CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. VTH omgevingsrecht jaarverslag 2023 en programma 2024

Raad Besluitvormingsronde 13 februari 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) Omgevingsrecht jaarverslag 2023 & programma 202420.193 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

70

Perspectief Fysieke Leefomgeving Stadskantoor Lübeckplein 2 Postbus 10007 8000 GA Zwolle Telefoon 14038 postbus@zwolle.nl www.zwolle.nl

Vergunningen, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht Jaarverslag 2023 & programma 2024

Versie: Datum:

1.0 6 december 2023

Voorwoord We leven in een dynamische wereld en dat heeft ook zijn effect op het werkveld van vergunningverlening, toezicht en handhaving (hierna: VTH) binnen het fysiek domein. Voorbeelden hiervan zijn de oplopende bouwprijzen en de woningbouwcrisis. We kunnen niet alles voorzien en daardoor nooit volledig inschatten wat er in het komende jaar op ons af komt. We staan voor een grote wetswijziging, de Omgevingswet. Medio 2023 is duidelijk geworden dat de Omgevingswet op 1 januari 2024 inwerking treedt. Hetzelfde geldt voor de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, al is pas onlangs besloten tot uitstel van inwerkingtreding voor de bestaande bouw. Ook het ‘nieuwe normaal’, waarbij we onder andere meer thuiswerken, heeft impact op onze samenleving en economie en daarmee ook op het VTH-werkveld. In onze terugblik wordt dit inzichtelijk. Bij het vooruitkijken naar 2024 staat vooral de implementatie van de Omgevingswet en de kwaliteitsborging voor het bouwen centraal.

Coalitieakkoord 2022-2026 Samen naar een waarde(n)volle toekomst voor Zwolle. Dat is het motto van het coalitieakkoord. De coalitie bouwt verder aan een duurzame, sociale inclusieve stad, die groeit met behoud van de menselijke maat en de kwaliteit van leven. Want dat is de kracht van de stad. Met het instrumentarium van het VTH-domein dragen wij bij aan de doelen en uitdagingen van het akkoord. Een van de uitdagingen is de bouw van voldoende nieuwe en betaalbare woningen, met een extra inzet op de bouw van flexwoningen. Een andere grote uitdaging is de klimaatcrisis, die om een versnelling vraagt van de energietransitie. Daarnaast wordt de komende jaren gewerkt aan de kwaliteit van de stad en grote gebiedsontwikkelingen, zoals de Spoorzone, Nieuwe Veemarkt en Zwartewaterzone. De uitvoering van onze VTH-taken hangt direct samen met de staat van onze samenleving en economie en heeft het belang van een adequate uitvoering van die taken voor onze samenleving meer dan ooit onderstreept.

Afbakening jaarverslag en programma Dit jaarverslag en programma ziet op de verantwoording en programmering van de uitvoering van de taken ten aanzien van de vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) omgevingsrecht (zoals bouw, milieu, reclame en kap). Dit jaarverslag en programma gaat niet over de VTH-taken op het gebied van Veiligheid en Openbare Ruimte. Binnen beide werkvelden spelen diverse ontwikkelingen met ieder een eigen proces, zoals de komst van de Omgevingswet en de doorontwikkeling Toezicht Openbare Ruimte. Wij hebben daarom besloten vanaf 2022 het jaarverslag en programma alleen voor omgevingsrecht op te stellen. Omdat we nooit volledig kunnen inschatten wat er in het komende jaar op ons af komt wordt er altijd veel flexibiliteit van ons gevraagd. Flexibiliteit is daarmee een belangrijke voorwaarde voor een adequate taakuitvoering.

1

Voor wat betreft de verantwoording over het jaar 2023 gaan wij ook in op landelijke ontwikkelingen die in het VTH-domein spelen en gespeeld hebben. Denk hierbij aan de stikstofcrisis, de energiecrisis en de krapte op de arbeidsmarkt. In 2024 hebben we binnen het omgevingsrecht twee grote opgaven die, naast de reguliere VTH-taken veel inzet vragen. Ten eerste is 2024 het jaar van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ten tweede is 2024 ook het jaar van de start met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Deze kwaliteitsborging maakt dat wij – kortgezegd - voor wat betreft een aantal categorieën bouwwerken fundamenteel anders gaan werken, omdat een private partij, de kwaliteitsborger, de kwaliteit moet gaan borgen maar wij handhavend moeten optreden wanneer de kwaliteitsborger constateert dat er niet conform de regelgeving is gebouwd.

2

Inhoud 1 1.1 1.1.1 1.1.2 1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3

Sturen op impact Waarom een VTH jaarverslag- en programma? Een gecombineerd jaarverslag en programma Leidraad om te kunnen sturen op impact in het VTH-domein Taken Wet- en regelgeving Partners bij de uitvoering van de VTH-taken omgevingsrecht Borging kwaliteit werkzaamheden

4 4 4 4 5 5 6 7

2 2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3

Projecten & ontwikkelingen Omgevingsrecht (thuistaken) (Meerjarige) projecten en ontwikkelingen team-overstijgend (Meerjarige) projecten en ontwikkelingen vergunningverlening (Meerjarige) projecten en ontwikkelingen toezicht & handhaving (waaronder constructieve veiligheid) Omgevingsrecht milieu (OD-taken)

9 9 9 14

2.2 3 3.1 3.1.1 3.1.2

3.1.3 3.1.4 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3

15 18

Productbladen 22 Taakveld bouwen & RO 22 Vooroverleg 22 (Concept)aanvragen + toezicht en handhaving op omgevingsvergunningen: bouw, RO, aanleg, monument, sloopmeldingen, sloopvergunningen bouw, reclame, kap en uitweg. 23 Ambtshalve handhaving, handhavingsverzoeken, meldingen en klachten. 35 (Concept)aanvragen + toezicht en handhaving op omgevingsvergunningen en meldingen brandveilig gebruik. 38 Taakveld milieu (OD-taken) 43 Vergunningverlening + toezicht en handhaving milieu. 43 Specialistische taken milieu. 51 Energiebesparingsaanpak bij bedrijven. 54

Bijlage I: Kwaliteitscriteria

57

Bijlage II: Uitgangspunten conceptbeleid Wet kwaliteitsborging voor het bouwen

62

Bijlage III: Project Energie en Duurzaamheid Evaluatie 2023 (informatieve bijlage)

64

Bijlage IV: VTH Uitvoeringsprogramma 2024 Omgevingsdienst IJsselland

70

3

1

Sturen op impact

1.1

Waarom een VTH jaarverslag- en programma?

1.1.1

Een gecombineerd jaarverslag en programma Het opstellen van een jaarverslag en een programma voor de uitvoering van de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) omgevingsrecht1 is naast het opstellen van een beleidsplan voor dat taakveld - een wettelijke verplichting. Het is een proceseis, dat onderdeel uitmaakt van de sluitende VTH beleid- en uitvoeringscyclus. Het programma omvat altijd één kalenderjaar en moet vóór het nieuwe kalenderjaar door ons zijn vastgesteld (dus het programma voor 2024 moet in 2023 zijn vastgesteld). Het jaarverslag omvat ook altijd één kalenderjaar en moet voor 1 april worden vastgesteld in het daaropvolgende jaar (dus vóór 1 april 2024 moet er door ons verantwoording worden afgelegd over 2023). Voor het gericht opstellen van het programma voor het komende jaar is het nodig om het afgelopen jaar te evalueren op basis van kwalitatieve en kwantitatieve gegevens. De ervaring leert dat de gegevens die wij daarvoor gebruiken, beperkt verschillen met de gegevens die wij uiteindelijk gebruiken voor onze definitieve verantwoording in het jaarverslag. Met ingang van 2021 hebben wij er daarom voor gekozen om het jaarverslag en het programma te combineren in één document.

Dit is daarmee de vierde keer dat wij een gecombineerd document opstellen Deze keuze is niet alleen ingegeven vanuit een efficiëntieslag, het maakt ook dat wij de beleids- en uitvoeringscyclus nog beter zichtbaar sluitend kunnen maken.

