17. WONEN - B3 - Eindproduct-KwalitatiefToekomstbeeldWonenZwolle
Tekst van het document
35
► SAMENVATTING
► INLEIDING
Referentie 25
Referentie 26
Referentie 27
Referentie 28
Referentie 29
►
ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS
Referentie 30
►
ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE
►
WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID
►
INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID
ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST
RUIMTEVOLK
ARBEIDSMIGRANTEN EN KENNISWERKERS Arbeidsmigranten en kennismigranten vormen een kleine, maar steeds belangrijker groep op de Zwolse woningmarkt: ofwel omdat de groep in de laatste tien jaar flink is gegroeid en dat de verwachting (landelijk) is dat deze ontwikkeling doorzet (arbeidsmigranten) ofwel omdat de groep expliciet benoemd is in de Zwolse omgevingsvisie (kennismigranten). De kwalitatieve woonbehoefte tussen beide groepen verschilt. Arbeidsmigranten Arbeidsmigranten kunnen zich tijdelijk (short-stay) of langer (long-stay) in Nederland vestigen. Voor short-stay arbeidsmigranten zijn vaak de (beschikbaarheid van een) wooneenheid en voorzieningen het belangrijkst en speelt samenleving/dynamiek minder een rol. Er is een voorkeur voor geclusterd wonen op een grootschalige locatie. Sport, eten en vermaak zoekt men op fietsafstand, het liefst binnen het complex/de grootschalige locatie. De nabijheid van dagelijkse voorzieningen en werk zijn doorslaggevend. Arbeidsmigranten zijn grotendeels afhankelijk van een goede begeleiding bij het zoeken van een woning en het wonen en (samen)leven op de locatie. Voor long-stay arbeidsmigranten worden woonomgeving en samenleving/dynamiek belangrijker. Dan zijn de woonbehoeftes vergelijkbaar met die van andere gezinnen en jonge stellen.
36
► SAMENVATTING
► INLEIDING
Referentie 31
►
ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS
Referentie 32
►
ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE
►
WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID
►
INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID
ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST
RUIMTEVOLK
Kennismigranten Kennismigranten blijven vaak langer in Nederland. Een deel vindt in Nederland een relatie en/of start hier een gezin. De woonomgeving is voor kennismigranten belangrijk. In een woning zoeken zij vooral voldoende kamers voor het (groeiende) huishouden. Kennismigranten hebben een voorkeur voor stedelijke woonmilieus, nabij ov- en (culturele) voorzieningen. Ze zoeken vaak gelijkgestemden: omdat kennismigranten vaak langer in Nederland blijven willen ze een sociaal netwerk kunnen opbouwen. De reisafstand tot werk is ook belangrijk, maar vaak accepteren kennismigranten een langere reistijd dan Nederlanders. Qua voorzieningen is de aanwezigheid van een internationale school vaak doorslaggevend.
Referentie 33
Referentie 34
37
► SAMENVATTING
► INLEIDING
►
ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS
►
ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE
►
WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID
►
INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID
ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST
RUIMTEVOLK
STUDENTEN Studenten vormen een kleine, maar zichtbare groep op de woningmarkt. Omdat hun leven zich voor een groot deel buiten de eigen woning afspeelt - op school, in horeca en culturele voorzieningen, in het ov - heeft de aanwezigheid van studenten in Zwolle merkbaar impact op het voorzieningenniveau en de sfeer van de Zwolse binnenstad. Zoals in hoofdstuk 2 geschetst is het de verwachting dat de groep studenten in Zwolle licht zal afnemen, maar is dit zeer afhankelijk van lokaal en nationaal onderwijsbeleid en het woningaanbod voor studenten in steden op een afstand van minder dan een uur reistijd om Zwolle heen (zoals Groningen en Utrecht). Voor studenten is de woonomgeving belangrijker dan de woning en de samenleving/dynamiek. Als het gaat om hun woning zijn studenten niet veeleisend. Ze hebben over het algemeen de voorkeur voor een collectieve woonvorm en met gedeelde ruimtes: wonen is voor de gemiddelde student meer een sociale activiteit dan voor andere doelgroepen. Studenten hebben voorkeur voor een stedelijk woonmilieu, in of nabij de binnenstad, met horeca, ov en dagelijkse voorzieningen op loop- of fietsafstand. Onderwijs moet snel, het liefst binnen een uur, bereikbaar zijn met ov. Als het gaat om samenleving/dynamiek hebben studenten weinig behoefte aan binding in de buurt of wijk en meer behoefte aan een omgeving waar veel andere studenten zijn.
