6. Natuurtoets
Tekst van het document
Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden
Bittervoorn
Blad 26 van 36
Roerdomp
Kleine zwaan
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
stroomdalgraslanden
Grote modderkruiper
Porseleinhoen
Kolgans
blauwgraslanden
Kleine modderkruiper
Kwartelkoning
Smient
Ruigten en zomen; subtypen glanshaver en grote vossenstaart
Rivierdonderpad
Zwarte stern
Pijlstaart
Vochtige alluviale bossen; subtypen zachthoutooibossen, essen-iepenbossen en beekgeleidende bossen
Otter
Grote karekiet
Slobeend
Droge hardhoutooibossen
Meerkoet
Grutto
Blad 27 van 36
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Figuur 4.14. Globale ligging van het plangebied (rode kaders) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) (bron achtergrond: Esri).
NNN gebieden Het plangebied bevindt zich niet binnen het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde gebied binnen het Natuurnetwerk Nederland ligt op circa 530 meter afstand van het plangebied (figuur 4.15).
Blad 28 van 36
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Figuur 4.15. Globale ligging van het plangebied (rode kaders) ten opzichte van het NNN (blauw gearceerd) (bron achtergrond: Esri).
Bos- en natuurgebieden buiten het NNN Het plangebied is niet gelegen binnen een bos- en natuurgebied buiten het NNN. Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot een bos- en natuurgebied buiten het NNN is gelegen op circa 450 meter afstand van het plangebied (figuur 4.16).
Figuur 4.16. Globale ligging het plangebied (rode kaders) ten opzichte van de bos- en natuurgebieden buiten het NNN (oranje) (bron achtergrond: Esri).
Blad 29 van 36
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Nationale landschappen Het plangebied is niet gelegen binnen een Nationaal landschap. Het dichtstbijzijnde Nationale landschap, de IJsseldelta, bevindt zich op ruim 6,5 kilometer afstand van het plangebied (figuur 4.17).
Figuur 4.17. Globale ligging het plangebied (rode kaders) ten opzichte van het Nationale landschap de IJsseldelta (paars gearceerd) (bron achtergrond: Esri).
Beschermde houtopstanden De bospercelen maken onderdeel uit van een beschermde houtopstand Wnb. De bospercelen hebben een totale oppervlakte van circa 1,9 hectare. De bospercelen zijn bovendien gelegen buiten de bebouwde kom Boswet en de aanwezige dominante bomensoorten zijn zomereik, els en esdoorn.
Blad 30 van 36
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
5
Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNN-gebied en de Wet natuurbescherming (Wnb).
5.1
Effectbepaling plan Voor het bouwrijp maken van de bospercelen zijn diverse werkzaamheden benodigd. De aanwezige begroeiing dient verwijdert te worden en de watergangen rondom de zuidelijke bospercelen dienen gedempt te worden. De bomen worden gekapt met machines en afgevoerd middels vrachtverkeer. Er worden afgravingswerkzaamheden uitgevoerd en de bodem wordt geëgaliseerd. Van de volgende aspecten van de werkzaamheden moet het effect op de aanwezige beschermde natuurwaarden bepaald worden. - Kapwerkzaamheden. - Afgravingswerkzaamheden; - Dempen watergangen; - Afvoeren van de gekapte bomen; - Toename (bouw)verkeer; - Toename van geluid, licht of trillingen tijdens de werkzaamheden.
