CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

5c.Zwolle, parapluplan cultuurhistorie, aanvulling_vastgesteld_1_BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Raad Besluitvormingsronde 13 juni 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Zwolle, parapluplan cultuurhistorie, aanvulling29.151 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

literatuur- en bronnenlijst toegevoegd. Monumenten Advies Bureau, september 2010

De cultuurhistorische thema’s zijn: 1. Het ontstaan van de Diezerpoort: ontwikkeling van het landschap; 2. De Nieuwstad of Voorstad: de eerste stap naar verstedelijking; de 3. De 19 eeuw: Zwolle treedt buiten de vesting; 4. Tuindorpen in het interbellum; 5. Naoorlogse steden- en woningbouw: Dieze Oost; 6. Veranderingen langs de stadsgracht; Het onderzoeksgebied omvat de wijk Diezerpoort ten noordoosten van de stadskern van Zwolle (zie het bijgevoegde kaartmateriaal).

1.4 Het doel van de analyse Deze analyse beschrijft de cultuurhistorie in de Diezerpoort en levert daarmee de input voor de wijkvernieuwing, die wordt voorbereid. Het uiteindelijke doel is om een “overall”plan te maken, dat duidelijk in de waardevolle omgeving verankerd is. Diezerpoort is een gebied waar bewoners en bezoekers zich thuis moeten voelen, de bijzondere geschiedenis kunnen beleven. Een gebied met een eigen identiteit en dynamiek. De analyse biedt het kader om de afzonderlijke plannen onderling af te stemmen en dient als inspiratiebron voor eigenaars, gemeente en ontwerpers. Op deze manier zal de unieke identiteit van Diezerpoort opnieuw kleur krijgen. 1.5 De opzet van het onderzoek, rapportage De gegevens zijn verzameld tijdens veldwerkbezoek aan het gebied, archiefonderzoek en studie van diverse dossiers en documentaties van de gemeente Zwolle. Dit rapport bevat achtereenvolgens een beschrijving van de historisch-ruimtelijke ontwikkeling van het plangebied, een duiding van de cultuurhistorische waarden en kwalificatie van de kwaliteit, waarbij als belangrijk bestanddeel een overzichtslijst van de aanwezige bouwkundige elementen, waaronder de in cultuurhistorisch opzet belangwekkende objecten, complexen en ensembles is toegevoegd.

De in deze lijst opgenomen adressen zijn weergegeven op de cultuurhistorische waardenkaart, waarop ook andere cultuurhistorisch waardevolle aspecten zijn weergegeven. Hoofdstuk 5 geeft aanbevelingen en de kansenanalyse van de parelplannen. Tenslotte is er een Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 5

2 SCHETS PLANGEBIED 2.1 Ligging en begrenzing Het projectgebied Diezerpoort omvat een groot stadsgebied ten noordoosten van de stadskern van Zwolle. Aan de noordwest- en noordzijde wordt het gebied begrensd door de A28, aan de oostzijde door de Ceintuurbaan (onderdeel van de Ring), aan de zuidoostzijde door de Nieuwe Vecht en aan de zuidzijde door het Almelose Kanaal en de noordelijke singelgracht rond het stadscentrum van Zwolle. 2.2 Hoofdstructuur, algemeen Stadsgebied met buurten van onderscheidend karakter Diezerpoort wordt omkaderd door een aantal sterk scheidende structuren (water aan de zuidoost- en zuidzijde, de brede A28 aan de noordzijde, en de Ring aan de oostzijde). Hierdoor lijkt de wijk ondanks de vele verbindingen naar buiten een op zich zelf staand element in het Zwolse stedelijke weefsel. Binnen de wijk ligt een zevental buurten, elk met een geheel eigen karakter, gevolg van de lange tijdspanne, waarbinnen de wijk zijn huidige vorm heeft gekregen: Dieze Centrum, Bagijneweide, Het Noorden, de Schildersbuurt, de Bomenbuurt (Bollenbieste), de Indischebuurt en Dieze Oost (Hogenkamp, Meppelerstraatweg Zuid en bedrijventerrein Floresstraat). De hoofdwegenstructuur bestaat uit een netwerk van enkele in oorsprong eeuwenoude landwegen en een veel jonger stratenplan, dat in hoofdzaak uit de decennia direct na de Tweede Wereldoorlog stamt.

Afb. 1 Begrenzing onderzoeksgebied.

Afb. 2 Indeling in buurten, volgens Ontwikkelingsvisie Nieuwstad Diezerpoort, 2009.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 6

2.3 Dieze West, algemeen historisch-ruimtelijk beeld Oudste structuren In het zuidwestelijke deel van de wijk (ten zuiden van de as MiddelwegBisschop Willebrandlaan-Vechtstraat, ook wel Dieze West genoemd) bevinden zich de oudste wegen, die in wezen op zijn minst terug gaan tot de late middeleeuwen (Thomas a Kempisstraat-Meppelerstraatweg, Vechtstraat, Diezerplein-Langenholterweg, Diezerenk, Holtenbroekerweg). Het zijn in oorsprong oude uitvalswegen richting de dorpen en buurtschappen ten noorden van Zwolle en eenvoudige ontsluitingswegen van het enkgebied, dat hier eens lag (Diezerenk). Langs deze wegen ontstond vanaf de late middeleeuwen vooral nabij het centrum van Zwolle een vrij dichte lintbebouwing. De wegen zijn nu nog te herkennen aan hun licht slingerende verloop en de zeer gevarieerde lintbebouwing uit uiteenlopende tijdsperioden. de Vanaf het einde van de 19 eeuw is deze structuur langzaamaan verder uitgebreid, waarbij op de tussenliggende terreinen bescheiden planmatige woningbouw werd gerealiseerd langs nieuw aangelegde straatjes. De oude Bagijneweide met de voormalige lijnbaan (thans Rhijnvis Feithlaan) ontwikkelde zich na de komst van de HBS en het Sophiaziekenhuis tot een vrij voorname woonbuurt met aaneengesloten herenhuisbebouwing.

Langs de stadsgracht behield dit buurtje nog lang veel bedrijvigheid, gericht op het water en het eindpunt van de tramlijn, die hier lag. Interbellum In het Interbellum werden zoals gezegd tussen de oude linten kleinschalige woningbouwcomplexen gerealiseerd met merendeels grondgebonden geschakelde woningen met tuintjes, in de traditie van de tuindorpen. De Schildersbuurt, Bomenbuurt (Bollenbieste) en de Indische Buurt (ten noorden van de Vechtstraat, parallel aan de Nieuwe Vecht) zijn hier de nog bestaande voorbeelden van. Het zijn buurtjes met een eenvoudig orthogonaal stratenplan, die binnen de hoofdstructuren nogal op zichzelf staan. Enkele oude buurtjes zijn door ingrijpende saneringen geheel vernieuwd (omgeving Berkumstraat-Warmoesstraat, Rembrandtstraat-Frans Halsstraat, deels met behoud van het oude stratenplan.

Afb. 3 De hoofdstructuren in Diezerpoort. In zwart de belangrijkste straten en wegen en rood de overige straten, die op zijn minst teruggaan tot de late middeleeuwen (en te zien op de plattegrond van Jacob van Deventer). Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 7

Ter hoogte van de Zamenhofsingel langs de stadgracht is in het derde kwart ste de van de 20 eeuw een deels nog laat 19 -eeuws wijkdeel volledig verdwenen bij de aanleg van de Van Wevelinkhovenstraat, die een nieuwe verbinding naar Dieze Oost zou gaan vormen. Langs de singel en de nieuwe wijkontsluitingsweg kwam ruimte voor grootschalige kantoorbebouwing (Belastingkantoor. GAK, Arbeidsbureau, later het Rijksarchief) en het overdekte wijkwinkelcentrum Diezerpoort. Aanpalende woonbuurtjes zijn hier flink gesaneerd (omgeving Braillestraat, Moerbeistraat). Naoorlogs Vanaf de jaren vijftig zijn in het westelijke deel van Dieze West grote restruimten verder opgevuld met merendeels grondgeboden geschakelde woningen. Alleen aan de noordwestrand (Minervalaan) werd een groot complex etagewoningen gerealiseerd, geordend in lange portiekflats (strokenbouw) in een ruime groenstructuur. Langs de Esdoornstraat is de wijkrand ingevuld met een kerk en enkele schoolgebouwen. Langs de tot belangrijke wijkontsluitingsweg gepromoveerde Middelweg werden eveneens langgerekte blokken portiekflats geplaatst, die het stedelijke karakter van deze weg benadrukken.

