2. Campus Ontwikkeling Windesheim 2019 - 2035
Tekst van het document
Campusontwikkeling Windesheim Zwolle tot 2035 November 2019 1
Inhoud Voorwoord .............................................................................................................................................................. 4 Managementsamenvatting ..................................................................................................................................... 5 1
Pijlers voor campusontwikkeling Zwolle ........................................................................................................ 8 1.1 Strategische Koers 2017 - 2022 ............................................................................................................. 8 1.2 Studentenpopulatie ............................................................................................................................... 9 1.2.1
Demografische ontwikkeling jongvolwassenen .......................................................................... 10
1.2.2
Toenemende doorstroom en op- & bijscholing .......................................................................... 11
1.2.3
Internationalisering..................................................................................................................... 12
1.2.4
Ontwikkeling studentenaantallen ............................................................................................... 12
2. Visie campusontwikkeling ................................................................................................................................. 13 2.1 Modellen en trends in campusontwikkeling ....................................................................................... 13 2.2 Visie toekomstige campus Zwolle ....................................................................................................... 14 2.3 Ontwikkelstrategie: de ‘slimme’ Windesheim mix ............................................................................. 14 3. Versterken regionale verbinding en netwerkfunctie ........................................................................................ 16 3.1 In de regio Zwolle ................................................................................................................................ 16 3.1.1
Huidige regionale verbindingen en samenwerking .................................................................... 16
3.1.2
Uitbreiden samenwerking en verbinding in de regio.................................................................. 17
3.2 In de stad Zwolle .................................................................................................................................. 17 3.2.1
Huidige positie van Windesheim in de stad Zwolle .................................................................... 17
3.2.2
Uitbreiding verbindingen in de stad Zwolle ................................................................................ 18
3.3. Op de campus ...................................................................................................................................... 20 4. Zichtbare en aantrekkelijke campus als thuisbasis ........................................................................................... 21 4.1. Ontmoeten .......................................................................................................................................... 22 4.2 Samenwerken: leren doe je samen ..................................................................................................... 23 4.3 Kleinschaligheid ................................................................................................................................... 24 4.4 Herkenbaarheid ................................................................................................................................... 24 4.5 Mobiliteit, bereikbaarheid en veiligheid ............................................................................................. 25 4.5.1
Voetgangers ................................................................................................................................ 25
4.5.2
Fietsers ........................................................................................................................................ 26
4.5.3
Autoverkeer ................................................................................................................................ 26
4.6 Digitalisering en Techniek .................................................................................................................... 26 4.7 Studentenhuisvesting ............................................................................................................................. 27 5. Duurzame en circulaire Campus ....................................................................................................................... 28 5.1. Energietransitie: naar een fossielvrije campus ...................................................................................... 28 5.1.1
Beperken energievraag gebouwen ............................................................................................. 29
5.1.2
Verduurzamen warmtevraag ...................................................................................................... 29
5.1.3
Verduurzamen elektriciteitsvraag............................................................................................... 29
5.2 Circulaire Campus ................................................................................................................................... 29
2
6.
Vastgoedstrategie ........................................................................................................................................ 31 6.1 Ruimtenormering ................................................................................................................................ 31 6.2 Flexibiliteit ........................................................................................................................................... 32 6.2.1
Huidige overcapaciteit ................................................................................................................ 32
6.2.2
Flexibiliteit op langere termijn .................................................................................................... 32
6.3 Exploitatie: eigendom versus huur ...................................................................................................... 34 7.
Projecten en financiële context .................................................................................................................... 35 7.1 Projecten versterken regionale verbinding ......................................................................................... 35 7.2 Projecten aantrekkelijke thuisbasis en duurzame en circulaire campus ............................................. 35 7.3 Uitvoeringsprogramma termijn 2019-2025 ......................................................................................... 38 7.4 Financiële context ................................................................................................................................ 40
3
Voorwoord In 2017 is de Strategische Koers 2017-2022 vastgesteld. De missie van onze hogeschool is om actief bij te dragen aan een inclusieve en duurzame samenleving. Daarbij zien we het als onze maatschappelijke opdracht om iedereen die daarvoor het talent heeft, de mogelijkheid te bieden op onze hogeschool hoger onderwijs te volgen. Ons ideaal is dat geen enkele student onnodig uitvalt. Onze missie en maatschappelijke opdracht vertalen zich voor de komende jaren in drie ambities: 1. Een eigen leerroute voor iedere student; (persoonlijk/uitdagend/flexibel) 2. Onderzoek gericht op een inclusieve en duurzame samenleving; 3. Doorstroom van studenten in de onderwijsketen verbeteren. De strategische koers is tot stand gekomen met input van studenten en medewerkers. Daarnaast is ook het werkveld betrokken, vanuit de opleidingen en de regio’s Zwolle en Almere, waar onze hogeschool een belangrijke rol vervult. Nu we ruim een jaar op weg zijn op onze nieuwe koers, is het tijd om het in 2009 vastgestelde ‘Masterplan huisvesting Windesheim tot 2016’ te herijken en te laten aansluiten bij onze koers. Dit doen we onder de titel ‘Campusontwikkeling Windesheim Zwolle tot 2035’. Was in 2009 nog sprake van alleen de locatie Zwolle, inmiddels is ook de locatie Almere volop in ontwikkeling. Dit document richt zich op de campus en regio Zwolle.
Er zal ook voor Almere een plan voor de campusontwikkeling worden uitgewerkt.
4
Managementsamenvatting Voor u ligt het plan Campusontwikkeling Windesheim Zwolle over de periode 2019 tot 2035. Dit plan volgt op het Masterplan Huisvesting tot 2016. Pijlers voor campusontwikkeling Zwolle De campusontwikkeling Zwolle steunt op twee pijlers. Belangrijkste pijler is de Strategische Koers 2017-2022, waarin de missie, maatschappelijke opdracht en ambities van de hogeschool zijn uitgewerkt. De strategische koers levert concrete ijkpunten op voor de campusontwikkeling. In bewoordingen van de strategische koers gaat het onder andere om interactie, een ‘thuisbasis’, kleinschalige communities, multidisciplinair werken, kennis delen en samenwerken, een innovatieve leer- en werkomgeving, en een lerend netwerk. Uitwerking van de strategische koers leidt tot andere vormen van onderwijs, die meer flexibel en projectmatig zijn. Locaties buiten de campus zijn nodig om de samenwerking en verbinding met het werkveld en de omgeving in te vullen en studenten aantrekkelijke plekken te bieden om in de praktijk aan concrete opdrachten te werken. De studentenpopulatie vormt de tweede pijler onder de campusontwikkeling. Demografische ontwikkelingen en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt leiden tot de conclusie dat voor de periode tot en met 2025 het aantal studenten gelijk blijft.
De verwachte daling van de studentenpopulatie op basis van de demografische ontwikkelingen wordt gecompenseerd door een toenemende vraag vanuit de arbeidsmarkt. Deze wordt ingegeven door Leven Lang Ontwikkelen en de behoefte van de specifiek Zwolse mbo-regio aan opscholing via ad opleidingen. Visie campusontwikkeling – een slimme mix van ontwikkelstrategieën Aan de hand van drie modelstrategieën heeft het Campus researchteam van de TU Delft de ontwikkelingen voor de campussen in Nederland in beeld gebracht. Met de TU Delft modelstrategieën als strategisch kader, komen we op basis van de verwachte studentenpopulatie en onze strategische koers voor de komende periode tot de volgende Windesheim Zwolle ontwikkelstrategie: • Versterken van de campus als aantrekkelijke thuisbasis; • Versterken van interdisciplinaire samenwerking op de campus; • Investeren in samenwerking tussen onderzoek, innovatie, bedrijven en instellingen op en buiten de campus en versterken van de digitale infrastructuur. De komende jaren wordt vanuit de goede bestaande thuisbasis met name ingezet op het versterken van de interdisciplinaire samenwerking op de campus gecombineerd met de versterking van de regionale netwerkfunctie.