38
► SAMENVATTING
► INLEIDING
Referentie 35
Referentie 36
Referentie 37
Referentie 38
Referentie 39
►
ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS
►
ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE
►
WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID
►
INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID
ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST
3.3
CONCLUSIES
Als het gaat om woning, woonomgeving en samenleving/dynamiek zien we een aantal constanten in de kwalitatieve woonbehoefte van de verschillende doelgroepen. ZWOLLE IS EEN TRADITIONELE WONINGMARKT, MAAR GROEPEN DIE OPEN STAAN VOOR NIEUWE WOONVORMEN EN STEDELIJKE WOONMILIEUS GROEIEN
39
RUIMTEVOLK
woning (van starter tot senior) en het aantal kamers. Veel huishoudens hechten veel belang aan een tuin of ruim balkon. Zeker bij starters en gezinnen is het aantal kamers en tuin doorslaggevend in hun woonwensen. WOONOMGEVING STEEDS BELANGRIJKER
We zien dat starters de meest traditionele groep zijn op de woningmarkt. Gezinnen, binnenlandse migranten en senioren maken steeds vaker een verschuiving naar een behoefte aan stedelijke woonmilieus, nabij voorzieningen met (deels) gedeelde voorzieningen en ruimtes. Omdat juist deze groepen steeds groter worden, ontstaat er - naast de traditionele behoefte aan grondgebonden woningen met tuin - behoefte aan vernieuwende stedelijke woonmilieus en woonvormen. Traditionele en kleinere appartementen hebben hierbij – volgens de experts in de focusgroepen – echter vaak niet de eerste voorkeur.
Aspecten op het niveau van de woonomgeving zijn en blijven (zeer) bepalend bij de woningkeuze van de meeste huishoudens. De meeste huishoudens hebben – volgens de experts – graag (dagelijkse) voorzieningen en frequent openbaar vervoer in de buurt (stedelijk wonen). Er wordt veel waarde gehecht aan een groene, gezonde en veilige woonomgeving. Hierin moet voldoende ruimte zijn om te ontspannen, bewegen en ontmoeten en moet de omgeving klimaatadaptief zijn waar sprake is van een goede milieukwaliteit met aandacht voor de gezondheid van inwoners (e.g. luchtkwaliteit en geluidsbelasting). Zeker voor huishoudens uit het westen van het land is ook de nabijheid van natuur en/of buitengebied van groot belang, geven experts aan.
WONING: ZWOLLENAREN WONEN EN LEVEN GRAAG RUIM
VOORZIENINGEN NABIJ: VAN PRAKTISCH NAAR BETEKENISVOL CONTACT
Uit dit onderzoek komt een beeld naar voren dat Zwolse huishoudens behoefte hebben aan veel leefruimte, kijkend naar het oppervlak van de
Hoewel voor de meeste huishoudens de nabijheid van voorzieningen belangrijk tot doorslaggevend is, zien experts dat het type voorzieningen waar
► SAMENVATTING
►
► INLEIDING
ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS
►
ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE
dit voor geldt verandert. In de toekomst zullen praktische voorzieningen zoals supermarkten en onderdelen van de zorg steeds vaker te vervangen zijn door digitale diensten, maar zullen plekken waar mensen elkaar ontmoeten (buurthuizen, verenigingen, horeca), van cultuur genieten (musea, theater) of zich kunnen ontwikkelen (kinderopvang, scholen) belangrijk blijven. Voldoende en nabije ontmoetingsplekken zijn met name belangrijk voor wonen met zorg, senioren, statushouders, arbeidsmigranten. SAMENLEVING / DYNAMIEK MET NAME VOOR BIJZONDERE DOELGROEPEN VAN BELANG Vooral voor huishoudens die zorg of begeleiding bij (re)integratie nodig hebben, is de samenleving em dynamiek de belangrijkste factor in de woonbehoefte. Zij hebben over het algemeen de voorkeur voor gedifferentieerde wijken en buurten, waar tegelijkertijd hechte gemeenschappen aanwezig zijn die zorgen voor sociaal toezicht en veiligheid. KANSEN VOOR GEDEELDE VOORZIENINGEN EN RUIMTES In bijna alle doelgroepen zien we kansen voor het delen van voorzieningen en ruimtes als antwoord op de groeiende ruimtevraag en ruimteschaarste. Belangrijk hierbij is dat het op vrijwillige basis is en
►
WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID
►
INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID
ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST
RUIMTEVOLK
dat er ook voldoende privacy is. Door privé en collectieve voorzieningen en ruimtes te combineren staan huishoudens meer open voor delen, bijvoorbeeld door een klein eigen balkon te combineren met een grote gedeelde tuin. Voor jongere huishoudens en gezinnen zien experts dat er weinig behoefte is aan commitment aan gezamenlijke activiteiten en dat gedeelde voorzieningen en ruimtes het meest kansrijk zijn als ze kunnen worden afgenomen als dienst. Denk bijvoorbeeld aan een wasruimte of een (online) te reserveren werk- of logeerruimte. Voor ouderen is er meer belangstelling voor gezamenlijke projecten en commitment aan gezamenlijke activiteiten met ontmoeting. Voor huishoudens met een zorg- of ondersteuningsvraag geldt dat delen en collectiviteit kunnen bijdragen aan sociaal toezicht en veiligheid. Voor alle huishoudens geldt dat het mengen van doelgroepen, leeftijden en huishoudenstypes wenselijk is.
