CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Natuurtoets

Raad Besluitvormingsronde 23 september 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg14.933 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle Toetsing Wet natuurbescherming en NNN

projectnummer 0480775.100 definitief revisie 01 20 oktober 2023

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 0480775.100 documentnummer 480775.NT.00 definitief revisie 01 20 oktober 2023

Auteur JM Ecologie

Geccoontroolleerd

Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Utrechtseweg 310 6812 AR ARNHEM

Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

datum vrijgave 20 oktober 2023

beschrijving revisie 01 definitief

vrijgave

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

7

1.1 1.2 1.3

Aanleiding en planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer

7 8 8

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming

9

2.1 2.2 2.3

2.4

Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Bos- en natuurgebieden buiten het NNN Nationale landschappen Houtopstanden

9 9 10 10 10 11 11 11

3

Methodiek

13

3.1 3.2 3.3 3.4

Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject

13 13 14 14

4

Resultaten

15

4.1 4.2

Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Vogels Vleermuizen Overige zoogdieren Vissen Libellen Overige fauna en flora Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden NNN gebieden Bos- en natuurgebieden buiten het NNN Nationale landschappen Beschermde houtopstanden

15 18 18 19 19 20 22 24 25 25 26 26 26 28 29 30 30

5

Toetsing

31

5.1 5.2

Effectbepaling plan Effecten op beschermde soorten Vogels

31 31 31

4.3

Blad 1 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

5.3

6

Vleermuizen Boommarter, steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel Egel Grote modderkruiper Vrijgestelde vissen en amfibieën (zorgplicht) Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op het NNN Effecten op bos- en natuurgebieden buiten het NNN en Nationale landschappen Effecten op beschermde houtopstanden

32 32 33 33 34 34 34 34 34 34

Bronnen

36

Bijlage 1: Wettelijk kader

Blad 2 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Conclusies en advies In opdracht van TenneT is door Antea Group een Natuurtoets uitgevoerd. De opdrachtgever is voornemens een drietal percelen aan te kopen en bouwrijp te maken. De percelen zijn gelegen nabij het 220kV Onderstation Hessenweg. Twee bospercelen liggen ten zuidoosten van de Hessenweg en een bosperceel ten oosten ervan. De percelen zijn gelegen binnen de gemeentes Zwolle en Dalfsen, provincie Overijssel. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets.

Conclusies: Beschermde gebieden De bospercelen zijn niet gelegen binnen Natura-2000 gebied, NNN-gebieden, bos- en natuurgebied buiten het NNN of in een nationaal landschap. Wel is er sprake van een beschermde houtopstand in het plangebied. Natura 2000 Uit de bureaustudie blijkt dat Naturagelegen op circa 950 meter ten zuidoosten van het projectgebied (Figuur 4.15). Gezien de relatief kleine en kortdurende ingreep, de afstand en tussenliggende afschermende elementen kunnen effecten door storingsfactoren zoals verdroging, versnippering, of verstoring door geluid, licht en trillingen op Natura 2000-gebieden op voorhand worden uitgesloten. Effecten door stikstofdepositie kunnen niet worden uitgesloten. Derhalve is een berekening met de nieuwste versie van AERIUS noodzakelijk. Op basis van de resultaten hiervan kunnen vervolgstappen benodigd zijn. Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Overijssel kent geen externe werking. Effecten op het NNN hoeven daarom niet te worden beoordeeld. Overig provinciaal beleid De bosgebieden zijn niet gelegen in een Nationaal landschap of bos- en natuurgebied buiten het NNN of in een nationaal landschap. Het beleid van deze provinciaal beschermde natuurgebieden kent tevens geen externe werking. Er zijn geen vervolgstappen benodigd.

Beschermde houtopstanden De bospercelen omvatten een dermate groot gebied (>0,1 ha) waardoor deze onder een beschermde houtopstand Wnb vallen. Tevens liggen de bospercelen buiten de bebouwde kom van de voormalige Boswet. Voor het vellen van een houtopstand dient een melding gedaan te worden bij de provincie Overijssel, minimaal 6 weken vóór het vellen. Deze melding dient gedaan te worden door de eigenaar van het perceel of degene die de kap- of rooiwerkzaamheden uitvoert. Deze melding dient ter registratie van de herplantingsplicht. De herplantingsplicht houdt in dat er binnen drie jaar na het vellen van de beschermde houtopstand op dezelfde locatie herplant dient te worden. Bij de herplantingsplicht zijn er echter vier ontheffingsmogelijkheden, die aangegeven kunnen worden bij de aanvraag. 1. 2. 3. 4.

Eerder dan 6 weken kappen; Geen herplanting binnen drie jaar na velling; Niet herplanten; Herplanten op een ander perceel;

Het is raadzaam om de bevoegde gemeentes, Zwolle en Dalfsen, na te vragen of er een kapvergunning vereist is. Indien dit het geval is, zal deze apart van de melding aangevraagd

Blad 3 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

moeten worden bij de betreffende gemeentes. Er kunnen daarnaast aanvullende regels gelden

Tabel 01. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.

Aanwezig binnen de invloedssfeer? Effecten? Vereiste vervolgstappen aan de orde? Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?

Natura 2000

NNN

Aanvullende provinciale gebiedsbescherming

Beschermde houtopstanden

Ja

Nee

Nee

Ja

Mogelijk door stikstofdepositie door de lucht.

Nee

Nee

Ja

Stikstofdepositieberekening in AERIUS uitvoeren

Nee

Nee

Meldingsplicht, kapvergunning en herplantingsplicht.

Nader te bepalen

Ja

Ja

Mogelijk, na vervolgstappen (zie hierboven).

Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het projectgebied. In Tabel 02 is aangegeven om welke soorten het gaat en welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende project. Aangegeven is of een nader onderzoek nodig is, of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming, of dit middels maatregelen voorkomen kan worden en of bij de uitvoering van het project een ontheffing nodig is. In Hoofdstuk 5 van deze Natuurtoets staat de onderbouwing voor de gegeven conclusies. Tabel 02. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming. Soort (groep)

Vogels met een jaarrond beschermd nest (boom broedende vogels)

Essentieel leefgebied in projectgebied?

