CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

17. WONEN - B3 - Eindproduct-KwalitatiefToekomstbeeldWonenZwolle

Raad Besluitvormingsronde 21 mei 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Oogst bouwstenen aanvulling Omgevingsvisie13.703 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ZWOLSE WOONMILIEU’S VAN DE TOEKOMST Kwalitatief Toekomstbeeld Wonen Zwolle na 2030: Bouwsteen voor de omgevingsvisie

1

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

RUIMTEVOLK

COLOFON

Dit document is opgesteld door RUIMTEVOLK in opdracht van de gemeente Zwolle. Het copyright van de beelden, kaarten en foto’s berust bij RUIMTEVOLK tenzij anders aangegeven. Hoewel aan de inhoud en samenstelling van dit rapport de grootst mogelijke zorg is besteed, is het mogelijk dat informatie onjuist of onvolledig is. RUIMTEVOLK aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de volledigheid en juistheid van de gegeven informatie. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Februari 2024 Anna Hergreen Gido van Os Pieternella Aten

2

► SAMENVATTING

► INLEIDING

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

INHOUDSOPGAVE

3

► SAMENVATTING

► INLEIDING

RUIMTEVOLK

4

SAMENVATTING

6

1

INLEIDING

13

2

ONTWIKKELING VAN BEVOLKING EN HUISHOUDENS

21

3

ONTWIKKELING VAN DE KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

41

4

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

43

5

INGREDIËNTEN VOOR OMGEVINGSVISIE EN WOONBELEID

48

BIJLAGEN

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

SAMENVATTING

4

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

Hoe woont de Zwollenaar van de toekomst? De gemeente Zwolle werkt de komende jaren aan het realiseren van een ambitieus woningbouwprogramma voor de stad, wijken en dorpen. Maar de wereld houdt niet op na 2030: prognoses en ambities reiken verder en laten zien dat de woonbehoefte ook na 2030 verder groeit en van karakter verandert. Om te voldoen aan de woonbehoefte van de toekomst is het van belang die nu in kaart te brengen. Zo kan de gemeente Zwolle koers bepalen. Deze verkenning schetst een toekomstbeeld van hoe de kwalitatieve woonbehoefte in Zwolle er na 2030 uitziet als het gaat om woningen, woonmilieus en wijze van samenleven. Het vormt daarmee één van de bouwstenen in de actualisatie van de omgevingsvisie op het thema wonen.

5

RUIMTEVOLK

In deze verkenning wordt gekeken op welke aspecten van de woning, woonomgeving en manier van samenleven je zou moeten sturen om te kunnen inzetten op op een fijn thuis voor iedereen. Dit doen we door te kijken wat dit voor de doelgroepen starters, jonge stellen, gezinnen, senioren (met zorgvraag), uitstromers uit de instelling, statushouders, arbeidsmigranten en kennismigranten en studenten vanuit hun woonbehoefte vraagt. We brengen dit in beeld op basis van de input van experts en gaan in op de gewenste woning, woonomgeving en manier van samenleving van deze doelgroepen.

Zwolle wil graag de aantrekkelijke woongemeente blijven en ervoor zorgen dat er voor iedereen een fijn thuis te realiseren is. Tot 2030 liggen de kaders voor het woonbeleid al grotendeels vast, de voorliggende verkenning biedt kwalitatieve input voor de keuzes in de periode daarna. Hierbij moeten we rekening houden met een aantal ontwikkelingen. Vergrijzing zorgt er bijvoorbeeld voor dat het aantal senioren blijft groeien en dat Zwolle de komende jaren te maken krijgt met een toenemende woon-zorgvraag. Daarnaast zien we dat door huishoudensverdunning we relatief steeds woningen per persoon nodig hebben. De groei van Zwolle is voor een groot deel afhankelijk van migratie, zowel binnenlands als buitenlands. Het sturen op passende woonmilieus, kan ervoor zorgen dat bepaalde doelgroepen zich vestigen.

We zien dat in bijna alle doelgroepen de voorkeur bestaat voor een groenstedelijk woonmilieu met woningen die voldoende leefruimte bieden zowel binnen als buiten en waarbij voorzieningen, OV en dynamiek nabij zijn. Binnen nieuwbouwlocaties kan hierop in de toekomst gestuurd worden, maar ook het benutten en aanpassen van de bestaande woningvoorraad biedt kansen. Enerzijds wordt de behoefte aan de traditionele grondgebonden woning met tuin als voorkeur genoemd, anderzijds zien experts een verschuiving naar woningen passend in vernieuwende groenstedelijke woonmilieus en woonvormen. Het beeld dat steeds naar voren komt is dat Zwollenaren graag veel leefruimte hebben, zowel binnen als buiten. Traditionele en kleine appartementen komen in de resultaten minder terug. De woonomgeving is voor veel doelgroepen zeer bepalend: afstand tot voorzieningen, OV en een groene, gezonde en veilige woonomgeving zijn erg belangrijk. Voor met name senioren, statushouders en mensen met een

► SAMENVATTING

►

► INLEIDING

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

zorgvraag is het van belang dat ontmoeting, sociaal toezicht en veiligheid in de Zwolse woonomgeving goed geborgd is. Er is hierin ook een behoefte aan meer geclusterde woonvormen.

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

1 INLEIDING

6

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

Hoe woont de Zwollenaar van de toekomst? De gemeente Zwolle werkt de komende jaren aan het realiseren van een ambitieus woningbouwprogramma voor de stad, wijken en dorpen. Maar de wereld houdt niet op na 2030: prognoses en ambities reiken verder en laten zien dat de woonbehoefte ook na 2030 verder groeit en van karakter verandert. Om te voldoen aan de woonbehoefte van de toekomst is het van belang die nu in kaart te brengen. Zo kan de gemeente Zwolle koers bepalen. AANLEIDING EN DOEL De gemeente vindt het belangrijk om op de veranderende woonbehoefte in te spelen. Niet alleen heeft ze een stevige groeiambitie die vraagt om een antwoord op de vraag welke woonmilieus voor welke doelgroepen nodig zijn, ook heeft ze een verantwoordelijkheid voor de huisvesting van (groeiende groepen) kwetsbare inwoners in Zwolle. Want in Zwolle werken partijen goed samen om meer woningen te bouwen, voor iedereen een fijn thuis te realiseren en te zorgen voor een duurzame en betaalbare woningvoorraad. Zo streven we naar een inclusieve samenleving in Zwolle, waarin brede welvaart centraal staat. Het voorliggende onderzoek biedt hierin kwalitatieve input voor een gebalanceerde en passende woningvoorraad voorbij 2030.

RUIMTEVOLK

2027. In de Ontwikkelstrategie Wonen (2019) werd de groei opgeschaald naar 1.000 per jaar tot 2030. Deze ambities zijn vastgehouden in de omgevingsvisie (2021), met een focus op stedelijk wonen. Hier ligt een ambitie om met name jongeren en kenniswerkers te behouden voor de gemeente. In 2023 en 2024 werkt de gemeente Zwolle aan een aanvulling op de omgevingsvisie, die naar verwachting in 2025 wordt vastgesteld. Hiervoor worden verschillende bouwstenen opgesteld op het gebied van wonen, water en bodem, verdichting en economie. Het voorliggende onderzoek vormt input voor de bouwsteen wonen. Het Regionaal Toekomstbeeld Wonen van de regio Zwolle, dat in 2023 is opgesteld, en het coalitieakkoord vormen belangrijke vertrekpunten voor dit onderzoek.

Bouwstenen Gebiedsverkenning Ceintuurbaanzone

7

► SAMENVATTING

► INLEIDING

Gebiedsverkenning mogelijke uitleglocaties

Energietransitie en -voorziening Ontwikkelbeeld werken/economie

Regionale watersysteemopgave en brede klimaatadaptatie

Maatregelen voor bereikbaarheid en mobiliteitstransitie Stadsscan

Kwalitatief woonbeeld en woningbehoefte

Stadsgesprek

Aanvulling omgevingsvisie

POSITIE VAN DIT DOCUMENT De Woonvisie (2017) van de gemeente Zwolle gaat uit van vier ambities; Zwolle als een groeistad, woonstad, leefstad en deltastad. Hierbij koerste de gemeente op een groei van 10.000 woningen tot

Ruimtelijke scenarios

Figuur 1.