1.1.2

Leidraad om te kunnen sturen op impact in het VTH-domein In het vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) programma 2023 hebben wij vastgelegd welke taken en andere werkzaamheden wij op het gebied van het VTHdomein in 2023 zouden uitvoeren, waar we op in zouden zetten en wat wij daarmee wilden bereiken. Met dit document maken wij inzichtelijk welke taken er het afgelopen jaar zijn uitgevoerd die niet voorzien waren en hoe wij de aan ons toevertrouwde VTH-taken in 2023 concreet hebben uitgevoerd. Dat laatste zetten wij af tegen het programma van 2023 om vervolgens te kunnen concluderen of: • met de gedane inspanningen onze begrotings- en beleidsdoelen zijn bereikt, • dan wel is bijgedragen aan het op termijn behalen van die doelen, • er aanleiding is om de doelen, werkwijze en/of inzet bij te stellen.

Hiermee doelen wij zowel op de milieutaken (namens ons uitgevoerd door de Omgevingsdienst IJsselland (OD)) als de taken die wij zelf uitvoeren, de zogenaamde omgevingsrecht thuistaken (voorheen: ‘(Wabo)thuistaken’)). 1

4

Met behulp van deze cyclus monitoren we of we op de korte, middel en lange termijn de juiste keuzes hebben gemaakt en of we die keuzes ook zoals beoogd ten uitvoer brengen. Het verantwoording afleggen over het afgelopen jaar is daarmee een belangrijk middel om inzicht te krijgen in de vraag of de gemaakte keuzes voor het jaar 2023 de beoogde impact in het VTH omgevingsrecht-domein hebben gehad. Het reflecteren op het voorgaande VTH-jaar zien wij daarom niet alleen als een waardevol onderdeel van de professionele praktijk maar vooral ook als belangrijke input voor het programma voor 2024. Want om onze ambities en doelen waar te maken, een goede partner te blijven en het hoofd te bieden aan de vele ontwikkelingen die in snel tempo op ons afkomen, zijn helderheid, visie en tijdig anticiperen cruciaal. Wat betekenen de ontwikkelingen voor de organisatie? Welke kansen en bedreigingen zijn er? Welk risico lopen we als we iets niet doen? Terugblikkend op het afgelopen jaar: moet er het komende jaar bijgestuurd worden om de gestelde doelen en ambities waar te maken? Het resultaat van de beantwoording van onder andere die vragen heeft geleid tot de in dit document verankerde programmering voor volgend jaar. We hebben in hoofdstuk 2 benoemd aan welke (meerjarige) projecten we (ook) in 2024 werken en welke ontwikkelingen van invloed zijn op de uitvoering van onze kerntaken.

Deze kerntaken hebben wij in een aantal ‘productbladen’ gevat. In deze productbladen staan we stil bij de begrotings- en beleidsdoelen voor de betreffende kerntaken, blikken we terug op de programmering voor 2023, presenteren we de resultaten over 2023 en voeren we een korte evaluatie uit waarin we de resultaten over 2023 afzetten tegen de gestelde doelen en conclusies trekken. Op basis daarvan komen wij tot een programmering voor 2024. Dit document vormt daarmee voor ons een belangrijke leidraad voor onze inzet in 2024 en de monitoring daarvan gedurende het jaar, waarbij wij in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de kwaliteitsborging voor het bouwen wel een slag om de arm moeten houden.

1.2

Taken

1.2.1

Wet- en regelgeving Er is veel landelijke en gemeentelijke wet- en regelgeving waar de bevoegdheden en verplichtingen voor de uitvoering van VTH-taken omgevingsrecht uit voortvloeien. Het benoemen van alle VTH-taken voert - gelet op het aantal - op deze plaats te ver. Wij volstaan daarom met een verwijzing naar de in de productbladen vermelde taken. In aanvulling op de productbladen, zetten wij hierna de belangrijkste relevante wet- en regelgeving ten aanzien van de VTH-taken omgevingsrecht op een rij. Stelsel Omgevingswet (vanaf 1 januari 2024) Omgevingswet Aanvullingssporen (bodem, geluid, grondeigendom, natuur) Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Omgevingsregeling Omgevingsbesluit (Ob) Omgevingsvisie Mijn Zwolle van morgen 2030

5

Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)

Omgevingsplan van rechtswege (incl. bruidsschat)

Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) 1.2.2

Partners bij de uitvoering van de VTH-taken omgevingsrecht Binnen ons taakveld werken wij frequent samen met meerdere partners. Hieronder een overzicht van de belangrijkste samenwerkingspartners. Veiligheidsregio IJsselland De brandweer IJsselland brengt advies uit over bouwplannen die passen binnen de toetsingslijst van complexe bouwwerken van de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding. De brandweer kan tevens op verzoek van een toezichthouder bij complexe bouwplannen of complexe controles op brandveilig gebruik worden ingeschakeld om mee te gaan op controle, een overleg ten aanzien van deze onderwerpen bij te wonen of documenten te beoordelen. Omgevingsdienst IJsselland (OD) De Omgevingsdienst IJsselland voert de IJssellandse variant van het basistakenpakket (milieu) uit. Deze keuze omvat alle uitvoerende milieutaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving en een aantal specialistische taken. Hieronder vallen geluid, bodem en asbest. GGD IJsselland Binnen het stelsel Omgevingswet is meer aandacht voor gezondheid. Door de leefomgeving gezond in te richten kan gezondheidswinst worden geboekt, naast dat het beschermt tegen negatieve omgevingsvloeden. De GGD kan op verzoek advies uitbrengen bij het opstellen van beleid en vergunningsaanvragen waarbij gezondheid een duidelijke rol speelt.

Ketensamenwerking Binnen het stelsel Omgevingswet wordt integrale advisering en daarmee ketensamenwerking nog belangrijker. Om ervoor te zorgen dat iedereen goed met elkaar kan werken binnen de hele keten, is het ten eerste belangrijk om de techniek op orde te hebben en ten tweede om goede afspraken te maken hoe je met elkaar samenwerkt. Als Zwolle nemen wij deel aan het Omgevingsplatform IJsselland, waarbij de partners in de regio samen kijken wat nodig is voor een werkende keten. De keten omvat alle processen waarbij systemen worden gebruikt om de gegevens uit te wisselen. Van planvorming tot en met de afhandeling van aanvragen. Zo is in 2021 gestart met de omgevingstafel en zijn in 2022 werkinstructies opgesteld voor het vergunningenproces. Het jaar 2023 stond vooral in het teken van Indringend Ketentesten (IKT). Het doel van IKT is om kort-cyclisch vast te stellen wat goed werkt in de gehele keten van het Digitaal Stelsel Omgevingsrecht (hierna: DSO) en wat nog niet, uitgaande van de minimale vereisten voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hierbij is zowel naar de techniek

6

(Omgevingsloket, lokale zaaksystemen) werkafspraken e.d.) gekeken.

1.2.3

als

naar

inhoud

(toepasbare

regels,

Borging kwaliteit werkzaamheden Kwaliteitscriteria 2.3. Een belangrijk instrument om de kwaliteit binnen het omgevingsrecht-domein te faciliteren en te bevorderen zijn de VTH-kwaliteitscriteria. In dat kader heeft de raad in 2016 de Verordening kwaliteit omgevingsrecht Zwolle vastgesteld. In die verordening wordt verwezen naar kwaliteitscriteria op basis waarvan de gemeente en de OD de VTHtaken omgevingsrecht uitvoeren. In april 2022 is de set kwaliteitscriteria geactualiseerd, zodat deze aansluit op de Omgevingswet (versie 2.3). Daarnaast zijn in september 2022 nieuwe competentieprofielen toegevoegd aan de kwaliteitscriteria (versie 2.3, deel D). Ter voorbereiding op de Omgevingswet heeft de raad op 27 november 2023 de vernieuwde Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Zwolle vastgesteld. In bijlage I is in een tabel aangegeven hoe Zwolle ervoor staat met betrekking tot de kwaliteitscriteria. De OD kan met de applicatie ‘de Inzetbaarheidsmonitor’ inzichtelijk maken hoe zij als organisatie voldoen aan de kwaliteitscriteria. VTH-beleid thuistaken Ieder bevoegd gezag moet voor de VTH-thuistaken omgevingsrecht een VTHbeleidsplan opstellen. Op 25 mei 2021 is het VTH-beleidsplan Wabo thuistaken 20212022 vastgesteld.