40
► SAMENVATTING
► INLEIDING
►
ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS
►
ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE
►
WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID
►
INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID
4 WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID
41
ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST
Zoals eerder benoemd, wordt de woonbehoefte uiteraard ook in belangrijke mate ingekaderd door de sociaal-economische positie (of welstand) van een huishouden. Echter, om de complexiteit van deze verkenning beheersbaar te houden, zijn we uitgegaan van de hypothese dat huishoudens met een enigszins vergelijkbaar budget grotendeels overeenkomstige woonwensen hebben. Enerzijds dus om zo goed mogelijk in te kunnen zoomen op de primaire woonbehoeften van Zwolse huishoudens in de voor hen ideale situatie. Anderzijds omdat we niet kunnen voorspellen hoe de economie en koopkracht zich na 2030 zullen ontwikkelen en we binnen deze verkenning weinig zicht hebben op de ontwikkeling van inkomen en budget van de verschillende doelgroepen. Dat neemt niet weg dat de woningkeuze in de dagelijkse praktijk voor een significant deel wordt ingekaderd door budgettaire limieten. Dit zien we terug in de cijfers en de literatuur en dit gegeven werd in de focusgroepen en in de diepteinterviews ook meermaals aangekaart. Daarom gaan we in dit hoofdstuk kort in op zaken als betaalbaarheid en woonlasten, alsmede de beschikbaarheid van woningen voor jonge huishoudens, lage inkomens en kwetsbare groepen.
42
RUIMTEVOLK
€429.000 (CBS, 2023d). Lagere inkomensgroepen komen moeilijker aan een sociale huurwoning omdat er te weinig aanbod is en de wachtlijsten lang zijn. Mensen met een middeninkomen – en dan met name starters – kunnen geen aanspraak doen op die sociale huurwoningen, maar komen er op de koopmarkt ook niet tussen (Gemeente Zwolle, 2022b). De quickscan prijsdifferentiatie van RIGO (2022) concludeert dat er tot 2030 in Zwolle de volgende behoefte in nieuwbouwwoningen zal zijn: tussen de 24% en 41% goedkoop, rond de 30% middensegment en tussen de 30% en 45% duur. Hierbij is rekening gehouden met demografische ontwikkelingen, ontwikkelingen in welvaart en trends in bewoning. Het huidige beleid van de 30-40-30 verdeling bij nieuwbouw lijkt daarmee in grote lijnen passend voor de periode tot 2030. Hoe dit zich daarna gaat ontwikkelen is niet te voorspellen vanwege een grillige economische conjunctuur en landelijke beleidskeuzes, maar het toevoegen van betaalbare woningen zal in elk scenario relatief gezien een positief effect hebben op de betaalbaarheid van de Zwolse woningmarkt.
Veel Zwolse huishoudens hebben vandaag de dag moeite om binnen hun financiële mogelijkheden een woning te vinden die past bij hun woonbehoefte. Woningprijzen zijn nog nooit zo hoog geweest – gemiddeld €414.500, weliswaar iets lager dan het landelijk gemiddelde van
Naast de inzet op de beschikbaarheid van voldoende betaalbare huur- en koopwoningen is ook het beheersbaar houden van de woonlasten een belangrijke opgave voor de komende jaren. Hypotheeklasten, huurprijzen en energielasten zijn gestegen, terwijl de Zwolse inkomens achterblijven. De afgelopen tien jaar is het aandeel vrije sector huurwoningen in de gemeente Zwolle
► SAMENVATTING
►
► INLEIDING
ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS
►
ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE
gestegen: van 3% van de totale huurvoorraad in 2012 tot 20% in 2021 (ABF Research, 2023). Jonge stellen wonen gemiddeld vaker in een (te) dure huurwoning, en de netto woonlasten zijn de afgelopen tien jaar gestegen. Uit onderzoek blijkt dat 52% van de Nederlandse huurders soms of structureel problemen heeft om maandelijks rond te komen (Nibud, 2022). Deze groep loopt risico op financiële, sociale en gezondheidsproblemen. Zij hebben geldstress en ervaren minder financieel welzijn. Bijna 1 op de 10 huurders in de regio Zwolle had in 2020 een betaalrisico, omdat het netto besteedbaar inkomen te laag was om aan alle uitgaven te voldoen (Regio Zwolle, 2023a). Hoe de woonlasten zich in de toekomst zullen ontwikkelen is ook lastig te voorspellen. Dit is afhankelijk van veel factoren, onder andere de rentestanden, de energieprijzen en het landelijk beleid.
►
WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID
►
INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID
5 INGREDIËNTEN VOOR OMGEVINGSVISIE EN WOONBELEID
43
ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST
Hoe woont de Zwollenaar van de toekomst? De gemeente Zwolle werkt de komende jaren aan het realiseren van een ambitieus woningbouwprogramma voor de stad, wijken en dorpen. Maar de wereld houdt niet op na 2030: prognoses en ambities reiken verder en laten zien dat de woonbehoefte ook na 2030 verder groeit en van karakter verandert. Om te voldoen aan de woonbehoefte van de toekomst is het van belang die nu in kaart te brengen. Zo kan de gemeente Zwolle koers bepalen. Bestaande data bieden een onvoldoende goede basis om een betrouwbaar beeld te schetsen van de kwalitatieve woonbehoefte van de toekomst. Beschikbare onderzoeken houden nog weinig rekening met de toegenomen pluriformiteit van de huishoudens, maar vooral ook de leefomgevingsaspecten. Om toch een breder beeld te krijgen van de verschillende huishoudens en woonwensen is deze verkenning gedaan, gebaseerd op beschikbare data en kengetallen en focusgroepen met experts. In de vorige hoofdstukken hebben we in beeld gebracht hoe de kwalitatieve woonbehoefte van Zwolse doelgroepen zich volgens experts ontwikkelt en welke factoren hier invloed op hebben. In dit hoofdstuk benoemen we op basis van de analyse en conclusies verschillende ingrediënten voor de aanvulling op de omgevingsvisie en voor toekomstig woonbeleid van de gemeente Zwolle.