Positie van de het Kwalitatief Toekomstbeeld Wonen als

een van de bouwstenen voor de aanvulling van de Omgevingsvisie.

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

RUIMTEVOLK

ONDERZOEKSVRAGEN

LEESWIJZER

Deze verkenning naar de kwalitatieve woonbehoefte in Zwolle voor diverse doelgroepen als het gaat om woningen, woonmilieus en manier van samenleven. Vanuit de gemeente Zwolle is gevraagd een antwoord te formuleren op de volgende onderzoeksvragen:

We starten het toekomstbeeld met de onderzoeksverantwoording en een korte schets van nu: wat is het DNA van woongemeente Zwolle anno 2023? In het volgende hoofdstuk schetsen we de kwantitatieve context voor dit kwalitatieve toekomstbeeld: wat zeggen onderzoeken en prognoses over de bevolkings- en huishoudensontwikkeling van Zwolle tot 2040/2050? In hoofdstuk 3 gaan we vervolgens in op de ontwikkeling van de kwalitatieve woonbehoefte van de verschillende doelgroepen. In hoofdstuk 4 gaan we in op woonlasten en betaalbaarheid. In hoofdstuk 5 trekken we conclusies en schetsen we de ingrediënten voor het toekomstige woon- en omgevingsbeleid van de gemeente Zwolle.

Hoe ziet de kwalitatieve woonbehoefte in Zwolle er na 2030 uit als het gaat om woningen, woonmilieus en wijze van samenleven? Wat zijn de kwantitatieve trends en ontwikkelingen – op hoofdlijnen – waarbinnen deze kwalitatieve oonbehoefte zich ontwikkeld? Hoe ontwikkelen verschillende doelgroepen en hun woonbehoefte zich? Wat levert dit voor ingrediënten op voor toekomstig omgevings- en woonbeleid? In deze verkenning schetsen we op basis van een kwalitatieve studie een beeld van de woonbehoefte qua woning, woonomgeving en manier van samenleven van de verschillende doelgroepen, hoe deze zich vertalen in woonmilieus en hoe je dit zou kunnen vertalen naar ingrediënten voor de omgevingsvisie en woonbeleid. We kijken hierbij voorbij 2030 en voorbij de 10.000 woningen die momenteel gepland zijn, zoals vastgesteld in de huidige omgevingsvisie.

8

► SAMENVATTING

► INLEIDING

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

RUIMTEVOLK

ONDERZOEKSVERANTWOORDING Dit toekomstbeeld is het resultaat van een exploratief en kwalitatief onderzoek. De resultaten zijn verkregen via: 1. Literatuurstudie. De belangrijkste bronnen staan in bijlage 5.3 op pagina 52. 2. Negen diepte-interviews met experts (onderzoekers, professionals uit de praktijk en de Zwolse context, zie bijlage 5.2 op pagina 51. Deze lijst is tot stand gekomen in afstemming met de gemeente Zwolle) 3. Drie focusgroepen met experts (onderzoekers, professionals uit de praktijk en Zwolse context, zie bijlage 5.2 op pagina 51. Deze lijst is tot stand gekomen in afstemming met de gemeente Zwolle) Methodiek Deze verkenning startte met een literatuurstudie naar de trends en ontwikkelingen voor de woonbehoefte van de toekomst. In diepteinterviews toetsten we vervolgens deze informatie bij experts. Het zwaartepunt van het onderzoek lag in de focusgroepen. Hierin vroegen we experts uit onderzoeks- en praktijk, met kennis van de Zwolse context, voor verschillende doelgroepen te reflecteren op de resultaten van onze literatuurstudie en gezamenlijk de kwalitatieve woonbehoefte te schetsten. Focusgroepen leggen

9

► SAMENVATTING

► INLEIDING

aanvullend op de interviews, de verschillende perspectieven bloot van de deelnemers. De kracht van de methodiek van focusgroepen is de ruimte voor discussie. Ook stellen deelnemers elkaar vragen en er is aandacht om bepaalde standpunten te beargumenteren. Hierdoor werden de betrokken experts uitgedaagd om op standpunten te reflecteren, dit leidde tot diepere inzichten. In de focusgroepen haalden we kwalitatieve data systematisch op. Dit deden we in twee rondes: Ronde 1 (2 november en 7 november 2023): → Inventariseren individuele kennis inzichten/ observaties → Uitwisseling kennis en inzichten → Conclusies Ronde 2 (21 november 2023, digitaal): → Resultaten terugleggen, toetsen en verdiepen Op basis van literatuurstudie hebben we een selectie gemaakt van aspecten op de eerder genoemde drie niveaus: woning, woonomgeving, en samenleving & dynamiek Deze hebben we in de eerste ronde van de focusgroepen geselecteerd, aangescherpt en geprioriteerd. In de tweede ronde focusgroepen hebben we deze resultaten met de experts uit ronde 1 aangescherpt en verdiept met referentiebeelden van verschillende woonmilieus.

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

De experts die geen mogelijkheid zagen om bij deze sessie aan te sluiten, kregen de kans om schriftelijk op de resultaten en conclusies te reageren. In dit onderzoek hebben we de variabele ‘kwalitatieve woonbehoefte’ zoveel mogelijk geïsoleerd. Hiervoor hebben we in de focusgroepen aantal vertrekpunten/ werkhypotheses gehanteerd. We hebben verdiept voor welke woning, woonomgeving, en samenleving & dynamiek mensen uit een bepaalde doelgroep (in 2030 en verder) kiezen. Daar hoort ook een kanttekening bij. Immers, woonbehoefte wordt uiteraard ook voor een belangrijk deel ingekaderd door de sociaal-economische positie (of welstand) van een huishouden. Om de complexiteit van deze verkenning beheersbaar te houden, zijn we uitgegaan van de hypothese dat huishoudens met een enigszins vergelijkbaar budget grotendeels overeenkomstige woonwensen hebben. De betaalbaarheid en woonlasten, alsmede de beschikbaarheid van woningen voor jonge huishoudens, lage inkomens en kwetsbare groepen is daarnaast bewust en separaat in hoofdstuk 4 geagendeerd als een op zichzelf staande en belangrijke factor. Aanvullend hanteren we de volgende uitgangspunten:

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

het is de ambitie van de gemeente om te voorzien in alle woon- en leefwensen; → er zijn voldoende beschikbare woningen in alle wijken; → er zijn voldoende beschikbare woningen in regio / concurrerende steden. →

In de focusgroepen en diepte-interviews hebben we ons gericht op doelgroepen die onderwerp zijn van landelijk beleid (waaronder het Wetsvoorstel Versterking regie op de volkshuisvesting). Deze doelgroepen komen in de onderzoeken naar voren als groeiende groepen (zoals senioren en arbeidsmigranten), die aanspraak maken op steun of ondersteuning van de gemeente Zwolle (zoals de verschillende socialehuurdoelgroepen) en doelgroepen die specifiek zijn voor het Zwolse

10

► SAMENVATTING

► INLEIDING

RUIMTEVOLK

DNA of de Zwolse ambities (zoals gezinnen en kennismigranten). Hiermee kwamen we op de volgende selectie:

Diepte-interviews: → Arbeidsmigranten → Kennismigranten

Focusgroep 1: → Starters → Statushouders → Studenten Focusgroep 2: → Senioren en senioren met zorgvraag → Uitstroom instellingen, uitstroom BW/MO Focusgroep 3: → Jonge stellen (± tot 30) → Gezinnen uit Zwolle → Gezinnen van buiten de regio

