CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Trendrapportage Sociaal Domein

Raad Besluitvormingsronde 10 juli 2023, gemeente ZwolleBij agendapunt: Halfjaarrapportage Hervormingsagenda 2e helft 2022 en de Trendrapportage Sociaal Domein12.303 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

mmenselijk

gmenselijk

Zwolle

Trendrapportage Sociaal Domein 2023 Maart 2023 Trendrapportage Sociaal Domein 2022

1

mmenselijk

Samenvatting De Trendrapportage Sociaal Domein 2023 geeft een beeld van belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen die we zien en gaan zien in het sociaal domein in de komende jaren. Het doel van de Trendrapportage Sociaal Domein is dat het document bijdraagt aan het goede gesprek over en begrip voor (te maken) keuzes voor de toekomst van onze stad en van onze inwoners. We gaan in op de volgende trends en ontwikkelingen.

1. Demografische ontwikkelingen Zwolle

De bevolking van Zwolle groeit naar verwachting door naar meer dan 140.000 inwoners in 2050. Die groei vindt qua wijken vooral plaats in Stadshagen, Berkum en Assendorp. Naar leeftijd gaan we zien dat in 2035 20% van onze inwoners ouder zal zijn dan 65 jaar en 17% jonger dan 18 jaar.

2. Individualisering

Mensen bepalen in toenemende mate zelf hoe ze hun leven vorm geven. Dat zien we in verschillen in relaties, woonvormen en werk. Het aantal eenpersoonshuishoudens in Zwolle gaat naar verwachting toenemen tot 49% van het totaal aantal huishoudens in 2050. Ook neemt eenzaamheid als maatschappelijk probleem neemt toe. Zwolle springt er positief uit, we zijn een sociale(re) stad vergeleken met andere ‘100.000-plus’ gemeenten. We zien dat de mentale gezondheid bij jongeren afneemt, vooral bij meisjes. Wat betekent dit voor Zwolle? • Door individualisering is er steeds minder sprake van een uniforme groep, of standaardlevensloop. Meervoudigheid, ook in ondersteuningsbehoefte, wordt de norm. • Het wordt balanceren tussen verantwoordelijkheidsverdeling tussen inwoner, professional en gemeente. • Veranderen behoeftes vragen om een ander aanbod, andere ondersteuning in het sociaal domein.

3. Meerdelingen

We zien dat het met een groot deel van de bevolking relatief goed gaat, maar dat er ook mensen in zorgelijke omstandigheden verkeren door lage inkomens, tijdelijke banen, moeilijke relaties, weinig sociale zekerheid. Dat groepen langs elkaar heen leven in gescheiden en naar binnen gekeerde leefwerelden. We zien verschillen in opleidingsniveau, inkomen en vermogen, toegang tot zorg en gezondheid. Ook is er verdeeldheid in relatie tussen burger en overheid. Wat betekent dit voor Zwolle? • Het borgen van bestaanszekerheid voorkomt geldzorgen en stress. • Aandacht voor makkelijk en gezond leven zorgt voor vitale inwoners.

• Drempels wegnemen zorgt voor meer kansengelijkheid. • Samenwerken met partners en inwoners draagt bij aan een sterke sociale basis.

4. Zelfstandig wonen

We zien dat mensen ge- en ongewenst langer thuis wonen. Langer zelfstandig, omdat ze thuis passende zorg en ondersteuning krijgen en niet naar een instelling verhuizen. Dit geldt voor ouderen, psychisch kwetsbaren, mensen met een (licht) verstandelijke beperking en voor jongeren en hun ouders als er opvoed- en opgroeiproblemen zijn. Ook zien we steeds meer groepen die ongewenst langer of eerder thuis wonen. Bijvoorbeeld als mensen na een verblijf in een instelling of ziekenhuis, zo snel mogelijk thuis revalideren, herstellen of re-integreren. Maar ook jongeren of stellen die willen scheiden, wonen door krapte op de woningmarkt en flexibilisering van de huur markt vaak langer ongewenst (samen) thuis. Vluchtelingen en Oekraïners wonen ongewenst niet zelfstandig. Wat betekent dit voor Zwolle? • Er zijn meer (passende) woningen nodig voor deze inwoners. • Er is meer aandacht nodig voor de leefbaarheid in buurten of voor draagkracht-draaglast in buurten en wijken. • Zelfstandig wonen vraagt om een passend aanbod van activiteiten en meer inzet van vrijwilligers en mantelzorgers.

5. Grillige economie en arbeidsmarkt

Er zijn momenteel veel factoren die de economische vooruitzichten onzeker en grillig maken. Denk daarbij aan de stikstofcrisis, tekort aan grondstoffen, stijgende prijzen, klimaatverandering, geopolitieke spanningen, etc. We zien dat de beroepsbevolking gaat krimpen. Wat betekent dit voor Zwolle? • We verwachten capaciteitsproblemen bij het bieden van ondersteuning in het sociaal domein. • Toekomstige lange termijn ontwikkelingen op het terrein van economie, arbeid en inkomen zijn moeilijk te voorspellen • Dit bevordert het zoeken naar creatieve en integrale oplossingen.

Sociaal domein

Het sociaal domein biedt een sterke sociale basis met welzijn, culturele en sportieve voorzieningen voor iedereen, zodat inwoners gezond en vitaal kunnen zijn, sociale contacten en een zinvolle dagbesteding hebben en iedereen gelijke kansen krijgt. Ook bieden we passende zorg en ondersteuning dichtbij aan 14.520 inwoners, zoals thuisondersteuning, Wmo vervoer of een uitkering. Bovendien bieden we opvang en bescherming: denk aan jeugdzorg, beschermd wonen en dak- en thuislozen.

mmenselijk

1 Inleiding 5 2 Sociaal domein 7 2.1 Een sterke sociale basis 7 2.2 Passende zorg dichtbij 7 2.3 Opvang en bescherming 8 2.4 Toekomstige ondersteuning in het sociaal domein 8

3 Demografische ontwikkelingen Zwolle 3.1 Bevolkingsgroei Zwolle zet door naar meer dan 140.000 inwoners 3.2 Prognose aantal inwoners naar wijk 3.3 Prognose Zwolse bevolking naar leeftijdscategorie 3.4 Prognose Zwolse bevolking naar huishoudtype

11 11 11 11 13

4 Individualisering 15

4.1 Wat is het? 15 4.2 Wat zien we, wat gaan we zien? 15 4.2.1 We zien meer eenpersoonshuishoudens: In 2050 zijn eenpersoonshuishoudens de grootste groep huishoudens 15 4.2.2 Eenzaamheid als maatschappelijk probleem neemt toe 17 4.2.3 Zwolle springt er positief uit, we zijn een sociale(re) stad 18 4.2.4 We zien dat de mentale gezondheid jongeren afneemt, vooral bij meisjes 18 4.3 Wat betekent dit voor Zwolle? 19 4.3.1 Meervoudigheid wordt de norm 19 4.3.2 Het wordt balanceren tussen verantwoordelijkheidsverdeling inwoner, professional, gemeente 19 4.3.3 Veranderende behoeftes vragen een ander aanbod, andere ondersteuning in het sociaal domein 19

5 Meerdeling 21 5.1 Wat is het? 21 5.2 Wat zien we, wat gaan we zien? 21 5.2.1 Tweedeling in opleidingsniveau 21 5.2.2 Tweedeling in inkomen en vermogen 22 5.2.3 Tweedeling in zorg en gezondheid 22 5.2.4 Verdeeldheid in relatie tussen burger en overheid 22 5.3 Wat betekent dit voor Zwolle? 22 5.3.1 Herstellen van bestaanszekerheid voorkomt geldzorgen en stress 22 5.3.2 Gezond leven makkelijker maken, zorgt voor vitale inwoners 23

5.3.3 Focus op kansengelijkheid 23 5.3.4 Samenwerken met partners en inwoners draagt bij aan een sterke sociale basis 23

6 Zelfstandig wonen 25

6.1 Wat is het? 25 6.2 Wat zien we, wat gaan we zien? 25 6.2.1 Er zijn meer locaties nodig om beschermd thuis plekken te creëren (in Zwolle of de regio) voor psychisch kwetsbaren 25 6.2.2 Jeugdhulp en zelfstandig of thuis wonen 25 6.2.3 Senioren langer thuis wonen 25 6.2.4 GGZ meer thuisbehandeling/kortere opname 26 6.2.5 Niet zelfstandig wonen 26 6.2.6 Ongewenst niet thuis 26 6.3 W  at betekent dit voor Zwolle? 26 6.3.1 Er zijn meer ( passende ) woningen nodig 26 6.3.2 Er is meer aandacht nodig voor de leefbaarheid in buurten of voor draagkracht-draaglast in buurten en wijken 27 6.3.3 Beroep op inzet van vrijwilligers bij het bieden van sociale contacten en daginvulling zal toenemen 27 6.3.4 Werk samen vanuit behoefte van inwoner 27