5.2
Effecten op beschermde soorten Vogels Jaarrond beschermde nesten In de bospercelen zijn mogelijk jaarrond beschermde nesten van vogels aanwezig. De bomen konden ten tijde van het veldbezoek onvoldoende gecontroleerd worden op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten gezien het aanwezige bladerdek. Bij de geplande werkzaamheden worden door de bomenkap mogelijk nesten vernietigd, wat in strijd is met de Wet natuurbescherming. Er zal daarom een nader onderzoek gedaan moeten worden. Dit nader onderzoek omvat een veldbezoek in het bladloze seizoen (circa november t/m maart), waarbij de aanwezige bomen gecontroleerd worden op jaarrond beschermde nesten. Wanneer er jaarrond beschermde nesten aangetroffen worden dient er verder nader onderzoek gedaan te worden naar het gebruik van deze nesten. Dit nader onderzoek is afhankelijk van de soort, maar bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende het broedseizoen van de te verwachten soort. Indien hieruit blijkt dat een nest wordt gebruikt door een vogelsoort die jaarrond bescherming geniet, dient er ontheffing aangevraagd te worden. Wanneer er geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen worden zijn er, wat betreft vogels met jaarrond beschermde nesten, geen belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming. Algemene broedvogels Alle inheemse broedvogels zijn tijdens het broeden wettelijk beschermd volgens de Vogelrichtlijn.
Als er ten tijde van de beoogde start van de werkzaamheden vogels in, of binnen de verstoringszone van het projectgebied broeden, kunnen de werkzaamheden ter plaatse geen doorgang vinden totdat de jongen zijn uitgevlogen. Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het verstoren of verjagen van broedende vogels. De werkzaamheden dienen derhalve buiten het broedseizoen te gebeuren, aangezien het plangebied dermate groot is dat
Blad 31 van 36
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
broedgevallen niet voorkomen kunnen worden door het nemen van maatregelen. Een wettelijk vastgestelde periode voor het broedseizoen bestaat niet, bepalend is of broedgevallen aanwezig zijn. Indicatieve datumgrenzen zijn 15 maart tot 15 juli, maar er bestaan, afhankelijk van het weer en de vogelsoort, vele uitzonderingen op deze regel.
Vleermuizen Vleermuizen zijn beschermde soorten en staan vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. In het kader van de Wet natuurbescherming is daarom een aantal verbodsbepalingen ten aanzien van vleermuizen opgesteld die in principe niet overtreden mogen worden door onder andere een ruimtelijke ontwikkeling. Tijdens de geplande werkzaamheden worden er bomen gekapt, waarin zich mogelijk geschikte holtes bevinden voor boombewonende vleermuizen. Het verstoren of vernielen van verblijfplaatsen van vleermuizen is in strijd met de Wet natuurbescherming. Ten tijde van het veldbezoek kon, door het aanwezige bladerdek, onvoldoende gecontroleerd worden op aanwezigheid van verblijfplaatsen in de vorm van holtes of loshangend schors. Er zal derhalve een nader onderzoek verricht moeten worden om te inventariseren of er geschikte verblijfplaatsen aanwezig zijn. Dit nader onderzoek bestaat uit een veldbezoek door een kundig ecoloog, in de periode dat de bomen het blad verloren hebben (circa november t/m maart). Indien er geen geschikte holtes aangetroffen worden, zijn er geen verdere vervolgstappen benodigd. Indien er echter wel geschikte holtes aangetroffen worden, dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden naar het gebruik van deze verblijfplaatsen. Het nader onderzoek naar kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen voor boombewonende vleermuizen bestaat uit vier veldbezoeken.
Twee van deze bezoeken moeten plaatsvinden tussen 15 mei en 15 juli, met tussenposes van minstens 20 dagen tussen de bezoeken. Minstens één van augustus en 1 oktober, moeten nog twee bezoeken worden uitgevoerd rond middernacht. Tussen deze bezoeken moet minstens 20 dagen zitten. De bezoeken mogen alleen uitgevoerd worden als de weersomstandigheden binnen de grenzen van het vleermuisprotocol vallen. Indien uit het nader onderzoek naar vleermuizen blijkt dat de bospercelen niet wordt gebruikt als verblijfplaats door vleermuizen, dan is er geen belemmering meer vanuit de Wet natuurbescherming voor wat betreft de bescherming van vleermuisverblijfplaatsen. Indien er echter verblijfplaatsen van vleermuizen worden aangetroffen, dient er eerst een ontheffing op de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd bij de provincie Overijssel. Om deze ontheffing te verkrijgen, moeten er mitigerende maatregelen worden genomen door bijvoorbeeld het aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen in de omgeving.