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

RUIMTEVOLK

ONDERZOEKSBEPERKINGEN / DISCLAIMER

De toekomst voorspellen is ingewikkeld, maar verkennen kan wel. Dit onderzoek is gebaseerd op het toekomstperspectief dat de experts vanuit hun kennis over de woonwensen van specifieke doelgroepen, de woningmarkt en de Zwolse context, blootlegden in de diepte-interviews en focusgroepen. De onderzoeksvraag die voorligt is breed en verkennend van aard, werpt een blik vooruit in de toekomst en vraagt daarmee om een andere benadering dan ‘traditioneel’ woonbehoefteonderzoek (bijvoorbeeld gebaseerd op verhuisgedrag). De experts hebben het vermogen om vanuit hun praktijk- en onderzoekservaring een blik verder vooruit te werpen en hun kennis hierover te delen. De gebruikte methodiek kent echter ook beperkingen. Bij het gebruiken van deze verkenning is het goed om hiermee rekening te houden. Hoewel de groep experts met grote zorgvuldigheid door de onderzoekers en de gemeente Zwolle is samengesteld, waarbij vooral gekeken is naar een grote mate van diversiteit (qua expertise) en goede kennis van de Zwolse context, bestaat deze groep altijd uit een selectie van deelnemers en bepaalt dit mede door welke bril er naar de opgave is gekeken. Ook zijn we bekend met het risico dat bepaalde groepseffecten een rol kunnen spelen. Tijdens de

11

► SAMENVATTING

► INLEIDING

gesprekken is hierop geanticipeerd door systematisch alle kanten van de opgave te bevragen en ook alle experts de mogelijkheid en ruimte te geven verschillende perspectieven toe te lichten. Ook in het schetsen van de kwantitatieve ontwikkelingen hebben we te maken met beperkingen. Voor niet alle doelgroepen zoals uitgewerkt in deze verkenning, is op gemeentelijk schaalniveau een cijfermatige prognose beschikbaar. Dit maakt het dus niet mogelijk om de kwantitatieve ontwikkeling van álle doelgroepen beschreven in hoofdstuk drie één op één te koppelen aan openbare kwantitatieve prognoses zoals beschreven in hoofdstuk 2. Gezinnen zijn bijvoorbeeld wel één op één te koppelen, echter in de doelgroep van huishoudens tussen de 30 en 64 jaar vallen verschillende doelgroepen. Wanneer je dit zou willen koppelen, is aanvullend onderzoek nodig.

het beschikbare woningaanbod, of – zoals eerder benoemd – de sociaal-economische positie (of welstand) van huishoudens. De woningmarkt is momenteel vooral een aanbiedersmarkt waarbij mensen vaak niet verhuizen naar de woning die precies aansluit bij hun wensen. Er wordt meer gekeken naar woningen die binnen hun mogelijkheden beschikbaar zijn. Omdat het de ambitie van de gemeente Zwolle is om voor iedereen een fijn thuis te realiseren, is het minder interessant om te kijken naar hoe mensen uiteindelijk verhuizen, maar is het vooral van belang om te kijken naar wat bepaalde doelgroepen willen. Op deze manier krijg je inzicht in de keuzes die je beleidsmatig kan maken om hierop te sturen.

Deze verkenning vormt input voor de richting van het woonbeleid van de toekomst, als bouwsteen voor de omgevingsvisie. Het geeft een verkennend beeld over woonwensen en hieraan gekoppelde woonmilieus waarop je kunt inzetten. Het daadwerkelijk realiseren van de woonwensen hangt af van verschillende factoren, onder meer

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

RUIMTEVOLK

WONEN IN ZWOLLE, GEMEENTE VAN MENSELIJKE MAAT Zwolle is een aantrekkelijke woongemeente. De Hanzestad en de dorpen kennen een gunstige ligging op het schakelpunt tussen de stedelijke regio’s voor Noord- en Midden-Nederland, met een goede bereikbaarheid via het spoor en de weg. Bovendien kent de stad hoge werkgelegenheid, uitstekende voorzieningen, een ruim cultureel aanbod, een diverse populatie en veel groen-blauwe kwaliteiten in en rondom de stad. Het is een stad met karakter, met steeds meer hoogstedelijke eigenschappen, maar tegelijkertijd is de menselijke maat nog steeds de norm. Zwolle heeft daarmee een aantrekkingskracht op de rest van Nederland. Een blik op de demografische prognoses laat zien dat het inwoneraantal in de provincie Overijssel – en dat met name in de stedelijke gebieden – de komende twintig jaar zal blijven groeien. Een groot deel van deze groei zal in Zwolle terechtkomen. Wonen in Zwolle kenmerkt zich al decennialang door groene woonmilieus - ook in de stad - en wonen nabij sommige van de beste (culturele) voorzieningen van Nederland - ook nabij natuur en de mooie landschappen van de IJsseldelta. Dit zorgt ervoor dat Zwolle een aantrekkelijke woongemeente is voor een breed scala aan doelgroepen. Van Zwollenaren die graag blijven tot terugkeerders tot gezinnen uit de Randstad.

12

► SAMENVATTING

► INLEIDING

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

2 ONTWIKKELING VAN BEVOLKING EN HUISHOUDENS

13

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

2.1

RUIMTEVOLK

DE GROEI VAN ZWOLLE: TRENDS, ONTWIKKELINGEN EN AMBITIES

Voordat we ingaan op de kwalitatieve woonbehoefte in de gemeente Zwolle na 2030, schetsen we in dit hoofdstuk op hoofdlijnen de cijfermatige trends en ontwikkelingen die we zien voor de verschillende doelgroepen. Dit biedt inzicht in de kwantitatieve verhoudingen tussen de verschillende doelgroepen en geeft door de oogharen heen een beeld voor de toekomst. Voor niet alle doelgroepen is op gemeentelijk schaalniveau een cijfermatige prognose beschikbaar. Op basis van de beschikbare openbare data, geven we in dit hoofdstuk een richting.

Figuur 2.

toename huishoudens in de gemeente Zwolle (CBS 2023 en Primos 2022 ABF Research, bewerking

PROGNOSES

RUIMTEVOLK)

Op dit moment (2023) wonen er 62.400 huishoudens in de gemeente Zwolle. Volgens de meest recente prognoses blijft dit aantal de komende jaren gestaag groeien. Om grip te krijgen op het aantal huishoudens dat groeit, vergelijken we twee recente prognoses: die van het CBS (2022) en de Primos-prognose van ABF Research (2022). De CBS-prognose is voorzichtiger dan de Primos-prognose. Dat heeft onder andere te maken met andere voorspellingen over het binnenlands en buitenlands migratiesaldo. In de vergelijking tussen de twee prognoses wordt een bandbreedte in de groei van het aantal huishoudens zichtbaar (zie figuur 1): 71.000 tot

14

► SAMENVATTING

Verwachte

► INLEIDING

74.100 huishoudens in 2040. Op basis van de huidige prognoses is het aannemelijk dat de groei na 2040 nog enigszins doorzet, maar dan na 2050 afvlakt. Hier dient ook rekening mee gehouden te worden in het toekomstige woningbouwprogramma. AMBITIE GEMEENTE ZWOLLE Via de regionale verstedelijkingsstrategie committeert de gemeente Zwolle zich aan de ambitie om 15.000 tot 25.000 woningen te bouwen

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

tot 2040 (Regio Zwolle, 2023b). Deze brede groeiambitie is onderbouwd door de prognoses – zie bovenstaand, ca. 8.600 tot 10.600 woningen tot 2040 – en daar bovenop de trend van toenemende binnenlandse migratie vanuit andere regio’s (RIGO, 2023), het inlopen van het huidige regionale woningtekort (ABF Research, 2023) en een extra inzet voor de huisvesting van talenten en arbeidskrachten in de regio. De Ontwikkelstrategie Wonen en de omgevingsvisie van de gemeente Zwolle gaan momenteel uit van

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

Figuur 3.

RUIMTEVOLK

“De trek naar het Oosten”: vestigers uit de Randstad

Figuur 4. Natuurlijke aanwas, binnenlands migratiesaldo, buitenlands migratiesaldo in de gemeente

in de gemeente Zwolle (RIGO, 2023, bewerking RUIMTEVOLK)

de ambitie van 10.000 woningen tot 2030 – dat zijn er 1.000 per jaar – verdeeld in 60% binnenstedelijk, 40% suburbaan. Inmiddels zijn er al 1.980 woningen van deze ambitie gerealiseerd (peildatum 1-1-2023) (WoonInzicht Zwolle, 2023). De resterende opgave tot 2030 is daarmee 8.020 woningen en 5.000 tot 15.000 in de periode 2030-2040.