Versterken regionale verbinding en netwerkfunctie De bestaande regionale verbindingen worden verder versterkt, waarbij nadrukkelijk de focus komt te liggen op het uitbouwen van het aantal ‘broedwerkplaatsen’, specifieke samenwerkingsplekken met combinaties van bedrijven en organisaties in de regio. Hier werken studenten op locatie aan interessante multidisciplinaire projecten en wordt tegelijkertijd het innovatie vermogen van de bedrijven vergroot. Dit leidt tot meer praktijkgerichte kennis en draagt bij aan het stimuleren van de werkende mbo plus populatie in de regio om zich verder op-, bij- of om- te scholen. Zo wordt de economische- en innovatiekracht van de regio vergroot. Naast versterking van de netwerkfunctie in de regio, wordt steviger ingezet op aanwezigheid van Windesheim in de stad Zwolle bij bedrijven en organisaties, aanvullend aan de aanwezigheid op de bestaande topwerklocaties – Polymer Science Park, Health Innovation Park, Enexis en Climate Campus.
5
Voor het gebied rondom de Spoorzone bij het station Zwolle wordt de mogelijkheid van een creatieve combinatie van museum, mbo en hbo onderwijsinstellingen en Windesheim verkend. Concreet uitgewerkt binnen de Spoorzone is de broedwerkplaats Perron 038 waar Windesheim in de vorm van projecten bij de aangesloten bedrijven in deelneemt. Hieraan gekoppeld ligt er de ambitie om nu daadwerkelijk te komen tot een goede structurele fysieke verbinding, het zogenaamde Engelenpad, tussen de stad en het Hanzeplein en Windesheim. De huidige aanwezigheid van duidelijke studentplaatsen in de stad, zoals het studentencafé Het Vliegende Paard en de roeiclub Boreas, wordt gecontinueerd. Zichtbare en aantrekkelijke campus als thuisbasis De campus is en blijft de ontmoetingsplek voor een steeds diverser samengestelde populatie van campusbezoekers. Om de ontmoeting en multidisciplinaire samenwerking op de campus optimaal te faciliteren, worden de infrastructuur en de inrichting van de gebouwen aangepast. Het campusterrein krijgt een groen hart, dat de centrale ontmoetingsplek vormt. Om nieuwe onderwijsvormen te faciliteren worden de gebouwen deels heringericht met meer communityruimtes en leerpleinen, gecombineerd met informele ontmoetingsruimten. Het aantal klassieke leslokalen wordt kleiner.
Om voor studenten en bezoekende bedrijven de verbinding met en herkenbaarheid van onderzoek te vergroten worden kenniscentra op makkelijk herkenbare plekken op de begane grond gehuisvest. De kleinschaligheid en persoonlijke aandacht voor de student zijn kenmerkend voor Windesheim, zo geven studenten jaar op jaar terug in de Nationale Studenten Enquête. Bij de herinrichting van de gebouwen en het campusterrein blijft die kleinschaligheid een kernpunt; we creëren een thuisbasis voor studenten. Blijvend wordt door middel van specifiek eigen, gepaste, typerende inrichting geïnvesteerd in de eigenheid en herkenbaarheid van de thuisplek van nu nog een opleiding en in de toekomst vaker een thema van samenwerking. Om de herkenbaarheid en de zichtbaarheid vanaf de IJsselallee en vanaf het spoor te verbeteren wordt geïnvesteerd in een meer uniforme, uitnodigende uitstraling van de gebouwen. Het aanzicht van de campus dient duidelijker direct ‘Hogeschool Windesheim’ uit te stralen; een campus gericht op ontmoeting en een warm welkom. Het scheiden van de vervoersstromen is een belangrijk punt om zowel de bereikbaarheid als de veiligheid sterk te vergroten. Windesheim blijft bezoekers stimuleren om per fiets of openbaar vervoer naar de campus te komen.
Tegelijk wordt - gezien de veranderende samenstelling van de studentenpopulatie, met meer studenten en cursisten die naast hun werk studeren – een gelijkblijvend autoverkeer , meer verspreid over de dag, verwacht. Voor de komende periode staat de realisatie van een rondweg achter langs de gebouwen op de planning. Om de toegang naar de campus voor voetgangers en fietsers te verbeteren staat, zoals eerder aangegeven, de realisatie van de fly-over hoog op de agenda. Duurzame en circulaire campus Bij een aantal duurzame ontwikkelingen loopt Windesheim voorop. Aansluitend bij de missie, bijdragen aan een inclusieve en duurzame samenleving, wil Windesheim de koploperpositie versterken en een voorbeeldfunctie vervullen voor de regio. Dit vertaalt zich in ambities op het niveau van een fossielvrije campus. Dit betekent beperken van de energievraag van gebouwen en het verduurzamen van de warmte- en elektriciteitsvraag. Om de ambitie van een circulaire campus te realiseren, moet nog een slag worden gemaakt. Hierbij wordt ingezet op reductie en hergebruik van grondstoffen. Dit gebeurt onder andere in de vorm van projecten van onze studenten en onderzoekers met bedrijven en concrete eisen in de te voeren
6
aanbestedingsprocedures rondom renovatie van gebouwen, maar ook voor bijvoorbeeld schoonmaak en catering. Een stappenplan om de koploperspositie te realiseren wordt opgesteld. Vastgoedstrategie De gewenste ontwikkeling van de campus is vertaald in een vastgoedstrategie. Hierbij wordt gewerkt met een ruimtenorm per student. Deze norm, gebaseerd op opleidingstype, opleidingssoort en opleidingsintensiteit, is vastgesteld op 5,0 m² . Om van het huidige ruimtegebruik van 5,5 m2 per student naar de norm te bewegen, wordt de komende periode versneld het aantal m² afgebouwd door verouderde gebouwen te slopen. Naast de ruimtenorm is ook de benuttings- en bezettingsnorm van belang. De huidige onderbenutting van ruimten geldt met name voor de randen van de dag. In planning en roostering wordt hier strakker op gestuurd. Door middel van smart building concepten wordt het daadwerkelijke gebruik van ruimten inzichtelijk en daarmee stuurbaar gemaakt. De mate van flexibiliteit is van groot belang voor onze hogeschool zodat tijdig ingespeeld kan worden op wijzigingen in de ruimtebehoefte als gevolg van wijzigingen in de studentenpopulatie en/of gevolgen van nieuwe technologische ontwikkelingen op de ruimtebehoefte. Voor de periode 2019 tot 2030 wordt gerekend met een flexibiliteit van plus en min 5% op de studentprognoses.
Als stresstest is tevens de mate van flexibiliteit in beeld gebracht indien de ruimtebehoefte zou afnemen dan wel toenemen met 10%. Projecten en financiële context Windesheim beschikt over voldoende flexibiliteit in haar vastgoed om zowel de verwachte studentpopulatie als de best en worst case in groei en krimp op te vangen. Er zijn geen grote verbouwingen vereist; de focus ligt op goed onderhoud, herinrichting van ruimten en de herinrichting van het campusterrein met een groen hart en achter de gebouwen een rondweg voor de auto’s. De conclusie inzake de adequate mate van flexibiliteit is geplaatst binnen de financiële sturingskaders vastgoed. De eerder vastgestelde financiële sturingskaders zijn geactualiseerd, waarbij geen grote wijzigingen worden doorgevoerd. In het laatste hoofdstuk is een overzicht opgenomen van concrete projecten voor de periode 20192025 , verdeeld over vijf thema’s: renovatie & bouw, infrastructuur, duurzaam & circulair, ontmoeting & faciliteiten, en smart campus. De projecten zijn financieel doorgerekend en sluiten aan op de meerjarenbegroting 2019-2023.