7 Grillige economie en arbeidsmarkt

29 7.1 Wat is het? 29 7.2 Wat zien we? Wat gaan we zien 29 7.2.1 We zien dat de beroepsbevolking gaat krimpen 29 7.2.2 Diversiteit op de arbeidsmarkt neemt toe 29 7.2.3 Grillige woningmarkt, in koop en huur 29 7.3 Wat betekent dit voor Zwolle? 29 7.3.1 We verwachten capaciteitsproblemen bij het bieden van ondersteuning in het sociaal domein 29 7.3.2 Krapte op de arbeidsmarkt en re-integratieondersteuning 30 7.3.3 Toekomstige lange termijn ontwikkelingen op het terrein van economie, arbeid en inkomen zijn moeilijk te voorspellen 30 7.3.4 De grilligheid blijkt het zoeken naar creatieve en integrale oplossingen te bevorderen 30

8 Verantwoording 31

Trendrapportage Sociaal Domein 2023

3

mmenselijk

Inleiding Trendrapportage Sociaal Domein 2023

4

mmenselijk

1. Inleiding Deze Trendrapportage Sociaal Domein 2023 geeft een beeld van belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen die we zien en gaan zien in het sociaal domein in de komende 4 tot 10 jaar. Ook gaan we kort in op wat dat kan betekenen voor Zwolle. Het doel van de Trendrapportage Sociaal domein is dat het document bijdraagt aan het goede gesprek over en begrip voor (te maken) keuzes voor de toekomst van onze stad en van onze inwoners. Met de Trendrapportage Sociaal domein kunnen college en raad bij de Perspectiefnota onderbouwde keuzes maken om inwoners de passende ondersteuning te kunnen blijven bieden, om de doelen uit het coalitieakkoord te behalen en de menselijke maat niet uit het oog te verliezen. We schetsen een beperkt aantal trends en ontwikkelingen. We gaan in op maatschappelijke en demografische trends en ontwikkelingen. Ook wordt stilgestaan bij een aantal thema’s dat invloed heeft op deze trends. Denk daarbij aan de invloed van de energie-, klimaat- en woningcrisis, digitalisering en de onrust in de samenleving. We hebben gekozen voor trends en ontwikkelingen waarvan wij de meeste invloed zien of verwachten op onze stad en inwoners en het sociaal domein. Hoewel we langer vooruitkijken en trends niet snel wisselen, blijft de rapportage een momentopname.

We hebben gezien dat nieuwe ontwikkelingen, zoals COVID-19 en de oorlog in Oekraïne grote gevolgen kunnen hebben. Over twee jaar, in aanloop naar de Perspectiefnota, kunnen we de Trendrapportage bijstellen als dat nodig is.

In 2020 is een eerste Trendrapportage opgesteld, toen nog als Trendrapportage Sociale basis. Dit keer is de Trendrapportage verbreed naar het sociaal domein. De ondersteuning in het sociaal domein met zowel algemene en collectieve voorzieningen in de sociale basis enerzijds en individuele maatwerkvoorzieningen anderzijds, is immers niet los van elkaar te zien en worden door dezelfde ontwikkelingen beïnvloed. De rapportage is samengesteld met input van medewerkers sociaal wijkteam, inkomensondersteuning, maatschappelijke ontwikkeling en een aantal partners.

Leeswijzer

In de rapportage wordt, naast demografische ontwikkelingen in Zwolle, ingegaan op 4 grote trends en ontwikkelingen. • Individualisering; • Zelfstandig wonen; • Meerdeling in de maatschappij; • Grillige economie en arbeidsmarkt. Daarbij wordt per trend een beschrijving gegeven van wat we zien of verwachten te gaan zien in Zwolle als gevolg van deze trend.

We hopen met deze versimpelde weergave een leesbaar en zo compleet mogelijk overzicht te geven. We schetsen belangrijke trends en ontwikkelingen maar gaan niet in op keuzes. Dat zijn vaak politieke keuzes, die maken college en raad.

Trendrapportage Sociaal Domein 2023

5

mmenselijk

Sociaal domein Trendrapportage Sociaal Domein 2023

6

mmenselijk

2. Sociaal domein Sinds de decentralisaties van de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wmo spreken we over het sociaal domein. Het Rijk heeft deze wettelijke taken overgedragen naar de lokale overheden om te zorgen voor een sterke, gezonde en inclusieve samenleving en passende individuele ondersteuning voor inwoners op het gebied van zorg, participatie, zelfredzaamheid, werk en jeugdhulp, asiel, onderwijs en maatschappelijke ondersteuning. Het sociaal domein is dus een breed terrein. Qua inhoud: bijna iedere Zwollenaar krijgt in zijn leven wel eens met ondersteuning vanuit het sociaal domein te maken. Qua financiën beslaat het meer dan de helft van de gemeentelijke begroting. Om ook in de toekomst ondersteuning te kunnen blijven bieden, heeft de raad een Hervormingsagenda vastgesteld. Daarmee maken we de beweging van zware vormen van ondersteuning naar lichtere vormen van ondersteuning aan de hand van de volgende uitgangspunten: • Van apart > naar gewoon • Van deelprobleem > naar totaaloplossing • Van zorgen voor > naar zorgen dat • Van individuele zorg > naar samenbrengen van vragen.

Met de gewenste verandering vanuit de Hervormingsagenda realiseren we dat inwoners passende ondersteuning zoveel mogelijk in het gewone leven krijgen, zodat maatschappelijke participatie mogelijk blijft, we inwoners bestaanszekerheid bieden, we gelijke kansen creëren en inwoners zoveel mogelijk vitaal en gezond kunnen zijn. Dat doen we op drie manieren: met een sterke sociale basis voor iedereen toegankelijk, met passende ondersteuning wanneer nodig en met opvang en bescherming als dat noodzakelijk is.

2.1 Een sterke sociale basis

Met gemeentelijke inzet in programma 1 van de gemeentebegroting versterken we de sociale basis. Die basis begint in de eigen omgeving van de inwoner. Daar ontmoet hij familie, vrienden en buurtgenoten. Elkaar ontmoeten verrijkt het dagelijks leven. Maar een sterk sociaal netwerk maakt het ook makkelijker om elkaar te helpen of om hulp te vragen aan mensen die je kent, informele zorg. We zetten in op zelfredzaamheid en stimuleren dat inwoners elkaar ontmoeten. Dit doen we met algemene, vrij toegankelijke voorzieningen voor iedereen.

Denk hierbij aan buurthuizen, welzijnswerkers, een vrijwilligerssteunpunt, mantelzorgondersteuning, peuteropvang en jeugdgezondheidszorg. Maar ook aan sportverenigingen en publieke gezondheid. Naast het sociale netwerk zijn namelijk ook een gezonde leefstijl en vitaliteit belangrijk. We stimuleren dat inwoners sporten en bewegen. Dat leidt tot een betere gezondheid van onze inwoners, meer sociale contacten en meer zelfvertrouwen. Bij jongeren vergroot het de kans op betere schoolprestaties en helpt het bij de vermindering van probleemgedrag. Ook voor senioren is gezondheid en vitaliteit belangrijk. We bieden ze verschillende mogelijkheden om vitaal en waardig ouder te kunnen worden. Naast sociale contacten en daginvulling en vitale en gezonde inwoners richt de sociale basis zich ook op het bevorderen van gelijke kansen. Voorbeeld hiervan is het onderwijskansenbeleid, waarin bijvoorbeeld met peuteropvang en leesbevordering ingezet wordt op gelijke kansen in het opgroeien. We willen schooluitval voorkomen. Het tegengaan van armoede is belangrijk bij het vergroten van kansengelijkheid. Met financiële ondersteuning kunnen kinderen en volwassenen meedoen aan sportieve, culturele en welzijnsactiviteiten in de stad. Ook zetten we in op het bevorderen van diversiteit en inclusie.

Denk hierbij aan het beter toegankelijk maken van voorzieningen voor inwoners met een beperking, het tegengaan van discriminatie en de Regenboogagenda.

