CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Uitkomst congestiemanagementonderzoek TenneT Overijssel voor afname

Raad Besluitvormingsronde 6 oktober 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Ontwikkelingen landelijke netbeheerder TenneT voor Zwolle17.774 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

AUTEUR

TenneT

DATUM REFERENTIE PAGINA

<<nader te bepalen>> <<nader te bepalen>> 1 van 63

Congestieonderzoek Overijssel Afname Template

C2 - Internal Information

DATUM REFERENTIE PAGINA

17 april 2025 PU-AMN 25-50 2 van 63

SAMENVATTING Aanleiding Op 20 december 2023 heeft TenneT met een vooraankondiging de markt geïnformeerd dat er naar verwachting onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar is voor verdere groei van afname (vraag) van elektriciteit in het deelnet Overijssel, bestaande uit de provincie Overijssel, het voorzieningsgebied van 110kVstation Eibergen (provincie Gelderland) en de voorzieningsgebieden van de 110kV-stations Meppel en Coevorden (provincie Drenthe), vanaf hier: “congestiegebied”1. Het congestiegebied is op te delen in twee afzonderlijke deelnetten, namelijk deelnet Zwolle Hessenweg en deelnet Hengelo (zie Figuur 1 op pagina 4). De voorziene transportschaarste wordt veroorzaakt door een groeiende vraag naar elektriciteit, met name voor ontwikkeling van batterijsystemen, verduurzaming van bedrijven, woningbouw, verduurzaming van mobiliteit (laadpalen) en de gebouwde omgeving (warmtepompen). In dit onderzoek heeft TenneT de vraag naar transportcapaciteit en de aanwezige transportcapaciteit in detail geanalyseerd en de eventuele noodzaak tot en mogelijkheden voor toepassing van congestiemanagement onderzocht. Dit onderzoek is uitgevoerd op basis van de Netcode die op 19 april 2024 in werking is getreden.

Hierbij dient TenneT zich te houden aan de in Netcode gestelde kaders en waar noodzakelijk en mogelijk congestiemanagement toe te passen tot aan de financiële en/of technische grens. Deelnet Zwolle Hessenweg (geel gebied in Figuur 1): benodigde transportcapaciteit kan volledig worden gefaciliteerd; in sub-deelnet Zwolle West middels enkele technische maatregelen; de gevraagde transportcapaciteit is deels te faciliteren; in sub-deelnet Zwolle West is de gevraagde transportcapaciteit niet te faciliteren. Deelnet Zwolle Hessenweg: wachtlijst gedeeltelijk te faciliteren. Uit de rekenresultaten blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit (inclusief wachtlijst, totaal 2740MW) in deelnet Zwolle Hessenweg gedeeltelijk kan worden gefaciliteerd. De voorziene transportschaarste in deelnet Zwolle Hessenweg ontstaat op de 220/110kV-koppeltransformatoren van station Zwolle Hessenweg. In dit deelnet is tot en met 2027 11MW beschikbaar voor het faciliteren van de wachtlijst (fase 1 - Figuur 1). Met het plaatsen van een vierde 220/110kV-koppeltransformator is er vanaf 2028 naar verwachting in totaal 77MW beschikbaar (fase 2)2. Verdere netuitbreidingen resulteren naar verwachting in de beschikbaarheid van totaal 136MW voor het faciliteren van de wachtlijst in 2031 (fase 3).

Door de inbedrijfname van 380/110kV-station Zwolle Berkummerbroekweg en het overzetten van een deel van het bestaande 110kV-netwerk hierop is de congestie naar verwachting in 2032 opgelost (fase 4).

1 Gemeente Voorst (provincie Gelderland – gevoed vanuit 110kV-station Deventer Platvoet) en een gedeelte van de

Noordoostpolder (gevoed vanuit 110kV-station Vollenhove) maken ook deel uit van het congestiegebied. 2 De getallen van de beschikbare capaciteit voor faciliteren van de wachtlijst zijn inclusief het vermogen wat eventueel in voorgaande fase(n) al vrijgegeven is. Deze getallen mogen dus niet bij elkaar worden opgeteld.

2

DATUM REFERENTIE PAGINA

17 april 2025 PU-AMN 25-50 3 van 63

Sub-deelnet Zwolle West: benodigde transportcapaciteit kan worden gefaciliteerd indien technische maatregelen worden toegepast, geen wachtlijst te faciliteren. In sub-deelnet Zwolle West (donker geel gebied Figuur 1) blijkt dat met het toepassen van enkele technische maatregelen de benodigde transportcapaciteit (386MW) volledig te faciliteren is. De meest beperkende netcomponenten zijn de 110kV-verbindingen tussen de 110kV-stations Zwolle Frankhuis en Zwolle Weteringkade. Met behulp van technische maatregelen die alleen in de herfst- en winterperiode bij n-1overschrijdingen toegepast mogen worden, zijnde: “technische maatregel: gesplitst railbedrijf op station Vollenhove en netscheiding in verbindingen Kampen – Zwolle Frankhuis en IJsselmuiden – Zwolle Frankhuis”, is het mogelijk om de volledige benodigde transportcapaciteit te faciliteren. Het faciliteren van de wachtlijst is in dit sub-deelnet niet mogelijk tot en met 2034. In 2035 is de congestie naar verwachting opgelost met realisatie van het uitbreidingsproject “Verzwaring net Zwolle Hessenweg-Zwolle Frankhuis”.

Deelnet Hengelo (paars gebied in Figuur 1): benodigde transportcapaciteit kan volledig worden gefaciliteerd, in sub-deelnet Enschede middels enkele additionele maatregelen; het faciliteren van de gevraagde transportcapaciteit in deelnet Hengelo is deels mogelijk; in sub-deelnet Enschede is de gevraagde transportcapaciteit niet te faciliteren. Deelnet Hengelo: wachtlijst gedeeltelijk te faciliteren. Uit de rekenresultaten blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit (inclusief wachtlijst, totaal 1611MW) in deelnet Hengelo gedeeltelijk kan worden gefaciliteerd. De voorziene transportschaarste in deelnet Hengelo ontstaat op de 380/110kV-koppeltransformatoren van station Hengelo, met impact op de transportcapaciteit van het gehele deelnet Hengelo. In dit deelnet is tot en met 2027 9MW beschikbaar voor het faciliteren van de wachtlijst (fase 1 - Figuur 1). Met het plaatsen van een vierde 380/110kV-koppeltransformator is er vanaf 2028 naar verwachting 155MW beschikbaar (fase 23). Door het vervangen van de overige drie koppeltransformatoren op 380/110kV-station Hengelo is vanaf 2031 naar verwachting in totaal 196MW beschikbaar (fase 3). De congestie wordt naar verwachting opgelost vanaf 2035 met de inbedrijfname van het nieuwe 380/110kV-station Almelo (fase 4).

Sub-deelnet Enschede: overbelastingen verwacht vanaf 2029; met additionele maatregelen te mitigeren In sub-deelnet Enschede (donker paars gebied in Figuur 1) blijkt dat de benodigde transportcapaciteit (299MW) gedeeltelijk kan worden gefaciliteerd. De meest beperkende netcomponenten zijn de hieronder opgesomde 110kV-verbindingen: • 110kV-verbinding(en) tussen Hengelo Oele en Enschede Marssteden • 110kV-verbinding(en) tussen Hengelo Oele en Enschede Wesselerbrink • 110kV-verbinding(en) tusen Enschede Wesselerbrink en Enschede Vechtstraat • 110kV-verbinding(en) tussen Hengelo Weideweg en Oldenzaal Met additionele maatregelen verwacht TenneT de benodigde transportcapaciteit volledig te kunnen faciliteren, dit wordt later in de samenvatting nader toegelicht. Naar verwachting is de congestie vanaf 2035 opgelost met inbedrijfname van het uitbreidingsproject “Deelnet Enschede”. 3 De getallen van de beschikbare capaciteit voor faciliteren van de wachtlijst zijn inclusief het vermogen wat eventueel in

voorgaande fase(n) al vrijgegeven is. Deze getallen mogen dus niet bij elkaar worden opgeteld.

3

DATUM REFERENTIE PAGINA

17 april 2025 PU-AMN 25-50 4 van 63

Figuur 1: Resultaten van het congestieonderzoek voor het 110kV-net van het congestiegebied. Deelnet Zwolle Hessenweg is aangegeven in geel, deelnet Hengelo is aangegeven in paars. Sub-deelnet Zwolle West en sub-deelnet Enschede zijn indicatief gearceerd aangegeven. De getallen van de beschikbare capaciteit voor faciliteren van de wachtlijst zijn inclusief het vermogen wat eventueel in voorgaande fase(n) al vrijgegeven is. Deze getallen mogen dus niet bij elkaar worden opgeteld. Zie bijlage 1 voor de stationsafkortingen.

