10a. Jaarstukken 2024 - Veiligheidsregio IJsselland
Tekst van het document
Stand van zaken na afloop van het jaar Nr.
Prestatie-indicator
Bijzonderheden
1.
HRM - Wnra Voorbereiden op de komst van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren.
We wachten op landelijke besluitvorming over het van toepassing verklaren op de veiligheidsregio’s.
2.
HRM – rechtspositie vrijwilligers In 2024 is er bij vrijwilligers met een verplicht werkverband door kazernering of consignering, meer duidelijkheid over de omgang met de vrijwillige aanstelling. Het dekkingsplan op basis van gebiedsgerichte opkomsttijden, is het toetsingskader om de kwaliteit van de brandweerzorg te blijven garanderen.
We wachten op landelijke besluitvorming over het van toepassing verklaren op de veiligheidsregio’s.
3.
HRM – persoonlijk leiderschap We maken medewerkers bewust van de eigen rol en stimuleren om regie te nemen in werken aan je veerkracht, vitaliteit en je
Met behulp van de nieuwe ontwikkelgerichte gesprekcyclus Talent in Beeld brengen we in kaart wat de behoeften zijn van medewerkers en organisatie nu, 27
Nr.
Prestatie-indicator
Bijzonderheden
ontwikkeling. Dit ondersteunen we en maken we inzichtelijk door het verder optimaliseren van onze dataverwerking en werkprocessen en strategische personeelsplanning.
en in de toekomst. Medewerkers hebben daarin zelf regie en zijn zelf verantwoordelijk voor hun vitaliteit en ontwikkeling.
4.
HRM – talentontwikkeling Daarnaast heeft Veiligheidsregio IJsselland talentontwikkeling en mobiliteit als één van de belangrijkste pijlers voor de komende jaren benoemd. We willen ieders talent in beeld hebben en we stimuleren om deze te ontwikkelen, zowel in het belang van de medewerker, als in het belang van de organisatie. Met het trainingsplatform VR Academy richten we ons onverminderd op de ontwikkeling van medewerkers en leidinggevenden.
Onderdeel van Talent in Beeld is de zogenaamde vlootschouw, waarbij per medewerker/leidinggevende gekeken wordt welke ontwikkeling of loopbaanstap het meest passend is. Het beleid is vastgesteld voor de hele organisatie. Daarnaast ontwikkelen we leiderschap in het werk door extra aandacht te hebben voor managementvaardigheden. Dit doen we bijvoorbeeld bij het arbobeleid, waar we van verzuim naar veerkracht gaan. Alle leidinggevenden zijn getraind in het leidinggeven aan talent. Aan het eind van het jaar is de eerste vlootschouw gehouden waarna we een start kunnen maken me de invulling van de strategische personeelsplanning.
5.
HRM - duurzame inzetbaarheid We willen iedere medewerker in staat stellen om vanuit eigen regie zo gezond en vitaal mogelijk zijn werk te doen. Dit faciliteren vanuit positief gezond werkgeverschap en de begeleiding van HRM, leidinggevenden en arbodienst. Instrumenten en dienstverlening worden in 2024 verder door ontwikkeld.
Het inzetbaarheidsprotocol is vastgesteld en gepubliceerd. Voor leidinggevenden is een handboek opgesteld om hen wegwijs te maken in de verzuimbegeleiding. We moeten nog steeds extra investeren in de relatie met de arbodienst door veel wisselingen in onze contactpersonen en ziekte in eigen team.
6.
HRM – arbeidsmarkt Vanuit de strategische personeelsplanning zijn we per functie aan het bepalen hoe we deze het beste kunnen en moeten gaan invullen en (waar nodig) hoe we de arbeidsmarkt het beste
Strategische personeelsplanning hangt nauw samen met de vlootschouw, die organisatiebreed in het najaar is opgestart. Samen met de corporate recruiter die per 1 mei 2024 is gestart, hebben we onze 28
Nr.
Prestatie-indicator
Bijzonderheden
kunnen benaderen. We investeren vooral hiervoor in ons netwerk.
arbeidsmarktpositie versterkt. Dit wordt de komende jaren verder doorontwikkeld, mede door de verdere digitalisering van W&S.
7.
Duurzaamheid Als veiligheidsregio willen wij het goede voorbeeld geven door onze processen te verduurzamen. Op die manier willen we een bijdrage leveren aan het zoveel mogelijk beperken van de nadelige effecten van klimaatverandering. Hiertoe investeren we in het verder reduceren van onze CO2-uitstoot op basis van de huidige footprint. Dit raakt de hele organisatie, waarbij bedrijfsvoering een aanjagende rol heeft vanwege de raakvlakken met alle processen.
Als eerste veiligheidsregio zijn we in 2022 (en 2023) gecertificeerd op niveau 3 (van 5) van de CO2-prestatieladder. We hebben inmiddels een reductie van 45% bereikt! In 2024 zijn we (wederom als eerste veiligheidsregio) gecertificeerd op de niveau 4 van de ladder. Ook bij onze gebouwen zijn we bezig met duurzaamheid, zie punt 9.
8.
Open overheid Conform het VNG Implementatieplan en de eerste tranche van de Woo hebben we de eerste informatie(stukken) gepubliceerd. Tranche 2 lijkt voorlopig uitgesteld en komt eind 2025.
We hebben 2 Woo-verzoeken ontvangen. Daarvan is nog één in behandeling.
9.
Facilitaire zaken - gebouwen In 2024 is nieuw huisvestingsbeleid voorbereid en voorgelegd aan het bestuur ter besluitvorming. Voor de komende vijf jaren is een prioriteringslijst gemaakt van alle kazernes inclusief voorstellen over renovaties en/of nieuwbouw. De financiële effecten worden verwerkt in de begroting 2025.
In het voorjaar 2024 is gewerkt aan de Blauwdruk van de IJssellandse brandweerkazerne en aan een Normenkader conform opdracht van het algemeen bestuur, in juli 2024 is dit opiniërend besproken door het algemeen bestuur. Op 25 september 2024 heeft het algemeen bestuur akkoord gegeven op deze documenten. Tegelijkertijd wordt er gewerkt aan de nieuwbouw van de kazerne Heino conform de afspraken in het algemeen bestuur.
Daarnaast zal in 2024 aan het bestuur een verduurzamingsvoorstel gebouwen worden voorgelegd als onderligger bij het huisvestingsbeleid en worden diverse maatregelen doorgevoerd
Duurzaamheidsmaatregelen worden in overleg met de 29
Nr.
Prestatie-indicator
Bijzonderheden
om onze gebouwen duurzaam te maken en om de stijgende energiekosten verder op te vangen. Dit is passend bij de wens om op termijn een CO2-neutrale organisatie te worden, voor nu wordt 50% reductie nagestreefd.
afdelingen vastgoed van de gemeentes doorgevoerd waar “logische” momenten zich voordoen, zoals bij groot onderhoud etc.
10.
Facilitaire zaken - inkoopbeleid In 2024 zijn meerdere aanbestedingen van diensten en materieel voorzien. Bij deze aanbestedingen zal duurzaamheid en SROI (Social Return on Investment) nadrukkelijk als afwegingskader worden meegenomen om duurzaam inkopen te bevorderen.
De strategisch inkoopadviseur is vanuit facilitaire zaken betrokken bij alle grotere inkooptrajecten. Daarnaast wordt in ons systeem van inkopen de toepassing van het inkoopformulier afgedwongen met de bijbehorende procedurele spelregels. De lijnmanager blijft echter verantwoordelijk voor de inkoopprocessen in het eigen team.
11.
Facilitaire Zaken - verzekeringen Aan de hand van verdere besluitvorming op landelijk niveau gaan de veiligheidsregio’s en het NIPV samenwerken op het gebied van ongevallenverzekeringen voor medewerkers. Dit gebeurt vanuit het oogpunt van goed werkgeverschap. Het is de bedoeling dat Veiligheidsregio IJsselland verder en intensiever gaat deelnemen aan twee noodzakelijke onderdelen van de samenwerking, namelijk aan een Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en een Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s
Op dit moment is er geen aanleiding om over de verzekeringsportefeuille nadere opmerkingen te maken.
12.
Informatieveiligheid We gaan structureel investeren in mensen en middelen om de weerbaarheid van onze organisatie te versterken en de continuïteit van onze processen zo goed mogelijk te waarborgen.
De transitie naar de overgang van MS365 is in volle gang. Informatieveiligheid is goed geborgd in dit project.
De veiligheidsregio heeft zelf op diverse kazernes laadpalen geplaatst ten behoeve van het laden van voertuigen.
We merken dat we worden ingehaald door de tijd. De (digitale) weerbaarheid krijgt continu aandacht waardoor ook 30
Nr.
