4. RAPPORT_Regio_Zwolle_Monitor_2023_DIGITAAL
Tekst van het document
hoge vervangingsvraag in techniek en ict en economie en recht in
buiten Regio Zwolle werken). De uitstroom van arbeidskrachten overtreft
belangrijke mate bij aan de tekorten in deze subsectoren.
hiermee de instroom met ruim 20.000 (zie figuren 3.15 en 3.16).
35
Het betreft opsplitsingen van de onderwijssoorten mbo 3 en 4 en bachelor en master, voor mbo 2 en andere onderwijssoorten hebben we geen beschikking over subsectorgegevens.
NAAR INHOUDSOPGAVE >
79
Figuur 3.15 WERKBESTEMMING VAN WERKNEMERS WOONACHTIG IN REGIO ZWOLLE
HERKOMST VAN IN REGIO ZWOLLE WERKENDE WERKNEMERS
Verdeling van werknemers uit Regio Zwolle naar werkbestemming in %; december 2021
Verdeling van in Regio Zwolle werkende werknemers naar woonregio in %; december 2021
74%
80
Figuur 3.16
391.100 werkzame personen
78%
26%
370.900 werkzame personen
Regio Zwolle
Regio Zwolle
Buiten Regio Zwolle (uitgaande pendel)
Buiten Regio Zwolle (inkomende pendel)
Bron: CBS (bewerking: Hogeschool Windesheim).
Bron: CBS (bewerking: Hogeschool Windesheim).
NAAR INHOUDSOPGAVE >
22%
Figuur 3.17 Dit betekent dat van de werkzame beroepsbevolking woonachtig in Regio Zwolle 74 procent ook binnen Regio Zwolle werkt – in sterke mate overeenkomstig het daily urban system dat de regio vormt.
GEMIDDELDE WOON-WERKAFSTAND VAN WERKNEMERS NAAR WOONGEMEENTE, 2021
Hiervan werkten 196.100 inwoners in de eigen woongemeente, terwijl 121.600 werkende inwoners elders in Regio Zwolle werkten. De resterende groep van 100.300 personen werkte buiten Regio Zwolle. Andersom is te zien dat in Regio Zwolle 22 procent van de banen vervuld werd door werknemers van buiten de regio.
Minder dan 15 km 15 - 20 km
Gemiddeld 23 kilometer van huis naar werk Hoewel het merendeel van de in Regio Zwolle woonachtige
20 - 25 km 25 - 30 km 30 of meer km
werknemers ook in de regio werkt, zien we grote verschillen in woon-werkafstand. Eind 2021 bedroeg de gemiddelde woonwerkafstand van een in Regio Zwolle woonachtige werknemer 22,6 kilometer. Dat is boven het landelijk gemiddelde van 20 kilometer. Voor diegenen die in Urk en Staphorst woonden, was de afstand
Bron: CBS.
tussen woon- en werklocatie nog geen 17 kilometer, terwijl werknemers uit Westerveld met gemiddeld bijna 33 kilometer het verst van hun werk woonden. De woon-werkafstand die een werknemer
Gelderland belangrijkste werkbestemming buiten de regio
bereid is af te leggen hangt onder meer samen met de bereikbaarheid
Pendel tussen woon- en werklocaties is één van de mechanismen om
en mobiliteit. Meer daarover is te vinden in hoofdstuk 4.
de vraag naar en het aanbod van arbeid op elkaar aan te laten sluiten. Van alle werknemers die in Regio Zwolle woonachtig zijn werkt 74 procent ook in de regio zelf. Van het resterende deel dat buiten de regio werkt, de uitgaande pendel, werkt bijna 30 procent in provincie Gelderland (het overige deel dat niet onderdeel is van Regio Zwolle). Met uitzondering van Drenthe, zijn ook de andere provincies die deels overlappen met Regio Zwolle een belangrijke werkbestemming voor werkenden uit de regio.
NAAR INHOUDSOPGAVE >
81
Figuur 3.18
Figuur 3.19
BESTEMMING UITGAANDE PENDEL REGIO ZWOLLE
HERKOMST INKOMENDE PENDEL REGIO ZWOLLE
Verdeling van uitgaande pendelaars uit Regio Zwolle naar werkbestemming, in absolute
Verdeling van inkomende pendelaars in Regio Zwolle naar woonregio, in absolute aantallen
aantallen en %; december 2021
en %; december 2021
Werkregio
Aantal (x 1.000)
Aandeel
Woonregio
Gelderland overig
27,8
27,6%
Overijssel overig
18,7
21,2%
Overijssel overig
17,2
17,1%
Gelderland overig
15,6
17,7%
Flevoland overig
11,5
11,4%
Drenthe overig
14,3
16,2%
Utrecht
9,2
9,1%
Friesland
11
12,5%
Noord-Holland
8,4
8,3%
Niet in te delen
10
11,3%
Drenthe overig
8,1
8,0%
Groningen
4,8
5,4%
Friesland
6,9
6,9%
Flevoland overig
4,1
4,6%
Zuid-Holland
5,1
5,1%
Noord-Holland
2,9
3,3%
Noord-Brabant
3,3
3,3%
Utrecht
2,9
3,3%
Groningen
3
3,0%
Noord-Brabant
1,8
2,0%
Zeeland
0,1
0,1%
Zuid-Holland
1,8
2,0%
Limburg
0,1
0,1%
Limburg
0,4
0,5%
Zeeland
0
0,0%
Bron: CBS (bewerking: Hogeschool Windesheim).
82
Aantal (x 1.000)
Aandeel
Bron: CBS (bewerking: Hogeschool Windesheim).
Van alle werknemersbanen in Regio Zwolle wordt 78 procent vervuld
respectievelijk 14 procent en 16 procent, is de aantrekkingskracht van
door werknemers afkomstig uit Regio Zwolle. Van de overige
Regio Zwolle als werkbestemming aanzienlijk. Opvallend is dat het
werknemers, de inkomende pendelaars, komt een aanzienlijk deel uit
aandeel van de provincie Flevoland relatief klein is. Hoewel direct aan
het overige deel van Overijssel (21 procent). Maar ook op (de overige
elkaar grenzend, weten werkgevers uit Regio Zwolle en werknemers uit
delen van) de provincies Drenthe en Gelderland, met aandelen van
de rest van Flevoland elkaar in beperkte mate te vinden.