In het kader van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen moet dit beleid worden geactualiseerd/herzien met de geactualiseerde risicoanalyse als basis. In 2023 is gestart met het opstellen van beleid voor de uitvoering binnen het stelstel kwaliteitsborging voor het bouwen. Op basis van de ervaringen in 2024 gaan wij het conceptbeleid omzetten in definitief beleid (zie ook paragraaf 2.1.1). Actualisering risicoanalyse Het uitvoeringsbeleid voor de VTH-taken omgevingsrecht (zowel de ‘thuistaken’ als de OD-taken) moet gebaseerd zijn op een actuele risicoanalyse. In regionaal verband is geconstateerd dat de huidige risicoanalyse aan actualisatie en vernieuwing toe is en is in september 2020 het in regionaal verband aanbesteden van de levering van een risicotool gestart. Begin 2022 is de risicotool voor de VTH-taken die worden uitgevoerd door de omgevingsdienst (OD-taken) opgeleverd. De OD heeft samen met de OD Twente gewerkt aan een doorontwikkeling ervan, in juli 2023 is versie 1.0 van de risicotool opgeleverd. Eind 2021 is ook besloten tot de aanschaf inclusief procesbegeleiding van het besturingsmodel voor de VTH-thuistaken, bestaande uit een risicomodule en een besturingsmodule. In 2022 is gestart met het vullen van de risicomodule, het vullen van de besturingsmodule loopt door tot in 2024.

Het is de bedoeling om het besturingsmodel in 2024 vast te laten stellen en te gaan gebruiken bij het opstellen van het VTH programma 2025.

7

Juridische procesverbeteringen Om de onderlinge samenwerking bij de uitvoering van de VTH-taken omgevingsrecht te verbeteren zijn in 2023 hernieuwde afspraken gemaakt voor een ‘warme’ overdracht van complexe dossiers en dossiers met bijzonderheden en/of aandachtspunten van de vergunningverleners aan de toezichthouders. Ook is in 2023 gestart met het verbeteren van de samenwerking binnen het fysiek domein en bezwaar en beroep op het VTHtaakveld omgevingsrecht. De uitkomsten van dit verbetertraject worden in 2024 geïmplementeerd in ons processen van vergunningverlening, toezicht en behandeling van bezwaar en beroep. Zienswijzen Wettelijk zijn wij verplicht alle aanvragen om een omgevingsvergunning te publiceren. In Zwolle kiezen wij ervoor om niet enkel te volstaan met een publicatie, maar iedereen de mogelijkheid te bieden om een zienswijze in te dienen over een aanvraag. Wij doen dat om, voordat we een besluit nemen op de aanvraag, een goede belangenafweging te kunnen maken en zoveel mogelijk willen voorkomen dat het tot een (formele) bezwaarschriftenprocedure komt. In 2023 hebben wij de effecten van deze Zwolse werkwijze globaal geanalyseerd. Uit deze analyse is gebleken dat een heel aantal indieners van zienswijzen uiteindelijk geen bezwaar heeft ingediend tegen het besluit op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

Wij hebben daarom besloten de huidige werkwijze ook onder de Omgevingswet voort te zetten. Bezwaar- en beroep Het aantal bezwaar- en beroepszaken en het resultaat van de behandeling daarvan voor wat betreft het VTH-domein, is een belangrijke graadmeter voor de kwaliteit van ons werk. Wij worden daarom altijd geïnformeerd over (het verloop van) de bezwaar- en beroepsprocedures door de afdeling Juridische Zaken en de resultaten van de behandeling daarvan. Wij vinden het belangrijk om daar lering uit te trekken en daarmee de juridische kwaliteit van onze besluiten steeds verder te verbeteren. Dit doen wij door in voorkomende gevallen belangrijke conclusies met elkaar te delen en waar nodig onze werkprocessen te optimaliseren. Digitalisering Het verlenen van omgevingsvergunningen vindt digitaal plaats. Ook veel overleggen vinden sinds de coronaperiode digitaal of hybride plaats. In 2023 heeft binnen onze organisatie de uitrol van Office 365, waaronder Teams, plaatsgevonden, wat het tijd en plaats onafhankelijk werken nog beter mogelijk maakt. Door het verder optimaliseren van het digitale werken en de systemen waarmee wij werken, kan een verdere kwaliteitsslag binnen het VTH-domein worden gemaakt. In 2024 wordt de implementatie van Teams in ons werkproces afgerond en zal het gebruik van Whatsapp voor zakelijke doeleinden beëindigd worden.

8

2

Projecten & ontwikkelingen

2.1

Omgevingsrecht (thuistaken)

2.1.1

(Meerjarige) projecten en ontwikkelingen team-overstijgend Omgevingswet Met ingang van 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet (hierna: Ow) in werking. De Ow is de basis voor een nieuw regelgevingsstelsel voor de fysieke leefomgeving. Een belangrijk verbeterdoel van de Ow is een meer integrale benadering van de fysieke leefomgeving in regelgeving, beleid en besluitvorming. Er komt meer lokale afwegingsruimte en de besluitvorming wordt versneld. In 2023 hebben wij vol ingezet op een goede en tijdige voorbereiding op en implementatie van de Ow en 2024 zal in het teken staan van een juiste implementatie. Hierbij is ook uitdrukkelijk gekeken naar de minimale acties die nodig zijn voor een tijdige en goede implementatie, zoals de aanpassing van het mandaatbesluit en de legesverordening. De Ow brengt voor de vergunningverlening en toezicht en handhaving veranderingen met zich mee. De Ow heeft grote impact op onze organisatie en die van onze ketenpartners als het gaat om procedures, werkprocessen en digitale systemen in het brede fysieke domein. Het werken met de bruidsschat (voormalige rijksregels die zijn opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) en de overgangsrechtelijke bepalingen maken het werk zeker in de beginfase extra complex. Daarmee heeft de Ow ook invloed op hoe wij onze dienstverlening en de uitvoering van de VTH-taken organiseren.

In 2023 hebben VTH-medewerkers samen met procesadviseurs gewerkt aan het uitvoeren van acties om te komen tot goed werkende VTH-processen en de ontwikkeling van kennis en competenties. Met ieder team zijn in 2023 ook aparte sessies gehouden gericht op het eigen taakveld. Daarmee creëren we betrokkenheid, eigenaarschap en hebben medewerkers de mogelijkheid zich tijdig te verdiepen in de materie. Voor de processen zijn en worden praktische werkinstructies opgesteld. Hierbij is ook uitdrukkelijk aandacht voor nieuwe of gewijzigde aspecten zoals participatie en (bindend) adviesrecht. Deze ontwikkeling gaat door in 2024. Het is voor medewerkers lastig om aan de hand van fictieve casussen te doorleven wat zij straks echt tegen gaan komen. Om die reden zullen ook in de eerste weken van het nieuwe jaar sessies worden gepland om casuïstiek te bespreken en werkinstructies bij te stellen. De vaste medewerkers gaan zoveel mogelijk aan de slag met de nieuwe verzoeken en het nieuwe toezicht, de inhuur zal eerst de in 2023 ingediende aanvragen behandelen. Ook voor 2024 zijn voor de afdeling extra incidentele middelen beschikbaar om de implementatie van de Omgevingswet te dekken. De gevraagde inzet heeft - vooralsnog - geen gevolgen voor de in dit plan beschreven werkzaamheden op omgevingsrechtgebied.