Prestatie-indicator
Bijzonderheden
extra verzwaring van wet- en regelgeving wordt neergelegd. Onze kroonjuwelen (kritische bedrijfsprocessen) t.a.v. van onze bedrijf continuïteit moet naast MS365 de komende periode prioriteit krijgen.
Aanvullende informatie In vervolg op de projectopdracht ‘versterking bedrijfsvoering VR/GGD’ in 2023 zijn in 2024 verbeterstappen gezet gericht op het creëren van een basisniveau voor dienstverlening voor veiligheidsregio en GGD op het gebied van HRM, Facilitair, Financiën en ICT. Bij het bepalen van dat basisniveau is ook kritisch gekeken welke taken onderdeel moeten zijn van de gezamenlijke bedrijfsvoering en welke taken het beste op een andere manier georganiseerd kunnen worden. De onderliggende afspraken hiervoor worden begin 2025 vastgelegd in een nieuwe samenwerkingsovereenkomst. De directies van de veiligheidsregio en GGD hebben elk kwartaal afstemming over de gemene rekening om actief te sturen op de gezamenlijke financiële middelen en de gezamenlijke formatie, zodat ook in beheersmatig opzicht de continuïteit van de gezamenlijke bedrijfsvoering structureel goed geborgd is.
ICT De afgelopen periode stond voor team ICT grotendeels in het teken van Microsoft 365. In de begin lag de focus nog op de bestuurlijke besluitvorming en voorbereidingen voor de migratie, waarbij zorgvuldig is gekeken naar de behoeften van de organisatie en de impact van deze transitie. Dit heeft een solide basis gelegd voor de volgende fase, in 2025 zal er worden gemigreerd naar Microsoft 365. Naast de technologische vooruitgang en overige dagelijkse zaken is er veel aandacht besteed aan de doorontwikkeling van het team. Er zijn waardevolle stappen gezet in de werkwijze en de manier van (samen)werken. Dit heeft niet alleen bijgedragen aan een efficiëntere samenwerking binnen het team, maar ook aan een verbeterde dienstverlening richting de organisatie als geheel.
Documentaire Informatievoorziening (DIV) Het binnenhalen van de juiste expertise op archivering is een grote uitdaging gebleken. We hebben een half jaar nodig gehad om deze expertise (voor tijdelijk) binnen te halen. Vanaf juli 2024 kon er dus gewerkt gaan worden aan het wegwerken van flinke achterstanden. Zo bleken er 3200 bestanden te ‘zweven’ in ons digitale archiveringssysteem. Eind 2024 waren dit er nog 900 bestanden. Deze bestanden worden in de eerste maanden van 2025 juist gearchiveerd. Het fysieke archief bleek veel ‘losse’ dossiers te kennen zonder juiste archiefstatus. Ook was er geen bestandsoverzicht beschikbaar van het fysieke archief. Dit is eind 2024 opgesteld en zijn de dossiers vernietigd waarvan de wettelijke bewaartermijnen zijn verstreken. Daarnaast is er gewerkt aan eerste ontwikkelstappen die nodig zijn om de documentaire informatievoorziening naar een hoger niveau te brengen die beter aansluit bij de huidige digitale informatiewereld.
31
Facilitaire zaken Met betrekking tot inkoop heeft facilitaire zaken, samen met financiën, een coördinerende rol op de juiste toepassing van ons inkoopbeleid en de begeleiding van inkooptrajecten. Naar aanleiding van de recente opmerkingen van de accountant is intern afgestemd hoe inkooptrajecten verbeterd kunnen worden en hoe deze zijn geborgd. Binnen de verzekeringsportfolio is een analyse gemaakt over het schadebeeld van de veiligheidsregio. Hoewel hier geen opvallende afwijkingen ten opzichte van het landelijke beeld zijn waargenomen, zal wel worden ingezet op preventie met betrekking tot aanrijdingsschades door hier bij vakbekwaamheidstrajecten extra aandacht aan te besteden.
Rechtmatigheid Het dagelijks bestuur legt verantwoording af over rechtmatigheid in de jaarrekening (zie bladzijde 80) en in deze paragraaf over rechtmatigheid in overeenstemming met de financiële verordening Veiligheidsregio IJsselland 2024. Het dagelijks bestuur heeft onrechtmatigheden boven de daarvoor gestelde grens van 3% geconstateerd. Ten aanzien van rechtmatigheid is het dagelijks bestuur onder andere geïnformeerd door de accountant via de managementletter en het accountantsverslag en via de het verslag van de adviseur Interne Beheersing. Het verslag van de adviseur interne beheersing volgt uit de werkzaamheden volgens het controleplan over 2024. In het najaar van 2024 is de wet- en regelgeving met terugwerkende kracht aangepast waardoor er een begrotingsonrechtmatigheid is ontstaan over 2023 en 2024. Zie hiervoor de toelichting in de rechtmatigheidsverantwoording. De opvolging van de bevindingen van de accountant en de adviseur interne beheersing wordt bewaakt door het management en gerapporteerd aan het dagelijks bestuur. Voorzet verantwoording bevindingen in paragraaf bedrijfsvoering Uit de interne controle, gevolgd door de accountantscontrole, zijn 2 bevindingen van financiële onrechtmatigheid naar voren gekomen met een totaalbedrag van € 0,4 miljoen en 2 bevindingen welke onzeker zijn van € 0,2 miljoen met betrekking tot aanbestedingen.
Met betrekking tot de begrotingsrechtmatigheid zijn zowel de lasten € 1,4 miljoen als de baten € 1,9 miljoen hoger dan de laatst gepresenteerde begroting. De impact op het resultaat is beperkt. Echter betekent dit strikt formeel dat het onrechtmatig is: • In de loop van 2023 is geconstateerd dat licenties voor de (digitale) werkplekomgeving ten onrecht niet tijdig zijn aanbesteed. Hierop zijn maatregelen getroffen om te komen tot aanbesteding van de nieuwe werkplekomgeving in 2024/2025. Dit heeft als gevolg dat de kosten over heel 2023 en 2024 en deels 2025 financieel onrechtmatig zijn tot aan de overgang naar de nieuwe werkplekomgeving. Ter voorkoming van deze onrechtmatigheid naar de toekomst zal bij de planning in de aanbestedingskalender extra aandacht besteed worden aan de doorlooptijden en eventuele risico’s van vertraging. • Met betrekking tot de inhuur van personeel vanaf schaal 10 is over 2024 nog sprake van een beperkte onrechtmatigheid. De VR onderzoekt welke contractvorm het beste past bij de verschillende vragen voor de inhuur van personeel vanaf schaal 10 en de veranderende arbeidsmarktomstandigheden. De uitkomst bepaalt welke (aanbestedings)procedure naar de toekomst gevolgd wordt. • De realisatie 2024 versus begroting na wijziging 2024 kent een afwijking, de lasten zijn € 1.440K en de baten zijn € 1.930K. hoger dan begroot.
Effectief leidt dit tot een positief resultaat van € 490K op de programma’s.
32
Klachten Er zijn dit jaar twee klachten ingediend, die het werk van de veiligheidsregio aangaan. De eerste klacht zag op de wijze waarop wij van te voren een brandweeroefening aangegeven. Deze klacht is informeel afgedaan. De tweede klacht betrof een klacht die ging over de opvolging van een incident (wateroverlast) in Zwolle. De klacht was gericht aan onze veiligheidsregio (brandweer), Politie, desbetreffende gemeente en Vitens. Onze veiligheidsregio heeft naar aanleiding van deze klacht een leerarena georganiseerd. De klacht is volgens de formele weg behandeld en afgehandeld. Tot slot is er nog een klacht ingediend die ging over het voeren van optische- en geluidssignalen buiten prio-situaties. Deze klacht is informeel afgedaan.
AVG datalekken Datalekken worden opgenomen in het datalekkenregister van de veiligheidsregio. Er zijn dit jaar 12 datalekken geregistreerd. Drie daarvan zijn gekwalificeerd als een potentieel datalek. Deze (potentiële) datalekken waren gelegen in de omstandigheid dat er persoonsgegevens bij een onbevoegd persoon waren terecht gekomen (denk aan een onjuist e-mailadres invullen), er gegevensdragers (laptops/ipad’s) zijn kwijtgeraakt of gestolen, er onterecht toegang is geweest tot bepaalde data (omdat bijvoorbeeld de toegangsrechten niet juist stonden). Één datalek is gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Het betrof hier een kwijtgeraakte VOG. De betrokkene is hierbij ook geïnformeerd.
