CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bestemmingsplan Zwolle, parapluplan bouw- en cultuurhistorie.

Raad Besluitvormingsronde 24 november 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Opnieuw vaststellen parapluplan Bouw en cultuurhistorie na nieuwe tussenuitspraak Raad van State28.459 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Fortgracht van het Engelse Werk bij Zwolle.

De IJsselvallei is binnen het verdedigingssysteem van ons land altijd één van de belangrijkste linies geweest. Vanaf de Tachtigjarige Oorlog tot aan de Koude Oorlog na 1950 is er gebouwd aan de

38

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

IJssellinie. Prins Maurits begon vanaf 1589 met de systematische aanleg van wachtposten langs de rivier. Deze wachttorens werden omgeven door een aarden wal en soms door een gracht. In 1610 werden op de linkeroever van de IJssel tegenover ondiepten in totaal 26 kleine redoutes aangelegd. Later zijn hier nog meer posten of batterijen aangelegd. In 1944 werd de IJssellinie door de Duitsers ingericht als onderdeel van de ‘Westwall’, die liep van Basel naar het IJsselmeer. Geallieerde troepen waren in september bij Arnhem en Nijmegen geland en de Duitsers begonnen in hoog tempo de IJssellinie in gereedheid te brengen om de geallieerde opmars te stuiten. Op 22 september 1944 gaf de Duitse bezetter opdracht aan het waterschap Mastenbroek om de polder onder water te zetten. Tevens zijn loopgraven aangelegd in de uiterwaarden van de IJssel en werd er een tankgracht gegraven langs de Zalkerdijk, op de rand van het inundatiegebied. De enige herinnering aan deze Duitse IJssellinie is een betonnen kazemat aan de dijk bij Haerst.

De kazemat aan de Haersterdijk.

In de Koude Oorlog had de IJssellinie een grote defensieve betekenis als verdedigingslinie van de NAVO tegen mogelijke aanvallen van het Warschaupact,. Als de ‘Russen’ zouden komen kon men de Nederrijn en de Waal afdammen, zodat al het water uit de Rijn door het IJsseldal zou stromen. Bij Olst kon een stuw in de IJssel worden aangebracht, en via inlaatsluizen kon ook een groot deel van Salland onder water gezet worden. Verschillende onderdelen van deze linie, die in 1964 weer is opgeheven, zijn nog aanwezig. Ook het Gennegerzijl speelde een rol in de IJssellinie, Door de sluis af te sluiten kon men het laaggelegen broekgebied van Haerst, Genne en Holten onder water zetten bij een aanval van het Warschaupact. Door de ontwikkeling van zware transporthelikopters verloor de IJssellinie haar strategische betekenis.

39

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

9. Zwolle en het verkeer

Zwolle kon uitgroeien tot een belangrijke handelsstad dankzij haar ligging aan land- en waterwegen. In de negentiende eeuw werd Zwolle het belangrijkste knooppunt van spoor- en tramwegen in NoordNederland. De vaarwegen Via het Zwarte Water had Zwolle toegang tot de Zuiderzee. Opmerkelijk is dat deze korte waterloop kennelijk vroeger al zo belangrijk was dat de veel langere Vecht als een zijrivier werd gezien: de Vecht mondt uit in het Zwarte Water. Verder komen in het Zwarte Water de kleinere stroompjes Grote Aa en Westerveldsche Aa uit. Vanuit Zwolle voer men met kleine platboomde schepen (de Enter zompen) over de Vecht en de Regge naar Twente en Duitsland. De Vecht was tot in de buurt van Bentheim bevaarbaar. Het Rode Torenplein in de stad was de stapelplaats van Bentheimer zandsteen. Omstreeks 1600 is de Nieuwe Vecht tussen Zwolle en Berkum gegraven, waardoor men vanuit Zwolle rechtstreeks naar de Vecht kon varen en niet meer de omweg via het Zwarte Water hoefde te maken. De sluizen in de stad en bij Berkum (het Nieuwe Verlaat) zijn nog aanwezig, maar fungeren niet meer als schutsluis omdat een deel van de Nieuwe Vecht in de stad gedempt is. Ook de Sallandse weteringen hebben een rol gespeeld in het goederenvervoer van en naar de stad. Langs de Nieuwe Wetering en de Soestwetering lagen jaagpaden om de schepen te trekken.

De Nieuwe Wetering bij gemaal Linterzijl. Het jaagpad lag vroeger aan de overzijde van de wetering.

De weteringen in de Polder Mastenbroek werden in de loop van de zeventiende eeuw van groot belang als verkeersaders: de meeste weteringen deden dienst als trekvaart. De Kamperwetering, die ook wel Trekvaart wordt genoemd, de Kerkwetering, Hasseltse Wetering, Nieuwe Wetering en Oude Wetering functioneerden als trekvaart. Zo liep de trekvaart van Kampen naar Hasselt via de Trekvaart of Kamperwetering, Kerkwetering en Hasseltse Wetering. De trekvaart van Kampen naar Zwolle liep via de Trekvaart of Kamperwetering, Kerkwetering, Oude Wetering en vervolgens over het Zwarte Water.

40

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

Ook van Zwolle naar Genemuiden kon men per trekschuit reizen: vanaf het Zwarte Water naar de Oude Wetering, Kerkwetering en Nieuwe Wetering. Bij de kerk van Mastenbroek kon worden overgestapt van de ene trekvaartroute naar de andere. Wanneer de Hermelijngracht of Tolgracht is aangelegd is niet precies bekend. De landweg tussen Zwolle en Groningen, via de Tolweg en de Nieuwedijk, bestond al in 1650, maar is op de zestiendeeeuwse kaarten van ’sGrooten en Van Deventer nog niet ingetekend. We mogen aannemen dat de gracht en de weg in het begin van de zeventiende eeuw zijn aangelegd. De gracht diende om het veengebied van Ruitenveen te ontsluiten. Via een zijkanaal kon het veengebied van de Veenekampen en de Meele worden bereikt. Op de kaart van Hottinger (1780) zijn twee verlaten (schutsluizen) in dit zijkanaal aangegeven. Door een schutsluis bij Berkum-Bruggenhoek, het Ordelsche Zijl, voer men de Vecht op. In de gemeente Zwolle is een klein deel van de Hermelijn- of Tolgracht bewaard gebleven.

Sluisbrug over de Katerveersluis in de Willemsvaart.

In 1819 is de Willemsvaart tot stand gekomen, waardoor Zwolle eindelijk een vaarverbinding met de IJssel kreeg. Lange tijd hadden Deventer en Kampen zich tegen een dergelijke verbinding verzet. Koning Willem I was de grote animator van dit werk. Via de (oude) Katerveersluis konden de schepen vanuit de IJssel de stad bereiken. De nieuwe, grotere sluis dateert uit 1873, net als de ijzeren ophaalbruggen. De nieuwe sluis is gerestaureerd in 1988, maar functioneert niet meer. De westelijke sluisdeuren zijn in 1992 vervangen door een gemaal ten behoeve van de aan- en afvoer van water naar en van Zwolle-Zuid. De oude sluis is nog in gebruik voor de recreatievaart en is gerestaureerd in 1995. Ten zuiden van de oude sluis bevindt zich een schotbalkenloods. Tot voor kort stond hier ook een tweebeukige werkplaats uit ca 1870. De werkplaats is waarschijnlijk gebouwd tijdens de aanleg van de nieuwe sluis. In de stad is de Willemsvaart gedeeltelijk gedempt. De oude sluis die toegang gaf tot de stadsgracht functioneert niet meer maar is nog wel zichtbaar.

41

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

Vanaf 1810 is gegraven aan de Dedemsvaart. Door dit kanaal ontsloot men de grote veengebieden op de grens van Overijssel en Drenthe. Tussen Berkum en De Lichtmis werd in 1832 het Lichtmiskanaal gegraven, waardoor Zwolle ook een aansluiting kreeg op de Dedemsvaart. Het kanaal is gedempt bij de aanleg van de A28. In de uiterwaard van de Vecht is de uitmonding van het kanaal in de rivier nog te zien. Ook de oude sluiswachterswoning van de Berkummersluis is nog aanwezig, ten oosten van buitenplaats Dijkzicht.

Vm sluiswachterswoning van de Berkummerschutsluis.

