2. Buitengebied, Schellerbergweg 27_BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING_compressed
Tekst van het document
Op basis van deze soorten- en gebiedsinformatie worden uitspraken gedaan over mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling en eventuele noodzakelijke vervolgstappen (vervolgonderzoeken). GRAS Advies GRAS Advies voert verkennende veldonderzoeken uit volgens de geldende soortprotocollen. De heer Dr. Ir. A.S.J. van Proosdij en de heer Mr. A. Tuitert zijn middels opleiding en ervaring bevoegd voor de verrichte werkzaamheden. Daarnaast is het project uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van GRAS Advies. Het kwaliteit managementsysteem van GRAS Advies is ISO NEN-EN-ISO 9001:2015 gecertificeerd.
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Bierton Schellerbergweg 27 Zwolle Projectnummer:JVG00718 Blad 5
Samenvatting Beschermde gebieden Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van de begrenzing van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Rijntakken (deelgebied IJssel) op ca. 1.100 meter afstand van het projectgebied. De voorgenomen herontwikkeling van het projectgebied zou kunnen leiden tot een toename aan stikstofdepositie op het nabijgelegen Natura 2000-gebied Rijntakken. Door middel van een Aerius-berekening kan worden vastgesteld of er sprake is van een toename aan stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden en of dan een vergunning of melding in het kader van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) noodzakelijk is. Voor overige storingsaspecten geldt dat een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000 kan worden uitgesloten. In dat kader is geen nadere toetsing in de vorm van een verslechteringstoets of een passende beoordeling of het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming aan de orde. Het projectgebied ligt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde NNNgebied is landgoed Schellerberg op ca. 300 meter afstand van het projectgebied.
De voorgenomen herontwikkeling van het projectgebied leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Overijssel ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland. Verdere toetsing in de vorm van een “Nee, tenzij-toets” is niet aan de orde. Houtopstanden Het projectgebied bevindt zich binnen de bebouwde kom. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het projectgebied. Vleermuizen De bebouwing in het projectgebied is potentieel geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Aanvullend vleermuisonderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of de bebouwing in het projectgebied door vleermuizen wordt gebruikt als verblijfplaats. Daarbij dient ook gekeken te worden naar de functies vliegroute en foerageergebied. Vogels Aanvullend huismusonderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of de bebouwing in het projectgebied door de huismus wordt gebruikt als nestplaats. Nader onderzoek naar andere (broed)vogels met een jaarrond beschermde nestplaats is niet nodig. Het projectgebied is (onderdeel van) een leefgebied voor diverse zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bosschages in het projectgebied gebruiken als broedlocatie. Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren.
Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.”
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Bierton Schellerbergweg 27 Zwolle Projectnummer:JVG00718 Blad 6
1.2 Uitgangspunten Als uitgangspunt voor deze rapportage is het verzoek van de heer B. Jansen.
1.3 Projectgebied Context Het onderzoeksgebied betreft de locatie van voormalig partycentrum De Bierton aan de Schellerbergweg 27 in Zwolle. Het betreft een aaneenschakeling van meerdere gebouwen, waaronder 3 monumentale gebouwen aan de Schellerbergweg met daarachter een modernere aanbouw en een grote overkapping. Achter de bebouwing is een grote halfverharde parkeerplaats aanwezig. Achter de parkeerplaats is een hoge grondwal gelegen, die overwegend begroeid is. Rondom het projectgebied is begroeiing aanwezig. In het projectgebied zelf is geen oppervlaktewater aanwezig. Langs de noordoostzijde van het projectgebied loopt een wetering (Steenwetering) direct naast het projectgebied. De eigenaar is voornemens om de aanbouw geheel te slopen en nieuwbouw te realiseren. Het monumentale deel blijft behouden en wordt gerenoveerd. De exacte planning van de uitvoering is nog niet bekend.
Afb. 1.3.1. Ligging van het projectgebied (rood kader) in Zwolle.