Open overheid De Wet open overheid (Woo) trad op 1 mei 2022 in werking. Volgens deze wet moeten wij in de jaarverantwoording een openbaarheidsparagraaf opnemen en daarin verslag doen van de uitvoering van de wet. In 2024 heeft de veiligheidsregio 2 Woo-verzoeken ontvangen. Éen daarvan is (met goedkeuring van de verzoeker) nog in behandeling. De MT’s van GGD en VRIJ vormden in mei 2022 een gezamenlijk projectteam om na te gaan en te adviseren over wat er nodig is om tot een goede in- en uitvoering van de Wet open overheid te komen, op korte en langere termijn. In mei 2024 bood het projectteam de laatste vervolg- en afrondende voorstellen aan het MT en in juni aan het DB. In 2024 zijn we aangesloten op de Woo-index. Op 1 november moest volgens de eerste tranche van de Woo de eerste categorieën actief openbaar worden gemaakt. Daaraan heeft onze veiligheidsregio voldaan. De tweede tranche stond gepland voor medio 2025. KOOP werkt aan de ontwikkeling van een dossierfunctionaliteit voor de Woo-index via een koppeling met Open Raadsinformatie (ORI). De gesprekken hierover zijn gaande en de verwachting is dat de ontwikkeling van de koppeling zeker een jaar duurt. Het ministerie kiest er vermoedelijk voor om te wachten op deze techniek en richt zich nu op Q4 2025 voor de inwerkingtreding van de verplichte openbaarmaking van tranche 2. De overige tranches volgen pas in 2026.
33
Verplichte beleidsindicatoren Taakveld
Naam
Eenheid
Begroting 2024
Realisatie 2024
0. bestuur en ondersteuning
Formatie
FTE per 1.000 inwoners
0.52fte
0,53fte
0. bestuur en ondersteuning
Bezetting
FTE per 1.000 inwoners
--
0,50fte
0. bestuur en ondersteuning
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
€ 44.20
€ 44.28
0. bestuur en ondersteuning
Externe inhuur
Kosten als % totale loonsom + totale kosten inhuur externen
4%
6.2%
0. bestuur en ondersteuning
Overhead
% van de totale lasten
17%
19,5%
2.4 Financiering Inleiding De kaders voor financiering zijn gebaseerd op de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsregelingen. Het eigen treasurybeleid van Veiligheidsregio IJsselland is vastgelegd in het treasurystatuut. In de Wet Fido is bepaald dat een financieringsparagraaf in de begroting wordt opgenomen. Ook is vastgelegd welke informatie de financieringsparagraaf dient te bevatten. Dit zijn: • het kasgeldlimiet; • de renterisiconorm; • de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte; • de rentevisie; • de rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie.
Risicobeheer Dit onderdeel geeft een samenvatting van het (verwachte) risicoprofiel van de organisatie. Het bevat tevens de gegevens die op grond van de Wet Fido voor de toezichthouder nodig zijn waaronder de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.
Renterisicobeheer Voor het renterisicobeheer gelden de volgende criteria: • Conform de Wet FIDO wordt de kasgeldlimiet niet overschreden; • Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning; • De rentetypische looptijd (periode waarvoor de rente vaststaat) en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie.
34
De renterisiconorm beperkt het renterisico op de vaste schuld. Deze wettelijke norm bepaalt dat maximaal 20% van de totale omvang van de begroting in aanmerking mag komen voor aflossing of renteherziening. In de uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden zijn 2 modelstaten opgenomen om de risico’s in beeld te brengen te weten: • Berekening kasgeldlimiet (model A) • Renterisiconorm (model B).
Berekening kasgeldlimiet en bepaling financieringspositie 2024 De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt 8,2%. Het gaat bij de kasgeldlimiet om het beperken van renterisico’s op de korte schuld (korter dan een jaar). Korte schuld is bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven. Daarom wordt de kasgeldlimiet gekoppeld aan het begrotingstotaal, dat wil zeggen de totale lasten van de begroting inclusief tegelijkertijd met de begroting vastgestelde begrotingswijzigingen. In de praktijk is dat de begroting zoals die naar de toezichthouder wordt gezonden. Als, naar het oordeel van de toezichthouder, de begroting doelbewust is opgeblazen, dan kan de toezichthouder maatregelen nemen om het totaal te corrigeren. De kasgeldlimiet voor Veiligheidsregio IJsselland bedraagt 8,2% van 50,2 miljoen euro = 4,12 miljoen euro. Tot aan deze limiet kan kort (looptijd < 1 jaar) worden geleend. In 2024 zijn er geen kortlopende leningen afgesloten. Hier volgt een totaaloverzicht van het jaar 2024 van de modelstaten per kwartaal. Kwartaal
Gemiddelde vlottende schuld
Gemiddelde vlottende middelen
Netto vlottend tekort (+) of overschot van middelen (-)
Kasgeld-limiet
Ruimte (-) of overschrijding (+)
1e kwartaal
0
7.382.936
-7.382.936
4.116.400
-11.499.336
2e kwartaal
0
9.718.065
-9.718.065
4.116.400
-13.834.465
3e kwartaal
0
8.875.652
-8.875.652
4.116.400
-12.992.052
4e kwartaal
0
8.859.384
-8.859.384
4.116.400
-12.975.784
Als meer dan twee achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, moet de toezichthouder (provincie) hiervan op de hoogte worden gesteld. Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de kasgeldlimiet niet meer dan twee achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden.
Renterisiconorm Door berekening van de renterisiconorm verkrijgen wij inzicht in de omvang van de schuld waarover in enig jaar renterisico’s worden gelopen. De renterisiconorm is gebaseerd op het begrotingstotaal en schrijft voor hoeveel maximaal geleend (herfinanciering) mag worden voor een periode langer dan een jaar. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal. In 2024 zijn er geen langlopende leningen afgesloten. Wel heeft er op de in 2023 afgesloten lening van 4.000.000 euro een aflossing plaatsgevonden van 266.667 euro. In onderstaand overzicht wordt de renterisiconorm voor de Veiligheidsregio IJsselland voor 2024 weergegeven: 35
2024 (bedragen x € 1.000)
Model B 1.
Renteherzieningen/ herfinanciering
-
2.
Aflossingen
267
3.
Renterisico (1+2)
267
4.
Renterisiconorm
10.040
5a.
Ruimte onder renterisiconorm (4>3)
9.773
5b.
Overschrijding renterisiconorm (3>4)
-
4a.
Begrotingstotaal
50.200
4b.
Percentage regeling
20%
4.
Renterisiconorm
10.040
Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte De liquiditeitspositie wordt maandelijks opgemaakt. Op basis hiervan wordt de samenstelling van de financiering bepaald. Met betrekking tot de lasten wordt de liquiditeitspositie bepaald door de uitgaven ten behoeve van de exploitatie en de investeringen. De exploitatie uitgaven zijn min of meer gelijkmatig over het jaar verdeeld. Maar door de toename van materieel en kapitaalgoederen en de tijdelijke overname van een deel van de jonge brandweerkazernes en -posten heeft Veiligheidsregio IJsselland een financieringsbehoefte. Dit leidt tot omvangrijke uitgaande kasstromen waardoor het aantrekken van leningen noodzakelijk was en is.
Bepaling financieringsbehoefte 2024: Boekwaarde investeringen Reserves en voorzieningen Langlopende leningen Overschot aan financieringsmiddelen
€ 37.253.995 € 5.337.187 € 30.733.333 € 36.070.520 € -1.183.475
Uit het overzicht blijkt dat we per einde 2024 beschikken over een overschot aan financieringsmiddelen van circa €1.183.475 (in 2023 was dit €1.287.000). In 2024 is een groot deel van de uitgestelde investeringen gerealiseerd. Om deze investeringen te kunnen financieren, is in 2023 een aanvullende langlopende lening van €4.000.000 afgesloten. Voor de vervangingsinvesteringen die in 2025 en de daaropvolgende jaren uitgevoerd zullen worden is aanvullende financiering noodzakelijk om dit te kunnen financieren. Met betrekking tot de baten wordt de liquiditeitspositie met name bepaald door de gemeentelijke bijdragen en de rijksbijdrage Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) uitkeringen. De gemeentelijke bijdragen worden maandelijks gefactureerd en de BDuR uitkeringen worden per kwartaal uitbetaald.
