-Almere
53.000 55.000 58.000 59.000 59.000 34.000 42.000 70.000 83.000 Aantal reizigers op een gemiddelde werkdag op meetpunten Diemen-Weesp, Diemen ZuidWeesp, Weesp-Almere Poort. Voor de prognose zijn de cijfers weergegeven voor treindienstmodel II. [1]
Bron: IMA Referentieprognose 2022 (ProRail)
Pagina 35 van 46
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer – VGR 12 2024-02
Tabel 4.21: Aantal reizigerstreinen corridor SAAL (bron NS) Jaartal Aantal Aantal Toelichting intercity’s productsprinters verbetering Meetpunt Diemen-Weesp, aantal per uur/richting Basis (2013) 4 4 2017 4 4 2021 4 4 2029 0 10 Meetpunt Diemen Zuid-Weesp, aantal per uur/richting Basis (2013) 6 4 2017 6 4 2021 6 4 2029 8+4 0 8 intercity’s en 4 sneltreinen Meetpunt Weesp-Almere Poort (incl. Gooiboog), aantal per uur/richting Basis (2013) 4 6 2017 6 6 2021 6 6 2029 4+4 8 4 intercity’s en 4 sneltreinen Het genoemde jaartal van de productverbetering betreft een kalenderjaar, doorgaans in december, en is een jaar eerder dan het dienstregelingsjaar.
4.6.5 Raakvlakken en risico's De uitrol van ERTMS is bepalend voor het kunnen rijden van extra treinen op de SAAL-corridor. Er is een nauwe samenwerking tussen de programma’s ERTMS en PHS om ervoor te zorgen dat de benodigde ERTMS-aanpassingen zorgvuldig en tijdig worden uitgevoerd om zodoende het SAAL-dienstregelingsmodel mogelijk te maken. Beide programma’s maken middels de eigen voortgangsrapportages melding over de voortgang van SAAL en ERTMS. Onderzoek naar baanstabiliteit voor deze corridor wordt uitgevoerd om te bepalen of aanvullende maatregelen nodig zijn voor het laten rijden van extra treinen op deze corridor.
Pagina 36 van 46
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer – VGR 12 2024-02
4.7
Reizigerscorridor Schiphol-Utrecht-Nijmegen
4.7.1 Corridorscope Binnen deze PHS-corridor is een hoogfrequente lijnvoering volgens het zogenoemd 6/4 model voorzien: 6 intercity’s per uur Schiphol-Amsterdam Zuid-Utrecht Centraal-Arnhem Centraal(-Nijmegen), 1 ICE per 2 uur Amsterdam CentraalUtrecht Centraal-Arnhem Centraal-Duitse grens en 4 sprinters per uur BreukelenUtrecht Centraal-Veenendaal Centrum waarvan 2 per uur doorrijden naar Rhenen. Deze hoge frequenties rijden al, waarbij de oplevering van PHS Nijmegen uiteindelijk ook de gewenste PHS-tijdligging van elke tien minuten een IC mogelijk maakt. De meeste PHS-inframaatregelen voor deze corridor zijn reeds in gebruik genomen (zoals de aanpassingen bij station Utrecht, Driebergen-Zeist en Ede-Wageningen). Uitbreiding van station Nijmegen wordt naar verwachting afgerond in 2028. 4.7.2 Planning en voortgang Inmiddels is de voorbereiding van de realisatie voor PHS Nijmegen in volle gang. Er vinden conditionerende werkzaamheden plaats en de ontwerpen worden opgesteld. 4.7.3 Maatregelen Tabel 4.23: Maatregelen corridor Schiphol-Utrecht-Nijmegen Indienststelling Maatregel BR (2018) VGR 2024 - 1 VGR 2024 - 2 Nijmegen integrale Q1-2027 Q4-2028 Q4-2028 aanpak en extra opstelcapaciteit (extra perron, transfer, nieuwe toegang) Seinoptimalisatie Q4-2028 Q4-2028 Q4-2028 Arnhem-Nijmegen