In de uiterste westhoek van Dieze West, aansluitend op singelgracht en Zwarte Water, bevindt zich een aantal grote bedrijfs- en kantoorpanden, die in het kielzog van de nieuwe infrastructuur (A28, Burgemeester Roelenweg, de verbrede Schuttevaerkade) werden opgericht. In feite leeft hiermee de vroegere bedrijvigheid voort, die langs de stadsrand en het Zwarte Water was te vinden.

Afb. 4 Periodisering van de secundaire wegen- en straten: in rood de de de laatmiddeleeuwse en 17 -eeuwse structuren, in paars de patronen uit de 19 eeuw, in blauw de periode 1900-1940 en in groen de periode 1950-1970.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 8

2.4 De buurten in Dieze West nader beschouwd Dieze Centrum (Diezerpoort Nieuwstad) Het betreft de in oorsprong laatmiddeleeuwse voorstadsontwikkeling, organisch gegroeid rond en aan een netwerk van vanuit de kern van Zwolle uitwaaierende wegen naar dorpen en buurtschappen buiten Zwolle. Het stratenpatroon is grillig, aan weerszijden van de straten bevinden zich belangrijke relicten van eeuwenoude verkavelingstructuren, hier en daar met stegen en osendrops (smalle druipgangen tussen de panden). De bebouwing kwam perceelsgewijs tot stand en heeft van oudsher gecombineerde functies: wonen, werken, winkels. De historische gelaagdheid is zichtbaar in de bebouwing, die in uiteenlopende tijdsperioden tot stand kwam en in enkele gevallen zeer oude sporen bevat.

Afb. 5, 6, 7, 8, 9 en 10. Dieze Centrum: boven Thomas à Kempisstraat, midden de Diezerkade en Diezerplein, beneden de Vechtstraat en de Schoolstraat.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 9

Bagijneweide Ook in de Bagijneweide zijn verschillende tijdslagen zichtbaar in het ruimtelijk beeld. Het westelijke deel, met relicten van eeuwenoude stratenpatronen, is ste dichtbebouwd met aaneengesloten bebouwing met onder meer vroeg 20 eeuwse arbeiderswoningen aan het Koewegje en een voorname de ste herenhuisbebouwing uit de late 19 en vroege 20 eeuw aan de Bagijnesingel en de Brink. Middelpunt is hier de monumentale Oosterkerk. Ondanks de grotendeels vernieuwde bebouwing is het Blekerswegje in sommige gebouwen de oorspronkelijke bedrijvigheid aan de Singelgracht nog herkenbaar gebleven. Het oostelijke deel is ruim van opzet en wordt gekarakteriseerd door een open bebouwingsstructuur, gedomineerd door de monumentale complexen van de HBS en het voormalige Sophiaziekenhuis, met gebouwen uit verschillende bouwperioden (het oorspronkelijke hoofdgebouw uit 1882-1884, de uitbreidingen uit 1915 en 1930 en het naoorlogse Pathologisch Laboratorium). Een ander markant gebouw is de watertoren. De Turfmarkt is een ruim, vrijwel onbebouwd terrein, waarin een karakteristieke bomenopstand het beeld bepaald. De noordrand van de wijk kent langs de Rhijnvis Feithlaan een aaneengesloten herenhuisbebouwing uit de ste de late 19 en vroege 20 eeuw.

Afb. 11, 12, 13, 14, 15 en 16: Bagijneweide: Boven de Brink en het Bleekerswegje, midden de HBS aan de Bagijnesingel en de watertoren aan deTurfmarkt, beneden herenhuizen aan de Bagijnesingel en de Rhijnvis Feithlaan.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 10

Bomenbuurt (Bollenbieste) ste Het hart van deze buurt kwam in de vroege jaren dertig van de 20 eeuw tot stand. Destijds had het wijkje nauwelijks enige ruimtelijke relatie met de oudere structuren in de omgeving. De hoofdas wordt gevormd door de brede Kastanjestraat, die als een soort langgerekte pleinruimte een aantal woonstraatjes aan elkaar koppelt. Aan het “plein” grenzen de voormalige buurtwinkeltjes in de woonblokken. In een eenvoudige kamstructuur zijn de woonstraatjes aan de hoofdas verbonden. De bebouwing bestaat uit gesloten bouwblokken, verdeeld over enkele complexen in een eenvoudige maar schilderachtige baksteenarchitectuur.

Afb. 17, 18, 19, 20, 21 en 22 Bomenbuurt: Iepenstraat, Kastanjestraat en Wilgenstraat en omgeving.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 11

Schildersbuurt / Het Noorden Dit buurtje bestaat uit enkele kleine woningbouwcomplexen uit de jaren twintig ste en dertig van de 20 eeuw in gesloten en halfopen bouwblokken in een aan tuindorpen verwante opzet. Het stratenplan is eenvoudig en bestaat in hoofdopzet uit twee parallelle, noordzuid gerichte straten: de Albert Cuypstraat en de Rembrandtlaan, met daarbinnen enkele secundaire straten en een rechthoekig plantsoen, waaraan het uit 1929 daterende lagere schoolgebouw van architect Krook een prominente plek inneemt. Ten oosten van de Rembrandtlaan is in de jaren twintig een complex beneden- en bovenwoningen gerealiseerd op het driehoekige terrein, dat aan de oostzijde grenst aan de Holtenbroekerweg. Beide straten werden verbonden met rechte straatjes, met aan de zijde van de Rembrandtlaan driehoekige pleintjes. Deze structuur is nog herkenbaar, maar de oorspronkelijke bebouwing is recentelijk vervangen door nieuwbouw. Na de Tweede Wereldoorlog is de Schildersbuurt naar het westen uitgebreid met een eenvoudig buurtje gekoppelde eengezinswoningen aan de Van Miereveltstraat en Ferdinand Bolstraat, en een omvangrijk complex etagewoningen aan de Minervalaan.

Afb. 23, 24, 25, 26, 27 en 28 Schildersbuurt / Het Noorden. Boven de hoek van de Schuttevaerkade en de Rembrandtlaan, en de Albert Cuypstraat. Midden de flats aan de Minervalaan en woningen aan de Albert Cuypstraat, beneden de Vermeerstraat en de Ruijsdaelstraat.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 12

2.5 Dieze Oost, algemeen historisch-ruimtelijk beeld Dieze Oost Ook ten noordoosten van de Middelweg werd de voor circa 1950 nog agrarische Diezerenk doorsneden door een groot aantal wegen. De Meppelerstraatweg (het verlengde van de Thomas a Kempisstraat) was hiervan de belangrijkste uitvalsweg in noordoostelijke richting, de Middelweg liep in noordwestelijke richting naar Holtenbroek. In de hoek tussen Meppelerstraatweg en Vechtstraat was in de jaren twintig van de Indische Buurt tot ontwikkeling gekomen. Indische Buurt De Indische Buurt ligt op een rechthoekige terrein tussen de Meppelerstraatweg en de Nieuwe Vecht. Langs de Nieuwe Vecht bevinden zich de diepe parktuin van villa Molenzicht en de historische Zaaddragershuisjes, die herinneren aan de vroegere bedrijvigheid langs de Nieuwe Vecht (verschillende oliemolens). De woonbuurt kwam vanaf 1909 in verschillende fasen tot ontwikkeling langs een aantal parallel aan de vaart verlopende straatjes en de korte verbindingen daartussen. De bebouwing bestaat uit langgerekte blokken geschakelde arbeiderswoningen, merendeels één of anderhalve bouwlaag met kap. De opzet met lage grondgebonden woningen, poortdoorgangen en pleintjes geven het geheel ondanks de hoge bouwdichtheid een tuindorpachtig karakter. Vlasakkers is een ouder structuurtje, waaraan een voormalig boerderijtje bewaard bleef.