NAAR INHOUDSOPGAVE >
UITGELICHT: BOUWEN AAN EEN STERKE LEERCULTUUR IN REGIO ZWOLLE36 Een van de pijlers van de programma Human Capital Agenda (HCA)
Bovendien is leercultuur gelaagd. Het speelt op ieder niveau: op
Regio Zwolle is wendbaarheid van de beroepsbevolking.37 Het gaat
microniveau (op de werkplek zelf, taken/rollen in interactie met directe
dan om mensen die beschikken over de vaardigheden en flexibiliteit
collega’s) op mesoniveau (leren binnen en tussen teams/afdelingen,
om te kunnen omgaan met veranderingen op de arbeidsmarkt.
rol van leidinggevenden in het stimuleren van leren en ontwikkelen)
Een belangrijke factor of medewerkers wendbaar zijn is dat de
en macroniveau (leren en ontwikkelen als onderdeel van de strategie
organisatie structureel aandacht, middelen en tijd besteed aan het
en de verbinding met andere organisaties waarvan men kan leren).
creëren van een omgeving waarin continu leren en ontwikkelen de
We onderscheiden bij organisaties zes elementen, bouwstenen die
norm is. Dat noemen we ook wel leercultuur. Een leercultuur helpt
samen een sterk leercultuur kunnen vormen (leercultuurmodel).
organisaties toekomstbestendig te zijn en zorgt voor het behoud
Deze bouwstenen vormen de basis van de eerdergenoemde
van medewerkers. Voor organisaties is het echter soms lastig om
leercultuurscan.
een leercultuur te ontwikkelen. Het lectoraat Leven Lang Ontwikkelen (LLO) van hogeschool Windesheim heeft daarom een leercultuurscan
Leercultuur bij organisaties
ontwikkeld. Een instrument dat bedrijven en instellingen handvatten
Met de ontwikkelde scan helpt het lectoraat LLO individuele bedrijven
biedt om hun leercultuur in kaart te brengen en te versterken.
en instellingen om zicht te krijgen op het lerend vermogen van hun
De scan is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek naar
organisatie en dat van hun medewerkers. Daarmee krijgt een
leercultuur en is met hulp van ondernemers, managers, HR-
organisatie handvatten om de leercultuur te versterken. Onderstaand
professionals en medewerkers doorontwikkeld.
kader maakt duidelijk hoe metaalbedrijf Tosec uit Zwolle, een van de deelnemers aan de scan, bezig is om hun leercultuur te verbeteren.
Bouwen aan een sterke leercultuur Uit ons onderzoek bleek dat leercultuur te vatten is in gedrags aspecten die continue leren en ontwikkelen bevorderen, maar ook gaat over de integratie ervan in de organisatorische structuur.38
36 Dit kader bevat een gastbijdrage van het Lectoraat Leven Lang Ontwikkelen van hogeschool Windesheim, gemaakt door Menno Vos, Eveline Petter-Mikx en Rosalie Korevaar. 37 Meer informatie over de Human Capital Agenda Regio Zwolle is o.a. te vinden op: https://regiozwolle.info/human-capital-agenda-hca/. 38 Korevaar, R., van der Weide, J., Corporaal, S., Vos, M., & Witteveen, L. (2020). Leercultuur in het MKB: geen luxe, maar noodzaak. HMR (Holland Management Review), 2020(192), 73-80.
NAAR INHOUDSOPGAVE >
83
Figuur 3.20 ZES BOUWSTENEN VAN LEERCULTUUR
Bron: Van der Weide, J., Collou, L., Visschedijk, S., Vos, M., & Corporaal, S. (2022).39
39 Van Van der der Weide, Weide, J., J., Collou, Collou, L., L., Visschedijk, Visschedijk, S., S., Vos, Vos, M., M., & & Corporaal, Corporaal, S. S. (2022). (2022). Bouwstenen Bouwstenen van van een een integrale integrale leercultuur: leercultuur: Wat Wat is is nodig nodig in in het het mkb?. mkb?. Tijdschrift Tijdschrift voor voor HRM, HRM, 25(4), 25(4), 1-25. 1-25. 39
84
NAAR INHOUDSOPGAVE >
LEERCULTUURONTWIKKELING IN DE PRAKTIJK Tosec BV is een metaalbewerkingsbedrijf voor plaatbewerking en
besproken met de medewerkers en ook in een aparte sessie met
constructiewerk Tosec zag zichzelf voorheen als een traditioneel
leidinggevenden. Vervolgens zijn we aan de slag gegaan met twee
productiebedrijf waarin productie altijd prioriteit had en waar het lastig
bouwstenen van leercultuur: organisatie structuur en inrichting en inhoud
was om tijd te maken voor andere zaken. ‘Nieuwe medewerkers werden
van werk. Dit heeft geleid tot een aantal concrete acties:
vaak in het diepe gegooid en qua opleiden deden we vooral wat strikt noodzakelijk was. Leidinggevenden zagen de noodzaak voor ontwikkeling
1. Op iedere afdeling worden praktijkopleiders geschoold en ingezet.
wel, maar vonden het lastig om daar ruimte voor te geven. Bovendien was
‘We hebben er op dit moment ongeveer 20. Deze medewerkers worden
er op strategisch niveau geen zicht op de ontwikkeling van medewerkers’.
niet alleen betrokken in de begeleiding en opleiding van leerlingen/ studenten, maar ook voor eigen medewerkers. Hierdoor proberen wij
Sinds een paar jaar heeft Tosec zich ontwikkeld naar een bedrijf waarin
meer grip te krijgen in het opleiden van nieuwe medewerkers en
leren en ontwikkelen veel meer een onderdeel is geworden. Het werd niet
doorontwikkeling van bestaande medewerkers. Medewerkers krijgen
alleen lastiger om goede vakmensen aan te trekken, maar ook om mensen
nu ook meer “gevoel” dat er ruimte is voor ontwikkeling en dat ze
te behouden. ‘Als bedrijf hebben we daarom de stap genomen om een functie te creëren als opleidingscoördinator met als doel om meer
hierin gesteund en ondersteund worden’. 2. Het beter vastleggen van kennis en
ontwikkeling en structuur te krijgen in opleidingsplannen en een
ervaring door middel van leerpaden.
werkomgeving waarin continu ontwikkelen centraal staat. Daarbij werd
‘Hierdoor krijgen we meer zich in wat een
ook de hulp ingeroepen van OOM – de opleiding en ontwikkelfonds in
medewerker moet kunnen en kennen in
de metaalbranche’.
een bepaalde functie. Het stimuleert de medewerker om zich te ontwikkelen, wat
Aan de hand van de leercultuurscan hebben we eerst gekeken waar de
onderdeel is van het ontwikkelen van de
belangrijkste prioriteiten lagen voor verbetering. Dit hebben we uitgebreid
leercultuur’.