Boommarter, steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel In de bosgebieden bevinden zich mogelijk verblijfplaatsen van boommarter, steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel. Potentiële verblijfplaatsen worden gezien de werkzaamheden (kap en rooi van de bosschages) fysiek aangetast. Dit is in strijd met de verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming. Daarom is er een nader onderzoek vereist om te bepalen of er in de bospercelen verblijfplaatsen van deze marters en marterachtigen aanwezig zijn. Het nader onderzoek naar marterachtigen kan uitgevoerd worden met cameravallen, sporenbuizen en/of struikrovers. Gezien de mogelijke aanwezigheid van meerdere soorten, wordt een combinatie van methodes aangeraden. Op basis van de oppervlakte van het
Blad 32 van 36
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
plangebied, dient minimaal één struikrover en één cameraval te worden ingezet per bosperceel, in totaal dus drie struikrovers en drie cameravallen. In de periode van maart tot en met augustus moeten de apparatuur zes weken worden geplaatst. Buiten deze periode is een onderzoeksperiode van 12 weken noodzakelijk. Als gebruik wordt gemaakt van een struikrover is een onderzoeksperiode van drie weken voldoende. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat verblijfplaatsen aanwezig zijn binnen het plangebied of dat aannemelijk is dat verblijfplaatsen aanwezig zijn van één of meerdere soorten, dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Deze ontheffing wordt waarschijnlijk verleend als in ieder geval buiten de kwetsbare kraamperiode (15 maart tot en met augustus) wordt gewerkt of voor aanvang van deze periode het terrein ongeschikt gemaakt wordt. Tevens dienen compenserende maatregelen getroffen te worden door elders nieuw leefgebied met verblijfplaatsen te creëren. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat marterachtigen afwezig zijn, dan zijn er geen belemmeringen meer vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soortgroep.
Egel In de bosgebieden bevinden zich mogelijk verblijfplaatsen van egels. Potentiële verblijfplaatsen worden door de werkzaamheden fysiek aangetast. Dit is in strijd met de verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming. Daarom is er een nader onderzoek vereist om te bepalen of er in de bospercelen verblijfplaatsen van egels aanwezig zijn. Het nader onderzoek naar egels kan uitgevoerd worden met cameravallen, sporenbuizen en/of struikrovers. Op basis van de oppervlakte van het plangebied, dient minimaal één struikrover en één cameraval te worden ingezet per bosperceel, dus een totaal van drie struikrovers en drie cameravallen. In de periode van maart tot en met augustus moeten de apparatuur zes weken worden geplaatst. Buiten deze periode is een onderzoeksperiode van 12 weken noodzakelijk. Als gebruik wordt gemaakt van een struikrover is een onderzoeksperiode van drie weken voldoende. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat verblijfplaatsen van egel aanwezig zijn binnen het plangebied of dat aannemelijk is dat verblijfplaatsen aanwezig zijn, dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Deze ontheffing wordt verleend als in ieder geval buiten de kwetsbare periode wordt gewerkt of voor aanvang van deze periode het terrein ongeschikt gemaakt wordt. Tevens dienen compenserende maatregelen getroffen te worden door elders nieuw leefgebied te creëren.
Indien uit het nader onderzoek blijkt dat egels afwezig zijn, dan zijn er geen belemmeringen meer vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soortgroep.
Grote modderkruiper Het aantonen of uitsluiten van grote modderkruiper in de watergangen die gedempt zullen worden kan uitgevoerd worden op twee manieren. De eerste is een onderzoek doormiddel van environmental desoxyribonucleïnezuur (e-DNA). Bij deze methode worden watermonsters genomen die geanalyseerd worden op eDNA van de grote modderkruiper. Hiervoor volstaat een enkel bezoek in de geschikte periode (maart tot en met oktober). De tweede methode is het vangen van de grote modderkruiper, indien aanwezig, doormiddel van een schepnet. Hiervoor dient tweemaal een bezoek gedaan te worden in de geschikte periode (maart tot en met juni). Er wordt dan met een schepnet door de watergang gegaan om op die manier grote modderkruiper uit te watergang te halen.
