CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

2a voorontwerp Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie_voorontwerp

Raad Besluitvormingsronde 18 januari 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Voorontwerp parapluplan aanvulling cultuurhistorie en bp Buitengebied, Herfte Wijthmen, cultuurhistorie28.415 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie conceptvoorontwerp

nr. NL.IMRO.0193.BP20005-0002

Afdeling Ruimtelijke Planvorming Stadskantoor Lübeckplein 2 Postbus 10007 8000 GA Zwolle postbus@zwolle.nl www.zwolle.nl Opdrachtgever ZWBGE Opdrachtnemer ZWRP Publicatieversie: NL.IMRO.0193.BP20005-0002 Datum:

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

Inhoudsopgave

TOELICHTING

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldende beheersverordening

6 6 6 6

Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Ruimtelijk beleid 2.1.1 Rijksbeleid 2.1.2 Provinciaal beleid 2.1.3 Gemeentelijk beleid 2.2 Cultuurhistorisch beleid

7 7 7 7 8 12

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Cultuurhistorie 3.1.1 Huidige situatie 3.1.2 Uitgangspunt bestemmingsplan

14 14 14 14

Hoofdstuk 4 Juridische aspecten 4.1 Inleiding 4.2 Inleidende regels 4.3 Bestemmingsregels 4.4 Algemene regels 4.5 Overgangs- en slotregels 4.6 Bijlagen 4.7 Handboek

16 16 19 19 22 22 22 23

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

24 24 24

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

25

Bijlage 1

26

Cultuurhistorie buitengebied Zwolle

REGELS

83

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

84 84 100

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Natuur en landschap Tuin Horeca Gemengd - 1 Verkeer Wonen Wonen - Landhuis Leiding - Gas

102 102 108 109 111 114 116 121 124

2/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16

Leiding - Hoogspanningsverbinding Waarde - Archeologie Waarde - Cultuurhistorie -1 Waarde - Cultuurhistorie -2 Waarde - Landschap reliëf Waterstaat - Waterstaatkundige functie

126 128 130 132 134 135

Hoofdstuk 3 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22

Algemene regels Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie Algemene aanduidingsregels luchtvaartverkeerzone Anti-dubbeltelregel Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels

137 137 138 139 140 142 143

Hoofdstuk 4 Artikel 23 Artikel 24

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

144 144 146

BIJLAGEN BIJ DE REGELS

147

Bijlage 1

Beplantingskaart Gooseveldweg 8

148

Bijlage 2

Verkaveling Kiekeboslaantje

150

Bijlage 3 Lijst met cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en structuren bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen , cultuurhistorie

152

3/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

4/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

TOELICHTING

5/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op 1 juli 2015 is artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd. Daarmee dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Dit betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied en daar conclusies aan verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden. Binnen een aantal bestemmingsplannen wordt nog geen rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden door een beschermende regeling voor cultuurhistorisch waardevolle objecten op te nemen. Ondertussen is al een aantal cultuurhistorisch zeer waardevolle panden gesloopt omdat de beschermende bepalingen geen mogelijkheid boden om sloop tegen te gaan. Dit bestemmingsplan is bedoeld om de cultuurhistorie op een eenduidige manier voor het plangebied te borgen en de cultuurhistorisch waardevolle panden een betere bescherming te geven. Vooruitlopend op dit bestemmingsplan zouden de cultuurhistorisch waardevolle objecten voor dit plangebied in een voorontwerp paraplubestemmingsplan worden opgenomen. In het voorontwerp parapapuplan blijven de geldende bestemmingsplannen onverkort van kracht, ook als het parapluplan in plaats van daarvan wordt vastgesteld en rechtskracht verkrijgt.

De regels van het parapluplan zijn aanvullend op de regels van de geldende bestemmingsplannen Voor het onderhavige plangebied geldt een beheersverordening in plaats van een bestemmingsplan. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 22-1-2020, No. 201800747/1/R3, ECLI:NL:RVS:2020:217 blijkt dat een bestemmingsplan, in het onderhavige dus het paraplubestemmingsplan cultuurhistorie, en een beheersverordening niet tegelijkertijd op een gebied van toepassing kunnen zijn. Dat betekent, dat de beheersverordening in ieder geval zou zijn vervallen voor die percelen waarin het paraplubestemmingsplan "Zwolle parapluplan bouw- en cultuurhistorie" wijzigingen zou aanbrengen in de beheersverordening, wat echter niet de bedoeling is.Om die reden is dit plangebied uit het paraplubestemmingsplan gehaald en wordt er een apart bestemmingsplan gemaakt. Daarnaast zijn de percelen met een agrarische bestemming in dit plangebied niet meegenomen, omdat er dan onderzoek moet worden gedaan naar de stikstofdepositie. Gelet op het feit dat het plan slechts het toevoegen van de bestemming Waarde - Cultuurhistorie omvat en het stikstofonderzoek extra geld en tijd kost, is besloten deze percelen niet mee te nemen. Deze percelen worden ter zijner tijd meegenomen in het Omgevingsplan.

In het onderhavige bestemmingsplan worden in tegenstelling tot een paraplubestemmingsplan, de percelen volledig bestemd, waarbij de bestemming Waarde cultuurhistorie wordt toegevoegd.

1.2

Plangebied

Het plangebied wordt globaal gevormd door de buurtschappen Veldhoek, Maatgrave, Herfte alsmede het dorp Wythmen en omgeving.

1.3

Geldende beheersverordening Beheersverordening Buitengebied Herfte, Wijthmen vastgesteld door de gemeenteraad gemeenteraad op 1 juli 2013.

6/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

Hoofdstuk 2

Beleidskader

2.1

Ruimtelijk beleid

2.1.1

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (hierna: SVIR) vastgesteld. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. De SVIR geeft de ambitie aan voor Nederland in 2040. Die ambitie is vertaald in doelen voor de middellange termijn tot 2028. Uitgangspunt van de SVIR is decentraal wat kan, centraal wat moet. Bij het bepalen van wat centraal moet, zijn slechts 13 rijksbelangen omschreven. Een rijksverantwoordelijkheid is slechts dan aan de orde, als: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, of; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, of; het een onderwerp betreft dat provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Conclusie Er is bij het plan geen sprake van rijksbelangen, waardoor de conclusie is dat het plan niet in strijd is met het rijksbeleid. 2.1.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen dat gemeenten en provincies verplicht zijn om in de toelichting van een ruimtelijk besluit de zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' op te nemen, wanneer een zodanig ruimtelijk besluit een nieuwe stedelijke ontwikkeling (zie art.