NAAR INHOUDSOPGAVE >
85
Leercultuur in de regio Eind 2022 heeft het lectoraat LLO een verkorte versie van de leercultuurscan afgenomen onder 82 organisaties in Regio Zwolle, wat ons een indruk geeft van hoe het gesteld is met de leercultuur in 3. Het herzien van functieprofielen zodat nog beter de
de regio. De deelnemende organisaties vertegenwoordigen een groot
leercurve van medewerkers gestuurd kan worden, en
aantal sectoren, die we hebben onderverdeeld in de volgende drie
daarmee ook inzichtelijk gemaakt kan worden voor de
clusters van sectoren: industrie (maakindustrie, bouw, (proces)
medewerkers zelf. ‘Dit alles wordt meegenomen in onze
techniek, n=32), commerciële dienstverlening (logistiek, horeca, ICT,
beoordelingsgesprekken waar nu de ontwikkeling van onze
financiële dienstverlening, n=37) en publieke instellingen (zorg,
medewerkers centraal staat’.Gerealiseerd moet worden dat
onderwijs, n=13). Daarnaast is er sprake van verschillen in
het een langdurig proces is, dat zeker de nodige tijd gaat
organisatieomvang. Zo bevinden onder de deelnemende organisaties
kosten. Het vraagt doorzettingsvermogen om iedereen
bevinden zich kleine (<50 werknemers, n=42), middelgrote (50–250
mee te krijgen, maar vooral de positieve uitwerking moet
werknemers, n=32) en grote organisaties (>250 werknemers, n=8).
voldoende zichtbaar zijn. ‘Zo zien we concreet terug dat
Hieronder presenteren we een selectie van de opvallendste
problemen die ontstaan in productie (bijvoorbeeld een
uitkomsten.
storing in een machine) niet alleen maar eenmalig opgelost worden, maar medewerkers beginnen steeds meer de
Leer- en ontwikkelactiviteiten
vraag te stellen: hoe kunnen we van dit probleem leren en
Bij deelnemende organisaties doen medewerkers in hun huidige
de kennis zodanig vast leggen dat het probleem niet weer
werk gemiddeld iets minder dan anderhalve opleiding, training en/of
ontstaat, of het wiel in de oplossing niet opnieuw hoeft
cursus per jaar. De gemiddelde tijdsbesteding voor deze formele
uitgevonden te worden. Ook zien we minder verloop in
leeractiviteiten bedraagt ongeveer 30 uur per jaar. Daarnaast leren
nieuwe medewerkers doordat er meer aandacht besteed
medewerkers via informele leer- en ontwikkelactiviteiten. Gemiddeld
wordt aan hun ontwikkeling en we er meer grip
komen ze drie keer per week in aanraking met een activiteit waarin ze
op hebben’.
leren van problemen en uitdagingen tijdens het uitvoeren van hun werk of leren van collega’s.
86
NAAR INHOUDSOPGAVE >
Figuur 3.21 Het hierboven geschetste beeld verschilt vrijwel niet tussen sectoren. Wel zijn er verschillen als er onderscheid wordt gemaakt naar de omvang van organisaties. Over het algemeen blijven kleine organisaties wat achter op het middelgrote en grote organisaties,
STAND REGIONALE LEERCULTUUR, REGIO ZWOLLE Score per bouwsteen van leercultuur (n=82); 2022
zowel op formele scholing als bij informeel leren. Dit verschil komt opleidingen volgen en daar ook meer tijd voor krijgen. En in middelgrote bedrijven wordt meer infomeel geleerd op de werkplek. Deze cijfers passen bij het landelijke beeld rondom leren en ontwikkelen.40
3,4
Inhoud van werk
doordat medewerkers in grote organisaties meer trainingen en
3,5
Ruimte en veiligheid
3,4
Samenwerken en teamontwikkeling
3,1
Leiderschap gericht op ontwikkelen Organisatie ingericht op ontwikkelen Organisatie verbinden met externe omgeving
3,0 2,9
Bouwstenen van leercultuur Als we inzoomen op de zes bouwstenen van leercultuur dan blijkt
Bron: Lectoraat LLO, hogeschool Windesheim (2023).
dat organisaties hoog scoren op ruimte/veiligheid, inhoud van werk, samenwerken en teamontwikkeling (zie figuur 3.21). Op deze drie bouwstenen wordt significant hoger gescoord dan op de bouwstenen: ontwikkelgericht leiderschap, de organisatie inrichting
vergeleken met de andere sectoren. Tenslotte is het opvallend dat de
en de externe oriëntatie. Dit lijkt erop te duiden dat veel organisaties
commerciële dienstverlening achterblijft bij de overige sectorclusters
op operationeel vlak en in hun dagelijkse werk en werkwijzen,
als het gaat om structurele inbedding van leren en ontwikkelen in de
aandacht hebben voor leren en ontwikkelen, maar dat inbedding
organisatie.
op strategisch- en structuurniveau en de verbinding met andere organisaties nog aandacht behoeft.
Uit het onderzoek blijkt dat de algehele leercultuur in Regio Zwolle niet significant verschilt tussen de verschillende organisatiegroottes.
Tussen sectoren valt op dat de publieke sector hoog scoort op het
Wel zijn er enige verschillen te zien bij specifieke bouwstenen.
creëren van ruimte en veiligheid in vergelijking met de andere
Grote organisaties zijn beter in staat om de verbinding buiten de eigen
sectoren. Industrie scoort daarentegen hoger op externe oriëntatie
organisatie te maken. Aan de andere kan zijn het juist deze grote
40 Künn, A., Abbink, H., Baumann, S., van Elferen, S., & Fouarge, D. (2022). Leven lang ontwikkelen in Nederland (No. 001). Maastricht University, Research Centre for Education and the Labour Market (ROA).