In het midden van de negentiende eeuw kreeg de Overijsselsche Kanalisatie Maatschappij (OKM) toestemming om een aantal kanalen te graven in de provincie Overijssel. In 1851 begonnen de werkzaamheden. Het hoofdkanaal (van Zwolle naar Almelo) kwam gereed in 1855, het zijkanaal Deventer-Raalte-Damsholte-Lemelerveld werd in september 1858 opengesteld. Voor het hoofdkanaal maakte men gebruik van een deel van de Nieuwe Wetering. Een daling van de inkomsten uit de scheepvaart, mede veroorzaakt door de ontwikkeling van het Twentekanaal in de jaren dertig van de twintigste eeuw, bracht de OKM in financiële moeilijkheden. Om daar iets tegen te doen, werd in 1941 een nieuw bedrijf, de N.V. Maatschappij Overijsselsche Kanalen (MOK), opgericht. Het scheepvaartverkeer liep echter steeds verder terug en een aantal kanaalvakken werd voor de beroepsvaart gesloten en overgedragen aan het Waterschap Salland. Aan de MOK danken we de fraaie Hoevenbrug over de Nieuwe Wetering, gebouwd in 1949. De vaarweg door de Willemsvaart en de stadsgracht van Zwolle was in de loop van de twintigste eeuw een belemmering voor de binnenvaart geworden. Er werd een betere noord-zuidverbinding gecreëerd door de aanleg van het Zwolle-IJsselkanaal in 1964, die de IJssel en het Zwarte Water met elkaar verbindt. Langs het kanaal werden insteekhavens gegraven voor de industriegebieden Westenholte en Grote Voort.

42

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

De landwegen Voor de negentiende eeuw was men voor het vervoer per as aangewezen op enkele doorgaande wegen die bij Zwolle samenkwamen. Vanaf Berkum kon men over de Vechtdijk naar Hasselt reizen, net als via Westenholte over de dijk van het Zwarte Water. Over de dijk van de IJssel lag een weg naar IJsselmuiden, waar men kon oversteken naar Kampen. De weg over Ittersum en Windesheim naar Deventer was de belangrijkste noord-zuidverbinding. De rechtstreekse verbinding tussen Zwolle en Groningen liep vanaf het begin van de zeventiende eeuw over de Tolweg en de Nieuwendijk naar De Lichtmis. Na de aanleg van het Lichtmiskanaal kon men sneller over de jaagpaden van het kanaal naar de Lichtmis gaan.

De Tolgracht en Tolweg, de huidige N 758.

In zuidwestelijke richting liepen wegen naar Raalte, langs de Nieuwe Wetering, en naar Almelo via Wijthmen en Lenthe (de Oude Twentse Weg). Vanaf Frankhuis liep de Kamperweg in westelijke richting via Voorst, Westenholte en ’s-Heerenbroek naar IJsselmuiden, waar al vanaf 1448 een brug over de IJssel lag. Veruit de belangrijkste weg was de Hessenweg vanuit Zwolle naar Hardenberg en vandaar naar Coevorden en Neuenhaus in Duitsland. Deze weg was vanaf de middeleeuwen tot halverwege de negentiende eeuw een van de belangrijkste oost/west verbindingen in ons land en verbond Utrecht, Amersfoort en Amsterdam met grote Duitse steden als Munster, Bremen en Hamburg. Bij Berkum lag al vanaf de zestiende eeuw een vaste brug over de Vecht. Over de Hessenweg trokken de Hessische kooplieden met hun grote karren, die door drie of vier spannen paarden getrokken werden. In hun kielzog kwamen ook tal van werklieden uit Duitsland het land binnen, zoals de hannekemaaiers, ook wel ´Poepen´ genoemd. Hieraan dankt Berkum de bijnaam Poepershoek. Bij het Katerveer moest men de IJssel overvaren, want een vaste verkeersbrug over de IJssel is bij Zwolle pas in de twintigste eeuw gebouwd. Bij Hattem vertakte de Hessenweg zich in verschillende richtingen: via Epe naar Apeldoorn en Arnhem, en via Elspeet en Voorthuizen naar Amersfoort, Amsterdam en Utrecht.

Het oude tracé van de Hessenweg bij buitenplaats Dijkzicht.

43

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

De doorgaande wegen werden gebruikt door handelaars en vrachtrijders die hun waren naar de verschillende steden vervoerden. Zogeheten wagenveren verzorgden het transport van goederen en passagiers. Postiljons of postrijders vervoerden brieven en kleine pakketten te voet of te paard. Via deze wegen werden ook landbouwproducten en vee naar de markten in de stad vervoerd. Marskramers of ‘kiepkerels’ liepen met hun ransel met koopwaar naar het volgende dorp om te zien of ze daar nog wat konden verkopen. In het voorjaar kwamen de hannekemaaiers in groepen langs, op weg naar de weidegebieden in het westen, om daar hun geld te verdienen in de hooibouw. In het najaar keerden ze weer terug naar hun woonplaatsen in Duitsland. Het waren vaak kleine boeren die de zorg voor hun eigen bedrijf in de zomer toevertrouwden aan hun familie. En verder trokken over de wegen en paden vogels van verschillende pluimage: landlopers, bedelaars, struikrovers, kwakzalvers, kermisklanten enzovoort. In de twintigste eeuw is het wegenpatroon rondom de stad sterk veranderd. In de jaren ’30 is bij Spoolde de brug over de IJssel gebouwd. Na de Tweede Wereldoorlog werd ten noordwesten van de stad een nieuwe weg aangelegd voor het doorgaande verkeer richting Meppel en Amersfoort. De A 28 volgt dit tracé. Voor de snelweg werd in 1970 een nieuwe brug over de IJssel gebouwd, iets ten noorden van de oude.

Na Berkum volgt de snelweg het tracé van het Lichtmiskanaal, dat hiervoor werd gedempt. De Werkerlaan, de huidige Hasselterweg, kwam in de eerste helft van de twintigste eeuw gereed.

De IJsselbrug, gezien vanaf Katerveer.

De spoorwegen In de tweede helft van de negentiende eeuw werd Zwolle het belangrijkste spoorwegknooppunt van Noord-Nederland. De spoorlijnen naar Amersfoort en Kampen zijn in 1865 aangelegd, spoedig gevolgd door spoorverbindingen naar Meppel (1866), Deventer (1867), Almelo (1880) en Apeldoorn (1888, inmiddels opgeheven). Als laatste werd in 1903 de spoorlijn naar Ommen aangelegd. Behalve deze spoorverbindingen waren er tramlijnen naar het Katerveer (paardentram), Hardenberg, Meppel (langs

44

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

het Lichtmiskanaal), Nunspeet en Blokzijl. Al deze tramlijnen zijn opgeheven in de jaren ’30 van de twintigste eeuw.

De spoorlijn Zwolle-Groningen.

Om de verschillende wateren bij Zwolle over te steken moesten diverse spoorbruggen worden gebouwd. De meest bijzondere is de spoorbrug over de IJssel. In 1864 is door de Nederlandsche Centraal-Spoorweg-Maatschappij de spoorlijn Amersfoort-Zwolle aangelegd. Als overbrugging van de IJssel werd een enkelsporige brug gebouwd. In 1936 is deze brug vervangen door een nieuwe, bovendien werd er een tweede enkelsporige brug naast gebouwd. Beide bruggen bestaan uit zogeheten verstijfde staalboogbruggen en hebben een hefgedeelte. De spoorbrug is bijzonder omdat het een dubbele brug betreft en omdat voor het eerst in Nederland de constructie van verstijfde staalbogen werd toegepast. In 1940 en vooral in 1945 is zware schade aan de spoorbrug toegebracht. Na de oorlog is de dubbele brug in zijn oorspronkelijke vorm uit 1936 teruggebracht. Ook de dubbele spoorbrug over de Vecht, in 1867 gebouwd als kraanbrug waarvan het middengedeelte naar de zijkant kon worden weggedraaid, werd in 1945 opgeblazen. Aan de oorspronkelijke functie als kraanbrug herinneren twee bakstenen peilers in het midden van de rivier. De veerdiensten De eerste vaste verkeersbrug over de IJssel bij Zwolle kwam pas gereed in 1930. Voor die tijd moest al het verkeer per pont worden overgezet.