Pagina 37 van 46
Start realisatie Gestart
NTB
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer – VGR 12 2024-02
Maatregel Overige maatregelen (externe veiligheid, be- en bijsturing en onderhoud) Ede-Wageningen extra zijperron Overige maatregelen (Perronverlengingen, overweg Veenendaal Klompersteeg) Doorstroomstation Utrecht (DSSU) Driebergen-Zeist keerspoor
Indienststelling BR (2018) VGR 2024 - 1 Q4-2028 Q4-2028
VGR 2024 - 2 Q4-2028
Start realisatie NTB
Q4-2020
Gereed
Gereed
Gereed
Q4-2028
Gereed
Gereed
Gereed
Gereed
Gereed
Gereed
Gereed
Q1-2020
Gereed
Gereed
Gereed
4.7.4 Prognose en realisatie reizigersvervoer en dienstregeling Tabel 4.24: Reizigersaantallen corridor Schiphol-Utrecht-Nijmegen (bron NS & ProRail) Realisatie Prognose[1] 2015
2016
2017
2018
2019
2022
2023
2030 Laag
2030 Hoog
AmsterdamUtrecht[2]
100.000
103.000
110.000
115.000
122.000
85.000
104.000
147.000
181.000
Utrecht-Arnhem
54.000 53.000 56.000 55.000 60.000 43.000 49.500 68.000 79.000 Aantal reizigers op gemiddelde werkdag op meetpunten Maarssen-Utrecht Zuilen en Utrecht Vaartsche Rijn-Bunnik. Voor de prognose worden prognoses voor 2030 in een laag en hoog scenario gebruikt (WLO-laag en WLO-hoog).
Jaartal Traject
[1] [2]
Bron: IMA Referentieprognose 2022 (ProRail) Samenloop met corridor Amsterdam-Eindhoven
Tabel 4.25: Aantal reizigerstreinen corridor Schiphol-Utrecht-Nijmegen (bron NS) Jaartal Aantal Aantal Toelichting intercity’s productsprinters verbetering Meetpunt Maarssen-Utrecht Zuilen 4, aantal per uur/richting Basis (2013) 4 4 Excl. 1 ICE per 2 uur 2017 4 4 Excl. 1 ICE per 2 uur 2021 6 4 Excl. 1 ICE per 2 uur 2029 6 Excl. 1 ICE per 2 uur 4 Meetpunt Utrecht Vaartsche Rijn-Bunnik, aantal per uur/richting Basis (2013) 4 4 Excl. 1 ICE per 2 uur 2017 4 4 Excl. 1 ICE per 2 uur 2021 6 4 Excl. 1 ICE per 2 uur 2029 6 4 Excl. 1 ICE per 2 uur Het genoemde jaartal van de productverbetering betreft een kalenderjaar, doorgaans in december, en is een jaar eerder dan het dienstregelingsjaar. Vanwege personeelstekorten zijn de 5e en 6e IC’s tot 2024 afgeschaald.
4
Alleen de IC’s die tussen Utrecht en Amsterdam Zuid-Schiphol rijden, zijn genoemd Pagina 38 van 46
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer – VGR 12 2024-02
4.7.5 Raakvlakken en risico's De nieuwe spooronderdoorgangen in Maarsbergen en Wolfheze zijn in uitvoering. Hierdoor kunnen drukke overwegen op deze corridor worden opgeheven, waarmee op deze corridor wat een randvoorwaarde voor deze productstap is ingevuld. 4.8
Overige Maatregelen
Om PHS mogelijk te maken, zijn er naast de maatregelen per corridor ook aanvullende maatregelen nodig om hogere treinfrequenties mogelijk te maken. Deze overige maatregelen zijn in deze verslagperiode gewijzigd van € 139 mln naar € 105 mln (zie tabel 2.1), met name omdat de benodigde maatregelen inzake ICT be- en bijsturing zijn toegedeeld aan de corridors Alkmaar-Amsterdam en AmsterdamEindhoven.