In de ambitie van de gemeente Zwolle is binnenlandse migratie een belangrijke factor. Over hoe de binnenlandse migratie zich de komende jaren gaat ontwikkelen zijn beperkt voorspellingen te doen. Deze ontwikkeling is onder andere

afhankelijk van economische factoren, het tempo van de nieuwbouw en beleidskeuzes. Het binnenlands migratiesaldo van de gemeente Zwolle laat de afgelopen jaren dan ook een grillig beeld zien. Het saldo fluctueert elk jaar, is sterk afhankelijk van de oplevering van nieuwbouwprojecten en piekte in 2018. Sindsdien is het saldo gedaald. Het onderzoek ‘Komen en Gaan’ (RIGO, 2023) geeft een beeld van de ontwikkeling van binnenlandse migratie naar Zwolle. Uit dit onderzoek blijkt dat – gemiddeld gezien – het aantal personen dat zich vanuit de Randstad in Zwolle vestigt, de afgelopen jaren is gestegen (zie Figuur 3). Vestigers uit de Randstad zijn inmiddels goed voor 20% van de totale binnenlandse vestiging in Zwolle. Tien jaar geleden

► SAMENVATTING

►

HOGERE BINNENLANDSE- EN BUITENLANDSE MIGRATIE, DALENDE NATUURLIJKE AANWAS

15

Zwolle (CBS, 2023c, bewerking RUIMTEVOLK)

► INLEIDING

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

was dat nog 16%. Dit past in de bredere trend dat het aantal vertrekkers vanuit de Randstad naar regio’s daarbuiten de afgelopen jaren is toegenomen; de zogenaamde “trek naar het Oosten” (AD, 2022; RIGO, 2023). Het buitenlands migratiesaldo in Zwolle – afkomstig van immigratie en emigratie – is sinds 2012 fors toegenomen, een ontwikkeling die zich ook op nationaal niveau voordoet. Ten slotte laat de natuurlijke aanwas in Zwolle een dalende trend zien, van ca. 850 personen tien jaar terug in 2012 tot zo’n 340 personen nu (CBS, 2023c). Daarmee heeft migratie een steeds groter aandeel in de totale bevolkingsgroei. De verwachting is dat dit in de toekomst zal blijven (Staatscommissie, 2024).

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

2.2

RUIMTEVOLK

TRENDS EN ONTWIKKELINGEN PER HUISHOUDENSTYPE

Stand

Ontwikkeling 2023

2026

2031

2041

‘23 t/m ‘25

‘26 t/m ‘30

‘31 t/m ‘40

Alleenstaand < 30 jaar

6800

7400

7000

6400

500

-300

-600

alleenstaand 30 - 64 jaar

11900

12800

13700

14800

900

900

1100

Alleenstaand 65 - 74 jaar

3200

3400

3800

4300

200

400

500

Alleenstaand 75+ jaar

4100

4600

5500

7400

500

800

1900

Paar < 30 jaar

2600

2800

2700

2300

200

-100

-400

Paar 30 - 64 jaar

7300

7400

7500

7200

200

100

-300

samenstelling, periode 2023 t/m

Paar 65 - 74 jaar

4100

4300

4600

4800

200

300

200

2040; bron: ABF Primos 2022

Paar 75+ jaar

2900

3300

3900

5000

400

600

1100

(bewerking uit WoON2021, ABF, 2023.

Gezin

15000

15400

15600

16000

400

200

400

Eenoudergezin

4400

4800

5200

6000

300

400

800

62400

66200

69400

74100

3900

3200

4700

Leeftijd x samenstelling

Totaal

HUISHOUDENSVERDUNNING: TOENAME VAN KLEINE HUISHOUDENS

16

Voor de woonopgave leiden demografische ontwikkelingen niet simpelweg tot een lineaire stijging van de woonvraag, maar ook tot andere woonbehoeften (Staatscommissie, 2024). Een belangrijke ontwikkeling is de huishoudensverdunning. Dit betekent dat huishoudens gemiddeld genomen steeds kleiner worden en dat binnen het totaal het aandeel een- of tweepersoonshuishoudens groter wordt, de

zogenaamde kleine huishoudens. Ongeveer twee op de drie huishoudens in de gemeente bestaat nu al uit kleine huishoudens. De groei komt met name door een sterke toename van eenpersoonshuishoudens en eenoudergezinnen in de gemeente Zwolle (zie Figuur 8 in de bijlage). Volgens de prognose van het PBL/CBS zet deze trend door tot 2050 (PBL/CBS, 2022, zie ook Figuur 9 in de bijlage). In de Nederlandse steden – waaronder Zwolle – zal er tot 2050 waarschijnlijk altijd netto groei blijven plaatsvinden, maar we zullen relatief

► SAMENVATTING

►

► INLEIDING

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

Figuur 5.

Zwolle: ontwikkeling aantal

huishoudens naar leeftijd x

Het onderscheid tussen huishoudenstypen op gemeenteniveau is enkel mogelijk via de Primos-prognoses uit 2022)

gezien meer kleinere huishoudens zien. Dit blijkt ook uit de eerder benoemde Primos-prognose: 75% van de verwachte huishoudensgroei tot 2041 zal bestaan uit een- of tweepersoonshuishoudens, zie Figuur 5 (ABF Research, 2023). De kleine huishoudens vormen daarmee in 2041 circa 70% van het totale aantal huishoudens. In deze verkenning komen deze kleine huishoudens in verschillende doelgroepen terug. Dit kunnen (koop)starters zijn, uitstromers uit een instelling, statushouders, arbeids- en kennismigranten.

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

ZWOLSE GEZINNEN: EEN STABIELE FACTOR TOT NU TOE, LICHTE DALING NAAR DE TOEKOMST De afgelopen 20 jaar is het percentage gezinnen in de gemeente Zwolle nagenoeg stabiel gebleven (zie Figuur 8 in de bijlage). Sinds 2000 bestaat ongeveer een derde van de Zwolse huishoudens uit gezinnen met kinderen. Dit ligt op het landelijk gemiddelde (CBS, 2023a). Het percentage gezinnen ligt anno 2023 in Zwolle wel hoger dan in andere (of randstedelijke) steden zoals Amsterdam (23%), Utrecht (27%), Nijmegen (23%) of Eindhoven (26%). Het laat zien dat Zwolle een sterke aantrekkingskracht heeft op gezinnen, onder andere vanwege het ruime aanbod van woningen in aantrekkelijke groenstedelijke woonmilieus dichtbij hoogstedelijke voorzieningen. De Primos-prognose – zie Figuur 5 – laat zien dat het aantal gezinnen de komende twintig jaar in absolute aantallen blijft stijgen, maar dat het aandeel relatief gezien kleiner wordt. Daarom is de verwachte autonome ontwikkeling dat het aandeel Zwolse gezinnen de komende jaren licht zal afnemen in het totaal aantal huishoudens van 31% naar 29,7% (ABF Research, 2023).

RUIMTEVOLK

wordt bevestigd in andere prognoses zoals de Primos-prognose en de Pronexus-prognose (zie Figuur 10 in de bijlage). In twintig jaar tijd komen er dus minimaal 10.000 ouderen bij in Zwolle. Een kleine 30% van de Zwollenaren in 2040 is naar verwachting 65--plus (Abf Research, 2023).

“

De kwaliteit van Zwolle is heel erg te herleiden naar ‘brede welvaart’ en ‘sociale kwaliteit’. ... Het heeft te maken met een gevoel van trots en een gevoel van thuis. Het linkt ook aan de fysiekruimtelijke kant – de ‘buurtgedachte’ speelt heel erg in Zwolle, dat is heel bijzonder aan een stad als Zwolle.