2.2 Passende zorg dichtbij

De meeste inwoners redden zich zelfstandig en met ondersteuning uit de sociale basis. Een deel van de inwoners heeft ook individuele ondersteuning en/of zorg nodig. Daarover gaat programma 2. Het gaat dan om (ambulante) ondersteuning vanuit wettelijke taken die bij de gemeente belegd zijn: de Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet en de Participatiewet. Ruim 80% van de huishoudens in Zwolle redt zich zonder voorzieningen uit het sociaal domein, 18,1% doet wel een beroep op ondersteuning (waarstaatjegemeente.nl). Vaak biedt het sociaal wijkteam ondersteuning, bijvoorbeeld met (het regelen van) begeleiding bij opvoedproblemen, bij het vinden van goede scholing of betaald werk. Voor sommige inwoners is de afstand tot de arbeidsmarkt te groot. We vinden het belangrijk dat zij evengoed op een andere manier kunnen meedoen en willen armoede voorkomen. Samen met partners in de stad zorgen we dat er voor deze inwoners meer mogelijkheden komen om sociale contacten en daginvulling te hebben. Ook is er inkomensondersteuning aan Zwollenaren als ze niet in hun eigen onderhoud kunnen voorzien en hun bestaanszekerheid onder druk komt te staan. We helpen hen, maar ook ondernemers, werkzoekenden en werkgevers.

Trendrapportage Sociaal Domein 2023

7

mmenselijk

Er zijn in Zwolle 14.520 cliënten met een maatwerkvoorziening. De meeste inwoners hebben op 1 vlak ondersteuning nodig. Ondersteuning vanuit de Wmo, waarbij het gaat om thuisondersteuning zoals begeleiding, huishoudelijke hulp of vervoer, komt het meest voor, (5.660 cliënten). 3925 cliënten ontvangen een bijstandsuitkering of andere ondersteuning vanuit de Participatiewet. 3.380 jeugdigen ontvangen ondersteuning bij opgroeien en opvoeden. Soms hebben mensen op meerdere vlakken ondersteuning nodig. Zo ontvangen 1425 inwoners ondersteuning vanuit de Wmo en de Participatiewet. Dit betreft bijvoorbeeld inwoners die (nog niet) zelf in hun kosten van levensonderhoud kunnen voorzien, door psychische of lichamelijke klachten en hulp krijgen bij hun huishouden, hun dagritme en begeleiding bij sociale contacten en daginvulling, bij sportieve, culturele of welzijnsactiviteiten of begeleiding naar stages of werk. Figuur 2.1: Stapeling in huishoudens per aantal voorzieningen

2.3 Opvang en bescherming

Sommige inwoners hebben in ernstige gevallen behoefte aan opvang en bescherming. Dat geldt voor specifieke groepen. • In sommige gevallen kunnen kinderen niet opgroeien in een veilige omgeving, door wat voor omstandigheden dan ook. Als het niet lukt op vrijwillige basis de situatie te verbeteren, benutten wij de wettelijke mogelijkheden om te realiseren dat een kind veilig is. • We pakken de situatie van huiselijk geweld zo vroeg mogelijk aan en werken toe naar veiligheid en duurzaam herstel. • We bieden een beter toekomstperspectief aan inwoners na detentie en jongeren die in aanraking zijn gekomen met justitie en verminderen daarmee recidive (herhaling/ terugval). • We bieden (tijdelijk) onderdak en begeleiding voor personen die feitelijk of residentieel dakloos (deze mensen staan ingeschreven bij een instelling voor maatschappelijke opvang) zijn geraakt. We bieden (tijdelijk) beschermd wonen (met begeleiding en toezicht) aan personen met psychische en/of psychosociale problemen op grond van de Wet verplichte ggz.

2.4 Toekomstige ondersteuning in het sociaal domein

De opsomming hierboven laat zien hoe breed het sociaal domein is. Het is een theoretische opsomming. In de praktijk, in het dagelijks leven, zijn er geen categorieën en is het leven van een inwoner veelzijdig. De behoefte aan ondersteuning is vaak een complex geheel. Het idee achter decentralisatie is dat gemeentes dichter bij inwoners staan en beter de ondersteuningsbehoefte in beeld hebben. Het waren hoge verwachtingen, die in de praktijk voor gemeentes niet eenvoudig te realiseren zijn. Lokale kracht is er zeker, maar tegelijkertijd blijken uitgangspunten van de decentralisaties, zoals over eigen kracht en hulp vanuit het eigen netwerk, niet reëel (Kromhout et al. 2020). Ondersteuningsbehoeftes van de inwoners worden beïnvloed door maatschappelijke en demografische ontwikkelingen en anno nu ook zeker door de gevolgen van corona en de lockdown. De gevolgen zullen merkbaar zijn in het sociaal domein en het beroep op ondersteuning zal groter worden.

Bron: VNG Waarstaatjegemeente

Ondersteuning vanuit het sociaal domein vindt plaats in een complex veld. Een complex veld door veel spelers met verschillende rollen: inwoners, als individu, maar ook in hun familie, buren en vrijwilligersnetwerken, zorg en welzijnsinstellingen, scholen en werkgevers. Een complex veld op het snijveld van wetten. Naast de drie decentralisatie wetten die naar de gemeente zijn gegaan, spelen ook ontwikkelingen in andere wetten, zoals de wet langdurige zorg, de zorgverzekeringswet en de woningwet een grote rol.

Trendrapportage Sociaal Domein 2023

8

mmenselijk

Daarbij wordt op meerdere vlakken uitgegaan van (meer) inzet op informele hulp (TK, 2021/2022). Maar het aandeel mensen dat vindt dat mensen vanwege hun ziekte of beperking de hulp die ze nodig hebben zoveel mogelijk van familie, vrienden of buren moet krijgen, is gedaald (De Boer et al. 2020a). De uitdaging voor raad en college, inwoners en professionals is om ondanks en dankzij dit systeem met passende ondersteuning in het sociaal domein het dagelijks leven van Zwollenaren, en met name van mensen in kwetsbare posities, positief te beïnvloeden, zodat we bestaanszekerheid bieden aan onze inwoners, gelijke kansen creëren en inwoners zoveel mogelijk vitaal en gezond kunnen zijn.

Trendrapportage Sociaal Domein 2023

9

mmenselijk

Demografische ontwikkelingen Zwolle Trendrapportage Sociaal Domein 2023

10

mmenselijk

3. Demografische ontwikkelingen Zwolle In dit hoofdstuk gaan we in op een aantal demografische ontwikkelingen in Zwolle. Hiermee wordt een beeld geschetst van de verwachte samenstelling van de Zwolse bevolking in de toekomst.

3.1 Bevolkingsgroei Zwolle zet door naar meer dan 140.000 inwoners

In de afgelopen decennia is de bevolking van Zwolle blijven stijgen en dit zal naar verwachting doorzetten. Op 1 januari 2022 bestond de bevolking van Zwolle uit 130.666 inwoners. Uit de prognose blijkt dat er in 2035 ruim 13.000 inwoners bij zullen komen (zie Figuur 3.1). Het grootste deel van deze groei kan worden verklaard doordat er meer mensen immigreren dan emigreren en er jaarlijks meer kinderen geboren worden dan dat er mensen overlijden. Een andere verklaring voor de bevolkingsgroei is de stijgende levensduur. Het CBS verwacht in 2060 een levensverwachting van 86,3 jaar voor mannen en 90,0 jaar voor vrouwen. Een laatste reden voor de groei in Zwolle is dat bijna drie kwart van de nationale groei terecht komt in grote tot middelgrote steden.

3.2 Prognose aantal inwoners naar wijk

De bevolkingsgroei zal zich naar verwachting het sterkst voordoen in de wijken Stadshagen, Berkum en Assendorp (zie Figuur 3.2). De groei doet zich in deze wijken vooral voor bij bewoners tussen de 25 en 39 jaar. In Ittersum en Schelle (beide wijken in Zwolle-Zuid) wordt juist de grootste krimp verwacht. In deze wijken daalt het aantal bewoners die jonger zijn dan 65, terwijl het aandeel inwoners dat 65 jaar en ouders is gelijk blijft of zal stijgen. Deze wijken zullen dus naar verwachting vergrijzen. De prognose is mede gebaseerd op de woningbouwplannen van de gemeente Zwolle. Figuur 3.2 Verwachte groei in aantal inwoners per wijk tussen 2020 en 2035

Figuur 3.1 Ontwikkeling en prognose aantal inwoners Zwolle

Bron: Gemeente Zwolle, Bevolkingsprognose Pronexus 2020

3.3 Prognose Zwolse bevolking naar leeftijdscategorie

Bron: Gemeente Zwolle, Bevolkingsprognose Pronexus 2020

Wanneer we inzoomen op verschillende leeftijdscategorieën, valt het op dat er in 2035 naar verhouding meer inwoners van 65 jaar en ouder in Zwolle zullen wonen. In 2020 was nog 16% van de Zwolse bevolking 65+, terwijl dit in 2035 naar verwachting 20% zal zijn (zie Figuur 3.3). Het aandeel kinderen en jongeren tussen de 4 en 18 jaar wordt waarschijnlijk kleiner (17% in 2020 versus 14% in 2035). Deze verschuivingen zien we in heel Nederland. Dit heeft te maken met de vergrijzing van de Nederlandse bevolking; de Nederlandse bevolking wordt steeds ouder. Dat komt doordat de levensverwachting stijgt door verbeterde medische kennis, technologie, voeding en hygiëne.