Pagina 39 van 46
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer – VGR 12 2024-02
5
Bijlagen
Bijlage A: Budgetontwikkelingen van 2018 tot heden
Rapportage
Tabel A.1: Budgetontwikkelingen Begrotingsstuk x € mln., incl. btw
Basisrapportage (2018)
Stand NajaarsNota 2018
x € mln., incl. btw
Type mutatie
3.467,3 -2,2 scopeoverdracht
1e VGR (2019-1)
Stand VoorjaarsNota 2019
3.465,0 66,1 prijsbijstelling 2019 16,2 scopetoevoeging -21,8 overdracht t.b.v. EOV 48,8 meevaller oplevering 15,0 Scopetoevoeging 43,0 Scopetoevoeging -28,5 Scopeoverdracht -0,1 Scopeoverdracht
2e VGR (2019-2)
Stand NajaarsNota 2019
3.603,6 0,3 Scopetoevoeging -8,2 overdracht t.b.v. EOV -0,4 Scopeoverdracht
3e VGR (2020-1)
Stand VoorjaarsNota 2020
3.595,3
4e VGR (2020-2)
Stand NajaarsNota 2020
3.644,5
49,2 prijsbijstelling 2020
0 5e VGR (2021-1)
Stand VoorjaarsNota 2021
3.644,5 65,0 prijsbijstelling 2021 3,4 Scopetoevoeging 6,2 Scopetoevoeging -40,0 Scopeoverdracht -24,6 Scopeoverdracht -4,3 Scopeoverdracht desaldering -130,6 ontvangsten -2,3 overdracht t.b.v. EOV
6e VGR (2021-2)
Stand NajaarsNota 2021
3.517,3 -5,6 Overdracht t.b.v. EOV
7e VGR (2022-1)
Stand VoorjaarsNota 2022
3.511,7 128,4 Prijsbijstelling 2022 11,5 Scopetoevoeging -4,1 Overdracht t.b.v. EOV
8e VGR (2022-2)
Stand NajaarsNota 2022
3.647,5 19,0 Prijsbijstelling 2022 2,2 Scopetoevoeging
Pagina 40 van 46
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer – VGR 12 2024-02
0,2 Overdracht t.b.v. EOV 9e VGR (2023-1)
Stand VoorjaarsNota 2023
3.668,5 115,0 Prijsbijstelling 2023 3,6 Scopetoevoeging -0,9 Overdracht BCF
10e VGR (2023-2)
Stand NajaarsNota 2023
3.786,3
Meerkosten a.g.v. 86,2 Prijsstijgingen 11,4 Scopetoevoeging
11 VGR (2024-1)
Stand VoorjaarsNota 2024
3.883,9 76,3 Prijsbijstelling 2024 253,0 Budgettoevoeging 102,2 Scopetoevoeging
12 VGR (2024-2)
Stand NajaarsNota 2024
4.315,4
Totaal mutaties
848,1
Pagina 41 van 46
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer – VGR 12 2024-02
Bijlage B: Financiële aansluiting voortgangsrapportage en begrotingsstukken Hieronder is het budget IenW toegelicht. De eerste uitgevoerde maatregelen voor OV SAAL Korte Termijn zijn geen onderdeel van het Grote Project PHS maar zijn wel geboekt op Art 17.10 en hebben daarom een effect op de financiële historie en het totale budget. Dit project is in zijn geheel financieel afgerond. Tabel B.1 - Budget IenW (in mln. €) VGR-budget OV SAAL KT Planuitwerking[1] OV SAAL KT Realisatie[1] Terugontvangen voorschotten Correctie negatieve uitgaven Programmabudget[1] [1]
4.315 32
Zie tabel 2.1
630 82 2 5.061
Bron: Mobiliteitsfonds 2024, 2 Suppletoire, tabel 42 e
Voorschotten In het onderzoeksvoorstel van de Auditdienst Rijk aan de Tweede Kamer in het kader van de voortgangsrapportages van PHS, is aangegeven dat ook een controle op de afrekening van voorschotten in het betreffend jaar zal plaatsvinden. Dit conform de Regeling Financieel Beheer. Dit overzicht is hieronder weergegeven. Tabel B.2 – Voorschotten x €1 mln., incl. btw 17.10.02 Realisatiefase 17.10.02 Verkenning en planuitwerking Totaal MF
Stand van de voorschotten per 1-12024 225,7
Verleende Afgerekende Stand van de voorschotten voorschotten voorschotten in 2024 in 2024 per 31-122024 245,6 217,2 254,1
9,8
9,2
10,5
8,5
235,5
254,8
227,7
262,6
Pagina 42 van 46
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer – VGR 12 2024-02
Bijlage C: Risico’s De risico’s van het programma zijn in de onderstaande tabel toegelicht. Tabel C.1 laat de tien toprisico’s op programmaniveau zien. Deze lijst is samengesteld op basis van de risico’s vanuit de projecten die zijn aangevuld door risico’s op corridorniveau. In de kolom ‘Ontwikkeling’ geeft het symbool de ontwikkeling van het risico weer ten opzichte van de VGR van een half jaar geleden. Tabel C.1: Toprisico’s op programmaniveau Risico
Beheersmaatregelen
Effect op corridor(s)
Het programma en zijn onderliggende projecten krijgen te maken met schaarste waardoor treinvrije periodes niet gehaald worden en geplande productstappen niet haalbaar blijken (endogeen).
