3.00 motivatie BOPA Gildenhof Blok 1 Zwolle
Tekst van het document
Daarbij maken we slim gebruik van huidige en nieuwe technologie, data en nieuwe verbondenheid tussen allerlei aanbieders van vervoer. Daarmee geven we nieuwe impuls aan de leefbaarheid in onze stad. Dit betekent dat we dergelijke plekken willen creëren, samen met ondernemers en vervoerders, in de vorm van mobiliteit Hubs. We gaan onderzoeken of we dergelijke mobiliteit Hubs kunnen creëren, onder andere op het knooppunt van de Rembrandtlaan en de Zwartewaterallee. Om te waarborgen dat beide leidende principes ook daadwerkelijk worden toegepast leggen we bij alle toekomstige fysieke gebiedsontwikkelingen in de stad altijd verplicht een Mobiliteits Programma van Eisen (MPvE) op. Hiermee wordt gewaarborgd dat duurzame mobiliteit integraal bij de gebiedsontwikkeling wordt meegenomen. Het STOMP-principe en de Ladder vormen daarbij het uitgangspunt. Mobiliteitsbeleid Het op dit moment vigerende Zwolse mobiliteitsbeleid vloeit voort uit het rijks - en provinciaal beleid en is verwoord in de Mobiliteitsvisie. De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december 2019. In de mobiliteitsvisie komt naar voren dat de verdere groei van de mobiliteit niet zondermeer opgevangen wordt door de mobiliteitsvraag te faciliteren met nieuwe infrastructuur.
En dat de ambitie is voornamelijk te investeren in een bereikbaar en toegankelijk Zwolle, waarbij mobiliteit gaat bijdragen aan andere Zwolse doelstellingen. Van economische groei tot de woningbouwopgave; van klimaat neutrale gemeente tot gezonde en vitale wijken. De ambitie is dat we ervoor zorgen dat Zwolle ook in de toekomst goed bereikbaar is door fietsen, lopen en reizen met het openbaar vervoer te stimuleren én door het autogebruik beter te spreiden. Alleen met al deze maatregelen kunnen we de knelpunten in het Zwolse verkeer voldoende wegnemen om de verwachte groei van verkeersdeelnemers op te vangen en Zwolle bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. Zwolle heeft een gunstige positie qua ontwikkeling. In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei, leefbaarheid en dergelijke is het daarom noodzakelijk om prioriteiten te stellen. Zwolle wil de kwaliteiten als bereikbare en gezonde stad vasthouden door, naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur, de samenleving te mobiliseren om de groeiende vraag naar mobiliteit om te buigen in een duurzame richting. De STOMP-methode is in Zwolle leidend bij al onze ontwerpopgaven voor infrastructuur bij de inrichting van de buitenruimte. We gaan eerst uit van Stappen (wandelaars), en vervolgens kijken we naar Trappen (fietsers) dan het OV en tot slot de Personenauto’s.
24/67
9 april 2025 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Ontwikkelkader Spoorzone De verstedelijking en verdichting van de Spoorzone vraagt om een andere balans tussen de verschillende verkeerssoorten en een ander gebruik van de openbare ruimte. Meer ruimte voor verblijf, ontmoeten en groen. De menselijke maat is leidend en dat betekent dat de verkeersoplossing volgend is. Het leidende principe hierbij is STOMP. Dit staat voor Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a service en Privé mobiliteit. Dit principe leidt tot een logische volgorde van verkeerssoorten in het stedelijk gebied. Door de mobiliteit in het gebied volgens dit principe in te richten is de keuze voor het OV, de fiets, de voet of de auto (en meestal een combinatie daarvan) een resultante van een specifieke mobiliteitsbehoefte (die van dag tot dag kan verschillen) en minder het gevolg van het denken vanuit één beschikbare modaliteit. Mobiliteitsbeleid Spoorzone Uitgangspunt voor het mobiliteitsconcept binnen Spoorzone is het STOMP-principe. We zetten daarom in op een totaalpakket aan mobiliteitsmaatregelen: stimulerings- en gedragsmaatregelen (bijv. rond flankerend beleid) en fysieke maatregelen (bijv. rond infrastructuur). De Spoorzone is ontworpen voor voetgangers. Concreet betekent dit: •
Er een gedifferentieerd voetgangersnetwerk is met routes binnen de Spoorzone én naar de omgeving.
•
Het voetgangersnetwerk toegankelijk, aantrekkelijk, logisch, vindbaar, veilig, comfortabel, fijnmazig en verbonden met voorzieningen is.
•
Zich in de Spoorzone dagelijkse voorzieningen bevinden, zodat bewoners daar lopend naartoe kunnen gaan.
•
De verblijfskwaliteit in de Spoorzone hoog is.
Na de voetganger staat de fietser centraal. Dit betekent: •
Er binnen de Spoorzone en in verbinding met omliggende gebieden een robuust, fijnmazig, compleet en samenhangend netwerk van gedifferentieerde fietsroutes aanwezig is.
•
Fietsroutes in en naar de Spoorzone veilig, aantrekkelijk, logisch & vindbaar, comfortabel en toegankelijk zijn. Er zijn voldoende fietsparkeermogelijkheden1 voor bewoners en bezoekers in de Spoorzone. De fietsparkeermogelijkheden bevinden zich op logische plekken en hebben een hoge kwaliteit: sociaal veilig, comfortabel, passend bij de doelgroep en toegankelijk zonder belemmeringen. Er is voldoende (manoeuvreer)ruimte voor het parkeren van buitenmodelfiets(achtig)en zoals bakfietsen, scooters en scootmobielen. Bewoners en hun bezoekers parkeren hun fiets inpandig, zo dicht mogelijk bij de voordeur van de woning. De loopafstand tot de entree van het gebouw is maximaal 50 meter. Collectieve, inpandige fietsbergingen zijn toegestaan.
Bovenop bovengenoemde normen voor bewoners en hun bezoekers wordt er op maaiveld per woonblok ruimte gereserveerd voor het kort parkeren van fietsen van bezoekers van woningen van 5*2 meter (10 m2). De beheerder van de openbare ruimte is verantwoordelijk voor het beheer hiervan. Het station en andere openbaarvervoerhalte(s) zijn goed verbonden met de fiets- en voetgangersroutes. 25/67
9 april 2025 Motivering omgevingsvergunning (Gildenhof Blok 1, Zwolle) We stimuleren en faciliteren particuliere initiatieven (Mobility as a Commons/MaaC). Ieder bouwblok heeft inpandig ten minste 10 m2 parkeerruimte voor deeltweewielers ten behoeve van bewoners. Per 100 woningen zijn er 2,5 deelautoparkeerplaatsen aanwezig (dus 0,025 deelautoparkeerplaatsen per woning). Deze deelauto-parkeerplekken worden alleen gebruikt door deelauto’s, niet door privéauto’s. Deelmobiliteit wordt aangeboden in mobiliteitshubs, op aantrekkelijke locaties binnen het gebied. In de Spoorzone is de auto te gast. Parkeren van de privéauto vindt inpandig plaats, in mobiliteitshubs aan de rand van het gebied. Gezien de ligging van de Spoorzone – direct rond het tweede grootste treinstation van Nederland – en de kwaliteit van lopen, fietsen en deelmobiliteit in het gebied, zijn de parkeernormen voor privéauto’s in de Spoorzone lager dan in andere delen van Zwolle. De parkeernormen voor privé-auto’s voor woningen zijn als volgt:
6.2.2 Beoordeling Voor de gehele gebiedsontwikkeling Hanze-Oost zal gewerkt worden volgens de STOMP benadering. Er is veel aandacht voor goede langzaam verkeersverbindingen en OV De voorgenomen ontwikkeling wordt vooruitlopend op de rest van de gebiedsontwikkeling Hanze-Oost gerealiseerd. Dit betekent dat er nog niet direct gebruik gemaakt kan worden van de mobiliteitsoplossingen die van toepassing worden voor het hele gebied. In de tijdelijke situatie wordt voorzien in semi verharde verbindingen voor voetgangers en fietsers. Rondom het gebouw is ruimte om in de benodigde 10 m2 voor fietsparkeren te voorzien. Dit wordt nog nader uitgewerkt. Hieronder is de benodigde hoeveelheid fietsparkeerplaatsen weergegeven.