4

DATUM REFERENTIE PAGINA

17 april 2025 PU-AMN 25-50 5 van 63

Benodigde flexibiliteit Om congestiemanagement toe te kunnen passen, moet er voldoende regelbaar vermogen (flexibiliteit) beschikbaar zijn, op basis van contracten conform bijlage 11 (redispatch) en bijlage 12 (capaciteitsbeperking) van de Netcode. Hiervoor is TenneT afhankelijk van huidige en toekomstige aangeslotenen op het hoogspanningsnetwerk van TenneT en het distributienet van Enexis en Liander. Aangeslotenen die flexibiliteit leveren, dienen op verzoek van de netbeheerder tijdens piekmomenten tijdelijk minder elektriciteit te produceren of meer elektriciteit af te nemen. Aangeslotenen groter dan 1MW kunnen hiertoe verplicht worden; aangeslotenen groter dan 60MW zijn standaard hiertoe verplicht. Op basis van de uitkomsten van de huidige marktconsultatie concludeert TenneT dat er onvoldoende regelbaar vermogen beschikbaar is gekomen om de congestie te kunnen verhelpen. TenneT is in gesprek met marktpartijen om meer regelbaar vermogen beschikbaar gesteld te krijgen en/of te houden. In het congestiegebied is de conclusie dat de inzet van de verplichting benodigd is vanaf 1MW om meer partijen van de wachtlijst te kunnen faciliteren. In sub-deelnetten Zwolle West en Enschede is deze verplichting tevens benodigd vanaf 1MW om het faciliteren van de benodigde transportcapaciteit te borgen.

De verplichting zal gefaseerd afgeroepen worden, startende met aangeslotenen met een transportvermogen groter dan 60MW. TenneT en Enexis zullen in contact treden met de aangeslotenen op wie de verplichting van toepassing wordt, conform de procedure beschreven in artikel 9.1.5 van de Netcode. Omdat de technische en financiële grens niet bereikt worden, zal eventueel regelbaar vermogen wat beschikbaar komt door de deelnameverplichting waar relevant ten bate kunnen komen voor partijen op de wachtlijst. Dit zal in een herijking, welke uiterlijk eind 2026 opgeleverd wordt, nader bekeken worden. Additionele maatregelen faciliteren benodigde transportcapaciteit sub-deelnet Enschede Zoals eerder benoemd verwacht TenneT de benodigde transportcapaciteit in sub-deelnet Enschede met additionele maatregelen te kunnen faciliteren. Naast bovengenoemde deelnameverplichting verwacht TenneT dat er in de sub-deelnetten meer potentieel regelbaar vermogen aanwezig is; TenneT, Enexis en Liander zullen in gesprek gaan met deze partijen. Daarnaast gaat TenneT in gesprek met partijen die een batterijenergieopslagsysteem (BESS4) willen ontwikkelen, voor het afsluiten van sturingscontracten waarbij deze systemen ingezet kunnen worden om congestie te mitigeren.

Daarnaast worden overige maatregelen onderzocht, waaronder het versnellen van de belangrijkste projecten in dit sub-deelnet en het tijdelijk verhogen van de belastbaarheid van 110kV-verbindingen door technieken zoals Dynamic Line Rating. TenneT zal zich na de publicatie van dit congestierapport blijven inzetten om deze maatregelen te verkennen. Uitgangspunten en voorwaarden van het onderzoek De resultaten van dit onderzoek zijn afhankelijk van de gehanteerde inputdata en enkele aannames. Bij wijzigingen door onvoorziene omstandigheden, zal TenneT te allen tijde de veiligheid en leveringszekerheid voorop stellen en zich daarbinnen maximaal inspannen om gevraagde transporten te faciliteren. In dit congestiegebied spelen onzekerheden rondom de inpassing van batterij-energieopslagsystemen een

4 BESS: Battery Energy Storage System

5

DATUM REFERENTIE PAGINA

17 april 2025 PU-AMN 25-50 6 van 63

grote rol. De totale gewenste transportcapaciteit (firm) op de wachtlijst van het congestiegebied is 2549MW5 waarvan 2239MW (88%) is aangevraagd door klanten die een batterij-energieopslagsysteem (BESS) willen ontwikkelen. Door BESS-ontwikkelaars is aangegeven dat de kans op een haalbare business case kleiner is indien er geen TDTR-contract6 kan worden afgesloten. TenneT heeft onlangs een TDTR-analyse7 uitgevoerd waaruit blijkt dat slechts 900MW van de gewenste 2239MW kan worden ingevuld met een TDTR-contract. Deze 900MW komt tevens gefaseerd beschikbaar naar mate uitbreidingsprojecten gereed komen. Hierdoor kan slechts een deel van de batterijsystemen gedurende de congestieperiode TDTR-capaciteit toegewezen krijgen. Daarnaast is op 17 oktober 2024 het congestiemanagementonderzoek voor de productie van elektriciteit gepubliceerd, waarin geconcludeerd is dat voor teruglevering van elektriciteit tot minstens 2032 geen firm transportcapaciteit beschikbaar is in het 110kV-netwerk. Hierdoor zal voor de teruglevering van elektriciteit per aanvraag moeten worden gekeken of TDTR-capaciteit voor teruglevering beschikbaar is of dat NFA1.08 contracten kunnen worden afgesloten.

Vanwege de beperkte TDTR-capaciteit voor afname en beperkte firm-transportcapaciteit voor teruglevering, is op dit moment niet met voldoende zekerheid vast te stellen welke batterijsystemen daadwerkelijk worden gematerialiseerd. Om toch inzicht te verschaffen in de situatie rondom de BESS-aanvragen, zijn in dit congestiemanagementonderzoek twee scenario’s doorgerekend. In een scenario is aangenomen dat alle BESS-aanvragen die op de wachtlijst staan worden aangesloten met firm-transportcapaciteit. In het andere scenario is aangenomen dat enkel BESS-aanvragen met toegekende TDTR-capaciteit een aansluiting krijgen op het 110kV-net (exclusief firm BESS-capaciteit). Naar verwachting zal het aantal te faciliteren BESS-aanvragen met de daarbij behorende vraag naar transportcapaciteit ergens binnen de bandbreedte van deze scenario’s liggen; deze scenario’s geven een bandbreedte aan waartussen de realisatie naar verwachting op uitkomt.

5 Wachtlijst van 19-01-2025 6 Zie Overzicht en inzicht congestiemaatregelen ACM | ACM.nl voor een overzicht van contractvormen. 7 Tijdsduurgebonden transportrecht 8 Volledig variabel transportrecht

6

DATUM REFERENTIE PAGINA

17 april 2025 PU-AMN 25-50 7 van 63

VOORWOORD Dit rapport bevat de bevindingen van het congestieonderzoek dat is uitgevoerd voor de verwachte transport schaarste ten gevolge van afname in het deelnet Overijssel, bestaande uit de provincie Overijssel, het voorzieningsgebied van 110kV-station Eibergen (provincie Gelderland) en de voorzieningsgebieden van de 110kV-stations Meppel en Coevorden (provincie Drenthe)1. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen of en in hoeverre het mogelijk is om congestiemanagement toe te passen in het betreffende congestiegebied. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de eisen die aan een congestieonderzoek zijn gesteld in de Netcode elektriciteit. TenneT, Enexis en Liander hebben daartoe gezamenlijk onderzoek gedaan naar de toepassing van congestiemanagement. Hierbij hebben Enexis en Liander prognoses opgesteld en ondersteund bij het analyseren van mogelijk beschikbare flexibiliteit van aangeslotenen in het netwerk van Enexis en Liander. Mede op basis van deze gegevens heeft TenneT vastgesteld in welke mate er congestiemanagement uitgevoerd kan en dient te worden. De resultaten hiervan zijn opgenomen in dit rapport, waarbij er onderlinge afstemming heeft plaatsgevonden over de conclusies van dit rapport. In diverse deelnetten van Enexis en Liander is vanwege de congestie bij TenneT ook sprake van congestie.