Aandachtspunt daarbij is wel dat wij te maken hebben met krapte op de arbeidsmarkt waardoor het organiseren van externe ondersteuning voor onze werkzaamheden uitdagend blijft.

9

Beleidsprocessen Omgevingswet In 2021 is de Omgevingsvisie Mijn Zwolle van morgen 2030 vastgesteld en de voorbereidingen voor het opstellen van één gemeente breed omgevingsplan zijn in volle gang. VTH-medewerkers worden uitdrukkelijk betrokken bij dergelijke beleidsprocessen. Een onderdeel van de voorbereiding van het omgevingsplan is het onderzoek naar de consequenties van ons handhavingsbeleid op de vorming van dat plan. Daarnaast wordt een plan van aanpak geschreven voor een project gericht op het beëindigen van langlopende, complexe met het bestemmingsplan strijdige situaties. Voor dit project is extra budget beschikbaar, waardoor de inzet hiervoor niet ten koste gaat van onze reguliere werkzaamheden. Dit Plan van Aanpak is nagenoeg gereed en in 2024 wordt gestart met de werkzaamheden. Bij inwerkingtreding van de Ow beschikken wij over een omgevingsplan van rechtswege die onder andere bestaat uit de zogenaamde bruidsschat. De bruidsschat bestaat uit rijksregels, die met de inwerkingtreding van de Ow verhuizen naar de gemeente. Deze, dan voormalige rijksregels, gaan over diverse onderwerpen. Denk aan regels over geluid, geur en vergunningsvrij bouwen. De bruidsschat bestaat dus uit regels die nu ook al gelden voor heel Nederland. Straks mag iedere gemeente die regels zelf – zo nodig – aanpassen.

Hoewel het uitgangspunt bij de bruidsschat is geweest dat de regels bij de overgang naar de gemeente gelijk of gelijkwaardig zijn aan de huidige rijksregels, zijn er enkele regels die toch een andere lading hebben gekregen. Op 30 november 2023 heeft het college besloten de raad voor te stellen een procedure tot wijziging van het omgevingsplan van rechtswege op te starten om de beoogde aanpassing van de bruidsschatregels door te voeren. Daarmee wordt voorkomen dat er extra vergunningplichten ontstaan ten opzichte van de huidige situatie. Kwaliteitsborging voor het bouwen De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) treedt op 1 januari 2024, tegelijk met de Omgevingswet, gefaseerd in werking. De overheid wil meer toezicht en controle in de bouw, zodat bouwers zich aan de geldende regels houden. De Wkb, met als onderdeel de private kwaliteitsborger, moet hiervoor gaan zorgen. Het doel van de Wkb is minder gebreken bij nieuwbouw en verbouw. In het nieuwe stelsel kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb-stelsel) worden bouwwerken ingedeeld in drie ‘gevolgklassen’. Het Wkb-stelstel geldt eerst alleen voor nieuwbouwwerken in de laagste risicoklasse, de zogenaamde ‘gevolgklasse 1’ – eenvoudige bouwwerken. Dit zijn bijvoorbeeld grondgebonden eengezinswoningen en eenvoudige bedrijfspanden. Er komt in 2024 een invoeringstoets voor verbouwactiviteiten in klasse 1.

Als deze toets positief wordt beoordeeld, worden verbouwactiviteiten aan eenvoudige bouwwerken per 1 januari 2025 onderdeel van het Wkb-stelsel. Dat betekent dat gedurende heel 2024 verbouwactiviteiten niet onder de Wkb vallen. Dat geeft alle betrokken partijen de kans om ervaring op te doen met de nieuwe werkwijze voor toezicht in de bouw. Afhankelijk van de resultaten/ervaringen gaat de Wkb niet eerder dan 5 jaar na de inwerkingtreding ook voor de andere twee gevolgklassen gelden (complexe bouwwerken en specialistische bouwwerken).

10

Met de Omgevingswet komt er een zogenaamde knip tussen de bouwtechnische toets en de ruimtelijke toets. Door het nieuwe Wkb-stelsel gaat er wat betreft de bouwtechnische toets en de rol van de gemeente het nodige veranderen. Nu toetsen wij nog alle vergunningplichtige bouwplannen aan het Bouwbesluit 2012 voordat een vergunning wordt verleend en houden wij toezicht op de bouw – en treden daar waar nodig handhavend op. In het Wkbstelsel wordt de bouwtechnische toets voorafgaand aan de bouw en het bouwtechnisch toezicht tijdens de bouw uitgevoerd door een marktpartij en niet meer door de gemeente. In het Wkb-stelsel moet de initiatiefnemer of aannemer een onafhankelijk bedrijf inhuren: een private kwaliteitsborger. Deze kwaliteitsborger ziet erop toe dat aan de technische voorschriften van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, opvolger van het Bouwbesluit 2012 onder de nieuwe Omgevingswet) wordt voldaan. De initiatiefnemer kan volstaan met een bouwmelding en een risicobeoordeling en borgingsplan. En een gereedmelding zodra de bouw is gerealiseerd. De gemeente blijft echter wel het bevoegd gezag voor toezicht en handhaving van het bouwtechnische deel, maar heeft daarbij ten gevolge van de Wkb wel een informatieachterstand. Gegevens komen onder het nieuwe stelsel niet vooraf maar achteraf beschikbaar.

De nieuwe rol beperkt zich voortaan tot het toetsen van de bouwmelding en de gereedmelding. Hierbij kunnen wij als bevoegd gezag eventueel overwegen om informatie- en contactmomenten op te leggen. Als achteraf moet worden hersteld, kost dat extra tijd, inzet en geld. De markt is primair verantwoordelijk voor de bouwkwaliteit. Het uitgangspunt daarbij is dat afwijkingen door marktpartijen moeten worden opgelost. Maar als de kwaliteitsborger op de bouw een strijdigheid constateert die het afgeven van zijn verklaring in de weg staat wordt deze voorgelegd aan de gemeente. De gemeente moet dan eventueel handhavend optreden. Dit betekent een andere manier van toezicht houden en het inrichten van handhavingsbeleid. De ruimtelijke toets blijft bij de gemeente. Het gaat daarbij om een toets aan regels voor welstand, ruimtelijke aspecten en veiligheid voor de omgeving. Daarnaast blijft het ‘ruimtelijk’ toezicht bij de gemeente (dus bouw- en sloopveiligheid voor de omgeving, ruimtelijke aspecten en welstand). Ook blijft de gemeente bevoegd gezag als het gaat om bestaande bouwwerken. De Wkb leidt tot verandering/verschuiving van taken en rollen van vergunningverlening en toezicht en handhaving en heeft grote impact op procedures, werkprocessen, leges(inkomsten) en informatievoorziening.

Het vraagt tijd en capaciteit om de precieze impact van de Wkb in kaart te brengen en zo de Wkb goed te implementeren. In 2023 hebben wij onder begeleiding van een externe partij en procesadviseur verdere stappen gezet richting implementatie. Daarbij is ook afstemming gezocht met andere gemeentes in de regio, om daar waar mogelijk te komen tot dezelfde aanpak. Er is gewerkt aan het uitvoeren van acties om te komen tot goed werkende Wkb-processen en het in kaart brengen van onze rol als bevoegd gezag en de keuzemomenten daarin.

11

Voor de processen zijn en worden praktische werkinstructies opgesteld. Er is tijd besteed aan de ontwikkeling van kennis en competenties van medewerkers. Op 7 november jl. hebben wij een informatiedag Ow en Wkb georganiseerd voor initiatiefnemers en ondernemers uit Zwolle. Ook zijn er in de regio in samenwerking met andere gemeentes en brancheorganisaties informatiesessies georganiseerd voor bijvoorbeeld aannemers. Wat betreft onze rol als bevoegd gezag moeten beleidsmatige keuzes worden gemaakt. Zo kan een gemeente nog steeds toezicht houden op bouwwerken onder de Wkb, maar dat vraagt wel vooraf om beleidsmatige keuzes (wanneer wel of niet, bij welk type bouwwerk of onderwerp wil de gemeente betrokken worden en dergelijke). Een andere beleidskeuze is wanneer treden wij wel of niet handhavend op. In 2023 zijn wij gestart met het opstellen van toezicht- en handhavingsbeleid Wkb. Omdat het Wkb-stelsel geheel nieuw is en wij eerst ervaring op willen doen met het nieuwe stelsel, kiezen wij ervoor om het beleid nog niet vast te stellen, maar de uitgangspunten van dit conceptbeleid eerst als leidraad te gebruiken en te gaan ervaren of onze uitgangspunten toepasbaar en afdoende zijn. Op basis van de ervaringen in 2024 gaan wij het conceptbeleid omzetten in definitief beleid. De uitgangspunten zijn opgenomen in bijlage II.

