CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

4. RAPPORT_Regio_Zwolle_Monitor_2023_DIGITAAL

Raad Besluitvormingsronde 25 maart 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Duurzame Economische Ontwikkeling34.904 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

hoge vervangingsvraag in techniek en ict en economie en recht in

buiten Regio Zwolle werken). De uitstroom van arbeids­krachten overtreft

belangrijke mate bij aan de tekorten in deze subsectoren.

hiermee de instroom met ruim 20.000 (zie figuren 3.15 en 3.16).

35

Het betreft opsplitsingen van de onderwijssoorten mbo 3 en 4 en bachelor en master, voor mbo 2 en andere onderwijssoorten hebben we geen beschikking over subsectorgegevens.

NAAR INHOUDSOPGAVE >

79

Figuur 3.15 WERKBESTEMMING VAN WERKNEMERS WOONACHTIG IN REGIO ZWOLLE

HERKOMST VAN IN REGIO ZWOLLE WERKENDE WERKNEMERS

Verdeling van werknemers uit Regio Zwolle naar werkbestemming in %; december 2021

Verdeling van in Regio Zwolle werkende werknemers naar woonregio in %; december 2021

74%

80

Figuur 3.16

391.100 werkzame personen

78%

26%

370.900 werkzame personen

Regio Zwolle

Regio Zwolle

Buiten Regio Zwolle (uitgaande pendel)

Buiten Regio Zwolle (inkomende pendel)

Bron: CBS (bewerking: Hogeschool Windesheim).

Bron: CBS (bewerking: Hogeschool Windesheim).

NAAR INHOUDSOPGAVE >

22%

Figuur 3.17 Dit betekent dat van de werkzame beroepsbevolking woonachtig in Regio Zwolle 74 procent ook binnen Regio Zwolle werkt – in sterke mate overeenkomstig het daily urban system dat de regio vormt.

GEMIDDELDE WOON-WERKAFSTAND VAN WERKNEMERS NAAR WOONGEMEENTE, 2021

Hiervan werkten 196.100 inwoners in de eigen woongemeente, terwijl 121.600 werkende inwoners elders in Regio Zwolle werkten. De resterende groep van 100.300 personen werkte buiten Regio Zwolle. Andersom is te zien dat in Regio Zwolle 22 procent van de banen vervuld werd door werknemers van buiten de regio.

Minder dan 15 km 15 - 20 km

Gemiddeld 23 kilometer van huis naar werk Hoewel het merendeel van de in Regio Zwolle woonachtige

20 - 25 km 25 - 30 km 30 of meer km

werknemers ook in de regio werkt, zien we grote verschillen in woon-werkafstand. Eind 2021 bedroeg de gemiddelde woonwerkafstand van een in Regio Zwolle woonachtige werknemer 22,6 kilometer. Dat is boven het landelijk gemiddelde van 20 kilometer. Voor diegenen die in Urk en Staphorst woonden, was de afstand

Bron: CBS.

tussen woon- en werklocatie nog geen 17 kilometer, terwijl werknemers uit Westerveld met gemiddeld bijna 33 kilometer het verst van hun werk woonden. De woon-werkafstand die een werknemer

Gelderland belangrijkste werkbestemming buiten de regio

bereid is af te leggen hangt onder meer samen met de bereikbaarheid

Pendel tussen woon- en werklocaties is één van de mechanismen om

en mobiliteit. Meer daarover is te vinden in hoofdstuk 4.

de vraag naar en het aanbod van arbeid op elkaar aan te laten sluiten. Van alle werknemers die in Regio Zwolle woonachtig zijn werkt 74 procent ook in de regio zelf. Van het resterende deel dat buiten de regio werkt, de uitgaande pendel, werkt bijna 30 procent in provincie Gelderland (het overige deel dat niet onderdeel is van Regio Zwolle). Met uitzondering van Drenthe, zijn ook de andere provincies die deels overlappen met Regio Zwolle een belangrijke werkbestemming voor werkenden uit de regio.

NAAR INHOUDSOPGAVE >

81

Figuur 3.18

Figuur 3.19

BESTEMMING UITGAANDE PENDEL REGIO ZWOLLE

HERKOMST INKOMENDE PENDEL REGIO ZWOLLE

Verdeling van uitgaande pendelaars uit Regio Zwolle naar werkbestemming, in absolute

Verdeling van inkomende pendelaars in Regio Zwolle naar woonregio, in absolute aantallen

aantallen en %; december 2021

en %; december 2021

Werkregio

Aantal (x 1.000)

Aandeel

Woonregio

Gelderland overig

27,8

27,6%

Overijssel overig

18,7

21,2%

Overijssel overig

17,2

17,1%

Gelderland overig

15,6

17,7%

Flevoland overig

11,5

11,4%

Drenthe overig

14,3

16,2%

Utrecht

9,2

9,1%

Friesland

11

12,5%

Noord-Holland

8,4

8,3%

Niet in te delen

10

11,3%

Drenthe overig

8,1

8,0%

Groningen

4,8

5,4%

Friesland

6,9

6,9%

Flevoland overig

4,1

4,6%

Zuid-Holland

5,1

5,1%

Noord-Holland

2,9

3,3%

Noord-Brabant

3,3

3,3%

Utrecht

2,9

3,3%

Groningen

3

3,0%

Noord-Brabant

1,8

2,0%

Zeeland

0,1

0,1%

Zuid-Holland

1,8

2,0%

Limburg

0,1

0,1%

Limburg

0,4

0,5%

Zeeland

0

0,0%

Bron: CBS (bewerking: Hogeschool Windesheim).

82

Aantal (x 1.000)

Aandeel

Bron: CBS (bewerking: Hogeschool Windesheim).

Van alle werknemersbanen in Regio Zwolle wordt 78 procent vervuld

respectievelijk 14 procent en 16 procent, is de aantrekkingskracht van

door werknemers afkomstig uit Regio Zwolle. Van de overige

Regio Zwolle als werkbestemming aanzienlijk. Opvallend is dat het

werknemers, de inkomende pendelaars, komt een aanzienlijk deel uit

aandeel van de provincie Flevoland relatief klein is. Hoewel direct aan

het overige deel van Overijssel (21 procent). Maar ook op (de overige

elkaar grenzend, weten werkgevers uit Regio Zwolle en werknemers uit

delen van) de provincies Drenthe en Gelderland, met aandelen van

de rest van Flevoland elkaar in beperkte mate te vinden.