NAAR INHOUDSOPGAVE >
87
Figuur 3.22
Figuur 3.23
STAND REGIONALE LEERCULTUUR NAAR SECTOR, REGIO ZWOLLE
STAND REGIONALE LEERCULTUUR NAAR ORGANISATIEOMVANG, REGIO ZWOLLE
Score per bouwsteen van leercultuur opgesplitst naar sector; 2022
Score per bouwsteen van leercultuur opgesplitst naar organisatieomvang; 2022
Inhoud van werk
Inhoud van werk
Ruimte en veiligheid
Ruimte en veiligheid
Samenwerken en teamontwikkeling
Samenwerken en teamontwikkeling
Leiderschap gericht op ontwikkelen
Leiderschap gericht op ontwikkelen
Organisatie ingericht op ontwikkelen
Organisatie ingericht op ontwikkelen
Organisatie verbinden met externe omgeving
Organisatie verbinden met externe omgeving
1
Industrie (n=32)
Commerciele dienstverlening (n=37)
2
3
4
Publieke instellingen (n=13)
Bron: Lectoraat LLO, hogeschool Windesheim (2023).
1
Klein (n=42)
Midden (n=33)
3
Bron: Lectoraat LLO, hogeschool Windesheim (2023).
organisaties die lager scoren op het verankeren van leren en
dat in de steekproef grote organisaties uit de commerciële
ontwikkelen in de interne structuur vergeleken met de middelgrote
dienstverlening oververtegenwoordigd waren, wat er mogelijk
organisaties. Dat is een opvallende bevinding, uit eerder onderzoek
op duidt dat bedrijfsgrootte in combinatie met sector het
blijkt dat mkb-bedrijven vaak beperktere middelen hebben om in te
verschil verklaard.
zetten op leer- en ontwikkelbeleid.41 Hierbij moet opgemerkt worden
41
88
2
Groot (n=8)
SCP (2019). Grenzen aan een leven lang leren. Beschikbaar via: https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2019/05/22/grenzen-aan-een-leven-lang-leren.
NAAR INHOUDSOPGAVE >
4
NAAR INHOUDSOPGAVE >
89
4. DUURZAME LEEFOMGEVING We staan reeds voor langere tijd voor een aantal grote opgaven In de eerste helft van 2023 werd gemiddeld € 385.000
rondom verduurzaming die met name ook ruimtelijk hun beslag
betaald voor een woning in Regio Zwolle; ruim
moeten krijgen; opgaven ten aanzien van wonen, werken, mobiliteit,
€ 26.000 onder de gemiddelde landelijke woningprijs.
natuur en energie. In dit hoofdstuk presenteren we verschillende
Medio 2023 was de gemiddelde koopsom van een
indicatoren die betrekking hebben op verduurzaming en de inrichting
woning nagenoeg gelijk aan die van 2022.
van leefomgeving en ruimtegebruik in Regio Zwolle. Aan de hand
Landelijke was er sprake van een prijsdaling van
van vraag- en prijsontwikkelingen van woningen schetsen we een
4,2 procent.
beeld van het functioneren van de regionale woningmarkt; die een
Mobiliteitsgedrag is ook in Regio Zwolle blijvend
belangrijke indicator vormt voor de aantrekkingskracht van de regio.
veranderd ten gevolge van corona: aanwezige
Meer inzicht in regionaal mobiliteitsgedrag hebben we verkregen via
natuurgebieden worden meer bezocht en
cijfers over hoe vaak inwoners zich verplaatsen en wat hiervoor de
thuiswerken blijkt blijvertje te zijn.
motieven zijn. Met behulp van regionale bodemstatistieken geven we
Ondanks relatief veel agrarisch en natuurgebied
een indruk van de verdeling van het bodem- of landgebruik in de
in Regio Zwolle wint verstedelijkt gebied
regio; hoe verschillende functies zich tot elkaar verhouden. Hoe Regio
langzaam terrein.
Zwolle ervoor staat ten aanzien van de energietransitie beschrijven
Over de periode 2011–2021 is de regionale CO2-
we onder andere met behulp van cijfers over de afbouw van de
uitstoot met 14,9 procent gedaald; landelijk was de
uitstoot van CO2 en over de opbouw van de regionale opwek en het
daling 13,2 procent.
gebruik van duurzame energie. Tot slot hebben we in een extra kader
Regio Zwolle is beter dan gemiddeld in staat zelf
de diverse kenmerken en ontwikkelingen van de regionale
zijn benodigde duurzaam energie op te wekken.
ruimtemarkt voor bedrijvigheid in beeld gebracht.
Het percentage hernieuwbaar opgewekte energie is in 2021 gestegen tot 18 procent. Landelijk was dit 12 procent.
90
NAAR INHOUDSOPGAVE >
4.1 Woningmarkt42 Minder transacties, lagere prijzen
hypotheekrentes en het verder gedaalde vertrouwen op de
Vanaf begin 2022 is de hypotheekrente sterk gestegen en het
woningmarkt. De gemiddelde koopsom daalt echter ook doordat het
consumentenvertrouwen in de woningmarkt is afgenomen.
marktaandeel van het goedkopere segment is gegroeid, waardoor de
Consumenten hebben een pas op de plaats gemaakt; het aantal
mix van verkochte huizen een lagere prijs kent. Volgens de Rabobank
verkochte woningen is gedaald. Ten opzichte van de jaren tot begin
zullen in 2023 de woningprijzen naar verwachting dalen met gemiddeld
2021 is de woningmarkt meer ontspannen, maar ten opzichte van de
5,2 procent. Het jaar daarop nemen prijzen met 2,4 procent nog
afgelopen twee jaar is ze vrij constant gebleven. Waar in de eerste zes
iets verder af maar zal er ook een eind komen aan de prijsdalingen.
maanden van 2022 het aantal verkochte woningen in Regio Zwolle
De Rabobank schat in dat de prijs van een doorsnee verkochte
nog daalde met 27 procent, daalde het aantal transacties in de eerste
koopwoning eind volgend jaar zo’n € 33.000 lager (-9,4 procent) zal
jaarhelft van 2023 met een kleine 5 procent naar in totaal 3.817.