Ja, nestgelegenheid aanwezig in de bomen binnen de bospercelen.

Nader onderzoek nodig?

Ja

Is er sprake van een overtreding?

Ja, als er nestlocaties vernietigd of broedvogels verstoord worden. Zie paragraaf 5.2.1 voor werkwijze

Blad 4 van 36

Is een ontheffing noodzakelijk?

Vervolgstappen

Controle op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten wanneer de bomen vrij van bladeren zijn. Mogelijk

Indien potentieel jaarrond beschermde nesten aangetroffen worden dient nader onderzoek naar het gebruik ervan te worden uitgevoerd (zie hoofdstuk 5.2.1)

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Soort (groep)

Essentieel leefgebied in projectgebied?

Algemene broedvogels

Ja, nestgelegenheid aanwezig in de bospercelen en op de aangrenzende graslandpercelen.

Nader onderzoek nodig?

Nee

Is er sprake van een overtreding?

Nee, mits er wordt gewerkt buiten het broedseizoen

Is een ontheffing noodzakelijk?

Vervolgstappen

Nee

Er dient buiten het vogelbroedseizoen (maart juli) gewerkt te worden.

Zie paragraaf 5.2.1 voor werkwijze

Controle binnen de bospercelen naar aanwezigheid van geschikte verblijflocaties wanneer de bomen bladvrij zijn.

Vleermuizen

Boommarter, steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel

Egel

Mogelijke verblijfplaatsen binnen de bospercelen in boomholtes of achter schors.

Mogelijke verblijfplaatsen binnen de bospercelen.

Ja

Ja, als er verblijfplaatsen aangetroffen worden binnen de bospercelen.

Mogelijk

Zie paragraaf 5.2.2 voor werkwijze.

Ja

Ja, als er verblijfplaatsen aangetroffen worden binnen de bospercelen.

Mogelijk

Zie paragraaf 5.2.3 voor werkwijze.

Mogelijke verblijfplaatsen binnen de bospercelen.

Ja

Ja, als er verblijfplaatsen worden aangetroffen binnen de bospercelen. Zie paragraaf 5.2.4 voor werkwijze.

Blad 5 van 36

Mogelijk

Indien er geschikte verblijflocaties aangetroffen wordt, nader onderzoek naar het gebruik van de verblijflocaties in de kraamperiode (15 mei 15 juli) en paarperiode (15 augustus 15 september). E.e.a. uitvoeren conform het vleermuisprotocol van de Zoogdiervereniging.

Indien in de bospercelen gerooid of gekapt wordt dient nader onderzoek naar het gebruik van de bospercelen middels cameravallen, sporenbuizen en/of struikrover uitgevoerd te worden.

Indien in de bospercelen gerooid of gekapt wordt dient nader onderzoek naar het gebruik van de bospercelen middels cameravallen, sporenbuizen en/of struikrover

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Soort (groep)

Essentieel leefgebied in projectgebied?

Nader onderzoek nodig?

Is er sprake van een overtreding?

Is een ontheffing noodzakelijk?

Vervolgstappen

uitgevoerd te worden.

Grote modderkruiper

Mogelijk voortplantingswater in de oostelijke watergang.

Ja

Mogelijk, afhankelijk van de resultaten van het nader onderzoek.

Mogelijk

Indien de oostelijk gelegen watergang bij het zuidelijk gelegen bosperceel gedempt wordt, dient een nader onderzoek naar de aanwezigheid van grote modderkruiper uitgevoerd te worden. Indien de soort wordt aangetroffen dienen mitigerende en compenserende maatregelen getroffen te worden.

Zie paragraaf 5.2.5 voor werkwijze.

Zie paragraaf 5.2.5 voor werkwijze

Vrijgestelde vissen en amfibieën

Ja

Nee

Nee, er dient volgens de zorgplicht wel rekening met deze soorten gehouden worden.

Zie paragraaf 5.2.6 voor werkwijze.

Nee

Aangepaste werkwijze voor werken in (oevers van) watergangen: bij voorkeur in de maanden september en oktober, watertemperatuur boven de 5 graden, in één richting en wegvangen en in geschikte watergangen uitzetten van aanwezige individuen.

Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in Bijlage I staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

Blad 6 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en planvoornemen In opdracht van TenneT is door Antea Group een natuurtoets uitgevoerd ter plaatse van drie bospercelen nabij hoogspanningsstation Hessenweg. De komende jaren wordt het station uitgebreid. De opdrachtgever is voornemens de twee bospercelen ten zuiden van het station aan te kopen en bouwrijp te maken. De percelen zijn gelegen nabij het 220kV Onderstation Hessenweg. Twee bospercelen liggen ten zuidoosten van de Hessenweg en een bosperceel ten oosten ervan (figuur 1.1). De percelen zijn gelegen binnen de gemeentes Zwolle en Dalfsen, provincie Overijssel. Bij het bouwrijp maken van de percelen worden de aanwezige bomen gekapt en watergangen gedempt. Voor de werkzaamheden is vooralsnog geen startdatum bekend. Voor de effectbeoordeling in deze natuurtoets wordt uitgegaan van een jaarrond mogelijke uitvoering.

Figuur 1.1. Globale ligging van de plangebieden (rode kaders) (bron achtergrond: Kaart: TopoPlus, © SPOTinfo).

Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden. Er dient onderzocht te worden of de geplande ingrepen effect hebben op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming, Natuur Netwerk Nederland en overig provinciaal beleid). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde

Blad 7 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven.