Trendrapportage Sociaal Domein 2023

11

mmenselijk

Figuur 3.3 P  rognose Zwolse bevolking naar leeftijdscategorie

Figuur 3.4 Prognose Zwolse bevolking naar leeftijdscategorie en geslacht

Bron: Gemeente Zwolle, Bevolkingsprognose Pronexus 2020

Naar verwachting zullen er geen grote verschuivingen plaatsvinden in de man/vrouw verhouding van de Zwolse bevolking in 2050 (zie Figuur 3.4). We zien wel dat tussen 2025 en 2050 het aandeel mannen wat zal stijgen (en het aandeel vrouwen wat zal dalen), maar dit zien we niet bij de leeftijdscategorieën tussen de 50 en 80 jaar. Bij de 80+ leeftijdscategorieën wordt tussen 2025 en 2050 ook een stijging in het aandeel mannen verwacht, maar desalniettemin zijn vrouwen boven de 70 gemiddeld nog steeds (ruim) oververtegenwoordigd in vergelijking met mannen.

Bron: CBS, Regionale prognose 2021

Trendrapportage Sociaal Domein 2023

12

mmenselijk

3.4 Prognose Zwolse bevolking naar huishoudtype

Volgens de prognose van het CBS gaan eenpersoonshuishoudens in Zwolle toenemen (zie Figuur 3.5). In 2025 zal 44% van het totaal aantal huishoudens uit eenpersoonshuishoudens bestaan, terwijl dit in 2050 naar verwachting 49% zal zijn. Het aandeel huishoudens dat uit twee personen bestaat die samen een paar vormen gaat naar verwachting juist afnemen. Het aandeel eenouderhuishoudens blijft volgens de prognose van het CBS gelijk. Figuur 3.5 Prognose Zwolse bevolking naar huishoudtype*

Bron: CBS, Regionale prognose 2021

*Definities CBS: • Eenpersoonshuishouden: huishouden bestaande uit één persoon • Eenouderhuishouden: huishouden bestaande uit één ouder met één of meer thuiswonende kinderen (ongeacht leeftijd) • Paar: huishouden bestaande uit twee personen die samen een paar vormen en uit eventueel één of meer thuiswonende kinderen (ongeacht leeftijd)

Trendrapportage Sociaal Domein 2023

13

mmenselijk

Individualisering Trendrapportage Sociaal Domein 2023

14

mmenselijk

4. Individualisering

gaat stijgen, is het interessant om dieper op deze groep in te zoomen. Dat is mogelijk met behulp van de resultaten van het Zwolse Buurt-voor-Buurt onderzoek 2022.

4.1 Wat is het?

Allereerst is gekeken of eenpersoonshuishoudens (in het Buurt-voor Buurt onderzoek wordt van ‘alleenwonenden’ gesproken) naar verhouding eenzamer zijn dan andere typen huishoudens. De mate van eenzaamheid is vastgesteld door gebruik te maken de eenzaamheidsschaal van De Jong-Gierveld en Kamphuis. Bij deze methode wordt via elf stellingen de mate van eenzaamheid van (groepen) inwoners in kaart gebracht. De definitie van eenzaamheid is hierbij: het subjectief ervaren van een onplezierig of ontoelaatbaar gemis aan (kwaliteit) van bepaalde relaties.

Individualisering heeft grote invloed op ons dagelijks leven: Flexibel leven manifesteert zich in relaties, woonvormen en werk (prof. Dr. Jan Latten). Mensen bepalen in toenemende mate zelf hoe ze hun leven vorm geven. De afgelopen decennia is er steeds minder invloed van traditionele instituties zoals huwelijk, kerk en politieke stromingen op persoonlijke levens. Er is meer persoonlijke keuzevrijheid om je leven in te richten. Er is steeds minder standaard in levensloop dus in relatie, woonvormen en werk. Ook de verbanden tussen een individu en een groep veranderen: er is (gevoel van) minder samenhang, mensen zijn minder vaak lid van een kerk of van een sportieve, culturele of welzijnsvereniging. Iedereen heeft de vrijheid om zelf een eigen netwerk te kiezen. We zien dat contacten daardoor met gelijkgezinden zijn, dus vooral binnen groepen. Digitalisering versterkt dit: je kunt nu wereldwijd contact hebben met gelijkgezinden en steeds minder contact met mensen die anders denken. Werken is door digitalisering ook individueler geworden. Sommige mensen kunnen tijd en plaatsonafhankelijk werken, anderen werken als ZZP-er niet meer als werknemer bij een bedrijf.

In figuur 4.1 is te zien dat alleenwonenden het meest eenzaam zijn in vergelijking met andere huishoudtypes: 53% van bewoners uit dit soort huishoudens is matig tot sterk eenzaam. Figuur 4.1: Mate van eenzaamheid naar huishoudtype

Individualisering leidt naast minder gevoel van samenhang ook tot meer nadruk op het ik. Er is een sterke behoefte ontstaan aan individuele erkenning en focus op identiteitskwesties. Dat biedt mogelijkheden voor eigen ontwikkelingen en eigen keuzes in opleiding, beroep, maar ook in uiterlijk of zelfs geslacht. Door deze nadruk op identiteit ervaren mensen dat ze steeds meer op zichzelf aangewezen zijn. Verantwoordelijkheid voor eigen succes of falen wordt meer bij het individu gelegd. Identiteit geeft houvast en geborgenheid in een samenleving met een gebrek daaraan (Boutellier 2021.)

4.2 Wat zien we, wat gaan we zien? 4.2.1 We zien meer eenpersoonshuishoudens: In 2050 zijn eenpersoonshuishoudens de grootste groep huishoudens Bron: Buurt-voor-Buurt Onderzoek 2022

Het aantal eenpersoonshuishoudens in Zwolle gaat naar verwachting toenemen. In 2025 zal 44% van het totaal aantal huishoudens uit eenpersoonshuishoudens bestaan, terwijl dit in 2050 naar verwachting 49% zal zijn. Aangezien de groep eenpersoonshuishoudens naar verwachting

Ook zijn eenoudergezinnen en alleenwonenden minder tevreden over de kwaliteit van hun leven dan mensen die samenwonen (circa 70% versus 88%, zie figuur 4.2).

Trendrapportage Sociaal Domein 2023

15

mmenselijk

Figuur 4.2. Kwaliteit van leven naar huishoudtype

Figuur 4.3. Moeite met rondkomen naar huishoudtype

Bron: Buurt-voor-Buurt Onderzoek 2022

Inwoners konden ook aangeven of ze moeite hadden met het rondkomen van het inkomen. In figuur 4.3 zien we dat eenoudergezinnen en alleenwonenden het meest moeite hebben om rond te komen: 17% vindt dat (zeer) moeilijk of kan helemaal niet rondkomen. Dat eenpersoonshuishouden moeilijker rond kunnen komen, is verklaarbaar doordat kosten voor een alleenstaande hoger zijn. Zo veel duurder is single zijn (nos.nl). Ziekte, wegvallen van inkomen of andere pech heeft vaak meer of sneller effect omdat er geen partner of huisgenoot is om de gevolgen op te kunnen vangen.

Bron: Buurt-voor-Buurt Onderzoek 2022

In figuur 4.4 zien we dat ruim de helft van de eenoudergezinnen een laag huishoudinkomen heeft. Bij alleenwonenden is dit ruim een derde. Deze groepen hebben dan ook vaker een laag huishoudinkomen dan samenwonenden.

Trendrapportage Sociaal Domein 2023

16

mmenselijk

Figuur 4.4. Inkomensgroepen* naar huishoudtype

Figuur 4.5. Tevredenheid prijs/kwaliteitsverhouding woningen naar huishoudtype

Bron: Buurt-voor-Buurt Onderzoek 2022

* De categorieën van de inkomens zijn gebaseerd op het inkomen t.o.v. het sociaal minimum en het modaal inkomen en worden ieder jaar aangepast. Alleenwonenden zijn ongeveer even vaak tevreden als ontevreden over de prijs/ kwaliteitsverhouding van hun eigen woning (zie figuur 4.5). Eenoudergezinnen zijn het meest ontevreden over de prijs/kwaliteitsverhouding van hun woning (42% is hier ontevreden over), terwijl samenwonenden zonder thuiswonende kinderen het meest tevreden zijn (38% is tevreden).