36
Renterevisie In de begroting 2024 zijn wij uitgegaan van de werkelijke rente op de langlopende leningen. In 2023 is een extra lening aangetrokken, die werd afgesloten na het opstellen van de primaire begroting voor 2024. In de tweede tussentijdse bestuursrapportage van 2024 is de rente over deze lening via een begrotingswijziging opgenomen in de gewijzigde begroting voor 2024. Dit resulteerde enerzijds in hogere rentekosten, maar anderzijds in extra renteopbrengsten op het schatkistbankieren als gevolg van uitgestelde investeringen die pas in 2025 zullen plaatsvinden. Deze wijzigingen zijn door middel van begrotingswijzigingen in de tussentijdse bestuursrapportages gerapporteerd. Over de reserves en voorzieningen is geen rente berekend. Per saldo is het renteresultaat op het taakveld treasury voor 2024 vastgesteld op 328.986 euro. In onderstaande tabel is het renteschema voor 2024 opgenomen. Renteschema a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering b. De externe rentebaten (rekeningcourant en schatkistbankieren) Totaal door te rekenen externe rente c. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-/- €
-
-/- €
-
€
510.526
-/- €
328.986
€
181.540
-/- €
-
Saldo door te rekenen externe rente
€
181.540
d1. Rente over eigen vermogen
€
-
d2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente e. De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag)
€
-
€
181.540
€
510.526
€
328.986
f. Renteresultaat op het taakveld treasury
-/-
2.5 Verbonden partijen Met het inzetten van verbonden partijen kunnen we bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van Veiligheidsregio IJsselland. Het deelnemen in een verbonden partij kan ook risico’s met zich meebrengen. Dit laatste is een belangrijke reden geweest om in het Besluit begroting en verantwoording (BBV) de verplichting op te nemen om de bijdrage/ het risico van verbonden partijen te melden in een afzonderlijke paragraaf van zowel de begroting als de jaarstukken. Een verbonden partij is een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organisatie waarin we zowel een bestuurlijk als een risicodragend financieel belang hebben. Een bestuurlijk belang is in deze context zeggenschap in de vorm van vertegenwoordiging in het bestuur of het hebben van stemrecht. Een risicodragend financieel belang wil zeggen dat we verlies kunnen lijden bij een eventueel faillissement van de verbonden partij en/of aansprakelijk kunnen worden gehouden voor een bepaald bedrag als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.
37
De Commissie BBV beveelt aan om, vanwege het maatschappelijke of algemene belang en de mogelijke risico’s, ook organisaties op te nemen in de paragraaf verbonden partijen indien: - formeel juridisch geen sprake is van een verbonden partij door het ontbreken van een financieel belang, zoals gedefinieerd in het BBV, maar er wel sprake is van een structurele bekostiging in overwegende mate van (de activiteiten van) een organisatie via één of meer geldstromen (begrotingsfinanciering, subsidie en overeenkomst van opdracht) én een bestuurlijke belang. Hieronder zijn vier partijen genoemd, die gezien kunnen worden als verbonden partijen van Veiligheidsregio IJsselland.
Gezamenlijke meldkamerfunctie van Brandweer/Multidisciplinaire Samenwerking Doelstelling Gezamenlijke uitvoering van de wettelijke meldkamerfunctie en –taken voor de brandweer, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening door de 5 veiligheidsregio’s in Oost Nederland. De gezamenlijke meldkamerfunctie van Brandweer/Multi (MKBM), een zelfstandig onderdeel van de MKON in Apeldoorn, valt onder de verantwoordelijkheid van de vijf veiligheidsregio’s in Oost-Nederland. Zoals de Wet veiligheidsregio’s aangeeft hebben deze regio’s in 2023 hun afspraken over de meldkamersamenwerking vastgelegd in een bestuurlijk convenant. Bestuurlijk en financieel belang De besturen van de vijf veiligheidsregio’s worden voor het beheer van de MKBM vertegenwoordigd door een bestuursraad, samengesteld uit de portefeuillehouders meldkamer. In het convenant is afgesproken welke onderwerpen in de bestuursraad aan de orde komen en welke worden voorgelegd aan de besturen van de afzonderlijke veiligheidsregio’s voor besluitvorming. De kosten van het takenpakket volgens de eigen begroting MKBM worden gezamenlijk door de partijen gedragen op basis van de verdeelsleutel, die is vastgesteld door de besturen van de veiligheidsregio’s. Deze verdeelsleutel ondergaat geen jaarlijkse wijziging. Risico Geen bijzondere risico's.
Financiële gevolgen voor de deelnemende veiligheidsregio’s waarvoor niet reeds afspraken over de bekostiging gemaakt zijn, worden via het directieberaad en de bestuursraad aangeboden aan de besturen van de deelnemende veiligheidsregio’s. Ontwikkeling van het Eigen- en Vreemd vermogen Geen gegevens beschikbaar.
Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (Stichting BOGO) Doelstelling Het ontwikkelen en verzorgen van opleidingen, oefeningen en trainingen van brandweermedewerkers in opdracht van zes veiligheidsregio’s, onder andere Veiligheidsregio IJsselland, op niet commerciële/ marktgerichte basis. Stichting BOGO is gevestigd in Hattem.
38
Bestuurlijk en financieel belang Veiligheidsregio IJsselland heeft een bestuurlijk belang in Stichting BOGO. Er is sprake van zeggenschap en stemrecht door de vertegenwoordiging in het bestuur. De commandant brandweer/ directeur VRIJ heeft zitting in het bestuur van de BOGO. Hij is benoemd op voordracht van het bestuur van Veiligheidsregio IJsselland. Formeel heeft de veiligheidsregio geen financieel belang, zoals gedefinieerd in het BBV, in de Stichting BOGO. Veiligheidsregio IJsselland doet namelijk alleen betalingen aan de stichting voor afgesproken tegenprestaties. Formeel juridisch is Stichting BOGO daardoor voor de veiligheidsregio geen verbonden partij. Maar wat dit betreft volgen wij de aanbeveling van de Commissie BBV, genoemd in de inleiding, op en blijven wij Stichting BOGO opnemen in de paragraaf Verbonden partijen. Risico Als veiligheidsregio nemen we van de BOGO opleidingen af op basis van instroom en doorontwikkeling van beroepsbrandweerlieden/ brandweervrijwilligers. Sinds enkele jaren factureert en ontvangt de BOGO de hele bedragen voorafgaand aan de opleidingen. Mocht de BOGO in financiële problemen komen dan kunnen de vooruitbetalingen voor de veiligheidsregio wel een risico opleveren als de afgesproken opleidingen niet of beperkt doorgaan en terugbetaling aan de veiligheidsregio niet mogelijk is.
Het risico is klein omdat de Stichting BOGO een gedegen financieel beheer voert, vertegenwoordigers van de veiligheidsregio’s en drie gemeenten het bestuur vormen en omdat de zes veiligheidsregio’s geen andere financiële banden met de BOGO hebben dan alleen die van opdrachtgevers. Ontwikkeling van het Eigen- en Vreemd vermogen Geen gegevens beschikbaar.
Werkgevers Vereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) Doelstelling De landelijke Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) heeft tot doel het namens de veiligheidsregio’s, als gezamenlijke werkgeversorganisatie, voeren van onderhandelingen en sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten en arbeidsvoorwaardenovereenkomsten met werknemersorganisaties ten behoeve van het personeel van de veiligheidsregio’s. Bestuurlijk en financieel belang Veiligheidsregio IJsselland heeft een bestuurlijk belang in de WVSV. Volgens de statuten van de vereniging is de voorzitter van het algemeen bestuur van Veiligheidsregio IJsselland afgevaardigde naar de algemene vergadering van de WVSV. Een lid van het algemeen bestuur (de waarnemend voorzitter) is plaatsvervangend lid van die algemene vergadering. De kosten van de vereniging worden gedekt uit de contributiegelden. Voor haar lidmaatschap is de veiligheidsregio per verenigingsjaar een contributie verschuldigd, waarvan de hoogte elk jaar door de algemene vergadering wordt vastgesteld. De contributie vormt geen risicodragend financieel belang in de zin van het BBV. De veiligheidsregio’s kunnen ook niet aansprakelijk worden gehouden voor een bepaald bedrag als de WVSV haar verplichtingen niet nakomt. De WVSV is daarmee geen verbonden partij, zoals omschreven in het BBV. Risico Geen bijzondere risico's.
39
Ontwikkeling van het Eigen- en Vreemd vermogen WVSV (bedragen x 1000 euro)
2023
2022
Eigen vermogen
232
69
Vreemd vermogen
180
109
Balanstotaal
412
178
Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) Doelstelling Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid is ingesteld door de Wet veiligheidsregio’s en heeft wettelijke taken op het gebied van de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening. Daarnaast voert het NIPV werkzaamheden uit in opdracht van en voor een of meer veiligheidsregio’s. Bestuurlijk en financieel belang Het NIPV heeft een algemeen bestuur, dat bestaat uit de voorzitters van de veiligheidsregio’s gezamenlijk. Daarmee heeft Veiligheidsregio IJsselland een bestuurlijk belang in het NIPV. De bijdrage van Veiligheidsregio IJsselland voor collectieve en individuele dienstverlening van het NIPV bedraagt circa 380.000 euro per jaar waar een directe tegenprestatie tegenover staat. Formeel heeft de veiligheidsregio geen financieel belang, zoals gedefinieerd in het BBV, in het NIPV omdat de veiligheidsregio alleen betalingen doet aan het NIPV voor afgesproken tegenprestaties. Formeel juridisch is het NIPV daardoor voor de veiligheidsregio geen verbonden partij. We volgen echter wel de aanbeveling van de Commissie BBV, genoemd in de inleiding, op en blijven het NIPV opnemen in de paragraaf Verbonden partijen. Risico Het risico is nihil. Het NIPV is een publiekrechtelijk rechtspersoon, net als gemeenten en veiligheidsregio’s.