De situatie in de betreffende deelnetten van Enexis en Liander is meegenomen in het onderhavige onderzoek dat TenneT en Enexis en Liander hebben gedaan naar de congestie en de toepassing van congestiemanagement. Hoewel op dit moment de congestie in de betreffende deelnetten van Enexis en Liander nog wordt veroorzaakt door de congestie op het 110kV-netwerk van TenneT, kan het voorkomen dat het capaciteitsknelpunt dat de congestie veroorzaakt verschuift naar het (deel)net van Enexis en Liander. Waar nodig en relevant publiceert Enexis en Liander zelf (aanvullende) informatie over de knelpunten in de (deel)netten van Enexis en Liander, om deze ook tijdig kenbaar te maken. De gewijzigde Netcode is op 19 April 2024 in werking getreden. Hierin zijn gewijzigde regels voor congestiemanagement opgenomen. De gewijzigde regels hebben onder andere betrekking op het regelbaar vermogen en de technische grens. Binnen de beschikbare tijd voor aanpassing van onderzoeksopzet en uitvoering van de onderzoeken, is de opzet en rapportage van het onderzoek in lijn gebracht met de nieuwe Netcode. Dit rapport is als volgt opgebouwd. Hoofdstukken 1 en 2 behandelen de aanleiding en achtergrond van de verwachte congestie en de gehanteerde methodologie bij het uitgevoerde onderzoek. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de omvang en duur van de verwachte congestie behandeld.

Hoofdstuk 4 behandelt de marktanalyse. In hoofdstuk 5 wordt de technische analyse beschreven. Hierin is getoetst hoeveel congestiemanagement toegepast kan worden in relatie tot de technische grens en zijn overige technische beperkingen en randvoorwaarden geanalyseerd. Hoofdstuk 6 behandelt de financiële analyse, waarin de financiële grens en geschatte kosten van congestiemanagement worden berekend. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 geconcludeerd of en in welke mate congestiemanagement kan worden toegepast in het congestiegebied voor het oplossen van de verwachte congestie.

7

DATUM REFERENTIE PAGINA

17 april 2025 PU-AMN 25-50 8 van 63

Inhoudsopgave VOORWOORD

7

1. INLEIDING EN CONGESTIEGEBIED

9

2. METHODOLOGIE EN UITGANGSPUNTEN

12

2.1 Opbouw onderzoek 2.2 Inputdata en uitgangspunten 2.3 Netmodel en gehanteerde netontwerpcriteria 2.4 Onzekerheden 2.5 Overzicht gebruikte definities

12 13 15 16 18

3. OMVANG VAN DE CONGESTIE

19

3.1 Aanwezige transportcapaciteit 3.2 Benodigde transportcapaciteit 3.3 Gevraagde transportcapaciteit (inclusief firm BESS) 3.4 Gevraagde transportcapaciteit (exclusief firm BESS) 3.5 Faciliteren van de gevraagde transportcapaciteit 3.6 Verwachte belasting meest beperkende netcomponenten 3.7 Vaststelling en duur van fysieke congestie

19 23 25 26 27 28 37

4. MARKTANALYSE

42

4.1 Werkwijze marktconsultatie 4.2 Beschikbare flexibiliteit voor congestiemanagement 4.3 Analyse marktconsultatie 4.4 Opvolging en aanvullend marktonderzoek

42 42 42 43

5. TECHNISCHE ANALYSE

44

5.1 Aanwezig regelbaar vermogen 5.2 Technische grens 5.3 Kortsluitvermogen 5.4 Verplichting congestiemanagementdiensten 5.5 Technische maatregelen benodigd voor toepassen van congestiemanagement

44 45 50 50 51

6. FINANCIËLE ANALYSE

52

6.1 Financiële grens 6.2 Geschatte kosten van congestiemanagement

52 55

7. CONCLUSIE

56

7.1 Vervolg en aanvullende acties

59

8. NAWOORD

61

9. BIJLAGE 1 – Lijst met afkortingen stations

62

8

DATUM REFERENTIE PAGINA

17 april 2025 PU-AMN 25-50 9 van 63

1. INLEIDING EN CONGESTIEGEBIED Zoals vermeld in de vooraankondiging van 20 december 2023 verwacht TenneT structurele congestie voor afname van elektriciteit in het deelnet Overijssel, bestaande uit de provincie Overijssel, het voorzieningsgebied van 110kV-station Eibergen (provincie Gelderland) en het voorzieningsgebied van de 110kV-stations Meppel en Coevorden (provincie Drenthe)9. De voorziene transportschaarste wordt veroorzaakt door een groeiende vraag naar elektriciteit, met name voor ontwikkeling van batterijsystemen, maar ook door onder andere verduurzaming van bedrijven, woningbouw, verduurzaming van mobiliteit (laadpalen) en de gebouwde omgeving (warmtepompen). De hieruit voortvloeiende transportbehoefte kan niet volledig gefaciliteerd worden door de aanwezige transportcapaciteit van het huidige hoogspanningsnet. Het bestaande 110kV-netwerk in het congestiegebied kan worden onderverdeeld in twee deelnetten. Dit is omdat onderstaande onderverdeling met enige regelmaat in bedrijfsvoering wordt toegepast. Daarnaast is de intentie dat deze netscheiding vanaf 2027 standaard zal gelden. Hieronder zijn de twee deelnetten toegelicht. - Deelnet Zwolle Hessenweg: dit deelnet omvat op hoofdlijnen het westelijk deel van Overijssel, inclusief het gebied rond de Sallandse Heuvelrug en de voorzieningsgebieden van de 110kV-stations Meppel en Coevorden (provincie Drenthe)10.

- Deelnet Hengelo: dit deelnet omvat op hoofdlijnen de regio Twente, inclusief het voorzieningsgebied van 110kV-station Eibergen (provincie Gelderland) De verwachte congestie ontstaat op verschillende plekken in het 110kV-netwerk. De verwachte congestie treedt op bij zowel de koppeltransformatoren, zijnde de 380/110kV-koppeltransformatoren (station Hengelo Oele), 220/110kV-koppeltransformatoren (station Zwolle Hessenweg) en in enkele 110kV-verbindingen in het onderliggende 110kV-netwerk. In dit congestiemanagementonderzoek zijn tevens twee sub-deelnetten in beschouwing genomen, zijnde sub-deelnet Zwolle West en sub-deelnet Enschede. Deze sub-deelnetten zijn weergegeven in Figuur 2. Deze onderverdeling is gemaakt omdat naast knelpunten op de koppeltransformatoren, knelpunten worden verwacht op de 110kV-verbindingen in de twee sub-deelnetten. De duur van de congestieperiode verschilt per (sub-)deelnet: - De verwachte structurele congestie in het deelnet Zwolle Hessenweg duurt naar verwachting tot en met 2031. o De verwachte structurele congestie in het sub-deelnet Zwolle West, welke onder deelnet Zwolle Hessenweg valt, duurt naar verwachting tot en met 2034. - De verwachte structurele congestie in het deelnet Hengelo duurt naar verwachting tot en met 2034.

o De verwachte structurele congestie in het sub-deelnet Enschede, welke onder deelnet Hengelo valt, duurt naar verwachting eveneens tot en met 2034. In Figuur 3 is een uitsnede gemaakt van het 110kV-netwerk in van het betreffende congestiegebied. De meest beperkende netcomponenten worden aangegeven met behulp van rode lijnen en cirkels. 9 Zie voetnoot 1 10 Gemeente Voorst (provincie Gelderland – gevoed vanuit 110kV-station Deventer Platvoet) en een gedeelte van de

Noordoostpolder (gevoed vanuit 110kV-station Vollenhove) maken ook deel uit van het deelnet Zwolle Hessenweg

9

DATUM REFERENTIE PAGINA

17 april 2025 PU-AMN 25-50 10 van 63

De duur van de aangegeven congestieperiodes is afhankelijk van de realisatietermijn van een aantal cruciale uitbreidingsinvesteringen en in hoeverre aanvragen op de wachtlijst daadwerkelijk worden gematerialiseerd. In het deelnet Zwolle Hessenweg omvat dit met name het plaatsen van een vierde koppeltransformator op het 220/110kV-station Zwolle Hessenweg, het realiseren van een nieuwe 110kV-verbinding tussen de 110kVstations Zwolle Frankhuis en Zwolle Hessenweg en het nieuw te realiseren 380/110kV-station Zwolle Berkummerbroekweg. In het oostelijk deel van het congestiegebied omvat dit met name het plaatsen van een vierde 380/110kV-koppeltransformator op het 380/110kV-station Hengelo Oele, het nieuw te realiseren 380/110kV-station Almelo en een versterkingsproject voor het 110kV-deelnet Enschede.

Figuur 2: Geografisch overzicht van het huidige 110kV-netwerk het congestiegebied. Deelnet Hengelo is aangegeven in paars, deelnet Zwolle Hessenweg is aangegeven in geel. Sub-deelnet Zwolle West en sub-deelnet Enschede zijn indicatief gearceerd aangegeven.

10

DATUM REFERENTIE PAGINA

17 april 2025 PU-AMN 25-50 11 van 63

Dit congestiemanagementonderzoek is gericht op het hoogspanningsnetwerk dat door TenneT wordt beheerd. Onderliggende distributienetten beheerd door de regionale netbeheerders (Enexis en Liander) en gesloten distributiesystemen (GDS) zijn geen onderdeel van dit congestieonderzoek. Het landelijke 220kV- en 380kVnetwerk zijn geen onderdeel van dit congestiemanagementonderzoek.