Langs de Celebesstraat bevindt zich een aaneengesloten rij woningen van rond 19001910. Het noordelijke deel van de Indische Buurt is in de jaren tachtig en negentig gesaneerd.

afb. 29, 30, 31, 32, 33 en 34 Indische Buurt. Boven de Binnengasthuisstraat en het pleintje in de Sumatrastraat; midden de Borneostraat; beneden de Borneostraat en de Sabangstraat.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 13

Het naoorlogse Diezerpoort: Hogenkamp, Dieze Oost, Meppelerstraatweg De Middelweg-Bisschop Willebrandlaan en Meppelerstraatweg zijn in de naoorlogse stadsuitbreiding getransformeerd tot belangrijke wijkontsluitingswegen. Met de komst van de A28 werd Dieze Oost geïsoleerd van de rest van het buitengebied en werd de verstedelijking van het gebied ingeleid. De oude landwegen verdwenen op enkele elementen (Katersteeg, Molenkampsweg) na geheel van de kaart; een tweede noordzuidgerichte hoofdas deelt de nieuwe wijk in twee delen: ten westen/zuidwesten liggen de de oude 19 -eeuwse begraafplaatsen, door de Van Wevelinkhovenstraat gescheiden van een vrij groen wijkdeel, waarin het Park de Hogenkamp, een sportcomplex en een aantal etagebouwcomplexen in vrij ruim opgezette groenstructuren zijn gelegen. Langs de Hogenkampseweg bevindt zich hier in een complex portiekflatwoningen de miljoenste naoorlogse woning van Nederland. Ten oosten van de Hogenkampsweg ligt een aantal buurten met een hoge bebouwingsdichtheid binnen een modernistisch stratenplan, dat deels wordt bepaald door de wigvorm van het gebied tussen Meppelerstraatweg en A28. Centraal element in dit wijkdeel is een groen assenkruis met een singel en plantsoenen, waaraan halverwege het Simon van Slingelandtplein is gekoppeld, het oorspronkelijke buurtcentrum.

De zuidzijde van het plein maakt deel uit van een langgerekte oost-westas door Dieze Oost, gevormd door de Isaac van Hoornbeekstraat en de Zerboltstraat. De Meppelerstraatweg ontsluit een groot aantal straten van Dieze Oost en is door zijn groene aankleding en de parkachtige opzet van de bebouwingsstrook langs de zuidoostzijde een echte parkway. De noordrand van Dieze Oost wordt begrensd door de A28, die wordt afgeschermd door een langgerekte parkaanleg met veel groen en vijvers en een vrij stevige, expressieve bebouwingsrand met etagewoningen in grote, merendeels vierlaags blokken. Het middendeel van deze wijkrand wordt ingenomen door een strook met verschillende schoolgebouwen en een kerk. In de zuidoosthoek van Dieze Oost bevindt zich een industriegebied (Floresstraat), waarvan het westelijke deel in het recente verleden is getransformeerd tot woongebied. afb. 35, 36, 37, 38, 39 en 40 Dieze Oost. Boven de Meppelerstraatweg en het Simon van Slingelandtplein; midden de flats aan de Pieter Steynstraat en de maisonnettes aan de Geert Grootestraat; beneden de Schutkenstraat en de bejaardenflat aan de Hogenkampsweg.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 14

Samenvattend De hoofdstructuur van het gebied wordt dus bepaald door een raamwerk van aan elkaar gekoppelde of snijdende structuren: • De nadrukkelijk aanwezige begrenzende structuren (A28, Ring, Nieuwe Vecht en Stadsgracht) • Een netwerk van prestedelijke wegstructuren (onderdelen Nieuwstadontwikkeling, oude uitvals- en enkwegen); • Een kleinschalig centrumgebied (Dieze Centrum) met een kleinstedelijk karakter, grenzend aan de stadsgracht van Zwolle; de • De Bagijneweide, met behoud van oudere structuren in de 19 eeuw herontwikkeld; • Een drietal vooroorlogse woonbuurten met het karakter van tuindorpen: de Schildersbuurt, de Bomenbuurt en de Indische Buurt; • Een uitgebreid naoorlogs stratenplan, opgehangen aan een aantal hoofdassen (Meppelerstraatweg, Middelweg-Bisschop Willebrandlaan, Hogenkampsweg, Van Wevelinkhovenstraat); een groen assenkruis koppelt verschillende subbuurten; het vele groen geldt in de hoofdstructuur als een belangrijk ordeningsprincipe; • Een brede groenstructuur tussen Middelweg en Hogenkampsweg de met daarin de 19 -eeuwse begraafplaatsen, een naoorlogs stadspark en andere groene restgebieden; • Een industriegebied in de zuidoosthoek van de wijk; Restanten van oudere structuren Van de prestedelijke hoofdstructuur van Diezerpoort zijn de Thomas à Kempisstraat (en in het verlengde daarvan de Meppelerstraatweg) en de Vechtstraat zeer herkenbare relicten,

evenals de Langenholterweg en het zuidelijke verlengde daarvan (Diezerplein). Ook de Schoolstraat en de Warmoesstraat behoren tot deze oude structuur. Meer naar het westen toe zijn fragmenten van oude enkwegen bewaard: Holtenbroekerweg, Diezerenk. De Middelweg, in het verlengde van de Bisschop Willebrandlaan en de Vechtstraat herinnert in basis nog aan de eertijds hier lopende landweg. Het profiel is echter sterk verbreed.

afb. 41 en afb. 42 Oude voorstad.

de

Afb. 43 en afb. 44 19 -eeuwse stadsuitleg in de Bagijneweide.

afb. 45 en afb. 46 Tuindorpen.

afb. 47 en afb. 48 Naoorlogse uitbreiding. Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 15

2.6 Bebouwingskarakteristiek: historische bebouwing Inleiding In het gebied is de historische bebouwing zeer gevarieerd. In het kort worden hier de karakteristieken weergegeven. De bijzondere bebouwing binnen het onderzoeksgebied is per adres opgenomen in de aan dit rapport toegevoegde objectenlijst. Hierin vindt men informatie over ontstaanstijd, functie, karakter en waardering. Individuele huizenbouw langs de oude linten De bebouwing langs de oude lintstructuren in Dieze West bestaat merendeels uit individuele panden op relatief smalle, diepe kavels. Dit bebouwingsbeeld is nog goed te zien aan de Thomas a Kempisstraat, delen van de Vechtstraat en aan de Diezerpoort, ondanks diverse recente wijzigingen in de gevelwanden langs deze straten. De panden, merendeels met gecombineerde functies (winkel/bedrijvigheid/wonen) zijn als op zich zelfstaande bouwprojecten tot stand gekomen en vertonen een grote onderlinge verscheidenheid. De algemene karakteristiek is de bescheiden korrelgrootte, één of twee bouwlagen met kap, gedekt met keramische panden. De gevels zijn van baksteen of gepleisterd, de gevelindelingen zijn traditioneel. Er bestaan markante afwisselingen van bouwstijlen en details, gevolg van de uiteenlopende bouwperioden. Sommige panden aan genoemde straten bezitten achter hun voorgevel mogelijk veel oudere constructies.

De belangrijkste voorbeelden: • Blekerswegje 4-4a, 1903 de • Blekerswegje 6, 19 eeuw • Brink 1, circa 1850 de • Brink 2-3, 19 eeuw • Diezerkade 1, 1880 de • Diezerkade 7-8, 18 eeuw de de • Diezerkade 16, 18 -19 eeuw • Diezerplein 21, circa 1870 • Diezerplein 25, 1898 • Diezerplein 4, circa 1870 • Diezerplein 20-22, 1904 • Diezerplein 34-36, circa 1900-1920 • Vechtstraat 96

• • •

Thomas à Kempisstraat 13 Thomas à Kempisstraat 17 Thomas à Kempisstraat 90

afb. 49 en 50 Individuele panden langs de Thomas à Kempisstraat.

Herenhuizen uit de periode rond 1900 de In het wijkdeel Bagijneweide werden aan het einde van de 19 en het begin ste van de 20 eeuw herenhuizen en grote middenstandswoningen gebouwd, vooral aan de Rhijn vis Feithlaan, aan de Bagijnesingel en in de omgeving van de Brink. Het betreft voor de bouwtijd karakteristieke grote woningen van merendeels twee bouwlagen met kap, gedekt met keramische pannen, en voorzien van voorgevels die de toenmalige welstand van de bewoners uitstralen: statige lijstgevels, vensters met omlijstingen, veel decoratieve details in pleisterwerk, natuursteen en baksteen. Verschillende bouwstijlen uit de periode rond 1900 zijn er vertegenwoordigd. De herenhuizen zijn veelal als kleine bouwprojecten gerealiseerd, waarbij meerdere woningen in één keer zijn opgeleverd. De belangrijkste voorbeelden en ensembles: • Herenhuisbebouwing aan de Rhijnvis Feithlaan; • Herenhuisbebouwing en grote middenstandswoningen aan de Bagijnesingel; • Herenhuizen in de omgeving van de Brink; • Villa Molenzicht aan de Vechtstraat;

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 16

afb. 51 en 52 Herenhuizen en grote middenstandshuizen aan de Rhijnvis Feithlaan en de Bagijnesingel.

afb. 53 en 54 Bollenbieste en Indische Buurt.