NAAR INHOUDSOPGAVE >

UITGELICHT: BOUWEN AAN EEN STERKE LEERCULTUUR IN REGIO ZWOLLE36 Een van de pijlers van de programma Human Capital Agenda (HCA)

Bovendien is leercultuur gelaagd. Het speelt op ieder niveau: op

Regio Zwolle is wendbaarheid van de beroepsbevolking.37 Het gaat

microniveau (op de werkplek zelf, taken/rollen in interactie met directe

dan om mensen die beschikken over de vaardigheden en flexibiliteit

collega’s) op mesoniveau (leren binnen en tussen teams/afdelingen,

om te kunnen omgaan met veranderingen op de arbeidsmarkt.

rol van leidinggevenden in het stimuleren van leren en ontwikkelen)

Een belangrijke factor of medewerkers wendbaar zijn is dat de

en macroniveau (leren en ontwikkelen als onderdeel van de strategie

organisatie structureel aandacht, middelen en tijd besteed aan het

en de verbinding met andere organisaties waarvan men kan leren).

creëren van een omgeving waarin continu leren en ontwikkelen de

We onderscheiden bij organisaties zes elementen, bouwstenen die

norm is. Dat noemen we ook wel leercultuur. Een leercultuur helpt

samen een sterk leercultuur kunnen vormen (leercultuurmodel).

organisaties toekomstbestendig te zijn en zorgt voor het behoud

Deze bouwstenen vormen de basis van de eerdergenoemde

van medewerkers. Voor organisaties is het echter soms lastig om

leercultuurscan.

een leercultuur te ontwikkelen. Het lectoraat Leven Lang Ontwikkelen (LLO) van hogeschool Windesheim heeft daarom een leercultuurscan

Leercultuur bij organisaties

ontwikkeld. Een instrument dat bedrijven en instellingen handvatten

Met de ontwikkelde scan helpt het lectoraat LLO individuele bedrijven

biedt om hun leercultuur in kaart te brengen en te versterken.

en instellingen om zicht te krijgen op het lerend vermogen van hun

De scan is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek naar

organisatie en dat van hun medewerkers. Daarmee krijgt een

leercultuur en is met hulp van ondernemers, managers, HR-

organisatie handvatten om de leercultuur te versterken. Onderstaand

professionals en medewerkers doorontwikkeld.

kader maakt duidelijk hoe metaalbedrijf Tosec uit Zwolle, een van de deelnemers aan de scan, bezig is om hun leercultuur te verbeteren.

Bouwen aan een sterke leercultuur Uit ons onderzoek bleek dat leercultuur te vatten is in gedrags­ aspecten die continue leren en ontwikkelen bevorderen, maar ook gaat over de integratie ervan in de organisatorische structuur.38

36 Dit kader bevat een gastbijdrage van het Lectoraat Leven Lang Ontwikkelen van hogeschool Windesheim, gemaakt door Menno Vos, Eveline Petter-Mikx en Rosalie Korevaar. 37 Meer informatie over de Human Capital Agenda Regio Zwolle is o.a. te vinden op: https://regiozwolle.info/human-capital-agenda-hca/. 38 Korevaar, R., van der Weide, J., Corporaal, S., Vos, M., & Witteveen, L. (2020). Leercultuur in het MKB: geen luxe, maar noodzaak. HMR (Holland Management Review), 2020(192), 73-80.

NAAR INHOUDSOPGAVE >

83

Figuur 3.20 ZES BOUWSTENEN VAN LEERCULTUUR

Bron: Van der Weide, J., Collou, L., Visschedijk, S., Vos, M., & Corporaal, S. (2022).39

39 Van Van der der Weide, Weide, J., J., Collou, Collou, L., L., Visschedijk, Visschedijk, S., S., Vos, Vos, M., M., & & Corporaal, Corporaal, S. S. (2022). (2022). Bouwstenen Bouwstenen van van een een integrale integrale leercultuur: leercultuur: Wat Wat is is nodig nodig in in het het mkb?. mkb?. Tijdschrift Tijdschrift voor voor HRM, HRM, 25(4), 25(4), 1-25. 1-25. 39

84

NAAR INHOUDSOPGAVE >

LEERCULTUURONTWIKKELING IN DE PRAKTIJK Tosec BV is een metaalbewerkingsbedrijf voor plaatbewerking en

besproken met de medewerkers en ook in een aparte sessie met

constructiewerk Tosec zag zichzelf voorheen als een traditioneel

leidinggevenden. Vervolgens zijn we aan de slag gegaan met twee

productiebedrijf waarin productie altijd prioriteit had en waar het lastig

bouwstenen van leercultuur: organisatie structuur en inrichting en inhoud

was om tijd te maken voor andere zaken. ‘Nieuwe medewerkers werden

van werk. Dit heeft geleid tot een aantal concrete acties:

vaak in het diepe gegooid en qua opleiden deden we vooral wat strikt noodzakelijk was. Leidinggevenden zagen de noodzaak voor ontwikkeling

1. Op iedere afdeling worden praktijkopleiders geschoold en ingezet.

wel, maar vonden het lastig om daar ruimte voor te geven. Bovendien was

‘We hebben er op dit moment ongeveer 20. Deze medewerkers worden

er op strategisch niveau geen zicht op de ontwikkeling van medewerkers’.

niet alleen betrokken in de begeleiding en opleiding van leerlingen/ studenten, maar ook voor eigen medewerkers. Hierdoor proberen wij

Sinds een paar jaar heeft Tosec zich ontwikkeld naar een bedrijf waarin

meer grip te krijgen in het opleiden van nieuwe medewerkers en

leren en ontwikkelen veel meer een onderdeel is geworden. Het werd niet

doorontwikkeling van bestaande medewerkers. Medewerkers krijgen

alleen lastiger om goede vakmensen aan te trekken, maar ook om mensen

nu ook meer “gevoel” dat er ruimte is voor ontwikkeling en dat ze

te behouden. ‘Als bedrijf hebben we daarom de stap genomen om een functie te creëren als opleidingscoördinator met als doel om meer

hierin gesteund en ondersteund worden’. 2. Het beter vastleggen van kennis en

ontwikkeling en structuur te krijgen in opleidingsplannen en een

ervaring door middel van leerpaden.

werkomgeving waarin continu ontwikkelen centraal staat. Daarbij werd

‘Hierdoor krijgen we meer zich in wat een

ook de hulp ingeroepen van OOM – de opleiding en ontwikkelfonds in

medewerker moet kunnen en kennen in

de metaalbranche’.

een bepaalde functie. Het stimuleert de medewerker om zich te ontwikkelen, wat

Aan de hand van de leercultuurscan hebben we eerst gekeken waar de

onderdeel is van het ontwikkelen van de

belangrijkste prioriteiten lagen voor verbetering. Dit hebben we uitgebreid

leercultuur’.