Blad 33 van 36
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Indien uit het nader onderzoek blijkt dat de soort aanwezig is in de te dempen watergangen, dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. De werkzaamheden zullen hierbij moeten worden uitgevoerd onder ecologische begeleiding. Waarbij aanwezige dieren worden afgevangen en in de omgeving worden vrijgelaten. Daarnaast dienen compenserende maatregelen getroffen te worden, bestaande uit de aanleg van nieuw geschikt leefgebied in de omgeving. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat grote modderkruiper afwezig is, dan zijn er geen belemmeringen meer vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soortgroep.
Vrijgestelde vissen en amfibieën (zorgplicht) Binnen de watergangen langs de zuidelijke bospercelen komen zeer waarschijnlijk verschillende soorten vrijgestelde amfibieën en vissen voor. Voor deze soorten geldt de zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Bij het dempen van de watergangen is het advies daarom om zoveel mogelijk in de maanden september en oktober te werken, zodat er na de voortplantingsperiode en voor de winterrust van amfibieën gewerkt wordt. Daarnaast dient in ieder geval gewerkt te worden bij een watertemperatuur boven de 5°C. Tenslotte is het advies om in één richting te werken zodat aanwezige dieren kans hebben om te vluchten en indien dieren gevangen kunnen worden, deze over te zetten naar alternatieve watergangen.
5.3
Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Uit de bureaustudie blijkt dat Natura-2000 gebied is gelegen op circa 950 meter ten zuidoosten van het projectgebied (Figuur 4.14). Gezien de relatief kleine en kortdurende ingreep, de afstand en tussenliggende afschermende elementen kunnen effecten door storingsfactoren zoals verdroging, versnippering, of verstoring door geluid, licht en trillingen op Natura 2000-gebieden op voorhand worden uitgesloten. Effecten door stikstofdepositie kunnen niet worden uitgesloten. Derhalve is een berekening met de nieuwste versie van AERIUS noodzakelijk. Op basis van de resultaten hiervan kunnen vervolgstappen benodigd zijn.
Effecten op het NNN Het projectgebied is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Overijssel kent geen externe werking. Effecten op het NNN hoeven daarom niet beoordeeld te worden.
Effecten op bos- en natuurgebieden buiten het NNN en Nationale landschappen Het dichtstbijzijnde bos- en natuurgebied buiten het NNN ligt enkele meters ten westen van het projectgebied. Het dichtstbijzijnde Nationale landschap bevindt zich op ruim 6,5 kilometer afstand. De provincie Overijssel kent geen externe werking op naastliggende gronden en er worden geen natuurwaarden aangetast in dit natuurgebied. Er zijn dus geen negatieve effecten op dit bos- en natuurgebied buiten het NNN of op nationale landschappen.
Effecten op beschermde houtopstanden De bospercelen omvatten een dermate groot gebied (>0,1 ha) waardoor deze onder een beschermde houtopstand Wnb vallen. Tevens liggen de bospercelen buiten de bebouwde kom
Blad 34 van 36
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
van de voormalige Boswet. Voor het vellen van een houtopstand dient een melding gedaan te worden bij de provincie Overijssel, minimaal 6 weken vóór het vellen. Deze melding dient gedaan te worden door de eigenaar van het perceel of degene die de kap- of rooiwerkzaamheden uitvoert. Deze melding dient ter registratie van de herplantingsplicht. De herplantingsplicht houdt in dat er binnen drie jaar na het vellen van de beschermde houtopstand op dezelfde locatie herplant dient te worden. Bij de herplantingsplicht zijn er echter vier ontheffingsmogelijkheden, die aangegeven kunnen worden bij de aanvraag. 5. 6. 7. 8.