Daarbij is het NIPV een zelfstandig bestuursorgaan en kunnen zij geen beroep op de veiligheidsregio doen ingeval van financiële problemen. Ontwikkeling van het Eigen- en Vreemd vermogen NIPV (bedragen x 1000 euro)
2023
2022
Eigen vermogen
16.603
18.188
Vreemd vermogen
60.272
52.951
Balanstotaal
76.875
71.139
40
2.6 Onderhoud kapitaalgoederen De huisvesting wordt gehuurd van de elf gemeenten. De huurprijs wordt gebaseerd op de kostprijs. Op basis van de begrotingen van de gemeenten zijn de volledige huisvestingskosten in beeld gebracht inclusief de kosten voor groot onderhoud. Het groot onderhoud voor alle brandweerkazernes wordt uitgevoerd door de gemeentelijke vastgoedonderdelen. De kosten van dit groot onderhoud zijn in de nulmeting in beeld gebracht en maken naast de gemiddelde kapitaallasten deel uit van de huurprijzen. Binnen Veiligheidsregio IJsselland is het team Beheer & Techniek belast met het beheer en het onderhoud van al het rijdend materieel en de bijbehorende materialen. Er wordt continu gewerkt aan efficiencyverbeteringen op dit gebied, waarbij telkenmale de balans moet worden gezocht tussen betrokkenheid van vrijwilligers in brandweerkazernes en de nodige zakelijkheid vanuit de organisatie.
41
3. Sociaal jaarverslag 3.1 Personele cijfers 2024 Formatie en bezetting beroepsmedewerkers In onderstaande tabel staat de formatie en bezetting aan beroepsmedewerkers. Het betreft alleen de medewerkers met een aanstelling voor (on)bepaalde tijd op 31 december 2024. Tijdelijke inhuur (ZZP’ers, uitzendkrachten, expertise, detacheringen) zijn niet meegenomen in de telling. Op 31 december 2024 hadden 25 medewerkers een aanstelling voor bepaalde tijd en werden 17 personen tijdelijk ingehuurd voor inzet op projecten of klussen. De kosten voor deze tijdelijke inhuur zijn hoofdzakelijk financieel gedekt uit beschikbare vacatureruimte dan wel uit onderbesteding van budgetten die oorspronkelijk waren bestemd voor andere doeleinden en nu worden aangewend ter dekking van de kosten van de tijdelijke inhuur. Bezetting in fte1
Ruimte in fte
2
1,8
0,2
Bestuur en organisatie
6,16
6,01
0,15
Team communicatie
7,24
7,00
0,24
Team informatievoorziening
12,5
8,33
4,17
GHOR
8,55
9,07
-0,51
1
1
0
Veiligheidsbureau
13,39
12,41
0,98
Risicobeheersing
27,6
27,75
-0,15
Brandweerzorg
1
1
0
Brandweerzorg Deventer, OlstWijhe, Raalte
40,67
40,78
-0,11
Brandweerzorg Zwolle-Kampen
44,47
47,45
-2,98
Brandweerzorg Dalfsen, Hardenberg, Ommen
1,7
1
0,7
Brandweerzorg Steenwijkerland, Staphorst, Zwartewaterland
1,28
1
0,28
Incidentbestrijding
14,68
14,04
0,64
Team of onderdeel Commandant brandweer/directeur VR
Risico-en crisisbeheersing
Formatie in fte
1
Het gaat hier om het aantal fte dat voor bepaalde of onbepaalde tijd in dienst is en niet om het absolute aantal medewerkers in de bezetting. Door een aantal deeltijders is het absolute aantal medewerkers in de bezetting hoger.
42
Team of onderdeel
Formatie in fte
Bezetting in fte1
Ruimte in fte
Vakbekwaamheid
18,68
20,27
-1,59
Beheer en techniek
18,48
20,17
-1,69
Financiën
13,05
11,11
1,94
ICT
15,50
12,4
3,1
Facilitair
13,86
15,08
-1,22
HRM
16,06
15,22
0,84
Flexibele schil
11,77
11,77
0
Totaal 2024
289,62
272,89
16,73
Totalen 2023
280,7
284,5
-3,8
In en uitdienst Beroepsmedewerkers In 2024 zijn in totaal 32 medewerkers aangesteld voor (on)bepaalde tijd, waarvan vijf repressieve medewerkers bij brandweerzorg en negen medewerkers bij bedrijfsvoering. Er zijn in totaal 26 medewerkers uitgestroomd, waarvan vier repressieve medewerker bij brandweerzorg en zes medewerkers bij bedrijfsvoering. Vrijwilligers (repressief en niet repressief) Afdeling
Aantal op 31-12-2023 Aantal op 31-12-2024 Verschil
Balkbrug
15
17
2
Bathmen
24
23
-1
Bergentheim
17
18
1
Dalfsen
24
23
-1
De Krim
10
10
0
Dedemsvaart
20
20
0
Deventer
29
26
-3
Diepenveen
17
17
0
Genemuiden
20
18
-2
Giethoorn
16
20
4
Gramsbergen
17
19
2
43
Afdeling
Aantal op 31-12-2023 Aantal op 31-12-2024 Verschil
Hardenberg
34
35
1
Hasselt
21
22
1
Heeten
18
18
0
Heino
19
17
-2
IJsselmuiden
20
20
0
Kampen
39
46
7
Kuinre
16
16
0
Lemelerveld
20
21
1
Luttenberg
16
16
0
Nieuwleusen
23
23
0
Oldemarkt
14
17
3
Olst
17
18
1
Ommen
32
33
3
Raalte
23
23
0
Slagharen
16
16
0
Staphorst
20
20
0
Steenwijk
28
31
3
Vollenhove
21
22
1
Welsum
15
14
-1
Wesepe
22
22
0
Wijhe
17
16
-1
Zwartsluis
14
17
3
Zwolle
46
52
6
Niet repressieve vrijwilligers
28
28
0
Totalen
797
774
-23
44
In totaal zijn er in 2024 40 vrijwilligers uitgestroomd en 59 nieuwe vrijwilligers aangesteld. In de bovenstaande tabel wordt er een totaal van -23 aangegeven. Dit verschil ontstaat omdat er een aantal vrijwilligers is verbonden aan meerdere posten en verhuizingen of verandering van functie ook zorgt voor doorstroom tussen posten Een vrijwilliger kan bij één post vertrekken, maar nog verbonden zijn aan een andere post en dus wel als vrijwilliger voor de organisatie behouden blijven. Het totaal aantal vrijwilligers kan daarom afwijken van de som van in- en uitstroom van de individuele posten. Stagiaires Als overheidsorganisatie bieden wij de mogelijkheden om te leren. In het jaar 2024 hebben wij 15 stagiaires mogen verwelkomen: ▪ 1 bij Dalfsen-Ommen-Hardenberg; ▪ 1 bij team communicatie ▪ 1 bij team Veiligheidsbureau ▪ 2 bij team informatievoorziening; ▪ 4 bij Team ICT; ▪ 2 bij Team Facilitair; ▪ 2 bij Team Risicobeheersing ▪ 2 bij Team Incidentbestrijding;
Ziekteverzuim Het verzuimpercentage van de Veiligheidsregio IJsselland bedroeg 4,92% in 2024, waarmee we een lichte daling (-0.26%) ten opzichte van 2023 konden waarnemen. Daarbij moet worden opgemerkt dat het verzuimpercentage net als de voorgaande vijf jaar wederom significant lager is dan het branchegemiddelde (openbaar bestuur en overheidsdiensten).
Jaar
Verzuimpercentage Veiligheidsregio IJsselland
CBS Landelijk gemiddelde Openbaar bestuur en overheidsdiensten
2017
4,77%
5,3%
2018
4,24%
5,6%
2019
3,89%
5,35%
2020
4,19%
5,48%
2021
3,83%
5,0%
2022
4,78%
5,2%
2023
5,18%
6,05%
2024
4,92%
Verdeling in leeftijd en man/vrouw In deze verdeling zijn alleen de beroepsmedewerkers met een aanstelling voor (on)bepaalde tijd meegeteld.