NAAR INHOUDSOPGAVE >

85

Leercultuur in de regio Eind 2022 heeft het lectoraat LLO een verkorte versie van de leercultuurscan afgenomen onder 82 organisaties in Regio Zwolle, wat ons een indruk geeft van hoe het gesteld is met de leercultuur in 3. Het herzien van functieprofielen zodat nog beter de

de regio. De deelnemende organisaties vertegenwoordigen een groot

leercurve van medewerkers gestuurd kan worden, en

aantal sectoren, die we hebben onderverdeeld in de volgende drie

daarmee ook inzichtelijk gemaakt kan worden voor de

clusters van sectoren: industrie (maakindustrie, bouw, (proces)

medewerkers zelf. ‘Dit alles wordt meegenomen in onze

techniek, n=32), commerciële dienstverlening (logistiek, horeca, ICT,

beoordelingsgesprekken waar nu de ontwikkeling van onze

financiële dienstverlening, n=37) en publieke instellingen (zorg,

medewerkers centraal staat’.Gerealiseerd moet worden dat

onderwijs, n=13). Daarnaast is er sprake van verschillen in

het een langdurig proces is, dat zeker de nodige tijd gaat

organisatieomvang. Zo bevinden onder de deelnemende organisaties

kosten. Het vraagt doorzettings­vermogen om iedereen

bevinden zich kleine (<50 werknemers, n=42), middelgrote (50–250

mee te krijgen, maar vooral de positieve uitwerking moet

werknemers, n=32) en grote organisaties (>250 werknemers, n=8).

voldoende zichtbaar zijn. ‘Zo zien we concreet terug dat

Hieronder presenteren we een selectie van de opvallendste

problemen die ontstaan in productie (bijvoorbeeld een

uitkomsten.

storing in een machine) niet alleen maar eenmalig opgelost worden, maar medewerkers beginnen steeds meer de

Leer- en ontwikkelactiviteiten

vraag te stellen: hoe kunnen we van dit probleem leren en

Bij deelnemende organisaties doen medewerkers in hun huidige

de kennis zodanig vast leggen dat het probleem niet weer

werk gemiddeld iets minder dan anderhalve opleiding, training en/of

ontstaat, of het wiel in de oplossing niet opnieuw hoeft

cursus per jaar. De gemiddelde tijdsbesteding voor deze formele

uitgevonden te worden. Ook zien we minder verloop in

leeractiviteiten bedraagt ongeveer 30 uur per jaar. Daarnaast leren

nieuwe medewerkers doordat er meer aandacht besteed

medewerkers via informele leer- en ontwikkelactiviteiten. Gemiddeld

wordt aan hun ontwikkeling en we er meer grip

komen ze drie keer per week in aanraking met een activiteit waarin ze

op hebben’.

leren van problemen en uitdagingen tijdens het uitvoeren van hun werk of leren van collega’s.

86

NAAR INHOUDSOPGAVE >

Figuur 3.21 Het hierboven geschetste beeld verschilt vrijwel niet tussen sectoren. Wel zijn er verschillen als er onderscheid wordt gemaakt naar de omvang van organisaties. Over het algemeen blijven kleine organisaties wat achter op het middelgrote en grote organisaties,

STAND REGIONALE LEERCULTUUR, REGIO ZWOLLE Score per bouwsteen van leercultuur (n=82); 2022

zowel op formele scholing als bij informeel leren. Dit verschil komt opleidingen volgen en daar ook meer tijd voor krijgen. En in middelgrote bedrijven wordt meer infomeel geleerd op de werkplek. Deze cijfers passen bij het landelijke beeld rondom leren en ontwikkelen.40

3,4

Inhoud van werk

doordat medewerkers in grote organisaties meer trainingen en

3,5

Ruimte en veiligheid

3,4

Samenwerken en teamontwikkeling

3,1

Leiderschap gericht op ontwikkelen Organisatie ingericht op ontwikkelen Organisatie verbinden met externe omgeving

3,0 2,9

Bouwstenen van leercultuur Als we inzoomen op de zes bouwstenen van leercultuur dan blijkt

Bron: Lectoraat LLO, hogeschool Windesheim (2023).

dat organisaties hoog scoren op ruimte/veiligheid, inhoud van werk, samenwerken en teamontwikkeling (zie figuur 3.21). Op deze drie bouwstenen wordt significant hoger gescoord dan op de bouwstenen: ontwikkelgericht leiderschap, de organisatie inrichting

vergeleken met de andere sectoren. Tenslotte is het opvallend dat de

en de externe oriëntatie. Dit lijkt erop te duiden dat veel organisaties

commerciële dienstverlening achterblijft bij de overige sectorclusters

op operationeel vlak en in hun dagelijkse werk en werkwijzen,

als het gaat om structurele inbedding van leren en ontwikkelen in de

aandacht hebben voor leren en ontwikkelen, maar dat inbedding

organisatie.

op strategisch- en structuurniveau en de verbinding met andere organisaties nog aandacht behoeft.

Uit het onderzoek blijkt dat de algehele leercultuur in Regio Zwolle niet significant verschilt tussen de verschillende organisatiegroottes.

Tussen sectoren valt op dat de publieke sector hoog scoort op het

Wel zijn er enige verschillen te zien bij specifieke bouwstenen.

creëren van ruimte en veiligheid in vergelijking met de andere

Grote organisaties zijn beter in staat om de verbinding buiten de eigen

sectoren. Industrie scoort daarentegen hoger op externe oriëntatie

organisatie te maken. Aan de andere kan zijn het juist deze grote

40 Künn, A., Abbink, H., Baumann, S., van Elferen, S., & Fouarge, D. (2022). Leven lang ontwikkelen in Nederland (No. 001). Maastricht University, Research Centre for Education and the Labour Market (ROA).