Figuur 3: Geografisch overzicht van het huidige 110kV-netwerk van het congestiegebied met indicatie overbelaste netdelen.

11

DATUM REFERENTIE PAGINA

17 april 2025 PU-AMN 25-50 12 van 63

2. METHODOLOGIE EN UITGANGSPUNTEN 2.1 Opbouw onderzoek Het congestieonderzoek start met een berekening van de te verwachte vermogensstromen in de referentiesituatie. Dit is de verwachte toekomstige situatie waarin de reeds toegewezen aansluit- en transportverzoeken bij TenneT, Enexis en Liander gerealiseerd zijn en de door Enexis en Liander ingeschatte autonome groei voor (klein)verbruik gerealiseerd is. Aanvullende aansluit- en transportverzoeken zijn in de referentiesituatie niet meegenomen. Deze verwachte vermogensstromen worden getoetst aan de netontwerpcriteria. De vermogensstromen zijn berekend per uur voor een geheel jaar. Vervolgens wordt onderzocht of en in welke mate additioneel vermogen toegevoegd zou kunnen worden met toepassing van congestiemanagement. Hiertoe worden verschillende berekeningen gedaan, waarbij het toegevoegde vermogen onder toepassing van congestiemanagement sequentieel opgehoogd wordt. Dit wordt getoetst aan zowel de financiële als de technische grens. Netbeheerders zijn verplicht om waar nodig en mogelijk congestiemanagement toe te passen tot aan de financiële of technische grens (Netcode artikel 9.10 lid 2). De financiële grens is een door de Netcode vastgestelde limiet aan de omvang van congestiemanagement die door netbeheerders uitgevoerd moet worden.

Conform de Netcode hoeven netbeheerders geen congestiemanagement toe te passen om transporten te faciliteren waardoor de ingeschatte kosten de vastgestelde financiële grens overschrijden. Startend vanuit de referentiesituatie wordt getoetst hoeveel extra vermogen kan worden toegelaten totdat de verwachte kosten gelijk zijn aan de financiële grens. Om daadwerkelijk congestiemanagement toe te kunnen passen, is participatie noodzakelijk van marktpartijen die flexibel inzetbaar vermogen kunnen leveren d.m.v. getekende contracten overeenkomstig bijlage 11 en 12 van de Netcode. Om dit flexibel vermogen in kaart te brengen is een consultatie bij marktpartijen gedaan, op basis waarvan geanalyseerd is in welke mate marktpartijen flexibiliteit beschikbaar zouden kunnen en willen stellen. Daarbij is het van belang dat deze flexibiliteit ook op de juiste locaties en benodigde tijdstippen wordt aangeboden om daadwerkelijk fysieke congestie op te kunnen lossen. Aan de verplichting van netbeheerders om waar (nodig en) mogelijk congestiemanagement toe te passen, wordt ook een limiet gesteld door het bereiken van de technische grens. De technische grens zorgt ervoor dat het netwerk niet structureel overbelast wordt om zodoende de leveringszekerheid te blijven borgen.

Tijdens de analyses wordt iteratief berekend hoeveel additioneel vermogen toegevoegd zou kunnen worden met inzet van regelbaar vermogen (congestiemanagement) zonder dat de technische grens wordt overschreden. Vervolgens zijn de deelconclusies uit de financiële-, markt- en technische analyse gecombineerd om tot een oordeel te komen of en in welke mate congestiemanagement toegepast kan worden om te voorzien in de gevraagde transportcapaciteit. Daarbij is ook getoetst of er binnen de technische en financiële grens eventueel nog aanvullende ruimte beschikbaar is. Indien er naar verwachting, eventueel onder voorwaarden, nog mogelijkheden zijn voor het honoreren van aanvullende transportverzoeken, is dit ook aangegeven in deze

12

DATUM REFERENTIE PAGINA

17 april 2025 PU-AMN 25-50 13 van 63

conclusie. Daarnaast is ook getoetst op een mogelijke overschrijding van het toegestane kortsluitvermogen van het netwerk en is er geanalyseerd of er overige technische maatregelen noodzakelijk zijn om congestiemanagement veilig uit te kunnen voeren. 2.2 Inputdata en uitgangspunten Uitwisselingsprofielen per TenneT-hoogspanningsstation vormen de basis voor dit congestieonderzoek. Deze uitwisselingsprofielen geven de verwachte vermogensstromen weer per station, per uur. Dit zijn netto profielen, dat wil zeggen dat het de optelsom is van de op dat moment geldende elektriciteitsproductie en elektriciteitsverbruik verbonden aan het station. Dit bestaat in dit onderzoek uit een combinatie van de klanten van TenneT, Enexis en Liander.

De profielen met daarin de verwachte totale benodigde transportcapaciteit zijn door Enexis en Liander aan TenneT aangeleverd en zijn opgebouwd uit verschillende elementen: 1) De meetgegevens van het meest recente jaar ten tijde van start van het onderzoek, in dit geval 2022; 2) De klantaansluitingen (met bijbehorende transportcapaciteit) die reeds in aanleg zijn of in opdracht waren gegeven voor de vooraankondiging 3) De door Enexis en Liander ingeschatte autonome groei.11 Naast de geprognosticeerde uitwisseling tussen TenneT en Enexis en Liander, is de verwachte vraag naar transportcapaciteit door aangeslotenen (zowel afname als productie) op het hoogspanningsnetwerk van TenneT van belang voor het bepalen van de totale benodigde transportcapaciteit. Hierbij is voor de huidige elektriciteitscentrales en (industriële) afnemers een inschatting gemaakt op basis van bij TenneT bekende gegevens, gebruik makend van historische meetgegevens, door klanten aangeleverde gegevens en verwachtingen en gesimuleerde marktinzet (zoals ook gebruikt in het Investeringsplan Net op Land 20242033). Groei van de vraag naar transportcapaciteit door industriële afnemers (binnen het reeds vastgelegde gecontracteerd transportvermogen) is met behulp van dezelfde gegevens voorzien van een zo realistisch mogelijk verbruiksprofiel.

Aanvragen tot verhoging van de reeds gecontracteerde transportcapaciteit door bestaande klanten of aanleg van nieuwe aansluitingen voor grootverbruikers zijn geregistreerd als ‘nieuwe aanvragen’. Dit geldt zowel voor aanvragen gedaan bij Enexis, Liander als bij TenneT. In het rapport is bestudeerd of aan de gevraagde transportcapaciteit voldaan kan worden.

11 Autonome groei bestaat uit veranderingen binnen het reeds gecontracteerde vermogen (grootverbruik), en prognoses

voor kleinverbruikers. Zowel de autonome groei als de aansluitingen in aanleg of opdracht representeren een te verwachten groei in transportbehoefte die door de netbeheerder niet kan worden beïnvloed (omdat voor autonome groei geen aanvragen tot transportcapaciteit worden gedaan en voor de aansluitingen in aanleg of opdracht geldt dat transportcapaciteit reeds is toegekend).

13

DATUM REFERENTIE PAGINA

17 april 2025 PU-AMN 25-50 14 van 63

In de (meerjarige) prognoses van Enexis en Liander, aangeleverd aan TenneT, hebben Enexis en Liander het door hen verwachte netgedrag van (batterij)opslag opgenomen. Deze zijn door TenneT onverkort gebruikt in de analyses voor dit rapport. De impact van batterijen, welke op de wachtlijst staan, die direct aangesloten worden op het 110kV-netwerk van TenneT is bestudeerd middels twee scenario’s. Berekenen van de gevraagde transportcapaciteit middels twee scenario’s Voor dit rapport zijn voor de behandeling van de wachtlijst voor het bepalen van de gevraagde transportcapaciteit twee separate scenario’s doorgerekend: - Scenario exclusief BESS-aanvragen: Dit betreft een scenario waarin batterijsystemen op de wachtlijst voor ‘firm’ (volledig vast) transportcapaciteit niet worden meegerekend. - Scenario inclusief BESS-aanvragen: Dit betreft een scenario waarin batterijsystemen op de wachtlijst voor ‘firm’ (volledig vast) transportcapaciteit op basis van het First Come First Served principe indien mogelijk worden gefaciliteerd. Een wachtlijst dient te worden gefaciliteerd volgens het First Come, First Served-principe. Ongeveer 88% van de gevraagde transportcapaciteit op de wachtlijst van het congestiegebied is van batterijenergieopslagsystemen (BESS).