Eeuwenlang was het Katerveer de belangrijkste plaats waar voetgangers, rijtuigen, ruiters en transportwagens de IJssel overgezet werden. Het was een schakel in de Hessenweg tussen Amsterdam en Hamburg. Bij Oldeneel lag een voetveer naar Hattem. Tussen Westenholte en Zalk voer een pont die men kon bereiken via de Veerdam, in het verlengde van de Zalkerdijk. Bij Zalk is onlangs weer een voetveer in de vaart genomen, dat echter niet vanaf de veerdam vertrekt. Sinds 2006 vaart het Kleine Veer vanaf Spoolde in de zomermaanden om voetgangers en fietsers over te zetten. Over het Zwarte Water zijn voor zover bekend geen veerponten geweest. Over 45

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

de Vecht lag sinds de vijftiende eeuw een vaste brug in de Hessenweg bij Berkum. Verder naar het noorden lag een veer bij Arnichem en een voetveer tussen Genne en Langenholte. Ook het Haersterveer bij Arnichem vaart in de zomermaanden voor voetgangers en fietsers. Van de verdwenen veren zijn de veerdammen bij Oldeneel en Westenholte nog aanwezig. Bij het Katerveer en Oldeneel herinneren de veerhuizen nog aan de vroegere verkeersfunctie.

Het veerhuis bij het Katerveer.

46

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

10. Zwolse kloosters en begraafplaatsen

In de veertiende eeuw werd Zwolle het middelpunt van een belangrijke geestelijke stroming, die zich afzette tegen de wantoestanden bij de kerkelijke instellingen, zoals de aflaathandel en het luxueuze leven dat veel geestelijken leidden. De grondlegger van deze beweging, de Moderne Devotie, was de in Deventer geboren Geert Grote. In 1384 werd het eerste Zwolse broederhuis gesticht. Dit gebeurde vlak voordat Geert Grote aan de pest overleed. De broeder zochten al gauw naar een plek om het drukke stadsleven te ontvluchten en kregen daarvoor gelegenheid toen de marke Berkum grond op de Nemelerberg ter beschikking stelde voor het stichten van een onderkomen voor eenvoudige godvruchtige mannen. In 1386 werd hier een eenvoudige optrek gebouwd, die al snel zou uitgroeien tot een imposant kloostercomplex. Door de grote faam en betekenis van het klooster St.-Agnes of Bergklooster raakte de naam Nemelerberg wat op de achtergrond en staat de heuvel tegenwoordig bekend als de Agnietenberg. Het klooster geniet onder meer grote bekendheid omdat Thomas van Kempen er een groot deel van zijn leven doorbracht en er in de jaren 1464-1471 zijn beroemde kroniek schreef (Chronica Montis Sanctae Agnetis). Funderingsresten van de kloostergebouwen liggen onder de oppervlakte van de begraafplaats (De Kruijf e.a., 2000). Een ander klooster van de Moderne Devotie is gebouwd in Windesheim.

Hier begonnen aanhangers van de beweging uit Deventer in 1387 met de bouw van een klooster. Ook dit klooster groeide uit tot een grote en invloedrijk kloostercomplex. Het klooster werd het moederklooster van de internationale Congregatie van Windesheim, waar bijna honderd kloosters in binnen- en buitenland zich bij aansloten, waaronder het Bergklooster en het klooster Bethlehem in de stad. Van het Windesheimer klooster is nog wel iets te zien, want de oorspronkelijk kloosterbrouwerij uit omstreeks 1565 fungeert tegenwoordig als dorpskerk.

De dorpskerk van Windesheim.

47

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

Het terrein van het Bergklooster is later ingenomen door de buitenplaats Kranenburg, tegenwoordig ligt hier de Algemene Begraafplaats. Andere begraafplaatsen in de gemeente zijn de begraafplaats in Windesheim en de Israëlitische begraafplaats aan de Kuyerhuislaan. In 1722 kreeg de joodse gemeenschap in Zwolle toestemming om een begraafplaats op de Luurderschans in te richten. Deze begraafplaats is in 1980 aan de gemeente verkocht en er werd een nieuwe locatie gevonden aan de Kuyerhuislaan. De oude graven zijn overgebracht naar de nieuwe begraafplaats. Het meest bijzonder is echter een graf op landgoed Arnichem, dat wel bekend staat als het ‘Graf van de negerslaaf’. Op de twee grafstenen staan Latijnse en Arabische teksten, waarop staat dat dit de rustplaats is van Lepejou. Lepejou was bediende van Joan Hendrik Tobias, een Zwolse patriciër die een tijdlang in Nederlands-Indië heeft gewerkt. Hij zou Lepejou hebben meegenomen naar Arnichem, waar hij in 1828 is overleden. Geen negerslaaf dus, Lepejou was afkomstig van Celebes en gezien de Arabische tekst waarschijnlijk moslim. Het graf – misschien wel het oudste moslimgraf in Nederland – is op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst.

Een van de stenen op het graf van Lepejou.

48

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

11. Zwolle en de bedrijvigheid

Van de vroegere bedrijvigheid in het buitengebied van Zwolle is weinig bewaard gebleven, met uitzondering natuurlijk van de landbouw. Langs het Zwarte Water en de Nieuwe Vecht hebben vroeger tal van industriemolens gestaan, waarvan de Passiebloem aan de Nieuwe Vecht als enige bewaard is gebleven. Bij Frankhuis heeft in de negentiende eeuw een kalkoven gestaan, die echter omstreeks 1900 alweer was verdwenen. In de uiterwaarden van de IJssel hebben enkele steenfabrieken gestaan, twee bij Oldeneel en een bij Windesheim. De oude ringoven van de NV Waalsteenfabriek Windesheim is gespaard bij de sloop van het fabrieksgebouw, toen de productie in 1982 werd beëindigd. De Windesheimer korenmolen is een achtkante, met riet gedekte stellingmolen op een houten onderbouw en een lage stenen voet. De molen is gebouwd in 1748, nadat een voorganger, die ten zuidwesten van het klooster had gestaan, afbrandde. De molen behoorde bij de havezate Windesheim. De molen is in 1952 en 2009 gerestaureerd.

De IJsselcentrale bij Harculo met de hoogspanningsleidingen in de Polder Sekdoorn.

De IJsselcentrale is in het begin van de jaren ’50 van de vorige eeuw gebouwd in opdracht van de NV Electriciteitsfabriek IJsselcentrale. De centrale is ontworpen door architect P.J. de Gruijter. De opening vond plaats in 1955. Voor de aanvoer van brandstof zijn ten noorden en zuiden van de centrale havens aangelegd, waarbij gebruik is gemaakt van twee grote wielen. Vroeger werd de centrale met kolen gestookt, tegenwoordig is de capaciteit teruggebracht en wordt er op aardgas en (bio)olie gestookt. Van de vijf schoorstenen zijn er in 1983 drie afgebroken. Het gebouw is een mooi voorbeeld van naoorlogse utiliteitsbouw en fungeert als ‘landmark’ voor de ruime omgeving. Door de vele hoogspanningsleidingen in het buitengebied is de aanwezigheid van de centrale ook merkbaar als men het gebouw niet kan zien.

49

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

12. Conclusies en aanbevelingen

Het landschap van de gemeente Zwolle heeft een lange geschiedenis. Al duizenden jaren geleden woonden en werkten er mensen in dit gebied. Van deze oudste bewoners is in het huidige landschap niet veel te zien, maar ongetwijfeld bevat de bodem nog tal van gebruiksvoorwerpen en bewoningssporen. De basis van het landschap van nu is gelegd in de middeleeuwen. Elke periode in de geschiedenis voegde weer nieuwe elementen aan het landschap toe. Het landschap is immers voortdurend in verandering. Steeds moest het worden aangepast aan de veranderde eisen die de mensen aan hun woon- en werkomgeving stelden. Deze ontwikkeling, de wordingsgeschiedenis van het landschap kunnen we herkennen aan landschapselementen als dijken, zandwegen, buitenplaatsen en de enken met de boerderijen eromheen. Deze elementen horen - net als gebouwde monumenten, boerderijen, archieven en volksverhalen – tot ons cultuurhistorisch erfgoed. Cultuurhistorische elementen en structuren zijn belangrijke aspecten van stad en landschap. Ze dragen bij aan de eigenheid van de streek, ze vormen oriëntatiepunten en ze zorgen ervoor dat bewoners en bezoekers zich met een stad of een streek kunnen identificeren. Ze vertellen het verhaal van de geschiedenis van het landschap. En ze dragen in hoge mate bij aan de belevingswaarde.

Wiel in de Stadslanden, langs de Hasselterdijk.

Het is daarom belangrijk dat dit bijzondere cultuurhistorische erfgoed, dit landschap met zijn kenmerkende onderdelen, ook in de toekomst bewaard blijft. De afgelopen decennia is er veel in het buitengebied van Zwolle veranderd. Ruilverkavelingen zijn uitgevoerd, nieuwe wegen werden aangelegd, de stad heeft zich sterk uitgebreid. Deze ontwikkelingen zijn ten koste gegaan van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Toch herbergt het buitengebied tal van elementen en structuren die de geschiedenis van het landschap illustreren. Deze zijn in de bijgevoegde cd-rom beschreven en van advies voorzien.