Eerder dan 6 weken kappen; Geen herplanting binnen drie jaar na velling; Niet herplanten; Herplanten op een ander perceel;
Het is raadzaam om de bevoegde gemeentes, Zwolle en Dalfsen, na te vragen of er een kapvergunning vereist is. Indien dit het geval is, zal deze apart van de melding aangevraagd moeten worden bij de betreffende gemeentes. Er kunnen daarnaast aanvullende regels gelden
Blad 35 van 36
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
6
Bronnen Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. (z.d.). Informatiepagina Natura 2000gebieden. Geraadpleegd van https://www.natura2000.nl/ SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. SOVON, Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden. Vlinderstichting (z.d.). https://www.vlinderstichting.nl/libellen/ https://www.vlinderstichting.nl/nachtvlinders/
Geraadpleegd van
Zoogdiervereniging (z.d.). . Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/ Geraadpleegd van https://www.verspreidingsatlas.nl/ Geraadpleegd van https://www.ravon.nl/Soorten/ NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna). Geraadpleegd 26 september 2022.
Blad 36 van 36
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Bijlagen
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Bijlage 1: Wettelijk kader Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Hieronder wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd.
Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: -
soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn;
soorten. Voor soorten vallend onder bovenstaande beschermingsregimes geldt dat ze in principe niet (opzettelijk) gedood en verstoord mogen worden, ook verblijfplaatsen mogen niet vernietigd worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage I Bonn (zie Tabel A van deze bijlage B en C van deze Bijlage.
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. 2. 3. 4. 5.
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1.
2. 3. 4. 5.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1.
2.
3.
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c.
ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Tabel A. Soorten die vallen onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV, Bern bijlage II, Bonn bijlage I). Soortgroep Nederlandse naam Soortgroep Nederlandse naam
Amfibieën
Dagvlinders
Haften
boomkikker
hamster
geelbuikvuurpad
otter
heikikker
bever
kamsalamander
Zoogdieren
knoflookpad
landzoogdieren lynx
rugstreeppad
noordse woelmuis
vroedmeesterpad
wilde kat
poelkikker
wolf
moerasparelmoervlinder
baardvleermuis
apollovlinder
bechsteins vleermuis
boszandoog
bosvleermuis
donker pimpernelblauwtje
brandts vleermuis
grote vuurvlinder
franjestaart
pimpernelblauwtje
gewone grootoorvleermuis
tijmblauwtje
grijze grootoorvleermuis
zilverstreephooibeestje
grote hoefijzerneus
oeveraas
grote rosse vleermuis
brede geelrandwaterroofkever
Kevers
Libellen
Nachtvlinders
Reptielen
Sporenplanten
Weekdieren
Zaadplanten
ingekorven vleermuis
gestreepte waterroofkever
Zoogdieren
kleine dwergvleermuis
juchtleerkever
vleermuizen
kleine hoefijzerneus
vermiljoenkever
laatvlieger
mercuurwaterjuffer
meervleermuis
bronslibel
mopsvleermuis
gaffellibel
noordse vleermuis
gevlekte witsnuitlibel
rosse vleermuis
groene glazenmaker
ruige dwergvleermuis
noordse winterjuffer
tweekleurige vleermuis
oostelijke witsnuitlibel
vale vleermuis
rivierrombout
watervleermuis
sierlijke witsnuitlibel
gewone dwergvleermuis
teunisbloempijlstaart Dikkopschildpad, schildpad, lederschildpad, soepschilpad
walrus Bultrug, gewone vinvis bruinvis dwergpotvis
gladde slang
gestreepte dolfijn
muurhagedis
gewone dolfijn
zandhagedis
gewone spitsdolfijn
geel schorpioenmos
grijze dolfijn
tonghaarmuts kleine vlotvaren
Vissen
hazelmuis
steur
kleine zwaardwalvis
Zoogdieren zeezoogdieren
narwal orka
houting
tuimelaar
bataafse stroommossel
witflankdolfijn, witsnuitdolfijn
platte schijfhoren
noordse vinvis, potvis
liggende raket, zomerschroeforchis
butskop
drijvende waterweegbree
dwergvinvis
groenknolorchis
griend, witte dolfijn
kruipend moerasscherm
spitsdolfijn van gray
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
.