26/67
9 april 2025 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Ten aanzien van de parkeerbehoefte van bewoners wordt eveneens voorzien in voldoende fietsparkeerplaatsen. Deze fietsparkeerplaatsen worden op de begane grond van het gebouw gerealiseerd.
In de tijdelijke situatie moet voor autoparkeren eerst een andere oplossing gevonden worden. Deze is er door gebruik te maken van de bestaande parkeervoorziening Parkeerterrein Hanzelaan. Het piekmoment in de parkeerbehoefte van het Rijksvastgoedbedrijf betreft de werkdag overdag. Voor de huurappartementen ligt het piekmoment op de werkdagnacht. De beide functies kunnen daardoor gebruik maken van dezelfde parkeervoorziening. De parkeerbehoefte als gevolg van het te realiseren appartementengebouw bedraagt afgerond 30 parkeerplaatsen (86*0,35). De genoemde parkeervoorziening Hanzelaan is van ruim voldoende omvang om in deze parkeerbehoefte te voorzien. Daarnaast worden hier twee plekken gereserveerd om voor deelauto’s. Het projectgebied ligt op loopafstand van het station en wordt goed verbonden met het station. 6.2.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het realiseren van een appartementengebouw met 86 sociale huurappartementen mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor verkeer/openbare buitenruimte. 6.2.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp verkeer/openbare ruimte geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
27/67
9 april 2025 Motivering omgevingsvergunning (Gildenhof Blok 1, Zwolle) Hoofdstuk 7
VERDIEPING: OMGEVINGSKWALITEIT
Hoofdstuk 7 geeft een verdieping op de onderwerpen stedenbouw en beeldkwaliteit, landschap, cultuurhistorie en archeologie. 7.1
Stedenbouw en beeldkwaliteit
7.1.1
Kaders
Rijk De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om in een bopa regels op te nemen over het uiterlijk van bouwwerken. Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Bij stedenbouw en beeldkwaliteit gaat het om instructieregels over ruimtelijke kwaliteit. Afdeling 4.3 van de verordening geeft instructieregels over het versterken van ruimtelijke kwaliteit door het toepassen van de OF-, WAAR- en HOE-benadering volgens het uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel. Bopa’s dienen een onderbouwing te geven vanuit die benadering, waaruit blijkt dat de nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit. Gemeente Omgevingsvisie Doordat we 10.000 nieuwe woningen willen bouwen voor 2030 in de bestaande stad spreken we van verdichting: op hetzelfde totale oppervlak komen meer woningen. En dus ook meer mensen, meer auto's, fietsen en meer behoefte aan groen en buitenruimte. We worden een stad met een steeds intensiever gebruik. Meer woningen betekent dat er ook meer hogere gebouwen bij komen. Dat vraagt een zorgvuldige aanpak passend bij het huidige Zwolse stadsilhouet. Dat is de basis voor onze visie op hoogbouw in onze gemeente.
We streven met de omgevingsvisie meerdere doelen na, waarbij hoogbouw een middel is om deze doelen te helpen bereiken. Zo draagt hoogbouw op belangrijke knooppunten voor openbaar vervoer bij aan een stedelijke dynamiek en sfeer. Een sterke verbinding met het openbaar vervoer maakt de afhankelijkheid van de auto kleiner. Het creëert de noodzakelijke ruimte voor een kwalitatief hoogwaardige buitenruimte, met onder meer groen. En we hoeven minder te bouwen aan de randen van de stad of in het landschap. Hoogbouw is ook goed geschikt voor de gewenste nieuwe vormen in de combinatie van wonen, werken en bijvoorbeeld zorg gerelateerde voorzieningen. Verder brengt het investeringen bij elkaar, wat mogelijkheden biedt in een gebied ook andere doelen te bereiken als voor klimaatadaptatie, energievoorziening, mobiliteit en natuur inclusief bouwen. En hogere gebouwen hebben een belangrijke functie om specifieke plekken in de stad duiden, zoals het station, winkelcentra, een gebied met ontspanning en vertier of de entree van een wijk. Het geeft van verre al aan: hier is wat te doen. We noemen dat het leesbaar maken van de stad. Onder hoogbouw verstaan we gebouwen hoger dan de gemiddelde kroonhoogte van de bomen. Ongeveer 25 meter of te wel ongeveer 8 bouwlagen. Vanaf deze hoogte is het belangrijk om effecten op de omgeving in beeld te brengen.
Bij gebouwen tussen 45 en 70 meter spreek je echt van hoogbouw. Deze bepalen mede het aanzicht van de stad en geven een beeld van de stedelijkheid en de allure van een specifiek gebied. En is goed passend voor de maat en schaal van Zwolle. Belangrijk is dat de Peperbus een centrale plek kan en blijft spelen in ons stadsilhouet. Ook als oriëntatiepunt voor iedereen als het letterlijke middelpunt van Zwolle.
28/67
9 april 2025 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) De omgevingsvisie geeft een aantal ontwikkelzones in de stad aan. De visie op hoogbouw haakt aan op deze zones. In de StadsRuit zijn gebouwen mogelijk tot een hoogte van 70 meter, de totale hoogte van de Peperbus. Daarmee versterken we het stedelijke karakter van de stadsring. Dit betekent niet dat overal een gebouw van 70 meter mogelijk is. Hoogbouw wordt zorgvuldig gesitueerd op die plekken of knopen waar veel activiteiten bij elkaar komen. Doordat deze zone wat verder van de binnenstad afligt, zijn hier hogere gebouwen denkbaar. Deze mogen echter het stadsbeeld van de StadsKrans niet verstoren. De architectonische uitstraling kan, anders dan in de StadsKrans, moderner zijn en aansluiten op de jongere stadsdelen van het omliggende gebied. De volgende uitgangspunten gelden: • Bij voorkeur onderdeel van een stedelijk ensemble; • Minimale verhouding breedte – hoogte is 1:3; • Altijd een driedeling, hetzij horizontaal (stapelen) of verticaal (opdelen); • Alzijdige uitstraling, alle kanten zijn voorkanten van het gebouw; • Publieke begane grond en bij voorkeur ook de eerste verdieping; • Mix aan functies; • Menselijke maat en schaal, variatie en afleesbare eenheden in de opbouw; • Onderzoek verrichten naar schaduwwerking en windval. Hoogbouw moet kwaliteit toevoegen aan onze stad.