VERGRIJZING: TOENEMEND AANDEEL SENIOREN Met veel zekerheid is vast te stellen dat – net als in de rest van Nederland – het aantal ouderen in Zwolle de komende decennia sterk zal groeien. Zeker na 2030. In 2022 waren er circa 21.500 65-plussers in Zwolle (CBS, 2022a). In 2040 loopt dit aantal waarschijnlijk op tot circa 31.500 (Gemeente Zwolle, 2023a), deze verwachting

17

► SAMENVATTING

► INLEIDING

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

2.3

TRENDS EN ONTWIKKELINGEN BIJZONDERE DOELGROEPEN

Voor de bijzondere doelgroepen – wonen met zorg, arbeidsmigranten, kennismigranten, studenten en statushouders – is het lastig om kwantitatieve voorspellingen te doen op gemeenteniveau, omdat (a) de ontwikkeling afhankelijk is van (internationale) ontwikkelingen zoals klimaat, oorlog, economische crises, (b) de bestaande prognoses alleen op een hoger schaalniveau beschikbaar zijnen, of (c) de ontwikkeling sterk afhankelijk is van politieke keuzes. Omdat de bijzondere doelgroepen echter een belangrijk onderdeel uitmaken van de totale ambitie van de gemeente Zwolle, brengen we in Figuur 12 in de bijlage in beeld wat we op basis van bestaande prognoses en openbare data kunnen zeggen over de kwantitatieve ontwikkeling richting de toekomst. Een deel van deze doelgroepen overlapt met de huishoudenstypen de voorgaande paragraaf. Zo kan een huishouden dat zorg ontvangt ook een koppel van boven de 75 jaar zijn. Het is daarom niet mogelijk om de doelgroepen simpelweg bij elkaar op te tellen om tot een totaal te komen. Figuur 12 geeft dus geen harde aantallen, maar een indicatie van de verwachte groei van de verschillende doelgroepen in de Zwolse woonopgave.

18

► SAMENVATTING

RUIMTEVOLK

► INLEIDING

TOENEMENDE ZORGBEHOEFTE ONDER SENIOREN EN ANDERE DOELGROEPEN

MEER STUDENTEN IN HET UNIVERSITAIR ONDERWIJS, MINDER IN HET HBO

Een deel van het groeiende aantal senioren zal ook een zorgbehoefte ontwikkelen. Dit betekent dat er in de toekomst relatief meer plekken nodig zullen zijn in woonzorgcentra en geclusterde woonvormen1. Ook zal het aantal senioren dat in hun reguliere woning thuis zorg ontvangt, toenemen. De Monitor Gezond Leven van de provincie Overijssel (2023) laat de ontwikkeling van de woonbehoefte van senioren met een zorgvraag in Zwolle zien (zie Figuur 11 in de bijlage). Het gaat hierbij om ruim een verdubbeling in de vraag in geclusterde woonvormen, maar ook om een lichte stijging in de vraag naar plekken in woonzorgcentra met somatische en psychiatrische zorg. Andere zorgbehoevende doelgroepen (uitstroom beschermd wonen, kwetsbare jongeren, gehandicaptenzorg, uitstroom detentie) zullen nagenoeg proportioneel stijgen met de bevolkingsgroei van de gemeente Zwolle (Provincie Overijssel, 2023).

Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) maakt een jaarlijkse prognose van de ontwikkeling van de studentenpopulatie in Nederland, onderverdeeld in onderwijsniveau. Hoewel de prognoses niet voorbij 2030 kijken, laten ze een duidelijke trend zien. Een significante ontwikkeling is dat het aantal studenten in het universitair onderwijs (wo) de komende jaren zal stijgen, terwijl het aantal mbo- en hbo-studenten de komende jaren afneemt (Ministerie OCW, 2023). De stijging van het aantal studenten in het wo komt vooral door de influx van buitenlandse studenten (Staatscommissie, 2024). Het aandeel buitenlandse studenten op hbo- en mbo-niveau ligt echter beduidend lager. Deze hbo- en wo-studenten studenten zullen meer dan mbo-studenten zoeken naar een eigen woonruimte in de nabijheid van onderwijs en stedelijke voorzieningen. In 2021 woonden er 5.290 uitwonende studenten in Zwolle, met name in de stedelijke wijken Diezerpoort (21%) en Assendorp (25%) (CBS, 2022c). Hoe dit aantal zich na 2030 ontwikkelt, is sterk afhankelijk van de ontwikkeling van het onderwijsaanbod in Zwolle en het aanbod van studentenwoningen. Momenteel is er in Zwolle een tekort aan woningen voor deze doelgroep, vooral kleine betaalbare studio’s (Kences, 2023).

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

VERWACHTE TOENAME ARBEIDSMIGRATIE EN KENNISMIGRATIE

STATUSHOUDERS: GROTE (INTER)NATIONALE ONZEKERHEID

Arbeidsmigratie is opgedeeld in twee categorieën: (1) kennismigranten, deze groep is veelal hooggeschoold, en komt vaker van buiten de EU en (2) arbeidsmigranten, veelal laaggeschoold, afkomstig uit EU-landen als Polen, Bulgarije en Roemenië (SEO, 2022). Het onderscheid tussen de twee groepen wordt gemaakt op inkomensniveau2. Daarbij vindt de kennismigrant meestal zijn/haar eigen weg op de woningmarkt, terwijl huisvesting voor arbeidsmigranten met name grootschaliger via de werkgever georganiseerd wordt. Deze huisvesting bevindt zich vaak in de buurt van werkgelegenheid in de industriële of agrarische sector.

Via de jaarlijkse taakstelling bepaalt het Rijk hoeveel statushouders gemeenten moeten huisvesten. Dit aantal fluctueert elk jaar, en is sterk afhankelijk van de instroom van asielzoekers in Nederland, en daarmee weer afhankelijk van mondiale economische en geopolitieke ontwikkelingen. Het afgelopen decennium hebben we deze fluctuatie gezien onder andere als gevolg van oorlogen in Syrië en Oekraïne. De huidige taakstelling in 2023 voor de gemeente Zwolle is 294, en volgens de provinciale prognose zal dit in de volgende drie jaren op 337 per jaar zijn tot en met 2025 (Provincie Overijssel, 2023). Dit kan echter zomaar veranderen. Het is dus ook zeer onzeker wat de kwantitatieve ontwikkeling voor deze doelgroep na 2025 zal zijn, maar de verwachting is dat asielmigratie door aanhoudende geopolitieke en regionale instabiliteit de komende jaren substantieel blijft (Staatscommissie, 2024).

In de gemeente Zwolle wonen naar schatting 1.015 arbeidsmigranten in 2021, vooral in de wijken Stadshagen, Holtenbroek en Diezerpoort. De komende jaren is de verwachting dat het aantal arbeidsmigranten groeit door de krimpende Nederlandse beroepsbevolking en blijvende groei van werkgelegenheid (Decisio & Companen, 2023). Wanneer dit regionaal wordt vertaald, laat dit een verwachte groei zien van 1.300 tot 2.900 arbeidsmigranten in regio West-Overijssel tot 2030. Een deel van deze groep zal huisvesting zoeken (in de buurt van) Zwolle; als in de regio het aantal arbeidsmigranten toeneemt, clustert dat zich vooral in steden. Dan de kennismigranten: in de pre-corona jaren (2015-2019) groeide deze groep met 10% tot 15% per jaar, in 2022 wonen er nu naar schatting 223 kennismigranten in de gemeente Zwolle (CBS, 2022b).

19

RUIMTEVOLK

► SAMENVATTING

► INLEIDING

1

Voor de

nieuwbouwopgave hanteert het ministerie van BZK en VWS de volgende definitie voor geclusterd wonen: tenminste twaalf woningen en een ontmoetingsruimte, bewoond door overwegend ouderen. 2

De Rijksoverheid

hanteert een inkomensgrens die bepaalt of iemand een kennismigrant is of niet. Deze inkomensgrens is te vinden op de website van de IND en is leeftijdsafhankelijk.

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

2.4

RUIMTEVOLK

CONCLUSIES

Op basis van de bovenstaande (verwachte) kwantitatieve ontwikkelingen – met de inachtneming van alle disclaimers – kunnen we een aantal conclusies trekken die we meenemen in de kwalitatieve behoefte:

20

→

Ten eerste krijgt de gemeente Zwolle de komende jaren te maken met vergrijzing en een bijbehorende toenemende zorgvraag. Het aantal senioren in Zwolle blijft groeien en maakt een steeds groter deel uit van de totale populatie. Dit betekent dat er in de toekomst relatief meer plekken nodig zullen zijn in woonzorgcentra, geclusterde woonvormen maar ook in reguliere woningen waar senioren langer zelfstandig thuis wonen en – wanneer nodig – zorg ontvangen.

→

Ten tweede vraagt toenemende huishoudensverdunning richting 2040 – voor alle leeftijdscategorieën – relatief meer kleinere woningen op de Zwolse woningmarkt. Ook betekent huishoudensverdunning dat er relatief steeds ‘meer woningen’ per persoon nodig zijn.