NAAR INHOUDSOPGAVE >

87

Figuur 3.22

Figuur 3.23

STAND REGIONALE LEERCULTUUR NAAR SECTOR, REGIO ZWOLLE

STAND REGIONALE LEERCULTUUR NAAR ORGANISATIEOMVANG, REGIO ZWOLLE

Score per bouwsteen van leercultuur opgesplitst naar sector; 2022

Score per bouwsteen van leercultuur opgesplitst naar organisatieomvang; 2022

Inhoud van werk

Inhoud van werk

Ruimte en veiligheid

Ruimte en veiligheid

Samenwerken en teamontwikkeling

Samenwerken en teamontwikkeling

Leiderschap gericht op ontwikkelen

Leiderschap gericht op ontwikkelen

Organisatie ingericht op ontwikkelen

Organisatie ingericht op ontwikkelen

Organisatie verbinden met externe omgeving

Organisatie verbinden met externe omgeving

1

Industrie (n=32)

Commerciele dienstverlening (n=37)

2

3

4

Publieke instellingen (n=13)

Bron: Lectoraat LLO, hogeschool Windesheim (2023).

1

Klein (n=42)

Midden (n=33)

3

Bron: Lectoraat LLO, hogeschool Windesheim (2023).

organisaties die lager scoren op het verankeren van leren en

dat in de steekproef grote organisaties uit de commerciële

ontwikkelen in de interne structuur vergeleken met de middelgrote

dienstverlening oververtegenwoordigd waren, wat er mogelijk

organisaties. Dat is een opvallende bevinding, uit eerder onderzoek

op duidt dat bedrijfsgrootte in combinatie met sector het

blijkt dat mkb-bedrijven vaak beperktere middelen hebben om in te

verschil verklaard.

zetten op leer- en ontwikkelbeleid.41 Hierbij moet opgemerkt worden

41

88

2

Groot (n=8)

SCP (2019). Grenzen aan een leven lang leren. Beschikbaar via: https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2019/05/22/grenzen-aan-een-leven-lang-leren.

NAAR INHOUDSOPGAVE >

4

NAAR INHOUDSOPGAVE >

89

4. DUURZAME LEEFOMGEVING We staan reeds voor langere tijd voor een aantal grote opgaven In de eerste helft van 2023 werd gemiddeld € 385.000

rondom verduurzaming die met name ook ruimtelijk hun beslag

betaald voor een woning in Regio Zwolle; ruim

moeten krijgen; opgaven ten aanzien van wonen, werken, mobiliteit,

€ 26.000 onder de gemiddelde landelijke woningprijs.

natuur en energie. In dit hoofdstuk presenteren we verschillende

Medio 2023 was de gemiddelde koopsom van een

indicatoren die betrekking hebben op verduurzaming en de inrichting

woning nagenoeg gelijk aan die van 2022.

van leefomgeving en ruimtegebruik in Regio Zwolle. Aan de hand

Landelijke was er sprake van een prijsdaling van

van vraag- en prijsontwikkelingen van woningen schetsen we een

4,2 procent.

beeld van het functioneren van de regionale woningmarkt; die een

Mobiliteitsgedrag is ook in Regio Zwolle blijvend

belangrijke indicator vormt voor de aantrekkingskracht van de regio.

veranderd ten gevolge van corona: aanwezige

Meer inzicht in regionaal mobiliteitsgedrag hebben we verkregen via

natuurgebieden worden meer bezocht en

cijfers over hoe vaak inwoners zich verplaatsen en wat hiervoor de

thuiswerken blijkt blijvertje te zijn.

motieven zijn. Met behulp van regionale bodemstatistieken geven we

Ondanks relatief veel agrarisch en natuurgebied

een indruk van de verdeling van het bodem- of landgebruik in de

in Regio Zwolle wint verstedelijkt gebied

regio; hoe verschillende functies zich tot elkaar verhouden. Hoe Regio

langzaam terrein.

Zwolle ervoor staat ten aanzien van de energietransitie beschrijven

Over de periode 2011–2021 is de regionale CO2-

we onder andere met behulp van cijfers over de afbouw van de

uitstoot met 14,9 procent gedaald; landelijk was de

uitstoot van CO2 en over de opbouw van de regionale opwek en het

daling 13,2 procent.

gebruik van duurzame energie. Tot slot hebben we in een extra kader

Regio Zwolle is beter dan gemiddeld in staat zelf

de diverse kenmerken en ontwikkelingen van de regionale

zijn benodigde duurzaam energie op te wekken.

ruimtemarkt voor bedrijvigheid in beeld gebracht.

Het percentage hernieuwbaar opgewekte energie is in 2021 gestegen tot 18 procent. Landelijk was dit 12 procent.

90

NAAR INHOUDSOPGAVE >

4.1 Woningmarkt42 Minder transacties, lagere prijzen

hypotheekrentes en het verder gedaalde vertrouwen op de

Vanaf begin 2022 is de hypotheekrente sterk gestegen en het

woningmarkt. De gemiddelde koopsom daalt echter ook doordat het

consumentenvertrouwen in de woningmarkt is afgenomen.

marktaandeel van het goedkopere segment is gegroeid, waardoor de

Consumenten hebben een pas op de plaats gemaakt; het aantal

mix van verkochte huizen een lagere prijs kent. Volgens de Rabobank

verkochte woningen is gedaald. Ten opzichte van de jaren tot begin

zullen in 2023 de woningprijzen naar verwachting dalen met gemiddeld

2021 is de woningmarkt meer ontspannen, maar ten opzichte van de

5,2 procent. Het jaar daarop nemen prijzen met 2,4 procent nog

afgelopen twee jaar is ze vrij constant gebleven. Waar in de eerste zes

iets verder af maar zal er ook een eind komen aan de prijsdalingen.

maanden van 2022 het aantal verkochte woningen in Regio Zwolle

De Rabobank schat in dat de prijs van een doorsnee verkochte

nog daalde met 27 procent, daalde het aantal transacties in de eerste

koopwoning eind volgend jaar zo’n € 33.000 lager (-9,4 procent) zal

jaarhelft van 2023 met een kleine 5 procent naar in totaal 3.817.

zijn dan op de top van de markt in de zomer van 2022.43

Voor Nederland als geheel gelden voor beide jaarhelften vergelijkbare dalingen in het aantal transacties met respectievelijk 24 procent en