In de visies en plannen die gemaakt worden voor gebieden is daarom altijd onderzoek nodig naar de effecten van hoogbouw. Het toont aan hoe een plan zich verhoudt tot de gestelde uitgangspunten. Daarnaast geeft het inzicht in de gevolgen voor schaduwwerking, windval, sociale veiligheid, het landschap en het omliggende gebied (o.a. cultuurhistorische waarden). Dit betekent dat voor nieuwe gebouwen hoger dan 25 meter een hoogbouweffectrapportage verplicht is, als onderdeel van de ruimtelijke planvorming. Het rapport maakt onderdeel uit van de besluitvorming door college en gemeenteraad, zodat een integrale beoordeling mogelijk is. Beleid stedenbouw en beeldkwaliteit Op 13 februari 2024 heeft de gemeenteraad de Welstandsnota 2023, versie november 2023 vastgesteld. Doel van de welstandsnota is het bieden van een toetsingskader voor de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. De nota geeft gebieds- en objectgerichte welstandscriteria. De welstandsnota beperkt zich daarbij niet tot alleen gebouwen en andere bouwwerken, maar is ook een toetsingskader voor onder andere reclame-uitingen en woonschepen. Voor de gemeente biedt de nota een toetsingskader voor ingediende bouwinitiatieven, voor de burger biedt de welstandsnota vooraf het kader en de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van nieuwe bouwinitiatieven.
Met de welstandsnota en de beleidskeuzen die daarin zijn opgenomen, is er een belangrijk instrument voor het gemeentebestuur om te sturen op aspecten van welstand voor de stad, het breedst uit te drukken in het begrip ruimtelijke kwaliteit. Voor de burger biedt de nota vooraf inzicht in de criteria die worden gehanteerd bij de toetsing op welstand. Op grond van het omgevingsplan van rechtswege (onderdeel bruidsschat) wordt een omgevingsvergunningaanvraag die betrekking heeft op een bouwactiviteit alleen verleend als deze niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de Welstandsnota 2023, versie november 2023. Ontwikkelkader Spoorzone Gebouwen met een menselijke maat maken we in de Spoorzone door de bouwblokken samen te stellen uit verschillende gebouwen. Diversiteit en afwisseling vinden mensen prettig als ze over straat lopen of fietsen. De maat en schaal moeten afgestemd worden op het tempo van de voetganger. Dit betekent bijvoorbeeld dat er elke tien meter een afwisselend gevelbeeld is. De bouwblokken bestaan daarom uit afzonderlijke gebouwen die in grootte, hoogte, typologie en architectuur van elkaar verschillen. Bij de plaatsing van hoge gebouwen wordt onderzocht wat het effect is op het verblijfsklimaat op straat. De
29/67
9 april 2025 Motivering omgevingsvergunning (Gildenhof Blok 1, Zwolle)
hoge gebouwen mogen niet zorgen voor windhinder of teveel schaduw op de belangrijkste routes voor voetgangers en fietsers, pleinen en parken. 7.1.2 Beoordeling Hoofdstuk 5.2 geeft al een toelichting dat het project voldoet aan de provinciale instructieregel over het versterken van ruimtelijke kwaliteit (OF-, WAAR- en HOE-benadering). Het Oversticht heeft op 28 maart 2025 geconcludeerd dat het ingediende plan niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand, onder voorwaarde dat er een terreininrichtingsplan wordt aangeleverd dat voldoet aan de ‘Visie Openbare Ruimte Spoorzone”. De terreininrichting heeft betrekking op de gehele ontwikkeling van het Gildenhof. Deze zal in later stadium worden voorgelegd aan het Oversticht. Er is een hoogbouweffectrapportage opgesteld. Deze is als bijlage 1 bijgevoegd. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling ten aanzien van hoogbouw geen belemmeringen oplevert. 7.1.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het realiseren van een appartementengebouw met 86 appartementen mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor stedenbouw en beeldkwaliteit. 7.1.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp stedenbouw en beeldkwaliteit geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning. 7.2
Landschap
7.2.1
Kaders
Gemeente Omgevingsvisie De in Zwolle aanwezige landschappelijke en natuurwaarden maken deel uit van het fysieke kapitaal van Zwolle, zoals beschreven in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen. De visie wijst onder andere natuurgebieden en landschappen aan als waardevol en zeer waardevol. Kenmerkend voor de stad Zwolle is ook de aanwezigheid van een hoofdgroenstructuur, waar bijvoorbeeld de 'groene longen' van Zwolle onderdeel van uitmaken. Die hoofdgroenstructuur is voor Zwolle zeer waardevol. De stedelijke hoofdgroenstructuur bestaat uit een samenstel van groenelementen die tezamen een betekenis hebben voor de stad als geheel. De hoofdgroenstructuur dient meerdere functies: het draagt ruimtelijk of functioneel bij aan een min of meer aaneengesloten netwerk. Het is op stedelijk niveau in belangrijke mate structuur– en identiteit bepalend, het behoort op stedelijk niveau tot de belangrijkste recreatieve gebruiksruimtes, het begeleidt recreatieve routes, het heeft een belangrijke betekenis voor de stedelijke ecologische structuur en het draagt in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid van de stad. De koers is dat de hoofdgroenstructuur in de toekomst behouden blijft, of aangevuld, waar nodig, vanwege het belang voor de gemeente als geheel. Er wordt een terughoudend beleid gevoerd met het toevoegen van nieuwe bebouwing binnen de hoofdgroenstructuur.
Naast een stedelijke hoofdgroenstructuur kent Zwolle ook een wijkgroenstructuur. Visie is dat de wijkgroenstructuur in de toekomst in essentie behouden moet worden, vanwege het belang voor een aantrekkelijke en leefbare wijk. Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van biodiversiteit en landschap als belangrijke fysieke waarde. Belangrijk is dat de waarden van het fysiek kapitaal op een zorgvuldige wijze wordt meegewogen bij ingrepen in de fysieke leegomgeving. Daarvoor zijn spelregels vastgelegd. Vanuit landschap en natuurwaarden zijn dat: • ingrepen in de fysieke leefomgeving mogen netto kwalitatief niet ten koste gaan van het landschappelijke kwaliteiten, de Zwolse hoofdgroenstructuur en de aanwezige natuurwaarden. De natuurwaardenkaart is een belangrijk kader om die afweging te kunnen maken;
30/67
9 april 2025 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) •
een goede landschappelijke en stedelijke inpassing, passend bij de kenmerken van het landschap is een vereiste bij ingrepen in de fysieke leefomgeving.
Landschapsbeleid Beleid voor behoud en ontwikkeling van het landschap is vastgelegd in het door de raad vastgestelde Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Zwolle, Zwartewaterland en Kampen (2010, deel 1 Visie). Dit beleid is alleen werkzaam voor het buitengebied en het biedt een ontwikkelingskader en inspiratiebron bij het adviseren over ruimtelijke initiatieven in het buitengebied van de gemeente. Visie openbare ruimte Spoorzone Bestaande bomen blijven behouden In beide ontwikkelgebieden staan een aanzienlijk aantal bestaande bomen. Vanuit dit startkapitaal wordt het parkbos opgebouwd. De eerste stap bij elk plan is daarom het in kaart brengen van de exacte standplaats, kroonprojectie, levensverwachting en verplantbaarheid van elke boom. Bestaande bomen blijven uiteraard zoveel mogelijk staan en er wordt al in het stedenbouwkundig plan een duurzame standplaats gegarandeerd. Als bomen aantoonbaar niet behouden kunnen blijven worden ze verplant in het ontwikkelgebied. Op die manier kan er al bij oplevering een overtuigend groenbeeld ontstaan dat in verhouding staat tot de forse schaal en maat van de gebouwen. Voeten in het groen, gebouwen staan in beide gebieden altijd met hun voeten in het groen. Er zijn geen private buitenruimtes in de vorm van tuinen buiten de grenzen van het bouwblok.
