CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Buitengebied, Schellerbergweg 27_TOELICHTING

Raad Besluitvormingsronde 25 maart 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: vaststelling bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 2721.560 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

25/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

gebiedstype genoemd. De gemeente hanteert verschillende milieudoelstellingen op verschillende plekken in de gemeente. Het plangebied is aangemerkt als 'Gemengd Landelijk'. 2.4.2.9.4

Luchtkwaliteit

Het luchtkwaliteitsplan gemeente Zwolle 2007-2011 beschrijft de luchtkwaliteitssituatie in Zwolle, de opgave, de ambitie en de aanpak om de vastgestelde doelen te bereiken. Zwolle wil binnen de beïnvloedingssfeer van de gemeente, een significante bijdrage leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Om dat te bereiken zijn de volgende doelen geformuleerd: 1. voldoen aan wet- en regelgeving; 2. anticiperen op de toekomst; 3. knelpunten in de toekomst moeten voorkomen worden. Dit betekent dat de luchtkwaliteit in het planvormingsproces van ruimtelijke plannen en verkeersplannen wordt meegenomen; 4. beleid ten aanzien van luchtkwaliteit inbedden in bestaand gemeentelijk beleid. De gemeente streeft ernaar dat het aspect door gaat werken in het verkeers- en vervoersbeleid, het ruimtelijke ordeningsbeleid en het beleid van vergunningen en handhaving. 2.4.2.9.5

Stikstof

De Wet natuurbescherming verplicht vooraf te toetsen of plannen conflicteren met beschermde natuurwaarden. Emissies van stikstof kunnen over grotere afstand tot negatieve effecten leiden op natuur. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering, die per 1 juli 2021 inwerking is getreden, voorziet in een structurele aanpak van de stikstofproblematiek. De wet geeft de opdracht voor een programma van maatregelen om stikstofreductie te bereiken en de natuur te herstellen. De wet maakt ook een gedeeltelijke vrijstelling mogelijk van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten van de bouwsector. Dat betekent dat voor onderhavig bestemmingsplan alleen door middel van een AERIUS-berekening de stikstofemissie en -depositie van zowel de gebruiksfase als de realisatie moet worden bepaald. 2.4.2.9.6

Externe veiligheid

De beleidsvisie externe veiligheid is op 6 maart 2007 vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeente streeft ernaar voor haar gehele grondgebied te voldoen aan de basisveiligheid. Dit betekent dat: 1. Overal voldaan wordt aan de normen voor plaatsgebonden risico; 2. Een gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan groepsrisicobeleid met een gebiedsgericht kader externe veiligheid; 3. Veiligheidsdoelstellingen passend bij de typering van het gebied worden ontwikkeld; 4. Zoveel mogelijk geanticipeerd wordt op de landelijke beleidsontwikkeling die een ongunstige invloed kunnen hebben op de veiligheidssituatie in Zwolle met als doel het bewaken van een optimaal veiligheidsniveau. Op 20 januari 2009 heeft het college van B & W het gebiedsgericht beleidskader externe veiligheid vastgesteld. Het gaat om een ruimtelijke uitwerking van het externe veiligheidsbeleid dat aansluit op het gebiedsgerichte milieubeleid. Op basis van kenmerken (fysieke omgeving, hulpverleningsniveau en zelfredzaamheid) die bij een bepaald gebiedstype horen is een beleidsstandpunt bepaald ten aanzien van een mogelijke toename van het groepsrisico. Tevens is op basis van dezelfde kenmerken van een gebiedstype bepaald of er plaats is voor nieuwe risicobronnen. In het gebiedsgerichte kader is per gebiedstype beschreven welke risicoruimte beschikbaar is. Het plangebied ligt in het gebiedstype 'gemengd landelijk'.

26/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

2.4.2.9.7

Bodem

Het bodembeleidsplan (2017) kent in overeenstemming met het gemeentelijk milieubeleid een gebiedsgerichte benadering. In het plan wordt onderscheid gemaakt tussen de bovengrond en de ondergrond. Bovengrond Op 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. In dat kader heeft de gemeente Zwolle een bodemfunctieklassenkaart vastgesteld, waarop voor de hele gemeente wordt aangegeven welke functie de bodem heeft of welke functie in de toekomst wordt nagestreefd. De functieklassenindeling is gebaseerd op het gebiedsgericht milieubeleid van de gemeente. De volgende functies worden onderscheiden: wonen, industrie, water, buitendijksgebied, landbouw/natuur en hoofdwegen. Het plangebied valt in de huidige situatie binnen het functieklassengebied 'wonen'. Met de invoering van het Besluit bodemkwaliteit zijn de kwaliteitsklassen landbouw/natuur, wonen en industrie ingevoerd. Volgens de meest recente Bodemkwaliteitskaart van de Gemeente Zwolle (2021) valt het plangebied binnen de kwaliteitsklasse 'wonen'. Volgens het gemeentelijke Bodembeleidsplan mag de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs worden gebruikt bij het ontwikkelen van een locatie. Een onderzoek is dan niet nodig. Eventueel vrijkomende grond mag volgens het bodembeleid binnen de gemeente worden hergebruikt met de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs.

Voorwaarde hiervoor is dat de bodem niet verdacht is van verontreiniging op basis van het huidige of historische gebruik, en er geen (al dan niet gesaneerd) geval van bodemverontreiniging bekend is. Indien er aanwijzingen zijn dat de bodemkwaliteit niet geschikt is voor de functie, kan een bodemonderzoek nodig zijn om te bepalen of de locatie gesaneerd dient te worden. In principe worden verontreinigingen in de bovengrond functiegericht gesaneerd. Ondergrond In juni 2007 heeft de gemeenteraad van Zwolle ingestemd met de Visie op de Ondergrond en besloten de volgende vijf basisprincipes vast te stellen en te gaan toepassen in projecten: 1. Werken met ondergrondse bestemmingen / functies; 2. Structureel en georganiseerd gebruik maken van WKO (warmte- / koudeopslag) en WKO koppelen aan grondwatersanering en waterwinning en peilbeheer; 3. Bodemsanering gebiedsgericht benaderen; 4. Natuur, recreatie, agrarische activiteiten, waterwinning en bescherming van kwalitatief hoogwaardig grondwater met elkaar te combineren in één gebied; 5. Structureel en georganiseerd afstemmen van vraag en aanbod van (grond)water, koude en warmte. Deze vijf basisprincipes vormen ook het vertrekpunt voor de beleidsmatige invulling voor het omgaan met de ondergrond.

Het bodembeleidsplan levert een bijdrage aan de implementatie van de basisprincipes door: Het kader te geven voor gebiedsgericht benadering van de bodemsanering De doelstelling voor sanering te koppelen aan de beoogde functies in de ondergrond De mogelijkheid te creëren om de aanpak van bodemverontreiniging integraal af te wegen tegen en af te stemmen met koude-warmte opslag, peilbeheer en/of grondwaterwinning. 2.4.2.9.8

Conclusie milieubeleid

Het plan is in de basis in overeenstemming met het milieubeleid, de nadere toetsing vindt plaats in de milieuparagraaf (hoofdstuk 3).

27/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied omschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het maken van dit bestemmingsplan.