RUIMTEVOLK
MEER RUIMTE VOOR STEDELIJK WONEN OP Z’N ZWOLS: GROEN, GEMENGD EN MET VOLDOENDE LEEFRUIMTE BINNEN ÉN BUITEN In bijna alle doelgroepen zien we een voorkeur voor (groen)stedelijke woonomgevingen met voorzieningen, OV en dynamiek nabij. Zeker in de snelst groeiende doelgroep - de senioren ontstaat een beweging naar groenstedelijke(r) woonmilieus. De resultaten van de focusgroepen laten zien dat er vooral gedacht wordt aan grondgebonden woningen binnen de groenstedelijke milieus. In de praktijk bestaan deze milieus ook vaak uit een mix van grondgebonden woningen en appartementengebouwen. In het realiseren van een dergelijke mix, met aandacht voor nieuwe woonvormen en slim ruimtegebruik, liggen dan ook kansen voor de toekomst. Een (groen)stedelijk woonmilieu na 2030 kenmerkt zich op basis van de resultaten van deze kwalitatieve verkenning onder meer door:
Referentie 40
een ruimer aanbod aan grondgebonden stadswoningen; → aanvullend hierop een aanbod aan nietgrondgebonden woningen met voldoende leefruimte zowel binnen als buiten; → nabijheid van dagelijkse en stedelijke voorzieningen en van OV; → gedifferentieerde wijken en buurten; → collectieve voorzieningen en ruimtes in complexen; → een groene en gezonde leefomgeving. →
Referentie 41
44
► SAMENVATTING
► INLEIDING
►
ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS
►
ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE
►
WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID
►
INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID
ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST
Groenstedelijke woonmilieus kunnen ook appartementen bevatten. De boodschap vanuit experts is vooral dat de traditionele, kleine appartementen binnen de woonwensen grotendeels niet terugkomen. Bovenstaande kenmerken van het gewenste woonmilieu ontbreken momenteel voor een groot deel in de huidige planningslijst van de gemeente Zwolle. Als er een politieke wens ligt om bepaalde doelgroepen aan te trekken en vast te houden, is het van belang om hierop bij te sturen. Dit kan door bepaalde kwaliteiten aan bestaand programma toe te voegen of nieuwe plannen te ontwikkelen. De ambitie ‘een (t)huis voor iedereen’ vraagt dus vooral om meer variatie in het woningaanbod. Ook zal nader onderzocht moeten worden hoe deze woonwensen zich verhouden tot de gemeentelijke (a) Ontwikkelstrategie Wonen verdeeld in 60% binnenstedelijk en 40% suburbaan, (b) de ambities met betrekking tot de woonlasten van Zwollenaren in de toekomst en (c) de ambities vanuit de Nationale Woon- en Bouwagenda die een verdeling hanteert van 30% goedkoop, 40% betaalbaar en 30% duur bij nieuwbouw. OOK BEHOEFTE AAN SUBURBAAN WOONMILIEU MET MEER GRONDGEBONDEN WONINGEN Voor een deel van de gezinnen, maar met name starters, heeft een suburbaan woonmilieu de voorkeur. Hierbij valt het op dat starters ook op zoek zijn naar de meer traditioneel grondgebonden woningen met tuin.