Paden richting gebouwen liggen op afstand gevels en vooral ramen om privacy te garanderen en te zorgen dat er voldoende groen om de gebouwen heen kan spoelen. Behoud van kruidenrijke bermen en begeleidende houtwallen. Bestaande boomstructuren zorgen voor koelte, fourageerroutes voor insecten, vogels en zoogdieren. De kruidenrijke bermen en de aanliggende zoommantelvegetaties langs de IJsselallee met een hoog percentage sleedoorn heeft een bijzondere ecologische waarde voor o.a. de Sleedoornpage. Behoud van deze robuuste bermen en de volwassen boomstructuur is uitgangspunt. 7.2.2 Beoordeling Het te realiseren appartementengebouw past binnen de kaders zoals gesteld in het ontwikkelkader Spoorzone. Er is een boomeffectanalyse uitgevoerd. Deze is als bijlage 2 bijgevoegd. Hieruit blijkt dat één boom niet te behouden is. Deze boom zal worden gekapt en worden gecompenseerd. Verplanten is gezien de doorlooptijd van het project niet haalbaar. De overige bomen zijn wel te behouden. Hierbij worden de maatregelen uit paragraaf 4.2 en hoofdstuk 5 van de boomeffectanalyse in acht genomen bij de verdere ontwikkeling van het gebied. 7.2.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het realiseren van een appartementengebouw met 86 appartementen mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor landschap.
7.2.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp landschap geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning. 7.3
Cultuurhistorie
7.3.1
Kaders
Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels.
31/67
9 april 2025 Motivering omgevingsvergunning (Gildenhof Blok 1, Zwolle) Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij de bopa. Bij cultuurhistorie gaat het om instructieregels gericht op het behoud van cultureel erfgoed. Paragraaf 5.1.5.5 van het Bkl geeft aan dat bij een bopa rekening dient te worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Met het oog op het belang van het behoud van cultureel erfgoed worden in een bopa in ieder geval regels gesteld ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed, waarbij rekening moet worden gehouden met de in artikel 5.130 Bkl genoemde beginselen. Tevens moet rekening gehouden worden met het belang van het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Bij cultuurhistorie gaat het om instructieregels over het cultureel erfgoed. Artikel 4.12 van de verordening geeft aan dat bij een bopa rekening gehouden moet worden met de cultuurhistorische waarden die in het gebied aanwezig zijn.
Gemeente Omgevingsvisie De in Zwolle aanwezige cultuurhistorische waarden maken deel uit van het fysieke kapitaal van Zwolle, zoals beschreven in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen. Het Zwolse erfgoed met haar waardevolle gebouwen, structuren, landschappen en archeologische rijkdommen heeft naast de historische en identiteitswaarde een onderscheidende en aantrekkende kracht voor de stad. We richten ons op de instandhouding van en onderzoek naar historisch waardevolle objecten, complexen, stedenbouwkundige en landschappelijke structuren en archeologische waarden. We koesteren het Zwolse erfgoed en zetten het in als één van de leidende en inspirerend principes bij (ruimtelijke) ontwikkelingen. Belangrijk is dat de waarden van het fysiek kapitaal op een zorgvuldige wijze wordt meegewogen bij ingrepen in de fysieke leegomgeving. Daarvoor zijn spelregels vastgelegd. Vanuit cultuurhistorie zijn dat: • gemeentelijke- en rijksmonumenten zijn beschermd (ook qua instandhouding) via landelijke en gemeentelijke wet/regelgeving. Dit berschermingsregime is voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving; • benut het maatschappelijk belang van erfgoed als identiteits-, kwaliteits-, en waarde vermeerderende factor bij ingrepen in de fysieke leefomgeving.
Dit geldt ook voor niet wettelijk beschermde cultuurhistorisch waardevolle gebieden en gebouwen; • aansluitend op vorige spelregel; cultuurhistorische waarden, ook niet beschermde, vormen een inspiratiebron voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving; • het hergebruik van (cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen heeft de voorkeur boven nieuwbouw. Beleid cultuurhistorie Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Om op een goede wijze rekening te houden met het cultureel erfgoed zijn de cultuurhistorische waarden binnen de gemeente geïnventariseerd, beschreven en gekwalificeerd. Op basis hiervan is in bestemmingsplannen een beschermende regeling opgenomen voor cultuurhistorisch waardevolle objecten en structuren. Deze maken dus deel uit van het omgevingsplan.
32/67
9 april 2025 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) 7.3.2 Beoordeling Het projectgebied heeft geen cultuurhistorische waarde. De beoogde ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op cultuurhistorische waarden. 7.3.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het realiseren van een appartementengebouw met 86 appartementen mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor cultuurhistorie. 7.3.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp cultuurhistorie geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning. 7.4
Archeologie
7.4.1
Kaders
Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij de bopa. Bij archeologie gaat het om instructieregels gericht op het behoud van cultureel erfgoed. Paragraaf 5.1.5.5 van het Bkl geeft aan dat bij en bopa rekening dient te worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Met het oog op het belang van het behoud van cultureel erfgoed worden in een bopa in ieder geval regels gesteld ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed, waarbij rekening moet worden gehouden met de in artikel 5.130 Bkl genoemde beginselen. In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen in bij een bopa ook regels worden gesteld over onder andere de eisen aan onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie of aan de wijze van het verrichten van opgravingen of archeologische begeleiding van andere activiteiten die tot bodemverstoring leiden.
Uitgangspunt is dat, als regels worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek, het omgevingsplan bepaalt dat die regels niet van toepassing zijn op activiteiten met een oppervlakte van minder dan 100 m2. Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Bij archeologie gaat het om instructieregels over het cultureel erfgoed. Artikel 4.12 van de verordening geeft aan dat bij een bopa rekening gehouden moet worden met de cultuurhistorische waarden die in het gebied aanwezig zijn, waaronder archeologische vindplaatsen. Gemeente Omgevingsvisie De in Zwolle aanwezige cultuurhistorische waarden maken deel uit van het fysieke kapitaal van Zwolle, zoals beschreven in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen. Het Zwolse erfgoed met haar archeologische rijkdommen heeft naast de historische en identiteitswaarde een onderscheidende en aantrekkende kracht voor de stad. We richten ons op de instandhouding van en onderzoek naar archeologische waarden. We koesteren het Zwolse erfgoed en zetten het in als één van de leidende en inspirerend principes bij (ruimtelijke) ontwikkelingen. Belangrijk is dat de waarden van het fysiek kapitaal op een zorgvuldige wijze wordt meegewogen bij ingrepen in de fysieke leegomgeving.
Daarvoor zijn spelregels vastgelegd. Vanuit archeologie is dat:
33/67
9 april 2025 Motivering omgevingsvergunning (Gildenhof Blok 1, Zwolle) •
gemeentelijke- en rijksmonumenten en archeologie zijn beschermd (ook qua instandhouding) via landelijke en gemeentelijke wet/regelgeving. Dit beschermingsregime is voor de gemeente leidend bij ingrepen in de fysieke leefomgeving.