Bron: Buurt-voor-Buurt Onderzoek 2022

4.2.2 Eenzaamheid als maatschappelijk probleem neemt toe Een aspect van individualisering is dat iedereen een eigen sociaal netwerk kan kiezen. Maar nogal wat mensen hebben moeite met het vormen van een goed sociaal netwerk. We zien daardoor een toename van mensen die aangeven eenzaam of sterk eenzaam te zijn. Bij steeds meer groepen neemt eenzaamheid als maatschappelijk probleem toe (Verwey Jonker, NTSD, 2022). Alleenstaanden en alleenstaande ouders voelden zich het vaakst eenzaam. In 2021 voelde 11% van de Nederlanders van 15 jaar of ouder zich sterk eenzaam. Dat zijn er meer dan twee jaar eerder (9%, CBS). In 2021 gaven jongeren van 15 tot 25 jaar het vaakst aan zich sterk emotioneel eenzaam te voelen, in 2019 waren dat nog de 75-plussers. Dit blijkt uit

Trendrapportage Sociaal Domein 2023

17

mmenselijk

nieuwe landelijke cijfers van het CBS. Ook uit Zwolse cijfers blijken toegenomen gevoelens van eenzaamheid. 42,8% van de volwassenen in Zwolle geeft aan zich eenzaam te voelen (landelijke 47%) en 10% voelt zich ernstig of zeer ernstig eenzaam (landelijk 11%). Van de Zwolse jongeren geeft 29,9% aan zich eenzaam te voelen ( regionaal IJsselland 27,7%) (Buurt voor buurt Zwolle 2022 en Eenzaamheid | Regionaal | Volwassenen | Volksgezondheid en Zorg (vzinfo.nl) Ook corona en de lockdown zien we als een van de oorzaken van de toenemende gevoelens van eenzaamheid. Veel contacten door werk, sport, cultuur en sociale contacten zijn door de lockdown en (nog) niet terug op het oude niveau. Een effect van corona is dat mensen, vooral hoger opgeleiden, individueel zijn gaan sporten en minder vaak lid zijn van een vereniging. Uit onderzoek van de GGD IJsselland over de ervaringen tijdens Corona blijkt dat ruim 54% van de deelnemers uit regio IJsselland minder sociale contacten onderhoudt (GGD Ijsselland 2020). Ook het Buurt-voor-Buurt Onderzoek 2022 laat zien dat de nog niet op het oude niveau zijn. Op de vraag of iemand in de afgelopen 12 maanden minimaal één keer per maand een bezoek heeft gebracht aan een concert, musical, film, houseparty of horecagelegenheid antwoorde in 2022 19% ja, waar dit in 2020 nog 41% was.

Ook de groep inwoners die de afgelopen 12 jaar minimaal één keer per maand naar een religieuze bijeenkomst in kerk, moskee of tempel bezocht is geweest is lager (20% in 2020 en 13% in 2022). Mensen ervaren meer eenzaamheid. Zelfs met voldoende sociale contacten geven mensen aan zich eenzaam te voelen. Het verschil tussen waar behoefte aan is (echt contact, gezien worden) en wat daadwerkelijk gebeurt (vluchtig sociaal contact) neemt toe. In Zwolle zijn de cijfers in de coronaperiode gelukkig niet veel verslechterd. We meten gevoelens van eenzaamheid, matig eenzaamheid en sterke eenzaam. In 2022 gaf 65% aan niet eenzaam te zijn (was in 2020 69%), 28% aangaf matig eenzaam te zijn (was 25%) en het percentage deelnemers van het Buurtvoor-Buurt Onderzoek dat aangaf sterk eenzaam te zijn nam van 6% toe tot 7%. Mogelijk spelen financiën ook een rol. Een deel van de inwoners heeft minder financiële middelen ter beschikking, waardoor participeren en deelnemen aan sociale activiteiten moeilijker wordt. De kans op een sociaal isolement door een gebrek aan financiële middelen is en wordt voor een grotere groep inwoners reëel. Een andere oorzaak in toegenomen gevoelens van eenzaamheid zien we in een aspect van digitalisering. We noemden al dat contacten door digitalisering vaker wereldwijd met gelijkgestemden zijn. Maar digitale (en technologische) ontwikkelingen vragen andere vaardigheden.

De groep mensen die geen aansluiting vindt bij deze ontwikkeling kunnen ook in sociaal isolement raken (CBS). Daarbij is de kans op onvoldoende digitale vaardigheden ongeveer drie keer zo groot voor laaggeletterden (ecbo, 2015). Doordat steeds meer diensten

voornamelijk online aangeboden worden verliest een deel van de inwoners aansluiting. Sociale activiteiten worden vaak online aangekondigd, lidmaatschap van verengingen gaat via mail, intranet, apps. Voelen dat je hier niet in mee kan gaan, vergroot eenzaamheid. 4.2.3 Zwolle springt er positief uit, we zijn een sociale(re) stad Waar we landelijk afname van sociale cohesie zien, wijkt Zwolle daar positief van af. We scoren op sociale samenhang slechts heel licht onder het landelijk gemiddelde en scoren daarmee beter dan 60 (grote stedelijke) gemeentes. Alleen kleinere gemeentes (met meer dorpen) scoren hoger op sociale samenhang (waarstaatjegemeente.nl). Uit het Buurt voor buurt onderzoek blijkt dat de sociale cohesie, de mate waarin mensen in een buurt in Zwolle zich met elkaar verbonden voelen is al jaren min of meer gelijk. Ook de algehele waardering van het woon- en leefklimaat is niet noemenswaardig veranderd. Alleen op sociale participatie (nemen mensen deel aan de samenleving) zien we de afgelopen twee jaar wat achteruitgang, maar dit is waarschijnlijk het gevolg van de coronapandemie en de daarmee gepaard gaande lockdowns. We hebben landelijk gezien een van de hoogste percentages vrijwilligers. Het deel van de Zwollenaren dat mantelzorg verleent de afgelopen jaren ongeveer gelijk is gebleven.

Het aandeel Zwollenaren dat vrijwilligerswerk doet is (in de coronaperiode) wel gedaald: van 69% in 2020 naar 61% in 2022. Vrijwilligerswerk wordt het meest gedaan bij een sportvereniging, bijna 30% van de bewoners zegt vrijwilligerswerk te hebben gedaan voor een sportvereniging (Buurt voor buurt 2022). 4.2.4 We zien dat de mentale gezondheid jongeren afneemt, vooral bij meisjes Individualisering en daarmee meer aandacht voor de eigen identiteit en persoonlijke keuzevrijheid leidt soms ook tot onzekerheid, stress, meer psychische klachten. Het blijkt grote gevolgen te hebben voor mentale gezondheid van jongeren. Landelijk gaat 18% van de jongeren tussen 12 en 25 gebukt onder psychische klachten (CBS). Het blijkt dat jongeren steeds meer een hoge prestatiedruk en hoge geluksnorm ervaren, waardoor ze professionele zorg vragen als er iets tegenzit (Divosa 2021). Landelijk geeft maar liefst 78% van de jongeren tot 24 jaar aan prestatiedruk te ervaren (Raad voor de Volksgezondheid, 2017). Meisjes ervaren meer prestatiedruk. Meisjes voelen meer prestatiedruk dan jongens (cbs.nl). Er zijn sterke aanwijzingen dat het aandeel jongeren dat zich ongelukkig voelt gedurende de coronacrisis is gestegen en dat bestaande mentale problemen zijn verergerd (NJI 2021). Ook Zwolse onderzoeken laten deze uitkomsten zien.

Zo blijkt uit de Corona Gezondheidsmonitor Jeugd 2021 Zwolle (afgenomen onder leerlingen van klas 2 en 4 in het

Trendrapportage Sociaal Domein 2023

18

mmenselijk

voortgezet onderwijs) dat het percentage jongeren dat zich (zeer) gelukkig voelt is gedaald van 84% in 2019 naar 74% in 2021. Uit deze Corona Gezondheidsmonitor Jeugd 2021 blijkt verder dat 41% van de meisjes heeft aangegeven te maken te hebben met psychische klachten, tegenover 17% van de jongens.

4.3 Wat betekent dit voor Zwolle? 4.3.1 Meervoudigheid wordt de norm Door individualisering is er steeds minder sprake van een uniforme groep, of standaardlevensloop. We leven samen in verscheidenheid. Ondersteuning vanuit de gemeente zal ook minder uniform zijn daardoor en aangepast moeten worden aan deze verscheidenheid. Meervoudigheid wordt de norm dus. De ondersteuning zal meer vraaggestuurd vorm krijgen, waarbij de mate van zelfstandigheid, de complexiteit van de wet- en regelgeving en iemands persoonlijke situatie mee spelen. In sommige gevallen zal maatwerk nodig zijn, om te zorgen dat de ondersteuning passend is bij de inwoner. Het is een uitdaging voor de gemeente om vorm te geven aan deze nieuwe manier van samenleven in verscheidenheid. Ook voor de inwoners zal het onderlinge bereidheid van mensen vragen om diversiteit te aanvaarden. Het is ook een politieke uitdaging om de grote verscheidenheid in leefwereld en de behoefte van de inwoner te vertalen in adequaat beleid en uitvoering. Er is niet op alles en voor iedereen een oplossing of antwoord mogelijk. Deze onzekerheid accepteren hoort ook bij meervoudigheid. Raad en college kunnen bewust het gesprek hierover aan gaan met de stad, met inwoners en partijen.