1.1.1 Bro) mogelijk maakt. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk. Derhalve is de ladder van duurzame verstedelijking niet van toepassing. 2.1.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie provincie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel van 1 mei 2017 geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie is op 12 april 2017 vastgesteld en op 1 mei 2017 in werking getreden. Beleid: ‘Overijssel in 2030, daar werken we nu aan’ Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de visie wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In het uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door provinciale generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven geven richting aan waar wat ontwikkeld kan worden en de gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij de vraag hoe een initiatief ingepast kan worden . De sturingsfilosofie van de provincie is als volgt samen te vatten: als sprake is van een bepaalde ontwikkeling, dan moet eerst worden nagegaan, aan de hand van de generieke beleidsuitgangspunten die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen, of er behoefte is aan de ontwikkeling. Indien dat zo is, moet worden

7/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

nagegaan of de gekozen plek geschikt is voor het aldaar doorvoeren van de ontwikkeling. Om antwoord te kunnen geven op die laatste vraag dient de ontwikkelingsperspectievenkaart bekeken te worden. Wanneer uit die kaart blijkt dat een ontwikkeling, zoals gepland, niet in strijd is met deze kaart, kan verder worden bezien hoe de ontwikkeling vormgegeven moet worden. Hierbij heeft de provincie gekozen voor een vierlagenbenadering, in welke benadering vier kaarten/lagen worden onderscheiden. Dit zijn de natuurlijke laag, de laag van het agrarische cultuurlandschap, de stedelijke laag en de laag van de beleving. Samen met de catalogus gebiedskenmerken kan worden geconstrueerd welke kenmerken per laag van belang zijn om rekening mee te houden bij de planvorming. Conclusie Omdat dit bestemmingsplan enkel betrekking heeft op bouw-en cultuurhistorie en er geen sprake is van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, is het niet nodig om nader in te gaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken die van toepassing zijn op het plangebied. Het plan is in overeenstemming met het provinciaal beleid. 2.1.3

Gemeentelijk beleid

2.1.3.1 Structuurplan Zwolle 2020 Het structuurplan dat op 16 juni 2008 door de raad is vastgesteld geeft de gemeentelijke visie op de gewenste sociale, economische en ruimtelijke structuur in 2020 weer. Het Structuurplan verwoordt niet alleen een kwantitatieve opgave, maar heel nadrukkelijk ook een kwalitatieve opgave. De visie wordt uiteengerafeld in programma's voor de verschillende beleidsterreinen. De globale visies op de toekomstige sociale, economische en ruimtelijke structuur zijn uitgewerkt tot de kern van het structuurplan: de plankaart met een beschrijving in hoofdlijnen van de meest gewenste ontwikkelingen voor de komende vijftien jaar. De plankaart geeft zo een integraal beeld van de beoogde functies van stad en ommeland tot 2020. 2.1.3.2 (Ontwerp)Omgevingsvisie Naast het vigerende structuurplan Zwolle 2020 werkt de gemeente aan het opstellen van een omgevingsvisie ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet. In november 2017 heeft de gemeenteraad de omgevingsvisie "Mijn Zwolle van morgen deel 1" vastgesteld. Deel 1 is een document op hoofdlijnen, waarin, met aandacht voor de strategische opgaven, de verschillende ambities op integrale wijze worden samengebracht.

Het document geeft op hoofdlijnen richting aan de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in de toekomst, maar dient in een opvolgend document, omgevingsvisie deel 2, nader gebiedsgericht te worden uitgewerkt. De status van het Structuurplan 2020 vervalt pas, nadat de volledige omgevingsvisie (deel 2) is vastgesteld Op 30 juni 2020 heeft het college de Ontwerp Omgevingsvisie vastgesteld en vrij gegeven voor ter inzage legging. Naar verwachting zal de gemeenteraad eind 2020 de omgevingsvisie vaststellen. De Omgevingsvisie vervangt, nadat het definitief is vastgesteld, het structuurplan Zwolle 2020 uit 2008, Omgevingsvisie deel 1, de structuurvisie Vechtcorridor Noord uit 2013, de Visie buitengebied uit 2009 en mogelijk delen uit sectoraal beleid. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin een beeld wordt gekenschetst van een kwalitatief hoogwaardige, inclusieve en toekomstbestendige ontwikkeling van de gemeente Zwolle, met name gericht op de bestaande stad. Aan de hand van de Zwolse Kernopgaven wordt de omgevingsvisie opgebouwd. “De drager” van de gemeente is het menselijk kapitaal. Centraal staat de ambitie: Zwolle versterkt en benut het menselijk kapitaal van de stad.

8/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

De kwaliteiten op het gebied van landschap, cultuurhistorie en biodiversiteit van de bestaande stad en haar natuurlijke omgeving is een ijzersterk, bestaand “fundament” om op verder te groeien. Centraal staat de ambitie: Zwolle behoudt en versterkt haar ruimtelijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten. De fysieke stad is ons fundament. De stad Zwolle en aar natuurlijke omgeving is van grote kwaliteit, die we willen behouden en versterken. De historisch gelaagde en waardevolle stad en landschappelijke omgeving zorgt voor een sterke identiteit en een gezamenlijke trots. Er liggen maar weinig steden met al zijn voorzieningen zo mooi 'in het landschap' als de stad Zwolle. De aanwezigheid van de IJssel, verschillende weteringen, de polder Mastenbroek als onderdeel van het nationaal landschap IJsseldelta en de Vecht maken het buitengebied van Zwolle bijzonder en uniek. Een uitzonderlijke kwaliteit en kracht. Veel meer dan in andere delen van Nederland, waar de gaafheid van buitengebied nabij stedelijke gebieden al fors is aangetast. Behoud van ruimtelijke kwaliteiten, zoals landschap, cultuurhistorie en natuur, is een belangrijke ambitie voor de gemeente Zwolle. Op die manier kan de gemeente zich onderscheiden als aantrekkelijke gemeente om in te wonen, werken en recreëren.

De drager en het fundament vormen de structurele verbindingen in het 'Huis van Zwolle' te midden van de andere kernopgaven: Zwolle versterkt haar stedelijkheid, wordt nationaal en internationaal aantrekkelijker en bestendigt zo haar (economische) toppositie als regio; Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal Vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen. Dit is terug te vertalen naar de volgende afbeelding:

Versterken stedelijkheid en economie: Het toevoegen van 10.000 woningen in 10 jaar tijd (tot 2030) en dat grotendeels in de bestaande stad is de opgave waar Zwolle voor staat. Dit vraagt om een schaalsprong (compacter, intensiever) en systeemsprongen op het gebied van energie, mobiliteit en klimaat. We kiezen voor 40% suburbaan wonen,

9/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

30% groenstedelijk wonen en 30% centrumstedelijk wonen. De verdere verstedelijking vindt plaats aan de hand van ontwikkelgebieden: StadsKrans (tegen de oude binnenstad aan); StadsRuit (op afstand van de oude binnenstad, gekoppeld aan de belangrijkste OV- en autoverbindingen van de stad); StadsRand, Groene Gordel (koppeling met het Zwartewater); Stedelijke ontwikkelzones die onderling verbonden zijn via (langzaam verkeer)-routes, OV-knooppunten maar met elk een eigen identiteit, opgave, dynamiek, dichtheid en betekenis. Om de verstedelijking verder gestalte te geven kan hoogbouw een oplossing zijn. De maat en schaal van de hoogbouw is afgestemd op zijn omgeving. Aan de verdere verstedelijking liggen voorwaarden ten grondslag die te herleiden zijn naar een aantal mobiliteitsprincipes en een focus op (centrum)stedelijk wonen. De ambitie is om de (regionale) economie te versterken door: in te zetten op versterking van de stedelijke economie. Specifieke aandacht is hierbij voor het cluster rond health, maar daarnaast ook ict/e-commerce en de creatieve industrie als drager van een aantrekkelijke stad. We stimuleren innovatie en nieuwe bedrijvigheid en kijken daarbij ook naar de koppeling met maatschappelijke thema's.