Beleid archeologie Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Op 18 augustus 2008 heeft de raad archeologiebeleid vastgesteld. Centraal thema is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's). Op basis hiervan is in bestemmingsplannen een beschermende regeling opgenomen. Deze maakt dus deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. De beschermende regels richten zich op activiteiten in gebieden met een archeologische waarde van 50%, 90% en 100%, welke kunnen leiden tot het verstoren van de bodem op een grotere diepte dan 0,5 meter en over een grotere oppervlakte dan 100 m². Belangrijke uitzondering is de historische binnenstad van Zwolle die onder het beschermd stadsgezicht binnen de veste valt. Hier geldt een oppervlaktegrens van 30 m2 en dieptegrens van 0.5 meter beneden het maaiveld.
Bij ontgravingen in de binnenstad Zwolle geldt voor elke ontgraving een meldingsplicht. 7.4.2 Beoordeling Voor de voorgenomen ontwikkeling is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 3 bij deze motivering gevoegd. Uit het archeologische onderzoek volgt dat geen (intacte) archeologische resten te verwachten zijn. Het uitvoeren van nader archeologisch onderzoek is daarom niet benodigd en het plangebied kan worden vrijgegeven. Deze conclusie wordt door de gemeentelijke stadsarcheoloog gedeeld. 7.4.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het realiseren van een appartementengebouw met 86 appartementen mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor archeologie. 7.4.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp archeologie geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
34/67
9 april 2025 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Hoofdstuk 8
VERDIEPING: GEZONDHEID EN VEILIGHEID
De fysieke leefomgeving heeft alles in zich om een positieve bijdrage te leveren aan gezondheid. Om dat te bewerkstellingen is in de Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen gekozen voor een brede benadering die uitgaat van beschermen, bevorderen en faciliteren van een betere gezondheid van bewoners en bezoekers van Zwolle. Er zijn meerdere aspecten die de gezondheid van mensen bepalen. In Zwolle vinden we het belangrijk dat die aspecten van betekenis zijn voor de ontwikkeling van Zwolle: 'Zwolle gezond’.
Gezondheid heeft raakvlakken met meerdere thema's, zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit en milieu. We stellen 'Zwolle gezond' centraal als leidend principe voor een toekomstbestendig Zwolle. Hiervandaan zoeken we continu naar win-win situaties. We zetten Zwolle gezond in als handvat voor afwegingen in de fysieke leefomgeving. Daarbij beschouwt Zwolle milieu als een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Milieu is een thema dat van oudsher centraal geregeld is en waarbij in de laatste decennia ook de Europese Unie een grotere rol is gaan spelen. Naast het werken binnen de nationale en Europese kaders op het gebied van milieu krijgen gemeenten ook meer eigen afwegingsruimte om te handelen. Elk gebied is anders, maatwerk en flexibiliteit is daarom nodig. Vanuit dit oogpunt hanteert de gemeente Zwolle onder andere de volgende uitgangspunten: • De door de Rijksoverheid wettelijk vastgestelde kwaliteitseisen vormen het minimale niveau voor de gemeente Zwolle. Daar waar afwegingsruimte beschikbaar is vanuit milieu, hanteren wij voornamelijk het 'ja, mits' uitgangspunt. We willen graag ontwikkelingen binnen de gemeente mogelijk maken; • De milieukwaliteit wordt per saldo behouden.
Waar nodig én mogelijk wordt de milieukwaliteit verbeterd; • Bij de bescherming en de verbetering van de milieukwaliteit zoeken naar synergie met ruimtelijke ontwikkelingen en andere beleidsvelden; • Gebiedsgericht milieubeleid: de milieukwaliteit in een gebied is passend voor de functie van dat gebied;
35/67
9 april 2025 Motivering omgevingsvergunning (Gildenhof Blok 1, Zwolle) •
Bij de bescherming en verbetering van het milieu hanteren we een ketenbenadering: aanpak bij de bron heeft in principe de voorkeur. Maatregelen in het overdrachtsgebied en bij de ontvanger worden bij de afweging over de te bereiken milieukwaliteit integraal meegewogen.
8.1
Klimaat, energie en circulariteit
8.1.1
Kaders
Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Bij klimaat, energie en circulariteit gaat het om regels over energie en afval. Afdeling 4.11 van de verordening geeft instructieregels over energie en afval. Het betreft regels gericht op een kwaliteitsimpuls bij zonnevelden, uitsluitingsgebieden voor windturbines, installaties voor onconventioneel gas (schaliegas, steenkoolgas) en opslag van radioactief afval Gemeente Omgevingsvisie Klimaatadaptie Kernopgave uit de omgevingsvisie is dat Zwolle in 2050 klimaatbestendig is ingericht en daarmee veilig voor overstromingen en aangepast aan extreem weer. Door het veranderende klimaat is dat een ambitie die impact heeft op de fysieke leefomgeving om ook in de toekomst veilig en beschermt tegen het water te kunnen wonen, ondernemen en recreëren in Zwolle. We benutten en versterken de samenhang in het watersysteem dat bestaat uit verschillende onderdelen. Ten eerste het hoofdwatersysteem met de hoofdwater-keringen en het regionale watersysteem. Ten tweede de groen- blauwe structuur in de bestaande stad met daarin ruimte voor sponswerking en het tegengaan van hittestress.
Onderling zijn de verschillende onderdelen met elkaar verbonden en vormen ze een fysieke onderlegger voor de omgevingsvisie om te komen tot een klimaatbestendig en adaptief Zwolle. De klimaatadaptatie maatregelen die onderdeel zijn van het streefbeeld groenblauwe structuur hebben als doel om schade te reduceren en meerwaarde te leveren aan een aantrekkelijk en robuust Zwolle nu en in de toekomst. Met klimaatadaptatie maken we voor de uitvoer van maatregelen koppelingen met andere opgaven waar Zwolle voor staat, zoals het vergroten van biodiversiteit, versterken van de omgevingskwaliteit en het verbeteren van de gezondheid van Zwolse inwoners. Energieneutraal Energietransitie betekent de overgang van stroom en warmte uit fossiele brandstoffen, zoals gas, kernenergie en steenkolen, naar volledig groene energie, zoals energie uit zon, wind, biomassa, de diepe ondergrond en water. De ontwikkeling naar een duurzame energievoorziening. Deze ontwikkeling kent twee sporen. Het eerste is het verminderen van het energieverbruik. Het tweede de opwekking van duurzame energie (wind, zon, aardwarmte, waterkracht). Uitgangspunt is dat bij nieuwbouwontwikkelingen en herontwikkelingen deze minimaal energie neutraal zijn en bij voorkeur 'Nul op de Meter' op gebiedsniveau. Het landelijke klimaatakkoord is de komende jaren de leidraad voor de energietransitie.