De meerderheid van de BESS-ontwikkelaars is (alleen) geïnteresseerd in een tijdsduurgebonden contract (TDTR12) vanwege de lagere transporttarieven. Om duidelijkheid te creëren over hoeveel BESS-aansluitingen naar verwachting gerealiseerd gaan worden, zijn op 7 april resultaten gepubliceerd over hoeveel transportcapaciteit er beschikbaar is voor het tijdsduurgebonden transportrecht. De toe te kennen hoeveelheid TDTR-capaciteit blijkt significant minder te zijn dan de totale gevraagde transportcapaciteit van de BESS-ontwikkelaars op de wachtlijst in dit congestiegebied (ongeveer 35%). Vanwege de korte tijd tussen de publicatie van het TDTR-rapport en het congestierapport heeft TenneT niet tijdig kunnen bepalen aan welke partijen deze TDTR-capaciteit vergeven kan worden, of deze partijen hier gebruik van willen maken en welke batterijpartijen hun firm aanvraag (met bijbehorende transporttarieven) in stand houden of intrekken als er geen TDTR-capaciteit beschikbaar is voor hen. Het effect van de TDTRanalyse op de omvang van de wachtlijst in het congestiegebied is ten tijde van de publicatie van dit congestierapport nog onduidelijk, maar zal naar verwachting significant zijn. Daarnaast is in het congestiegebied naast afname congestie ook sprake van productie congestie. Het productie congestieonderzoek is op 17 oktober 2024 gepubliceerd.

Aangezien BESS-aanvragen zowel elektriciteit invoeden als afnemen, staan deze zowel op de wachtlijst voor de afname als het invoeden van elektriciteit. Deze congestiesituatie maakt het faciliteren van de wachtlijst complexer, omdat uit het productie congestieonderzoek is gebleken dat voorlopig geen transportcapaciteit voor invoeding voor klanten op de wachtlijst beschikbaar is. Om toch inzicht te verschaffen in de situatie rondom de BESS-aanvragen, zijn in dit congestiemanagementonderzoek de twee voornoemde scenario’s doorgerekend; een scenario waarin batterijsystemen op de wachtlijst voor ‘firm’ (volledig vast) transportcapaciteit niet worden meegerekend; en

12 Tijdsduurgebonden transportrecht (TDTR)

14

DATUM REFERENTIE PAGINA

17 april 2025 PU-AMN 25-50 15 van 63

een scenario waarin batterijsystemen op de wachtlijst voor ‘firm’ (volledig vast) transportcapaciteit op basis van het First Come First Served principe worden meegerekend en indien mogelijk gefaciliteerd. In het ene scenario is aangenomen dat alle BESS-aanvragen op de wachtlijst (blijven) staan met een aanvraag tot firm transportcapaciteit. In het andere scenario is aangenomen dat alleen de BESS-aanvragen met toegekende TDTR-capaciteit worden gematerialiseerd. Naar verwachting zal de uitkomst ergens tussen deze twee scenario’s liggen; deze twee scenario’s geven een bandbreedte aan waartussen de realisatie naar verwachting uitkomt. In een herijking van dit afname congestieonderzoek die op korte termijn, maar uiterlijk in 2026 volgt, verwacht TenneT dat er meer duidelijkheid kan worden gegeven over de omvang van de BESS-aanvragen op de (Firmen TDTR-) wachtlijst. Hierdoor kan ook meer inzicht gegeven worden hoeveel vermogen van de wachtlijst te faciliteren is. 2.3 Netmodel en gehanteerde netontwerpcriteria Bij de bepaling van de aanwezige en benodigde capaciteit wordt rekening gehouden met de van toepassing zijnde netontwerpcriteria en operationele veiligheidsgrenzen. De netontwerpcriteria volgen uit de Elektriciteitswet en het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas.

De berekeningen voor dit congestieonderzoek zijn getoetst aan de reguliere ontwerpcriteria: bij normaal bedrijf dient een enkelvoudige storing aan een circuit, transformator of productie-eenheid niet te leiden tot een onderbreking van transport. In dit congestieonderzoek is niet getoetst aan het n-2 criterium (‘operationeel n-1’). Dit criterium analyseert het netwerk gegeven de niet-beschikbaarheid wegens onderhoud aan één willekeurig circuit, transformator of productie-eenheid in combinatie met een storing aan één willekeurig ander circuit, transformator of productieeenheid. Bij de beoordeling van het n-2 criterium wordt rekening gehouden met de mogelijkheid om onderhoud te plannen ten tijde van gunstige productie- en belastingsituaties. Dat wil zeggen dat er alleen sprake is van een knelpunt als onderhoud niet meer gepland kan worden zonder dat de enkelvoudige storingsreserve kan worden gegarandeerd. Om onderhoud toch mogelijk te maken, ondanks dat hier in de simulaties geen rekening mee is gehouden, zouden aangeslotenen afgeregeld kunnen worden.

15

DATUM REFERENTIE PAGINA

17 april 2025 PU-AMN 25-50 16 van 63

2.4 Onzekerheden Een congestieonderzoek bevat inherent onzekerheid omdat toekomstige netwerk- en marktsituaties worden gesimuleerd. Tegelijkertijd dient het onderzoek te leiden tot een discrete conclusie: welke verzoeken om transportcapaciteit kunnen worden gehonoreerd met toepassing van congestiemanagement? Daarom zijn de uitkomsten van dit congestieonderzoek geënt op prognoses, inschattingen op basis van historische dataanalyses en beoordelingen van experts. De berekende resultaten kunnen zowel positief als negatief beïnvloed worden door verschillende factoren. Voorbeelden hiervan zijn onvoorziene niet-beschikbaarheid van netwerkelementen, onvoldoende mogelijkheden om onderhoud te verschuiven, veranderingen in gebruiksprofielen van grootverbruikers, onvoldoende beschikbaar regelbaar vermogen en afwijkingen ten opzichte van de veronderstelde gelijktijdigheid van variabele duurzame elektriciteitsproductie (i.e. het weer). Het eerste moment waarop fysieke congestie optreedt laat zich moeilijk bepalen. Dit is afhankelijk van meerdere factoren, waaronder: 1. de snelheid waarmee aangeslotenen de transportcapaciteit gebruiken bij aangevraagde groei in gecontracteerd transportvermogen 2.

de snelheid waarmee Enexis, Liander en TenneT (wanneer van toepassing) nieuwe aansluitingen realiseren en de snelheid waarmee deze aansluitingen daadwerkelijk gebruik maken van de gecontracteerde transportcapaciteit; 3. hoe de voorziene autonome groei in de netwerken van Enexis en Liander zich daadwerkelijk manifesteert; 4. andere afhankelijkheden, zoals (on)voorziene niet beschikbaarheid van netcomponenten; en 5. weersinvloeden. Om een beter beeld te krijgen van het moment waarop fysieke congestie naar verwachting zal optreden, heeft TenneT de meest actuele meetdata uit het 110kV-netwerk over het jaar 2024 en de eerste maanden van 2025 vergeleken met de prognosedata van Enexis van dezelfde periode. Uit deze vergelijking komt naar voren dat de prognosedata voor het betreffende congestiegebied hogere belastingen prognosticeert dan tot nu toe daadwerkelijk is gemeten. Volgens de verwachting uit de prognosedata zou TenneT in de betreffende periode (2024 t/m Q1-2025) op enkele koppelstations fysieke congestie gemeten moeten hebben, echter op basis van de metingen van TenneT is gebleken dat er momenteel nog geen sprake van fysieke congestie is en er naar verwachting voor de komende paar jaren nog voldoende transportcapaciteit beschikbaar lijkt te zijn om minimaal de benodigde transportcapaciteit te faciliteren.

Dit heeft onder andere te maken met de ingroei van transportvraag van (nieuwe) klanten en het gefaseerd oplossen van beperkingen in het middenspanningsnet. Om deze reden is het wenselijk gebleken om het congestieonderzoek te baseren op meer geüpdatete inzichten, waarin bijvoorbeeld profielen gebaseerd worden op basis van meetjaar 2024 en de meest recente modellen en scenario’s voor o.a. autonome groei. Binnen het (juridisch verplichte) tijdsbestek van dit onderzoek, bleek het echter voor Enexis en TenneT niet mogelijk om een volledige update van deze profielen te realiseren én in de congestie-onderzoeken door te rekenen. In een herijking van dit onderzoek die op korte termijn (uiterlijk eind 2026) wordt gerealiseerd, zal dit naar verwachting wel mogelijk zijn.