50

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

Als we het buitengebied van Zwolle als geheel bekijken zijn er enkele landschapsvormende factoren geweest die een belangrijk stempel op het landschap hebben gedrukt en die de essentie van het landschap hebben bepaald. Deze factoren zijn: • De landbouw. De geleidelijke ontginning en ingebruikname van het gebied laat zich in de verschillende vormen van inrichting aflezen. Er zijn weinig gebieden in Nederland waar op zo’n kleine oppervlakte zoveel verschillende ontginningsvormen bij elkaar kunnen worden aangetroffen. De dorpen Langenholte, Herfte en Wijthmen met hun essen, de riviernederzettingen langs de IJssel, van Windesheim tot Spoolde, de laatmiddeleeuwse broekontginningen van Zuthem en de Polder Sekdoorn, tot en met de twintigste-eeuwse ontginningen in het veengebied van de Tolhuislanden en de Veenekampen zijn voorbeelden van vrijwel alle ontginningsvormen die we in Nederland kunnen aantreffen. Absolute topper is de Polder Mastenbroek, met zijn voor die tijd unieke inrichting. • De waterhuishouding. De strijd tegen het buitenwater is af te lezen aan de dijken langs de IJssel, het Zwarte Water en de Vecht. De vele wielen getuigen van de keren dat de dijken het niet konden houden en doorbraken, ten koste van veel schade en soms het verlies aan levens van mensen en dieren. Interessant zijn de maatregelen die men heeft moeten treffen om het binnenwater te beheersen.

Het stelsel van de Sallandse Weteringen, aangelegd in de veertiende eeuw, kent zijn weerga in Nederland niet. Deze weteringen zijn bepalend geweest voor de waterbeheersing van de laaggelegen mars- en broekgebieden, die via een netwerk van sloten, weteringen, sluisjes en gemalen op de grote Sallandse Weteringen zijn aangesloten.

Het vroegere stoomgemaal Westerveld.

•

De infrastructuur. Zwolle heeft zich tot een belangrijke handelsstad kunnen ontwikkelen dankzij de vele landwegen, kanalen en spoorwegen. Vanaf de middeleeuwen liep één van de belangrijkste oost-westwegen van ons land door de stad en door het buitengebied. Het Katerveer was een belangrijke schakel in deze Hessenweg, die Utrecht en Amsterdam verbond met Duitse steden als Bremen en Hamburg. Andere landwegen verbonden Zwolle met Twente, Groningen, Hasselt, Deventer en Kampen. Per schip kon men via het Zwarte Water naar de

51

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

Zuiderzee varen en vandaar de havens in andere delen van het land en handelscentra in het buitenland, zoals het Oostzeegebied, bereiken. Veel is door Zwolle de afgelopen vijf eeuwen geïnvesteerd in de verbinding met het achterland. De Nieuwe Vecht, de Hermelijn- of Tolgracht, het Lichtmiskanaal en het Overijssels kanaal waren van groot belang om de benodigde landbouwproducten, hout, turf, zandsteen en vele andere goederen aan te voeren. Via de Willemsvaart en het Zwolle-IJsselkanaal kreeg Zwolle eindelijk haar zo begeerde verbinding met de IJssel. Behalve de waterwegen zelf vormen ook de jaagpaden, veerhuizen, bruggen, sluizen en sluiswachterswoningen waardevolle cultuurhistorische elementen.

IJsselzicht, het vroegere veerhuis bij het voetveer tussen Oldeneel en Hattem.

•

De buitenplaatsen. Adellijke families en rijke burgers hebben door hun buitenplaatsen en landgoederen een belangrijke bijdrage geleverd aan de vormgeving van het huidige landschap. Enkele tientallen buitenplaatsen hebben er in de omgeving van Zwolle gelegen. Sommige zijn nog aanwezig, andere zijn geheel verdwenen, enkele laten zich nog herkennen aan de laanstructuren, de bouwhuizen of door landschapselementen als het grand canal van de oude havezate Zuthem. In het kader van de huidige inventarisatie was het niet mogelijk gedetailleerd onderzoek te doen naar de tuingeschiedenis van de buitenplaatsen. Op grond van literatuuronderzoek en veldwerk is echter duidelijk geworden dat met name de parken van Boschwijk, Soeslo, Arnichem, Dijkzicht en Windesheim van grote cultuurhistorische betekenis zijn. Al deze parken bevatten waarschijnlijk elementen uit de vroege landschapsstijl. Dergelijke parken zijn zeldzaam in Nederland. Behalve het park van Boschwijk, dat goed onderhouden is, verkeren de genoemde parken in enigszins verwaarloosde staat. We bevelen aan onderzoek te laten uitvoeren naar de tuingeschiedenis van deze buitenplaatsen.

In de bijgevoegde inventarisatie zijn verschillende objecten beschreven die beschermd zijn volgens de monumentenwet. Waar dit niet het geval is geven we in sommige gevallen aan dat plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst overwogen zou moeten worden. Tijdens het onderzoek is ook gekeken naar ensembles, die vanwege hun cultuurhistorische betekenis voor bescherming in aanmerking

52

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

komen, bijvoorbeeld in de vorm van een beschermd landschapsgezicht. Het gaat om de volgende ensembles:

Cultuurhistorisch waardevolle ensembles. 1. Windesheim 2. Katerveer 3. Westerveld 4. Langenholte 5. Zalkerdijk

6. Haerst/Arnichem 7. Tolgracht 8. Berkummersluis 9. Oldeneel en Schelle 10. Veldhoek en Herfte

53

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

Ensemble

Onderdelen

Windesheim

Zandwetering Dorp en dorpskerk Landgoed met bijbehorende gebouwen Kleiputten Resten steenfabriek

Katerveer

Willemsvaart Sluizen en bruggen Veerhuis en uitspanning Schotbalkenloods Werkplaats

Westerveld

Westerveldse Aa Stoomgemaal Erve Westerveld Havezateterrein Dijk Schotbalkenloods

Langenholte

Boerderijen Bebouwingsstructuur Brink Langenholterdijk Wielen Wegenstructuur

Zalkerdijk

Zalkerdijk IJsseldijk Wielen Boerderijen

Haerst

Den Doorn Arnichem Vechtdijk Wielen Gennegersluis Boerderijen Bebouwingsstructuur Tolgracht Tolweg Steenwetering Nieuwe Dijk

Tolgracht

Foto

54

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

Berkummersluis

Lichtmiskanaal Dijkzicht Sluiswachtershuis Brugwachtershuis Hessenweg

Oldeneel en Schelle

Bebouwingsstructuur Wegenstructuur Schellerwade Schellerberg Veerhuis en veerstoep Schellerallee Steenwetering Bebouwingsstructuur Percelering Essen Kleinschaligheid

Veldhoek en Herfte

55

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

Literatuur

Bieleman, J., 1980. Heino; een geschiedenis van mens en plaats. Zwolle. Demoed, H.B.,1987. Mandegoed schandegoed. De markeverdelingen in Oost-Nederland in de 19e eeuw. Zutphen. Ente, P., J.C.F.M. Haans & K. Knibbe, 1965. De bodem van Overijssel, de Noordoostpolder en Oostelijke Flevoland; toelichting bij blad 3 van de Bodemkaart van Nederland, schaal 1 : 200 000. Wageningen. Fockema Andreae, S.J., 1950. Studiën over waterschapsgeschiedenis II, Salland. Leiden. Gelderman, Edzard & Jaap Hagedoorn (red), 1994. Een aardsch paradijs. De buitenplaatsen Boschwijk, Landwijk en Veldwijk nabij Zwolle. Zwolle. Gevers, A.J. & A.J. Mensema (1997). De havezaten in Salland en hun bewoners. Alphen aan den Rijn. Heitling, Willy H. & Leo Lensen., z.j. Vijftig eeuwen volk langs de IJssel. Zutphen. Hove, Jan ten, 2002. Zandhove van buitenplaats tot verpleeghuis. Zwolle. Hove, Jan ten, 2005. Geschiedenis van Zwolle. Zwolle. Kruijf, Udo de, Jeroen Kummer & Freek Pereboom, 2000. Een klooster ontsloten. De kroniek van SintAgnietenberg bij Zwolle door Thomas van Kempen. Kampen. Kuijer, P.C. & H. Rosing, 1994. Bodemkaart van Nederland. Toelichting bij kaartblad 21-Oost Zwolle. Wageningen. Louwen, Jan & Han Prins (red), 1980. Ach lieve tijd. 750 jaar Zwolsen, Zwollenaren en hun.... Zwolle. Ogink, L. & T.