Afb. 1.3.2. Luchtfoto van het projectgebied (binnen het rode kader). Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Bierton Schellerbergweg 27 Zwolle Projectnummer:JVG00718 Blad 7
2. Wet natuurbescherming De oude natuurwetgeving met ‘de Natuurbeschermingswet 1998’ en ‘de Flora- en Faunawet’ is per januari 2017 veranderd in de Wet natuurbescherming. Hieronder wordt de inhoud van de Wet natuurbescherming toegelicht.
2.1 Natura 2000 De bescherming van de ca. 164 Natura 2000-gebieden in Nederland blijft behouden in de Wet natuurbescherming. In Natura 2000-gebieden zijn de Europese richtlijnen van kracht. De Europese Unie (EU) heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote waarde is. Om deze natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland telt ruim 160 Natura 2000-gebieden, welke onderdeel uitmaken van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. Aanwijzingsprocedure Natura 2000-gebieden worden formeel aangewezen. Per gebied is er een aanwijzingsdocument gemaakt door het ministerie met daarin: Instandhoudingsdoelen; welke doelsoorten en habitats gaat het, en wat is de doelstelling ten aanzien van die soorten en/of habitats; Begrenzing; welk areaal is beschermd. Beheerplannen Voor ieder gebied moet binnen drie jaar een beheerplan worden vastgesteld. In het beheerplan staat welke natuurwaarden er zijn of deze moeten worden beschermd en/of ontwikkeld. Er staat ook in hoe het gerealiseerd moet worden. Verder wordt er in aangegeven welke externe facturen de instandhoudingsdoelen mogelijk negatief kunnen beïnvloeden. Deze beheerplannen worden vastgesteld door het Rijk of door de Provincie.
Vergunning Voor de uitvoering van werkzaamheden welke mogelijk schade toebrengen aan een door Natuurbeschermingswet beschermd gebied, geldt dat deze acties in principe verboden zijn. Indien een groter maatschappelijk belang aanwezig is, dient er een vergunningsprocedure te worden doorlopen. Hierbij geldt de volgende regel: ‘activiteiten mogen in principe alleen worden uitgevoerd wanneer er geen significante schade aan beschermde natuurwaarde ontstaat’. Beschermde Natuurmonumenten Voorheen waren naast Natura 2000-gebieden ook Beschermde Natuurmonumenten beschermd conform de gebiedsbescherming. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is vervallen. Provincies kunnen wel besluiten om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt de gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap.
2.2 Natuurnetwerk Nederland Aanvullend op de natuurwetgeving is er natuurbeleid. Natuurbeleid is een zachter kader dan de natuurwetgeving, maar is eveneens van belang voor ruimtelijke plannen. Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Via de Nota Ruimte is het toetsingskader voor het Natuurnetwerk Nederland geregeld. In Natuurnetwerk Nederland liggen de volgende natuurgebieden: Bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken) Gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer Ca. 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, het Nederlandse deel van de Noordzee en de Waddenzee Alle Natura 2000-gebieden Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Bierton Schellerbergweg 27 Zwolle Projectnummer:JVG00718 Blad 8
2.3 Houtopstanden De Wet natuurbescherming spreekt over een houtopstand indien sprake is van een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen De Wet natuurbescherming heeft geen betrekking op: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1. wegbeplantingen; 2. beplantingen langs waterwegen, en 3. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten (Artikel 4.2).