Raamwerken: Om het goed ondernemen en prettig wonen in Zwolle te borgen werken we aan het behouden, beschermen en ook ontwikkelen van de Zwolse omgevingskwaliteiten. Dit doen we door het vastleggen van de belangrijkste fysieke structuren van Zwolle. We noemen dat raamwerken, het geraamte van Zwolle. De ontwikkeling van Zwolle, met onder andere woningbouw, gaat hand in hand met het behouden en versterken van die raamwerken en dus de fysieke hoofdstructuur van Zwolle.

Het fysiek kapitaal van Zwolle bestaat uit cultuurhistorie, landschap en natuur. Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van cultuurhistorie, biodiversiteit en landschap als belangrijke fysieke waarden. De waarden van het fysiek kapitaal moeten op een zorgvuldige wijze worden meegewogen bij ingrepen in de fysieke leegomgeving. Daarom zijn er een aantal spelregels opgesteld.

Binnen de raamwerken zijn verder de volgende thema's aangewezen: Klimaatadaptatie; De groen/blauwe structuur in de stad Zwolle; Een gezonde Zwolse leefomgeving (inclusief milieu); Mobiliteit: Zwolle bereikbaar en gastvrij; Zwolle als krachtige schakel in het nationale OV toekomstbeeld 2040; Verstedelijking en mobiliteit; Zwolle energieneutraal; Zwolle circulair; De ondergrond: fundament voor de ontwikkeling van Zwolle; Van openbare ruimte naar buitengeluk! Gebiedsprofielen: De gebiedsprofielen geven richting aan de toekomstige ontwikkeling van de verschillende gebieden in Zwolle. Het is een uitnodiging aan ondernemers, bewoners en andere partners om samen te werken aan een toekomstbestendig Zwolle. In de gebiedsprofielen worden de benoemde algemene opgaven, ambities

10/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

en principes op stedelijk niveau vertaald naar een strategie voor concrete gebieden. Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de bestaande kwaliteiten en waarden van het gebied, de huidige fysieke inrichting en specifieke opgaven die spelen in een gebied. De profielen beschrijven een samenhangend toekomstbeeld voor de gebieden, met aandacht voor het gewenste woonmilieu, de sociale en economische dynamiek, de ruimtelijke kwaliteit, de mate van functiemenging, het mobiliteitsbeleid, gezondheid, de mogelijkheden van vergroening en de verduurzaming van gebouwen en de openbare ruimte. De volgende gebiedsprofielen worden onderscheiden: Het Zwolse centrumgebied; Stedelijk gebied; Levendige gebieden (winkelcentra en ontmoetingsplekken); Suburbaan gebied; (Kleine) kernen in het buitengebied van Zwolle; Werkgebieden en –locaties; Stedelijk groen; Agrarisch landschap; Gemengd landelijk gebied en buurtschappen. Realisatiestrategie: In het realiseren van onze opgaven staan we niet alleen. Ons vertrekpunt is, we doen het samen, waarbij de rol van de gemeente telkens maatwerk is en zijn we iedere keer duidelijk over onze rol. Participatie is een belangrijk onderdeel van het proces om opgaven aan te pakken en bij initiatief. De omgevingsvisie is het integrale beleidskader voor de beoordeling van ruimtelijke initiatieven.

De gebiedsopgaven en de opgaven in onze raamwerken zijn daarbij leidend. De initiatieven sluiten daarop aan en leveren een kwaliteitsbijdrage aan private én publieke ruimte. Toetsing aan de ontwerp Omgevingsvisie Raamwerken

11/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

Gebiedsprofiel Het plangebied is aangemerkt als 'Gemengd Landelijk gebied' en 'Agrarisch gebied'. Het toevoegen van de bestemming Waarde cultuurhistorie is een extra bescherming van de waardevolle objecten en de passend bieden deze gebiedsprofielen. Conclusie Met dit bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het plan is in overeenstemming met het gemeentelijke structuurplan en de (ontwerp ) omgevingsvisie.

2.2

Cultuurhistorisch beleid

Cultuurhistorisch beleid Rijksbeleid Volgens artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke ordening dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Dit betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied en daar conclusies aan verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden. Gemeentelijk beleid Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwolse monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. De gemeente heeft als onderdeel van de hele inventarisatie van haar grondgebied voor dit parapluplan inventarisaties van cultuurhistorische waarden waaronder ook de bouwhistorische waarden laten uitvoeren. Binnen het parapluplan wordt rekening gehouden met de geïnventariseerde cultuurhistorische waarden door een beschermende regeling voor cultuurhistorisch waardevolle objecten op te nemen. Conclusie

12/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

Het plan is in overeenstemming met het cultuurhistorisch beleid.

13/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt het toevoegen van de cultuurhistorische waarden beschreven. De overige functies en beschrijvingen worden niet gewijzigd ten opzichte van de beheersverordening "Buitengebied - Herfte Wijthmen"

3.1

Cultuurhistorie

3.1.1

Huidige situatie

Het onderscheid tussen de cultuurhistorische waarde is gebaseerd op de cultuurhistorische onderzoeken en wordt als volgt gewaardeerd: Zeer hoge cultuurhistorische waarde: Objecten en/of ensembles, met hoge architectuurhistorische waarden: d.w.z. met een relatief hoge ontwerpkwaliteit of representatief voor een bepaalde bouwstijl, stroming, bouwperiode of typologie. Tevens kan er sprake zijn van bijzondere stedenbouwkundig-historische of landschappelijke waarden, d.w.z. als onderdelen van bijzondere complexmatige ontwikkelingen door bijvoorbeeld woningbouwcorporaties, particulieren e.d. of vanwege specifieke andere situationele aspecten (bijvoorbeeld markante hoeklocaties, focus- en oriëntatiepunten, landmarks) Deze waarde is dusdanig hoog, dat behoud (en bescherming) van deze objecten te overwegen is. Vanwege deze zeer hoge waarde is ook de authenticiteit van het gebouw van belang. Te denken valt hierbij aan het originele metselwerk van de gevels, de detaillering van de kozijnen en de oorspronkelijke dakbedekking. Het gaat hier om het uitwendige beeld, zichtbaar vanaf openbaar gebied. Om de cultuurhistorische waarden te borgen is een regeling tot voorkomen van sloop opgenomen. Sommige objecten zijn reeds als gemeentelijk of rijksmonument beschermd. Hoge cultuurhistorische waarde: Objecten en/of ensembles met architectuurhistorische waarden: d.w.z.

kenmerkend voor een bepaalde bouwstijl, stroming, bouwperiode of typologie. Tevens kan er sprake zijn van stedenbouwkundig-historische of landschappelijke waarden, d.w.z. als onderdelen van bijzondere complexmatige ontwikkelingen of vanwege specifieke situationele aspecten (bijvoorbeeld markante hoeklocaties, focus- en oriëntatiepunten, landmarks) Deze waarde is dusdanig hoog, dat behoud (en bescherming) van deze objecten te overwegen is. Vanwege dit hoge belang zijn in dit bestemmingsplan beschermende maatregelen opgenomen die het beeld vanaf openbaar gebied beschermen.