Het gemiddelde prijsniveau in Regio Zwolle is als altijd lager dan het

7 procent. In het eerste kwartaal van een jaar wordt traditiegetrouw

landelijke gemiddelde, maar in tegenstelling tot de landelijke trend

vaak het minste aantal woningen verkocht. Overigens zijn er binnen

zien we voor de regio als geheel nog geen daling van de gemiddelde

Regio Zwolle sterke lokale verschillen in woningmarktspanning

koopsom (zie figuur 4.2). Ten opzichte van 2022 was in de eerste zes

(zie ook figuur 4.3).

maanden van 2023 sprake van een stabiele gemiddelde koopsom van € 385.000. Naar verwachting echter, zal in de tweede jaarhelft ook in

De afgelopen jaren was sprake van een gespannen woningmarkt wat

Regio Zwolle als geheel uit de cijfers een daling van de gemiddelde

zich uitte in stevige prijsstijgingen. Medio 2022 is op landelijk niveau een

koopsom zichtbaar worden. In dertien van de 22 gemeenten was ten

einde gekomen aan de prijsstijgingen. De gemiddelde koopsom over

opzichte van 2022 in de eerste zes maanden van dit jaar al sprake van

2022 daalde van € 429.000 naar ruim € 411.000 in de eerste jaarhelft

dalende gemiddelde koopsommen. Met een daling van € 69.500 was de

van 2023. Zoals gezegd dalen de prijzen door de gestegen

daling het grootst in de gemeente Hattem, een daling van 14 procent.

42 Deze paragraaf bevat een gastbijdrage van BPD | Gebiedsontwikkeling, gemaakt door Sander Klaver. 43 Rabobank (2023). In 2024 stabilisatie huizenprijzen, prijs dan 33.000 euro lager dan tijdens piek. Beschikbaar via: https://www.rabobank.nl/kennis/d011371239-in-2024-stabilisatie-huizenprijzen-prijsdan-33-000-euro-lager-dan-tijdens-piek.

NAAR INHOUDSOPGAVE >

91

Figuur 4.1 ONTWIKKELING AANTAL TRANSACTIES, REGIO ZWOLLE EN NEDERLAND In absolute aantallen (balken en linker as) en index 2010/1e kwartaal=100 (lijnen en rechter as); 2010–2023/2e kwartaal (per kwartaal) 3.500

300

3.000

250

2.500

200

2.000 150 1.500 100 1.000 50

500

0

Transactievolume Regio Zwolle

Index Transactievolume Regio Zwolle

2023 Q2

2023 Q1

2022 Q4

2022 Q3

2022 Q2

2022 Q1

2021 Q4

2021Q1

2021 Q3

2021 Q2

2020 Q4

2020 Q3

2020 Q2

2020 Q1

2019 Q4

2019 Q3

2019 Q2

2019 Q1

2018 Q4

2018 Q3

2018 Q2

2018 Q1

2017 Q4

2017 Q3

2017 Q2

2017 Q1

2016 Q4

2016 Q3

2016 Q2

2016 Q1

2015 Q4

2015 Q3

2015 Q2

2015 Q1

2014 Q4

2014 Q3

2014 Q2

2014 Q1

2013 Q4

2013 Q3

2013 Q2

2013 Q1

2012 Q4

2012 Q3

2012 Q2

2012 Q1

2011 Q4

2011 Q3

2011 Q2

2011 Q1

2010 Q4

2010 Q3

2010 Q2

2010 Q1

0

Index Transactievolume Nederland

Bron: Kadaster (bewerking: BPD | Bouwfonds Gebiedsontwikkeling).

92

De sterkste stijger was Dalfsen met bijna € 35.700, een stijging van 8

regionaal niveau sprake zal zijn van een algemene prijsdaling met een

procent. Dalfsen is tevens de gemeente met de hoogste gemiddelde

kleine differentiatie in de prijsontwikkeling per regio. Zo wordt voor heel

huizenprijs: € 473.700, en met een gemiddelde koopsom van € 311.000

2023 een prijsdaling van minder dan 4 procent verwacht in de COROP-

was Hoogeveen regionale hekkensluiter. De verwachting is dat op

regio’s Noord-Overijssel en Zuidwest-Drenthe en tussen 4 procent en

NAAR INHOUDSOPGAVE >

Figuur 4.2 ONTWIKKELING GEMIDDELDE KOOPSOM IN REGIO ZWOLLE EN NEDERLAND

5 procent in Zuidwest-Overijssel. In Flevoland en de regio Veluwe wordt een bovengemiddelde prijsdaling verwacht die naar verwachting ergens tussen 5 en 6 procent ligt.44

Gemiddelde koopsom in euro’s; 2010–2023 t/m 2e kwartaal

Grote variatie marktomstandigheden binnen de regio

450.000

Met de ‘Hittekaart van de woningmarkt’ wordt een indruk gegeven van

400.000

de variatie in de marktomstandigheden tussen koopwoningmarkten

350.000

in gemeenten. Zo wordt in één oogopslag zichtbaar welke gemeenten

300.000

in Regio Zwolle gekenmerkt worden door een sterke dan wel minder

250.000

sterke woningmarkt (zie de tekstbox ‘Hittekaart woningmarkt 2023’ voor een toelichting op de methodiek voor het opstellen van deze kaart).

200.000 150.000 100.000 2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022 2023 (t/m kwartaal 2)

Regio Zwolle

Nederland

Bron: Kadaster (bewerking: BPD | Bouwfonds Gebiedsontwikkeling).

44 Een COROP-regio is een regionaal gebied binnen Nederland dat deel uitmaakt van de COROP-indeling. Deze indeling wordt gebruikt voor analytische doeleinden. De naam COROP komt van Coördinatie Commissie Regionaal OnderzoeksProgramma. In totaal zijn er in Nederland 40 COROP-gebieden. De COROP-indeling wordt gebruikt door onderzoeksinstellingen, zoals het CBS, om statistische gegevens te presenteren. Regio Zwolle omvat vijf COROP-regio’s. Er is volledige overlap met de COROP-regio’s Noord-Overijssel, Zuidwest-Drenthe en gedeeltelijke overlap met Flevoland, Veluwe en Zuidwest-Overijssel.