Tabel B. Soortgroep
Amfibieën
Nederlandse naam
Soortgroep
Nederlandse naam
Alpenwatersalamander
Beekdonderpad
Bruine kikker*
Beekprik
Gewone pad*
Elrits
Kleine watersalamander*
Europese rivierkreeft
Meerkikker*
Vissen
Gestippelde alver
Middelste groene kikker*
Grote modderkruiper
Vinpootsalamander
Kwabaal
Vuursalamander Aardbeivlinder
Dagvlinders
Bosparelmoervlinder
Aardmuis*
Bruin dikkopje
Boommarter
Bruine eikenpage
Bosmuis*
Donker pimpernelblauwtje
Bunzing**
Duinparelmoervlinder
Damhert
Gentiaanblauwtje
Das
Grote parelmoervlinder
Dwergmuis*
Grote vos
Dwergspitsmuis*
Grote vuurvlinder
Edelhert
Grote weerschijnvlinder
Eekhoorn
Iepenpage
Egel*
Kleine heivlinder
Eikelmuis
Kleine ijsvogelvlinder
Gewone bosspitsmuis*
Kommavlinder
Gewone zeehond
Pimpernelblauwtje
Grote bosmuis
Sleedoornpage Spiegeldikkopje
Reptielen
Libellen
Grijze zeehond
Zoogdieren
Haas*
Veenbesblauwtje
Hermelijn**
Veenbesparelmoervlinder
Huisspitsmuis*
Veenhooibeestje
Konijn*
Veldparelmoervlinder
Molmuis
Zilveren maan Adder
Ondergrondse woelmuis*
Hazelworm
Rosse woelmuis*
Levendbarende hagedis
Steenmarter
Ringslang
Tweekleurige bosspitsmuis*
Beekkrombout
Veldmuis*
Bosbeekjuffer
Veldspitsmuis*
Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel
Vos* Waterspitsmuis
Gewone bronlibel
Wezel**
Hoogveenglanslibel
Wild zwijn
Kempense heidelibel
Woelrat*
Speerwaterjuffer
Ree*
Kevers
Vliegend hert
Soorten met een asterisk (*) zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen. Soorten met een dubbele asterisk (**) zijn in alle provincies, behalve Noord-Holland en Noord-Brabant, vrijgesteld. In Limburg is daarnaast de molmuis vrijgesteld, in Friesland de steenmarter en in Noord-Brabant het wild zwijn. Voor Limburg geldt dat in bepaalde perioden van het jaar de hazelworm, levendbarende hagedis, steenmarter en de eekhoorn vrijgesteld zijn.
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Tabel C
te lid, onderdeel c.
Soortgroep
Planten
Nederlandse naam
Nederlandse naam
Nederlandse naam
Akkerboterbloem
Groensteel
Roggelelie
Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost
Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw
Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad
Berggamander Bergnachtorchis
Honingorchis Kalkboterbloem
Scherpkruid Schubvaren
Blaasvaren Blauw guichelheil Bokkenorchis
Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie
Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid
Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik
Kleine ereprijs Kleine Schorseneer Kleine wolfsmelk
Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad
Brede wolfsmelk Breed wollegras
Kluwenklokje Knollathyrus
Tengere distel Tengere veldmuur
Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps
Knolspirea Korensla Kranskarwij
Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis
Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis
Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs
Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor
Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla
Moerasgamander Muurbloem
Wilde weit Wolfskers
Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge
Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkalk
Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse kornoelje
Groene nachtorchis
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 de zorgplicht opgenomen. In het tekstkader hieronder staat het wetsartikel uitgeschreven. Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd.
Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.
Vrijstellingen Onder bepaalde voorwaarden geldt een algemene vrijstelling of een ontheffingsplicht van de verbodsbepalingen in de Wnb. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling of ontheffing hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het onderzoeksgebied en de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Hiertoe worden verschillende beschermingsregimes onderscheiden.