Hierin wordt richting gegeven hoe klimaatdoelen te gaan realiseren. Dit vanuit 5 verschillende invalshoeken: Industrie, Landbouw, Elektriciteit, Gebouwde omgeving en Mobiliteit. De energietransitie en de wens van de gemeente Zwolle om in 2040 energieneutraal (Zwolse coalitieakkoord 2022-2026) te zijn heeft impact op Zwolle als geheel en de omliggende regio. De voornaamste raakvlakken richten zich op de duurzame
36/67
9 april 2025 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) opwek van elektriciteit en warmte, de gebouwde omgeving en mobiliteit. De omgevingsvisie wijst onder andere kansrijke gebieden aan voor zonneparken en windmolens. Circulariteit Circulariteit betreft de circulaire economie, welke een essentieel onderdeel vormt van de duurzame ontwikkeling van de stad Zwolle. De circulaire economie is een economie waarin de waarde van grondstoffen zoveel mogelijk behouden blijft. Ook is het niet vanzelfsprekend meer dat producten worden aangeschaft en afgedankt, maar bijvoorbeeld worden gedeeld, gehuurd of geleased. Nederland wil in 2050 een circulaire economie zijn; een economie zonder afval, waarbij alles draait op herbruikbare grondstoffen. We maken de transitie van onze huidige take-make-waste, lineaire economie naar een circulaire. Voor onze eigen bedrijfsvoering en projecten waar we als opdrachtgever betrokken zijn, geldt dat we een voorbeeldfunctie willen vervullen. We willen de stad en de regio inspireren hoe de transitie naar een circulaire economie te maken. De ambities op het gebied van circulaire gebiedsontwikkeling worden in de omgevingsvisie al deels vertaald naar de ambities op het gebied van mobiliteit, energie, klimaat, water, natuur inclusief bouwen en nieuwe stedelijkheid.
Algemeen uitgangspunt voor een circulaire gebiedsontwikkeling zijn vier principes: • Reductie (verminderen van de vraag naar grondstoffen); • Synergie (het lokaal uitwisselen van stromen); • Productie en inkoop (de resterende vraag duurzaam en circulair produceren en inkopen); • Management (het monitoren van de stromen, om inzicht te krijgen in waar en wanneer er kans is voor verbetering). Circulair bouwen gaat om beschermen van grondstoffen, het beschermen van het milieu en het behouden van functionaliteit. Daarvoor zetten we de eerste stappen naar een Zwolse aanpak. Zwolle stelt een Zwolse standaard op voor het circulair bouwen van nieuwbouw, renovatie en de aanleg en beheer van de buitenruimte. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij landelijke keurmerken en regelgeving. KEC toets De Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen geeft aan dat bij nieuwe initiatieven altijd een KEC-toets wordt opgesteld. KEC staat voor klimaatadaptatie, energietransitie en circulariteit. We vinden het belangrijk dat bij elke ontwikkeling in de fysieke leefomgeving deze drie thema's integraal afgewogen worden.
Ontwikkelkader Spoorzone Klimaat In het ontwikkelkader zijn de volgende uitgangspunten op het gebied van klimaatadaptie en natuurinclusiviteit opgenomen: • Water en biodiversiteit zijn integraal onderdeel van het ontwerp van de openbare en de gebouwde ruimte • Houd water vast op de eigen plot (en gebruik dit als bron voor bewateren van groene daken en gevels, tuinen en het doorspoelen van toiletten) • Houd het water vast binnen het eigen deelgebied en infiltreer het daar door een minimum infiltratieplicht op te stellen en te werken met permeabele buitenruimte • Ontwikkel beschermingszone voor kwetsbare infrastructuur (o.a. spoorlijn/station) of maak ze overstromingsbestendig. Voer in het in geval van noodpieken af op het bestaande watersysteem en vergroot waar mogelijk het watersysteem door extra open water te maken. • Zorg voor wateropvang en verkoeling (groen daken en of gevels) op of aan of om de gebouwen. • Het watersysteem draagt bij aan de ecologische waarden en de beeldwaarde • Natuurinclusiviteit is integraal onderdeel van de opgave voor bebouwing en openbare ruimte
37/67
9 april 2025 Motivering omgevingsvergunning (Gildenhof Blok 1, Zwolle) Energie Nederland is bezig met een energietransitie waarbij energie opgewekt door fossiele bronnen steeds meer tot het verleden zal behoren en waarbij we van het gas af zullen moeten. Tegelijkertijd betekent de groei van de Spoorzone in combinatie met veranderingen in het gebruik van elektriciteit door bijvoorbeeld elektrische auto’s, dat de energievraag zal toenemen. Dit betekent dat het systeem aangepast moet worden. Hierbij geldt een aantal uitgangspunten: • Uit de eerste warmteverkenning van gemeente Zwolle is voor de Spoorzone een mix van energieconcepten in beeld gekomen: deels all-electric en deels warmtenet. Per deelgebied, en daarmee ook voor de gehele Spoorzone, wordt in samenspraak met stakeholders de optimale invulling van het energiesysteem nader uitgewerkt. Daarvoor is in Q1 2020 een verdiepende technisch / economische verkenning voor het energiesysteem uitgevoerd. • De Spoorzone wordt uiterlijk 2030 volledig ‘fossielvrij’; er wordt enkel nog gebruik gemaakt van hernieuwbare energie. • De energievraag wordt zoveel mogelijk teruggebracht door energiebesparende maatregelen. Nieuw te bouwen vastgoed in de Spoorzone is energieneutraal. • Het unieke karakter en omvang van de (te ontwikkelen) Spoorzone, biedt voor (markt)partijen unieke kansen tot participeren en experimenteren.
Het is de ambitie om het gebied te positioneren als een vooruitstrevend gebied in het testen van energie(mix) systemen; een proeftuin. Er wordt optimaal gebruik gemaakt van hernieuwbare bronnen in het gebied zelf, zoals zonne-energie. Circulariteit In de periode waarin de Spoorzone is ontstaan speelde het begrip circulariteit in gebiedsontwikkeling niet of nauwelijks een rol. Vanuit de bestaande functies in het gebied (wonen, werken en onderwijs) gaan er veel stromen door het gebied, maar zonder onderlinge verbinding. Iedere stroom lijkt letterlijk zijn eigen lineaire route te volgen. In de transformatie van de Spoorzone staat het sluiten van kringlopen centraal, met zoveel mogelijk uitwisseling van stromen en ruimte, zowel in de bouw (circulair en duurzaam bouwen) als bij het daadwerkelijk functioneren van de Spoorzone (dubbelgebruik van de ruimte, energie-, afval- en datastromen). Bodemenergieplan Spoorzone Zwolle Het project Spoorzone in Zwolle is een grote gebiedsontwikkeling met een doorlooptijd van zeker 10 jaar. Het is een kwaliteitssprong voor de stad waarbij centrumgebied en Spoorzone beter verbonden worden en een mix van wonen, werken, maakindustrie, innovatie en onderwijs het karakter van het gebied gaan bepalen. Het is een schaalsprong met kwalitatieve verstedelijking die past bij de groei van de stad.
Deze schaalsprong vraagt ook om een systeemsprong op de onderwerpen energie en mobiliteit. Het doel van dit bodemenergieplan Spoorzone voor de gemeente Zwolle is om de regie te kunnen voeren op de ambities en doelen die het stelt voor de Spoorzone. De volgende energiedoelstellingen zijn opgesteld: • Een fossielvrije energiehuishouding in 2030 (nieuw en bestaand); • Het optimaal benutten van energiebronnen in het gebied; • De Spoorzone ontwikkelt zich tot een innovatief energie-ecosysteem Het bodemenergieplan beoogd dat de bodempotentie optimaal benut wordt en het voor alle nieuwbouw ontwikkelingen in de Spoorzone mogelijk te maken om WKO-doubletten te plaatsen in het dicht bebouwde gebied. Het beschrijft de potentie, interferentiegebieden en gebruiksregels voor open en gesloten bodemenergie in de Spoorzone Zwolle. De regels zijn in dit bodemenergieplan zodanig omschreven dat het voor de particuliere kavelkoper(s), ontwikkelaar(s), aannemer(s), de gemeente Zwolle en het bevoegd gezag duidelijk is waaraan de bodemenergiesystemen moeten voldoen, voor het verkrijgen van de benodigde vergunning.