NAAR INHOUDSOPGAVE >

93

Figuur 4.3

HITTEKAART WONINGMARKT 2023 45 BPD | Bouwfonds Gebiedsontwikkeling publiceert elk jaar de zogeheten hittekaart van de woningmarkt. De kaart toont de variatie in marktomstandigheden op gemeentelijke

HITTEKAART WONINGMARKT Kracht van gemeentelijke koopwoningmarkten; 2023

koopwoningmarkten. Aan de hand van de hittegraad is af te leiden welke gemeenten gekenmerkt worden door een sterke dan wel minder sterke woningmarkt. De hittegraad voor een gemeente is een samengestelde score die bestaat uit het marktvolume in een jaar, gecombineerd met de huishoudengroei in de periode tot 2031. Het marktvolume

Hoogst scorende gemeenten

is berekend door het aantal verkopen van bestaande koopwoningen te vermenigvuldigen met de gemiddelde transactieprijs. Om te voorkomen dat de omvang van een gemeente te zwaar telt, vindt een correctie plaats door het marktvolume te delen door het aantal koopwoningen in de betreffende gemeente. Een hoge score op de hittekaart kenmerkt zich door hoge prijzen en/of veel woningtransacties maar ook een sterke verwachte groei van het aantal

Laagst scorende gemeenten Bron: BPD | Bouwfonds Gebiedsontwikkeling.

huishoudens. De hittekaart rangschikt gemeenten op basis van de berekende score en geeft de relatieve positie van een gemeente weer ten opzichte van de andere gemeenten. Ook in tijden van een verslechterende woningmarkt zijn er hoog scorende en laag scorende gemeenten. De kaart is een belangrijke graadmeter in de vastgoedbranche die marktpartijen richting geeft in de afweging waar bijvoorbeeld te investeren. Prijs- en transactiegegevens zijn afkomstig van het

De gemeenten in de Randstad behoren tot de groep hoogst scorende gemeenten. Daarnaast is er een overgangszone met relatief hoog scorende gemeenten die zich uitstrekt over delen van Noord-Holland, de provincie Flevoland en gemeenten in Gelderland en Noord-Brabant.

Kadaster. Het CBS en ABF Research zijn de leveranciers van de data over de omvang van de voorraad koopwoningen en de huishoudenprognose. 94

NAAR INHOUDSOPGAVE >

45 Meer details over de hittekaart voor de woningmarkt zijn te vinden op: https://www.bpd.nl/ actueel/persberichten/hittekaart-2023/.

De perifere gebieden van Nederland worden daarentegen traditioneel

4.2

Mobiliteit

gekenmerkt door minder dynamische woningmarkten. Deze regio’s kleuren blauw en groen, al zijn ook hier in de vorm van een aantal

Corona en mobiliteit

middelgrote gemeenten relatief hoog scorende gemeenten te vinden;

Mobiliteit is van vitaal belang voor het economisch functioneren van

hiervan is de gemeente Groningen op plaats 56 van 344 gemeenten

de samenleving en biedt mensen de kans om zich te ontplooien en

het duidelijkste voorbeeld. Vorig jaar waren de gemeenten Nieuwegein,

te ontspannen. Mensen verplaatsen zich, omdat ze op verschillende

Lelystad, Landsmeer en Zwolle de sterkste stijgers; opmerkelijke

locaties wonen, werken, winkelen, recreëren of op visite willen gaan.

afvallers uit de top 40 meest verhitte gemeenten waren Nijmegen

Mobiliteit heeft ook een keerzijde. Te veel mobiliteit zorgt voor files

en Groningen.

en vertragingen. Daarnaast heeft mobiliteit nadelige effecten op de gezondheid van mensen en op de kwaliteit van natuur en milieu,

Zwolle scoort het hoogst van de gemeenten van Regio Zwolle.

onder andere door de uitstoot van schadelijke stoffen en geluidshinder.

Begin 2023 staat deze gemeente op plaats 27 en het maakte daarmee

Figuur 4.4 toont het gemiddeld aantal verplaatsingen per week per

een sprong van 22 plekken ten opzichte van vorig jaar toen het nog

motief in de provincies waar Regio Zwolle deel van uitmaakt in 2019,

plek 49 innam. De gemeente Zwolle behoort hiermee tot de groep

toen van corona en de gevolgen nog geen sprake was. Een inwoner

10 procent hoogst scorende gemeenten. De stijging van Zwolle verklaart

maakte toen per week gemiddeld 19 verplaatsingen, waarvan het

zich door de sterkere huishoudengroei die voor de komende jaren

grootste deel werk gerelateerd was (5,7 verplaatsingen).

wordt verwacht. Ook de grotere gemeenten Dronten en Kampen scoren bovengemiddeld met respectievelijk plaats 68 en 88. De gemeente

In het kader van de coronapandemie verzamelde Google door middel

Hattem is maar liefst 116 plekken gestegen van plaats 219 naar 103 en

van de locatie van Google Maps en Androidtelefoongebruikers gegevens

is daarmee veruit de grootste stijger in de regio. Dit komt doordat de

over hoe vaak locaties bezocht werden ten opzichte van een gemiddelde

gemiddelde koopsom in de gemeente in 2022 met ruim 15 procent

dag in januari 2020 – met als doel beleidsmakers te informeren en te

is toegenomen; enkele procentpunten boven de landelijke stijging.

assisteren bij het formuleren van beleid. Deze gegevens hebben we

De grote prijsdaling in de eerste helft van 2023 doet echter vermoeden

gebruikt om een beeld te schetsen van de aard van de personen­

dat de markt weer iets zal ontspannen. Aan de andere kant kunnen

mobiliteit in Regio Zwolle. Naast dat de verzamelde gegevens een

enkele gemeenten in Regio Zwolle op basis van de hittekaart getypeerd

indruk geven van de impact van corona op de personenmobiliteit in de

worden als zwakkere woningmarktgebieden. Zo behoren de gemeenten

regio, biedt het inzicht in de motivatie van de gemaakte verplaatsingen

Staphorst (plek 340) en Raalte (plek 318) tot de categorie 10 procent

in de regio.

laagst scorende gemeenten.

NAAR INHOUDSOPGAVE >

95

Figuur 4.4 kop op in de omikron variant, en in december 2021 volgde opnieuw een

REISVERPLAATSINGSVERDELING, REGIO ZWOLLE Gemiddeld aantal verplaatsingen per inwoner per week en per reismotief; 2019

korte complete lockdown. De eerste versoepelingen volgden in januari 2022, en in maart 2022 waren alle maatregelen van de baan. Steeds als er een lockdown was daalde het aantal bezoekers van winkels en recreatie sterk, om weer te herstellen na opening.