Groot Beumer, z.j., Het dorp aan de Oude Wetering; historisch overzicht van het dorp Lierderholthuis. z.pl. Pereboom, Freek, Jeroen Kummer & Harry Stalknecht (red), 1995. Omarmd door IJssel en Zwartewater. Zeven eeuwen Mastenbroek. Kampen. Pot, C.W. van der, 1972. Zwolle's omgeving omstreeks 1900. Zwolle. Schrier, D.M. van der, 1985. Zwolle Zwartewaterstad. In: Zwols Historisch Jaarboek. Zwolle Slicher van Bath, B.H., 1949. Overijssel tussen west en oost. In: Herschreven historie; schetsen en studiën op het gebied der middeleeuwse geschiedenis. Leiden, p. 172-235. Slicher van Bath, B.H., 1977. Een samenleving onder spanning. Geschiedenis van het platteland in Overijssel. 2e druk. Utrecht. Slicher van Bath, B.H., G.D. van der Heide, C.G.W.J. Hijszeler, A.C.F. Koch, E.C. Naschewski & E. Vroom, 1970. Geschiedenis van Overijssel. Deventer. Spek, Th., F.D. Zeiler & E. Raap, 1996. Van de Hunnepe tot de zee. De geschiedenis van het Waterschap Salland. Kampen. Stenvert, Ronald, Chris Kolman, Ben Olde Meierink m.m.v. Jan ten Hove, Marieke Knuijt & Ben Kooij, 1998. Monumenten in Nederland. Overijssel. Zeist/Zwolle. Verlinde, A.D., 1993. Sporen van menselijke bewoning en hun relatie met bodem en reliëf. In. M. Rappol (redactie). In de bodem van Salland en Twente: 165-190. Amsterdam. Verrips-Roukens, K., 1982. Over heren en boeren. Een Sallands landgoed 1800-1977. 's-Gravenhage.

Zanden, J.L. van & D.J. van der Veen, 1984. Boeren, keuters en landarbeiders. De sociale structuur van Salland aan het begin van de negentiende eeuw. Tijdschrift voor sociale geschiedenis 10: 155-194.

56

21 oktober 2025 bestemmingsplan Zwolle, parapluplan bouw- en cultuurhistorie

Bijlage 2 Cultuurhistorie Diezerpoort

79/1377

DIEZERPOORT CULTUURHISTORISCHE ANALYSE Projectgebied Diezerpoort, Gemeente Zwolle Onderzoek i.o.v. de gemeente Zwolle, afd. monumentenzorg en archeologie en afdeling Strategie en Ruimte September 2010

MONUMENTEN ADVIES BUREAU drs. C.J.B.P. Frank drs. F.A.C. Haans

COLOFON Opdrachtgever Gemeente Zwolle Afdeling Ruimte & Strategie Afdeling Stad & Landschap Monumentenzorg en archeologie

mw. drs. C.H.J.M. van den Broek mw. V. Delmee BSc drs. J.H.J. van Hest ing. G. Korenberg mw. drs. M. Lemmens mw. drs. L. Valckx

Analyse en fotografie

drs. C.J.B.P. Frank drs. J.H.J. van Hest Historisch beeldmateriaal

Historisch Centrum Overijssel Diverse beeldbanken en literatuur Dit is een uitgave van het Monumenten Advies Bureau, Nijmegen, september 2010, copyright MAB Nijmegen 2010 Website: www.monumentenadviesbureau.nl

Bredestraat 1 6542 SN NIJMEGEN tel: 024-3786742 fax:024-3792477 E-mail: Info@monumentenadviesbureau.nl

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 2

CULTUURHISTORISCHE INPUT PLANGEBIED DIEZERPOORT ZWOLLE INHOUDSOPGAVE: 1 INLEIDING 1.1 Cultuurhistorie in Diezerpoort 1.2 Diezerpoort verandert 1.3 De cultuurhistorische analyse 1.4 Het doel van de analyse 1.5 De opzet van het onderzoek, rapportage

4 4 4 4 5 5

2 SCHETS PLANGEBIED 2.1 Ligging en begrenzing 2.2 Hoofdstructuur, algemeen 2.3 Dieze West, algemeen historisch ruimtelijk beeld 2.4 De buurten in Dieze West nader beschouwd 2.5 Dieze Oost, algemeen historisch ruimtelijk beeld 2.6 Bebouwingskarakteristiek; historische bebouwing 2.7 Groenstructuren

6 6 6 7 9 13 16 22

3 HISTORISCH-RUIMTELIJKE ONTWIKKELING 3.1 Vroege ontwikkeling 3.2 Dieze 3.3 De Bagijneweide 3.4 Na de middeleeuwen ste 3.5 Grote veranderingen in de 20 eeuw 3.6 Na de Tweede Wereldoorlog

26 26 28 30 32 45 50

4 CULTUURHISTORISCHE KWALITEIT 4.1 Cultuurhistorische waarden, algemene omschrijving 4.2 Historische ruimtelijke structuren 4.3 Historische bouwkunde 4.4 Historische groenstructuren

57 57 57 60 62

5 AANBEVELINGEN 5.1 Inleiding 5.2 Aanbevelingen t.a.v. de karakteristiek gebied 5.3 Aanbevelingen t.a.v. de hoofdstructuren 5.4 Bebouwing/objecten

65 65 65 65 65

5.5 Rooilijnen, erfscheidingen, groen, etc.

65

6 OBJECTLIJSTEN PROJECTGEBIED

66

7 LITERATUUR / BRONNEN

69

Bijlage: ontwikkelingskaarten Dieze

70

LIJST CULTUURHISTORISCH WAARDEVOLLE BEBOUWING

73

BIJLAGEN : - Cultuurhistorische waardenkaart

Luchtfoto situatie circa 2010 (bron: bingmaps.com).

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 3

1 INLEIDING

1.2 Diezerpoort verandert

1.1 Cultuurhistorie in Diezerpoort Ten noordoosten van de Zwolse binnenstad ligt de grote wijk Diezerpoort, een stadsgebied met een rijke geschiedenis, ontwikkeld vanuit de kleine voorstad, die in de middeleeuwen was ontstaan langs de uitvalsweg naar Berkum en Meppel. Een eeuwenoud stratenpatroon was het uitgangspunt voor een ogenschijnlijk organisch tot ontwikkeling gekomen, intensief bebouwde “nieuwstad”, die uiteindelijk vaste vormen kreeg na de laatste grote wijzigingen aan de vestinggordel rond de binnenstad van Zwolle. Op de Bagijneweide, van oudsher domicilie van onder andere blekerijen, ontstond na de komst van de HBS en het Ziekenhuis een woonbuurt met arbeiderswoningen én voorname herenhuizen. ste Op de uitgestrekte Diezerenk groeide vanaf het eerste kwart van de 20 eeuw in fasen een grote woonwijk, die een rijk geschakeerd beeld geeft van de opeenvolgende stedenbouwkundige en architectonische opvattingen gedurende de vorige eeuw. De Diezerpoort huisvestte vooral arbeiders, voorwie door woningbouwverenigingen en particulieren verschillende complexen zijn gerealiseerd. Voor de Tweede Wereldoorlog gebeurde dat in eenvoudige tuindorpachtige structuren, na 1950 volgens de modernistische uitbreidingsplannen. Tevens was er ruimte gereserveerd voor groenvoorzieningen op wijk- en buurtniveau, scholen, kerkgebouwen, sportvoorzieningen en een bedrijventerrein.

In het hart van Diezerpoort liggen de twee historische begraafplaatsen. Van die lange en rijke historie zijn allerlei relicten en structuren behouden gebleven. Vaak nog goed herkenbaar, zoals de compact bebouwde “Nieuwstad” met zijn historische perceleringen en de Rhijnvis Feithlaan, met de voorname rij herenhuizen, waarvan er vele zijn beschermd als gemeentelijk monument. Andere voorbeelden zijn de “tuindorpen” uit de jaren twintig en ste dertig van de 20 eeuw en de prestigieuze stadsuitbreiding uit de jaren vijftig en zestig. De verstedelijking van het gebied ging ten koste van het platteland van de Diezerenk, dat grotendeels werd weggevaagd. Toch bewaart Diezerpoort ook van deze voorgeschiedenis bijzondere sporen: een netwerk van oude landweggetjes, waartussen de vooroorlogse uitbreidingswijkjes een plaats vonden en zelfs nog enkele relicten van de vroegere agrarische bebouwing.