1.2

Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van de voorgenomen ingreep met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuur Netwerk Nederland) en het bepalen of de aanvraag van een ontheffing/vergunning noodzakelijk is. Om hiertoe te komen worden onder andere de volgende vragen beantwoord: - Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van de voorgenomen activiteit? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te nemen en welke zijn dit? Dient in het kader van de Wnb een ontheffing aangevraagd te worden? - Komen in de beïnvloedingszone van het projectgebied beschermde natuurgebieden voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een uitwerking- of een compensatieplan opgesteld te worden? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).

1.3

Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: - De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; - Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het projectvoornemen; - Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; - Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; - Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het projectgebied; - Hoofdstuk 5 toetst de activiteiten aan de Wet natuurbescherming en het NNN.

Blad 8 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.

2.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het Natuur Netwerk het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen).

2.2

Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het projectgebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen.

Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage). Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding.

Blad 9 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B en C van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. aarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Ook zijn de provincies niet altijd het bevoegd gezag. In bepaalde gevallen1 is dit het rijk (via RVO). Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het voornemen gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode.

Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie. Zie de Bijlage voor een uitgebreide toelichting.

2.3

Gebiedsbescherming Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.

Natuurnetwerk Nederland Het Natuur Netwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit te realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuur Netwerk Nederland. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuur Netwerk Nederland. Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. De Ruimtelijke Verordening (geconsolideerde versie januari 2019) van de provincie NoordBrabant is op 25 oktober 2019 vervangen door de interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 1

https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/wetnatuurbescherming/taken-en-rolverdeling-bevoegdheden

Blad 10 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Bos- en natuurgebieden buiten het NNN Buiten het Natuurnetwerk Nederland zijn in de provincie in ruime mate bos- en natuurgebieden aanwezig. Deze gebieden hebben vaak gebiedskenmerken die bepalend zijn voor de ruimtelijke kwaliteit en dienen daarom behouden te blijven. In aanvulling op de gebiedskenmerken die vooral gericht zijn op het behoud en herstel van landschapskenmerken voorziet de verordening in een aanvullende bescherming voor bos- en natuurgebieden buiten het NNN vanwege het belang van deze gebieden voor flora en fauna. Gelet op die functie is het ongewenst dat bos- en

landschap gehandhaafd blijft. Dit zou verlies van natuurwaarden kunnen betekenen, bijvoorbeeld waar oude bosbodems verloren gaan. Om te voorkomen dat aanwezige en potentiële natuurwaarden worden aangetast, zijn in principe geen ontwikkelingen toegestaan die negatieve effecten hebben op deze waarden.

Nationale landschappen De provincie Overijssel heeft twee nationale landschappen; IJsseldelta en Noordoost-Twente. Onder een nationaal landschap wordt verstaan: gebieden met (inter)-nationaal zeldzame of unieke landschapskwaliteiten en in samenhang daarmee cultuurhistorische en natuurlijke kenmerken. De kernkwaliteiten voor Nationaal Landschap IJsseldelta zijn de grote mate van openheid, de historische, rationele, geometrische verkaveling van de polder Mastenbroek, het reliëf in de vorm van huisterpen en kreekruggen en de kleinschaligheid en openheid van het rivierenlandschap. De kernkwaliteiten van Nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn het samenhangende complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen, de grote mate van kleinschaligheid en het groene karakter. Bestemmingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen gebieden die in artikel 2.6.2 begrensd zijn als Nationaal Landschap als die bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten.

2.4

Houtopstanden De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft invulling aan de bescherming van houtopstanden die tot aan 1 januari 2017 vielen onder bescherming van de Boswet. De bescherming is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wnb. De Provincie is het bevoegd gezag. De bescherming betreft de houtopstanden die zijn gelegen buiten de bebouwde kom Wnb en die een oppervlakte hebben van meer dan 1.000 m2 (0,1 hectare) of bestaan uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. De Wnb doet geen uitspraken over houtopstanden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of met kleinere oppervlakte dan 1.000 m2. Bescherming van dergelijke houtopstanden is een taak van de gemeentelijke overheid. De wet geldt niet voor: a) Houtopstanden op erven of in tuinen; b) Fruitbomen of windschermen om boomgaarden; c) Naaldbomen bedoeld als kerstbomen indien niet ouder dan 20 jaar; d) Kweekgoed; e) Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; f) Het dunnen van een houtopstand; g) Het uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van biomassa (onder specifieke voorwaarden).

Blad 11 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Voor houtopstanden groter dan 1.000 m2 is veelal sprake van overlap met de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De mate van overlap kan per gemeente verschillen en is dus maatwerk. Toetsing aan de APV valt buiten de scope van de Natuurtoets. Voor houtopstanden die zijn beschermd in de Wnb geldt een meldingsplicht bij voorgenomen velling, en in principe tevens een herplantplicht. Herplant wordt in principe ter plekke ingevuld. Onder voorwaarden kan herplant ook elders worden gerealiseerd.

Blad 12 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

3

Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.

3.1

Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.

3.2

Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.

Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het projectgebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.

Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het projectgebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2017-2022 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het projectgebied. Daarnaast is gebruikt gemaakt van de digitale verspreidingsatlas (Verspreidingsatlas z.d.). Deze atlas maakt gebruik van atlasblokken (5 x 5 kilometer). De soortgegevens hebben daarom betrekking op de regio en niet specifiek op het projectgebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het projectgebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het projectgebied ten opzichte van het NNN is de provinciale website geraadpleegd.

Blad 13 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

3.3

Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 29 september 2022 is een terreinbezoek uitgevoerd een deskundig ecoloog, bij helder, mistig weer en een temperatuur van circa 9°C. Tijdens het terreinbezoek is het projectgebied en de omgeving bekeken op aanwezige soorten en habitats om een beeld te krijgen van aanwezige en mogelijk aanwezige beschermde flora en fauna.

3.4

Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is en of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.

Blad 14 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

4

Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het projectgebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 ingegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNB in de omgeving van het projectgebied aangegeven wordt.