→

Ten derde is de groei van de gemeente Zwolle grotendeels afhankelijk is van migratie, zowel vanuit het binnen- als buitenland. Ondanks alle onzekerheden rondom dit thema, laten de

► SAMENVATTING

► INLEIDING

huidige trends zien dat Zwolle verschillende doelgroepen uit andere regio’s in Nederland zal aantrekken, maar ook arbeidsmigranten en kennismigranten uit het buitenland. In historische context is dit kenmerkend voor een gemeente die sinds de jaren ‘70 een gestage groei heeft doorgemaakt, en daarbij altijd mensen van buitenaf heeft aangetrokken vanwege de aantrekkelijke woonomgeving. Waar dit in de voorgaande jaren relatief vanzelfsprekend ging, is er anno 2023 meer sturing nodig op de vraag welke doelgroepen de gemeente graag wil aantrekken. Daarvoor is het belangrijk om naar de woonwensen per doelgroep te kijken – mensen verhuizen immers niet zonder reden. In het volgende hoofdstuk zoomen we daarom verder in op de kwalitatieve woonbehoefte van verschillende doelgroepen in de gemeente Zwolle.

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

3 ONTWIKKELING VAN DE KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

21

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

RUIMTEVOLK

Hoe willen verschillende Zwolse doelgroepen in de toekomst wonen? In wat voor woning, woonomgeving en samenleving? Hoe, waar en met wie? Uit onderzoek van het CBS blijkt dat 9 op de 10 volwassen die tevreden zijn met hun woning of woonomgeving, ook tevreden zijn met hun eigen leven. Woongeluk gaat daarbij niet alleen over de woning zelf. Vaak belangrijker is de fysieke en sociale omgeving waarin de woning zich bevindt. De directe woonomgeving – met name het ervaren van sociale cohesie ofwel binding met de buurt – is een belangrijkere factor voor tevredenheid met het leven dan de woning zelf (CBS, 2018). In dit hoofdstuk onderscheiden we eerst vijf algemene trends die nu en in de toekomst invloed hebben op de woonbehoefte. Dit zijn meer algemene ontwikkelingen die zichtbaar zijn op het wonen in Zwolle. Daarna kijken we per doelgroep hoe de (veranderende) woonbehoefte zich vertaalt in de woning, de woonomgeving en de manier van samenwonen.

22

► SAMENVATTING

► INLEIDING

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

3.1

VIJF TRENDS VOOR DE WOONBEHOEFTE VAN DE TOEKOMST

1 - DE ZORGVRAAG VAN DE TOEKOMST: MEER ZORG, WEL LANGER ZELFSTANDIG WONEN De vergrijzingstrend gaat hand in hand met een toename van het aantal mensen met een zorgvraag. Daarbij zien we dat senioren steeds vaker en langer zelfstandig thuis blijven wonen, ook als zij een zorgbehoefte ontwikkelen (Gemeente Zwolle, 2023a; BETA & AM, 2023). Dit vraagt om meer plekken in woonzorgvoorzieningen, maar ook om meer mogelijkheden voor zorg(voorzieningen) op wijkniveau. In de toekomst zal maatschappelijke ondersteuning en zorg meer vraaggestuurd worden, waarbij er gezocht moet worden naar een balans tussen (1) bevordering van zelfredzaamheid en (2) passende ondersteuning – waar nodig – te kunnen bieden (Gemeente Zwolle, 2023b). Ook zwelt de roep om woonzorgtussenvormen en geclusterd wonen steeds meer aan (BETA & AM, 2023).

3 - AAN DE SLAG IN DE BESTAANDE WIJKEN Met de groeiambitie van de gemeente Zwolle wordt er tot 2050 een groot aantal woningen aan de voorraad toegevoegd. Echter, het merendeel van de woningvoorraad in 2050 staat er nu al. Een voorraad die tegen die tijd zonder investeringen voor een belangrijk deel energetisch en (woon- en markt)technisch verouderd is. Daarmee ligt de grootste woonopgave van de gemeente in de bestaande wijken, dorpen en het buitengebied. Met name in de woningen die voor 1985 gebouwd zijn, liggen grote uitdagingen als het gaat om verbetering van de energetische prestaties. 4 - VAN WOONHUIS NAAR LEEFHUIS

Net als de rest van Nederland krijgt de gemeente Zwolle te maken met de gevolgen van klimaatverandering: langere perioden van droogte, extremere regenbuien en hogere temperaturen. De specifieke ligging van Zwolle in de IJsseldelta maakt dit extra duidelijk (Gemeente Zwolle, 2021). Klimaatbewust wonen zal daarom naar verwachting toenemen als belangrijk aspect in de woonbehoefte.

De afgelopen jaren zien we een kwalitatieve trend van traditionele woonhuizen naar meer functionele ‘leefhuizen’. Woningen dienen niet meer louter als woonplek, maar ook als ruimte waarin men comfortabel kan thuiswerken, waar genoeg plek is voor hobby’s en vrijetijdsbesteding. Dit lijkt te gelden voor diverse groepen huishoudens, ongeacht hun grootte of leeftijd. Logischerwijs impliceert dit dat huishoudens doorgaans vaker op zoek zijn naar extra ruimte, zowel binnen – bijvoorbeeld een extra kamer – als buiten de woning – een grotere tuin, privé of gedeeld (De Groot & Aalders, 2022). Dit geldt met name buiten de grote steden. Binnen de regio Zwolle is al door regionale experts vastgesteld dat deze vraag ook

► SAMENVATTING

►

2 - TOENEMEND KLIMAATBEWUSTZIJN

23

RUIMTEVOLK

► INLEIDING

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

hier sterk leeft, en daarmee een fundamenteel onderdeel uitmaakt van de woningbehoefte in de regio, nu en in de toekomst (Regio Zwolle, 2023a). De behoefte aan ruimte lijkt door te groeien. 5 - INDIVIDUALISERING EN NIEUWE MANIEREN VAN (SAMEN) LEVEN De Trendrapportage Sociaal Domein van de gemeente Zwolle definieert individualisering als volgt: “mensen bepalen in toenemende mate zelf hoe ze hun leven vorm geven”. Er is daardoor “ steeds minder standaard in levensloop dus in relatie, woonvormen en werk”, “minder gevoel van samenhang” en een toenemende ervaring “dat [mensen] steeds meer op zichzelf aangewezen zijn” (Gemeente Zwolle, 2023b). Dit uit zich onder andere in een daling van vrijwilligerswerk en sociale participatie, en een stijging van gevoelens van eenzaamheid, vooral onder ouderen (Gemeente Zwolle, 2022a). Naast het gemeentelijke niveau wordt deze trend ook regionaal (Regio Zwolle, 2023a) en nationaal breed onderkend (RIVM, 2019). Een deel van de samenleving heeft in reactie op deindividualiseringbehoefte aan nieuwe manieren van samenleven waarin meer gedeeld wordt. Deze behoefte verschilt wel per doelgroep. Zo blijkt uit onderzoek dat collectieve woonvormen vooral in trek zijn bij jongeren tot 24 jaar en ouderen vanaf 55 jaar (Wonder, 2019).

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

3.2

RUIMTEVOLK

KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE PER DOELGROEP

Focusgroepen en interviews

In dit hoofdstuk beschrijven we per doelgroep de kwalitatieve woonbehoefte op basis van de focusgroepen, diepte-interviews en literatuurstudie. We kijken hierbij naar aspecten op het niveau van woning (waaronder kwaliteit, situering, typologie en buitenruimte), woonomgeving (waaronder voorzieningen, gezondheid/welzijn/veiligheid, mobiliteit en klimaat/natuur) en samenleving/dynamiek (waaronder samen leven in de buurt, collectieven/ woonvormen, ontmoetingsplekken en gezamenlijke activiteiten).

Trends en ontwikkelingen

Zwols, regionaal en landelijk beleid

Per doelgroep geven we een bondige beschrijving van de onderzoeksresultaten, ondersteund door inspiratie- en referentiebeelden. Dit zijn beelden van passende woonomgevingen voor de betreffende doelgroep, maar ook foto’s die een gezicht geven aan de doelgroepen die in dit onderzoek aan bod komen.