“Diezerpoort is volop in beweging”, constateert het Ontwikkelingskader Diezerpoort. De gemeente Zwolle investeert samen met de wijkbewoners, de ondernemers, woningbouwcorporaties en andere partners in de wijk, die een langdurig traject is ingegaan van sociale en economische vernieuwing. Die zal zich ook gaan vertalen in fysieke ingrepen in de wijk en nieuwe bouwprojecten. Het streven is dat dit gebeurt met respect voor bewoners, duurzaamheid en de cultuurhistorische waarden. Het Ontwikkelingskader biedt inspiratie en randvoorwaarden voor de veranderingen aan. De in deze rapportage gepresenteerde cultuurhistorische analyse is een verdere verdieping van historische component van de wijk. De analyse vertelt het verhaal van de Diezerpoort aan de hand van een aantal belangrijke ruimtelijke thema’s en beschrijft de belangrijke relicten van de historische ontwikkeling, die we in het gebied kunnen zien. Deze onderdelen vormen de cultuurhistorische component van de Diezerpoort. Elk afzonderlijk, maar vooral in onderlinge samenhang met het stadsgebied zijn zij de cultuurhistorische dragers van het gebied.

1.3 De cultuurhistorische analyse De volgende onderdelen komen in de analyse aan de orde: • Beschrijving van de historisch-ruimtelijke ontwikkelingen van de Diezerpoort in hoofdlijnen; • Beschrijving en overzicht van de aanwezige cultuurhistorische waarden (structuren, objecten); • Kwalificatie van de cultuurhistorische kwaliteit van alle aanwezige bebouwing (indifferent, attentiewaarde, waardevol, zeer waardevol); • Duiding van de cultuurhistorische waarden, in woord en beeld (Cultuurhistorische kaart) • Aanbevelingen ter behoud en versterking van de aspecten met een hoge cultuurhistorische waarde; • Historisch kaart- en beeldmateriaal;

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 4

De ontwikkeling van het gebied wordt geschetst aan de hand van een aantal cultuurhistorische thema’s, die voor de wijk kenmerkend zijn.

literatuur- en bronnenlijst toegevoegd. Monumenten Advies Bureau, september 2010

De cultuurhistorische thema’s zijn: 1. Het ontstaan van de Diezerpoort: ontwikkeling van het landschap; 2. De Nieuwstad of Voorstad: de eerste stap naar verstedelijking; de 3. De 19 eeuw: Zwolle treedt buiten de vesting; 4. Tuindorpen in het interbellum; 5. Naoorlogse steden- en woningbouw: Dieze Oost; 6. Veranderingen langs de stadsgracht; Het onderzoeksgebied omvat de wijk Diezerpoort ten noordoosten van de stadskern van Zwolle (zie het bijgevoegde kaartmateriaal).

1.4 Het doel van de analyse Deze analyse beschrijft de cultuurhistorie in de Diezerpoort en levert daarmee de input voor de wijkvernieuwing, die wordt voorbereid. Het uiteindelijke doel is om een “overall”plan te maken, dat duidelijk in de waardevolle omgeving verankerd is. Diezerpoort is een gebied waar bewoners en bezoekers zich thuis moeten voelen, de bijzondere geschiedenis kunnen beleven. Een gebied met een eigen identiteit en dynamiek. De analyse biedt het kader om de afzonderlijke plannen onderling af te stemmen en dient als inspiratiebron voor eigenaars, gemeente en ontwerpers. Op deze manier zal de unieke identiteit van Diezerpoort opnieuw kleur krijgen. 1.5 De opzet van het onderzoek, rapportage De gegevens zijn verzameld tijdens veldwerkbezoek aan het gebied, archiefonderzoek en studie van diverse dossiers en documentaties van de gemeente Zwolle. Dit rapport bevat achtereenvolgens een beschrijving van de historisch-ruimtelijke ontwikkeling van het plangebied, een duiding van de cultuurhistorische waarden en kwalificatie van de kwaliteit, waarbij als belangrijk bestanddeel een overzichtslijst van de aanwezige bouwkundige elementen, waaronder de in cultuurhistorisch opzet belangwekkende objecten, complexen en ensembles is toegevoegd.

De in deze lijst opgenomen adressen zijn weergegeven op de cultuurhistorische waardenkaart, waarop ook andere cultuurhistorisch waardevolle aspecten zijn weergegeven. Hoofdstuk 5 geeft aanbevelingen en de kansenanalyse van de parelplannen. Tenslotte is er een Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 5

2 SCHETS PLANGEBIED 2.1 Ligging en begrenzing Het projectgebied Diezerpoort omvat een groot stadsgebied ten noordoosten van de stadskern van Zwolle. Aan de noordwest- en noordzijde wordt het gebied begrensd door de A28, aan de oostzijde door de Ceintuurbaan (onderdeel van de Ring), aan de zuidoostzijde door de Nieuwe Vecht en aan de zuidzijde door het Almelose Kanaal en de noordelijke singelgracht rond het stadscentrum van Zwolle. 2.2 Hoofdstructuur, algemeen Stadsgebied met buurten van onderscheidend karakter Diezerpoort wordt omkaderd door een aantal sterk scheidende structuren (water aan de zuidoost- en zuidzijde, de brede A28 aan de noordzijde, en de Ring aan de oostzijde). Hierdoor lijkt de wijk ondanks de vele verbindingen naar buiten een op zich zelf staand element in het Zwolse stedelijke weefsel. Binnen de wijk ligt een zevental buurten, elk met een geheel eigen karakter, gevolg van de lange tijdspanne, waarbinnen de wijk zijn huidige vorm heeft gekregen: Dieze Centrum, Bagijneweide, Het Noorden, de Schildersbuurt, de Bomenbuurt (Bollenbieste), de Indischebuurt en Dieze Oost (Hogenkamp, Meppelerstraatweg Zuid en bedrijventerrein Floresstraat). De hoofdwegenstructuur bestaat uit een netwerk van enkele in oorsprong eeuwenoude landwegen en een veel jonger stratenplan, dat in hoofdzaak uit de decennia direct na de Tweede Wereldoorlog stamt.

Afb. 1 Begrenzing onderzoeksgebied.

Afb. 2 Indeling in buurten, volgens Ontwikkelingsvisie Nieuwstad Diezerpoort, 2009.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 6

2.3 Dieze West, algemeen historisch-ruimtelijk beeld Oudste structuren In het zuidwestelijke deel van de wijk (ten zuiden van de as MiddelwegBisschop Willebrandlaan-Vechtstraat, ook wel Dieze West genoemd) bevinden zich de oudste wegen, die in wezen op zijn minst terug gaan tot de late middeleeuwen (Thomas a Kempisstraat-Meppelerstraatweg, Vechtstraat, Diezerplein-Langenholterweg, Diezerenk, Holtenbroekerweg). Het zijn in oorsprong oude uitvalswegen richting de dorpen en buurtschappen ten noorden van Zwolle en eenvoudige ontsluitingswegen van het enkgebied, dat hier eens lag (Diezerenk). Langs deze wegen ontstond vanaf de late middeleeuwen vooral nabij het centrum van Zwolle een vrij dichte lintbebouwing. De wegen zijn nu nog te herkennen aan hun licht slingerende verloop en de zeer gevarieerde lintbebouwing uit uiteenlopende tijdsperioden. de Vanaf het einde van de 19 eeuw is deze structuur langzaamaan verder uitgebreid, waarbij op de tussenliggende terreinen bescheiden planmatige woningbouw werd gerealiseerd langs nieuw aangelegde straatjes. De oude Bagijneweide met de voormalige lijnbaan (thans Rhijnvis Feithlaan) ontwikkelde zich na de komst van de HBS en het Sophiaziekenhuis tot een vrij voorname woonbuurt met aaneengesloten herenhuisbebouwing.

Langs de stadsgracht behield dit buurtje nog lang veel bedrijvigheid, gericht op het water en het eindpunt van de tramlijn, die hier lag. Interbellum In het Interbellum werden zoals gezegd tussen de oude linten kleinschalige woningbouwcomplexen gerealiseerd met merendeels grondgebonden geschakelde woningen met tuintjes, in de traditie van de tuindorpen. De Schildersbuurt, Bomenbuurt (Bollenbieste) en de Indische Buurt (ten noorden van de Vechtstraat, parallel aan de Nieuwe Vecht) zijn hier de nog bestaande voorbeelden van. Het zijn buurtjes met een eenvoudig orthogonaal stratenplan, die binnen de hoofdstructuren nogal op zichzelf staan. Enkele oude buurtjes zijn door ingrijpende saneringen geheel vernieuwd (omgeving Berkumstraat-Warmoesstraat, Rembrandtstraat-Frans Halsstraat, deels met behoud van het oude stratenplan.