3.1

Stedenbouw

3.1.1

Huidige situatie

Ligging aan Schellerbergweg De bebouwing van de Bierton vervult een bijzondere positie qua schaal en beeldbepalende positie direct aan de Schellerbergweg. De Schellerbergweg wordt begeleid door een stevige bomenrij, die deels met een dubbele bomenrij aanwezig is. De woningen aan de Schellerbergweg zijn kleinschalig van karakter en liggen op ruime afstand van de weg. De weg heeft door zijn historische karakter een statige sfeer met de bomenrijen, historische bebouwing en het landgoed de Schellerberg. De Schellerbergweg vormt met de Schellerallee de uitvalsweg die in westelijke richting naar Schelle en de IJssel- en Schellerdijk loopt. Dit oude tracé markeert nog steeds de overgang van de bebouwde kom naar het landelijk gebied. Ligging overgang stad - landschap De Bierton ligt aan de Zandwetering die een duidelijke grens vormt tussen de stad en het landschap. Parallel hieraan ligt een doorgaand fietspad. Langs de Zandwetering loopt een landschappelijk- parkachtige zone die als uitloopgebied voor de woonwijk Zwolle-zuid fungeert. Binnen deze zone wordt veel gerecreëerd in de vorm van hardlopen, met de hond wandelen, spelen. Daarnaast bevinden zich op korte afstand een volkstuinencomplex en een wijkboerderij.

28/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

afbeelding: foto in vogelvlucht Schellerbergweg 27 (bestaande situatie)

Bebouwing De Bierton De bebouwing op de locatie bestaat uit de karakteristieke bebouwing van de Bierton met gevels langs de Schellerbergweg en uitbreidingen hierachter. Binnen het bouwvolume is een drieleding aanwezig richting de Schellerbergweg. Drie aaneengeschakelde individueel herkenbare bouwdelen zijn met de voorgevel naar de weg gericht. Het hoekvolume is hierbij het meest dominant aanwezig. Zowel qua hoogte als breedte.

29/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

afbeelding: foto Schellerbergweg 27 (bestaande situatie), gevels langs Schellerbergweg Naar de zijde van de wetering is ook een drieleding aanwezig, Niet van individueel herkenbare facades maar van twee voorgevels met een verbindingsdeel. Deze indeling is architectonisch niet goed meer herkenbaar. Daarnaast heeft deze zijde door bijvoorbeeld de brandtrap de uitstraling van een achterzijde

30/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

afbeelding: foto Schellerbergweg 27 (bestaande situatie), gevels langs Zandwetering

afbeelding: foto Schellerbergweg 27 (bestaande situatie), gezien vanuit richting fietspad/Veerpad 3.1.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een zorgwoonlocatie met dagbesteding en horeca voor cliënten van Frion. De karakteristieke bebouwing aan de voorzijde van het plangebied wordt gerenoveerd en na renovatie gedeeltelijk in gebruik genomen als dagbesteding en deels als horeca. Onderdeel van de dagbesteding betreft het meedraaien in de horecafunctie. Aan de achterzijde van de karakteristieke bebouwing bevindt zich een later gerealiseerde aanbouw welke dienst heeft gedaan als zalencentrum bij voormalige horecabedrijf De Bierton. Deze bebouwing wordt gesloopt en maakt plaats voor terras, parkeervoorzieningen en een ontsluiting naar het achterliggende terrein. Op het achterliggende terrein worden twee zorgwoongebouwen met bijgebouwen, ontsluiting en parkeervoorzieningen gerealiseerd. De zorgwoongebouwen bestaan uit twee bouwlagen en voorzien per gebouw in 26 zorgwoningen (13 per bouwlaag). In totaal worden hiermee 52 zorgwoningen gerealiseerd. In het plan wordt voorzien in de wens voor het versterken van de hoofdgroenstructuur door het toevoegen van bomen en een tuin. De aanleg, als een knooperf, is passend bij de omgeving die onderdeel is van de hoofdgroenstructuur. In het ontwerp is rekening gehouden met de volgende randvoorwaarden: 1. 2. 3. 4.

de ontwikkeling moet passen bij het karakter van het buitengebied; de inrichting van het terrein moet ogen als een knooperf dat openbaar toegankelijk is; een deel van het perceel krijgt de bestemming Groen (in plaats van horeca); de toename van bebouwing op het perceel wordt gecompenseerd in een toename in kwaliteit van onder andere versterken groenstructuur, openbaarheid van het terrein, opknappen van de huidige bebouwing; 5. geen verlichting langs de bosstrook langs de wetering i.v.m. vleermuizen en verder op het terrein zo weinig mogelijk.

31/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

afbeelding: inrichtingsplan Schellerbergweg 27 zie voor grote weergave Bijlage 2

32/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

afbeelding: impressie in vogelvlucht beoogde situatie, gezien vanaf Schellerbergweg

afbeelding: impressie in vogelvlucht beoogde situatie, gezien vanaf Veerpad

33/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

3.2

Archeologie

3.2.1

Huidige situatie

In de geest van het Verdrag van Malta heeft het college van burgemeester en wethouders al in 2000 opdracht gegeven om een Archeologische Waarderingskaart te maken van het gemeentelijk grondgebied. Met behulp van deze beleidsadvieskaart, die in september 2003 in gebruik is genomen, kunnen tijdig maatregelen genomen worden bij planologische procedures. Het is een onontbeerlijk instrument om actief beleid op te baseren, waardevolle gebieden aan te wijzen en bouwplannen in een vroeg stadium te toetsen. Belangrijk aandachtspunt is dat de Archeologische Waarderingskaart een dynamisch karakter heeft en op basis van nieuwe inzichten en informatie kan worden geactualiseerd. De door de gemeente zelf opgestelde Archeologische Waarderingskaart Zwolle (AWZ) is fijnmazig van karakter. De binnenstad is vrij gedifferentieerd gewaardeerd terwijl het buitengebied qua potentieel vrij nauwkeurig in kaart is gebracht. Het archeologisch potentieel van de verschillende gebieden is in de volgende percentages uitgedrukt. 0% archeologisch leeg, geheel verstoort of reeds opgegraven. 10% archeologische waarde onbekend; geen onderzoek nodig wel meldingsplicht toevalsvondsten 50% archeologisch waardevol; een opgraving is noodzakelijk en de vondstkans is 1:2.

Voor de binnenstad betekent een 50% locatie meestal dat de eerste meter bodemarchief verdwenen is, maar dat de onderste lagen nog bewaard zijn gebleven. 90% archeologisch zeer waardevol; een opgraving is noodzakelijk en de vondstkans is nagenoeg 100%. 100% archeologische toplocatie; indien bescherming niet kan is een opgraving altijd noodzakelijk, de vondstkans is uiteraard 100%. Het plangebied heeft gedeeltelijk een waardering van 50% en gedeeltelijk een waardering van 10%. De waardering van 50% is gegeven aan de gronden waarop de oorspronkelijke bebouwing van de Bierton is gelegen. De waardering van 10% is gegeven aan de het daarachter gelegen erf. Hieronder volgt de gebiedsbeschrijving van de gronden met 50% gewaardeerde gronden: 287 Schelle - Waardering: 50 % - Toponiem: De Bierton De locatie van de voormalige Bierton, is gelegen aan de Zandwetering in de buurtschap Schelle. De Bierton is de naam van een discotheek en zalencentrum. Al vanaf de 18de eeuw is er sprake van een herberg met de naam de Kikvorst op deze plek. In de belastingsregisters uit de 18de eeuw wordt de Kikvorst al verschillende keren vermeld. Ook op de Hottingerkaart uit de periode 1773-1794 is de Kikvorst aanwezig. De naam Bierton komt voor het eerst voor in 1825. In 1973 verbouwde uitbater Jan van der Weerd de herberg tot een discotheek.

Door het succes werd in 1986 de discotheek uitgebreid met een grote schuur. Ondanks een voorgenomen sluiting in 1992 bestaat de Bierton als discotheek en zalencentrum nog steeds.