3.1.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

De aanwezige cultuurhistorische waarden van de ruimtelijke structuur en de bebouwing in het plangebied worden in de opzet van dit bestemmingsplan gerespecteerd. Zie voor de analyse en beschrijving van de cultuurhistorische waarden Bijlage 1 Cultuurhistorie buitengebied Zwolle. De bebouwing met bijbehorende erven die is gewaardeerd als van hoge cultuurhistorische waarde hebben de dubbelbestemming Waarde - cultuurhistorie -1 gekregen. De bebouwing met bijbehorende erven die is gewaardeerd als van zeer hoge cultuurhistorische waarde hebben de dubbelbestemming Waarde cultuurhistorie -2 gekregen. Deze dubbelbestemming bevat een regeling om op een passende manier rekening te houden met de cultuurhistorische waarden. Informatie over de dubbelbestemming is opgenomen

14/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

in paragraaf 4.3 Bestemmingsregels.

15/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

Hoofdstuk 4 4.1

Juridische aspecten

Inleiding

Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie.

De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Gevolgd door de volgende bijlagen: Bijlage 3 Lijst met cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en structuren bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen , cultuurhistorie Hoofdstuk 1 Inleidende regels: De inleidende regels zijn van algemene aard en bestaan uit de volgende regels: Artikel 1 Begrippen; Artikel 2 Wijze van meten.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels: Toelichting op de regels voor de enkelbestemmingen: Het gehele plangebied is onderverdeeld in enkelbestemmingen. Dit in tegenstelling tot een bestemming die andere bestemmingen als dubbelbestemming overlapt. De dubbelbestemmingen behoeven niet in het gehele plangebied voor te komen. Een enkelbestemming kan in het plangebied op één plaats, maar ook op meerdere plaatsen voorkomen. De bij deze bestemmingen behorende regels zijn per bestemming in een apart artikel ondergebracht. Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. De opbouw van een bestemmingsregel is als volgt: 1. 2. 3. 4. 5.

Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels;

16/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

6. Afwijken van de gebruiksregels; 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; 8. Wijzigingsbevoegdheid. Per bestemmingsonderdeel wordt hierna een korte toelichting wordt gegeven. 1. Bestemmingsomschrijving: In de bestemmingsomschrijving wordt een nadere omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie wordt als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid wordt aangegeven door de zin 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie in de bestemming. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel maar bevat ook inrichtingsaspecten. 2. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Bij woningen wordt een onderscheid gemaakt tussen 'hoofdgebouwen', 'bijbehorende bouwwerken' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak'. Een 'bijbehorend bouwwerk' is een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak'. Deze definitie is gelijk aan de definitie in het Besluit omgevingsrecht (Bor).

Voor de andere functies geldt dat er meestal geen sprake is van 'bijbehorende bouwwerken'. Bij deze functies wordt dan alleen gebruik gemaakt van de begrippen 'gebouwen' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde'. De maatvoering waaraan een (hoofd)gebouw, bijbehorend bouwwerk c.q. bouwwerk, geen gebouw zijnde, dient te voldoen wordt in deze regel opgenomen. De maximum goothoogte en maximum bouwhoogte worden in meters weergegeven, de dakhelling in graden. De hoogte van de gebouwen wordt op de kaart aangegeven, indien er geen uniforme hoogteregels voor de gehele bestemming van toepassing zijn. Dit wordt in de verbeelding op papier van het plan gedaan door middel van een symbool in de vorm van een rondje verdeeld in een matrix met 2 of 3 vlakken. Linksboven staat bijvoorbeeld de maximum goothoogte in meters vermeld, rechtsboven de maximum bouwhoogte in meters en onderaan staat zo nodig het maximum bebouwingspercentage aangegeven. Het symbool is gekoppeld aan het bouwvlak, of indien er geen bouwvlak aanwezig is, aan het bestemmingsvlak. 3. Nadere eisen: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder d, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen worden gesteld.

Het betreft hier nadere eisen ten behoeve van bepaalde doorgaans kwalitatief omschreven criteria, zoals stedenbouwkundig beeld, woonsituatie, en verkeersveiligheid. De nadere eisenregeling biedt de mogelijkheid om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning sturend op te treden door het stellen van nadere eisen. De criteria zijn in de bepaling van nadere eisen zelf opgenomen. De procedure voor het stellen van nadere eisen is in deze bestemmingsregels omschreven in Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 21 Algemene procedureregels. 4. Afwijken van de bouwregels: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat bij een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan kan worden afgeweken. In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan kan worden afgeweken. Een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels wordt alleen opgenomen, indien dit noodzakelijk wordt geacht in verband met het gewenste beleid en het een afwijking of verduidelijking betreft van de algemene afwijkingsregels. De criteria zijn in de afwijkingsregel zelf opgenomen. De procedure voor het afwijken van de bouwregels is omschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

17/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

5. Specifieke gebruiksregels: In artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo wordt aangegeven dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Ter verduidelijking worden in een aantal bestemmingen in de specifieke gebruiksregels specifieke vormen van gebruik met name uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan. 6. Afwijken van de gebruiksregels: Bij specifieke gebruiksregels wordt in een aantal bestemmingen een daarop gerichte afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Bij zo'n specifieke afwijkingsbevoegdheid zijn ook hier de criteria opgenomen. Ook deze afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro De procedure voor het afwijken van de gebruiksregels is omschreven in de Wabo. 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: Door het opnemen van de eis voor een omgevingsvergunning overeenkomstig artikel 2.1, eerste lid onder b, van de Wabo, kunnen specifieke inrichtingsactiviteiten aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Het betreft het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het bouwen wordt niet aangemerkt als zo'n inrichtingsactiviteit.