16

DATUM REFERENTIE PAGINA

17 april 2025 PU-AMN 25-50 17 van 63

Voor gebruik in dit congestieonderzoek heeft TenneT, in afstemming met Enexis, besloten voor het gehele congestiegebied ingroeifactoren toe te passen voor de ontwikkeling van de vraag voor de periode van de komende paar jaren. Voor de komende zes jaar zijn er ingroeifactoren bepaald; hierna zijn de oorspronkelijke profielen onverkort gebruikt. Vanwege deze geconstateerde afwijking en het niet tijdig kunnen aanleveren van nieuwe prognosedata door Enexis, hebben TenneT en Enexis besloten voor het gehele congestiegebied ingroeifactoren toe te passen over een periode van zes jaar. Deze ingroeifactoren zijn bepaald door de maximaal gemeten afname piek van het jaar 2024 te delen door de maximale geprognosticeerde waarde van 2024. Deze ingroeifactoren worden vervolgens vermenigvuldigd met alle (Enexis)-belastingprofielen van het jaar 2024. De belastingprofielen van klanten aangesloten op het 110kV-netwerk van TenneT zijn hierbij niet aangepast, aangezien de belastingprofielen van deze klanten al geactualiseerd waren. De voornoemde ingroeifactoren zijn per jaar opgehoogd tot 2030. Vanaf 2030 wordt de prognosedata van Enexis één op één overgenomen.

Middels deze ingroeifactoren verwacht TenneT een betere inschatting te doen van het moment dat er fysieke congestie optreedt, in relatie tot het moeten afroepen van regelbaar vermogen en het benutten van de technische en financiële ruimte voor congestiemanagementdiensten.

17

17 april 2025 PU-AMN 25-50 18 van 63

DATUM REFERENTIE PAGINA

2.5 Overzicht gebruikte definities De in het onderzoek gehanteerde definities zijn opgenomen in de Begrippencode Elektriciteit. Begrip

Definitie Netcode / Begrippencode elektriciteit

Aanwezige

De maximale capaciteit dat een net aan kan, met inachtneming van de van toepassing

transportcapaciteit (MW)

zijnde netontwerpcriteria en operationele veiligheidsgrenzen.

Benodigde transportcapaciteit

De transportcapaciteit nodig om aan de vraag naar transport van alle gecontracteerde

(MW)

aangeslotenen in een (deel)net te voldoen, als bedoeld in artikel 2.3 van de Regeling investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas.

Beschikbare

Het deel van de aanwezige transportcapaciteit dat niet wordt ingezet om aan de

transportcapaciteit (MW)

benodigde transportcapaciteit te voldoen. De beschikbare transportcapaciteit is gelijk aan het verschil tussen de aanwezige transportcapaciteit en de benodigde transportcapaciteit.

Gevraagde

De transportcapaciteit nodig om aan de vraag naar transport van één individuele

transportcapaciteit (MW)

aangeslotene, namelijk de aanvrager, te voldoen;

Regelbaar vermogen

Vermogen dat overeenkomstig artikel 9.31, eerste lid, van de Netcode elektriciteit

afname-congestie

voor inzet beschikbaar is.

Technische grens

De technische grens is gelijk aan 100% van de aanwezige transportcapaciteit vermeerderd met het regelbaar vermogen; de bovenlimiet van de technische grens is 150% van de aanwezige transportcapaciteit

Financiële grens

Financiële grens overeenkomstig artikel 9.10, tweede lid, onderdeel c van de Netcode: Deze bedraagt 1,02 euro per MWh van de hoeveelheid elektriciteit die met de aanwezige transportcapaciteit kan worden getransporteerd in dit congestiegebied gedurende de periode waarvoor het congestiegebied is aangewezen;

Begrip

Definitie TenneT

Gevraagde

De transportcapaciteit nodig om aan alle vraag naar transport te voldoen bestaande

transportcapaciteit (MW)

uit de benodigde transportcapaciteit en aanvragen naar transportcapaciteit (‘de wachtlijst’).

Gefaciliteerde

De totale transportcapaciteit die gefaciliteerd wordt op het net van TenneT (of op het

transportcapaciteit met

onderliggende

toepassing van

congestiemanagement. Dit bestaat uit het deel van de benodigde transportcapaciteit

congestiemanagement (MW)

boven de aanwezige transportcapaciteit, aangevuld met het deel van de gevraagde

net

van

een

regionale

netbeheerder)

met

toepassing

van

transportcapaciteit dat kan worden gefaciliteerd. BESS

Batterij-energieopslagsystemen

TDTR

Tijdsduurgebonden transportrecht

Firm transportcapaciteit

Transportcapaciteit waarbij de eindgebruiker 100% van de tijd recht heeft op de volledige gecontracteerde transportcapaciteit

18

DATUM REFERENTIE PAGINA

17 april 2025 PU-AMN 25-50 19 van 63

3. OMVANG VAN DE CONGESTIE 3.1 Aanwezige transportcapaciteit Het 110kV-netwerk van het congestiegebied valt onder te verdelen in verschillende deelnetten. De totale aanwezige transportcapaciteit van het congestiegebied is de optelsom van de aanwezige transportcapaciteit van deze deelnetten. Het 110kV-net in Overijssel is opgedeeld in twee deelnetten: Zwolle Hessenweg en Hengelo (Figuur 2). Deze onderverdeling is gebaseerd op de netscheidingen toegepast in bedrijfsvoering en op basis van de realisatie van projecten Pocket Almelo, Pocket Harculo en Pocket Goor13 vanaf 2027. De aanwezige transportcapaciteit van Zwolle Hessenweg bedraagt 700MW in 2025. Voor deelnet Hengelo bedraagt de aanwezige transportcapaciteit 675MW in 2025. De aanwezige transportcapaciteit in het vermaasde netwerk van TenneT is niet eenduidig vast te stellen. Hoewel de belastbaarheid (technisch geïnstalleerde transportcapaciteit) van individuele netwerkelementen bekend is, is de aanwezige transportcapaciteit hier geen simpele optelling van. Zo is de actuele belasting van het netwerk van invloed op de verdeling van vermogensstromen over de verschillende schakels in het netwerk en daarmee van invloed op de nog resterende transportcapaciteit.

De totale aanwezige transportcapaciteit is berekend op basis van een voor deze congestie relevante situatie tijdens een uur waarin de vraag naar transportcapaciteit het hoogste is. De aanwezige transportcapaciteit voor de netdelen in het congestiegebied is vastgesteld door de vermogensstromen in deze netdelen te analyseren op basis van de benodigde transportcapaciteit. Deze bestaat uit historische metingen, aangevuld met door TenneT samengestelde belastingprofielen op basis van ontvangen klantdata en prognoseprofielen van Enexis en Liander. Hiermee is vastgesteld dat de aanwezige transportcapaciteit voor de deelnetten Zwolle Hessenweg, Hengelo en toekomstig deelnet Zwolle Berkummerbroekweg wordt begrensd door de aanwezige transportcapaciteit (n-1) van de 380/110kV- en 220/110kV-transformatoren per koppelstation. Naast deze onderverdeling zijn in het congestiegebied twee aparte sub-deelnetten gedefinieerd, zijnde subdeelnet Zwolle West (onderdeel van deelnet Zwolle Hessenweg) en sub-deelnet Enschede (onderdeel van deelnet Hengelo) – zie Figuur 2. Deze onderverdeling is gemaakt omdat naast knelpunten op de koppeltransformatoren, knelpunten worden verwacht op de 110kV-verbindingen in de twee sub-deelnetten. Deze sub-deelnetten worden niet als aparte sub-deelnetten elektrotechnisch bedreven.

De aanwezige transportcapaciteit van sub-deelnet Zwolle West en deelnet Enschede bedraagt respectievelijk 300MW en 239MW in 2025. Deze aanwezige transportcapaciteit is onderdeel van de totaal aanwezige transportcapaciteit van de deelnetten Zwolle Hessenweg en Hengelo.

13 De projecten verwijzen niet naar pocketvorming zoals beschreven in Pocketvorming.

19

DATUM REFERENTIE PAGINA

17 april 2025 PU-AMN 25-50 20 van 63

Door netuitbreidingen zal de aanwezige transportcapaciteit in het congestiegebied toenemen. Hierbij worden de deelnetten Zwolle Hessenweg en Hengelo opgedeeld in nieuwe deelnetten. Door de realisatie van 380/110kV-station Zwolle Berkummerbroekweg wordt deelnet Zwolle Hessenweg onderverdeeld in twee deelnetten, zijnde deelnet Zwolle Hessenweg en Zwolle Berkummerbroekweg. Daarnaast wordt deelnet Hengelo met de realisatie van 380/110kV-station Almelo onderverdeeld in deelnet Hengelo en deelnet Almelo. Deelnet Almelo wordt niet in beschouwing genomen in de verdere analyse van het congestieonderzoek omdat de inbedrijfnamedatum na het laatste jaar van het congestieonderzoek valt. Mede door bovengenoemde netuitbreidingen neemt de aanwezige transportcapaciteit toe in de aanwezige deelnetten. In deelnet Zwolle Hessenweg neemt de aanwezige transportcapaciteit gefaseerd toe naar 1070MW in de loop van 2027 en 2161MW vanaf 2032. Hiervan komt een groot deel van de extra capaciteit (1110MW) beschikbaar door de realisatie van het nieuwe 380/110kV-station Zwolle Berkummerbroekweg. In deelnet Hengelo neemt de aanwezige transportcapaciteit gefaseerd toe naar 960MW in de loop van 2027 tot aan 1110MW vanaf 2030. Deze extra capaciteit komt beschikbaar door de plaatsing van nieuwe transformatoren op 380/110kV-station Hengelo.