7
1 Pijlers voor campusontwikkeling Zwolle 1.1
Strategische Koers 2017 - 2022
De missie van Windesheim is actief bijdragen aan een inclusieve en duurzame samenleving door het opleiden van waardevolle professionals en het verrichten van praktijkgericht onderzoek. In de komende jaren werkt Windesheim stapsgewijs aan het toekomstperspectief om voor elke student een persoonlijke leerroute mogelijk te maken. Het ideaal is dat geen enkele student onnodig uitvalt. Elke student krijgt de mogelijkheid om onder deskundige begeleiding te ontdekken welk curriculum het beste bij hem of haar past, als onderdeel van een leven lang ontwikkelen. Zo worden en blijven studenten kansrijk op de arbeidsmarkt.
We hanteren drie leidende principes voor de vertaling van onze onderwijsambitie naar de concrete onderwijspraktijk, processen en structuren: • Iedere student is uniek: in ons onderwijs houden we rekening met verschillen tussen studenten: verschillen in tempo of niveau, maar ook over wat studenten leren, hoe ze leren, wanneer ze leren, waar en met wie ze leren. • Complexe praktijkvragen zijn leidend: in ons leren worden we gedreven door (maatschappelijke) praktijkvragen. Ons onderwijs weerspiegelt de complexiteit en het multidisciplinaire karakter van deze vragen. • Leren doen we samen: Windesheim stimuleert en ondersteunt studenten, docenten, onderzoekers en werkpraktijk om op basis van gelijkwaardigheid bij te dragen aan leren De missie, maatschappelijke opdracht en de ambities en leidende principes voor ons onderwijs en onderzoek vormen belangrijke uitgangspunten voor de toekomstige ontwikkeling van de campus. Vanuit het perspectief van campusontwikkeling, vastgoed en facilitering geeft de strategische koers een aantal concrete richtingen en ijkpunten.
8
Richtingen en ijkpunten uit de Strategische Koers 2017 - 2022 ▪ In onze visie op onderwijs en leven lang ontwikkelen neemt interactie een centrale plek in. Wij stimuleren uitwisseling en het samen leren van studenten. Mede daardoor ervaren onze studenten de leeromgeving als hun 'thuis'. ▪ Onze leeromgeving is het sociale 'thuis' waarin studenten worden gestimuleerd en begeleid om zich te ontwikkelen tot wie ze willen zijn en de keuzes te maken die daarbij helpen. Zo leert de student om zich als persoon te verbinden aan het zijn van een (beginnend) beroepsbeoefenaar. ▪ Tijdens hun studie maken studenten deel uit van kleinschalige communities. Deze zijn bij voorkeur divers en multidisciplinair samengesteld. ▪ Studenten, docenten, onderzoekers en werkpraktijk zijn partners in een lerend netwerk op een open campus, waar traditionele grenzen tussen opleidingen, domeinen, onderzoek en werkveld vervagen. ▪ Grote maatschappelijke vraagstukken vragen om een interdisciplinaire benadering waarbij studenten, onderzoekers, docenten en werkveld projectmatig samenwerken. ▪ Als organisatie willen we van een institutioneel en gesegmenteerd bolwerk een professioneel en lerend netwerk worden. Elkaars talent en vakmanschap benutten, kennis delen en samenwerken zijn de belangrijkste voorwaarden om studenten optimaal te begeleiden.
▪ Studenten leren samen, maar ook alleen, online- en offline, op de campus en op de werkplek. ▪ Samen met bedrijven en instellingen uit de regio geven wij vorm aan een leer- en onderzoekomgeving die innovatief en inspirerend is. ▪ Onderzoek wordt uitgevoerd binnen communities (fieldlabs, living labs, kenniswerkplaatsen) waarin studenten, docenten, onderzoekers en werkveld participeren en werken aan vraagstukken uit de praktijk. Samenvattend neemt de campus een centrale plek in het onderwijs en onderzoek van Windesheim in. De campus fungeert als basis waar kennis wordt opgedaan en gedeeld. De campus vormt ook een thuisbasis waar studenten zich als persoon- en professional kunnen ontwikkelen en waar studenten, medewerkers en externen elkaar ontmoeten en zich welkom voelen om hun kennis te delen en van elkaar te leren. De vormen waarin onderwijs wordt aangeboden, worden meer flexibel en projectmatig, wat flexibiliteit in leer- en werkplekken vraagt. Locaties buiten de campus en de verbinding met het werkveld zijn nodig om de samenwerking en verbinding met de omgeving in te vullen en studenten aantrekkelijke plekken te bieden om in de praktijk aan concrete opdrachten te werken. Onze missie om bij te dragen aan een inclusieve en duurzame samenleving is in onze strategische koers vooral uitgewerkt richting onderwijs en onderzoek.
Het thema duurzaamheid is ook relevant voor de wijze waarop wij met ons vastgoed omgaan; het vormt dan ook een belangrijke randvoorwaarde voor de ontwikkeling van onze campus.
1.2
Studentenpopulatie
Ten behoeve van de nieuw op te stellen strategische koers heeft Windesheim in 2016 het onderzoek “Toekomstverkenning van regionale bevolkings- en arbeidsmarktontwikkelingen en beleidsperspectieven” laten uitvoeren. Daarbij is een aantal trends en ontwikkelingen gesignaleerd, zowel maatschappelijk en regionaal, als op het terrein van onderwijs en onderzoek. Deze trends en ontwikkelingen zijn meegenomen en vertaald in de strategische koers.
9
Maatschappelijke trends 1. Disruptieve technologische ontwikkelingen en kantelende instituties. 2. Flexibele arbeidsmarkt, nieuwe en verdwijnende beroepen. 3. Groeiende tweedeling tussen onder andere hoog- en laagopgeleiden. 4. Maatschappelijke agenda’s worden bepaald door duurzaamheid, diversiteit en globalisering. Regionale ontwikkelingen 1. Sterkere vraag vanuit regionale human capital agenda naar meer hoogopgeleiden, betere doorstroming mbo-hbo en Leven Lang Ontwikkelen. 2. Interactie tussen regionale bedrijven en onderwijs wordt sterker o.a. door leren op de werkplek. 3. Bedrijven uit de topsectoren zoeken samenwerking rond onderzoek. In regio Zwolle zijn de topsectoren Agri & Food, Vrijetijdseconomie, Health, Kunststoffen en Logistiek sterk vertegenwoordigd. 4. Het aantal jongvolwassenen in regio Zwolle daalt na 2022/2023. Onderwijsontwikkelingen 1. Persoonlijke ontwikkeling en digitale vaardigheden worden belangrijker. 2. Er ontstaan gepersonaliseerde leerroutes met docententeams als begeleiders. 3. De fysieke en virtuele leeromgevingen vermengen. 4. Het internationale karakter van het hoger onderwijs neemt toe. (uit: Strategische Koers 2017 – 2022)
Voor het bepalen van onze visie op de gewenste campusontwikkeling is naast de strategische koers, met name de verwachte ontwikkeling van de studentenpopulatie een belangrijke pijler. Daarom wordt in dit hoofdstuk apart stilgestaan bij de verwachte ontwikkelingen rond de omvang en samenstelling van de studentenpopulatie.