P deel van deze soorten vrijstelling is verleend. Het Rijk heeft ook een vrijstelling gemaakt voor projecten die vallen onder hun bevoegdheid (projecten van nationaal belang). Zoals ook te herleiden is uit de tabel (tabellen A en B), hangt het per provincie af welke soort is vrijgesteld van de verbodsbepalingen in artikel 3.10, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies. Indien de Nationale soorten niet zijn vrijgesteld en daarmee het voornemen de gestelde verboden in artikel 3.10 overtreedt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt.
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Ontheffingen Indien een soort niet onder een vrijstelling valt of niet gewerkt kan worden volgens een gedragscode, dient er een ontheffing te worden aangevraagd. Deze moet ingediend worden bij het bevoegd gezag. Dit is de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan drie criteria: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; 2. De activiteit leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding; en 3. Er is sprake van een in de wet genoemd belang. In tabel D worden de belangen waaronder een ontheffing kan worden aangevraagd, opgesomd. beschikbaar zijn dan voor de beschermde soorten onder artikel 3.1 en 3.5. Indien de activiteit bestaat uit een ruimtelijke inrichting of ontwikkeling zou alleen een ontheffing afgegeven kunnen worden voor Nationale soorten. Mochten desondanks soorten uit de Vogel- en/of Habitatrichtlijn, Bern en Bonn voorkomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, dan kunnen mitigerende maatregelen worden opgesteld. Er kan dan voor de zekerheid een ontheffing worden aangevraagd om de mitigerende maatregelen goed te keuren. Tabel D. Ontheffingsgronden waarop een ontheffing verleend mag worden per categorie (artikel 3.1, 3.5 en 3.10).
Ontheffingsgronden
1 2
3
Er bestaat geen andere bevredigende oplossing Leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding Opsomming van: volksgezondheid en openbare veiligheid veiligheid van luchtverkeer ter voorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij ter bescherming van Flora en Fauna voor onderzoek, onderwijs, uitzetten en herinvoeren van soorten / teelt dwingende reden van groot openbaar belang, met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten ruimtelijke inrichting of ontwikkeling schade en overlast, ter beperking omvang populatie, ter bestrijding van lijden en ziekte, bestendig beheer en onderhoud, algemeen belang
Artikel 3.1
Artikel 3.5
Artikel 3.10
Soorten van de Vogelrichtlijn
Soorten van de Habitatrichtlijn, Bonn & Bern
Andere soorten
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Nee
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Nee
X
X
Nee
Nee
X
Nee
Nee
3.10 2a-g
Procedure ontheffingsaanvraag geldt een vrijstelling. Dit betekent dat u geen ontheffing van de Wet natuurbescherming hoeft aan te vragen, maar u wel de zorgplicht moet nakomen. Voor Nationale soorten die niet zijn vrijgesteld, dient u een ontheffing beschermde soorten aan te vragen of te werken conform een gedragscode.
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Voor soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn, Conventie van Bern en Conventie van Bonn geldt dat als u kunt werken volgens een goedgekeurde gedragscode er een vrijstelling geldt. U hoeft geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen, maar u moet uw activiteiten aantoonbaar uitvoeren zoals in de gedragscode staat. Tevens blijft de zorgplicht gelden. Indien u niet kunt werken volgens een gedragscode, maar u kunt maatregelen nemen om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen (zogenoemde mitigerende maatregelen), dan hoeft u ook geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen. Wilt u zeker weten of uw mitigerende maatregelen voldoende zijn, en er inderdaad geen ontheffing nodig is? Vraag dan een ontheffing aan om uw maatregelen goed te keuren. Indien u geen mitigerende maatregelen kunt nemen, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Voor de ontheffingsaanvraag is het noodzakelijk te weten welke soorten aanwezig zijn, zodat gerichte mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen. Het bevoegd gezag zal, indien het akkoord is met het aangeleverde stappenplan waarin de aanpak afgeven. Daarmee zegt zij in feite dat een ontheffing niet noodzakelijk is wanneer men zich bij de uitvoering houdt aan het opgestelde stappenplan.