Algemeen Het ommeland van Zwolle werd, voor en na de stadsvorming, gaandeweg steeds verder ontgonnen voor agrarisch gebruik. Hiertoe moest echter wel de afwatering worden verbeterd door het graven van sloten, die water afvoerden naar de diverse natuurlijke waterlopen. Al in de 14de eeuw is daarom een systeem van weteringen aangelegd, gebruik makend van bestaande stroompjes. In het gebied ten zuiden van de stad herinneren namen als de Soestwetering, Zandwetering en Steenwetering hier nog steeds aan. Nog steeds doorkruisen de waterstroompjes het gebied. De Bierton is gelegen aan de Zandwetering.

34/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

afbeelding: de IJsselvechtdelta rond 800 na Chr. (Illustratie uit Muffels, Cultuurhistorisch-landschappelijk onderzoek Stadshagen). 3.2.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

De gebieden die volgens de gemeentelijke archeologische waarderingskaart en grote vondstkans hebben (50% of meer), hebben in het bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' gekregen. Deze dubbelbestemming bevat een regeling om op een passende manier rekening te houden met de kans op archeologische vondsten. Informatie over de dubbelbestemming is opgenomen in paragraaf 4.3.

3.3

Cultuurhistorie

3.3.1

Huidige situatie

Voor Zwolle Zuid is een Cultuurhistorische quickscan gemaakt voor het onderzoeksgebied Zwolle-Zuid en Schelle/Oldeneel. Hierin is ook informatie opgenomen over het plangebied. Schellerallee en Schellerbergweg Met de Schellerbergweg vormt de Schellerallee de uitvalsweg die in westelijke richting naar Schelle en de IJssel- en Schellerdijk loopt. Dit oude tracé markeert nog steeds op een heldere manier de overgang van de bebouwde kom naar het landelijke gebied. Langs het water van de Zand- en de Steenwetering - staat het historische complex van de oude herberg De Bierton.

35/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

afbeelding: detail van de Topografisch Militaire Kaart (veldminuut) door J.V.D. Dittlinger, 1851 (watwaswaar). Bij de bovenste pijl is het tracé van de Zandwetering te zien. Waar dit water wordt gekruist door de Schellerallee (Schellerbergweg) is de Bierton reeds aangeduid.

Schellerbergweg 27 De locatie van De Bierton is voortgekomen uit een oude herberg die op zijn minst al in 1825 bestond (in dat jaar getroffen door een watersnoodramp), destijds de Kikvors geheten. Het langs de Zandwetering gelegen object bestaat uit drie langs de straat gelegen bouwdelen, deels met afgewolfde zadeldaken. Het uiterst links gelegen hoofdgebouw is tweelaags en heeft een schilddak en een symetrische gevelindeling. Er vonden diverse detailwijzigingen plaats, maar het authentieke karakter bleef goed herkenbaar. Van cultuurhistorische waarde als verwijzing naar de buurtschap Schelle. Bovendien van architectuurhistorische en beeldbepalende waarde.

36/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

afbeelding: foto Schellerbergweg 27 (2013) Aan de achterzijde van de karakteristieke bebouwing bevindt zich een later gerealiseerde aanbouw welke dienst heeft gedaan als zalencentrum bij het voormalige horecabedrijf De Bierton. Dit deel van de bebouwing is vanwege de leeftijd en beperkte architectonische kwaliteit niet van cultuurhistorische waarde. De locatie van De Bierton is niet opgenomen in het bestemmingsplan 'Zwolle, parapluplan bouw- en cultuurhistorie'. In dit paraplubestemmingsplan zijn voor onder andere Buitengebied, IJsselzoneWindesheim beschermende regelingen (dubbelbestemmingen) opgenomen voor cultuurhistorisch waardevolle objecten. 3.3.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

De karakteristieke bebouwing aan de zijde van de Schellerbergweg wordt gerenoveerd en na renovatie gedeeltelijk in gebruik genomen als dagbesteding en deels als horeca. Aan de achterzijde van de karakteristieke bebouwing bevindt zich een later gerealiseerde aanbouw welke dienst heeft gedaan als zalencentrum bij het voormalige horecabedrijf De Bierton. Deze bebouwing wordt gesloopt en maakt plaats voor terrassen, parkeervoorzieningen en een ontsluiting naar het achterliggende terrein.

3.4

Verkeer

3.4.1

Bestaande situatie

De bestaande infrastructuur in de omgeving blijft onveranderd. In de huidige situatie vindt de ontsluiting van de locatie plaats via een uitrit op de Schellerbergweg. Het parkeerterrein is gelegen achter de bebouwing. 3.4.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Toetsingskader De Regeling Parkeernormen 2016 (versie 2021) is het toetsingskader voor parkeren in het geval van vastgoedontwikkelingen, bestemmingsplannen en aanvragen van een omgevingsvergunning in de gemeente Zwolle. Het beleid van de Gemeente Zwolle is dat de parkeeropgave van een bouwplan of een ontwikkeling primair op eigen terrein van het bouwplan of ontwikkeling gerealiseerd moet worden. Wat de parkeeropgave 37/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

is, wordt bepaald aan de hand van de parkeerkencijfers CROW. De aan te leggen parkeerplaatsen dienen ook te voldoen aan de eisen uit de Regeling Parkeernormen 2016 van de gemeente Zwolle t.a.v. maatvoering en bruikbaarheid. Het geldende bestemmingsplan bevat een regel waarmee geborgd is dat er bij bestemmingen voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. Beoordeling Parkeren Uit de berekening van de parkeerbalans (zie Bijlage 2 Parkeeronderzoek) blijkt dat er voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd worden op het terrein van de Bierton. In het ontwerp zijn 47 parkeerplaatsen opgenomen. Dit sluit aan bij het benodigd aantal parkeerplaatsen op het maatgevende moment (zaterdag avond) dat uit de berekening van de parkeerbalans is gekomen na toepassing van de aanbevelingen voor maatwerk in de parkeerbalans. De hoeveelheid extra verkeer die de herontwikkeling van de Bierton genereert is beperkt, waardoor dit verkeersveilig verwerkt kan worden via de Schellerbergweg. Het belangrijkste aandachtspunt voor de verkeersveiligheid is dat er goed zicht moet zijn vanaf de aansluiting van de Bierton op de Schellerbergweg, zodat verkeer veilig het terrein af kan rijden. De fietsparkeerplaatsen zijn gesitueerd naast de entree van de horeca op het binnenterrein. Deze locatie ligt dichtbij beide functies (woonzorg en horeca).

Aan de aantallen opgenomen in de parkeerbalans (zie Bijlage 2 Parkeeronderzoek) wordt voldaan. Verkeersveiligheid en verkeersdoorstroming De herontwikkeling van Bierton zorgt voor extra verkeer op de Schellerbergweg. Frion stimuleert de werknemers om zoveel mogelijk op de fiets te komen door goede fietsparkeerplaatsen te realiseren dichtbij de ingangen van de gebouwen. Vanaf de toegangsweg tot de Bierton moet goed verwezen worden naar de fietsenstalling, zodat bezoekers hun fiets daar parkeren en niet op de weg. De belangrijkste doelgroep voor de horeca is de omliggende wijk, waardoor deze ook voornamelijk lopend of met de fiets komen. Desondanks zullen er ook bezoekers en werknemers met de auto naar deze locatie komen, waardoor er meer verkeer komt te rijden op de Schellerbergweg. Uit het verkeersmodel Zwolle blijkt dat in de huidige situatie circa 400 motorvoertuigen per dag over de Schellerbergweg rijden. Na de realisatie van de herontwikkeling van de Bierton neemt de hoeveelheid verkeer toe naar circa 550 motorvoertuigen per dag. Deze toename van verkeer kan veilig verwerkt worden op de Schellerbergweg en past bij een erftoegangsweg. Met het oog op de verkeersveiligheid is het van belang dat er goed zicht is vanaf de uitrit van de Bierton op het verkeer op de Schellerbergweg. Hierdoor kan het verkeer veilig de weg oprijden.