24

► SAMENVATTING

► INLEIDING

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

RUIMTEVOLK

STARTERS EN JONGE STELLEN Starters zijn de meest ‘traditionele’ groep op de Zwolse woningmarkt. Waar deze jonge huishoudens in het westen van het land vaak kiezen voor een bepaalde woonomgeving en stedelijke dynamiek, zijn jonge Zwolse huishoudens eerder gericht op de woning zelf. Hierdoor vertrekt deze groep ook relatief makkelijk naar omliggende gemeenten of regio’s als een betaalbare woning die aan de eisen voldoet daar makkelijker beschikbaar is dan in Zwolle. Starters hebben vaak voorkeur voor een groenstedelijk of suburbaan woonmilieu. Deze doelgroep zoekt naar zo veel mogelijk woning voor het budget waarbij wordt voorgesorteerd op de volgende levensfase. Er wordt vaak gezocht naar minimaal 3 kamers, liefst flexibel in te richten: ruimte voor thuiswerken en eventuele gezinsuitbreiding. Een goede energetische kwaliteit en een eigen tuin zijn van belang. Als het even kan heeft deze groep voorkeur voor een koopwoning. OV, horeca en dagelijkse voorzieningen moeten nabij zijn. Bij jonge stellen – tot ongeveer 30 jaar oud – zien we dat de woonomgeving een grote rol speelt in de woonwens. Deze groep heeft behoefte aan een dynamische, stedelijke woonomgeving met veel voorzieningen dichtbij, zoals cultuur en horeca. Omdat het kleine, dynamische huishoudens zijn met (nog) geen kinderen, hoeft de woning zelf minder groot te zijn.

25

► SAMENVATTING

► INLEIDING

Referentie 1

Referentie 2

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

Referentie 3

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

RUIMTEVOLK

Starters en jonge stellen hebben ook veel overeenkomsten. Beide groepen zijn zich zeer bewust van klimaatverandering en milieu en hechten belang aan een gezonde leefomgeving. Voorsorterend op eventuele gezinsuitbreiding kijkt men vaak alvast naar de nabijheid van scholen en kinderopvang. Daarnaast staan beide groepen vaak open voor collectieve of gedeelde ruimtes en voorzieningen, mits die aangeboden worden als af te nemen dienst (denk aan pakketpunt, gedeelde tuin naast eigen balkon, reserveerbare logeerkamer) en niet als gezamenlijke activiteit of verplichting. Privacy is hierbij erg belangrijk.

Referentie 4

Referentie 5

26

► SAMENVATTING

► INLEIDING

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

Referentie 6

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

RUIMTEVOLK

GEZINNEN

Een derde van de Zwolse huishoudens is een gezin, en de autonome ontwikkeling voorspelt een lichte daling richting de toekomst Traditioneel gezien zoeken gezinnen over het algemeen nog steeds een grondgebonden koopwoning met veel kamers en een goede buitenruimte in groene en kindvriendelijke wijken. Het liefst dichtbij de stad – vanwege werkgelegenheid, onderwijs/ kinderopvang en culturele voorzieningen.Een groot deel van de jonge gezinnen woont vaak in de groenstedelijke buitenwijken in randgemeenten (Laarman & van Dam, 2018; RIGO, 2021). Onderzoek van het PBL toont voor het laatste decennium echter een tegengestelde trend: steeds meer gezinnen willen in de stad (blijven) wonen, in een meer stedelijk milieu (PBL, 2015; De Groot & van Dam, 2017). Dit signaleren ook de experts die wij gesproken hebben, ondanks dat dit een onderwerp van discussie blijft. Hoewel er doorgaans wordt ingeleverd op ruimte en betaalbaarheid, biedt stedelijk wonen andere voordelen: uitstekende nabijheid van voorzieningen en de dynamiek van het stadse leven. Met name voor gezinnen uit het westen van het land is een grote tuin belangrijk. Gezinnen kiezen voor een woonomgeving met scholen, kinderopvang, verenigingen en speelplekken in de buurt.

Voorzieningen zoals horeca en musea worden belangrijker en dagelijkse voorzieningen zoals supermarkten in de directe nabijheid worden minder belangrijk (boodschappen worden bezorgd). Gezinnen van buiten de regio/uit het westen van het land kiezen voor de nabijheid van ov en de snelweg.

27

► SAMENVATTING

► INLEIDING

Referentie 7

Referentie 8

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

RUIMTEVOLK

Tot slot lijkt een nieuwe generatie jonge gezinnen steeds vaker belang te hechten aan een duurzame woning. Gezinnen staan daarbijsteeds vaker open voor vernieuwende compacte woonvormen (eventueel gestapeld) en het delen van (buiten) ruimten en voor deelmobiliteitsconcepten. In hoogstedelijke gebieden wordt hier ook mee geëxperimenteerd in verschillende vormen (BPD, 2017). Hoewel parkeren nog steeds belangrijk wordt gevonden, zien experts er een kans dat het toenemend belang van een groene, gezonde leefomgeving hier verandering in teweegbrengt. Qua samenleving/dynamiek kiezen gezinnen voor sociaal toezicht en veiligheid, maar ook voldoende privacy. Meewegende factor: samengestelde gezinnen Het aantal samengestelde gezinnen neemt de laatste decennia sterk toe (CBS, 2020), net als het aantal kinderen dat niet meer bij beide ouders woont (CBS, 2023b). Deze trend zet naar verwachting door. In de Primos-prognose neemt het aantal eenoudergezinnen richting 2040 sneller toe dan het aantal tweeoudergezinnen (ABF Research, 2040). Meer kinderen wonen met half- en/of stiefbroers/-zussen/-vaders/-moeders. Ondanks dat specifieke gegevens over deze groep ontbreken, kan worden aangenomen dat de woonvoorkeuren van de samengestelde gezinnen voor een belangrijk deel overeenkomen met die van andere gezinnen.

Wel zal er meer behoefte zijn aan flexibiliteit in woningen waar gezinnen een verschillende samenstelling hebben op verschillende momenten in de week of maand.

Referentie 9

MOTIVATIE MIGRATIE Korte afstand Sociale afstand Werkgelegenheid Beschikbaarheid Prijs Lager/middelbaar opgeleid Netwerk regionaal Voorzieningen Figuur 6.

Lange afstand Woonomgeving Woonmilieu/landschap Woonaanbod Bereikbaarheid Hoger opgeleid Netwerk landelijk Voorzieningen

Motieven voor migratie van huishoudens. Mensen

die de beslissing maken om over een korte afstand te verhuizen, hebben over het algemeen andere verhuismotieven dan mensen die over een lange afstand verhuizen. Bron: obv o.a. migratieonderzoek provincie, Motivaction, onderzoek F.Thissen (UvA)

28

► SAMENVATTING

► INLEIDING

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

Referentie 10

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

RUIMTEVOLK

SENIOREN In 2040 bestaat een kleine 30% van de Zwolse bevolking uit 65+-huishoudens, bijna uitsluitend een- of tweepersoonshuishoudens. Mensen blijven langer gezond en vitaal en we zien dat 65+ers toenemend actief zijn in de maatschappij, bijvoorbeeld als mantelzorger of vrijwilliger. Onder de groep 65+ers bevinden zich ook mensen met een zorgvraag. Vanwege hun specifieke kwalitatieve woonbehoefte bespreken we hen apart op pagina 31. Senioren zijn behoorlijk wijkgebonden en alleen verhuisgeneigd als een nieuwe woning en woonomgeving duidelijk van meerwaarde zijn: comfortabeler, dichterbij kinderen of vrienden, dichterbij culturele voorzieningen of natuur of passender bij een mogelijke toekomstige zorgvraag. Dit maakt senioren een minder traditionele groep op de woningmarkt: samenleving/dynamiek en woonomgeving zijn vaak belangrijker dan de woning zelf.