zijn dan op de top van de markt in de zomer van 2022.43
Voor Nederland als geheel gelden voor beide jaarhelften vergelijkbare dalingen in het aantal transacties met respectievelijk 24 procent en
Het gemiddelde prijsniveau in Regio Zwolle is als altijd lager dan het
7 procent. In het eerste kwartaal van een jaar wordt traditiegetrouw
landelijke gemiddelde, maar in tegenstelling tot de landelijke trend
vaak het minste aantal woningen verkocht. Overigens zijn er binnen
zien we voor de regio als geheel nog geen daling van de gemiddelde
Regio Zwolle sterke lokale verschillen in woningmarktspanning
koopsom (zie figuur 4.2). Ten opzichte van 2022 was in de eerste zes
(zie ook figuur 4.3).
maanden van 2023 sprake van een stabiele gemiddelde koopsom van € 385.000. Naar verwachting echter, zal in de tweede jaarhelft ook in
De afgelopen jaren was sprake van een gespannen woningmarkt wat
Regio Zwolle als geheel uit de cijfers een daling van de gemiddelde
zich uitte in stevige prijsstijgingen. Medio 2022 is op landelijk niveau een
koopsom zichtbaar worden. In dertien van de 22 gemeenten was ten
einde gekomen aan de prijsstijgingen. De gemiddelde koopsom over
opzichte van 2022 in de eerste zes maanden van dit jaar al sprake van
2022 daalde van € 429.000 naar ruim € 411.000 in de eerste jaarhelft
dalende gemiddelde koopsommen. Met een daling van € 69.500 was de
van 2023. Zoals gezegd dalen de prijzen door de gestegen
daling het grootst in de gemeente Hattem, een daling van 14 procent.
42 Deze paragraaf bevat een gastbijdrage van BPD | Gebiedsontwikkeling, gemaakt door Sander Klaver. 43 Rabobank (2023). In 2024 stabilisatie huizenprijzen, prijs dan 33.000 euro lager dan tijdens piek. Beschikbaar via: https://www.rabobank.nl/kennis/d011371239-in-2024-stabilisatie-huizenprijzen-prijsdan-33-000-euro-lager-dan-tijdens-piek.
NAAR INHOUDSOPGAVE >
91
Figuur 4.1 ONTWIKKELING AANTAL TRANSACTIES, REGIO ZWOLLE EN NEDERLAND In absolute aantallen (balken en linker as) en index 2010/1e kwartaal=100 (lijnen en rechter as); 2010–2023/2e kwartaal (per kwartaal) 3.500
300
3.000
250
2.500
200
2.000 150 1.500 100 1.000 50
500
0
Transactievolume Regio Zwolle
Index Transactievolume Regio Zwolle
2023 Q2
2023 Q1
2022 Q4
2022 Q3
2022 Q2
2022 Q1
2021 Q4
2021Q1
2021 Q3
2021 Q2
2020 Q4
2020 Q3
2020 Q2
2020 Q1
2019 Q4
2019 Q3
2019 Q2
2019 Q1
2018 Q4
2018 Q3
2018 Q2
2018 Q1
2017 Q4
2017 Q3
2017 Q2
2017 Q1
2016 Q4
2016 Q3
2016 Q2
2016 Q1
2015 Q4
2015 Q3
2015 Q2
2015 Q1
2014 Q4
2014 Q3
2014 Q2
2014 Q1
2013 Q4
2013 Q3
2013 Q2
2013 Q1
2012 Q4
2012 Q3
2012 Q2
2012 Q1
2011 Q4
2011 Q3
2011 Q2
2011 Q1
2010 Q4
2010 Q3
2010 Q2
2010 Q1
0
Index Transactievolume Nederland
Bron: Kadaster (bewerking: BPD | Bouwfonds Gebiedsontwikkeling).
92
De sterkste stijger was Dalfsen met bijna € 35.700, een stijging van 8
regionaal niveau sprake zal zijn van een algemene prijsdaling met een
procent. Dalfsen is tevens de gemeente met de hoogste gemiddelde
kleine differentiatie in de prijsontwikkeling per regio. Zo wordt voor heel
huizenprijs: € 473.700, en met een gemiddelde koopsom van € 311.000
2023 een prijsdaling van minder dan 4 procent verwacht in de COROP-
was Hoogeveen regionale hekkensluiter. De verwachting is dat op
regio’s Noord-Overijssel en Zuidwest-Drenthe en tussen 4 procent en
NAAR INHOUDSOPGAVE >
Figuur 4.2 ONTWIKKELING GEMIDDELDE KOOPSOM IN REGIO ZWOLLE EN NEDERLAND
5 procent in Zuidwest-Overijssel. In Flevoland en de regio Veluwe wordt een bovengemiddelde prijsdaling verwacht die naar verwachting ergens tussen 5 en 6 procent ligt.44
Gemiddelde koopsom in euro’s; 2010–2023 t/m 2e kwartaal
Grote variatie marktomstandigheden binnen de regio
450.000
Met de ‘Hittekaart van de woningmarkt’ wordt een indruk gegeven van
400.000
de variatie in de marktomstandigheden tussen koopwoningmarkten
350.000
in gemeenten. Zo wordt in één oogopslag zichtbaar welke gemeenten
300.000
in Regio Zwolle gekenmerkt worden door een sterke dan wel minder
250.000
sterke woningmarkt (zie de tekstbox ‘Hittekaart woningmarkt 2023’ voor een toelichting op de methodiek voor het opstellen van deze kaart).
200.000 150.000 100.000 2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022 2023 (t/m kwartaal 2)
Regio Zwolle
Nederland
Bron: Kadaster (bewerking: BPD | Bouwfonds Gebiedsontwikkeling).
44 Een COROP-regio is een regionaal gebied binnen Nederland dat deel uitmaakt van de COROP-indeling. Deze indeling wordt gebruikt voor analytische doeleinden. De naam COROP komt van Coördinatie Commissie Regionaal OnderzoeksProgramma. In totaal zijn er in Nederland 40 COROP-gebieden. De COROP-indeling wordt gebruikt door onderzoeksinstellingen, zoals het CBS, om statistische gegevens te presenteren. Regio Zwolle omvat vijf COROP-regio’s. Er is volledige overlap met de COROP-regio’s Noord-Overijssel, Zuidwest-Drenthe en gedeeltelijke overlap met Flevoland, Veluwe en Zuidwest-Overijssel.