De eis voor een dergelijke omgevingsvergunning wordt opgenomen om extra bescherming aan een specifieke waarde van de bestemming te bieden, zoals de landschappelijke of cultuurhistorische waarde. De eis voor deze omgevingsvergunning wordt met de criteria voor vergunningverlening in de bestemmingsregel opgenomen. Dit betekent dat in die gevallen dat er gebouwd wordt, er niet ook nog een vergunning nodig is voor het uitvoeren van een werk, tenzij de (bouw)aanvraag ook ziet op het uitvoeren van werken (bijvoorbeeld het inrichten van een terrein met parkeerplaatsen). 8. Wijzigingsbevoegdheid: Het gaat hier om een specifieke op een bepaalde bestemming gerichte wijzigingsbevoegdheid als bedoel in artikel 3.6, eerste lid onder a, van de Wro. Hierin wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om de betreffende bestemming op de aangegeven punten te wijzigen. Op het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid is de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Uov) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Toelichting op de regels voor dubbelbestemmingen: Een dubbelbestemming wordt opgenomen in een bestemmingsplan wanneer er sprake is van twee functies die onafhankelijk van elkaar op dezelfde plaats voorkomen. Het opnemen van een dubbelbestemming zorgt met het oog op een specifiek belang voor bescherming van het betreffende gebied.

Het betreft in dit plan: Artikel 10 Leiding - Gas; Artikel 11 Leiding - Hoogspanningsverbinding; Artikel 12 Waarde - Archeologie Artikel 13 Waarde - Cultuurhistorie -1; Artikel 14 Waarde - Cultuurhistorie -2; Artikel 15 Waarde - Landschap reliëf Artikel 16 Waterstaat - Waterstaatkundige functie

Deze bestemmingen liggen als het ware over de reguliere (enkel)bestemmingen heen. De bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming geeft aan dat de gronden, naast de andere aan die gronden gegeven (enkel)bestemmingen, mede voor deze dubbelbestemming zijn bestemd.

18/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

De opbouw van een dubbelbestemmingregel is dezelfde als die van een (enkel)bestemmingsregel, maar alleen die regels worden ter aanvulling opgenomen die noodzakelijk zijn. De regels in de dubbelbestemming geven de verhouding van de enkelbestemming ten opzicht van de dubbelbestemming aan.

Hoofdstuk 3 Algemene regels: In de algemene regels zijn de volgende regels in onderstaande volgorde opgenomen: Artikel 19 Anti-dubbeltelregel; Artikel 20 Algemene afwijkingsregels;

Artikel 21 Algemene procedureregels.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels: In dit laatste hoofdstuk komen de overgangsregels en de slotbepaling aan de orde.

BIJLAGEN BIJ DE REGELS: Ten slotte zijn als bijlagen bij de regels gevoegd: Lijst met cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en structuren bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen , cultuurhistorie

4.2

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd. Ze zijn alfabetisch gerangschikt met uitzondering van de begrippen plan en bestemmingplan die als eerste zijn genoemd. Het doel van deze regels is om misverstanden of verschillen in interpretatie te voorkomen. Dit als aanvulling op de gevallen waarbij het woordenboek van Van Dale geen uitsluitsel geeft. Artikel 2 Wijze van meten Dit is de handleiding voor de manier van meten van diverse in het plan bepaalde maten.

4.3

Bestemmingsregels

Hierna wordt - voor zover nog nodig - een toelichting op een aantal artikelen van de bestemmingsregels gegeven: Uitgangspunten: Artikel 4 Tuin Binnen deze bestemming mogen uitsluitend overige bouwwerken als bedoeld in 1.111 worden gebouwd.

Artikel 8 Wonen Deze bestemming is bedoeld voor de eengezinshuizen. Dit zijn gebouwen, welke één woning omvatten. Uitgangspunten: Alle bestaande eengezinshuizen in het plangebied worden als zodanig bestemd.

19/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

De bestaande bebouwing wordt conform het huidige legale gebruik en volume bestemd. Indien het geldende plan ruimere mogelijkheden geeft dan er gerealiseerd zijn, wordt volgens die ruimere mogelijkheden bestemd, indien realisatie nog aanvaardbaar is qua licht- en luchttoetreding. Binnen het bouwvlak mogen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak worden gebouwd. Op het erf binnen deze bestemming, dat buiten het bouwvlak is gelegen, mogen bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak worden gebouwd, maar geen zelfstandige hoofdgebouwen, waarvan situering niet ondenkbaar wordt bij het toestaan van grotere oppervlakten. Halve meters bij hoogtebepalingen worden in het kader van de deregulering afgerond naar boven. In het kader van de deregulering mag het erf binnen deze bestemming aan de zijkant en de achterkant van het bouwvlak zonder afwijking worden bebouwd met bijbehorende bouwwerken tot maximaal 50% en 100 m². Ter wille van de openheid in het stedenbouwkundig beeld blijft het uitgangspunt waar mogelijk van toepassing om bijbehorende bouwwerken in de zijtuin achter de voorgevel van het hoofdgebouw te plaatsen. Bij de bepaling van de voorzijde wordt gekeken waar de naar de weg toegekeerde grens van een bouwvlak en de naar de weg toegekeerde grens van de gevel van een hoofdgebouw is gelegen.

Hierbij is de zijde van de hoofdtoegang van het hoofdgebouw bepalend. In de voortuinen komt de bestemming 'Tuin', waar in principe geen gebouwen en carports zijn toegestaan. Indien in de voortuinen gebouwen aanwezig zijn, wordt ter wille van de eenvoud van regeling en beheer een gebied met de bestemming 'Wonen' aangegeven dat voor 100% mag worden bebouwd. Zo nodig kunnen nadere eisen worden gesteld aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, zodat bij het ontwikkelen van ongewenste situaties nog kan worden ingegrepen. De huidige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis, die groter zijn dan de standaardregeling worden als afwijkend gebruik toegestaan. Beroep aan huis: Volgens vaste jurisprudentie moet binnen een woonbestemming ook een aan huis verbonden beroep worden toegelaten. Uit de jurisprudentie kan als enige ruimtelijk relevant criterium worden afgeleid het hebben van 'een ruimtelijke uitwerking of uitstraling, die in overeenstemming is met de woonfunctie van het betrokken perceel'. Er is in dit plan een regeling opgenomen voor het gebruik van een deel van een woning voor een aan huis verbonden beroep, zoals in de gemeente Zwolle bij deze bestemming gebruikelijk is.

De beperking van het ruimtebeslag van de woning met inbegrip van de bijgebouwen tot 30% van het vloeroppervlak van de woning (met een absoluut maximum van 50 m²) dient om het verlies of de bovenmatige aantasting van de woonfunctie of van het woonkarakter tegen te gaan. Op deze wijze wordt tevens voorkomen dat de verkeersaantrekkende werking te groot zal worden. Het verhuren of anderszins beschikbaar stellen van woonruimte aan derden voor de uitoefening van een beroep of bedrijf, hoe gering ook van omvang, is zonder meer als strijdig met de woonbestemming aan te merken. In de begrippen is een definitie opgenomen over wat onder een aan huis verbonden beroep moet worden verstaan. Het gaat om een dienstverlenend beroep. De definitie van beroep aan huis is gelijk aan de landelijk gehanteerde standaarddefinitie. Indien er personeel in dienst wordt genomen kan er eerder sprake zijn van een ruimtelijke uitwerking of uitstraling die niet met de woonfunctie in overeenstemming is. Overige bouwwerken: Bij de regeling van deze bouwwerken is geen verschil gemaakt tussen verschillende soorten bouwwerken. Elk bouwwerk dat functioneel past in de bestemming kan worden toegelaten. Volstaan is met algemene bepalingen omtrent de maximum hoogte.