4.1

Gebiedsbeschrijving Het projectgebied omvat drie bospercelen in de omgeving van het hoogspanningsstation Hessenweg (Figuur 4.1). Het projectgebied heeft een totale oppervlakte van circa 1,9 hectare. Twee bospercelen liggen ten zuiden van dit hoogspanningsstation, waarvan het grootste bosperceel een oppervlakte heeft van circa 1,2 hectare, het naastgelegen bosperceel is circa 0,5 hectare groot. Tussen de twee bospercelen ligt een bomenvrije laan van circa 10 meter breedte, waar ruig grasland aanwezig is. Aan oost- en westzijde en een deel van de noordzijde van de bospercelen loopt een smalle watergang, waarvan de oevers en watervegetatie gemaaid is. De bodem van deze watergangen is zandig. Tevens loopt langs de noordzijde van de percelen een verharde weg voor agrarische voertuigen. Verder ten noorden is het hoogspanningsstation gelegen, wat is afgesloten middels hekwerk. De aangrenzende percelen aan de oost- en westzijde zijn agrarische percelen. Aan de zuidzijde is de Hessenweg (N340) gelegen. In het gebied tussen de bospercelen en de Hessenweg is kruidenrijk en vochtig grasland aanwezig. De bospercelen bevatten relatief jonge bomen (stamdiameter tot circa 30 cm), waarbij de dominante bomensoorten zomereik, esdoorn en els zijn. Daarnaast zijn er nog enkele berken waargenomen. De ondergroei bestaat uit bramen, sporkehout en rode kornoelje.

Er zijn meerdere takkenhopen aanwezig binnen de bospercelen. Het noordelijke bosperceel heeft een oppervlakte van circa 0,2 hectare. Het perceel is gelegen aan de noordzijde van het met hekwerk afgesloten hoogspanningsstation en is aan de noord- en oostzijde omgeven door graslandpercelen. Het stuk grond aan de westzijde is recent omgeploegd en is nu een braakliggend stuk grond met weinig vegetatie. Het bosperceel is verder grotendeels gelijk aan de andere bospercelen, echter zijn de bramenstruiken hier wat dominanter aanwezig. Er zijn in dit bosperceel tevens grote takkenhopen aanwezig. Er zijn rustplekken van reeën waargenomen en meerdere wildwissels.

Blad 15 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Figuur 4.1. Ligging van het plangebied (rode kaders) (bron achtergrond: Esri).

Figuur 4.2. Bosperceel en agrarisch pad ten zuiden zuiden van het hoogspanningsstation.

Figuur 4.3. Oostzijde grootste bosperceel, watergang en aangrenzend graslandperceel aan de westzijde.

Figuur 4.4. Zuidzijde grootste bosperceel, met grasland tussen Hessenweg (N340).

Figuur 4.5 zuidelijke bospercelen met tussenliggende bomenvrije laan.

Blad 16 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Figuur 4.6. Overzicht tweede zuidelijk bosperceel.

Figuur 4.7. Oostzijde zuidelijke bospercelen, met watergang en aangrenzend agrarisch perceel

Figuur 4.8. Binnen zuidelijk bosgebied.

Figuur 4.9. Takkenhoop en ondergroei in zuidelijke bospercelen

Figuur 4.10. Noordelijk bosperceel, met aangrenzend Figuur 4.11. Noordelijk bosperceel met aangrenzende hekwerk hoogspanningsstation. agrarische graslandpercelen.

Figuur 4.12. Westzijde van het noordelijk bosperceel.

Blad 17 van 36

Figuur 4.13. Aangrenzend braakliggend terrein westzijde Hoogspanningsstation

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

4.2

Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het projectgebied in de afgelopen 5 jaar diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV-onderdeel a en b) en de nietalsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het projectgebied (binnen een straal van 2,5km) die in de NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn 17-2022). Soortgroep

Vogels

Zoogdieren

Vissen Libellen

Soort

JRB

Boerenzwaluw Boomvalk

X X

Buizerd Gierzwaluw

X X

Grote gele kwikstaart Havik Huismus

X X X

Huiszwaluw Kerkuil

X X

Ooievaar Raaf Ransuil

X X X

Roek Slechtvalk Sperwer

X X X

Steenuil Torenvalk

X X

Wespendief Zeearend Zwarte wouw

X X X

Vleermuizen* Bever Bunzing Das Eekhoorn Egel Hermelijn Otter Steenmarter Wolf Grote modderkruiper Houting Beekrombout Kempense heidelibel Sierlijke witsnuitlibel

HR

A/B

X X X X X X X X X X X X X X X

*Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, bosvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis.

Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het projectgebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden

Blad 18 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

in paragraaf 4.2.2 uiteengezet. Tevens worden soorten die niet bekend aanwezig zijn, maar mogelijk wel verwacht worden, toegevoegd.

Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het projectgebied.

Vogels Alle broedgevallen van vogels zijn beschermd. Van 23 vogelsoorten zijn ook de nesten, vaste rusten verblijfplaatsen jaarrond beschermd in de Provincie Overijssel. Dit zijn soorten die vallen in de laatst gewijzigd in 2019. Naast de jaarrond beschermde nesten van categorie 1 tot en met 4 zijn er categorie 5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Vogels met jaarrond beschermde nesten categorie 1 tot en met 5 zijn vermeld in tabel 3.1. Tabel 4.1. Jaarrond beschermde nesten in de provincie Overijssel. Soort Categorie Soort Categorie Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw Kerkuil Oehoe Ooievaar Raaf Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Torenvalk Wespendief Zeearend Zwarte specht Zwarte wouw

3 4 3 4 2 3 4 2 2 3 3 3 4 4 2 3 4 1 4 4 4 3 4

Blauwe reiger Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Draaihals Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Grutto IJsvogel Kleine bonte specht Kortsnavelboomkruiper Middelste bonte specht Oeverzwaluw Ringmus Spreeuw Tapuit Tureluur Veldleeuwerik Wulp Zomertortel Zwarte mees Zwarte roodstaart

5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

Jaarrond beschermde nesten In de omgeving van de bospercelen komen diverse soorten vogels voor met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) voor. Tijdens het veldbezoek zijn de bospercelen en de omgeving hiervan gecontroleerd op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten. Het aanwezige bladerdek maakte het echter onmogelijk om de jaarronde beschermde nesten van boombroedende vogelsoorten als boomvalk, buizerd, havik, ransuil, roek, raaf, sperwer, steenuil, wespendief of zwarte wouw, te kunnen waarnemen. Aanwezigheid van nesten van deze soorten kan daarom ook niet worden uitgesloten binnen de bospercelen.