1.2.1 Demografische ontwikkeling jongvolwassenen Uit het - ten behoeve van de strategische koers uitgevoerde en hierboven aangehaalde- onderzoek blijkt dat de geprognosticeerde bevolkingsontwikkeling laat zien dat binnen het wervingsgebied van Windesheim Zwolle het aantal jongvolwassenen tot 25 jaar tot en met 2021 bovengemiddeld zal groeien. Naar verwachting levert dit een stijging in studentenaantallen op. Na 2022/2023 daalt het aantal jongvolwassenen in het verzorgingsgebied weer bovengemiddeld sterk. Gezien het dalend aantal jongvolwassenen in de regio, zal naar verwachting het aantal initiële, voltijds bachelor studenten in Zwolle na 2022 afnemen.
Ontwikkeling aantal inwoners 15-25 jaar, verzorgingsgebied Windesheim Zwolle
Bron: Toekomstverkenning van regionale bevolkings- en arbeidsmarktontwikkelingen en beleidsperspectieven, 2016
10
1.2.2 Toenemende doorstroom en op- & bijscholing Tegenover het dalend aantal jongvolwassenen in de regio en de daaraan gekoppelde daling van het aantal initiële bachelor studenten, staan twee andere ontwikkelingen die naar verwachting leiden tot een toename van het aantal studenten. Doorstroom vanuit mbo Kijkend naar de veranderingen op de arbeidsmarkt, zijn het met name de middelbaar geschoolde beroepen die bedreigd worden en het risico lopen te verdwijnen. Zo blijkt uit de Regiomonitor Regio Zwolle van najaar 2018 dat vier op de tien mbo-studenten uitstromen naar een zogenaamd bedreigd beroep. Omdat de beroepsbevolking in de regio Zwolle ten opzichte van de rest van Nederland uit relatief veel middelbaar opgeleiden bestaat, is deze ontwikkeling extra relevant. Verwachting is dat het aantal mbo-ers dat zal willen en moeten worden bijgeschoold toeneemt. Daarbij vormt de tweejarige associate degree (ad) die sinds 2018 een volwaardige hbo opleiding is, een aantrekkelijk alternatief naast de al langer bestaande bachelor hbo opleiding. Passend bij onze ambitie om de doorstroom van mbo naar hbo te bevorderen is al gestart met het uitbreiden van het ad portfolio in Zwolle, zowel voltijd als deeltijd. Met de ad’s, die ontwikkeld worden in nauwe samenwerking met het werkveld, wordt vooral een mbo-populatie aangesproken.
Opleidingsniveau beroepsbevolking in de regio Zwolle en Nederland
Bron: Regiomonitor 2018 Leven Lang Ontwikkelen Naast de aandacht voor doorstroom van mbo-opgeleiden naar een hbo-niveau is er een bredere, landelijke inzet op Leven Lang Ontwikkelen. Op deze ontwikkeling wordt in de regio Zwolle ingehaakt middels de Human Capital Tafel van de Regio Zwolle, waarbij de 21 deelnemende gemeenten sectoraal insteken op het bij- , op- of omscholen van werkenden. De acht Zwolse onderwijsinstellingen binnen Zwolle (4 mbo- en 4 hbo-instellingen) pakken dit op met “Opleiden in de Regio”. “Opleiden in de Regio” is het portaal voor scholingsvragen van werkgevers voor op-, bij- of omscholing op mbo en hbo niveau voor hun medewerkers. Windesheim is hierbij nadrukkelijk aangesloten. Binnen Windesheim zijn bij een aantal domeinen, zoals Gezond & Welzijn en Bewegen & Educatie, inmiddels succesvolle vormen van leven lang ontwikkelen gerealiseerd. Hier ligt echter nog veel potentie gezien de vraag vanuit bedrijven en het geconstateerde mbo opleidingsniveau. De verwachting is dat beide ontwikkelingen - versterking van het palet aan ad-opleidingen en verdere ontwikkeling van specifiek onderwijs voor Leven Lang Ontwikkelen - zullen leiden tot een groei van het aantal studenten. 11
Aantal in Internationalisering en uitwonende studenten 1.2.3 Aantal internationale studenten
Het aantal internationale studenten bij Windesheim is beperkt. Gedurende een studiejaar ligt het Kaartje met woonplaats/postcode studenten aantal rond de 330. Verwachting is dat dit aantal de komende jaren niet sterk zal toenemen. Bron: International Office WH 2a. studenten die vanuit een internationale partner universiteit bij WH studeren Periode 2013-2014 2014-2015 2015-2016 2016-2017 2017-2018 Trend Autum semester 95 110 135 118 130 Spring semester 89 77 82 87 119 Totaal 184 187 217 205 249 Bron: International Office - via GSA WH 2b. studenten met buitenlandse nationaliteit per 1 oktober bij WH Domein 2013-2014 2014-2015 2015-2016 2016-2017 2017-2018 Trend BE 46 38 37 33 31 BMR 62 75 78 92 124 GW 17 15 21 24 24 Techniek 16 14 10 25 26 Totaal 141 142 146 174 205
1.2.4 Ontwikkeling studentenaantallen Op basis van de hierboven geschetste ontwikkelingen is de verwachting dat voor de periode tot en met 2025 het aantal studenten gelijk zal blijven; de daling op basis van demografische ontwikkelingen zal worden gecompenseerd door groei vanwege ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, leidend tot leven lang ontwikkelen en studenten voor de ad-opleidingen, deeltijd en voltijd. De studentenpopulatie zal wel een deels andere samenstelling kennen en daarmee een deels andere financiering. Dit is meegenomen in de financiële vertaling. Voor de periode 2025 – 2030 hanteren we als basis dat de studentenpopulatie – gezien de bovengenoemde ontwikkelingen – eveneens gelijk blijft. Daarbij werken we met twee aanvullende scenario’s, te weten met een ‘min 5%’ en een ‘plus 5%’ scenario (zie hiervoor H6). Voor de periode na 2030 zijn - als een ‘stress-test’ voor de flexibiliteit van de campus - enkele verdergaande scenario’s doorgerekend.
12
2. Visie campusontwikkeling 2.1
Modellen en trends in campusontwikkeling
Campus NL, het campus researchteam van de TU Delft, publiceerde in 2016 in opdracht van de VSNU een uitgebreid onderzoek naar de ontwikkeling van de (universitaire) campussen in Nederland. Op basis van maatschappelijke trends zoals digitalisering, veranderende werk- en leeromgeving, toenemende diversiteit, andere (onderzoeks-)financiering en samenwerkingsvormen onderscheidt Campus NL drie model-strategieën. Modelstrategie A - TRADITIONEEL “Back to the future” – exclusief en territoriaal – koestert de kwaliteiten van de universiteit uit het verleden: de relatief gesloten campus, territorium voor een selecte elite van de slimste studenten en professoren, die de hiërarchie van de universiteit reflecteert door ruimte grotendeels toe te wijzen voor exclusief gebruik door één individu, groep of faculteit en die het academische erfgoed koestert, waar de mooiste plekken worden gebruikt door de belangrijkste mensen. Modelstrategie B - NETWERK “Intellectual agora” – interactie en gedeeld – stelt de samenwerking, kennisuitwisseling en menging van doelgroepen centraal, doet de grenzen tussen faculteiten onderling en tussen studenten en docenten vervagen, stimuleert interactie en bevordert gemeenschappelijk gebruik van voorzieningen (ten koste van territorium), waardoor ook de mooiste plekken gedeeld worden en dus door iedereen kunnen worden gebruikt.
Modelstrategie C - VIRTUEEL “Clicks & mortar” – plaats-onafhankelijk en individueel – doet de grenzen van de campus sterk vervagen en maakt dankbaar gebruik van de ICT-mogelijkheden om overal en altijd te kunnen werken en leren, biedt studenten en docenten meer vrijheid om op afstand te leren, thuis te werken of op de mooiste, beste passende werkplek die stad, land of wereld biedt en die de universiteit toestaat als werkomgeving.