2.4 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Er is een stappenplan opgesteld door Ministerie van Economische Zaken (Bijlage 4). Met dit stappenplan kan worden bepaald of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling. Bevoegdheid De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen ligt bij de provincies. Enkel bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk het bevoegd gezag. Beschermingsregime De Wet Natuurbescherming kent de onderstaande beschermingsregimes. Elk van deze beschermingsregime kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor een vrijstelling of ontheffing van de verboden. Soorten van de Vogelrichtlijn Soorten van de Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn Andere soorten (bescherming vanuit nationaal oogpunt) Om te mogen afwijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan de volgende criteria zijn voldaan. Er mag worden afgeweken als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is Tegenover de afwijking van het verbod moet een in de wet genoemd belang staan (bijv.
volksgezondheid of openbare veiligheid) De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van een soort De verbodsbepalingen voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten zijn gericht op bescherming van de individuen van de soorten. De verbodsbepalingen mogen enkel overtreden worden met een ontheffing (het ‘nee, tenzij-principe’). Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt niet gekeken naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort.
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Bierton Schellerbergweg 27 Zwolle Projectnummer:JVG00718 Blad 9
Zorgplicht Iedereen dient voldoende rekening te houden met in het wild levende dieren en planten en de directe leefomgeving. ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving In veel gevallen is er geen ontheffing nodig, maar kan er gebruik worden gemaakt van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod. Er zijn diverse vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Bekende voorbeelden van vrijstellingen zijn onder meer het toepassen van de gedragscode of wanneer de werkzaamheden plaatsvinden in het kader van een Programmatische Aanpak of een Provinciale verordening. Verbodsbepalingen De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Vogelrichtlijn, artikel 3.1 lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Habitatrichtlijn, artikel 3.2 Lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
De verbodsbepalingen betreffende andere soorten, artikel 3.3 lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: onderdeel a. In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Gedragscodes In de Wet natuurbescherming is de mogelijkheid opgenomen om een vrijstelling te verkrijgen indien wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode (art 3.31). In de mogelijkheid die de wet biedt, wordt ook aangegeven dat er met betrekking tot de Europees beschermde soorten een gedragscode kan worden goedgekeurd voor ruimtelijke ontwikkelingen (naast beheer en onderhoud, waarvoor in de Flora- en Faunawet reeds een vrijstelling gold als werd gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode).
Hoewel de mogelijkheid wel wordt geboden, zijn er bij het opstellen van het stappenplan nog géén gedragscodes goedgekeurd voor de nieuwe beschermde soorten of voor de Europees beschermde soorten voor ruimtelijke ontwikkelingen. Hier dient rekening mee te worden gehouden bij de bepaling of een gedragscode van toepassing is voor de type ingreep en de voorkomende beschermde soorten.
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Bierton Schellerbergweg 27 Zwolle Projectnummer:JVG00718 Blad 10
3. Werkwijze Ten behoeve van deze quickscan flora & fauna is op twee manieren onderzocht of de voorgenomen ruimtelijke ingrepen mogelijk een negatief effect hebben op beschermde gebieden, plantensoorten en diersoorten en houtopstanden. Tijdens een voorbereidend bureauonderzoek is informatie verzameld over: a. het projectgebied en de positie van het projectgebied t.o.v. beschermde gebieden in de omgeving van het projectgebied (Hoofdstuk 4. Resultaten beschermde gebieden) b. de ligging van de te kappen houtopstanden ten opzichte van de bebouwde kom grens (Hoofdstuk 5: Resultaten houtopstanden) c. waarnemingen van plant- en diersoorten in het projectgebied en in de omgeving van het projectgebied (Hoofdstuk 6: Resultaten beschermde soorten) Op basis van één verkennend veldonderzoek is de (kans op) aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten onderzocht in het projectgebied en in de directe omgeving van het projectgebied. Het terrein is onderzocht op basis van terreingesteldheid, potentiële aanwezigheid van beschermde soorten alsook de aanwezigheid van biotopen die geschikt zijn voor beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van bekende natuurinformatie (bijlage 5. Quickscanhulp). Daarnaast is het omliggende gebied globaal geanalyseerd waarmee een inschatting gemaakt kan worden of het projectgebied geschikt kan zijn als leefgebied voor beschermde soorten.