4.3.2 Het wordt balanceren tussen verantwoordelijkheidsverdeling inwoner, professional, gemeente Voor elkaar zorgen is een samenlevingsvraagstuk dat niet alleen door de overheid af te dwingen is. Het wordt samenwerken en balanceren om zelfredzaamheid te bevorderen en passende ondersteuning waar nodig bieden. We zien al dat ondersteuning lang niet altijd via een professional geboden wordt, maar vaak een mix is van formele en informele aanbod onder andere door vrijwilligers en mantelzorg. Dit past bij een tegentrend van individualisering: Er is ook meer behoefte om samen dingen te doen en iets voor een ander te willen betekenen. Hopelijk blijft de vrijwillige inzet in Zwolle zo hoog. Niet alleen door bestaande vrijwilligers, maar door meer Zwollenaren. Door jongeren, die via sport, school, maatschappelijke diensttijd zich als vrijwilliger actief inzetten. Door nieuwe Zwollenaren die zo de stad leren kennen en zich er thuis gaan voelen. Door een grote groep ouderen die zich in hun gezonde jaren na

pensioneren leven hopelijk inzetten als vrijwilliger of mantelzorger in Zwolle. Door werkgevers, die ruimte voor vrijwilligerswerk en mantelzorg bieden. Gemeente en rijk gaan uit van zelfredzaamheid van inwoners. Professionals geven aan dat de boodschap niet moet zijn dat je alles alleen moet doen. Zij zien dat dat leidt tot vraagverlegenheid door inwoners die ondersteuning nodig hebben. Stress sensitieve dienstverlening kan er voor zorgen dat inwoners zich gehoord voelen en passende ondersteuning krijgen. Bij stress sensitieve dienstverlening gaat de dienstverlener naast de hulpvrager staan, in plaats van er tegenover of erboven. Het beoogt met passende ondersteuning de ervaren stress te verminderen. Een ander advies van partners is om gebruik te maken van discretionaire ruimte. Laat mensen vrij in hun keuze, vooral professionals om passende ondersteuning te bieden. 4.3.3 Veranderende behoeftes vragen een ander aanbod, andere ondersteuning in het sociaal domein We zien de meervoudigheid duidelijk vorm krijgen in Zwolse wijken. De samenstelling van inwoners van wijken verandert door de genoemde trends en ontwikkelingen, door de groei van de stad. Gemeentelijk ondersteuning zal steeds meer gericht zijn op deze diversiteit.

In het aanbod: de behoeftes aan individuele maatwerkvoorzieningen en collectieve ondersteuning zoals welzijns- en sportieve voorzieningen zijn met de samenstelling in de wijken anders en meer divers geworden. En in de omvang: de vraag naar ondersteuning groeit mee met het aantal inwoners. Door de groei van de stad en de veranderende samenstelling van bewoners in wijken en de veranderende behoeftes zien we dat het bestaande aanbod van gebouwen als wijkcentra, sportzalen et cetera soms niet meer passend voldoende is bij de huidige behoefte van en gebruik door inwoners. Gebiedsgericht werken kan helpen om deze ontwikkelingen in stadsdelen en wijken nauwkeurig te volgen en waar nodig het voorzieningenniveau aan te passen. Ook in de manier van vragen van ondersteuning is aandacht voor de diversiteit van belang. We noemden al aandacht voor vraagverlegenheid. Maar hulp en ondersteuning aanvragen, gaat steeds vaker digitaal en zonder persoonlijk contact. Voor mensen die nog niet wegwijs zijn in de digitale wereld zal ondersteuning noodzakelijk zijn en blijft een wens om ook via persoonlijke contact een aanvraag te kunnen doen.

Trendrapportage Sociaal Domein 2023

19

mmenselijk

Meerdeling Trendrapportage Sociaal Domein 2023

20

mmenselijk

5. Meerdeling

5.2 Wat zien we, wat gaan we zien?

5.1 Wat is het?

Al in 2014 wees het SCP op “een zachte tweedeling” van groepen die langs elkaar heen leven in gescheiden en naar binnen gekeerde leefwerelden. Het SCP zag toen dat het met 72% van de bevolking relatief goed ging, maar dat 28% in zorgelijke omstandigheden verkeren door lage inkomens, tijdelijke banen, moeilijke relaties, weinig sociale zekerheid en/of het ontbreken van een politieke stem (SCP, 2019). Deze verschillen in leefsituatie en tevredenheid onder burgers nemen niet af. Mensen zien traditionele en sociale media vaak als oorzaak van groeiende inhoudelijke tegenstellingen. Dat 28% in zorgelijke omstandigheden leeft is zorgelijk. Een lage sociaal economische status heeft grote ingrijpende gevolgen, zoals depressies, chronische aandoeningen en minder tevredenheid en kortere levensduur (Omlo, 2016 , SCP 2019 Movisie 2019). Uit recent onderzoek van het SCP naar burgerperspectieven (2022) blijkt dat veel Nederlanders zich zorgen maken over polarisatie in Nederland, maar dat uit wetenschappelijk onderzoek naar polarisatietrends niet blijkt dat verschillen in opvattingen over de hele linie groter worden. Ze zien tegenstellingen en meningsverschillen vooral op een aantal hete hangijzers, zoals vaccineren, stikstof, woningnood, Zwarte Piet en lhbtiq+-rechten. Maar verder zien ze vooral verharding in het debat en weinig begrip en respect voor anderen.

Mensen zien die verharding vooral in de politiek en in het publieke debat in de (sociale) media. Godfried Engbersen, hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, vindt het woord tweedeling ‘onprecies’. Er is volgens hem sprake van een ‘complexe verdeeldheid’ langs verschillende soorten breuklijnen, zoals leeftijd, arbeidsvorm, gezondheid, sociaal netwerk en leefomgeving. Met andere woorden: geen tweedeling, maar een meerdeling. (Bron, Geen tweedeling maar een ‘meerdeling’ in de samenleving (binnenlandsbestuur. nl). Tijdens de voorbereiding van deze Trendrapportage benadrukten meerdere partners dat spreken over tweedelingen niet wenselijke is omdat het polariserend werkt. Zij gaven ook aan dat meerdeling in de maatschappij ook niet perse negatief is. We leven in een samenleving met een grote diversiteit aan mensen. Mensen willen bij groepen horen, zolang dat maar een eigen keuze kan zijn. Het is dan juist positief dat het niet om verplichte keuze of keuze uit twee gaat, maar dat er verschillende groepen zijn. In praktijk maken mensen vaak ook deel uit van meerdere groepen. In de volgende alinea’s gaan we dan ook in de beschrijving van wat we zien, over van tweedeling naar aandacht voor meerdeling.

5.2.1 Tweedeling in opleidingsniveau Het komt steeds meer voor dat niet iemands talent, maar iemands achtergrond de kansen in het onderwijs en daarmee in de maatschappij bepaalt. De kansen voor leerlingen zijn sterk afhankelijk geworden van het opleidingsniveau en het inkomensniveau van de ouders en de kwaliteit van de school. De schoolsluitingen als gevolg van corona hebben met name voor leerlingen uit een lager sociaaleconomisch milieu grote gevolgen gehad: zij liepen leerachterstanden op en kregen lagere schooladviezen, waardoor de tweedeling in het onderwijs groter werd (Engzell et al. 2021; De Klerk et al. 2021). De gevolgen hiervan voor hun kansen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt zullen pas later duidelijk worden. De kwaliteitsverschillen tussen scholen nemen toe. Er is steeds meer sprake van segregatie in het onderwijs op basis van de sociaaleconomische status (SES) van ouders. Een toename van segregatie in de samenleving, en dus ook in het onderwijs, betekent dat verschillende groepen kinderen elkaar minder tegenkomen en daardoor minder van elkaar leren. Dat heeft invloed op de ontwikkeling van het individu en ook op de bevordering van gelijke kansen. Het opleidingsniveau van hun kind wordt door ouders als heel belangrijk gezien.