Campus NL concludeert dat rond de eeuwwisseling de verwachte trend van (A) via (B) naar (C) liep. Anno 2016 bleek dat niet uit te komen. Duidelijk werd dat universiteiten kozen voor communityvorming (B) en een sterke academische thuisbasis (A). In de praktijk maken universiteiten tegenwoordig een ‘slimme’ mix van A, B en C voor de ontwikkeling van hun toekomstige campus. Daarbij wordt in lange lijnen gedacht, maar worden korte stappen gezet.
Voor de visie en het strategisch kader voor de ontwikkeling van onze Zwolse campus zoeken we aansluiting bij het bovenstaande model van Campus NL. 13
2.2
Visie toekomstige campus Zwolle
In onze visie is een hogeschool in de toekomst niet zozeer een ‘instelling’, maar veeleer een infrastructuur van rijke leeromgevingen voor lerenden. Ook als de regie meer bij lerenden komt te liggen (een ontwikkeling die al in gang is gezet), als het diploma zijn waarde verliest en de concurrentie met private aanbieders toeneemt, houdt de hogeschool vanwege deze infrastructuur van rijke leeromgevingen haar toegevoegde waarde; zowel voor de jonge, initiële student, als de (oudere) deeltijdstudent die in het kader van leven lang ontwikkelen naar de hogeschool komt. De leeromgeving op de campus van de toekomst is rijk door: de persoonlijke aandacht en het samen leren in interdisciplinaire projecten; de interactie met docenten als leercoaches; de verbinding met praktijkgericht onderzoek en innovaties; de verbinding met het werkveld en de werkplek; de optimale digitale ondersteuning. Wij zien de campus van de toekomst daarom als een thuisbasis waar studenten zich gekend weten (basismodel A), waar kennisdeling en interdisciplinariteit gefaciliteerd worden, permanent verbonden met het werkveld (basismodel B), en met ‘hubs’ waar praktijkgericht onderzoek en bedrijven samen aan innovaties van de beroepspraktijk werken, ondersteund door een persoonlijke digitale leeromgeving voor de student (basismodel C).
2.3
Ontwikkelstrategie: de ‘slimme’ Windesheim mix
De geschetste infrastructuur van rijke leeromgevingen is fysiek en digitaal. Beiden vragen de komende jaren om investeringen en doorontwikkeling. Kijkend naar de verhouding tussen ‘brick’ en ‘bytes’ zullen we bij een gelijkblijvend investeringsniveau de komende jaren relatief meer investeren in de digitale infrastructuur. Inherent aan onze visie van de toekomstige campus is een zekere spanning. De campus moet ‘compact’ genoeg zijn om een thuisbasis te zijn en om crossovers tussen zoveel mogelijk disciplines te faciliteren, en ‘open’ genoeg om in permanente verbinding te staan met onderzoek, innovaties en het werkveld buiten de campus. Compact betekent dat we de komende jaren geen opleidingen naar buiten de campus verplaatsen, maar wel op of buiten de campus actief zoeken naar verbindingen met disciplines die we missen, vooral de verbinding met creatieve opleidingen.
De campusontwikkeling voor de komende jaren wordt dus, aansluitend bij onze strategische koers, studentpopulatie en de geschetste strategiemodellen, een slimme mix van: ❖ versterken van de campus als aantrekkelijke thuisbasis ❖ versterken van interdisciplinaire samenwerking op/nabij de campus, binnenhalen van of verbinden met disciplines die we missen ❖ investeren in samenwerking tussen onderzoek, innovatie, bedrijven en instellingen op en buiten de campus en versterken van de digitale infrastructuur Versterken van de campus als aantrekkelijke basis De huidige campus wordt door studenten en medewerkers al gevoeld (en zeer gewaardeerd) als thuisbasis. De uitstraling en reputatie zijn goed en willen we nadrukkelijk behouden. We zien ook nog ontwikkelpunten. Voor het versterken van de thuisbasis zullen we de nadruk leggen op de branding van de campus, het ontwikkelen van het hart van de campus als ontmoeting- & ontspanningsplek, en het vergroten van toegankelijkheid en verkeersveiligheid. 14
Versterken van interdisciplinaire samenwerking op de campus Voor het versterken van de interdisciplinaire samenwerking is het van belang dat alle opleidingen aanwezig zijn op de campus en er makkelijk crossovers gemaakt kunnen worden. Vanuit dat oogpunt wordt ingezet op bundeling van de creatieve opleidingen IPO/ArtEZ. In de slimme mix ligt voor het versterken van de samenwerking op de campus de nadruk op het verder ontwikkelen van flexibele leeromgevingen zoals community ruimten en studielandschappen. Investeren in samenwerking tussen onderzoek, innovatie, bedrijven en instellingen op en buiten de campus en het versterken van de digitale infrastructuur. In de mix wordt hier nadrukkelijk de verbinding gelegd met het werkveld in de regio in de vorm van broedwerkplaatsen en topwerklocaties, innovatiecentra die ondernemerschap stimuleren en faciliteren. In dit kader richten we ons ook op doorontwikkeling van de spoorzone tot creatieve hub in het verlengde van de Campus. Daarnaast blijven we investeren in state-of-the art digitale infrastructuur. In de volgende hoofdstukken wordt de strategie voor de ontwikkeling van onze campus voor de komende jaren verder toegelicht en geconcretiseerd. Daarbij wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de versterking van de samenwerking met externe partijen, zowel buiten als op de campus.
In hoofdstuk 4 gaan we in op het versterken van de interne samenwerking en het vergroten van de aantrekkelijkheid van de campus.
15
3. Versterken regionale verbinding en netwerkfunctie 3.1
In de regio Zwolle
Hoewel Windesheim een aantal landelijke opleidingen aanbiedt, zoals Psychomotorische Therapie en Toegepaste Gerontologie, vervult Windesheim vooral de functie van een regionale, brede hogeschool. Op dit moment is de hogeschool al goed in de regio gepositioneerd. Voor de komende jaren wordt gewerkt aan het versterken van de netwerkfunctie en de uitbouw van de huidige positionering in de regio.
3.1.1 Huidige regionale verbindingen en samenwerking Samenwerking vanuit opleidingen en domeinen De huidige samenwerkingsverbanden zijn in hoofdzaak ingestoken vanuit opleidingen, soms verbreed binnen een domein en gekoppeld aan onderzoek. Zo zijn er nauwe banden tussen Wavin (marktleider op het gebied van kunststof leidingsystemen) en een aantal techniek opleidingen en het lectoraat Kunststoffen. Daarnaast worden met Wavin en verschillende opleidingen binnen het domein Techniek en het lectoraat projecten uitgevoerd onder de vlag van het Center of Expertise Tech For Future waarin Windesheim samen met collega hogeschool Saxion deelneemt. Een ander voorbeeld is de intensieve samenwerking met een aantal zorginstellingen in Meppel vanuit de breedte van opleidingen binnen het domein Gezondheid & Welzijn.