De tuindorpen uit het Interbellum In de jaren twintig zijn in de Schildersbuurt, de Bomenbuurt en de Indische Buurt door diverse woningbouwverenigingen en particuliere bouwers kleine en grote projecten sociale woningbouw gerealiseerd. Het zijn veelal kleine grondgebonden geschakelde arbeiderswoningen in lange (half)gesloten bouwblokken, met één volledige bouwlaag en een in de vaak prominent aanwezige kap opgenomen verdieping. De gevels zijn opgetrokken in baksteen, soms met eenvoudige decoratieve details, de daken zijn gedekt met keramische pannen. Bij enkele complexen hebben de woningen een volledige verdieping; soms er is dan vaak sprake van een opzet met beneden- en bovenwoningen. De bouwstijl is zakelijk-traditioneel, soms met accenten in de trant van de Amsterdamse school. De meeste complexen zijn eenvoudig gesitueerd aan langgerekte straatjes. De gevelwanden worden hier en daar onderbroken door doorgangen naar de verborgen achtererven. Bij enkele complexen is gespeeld met verspringende rooilijnen, schuin geplaatste hoekwoningen en kleine pleinvormige ruimtes. De Bomenbuurt is hiervan het overtuigendst uitgewerkte voorbeeld.

Andere woningen uit het interbellum Verspreid in Diezerpoort zijn in de jaren dertig kleine complexen middenstandswoningen gebouwd. Het zijn woningen in traditioneel-zakelijke stijl, vaak met accenten in de trant van de Amsterdamse school. De woningen hebben twee bouwlagen en prominent aanwezige, met pannen gedekte daken met flinke dakoverstekken. De bakstenen gevels zijn soms verlevendigd met siermetselwerk, houten en stalen ramen met glas-in-lood en elementen als erkers en met veel aandacht vormgegeven voordeuren. De woningen zijn grondgebonden en geschakeld in korte en lange blokken, vaak met bijzondere hoekoplossingen. Deze complexen zijn te vinden op de hoek van de Schuttevaerkade en de Rembrandtlaan, aan de Vermeerstraat (beide complexen met een opvallende hoeksituering), aan de Rhijnvis Feithlaan, de Bagijnesingel en aan de Jupiterstraat.

De belangrijkste voorbeelden en ensembles: • Complex Albert Cuypstraat 1-15, hofje voor r.k. armlastige ouderen; • Complex Binnnengasthuis aan de Binnengasthuisstraat; • Complex Borneostraat 12-60 (Zwolse Vereniging tot Verbetering der Arbeiderswoningen); • Complex Bollenbieste, Kastanjestraat en omgeving, twee complexen door Algemeene Zwolsche Coöperatieve Woningbouwvereniging; • Complex Sumatrastraat en Billitonstraat in de Indische Buurt;

De belangrijkste voorbeelden en ensembles: • Bagijnesingel 1-13, 1932; • Brink 8-10, 1935; • Schuttevaerkade 2-32, 1927; • Vermeerstraat 1-23;

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 17

afb. 55 en 56 Middenstandswoningen aan de Brink en de Vermeerstraat.

Naoorlogse woningbouw De naoorlogse woningbouwcomplexen worden gekenschetst door een grote variëteit aan bouw- en woningtypen: van grondgebonden één- en tweelaags geschakelde bejaarden- en eengezinswoningen tot allerlei varianten van lageen middelhoge etagebouw: galerij- en portiekflats, maisonnettes en hoogbouw met inpandig toegankelijke bejaardenwoningen. In de bouwtypologie en de verschillende bouwstijlen zijn de bouwkundige ontwikkelingen van de periode 1950-1970 uitstekend te volgen. De vroegste naoorlogse woningbouw is te vinden in de omgeving van het Simon van Slingelandtplein en de Paulus Buysstraat. Hier heerst het baksteentraditionalisme van de Delftse School, met de kenmerkende pannengedekte zadeldaken en relatief kleine vensters met roedenverdelingen. Ook de tweelaags etagewoningen aan de Isaac van Hoornbeekstraat zijn in traditionele trant gebouwd, al is algemene indruk moderner door de grote ramen en de horizontale belijning van de gevels. Typologisch interessant in de wijk is het complex maisonnettes aan de Geert Grootestraat. De stijl is nog gematigd modern, niet zo verwonderlijk gezien de vroege bouwtijd van het complex (circa 1956). Bijzonder is dat de afzonderlijke wooneenheden duidelijk aan de buitenzijde herkenbaar zijn. De galerijen worden ontsloten door halftransparante trappenhuissecties tegen de kopgevels.

In de jongere complexen overheerst een nog modernistischer vormgeving: platte daken, in de gevels zichtbaar gelaten betonnen verdiepingsvloeren, een uitgesproken horizontale belijning in de vensterstroken met grote brede ramen. Kenmerkend wordt de alzijdigheid van de ontwerpen: de woningblokken staan immers niet langer rond gesloten binnenhoven maar in een open verkaveling. Goede voorbeelden van dit soort complexen zijn te

vinden in de omgeving van Schutkenstraat, lang de Hogenkampsweg, de Mombaerstraat en aan de Middelweg. Door het toepassen van haakvormige of trapsgewijs verspringende plattegronden en het combineren van hoog- en laagbouwaccenten in kleine stempels wordt aan de eenvoudige architectuur een speels en vriendelijk karakter gegeven (bijzondere voorbeelden aan de Pieter Steijnstraat en de Ruusbroecstraat). Dit wordt nog eens versterkt door het vele groen van de gemeenschappelijke en semi-openbare groene ruimte waarin de gebouwen zijn geplaatst. De opvallend grote complexen portieketagewoningen aan de Minervalaan en de Meppelerstraatweg vallen op door hun sterke gevelgeleding met brede, gemetselde balkonstroken, die de monumentale zakelijkheid van de vooroorlogse Haagse schoolarchitectuur in herinnering roepen. De belangrijkste voorbeelden en ensembles: • Geert Grootestraat 2-200, 1956; • Meppelerstraatweg 2-528, 1952; • Minervalaan 3-158 e.v. 1952; • Mombaerstraat 2-12 e.v. circa 1960; • Pieter Steynstraat 1-359, 1955; • Ruusbroecstraat 7-201, 1960; • Simon van Slingelandtplein e.v. circa 1955;

afb. 57 en 58 Strokenbouw aan de Minervalaan en de maisonnettes aan de Geert Grootestraat.

Boerderijen De agrarische geschiedenis van het gebied wordt verbeeld in de

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 18

aanwezigheid van het sterk verbouwde restant van een T-boerderijtje aan Vlasakkers en enkele (dubbele) woningen met vroegere stalruimte aan de achterzijde aan de Diezerenk.

afb. 59 en 60 Diezerenk 44-46 en Vlaskakkers 1.

Scholen In het projectgebied bevinden zich diverse historische schoolgebouwen, die vaak markante herkenningspunten vormen in de buurt waarin ze staan. Dat geldt zeker voor de bewaard gebleven vooroorlogse scholen: de monumentale HBS uit 1867 aan de Bagijnesingel en de door stadsarchitect L. Krook in 1929 ontworpen lagere school aan de Hobbemastraat. Het gebouw is sterk vergelijkbaar met andere door Krook in zakelijk-expressionistische trant ontworpen scholen. Diezerpoort bezit een aantal interessante schoolgebouwen uit de jaren vijftig ste en zestig van de 20 eeuw, die alle ruim zijn opgezet en geplaatst in door veel groen bepaalde zones. De typologie en de architectonische uitwerking zijn functionalistisch. De moderne scholenbouw wordt gekenmerkt door vernieuwende plattegrondvormen, grote lokalen met veel lichttoetreding, liefst van meerdere zijden, functiescheiding (lokalen, gymzalen, personeelsruimten in aparte bouwdelen) en een eenvoudige, heldere architectuur. Belangrijkste voorbeelden: • Bagijnesingel 6, HBS, 1967; • Burgemeester Drijbersingel 11-13, vrml. BLO-school, 1958; • Eikenstraat 2-2a/ Beukenstraat 83, Dr. A. Jacobsschool en E. Heimansschool, 1962-1964; • Hobbemastraat 6, 1929; • Langenholterweg 10a, vrml. Bewaarschooltje, 1933;

• • •

Molenkampweg 1, vrml. Sint Franciscusschool, 1958-1959; Radewijnstraat 10-12, vrml. Lagere school, circa 1955;

afb. 61 en 62 Scholen aan de Radewijnstraat en de Eikenstraat.