Dit vraagt ruimte en er moet gekeken worden of dit past binnen de integrale
45
► SAMENVATTING
► INLEIDING
RUIMTEVOLK
ruimtelijke afwegingen. Hierbij is het vooral het advies te onderzoeken hoe er voorzien kan worden in de meer onderliggende woonbehoefte van deze doelgroepen, namelijk voldoende ruimte zowel binnen als buiten. Dit kan mogelijk ook worden vertaald in een meer stedelijk woonmilieu, via innovatieve groene woonconcepten en slim ruimtegebruik (zie referentiebeelden 40 t/m 43). Voor een deel van de jonge stellen, gezinnen, kennismigranten, senioren na 2030 en voor studenten, is een hoogstedelijk woonmilieu wél het meest interessant. Hier wordt grotendeels in het huidige woningbouwprogramma voorzien. ZWOLLE KENT AL VEEL GROENSTEDELIJKE WOONMILIEUS: BENUTTEN HUIDIGE WONINGVOORRAAD
Referentie 42
Ook liggen er kansen in de bestaande woningvoorraad die past bij de kwalitatieve woonbehoefte van de toekomst: in de groenstedelijke woonmilieus zoals Holtenbroek, AA-landen, Zwolle-Zuid en Ittersum. Dit kan door het zoeken naar verdichtingsmogelijkheden (splitsen, optoppen, aanplakken, uitplinten en het delen van percelen). Verdichting in de bestaande wijken kan ook bijdragen aan de mogelijkheden voor bijvoorbeeld senioren (snelst groeiende doelgroep) om in hun eigen vertrouwde wijk te blijven wonen (via aanpassing woning) of te verhuizen (doorstroming). De inzet op verdichting en hiermee doorstroming biedt dus kansen. Hier is de gemeente Zwolle al een eind mee op weg, onder andere via het Actieplan Beter Benutten Referentie 43
►
ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS
►
ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE
►
WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID
►
INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID
ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST
Bestaande Woningvoorraad. Er kan verder verkend worden hoe dit beleid ingezet kan worden om doorstroming van en naar de groenstedelijke woonmilieus zo goed mogelijk op gang te brengen. GROEIENDE GROEPEN HUISHOUDENS MET KWETSBAARHEID VRAGEN OM ONTMOETING, SOCIAAL TOEZICHT EN VEILIGHEID Senioren, statushouders, mensen met een zorgvraag en mensen die uit een intramurale setting uitstromen naar een zelfstandige woning hebben niet alleen een geschikte woning en woonomgeving nodig, maar ook een samenleving of gemeenschap waarin zij prettig, beschermd en veilig kunnen wonen. Dit betekent dat in toekomstige en bestaande wijken zowel fysieke binnen- en buitenruimte voor ontmoeting geprogrammeerd moet worden, als activiteiten en (sociale) structuren of community building. Dit kan plaatsvinden in het bestaande maatschappelijke vastgoed in de wijken (buurthuizen, bibliotheken), in de openbare ruimte, op pleintjes of in parken, of in commerciële functies zoals buurtcafés. Sociale cohesie binnen de wijken en buurten is een kernkwaliteit van de gemeente Zwolle en dit moet worden vastgehouden, ook na 2030. SPONTANE ONTMOETING IN OVERGANG TUSSEN PUBLIEK EN PRIVÉ Voor alle huishoudens geldt dat ontmoeting essentieel is, en dat dat als primaire behoefte ook na 2030 het geval zal blijven. Eerder noemden we in dit kader georganiseerde ontmoeting op aangewezen ontmoetingsplekken.
Daarnaast is en blijft juist ook spontane ontmoeting in het dagelijks
46
► SAMENVATTING
► INLEIDING
RUIMTEVOLK
leven en in de directe omgeving van de woning van belang. Dit kan in gedeelde ruimtes of tuinen bij complexen, maar de behoefte aan gemengde wijken laat ook zien dat het belangrijk is om in aanraking te komen met mensen van buiten het eigen complex. Het vergroten van de kans op spontane ontmoetingen vraagt om woningen met een zorgvuldige overgang van privé naar publieke ruimte: voortuinen waarin gespeeld en geleefd kan worden, lage erfafscheidingen en woningen met een goed zicht op de straat.
FLEXIBILITEIT VOOR DE PERIODE RICHTING 2050 EN VERDER De prognoses voorspellen vooralsnog na 2050 een afvlakking van de bevolkings- en huishoudensgroei. De gemeente staat voor de keuze hoe hiermee om te gaan: het bouwen van kwalitatieve woonmilieus die ook na 2050 interessant zijn voor inwoners uit andere regio’s van het land of het flexibel bouwen en inrichten van woningen, die na 2050 verwijderd kunnen worden als de behoefte afneemt.
BEHOEFTE AAN GECLUSTERDE WOONVORMEN Een derde tot de helft van de huishoudensgroei betreft wonen met zorg. Dit vraagt om een grote toename van geclusterde woningen in bestaande woningvoorraad en het nieuwbouwprogramma. Binnen deze categorie kan er geëxperimenteerd worden met verschillende nieuwe woonvormen en manieren van samenleven. EEN ANDER PERSPECTIEF OP NABIJHEID EN (DIGITALE) BEREIKBAARHEID VOORZIENINGEN Mensen wonen graag in nabijheid van voor hen onmisbare voorzieningen. Met de digitalisering van diensten zoals zorgvoorzieningen en boodschappen hoeft niet alles meer fysiek in de buurt te zijn. Echter, fysieke ontmoeting en onderwijs blijven ook na 2030 belangrijk op buurtniveau en straatniveau. Dit betekent dat hier in het maatschappelijke en commerciële programma in de wijken na 2030 voldoende ruimte voor moet worden gereserveerd.