TOP Regio Zwolle
Samenwerking vanuit Economic Board Regio Zwolle In de achterliggende jaren is via de vorming van de Economic Board Regio Zwolle (EBRZ) verdere invulling gegeven aan de economisch agenda van de regio Zwolle. Dit samenwerkingsverband, met inmiddels landelijke bekendheid, heeft de ambitie om van de regio Zwolle de vierde economische 16
regio van Nederland te maken en bestaat nu uit 21 aangesloten gemeenten. Windesheim heeft vanuit de Zwolse8 (het samenwerkingsverband tussen de acht Zwolse mbo- en hbo-instellingen) en als grootste hogeschool een vaste positie in de EBRZ. In juni 2018 is de nieuwe agenda voor de Regio Zwolle vastgesteld met hierin onder andere de volgende onderwerpen: Uit de Regio agenda Zwolle Menselijk kapitaal: “Inwoners van Regio Zwolle kunnen zich ontplooien, kunnen mee in de zich dynamisch ontwikkelde samenleving, doen wat ze kunnen en ervaren dat als zinvol en bevredigend.” Economie: “Onze economie floreert – met respect voor het ecologisch plafond – op topniveau, heeft een hoog aanpassingsvermogen en betreft zoveel mogelijk mensen in het arbeidsproces.”
Verbindingen vanuit provincie en gemeente Zowel de provincie Overijssel als de gemeente Zwolle – die beiden ook deelnemen aan de EBRZ – sturen op regionale samenwerking op specifieke thema’s en locaties middels beleid op respectievelijk ‘topwerklocaties’ en ‘topinnovatiecentra’. In beide gevallen gaat het om broedplaatsen waar startende en bestaande ondernemers zich richten op innovatie, met inbreng van mbo- en hbo onderwijs en onderzoek. Op dit moment zijn er in Zwolle twee topwerklocaties daadwerkelijk gerealiseerd, te weten Polymer Science Park (PSP) en het Health Innovation Centre (HIP). Windesheim is actief in beide samenwerkingsverbanden (zie 3.2).
3.1.2 Uitbreiden samenwerking en verbinding in de regio De komende periode werken we naast de bestaande verbindingen vanuit de opleidingen binnen een specifiek domein met bedrijven, aan nieuwe multidisciplinaire verbindingen in de vorm van broedwerkplaatsen (= als werktitel). Met deze broedwerkplaatsen vergroten we onze zichtbaarheid in de regio bij bedrijven en potentiële studenten. Op deze wijze bieden we studenten interessante multidisciplinaire projecten op locatie en leveren we een bijdrage aan het innovatief vermogen van de aangesloten bedrijven. Dit leidt tot meer kennis (in geval van praktijkgericht onderzoek) en draagt bij aan het verlagen van de drempel van de werkende mbo(+) populatie in ons werkgebied om zich verder op-, bij- of om te scholen, ten einde de economische en innovatiekracht van de regio te blijven vergroten. Concreet zullen de komende periode de mogelijkheden worden onderzocht voor een broedwerkplaats in Marknesse en Meppel. Daarnaast zal ook worden onderzocht of de huidige samenwerking in Meppel met het domein Gezondheid en Welzijn kan worden uitgebreid met samenwerking rond onder meer ICT (Techniek) en commercie (BMR). Deze broedwerkplaatsen zijn geen formele onderwijsinstellingsvestiging, maar een plek waar bedrijven de lead nemen en samen met Windesheim innovatieve projecten uitvoeren.
Vastgoed en faciliteiten worden aangeboden door bedrijven; Windesheim draagt bij middels projecten, studenten, docenten en onderzoekers.
3.2
In de stad Zwolle
3.2.1 Huidige positie van Windesheim in de stad Zwolle Onze hogeschool Windesheim maakt deel uit van de stad en het leven in de stad. Naast de campus is de hogeschool op een aantal plaatsen in de stad aanwezig. Vaak op plekken waar (al dan niet samen met anderen) onderwijs of onderzoek plaatsvindt, maar ook op plekken waar ontspanning voorop staat. Zo dragen het studentencafé het Vliegende Paard en de roeiclub Boreas bij aan de zichtbaarheid van studenten in de binnenstad, belangrijk voor de aantrekkelijkheid van de stad Zwolle. Ook met de huur van een aantal studentenwoningen levert Windesheim een bijdrage aan Zwolle als studentenstad.
17
Zoals aangegeven in 3.1.1 participeert Windesheim binnen de stadgrenzen van Zwolle in twee topwerklocaties: het Polymer Science Park (PSP) en Health Innovation Park (HIP). Net als bij de eerder genoemde broedwerkplaatsen draagt Windesheim hier bij middels projecten, studenten en onderzoekers. Daarnaast levert Windesheim hier als één van de founding fathers een beperkte financiële bijdrage en vervult een bestuursfunctie.
3.2.2 Uitbreiding verbindingen in de stad Zwolle Niet alleen in de regio, maar ook binnen de stad zal de komende periode de focus worden gelegd op het versterken van de verbindingen op topwerklocaties en broedwerkplaatsen. Hiermee sluit Windesheim aan bij het beleid van de gemeente Zwolle en andere initiatieven vanuit het bedrijfsleven en maatschappelijke partners. Concreet wordt naast de samenwerking binnen PSP en HIP structurele samenwerking gezocht en ingevuld binnen twee innovatiecentra in oprichting, te weten Enexis en Climate Campus. Enexis richt zich op de energietransitie, de Climate Campus op klimaatadaptatie en de circulaire economie. Ook binnen het in het voorjaar 2019 te openen Perron 038 neemt Windesheim actief deel.
Spoorzone De gemeente Zwolle zet in op gebiedsontwikkeling van de gebieden direct grenzend aan het station: project de Spoorzone. Daarbij hanteert de gemeente de aanpak om het initiatief zoveel mogelijk bij ondernemers en andere partijen te laten. De gemeente neemt de rol van ondersteuner en geeft richting. In de programmatische visie van de gemeente fungeert de toekomstige Spoorzone als katalysator van de innovatieve kracht van Zwolle. De partijen van de triple helix -bedrijfsleven, onderwijs en overheid- geven hier samen vorm aan de economie van de toekomst.
18
Het hiervoor genoemde Perron 038 is een initiatief dat in de spoorzone is gesitueerd. Perron 038 is opgezet vanuit ITM Kampen en AWL Harderwijk. Op dit moment sluit Windesheim aan vanuit het domein Techniek. Later is nadrukkelijk de insteek dat ook andere domeinen met opleidingen en onderzoek aansluiten. Naast economie, wonen en leven, duurzaamheid en cultuur en creativiteit heeft de gemeente voor de spoorzone ook een ambitie op onderwijs. “Er is ruimte voor onderwijsinstellingen en onderwijsvormen die kunnen bijdragen aan de doelstellingen voor het gebied.” De spoorzone is op 10 minuten loopafstand van de Campus en daarmee een aantrekkelijke locatie om de samenwerking met andere partijen verder te concretiseren. Windesheim zit als hogeschool direct aan tafel om samen met andere onderwijsinstellingen de mogelijkheden te onderzoeken en ontwikkelen. Hierbij wordt gedacht aan een ‘creative hub’, een combinatie van museum, mboonderwijsinstellingen en Windesheim. Daarbij is voor Windesheim het uitgangspunt dat onderwijs op de campus plaatsvindt en dat activiteiten buiten de campus zich vooral richten op projecten en onderzoek in de praktijkomgeving. Naast de ontwikkeling van de spoorzone werkt de gemeente aan de verbinding van de verschillende belangrijke plekken in de stad. Dit gebeurt onder de naam: Het Engelenpad, stadse levensader.