4. Resultaten beschermde gebieden 4.1 Natura 2000-gebieden Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van de begrenzing van een Natura 2000-gebied (Afb. 4.1.1). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Rijntakken (deelgebied IJssel) op ca. 1.100 meter afstand van het projectgebied. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 2,5 km) van het projectgebied.
Afb. 4.1.1. Ligging van Natura 2000-gebieden ten opzichte van het projectgebied (rood omcirkeld). Bron: Synbiosys.Alterra.nl.
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Bierton Schellerbergweg 27 Zwolle Projectnummer:JVG00718 Blad 11
Het projectgebied ligt in het buitengebied van Zwolle en is niet direct zichtbaar vanuit omliggende Natura 2000-gebieden. Van optische verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden is derhalve geen sprake. Gelet op de ligging van het projectgebied en de beperkte impact van de ingreep (reguliere sloop- en bouwwerkzaamheden), kan verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden door licht en geluid op voorhand worden uitgesloten. Een toename aan stikstofdepositie op het nabijgelegen Natura 2000-gebied Rijntakken is gelet op de beperkte omvang van de nieuwe ontwikkeling niet aannemelijk, maar kan desgewenst berekend worden met het rekenprogramma Aerius Calculator. Er is – uitgezonderd mogelijke effecten als gevolg van stikstofdepositie – geen sprake van significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden, het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde.
4.2 Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied ligt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde NNNgebied is landgoed Schellerberg op ca. 300 meter afstand van het projectgebied (Afb. 4.2.1). Aangezien het projectgebied buiten de begrenzing van het NNN ligt en de provinciale ruimtelijke verordening van Overijssel geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing aan de bepalingen uit de provinciale ruimtelijke verordening van Overijssel ten aanzien van NNN niet noodzakelijk. Verstoring van op ca. 300 meter afstand gelegen NNN gebieden zal bovendien niet aan de orde zijn, gelet op de ligging van het projectgebied en de beperkte impact van de ingreep (reguliere sloop- en bouwwerkzaamheden).
Afb. 4.2.1 Ligging NNN/EHS ten opzichte van het projectgebied (rood omcirkeld). Bron: Planviewer provinciale ruimtelijke verordening Overijssel.
5. Resultaten houtopstanden Het projectgebied bevindt zich binnen de bebouwde kom. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het projectgebied.
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Bierton Schellerbergweg 27 Zwolle Projectnummer:JVG00718 Blad 12
6. Resultaten beschermde soorten 6.1 Karakteristieken Op 17 september 2018 heeft een verkennend veldbezoek in het projectgebied plaatsgevonden. Dit is uitgevoerd door Mr. A. Tuitert van Tuitert natuuronderzoek in opdracht van GRAS Advies. De heer Tuitert is op basis van opleiding en ervaring bevoegd voor deze werkzaamheden. Op basis van een expertoordeel is aan de hand van biotoopeisen van beschermde soorten en habitatkenmerken in het projectgebied beoordeeld welke beschermde soorten er in het projectgebied kunnen voorkomen. Het veldonderzoek heeft een verkennend karakter en kan niet worden gezien als uitputtende soorteninventarisatie. Om een indicatie te krijgen van de aanwezigheid van beschermde soorten in en rond het projectgebied is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd (Bijlage 5). Er zijn in de NDFF echter geen waarnemingen van beschermde soorten aanwezig uit het projectgebied. In de wijdere omgeving van het projectgebied zijn verschillende beschermde soorten vogels, vleermuizen en overige zoogdieren waargenomen. Tijdens het locatieonderzoek zijn in het projectgebied verschillende elementen aangetroffen (Tabel 6.1.1). De foto’s in bijlage 3 geven een impressie van de situatie ter plaatse. Tabel 6.1.1. Aangetroffen elementen.