Blad 19 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

De aanwezige bomen zijn niet geschikt voor een nest van de zeearend, die stevige grote bomen nodig heeft voor een nest. De bomen in dit gebied zijn daarvoor onvoldoende stevig en groot. De aanwezige masten en palen zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van nesten van ooievaar of torenvalk. Dergelijke nesten zijn niet waargenomen. Er waren tevens geen hoge bomen of gebouwen aanwezig die geschikt zijn als nestplaats voor slechtvalk. De aanwezige bebouwing (enkele loodsen en hoogspanningsmasten) is ongeschikt als broedlocatie voor boerenzwaluw, huismus, huiszwaluw, gierzwaluw en kerkuil. Deze soorten broeden voornamelijk in panden met open dakpannen, open gebouwen of speciale nestkasten, welke alle ontbreken binnen en rondom de bospercelen. Ook zijn er geen nestkasten aangetroffen die als nestplaats kunnen dienen voor bijvoorbeeld bos-, steen- en kerkuil. Ten slotte ontbreekt geschikt broedbiotoop voor de grote gele kwikstaart in de omgeving van de bospercelen. De soort broedt voornamelijk in holtes in oevers van stromend water. Er zijn langs de bospercelen enkel afwateringsslootjes aanwezig. Mogelijke consequenties van de ingreep op jaarrond beschermde nesten van de boom broedende jaarrond beschermde nesten worden behandeld in paragraaf 5.2.1.

Soorten met mogelijk een jaarrond beschermd nest Tijdens het veldbezoek zorgde het aanwezige bladerdek ervoor dat de bomen niet voldoende geïnspecteerd konden worden op de aanwezigheid van nesten van vogels met mogelijk een jaarrond beschermd nest (categorie 5). Er zijn echter geen zwaarwegende ecologische feiten die jaarrond bescherming onder categorie 5 rechtvaardigen doordat er voldoende alternatief broedgebied in de omgeving aanwezig is. Voor de eventueel aanwezige nesten van categorie 5soorten geldt daarom hetzelfde als voor de algemene broedvogels. Algemene broedvogels De bospercelen en de aangrenzende agrarische percelen zijn geschikt voor een groot aantal algemene broedvogels. Er kunnen in de bosgebieden soorten als merel, roodborst, koolmees, pimpelmees en winterkoning broeden. In de agrarische percelen (zoals het grasland) zouden soorten als kievit, veldleeuwerik en graspieper tot broeden kunnen komen. Mogelijke consequenties van de ingreep op algemene broedvogels worden behandeld in paragraaf 5.2.1.

Vleermuizen Alle vleermuizen zijn zwaar beschermd (alle in Nederland voorkomende soorten staan vermeld in de Habitatrichtlijn). Vleermuizen kunnen een projectgebied gebruiken als verblijfplaats, vaste vliegroute en/of foerageergebied. Verblijfplaatsen kunnen uitgesplitst worden in vier categorieën, te weten kraam-, zomer-, paaren winterverblijven. Vleermuizen maken op verschillende manieren en in verschillende seizoenen gebruik van deze verblijfplaatsen. De eisen die vleermuizen stellen aan hun verblijfplaatsen zijn afhankelijk van de vleermuissoort en het gebruik van de verblijfplaats. Kraamverblijven worden in het voorjaar en de vroege zomer gebruikt door grote groepen drachtige vrouwtjes om hun jongen te baren en groot te brengen. Tegelijkertijd bevinden kleinere groepen mannetjes zich in de zomerverblijfplaatsen. Later in de zomer en in het najaar verplaatsen de mannetjes zich naar de paarverblijven, waaromheen ze een territorium bezetten en verdedigen tegen andere mannetjes. Binnen het territorium proberen de mannetjes langskomende vrouwtjes te lokken naar de paarverblijven, waar vervolgens de paring plaatsvindt. Het paarseizoen eindigt in de herfst, waarna de vleermuizen de winterverblijven opzoeken om te overwinteren. Sommige soorten migreren hiervoor over behoorlijke afstanden.

Blad 20 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Vleermuizen gebruiken vliegroutes voor dagelijkse verplaatsingen tussen verblijfplaats en foerageergebieden en in het geval van migrerende soorten, voor de jaarlijkse trek van en naar de winterverblijven. Meestal maken vleermuizen langdurig gebruik van vaste routes die ze onthouden. Daarbij worden lijnvormige elementen zoals bomenrijen, dijken en watergangen gebruikt als vliegrouteondersteuning. Het onderbreken of verwijderen van deze elementen bij een (potentiële) vliegroute kan een negatief effect hebben op de mogelijkheid van vleermuizen om hun doel te bereiken. Ten slotte kunnen vleermuizen een projectgebied gebruiken als foerageergebied. De vleermuizen komen via vaste routes naar het foerageergebied om daar in de buurt van bomen en water te jagen op vliegende insecten. Net zoals vaste vliegroutes die veelvuldig gebruikt worden, maken vleermuizen ook gebruik van vaste foerageergebieden. Het ongeschikt maken van een foerageergebied door bijvoorbeeld het kappen of verlichten van bomen of het dempen van waterpartijen, kan tot gevolg hebben dat vleermuizen geen toegang meer hebben tot voldoende voedsel. Verblijf- en rustplaatsen In de omgeving van de bospercelen zijn geen geschikte gebouwen aanwezig die zouden kunnen dienen als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuissoorten. De bebouwing bestaat namelijk uit een loods van metalen golfplaten.