In de eerste helft van 2024 zal de focus liggen op: • Het monitoren van de effecten van de Wkb voor de gemeente en de werking van de aangepaste processen, beleidsuitgangspunten en legesverordening. • Het gereed zijn voor de invoering van de Wkb voor gevolgklasse 1 verbouw per 1-1-2025. • Vaststellen toezicht en handhavingsbeleid Wkb (gevolgklasse 1 (nieuwbouw)). Ontwikkeling Fysiek Domein In november 2023 heeft de Directie, na positief advies van de OR, definitief ingestemd met de nieuwe hoofdstructuur van het Fysiek Domein. Dit betekent onder andere dat de afdeling Fysieke Leefomgeving, onderdeel VTH omgevingsrecht, wordt samengevoegd met de afdeling Ruimtelijke Planvorming. Over de teamindeling zal de Directie begin december 2023 een voorlopig besluit nemen. Ondertussen wordt gewerkt aan implementatieplannen, waarin wordt uitgewerkt hoe de nieuwe afdelingen en teams gaan werken en wat er nodig is om dit te bereiken. De verwachting is dat we uiterlijk 1 april 2024 formeel in de nieuwe structuur gaan werken. Met de komst van de Ow en Wkb ontstaan nieuwe rollen en taken. Een andere ontwikkeling is het feit dat diverse ervaren medewerkers gebruik maken van het generatiepact en/of binnen enkele jaren met pensioen gaan.

Wij willen in 2024 met een functie- en formatieonderzoek in kaart brengen wat nodig is om de werkzaamheden binnen het VTH-domein, inclusief adviseurs, ook in de toekomst goed uit te kunnen voeren.

12

Ondermijning Wij werken verder aan het verstevigen van de integrale ondermijningsaanpak. Onderdeel daarvan is het vergroten van onze weerbaarheid tegen georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Deze weerbaarheid ontstaat door het opwerpen van barrières en actieve toepassing van passend beleid om ondermijnende activiteiten geen kans te geven. Het toepassen van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) bij de aanvraag van een vergunning is een voorbeeld van één van die barrières. Het Bibob-beleid is in 2021 geactualiseerd. Voor het vernieuwde Bibob-beleid is de regionale lijst met risico categorieën aangepast naar de lokale situatie in Zwolle. Het nieuwe beleid maakt het mogelijk om maatwerk te leveren door onderscheid te maken bij onderdelen waar altijd een Bibob-toets toegepast wordt (hoog risico) en waar deze toegepast kan worden (laag risico). Omgevingsvergunningen bouw en milieu staan ook op die lijst. Dit heeft gevolgen voor de werkwijze bij de vergunningverlening. Dit wordt in 2024 verder uitgewerkt in de processen. Monitoring Een goede monitoring is nodig om te kunnen beoordelen of beleids- en begrotingsdoelstellingen (zoals opgenomen in het VTH-beleidsplan Wabo thuistaken 2021-2022 en de productbladen) behaald worden. Op dit moment maken wij gebruik van de indicatoren zoals vermeld in de productbladen.

Helaas lukt het nog niet in alle gevallen daarop snel en/of op detail te rapporteren. Wij bouwen aan een ‘dashboard’ waarmee wij, bij voorkeur real time, (detail) informatie uit onze zaaksystemen kunnen halen. Het dashboard is nu nog gebaseerd op een zogenaamde ‘datadump’. In voorgaande jaren zijn met het ‘dashboard’ stappen gezet om de monitoring te verbeteren. In 2023 is het dashboard uitgebreid met onderdelen toezicht en handhaving. In de zomer van 2023 is een data-analist in dienst getreden die zich onder andere bezighoudt met de doorontwikkeling van het dashboard en het verbeteren van de datakwaliteit en het inzichtelijk maken van kwaliteitsdoelen zoals afhandelingstermijn. Dat vormt weer een belangrijke basis voor onze programmering en de keuzes die wij daarbij maken. In 2024 zal, naast het verbeteren van datakwaliteit, extra aandacht uitgaan naar indicatoren (KPI’s) voor de Ow en Wkb. Op basis daarvan kunnen wij de werkprocessen verder optimaliseren en Ow en Wkb ‘proof’ maken. Data gedreven werken Data gedreven werken of ook wel informatie gestuurd werken binnen het VTH-domein kan ons helpen om de veiligheid en leefbaarheid in Zwolle beter te waarborgen. Het zorgt ervoor dat sturing kan plaatsvinden vanuit overzicht, trends en ontwikkelingen.

Het accent in het programma zal daarmee op onderdelen gaandeweg verschuiven van focussen op inspanningen (hoeveel vergunningen gaan we verlenen en hoeveel controles gaan we uitvoeren) en op output (het halen van de afgesproken aantallen) naar het werken aan een programmering dat gebaseerd is op outcome (resultaat en effectiviteit). Het ontwikkelen en uitvoeren van deze werkwijze van informatie gestuurd werken en

13

monitoring vraagt specifieke expertise en kost capaciteit. Sinds de zomer van 2023 beschikken wij over een data-analist die ons op dit vlak ondersteunt. 2.1.2

(Meerjarige) projecten en ontwikkelingen vergunningverlening Woningopgave In 2021 is de Omgevingsvisie Mijn Zwolle van morgen 2030 vastgesteld. Tot 2030 willen we jaarlijks 1000 woningen toevoegen aan onze gemeente. Dat doen we om het huidige woningtekort aan te pakken, waarbij we zien dat de vraag blijft toenemen. Met 1000 woningen per jaar tot 2030 willen we het woningtekort op alle fronten aanpakken met onderscheidende woonmilieus en een gevarieerd aanbod voor iedere inkomenscategorie. Een belangrijke keuze daarin is dat we onze opgaven voor meer woningen bijna volledig laten landen in de bestaande stad. We koppelen de woonopgaven ook aan gebieden waar een noodzaak is tot transformatie. De afgelopen jaren wordt het beoogde aantal van 1000 woningen per jaar niet gehaald. In ‘Blijven Bouwen: Zwols Actieplan Woningbouw’ is beschreven met welke strategieën wij als gemeente al actiegericht aan de slag zijn en op korte termijn verder mee aan het werk gaan. Eén van de vijf strategieën is: ‘We brengen ons juridisch instrumentarium verder op orde’. Dit actieplan en deze woningopgave betekent dat wij ook in 2024 rekening moeten houden met een stroom aan aanvragen om omgevingsvergunningen en aan de voorkant meedenken bij de projecten en initiatieven om die procedures soepel te laten verlopen.

Beleid en regelgeving Het opstellen van nieuw gemeentelijk beleid / regelgeving of aanpassing bestaand beleid / regelgeving vraagt om een uitvoerbaarheidstoets door de uitvoerende afdelingen. Daar houden wij in de planning rekening mee, al is niet altijd vooraf goed in te schatten welke capaciteit daarvoor nodig is. Zonder goede toets voorafgaande aan de vaststelling merken wij dat wij bij de uitvoering ervan tegen problemen oplopen. Stikstof De stikstofproblematiek heeft vooral effecten voor de planfase. De impact op het VTHdomein is beperkt. De stikstoftoets maakt onderdeel uit van de toetsing van aanvragen om een omgevingsvergunning. Per aanvraag moet worden beoordeeld of een stikstofberekening moet worden opgesteld om te beoordelen of uitvoering van het plan kan leiden tot significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied. Voor bouwfasen gelden de volgende regels en werkwijze: per project de stikstofdepositie van de bouwfase berekenen, indien mogelijk schoon materieel inzetten en beoordelen of er sprake is van stikstofdepositie en zo ja, wat de gevolgen zijn voor de natuur. Net zoals we dat ook voor de permanente gebruiksfase doen. Uit de berekeningen blijkt vaak dat er geen (significante) toename van de stikstofdepositie plaatsvindt, waardoor stikstof geen belemmering vormt voor de bij de afdeling in behandeling zijnde aanvragen omgevingsvergunningen.