45
Leeftijdscategorie
Vrouw
Man
Totaal
20 tot 25 jaar
4
1
5
25 tot 30 jaar
6
16
22
30 tot 35 jaar
8
22
30
35 tot 40 jaar
14
29
41
40 tot 45 jaar
9
22
31
45 tot 50 jaar
9
26
35
50 tot 55 jaar
12
30
42
55 tot 60 jaar
13
38
51
60 tot 65 jaar
14
21
35
65 jaar en ouder
3
14
17
Totaal
92
219
311
3.2 Arbeidsomstandigheden In deze paragraaf worden activiteiten toegelicht die in 2024 binnen Veiligheidsregio IJsselland op het gebied van arbeidsomstandigheden hebben plaatsgevonden. Op het gebied van arbeidsomstandigheden bevinden we ons in de fase waarin we (succesvol) reactief acteren op ongewenste situaties en is er de wens om de stap te kunnen maken om preventief te handelen om risico’s in onze werkzaamheden te voorkomen. Hiervoor is het nodig dat informatie/data op het gebied van arbo & veiligheid centraal in kaart wordt gebracht en het management op basis van leading indicators kan sturen. In 2025 staan we voor de uitdaging hoe we dit binnen onze organisatie vorm kunnen geven.
Ongevallen en incidenten In 2024 zijn er 51 meldingen van (bijna) ongevallen binnengekomen. Opvallend is dat 75% van de meldingen betrekking heeft op oefensituaties en op sportactiviteiten. Meldingen met betrekking tot de inzet bij incident vormen slechts een klein deel van de meldingen. Dat wil niet zeggen dat er geen “leer momenten” zijn te halen uit de incidenten; deze komen ook zeker naar voren in de evaluatie van incidenten binnen de “warme” organisatie maar vind vaak niet zijn weg in het melden van onveilige situaties & (bijna) ongevallen. Door het versnipperde beeld bestaat het risico dat risico’s onvoldoende onderkend worden en er beperkte input is voor de PDCA-cyclus.
Warme RI&E In 2024 in na een traject van enkele jaren “de warme RI&E” afgesloten. De warme RI&E is een instrument vanuit brandweer Nederland waarin aan de hand van een aantal thema’s risico’s en de risico beleving door de manschappen voor een standaard inzet in kaart worden gebracht. Vanuit de RI&E is een plan van aanpak opgesteld met daarin de aandachtsgebieden waarin in 2025 verbetering nodig is om op een verantwoord risico niveau te komen. De invulling en opvolging van deze acties is belegd in de “Rode Organisatie”. 46
Opvallend in de risicodialoog die is gehouden, is de hoge mate waarin medewerkers het gevoel hebben veilig te werken en de lage inschatting van de kans waarop zij worden blootgesteld aan mogelijke gevaren. Dit beeld wordt niet ondersteund vanuit data vanuit de RI&E en (bijna) ongevalsmeldingen waarbij bepaalde risico’s als actueel en onderdeel van de operatie naar voren komen.
Asbest verontreiniging Heino Op de post Heino is bij een inspectie een asbest verontreiniging aan het licht gekomen. Hierop is snel geschakeld met sluiting van de post, reiniging van middelen en inrichten van een alternatieve locatie. Vervolgens is een externe Arbeid hygiënist gevraagd een risicoanalyse uit te voeren en de betrokken (oud) collega’s te informeren over de mogelijke gezondheidsrisico. De veiligheidsregio heeft hierbij aangegeven aanspreekpunt te zijn ook voor de oud collega’s van voor de regionalisering. Hoewel in eerdere asbestinventarisaties uitgevoerd in opdracht van de gebouwbeheerder reeds de aanwezigheid van asbest was aangetoond, was deze kennis niet aanwezig bij de gebruiker van het pand. Hoewel de corrigerende maatregelen in deze casus zorgvuldig zijn uitgevoerd had de situatie met passende preventieve maatregelen op basis van eerdere rapportages zich niet voor hoeven doen.
Positief gezond werkgeverschap Veiligheidsregio IJsselland hecht er vanuit de visie op gezondheid veel waarde aan dat medewerkers gedurende hun hele loopbaan gezond en vitaal hun werk kunnen blijven doen. Om hieraan bij te dragen wordt er sinds januari 2022 samengewerkt met arbodienst Rienks, die het gedachtegoed van positieve gezondheid onderschrijft, waarbij gezondheid gezien wordt als meer dan alleen de afwezigheid van ziekte. Ook zijn projecten doorontwikkeld die indirect bijdragen aan vitaal en gezond werken. Een voorbeeld hiervan is de nieuwe ontwikkelgerichte gesprekscyclus als onderdeel van ons nieuwe talent- en mobiliteitsbeleid (Talent in Beeld). Deze nieuwe vorm van gesprekken over ontwikkeling sluit aan bij de visie op positief gezond werkgeverschap en talentontwikkeling. De ontwikkelgerichte gesprekscyclus is erop gericht om de duurzame inzetbaarheid en eigenaarschap van medewerkers te versterken. De cyclus is flexibel en integreert continue feedback en zelfreflectie vanuit een positieve lading. Het is het doel dat medewerkers meer eigen regie nemen en doelgericht werken aan hun eigen ontwikkeling en werk. Daarnaast is er gewerkt aan het opstellen van gedragsprofielen voor leidinggevenden, met daarbij ook specifiek aandacht voor de kwaliteiten en eigenschappen die nodig zijn om medewerkers te kunnen faciliteren in de eigen regie op gezondheid.
Ongewenst gedrag Gevolgen van ongewenste omgangsvormen kunnen een enorme impact hebben op medewerkers en in bijzondere situaties op de omgeving en de organisatie. Medewerkers kunnen gebruik maken van een speciaal opgeleide vertrouwenspersoon, gefaciliteerd door de organisatie (via OnzeCoach). In 2024 waren er 2 meldingen van ongewenst gedrag. Er zijn geen formele klachten ingediend waarbij de vertrouwenspersoon betrokken was. In 2024 is een rechtszaak geweest met betrekking tot eerder ongewenste gedrag op de post Kampen. De juridische afhandeling heeft media-aandacht gekregen en geeft aan hoe actueel het thema is.
47
Veilige publieke taak (agressie & geweld) Helaas is bekend dat ook medewerkers van de Veiligheidsregio in de uitvoering van hun taken tegen agressie aanlopen. In hoeverre dit “als onderdeel van het werk” wordt ervaren en niet als exceptionele te melden incident verdient aandacht. Die aandacht wordt gegeven, zowel bestuurlijk waarbij een aantal burgemeesters op oudjaarnacht persoonlijk de hulpverleners benaderen als vanuit de eigen organisatie waarbij de mogelijkheid om aangifte te doen volgens protocol “agressie geweld publieke taak” onder de aandacht wordt gebracht. Afgelopen jaar is gebleken dat dit protocol nog geen gemeen goed is in de gehele keten.
48
Bijlage 1: gegevens per gemeente Algemeen: met de gemeenten zijn maatwerkafspraken gemaakt over de dienstverlening. Niet alle taken komen in de overzichten terug, aangezien een aantal taken niet in prestatieindicatoren uit te drukken is.
Adviezen op A en B evenementen 8
7
7 6
5
5
5
5
4
4 3 2
2
2
1
1
0
0
0
0
De A- en B-evenementen zijn de lichtere evenementen. De gemeente Kampen en Zwolle verzorgen zelf de advisering op de A- en B-evenementen. Van januari tot en met augustus 2024 waren er 15 grote C-evenementen: 6 in Zwolle, 5 in Deventer, 3 in Raalte en 1 in Kampen.
Adviezen omgevingsvergunning bouwen en brandweerveilig gebruik 8
7
7 6
5
5
5
5
4
4 3 2 1
2
2
1 0
0
0
0
49
Controles brandweer op brandveilig gebruik 8
7
7 6
5
5
5
5
4
4 3 2
2
2
1
1
0
0
0
0
Activiteiten brandveilig leven 8
7
7 6
5
5
5
5
4
4 3 2 1
2
2
1 0
0
0
0
50
Scholen waar lesprogramma ‘Brandweer op school’ is gehouden 8
7
7 6
5
5
5
5
4
4 3 2
2
2
1
1
0
0
0
0
GRIP-incidenten Er hebben zich in 2024 zeven GRIP1-incidenten voorgedaan. Zie onderstaand overzicht. Daarnaast is er geen ROT (Regionaal Operationeel Team) geformeerd. Tevens is er ook in een viertal niet-acute situaties een beroep gedaan op de veiligheidsregio. Dat was het geval tijdens de Crowdstrike en NAVIN storing, voorbereiding op storm en voor crisisnoodopvang in Bathmen. Nr.