Het zicht is getoetst met een zichtdriehoek (zie bijlage 2). Het zicht voor een automobilist wordt niet beperkt door de bebouwing, maar de bomen aan de zuidzijde van de uitrit hinderen het zicht wel. Het zicht kan verbeterd worden door deze bomen te kappen, maar gezien de toegestane snelheid op de Schellerbergweg (30 km/uur) wordt geadviseerd om de bomen niet te kappen. Conclusie Uit de berekening van de parkeerbalans blijkt dat er voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd worden op het terrein van de Bierton. De beperkte hoeveelheid extra verkeer die de herontwikkeling van de Bierton genereert kan verkeersveilig verwerkt worden via de Schellerbergweg.

38/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

3.5

Natuur

3.5.1

Huidige situatie

Het onderzoeksgebied betreft de locatie van voormalig partycentrum De Bierton aan de Schellerbergweg 27. Het betreft een aaneenschakeling van meerdere gebouwen, waaronder 3 gebouwen aan de Schellerbergweg met daarachter een modernere aanbouw en een grote overkapping. Achter de bebouwing is een grote halfverharde parkeerplaats aanwezig. Achter de parkeerplaats is een hoge grondwal gelegen, die overwegend begroeid is. Rondom het projectgebied is begroeiing aanwezig. In het projectgebied zelf is geen oppervlaktewater aanwezig. Langs de noordoostzijde van het projectgebied loopt een wetering (Steenwetering) direct naast het projectgebied. 3.5.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Inleiding Het planvoornemen voor de herinrichting van het terrein (inclusief sloop en renovatie en vervangende nieuwbouw) aan de Schellerbergweg 27 in Zwolle is op 7 juni 2022 door GRAS Advies door middel van een quickscan natuurwaardenonderzoek getoetst aan de vigerende natuurwetgeving. Het onderzoek heeft zicht zowel op de soortenbescherming als de gebiedsbescherming (Natura 2000 en NNN) gericht. Vervolgens heeft aanvullend onderzoek plaatsgevonden naar o.a. huismus, boerenzwaluw en vleermuizen. Resultaten van het uitgevoerde onderzoek zijn weergegeven in rapport P04012, V5 van GRAS Advies. Zie Bijlage 4 Quickscan natuurtoets, Bijlage 5 Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wnb - aanbouw en Bijlage 6 Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wnb - renovatie Gebiedsbescherming (Natura2000 en NNN) Het plangebied ligt op circa 1,1 kilometer afstand van Natura 2000-gebied Rijntakken-Uiterwaarden IJssel. Andere Natura 2000-gebieden bevinden zich op grotere (>2,5 kilometer) afstand. Het plangebied ligt op circa 280 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) behoren. Zie voor de beoordeling van het onderdeel stikstof paragraaf 3.8.4 Stikstof. Houtopstanden Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom Wet natuurbescherming waardoor er sprake kan zijn van een beschermde houtopstand.

Echter is er sprake van één van de uitzonderingen, namelijk houtopstanden op erven of in tuinen, waardoor de Wet natuurbescherming (onderdeel houtopstanden) niet van toepassing is en er niet sprake is van een beschermde houtopstand. Soortenbescherming Door Gras advies zijn de onderzoeksresultaten van de quickscan flora en fauna vastgelegd (Bijlage 4 Quickscan natuurtoets. Aansluitend op de onderzoeksresultaten van de quickscan flora en fauna heeft Gras advies aanvullend soortenonderzoek naar vleermuizen en huismus verricht. Omdat het te renoveren deel van de bebouwing en het te slopen gedeelte apart zijn onderzocht, zijn hiervan twee rapportages gemaakt. De aanvullende soortenonderzoeken ter plaatse van het te slopen gedeelte en het te renoveren deel zijn opgenomen in Bijlage 5 Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wnb - aanbouw en Bijlage 6 Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wnb - renovatie. Vleermuis en Huismus Gaandeweg de planvorming is gebleken dat de conclusie van het aanvullend vleermuis- en huismusonderzoek voor de karakteristieke gebouwen achterhaald is. De reden hiervoor is dat met realisatie

39/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

van voorgenomen ontwikkeling de verblijfplaatsen van zowel de dwergvleermuis als de huismus in stand blijven. Hierdoor blijven de functies behouden en is er geen sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming waardoor de noodzaak tot een ontheffing voor deze soorten is komen te vervallen. Voornoemde is besproken met de contactpersoon van het bevoegd gezag (provincie Overijssel) en akkoord bevonden. Kleine marterachtigen en egel Ook de eerder getrokken conclusies ten aanzien van kleine marterachtigen en egel in de quickscan en aanvullende onderzoeken is ondertussen achterhaald. Voor deze soorten heeft Gras Advies een correcte habitatsgeschiktheidsbeoordeling opgesteld. De correcte habitatsgeschiktheidsbeoordeling is opgenomen in Bijlage 7 Addendum aanvullend soortenonderzoek Wnb. Uit het habitatsgeschiktheidsonderzoek blijkt dat het aannemelijk is dat kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn, wezel en egel) gebruik maken van de randen van het terrein als migratieroute, foerageergebied, verblijfplaats en winternest (egel). Het plangebied bevat begroeiing welke het gebied geschikt maakt voor deze soorten. Belangrijke elementen zijn de opgaande begroeiingen aan de randen van het plangebied.

Omdat deze elementen in stand worden gehouden, en daarnaast vrij worden gehouden van verstoring tijdens de ontwikkeling, is er geen sprake van het verdwijnen van potentiële winternesten, rust- en/of voortplantingsplaatsen van kleine marterachtigen en/of egel. Daarnaast wordt het gebied door de ontwikkeling in hogere mate geschikt habitat. Omdat er geen gebodsbepalingen worden overtreden, is een ontheffing Wet natuurbescherming ook voor deze soorten niet nodig. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er voor de voorgenomen ontwikkeling geen ontheffing Wet natuurbescherming benodigd is en dat het aspect natuur en ecologie geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

3.6

Water

3.6.1

Huidige situatie

De beschrijving van de huidige situatie is overgenomen uit het Waterhuishoudkundig plan Bierton te Zwolle, Buro Hoogstraat. Zie Bijlage 1 Waterhuishoudkundig plan voor een uitgebreide beschrijving. 3.6.1.1 Waterstructuur Het plangebied ligt op circa 1,5 km ten noordoosten van de IJssel. In onderstaande afbeelding is te zien dat aan de zuid- en noordzijde van het plangebied een watergang stroomt die in beheer is bij Waterschap Drents Overijsselse Delta. Om deze watergangen ligt een beschermingszone, werkzaamheden binnen deze zone zijn vergunningplichtig. Volgens de peilenkaart van het waterschap is het streefpeil in dit peilgebied minimaal peil -0,10 m NAP en maximaal peil +0,10 m NAP. Dit peil wordt gehandhaafd bij de peil regulerende kunstwerken, hierdoor kunnen er lokaal afwijkende waterstanden worden aangetroffen. Naast de watergangen van het waterschap ligt aan de oostzijde van het plangebied een kavel sloot. Het waterschap heeft aangegeven dat de watergang aan de Noordzijde van het plan wordt onderhouden door middel van varend onderhoud. De watergang aan de zuidzijde van het plan wordt onderhouden door middel van rijdend onderhoud. Dit rijdend onderhoud vindt plaats via de zuidzijde van deze watergang. Aan de zuid-oostzijde van het plangebied ligt een sloot, dit is geen primaire watergang van het waterschap en is ten behoeve van de afwatering van de aanliggende percelen.