Overgangsrecht In het Besluit natuurbescherming is opgenomen dat de ontheffingen afgegeven onder het oude recht, gelden als ontheffingen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften, beperkingen en voorwaarden gelden. Dit geldt eveneens voor
Op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wnb zullen de onafgeronde ontheffing aanvragen, ingediend vóór inwerkingtreding, conform de nieuwe wet worden behandeld. Ontheffing aanvragen van voor de inwerkingtreding zullen worden afgehandeld door RVO. Aanvragen die later ingediend worden zullen afgehandeld worden door de provincies (of het Rijk). De gedragscodes worden verlengd tot het moment van in werking treden van de Wet natuurbescherming en de nieuwe gedragscodes definitief zijn goedgekeurd.
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Natuurnetwerk Nederland (NNN) De nieuwe naam voor de ecologische hoofdstructuur (EHS), het natuurnetwerk Nederland (NNN). De term EHS werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). In 2013 is het natuurbeleid gedecentraliseerd naar de provincies. In hetzelfde jaar hebben de twaalf provincies met de staatssecretaris van het ministerie van EZ definitieve afspraken gemaakt in het Natuurpact. In 2014
Dit beleid blijkt noodzakelijk te zijn doordat de Nederlandse natuur steeds meer onder druk staat, bijvoorbeeld door huizenbouw, aanleg van wegen en industrie. Toch leeft bij veel Nederlanders de wens om natuurgebieden in de buurt te hebben. Natuur geeft rust en biedt ruimte voor recreatie. De overheid heeft daarom extra geld uitgetrokken om de Nederlandse natuur te beschermen en verder te ontwikkelen. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN bestaat uit: - bestaande natuurgebieden, reservaten, natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen; - landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden); - grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee). Het NNN is een plan in uitvoering.
De doelstelling van het Natuurpact is om 80.000 hectare nieuwe natuur in te richten vóór 2027.
Natura 2000-gebieden In de Wnb zijn bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. De Europese richtlijnen verplichten de lidstaten gebieden aan te wijzen met speciale beschermingszones (de Natura 2000-gebieden). Het doel hiervan is om de aangewezen habitattypes en habitats van soorten in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De lidstaten moeten maatregelen treffen om de kwaliteit van deze habitats en habitats van soorten niet te laten verslechteren of te voorkomen dat er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur, geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden. Meestal verlenen de provincies de vergunningen, maar soms doet het Ministerie van Economische Zaken dit.
Bestaand gebruik Voor handelingen die op 31 maart 2010 bekend waren bij het gevoegd gezag en die sinds deze datum niet meer in betekenende mate zijn gewijzigd is het niet meer noodzakelijk om een vergunning aan te vragen. Deze datum kan van een later tijdstip zijn indien een Natura 2000-gebied na 31 maart 2010 is aangewezen als beschermd gebied. Zie ook artikel 2.9 lid 2.
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Overgangsrecht In de Wnb (artikel 9.4) is opgenomen dat de vergunningen afgegeven onder het oude recht, gelden als vergunningen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften gelden.
Beschermde Natuurmonumenten hebben vanaf inwerkingtreding van de Wnb niet langer een beschermde status. Daardoor zijn deze gebieden alleen nog ruimtelijk beschermd (Barro, bestemmingsplannen). Het volgende schema toont de vergunningprocedure in het kader van de Natuurbeschermingswet. Een Voortoets geeft aan of er wel of geen (negatieve) negatieve effecten zijn te verwachten. Zijn er geen negatieve effecten te verwachten, dan hoeft er geen vergunning beschermde gebieden aangevraagd te worden. Indien er kans is op negatieve effecten, kan een habitattoet een verdiepingsslag geven om aan te tonen hoe groot deze negatieve effecten zijn. Mocht er kans zijn op significant negatieve effecten, is het mogelijk om een ADC-toets uit te voeren. Wordt er voldaan aan de eisen, dan kan er een vergunning worden afgegeven met voorschriften en beperkingen.
Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV HEERENVEEN Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN E.info@anteagroup.nl
www.anteagroup.nl