NAAR INHOUDSOPGAVE >
93
Figuur 4.3
HITTEKAART WONINGMARKT 2023 45 BPD | Bouwfonds Gebiedsontwikkeling publiceert elk jaar de zogeheten hittekaart van de woningmarkt. De kaart toont de variatie in marktomstandigheden op gemeentelijke
HITTEKAART WONINGMARKT Kracht van gemeentelijke koopwoningmarkten; 2023
koopwoningmarkten. Aan de hand van de hittegraad is af te leiden welke gemeenten gekenmerkt worden door een sterke dan wel minder sterke woningmarkt. De hittegraad voor een gemeente is een samengestelde score die bestaat uit het marktvolume in een jaar, gecombineerd met de huishoudengroei in de periode tot 2031. Het marktvolume
Hoogst scorende gemeenten
is berekend door het aantal verkopen van bestaande koopwoningen te vermenigvuldigen met de gemiddelde transactieprijs. Om te voorkomen dat de omvang van een gemeente te zwaar telt, vindt een correctie plaats door het marktvolume te delen door het aantal koopwoningen in de betreffende gemeente. Een hoge score op de hittekaart kenmerkt zich door hoge prijzen en/of veel woningtransacties maar ook een sterke verwachte groei van het aantal
Laagst scorende gemeenten Bron: BPD | Bouwfonds Gebiedsontwikkeling.
huishoudens. De hittekaart rangschikt gemeenten op basis van de berekende score en geeft de relatieve positie van een gemeente weer ten opzichte van de andere gemeenten. Ook in tijden van een verslechterende woningmarkt zijn er hoog scorende en laag scorende gemeenten. De kaart is een belangrijke graadmeter in de vastgoedbranche die marktpartijen richting geeft in de afweging waar bijvoorbeeld te investeren. Prijs- en transactiegegevens zijn afkomstig van het
De gemeenten in de Randstad behoren tot de groep hoogst scorende gemeenten. Daarnaast is er een overgangszone met relatief hoog scorende gemeenten die zich uitstrekt over delen van Noord-Holland, de provincie Flevoland en gemeenten in Gelderland en Noord-Brabant.
Kadaster. Het CBS en ABF Research zijn de leveranciers van de data over de omvang van de voorraad koopwoningen en de huishoudenprognose. 94
NAAR INHOUDSOPGAVE >
45 Meer details over de hittekaart voor de woningmarkt zijn te vinden op: https://www.bpd.nl/ actueel/persberichten/hittekaart-2023/.
De perifere gebieden van Nederland worden daarentegen traditioneel
4.2
Mobiliteit
gekenmerkt door minder dynamische woningmarkten. Deze regio’s kleuren blauw en groen, al zijn ook hier in de vorm van een aantal
Corona en mobiliteit
middelgrote gemeenten relatief hoog scorende gemeenten te vinden;
Mobiliteit is van vitaal belang voor het economisch functioneren van
hiervan is de gemeente Groningen op plaats 56 van 344 gemeenten
de samenleving en biedt mensen de kans om zich te ontplooien en
het duidelijkste voorbeeld. Vorig jaar waren de gemeenten Nieuwegein,
te ontspannen. Mensen verplaatsen zich, omdat ze op verschillende
Lelystad, Landsmeer en Zwolle de sterkste stijgers; opmerkelijke
locaties wonen, werken, winkelen, recreëren of op visite willen gaan.
afvallers uit de top 40 meest verhitte gemeenten waren Nijmegen
Mobiliteit heeft ook een keerzijde. Te veel mobiliteit zorgt voor files
en Groningen.
en vertragingen. Daarnaast heeft mobiliteit nadelige effecten op de gezondheid van mensen en op de kwaliteit van natuur en milieu,
Zwolle scoort het hoogst van de gemeenten van Regio Zwolle.
onder andere door de uitstoot van schadelijke stoffen en geluidshinder.
Begin 2023 staat deze gemeente op plaats 27 en het maakte daarmee
Figuur 4.4 toont het gemiddeld aantal verplaatsingen per week per
een sprong van 22 plekken ten opzichte van vorig jaar toen het nog
motief in de provincies waar Regio Zwolle deel van uitmaakt in 2019,
plek 49 innam. De gemeente Zwolle behoort hiermee tot de groep
toen van corona en de gevolgen nog geen sprake was. Een inwoner
10 procent hoogst scorende gemeenten. De stijging van Zwolle verklaart
maakte toen per week gemiddeld 19 verplaatsingen, waarvan het
zich door de sterkere huishoudengroei die voor de komende jaren
grootste deel werk gerelateerd was (5,7 verplaatsingen).
wordt verwacht. Ook de grotere gemeenten Dronten en Kampen scoren bovengemiddeld met respectievelijk plaats 68 en 88. De gemeente
In het kader van de coronapandemie verzamelde Google door middel
Hattem is maar liefst 116 plekken gestegen van plaats 219 naar 103 en
van de locatie van Google Maps en Androidtelefoongebruikers gegevens
is daarmee veruit de grootste stijger in de regio. Dit komt doordat de
over hoe vaak locaties bezocht werden ten opzichte van een gemiddelde
gemiddelde koopsom in de gemeente in 2022 met ruim 15 procent
dag in januari 2020 – met als doel beleidsmakers te informeren en te
is toegenomen; enkele procentpunten boven de landelijke stijging.
assisteren bij het formuleren van beleid. Deze gegevens hebben we
De grote prijsdaling in de eerste helft van 2023 doet echter vermoeden
gebruikt om een beeld te schetsen van de aard van de personen
dat de markt weer iets zal ontspannen. Aan de andere kant kunnen
mobiliteit in Regio Zwolle. Naast dat de verzamelde gegevens een
enkele gemeenten in Regio Zwolle op basis van de hittekaart getypeerd
indruk geven van de impact van corona op de personenmobiliteit in de
worden als zwakkere woningmarktgebieden. Zo behoren de gemeenten
regio, biedt het inzicht in de motivatie van de gemaakte verplaatsingen
Staphorst (plek 340) en Raalte (plek 318) tot de categorie 10 procent
in de regio.
laagst scorende gemeenten.
NAAR INHOUDSOPGAVE >
95
Figuur 4.4 kop op in de omikron variant, en in december 2021 volgde opnieuw een
REISVERPLAATSINGSVERDELING, REGIO ZWOLLE Gemiddeld aantal verplaatsingen per inwoner per week en per reismotief; 2019
korte complete lockdown. De eerste versoepelingen volgden in januari 2022, en in maart 2022 waren alle maatregelen van de baan. Steeds als er een lockdown was daalde het aantal bezoekers van winkels en recreatie sterk, om weer te herstellen na opening.