40/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

afbeelding: Legger geregistreerde watergangen rondom het plangebied

3.6.1.2 Riolering In de bestaande situatie wordt het vuilwater van de Bierton gebufferd voordat het gedoseerd wordt verpompt naar het gemeentelijk stelsel. De rioolbeheerder van de gemeente Zwolle heeft aangegeven dat het huidige drukriool van de gemeente onvoldoende capaciteit heeft om het afvalwater van 77 inwoners equivalent af te kunnen voeren. Verder is er geen vrij verval riool aanwezig in de Schellerbergweg aan de zuidzijde van de leggerwatergang (ter hoogte van de Bierton). 3.6.1.3 Ontwateringsdiepte Het maaiveld in het plangebied ligt tussen +1,10 en +4,50 m NAP. Nabij het plangebied staan verschillende peilbuizen. De GHG is vastgesteld op +0,40 m NAP. Dit betekent dat de ontwateringsdiepte op het laagste punt van het plangebied 0,70 m bedraagt. 3.6.1.4 Wateroverlast De klimaateffectatlas heeft naast de overstromingskans door de rivier of zee ook kaarten met een indicatie van de kans op wateroverlast door hevige neerslagsituaties. Bij deze analyses is weergegeven wat de optredende waterdiepte is. Hierbij is gekeken naar een bui van 70 mm/ 2 uur en een bui van 140 mm/ 2 uur. In onderstaande afbeelding zijn de kaarten weergegeven waarin een indicatie wordt gegeven wat er met de mogelijke waterdiepte is die op kan treden tijdens deze neerslagsituaties. In de afbeelding is te zien dat er tijdens hevige neerslag situaties in het plangebied kans is op wateroverlast.

Wanneer dit wordt vergeleken met de AHN is te zien dat de wateroverlast op treedt op het lagergelegen maaiveld. Wanneer het plangebied wordt opgehoogd voor de ontwikkeling, zal dit probleem zich naar verwachting niet meer voordoen.

41/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

afbeelding: kans op wateroverlast door hevige neerslag

3.6.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

De uitgangspunten voor het bestemmingsplan zijn overgenomen uit het Waterhuishoudkundig plan Bierton te Zwolle, Buro Hoogstraat. Zie Bijlage 1 Waterhuishoudkundig plan. In het waterhuishoudkundig plan zijn de uitgangspunten verder uitgewerkt. 3.6.2.1 Waterstructuur In het ontwerp is weergegeven dat een pad over de bestaande watergang wordt aangelegd in het zuiden van het plan. Wanneer dit pad enkel voor voetgangers gebruikt gaat worden, wordt de boven breedte van de dam/duiker circa 2 meter. Het is mogelijk dat dit pad nodig is ter ontsluiting voor de veiligheidsregio. Wanneer dit noodzakelijk is wordt de boven breedte van de dam/duiker circa 5 meter breed. Het waterschap heeft aangegeven dat de maximale breedte van de dam/duiker 12 meter mag zijn. Er wordt in beide scenario's voldaan aan deze eis. Voor deze dam/duiker dient een vergunning aangevraagd te worden. Bij de vergunningsaanvraag worden technische tekeningen en afmetingen van de dam/duiker uitgewerkt. Aan de noordwestzijde van het plangebied, grenzend aan de legger geregistreerde watergang, wordt een steiger aangelegd. Deze steiger heeft een afmeting van circa 10 meter bij 4 meter. De steiger wordt aangelegd op de rand van de watergang met een draagconstructie in het talud. Hierdoor hoeven onder de steiger geen palen geplaatst te worden. Voor het plaatsen van de steiger dient een vergunning aangevraagd te worden.

Bij de vergunningsaanvraag worden technische tekeningen van de steiger en draagconstructie uitgewerkt. 3.6.2.2 Riolering Vuilwater Uitgangspunten Cliënten : 52 inwonend en 16 voor dagbesteding Begeleiders : 9; Gebruikers equivalent : 77; VWA per inwoner : 120 liter per dag;

42/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

Piekafvoer : 12 liter per uur per inwoner; Totaal afvoer : 9,2 m3 per dag/ 0,92 m3/uur. De maximaal af te voeren hoeveelheid vuilwater bedraagt 77 gebruikers x 12 l/uur = 924 liter per uur ofwel 0,26 liter per seconde (l/s). Een kunststofleiding met een diameter van ø250 mm en een verhang van 1:250 heeft een afvoercapaciteit van circa 22,7 l/s bij een half gevulde buis. Voor het vuilwaterriool volstaat een leidingdiameter van ø 250 mm ruimschoots. Voor de afvoer moet een nieuw gemaal geplaatst worden met een persleiding naar de gemeentelijke vrijvervalriolering in de Zalmkolk. In bijlage 4 van het waterhuishoudkundige plan is hier een schets van weergegeven. Aangezien het vuilwater op een gemaal wordt geloosd wordt als uitgangspunt gehanteerd dat er 24 uur berging in het rioolstelsel aanwezig dient te zijn. Dit kan behaald worden met een diameter van ø315 mm en circa 6 inspectieputten 600x600x1000mm. gerealiseerd. Of er kan gekozen worden voor een kleinere diameter met een bufferput met een inhoud van circa 9,2 m3 min de inhoud van de rioolstrengen. Hemelwater Het hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden.

De gemeentelijke eisen zijn: T=100 bui dient op eigen terrein te worden opgevangen waarbij: - 20 mm berging in een infiltratievoorziening gerealiseerd dient te worden; - 40 mm berging gerealiseerd dient te worden in het plangebied (bijvoorbeeld, op het dak, de parkeerplaats of verlaagd groen); - De hemelwaterberging dient binnen 48 uur weer beschikbaar te zijn; Bij een bui T=100 mag er geen schade optreden aan gebouwen. Door het waterschap Drents Overijsselse Delta is tevens een bergingsopgave vastgesteld. Dit is een bui die eens per 100 jaar wordt overschreden. Er wordt rekening gehouden met een bui van 111 mm in 48 uur. De toegestane afvoer in deze neerslagsituatie is 1,6 l/s/ha. Dit leidt tot leidt tot een bergingsopgave van 80 mm. Er mag bij deze bui geen water in gebouwen komen en belangrijke ontsluitingswegen blijven vrij van water. In onderstaande tabel is de verdeling van verharde oppervlaktes in het plangebied weergegeven en de berging die in het plangebied gerealiseerd moet worden. Uitgegaan is van half verharding voor het parkeren en terras/voetpaden en deze zijn voor 50% meegeteld.

Tabel: Overzicht te realiseren berging in plangebied Onderdeel

Verhard oppervlak (m2)

Te realiseren berging (m3) voor de verwerking van …

20 mm (in voorziening)

60 mm (berging in plangebied)

80 mm (berging in plangebied)

Dakoppervlak

2.850

57

171

228

Rijbaan

1.890

38

113

151

Parkeren

308

6

18

25

Terras/ voetpad

545

11

33

44

Totaal

5.593

112

335

448

43/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

Vanwege het toekomstig gebruik (zorg) van het plan is het niet wenselijk om een (diepe) wadi aan te leggen. Doordat de wens is uitgesproken bovengrondse infiltratievoorzieningen niet dieper te maken dan 15 cm, is het met dit ontwerp niet mogelijk de volledige berging bovengronds te realiseren. Er is gekozen voor een combinatie van berging in infiltratiekratten, verlaagd maaiveld en water op straat. In onderstaande tabel is de verdeling van de berging in de verschillende onderdelen weergegeven. Waar de verschillende berging in het plangebied gerealiseerd wordt, staat in bijlage 2 van het waterhuishoudingsplan.