Elementen Gebouwen Water Houtachtige vegetatie Kruidachtige vegetatie Moeras en verlandingszone Agrarisch gebied Werken Erf / tuin / privé Bestrating / verharding
Aanwezig Ja Nee Ja nee Nee Nee Nee Nee Ja
Omschrijving Diverse gebouwen Diverse loofbomen en struiken Bestrating en halfverharding
6.2 Flora Er zijn geen verspreidingsgegevens van beschermde plantensoorten bekend uit het projectgebied. Het projectgebied bestaat grotendeels uit (half)verharding. Op de muren van de bebouwing in het projectgebied zijn geen beschermde soorten muurplanten aangetroffen. Ook elders in het projectgebied zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. In het projectgebied zijn ook geen geschikte omstandigheden voor beschermde soorten vaatplanten aanwezig. Een nader onderzoek naar beschermde flora en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.
6.3 Zoogdieren Het projectgebied is ongeschikt als leefgebied voor de meeste zwaarder beschermde soorten overige zoogdieren zoals das, waterspitsmuis, boommarter en eekhoorn vanwege het ontbreken van geschikt leefgebied en de ligging van het projectgebied tegen het stedelijk gebied van Zwolle aan. De enige niet-vrijgestelde overige zoogdiersoort die in het projectgebied kan voorkomen, is de steenmarter. De gebouwen zijn tijdens het veldbezoek bekeken op bewoningssporen (latrines, urineplekken, prooiresten) van steenmarter. Daarbij zijn alle toegankelijke ruimtes (ook zolders en kelders) onderzocht. In de bebouwing in het projectgebied zijn geen bewoningssporen van steenmarter gevonden. Nergens in de bebouwing zijn keutels (latrines) of urineplekken aanwezig en er zijn geen prooiresten gevonden. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van steenmarter in de bebouwing in het projectgebied kan worden uitgesloten.
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Bierton Schellerbergweg 27 Zwolle Projectnummer:JVG00718 Blad 13
Verder kunnen enkele algemeen voorkomende soorten zoals egel, bosmuis en bosspitsmuis in het projectgebied voorkomen. Deze soorten zijn door de provincie Overijssel vrijgesteld van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Nader onderzoek naar overige zoogdieren of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde.
6.4 Vleermuizen Een vleermuisonderzoek valt buiten het kader van een quickscan. Wel is de potentie onderzocht van het terrein voor vleermuizen en is gelet op sporen. Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van gebouwen. Er is onderzocht welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld. Daarna is onderzocht welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Als richtlijn is hiervoor is de checklist van het huidig geldende Vleermuisprotocol (2017) aangehouden. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. In de bomen in het projectgebied zijn geen voor vleermuizen geschikte holle ruimtes aangetroffen. Aanwezigheid van boombewonende vleermuizen in deze bomen kan daarom op voorhand worden uitgesloten. De bebouwing in het projectgebied is potentieel geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Langs de gevels van de gebouwen zijn houten daklijsten aanwezig met smalle ruimtes waarachter vleermuizen kunnen verblijven. Ook zitten er her en der enkele gaten in de gevels van de bebouwing.
Aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de bebouwing in het projectgebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Aanvullend vleermuisonderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of de bebouwing in het projectgebied door vleermuizen wordt gebruikt als verblijfplaats. Daarbij dient ook gekeken te worden naar de functies vliegroute en foerageergebied.
6.5 Vogels Jaarrond beschermde vogels In de bomen in het projectgebied zijn geen nesten van vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats zoals roofvogels, ransuil of roek aangetroffen. De bebouwing in het projectgebied is wel geschikt als nestplaats voor de huismus, een soort die in de omgeving voorkomt. Huismussen kunnen onder de dakpannen van de verschillende gebouwen met een hellend pannendak broeden. Voor gierzwaluw zijn de gebouwen ongeschikt, er bevinden zich geen geschikte openingen tussen de dakpannen of ruimtes langs kopgevels, omdat de gebouwen overwegend zijn voorzien van een wolfskap. Broedvogels Tijdens het veldbezoek zijn enkele algemeen voorkomende zangvogels aangetroffen in het projectgebied, zoals koolmees, gaai, merel, houtduif en kauw. Nesten van deze vogelsoorten zijn alleen beschermd wanneer ze gedurende het broedseizoen in gebruik zijn. Het broedseizoen ligt globaal tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere, maar ook latere broedgevallen zijn mogelijk. Deze ‘broedgevallen buiten het broedseizoen om’ zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Aanvullend huismusonderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of de bebouwing in het projectgebied door de huismus wordt gebruikt als nestplaats. Nader onderzoek naar andere (broed)vogels met een jaarrond beschermde nestplaats is niet nodig.