20 18
Genieten van natuur en thuiswerken zijn blijvertjes
4,1
16
Naast de lockdowns vallen ook andere dingen op. In de categorie park
14 4,0
& natuur zijn duidelijk de seizoensinvloeden te zien. Toch is ook hier te
10
1,4
zien dat mensen tijdens de lockdown ontspanning in de natuur zochten.
8
3,8
Zo viel het aantal bezoekers vrijwel nooit lager uit dan in januari 2020,
12
6
omdat de natuur niet gesloten was. Verder is duidelijk dat de
4
reisbeperkingen in 2020 zorgden dat meer mensen op vakantie gingen
5,7
2
in Nederland, getuige de hogere piek in bezoekers in zomer 2020 ten
0
Werk
Winkels en recreatie
Natuur
Boodschappen
Overig
Bron: CBS (bewerking: Hogeschool Windesheim).
opzichte van 2021 en 2022. Over de hele meetperiode gemiddeld nam bezoek aan park & natuur met zo’n 37 procent toe. Ter indicatie: dat zou in figuur 4.4, op basis van CBS-cijfers, betekenen dat in plaats van 1,4 bezoeken per week, 1,9 bezoeken per week zouden plaats vinden. Verder is het gebruik van vervoershubs, zoals trein- en busstations,
96
De verschillende lockdown periodes zijn duidelijk te zien in figuur 4.5,
permanent gedaald ten opzichte van januari 2020. Dit geldt ook voor het
met name in de categorie winkels & recreatie. De eerste ‘intelligente’
aantal personen op werk- en kantoorlocaties. Gegeven het feit dat de
lockdown vond plaats van eind maart 2020 tot ongeveer juni 2020, met
werkloosheid is afgenomen in Regio Zwolle is dat een duidelijke indicatie
gedeeltelijke versoepelingen in mei 2020. Na de zomer van 2020 volgde
dat er meer thuisgewerkt wordt. Gemiddeld genomen over de hele
opnieuw verscherpingen in september, oktober en november en
periode nam kantoorbezoek met 21 procent af. Ter indicatie: dat zou
in december uiteindelijk een volledige lockdown. In 2021 ging de
in figuur 4.4 betekenen dat in plaats van 5,7 bezoeken per week,
samenleving langzaam weer open en werd in juni 2021 weer volledig
4,5 bezoeken per week zouden plaats vinden. Deze trend is minder
opengesteld. Vanaf oktober 2021 stak het virus echter weer massaal de
duidelijk te zien in de categorie thuis, maar dat komt omdat thuis niet
NAAR INHOUDSOPGAVE >
Figuur 4.5 in aantal bezoekers gemeten wordt, maar in doorgebrachte tijd. Aangezien mensen altijd relatief veel tijd thuis doorbrengen zijn
VERANDERING VERPLAATSINGSGEDRAG PERSONEN, REGIO ZWOLLE
de veranderingen daar minder uitgesproken.
Verandering in aantal bezoekers (of doorgebrachte tijd in de woning) naar bestemming
De trends en pieken en dalen die in figuur 4.5 zichtbaar zijn, zijn
ten opzichte van een dag in januari 2020 (in %), 2020–2022
vergelijkbaar met de trends en bewegingen in Nederland als geheel,
120%
enkele uitzondering daargelaten. Zo nam het aantal bezoekers van park
100%
& natuur in de zomer van 2020 met zo’n 160 procent toe in Nederland
80%
als geheel, waar dat 120 procent was in Regio Zwolle. Aan de andere
60%
kant was het herstel van bezoek aan winkels & recreatie in de in de
40%
zomer van 2021 slechts een stijging van 5 procent in Nederland
20%
tegenover 25 procent in Regio Zwolle.
0% -20% -40% -60%
Park & natuur
Dagelijkse boodschappen en apotheek
okt-22
jul-22
sep-22
aug-22
jun-22
apr-22
mei-22
jan-22
feb-22
mrt-22
okt-21
dec-21
nov-21
jul-21
sep-21
aug-21
jun-21
apr-21 mei-21
jan-21
feb-21
mrt-21
okt-20
dec-20
nov-20
jul-20
sep-20
jun-20
Winkels en recreatie
aug-20
apr-20
mei-20
feb-20
mrt-20
-80%
Kantoor & Werk Vervoerhubs
Thuis/Woning
Bron: Google (bewerking: Hogeschool Windesheim).
NAAR INHOUDSOPGAVE >
97
Figuur 4.6 4.3
Bodemgebruik
Regio Zwolle: een sterk(e) agrarische en natuur regio Figuur 4.6 toont het bodemgebruik in Regio Zwolle en Nederland in 2017, het laatste jaar waar momenteel gegevens voor zijn. Duidelijk te
BODEMGEBRUIK, REGIO ZWOLLE EN NEDERLAND Verdeling bodemgebruik naar gebruiksvorm in %; 2017 100% 90%
zien is dat het landgebruik in Regio Zwolle gedomineerd wordt door
80%
agrarische terreinen, gevolgd door bossen en natuurlijke terreinen en
60%
binnenwater, terwijl landelijk, bebouwing, verkeer en semi-bebouwing een wat minder grote rol spelen. In vergelijking met Nederland is Regio Zwolle dus wat groener, waarbij opgemerkt dat er sterke lokale verschillen zijn tussen gemeentes.
70% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Regio Zwolle
Deze verdeling is over de afgelopen periode relatief constant gebleven, zoals te zien in figuur 4.7. Niettemin neemt in Regio Zwolle, net als in de rest van Nederland, de verstedelijking langzaam toe. De verklaring voor de aanvankelijke groei en latere afname van semi-bebouwd terrein is dat deze categorie bouwterreinen bevat. Zodra bebouwing klaar is
Nederland
Binnenwater
Semi-bebouwd terrein
Bos en open natuurlijk terrein
Bebouwd terrein
Agrarisch terrein
Verkeersterrein
Recreatieterrein Bron: CBS (bewerking: Hogeschool Windesheim).
worden deze terreinen geherclassificeerd van semi-bebouwd naar bebouwd. Over de periode 2003–2017 is de bebouwing toegenomen, maar vooral ten koste van terrein dat al gedeeltelijk bebouwd was. Over
Agrarische gebieden, verkeer, bouw en de natuur:
dezelfde periode was er een kleine afname van agrarisch landgebruik.
een stevige uitdaging Regio Zwolle heeft een sterk agrarisch karakter, maar huisvest tevens
98
In Nederland als geheel zien we soortgelijke trends: een toename van
(delen van) een aantal Natura 2000-gebieden, zowel bekende als de
recreatiegebieden en bebouwing, een afname van semi-bebouwd terrein
Veluwe, de Sallandse Heuvelrug en de Wieden-Weerribben, als minder
in de periode 2012–2017, en een kleine afname van agrarisch gebied.
bekende zoals Olde Maten & Veerslootslanden. Dit agrarische karakter,
Wel was de procentuele toename van semi-bebouwd terrein in Regio
in combinatie met het toenemende verkeersterreinen en de constante
Zwolle in de periode 2003–2010 relatief groot ten opzichte van Nederland.
bouw maakt de stikstofopgave in deze regio extra lastig (zie ook figuur
NAAR INHOUDSOPGAVE >
Figuur 4.7 Sallandse Heuvelrug, de Veluwe en Vecht- en Beneden-Reggegebied was
ONTWIKKELING BODEMGEBRUIK, REGIO ZWOLLE
daarentegen sprake van een matige of zelfs sterke overbelasting in 2018 (RIVM, Aerius Monitor).
Verandering verdeling bodemgebruik naar gebruiksvorm, Index 2003=100; 2003–2017
De uitdaging van het vinden van ruimte voor verschillende
140
landgebruikstypes en de soms beperkte mogelijkheden voor
120
het combineren van functies komt ook sterk naar voren in de
100
verstedelijkingsstrategie van Regio Zwolle.46 De strategie benoemt
80 60
vier grote maatschappelijke opgaven waarvoor ruimtegebruik sterk van
40
belang is: klimaat, mobiliteit, economische ontwikkeling en woningbouw.
20
Regio Zwolle probeert deze opgaven aan te pakken door nieuwe woningbouw voornamelijk in en rondom bestaande kernen te laten
0 2003
2006
2008
2010
2012
2015
2017
Verkeersterrein index
Bebouwd terrein Index
Semi-bebouwd terrein Index
Recreatieterrein Index
Agrarisch terrein Index
Bos en open natuurlijk terrein index
Binnenwater Index
plaatsvinden, de kernen beter te ontsluiten voor openbaar vervoer, fietsers en wandelaars, in te zetten op differentiatie in economische activiteiten binnen de verschillende kernen en het landschap zo in te richten dat de sponswerking voor wateropvang versterkt wordt, zowel in de kernen als daarbuiten. Een eerste overzichtskaart van de plannen en
Bron: CBS (bewerking: Hogeschool Windesheim).
de verwachte gevolgen is te zien in figuur 4.8.
4.8). De verschillende natuurgebieden zijn daarbij in verschillende mate gevoelig waar het stikstof betreft, en dit is terug te zien in de gegevens. In een aantal Natura 2000-gebieden in de regio was de stikstofneerslag in 2018 onder de kritische grens waarbij natuur schade oploopt zoals in de uiterwaarden van het Zwarte Water en Vecht, in de Olde Maten & Veerslootslanden en delen van de Wieden. In andere gebieden zoals de 46 Regio Zwolle (2023). Warme Harten in een Klimaatadaptieve Delta. Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle. Beschikbaar via: https://regiozwolle.info/wp-content/uploads/2023/02/20230206_Zwolle_ strategieboek_printversie_boek_spreads-1.pdf.
NAAR INHOUDSOPGAVE >
99
Figuur 4.8 GEBIEDSGEOGRAFIE REGIO ZWOLLE
Bebouwd gebied Wonen/Bedrijvigheid Inbreiding Uitbreiding Klimaatdrager Stationsgebied Spoorlijn (H)OV-lijn Snelfietsroute HUB Natuurgebieden Droogmakerijen Zandgronden Stuwwallandschap Veenweidegebied Moerasveen Hoogveen
Bron: Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle.
100
NAAR INHOUDSOPGAVE >
Figuur 4.9 4.4 Energietransitie
CO2-UITSTOOT, REGIO ZWOLLE EN NEDERLAND
Coronaherstel ook in CO2 uitstoot zichtbaar;
In hoeveelheid kiloton (balken en linker as) en Index 2011=100 (lijnen en rechter as);
dalende trend zet niet verder door
2011–2021
In het Nationale Klimaatakkoord hebben overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke partijen afspraken gemaakt over hoe de uitstoot van
6.000
110
5.800
105
5.600
100
5.400
95
5.200
90
5.000
85
4.800
80
energieverbruik die plaatsvond vanaf 2016, en versneld werd vanaf
4.600
75
2019 door de maatregelen in verband met het coronavirus is daarmee
4.400
70
4.200
65
het broeikasgas CO2 in Nederland met 49 procent in 2030 (ten opzichte van 1990) teruggedrongen wordt. In 2021 was de uitstoot van CO2 in Regio Zwolle iets onder de 4,8 miljoen ton. Dat is vrijwel gelijk aan 2020, namelijk een stijging van 1 procent. De dalende trend van het
gestopt. Het herstel van de economie na 2020 is terug is te zien in de CO2-uitstoot. Vergelijken we de langjarige ontwikkelingen van de
4.000
60 2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
CO2-uitstoot in Regio Zwolle met die van Nederland, dan lopen die redelijk met elkaar in de pas. Uiteindelijk is de daling van de uitstoot
Regio Zwolle
Index Regio Zwolle
Index Nederland
over de periode 2011–2021 per saldo in Nederland wel groter dan in Regio Zwolle; 14,9 procent tegenover 13,2 procent.
Bron: Klimaatmonitor (bewerking: Hogeschool Windesheim).
Figuur 4.10 toont de verdeling van CO2-uitstoot in Regio Zwolle in 2021 over verschillende bronnen en vergelijkt deze met de verdeling in Nederland. Het gros van de CO2 uitstoot in zowel Regio Zwolle als Nederland komt op rekening van de Gebouwde omgeving, respectievelijk 37 procent en 35 procent. Dit betreft voornamelijk CO2 ten gevolge van verwarming en elektriciteitsverbruik in gebouwen. De minste CO2 wordt uitgestoten door Landbouw, bosbouw en visserij.
NAAR INHOUDSOPGAVE >
101