Voor de sub-deelnetten Zwolle West en Enschede is door middel van berekeningen voor beide sub-deelnetten een uur geïdentificeerd waarop naar verwachting de hoogste piekbelasting wordt gevoerd. De aanwezige transportcapaciteit voor sub-deelnet Zwolle West wordt gelimiteerd door de 110kV-verbindingen tussen 110kV-stations Zwolle Hessenweg – Zwartsluis en Zwolle Frankhuis – Zwolle Weteringkade. Voor sub-deelnet Enschede wordt de aanwezige transportcapaciteit gelimiteerd door de 110kV-verbindingen tussen de 110kVstations Hengelo Weideweg – Oldenzaal, Enschede Marssteden – Hengelo Oele en Enschede Weteringkade – Hengelo Oele. Uit de rekenresultaten blijkt dat in de piekuren van zowel het sub-deelnet Zwolle West als het sub-deelnet Enschede het faciliteren van de benodigde transportcapaciteit leidt tot het overschrijden van de aanwezige transportcapaciteit van 100%. Door deze overschrijdingen rekenkundig terug te schalen naar een maximale belasting van 100% op de meest beperkende netcomponenten in het gebied, is vervolgens de aanwezige netcapaciteit van het sub-deelnet bepaald.

20

DATUM REFERENTIE PAGINA

17 april 2025 PU-AMN 25-50 21 van 63

Met de in Tabel 1 genoemde projecten wordt het hoogspanningsnet uitgebreid om structureel te kunnen voorzien in de groeiende vraag naar transportcapaciteit. Tabel 1: Geplande uitbreidingsprojecten voor structurele uitbreiding van aanwezige transportcapaciteit.

Provincie

Project

Geplande datum inbedrijfname14

Overijssel

A-1003298 Hengelo Weideweg – Hengelo Oele verzwaren verbinding

2025

Overijssel

A-1002987 Pocket Harculo

2026

Overijssel

A-1002989 Pocket Goor

2026 e

Overijssel

A-1000723 Hengelo 380/110kV plaatsen 4 koppeltransformator

2027

Overijssel

A-1003299 Pocket Almelo15

2027

Overijssel

A-1003052 Zwolle Hessenweg 220/110kV plaatsen 4e koppeltransformator (onderdeel van Drents-Overijsselse Netversterking)

2027

Drenthe + Overijssel

A-1003052 Drents-Overijsselse netversterking 110kV

2029-2032

Overijssel

A-1003084 Hengelo 380/110kV vervangen bestaande 380/110kV-koppeltransformatoren en 110kV-installatie

2030

Overijssel

A-1003052 Zwolle Berkummerbroekweg nieuw station 380 en 110 kV (onderdeel van Drents-Overijsselse Netversterking)

2031

Overijssel

A-1000456 Almelo nieuw station 380 en 110 kV

203416

Overijssel

A-1002518 Deelnet Enschede

203417

Overijssel

A-1000971 Zwolle Hessenweg – Zwolle Frankhuis 110kV, nieuw kabelcircuit

203418

14 Op basis van ‘Ontwerpinvesteringsplan Net op land 2024-2033’ d.d. 17 april 2024 geactualiseerd met recente inzichten

IBN-data. 15 Dit project is niet gekoppeld aan het project voor het nieuwe koppelstation Almelo 380/110kV. Betreft het ondergronds brengen van bestaande lijnverbindingen, onderhoud op stations en bijbehorende vervangingen van componenten. 16 Project nog in studiefase 17 Project nog in studiefase 18 Project nog in studiefase

21

DATUM REFERENTIE PAGINA

17 april 2025 PU-AMN 25-50 22 van 63

De technische transportcapaciteit op de koppelpunten (koppeling tussen het landelijke 380kV- of 220kVnetwerk en het regionale 110kV-netwerk) van de stations neemt toe als gevolg van de geplande investeringen (uitbreiden transformatorcapaciteit). In Overijssel zijn er projecten ten behoeve van vier koppelpunten: • 380/110kV-station Hengelo; Dit koppelpunt wordt gefaseerd uitgebreid waardoor de aanwezige transportcapaciteit toeneemt. Allereerst wordt een vierde 380/110kV-koppeltransformator geplaatst. Vervolgens worden de bestaande transformatoren vervangen. Dit leidt uiteindelijk tot een toename van de aanwezige transportcapaciteit van 675MVA naar 1110MVA. • 220/110kV-station Zwolle Hessenweg; Dit koppelpunt wordt uitgebreid met een koppeltransformator met een toename van de aanwezige transportcapaciteit 700MVA naar 1051MVA. • 380/110kV-station Zwolle Berkummerbroekweg; Betreft een nieuw koppelpunt nabij het bestaande koppelpunt Zwolle Hessenweg. Het nieuwe koppelpunt Zwolle Berkummerbroekweg zal een deel van het bestaande deelnet Zwolle Hessenweg overnemen. Waarbij een transportcapaciteit van 1110MVA extra beschikbaar komt in deze regio. • 380/110kV-station Almelo; Betreft een nieuw koppelpunt, welke een deel van het bestaande deelnet Hengelo overneemt. Hierbij komt een transportcapaciteit van 1110MVA beschikbaar in deze regio.

In Tabel 2 is de toename van de aanwezige transportcapaciteit van de huidige en toekomstige koppelpunten van het congestiegebied weergegeven. Tabel 2: Toename aanwezige transportcapaciteit op de koppelpunten van het congestiegebied.

Koppelpunt (380-220/110 kV)

Huidige aanwezige transportcapaciteit (N-1) [MVA]

Toekomstige aanwezige transportcapaciteit (N-1) [MVA]

Geplande datum inbedrijfname laatste relevante uitbreidingsinvestering

Zwolle Hessenweg

700

1051

2027

Hengelo Oele

675

960 (2027); 1110 (2030)

2030

Zwolle Berkummerbroekweg

0

1110

2031

Almelo19

0

1110

2034

In Tabel 3 is per steekjaar van de congestieperiode de aanwezige transportcapaciteit per koppelpunt in een overzicht weergegeven. Tabel 4 presenteert een overzicht van de ontwikkeling van de aanwezige transportcapaciteit over de tijd van de sub-deelnetten.

19 De realisatie van dit station is niet gekoppeld aan project “Pocket Almelo” genoemd in Tabel 1, wel aan het project

“Almelo nieuw station 380 en 110 kV”. De verwachting is dat project eind vierde kwartaal 2034 gereed is, daarom dat pas vanaf 2035 de transportcapaciteit beschikbaar komt.

22

17 april 2025 PU-AMN 25-50 23 van 63

DATUM REFERENTIE PAGINA

Tabel 3: Overzicht ontwikkeling aanwezige transportcapaciteit in deelnetten congestiegebied.

Overzicht ontwikkeling aanwezige transportcapaciteit in het congestiegebied (MW) Jaartal (netsituatie)

2025

2026

2027

Zwolle Hessenweg

700

700

700

Hengelo

675

675

675

Zwolle Berkummerbroekweg

0

0

1375

1375

Totaal

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

1051

1051

1051

1051

1051

1051

960

960

960

1110

1110

1110

1110

0

0

0

0

0

1110

1110

1110

1375

960

2011

2011

2161

3271

3271

3271

1051 20

Tabel 4: Overzicht ontwikkeling aanwezige transportcapaciteit sub-deelnetten congestiegebied.

Overzicht ontwikkeling aanwezige transportcapaciteit sub-deelnetten congestiegebied (MW) Jaartal (netsituatie)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

Zwolle West

300

300

300

300

300

300

300

300

33621

336

Enschede

239

239

239

239

239

239

239

239

239

239

3.2 Benodigde transportcapaciteit De benodigde transportcapaciteit is gedefinieerd als de capaciteit benodigd om aan de vraag naar transportcapaciteit van alle gecontracteerde aangeslotenen te kunnen voldoen. Hieronder wordt verstaan de vraag naar transportcapaciteit van huidige aangeslotenen, de vraag naar transportcapaciteit van nog niet aangesloten maar reeds gecontracteerde aansluitingen en de vraag naar transportcapaciteit als gevolg van autonome groei (zie paragraaf 2.2).