In de gevallen waarin uit de berekening wel een (significante) toename van de stikstofdepositie blijkt en uitvoering van het plan tot significante gevolgen kan leiden voor

14

een Natura 2000-gebied, vragen wij de provincie om een advies en instemming (voorheen: verklaring van geen bedenkingen) – tenzij de initiatiefnemer ervoor kiest om zelf een vergunning voor de Natura 2000-activiteit bij de provincie aan te vragen en de vergunningenprocedures los van elkaar te doorlopen. Uit het voorgaande volgt dat de stikstoftoets tot meer administratieve lasten en vertraging kan leiden en extra capaciteit vraagt, maar dat de impact op het VTH-domein tot dusver relatief beperkt is. 2.1.3

(Meerjarige) projecten en ontwikkelingen toezicht & handhaving (waaronder constructieve veiligheid) Illegale woningsplitsingen Zwolle heeft te maken met een druk op de woningmarkt en dat maakt ook dat wij steeds meer te maken krijgen met het illegaal splitsen van woningen. Hoewel de splitsing van woningen een deel van de vraag naar woonruimte opvangt, heeft het een negatieve invloed op de (brand)veiligheid en leefbaarheid van onze stad. Op 14 mei 2020 is door de raad het paraplubestemmingsplan Zelfstandige woonruimte en de Beleidsregel voor zelfstandige woonruimte vastgesteld, met als doel om overlast als gevolg van het toevoegen van zelfstandige woonruimte(n) te beperken en de kwaliteit van de woningen en de leefomgeving veilig te stellen. Gelet op de impact van illegale woningsplitsingen op de veiligheid en leefbaarheid van onze stad zijn wij in 2021 gestart met het projectmatig handhaven van illegale woningsplitsingen. De gemeenteraad heeft incidentele middelen beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het project. Er is een externe projectleider aangetrokken en er is een plan van aanpak opgesteld. In het Plan van Aanpak werd uitgegaan van circa 80 zaken. Uit nader onderzoek is gebleken dat er nu in totaal 210 dossiers zijn waarbij er een indicatie is dat er illegale woningsplitsing heeft plaatsgevonden.

Van 66 zaken is inmiddels duidelijk dat zij buiten de scope vallen van het project. Bij de overige zaken wordt eerst uitgezocht of de situatie gelegaliseerd kan worden. In 2023 zijn 5 situaties gelegaliseerd met een vergunning. Het afgelopen jaar zijn 53 controles uitgevoerd, is 36 keer een voornemen verstuurd en is tot nu toe 20 keer een last onder dwangsom opgelegd. Eén woning is ontruimd en gesloten vanwege een gevaarlijke situatie. Het is de verwachting dat het project nog zeker 1,5 jaar in beslag zal nemen. Op 4 juli 2023 heeft het college ingestemd met het actieplan Beter Benutten Bestaande Woningvoorraad Zwolle. Het doel van het actieplan is om de mogelijkheden van de bestaande woningvoorraad beter te benutten en in gezamenlijkheid (woningbouwcorporaties, marktpartijen en gemeente) maatregelen door te voeren. Onderdeel daarvan is het op orde brengen van ons instrumentarium, waarbij we onze regelgeving actualiseren. Hierbij wordt ook gekeken naar de hiervoor genoemde Beleidsregel voor zelfstandige woonruimte. In 2024 bekijken wij welke invloed dat heeft op het project illegale woningsplitsingen.

15

Constructieve veiligheid (grote) publiekstoegankelijke gebouwen Breedplaatvloeren Op 22 april 2020 is de Regeling Bouwbesluit met betrekking tot de veiligheid van breedplaatvloeren inwerking getreden. In deze regeling is een gefaseerde onderzoeksplicht opgenomen voor gebouwen met breedplaatvloeren. Inmiddels hebben wij voor Zwolle alle panden in beeld die nader beoordeeld moeten worden. Momenteel geldt nog niet voor al deze panden een onderzoeksverplichting. In 2023 hebben wij de ontwikkelingen op dit onderwerp gevolgd, dat gaf geen aanleiding om nader onderzoek bij panden te (laten) doen. Ook in 2024 blijven wij de ontwikkelingen blijven volgen, maar de verwachting is dat het verder geen specifieke inzet van ons gaat vragen. Periodieke beoordeling constructieve veiligheid voor grote publiekstoegankelijke gebouwen Met het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) worden eigenaren van grote publiekstoegankelijke gebouwen uit de gevolgklasse 3 verplicht om voor hun gebouwen periodiek de constructieve veiligheid te beoordelen volgens de Nederlandse Technische Afspraak (NTA) 8790, die op 4 oktober 2023 is gepubliceerd. De beschreven beoordelingsmethode is echter ook toepasbaar bij bouwwerken waar dit niet verplicht is. Daarmee wordt de zorgplicht van gebouweigenaren concreter ingevuld en het vereenvoudigd de rol van de gemeente als bevoegd gezag.

Onderzoek vloerproblematiek van MuWi – Scholen Begin juli 2023 is het verzoek van de minister van BZK binnengekomen om scholen waarin het MuWi-systeem is toegepast te gaan onderzoeken en controleren. Het gaat over een bouwsysteem dat tot globaal 1973 werd toegepast. In 2024 gaan wij voor Zwolle in beeld brengen welke scholen ter plaatse gecontroleerd moeten worden. Bouw en sloopveiligheid Veiligheid is een belangrijk thema in ons uitvoeringsbeleid. Op basis van ons uitvoeringsbeleid en beschikbare capaciteit moeten wij echter wel prioriteiten stellen. Binnen de organisatie bestaat de behoefte om meer te gaan werken met BLVC plannen. BLVC staat voor Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie. In een BLVC-plan zijn maatregelen, verantwoordelijkheden en afspraken beschreven rondom bouwprojecten. Vanuit VTH is in kaart gebracht wat een dergelijke aanpak betekent voor de VTHwerkzaamheden. Niet alle aspecten die in een BLVC-plan staan zijn juridisch afdwingbaar en toezicht en handhaving op die onderdelen is daarmee ook niet mogelijk. Op basis van het huidige Bouwbesluit 2012 (onder de Omgevingswet Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) kan alleen als het gaat om het uitvoeren van bouw- en sloopwerkwerkzaamheden om een veiligheidsplan worden gevraagd. Op dit moment wordt daar minimaal gebruik van gemaakt. Er zijn ook geen specifieke normen voor een Veiligheidsplan.