Kerken In de Diezerpoort zijn verschillende kerken te vinden, van diverse denominaties en zowel modern als oud. De vroeger in het gebied aanwezige middeleeuwse kapellen zijn geheel verdwenen. Tot de meest in het oog springende kerken behoort de Oosterkerk aan de Bagijnesingel. De kerk dateert uit 1888 en werd door de Nederduits Gereformeerden (Doleantie) gebouwd in een eclectische stijl. De bouw van de nieuwe rooms-katholieke St.-Michaëlskerk aan de Bisschop Willebrandlaan in 1964 (architect C. Pouderoyen) hangt samen met de toenemende ontvolking van de binnenstad de waar de laat 19 -eeuwse St.-Michaëlskerk stond en de groei van de wijk Dieze in de jaren zestig. De kerk is een goed voorbeeld van de moderne naoorlogse kerkarchitectuur. Een andere moderne kerk in Dieze is de Opstandingskerk aan de Esdoornstraat. Ditmaal betreft het een Gereformeerde kerk Vrijgemaakt, ontworpen door W. Boxman. Aan de Burgemeester Drijbersingel kwam rond 1965-1970 de Samenhofkerk te staan. Bij deze baptistenkerk (architectenbureau Meijerink) zal de locatiekeuze net als bij de kerk aan de Turfmarkt eerder door de voorhanden zijnde grond zijn bepaald dan dat er een groot aantal kerkgangers in de naaste omgeving woonde.

Veel kleinschalige van opzet zijn historische evangelisatiegebouwtje van de Nederduitsch Hervormde Stadsevangelisatie aan de Berkumstraat 100 (1920-1921) en het bijeenkomstlokaal van de Vergadering op de hoek van het Koewegje en de Brink (1914).

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 19

Belangrijkste voorbeelden: • Bagijnesingel 17a, Oosterkerk, 1888; • Berkumstraat 100, gebouw Nederduitsch Hervormde Stadsevangelisatie, 1920-1921; • Brink 13, samenkomstlokaal voor de “Vergadering”, 1914; • Burgemeester Drijbersingel 15, Samenhofkerk, circa 1965; • Esdoornstraat 25, Opstandingskerk, 1962-1964 • Bisschop Willebrandlaan 32-34, Michaëlskerk, 1964;

afb. 63 en 64 Opstandingskerk aan Evangelisatiegebouw aan de Berkumstraat.

de

Esdoornlaan

en

het

Winkelpanden Dieze bezit nog een verrassend groot aantal historische winkelpanden- en complexen, die een aardig beeld geven van dit bouwtype vanaf circa 1900 tot ste het einde van de 20 eeuw. In de Vechtstraat bevinden zich nog diverse individuele winkelpanden (vaak met een bovenwoning) met eenvoudige winkelpuien uit de periode rond 1900, de tijd dat de straat zich steeds meer als een wijkwinkelstraat ging profileren. Eveneens uit deze periode zijn de grote blokken winkels met bovenwoningen, die architect Post circa 1905-1910 ontwierp aan het Diezerplein. In de complexmatige opzet en de bouwstijl (invloed destijds voor winkelpanden erg gewilde Jugendstil) herinneren deze panden aan de verdergaande ontwikkelingen van het winkelgebied in het ste eerste kwart van de 20 eeuw. In de tuindorpen zien we hier en daar in de complexarchitectuur opgenomen buurtwinkeltjes, die voorzagen in de dagelijkse levensbehoeften. In de naoorlogse uitbreidingswijk waren de winkels geclusterd in het wijkcentrum rond het Simon van Slingelandtplein en in een winkelstrip aan de Hogenkampsweg. Bijzonder is het moderne

winkelpand aan de Vechtstraat, dat de eerste Zwolse supermarkt huisvestte. Een vrij recente ontwikkeling is het grote overdekte winkelcentrum Diezerpoort. De belangrijkste voorbeelden: • Diezerplein 21, met winkelpui uit 1924-1925; • Diezerplein 1a-7a, winkels en woningen, ca. 1905; • Diezerplein 29-39, winkels en woningen, 1909-1910; • Diezerplein 4, met winkelpui uit 1949; • Kastanjestraat, woningcomplex AZCW, met enkele winkeltjes, 19331934; • Schuttevaerkade 2-32 ev., woningcomplex met enkele winkeltjes, 1927; • Simon van Slingelandtplein 1-20, 21-37, woningblokken met winkels in de onderbouw, circa 1955; • Thomas à Kempisstraat 13, met winkelpui uit circa 1925-1930; • Thomas à Kempisstraat 17, met winkelpui uit circa 1930; • Thomas à Kempisstraat 60, winkelpandje uit circa 1895; • Thomas à Kempisstraat 72, winkelpandje uit circa 1915-1920; • Vechtstraat 74-80, Supermarkt met bovenwoningen, 1961; • Vechtstraat 108-110, winkels met bovenwoningen, 1937-1938 • Warmoesstraat 77-83, buurtwinkeltje, circa 1915-1920; Bedrijfsgebouwen en kantoren De bedrijvigheid concentreerde zich in Dieze van oudsher vooral langs het water: de Nieuwe Vecht, de stadsgracht en het Zwarte Water, waar relatief schoon water voorhanden was en een goede infrastructuur.

De fabrieken, de ste blekerijen en werkplaatsen die in de 19 en vroege 20 eeuw in het gebied, naast de landbouw, voor werkgelegenheid zorgden, zijn vrijwel alle verdwenen, op enkele incidentele werkplaatsjes in Dieze centrum na. Wel zijn er nog enkele woningen, die als onderdeel van of in relatie tot een specifiek bedrijf zijn gerealiseerd. Na de Tweede Wereldoorlog zijn de oude werklocaties langs het Zwarte Water met de komst van de Burgemeester Roelenweg flink gemoderniseerd en uitgebreid, tot een modern kantorengebied. De voormalige Lederwarenfabriek Welma uit 1953 is hier één van de laatste relicten van het industriële verleden. Door de sanering van het verkrotte stadsdeel tussen Bomenbuurt en Stadsgracht en de aanleg van de Van Wevelinkhovenstraat

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 20

kwam hier ruimte voor een aantal grote kantoorgebouwen, grootschalige complexen met uit verschillende vleugels bestaande plattegrond en meerdere bouwlagen, die in dit wijkdeel een behoorlijke schaalvergroting betekenden. Het industriegebied langs de Nieuwe Vecht werd in het uitbreidingsplan voor Dieze verder uitgebreid. O.a. Philips vond hier onderdak in een uitgestrekt modern complex aan de Ceintuurbaan en de Floresstraat. Aan de Floresstraat staat een bedrijfsverzamelgebouw met opslagruimten en garages uit 1957. Een deel van de bedrijvenstrook langs de Nieuwe Vecht is inmiddels vervangen door een woonbuurt. De belangrijkste voorbeelden: e • Binnengasthuisstraat 54-55, zaaddragershuisjes, 18 eeuw; • Blekerswegje 4-4a, woningen gerealiseerd bij houtbedrijf, 1903; • Boerendanserdijk 1, portierswoning gesloopte oliefabriek van Reinders, circa 1915; • Brink 14-14a, magazijn en kantoor uitgeverij La Rivière & Voorhoeve, 1959-1960; • Burgemeester Drijbersingel 25-25a, GAK-kantoor, 1952-1953; • Ceintuurbaan 15/Floresstraat 21, Condensatorenfabriek Philips, vanaf 1953; • Diezerplein 25, kleinschalig bedrijfspand, circa 1898; • Diezerplein 34 en 36a, kleinschalige bedrijfspanden met woningen, circa 1895 en circa 1920; • Koewegje 4, 4a-e, bedrijfspand met kantoor en woningen, circa 1895; • Thomas à Kempisstraat 38, stalhouderij, hoef- en kachelsmederij, 1885 en ouder;

afb. 65 en 66 Bedrijfspanden aan het Diezerplein en de Ceintuurbaan; Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 21

2.7 Groenstructuren Inleiding Dieze Oost onderscheidt zich van West door het overvloedig aanwezige groen, dat als ordeningsprincipe heeft gefungeerd voor het stedenbouwkundig plan uit de periode na de Tweede Wereldoorlog. In West, de wijk met het oude centrum en de vooroorlogse buurtjes ontbreken grootschalige grondstructuren. Parken en plantsoenen Grootschalige openbare parkstructuren uit de periode voor de Tweede Wereldoorlog zijn in het projectgebied niet aanwezig, uitgezonderd de twee de 19 -eeuwse begraafplaatsen. Vooral de Algemene Begraafplaats is een grote historische groene enclave in de wijk, met een gevarieerde, deels waardevolle bomenopstand. In het na de Tweede Wereldoorlog tot stand gekomen wijkdeel Dieze Oost zijn parken en plantsoenen een essentieel onderdeel van het stedenbouwkundig ontwerp. Het middelgrote stadspark De Hogenkamp ligt centraal in de wijk en heeft een voor de ontstaanstijd (circa 1970) kenmerkende modernlandschappelijke aanleg met grote centrale zonneweide, slingerende paden, langgerekte vijverpartijen en schijnbaar willekeurig geplaatste boomgroepen in de buurt van de paden. In de zuidwestrand van het park bleven enkele oude leilinden bewaard van een vroeger boerenerf. Naar het oosten toe zet het park zich bijna naadloos voort als de groene onderlegger voor verschillende woonbuurtjes met etagewoningen.