20 Op station Zwolle Hessenweg zorgt een ongelijke belasting op de transformatoren voor een licht verlaagde aanwezige

transportcapaciteit. Deze ongelijke belasting, ook wel scheeflast, ontstaat door een verschil in impedantie tussen bestaande transformatoren en nieuw te plaatsen transformatoren. Specifiek verschilt de nominale stroomwaarde van de secundaire windingen tussen de nieuwere en oudere transformatoren vanwege andere ontwerpspanningen. 21 Toename van aanwezige transportcapaciteit door de realisatie van 110kV-station Meppel Noord met bijbehorende 110kV-verbindingen binnen sub-deelnet Zwolle West. Dit is onderdeel van het project Drents-Overijsselse netversterking.

23

17 april 2025 PU-AMN 25-50 24 van 63

DATUM REFERENTIE PAGINA

De benodigde transportcapaciteit voor de afname van het gehele congestiegebied bedraagt 1949MW in 2034. De benodigde transportcapaciteit is berekend aan de hand van de piek van alle gelijktijdige belastingprofielen. Dit betreft een netto berekening, daar de som van alle individuele pieken van belastingprofielen hoger ligt. De benodigde transportcapaciteit voor de provincie Overijssel over de tijd is hieronder weergegeven in Tabel 5. Tabel 5: Overzicht ontwikkeling benodigde transportcapaciteit in deelnetten congestiegebieden.

Overzicht ontwikkeling benodigde transportcapaciteit congestiegebied (MW) Jaartal (netsituatie)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

Zwolle Hessenweg

545

638

689

746

897

974

91522

50123

518

534

Hengelo

564

617

666

698

730

804

836

862

887

913

Zwolle Berkummerbroekweg

0

0

0

0

0

0

0

465

484

502

1109

1255

1355

1444

1627

1778

1751

1828

1889

1949

Totaal

In Tabel 6 is de benodigde transportcapaciteit over de tijd gepresenteerd van de sub-deelnetten Zwolle West en Enschede. Tabel 6: Overzicht ontwikkeling benodigde transportcapaciteit in sub-deelnetten congestiegebied.

Overzicht ontwikkeling benodigde transportcapaciteit sub-deelnetten Overijssel (MW) Jaartal (netsituatie)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

Zwolle West

197

227

248

276

306

331

341

353

375

386

Enschede

184

200

218

229

240

261

270

280

289

299

In het congestiegebied Zwolle Hessenweg is daarmee de aanwezige transportcapaciteit, zonder additionele maatregelen, wel voldoende om te voldoen aan de benodigde transportcapaciteit, met uitzondering van subdeelnet Zwolle West. In het congestiegebied Hengelo is de transportcapaciteit ook voldoende om te voldoen aan de benodigde transportcapaciteit, met uitzondering van sub-deelnet Enschede.

22 Deze lichte daling in benodigde transportcapaciteit komt door een netscheiding richting Hoogeveen. 23

Deze forse daling in benodigde transportcapaciteit op Zwolle Hessenweg komt door de realisatie van Zwolle Berkummerbroekweg. Dit station neemt een aanzienlijk deel van belasting over van Zwolle Hessenweg.

24

17 april 2025 PU-AMN 25-50 25 van 63

DATUM REFERENTIE PAGINA

3.3 Gevraagde transportcapaciteit (inclusief firm BESS) De gevraagde transportcapaciteit bestaat uit de benodigde transportcapaciteit aangevuld met de openstaande (offerte)aanvragen voor transportcapaciteit door klanten van TenneT, Enexis en Liander (‘nieuwe aanvragen’). De gevraagde transportcapaciteit is berekend door de nieuwe piekbelasting te bepalen aan de hand van de gesommeerde gelijktijdige belastingprofielen. In Tabel 7 is de gevraagde transportcapaciteit per deelnet weergegeven. Dit is op basis gedaan van de contractvorm met vaste transportcapaciteit (firm) voor alle klanten. Tabel 7: Gevraagde transportcapaciteit (firm) in deelnetten congestiegebied.

Overzicht ontwikkeling gevraagde transportcapaciteit (firm) [MW] Jaartal (netsituatie)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

Zwolle Hessenweg

869

1106

1153

1269

1786

2347

228024

170325

1716

1730

Hengelo

669

720

962

1090

1367

1533

1557

1574

1592

1611

Zwolle Berkummerbroekweg

0

0

0

0

0

0

0

885

897

910

1538

1826

2115

2359

3153

3880

3837

4162

4205

4251

Totaal

In Tabel 8 is de gevraagde transportcapaciteit (firm) over de tijd gepresenteerd van de sub-deelnetten Zwolle West en Enschede. Tabel 8: Gevraagde transportcapaciteit (firm) in sub-deelnetten congestiegebied.

Overzicht ontwikkeling gevraagde transportcapaciteit (firm) [MW] Jaartal (netsituatie)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

Zwolle West

264

292

312

341

552

574

582

591

613

623

Enschede

221

236

451

461

471

489

495

502

509

516

24 Zie voetnoot 19 25 Zie voetnoot 20

25

17 april 2025 PU-AMN 25-50 26 van 63

DATUM REFERENTIE PAGINA

In de deelnetten Zwolle Hessenweg en Hengelo is de aanwezige transportcapaciteit onvoldoende om de gevraagde transportcapaciteit te faciliteren. In het nieuwe deelnet Zwolle Berkummerbroekweg is de aanwezige transportcapaciteit vanaf 2032 wel voldoende om de gevraagde transportcapaciteit te faciliteren. 3.4 Gevraagde transportcapaciteit (exclusief firm BESS) Vanwege de eerder genoemde overwegingen in paragraaf 2.2, is ook het scenario voor gevraagde transportcapaciteit exclusief contractvormen voor vaste transportcapaciteit (firm) voor BESS klanten uitgewerkt. De resultaten hiervan zijn hieronder weergegeven. Tabel 9: Gevraagde transportcapaciteit (excl. firm BESS) in deelnetten congestiegebied.

Overzicht ontwikkeling gevraagde transportcapaciteit (excl. firm BESS) [MW] Jaartal (netsituatie)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

Zwolle Hessenweg

755

844

896

948

1074

1151

108426

62127

637

654

Hengelo

649

699

748

780

812

886

918

944

969

995

Zwolle Berkummerbroekweg

0

0

0

0

0

0

0

525

544

562

1404

1543

1644

1728

1886

2037

2002

2090

2150

2211

Totaal

In Tabel 10 is de gevraagde transportcapaciteit (excl. firm BESS) over de tijd gepresenteerd van de subdeelnetten Zwolle West en Enschede. Tabel 10: Gevraagde transportcapaciteit (excl. firm BESS) in sub-deelnetten congestiegebied.

Overzicht ontwikkeling gevraagde transportcapaciteit sub-deelnetten (excl. firm BESS) [MW] Jaartal (netsituatie)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

Zwolle West

268

295

316

344

374

399

410

420

444

454

Enschede

204

220

237

248

260

281

290

299

309

318

26 Zie voetnoot 19 27 Zie voetnoot 20

26

17 april 2025 PU-AMN 25-50 27 van 63

DATUM REFERENTIE PAGINA

In het deelnet Zwolle Hessenweg is de aanwezige transportcapaciteit tot en met 2031 niet voldoende om aan deze gevraagde transportcapaciteit te voldoen. Vanaf 2032 is de aanwezige transportcapaciteit wel voldoende om aan de gevraagde transportcapaciteit te voldoen exclusief firm contractvormen voor BESS-aanvragen. Dit met uitzondering van het sub-deelnet Zwolle West. In het deelnet Hengelo is de aanwezige transportcapaciteit tot en met 2027 onvoldoende om de gevraagde transportcapaciteit te faciliteren. Vanaf 2028 is de aanwezige transportcapaciteit wel voldoende om de gevraagde transportcapaciteit te faciliteren exclusief firm contractvormen voor BESS-aanvragen. Dit met uitzondering van het sub-deelnet Enschede. 3.5 Faciliteren van de gevraagde transportcapaciteit Om inzicht te creëren in de verdeling van de gevraagde transportcapaciteit per (sub-)deelnet zijn tabellen Tabel 11 en Tabel 12 bijgevoegd. In deze tabellen is ook vermeld hoeveel transportcapaciteit beschikbaar is vanaf heden (2025) voor de wachtlijst. De gevraagde transportcapaciteit dat vanaf 2025 in deelnet Hengelo, met uitzondering van sub-deelnet Enschede, beschikbaar is om toe te kennen aan klanten op de wachtlijst is 9MW.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=a46fd5fa-0765-499b-af76-ae752f2a1941