Daarbij is voor erf- of perceelafscheidingen aansluiting gezocht bij het criterium voor vergunningvrij bouwen van het Bor en voor de afwijking bij het criterium van de

20/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

Bouwverordening.

Artikel 10 Leiding - Gas Deze bestemming valt samen met andere bestemmingen en wordt daarom dubbelbestemming genoemd.

Artikel 11 Leiding - Hoogspanningsverbinding Ook voor deze dubbelbestemming geldt dat bouwwerken ten behoeve van andere bestemmingen, welke met deze dubbelbestemming samenvallen uitsluitend mogen worden gebouwd met toepassing van een ontheffing. Ter bescherming van de leiding is voor het uitvoeren van een aantal werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden een omgevingsvergunningenstelsel van toepassing.

Artikel 12 Waarde - Archeologie Uitgangspunten voor deze dubbelbestemming zijn: De gebieden die volgens de gemeentelijke archeologische waarderingskaart een grote vondstkans hebben (50% of meer) zijn mede bestemd tot archeologisch waardevol gebied; Bij de regeling voor de dubbelbestemming is nauwe aansluiting gezocht bij de Wet op de archeologische monumentenzorg; Bij verstoringen in de bodem met een grotere diepte dan 0,5 meter en een grotere oppervlakte dan 100 m² zijn specifieke bouwregels en een omgevingsgunningenstelsel conform de regeling uit de Wet op de archeologische monumentenzorg van toepassing. Artikel 13 Waarde - Cultuurhistorie -1 De bebouwing die is gewaardeerd als van hoge cultuurhistorische waarde heeft de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie -1 gekregen. Bij het toepassen van deze regeling wordt beoordeeld of geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden. Per object zijn de cultuurhistorisch waardevolle elementen beschreven in de lijst van waardevolle objecten welke is opgenomen in de bijlage bij de regels Hiermee worden de cultuurhistorische waarden van de bebouwing beschermd.

Artikel 14 Waarde - Cultuurhistorie -2 De bebouwing die is gewaardeerd als van zeer hoge cultuurhistorische waarde heeft de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie -2 gekregen. Bij het toepassen van deze regeling wordt beoordeeld of geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden. Per object zijn de cultuurhistorisch waardevolle elementen beschreven in de lijst van waardevolle objecten welke is opgenomen in de bijlage bij de regels Hiermee worden de cultuurhistorische waarden van de bebouwing beschermd. Deze waarde is dusdanig hoog, dat behoud (en bescherming) van deze objecten te overwegen is. Vanwege deze zeer hoge waarde is ook de authenticiteit van het gebouw van belang. Om de cultuurhistorische waarden te borgen is een regeling tot voorkomen van sloop opgenomen.

21/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

4.4

Algemene regels

Artikel 19 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een perceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Bij een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken, indien anderszins in voldoende ruimte kan worden voorzien. Ten slotte kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken in bijzondere omstandigheden, onder andere op basis van criteria van de “Regeling Parkeernormen 2016”. Artikel 20 Algemene afwijkingsregels In deze regels is als eerste de op grond van vaste jurisprudentie vereiste algemene afwijking in de vorm van de zogenaamde 'toverformule' opgenomen. Bij een omgevingsvergunning moet van het gebruiksverbod worden afgeweken, indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Daarnaast wordt in deze regels de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde in het bestemmingsplan geregelde onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan.

Deze regels zijn niet van toepassing, indien en voor zover er specifieke in de bestemming zelf geregelde afwijkingsregels van toepassing zijn. Ten slotte zijn de criteria voor de toepassing van deze afwijkingsregels hier opgenomen. Artikel 21 Algemene procedureregels Hierin wordt de standaardprocedure bij Zwolse bestemmingsplannen voor de voorbereiding van een besluit tot het stellen van een nadere eis beschreven.

4.5

Overgangs- en slotregels

Artikel 23 Overgangsrecht Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven. Tevens is een hardheidsclausule opgenomen in de vorm van persoonsgebonden overgangsrecht op de wijze zoals door de regering bij de totstandkoming van het Bro werd aanbevolen. Artikel 24 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze regel bevat zowel de aanhalingstitel van het plan, de aanhalingstitel van de regels van het plan als de vaststellingsregel van het plan.

4.6

Bijlagen

Bijlage 1 Beplantingskaart Gooseveldweg 8 Bijlage 2 Verkaveling Kiekeboslaantje Bijlage 3 Lijst met cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en structuren bestemmingsplan Buitengebied Herfte, Wijthmen , cultuurhistorie

22/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

4.7

Handboek

Dit bestemmingsplan is vervaardigd conform de richtlijnen van het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21.

23/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Het voorliggende plan is een herziening van geldende planologische regelingen ten aanzien van de Waarde Cultuurhistorie In verband met het feit dat de gemeente binnen het plangebied geen nieuwe ontwikkelingen initieert, is het niet nodig om bij dit bestemmingsplan een exploitatieplan te voegen. Er doet zich dus ook geen mogelijkheid voor van kostenverhaal als bedoeld in afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Aangezien geen belangen bij dit plan betrokken zijn van andere instanties, zoals bijvoorbeeld de provincie en het Waterschap, is geen vooroverleg gevoerd.

24/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

BIJLAGEN BIJ DE T OELICHT ING

25/235

3 november 2020 bestemmingsplan Buitengebied - Herfte, Wijthmen, cultuurhistorie

Bijlage 1 Cultuurhistorie buitengebied Zwolle

26/235

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

Cultuurhistorische analyse van het buitengebied van de gemeente Zwolle

Inventarisatie, beschrijving en waardering van de historisch-geografisch waardevolle elementen, structuren en ensembles in het landelijke gebied van Zwolle, uitgevoerd door Lantschap in samenwerking met Bureau voor Bouwhistorie en Architectuurgeschiedenis (BBA) in Utrecht. Lantschapsstudies 101

Het onderzoek is uitgevoerd door: adviesbureau voor landschap en cultuurhistorie Herenstraat 19 4175 CC Haaften tel 0418-594141 fax 0418-594143 www.lantschap.nl

Drs. Adriaan Haartsen (Lantschap) Drs. Ben Olde Meierink (BBA) oktober 2009

1

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

Cultuurhistorische analyse van het buitengebied van de gemeente Zwolle

Inhoud 1. Inleiding 2. Het landschap van Zwolle …………………….. 3. Ontstaan van het natuurlijke landschap………….. 3.1 Pleistoceen 3.2 Holoceen 4. Bewonings- en ontginningsgeschiedenis………… 4.1 Prehistorie en Romeinse tijd 4.2 Middeleeuwen en nieuwe tijd 4.3 Recente ontwikkelingen 5. Zwolle en de landbouw……………………………... 6. Zwolle en de waterhuishouding……………………. 7. Zwolse landgoederen en buitenplaatsen…………. 8. Zwolle en de defensie………………………………. 9. Zwolle en het verkeer……………………………….. 10. Zwolse kloosters en begraafplaatsen……………. 11. Zwolle en de bedrijvigheid………………………… 12. Conclusies en aanbevelingen…………………….. Literatuur…………………………………….................. Toelichting op de bijlage………………………………..