We zien dat er meer schaduwonderwijs komt, waarbij ouders hun kind naar naschoolse activiteiten sturen, omdat (ouders vinden dat) dit niet (voldoende) aanbod in het reguliere onderwijs is. Welzijnswerkers zien dat ouders door de (sociale) media het beeld krijgen dat een gelukzalig gezinsleven voor iedereen elke dag een haalbaar doel is en dat professionele hulp beschikbaar is voor als het tegenzit. We zien meer aanvragen voor ondersteuning van het kind, wanneer het kind niet aan de verwachtingen voldoet. Er is bij een deel van de ouders weinig schroom om professionele, individuele hulp te vragen voor hun kind, terwijl sprake is van ervaren problematiek die gewoon bij het leven hoort en vaak ook wel weer voorbij gaat. De aandacht die uitgaat naar de tweedeling tussen hoog en laag opgeleid zorgt ervoor der er te weinig aandacht is voor midden opleidingsniveaus. Steeds minder jongeren kiezen voor een mbo-opleiding. In 2005 koos ruim 50 procent van het aantal studenten voor een mbo-opleiding. Dat percentage is inmiddels gezakt tot 40,3 (CBS). Dit is onwenselijk voor de leerlingen voor wie dit onderwijs passend is, en voor de beroepsgroepen die hier opgeleid personeel nodig hebben.

Trendrapportage Sociaal Domein 2023

21

mmenselijk

Hopelijk trekken berichten over hogere lonen van mbo-ers in sommige branches meer jongeren over de streep (metronieuws.nl 12 januari 2023) 5.2.2 Tweedeling in inkomen en vermogen Verdeling van welvaart in Nederland krijgt steeds meer aandacht. Er is sprake van een ongelijke verdeling van de welvaart, waardoor het verschil tussen hoge en lage inkomens toeneemt en financiële ongelijkheid groeit door de vermogenskloof (Verwey Jonker, 2022). Zwolle heeft in 2019 circa 6000 minimahuishoudens; 10,7% van de huishoudens in Zwolle behoort hiertoe. Dit is, in lijn met de landelijke trend, een iets lager percentage dan in 2018. Ongeveer de helft daarvan heeft langdurig een laag inkomen. In Zwolle wonen 26.300 kinderen, waarvan bijna 2.000 kinderen in een minimahuishouden wonen (7,3%). (Armoede en schuldenmonitor Gemeente Zwolle 2022). Vanwege corona, en de daarmee gepaard gaande economische neergang, wordt verwacht dat het aantal huishoudens in armoede zal groeien. Het risico om in een gezin met geldzorgen op te groeien is groter voor kinderen uit eenoudergezinnen, bijstandsgezinnen, gezinnen met laagopgeleide ouders en kinderen uit migrantengezinnen en vluchtelingengezinnen (NJI: Opgroeien en opvoeden in armoede, 2020).

Mensen bezien de groeiende kloof tussen arm en rijk in het licht van prijsstijgingen (energieprijzen, prijzen voor consumptiegoederen) en van toeslagen en belastingen, maar vooral zien ze de kloof in de problemen op de woningmarkt (SCP, 2021). Niet alleen bij lager opgeleiden of mensen met lagere lonen, maar ook middelbaar opgeleiden en middeninkomens komt door veranderingen op arbeidsmarkt en woningmarkt de bestaanszekerheid onder druk te staan. Een grote groep mensen heeft geen zekerheid over wanneer ze werken, hoeveel ze werken en hoe lang ze nog werk hebben of kan niet aan een betaalbare woning komen. 5.2.3 Tweedeling in zorg en gezondheid Er zijn verschillend in gezondheid tussen mensen met een hoge en met een lage sociaal economische status. De meest kwetsbare groepen in de samenleving, burgers met een lage sociaaleconomische status (SES), hebben vaker gezondheidsproblemen en een minder lange (gezonde) levensverwachting. In Nederland leven mensen met basisonderwijs of vmbo gemiddeld 4 jaar korter dan mensen met hbo of een universitaire opleiding. En ze leven zelfs 15 jaar in minder goed ervaren gezondheid. Naast opleiding zijn ook inkomen en positie op de arbeidsmarkt belangrijke algemene indicatoren voor de sociaal economische status, en daarmee voor gezondheid. Hoe hoger het inkomen, hoe hoger de gezonde levensverwachting.

Ook het hebben van bijvoorbeeld een bijstandsuitkering of schulden hangt samen met slechtere gezondheid. Toegang tot zorg zorgt eveneens voor een tweedeling. Aan de ene kant staan dan de mensen

voor wie de zorg nog steeds beschikbaar is, omdat zij de weg kennen en over voldoende middelen beschikken. Aan de andere kant staan de mensen die niet over voldoende middelen beschikken en de weg niet kennen (NZa, 2022). 5.2.4 Verdeeldheid in relatie tussen burger en overheid Nederlanders maken zich zorgen om de verharding in de samenleving. De bevolking groeit, landelijk, en ook in Zwolle. Het SCP verwoordt het treffend: de grootste zorg onder de bevolking is: gaan we met zo’n groei en al die verschillende groepen nog een beetje leuk om met elkaar? Structurele ongelijkheden tussen sociale groepen in Nederland nagenoeg niet zijn veranderd, ondanks de gunstige economische omstandigheden en veel beleid om sociale verschillen tegen te gaan (SCP, 2022). Dat zet de relatie tussen burger en overheid onder druk. Veel Nederlanders zijn kritisch over het functioneren van de politiek. Het politiek vertrouwen is en blijft laag. De politiek is een van de meest genoemde maatschappelijke zorgen. Mensen vinden dat de regering de problemen niet adequaat oplost, niet of te laat ingrijpt (energiecrisis, toeslagenaffaire) of niet bij machte is problemen op te lossen (wooncrisis, versterken huizen Groningen). Ook is er kritiek op de politiek-bestuurlijke cultuur.

Volgens mensen zijn er slechte omgangsvormen, een gebrek aan daadkracht en moraliteit, en weten politici niet wat er onder de bevolking speelt. Laag opgeleide Nederlanders voelen zich niet gerepresenteerd door de politiek. Regelgeving is complex geworden. Niet alleen inwoners, maar ook professionals worstelen met bureaucratische complexiteit door veelheid aan partijen, regels, procedures, financieringsbronnen en eigen belangen. Dit zijn landelijke onderzoeken. Maar ondanks dat in Zwolle sociale cohesie groot is, zien ook in Zwolle welzijnswerkers maatschappelijke onrust, desintegratie, verharding en jongeren die niet meer mee willen doen. Ook zien zij een toename van complotdenkers onder jongeren.

5.3 Wat betekent dit voor Zwolle? 5.3.1 Herstellen van bestaanszekerheid voorkomt geldzorgen en stress Gebrek aan bestaanszekerheid is vaak oorzaak van zwaardere problematiek. Voor de meest kwetsbare groepen, die op meerdere terreinen aan de “verkeerde” kant van de tweedelingen uitkomen, dus, zowel laag inkomen en vermogen, slechte gezondheid, en beperkte toegang tot zorg en laag opleidingsniveau, staat de bestaanszekerheid onder druk. Het borgen van bestaanszekerheid is preventie van duurdere complexe hulpvragen. Betaalbare basisvoorzieningen voor wonen, energie, welzijn, zorg en gezondheid zijn minimale voorwaarden voor de zelfredzame burger die het Rijk voor ogen heeft. Gemeentes kunnen bij ondersteuning van inwoners inzetten op een samenhangende aanpak die op alle

Trendrapportage Sociaal Domein 2023

22

mmenselijk

levensgebieden helpt en die bijdraagt aan het compenseren van onvoldoende materiele, culturele en sociale middelen tot de minimale levenstandaard. Investeringen buiten het sociaal domein, zoals in de woonomgeving, in huizen en buitenruimte, kunnen de druk op gemeentelijke voorzieningen in het sociaal domein verminderen. 5.3.2 Gezond leven makkelijker maken, zorgt voor vitale inwoners Het verkleinen van en tegengaan van gezondheidsverschillen krijgt al volop aandacht en dat blijvend doen gaat helpen in het tegengaan van ongewenste tweedeling in gezondheid. De benadering van positieve gezondheid toepassen helpt daarbij. Deze benadering gaat niet uit van ziekte of beperking, maar juist van gezondheid en gedrag, het betekenisvolle leven van mensen centraal stellen. Een beproefde manier om gezondheidsverschillen te verkleinen is inzetten op de eerste duizend dagen van een kind.