Referentie 11

Qua woning hebben senioren een voorkeur voor een grondgebonden woning met voldoende kamers. Zeker voor stellen geldt dat meer thuis zijn na het pensioen ook zorgt voor een behoefte aan aparte ruimtes om hobby’s uit te voeren en gasten te ontvangen. Flexibiliteit in de indeling van de woning is een pré: zo kan geanticipeerd worden op een zorgvraag die misschien later komt. Een tuin of buitenruimte is voor veel senioren heel belangrijk. Senioren staan echter vaak ook open

29

► SAMENVATTING

► INLEIDING

Referentie 12

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

RUIMTEVOLK

voor gedeelde voorzieningen en ruimtes, mits er ook voldoende privacy is. Bijvoorbeeld: een eigen (klein) balkon met daarnaast een gedeelde tuin om in te tuinieren, een gedeelde logeerkamer die gereserveerd kan worden voor bezoek of een gezamenlijke hobbykamer of werkplaats. Een klein deel staat open voor collectieve woonconcepten waarin voor elkaar gezorgd wordt en/of gezamenlijke activiteiten worden ondernomen. Senioren hebben een voorkeur voor een (groen) stedelijk of suburbaan woonmilieu. Nabijheid van dagelijkse voorzieningen, ov/mobiliteit en huisarts, zorg, apotheek en ontmoetingsplekken in de buurt zijn belangrijk. Sociaal toezicht en veiligheid zijn van belang, evenals een goede menging van verschillende leeftijdsgroepen en huishoudenstypen in de buurt.

Referentie 13

Referentie 14

30

► SAMENVATTING

► INLEIDING

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

RUIMTEVOLK

SENIOREN MET ZORGVRAAG Met de groei van het aantal senioren neemt ook het aantal thuiswonende senioren met een zorgvraag toe. Zoals hoofdstuk 2 laat zien, maakt deze groep een groot deel van de Zwolse huishoudensgroei tot 2040 uit. Het gaat meestal om een- of tweepersoonshuishoudens. Het is een relatief nieuwe doelgroep op de woningmarkt: waar mensen eerder in een ‘bejaardenhuis’ gingen wonen, blijven zij nu vaker zelfstandig wonen. Dit vraagt veel van de woning: deze moet flexibel in te delen zijn naar de zorgbehoefte (bijvoorbeeld de mogelijkheid om de slaapkamer naar beneden te verplaatsen, rolstoeltoegankelijkheid, keukens die hoger of lager ingesteld kunnen worden etc.) en zo veel mogelijk gelijkvloers zijn. Vaak staan senioren met een zorgvraag open voor collectieve en geclusterde woonvormen (zie Figuur 7), waarin ruimte is voor ontmoeting en onderlinge ondersteuning. Binnen het geclusterd wonen zien we onder Zwolse ouderen een groeiende voorkeur voor hofjeswonen, grondgebonden woningen en luxe appartementen. Daarentegen neemt de behoefte naar traditionele seniorencomplexen en serviceflats richting 2040 af (zie Figuur 7). De woonomgeving wordt vaak belangrijker gevonden dan de woning zelf: een toegankelijke, dementievriendelijke en inclusieve leefomgeving waarin senioren met een zorgvraag zich goed zelfstandig kunnen redden. Vaak blijven senioren

31

► SAMENVATTING

► INLEIDING

Referentie 15

Referentie 16

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

met zorgvraag als ze moeten verhuizen het liefst in de eigen buurt wonen. Ook hebben senioren met een zorgvraag voorzieningen graag nabij, zowel de zorgvoorzieningen als dagelijkse voorzieningen als ontmoetingsplekken. Hierbij gaat het deels om zelfstandigheid (zelf de boodschappen kunnen doen) en deels om ontmoeting (het praatje aan de kassa). Het is denkbaar dat de senioren van de toekomst het prima vinden om hun boodschappen en/of zorg deels digitaal te organiseren, als er in de eigen leefomgeving maar laagdrempelige aanleidingen blijven bestaan voor ontmoeting en betekenisvolle interactie met andere mensen (juist ook uit andere leeftijdsgroepen). Sociaal toezicht, veiligheid en een aanbod van activiteiten/ verenigingsleven zoals volkstuinen of kerken zijn van belang.

Figuur 7.

RUIMTEVOLK

Referentie 17

Referentie 18

Gewenste

woonconcepten binnen het geclusterd wonen 2021-2040; Companen 2022, bewerking

Referentie 19

RUIMTEVOLK

32

► SAMENVATTING

► INLEIDING

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

RUIMTEVOLK

UITSTROMERS UIT ZORGINSTELLING, BESCHERMD WONEN,OF MAATSCHAPPELIJKE OPVANG Het aantal mensen dat uit een (zorg)instelling uitstroomt naar een zelfstandige woning groeit. Dit zijn vaak eenpersoons- en soms tweepersoonshuishoudens. Het is een diverse groep, voor wie de samenleving/dynamiek vaak van groter belang is dan de woning of woonomgeving. Dan gaat het om de nabijheid van een sociaal netwerk (vrienden en familie in de buurt), voldoende draagkracht in de buurt/wijk, de aanwezigheid van verschillende leefstijlen en een goede balans tussen sociale cohesie en privacy. Uitstromers willen niet gestigmatiseerd worden en in zekere mate anoniem kunnen leven, maar de woning en woonomgeving moeten wel uitnodigen tot contact en ontmoeting. Qua woning hebben uitstromers voorkeur voor collectieve of geclusterde woonvormen, waarbinnen ruimte is die toevallige ontmoeting mogelijk maakt en waar mensen elkaar een beetje ‘in de gaten kunnen houden’ op momenten dat er geen zorgverleners in de buurt zijn. De behoefte aan ontmoeting vraagt om een fysieke plek (buurthuis/buitenruimte), maar ook om een

33

► SAMENVATTING

► INLEIDING

Referentie 20

Referentie 21

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

Referentie 22

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

RUIMTEVOLK

(professioneel gefaciliteerd) programma met activiteiten. De woningen of wooneenheden moeten overzichtelijk zijn (niet meer dan twee slaapkamers), met eventueel een kleine tuin. Het delen van een woning kan kansrijk zijn, maar er moet wel voldoende ruimte zijn voor zelfstandig leven en privacy. Bijvoorbeeld: een woning met twee gelijkwaardige slaapkamers met twee eigen kleine privé badkamers en een gedeelde woonkamer/keuken. In de woonomgeving is het van belang dat dagelijkse en zorgvoorzieningen nabij zijn, evenals groen, natuur en rustige plekken om prettig te verblijven.

Referentie 23

Referentie 24

34

► SAMENVATTING

► INLEIDING

►

ONTWIKKELING BEVOLKING EN HUISHOUDENS

►

ONTWIKKELING KWALITATIEVE WOONBEHOEFTE

►

WOONLASTEN EN BETAALBAARHEID

►

INGEDRIËNTEN VOOR OMGEVINGSVSIE EN WOONBELEID

ZWOLSE WOONMILIEUS VAN DE TOEKOMST

RUIMTEVOLK

STATUSHOUDERS Zoals in hoofdstuk 2 geschetst zal het aantal statushouders in Zwolle naar verwachting blijven groeien, maar zal dit zelden geleidelijk gebeuren. Internationale ontwikkelingen, oorlogen en klimaatverandering kunnen voor een schoksgewijze ontwikkeling zorgen. Statushouders krijgen een woning toegewezen. De vraag is daarmee niet zozeer welke woning, woonomgeving en samenleving/dynamiek zij kiezen, maar wat de aspecten zijn die hen helpen slagen bij het prettig wonen en integreren in Zwolle. Voor statushouders zijn woonomgeving en samenleving/dynamiek belangrijker dan de woning zelf. In de woning is het vooral belangrijk dat er voldoende kamers zijn voor de gezinssamenstelling. Statushouders hebben geen voorkeur voor een specifiek woonmilieu, maar een stedelijk, groenstedelijk of suburbaan woonmilieu zal vaak beter passen dan een landelijk woonmilieu: het is van belang dat dagelijkse voorzieningen, werk en school nabij zijn (op fietsafstand of makkelijk bereikbaar via ov) zodat alle leden van het gezin zich snel zelfstandig kunnen redden. Qua samenleving helpt het meestal als statushouders kunnen landen in een hechte buurt/ gemeenschap waar aangesloten kan worden op een bestaand verenigingsleven, bijvoorbeeld in een volkstuin, buurthuis of moskee. Een goede mix van huishoudenstypes en leeftijdsgroepen bevordert integratie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=f2094c32-46b2-496a-936f-4b0951ac315d