De groene weide met verspreid staande bomen is als een tapijt onder de bebouwing over de wijk uitgerold. De ongedwongen groenaanleg vormt een contrast met de eenvoudige functionalistische woningbouw, die in verschillende stempels in het gebied is geplaatst. Zo maken ook de grote plantsoenen tussen de flats aan de Ruusbroecstraat van dit ‘tapijt” deel uit. Genoemde groenstructuren vinden langs de noordrand van Dieze Oost aansluiting bij een langgerekte parkrandzone langs de A28. Karakteristiek zijn hier de langgerekte vijvers en de houtopstand die de wijk afschermt van de drukke snelweg. In deze groene wijkrand is ter hoogte van de Geert Grootestraat een scholenzone met kerk opgenomen.

afb. 67 De groencomponent is een belangrijk ordeningsprincipe in het stedenbouwkundig plan van Dieze Oost. Ten zuiden van de wijk liggen de beide begraafplaatsen, waarbij vooral de oostelijke (de Algemene Begraafplaats) opvalt door het vele groen.

afb. 68 en afb. 69 Park De Hogenkamp: eenvoudige landschappelijke aanleg met grote zonneweiden, boomgroepen en solitairen.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 22

Naar het zuiden toe is het Park De Hogenkamp via een smalle groene zone de gekoppeld aan het gebied met de beide 19 -eeuwse begraafplaatsen. Een langgerekte watersingel met vijver, gesitueerd in een groene omlijsting koppelt de parkway Meppelerstraatweg aan het groene tapijt. De grootstedelijke bebouwing langs de zuidzijde van deze weg, gevormd door een lange reeks forse vierlaags flats is ook hier weer ingebed in een nadrukkelijk aanwezige groenstructuur met grasvelden en solitairen. Het overvloedig aanwezige (semi)openbare groen geldt als ordeningsprincipe in het stedenbouwkundig plan. In het dichtbebouwde vooroorlogse deel van Diezerpoort (West) was de ruimte voor grootschalige groenaanleg beperkt. De naoorlogse invullingen beperken zich hier tot restruimten. Toch bevinden zich hier enkele groenstructuren uit de naoorlogse periode, zoals de groene entourage van de strokenbouw aan de Minervalaan (vergelijkbaar met de Meppelerstraatweg) en het wigvormige parkje als centraal onderdeel in het noordelijke deel van de Bomenbuurt. (tussen Larixstraat en Elzenstraat). Tuinen Een bijzonder element in de overigens dichtbebouwde Indische Buurt is de diepe tuin achter villa Molenzicht aan de Vechtstraat. De tuin met zijn eenvoudige landschappelijke aanleg en enkele forse oude bomen is fraai gesitueerd langs de Nieuwe Vecht.

Samen met de oude villa, de bebouwing van het Binnengasthuis en de historische Zaaddragershuisjes vormt de tuin een karakteristiek ensemble. Lijnstructuren Historische bomenlanen met een monumentale beplanting zijn in Diezerpoort zeldzaam. Wel bevindt zich langs de Nieuwe Vecht een waardevolle historische boomopstand, die zeer bepalend is voor het beeld langs deze oude vaart. Verder hebben onder meer de Brink, de Rhijnvis Feithlaan en de Bagijnesingel een min of meer markante doorgaande laanbeplanting, zij het van vrij recente datum. Ook elders in de wijk zijn er straten met een relatief jonge laanbeplanting. De Meppelerstraatweg met zijn gedeeltelijke laanbeplanting, groene middenberm en de aanpalende plantsoenen heeft door het vele groen het karakter van een parkway.

afb. 70, 71, 72, 73, 74 en 75 Groen in Dieze Oost. Boven de portiekflats in de omgeving van de Schutkenstraat, geplaatst in een groene parkaanleg; in het midden de vijver tussen Paulus Buysstraat en Van Schoonhovenstraat, onderdeel van het groene assenkruis; beneden het noordelijke deel van het assenkruis en plantsoen tussen Larixstraat en Elzenstraat in Dieze West.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 23

In het oude deel van de Bomenbuurt vormt het verbrede deel van de Kastanjestraat de centrale buurtas. Het beeld wordt hier gedomineerd door een rij forse paardenkastanjes, die telkens ter hoogte van de straathoeken in het stratenplan zijn geplaatst. Solitaire bomen Verspreid in de wijk bevinden zich op pleinen, in groenstroken, plantsoenen en groene binnenruimten diverse waardevolle solitairen, die door hun omvang door de gemeente Zwolle als “waardevol” of “monumentaal” zijn aangemerkt. Deze bomen zijn bepalend voor het straat- en stadsbeeld. Ze zijn weergegeven op de cultuurhistorische waardenkaart.

afb. 76, 77, 78 en 79 Plantsoenen en semi-openbaar groen bij naoorlogse woningbouwcomplexen aan de Minervalaan (boven), Geert Grootestraat en Meppelerstraatweg (beneden).

afb. 80, 81, 82, 83, 84 en 85. Lijnstructuren: boven de laanbeplanting in de Borneostraat en op de Turfmarkt; midden de Meppelerstraatweg en de oude beplanting langs de Nieuwe Vecht; beneden de langgerekte middenberm met kastanjes aan de Kastanjestraat in Bollenbieste, en de beplanting op het Diezerplein.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 24

afb. 86, 87, 88, 89, 90 en 91 Boven: eenvoudige, vrij jonge beplantingen in de Thomas à Kempisstraat en Vechtstraat. Midden links de Rhijnvis Feithlaan, links een laantje tussen de Zerboltstraat en de Radewijnstraat; beneden wijkparkje met forse bomen, vermoedelijk de relicten van schoolpleinbeplanting aan de Warmoesstraat-Berkumstraat.

afb. 92, 93, 94, 95, 96 en 97 Boven: de Algemene Begraafplaats vanaf Meppelerstraatweg en Molenkampsweg; midden de bijzondere groenelementen in de grote tuin van Villa Molenzicht (Vechtstraat); beneden forse solitairen in de achtertuin van een herenhuis aan de Rhijnvis Feithlaan en in een plantsoen aan de Warmoesstraat, vermoedelijk een relict van schoolpleinbeplanting.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 25

3.HISTORISCH RUIMTELIJKE ONTWIKKELING 3.1 Vroege ontwikkeling Dekzandruggen en late natte gronden Het onderzoeksgebied maakt deel uit van een complex gebied van dekzandruggen en lage natte gronden in het stroomgebied van de IJssel en het Zwarte Water, waarbij vooral de hogere dekzandruggen al vroeg door de mens in gebruik werden genomen. Ten zuiden van het Zwarte Water en de Aa bevindt zich een oude dekzandrug, die in noordwest-zuidoostrichting loopt en waarop de binnenstad van Zwolle, het gebied rond de Hoogstraat en ook delen van de wijk Assendorp zijn gelegen. Ten noorden hiervan bevindt zich een tweede dekzandrug, waarop uiteindelijk Dieze en de Diezerenk tot ontwikkeling kwamen. De ondergrond van het projectgebied bestaat uit grove zanden en grind (keileem), die deel uitmaken van het Oost-Veluwse stuwwalcomplex. De diepte waarop het keileem voorkomt ligt tussen de vijf en de tien meter beneden NAP. Deze ondergrond is overdekt door zanden, die vooral onder invloed van de heersende wind en het aanwezige water zijn afgezet: de dekzandruggen. Al in de jonge steentijd werd de “Zwolse” zandrug bewoond. De huidige nederzetting is waarschijnlijk rond 800 gevormd. Vanaf deze tijd eeuw werd het gebied stukje bij beetje ontgonnen om het te kunnen gebruiken voor akkerbouw.