Dit materiaal biedt geen geschikt microklimaat om te fungeren als verblijfplaats. Ten tijde van het veldbezoek was er een dicht bladerdek aanwezig, waardoor de bomen niet voldoende gecontroleerd konden worden op de aan- of afwezigheid van holtes en/of scheuren. Daarom kan de aanwezigheid van scheuren en holtes in bomen welke kunnen fungeren als verblijfplaats voor boombewonende vleermuissoorten niet uitgesloten worden. Mogelijke consequenties van de ingreep op verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen worden behandeld in paragraaf 5.2.2. Vliegrouteondersteuning De bospercelen vormen geen lijnvormige elementen, of zijn daar onderdeel van. In de omgeving zijn namelijk alternatieve lijnvormige elementen aanwezig, zoals de hoogspanningsmasten, die als vliegrouteondersteuning kunnen dienen. De bospercelen hebben daarom geen rol als vliegrouteondersteuning voor vleermuizen. Foerageergebied Het projectgebied en de omgeving daarvan zijn geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Er is in de omgeving veel even geschikt alternatief foerageergebied aanwezig. Het mogelijk aanwezige foerageergebied in de omgeving van het projectgebied wordt daarom niet als essentieel aangemerkt.

Blad 21 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Overige zoogdieren Uit het bureauonderzoek is naar voren gekomen dat er binnen een straal van 2,5 kilometer tot het tracé diverse beschermde, niet vrijgestelde zoogdieren zijn waargenomen in de laatste vijf jaar. Het gaat om de bever, bunzing, das, eekhoorn, egel, hermelijn, otter, steenmarter, wezel en de wolf. Daarnaast is op basis van bekende verspreidingsgegevens en het aanwezige habitat de aanwezigheid van boommarter niet uit te sluiten. Aanwezigheid van overige beschermde, nietvrijgestelde zoogdiersoorten, kan worden uitgesloten op basis van het landelijke verspreidingspatroon en de aanwezige habitats in de omgeving van het projectgebied. Bever De bever leeft op plaatsen waar bos en open water aan elkaar grenzen. De bever heeft een voorkeur voor groot open water zoals meren, rivieren en beken, maar ook moerassen met op de oevers broekbossen met boomsoorten als wilg en els, voldoen. De waterdiepte moet minimaal 50 centimeter zijn (Zoogdiervereniging, z.d.). De bospercelen in het plangebied grenzen niet aan open water. Daarnaast zijn er geen sporen aangetroffen van bever. De bever kan daarom uitgesloten worden binnen de omgeving van de bospercelen. Boommarter De boommarter is een soort van een bosrijke omgeving. In Nederland komt de boommarter in allerlei typen en leeftijden bos voor.

Boommarters kiezen hun rustplaatsen vaak in boomholten, konijnen-, vossen- of dassenholen, tussen boomwortels of onder takkenbossen. Nesten zitten vaak in oude spechten- of eekhoornholen, regelmatig in inrottingsholten en soms in gebouwen die in of aan de rand van het bos staan (Zoogdiervereniging, z.d.). De bospercelen bieden door de ruige ondergroei en de aanwezige takkenhopen geschikte rustplaatsen voor de boommarter. Tevens is er geschikt foerageergebied aanwezig. Aanwezigheid van essentieel leefgebied van de boommarter kan daarom niet uitgesloten worden. Consequenties van de ingreep op essentieel leefgebied van de boommarter worden behandeld in paragraaf 5.2.3. Bunzing De bunzing heeft een voorkeur voor kleinschalig landschap met houtwallen, greppels en sloten met overhangende vegetatie, ook dorpen en buitenwijken van steden vormen geschikt leefgebied. Een bunzing maakt zijn schuilplaats in oude holen van bijvoorbeeld konijn, mol, vos en das. Maar ook onder steenhopen, houtmijten, in holle bomen of onder boomwortels. Hij bekleedt zijn hol met gras en mos. In de winter maakt de bunzing zijn schuilplaats op warmere plaatsen, zoals onder stro- en hooibalen bij boerderijen. De bunzing graaft soms zelf een hol. (Zoogdiervereniging, z.d.). De bodembegroeiing in de bospercelen en de aanwezige takkenhopen en ruigtes bieden de bunzing voldoende beschutting.

Verblijfplaatsen van de bunzing kunnen daarom niet uitgesloten worden. Daarnaast kan het gebied ook als foerageergebied gebruikt worden. In de omgeving is echter voldoende even geschikt foerageergebied aanwezig. Consequenties van de ingreep op essentieel leefgebied van de bunzing worden behandeld in paragraaf 5.2.3. Das De das leeft in allerlei biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Het leefgebied moet voldoende dekking bevatten, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze kunnen graven, met een grondwaterstand van tenminste 1,5 m onder het maaiveld (Zoogdiervereniging z.d.). Er zijn binnen de bospercelen geen sporen of burchten aangetroffen van das.Daarnaast toont onder

Blad 22 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

meer de aanwezigheid van pitrus dat de grondwaterstand te hoog is voor de das. Essentieel leefgebied van de das in de omgeving van de bospercelen is daarom uitgesloten. Eekhoorn Eekhoorns leven met name in bossen, maar ook in parken, tuinen en houtwallen in de buurt van bossen. De eekhoorn maakt nesten in bomen of gebruikt boomholtes als verblijfplaats (Zoogdiervereniging, z.d.). De bospercelen zijn naar verwachting te klein om een eekhoornpopulatie jaarrond van voldoende voedsel te voorzien. Bovendien zijn gedurende een vervolgcontrole in het bladloze seizoen (november t/m maart) geen eekhoornnesten waargenomen in het plangebied. Eekhoorns zouden het gebied wel kunnen gebruiken als foerageergebied, maar doordat de gebieden geisoleerd liggen van overige bosgebieden zullen dit incidentele gevallen betreffen. De bosgebieden zijn daarom geen essentieel leefgebied voor eekhoorn. Egel De egel leeft in bijna alle landschappen, maar heeft een voorkeur voor tuinen, bosranden, struweel en loofbos met een goede ondergroei. Egels komen ook in steden voor, zolang er maar groen en schuilplaatsen aanwezig zijn. Overdag slapen egels in een nest van bladeren, mos of ander materiaal dat zich vaak onder struiken of takkenbossen bevindt (Zoogdiervereniging, z.d.).