Datum
GRIP
Plaats
Incident
Evaluatie
1
23-01-2024
1
Raalte
IBGS-incident
Quickscan evaluatie
2
27-01-2024
1
Staphorst
Ongeval A28
Quickscan evaluatie
3
08-02-2024
1
De Krim
Zeer grote brand in bedrijfspand
Quickscan evaluatie
4
26-02-2024
1
Steenwijk
Brand in Fletcher hotel
Quickscan evaluatie
5
25-04-2024
1
Raalte
Zeer grote brand in bedrijfspand
Quickscan evaluatie
6
24-06-2024
1
Steenwijk
Zeer grote brand industrie
Quickscan evaluatie
7
02-09-2024
1
Schalkhaar
Grote Hulpverlening wegvervoer
Quickscan evaluatie
51
Aantal incidenten per gemeente en uitrukken per brandweerpost Hieronder volgt een overzicht van: − de unieke incidenten per gemeente − de unieke incidenten per brandweerpost. Dit kan een inzet zijn geweest binnen de gemeente, maar ook een inzet buiten de gemeente of veiligheidsregio. Bij een inzet binnen of buiten een gemeente kunnen meerdere posten betrokken zijn. Vandaar dat het totale aantal inzetten per gemeente lager is dan het totaal van de inzetten per post. Als er bijvoorbeeld een brand is in Lemelerveld, waar een voertuig van alle drie de brandweerposten binnen de gemeente Dalfsen naar uitrukt, dat telt deze mee bij de uitrukken per post, maar voor het totaal binnen de gemeente Dalfsen telt deze maar voor één incident. Alarm: betreft automatische brandmeldingen. Dienstverlening: betreft onder andere de assistentie van de ambulancedienst, het redden van dieren, het opheffen van liftopsluitingen en het reinigen van het wegdek. Leefmilieu: betreft onder andere om assistentie bij storm- en waterschade. Wanneer we de cijfers vergelijken met 2023 dan zien we een trend op de volgende thema’s: - Over de hele linie daalt het aantal incidenten met 2 procent naar 3054 unieke incidenten. - De incidenten ‘alarm’ laten een lichte stijging zien van 6 procent. - De branden waarbij personenauto’s zijn betrokken laten na een jarenlange stijgende trend een daling zien van 8 procent.
- We zien een stijging in de branden bij Industrie 10 procent en Agrarisch 30 procent, in totaal van 40 naar 47 (waarvan 11 groot tot zeer grote brand ten opzichte van 7 in 2023). - De incidenten leefmilieu liggen circa 12 procent lager dan 2023. De stormen welke over het land raasden hebben onze regio niet echt bereikt. Alarm
Brand
Dienstverlening
Leefmilieu
Ongeval
Totaal
Gemeente Dalfsen
8
42
24
28
21
123
Post Dalfsen
5
25
13
8
10
61
Post Lemelerveld
6
28
6
8
5
53
Post Nieuwleusen
2
28
9
14
9
62
Totaal
176
Gemeente Deventer
87
213
156
86
52
594
Post Bathmen
5
24
9
8
10
56
Post Deventer
79
197
133
74
39
522
Post Diepenveen
3
20
20
7
9
59 52
Alarm
Brand
Dienstverlening
Leefmilieu
Ongeval
Totaal
Totaal
637
Gemeente Hardenberg
54
130
70
86
52
594
Post Balkbrug
25
30
4
13
8
80
Post Bergentheim
5
29
3
9
7
53
Post De Krim
0
11
4
1
2
18
Post Dedemsvaart
11
28
14
17
7
77
Post Gramsbergen
5
16
7
4
3
35
Post Hardenberg
20
64
49
29
15
177
Post Slagharen
0
23
7
13
5
48
Totaal
440
Gemeente Kampen
31
96
75
52
37
291
Post IJsselmuiden
6
39
17
16
9
87
Post Kampen
18
85
65
29
29
226
Totaal
313
Gemeente OlstWijhe
13
29
15
17
14
88
Post Olst
6
18
3
4
4
35
Post Welsum
1
2
0
2
0
5
Post Wesepe
0
33
4
4
5
46
Post Wijhe
5
31
6
8
5
55
Totaal
141
Gemeente Ommen
13
34
22
27
13
109
Post Ommen
8
31
17
14
13
83
Totaal
83
Gemeente Raalte
18
49
36
57
29
189
Post Heeten
2
14
6
0
6
28
Post Heino
6
27
11
18
6
68 53
Alarm
Brand
Dienstverlening
Leefmilieu
Ongeval
Totaal
Post Luttenberg
6
14
5
7
5
37
Post Raalte
7
30
16
15
9
77
Totaal
210
Gemeente Staphorst
3
41
15
12
13
84
Post Staphorst
5
39
9
6
12
71
Totaal
71
Gemeente Steenwijkerland
21
90
87
41
31
270
Post Giethoorn
5
16
22
11
14
68
Post Kuinre
0
12
4
4
1
21
Post Oldemarkt
0
18
14
2
4
38
Post Steenwijk
8
61
34
15
11
129
Post Vollenhove
7
27
11
5
10
60
Totaal
316
Gemeente Zwartewaterland
9
50
32
33
14
138
Post Genemuiden
3
21
6
10
11
51
Post Hasselt
4
46
10
16
6
82
Post Zwartsluis
3
26
19
6
4
58
Totaal
191
Gemeente Zwolle
117
265
233
109
74
798
Post Zwolle Noord
75
203
146
71
64
486
Post Zwolle Zuid
48
179
133
59
68
487
Totaal
896
Totaal aantal unieke incidenten Veiligheidsregio IJsselland
3054
Aantal post inzetten
3278
54
Bijlage 2: oorzaken overschrijding opkomsttijden In 2024 is in 97,97 procent van de uitrukken voldaan aan de normtijden uit het dekkingsplan. In 2,03 procent van de incidenten wordt de opkomsttijd dus overschreden. De opkomsttijd bestaat uit de verwerkingstijd op de meldkamer, de uitruktijd (de tijd tussen alarmering en het uitrukken van het brandweervoertuig) en de aanrijtijd (de tijd tussen het wegrijden uit de post en de aankomst op de incidentlocatie). De overschrijdingen doen zich zowel voor bij de verwerking, het uitrukken en het aanrijden. Hieronder worden de oorzaken hiervan kort benoemd. Oorzaken overschrijding tijdens het verwerken van de melding Bij automatische brandmeldingen wordt niet direct een brandweervoertuig gealarmeerd, maar wordt eerst door de meldkamer contact opgenomen met het desbetreffende bedrijf om te checken of er daadwerkelijk sprake is van brand. Aangezien er bij deze meldingen in circa 95 procent van de gevallen niet daadwerkelijk brand is, neemt het aantal nodeloze uitrukken hiermee significant af. Dit nabellen bij automatische meldingen zorgt echter wel voor langere opkomsttijden, indien het wel nodig is dat de brandweer ter plaatse komt. Het nabellen duurt namelijk maximaal twee minuten voordat er wordt door gealarmeerd.
Oorzaken overschrijdingen tijdens het uitrukken Het zijn vooral vrijwillige posten die de uitruktijden overschrijden (en niet de posten met beroeps-brandweer). Dat is natuurlijk niet zo vreemd, aangezien de uitruktijden van vrijwilligers grilliger zijn doordat zij niet op de post verblijven. Afhankelijk van het tijdstip van de melding moeten zij eerst van hun huis, werk of een andere locatie komen. De uitruktijd is hiermee grilliger van aard. Oorzaken overschrijdingen tijdens het aanrijden De oorzaken van overschrijdingen op het gebied van het aanrijden komen door onder andere het tijdstip van de melding in relatie tot de verkeersdrukte. Maar ook weersinvloeden hebben effect op de aanrijtijd. Ook kan het bij met name beroepsposten voorkomen dat het brandweervoertuig wat gealarmeerd wordt zich niet in de post bevindt. Dit is aan de orde wanneer het voertuig vertrekt vanaf een andere incidentlocatie, binnen het gebied aan het oefenen is of niet beschikbaar is. Dit laatste kan zich bijvoorbeeld voordoen als het brandweervoertuig al ingezet is bij een ander incident, waardoor een brandweervoertuig van een andere post, met een langere aanrijtijd, gealarmeerd moet worden. Ontwikkelingen Om te voldoen aan de opkomsttijden zoals die zijn gesteld in het bestuurlijk vastgestelde dekkingsplan lopen verschillende verbeterprojecten.
Zoals projecten om het aantal nodeloze meldingen terug te dringen en het project ‘Uitruk op maat’.