Tabel: Berging op basis van 5.593 m2 verhard oppervlak Dimensionering

Berging (m3)

Berging (mm)

Infiltratiekratten (onderkant + 0,40 m NAP)

832 stuks (0,6x0,6x0,4m)

113,8

20

Verlaagd maaiveld

613m2 x 15cm

91,9

16

Noordelijk: water op straat

820m2 x 5cm

58,5

7

Zuidelijke: water op straat

560m2 x 5cm

30,5

5

Groen: water in groen (tuin)

890m2 x 5cm

53,4

10

Groen: water in groen (tussen parkeren 175m2 x 10cm noordelijke deel)

17,5

3

Totaal

348,1

62

Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de bodem tot in ieder geval 0,5 m-mv voornamelijk uit zand bestaat. Vanaf 0,5 tot 2,5 m-mv bestaat de bodem afwisselend uit klei en zand. Bij drie boringen komt dieper dan 2,0 m-mv veen voor. Op basis van de eisen van de gemeente Zwolle dienen deze lagen te worden afgegraven tot de vaste zandlaag. Ter plaatse van de infiltratievoorzieningen wordt dit aangevuld met goed doorlatend zand in het plangebied. De ledigingstijd van het verlaagde maaiveld is circa 10 uur. De ledigingstijd van de krattenvelden is 19,2 uur. Het waterschap eist dat 80 mm water in het plangebied geborgen moet kunnen worden. Zoals hierboven is beschreven is er 348 m3 berging statisch binnen het plan aanwezig. De bui waar het waterschap mee rekent betreft een bui 48 uur. Tijdens deze bui vindt ook infiltratie plaats, hierin is in deze berekening geen rekening mee gehouden. Wanneer enkel gekeken wordt naar infiltratie door de infiltratiekratten wordt 80 mm verwerkt binnen het plan in 18 uur infiltratie. In de praktijk zal de 80 mm berging en infiltratie tussen de 7 en 18 uur bereikt worden aangezien het verlaagde maaiveld mogelijk niet de volledige periode is gevuld. 3.6.2.3 Ontwateringsdiepte Het maaiveld van het plangebied ligt in de huidige situatie tussen de +1,10 en +4,50 m NAP.

Op basis van een GHG van +0,40 m NAP zijn de ontwateringsdiepten vastgesteld zoals weergegeven in onderstaande tabel. De technische uitwerking van het plan moet worden afgestemd op deze ontwerphoogtes. Echter hoeft er enkel opgehoogd te worden wanneer een gebouw met kruipruimte op het laagste gedeelte van het plan wordt gebouwd. Verder voldoet het plan al aan de ontwateringsdieptes. In bijlage 2 van het waterhuishoudkundig plan is een opzet van het hoogteplan weergegeven waarin de hoogtes zijn weergegeven. Tabel: Minimale ontwerphoogtes in plangebied op basis de GHG +0,40 m NAP en maaiveldhoogte

44/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

Gebruiksvorm

Ontwateringsdiepte Norm (m boven GHG)

Plangebied (+ m NAP)

gebouwen met kruipruimte 1)

1,00

1,40

gebouwen zonder kruipruimten 1)

0,60

1,00

tuinen en openbare groenvoorzieningen

0,50

0,90

wegen

0,70

1,10

1) Vloerpeil van de gebouwen 0,20 tot 0,30 m boven het omringend maaiveld 3.6.2.4 Wateroverlast Binnen het plangebied wordt 62mm statische berging gerealiseerd alvorens het overstort naar de aangrenzende watergang. Het vloerpeil ligt nog 20 cm boven dit peil. Dit betekent dat met een extreme neerslagsituatie nog 20 cm waking aanwezig is tot vloerpeil, hiermee wordt ook tijdens extreme neerslagsituaties geen wateroverlast binnen het plan verwacht. 3.6.2.5 Overstromingsrisico Het plangebied is gelegen achter een waterkering, waarbij in extreme situaties een kans op overstroming bestaat. Het gebied dat dan overstroomt, wordt omsloten door IJssel, Zwolle-IJsselkanaal/ Zwarte Water, Vecht en aan de oostzijde door hoger gelegen gronden. Voor bestemmingsplannen in gebieden waar een kans op overstroming vanuit het primaire watersysteem bestaat, is een overstromingsrisicoparagraaf vereist. 3.6.2.6 Risico-inventarisatie Dijktrajecten die een gebied tegen overstromingen beschermen, kennen een overstromingskans. Voor de primaire dijktrajecten nabij het plangebied geldt een overstromingskans van 1 op 10.000 per jaar. De overstromingskans wordt in de Waterwet toegelicht als: "kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject, waardoor het door het dijktraject beschermde gebied zodanig overstroomt, dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële economische schade".

De klimaateffectatlas geeft kaarten weer waar de overstromingskans op worden weergegeven. Dit zijn overstromingen die kunnen ontstaan door overstromingen uit een rivier of zee. Hierbij wordt gebruik gemaakt van vier herhalingstijden namelijk; Grote kans: de kans dat een gebied ongeveer 1 keer in de 10 jaar overstroomt; Middelgrote kans: de kans dat een gebied 1 x per 100 jaar overstroomt; Kleine kans: de kans dat een gebied 1 x per 1.000 jaar overstroomt; Bijzonder kleine kans: de kans dat een gebied 1 x per 10.000 jaar overstroomt. Op basis van deze analyse is in het plangebied een middelgrote overstromingskans. In onderstaande afbeelding is deze kans weergegeven. Hierin is te zien dat bij deze overstromingskans een waterdiepte optreedt van circa 0 tot 1,5 meter.

45/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

afbeelding: kans op overstromingsdiepte in het plangebied 3.6.2.7 Maatregelen Bij ontwikkelingen in het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Het betreft hierbij ook bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Wat betreft maatregelen kan worden gedacht aan: aanvullend ophogen (voor zover mogelijk) van het plangebied, voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, verhoogde drempels, de mogelijkheid voor tijdelijke schotten, zodanige inrichting gebouw dat bij eventuele overstroming schade zoveel mogelijk wordt beperkt (denk aan materiaalgebruik en minder gevoelige ruimten op de begane grond), aansluiting van het plangebied op dichtstbijzijnde weg waardoor bereikbaarheid gewaarborgd blijft en opstellen van een evacuatieplan. Meer informatie is onder andere te vinden op de website www.onswater.nl. 3.6.2.8 Watertoets Het waterhuishoudkundig plan is ter reactie voorgelegd aan Waterschap Drents Overijsselse Delta.