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Bierton Schellerbergweg 27 Zwolle Projectnummer:JVG00718 Blad 14
6.6 Amfibieën In het projectgebied liggen geen geschikte voortplantingsbiotopen voor amfibieën. Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen. Het is mogelijk dat de gewone pad het projectgebied gebruikt als leefomgeving. Deze soort is beschermd conform de Wet natuurbescherming ‘Andere soorten’, maar staan ook op de categorie met ‘vrijgestelde soorten’. Dit houdt in dat bij uitvoering van de werkzaamheden een vrijstelling geldt voor deze soort. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij. Een nader onderzoek naar beschermde amfibieën en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.
6.7 Reptielen In het projectgebied zijn geen reptielen aangetroffen. Er zijn ook geen biotopen aangetroffen die geschikt zijn voor reptielen. Een nader onderzoek naar reptielen en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.
6.8 Vissen In het projectgebied bevinden zich geen biotopen die geschikt zijn voor vissen. Een nader onderzoek naar beschermde vissen en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.
6.9 Ongewervelden In het projectgebied is geen geschikt biotoop aanwezig voor beschermde soorten ongewervelden. Er is geen oppervlaktewater aanwezig wat kan dienen als leefgebied en/of voortplantingsplaats en geen struweel zoals sleedoorn waarin beschermde soorten dagvlinders kunnen verblijven. De aanwezigheid van beschermde soorten ongewervelden in het projectgebied kan derhalve worden uitgesloten. Een nader onderzoek naar ongewervelden en/of een ontheffingsaanvraag is niet benodigd.
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Bierton Schellerbergweg 27 Zwolle Projectnummer:JVG00718 Blad 15
7. Conclusies en advies 7.1 Beschermde gebieden Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van de begrenzing van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Rijntakken (deelgebied IJssel) op ca. 1.100 meter afstand van het projectgebied. De voorgenomen herontwikkeling van het projectgebied zou kunnen leiden tot een toename aan stikstofdepositie op het nabijgelegen Natura 2000-gebied Rijntakken. Door middel van een Aerius-berekening kan worden vastgesteld of er sprake is van een toename aan stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden en of dan een vergunning of melding in het kader van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) noodzakelijk is. Voor overige storingsaspecten geldt dat een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000 kan worden uitgesloten. In dat kader is geen nadere toetsing in de vorm van een verslechteringstoets of een passende beoordeling of het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming aan de orde. Het projectgebied ligt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde NNNgebied is landgoed Schellerberg op ca. 300 meter afstand van het projectgebied.
De voorgenomen herontwikkeling van het projectgebied leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Overijssel ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland. Verdere toetsing in de vorm van een “Nee, tenzij-toets” is niet aan de orde.
7.2 Houtopstanden Het projectgebied bevindt zich binnen de bebouwde kom. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het projectgebied.
7.3 Beschermde soorten Uit het veldonderzoek zijn de volgende restricties naar voren gekomen: Vleermuizen Aanvullend vleermuisonderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of de bebouwing in het projectgebied door vleermuizen wordt gebruikt als verblijfplaats. Daarbij dient ook gekeken te worden naar de functies vliegroute en foerageergebied. Vogels Aanvullend huismusonderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of de bebouwing in het projectgebied door de huismus wordt gebruikt als nestplaats. Nader onderzoek naar andere (broed)vogels met een jaarrond beschermde nestplaats is niet nodig. Het projectgebied is (onderdeel van) een leefgebied voor diverse zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bosschages in het projectgebied gebruiken als broedlocatie. Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren.