1. Afweging maken binnen de totale ProRail portefeuille op basis van de masterplanning met betrekking tot welke projecten wanneer zullen worden uitgevoerd. 2. Waar mogelijk werkzaamheden doordeweeks en overdag uitvoeren.
Dit risico speelt bij alle projecten zowel in de voorbereiding van werkzaamheden als de uitvoering. Schaarste kan leiden tot langere doorlooptijden en prijsstijgingen. Dit risico is toegenomen doordat dit zich bij meer disciplines manifesteert.
Randvoorwaardelijke projecten bedreigen programmaplanning en/of productstappen (zowel exogeen als endogeen).
1. Periodieke inhoudelijke toetsing (1x per 6 maanden) van scope en planning van randvoorwaardelijke projecten. 2. Programma pakt meer de regie bij projecten waar PHS afhankelijk van is. 3. Regulier overleg met de corridormanagers en configuratiemanager waardoor het programmateam bij wijzigingen wordt geïnformeerd/geconsulteer d. 4. Zorgen dat de belangen van de productstap van PHS SAAL expliciet worden meegenomen bij de prioritering binnen de uitrol van ERTMS. 5. Onderzoeken voor de corridor AlkmaarAmsterdam of er eerder een productverbetering (ingroeimodel) voor reizigers gerealiseerd kan worden, als tussenstap naar de volledige PHS frequentieverhoging.
De corridor AlkmaarAmsterdam is afhankelijk van de projecten Zuidasdok en daarop volgend Derde perron Amsterdam Zuid en het verplaatsen van de internationale treinen van Amsterdam Centraal naar Amsterdam Zuid. En deze corridor is tevens afhankelijk van ICTontwikkelingen. De productstap SAAL is afhankelijk van ERTMS. Dit risico treedt op voor deze corridor. Het is nog niet duidelijk wanneer ERTMS wordt gerealiseerd op deze corridor.
Pagina 43 van 46
Ontwikkeling
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer – VGR 12 2024-02
Risico
Beheersmaatregelen
Effect op corridor(s)
De baanstabiliteit op tracédelen waaraan PHS geen wijzigingen uitvoert belemmeren de voorziene productstap (exogeen).
1. Vanuit PHS wordt regie op het proces gezet om helder te krijgen of en zo ja waar maatregelen getroffen moeten worden om integraal overzicht te krijgen op de productstap. 2. Landelijke baananalyse loopt.
Er ontstaat een indexeringstekort (exogeen).
1. Monitoren verschil gehanteerde index (IBOI en marktindex (CBS)) en inzichtelijk maken. 2. Door IenW is aanvullend budget beschikbaar gesteld. 1. Contracten aantrekkelijk houden voor de markt o.a. door kritisch te kijken naar de omvang van de contracten.
Dit risico is verlaagd. Uit onderzoeken is gebleken dat baanstabiliteit voor de corridor Den Haag-RotterdamBreda geen belemmering is voor het maken van de PHS-productstap. Bij de corridors AmsterdamAlkmaar, Goederenroutering Zuid Nederland en SAAL vindt verder onderzoek plaats naar de huidige staat van de baan. Algemeen programma. Dit risico is per saldo ongewijzigd.