3.7

Voorzieningen

3.7.1

Maatschappelijk

In totaal worden in totaal 52 wooneenheden gerealiseerd ten behoeve van huisvesting van cliënten van Frion met een licht- tot matige beperking. Dit wordt gerealiseerd in de vorm van twee gebouwen met elk 26 studio's. In elk gebouw is op iedere verdieping een gezamenlijke woonkamer en keuken en ruimten voor zorg aanwezig. De studio's beschikken allemaal over een eigen badkamer en keukendeel. Frion is een organisatie die zich inzet voor mensen met een verstandelijke beperking bij alle facetten van het leven en in elke levensfase. De visie van Frion is onder andere: "zijn wie je bent, je kunnen ontwikkelen op een manier die bij je past op een plek waar je je thuis voelt"

46/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

3.7.2

Horeca

De huidige Bierton behoudt de horecafunctie, waarin cliënten van Frion in de keuken of bediening hun dagbesteding hebben. Dit komt overeen met de horecavisie waarin staat dat er in wijken meegewerkt kan worden aan horeca met een sociale/maatschappelijke functie, door mensen in te zetten met een afstand tot de arbeidsmarkt. Horecacategorieën Voor de locatie Schellerbergweg 27 zijn de horecacategorieën 1, 2a en 3 opgenomen als toegestaan. Voorbeelden van horeca uit deze categorieën zijn (cat 1:) restaurant, (cat. 2a:) tearoom/lunchroom, (cat. 3:) cafetaria/snackbar met eetgelegenheid. Hiertoe is een aanduiding opgenomen op de verbeelding. De toegestane horecacategorie een zijn opgenomen in de regels: artikel. 3.1 onder b, tweede lid. Terrassen Voor de locatie Schellerbergweg 27 zijn twee terrassen opgenomen. Het terras aan de zijde van de Zandwetering is met name bedoeld voor de bezoekers van de horecavoorziening. Het kleinere terras is bedoeld voor de mensen die meewerken in de horecavoorziening. De terrassen zijn op de verbeelding van het bestemmingsplan opgenomen door middel van de aanduiding 'terras'. Het toegestane gebruik hiervan is opgenomen in de regels: artikel. 3.1 onder b, tweede lid. De gemeente Zwolle streeft naar goed ingerichte, gezellige terrassen met een hoge ruimtelijke kwaliteit.

Deze terrassen moeten zijn afgestemd op de architectuur van het pand en op de stedenbouwkundige aspecten van de omgeving. Om dit te kunnen verwezenlijken is het noodzakelijk dat er een toetsing plaatsvindt aan de richtlijnen, die zijn vastgelegd in de Nadere regels terrassen gemeente Zwolle. Deze richtlijnen hebben onder meer betrekking op reclame-uitingen, meubilair, parasols, terrasafscheidingen het opslaan van materiaal. Overlast die de openbare orde aantast dient tegen gegaan te worden door middel van de APV. Hinder die inrichtingsgebonden is valt onder Wet Milieubeheer.

3.8

Milieu

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieuaspecten die van belang zijn bij het toekennen van bestemmingen. Tevens komt de ligging van kabels, leidingen en straalpaden aan bod. 3.8.1

Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast ten gevolge van weg-, spoorweg- of industrielawaai. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van het bestemmingsplan dan ook aandacht te worden geschonken aan het aspect 'geluid'. In de Wet geluidhinder is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. De Wet geluidhinder (Wgh) biedt geluidgevoelige objecten bescherming tegen (spoor)weglawaai en industrielawaai. Naast woningen zijn 'andere geluidsgevoelige gebouwen' onder de Wgh beschermd. Wat onder 'Een ander geluidsgevoelig gebouw' valt is vastgelegd in artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder (Bgh). Het beoogde plan voorziet in het toevoegen van woningen en functies als dagbesteding en horeca. Door middel van een akoestisch onderzoek moet worden aangetoond wat de effecten zijn voor het aspect geluid voor de beoogde ontwikkeling.

47/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

afbe elding: plangebied met situering van de gebouwen Spoorweglawaai De ontwikkellocatie is niet gelegen in de nabijheid van de spoorlijnen Zwolle-Kampen, Zwolle-Amersfoort, Zwolle-Lelystad en Zwolle-Meppel en bevindt zich ruim buiten de invloed gebieden van deze spoorwegen. Er hoeft zodoende geen toetsing van dit aspect plaats te vinden. Wegverk eerslawaai De mate waarin geluid, veroorzaakt door het wegverkeer, het woonmilieu mag belasten is geregeld in de Wet geluidhinder. De wet stelt dat de geluidbelasting op de gevel van de woningen niet hoger mag zijn dan voorkeurswaarde (48 dB), dan wel een nader bepaalde waarde (hogere grenswaarde). Het plangebied ligt aan de Schellerbergweg. De Schellerbergweg ligt ten westen van het plangebied en is de enige (toegangs)weg. De weg heeft een maximumsnelheid van 30 km/uur en wordt pas aan het einde van de bebouwde kom, circa 400 meter ten zuidwesten van het plangebied, een 60 km/uur weg. Ondanks dat deze wegen niet gezoneerd zijn volgens de Wgh is de geluidbelasting wel onderzocht. Dit is gedaan in het kader van de Wet ruimtelijke ordening, om te kunnen bepalen of sprake is van goede ruimtelijke ordening. HIerbij is de beoordeldeingsmethode van de Wgh gehanteerd.

Het akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai (Bijlage 13 Akoestisch onderzoek wegverkeer door Noorman, 19 augustus 2022) heeft aangetoond dat dat de geluidsbelasting ruimschoots voldoet aan de voorkeurswaarde van 48 dB. Industrielawaai De ontwikkellocatie is niet gelegen binnen de invloedssfeer van een gezoneerd industrieterrein. Het gezoneerde industrieterrein Voorst is op circa 2400 meter ten westen van het plan gelegen en het gezoneerde industrieterrein Hanzeland (o.a spooremplacement) is op circa 950 meter ten westen gelegen. Het bouwplan geeft daarnaast geen belemmeringen voor de bedrijven op de gezoneerde industrieterreinen. Horeca Zoals aangegeven behoudt het te handhaven gebouw op het noordwestelijke deel van het terrein een horecafunctie. Uit het akoestisch onderzoek (Bijlage 14 Akoestisch onderzoek bestemmingsplanwijziging door Noorman, 19 augustus 2022) blijkt dat de te verwachten geluidsbelasting voldoet aan de grenswaarden als opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Uit de resultaten volgt dat de voor indirecte hinder geldende voorkeurswaarde van 50dB(A) etmaalwaarde wordt overschreden met ten hoogste 1 dB ter plaatse van de woning aan de Schellerbergweg 2. Omdat aan de toelaatbare binnenwaarde van ten hoogste 35 dB(A) wordt voldaan is hier sprake van een aanvaardbare

48/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

situatie. Daarnaast volgt dat de grenswaarde van 65 dB(A) voor maximale geluidsniveaus in de avondperiode met ten hoogste 3 dB wordt overschreden ter plaatse van de woning aan de Schellerbergweg 27-1. Hierbij is het dichtklappen van autoportieren van geparkeerde auto's maatgevend. Deze geluidpieken worden beperkt door een geluidsscherm te plaatsen ter hoogte van de terreingrens met de woning Schellerbergweg 27-1. De noodzakelijke maatregelen zijn voorgeschreven in het onderzoeksrapport van Noorman en is opgenomen in de planregels. Conclusie geluid Aan de voorkeurswaarde Wet geluidhinder wordt ruim voldaan. Voor het geluid door wegverkeer is daarom sprake van een goed woon- en leefklimaat. Voor geluid als gevolg van het toevoegen van functies moet een geluidsscherm worden geplaatst om te voldoen aan het maximale geluidsniveau. Door het toepassen van deze maatregel vormt het aspect geluid geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 3.8.2

Bedrijvigheid (Wet milieubeheer)

Het doel van zowel de ruimtelijke ordening is om een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. Uitwaartse zonering Bij uitwaartse zonering gaat het om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden zo veel wordt aangetast dat het niet in verhouding is met de nieuwe ontwikkeling. Met het voldoen aan de richtafstanden is er in principe sprake van een goede ruimtelijke zonering. De richtafstand is mede afhankelijk van de milieucategorie van het bedrijf/inrichting en de aard van het gebied (rustige woonomgeving versus gemengd gebied). Conform bijlage 1 van de publicatie vallen restaurants (evenals hotels en pensions) onder milieucategorie 1. De functie 'dagbesteding' is niet expliciet genoemd in de bijlage. Deze functie is vergelijkbaar met 'dagverblijf', met eveneens milieucategorie 1. In de onderstaande tabel is voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar een overzicht gegeven van de aanbevolen VNG-richtafstanden. De functie 'wonen' is niet milieubelastend voor de omgeving.