55
DEEL B: JAARREKENING Staat van baten en lasten N = Nadeel, V = Voordeel
Begroting voor wijziging 2024
Programma Veiligheid Lasten Voorkomen Bestrijden en beheersen Overhead
Begroting na Realisatie 2024 wijziging 2024
Verschil t.o.v. begroting na wijziging
N/V
2.549.659 36.755.969 12.636.710 51.942.338
2.488.364 37.466.645 13.017.625 52.972.634
2.556.827 38.565.363 13.202.382 54.324.572
68.463 1.098.719 184.757 1.351.938
N N N N
Totaal baten Saldo's Voorkomen Bestrijden en beheersen Overhead Totaal programma Veiligheid
0 -476.954 -2.897.923 -3.374.877
-27.097 -713.109 -3.073.923 -3.814.129
-41.157 -1.903.515 -3.799.289 -5.743.962
-14.060 -1.190.406 -725.366 -1.929.833
V V V V
2.549.659 36.279.015 9.738.787 48.567.461
2.461.267 37.041.516 9.943.702 49.446.485
2.515.670 36.949.828 9.403.093 48.868.591
54.402 -91.688 -540.609 -577.894
N V V V
Saldo algemene lasten en dekkingsmiddelen
-48.246.485
-49.070.091
-48.982.726
87.365
N
0 0
0 0
0 0
0 0
-
Gerealiseerde totaal saldo baten en lasten
320.977
376.394
-114.135
-490.529
V
Bij: onttrekkingen aan reserves Programma Veiligheid Algemene lasten en dekkingsmiddelen Overhead Totaal onttrekkingen aan reserves
-287.980 -96.318 0 -384.298
-287.980 -96.318 -490.000 -874.298
-287.980 -96.318 -490.000 -874.298
0 0 0 0
-
Af: stortingen in reserves Programma Veiligheid Algemene lasten en dekkingsmiddelen Overhead Totaal stortingen in reserves
0 63.322 0 63.322
0 63.322 0 63.322
0 63.322 292.184 355.506
0 0 292.184 292.184
N -
Saldo reserve mutaties
-320.977
-810.976
-518.792
292.184
-
Gerealiseerde resultaat
0
-434.582
-632.927
-198.345
V
Totaal lasten Baten Voorkomen Bestrijden en beheersen Overhead
Overige baten en lasten Bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting
Begroting voor wijziging 2024 De primaire begrotingscijfers, zoals hierboven opgenomen, en zijn ingevoerd in de financiële administratie, zien toe op de structureel gewijzigde programmabegroting 2024 zoals door het Algemeen Bestuur vastgesteld in de eerste bestuursrapportage 2023 d.d. 27-09-2023.
56
Toelichting op de staat baten en lasten Bij de analyse van het resultaat is het onderscheid tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming van groot belang. Ingevolge het Besluit begroting en verantwoording (BBV) dient daarom een toelichting te worden gegeven op het gerealiseerde saldo baten en lasten, de mutaties in de reserves en het gerealiseerde resultaat. In het volgende overzicht wordt inzicht gegeven in de relatie tussen het gerealiseerde saldo van baten en lasten en het gerealiseerde resultaat. N = Nadeel, V = Voordeel Gerealiseerde totale baten en lasten: Mutaties in de reserves (incidenteel) Storting egalisatiereserve kapitaallasten primaire begroting Storting res. Ontwikkeling VR voor implementatie MS365 Onttrekking egalisatiereserve kapitaallasten primaire begroting Onttrekking res. transitie meldkamer primaire begroting Ontrekking res. Ontwikkeling VR compensatie herijking primaire begroting Onttrekking res. Ontwikkeling VR voor implementatie MS365 Per saldo onttrekking uit de reserves ten gunste van de exploitatie Gerealiseerde resultaat:
-114.135
V
63.322 292.184 -174.114 -113.866 -96.318 -490.000 -518.792 -632.927
N N V V V V V V
De belangrijkste verschillen tussen de jaarrekening 2024 en de begroting 2024 (na wijzigingen) vóór mutaties in de reserves hebben zich voorgedaan op de volgende onderdelen: Programma (exclusief kosten overhead) Programma Veiligheid (wettelijke taak) Programma Veiligheid (aanvullende ambitie)
-91.688 54.402
Algemene lasten en dekkingsmiddelen Afwikkeling loonheffing (WKR en reparatie premie WW 3e jaar) 87.365 Overhead -540.609
V N
Totaal verschil na mutaties in de reserves
292.184 0
V
-453.244 -490.529
V V
292.184 -198.345
N
N V
Totaal verschil voor mutaties in de reserves Afwijkingen mutaties reserves Stortingen Onttrekkingen
-37.285
N V
Ons algemene standpunt en die van onze belastingadviseur is dat Veiligheidsregio IJsselland niet belasting- en aangifteplichtig is voor de vennootschapsbelasting. Voor het overgrote deel van de activiteiten/ inkomsten is immers geen sprake van deelname aan het economisch verkeer en dus kan er geen sprake zijn van het drijven van een onderneming. Bij de activiteiten (bijvoorbeeld detachering personeel) waarmee VRIJ wel deelneemt aan het economisch verkeer wordt niet gestreefd naar winst en worden er geen structurele overschotten gerealiseerd. Vandaar dat het bedrag voor heffing van de vennootschapsbelasting nihil is.
57
In de begroting van Veiligheidsregio IJsselland zijn geen ramingen voor onvoorzien opgenomen. Derhalve is een overzicht van aanwending onvoorzien niet van toepassing.
Saldo programma Veiligheid N = Nadeel, V = Voordeel Begroting Begroting na Realisatie voor wijziging wijziging 2024 2024 2024
Programma Veiligheid Lasten Voorkomen Bestrijden en beheersen Totaal lasten
2.549.659 36.755.969 39.305.628
Totaal baten
0 -476.954 -476.954
Saldo programma Voorkomen Bestrijden en beheersen Totaal saldo proghramma's
2.549.659 36.279.015 38.828.674
Baten Voorkomen Bestrijden en beheersen
Bij: onttrekkingen aan reserves Af: stortingen in reserves
Verschil t.o.v. begroting na wijziging
N/V
68.463 1.098.719 1.167.181
N N N
-41.157 -1.903.515 -1.944.673
-14.060 -1.190.406 -1.204.467
V V V
2.461.267 2.515.670 37.041.516 36.949.828 39.502.783 39.465.498
54.402 -91.688 -37.285
N V V
-287.980 0
0 0
-
39.214.803 39.177.518
-37.285
V
2.488.364 2.556.827 37.466.645 38.565.363 39.955.009 41.122.190 -27.097 -713.109 -740.206
-287.980 0 Resultaat
38.540.694
-287.980 0
Toelichting programma Veiligheid N = Nadeel, V = Voordeel Programma Veiligheid Personeelsk osten
V/N Hogere kosten loonsom beroeps Hogere overige personeelskosten Hogere kosten vrijwilligersvergoedingen Lagere kosten inhuur derden Meerkosten Functioneel Leeftijd Ontslag (beroeps)
86.000 18.000 60.000 -382.000 1.100.000
N N N V N
213.000 21.000 -8.000
N N V
Hogere kosten beheer en onderhoud materieel
9.000
N
Lagere kosten opleiden, oefenen en trainen
-61.000
V
Hogere kosten voorziening Spaarverlof Hogere kosten operationele inzet
95.000 16.000 1.167.000
N N N
Facturering kosten Functioneel Leeftijds Ontslag aan gemeenten Overige opbrengsten Hogere opbrengst verkoop materieel Diverse incidentele opbrengsten (UWV/Detachering)
-1.158.250 25.000 -54.000 -17.000 -1.204.250
V N V V V
-37.250
V
Huisvestingsk osten Hogere onderhoudskosten gebouwen Hogere kosten schoonmaak gebouwen Lagere energielasten gebouwen Brandweermaterieel Oefenen en opleiden Overige k osten
Opbrengsten
58
De hogere kosten van de loonsom beroeps worden voornamelijk veroorzaakt door de dotatie aan de voorziening Spaarverlof en de extra aanwervingen van personeel in aanloop naar de harmonisatie van de roosters van de kazernes Zwolle en Deventer. De stijging van de onderhoudskosten op gebouwen is vooral het gevolg van het feit dat in de loop van het boekjaar 2024 servicekosten zijn gefactureerd die niet in het resultaat van 2023 waren opgenomen. Daarnaast zijn de nog te verwachten servicekosten over 2024 wel meegenomen in het huidige resultaat hetgeen resulteert in hogere onderhoudskosten in 2024. De meerkosten inzake de uitvoeringskosten Functioneel Leeftijd Ontslag worden volledig gedekt door ontvangen bijdragen afkomstig van de gemeenten. De overschrijdingen op meerdere kostencategorieën worden gedekt door extra opbrengsten.