38/67
9 april 2025 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) 8.1.2 Beoordeling De volgende natuurinclusieve maatregelen getroffen: • • • •
Een insectenhotel op het dak en één op het terrein ten behoeve van insecten en vlinders; Insectenstenen in het groene dak en insectenmuren als erfafscheiding buitenruimtes van de woningen ten behoeve van insecten en vlinders Vier egelkasten en vier takkendrillen ten behoeve van de egel (als onderdeel van de omgevingsvergunning flora en fauna activiteit); Minimaal 6 huismuskasten en minimaal 9 gierzwaluwkasten.
De volgende klimaatadaptieve maatregelen worden genomen: • • •
Groenblauwe daken (mossedumdak) op de twee lagere delen van het gebouw; Aanbrengen groengevels in de plint; Gebouw 20 cm hoger aanleggen dan omliggende terrein
De volgende maatregelen in het kader van energie worden genomen: •
• • •
WKO installatie voor warmte en koude voorziening, waarbij wordt voldaan aan het Bodemenergieplan Spoorzone Zwolle. Dit wordt nog verder uitgewerkt voor de gehele gebiedsontwikkeling; Gebalanceerde ventilatie voorzien van hoog rendement warmeterugwinning; Zonnepanelen op het hoogste deel van het gebouw Compact gebouwvolume zodat er weinig warmteverlies optreedt.
Ten aanzien van circulariteit gelden de volgende uitgangspunten. Het ontwerp kenmerkt zicht door een prefab bouwsysteem met een snelle bouwtijd en minder overlast voor de omgeving. De balkons zijn voorzien van een demontabel i-click systeem, zodat deze in de toekomst ook circulair hergebruikt kunnen worden. Ook de privacyschermen en hekwerken kunnen eenvoudig gedemonteerd worden in de toekomst. In de gevel worden een aantal circulaire materialen toegepast. Het geluidsabsorberend materiaal aan de onderzijde van de balkons bestaat uit gerecycleerd glasgranulaat. De houten privacyschermen zijn biobased. In het interieur zijn de plafonds in de gangen en entreehal circulair. Hierbij worden plafondpanelen en houten latten uit oude gebouwen hergebruikt. De vinyl vloerafwerkingen van de collectieven gangen bestaan uit gerecycled kunststof. 8.1.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het realiseren van 86 sociale huurappartementen mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor klimaat, energie en circulariteit. 8.1.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp klimaat, energie en circulariteit geen aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
8.2
Water
8.2.1
Kaders
Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij de bopa. Bij water gaat het om instructieregels gericht op het beschermen van de waterbelangen.
39/67
9 april 2025 Motivering omgevingsvergunning (Gildenhof Blok 1, Zwolle) Paragraaf 5.1.3, artikel 5.37 Bkl geeft aan dat bij een bopa rekening moet worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Daarbij worden, voor een duiding van die gevolgen, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Deze paragraaf geeft verder specifieke instructieregels over onderdelen van watersystemen bij een bopa, waaronder primaire waterkeringen, grote rivieren en het IJsselmeergebied, waarbij onder andere het rivierbed en reserveringsgebieden worden aangewezen. Voor zover een bopa van toepassing is op het rivierbed van de grote rivieren, moeten bij het toelaten van activiteiten een aantal waarborgen worden opgenomen, gericht op het beschermen van de waterbelangen. Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s. Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Bij water gaat het om instructieregels over het water- en bodemsysteem, grondwaterbeschermingsgebieden en watergebiedsreserveringen. Afdeling 4.4 van de verordening geeft aan dat bij bopa’s alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt als onderbouwd is dat deze ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en het versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem.
In die onderbouwing moet bij een ontwikkeling in het landelijk gebied in ieder geval duidelijk worden gemaakt hoe de ontwikkeling bijdraagt aan het regionaal perspectief water en bodem dat op die locatie van toepassing is. Afdeling 4.8 van de verordening geeft instructieregels voor bopa’s, waarin onder andere ruimtelijke ontwikkelingen worden toegestaan, in ter bescherming van het grondwater aangewezen gebieden, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van het grondwater dat wordt gebruikt voor de bereiding van water voor menselijke consumptie. Het kan gaan om waterwingebieden, grondwaterbeschermingszones, intrekgebieden en boringsvrije zones. Afdeling 4.9 van de verordening geeft instructieregels over aangewezen watergebiedsreserveringen waarin onder andere ruimtelijke ontwikkelingen worden toegestaan. Gericht op het beperken van negatieve gevolgen van overstromingen en wateroverlast in gebieden die een verhoogd risico lopen om onder water te lopen. Het kan gaan om primaire watergebieden, waterbergingsgebeden, overstromingsrisicogebieden, en overstroombaar gebied. Waterschap Het beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027, de Kadernotitie Stedelijk Water, beleid inrichting beheer en onderhoud op maat en het Beleidskader Recreatief Medegebruik.
Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21.In 2021 is de Kadernotitie Stedelijk Water vastgesteld. Deze notitie beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied. Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van deze wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen en keringen van Waterschap Drents Overijsselse Delta is de waterschapsverordening van het waterschap Drents Overijsselse Delta van toepassing. In de waterschapsverordening zijn regels gesteld wat wel en niet mag bij o.a. watergangen, waterkeringen, kernzones en bijvoorbeeld lozingen. Gemeente Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen geeft als aandachtspunt het belang van het in stand houden van in de omgeving aanwezige waterstaatkundige functies. Paragraaf 8.1 van deze motivering geeft het kader voor water vanuit het perspectief van klimaat. Beleid water
40/67
9 april 2025 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) Gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van afvalwater, grondwater en hemelwater vastgelegd in het Gemeentelijke Riolerings Programma 2022-2026. Hier staan ook ontwerprichtlijnen in beschreven waaraan voldaan moet worden. De door de raad vastgestelde Hemelwaterverordening 2023 geeft, met het oog op het beperken van wateroverlast en het verminderen van droogteschade, regels over het afvoeren en opvangen van hemelwater bij het bouwen van een bouwwerk en bij het aanleggen of vervangen van verhard oppervlak. Deze verordening maakt deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. Ontwikkelkader Spoorzone Het watersysteem in de Spoorzone is verbonden met de watergangen in Zwolle zuid. Dit systeem is robuust en zorgt voor voldoende waterkwaliteit. Om voorbereid te zijn op klimaatverandering met heftiger piekaanvoeren, zou het systeem in de Spoorzone meer capaciteit kunnen gebruiken, zodat zware buien niet tot wateroverlast en schade leiden. Aan de Westerlaan en de Oosterlaan gaat een nieuw groenblauw netwerk voor de opvang, infiltratie en afvoer van hemelwater zorgen. Ook ter hoogte van de Deventerstraatweg is een groenblauw netwerk gepland. Een nieuwe aansluiting van dit netwerk onder het spoor door kan het water vanuit Assendorp in de watergang van Hanze Oost voeren.