pagina 3 pagina 4 pagina 6 pagina 6 pagina 7 pagina 10 pagina 10 pagina 11 pagina 14 pagina 17 pagina 24 pagina 30 pagina 38 pagina 40 pagina 47 pagina 49 pagina 50 pagina 56 pagina 57

Bijlage: cd-rom met excel-tabellen en achtergronddocumenten. 2

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

1. Inleiding

In opdracht van de Gemeente Zwolle is een cultuurhistorische analyse verricht van het buitengebied van de gemeente. Het onderzoek behelst het inventariseren en waarderen van de historisch geografisch waardevolle elementen, structuren en ensembles in het buitengebied van de gemeente. Doel van het onderzoek is het ruimtelijke beleid in het buitengebied mede af te stemmen op de cultuurhistorische waarden. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van bestaande gegevens, aangevuld met veldwerk. Het conceptrapport en de voorlopige aanbevelingen zijn besproken in een kennisatelier op 16 juni 2009, waaraan medewerkers van de gemeente en externe deskundigen hebben deelgenomen. Cultuurhistorische elementen en structuren zijn belangrijke aspecten van stad en landschap. Ze dragen bij aan de herkenbaarheid, ze vormen oriëntatiepunten en ze dragen ertoe bij dat bewoners en bezoekers zich met een stad of een streek kunnen identificeren. In het laatste decennium is de maatschappelijke belangstelling voor cultuurhistorie en landschap en, in het verlengde daarvan, voor de identiteit en het eigen karakter van de dagelijkse leefomgeving sterk gegroeid. Deze belangstelling heeft onder meer geleid tot de nota Belvedere, die in 1999 door het rijk is uitgebracht.

In deze nota wordt de nadruk gelegd op het tweesporenbeleid: enerzijds behoud van waardevolle cultuurhistorische aspecten, anderzijds ontwikkelingsgericht omgaan met het erfgoed. Cultuurhistorische waarden werden vroeger vooral gezien als een planologische sta-in-de-weg. Sinds het verschijnen van de nota Belvedere is echter het besef gegroeid dat het erfgoed boeiende mogelijkheden biedt voor het landschap van de toekomst. Het kan een bron van inspiratie vormen voor ruimtelijke ontwikkelingen. De inventarisatie kan een belangrijke bouwsteen zijn voor gemeentelijke (beleids)plannen, zoals het landschaps-ontwikkelingsplan en het bestemmingsplan buitengebied.

Boerderijen bij buitenplaats Arnichem.

3

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

2. Het landschap van Zwolle

De stad Zwolle ligt op een punt waar verschillende landschappen bij elkaar komen. We vinden er het rivierenlandschap van de IJssel, de Vecht en het Zwarte Water, met dijken, uiterwaarden, oude doorbraakkolken en klei- en zandputten. Langs de IJssel liggen kleine nederzettingen als Harculo, Oldeneel, Schelle en Spoolde op kleine geïsoleerde rivierduinen. Het noordwesten vormt de overgang naar het laagveenlandschap van de polder Mastenbroek, ontgonnen in de tweede helft van de veertiende eeuw. In het grootste deel van de gemeente, van Windesheim tot Langenholte, vinden we het Sallandse dekzandlandschap, met zijn dekzandruggen en grotere en kleinere laagten. Het reliëf en de bodemgesteldheid waren hier bepalend voor de inrichting van het landschap. Op de dekzandruggen ontstonden buurtschappen met kleine escomplexen zoals Wijthmen, Herfte en Langenholte. Deze hoger gelegen gronden zijn de oudst bewoonde plaatsen in het gebied. De lager gelegen broekgebieden zijn in de late middeleeuwen ontgonnen, zoals het Zuthemerbroek, het Windesheimerbroek, de polder Sekdoorn en de ‘marsen’ van Zwolle en Herfte. Ook de dorpjes langs de Vecht, Berkum, Haerst en Genne vertonen de kenmerken van esdorpen. Vanouds waren het kleine buurtschappen op geïsoleerde keileembulten, geheel omgeven door natte gebieden.

Aan de westkant ligt de Vecht met haar uiterwaarden, aan de oostkant lag een brede zone met moerassige broekbossen. Verder naar het oosten ging het broekbos geleidelijk over in hoogveen. Deze natte gebieden zijn laat ontgonnen: het Berkumerbroek, de Tolhuislanden en de Veenekampen pas in het begin van de twintigste eeuw.

De Hasselterdijk met rechts op de foto de uiterwaarden van het Zwarte Water.

Verschillende landschapsvormende factoren hebben hun stempel op dit langzaam gegroeide agrarische landschap gedrukt. Veel cultuurhistorisch waardevolle objecten in het buitengebied hebben te maken met de waterbeheersing. Toen de Zuiderzee zich na 1170 geleidelijk uitbreidde werd het nodig het gebied tegen het opdringende zeewater en het water van de IJssel, de Vecht en het Zwarte Water te beschermen. Een belangrijke gebeurtenis was de aanleg van de IJsseldijk (ook wel de Sallandse Bandijk genoemd) in het begin van de veertiende eeuw. In dezelfde tijd zijn ook maatregelen genomen

4

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

om het binnenwater te regelen, onder meer door de aanleg van de grote Sallandse weteringen. Andere belangrijke landschapsvormende processen waren de defensie, delfstofwinning (klei en zand in de uiterwaarden) en de bedrijvigheid (zoals steenfabrieken en korenmolens). Daarnaast was er een intensieve wisselwerking met de grote stad, die heeft bijgedragen tot de specifieke landschappelijke kenmerken van het gebied. Zwolle ligt op het kruispunt van land- en waterwegen, waardoor het tot een belangrijke handelsstad kon uitgroeien. Via het Zwarte Water stond de haven van de stad in verbinding met de Zuiderzee, vanaf de negentiende eeuw ook met de IJssel. Via trekvaarten in de Polder Mastenbroek kon naar Kampen, Genemuiden en Hasselt gevaren worden. Over de Vecht en de Nieuwe Wetering konden kleinere schepen van en naar het achterland varen. Belangrijke landwegen waren de weg naar Deventer en de oude Hessenweg naar Duitsland. Bij Berkum lag een brug, waar de Duitse voerlieden en hannekemaaiers de Vecht overstaken. In de tweede helft van de negentiende eeuw ontwikkelde Zwolle zich tot een belangrijk knooppunt van spoor- en tramwegen. Rondom de stad vestigden rijke inwoners zich in het buitengebied. Er lagen verschillende havezates, landgoederen en buitenplaatsen.