►
ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS
►
ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE
►
WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID
►
INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID
47
BIJLAGEN
48
ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST
5.1
49
RUIMTEVOLK
GRAFIEKEN EN TABELLEN 2000
2005
2010
2015
2020
2022
Alleenstaande huishoudens
39,0%
38,8%
39,6%
39,8%
41,2%
41,7%
Samenwonende huishoudens
61,1%
61,2%
60,4%
60,2%
58,8%
58,3%
Samenwonend zonder kinderen
27,8%
28,8%
28,3%
27,3%
26,9%
26,9%
Samenwonend met kind en eenoudergezinnen (gezinnen)
31,2%
32,4%
32,2%
32,8%
31,9%
31,4%
Eenouderhuishouden
5,0%
5,8%
6,0%
6,4%
7,1%
7,1%
2021 - 2035
2035 - 2050
Bevolkingsgroei
11,7%
2,9%
Huishoudensgroei
13,9%
5,5%
CBS, 2022)
2020
2025
2030
2035
2040
39.150
39.520
40.230
39.950
39.360
25-64 jaar
69.210
71.370
75.510
77.690
77.870
65+ jaar
20.480
23.430
26.760
29.860
32.380
Totaal
128.840
134.320
142.500
147.500
149.610
2023
2030
2035
2040
Geclusterd wonen
3.150
4.520
5.610
6.740
Regulier wonen
11.010
12.720
13.800
14.660
Woonzorgcentrum PG
640
760
840
890
Woonzorgcentrum SOM
340
410
450
480
► INLEIDING
►
Ontwikkeling huishoudens gemeente Zwolle, 2000-2022 (CBS, 2023a)
Figuur 9. Prognose bevolkingsgroei versus huishoudensgroei gemeente Zwolle (PBL/
0-24 jaar
► SAMENVATTING
Figuur 8.
ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS
Figuur 10. Prognose leeftijdscategorieën in de gemeente Zwolle (Pronexus prognose, 2022)
Figuur 11. Prognose aantal senioren met zorgvraag in de gemeente Zwolle (Provincie Overijssel, 2023)
►
ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE
►
WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID
►
INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID
ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST
RUIMTEVOLK
Doelgroep
Wat weten we?
Globale doorvertaling naar gemeente Zwolle (2023 t/m 2040)
Bron
Statushouders
Taakstelling 2023: 294
Uitgaande van gelijkblijvende omstandigheden verwachten we vanuit de taakstelling tot en met 2025:
Monitor Gezond Wonen Overijssel 2023
Voorspelling taakstelling 2024 t/m 2025: 337 per jaar
Totaal: +968 t/m 2025 Er is momenteel geen zicht op de periode hierna
Studenten
Tot 2030 landelijk: stijging aantal WO-studenten (+10%), Uitgaande van doorzetten trend en gelijkblijvend afname aantal HBO- en MBO-studenten (resp. -4% en -5%). onderwijsaanbod: Verwachting is dat trend doorzet. MBO: van 4.000 in 2023 naar 3.600 in 2040 Stijging WO komt vooral door influx buitenlandse studenten. HBO: van 5.400 in 2023 naar 5.000 in 2040 WO: van 1.300 in 2023 naar 1.600 in 2040
OCW in cijfers, 2023 CBS, 2023
Totaal: ca -500 t/m 2040 Arbeidsmigranten
In 2021 wonen 1.015 arbeidsmigranten in de gemeente Zwolle.
Laag scenario: 2% jaarlijkse groei tot 2030 Hoog scenario: 4% jaarlijkse groei tot 2030
Decisio & Companen, 2023.
Uitgaande van doorzetten provinciale trend na 2030: Totaal: ca + 1.480 tot 2.140 t/m 2040 Kennismigranten (inkomen boven minimale inkomensgrens kennismigrantregeling)
De afgelopen twintig jaar is het aantal kennismigranten in Nederland gestaag gegroeid. In 2022 wonen er naar schatting 223 kennismigranten in de gemeente Zwolle.
Uitgaande van doorzetten trend voor coronajaren (20152019), gemiddelde groei 10 tot 15% per jaar:
Wonen met zorg
Ontwikkeling doelgroepen in het kader van regionale woonzorgvisie
Geclusterd wonen, Regulier wonen, Woonzorgcentrum PG, Woonzorgcentrum SOM (NB deels als binnen reguliere prognoses meegenomen):
CBS, 2022
Totaal: ca + 1.100 tot 2.400 in 2040 Monitor Gezond Wonen Overijssel, 2023 Figuur 12. Zwolle:
Totaal: +7.630 in 2040
eerste schets van de ontwikkeling
Andere zorgbehoevende doelgroepen (uitstroom beschermd wonen, kwetsbare jongeren, gehandicaptenzorg, uitstroom detentie) zullen nagenoeg proportioneel stijgen met de bevolkingsgroei van de gemeente Zwolle:
van bijzondere doelgroepen, RUIMTEVOLK
Totaal: + 300 in 2040
50
► SAMENVATTING
► INLEIDING
►
ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS
►
ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE
2023.