Het is daarvoor wel nodig dat deze watergang verbonden wordt met het water van de Koggelaan. Om meer water op te kunnen vangen, zou bovendien de oever van de appartementen langs de Koggelaan beschermd moeten worden omdat de parkeerplaatsen en toegangen hier lager liggen. 8.2.2 Beoordeling Het projectgebied ligt niet binnen een beschermingszone van een watergang of waterkering. De bestaande watergang ten oosten van het gebouw wordt verlengd. Het gebouw wordt onderdeel van een nieuw stadspark met veel groen en weinig verharding. Regenwater kan optimaal infiltreren in de bodem of aflopen via het aflopend terrein naar de groenblauwe randen. Het gebouw wordt 20cm hoger aangelegd dan het omliggend terrein zodat er minder risico op overstroming ontstaat. Alle daken worden voorzien van waterretentie, waarbij de twee laagste daken een mossedum dak krijgen. Het gebouw wordt op het bestaande rioolsysteem aangesloten. Hemelwater Het gebouw heeft een footprint van 770 m2. Daarnaast worden en terrassen bij de woningen op de benedenverdieping gerealiseerd. De oppervlakte hiervan is circa 30 m2 (3 terrassen van circa 10 m2). Verder wordt er een geluidluwe buitenruimte (circa 350 m2 verharding) en worden er paden aangelegd (circa 650 m2 verharding). Het totale verharde oppervlak is daarmee 1.800 m2.
Dit betekent dat er op basis van een bergingsnorm van 60 liter per m2 verhard oppervlak 108 m3 aan waterberging gerealiseerd moet worden. Dit bouwplan loopt vooruit op de gebiedsontwikkeling van Gildenhof. Het plangebied van Gildenhof bedraagt meer dan 10.000 m² en zal door de groene invulling voldoende ruimte bevatten om in de waterberging te kunnen voorzien. De uitwerking van de waterberging zal onderdeel uitmaken van het ontwerp ‘inrichting openbare ruimte’ zoals deze wordt opgesteld voor de hele gebiedsontwikkeling. Op het eigen perceel moet worden voldaan voor de 20mm zoals deze gesteld staat in de Hemelwaterverordening van de Gemeente Zwolle. Voor de overige 40mm te worden geborgen, zal ook de bestaande watergang worden verbreed, waardoor in ieder geval voldaan wordt aan de benodigde waterberging voor dit concrete bouwplan. Overstromingsrisico De provincie verlangt een overstromingsrisicoparagraaf voor ruimtelijke plannen.
41/67
9 april 2025 Motivering omgevingsvergunning (Gildenhof Blok 1, Zwolle)
De ligging van Zwolle tussen de IJssel en de Vecht zorgt ervoor dat Zwolle mogelijk te maken krijgt met overstromingsrisico. Dit geldt ook voor het plangebied. Hier is een middelgrote kans (1/30 - 1/300 per jaar) dat er overstroming zal optreden. In het gebied kan het water tijdens een dergelijke overstroming van een halve meter tot een meter boven maaiveld reiken. De gebouwen in het gebied dienen rekening te houden met deze overstromingskans door tenminste +2,0 m+NAP waterbestendig te bouwen. Mogelijkheden voor gevolgbeperking zijn voornamelijk gericht op schade beperken. Vitale en kwetsbare functies kunnen in dit gebied beter op hoogte worden geplaatst zodat deze niet belast worden. Het gebouw wordt op 2 meter boven NAP gerealiseerd. Het gebouw wordt gebruikt voor reguliere bewoning. De bewoners zijn als zelfredzaam aan te merken en kunnen naar de hogere verdiepingen vluchten bij overstroming. Bewoners worden geïnformeerd over mogelijke overstromingen. 8.2.3 Conclusie Met deze omgevingsvergunning wordt het realiseren van 86 sociale huurappartementen mogelijk gemaakt. Het besluit voldoet aan de kaders voor water. 8.2.4 Uitgangspunten omgevingsvergunning Er is vanuit het onderwerp water aanleiding tot het stellen van voorschriften aan de omgevingsvergunning.
In de omgevingsvergunning moet worden opgenomen dat aan de waterbergingsnorm zoals opgenomen in artikel 5 van de hemelwaterverordening van de gemeente Zwolle moet worden voldaan.
42/67
9 april 2025 Motivering omgevingsvergunning (naam, nummer) 8.3
Bodemkwaliteit
8.3.1
Kaders
Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels. Met zo’n regel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij een bopa. Bij bodemkwaliteit gaat het om instructieregels gericht op het beschermen van de gezondheid en het milieu. Paragraaf 5.1.4.5 van het Bkl geeft aan dat een bopa waarden bevat voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Bij het vaststellen van die waarden wordt rekening gehouden met de interventiewaarden bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving. Een bopa kan per gebied of per gebruiksfunctie verschillende waarden voor de toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locaties bevatten. Een bopa kan ook hogere waarden bevatten dan de waarden, bedoeld in bijlage IIA. Een bopa bepaalt tevens dat het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie bij overschrijding van een waarde alleen is toegelaten als de in de bopa voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Provincie De Omgevingsverordening Overijssel 2024 bevat instructieregels voor bopa’s.
Met zo’n regel geeft de provincie aan welke onderwerpen bij een bopa in ieder geval aan bod moeten komen. Bij bodemkwaliteit gaat het om instructieregels over het water- en bodemsysteem en bodembescherming.. Afdeling 4.4 van de verordening geeft aan dat bij een bopa alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt als onderbouwd is dat deze ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en het versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. In die onderbouwing moet bij een ontwikkeling in het landelijk gebied in ieder geval duidelijk worden gemaakt hoe de ontwikkeling bijdraagt aan het regionaal perspectief water en bodem dat op die locatie van toepassing is. Paragraaf 4.12.2 van de verordening geeft instructieregels over bodembescherming. Gericht op een zorgvuldige aanpak van bodemverontreinigingen die risico’s opleveren voor de mens en leefomgeving; en van bodemverontreiniging in waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones. Het geeft onder andere instructieregels voor gemeenten over activiteiten met mogelijke risico’s voor de kwaliteit van het grondwater en in het bijzonder voor de kwaliteit van het grondwater in of nabij waterwingebieden en grondwaterbeschermingszones. Gemeente Omgevingsvisie Vaak door historisch gebruik en bedrijfsactiviteiten is op verschillende plekken in Zwolle de bodem verontreinigd geraakt.
Daarom hebben we de afgelopen jaren veel van deze verontreinigingen aangepakt door ze te saneren en/ of gebiedsgericht te beheren. Hierdoor zijn eventuele risico's voor mens en dier weggenomen. Nieuwe bodemverontreiniging willen we voorkomen, en als dit toch gebeurt dan moet deze verontreiniging zoveel mogelijk worden beperkt dan wel ongedaan worden gemaakt door de vervuiler. Daarnaast stimuleren we het hergebruik van grond die vrijkomt binnen de stad en geschikt is om elders toe te passen. Bodembeleid Op 9 december 2008 heeft de gemeente Zwolle een bodemfunctieklassenkaart vastgesteld, waarop voor de hele gemeente wordt aangegeven welke functie de bodem heeft of welke functie in de toekomst wordt nagestreefd. De functieklassenindeling is gebaseerd op het gebiedsgericht milieubeleid van de gemeente. De volgende functies worden onderscheiden: wonen, industrie, water, landbouw/natuur,