Er is sprake van een dynamisch uitvoeringsproces, waarbij bij verschillende fasen (zoals sloop, ruwbouw, afbouw) verschillende veiligheidsvraagstukken spelen. Op het gebied van bouw- en sloopveiligheid is tot op heden binnen de afdeling Fysieke Leefomgeving geen specifieke deskundigheid en ook

16

geen gelabelde capaciteit voor beoordeling en toezicht en handhaving op bouw- en sloopveiligheidsplannen aanwezig. Het toepassen van BLVC plannen is slechts mogelijk als het als een project wordt opgepakt en er vooraf voldoende capaciteit wordt vrijgemaakt bij alle disciplines die betrokken zijn. In 2023 zijn de kaders voor hoe in Zwolle om te gaan met BLVC verder uitgewerkt. Er is een projectgroep samengesteld en binnen deze projectgroep is een document opgesteld met de randvoorwaarden welke voor Zwolle belangrijk zijn. Dit document vraagt nog een nadere uitwerking. Vooral het juridisch kader om een BLVC plan te kunnen eisen bij projecten is nog een uitdaging. Het bouw en sloop gedeelte is geregeld in het Bouwbesluit (straks Bbl) maar vooral bereikbaarheid en communicatie is lastig om goed te borgen. Mogelijk dat de invoering van de Omgevingswet ons hier nog handvaten bij geeft. In 2024 zal het verder uitgewerkt moeten worden om tot een werkbaar document te komen. Handhaving Energielabel C kantoren Sinds 1 januari 2023 moeten kantoorgebouwen groter dan 100 m² energielabel C of beter hebben om nog als kantoor gebruikt te mogen worden. Dat is vastgelegd in het Bouwbesluit 2012 (en straks onder de Ow in het Besluit bouwwerken leefomgeving). Dit geldt voor kantoren van derden maar ook voor ons eigen gemeentelijk vastgoed.

Op basis van gegevens van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (NVO) blijkt dat pas 45% van alle kantoren in Nederland voldoet. Sinds 1 januari 2023 is de gemeente en in sommige gevallen de provincie het bevoegde gezag om toe te zien op de naleving van deze energielabelplicht. In het VTH programma 2023 was hiervoor geen capaciteit geraamd, omdat wij gelet op de geringe beschikbare capaciteit bij Toezicht scherpe keuzes moeten maken. Mede om die reden zijn wij, net als de meeste gemeenten in IJsselland, in 2023 in gesprek gegaan met de OD om deze werkzaamheden door hen uit te laten voeren. Bij de OD zit expertise wat betreft energie bij bedrijven. Dat heeft geleid tot een projectvoorstel. Het overleg over de start uitvoering heeft helaas de nodige tijd in beslag genomen, omdat eerst moest worden bekeken wat nodig is om de OD deze nieuwe, bouw gerelateerde taak, uit te laten voeren. Om die reden is in 2023 nog niet de uitvoering gestart. Onlangs heeft het bestuur van de OD besloten deze taak als nieuwe taak voor de deelnemers die daarom verzoeken uit te willen voeren. Als Zwolle maken we daar gebruik van. De OD zal in 2024 voor de starten met deze werkzaamheden. Via de algemene uitkering ontvangen gemeenten tot 2030 compensatie voor de handhavingslasten. Het gaat voor Zwolle om een bedrag van ca. € 12.000,-- per jaar voor de periode 2022 – 2025, later minder.

Deze middelen zetten we in voor toezicht en handhaving van de energielabelplicht kantoren. Daarnaast is met het raadsbesluit Besteding SPUK-middelen ambtelijke kosten klimaatakkoord van 17 juli 2023 aanvullend budget beschikbaar gekomen. Grip op zorg Zwolle is een inclusieve stad waar alle inwoners gelijke kansen hebben om mee te doen, ook mensen met een beperking, die ondersteund worden om zo zelfstandig mogelijk te

17

wonen. Dit geldt ook voor mensen met een beperking waarvan sommigen samenwonen in kleine groepen in woonzorgprojecten. Een aantal van deze woningzorgprojecten veroorzaken echter in meer of mindere mate overlast voor de buurt en de raad heeft op 29 november 2021 een motie aangenomen om te onderzoeken hoe er meer grip en sturing mogelijk is bij de toekenning van zorgwoningen. (Motie M 17-2 vreemd aan de orde van de dag “Zorgwoningen en zorgelijke zorgaanbieders”). Aan deze opdracht is vervolg gegeven door met een breed samengestelde werkgroep te onderzoeken hoe we de overlast kunnen tegengaan. Dit heeft op 27 november 2023 geresulteerd in een raadsbesluit dat er in ieder geval tot het derde kwartaal van 2024 geen specifieke vergunningplicht voor zorgwonen wordt ingesteld.

2.2

Omgevingsrecht milieu (OD-taken) VTH-uitvoeringsprogramma IJsselland 2024 Voor de OD-taken geldt een wettelijke verplichting om te komen tot een regionaal uitvoeringsprogramma. Wij hebben van de OD op 16 november jl. het definitief ambtelijk concept van het VTH-uitvoeringsprogramma 2024 Omgevingsdienst IJsselland (hierna: UVP 2024) ontvangen. De daarin opgenomen VTH-taken hebben wij voor zover mogelijk in verkorte vorm opgenomen in de productbladen van dit document en daarin verwijzen wij naar het UVP 2024. Het UVP 2024 inclusief jaaropdracht is als bijlage III toegevoegd. In het UVP 2024 is per taakveld of thema het doel beschreven en vervolgens wat er wordt gedaan om bij te dragen aan het behalen van dat doel. Waar mogelijk wordt hier een directe verbinding gelegd met de per taakveld beschikbare uitvoeringsformatie. VTH-jaarverslag IJsselland 2022 en 2023 Voor het jaarverslag geldt er geen wettelijke verplichting om te komen tot een regionaal jaarverslag. Voor ons jaarverslag 2023 OD-taken baseren wij ons vooral op de najaarsbestuursrapportage 2023 en de maandelijkse voortgangsrapportages, zoals wij die van de OD hebben ontvangen. Op 7 april 2023 heeft het IBT de gemeenten aangegeven dat ook het VTH jaarverslag OD-taken voor 1 april van het daarop volgende jaar door de colleges vastgesteld moet worden.

Ons college heeft in december 2022 in de productbladen milieu van ons VTH omgevingsrecht jaarverslag 2023 en programma 2024 op basis van de maandelijkse voortgangsrapportages e.d. ook verslag gedaan van de milieutaken in 2022. Het was niet mogelijk om het VTH jaarslag 2022 Omgevingsdienst IJsselland voor 1 april 2023 vast te stellen. Het definitieve VTH jaarverslag 2022 Omgevingsdienst IJsselland is pas op 20 juli 2023 door het Algemeen Bestuur van de OD vastgesteld. Ons college heeft via de annotatie AB van 20 juli jl. kennisgenomen van het OD jaarverslag. Het OD jaarverslag 2023 gaf geen aanleiding om het vastgestelde uitvoeringsprogramma 2024 bij te stellen. Ook nu doen wij in ieder geval in de productbladen milieu van ons VTH omgevingsrecht jaarverslag 2023 & programma 2024 alvast verslag van de uitvoering van de milieutaken

18

in 2023. Zodra het definitieve VTH jaarverslag 2023 Omgevingsdienst IJsselland door het AB van de OD is vastgesteld, zullen wij daar een besluit over nemen. Interbestuurlijk programma versterking VTH stelsel (IBP-VTH) Op nationaal niveau is het IBP-VTH, een vervolg op de tien aanbevelingen van de commissie Van Aartsen, vol in uitvoering. De OD neemt daar actief aan deel en krijgt ook extra middelen om de dienst te versterken en door te ontwikkelen. Als onderdeel van het IBP-VTH zijn robuustheidscriteria opgesteld waaraan een omgevingsdienst moet voldoen. Deze criteria gaan over effectiviteit, ontwikkelvermogen, wendbaarheid en efficiency en zijn vertaald naar zes kritische prestatie-indicatoren (kpi’s). Op dit moment voldoet de OD niet aan alle kpi’s, met als belangrijkste onderdeel de omvang van het regionaal werkprogramma (minimaal € 16,5 miljoen, bij de OD is die circa € 13 miljoen). De OD gaat in 2024 een plan van aanpak schrijven om aan de kpi’s te kunnen voldoen. Mogelijk dat het voldoen aan de robuustheidscriteria gevolgen heeft voor de aard en omvang van de door de partners ingebrachte werkzaamheden. Programma Samen Toekomstbestendig Omgevingsdienst IJsselland De OD is in 2021 gestart met het Programma Samen Toekomstbestendig, met als doel de organisatie verder door te ontwikkelen.