►
WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID
►
INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID
ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST
5.2
RUIMTEVOLK
LIJST MET GESPROKEN EXPERTS
Frank Steenhuisen (gemeente Zwolle)
Arjan Heyma (SEO Economisch Onderzoek)
Thijs-Jan van der Veen (gemeente Zwolle)
Tobias Vervliet (SEO Economisch Onderzoek)
Cees Wolfkamp (Huurdersvereniging Openbaar Belang)
Sjoerd Feenstra (Stadsbouwmeester Zwolle)
Elizabeth Engelsman (Aedes)
Bert van 't Land (SWZ)
Marvin Wircx (deltaWonen)
Klaasjan Boessenkool (VNO-NCW)
Marga Goudbeek (Openbaar Belang)
Anne-Marie Journee (RIBW)
Peter Luchtenberg (Immigratie- en Naturalisatiedienst)
Petra Stuitje (deltaWonen)
Arthur Kok (Studenten Overleg Orgaan Zwolle) Bart van Harten (Driezorg) Peter Schoth (SWZ) Jaap Hagedoorn (Philadelphia Zorg) Henk van de Pol (Seniorenraad Zwolle) Sharda van der Vegt (Participatieraad Zwolle) Birgit Michies - de Roos (Participatieraad Zwolle) Ted Vonk - Covers (Buurtzorg Zwolle) Barry Hegeman (DuraVermeer) Irma Klevering (Stichting Zwolse Architectuur Podium) Kim van Rie (Woonfabriek Zwolle) Roos Hudepohl (Kwartier voor Regio Zwolle) Jan Nauta (Studio Nauta) Kersten Nabielek (Planbureau voor de Leefomgeving) Emiel Kallenkoot (Frion Zorg) Wietse Douwes (Provincie Overijssel) Suzanne Steegman (Decisio)
51
► SAMENVATTING
► INLEIDING
►
ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS
►
ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE
►
WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID
►
INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID
ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST
5.3
RUIMTEVOLK
BRONNENLIJST
ABF Research (2023). De Zwolse woningmarkt nu en in de
Companen (2022). Wonen in een derde levensfase.
toekomst - Uitkomsten van WoON2021 en de kwalitatieve woningbehoefteverkenning.
PBL / CBS (2022). Regionale bevolkings en huishoudensprognose 2022-2050.
Decisio & Companen (2023). Actualisatie onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Overijssel.
Pronexus (2022). Bevolkingsprognose Zwolle.
een vloek?
Gemeente Zwolle (2021). Omgevingsvisie.
Provincie Overijssel (2023). Monitor wonen met zorg.
BETA & AM (2023). Meergeneratiewonen: een pleidooi voor
Gemeente Zwolle (2022a). Buurt-voor-Buurt Onderzoek.
Regio Zwolle (2023a). Toekomstbeeld Wonen Regio Zwolle.
Gemeente Zwolle (2022b). Betaalbaarheidsagenda Zwolle.
Regio Zwolle (2023b). Warme Harten in een Klimaatadaptieve
AD (2022). Verhuisgolf van Randstad naar Oosten: een zegen of
gemengde woonomgevingen. BPD (2017). Gezinsappartementen in de stad.
Delta - Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle. Gemeente Zwolle (2023a). Actieplan Seniorenhuisvesting Zwolle.
CBS (2018). Tevredener met het leven bij sterkere binding met
RIGO (2021). Woonbehoefte in de MRA: Ontwikkelingen op
buurt.
Gemeente Zwolle (2023b).Trendrapportage Sociaal Domein.
middellange (tot 2030) en langere termijn (tot 2040).
CBS (2020). Ruim een half miljoen minderjarigen in complexe
Groot, C. de & Aalders,. R. (2022). Goedkope huizen op het
RIGO (2022). De woningmarkt van Zwolle: quick scan in het kader
gezinsverbanden.
platteland magneet voor stadse Randstedelingen.
van de prijsdifferentiatie.
CBS (2022a). Inwoners naar leeftijd gemeente Zwolle.
Groot, C. de & F. van Dam (2017). De triomf van de stedelijke
RIGO (2023). Komen en gaan: de uitdijing van de Randstad in
woonvoorkeur.
oostelijke richting.
Kences (2023). Nederlandse student steeds minder vaak op
RIVM (2019). Hoe gezond zijn we in de toekomst?
CBS (2022b). Arbeidsmigratie niet-EU/EFTA. CBS (2022c). Studentenhuisvesting gemeente Zwolle,
kamers.
2019-2021.
SEO (2022). Arbeidsmigratie in 2030. Laarman, K. & van Dam, F. (2018). Waar willen jonge gezinnen
CBS (2023a). Ontwikkeling huishoudens per gemeente,
wonen?
Staatscommissie (2024). Rapport van de Staatscommissie
2000-2022.
Demografische Ontwikkelingen 2050. Ministerie OCW (2023). Prognose aantal studenten.
CBS (2023b). Echtscheidingen per duizend echtparen.
Wonder, M. J. (2019). Wat hebben belangstellenden voor Nibud (2022). Rapport Rondkomen en betalingsproblemen.
CBS (2023c). Bevolkingsmutaties Zwolle.
gemeenschappelijk wonen gemeen? Verklaringen van de vraag naar gemeenschappelijk wonen.
PBL (2015) De stad: magneet, roltrap en spons. CBS (2023d). Gemiddelde transactieprijs koopwoning in 2022
WoonInzicht Zwolle (2023). Veranderingen in de woningvoorraad.
bijna 429 duizend euro.
52
► SAMENVATTING
► INLEIDING
►
ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS
►
ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE
►
WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID
►
INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID
ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST
5.4
53
RUIMTEVOLK
REFERENTIELIJST
Referentie 1 De Koningin Kraanbolwerk in Zwolle door Zecc.