7.4 Advies / aanbevelingen
Geadviseerd wordt de werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen om. Het broedseizoen is globaal aan te geven tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a. voorkomen, b. beperken en c. ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.” Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Bierton Schellerbergweg 27 Zwolle Projectnummer:JVG00718 Blad 16
8. Bronnen Boeken Meijden, R. van der, Heukels' Flora van Nederland, Wolters-Noordhoff, 2005 Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora, Stichting Floron, Nijmegen 2011 Weeda, E.J. et al., Nederlandse Oecologische Flora, KNNV, Leiden, 1999 Internet Alterra Onderzoeksinstituut Alterra draagt door deskundig en onafhankelijk onderzoek bij aan het realiseren van een kwalitatief hoogwaardige en duurzame groene leefomgeving. Geraadpleegd op 13-11-2018 http://www.synbiosys.alterra.nl Kadviewer Kadviewer is een online kaartendienst waarmee geografische locaties opgezocht kunnen worden. Geraadpleegd op 13-11-2018 http://kadviewer.map5.nl Overheid Provinciale verordening m.b.t. de Wet natuurbescherming en vrijgestelde soorten. Geraadpleegd op 13-11-2018 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ Regelink Regelink is een kenniscentrum met betrekking tot de beschermde soorten in de Wet natuurbescherming. Geraadpleegd op 13-11-2018 http://www.regelink.net Quickscanhulp Quickscanhulp genereert een lijst van waargenomen beschermde soorten met de minimale afstandsklasse tot het projectgebied. NDFF - quickscanhulp.nl 13-11-2018 12:35:23 (afstand tot projectgebied 0-10 km) https://app.quickscanhulp.nl/ Telmee Database van voorkomen van flora- en fauna in Nederland.
Geraadpleegd op 28 februari 2018 https://www.telmee.nl Vleermuis.net Vleermuis.net is een kenniswebsite met informatie over het Vleermuisprotocol. Geraadpleegd op 13-11-2018 https://www.vleermuis.net
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Bierton Schellerbergweg 27 Zwolle Projectnummer:JVG00718 Blad 17
9. Woordenlijst Geldigheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Het bevoegd gezag hanteert de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens hebben een beperkte geldigheidstermijn. Voor vogels en soorten genoemd op Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn hanteren we daarom een geldigheidstermijn van maximaal 3 jaar. Voor soorten genoemd op de bijlage bij de wet natuurbescherming is deze periode 5 jaar.” Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in de aanleiding van het onderzoek. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden. Zorgplicht ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. In de praktijk betekend dit: 1. Voorkomen dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna 2. Beperken dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna 3.
Ongedaan maken van toegebrachte schade Een voorbeeld van invulling geven aan de zorgplicht: Bij het kappen van bomen controleren op mogelijke broedgevallen buiten het broedseizoen om. Passende gedragscode Een gedragscode is een ontheffing voor de beschreven maatregelen in bepaalde werken. De gedragscode geeft invulling aan de zorgplicht en het zorgvuldig handelen. Er zijn diverse gedragscodes, afhankelijk van het type werk: besteding beheer en onderhoud of ruimtelijke ingrepen. Gedragscode worden goedgekeurd door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en hebben een geldigheidsduur van 5 jaar. Vervolgens dienen deze opnieuw gekeurd te worden. **De Gedragscode dient nog te worden herschreven / aangepast t.o.v. de Wet natuurbescherming 2017
Naam: Rapportage quickscan flora & fauna (Wet natuurbescherming) Project: Bierton Schellerbergweg 27 Zwolle Projectnummer:JVG00718 Blad 18