Binnen de bospercelen is voldoende voedsel aanwezig voor de egel, tevens bieden de ondergroei en de ruigtes voldoende geschikte schuilplaatsen. De aanwezigheid van essentieel leefgebied met verblijfplaatsen van de egel kan daarom niet uitgesloten worden binnen de bospercelen. Consequenties van de ingreep op essentieel leefgebied van de egel worden behandeld in paragraaf 5.2.4. Hermelijn De hermelijn komt in alle habitats voor, in open plekken, in bossen, houtwallen, duinen, akkers en vochtig terrein. Belangrijk is dat er voldoende dekking en schuilmogelijkheden aanwezig zijn en dat er voldoende prooidieren in de vorm van (woel)muizen te vinden zijn. Verblijfplaatsen bevinden zich op plaatsen met voldoende dekking, zoals in bosschages, takkenbulten en in holen van muizen, ratten, konijnen, mollen, dassen en vossen (Zoogdiervereniging, z.d.). De bodembegroeiing in de bospercelen en de aanwezige takkenhopen en ruigtes bieden de hermelijn voldoende beschutting. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van de hermelijn kunnen daarom niet uitgesloten worden. Daarnaast kan het gebied ook als foerageergebied gebruikt worden. Consequenties van de ingreep op essentieel leefgebied van de bunzing worden behandeld in paragraaf 5.2.3. Otter Otters leven in oeverzones met voldoende dekking en rust van allerlei soorten stromende wateren, zoals meren, plassen, rivieren, kanalen, beken en moerassen.

Overdag verblijft de otter in een dag rustplaats die zich bevindt op oevers in dichte oevervegetaties (o.a. riet), struwelen en bosschages, maar ook in kunstmatige holten. De nesten waar de jongen worden geworpen, liggen vaak in overstromingsvrije oeverholtes in een rustig gebied en worden regelmatig door de moeder verplaatst (Zoogdiervereniging, z.d.). Er zijn in de omgeving van de bospercelen geen geschikte watergangen met voldoende oevervegetatie aanwezig. Aanwezigheid van de soort kan daarom uitgesloten worden binnen de omgeving van de bospercelen. Steenmarter De steenmarter is een typische cultuurvolger. Binnen het territorium heeft de soort soms wel tientallen rustplaatsen. Rustplaatsen kunnen zich op veel plaatsen bevinden, zowel in bebouwd

Blad 23 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

gebied alsook in het buitengebied. Verblijfplaatsen of nesten bevinden zich bijvoorbeeld in holtes of in openening tussen platen en stenen (Zoogdiervereniging, z.d.). De bospercelen bieden de steenmarter voldoende beschutting in de vorm van ruige ondergroei, daarnaast zijn er takkenhopen aawezig die geschikt zijn als verblijfplaats voor steenmarter. De bospercelen bieden tevens geschikt foerageergebied voor de steenmarter. Consequenties van de ingreep op essentieel leefgebied van de steenmarter worden behandeld in paragraaf 5.2.3. Wolf Bij voorkeur leeft de wolf in uitgestrekte open bossen en afgelegen moerasgebieden. De soort is eleerd te overleven in gebieden waar ook mensen wonen. De wolf heeft een grote behoefte aan drinkwater (omdat hij dagelijks lange afstanden loopt) en komt dus weinig voor in droge landschappen. Het nest van een wolf bevindt zich vaak in een grot of zit verscholen onder boomwortels of tussen de rotsen. De wolf graaft soms ook een hol of vergroot holen van andere dieren zoals vos en das (Zoogdiervereniging, z.d.). De bosgebieden zijn te klein om te fungeren als essentieel leefgebied voor de wolf. Wezel Wezels leven bij voorkeur in open, droge natuur- en cultuurlandschap maar verder in veel verschillende biotopen (zoals bossen, duinen, wei- en akkerland. Meestal in droger gebied dan de hermelijn.

Echter overal waar woelmuizen ontbreken, ontbreekt ook de wezel. Ze zoeken graag dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen. Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen die bekleed wordt met veren of haren van prooidieren. Goede schuilmogelijkheden èn de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt (Zoogdiervereniging, z.d.). Er is in de bospercelen voldoende beschutting aanwezig voor de wezel, in de vorm van ondergroei en takkenhopen. Daarnaast zijn er muizenholen aangetroffen wat duidt op een voldoende voedselaanbod voor de wezel. Essentieel leefgebied voor de wezel binnen de bospercelen is daarom niet uit te sluiten. Consequenties van de ingreep op essentieel leefgebied van de wezel worden behandeld in paragraaf 5.2.3.

Vissen Binnen een straal van 2,5 kilometer zijn waarnemingen bekend van twee beschermde, niet vrijgestelde vissoorten. Het gaat om de grote modderkruiper en de houting. De aanwezigheid van overige beschermde vissoorten kan op basis van het landelijk verspreidingspatroon en de aanwezige terreinkarakteristieken worden uitgesloten. Grote modderkruiper De grote modderkruiper leeft in ondiepe wateren met een dikke modderlaag en uitbundige waterplantengroei. Door een gespecialiseerde huid- en darmademhaling (via ingeslikte lucht) kunnen grote modderkruipers overleven in situaties met lage zuurstofgehalten. De soort is in staat om in drooggevallen sloten ingegraven in de modderlaag enige tijd te overleven door gebruik te maken van huidademhaling. (RAVON, z.d.). In de oostelijk gelegen watergang naast het zuidelijk gelegen bosperceel is geschikt voortplantingswater aanwezig voor grote modderkuiper. De aanwezige begroeiing, de verbinding met een grotere watergang en de bodembedekking maken deze watergang geschikt. De overige watergangen zijn door de afwezigheid van begroeiing ongeschikt voor de grote modderkruiper. Consequenties van de ingreep op essentieel leefgebied van de grote modderkruiper worden behandeld in paragraaf 5.2.5.