Referentie 15 Woonzorgcentrum Scheldehof in Vlissingen door
Referentie 31 Flexwonen woonstudios in Alkmaar door Finch
Beeld via: Stijnstijl Fotografie
Atelier Pro. Beeld via Atelier Pro
Buildings i.s.m. ontwerpgroep De Groot Vroomshoop
Referentie 2 Mobiliteitshub in Te Veld, Eindhoven. Beeld via
Referentie 16 Knarrehof in Zwolle. Beeld via Trebbe
Bouwsystemen B.V.. Beeld via De Groot Vroomshoop
www.eindhoven.nl
Referentie 17 Parkgebouw De Veentjes in Doetinchem door
Referentie 32 Gershwin Borthers in Amsterdam door LEVS.
Referentie 3 Transformatie Philips-kantoor naar wonen door
JCRArchitecten. Beeld door Sebastian van Damme
Beeld via LEVS.
Pauwert Architectuur. Beeld via Pauwert Architectuur
Referentie 18 September Woonhuizen in Best. Beeld via
Referentie 33 Boven de Hoven in Delft door Habeon Architecten.
Referentie 4 Amserfoort Soesterhof. Beeld via Nanda Sluismans
September.
Beeld via Ravestein Bouwmanagement
Referentie 5 StadsTuin Overtoom in Amsterdam door KOW. Beeld
Referentie 19 Hofje Wendakker in Heerde door Urbis3. Beeld via
Referentie 34 Leliestraat in Losser door Plegt Vos. Beeld via
via ERA
Urbis3
Plegt Vos.
Referentie 6 Parkbuurt Hoogvliet in Rotterdam door ECHO. Beeld
Referentie 20 Stedelijke appartementen in Antwerpen door
Referentie 35 Bartok in Arnhem door Barcode Architects. Beeld
via ECHO
import.export ARCHITECTURE. Beeld via AG Vespa
door Hans Wilschut, Christian Maijstre.
Referentie 7 Kraanbolwerk2 in Zwolle door BDG Architecten.
Referentie 21 Sociale huurwoningen in Cuijk door Theo Verburg
Referentie 36 Campus Plaze in Wageningen door SVP. Beeld
Beeld via Gerard van Beek Fotografie
Architecten. Beeld Van Der Heijden.
door Sjaak Henselmans en SVP
Referentie 8 De Smaaktuin in Utrecht door De Zwarte Hond.
Referentie 22 Cohousing Waasland in Sint Niklaas (BE) door
Referentie 37 Place2BU in Utrecht door Architektenburo Guido
Beeld via De Zwarte Hond
Denc Studio. Beeld door Stijn Bollaert
Bakker. Beeld via ANP / Werry Crone.
Referentie 9 Driegeneratiehuis in Amsterdam door BETA. Beeld
Referentie 23 Appertementen in Bladel. Beeld via Funda
Referentie 38 De kwekerij in Utrecht door Arons & Gelauff. Beeld
door Ossip van Duivenbode
Referentie 24 Bunschoterhof in Ede door opZoom architecten.
via SSH.
Referentie 10 Weespergilde in Weesp door Braaksma en Roos
Beeld via opZoom architecten.
Referentie 39 Op de brouwerij in Enschede door LEVS. Beeld
Architectenbureau. Beeld via -
Referentie 25 Waaggebouw in Woensel-West, Eindhoven door
door Marcel van der Burg-Primabeeld.
Referentie 11 Nieuw woonensemble voor ouderen in Heemskerk
Next Architects. Beeld door Loes van Duivendijk.
Referentie 40 Gleis 21, ruime gezinsappartementen in Wenen
door Marlies Rohmer Architecture & Urbanism. Beeld via Marlies
Referentie 26 StadsTuin Overtoom in Amsterdam door KOW.
(AT) door einszueins architektur. Beeld door Hertha Hurnaus.
Rohmer Architecture & Urbanism
Beeld via ERA
Referentie 41 Toren van Babel, ruime gezinsappartementen in
Referentie 12 Mercado in Groningen door De Zwarte Hond. Beeld
Referentie 27 De Smaaktuin in Utrecht door De Zwarte Hond.
Rotterdam, door Laurens Boodt. Beeld via Laurens Boodt.
gemaakt door: Sebastian van Damme
Beeld via De Zwarte Hond
Referentie 42 Spaarndammerhart, grondgebonden
Referentie 13 Spieghelbuurt in Alkmaar door Heren5. Beeld via
Referentie 28 Veldwijk in Hengelo door Novito. Beeld via Novito.
stadswoningen in Amsterdam, door Korth Tielens Architecten
Heren5
Referentie 29 Om de Weerde in Hasselt door TWA Architecten.
i.s.m. Marcel Lok, DS Landschapsarchitecten en Martijn
Referentie 14 De Ooij Corporatiewoningen in Doesburg door ARX.
Beeld via TWA Architecten.
Sandberg. Beeld via Korth Tielens Architecten.
Beeld via Van Campen Bouwgroep
Referentie 30 Bartok in Arnhem door Barcode Architects. Beeld
Referentie 43 The Family, ruime gezinsappartementen in Delft,
door Hans Wilschut, Christian Maijstre.
door ANA Architecten. Beeld via ANA Architecten.
► SAMENVATTING
► INLEIDING
►
ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS
►
ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE
►
WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID
►
INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID
54