20 18

Genieten van natuur en thuiswerken zijn blijvertjes

4,1

16

Naast de lockdowns vallen ook andere dingen op. In de categorie park

14 4,0

& natuur zijn duidelijk de seizoensinvloeden te zien. Toch is ook hier te

10

1,4

zien dat mensen tijdens de lockdown ontspanning in de natuur zochten.

8

3,8

Zo viel het aantal bezoekers vrijwel nooit lager uit dan in januari 2020,

12

6

omdat de natuur niet gesloten was. Verder is duidelijk dat de

4

reisbeperkingen in 2020 zorgden dat meer mensen op vakantie gingen

5,7

2

in Nederland, getuige de hogere piek in bezoekers in zomer 2020 ten

0

Werk

Winkels en recreatie

Natuur

Boodschappen

Overig

Bron: CBS (bewerking: Hogeschool Windesheim).

opzichte van 2021 en 2022. Over de hele meetperiode gemiddeld nam bezoek aan park & natuur met zo’n 37 procent toe. Ter indicatie: dat zou in figuur 4.4, op basis van CBS-cijfers, betekenen dat in plaats van 1,4 bezoeken per week, 1,9 bezoeken per week zouden plaats vinden. Verder is het gebruik van vervoershubs, zoals trein- en busstations,

96

De verschillende lockdown periodes zijn duidelijk te zien in figuur 4.5,

permanent gedaald ten opzichte van januari 2020. Dit geldt ook voor het

met name in de categorie winkels & recreatie. De eerste ‘intelligente’

aantal personen op werk- en kantoorlocaties. Gegeven het feit dat de

lockdown vond plaats van eind maart 2020 tot ongeveer juni 2020, met

werkloosheid is afgenomen in Regio Zwolle is dat een duidelijke indicatie

gedeeltelijke versoepelingen in mei 2020. Na de zomer van 2020 volgde

dat er meer thuisgewerkt wordt. Gemiddeld genomen over de hele

opnieuw verscherpingen in september, oktober en november en

periode nam kantoorbezoek met 21 procent af. Ter indicatie: dat zou

in december uiteindelijk een volledige lockdown. In 2021 ging de

in figuur 4.4 betekenen dat in plaats van 5,7 bezoeken per week,

samenleving langzaam weer open en werd in juni 2021 weer volledig

4,5 bezoeken per week zouden plaats vinden. Deze trend is minder

opengesteld. Vanaf oktober 2021 stak het virus echter weer massaal de

duidelijk te zien in de categorie thuis, maar dat komt omdat thuis niet

NAAR INHOUDSOPGAVE >

Figuur 4.5 in aantal bezoekers gemeten wordt, maar in doorgebrachte tijd. Aangezien mensen altijd relatief veel tijd thuis doorbrengen zijn

VERANDERING VERPLAATSINGSGEDRAG PERSONEN, REGIO ZWOLLE

de veranderingen daar minder uitgesproken.

Verandering in aantal bezoekers (of doorgebrachte tijd in de woning) naar bestemming

De trends en pieken en dalen die in figuur 4.5 zichtbaar zijn, zijn

ten opzichte van een dag in januari 2020 (in %), 2020–2022

vergelijkbaar met de trends en bewegingen in Nederland als geheel,

120%

enkele uitzondering daargelaten. Zo nam het aantal bezoekers van park

100%

& natuur in de zomer van 2020 met zo’n 160 procent toe in Nederland

80%

als geheel, waar dat 120 procent was in Regio Zwolle. Aan de andere

60%

kant was het herstel van bezoek aan winkels & recreatie in de in de

40%

zomer van 2021 slechts een stijging van 5 procent in Nederland

20%

tegenover 25 procent in Regio Zwolle.

0% -20% -40% -60%

Park & natuur

Dagelijkse boodschappen en apotheek

okt-22

jul-22

sep-22

aug-22

jun-22

apr-22

mei-22

jan-22

feb-22

mrt-22

okt-21

dec-21

nov-21

jul-21

sep-21

aug-21

jun-21

apr-21 mei-21

jan-21

feb-21

mrt-21

okt-20

dec-20

nov-20

jul-20

sep-20

jun-20

Winkels en recreatie

aug-20

apr-20

mei-20

feb-20

mrt-20

-80%

Kantoor & Werk Vervoerhubs

Thuis/Woning

Bron: Google (bewerking: Hogeschool Windesheim).

NAAR INHOUDSOPGAVE >

97

Figuur 4.6 4.3

Bodemgebruik

Regio Zwolle: een sterk(e) agrarische en natuur regio Figuur 4.6 toont het bodemgebruik in Regio Zwolle en Nederland in 2017, het laatste jaar waar momenteel gegevens voor zijn. Duidelijk te

BODEMGEBRUIK, REGIO ZWOLLE EN NEDERLAND Verdeling bodemgebruik naar gebruiksvorm in %; 2017 100% 90%

zien is dat het landgebruik in Regio Zwolle gedomineerd wordt door

80%

agrarische terreinen, gevolgd door bossen en natuurlijke terreinen en

60%

binnenwater, terwijl landelijk, bebouwing, verkeer en semi-bebouwing een wat minder grote rol spelen. In vergelijking met Nederland is Regio Zwolle dus wat groener, waarbij opgemerkt dat er sterke lokale verschillen zijn tussen gemeentes.

70% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

Regio Zwolle

Deze verdeling is over de afgelopen periode relatief constant gebleven, zoals te zien in figuur 4.7. Niettemin neemt in Regio Zwolle, net als in de rest van Nederland, de verstedelijking langzaam toe. De verklaring voor de aanvankelijke groei en latere afname van semi-bebouwd terrein is dat deze categorie bouwterreinen bevat. Zodra bebouwing klaar is

Nederland

Binnenwater

Semi-bebouwd terrein

Bos en open natuurlijk terrein

Bebouwd terrein

Agrarisch terrein

Verkeersterrein

Recreatieterrein Bron: CBS (bewerking: Hogeschool Windesheim).

worden deze terreinen geherclassificeerd van semi-bebouwd naar bebouwd. Over de periode 2003–2017 is de bebouwing toegenomen, maar vooral ten koste van terrein dat al gedeeltelijk bebouwd was. Over

Agrarische gebieden, verkeer, bouw en de natuur:

dezelfde periode was er een kleine afname van agrarisch landgebruik.