“Het Engelenpad is de levensader van de Spoorzone en verbindt verschillende bronpunten en bestemmingen die het gebied bijzonder maken. Het is een wandeling die een aaneenschakeling vormt van de meest aantrekkelijke en drukbezochte plekken van het gebied, van de Grote Kerk via het Station, District Z, langs de Werkplaatsen door het Innovatiekwartier met het Hanzeplein naar de Campus van Windesheim en verder naar het Engelse werk. Het Engelenpad is een aaneenschakeling van iconische plekken. Er zijn nieuwe verbindingen nodig zoals de Stations passerelle en de verbinding tussen Hanzeplein en Windesheim.” (bron: Strategische agenda, gemeente Zwolle)
Voor Windesheim is de verbinding tussen de stad, het stationsgebied en de campus van groot belang. Al vele jaren wordt gesproken over de fly-over, dan wel de passerelle. Windesheim blijft aandringen op het realiseren van een duidelijke, herkenbare en veilige verbinding voor studenten en medewerkers. Deze verbinding krijgt met de ingezette ontwikkeling van het Engelenpad door de gemeente nu daadwerkelijk vorm.
19
3.3.
Op de campus
Naast het versterken van de samenwerking en verbindingen met externe partijen buiten de campus, zien we ook mogelijkheden en kansen om de verbinding met anderen op de campus te versterken. Gezien de leemte in ons opleidingen portfolio op het terrein van de kunst is het aantrekkelijk om de samenwerking met ArtEZ te verstevigen. Onderzocht wordt of deze samenwerking op de campus of eventueel in de spoorzone fysiek vormgegeven kan worden. Ook samenwerking op de campus met andere onderwijsinstellingen wordt als optie nadrukkelijk open gehouden. Daarbij is het uitgangspunt dat de samenwerking leidt tot aanvulling van ons portfolio, op het gebied van onderwijs of onderzoek. Ondernemerschap Een aantal ontwikkelingen maakt dat wij met name rond het onderwerp Ondernemerschap onze positie en de samenwerking met andere partijen op de campus willen verstevigen. Allereerst sluit het thema aan bij het duidelijke mkb-profiel van de regio en verwachten wij op basis van de ontwikkelingen van Leven Lang Ontwikkelen dat er steeds meer werkenden uit het mkb naar de campus komen. Daarnaast sluit onze sterke positie rond het thema familiebedrijven en het grote aantal studenten dat tijdens hun studie een bedrijf start goed op dit thema aan. Wij zien de campus als een natuurlijke en geschikte plek om de relatie met het bedrijfsleven te intensiveren.
Voor het duidelijker positioneren van de campus als plek waar kennis rond ondernemerschap wordt ontwikkeld en gedeeld zullen we de samenwerking met Kennispoort en Oost NL en ons eigen Center of Entrepreneurship nader uitwerken en vormgeven. Als specifieke opties worden de mogelijkheden onderzocht voor het stimuleren van ondernemerschap in de vorm van het faciliteren van start-ups en het opzetten van een Center of Expertise voor Familiebedrijven. Voor de volledigheid: de start-up faciliteiten zoals bij het Polymer Science Park aan de andere zijde van Zwolle worden daar doorgezet. Er is geen ambitie om die naar de campus te verplaatsen. Hierbij speelt de beperkte ruimte op de campus een rol, maar vooral de vereiste vergunningen voor deze specifieke – technische - groep start-ups. On Campus Op dit moment werken wij samen met On Campus, de organisatie die het sportcomplex op de campus exploiteert en alle sport- en beweegactiviteiten van de hogeschool faciliteert. On Campus is een regionaal knooppunt van verbindingen met zorgaanbieders, verenigingen, basisscholen, bedrijven, particulieren en onderwijs. Met hoogwaardige faciliteiten als zwembaden, fitnesscentra, sportzalen, een klimhal, dojo en sportcafé heeft de samenwerking toegevoegde waarde voor onze opleidingen, medewerkers en studenten. Opleidingen maken gebruik van de multifunctionele faciliteiten voor hun (sport)onderwijs.
Voor medewerkers en studenten biedt On Campus een breed sport- en beweegaanbod. Naast het georganiseerde sport- en beweegaanbod op de campus is een versterking van zelfstandig individueel sporten en bewegen wenselijk en mogelijk. On Campus ziet mogelijkheden om een breder publiek naar de campus te trekken om hier te sporten, bewegen, ontmoeten en ontspannen. Door de multifunctionaliteit van het sportcomplex beter te benutten en zelfregulatie van de bezoeker te stimuleren en faciliteren, ontstaan kansen voor samenwerkingen met bedrijven in de regio Zwolle én wordt het aanbod voor particulieren versterkt. Daarnaast zijn er mogelijkheden voor versterking van de regionale studentensport, door in samenwerking met studentenverenigingen een omnisportvereniging op te richten. Doorontwikkeling van de buitensportaccommodatie biedt daarbij legio kansen voor versteviging van het multifunctionele karakter van het sportcomplex.
20
4. Zichtbare en aantrekkelijke campus als thuisbasis De campus vervult verschillende functies. Het is een plek voor het opdoen en delen van kennis, voor ontmoeting en ontspanning en voor samenwerking. Om die functies goed te kunnen vervullen is het belangrijk dat de campus zichtbaar, toegankelijk en aantrekkelijk is, én faciliteiten biedt die ontmoeting en samenwerking mogelijk maken en stimuleren. Daarbij zal in de toekomst de diversiteit van gebruikers toenemen; naast initiële studenten en medewerkers zullen er meer studenten en cursisten in het kader van leven lang ontwikkelen en gasten van bedrijven en instellingen naar de campus komen.
WAT WILLEN STUDENTEN? Om de ontwikkeling op de campus van de komende jaren ook aan te laten sluiten bij de behoeften vanuit de studenten, zijn via de studentengeleding van de CMR ideeën opgehaald bij studenten voor de verdere ontwikkeling van de campus. Dat levert o.a. de volgende punten op: • Cross-overs: de campus zou een plek moeten zijn om elkaar te ontmoeten. Dus niet te veel verspreiding over de stad. Voor de fysieke ruimte is behoefte aan meer openheid, meer samenwerkplekken en flexibele, aanpasbare ruimtes die makkelijk van functie kunnen veranderen. • Communities & Sociale cohesie: laat opleidingen op thema’s met elkaar mixen en de ruimtetoewijzing daar ook op te laten baseren. Dus toewijzen ruimtes op thema, in plaats van opleiding. Vakoverstijgende minors zullen meer cohesie opleveren. • Aantrekkelijk: Ruimtes kunnen ook uitnodigender gemaakt worden. Studenten hebben het gevoel dat het voor docenten gezelliger ingedeeld is dan voor studenten. Ook de gangen kunnen beter benut worden om mensen samen te laten komen. Tot slot zou een verenigingsplein het sociale contact versterken, een plek waar leden van studieen studentenverenigingen samen kunnen komen. • Buitenruimte: sport verbindt en dat zouden studenten vaker terug willen zien in de vorm van sportgelegenheid in het buitengebied. Denk aan een trapveldje, basketbalveldje of tafeltennistafel.
Daarnaast zouden buitenleerplekken gretig verwelkomd worden, al dan niet overkapt. • Mobiliteit & bereikbaarheid: in de huidige situatie kruisen het auto-, fiets en loopverkeer elkaar veel. De wens van studenten is dat het binnengebied van de campus autovrij wordt. Dit vergroot de veiligheid en maakt van het binnen gebied een ontmoetingsplaats. Tenslotte vinden studenten dat het vervoer per fiets gestimuleerd moet worden, bijvoorbeeld door de gelegenheid te bieden voor het opladen van E-bikes. • Parkeren: vanuit de huidige studenten is de behoefte aan auto-parkeerplaatsen niet zo groot. Met het oog op het stimuleren van de duurzaamheid vragen de studenten zich af of veel auto parkeerplaatsen nog gewenst zijn. • Algemene faciliteiten: studenten vinden dat de kantines en gebouwen te vroeg sluiten. Tot slot vinden de studenten meer entertainment voor zowel studenten als medewerkers een welkome aanvulling op de campus.
21
4.1.