Blad 24 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Houting De houting, ook wel Noordzeehouting genoemd, trekt rond november de rivieren op om zich voort te planten. De jonge houting laten zich in de loop van de zomer afzakken richting riviermondingen en de kustzone. In Nederland groeit een deel van de Noordzeehouting op in het IJsselmeer en wordt hier ook volwassen (RAVON, z.d.). Er is één waarneming bekend van houting op circa 1,8 kilometer afstand van het plangebied, in de rivier Vecht. Binnen het plangebied zijn echter geen riviermondingen, aftakkingen van de rivier of dermate grote watergangen aanwezig die geschikt zijn voor houting. De soort is daarmee uit te sluiten in het plangebied.

Libellen In een straal van 2,5 kilometer tot het projectgebied is de afgelopen vijf jaar drie beschermde libellensoort waargenomen, namelijk de beekrombout, Kempense heidelibel en sierlijke witsnuitlibel. De aanwezigheid van overige beschermde libellensoorten kan worden uitgesloten op basis van het landelijke verspreidingspatroon en de aanwezige terreinkarakteristieken. Beekrombout De beekrombout leeft rondom traag stromende beken en rivieren, waarin de eieren worden afgezet en de larven leven. Belangrijk is dat het water zuurstofrijk is, met een kale, zandige bodem. (Vlinderstichting, z.d.). De watergangen langs de bospercelen zijn ongeschikt voor beekrombout door het ontbreken van stromend water. Aanwezigheid van de soort in de omgeving van de bospercelen is daarom uitgesloten. Kempense heidelibel De Kempense heidelibel is een soort van ondiep, soms in de winter droogvallend, water. In tegenstelling tot de meeste libellesoorten heeft de Kempense heidelibel en snelle ontwikkelingsfase van de larven, waarbij de soort in één seizoen van ei tot adult ontwikkelt, wat ook de reden is dat deze soort zich in droogvallende watergangen kan handhaven. Naast het natuurlijk habitat in de vorm van ondiepe moerassen en brede verlandingszones komt hij ook voor op plekken met een kunstmatig lage(re) waterstand in de winter zoals visvijvers en koelwatervijvers (Vlinderstichting, z.d.).

De watergangen in de omgeving van de plangebieden zijn smalle afwateringsslootjes. Het ontbreekt hier aan verlandingszones die voor de Kempense heidelibel noodzakelijk zijn. Aanwezigheid van de soort kan daarom uitgesloten worden in de omgeving van de bospercelen. Sierlijke witsnuitlibel De sierlijke witsnuitlibel plant zich voort in beschutte oevers van meren, veenplassen, vijvers en de voortplantingswateren (Vlinderstichting, z.d.). De watergangen bieden geen geschikt habitat voor de sierlijke witsnuitlibel. De watergangen zijn namelijk te smal en ondiep en hebben nauwelijks onderwatervegetatie. Aanwezigheid van de Sierlijke witsnuitlibel kan daarom uitgesloten in de omgeving van de bospercelen.

Overige fauna en flora Aanwezigheid van overige beschermde soorten flora en fauna kan op basis van recente waarnemingen, het verspreidingspatroon en terreinkarakteristieken van het projectgebied, uitgesloten worden. In de watergang rondom de zuidelijke bospercelen kunnen mogelijk vrijgestelde vissen en amfibieën voorkomen. Voor deze soorten geldt de zorgplicht. Mogelijke maatregelen worden toegelicht in paragraaf 5.2.6.

Blad 25 van 36

Natuurtoets Hoogspanningsstation Hessenweg Zwolle projectnummer 0480775.100 20 oktober 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het projectgebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het projectgebied. Soort Jaarrond beschermde nesten Algemene broedvogels

4.3

Beschermingsre gime

Aanwezigheid

Artikel 3.1

Mogelijk

Artikel 3.1

Aanwezig

Vleermuizen

Artikel 3.5

Mogelijk

Boommarter

Artikel 3.10

Mogelijk

Bunzing

Artikel 3.10

Mogelijk

Egel

Artikel 3.10

Mogelijk

Hermelijn

Artikel 3.10

Mogelijk

Steenmarter

Artikel 3.10

Mogelijk

Wezel

Artikel 3.10

Mogelijk

Toelichting Mogelijk nesten aanwezig in de bomen binnen de bospercelen. Broedbiotoop in bomen en op de aangrenzende (agrarische) percelen. Mogelijk verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten. Mogelijke verblijfplaatsen binnen de bospercelen. Mogelijke verblijfplaatsen binnen de bospercelen. Mogelijke verblijfplaatsen binnen de bospercelen. Mogelijke verblijfplaatsen binnen de bospercelen. Mogelijke verblijfplaatsen binnen de bospercelen. Mogelijke verblijfplaatsen binnen de bospercelen.

Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Het plangebied is niet gelegen binnen de begrenzing van een Natura-2000 gebied. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied meter afstand van het plangebied (figuur 4.14 het geheel aan uiterwaarden ten noorden van Zwolle waar de Overijsselse Vecht samenstroomt met het Zwarte Water. Het gebied is aangewezen als een Habitatrichtlijnen Vogelrichtlijngebied. De doelstellingen voor het gebied zijn opgenomen in onderstaande tabel 4.3. Tabel 4.3. Aangewezen habitattypen, Habitatrichtlijnsoorten, broedvogels en niet-broedvogels van het Natura 2000.Habitattypen Habitatrichtlijnsoorten Broedvogels Niet-broedvogels

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=1c15377d-bb86-4bbb-b93d-e42d3586bab8