een stevige uitdaging Regio Zwolle heeft een sterk agrarisch karakter, maar huisvest tevens

98

In Nederland als geheel zien we soortgelijke trends: een toename van

(delen van) een aantal Natura 2000-gebieden, zowel bekende als de

recreatiegebieden en bebouwing, een afname van semi-bebouwd terrein

Veluwe, de Sallandse Heuvelrug en de Wieden-Weerribben, als minder

in de periode 2012–2017, en een kleine afname van agrarisch gebied.

bekende zoals Olde Maten & Veerslootslanden. Dit agrarische karakter,

Wel was de procentuele toename van semi-bebouwd terrein in Regio

in combinatie met het toenemende verkeersterreinen en de constante

Zwolle in de periode 2003–2010 relatief groot ten opzichte van Nederland.

bouw maakt de stikstofopgave in deze regio extra lastig (zie ook figuur

NAAR INHOUDSOPGAVE >

Figuur 4.7 Sallandse Heuvelrug, de Veluwe en Vecht- en Beneden-Reggegebied was

ONTWIKKELING BODEMGEBRUIK, REGIO ZWOLLE

daarentegen sprake van een matige of zelfs sterke overbelasting in 2018 (RIVM, Aerius Monitor).

Verandering verdeling bodemgebruik naar gebruiksvorm, Index 2003=100; 2003–2017

De uitdaging van het vinden van ruimte voor verschillende

140

landgebruikstypes en de soms beperkte mogelijkheden voor

120

het combineren van functies komt ook sterk naar voren in de

100

verstedelijkingsstrategie van Regio Zwolle.46 De strategie benoemt

80 60

vier grote maatschappelijke opgaven waarvoor ruimtegebruik sterk van

40

belang is: klimaat, mobiliteit, economische ontwikkeling en woningbouw.

20

Regio Zwolle probeert deze opgaven aan te pakken door nieuwe woningbouw voornamelijk in en rondom bestaande kernen te laten

0 2003

2006

2008

2010

2012

2015

2017

Verkeersterrein index

Bebouwd terrein Index

Semi-bebouwd terrein Index

Recreatieterrein Index

Agrarisch terrein Index

Bos en open natuurlijk terrein index

Binnenwater Index

plaatsvinden, de kernen beter te ontsluiten voor openbaar vervoer, fietsers en wandelaars, in te zetten op differentiatie in economische activiteiten binnen de verschillende kernen en het landschap zo in te richten dat de sponswerking voor wateropvang versterkt wordt, zowel in de kernen als daarbuiten. Een eerste overzichtskaart van de plannen en

Bron: CBS (bewerking: Hogeschool Windesheim).

de verwachte gevolgen is te zien in figuur 4.8.

4.8). De verschillende natuurgebieden zijn daarbij in verschillende mate gevoelig waar het stikstof betreft, en dit is terug te zien in de gegevens. In een aantal Natura 2000-gebieden in de regio was de stikstofneerslag in 2018 onder de kritische grens waarbij natuur schade oploopt zoals in de uiterwaarden van het Zwarte Water en Vecht, in de Olde Maten & Veerslootslanden en delen van de Wieden. In andere gebieden zoals de 46 Regio Zwolle (2023). Warme Harten in een Klimaatadaptieve Delta. Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle. Beschikbaar via: https://regiozwolle.info/wp-content/uploads/2023/02/20230206_Zwolle_ strategieboek_printversie_boek_spreads-1.pdf.

NAAR INHOUDSOPGAVE >

99

Figuur 4.8 GEBIEDSGEOGRAFIE REGIO ZWOLLE

Bebouwd gebied Wonen/Bedrijvigheid Inbreiding Uitbreiding Klimaatdrager Stationsgebied Spoorlijn (H)OV-lijn Snelfietsroute HUB Natuurgebieden Droogmakerijen Zandgronden Stuwwallandschap Veenweidegebied Moerasveen Hoogveen

Bron: Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle.

100

NAAR INHOUDSOPGAVE >

Figuur 4.9 4.4 Energietransitie

CO2-UITSTOOT, REGIO ZWOLLE EN NEDERLAND

Coronaherstel ook in CO2 uitstoot zichtbaar;

In hoeveelheid kiloton (balken en linker as) en Index 2011=100 (lijnen en rechter as);

dalende trend zet niet verder door

2011–2021

In het Nationale Klimaatakkoord hebben overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke partijen afspraken gemaakt over hoe de uitstoot van

6.000

110

5.800

105

5.600

100

5.400

95

5.200

90

5.000

85

4.800

80

energieverbruik die plaatsvond vanaf 2016, en versneld werd vanaf

4.600

75

2019 door de maatregelen in verband met het coronavirus is daarmee

4.400

70

4.200

65

het broeikasgas CO2 in Nederland met 49 procent in 2030 (ten opzichte van 1990) teruggedrongen wordt. In 2021 was de uitstoot van CO2 in Regio Zwolle iets onder de 4,8 miljoen ton. Dat is vrijwel gelijk aan 2020, namelijk een stijging van 1 procent. De dalende trend van het

gestopt. Het herstel van de economie na 2020 is terug is te zien in de CO2-uitstoot. Vergelijken we de langjarige ontwikkelingen van de

4.000

60 2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

CO2-uitstoot in Regio Zwolle met die van Nederland, dan lopen die redelijk met elkaar in de pas. Uiteindelijk is de daling van de uitstoot

Regio Zwolle

Index Regio Zwolle

Index Nederland

over de periode 2011–2021 per saldo in Nederland wel groter dan in Regio Zwolle; 14,9 procent tegenover 13,2 procent.

Bron: Klimaatmonitor (bewerking: Hogeschool Windesheim).

Figuur 4.10 toont de verdeling van CO2-uitstoot in Regio Zwolle in 2021 over verschillende bronnen en vergelijkt deze met de verdeling in Nederland. Het gros van de CO2 uitstoot in zowel Regio Zwolle als Nederland komt op rekening van de Gebouwde omgeving, respectievelijk 37 procent en 35 procent. Dit betreft voornamelijk CO2 ten gevolge van verwarming en elektriciteitsverbruik in gebouwen. De minste CO2 wordt uitgestoten door Landbouw, bosbouw en visserij.

NAAR INHOUDSOPGAVE >

101

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=17281d4e-a97b-469a-ab49-8e9239b80a15