Voor de omliggende woningen en de nieuwbouw geldt dat in zijn algemeenheid wordt voldaan aan de richtafstand van 10 meter geldend voor een rustige woonomgeving. Inwaartse zonering Bij inwaartse zonering gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden

49/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

van bestaande functies in de omgeving. Aangrenzend aan het plangebied bevindt zich een perceel met volkstuinen. De gronden hebben de bestemming 'Recreatie-Volkstuinen' en zijn bestemd voor volkstuinen en daaraan ondersteunende kleinschalige bebouwing. Voor deze kleinschalige en extensieve tuinen geldt een maximale milieucategorie 2, waarbij een richtafstand van 30 meter geldt. De toekomstige bebouwing komt op circa 30 meter afstand te liggen van deze tuinen. Hiermee wordt voldoende afstand gehouden. Ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich een wijkboerderij en kinderopvang met de bestemming 'gemengd' met bijbehorende milieucategorie 2 met als grootste afstand 30 meter. Het bedrijf heeft daarnaast een geurcontour van 50 meter. De wijkboerderij bevindt zich op circa 230 meter van het plangebied en ligt hiermee op ruim voldoende afstand. Conclusie bedrijvigheid Het aspect bedrijvigheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan. 3.8.3

Luchtkwaliteit

Het bevoegd gezag dient in bepaalde gevallen bij het nemen van ruimtelijke en infrastructurele besluiten en bij het verlenen van vergunningen, de luchtkwaliteit mee te nemen in de besluitvorming. Hierbij dient te worden nagegaan wat de gevolgen van het besluit zijn voor de luchtkwaliteit. Als aan één of meer van onderstaande motiveringsgronden uit de Wet milieubeheer wordt voldaan, mag het bevoegd gezag positief besluiten: a. b. c. d.

het project leidt niet tot overschrijdingen van de grenswaarden; het project leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de luchtkwaliteit; het project is onderdeel van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit.

Luchtkwaliteit ter plaatse Op de website van het RIVM zijn Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN) gepubliceerd. Uit de interactieve kaarten volgt dat de bestaande situatie (gegevens uit 2021) ter van het plangebied en de directe omgeving de volgende achtergrondconcentraties aanwezig zijn:

Een uurgemiddelde concentratie NO2 van 200 µg/m³ wordt niet bereikt. Het aantal overschrijdingsuren bedraagt nul per jaar. Het aantal dagen op jaarbasis met een vierentwintig-uurgemiddelde concentratie PM10 van meer dan 50 µg/m³ bedraagt ten hoogste 6. Hieruit volgt dat de achtergrondconcentraties ruim lager zijn dan de grenswaarden. In de directe omgeving liggen geen grote verkeersaders en/of overige relevante emissiebronnen van NO2 en PM10 of PM2,5. De verkeersaantrekkende werking en de daarmee gepaard gaande mogelijke toename van de emissies is als beperkt te beoordelen. Daarmee kan op voorhand worden geconcludeerd dat de grenswaarden ook na herbestemming ter plaatse niet worden benaderd of overschreden. Niet in betekenende mate (NIBM) Naast het bepalen van de luchtkwaliteit ter plaatse, moeten ook de effecten van het voorliggend plan op de luchtkwaliteit worden bepaald. Hiervoor is het begrip "niet in betekenende mate bijdrage" (NIBM) een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor stikstof (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijn stof (PM²,5). In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

De voorgenomen ontwikkeling maakt 52 zorgwoningen mogelijk, een horecafunctie en een 50/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

dagbestedingsfunctie. Het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het gehele toekomstige plangebied is circa 342 per etmaal (weekdaggemiddelde). Hiervan is circa 1% (zwaar) vrachtverkeer. Om zeker te zijn van de effecten is de NIBM tool van het Ministerie van I&W doorlopen. Zie tabel hieronder. De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate. Er is geen nader onderzoek nodig.

Conclusie luchtkwaliteit Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan.

51/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

3.8.4

Stikstof

Omdat de ontwikkeling gepaard gaat met de uitstoot van stikstof in de bouw- en de gebruiksfase moet er in beeld worden gebracht wat de mogelijke effecten van de ontwikkeling zijn op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. De stikstofdepositie van de sloop-/bouwfase en de gebruiksfase is daarom in kaart gebracht door middel van een AERIUS-berekening. Ontwikkelingen in een bestemmingsplan kunnen alleen worden opgenomen als er geen significant effect is op de Natura2000-gebieden ten opzichte van de huidige feitelijk legale stituatie. Uit de stikstofberekeningen blijkt dat er sprake is van een toename van de stikstofdepositie in de realisatiefase van 0,01 mol N/ha/jr op zoekleefgebied ZGLg08 uit het nabijgelegen N2000- gebied Rijntakken. Middels een ecologische voortoets is gekeken in welke mate de depositie het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de getroffen Natura2000-gebieden beïnvloedt. De voortoets (Bijlage 15 Voortoetsrapportage stikstof met bijlagen) concludeert dat de geringe tijdelijke depositie van 0,01 mol N/ha/jr op 0,03% van het areaal ZGLg08 in Natura2000-gebied Rijntakken geen significant negatieve effecten heeft op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van aangewezen habitatrichtlijn- of vogelrichtlijnsoorten.

Voor de voorgenomen ontwikkeling is er daarom met betrekking tot stikstofdepositie geen vergunning Wet natuurbescherming onderdeel Gebiedsbescherming benodigd. Hiermee vormt het aspect stikstof geen belemmering voor het het voorgenomen plan. Conclusie stikstof Het aspect stikstof vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan. 3.8.5

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom en op meer dan 50 meter afstand van het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf in de omgeving. Het plangebied ligt buiten de geurcontouren van de agrarische bedrijven in de omgeving. Conclusie geur Het aspect geur vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan. 3.8.6

Bodemkwaliteit

Bij de ontwikkeling van een ruimtelijk plan en/of bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Voor een bestemming zoals wonen, gelden andere normen dan voor bijvoorbeeld de bestemming bedrijven. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Situatie plangebied Ter plaatse van het plangebied gaat de huidige bebouwing deels plaatsmaken voor woningen en horeca met dagbestedingsfuncties. Het voorgenomen plan geeft gezien de milieugevoelige woonfunctie aanleiding om bodem- en asbestonderzoek uit te voeren om vast te kunnen stellen of milieuhygiënische belemmeringen

52/64

25 maart 2024 bestemmingsplan Buitengebied, Schellerbergweg 27

zijn voor de voorgenomen bestemming van de locatie. De bodemonderzoeken die uitgevoerd zijn zijn opgenomen als bijlagen bij de toelichting: Bijlage 10 Verkennend bodemonderzoek, van 25 augustus 2022 door Greenhouse advies; Bijlage 11 Nader bodemonderzoek, van 4 oktober 2022 door Greenhouse advies. Naar aanleiding hiervan zijn saneringswerkzaamheden uitgevoerd op 1 t/m 6 september 2023. Het evaluatierapport van de sanering is opgenomen in Bijlage 12 Evaluatierapport bodemsanering. Op basis van de analyseresultaten zijn na de sanering in de grond en het grondwater geen verontreinigingen meer aangetoond. Zodoende is de bodemverontreiniging in de grond gesaneerd tot onder de functieklasse wonen. Het grondwater is gesaneerd tot onder de streefwaarde. Conclusie bodemkwaliteit Hieruit kunnen we concluderen dat het aspect bodem niet in de weg staat aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 3.8.7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=6f68cf2a-32d4-400f-9458-09baf668811f