Sommige zijn nog aanwezig, andere geheel verdwenen of opgenomen in de sterk uitgebreide stad, zoals de vroegere buitenplaats Zandhove. Vaak zijn delen van de vroegere aanleg, in de vorm van waterpartijen, lanen en bossen, nog in het huidige landschap te herkennen.

Buitenplaats Boschwijk, ooit de woonplaats van dichter Rijnvisch Feith, heeft een fraai en goed onderhouden landschapspark.

Conclusie We kunnen stellen dat de gemeente Zwolle een groot aantal elementen van cultuurhistorische waarde herbergt. De vormgeving en inrichting van het agrarische landschap is in hoge mate bepaald door de natuurlijke terreingesteldheid. De IJssel en het Zwarte Water zijn belangrijke vormgevers van het landschap in het westen van de gemeente, in het oosten domineert het kenmerkende Sallandse landschap, met kleine esdorpen en buurtschappen, doorsneden door de Westerveldsche Aa en de Vecht. Het noordwesten van de gemeente maakt deel uit van de imposante Polder Mastenbroek.

5

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

3. Ontstaan van het natuurlijke landschap

Voor de ontwikkeling van het natuurlijke landschap zijn de geologische processen van de twee meest recente geologische perioden – het pleistoceen en het holoceen – bepalend geweest. Het holoceen, de huidige geologische periode, kenmerkt zich door veenvorming en door de afzettingen van de IJssel.

3.1 Pleistoceen Het pleistoceen is het tijdvak van de ijstijden, toen delen van ons land bedekt raakten met een dikke laag landijs en er in koude perioden dekzanden werden afgezet. Ten oosten van de gemeente, bij Lemele, begint de stuwwal van de Sallandse Heuvelrug. Deze heuvels zijn ontstaan tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien (circa 200.000 – 125.000 jaar geleden). Noord-Nederland werd toen bedekt door een enkele honderden meters dikke ijskap. Aan de randen van de ijskap gleden grote ijsmassa’s of ijstongen naar het zuiden. De ijstongen, te vergelijken met kleine, snel glijdende gletsjers, werkten als bulldozers en stuwden de zand- en grindlagen uit de bodem op tot hoge ruggen, die stuwwallen genoemd worden. Een van deze ijstongen drong het huidige IJsseldal in en vormde de Veluwe en de Sallandse Heuvels. Onder het landijs is keileem afgezet, een mengsel van leem en al dan niet vermalen zwerfstenen, die plaatselijk een dikte heeft van enkele meters. Op sommige plaatsen komt de keileemlaag aan de oppervlakte, zoals bij Arnichem en Genne. Zwerfstenen bij boerderijen zijn vaak een aanwijzing dat er keileem aan of dicht onder het oppervlak aanwezig is. Zwerfkeien bij Arnichem.

Toen het landijs ging afsmelten zijn er enkele langdurige perioden geweest waarin het smelten stagneerde en het landijs mogelijk weer iets naar het zuiden opschoof. In één van deze perioden lag het ijsfront enkele kilometers ten noorden van het huidige Vechtdal. De enorme hoeveelheden smeltwater slepen een breed dal uit aan de voet van het ijsfront: het zogeheten oerstroomdal van de Vecht. We moeten ons dit oerstroomdal voorstellen als een enkele kilometers breed dal, waarin een rivier zonder duidelijke hoofdgeul liep. De rivier bestond uit verschillende takken die zich splitsten en weer bijeenkwamen en waarbij de beddingen zich voortdurend verlegden. We noemen dit een vlechtende rivier. Het dichtstbijzijnde voorbeeld van zo’n rivier is de benedenloop van de Durance in Zuid-Frankrijk. De Vecht en de Reest liggen beide in dit oerstroomdal. Na afloop van de landijsbedekking is het brede, diepe dal opgevuld met riviersediment en dekzand. Deze ijstijd werd gevolgd door een relatief warme periode, het Eemien (circa 125.000 – 70.000 jaar geleden), waarin het klimaat te vergelijken was met dat van tegenwoordig. Tijdens de meest recente ijstijd, het Weichselien (circa 70.000 – 10.000 jaar geleden), bereikte het landijs ons land niet. Wel heerste er een zeer koud klimaat en was er een constant bevroren bodem (permafrost).

Met deze kou was er weinig begroeiing, de wind had vrij spel en in het hele land werden zandlagen afgezet, de zogenaamde dekzanden. Dit dekzand bestaat uit vlaktes, maar ook uit lage ruggen en koppen. In de omgeving van Zwolle liggen de dekzandruggen ongeveer noordwest-zuidoost, van elkaar gescheiden door dalvormige laagtes.

6

Cultuurhistorische analyse buitengebied Gemeente Zwolle _____________________________________________________________________________

Aan het eind van de laatste ijstijd is de verbinding tussen het IJsseldal en de Rijn verbroken. Tussen Zutphen en Deventer ontstond een grote dekzandrug die het hele IJsseldal afsloot. De aanvoer van water uit de Rijn stagneerde en in het dal stroomde een klein riviertje dat het water van Salland en de noordelijke Veluwe afvoerde. Aan de randen van het dal traden zandverstuivingen op. Door de wind werd zand uit de drooggevallen rivierbedding verplaatst en tot rivierduinen opgestoven. De Spoolderberg en de Schellerberg zijn voorbeelden van dergelijke rivierduinen. Ook Oldeneel ligt op zo’n rivierduin.

De Spoolderberg is een markante heuvel die zo’n tienduizend jaar geleden is ontstaan. Dit rivierduin was een belangrijke plek. Allerlei bijzondere gebeurtenissen speelden zich hier af, zoals de inhuldiging van een nieuwe landheer of de afkondiging van het Sallandse Dijkrecht.

3.2 Holoceen In het holoceen, de geologische periode die circa 10.000 jaar geleden begon, steeg de temperatuur en raakte het gebied begroeid met bos. In gebieden met een slechte afwatering ontstonden moerassen waar plantenresten zich ophoopten. In gebieden waar veel kwel optrad groeiden broekbossen waarin vooral elzen en wilgen voorkwamen. Mastenbroek was een uitgestrekt veengebied waar naderhand door de IJssel een laag rivierklei over is afgezet. Ook in het noordoosten lag een groot veengebied, waarin zich een veenlaag van enkele meters dikte gevormd heeft. Het gebied van de Veenekampen en de Tolhuislanden is de westelijke uitloper van dit veengebied dat zich uitstrekte van de Vecht tot de Dedemsvaart. In de vroege middeleeuwen werd de dekzandrug tussen Zutphen en Deventer doorbroken door het water van de Rijn. Deze rug had enkele duizenden jaren het IJsseldal geblokkeerd. De IJssel werd een van de Rijntakken en voerde zand en klei aan. De rivier meanderde door het brede dal en trad bij aanvoer van veel water snel buiten haar oevers. Hierdoor zijn langs beide zijden van de rivier lage zanderige ruggen ontstaan: de oeverwallen. Deze oeverwallen bestaan uit vrij lichte grond: zavel of 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=7952afe6-6b0a-4ee7-9764-7962e938f092