De lager gelegen gronden, zoals het Weezenland, werden in gebruik genomen als weidegebied en hooiland, maar hiertoe moest wel de afwatering worden verbeterd door het graven van sloten. Ook op de zuidelijker gelegen zandruggen ontstonden agrarische nederzettingen, zoals Ittersum, Schelle en Oldeneel. Vermoedelijk gebeurde dit al voor 500 na C. Op de noordelijker gelegen dekzandrug ontwikkelde zich vermoedelijk al in de 10 eeuw of eerder bewoning. Hier ontstond een groot enkgebied. Deze “Diezerenk” was het kerngebied van de zelfstandige boermarke Dieze. Ook de andere agrarische gemeenschappen in het gebied waren in markeverband georganiseerd. Rondom de enken, die intensief voor bewoning en landbouw werden gebruikt, lagen uitgestrekte onontgonnen gebieden.

afb. 98 De IJsselvechtdelta rond 800 na Chr. (Illustratie uit Muffels, Cultuurhistorisch-landschappelijk onderzoek Stadshagen).

Afb. 99 Op dit detail van de Topografisch Militaire Kaart (veldminuut) door J.V.D. Dittlinger, 1851 (Nationaal Archief) tekent de vroegere dekzandrug waarop de Diezerenk ontstond zich nog duidelijk in het landschap af. De groen gekleurde lagere gebieden bleven eeuwenlang als weideland in gebruik.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 26

Zwolle aan het Zwarte Water In het prille begin van de nederzetting, waaruit later de belangrijke handelsstad Zwolle zou ontstaan, was aan het Zwarte Water nog geen veelbetekende rol toebedeeld. De belangrijkste handelsroutes in Overijssel in de Vroege Middeleeuwen liepen over land, dat immers niet veel goed bevaarbare waterwegen bezat. Zo liepen er drukke routes vanaf de kuststreek over Utrecht, de Veluwe en via Deventer naar Duitsland, en van Utrecht via Amersfoort, Hattem en Zwolle naar noord- en oost Nederland. In de elfde eeuw ontwikkelde zich in Zwolle, dat gunstig lag aan één van die routes en de Zwolse Aa, enige handel van betekenis. Het Zwarte Water, waarin de Zwolse Aa zijn vervolg had, werd gaandeweg belangrijker in de zich uitbreidende handel, vooral in landbouwproducten. Het was echter geen ideale vaarweg. Door de geringe watertoevoer van de bescheiden zijriviertjes was de bevaarbaarheid in droogteperioden niet optimaal. Pas na de twaalfde eeuw ontwikkelde het Zwarte Water zich tot een bredere en diepere stroom. Verschillende factoren waren daar de oorzaak van, zoals grootscheepse ontginningscampagnes in de lage komkleigronden. De nieuw gevormde rijke weidegronden werden via weteringen en sloten afgewaterd naar de grotere waterlopen, die daardoor meer water gingen voeren.

Het ontstaan van de Zuiderzee zorgde voor meer instroom in het Zwarte Water, waardoor bij het krachtig terugvloeien van het water de bodem werd uitgediept. Ook menselijke baggerwerkzaamheden deden veel goed. De economische opkomst van Zwolle kan niet los worden gezien van de agrarische vooruitgang op het platteland en de verbeterde vaar- en landwegen. De kleine nederzetting langs de Aa groeide uit tot een stedelijke gemeenschap met bovenlokale functies, waarin handel en nijverheid een grote rol speelden. De actieve overzeese koop- en vrachtvaart, zoals bedreven door de stad Kampen was aanvankelijk voor de Zwollenaren nog onbereikbaar, voor diepgaande schepen was het Zwarte Water immers nauwelijks te bevaren en de IJssel lag op flinke afstand. Veel belangrijker was Zwolles functie als spil in de bloeiende economie van de IJsselstreek door haar aloude oriëntatie op het oosten. De rivier de Vecht en verschillende landwegen, die via Dieze liepen, verbonden de stad met de handelscentra in Westfalen, zoals Osnabrück, Munster, Paderborn en Soest. Zwolle ontwikkelde zich tot een natuurlijke overslag- en doorvoerplaats, waar kooplieden uit alle windrichtingen elkaar troffen op de jaarmarkten.

de

de

gecreëerd, die vooral in de 14 -15 eeuw een grote bloei doormaakte. Een ander gedeelte van de oude agrarische nederzetting, Assendorp genaamd, bleef echter buiten de stadswallen. Deze nederzetting behield zijn agrarische karakter, onder andere profiterend van de stedelijke vraag naar landbouwproducten voor voedsel en industrie. Aan de westzijde ontwikkelde zich eveneens een open “voorstadsgebied”, “De Hoogstraat’ of de Kamperpoort, met als centrale as de Hoogstraat, die zich voortzette in de Gasthuisdijk en de verbinding over land met Kampen vormde. Aan de noordzijde ontwikkelde zich langs de wegen naar Berkum, Meppel, de Diezerenk (én de verder weg gelegen handelsgebieden) een derde voorstadsgebied, de “Nieuwstad”, die al in de middeleeuwen vrij intensief bebouwd was. Vesting Zwolle De bloeiende Hanzestad Zwolle werd in de middeleeuwen voorzien van een stenen ommuring met stadspoorten, muurtorens en een buitengracht. Vanaf de de late 16 eeuw, toen er verwoed werd gestreden tegen de Spaanse overheersing, is de vesting Zwolle, belangrijke schakel in de reeks vestingsteden langs de IJssel, gemoderniseerd. Het zwaartepunt lag in de periode 1615-1629, toen buiten de middeleeuwse ommuring een omwalling is gerealiseerd met elf bastions en een stervormige vestinggracht. De uitbouw van de vesting ging deels ten koste van de bebouwing in de “voorsteden”.

Ontginningen Het ommeland van Zwolle werd, voor en na de stadsvorming, gaandeweg steeds verder ontgonnen voor agrarisch gebruik. De hoger gelegen gronden op de diverse dekzandruggen werden voornamelijk voor akkerbouw gebruikt, terwijl de lager gelegen delen dienst deden als weidegebied en hooiland. Hiertoe moest echter wel de afwatering worden verbeterd door het graven van sloten, die water afvoerden naar de diverse natuurlijke waterlopen.

Zwolle wordt stad De marke Suolle kreeg in 1230 stadsrecht van de bisschop van Utrecht. Een deel van de bestaande nederzetting, Middelwijk genaamd, werd het centrum van de stad. Hier werd in de loop der eeuwen de huidige binnenstad Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 27

3.2 Dieze De Marke van Dieze en de stad de Nadat de Zwollenaren in de tweede helft van de 14 eeuw hun vorst-bisschop (de bisschop van Utrecht) hadden geholpen bij het opruimen van enige roofridderburchten, werden in fasen de bezittingen verdeeld. Een en ander leidde reeds in 1364 tot de aanleg van de Mastenbroekerpolder. In 1384 werd de Zwolse stadsvrijheid vergroot met het gebied van de marke van Dieze, ten noorden van de Kleine Aa. Het gebied buiten de ringmuur ter hoogte van de Diezerpoort, bekend als de Nieuwstad, kwam nu onder het Zwolse stadsrecht te staan. Dit nieuwe stadsdeel was overigens al langere tijd groeiende. Al omstreeks 1300 had het Diezegebied een rol gespeeld als uitvalsbasis voor de Heren van Voorst bij hun aanvallen op de stad Zwolle. De aanvallen concentreerden zich op het buiten de Diezerpoort gelegen gebied De Smeden (ten noordoosten van de huidige Diezerstraat). De Dieze vormde een landelijke nederzetting met een agrarische betekenis. Overigens gold ook het gebied De Smeden, waar de smeden waren gevestigd, als onderdeel van de Diezer marke. Tezamen met de agrarische bevolking van de Dieze zouden ook de smeden na 1384 kunnen profiteren van de Zwolse privileges. Producten konden nu vrij worden verkocht binnen de Zwolse stadsmuren en de Dieze. de

Nieuwstad Diezerpoort in de 16 eeuw De plattegrond van Zwolle, rond 1560 getekend door Jacob van Deventer geeft een goed beeld van de oude structuren buiten de dan nog middeleeuwse omwalling van de stad. In deze periode lag de stad Zwolle nog binnen de middeleeuwse stadsmuren en grachten en heeft uitbreiding van het vestingstelsel met bastions en ravelijnen nog niet plaats gevonden. Aan de de noordzijde grenst de laat 15 -eeuwse uitbreiding van de oude stad aan het Zwarte Water, dat in oostelijke richting overgaat in de Nieuwe Wetering. De de betekenis van de oudere waterlopen Kleine en Grote A, in de 16 eeuw geheel binnen de stadsmuren gelegen, is door de nieuw gegraven/verbeterde tracés van Zwarte Water en Nieuwe Wetering sterk afgenomen.

afb. 100 en 101 Het onderzoeksgebied op de kaart van Jacob van Deventer en de huidige topografische kaart (bron: watwaswaar.nl).