Afb. 3 De hoofdstructuren in Diezerpoort. In zwart de belangrijkste straten en wegen en rood de overige straten, die op zijn minst teruggaan tot de late middeleeuwen (en te zien op de plattegrond van Jacob van Deventer). Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 7

Ter hoogte van de Zamenhofsingel langs de stadgracht is in het derde kwart ste de van de 20 eeuw een deels nog laat 19 -eeuws wijkdeel volledig verdwenen bij de aanleg van de Van Wevelinkhovenstraat, die een nieuwe verbinding naar Dieze Oost zou gaan vormen. Langs de singel en de nieuwe wijkontsluitingsweg kwam ruimte voor grootschalige kantoorbebouwing (Belastingkantoor. GAK, Arbeidsbureau, later het Rijksarchief) en het overdekte wijkwinkelcentrum Diezerpoort. Aanpalende woonbuurtjes zijn hier flink gesaneerd (omgeving Braillestraat, Moerbeistraat). Naoorlogs Vanaf de jaren vijftig zijn in het westelijke deel van Dieze West grote restruimten verder opgevuld met merendeels grondgeboden geschakelde woningen. Alleen aan de noordwestrand (Minervalaan) werd een groot complex etagewoningen gerealiseerd, geordend in lange portiekflats (strokenbouw) in een ruime groenstructuur. Langs de Esdoornstraat is de wijkrand ingevuld met een kerk en enkele schoolgebouwen. Langs de tot belangrijke wijkontsluitingsweg gepromoveerde Middelweg werden eveneens langgerekte blokken portiekflats geplaatst, die het stedelijke karakter van deze weg benadrukken.

In de uiterste westhoek van Dieze West, aansluitend op singelgracht en Zwarte Water, bevindt zich een aantal grote bedrijfs- en kantoorpanden, die in het kielzog van de nieuwe infrastructuur (A28, Burgemeester Roelenweg, de verbrede Schuttevaerkade) werden opgericht. In feite leeft hiermee de vroegere bedrijvigheid voort, die langs de stadsrand en het Zwarte Water was te vinden.

Afb. 4 Periodisering van de secundaire wegen- en straten: in rood de de de laatmiddeleeuwse en 17 -eeuwse structuren, in paars de patronen uit de 19 eeuw, in blauw de periode 1900-1940 en in groen de periode 1950-1970.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 8

2.4 De buurten in Dieze West nader beschouwd Dieze Centrum (Diezerpoort Nieuwstad) Het betreft de in oorsprong laatmiddeleeuwse voorstadsontwikkeling, organisch gegroeid rond en aan een netwerk van vanuit de kern van Zwolle uitwaaierende wegen naar dorpen en buurtschappen buiten Zwolle. Het stratenpatroon is grillig, aan weerszijden van de straten bevinden zich belangrijke relicten van eeuwenoude verkavelingstructuren, hier en daar met stegen en osendrops (smalle druipgangen tussen de panden). De bebouwing kwam perceelsgewijs tot stand en heeft van oudsher gecombineerde functies: wonen, werken, winkels. De historische gelaagdheid is zichtbaar in de bebouwing, die in uiteenlopende tijdsperioden tot stand kwam en in enkele gevallen zeer oude sporen bevat.

Afb. 5, 6, 7, 8, 9 en 10. Dieze Centrum: boven Thomas à Kempisstraat, midden de Diezerkade en Diezerplein, beneden de Vechtstraat en de Schoolstraat.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 9

Bagijneweide Ook in de Bagijneweide zijn verschillende tijdslagen zichtbaar in het ruimtelijk beeld. Het westelijke deel, met relicten van eeuwenoude stratenpatronen, is ste dichtbebouwd met aaneengesloten bebouwing met onder meer vroeg 20 eeuwse arbeiderswoningen aan het Koewegje en een voorname de ste herenhuisbebouwing uit de late 19 en vroege 20 eeuw aan de Bagijnesingel en de Brink. Middelpunt is hier de monumentale Oosterkerk. Ondanks de grotendeels vernieuwde bebouwing is het Blekerswegje in sommige gebouwen de oorspronkelijke bedrijvigheid aan de Singelgracht nog herkenbaar gebleven. Het oostelijke deel is ruim van opzet en wordt gekarakteriseerd door een open bebouwingsstructuur, gedomineerd door de monumentale complexen van de HBS en het voormalige Sophiaziekenhuis, met gebouwen uit verschillende bouwperioden (het oorspronkelijke hoofdgebouw uit 1882-1884, de uitbreidingen uit 1915 en 1930 en het naoorlogse Pathologisch Laboratorium). Een ander markant gebouw is de watertoren. De Turfmarkt is een ruim, vrijwel onbebouwd terrein, waarin een karakteristieke bomenopstand het beeld bepaald. De noordrand van de wijk kent langs de Rhijnvis Feithlaan een aaneengesloten herenhuisbebouwing uit de ste de late 19 en vroege 20 eeuw.

Afb. 11, 12, 13, 14, 15 en 16: Bagijneweide: Boven de Brink en het Bleekerswegje, midden de HBS aan de Bagijnesingel en de watertoren aan deTurfmarkt, beneden herenhuizen aan de Bagijnesingel en de Rhijnvis Feithlaan.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 10

Bomenbuurt (Bollenbieste) ste Het hart van deze buurt kwam in de vroege jaren dertig van de 20 eeuw tot stand. Destijds had het wijkje nauwelijks enige ruimtelijke relatie met de oudere structuren in de omgeving. De hoofdas wordt gevormd door de brede Kastanjestraat, die als een soort langgerekte pleinruimte een aantal woonstraatjes aan elkaar koppelt. Aan het “plein” grenzen de voormalige buurtwinkeltjes in de woonblokken. In een eenvoudige kamstructuur zijn de woonstraatjes aan de hoofdas verbonden. De bebouwing bestaat uit gesloten bouwblokken, verdeeld over enkele complexen in een eenvoudige maar schilderachtige baksteenarchitectuur.

Afb. 17, 18, 19, 20, 21 en 22 Bomenbuurt: Iepenstraat, Kastanjestraat en Wilgenstraat en omgeving.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 11

Schildersbuurt / Het Noorden Dit buurtje bestaat uit enkele kleine woningbouwcomplexen uit de jaren twintig ste en dertig van de 20 eeuw in gesloten en halfopen bouwblokken in een aan tuindorpen verwante opzet. Het stratenplan is eenvoudig en bestaat in hoofdopzet uit twee parallelle, noordzuid gerichte straten: de Albert Cuypstraat en de Rembrandtlaan, met daarbinnen enkele secundaire straten en een rechthoekig plantsoen, waaraan het uit 1929 daterende lagere schoolgebouw van architect Krook een prominente plek inneemt. Ten oosten van de Rembrandtlaan is in de jaren twintig een complex beneden- en bovenwoningen gerealiseerd op het driehoekige terrein, dat aan de oostzijde grenst aan de Holtenbroekerweg. Beide straten werden verbonden met rechte straatjes, met aan de zijde van de Rembrandtlaan driehoekige pleintjes. Deze structuur is nog herkenbaar, maar de oorspronkelijke bebouwing is recentelijk vervangen door nieuwbouw. Na de Tweede Wereldoorlog is de Schildersbuurt naar het westen uitgebreid met een eenvoudig buurtje gekoppelde eengezinswoningen aan de Van Miereveltstraat en Ferdinand Bolstraat, en een omvangrijk complex etagewoningen aan de Minervalaan.