Daarnaast heeft de Raad van volksgezondheid en Samenleving een aantal focuspunten benoemd om ook breder dan sociaal domein aan positieve gezondheid te werken, door de focus te verleggen: • Van zorg voor het individu naar zorg voor de samenleving • Van leefstijl naar leefomgeving • Van productiegedreven naar waardegedreven zorg en ondersteuning • Van institutioneel naar publiek belang en samenwerking 5.3.3 Focus op kansengelijkheid De Sociaal-Economische Raad (SER) concludeert dat er zich steeds duidelijker een maatschappelijke scheidslijn aftekent tussen jongeren met meer en minder kansen. Wie de juiste relaties heeft, heeft meer kans op interessant werk, op hulp bij financiële tegenslagen en op een soepeler combinatie van werk en zorg. Wie dergelijk ‘sociaal kapitaal’ niet van huis uit meekrijgt, heeft het – ondanks behaalde diploma’s – een stuk moeilijker (SER, 2019). Een toenemend aantal leerlingen verlaat het onderwijs met een onvoldoende niveau van taal, rekenen en burgerschap (De Staat van het Onderwijs 2022). Coronamaatregelen hebben een ongunstig effect gehad op het welbevinden en de werkloosheid van jongeren. Ook hebben de coronamaatregelen de cognitieve ontwikkeling verder vertraagd.

Met name jongeren in kwestbare positie kunnen moeite hebben om zich weer op te richten en kunnen extra ondersteuning goed gebruiken (Platform Perspectief Jongeren 2021) Naast kansenongelijkehid voor jongeren zijn Rijk en gemeente ook aan zet om de mensenrechten van mensen met een handicap te bevorderen, te beschermen en te waarborgen. Met voorzieningen in het sociale en fysieke domein kan een gemeente hun participatie, toegankelijk en autonomie realiseren. Voldoende voorzieningen, liefst in de

nabijheid van inwoners en waar dit niet kan, met goede vervoersmogelijkheden zonder fysieke drempels. 5.3.4 Samenwerken met partners en inwoners draagt bij aan een sterke sociale basis Een goede samenwerking en wisselwerking tussen informele en formele hulp, bewonersinitiatieven kan goede ondersteuning bieden aan mensen met een verhoogde kans op kwetsbaarheid (Movisie, 2019). Lokaal, mensgericht en integraal werken zorgt dat minder mensen tussen wal en schip vallen. Het aantal ouderen dat toeneemt bevat ook een deel dat hoger opgeleid, digitaal vaardig, (financieel) gezond is en nog beschikbaar is voor vrijwilligers of betaald werk en mantelzorg. Vergrijzing betekent zowel meer vraag en meer aanbod van vrijwilligers. Binnen de groep net-gepensioneerde is een grote groep potentiële vrijwilligers. (PBL) De groep 75+’ers zal echter waarschijnlijk meer vragen van vrijwilligers en mantelzorgers. Zolang de groep actieve gepensioneerden in verhouding blijft staan met de groep gepensioneerden die hulpbehoevend zijn levert het meer kansen. Een goede samenwerking draagt ook bij het vinden van antwoorden op de complexiteit van meervoudigheid. Soms zullen gemeente, wethouders of uitvoerders slechts gedeeltelijk of pas op termijn kunnen ondersteunen. Met een goede samenwerking kunnen dan wellicht andere partijen, zoals kerken of werkgevers wel ondersteunen.

Zij hoeven niet vanuit rechtmatigheid en doelmatigheid te ondersteunen, maar kunnen vanuit barmhartigheid en medemenselijkheid ondersteuning bieden. Zorg voor verbinding en menselijke contact. Onderling, tussen inwoners. En menselijk contact bij ondersteuningsvragen. Ongelijkheid komt ook door verschil in sociaal kapitaal. Het hebben van een netwerk dat je kansen kan vergroten, is heel belangrijk. Vaak blijven we in onze eigen bubbel, waar de kansen gelijk zijn aan onze eigen kansen. Vermengen van netwerken kan daarom helpend zijn om kansen te vergroten en elkaar beter te begrijpen. Vormen hiervoor zijn maatjesprojecten, vergroten van contacten/netwerken in de wijken, maar ook meer gebruik maken van ervaringsdeskundigheid om beleid en uitvoering te verbeteren. Inzet op vrijwilligerswerk kan een middel zijn om polarisatie terug te brengen. Het creëert op drie plekken waarde: voor de vrijwilligers, de hulpbehoevende en voor de maatschappij. Het is goed voor de sociale cohesie als je weet dat onbekenden klaar staan om je te helpen, wat is wat vrijwilligers doen. Ook kan het gebruikt worden om verschillende groepen met elkaar in contact te brengen. Afnemend vertrouwen in de overheid kan ook tot gevolg hebben dat mensen meer kijken naar hun directe omgeving.

Trendrapportage Sociaal Domein 2023

23

mmenselijk

Zelfstandig wonen Trendrapportage Sociaal Domein 2023

24

mmenselijk

6. Zelfstandig wonen 6.1 Wat is het?

Het Rijk streeft ernaar dat mensen met een zorgvraag langer zelfstandig wonen. Deze beleidskeuzes resulteren in een trend dat mensen langer zelfstandig wonen. Langer zelfstandig, omdat ze thuis passende zorg en ondersteuning krijgen en niet naar een instelling hoeven te verhuizen. Deze beweging, extramuralisatie genoemd, geldt voor veel groepen inwoners. Voor ouderen (er zijn geen bejaardentehuizen meer) voor psychisch kwetsbaren en mensen met een (licht) verstandelijke beperking (er zijn steeds minder gespecialiseerde instellingen), voor jongeren en hun ouders als er opvoed- en opgroeiproblemen zijn (het streven is steeds minder uithuisplaatsingen). Ook zien we steeds meer mensen die ongewenst langer of eerder thuis wonen. Bijvoorbeeld mensen die na een verblijf in een instelling of in een ziekenhuis, zo snel mogelijk thuis revalideren, herstellen of re-integreren. Die verschillende groepen beschrijven we in paragraaf 6.2. Het bieden van passende zorg en ondersteuning als je langer zelfstandig woont, wordt ambulantisering genoemd. De beweging van ambulantisering en extramuralisatie zijn niet los te zien van de context waarin ze plaatsvinden: huurliberalisatie, woningtekort en economische onzekerheid, oplopende hypotheekrentes, inflatie en de energiecrisis. Die context speelt een belangrijke rol bij de beschrijving hieronder (maar wordt niet elke keer expliciet benoemd).

6.2 Wat zien we, wat gaan we zien? 6.2.1 Er zijn meer locaties nodig om beschermd thuis plekken te creëren (in Zwolle of de regio) voor psychisch kwetsbaren Het programma Beschermd Thuis biedt ondersteuning aan psychisch kwetsbare inwoners vanuit een zelfstandige woonvorm. Dit in tegenstelling tot Beschermd Wonen, wat een intramurale voorziening is. De inwoner woont dan in een instelling. Rijksbeleid zet de komende jaren in op de beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis. Hiermee beogen we passende zorg en ondersteuning voor (psychisch) kwetsbare inwoners. We bieden een passende match tussen zorgbehoefte van kwetsbare inwoners en hun woonplek. We verwachten in dat er in Zwolle vanaf 2024 ongeveer 40 plekken beschermd thuis per jaar nodig zijn. Daarmee komt het totaal in 2028 op 280 plekken. Het is een regionale beweging, we werken hierbij samen met andere gemeentes in de regio om voldoende plekken te creëren.

Beschermd thuis kan op velerlei manieren geboden worden. We zien een ontwikkeling in het zorgaanbod, van het traditionele, geïntegreerde woonzorgconcepten (bestaande uit groepswoningen) naar een diverse palet van zorgvormen. Veelal zien we de beweging van groepswoonvormen naar individuele geclusterde woonvormen. Denk hierbij aan communities, waarin zowel huurders met en zonder zorgvraag wonen. 6.2.2 Jeugdhulp en zelfstandig of thuis wonen Met de decentralisatie van de jeugdwet zijn gemeentes verantwoordelijk voor zorg en ondersteuning, maar ook voor opvang en bescherming van jeugdigen. Ook hier streven we ernaar dat jeugdigen en ouders de hulp die nodig is bij opvoeden en opgroeien vaker in duurzame oplossingen dichtbij vinden: met ondersteuning thuis, op school en in de wijk. De trends die we hier zien is dat demografisch het aandeel kinderen en jongeren tussen de 4 en 18 jaar waarschijnlijk kleiner wordt (17% in 2020 versus 14% in 2035). Of dit ook tot een afname van jeugdzorg lijkt is maar de vraag. Het gebruik nam de afgelopen juist toe en kan verder toenemen door de verslechterende psychische gezondheid van jongeren ( RIVM 2018) en door medicalisering van problemen, hoge prestatiedruk en hoge geluksnormen bij jongeren , waardoor ouders professionele zorg vragen als er iets tegen zit. ( Divosa, 2021; Van Yperen et al. 2019).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=2b6330a1-8a77-41a5-b793-5c59bc3d408c