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 28

Ten noorden en noordoosten van de oude stad heeft zich volgens de kaart van Van Deventer de voorstad Dieze tot een dichtbebouwde nederzetting ontwikkeld. Vanuit de nederzetting lopen verschillende wegen richting de Diezerenk. Het zuidelijke deel van de Diezer Nieuwstad, waaronder de de buitenwijk “de Smeden” was in de late 15 eeuw binnen de omwalling gevoegd. De Voorstad ontwikkelde zich langs een netwerk van wegen, die vanuit een centraal punt bij de entree tot de stad (Diezerpoort) in verschillende richtingen uitwaaieren. Hoewel het knooppunt van wegen door de uitbreiding van de Zwolse vesting is verdwenen, is het wegenplan nu, na bijna 500 jaar nog steeds herkenbaar in het verloop van de huidige Thomas à Kempisstraat (de oude weg naar de Berkumerbrug en naar Meppel), Diezerplein met in het verlengde de Langenholterweg, voorts de Vechtstraat (richting Twente en Duitsland) en de in oost-westrichting over de Diezerenk lopende Middelweg. Ook de Brink is een onderdeel van deze oude nederzetting. Op de kaart van 1560 is ze herkenbaar in het zuidoostelijke deel van Dieze, oostelijk van de weg naar de Meppel. Het zuidelijke deel van Dieze werd in het begin van de 17 eeuw opgeofferd ten behoeve van de aanleg van een moderne aarden vestinggordel met bastions (1606-1619). Opvallend is de zeer dichte, vrijwel aaneengesloten bebouwing langs de de straten van de voorstad in de 16 eeuw.

Veel bewoners vonden als boeren, tuinders en dagloners werk in het agrarische achterland, dat belangrijk was voor de voedselproductie voor de nabijgelegen stad en de handel in landbouwproducten. Op de kaart van Van Deventer zijn drie windmolens te zien; ze speelden ongetwijfeld een rol in de verwerking van producten die van het land kwamen. Economische activiteiten waren echter aan de stad Zwolle voorbehouden. De Nieuwstad, strategisch gelegen aan verschillende uitvalswegen, zal in die tijd ook een functie hebben gehad in de verzorging van reizigers en kooplieden, voor wie herbergen en stalhouderijen ter beschikking tot stonden.

Brink

Bagijneweide

Afb. 102 Diezerpoort op de plattegrond van Jacob van Deventer, situatie circa 1560. De toenmalige kapellen en molens in het gebied zijn omcirkeld. De pijl wijst naar de tegenwoordige Thomas à Kempisstraat.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 29

Op de kaart zijn verder op zijn minst twee kapellen weergegeven: op de splitsing van de Thomas a Kempisstraat en de straat Diezerplein (thans ligt hier de stadsgracht), en op een knooppunt van wegen midden op de de Diezerenk, aan de Langenholterweg. Deze laatste is in de 15 eeuw gesticht door de erfgenamen van de Diezer Marke. Verder lijkt op de splitsing van de Thomas a Kempisstraat en de Vechtstraat een kapel te zijn getekend. Over dit bedehuis is verder niets bekend. De dichte bebouwing in het zuidelijke deel van het voorstadsgebied veronderstelt een intensieve verkaveling, waarvan in de huidige percelering naar alle waarschijnlijkheid relicten zijn bewaard gebleven, vooral aan de Thomas à Kempisstraat, de Vechtstraat en rond het Diezerplein. Het is niet ondenkbaar, dat ook in de bebouwing resten van laatmiddeleeuwse gebouwen zijn opgenomen, hoewel jongere stadsplattegronden van de dan uitgebreide vesting Zwolle suggereren, dat de bebouwing in de nabijheid van de aarden wallen om militair-technische redenen was afgebroken. 3.3 De Bagijneweide de

Ook de Bagijneweide maakte deel uit van Dieze. Het vormde in de 16 eeuw het vrij spaarzaam bebouwde zuidoostelijke deel van de nederzetting, grenzend aan de Brink. Het gebiedsdeel sloot ook toen aan de zuidzijde aan op de Nieuwe Wetering (het huidige Almelose Kanaal). Aan de oostzijde bevond zich in 1560 reeds het tracé van de Nieuwe Vecht, die volgens verschillende bronnen eerst rond 1600-1602 zou zijn gegraven tussen de Overijsselse Vecht en de Nieuwe Wetering. Mogelijk betrof het een kanalisatie van een bestaande wetering. De vaart bood een snelle verbinding tussen de Vecht en Zwolle, vooral voor de schepen die Bentheimer Zandsteen en landbouwgewassen aanvoerden. Langs de vaart ontwikkelde zich al vroeg bedrijvigheid in de vorm van molens voor de verwerking van granen en gewassen waaruit olie gewonnen werd. De aanleg van de Ceintuurbaan betekende de definitieve sluiting van de vaarweg. de Voor de Reformatie (16 eeuw) behoorde de Bagijneweide tot het begijnenconvent. Het convent zelf, gesticht in 1366, was gelegen binnen de stadsmuren aan de Begijnenstraat (tegenwoordig Praubstraat). Nadat het begijnenconvent in 1384 was verkocht aan Geert Grote, werd vervolgens het stadsbestuur eigenaar. Mogelijk kwam toen ook de Bagijneweide in handen van de stad.

de

Afb. 103 De Bagijneweide rond het midden van de 16 eeuw (grote cirkel). Binnen de kleine cirkel ligt de Brink, de pijl wijst naar de Nieuwe Vecht, met daarlangs een jaagpad.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 30

Uit de periode van de Middeleeuwen zijn in de Bagijneweide verschillende elementen in aanleg behouden gebleven. Allereerst zijn de contouren van het deels door waterlopen (Nieuwe Wetering en Nieuwe Vecht) afgebakende gebied nog goed vergelijkbaar met de situatie in de late middeleeuwen. Voorts gaat het Koewegje in aanleg terug tot deze periode. Dit zelfde geldt voor de Brink, waarvan de huidige locatie overeenkomt met die van de op de kaart van Van Deventer zichtbare grote open brinkstructuur. De vorm is echter gewijzigd door de aanleg van de Rhijnvis Feithlaan en het Blekerswegje. de Aan de oostzijde van het Koewegje stonden in de 16 eeuw enkele huizen. Tevens waren er wegen langs de kaden van de Nieuwe Wetering en de Nieuwe Vecht. Deze zullen deels als jaagpaden zijn gebruikt. De Bagijneweide was door de specifieke ligging in een door verschillende waterlopen bepaald, vrij laag gelegen gebied vooral als weidegrond in gebruik. De latere naamgeving van een deel van het gebied (Bagijneweide) verwijst ook naar deze agrarische functie. Van historische verkavelingsstructuren, teruggaande op de middeleeuwse periode zijn geen relicten behouden gebleven.

Het noordelijke deel van Dieze. Het pijltje wijst naar de Middelweg. Langs het netwerk van wegen staan verschillende boerderijen.

Het agrarische achterland: de Diezerenk Op historische kaarten van Zwolle is te zien, dat het agrarische ommeland van de stad zeer lang het beeld heeft bepaald en vaak reikte tot aan de stadswallen. Dit was ook aan de noordzijde van de stad het geval. De “Nieuwstad” had zich hier ontwikkeld langs een bestaand netwerk van landwegen, die in noordelijke richtingen naar de buurtschappen op de Diezerenk liepen. Op de enk, die zich op de dekzandrug had gevormd, stonden vele boerderijen, een situatie die tot halverwege de vorige eeuw heeft bestaan. De komst van de nieuwe woongebieden vanaf de jaren twintig betekende het einde van de agrarische activiteiten in Diezerpoort. Ook de meeste boerenerven werden opgeruimd, zodat slechts op enkele plekken nog iets van de agrarische voorgeschiedenis is te herkennen. Het betreft een voormalig boerderijtje aan de Vlasakkers en een dubbele boerenwoning aan de Diezerenk. In het Park de Hogenkamp bleven de leilinden van een verdwenen boerenerf staan, dat aan het oude tracé van de Middelweg lag; Ook de weidelanden aan weerszijden van het Zwarte Water liepen nagenoeg door tot aan de stadsgracht. Wel werden ze hier afgewisseld door kleinschalige bedrijven, blekerijen en werven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=b0f37669-4e4e-4eb1-b207-afaf0527efa4