Afb. 23, 24, 25, 26, 27 en 28 Schildersbuurt / Het Noorden. Boven de hoek van de Schuttevaerkade en de Rembrandtlaan, en de Albert Cuypstraat. Midden de flats aan de Minervalaan en woningen aan de Albert Cuypstraat, beneden de Vermeerstraat en de Ruijsdaelstraat.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 12

2.5 Dieze Oost, algemeen historisch-ruimtelijk beeld Dieze Oost Ook ten noordoosten van de Middelweg werd de voor circa 1950 nog agrarische Diezerenk doorsneden door een groot aantal wegen. De Meppelerstraatweg (het verlengde van de Thomas a Kempisstraat) was hiervan de belangrijkste uitvalsweg in noordoostelijke richting, de Middelweg liep in noordwestelijke richting naar Holtenbroek. In de hoek tussen Meppelerstraatweg en Vechtstraat was in de jaren twintig van de Indische Buurt tot ontwikkeling gekomen. Indische Buurt De Indische Buurt ligt op een rechthoekige terrein tussen de Meppelerstraatweg en de Nieuwe Vecht. Langs de Nieuwe Vecht bevinden zich de diepe parktuin van villa Molenzicht en de historische Zaaddragershuisjes, die herinneren aan de vroegere bedrijvigheid langs de Nieuwe Vecht (verschillende oliemolens). De woonbuurt kwam vanaf 1909 in verschillende fasen tot ontwikkeling langs een aantal parallel aan de vaart verlopende straatjes en de korte verbindingen daartussen. De bebouwing bestaat uit langgerekte blokken geschakelde arbeiderswoningen, merendeels één of anderhalve bouwlaag met kap. De opzet met lage grondgebonden woningen, poortdoorgangen en pleintjes geven het geheel ondanks de hoge bouwdichtheid een tuindorpachtig karakter. Vlasakkers is een ouder structuurtje, waaraan een voormalig boerderijtje bewaard bleef.

Langs de Celebesstraat bevindt zich een aaneengesloten rij woningen van rond 19001910. Het noordelijke deel van de Indische Buurt is in de jaren tachtig en negentig gesaneerd.

afb. 29, 30, 31, 32, 33 en 34 Indische Buurt. Boven de Binnengasthuisstraat en het pleintje in de Sumatrastraat; midden de Borneostraat; beneden de Borneostraat en de Sabangstraat.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 13

Het naoorlogse Diezerpoort: Hogenkamp, Dieze Oost, Meppelerstraatweg De Middelweg-Bisschop Willebrandlaan en Meppelerstraatweg zijn in de naoorlogse stadsuitbreiding getransformeerd tot belangrijke wijkontsluitingswegen. Met de komst van de A28 werd Dieze Oost geïsoleerd van de rest van het buitengebied en werd de verstedelijking van het gebied ingeleid. De oude landwegen verdwenen op enkele elementen (Katersteeg, Molenkampsweg) na geheel van de kaart; een tweede noordzuidgerichte hoofdas deelt de nieuwe wijk in twee delen: ten westen/zuidwesten liggen de de oude 19 -eeuwse begraafplaatsen, door de Van Wevelinkhovenstraat gescheiden van een vrij groen wijkdeel, waarin het Park de Hogenkamp, een sportcomplex en een aantal etagebouwcomplexen in vrij ruim opgezette groenstructuren zijn gelegen. Langs de Hogenkampseweg bevindt zich hier in een complex portiekflatwoningen de miljoenste naoorlogse woning van Nederland. Ten oosten van de Hogenkampsweg ligt een aantal buurten met een hoge bebouwingsdichtheid binnen een modernistisch stratenplan, dat deels wordt bepaald door de wigvorm van het gebied tussen Meppelerstraatweg en A28. Centraal element in dit wijkdeel is een groen assenkruis met een singel en plantsoenen, waaraan halverwege het Simon van Slingelandtplein is gekoppeld, het oorspronkelijke buurtcentrum.

De zuidzijde van het plein maakt deel uit van een langgerekte oost-westas door Dieze Oost, gevormd door de Isaac van Hoornbeekstraat en de Zerboltstraat. De Meppelerstraatweg ontsluit een groot aantal straten van Dieze Oost en is door zijn groene aankleding en de parkachtige opzet van de bebouwingsstrook langs de zuidoostzijde een echte parkway. De noordrand van Dieze Oost wordt begrensd door de A28, die wordt afgeschermd door een langgerekte parkaanleg met veel groen en vijvers en een vrij stevige, expressieve bebouwingsrand met etagewoningen in grote, merendeels vierlaags blokken. Het middendeel van deze wijkrand wordt ingenomen door een strook met verschillende schoolgebouwen en een kerk. In de zuidoosthoek van Dieze Oost bevindt zich een industriegebied (Floresstraat), waarvan het westelijke deel in het recente verleden is getransformeerd tot woongebied. afb. 35, 36, 37, 38, 39 en 40 Dieze Oost. Boven de Meppelerstraatweg en het Simon van Slingelandtplein; midden de flats aan de Pieter Steynstraat en de maisonnettes aan de Geert Grootestraat; beneden de Schutkenstraat en de bejaardenflat aan de Hogenkampsweg.

Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 14

Samenvattend De hoofdstructuur van het gebied wordt dus bepaald door een raamwerk van aan elkaar gekoppelde of snijdende structuren: • De nadrukkelijk aanwezige begrenzende structuren (A28, Ring, Nieuwe Vecht en Stadsgracht) • Een netwerk van prestedelijke wegstructuren (onderdelen Nieuwstadontwikkeling, oude uitvals- en enkwegen); • Een kleinschalig centrumgebied (Dieze Centrum) met een kleinstedelijk karakter, grenzend aan de stadsgracht van Zwolle; de • De Bagijneweide, met behoud van oudere structuren in de 19 eeuw herontwikkeld; • Een drietal vooroorlogse woonbuurten met het karakter van tuindorpen: de Schildersbuurt, de Bomenbuurt en de Indische Buurt; • Een uitgebreid naoorlogs stratenplan, opgehangen aan een aantal hoofdassen (Meppelerstraatweg, Middelweg-Bisschop Willebrandlaan, Hogenkampsweg, Van Wevelinkhovenstraat); een groen assenkruis koppelt verschillende subbuurten; het vele groen geldt in de hoofdstructuur als een belangrijk ordeningsprincipe; • Een brede groenstructuur tussen Middelweg en Hogenkampsweg de met daarin de 19 -eeuwse begraafplaatsen, een naoorlogs stadspark en andere groene restgebieden; • Een industriegebied in de zuidoosthoek van de wijk; Restanten van oudere structuren Van de prestedelijke hoofdstructuur van Diezerpoort zijn de Thomas à Kempisstraat (en in het verlengde daarvan de Meppelerstraatweg) en de Vechtstraat zeer herkenbare relicten,

evenals de Langenholterweg en het zuidelijke verlengde daarvan (Diezerplein). Ook de Schoolstraat en de Warmoesstraat behoren tot deze oude structuur. Meer naar het westen toe zijn fragmenten van oude enkwegen bewaard: Holtenbroekerweg, Diezerenk. De Middelweg, in het verlengde van de Bisschop Willebrandlaan en de Vechtstraat herinnert in basis nog aan de eertijds hier lopende landweg. Het profiel is echter sterk verbreed.

afb. 41 en afb. 42 Oude voorstad.

de

Afb. 43 en afb. 44 19 -eeuwse stadsuitleg in de Bagijneweide.

afb. 45 en afb. 46 Tuindorpen.

afb. 47 en afb. 48 Naoorlogse uitbreiding. Cultuurhistorische analyse Diezerpoort, Zwolle II september 2010 II blad 15

2.6 Bebouwingskarakteristiek: historische bebouwing Inleiding In het gebied is de historische bebouwing zeer gevarieerd. In het kort worden hier de karakteristieken weergegeven. De bijzondere bebouwing binnen het onderzoeksgebied is per adres opgenomen in de aan dit rapport toegevoegde objectenlijst. Hierin vindt men informatie over ontstaanstijd, functie, karakter en waardering. Individuele huizenbouw langs de oude linten De bebouwing langs de oude lintstructuren in Dieze West bestaat merendeels uit individuele panden op relatief smalle, diepe kavels. Dit bebouwingsbeeld is nog goed te zien aan de Thomas a Kempisstraat, delen van de Vechtstraat en aan de Diezerpoort, ondanks diverse recente wijzigingen in de gevelwanden langs deze straten. De panden, merendeels met gecombineerde functies (winkel/bedrijvigheid/wonen) zijn als op zich zelfstaande bouwprojecten tot stand gekomen en vertonen een grote onderlinge verscheidenheid. De algemene karakteristiek is de bescheiden korrelgrootte, één of twee bouwlagen met kap, gedekt met keramische panden. De gevels zijn van baksteen of gepleisterd, de gevelindelingen zijn traditioneel. Er bestaan markante afwisselingen van bouwstijlen en details, gevolg van de uiteenlopende bouwperioden. Sommige panden aan genoemde straten bezitten achter hun voorgevel mogelijk veel oudere constructies.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=6560ec1e-67b2-46c2-ac3c-5656aacb2606