Ontmoeten
Het faciliteren van ontmoeting is en blijft een essentiële functie van de campus. In de toekomst zal een bredere populatie elkaar op de campus ontmoeten; gaat het tot op heden voornamelijk over initiële voltijdsstudenten en medewerkers, in de toekomst zullen meer werkenden naar de campus komen in het kader van Leven Lang Ontwikkelen. Gecombineerd met de ontwikkeling van een eigen leerroute voor studenten, waarbij de student meer zelf keuzes maakt en niet een strak gestructureerd lesrooster volgt, leidt dit tot een andere benutting van de campus. Studenten zijn langer op de campus en hun verblijftijd is minder gebonden aan lesroosters. In de toekomst betreft het campusverblijf – meer dan nu- een combinatie van het volgen van lessen en samen projecten uitvoeren Deze ontwikkelingen leiden tot andere vragen rondom faciliteiten en (catering)voorzieningen. Dit geldt ook voor ruimten om te ontspannen, om vervolgens gezamenlijk of alleen verder te gaan met de studie in een andere ruimte. Dit alles leidt tot een wijziging van het niveau van hospitality. Daarbij is het uitgangspunt dat het aantal horecafaciliteiten op de campus gelijk blijft, maar dat het aanbod van de faciliteiten wordt afgestemd op behoeften van de verschillende doelgroepen die op de campus komen.
Het onderwijs in de vorm van projecten bij andere organisaties beslaat, zoals genoemd, een steeds groter deel van het curriculum. In deze projecten wordt met een groep studenten uit verschillende opleidingen samengewerkt. Naast de ontmoeting bij de externe organisatie treffen studenten elkaar voor de uitwerking en detaillering van het project op de campus. Terugkoppeling en presentatie zullen vaker op de campus plaatsvinden, de deelnemende bedrijven bezoeken dan onze campus hetgeen leidt tot meer externe gasten. Een goede fysieke infrastructuur is belangrijk om de formele en informele ontmoetingen goed te faciliteren. Hierop wordt onder meer ingespeeld door een duidelijk centraal ontmoetingspunt aan te leggen, vanwaar een overzichtelijke route leidt naar de bijeenkomst of afspraak. Op deze eerste ontmoetingsplek wordt naast de Windesheim uitingen, nadrukkelijk ingezet op het zichtbaar maken van de organisaties waarmee structureel wordt samengewerkt. Groen campus hart Het centrale ontmoetingspunt (het ‘hart’ van de campus) wordt het domein van voetgangers in een royale, groene openbare ruimte. Door het autovrij maken van het binnengebied ontstaat een groot en veilig verblijfsgebied in het midden van de campus. De verharde paden in het hart van de campus zorgen voor de verbinding tussen de gebouwen en voor de opdeling van de velden en het creëren van pleinen.
Zo ontstaan op de campus vier verharde pleinen, welke dienen als entree pleinen voor de gebouwen Dit leidt tot verlevendigen van het Groene Hart en de plint van het X gebouw. Tussen de bestrating en de pleinen wordt actief of passief verbleven in parkachtige verblijfsgebieden. Op deze pleinen wordt tevens ingezet op sport en andere activiteiten. De kennis en ervaring van On Campus wordt benut voor het ontwikkelen van activiteiten om in het binnen gebied van de campus de ontmoeting te stimuleren. Daarbij wordt eveneens ingezet op een 22
intensievere benutting van de hoge kwalitatieve sport- en zwemfaciliteiten. Het binnen gebied zal in combinatie met de gebouwen verder worden benut voor het uitbouwen van publieke functies, zoals congressen, lezingen van interessante sprekers en festivals.
4.2
Samenwerken: leren doe je samen
Is de indeling van de campus vooral van belang voor het stimuleren van ontmoeting en ontspanning, de indeling van de ruimten is met name belangrijk voor versterking van de interactie en samenwerking tussen de gebruikers. Zoals eerder aangegeven zal het onderwijs meer in projectvorm en multidisciplinair gegeven gaan worden. Niet alleen buiten de campus (zie H3), maar ook op de campus. Best practice samenwerken in de ruimte Binnen de opleiding HBO ICT hebben we korte lijnen tussen student en docent doordat docenten en studenten leren en werken in directe fysieke nabijheid van elkaar. We zetten de onderwijsruimte flexibel in: lokalen kunnen gekoppeld worden tot grotere ruimtes en alle centrale ruimtes zijn ingericht met werkplekken. Er zijn rustige werkplekken, maar ook dynamische, actieve werkruimtes. Door korte lijnen naar de vakdocenten worden studenten gezien en gehoord. Studenten ervaren een ‘thuisgevoel’ waardoor ze meer betrokkenheid hebben naar de opleiding. Hierdoor zijn ze ook meer bereid om zich in te zetten in de begeleiding van jongerejaars studenten en bijvoorbeeld bij open dagen en voorlichtingsactiviteiten. Ze zijn eenvoudig te benaderen omdat het duidelijk is waar ze op de campus te vinden zijn.
Community ruimtes en leerpleinen Om deze nieuwe onderwijsvorm te faciliteren, is in de achterliggende periode het aantal community ruimten al gegroeid; traditionele klaslokalen zijn omgevormd tot community ruimten, waarin verschillende projectgroepen naast elkaar werken. De projectgroepen werken onder begeleiding van een docent. De ruimte is daarnaast voorzien van middelen (prowise scherm en whiteboard) om ook klassikaal les te kunnen geven. De komende periode zal het aantal community ruimten verder worden uitgebreid.
Naast community ruimten zal het multidisciplinair werken worden gefaciliteerd in de vorm van leerpleinen. Dit zijn open ruimtes waar studenten individueel of in groepen kunnen werken en studeren zonder begeleiding. Om deze ruimtes goed te benutten zijn zij ook geschikt gemaakt voor bijeenkomsten en presentaties. Samenwerking onderwijs en onderzoek De verbinding tussen onderwijs en onderzoek is in de achterliggende jaren sterk verbeterd. Deze lijn wordt doorgezet. Ook in fysieke huisvesting wordt de verbinding en samenwerking vormgegeven. Zullen de komende jaren vooral lectoraten nog het fysieke koppelpunt voor huisvesting zijn, de verwachting is dat de samenwerking tussen onderzoekers, samen met onderwijs op termijn meer rond thema’s vorm zal krijgen. De huisvesting wordt aangepast op zichtbaarheid van een bepaald thema. 23
Om de herkenbaarheid van ons onderzoek te stimuleren zullen de kenniscentra op de begane grond/bij de ingang van gebouwen worden geplaatst en verhuizen de statische lokalen naar boven. De dynamiek van het onderzoek en de verbinding tussen onderzoek en onderwijs komt dan meer op de voorgrond en is zichtbaar vanaf het centrale ontmoetingspunt, het groene hart.
4.3
Kleinschaligheid
De kleinschaligheid en persoonlijke aandacht voor de student zijn kenmerkend voor Windesheim, zo geven studenten jaar op jaar terug in de Nationale Studenten Enquête. Ook bij een toename van de activiteiten op de campus wordt ingezet op het behoud van deze kwaliteiten; we creëren een thuisbasis voor de studenten. De keuze voor een vaste thuisbasis voor studenten op de campus blijft het basisprincipe. Dit is in eerste instantie de plek van de opleiding. Daar waar meer multidisciplinair wordt samengewerkt zullen studenten, docenten en onderzoekers tevens meer buiten de thuisbasis van de opleiding werken. Dit zal voornamelijk in community ruimtes plaatsvinden, die flexibel rond projecten of thema’s kunnen worden ingericht. De eigenheid van de thuisplek van de opleiding of het thema wordt ondersteund met een specifiek eigen, gepaste, typerende inrichting.