Realisatiebudgetten blijken onvoldoende te zijn door marktwerking (exogeen).
Wijzigingen in cruciale wetten, regels en kaders zoals werken onder laagspanning, kwartsloze ballast en stikstofdepositie maken dat de planning niet meer haalbaar is of dat extra trein vrije periodes nodig zijn die niet beschikbaar zijn (exogeen).
1. Het zorgpunt agenderen in het DO PHS en bespreken op welke wijze met het zorgpunt zal worden omgegaan. 2. Tijdig rekening houden met nieuwe regels/handelingskaders waardoor effect zo beperkt mogelijk is. 3. Overleggen en afspraken maken met bevoegde gezagen.
Pagina 44 van 46
Door de gunning van met name het (alliantie) contract voor de verdiepte ligging van het spoor bij Vught is de omvang van de nog aan te besteden contracten verlaagd. Daarmee neemt het risico af. Algemeen programma. De overwegmaatregelen bij Boxtel kunnen niet worden gerealiseerd door onzekerheid met betrekking tot stikstof. Dit speelt ook op de corridor AmsterdamEindhoven (Aziëhaven). Op de corridor Goederenroutering ZuidNederland wordt deels kwartsloze ballast gebruikt (tijdelijk spoor Vught).
Ontwikkeling
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer – VGR 12 2024-02
Risico
Beheersmaatregelen
Effect op corridor(s)
Lange looptijd (project/programm a) versus veranderende omgeving wat kan leiden tot aanpassing van uitgangspunten of problemen met de bouwbaarheid wat leidt tot meer hinder, vertraging en/of hogere kosten als gevolg van aanpassen fasering reeds gegunde contracten. Het gewijzigde uitgangspunt m.b.t. het beveiligd vertrek van treinen naar Londen vanaf Amsterdam Centraal en IJviaduct is hier een voorbeeld van (endogeen). Benodigde vergunningen en/ of ontheffingen (bijvoorbeeld ecologie) worden niet of niet tijdig verkregen door grote hoeveelheid projecten in de projectomgeving of bevoegd gezag koppelt zeer strikte eisen aan vergunningverlening (exogeen). Sinds de Covid 19crisis is de vervoersvraag afgenomen waardoor productstappen niet worden gereden ondanks dat de infra is aangelegd door PHS (exogeen).
1. Afstemming tussen verschillende projecten en gesprekken met stakeholders om inzicht te krijgen in dilemma’s en tot afgewogen keuzes te komen.
Dit risico blijft onverminderd hoog en is relevant voor de corridor AmsterdamEindhoven waarin meerdere projecten aan het werk zijn en de ombouw van Amsterdam Centraal een lange doorlooptijd kent. Dit risico is opgetreden en heeft geleid tot aanpassing van de fasering van PHS Amsterdam. Het risicoprofiel van Amsterdam blijft onverminderd hoog.
1. In gesprek gaan met bevoegd gezag/vergunningverlener en afspraken maken om de voortgang van de realisatie te borgen.
Dit risico speelt op de corridors Goederen-routering Zuid-Nederland, AmsterdamEindhoven en BredaEindhoven.
1. IenW voert gesprekken met NS over de ontwikkeling van de vervoersvraag.
Dit risico speelt nog op de corridor Breda-Eindhoven. Bij SAAL is het tijdspad verschoven door ERTMS en de invoering van de beoogde dienstregeling in 2033 is onzeker.
Pagina 45 van 46
Ontwikkeling
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer – VGR 12 2024-02
Risico
Beheersmaatregelen
Effect op corridor(s)
Vertraging verkrijgen onherroepelijk Tracébesluit doordat de behandeling en uitspraak door de Raad van State langer duren dan voorzien (exogeen).
1. Risico-inschatting doen over de zienswijzen die zijn ingediend. 2. Op basis van de risicoinschatting kijken of vooruitlopend op een onherroepelijk Tracébesluit kan worden gestart.
Dit risico is van toepassing op de corridor AlkmaarAmsterdam met als status verhoogd door het uitblijven van een datum voor behandeling van het Tracébesluit door de Raad van State.
Pagina 46 van 46
Ontwikkeling