Vanuit het programma Samen Toekomstbestendig, dat begrotingstechnisch vanaf 2023 effectief is geworden, is veel in gang gezet en wordt een robuuste basis gelegd voor de toekomst. Inmiddels zit het programma in de implementatiefase. Nieuwe urenplanning Vanaf de start van de OD in 2018 tot en met 2022 was er sprake van beduidende scheefgroei in geraamde versus gerealiseerde uren voor de deelnemers. In de begroting 2023 en 2024 van de OD is de herijking van de financiering verwerkt en zijn de benodigde en beschikbare formatie en financiële middelen vermeld. Het UVP 2023 en ook het UVP 2024 is daarop gebaseerd. Het programma ‘Samen Toekomstbestendig’ van de OD leidde tot een meer objectieve vaststelling van de benodigde ureninzet per taakveld en deelnemer. Meerwerkopdrachten zijn bespreekbaar als het tijdig wordt aangekaart, benodigde middelen beschikbaar zijn en de OD kan zorgen voor de benodigde bemensing. Op 5 oktober 2023 heeft het AB daarvoor het “afwegingskader voor nieuwe facultatieve taken” vastgesteld. Doorontwikkeling Het Programma Samen Toekomstbestendig is niet alleen financieel van aard. De doorontwikkeling van de OD stelt het effect van het werk van de dienst voorop. Dat vraagt om een meer risico- en datagerichte manier van werken. Regionaal programmeren met oog voor lokale wensen en ambities is beter voor de kwaliteit en de efficiency van de uitvoering.

Vanuit een regionale blik wordt gekeken hoe de uren worden ingezet: wat zijn de belangrijkste issues, waar valt het meeste milieurendement te halen en hoe kan de OD dat logistiek gezien het beste organiseren.

19

In 2023 is de OD gestart met een regionale pilot risico- en datagericht werken bij de voedingsmiddelenindustrie. De regionale aanpak met onder meer ketentoezicht en themacontroles wordt in 2024 gecontinueerd. Verbetering monitoring OD-taken (uitvoering verbeterpunt IBT) Het verbeteren van de monitoring is een aandachtspunt. Ook in het kleurbeeld Wabo 2023 heeft het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) als één van de verbeterpunten meegegeven: werk in 2023 aan de verbetering van de monitoring. Alle IJssellandse gemeenten hebben dit als verbeterpunt meegekregen. In gezamenlijkheid (OD, OD-partners en IBT) wordt gewerkt aan een verbeterslag. In het kader van het project datakwaliteit heeft de OD ook in 2023 inzet gepleegd op het verbeteren van de data en de presentatie daarvan. Het bedrijvenbestand is één van de belangrijkste pijlers van deze datakwaliteit. Ook is gewerkt aan een steeds nauwkeuriger manier van tijdschrijven en het monitoren van de prestatie indicatoren zoals opgenomen in het uniform VTH-beleid OD-taken. Dit maakt ook onderdeel uit van spoor 1 van het Programma Samen Toekomstbestendig en krijgt in 2024 een vervolg. Ook de regionale en branchegerichte aanpak (zie hiervoor) draagt bij aan een datagerichte manier van werken, waarmee ook een verbeterslag in de monitoring kan worden gemaakt.

Risicoanalyse en VTH-beleid In 2022 is de regionale Risicotool, versie 1.0, vastgesteld. De OD heeft samen met Omgevingsdienst Twente in 2023 een vervolgslag gemaakt om deze geschikt te maken voor milieutaken, ook onder de Omgevingswet. Deze aangescherpte risicotool is in juli 2023 beschikbaar gekomen en vormt de basis voor het UVP 2024 van de OD. In het kader van het duurzaam up-to-date houden van het bedrijvenbestand zijn ook in 2024 uren gereserveerd om de actualiteit van het bedrijvenbestand blijvend te monitoren door onder andere gevelcontroles. Sinds 2022 is een regionale werkgroep bezig met het actualiseren van het huidige regionale VTH-beleid OD-taken, rekening houdend met de Omgevingswet en de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen in het adviesrapport “Om de leefomgeving”. Er ligt inmiddels een definitief concept dat naar verwachting in het eerste kwartaal van 2024 kan worden vastgesteld. Energiebesparingsaanpak bedrijven De OD voert diverse wettelijke energie gerelateerde werkzaamheden uit die een bijdrage leveren aan de duurzaamheidsambities van de partners en de energietransitie in WestOverijssel. De OD heeft afgelopen jaren toezichthouders opgeleid om die specialistische taken uit te voeren en bij verschillende categorieën van bedrijven gerichte energiecontroles uit te voeren.

Ook de nieuwe landelijke regeling over de Informatieplicht energiebedrijven voert de OD uit. Sinds 2020 hebben wij, net als de andere partners in de regio IJsselland, tijdelijk extra financiële middelen beschikbaar gesteld voor projectmatige aanpak van het energietoezicht in onze regio. Daarmee is ook uitvoering gegeven aan het

20

Energie & Duurzaamheid Uitvoeringsplan 2022 – 2023. Vanaf 2024 zijn dit structurele taken, die onderdeel uitmaken van de begroting en jaaropdracht. Daarnaast voert de OD ook extra energietaken uit die via de landelijke specifieke uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK-THE) worden gefinancierd. Omgevingswet Ook de OD heeft zich voorbereid op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Zij voeren de maatregelen uit die zijn opgenomen in het (aangepaste) Projectplan Implementatie Omgevingswet. De capaciteit die daarmee gemoeid is wordt deels gedekt uit extra beschikbaar gestelde middelen door de deelnemers.

21

3

Productbladen

3.1

Taakveld bouwen & RO

3.1.1

Vooroverleg Begrotingsdoel(en) Beleidsdoel(en)

Indicator/ indicatoren Programma 2023

Doel 6.1.3: We zorgen voor een flexibel maar helder wettelijk kader en adequaat instrumentarium. Door het geven van informatie en het aan de voorkant vaststellen van de haalbaarheid van een eventuele aanvraag, de haalbaarheid te vergroten (zoeken naar een oplossing) en de noodzaak van een vergunning in te schatten. Dit bespaart tijd en kosten voor beide partijen. Aantal ingediende en afgehandelde adviesvragen/informatieverzoeken vanuit de spreekbox, via de website en het KCC (streefwaarde 100%). • 10 adviesvragen vanuit de spreekbox; • 1500 adviesvragen via onze website en het KCC. Resultaten

Een initiatiefnemer kan ervoor kiezen om nog voor het indienen van een aanvraag om omgevingsvergunning, met ons in overleg te gaan om te kijken wat de haalbaarheid van de plannen zijn. Het mes snijdt daarbij aan twee kanten: de behandeling van aanvragen waarbij vooroverleg heeft plaatsgevonden kosten gemiddeld minder tijd dan aanvragen waarbij geen vooroverleg heeft plaatsgevonden. Daarnaast weet de initiatiefnemer waar hij aan toe is. Half maart 2020 is vanwege de lockdown door het coronavirus besloten de spreekbox voorlopig te sluiten. De adviesvragen worden sindsdien uitsluitend telefonisch, per post of digitaal gesteld. Ten behoeve van het beantwoorden van de verzoeken wordt gekeken naar de meest geëigende weg: telefonisch, mail, via Teams of een afspraak op locatie. Het afgelopen jaar hebben wij in het kader van vooroverleg 1229 contactverzoeken en informatieverzoeken via de telefoon, email en website ontvangen en afgehandeld. Het aantal interne adviesverzoeken en rechtstreeks contact per mail en telefonisch met initiatiefnemers, buiten onze registraties om, wordt niet gemonitord. Ook de mogelijkheid van het indienen van een conceptaanvraag is een vorm van vooroverleg. Dit onderdeel is verder uitgewerkt in de volgende paragraaf.

22

Evaluatie: resultaten bijgedragen aan behalen doelen?

Programma 2024 Urenbegroting 2024

Het totaal aantal ingediende en afgehandelde contact- en informatieverzoeken ligt in 2023 iets lager dan het geprogrammeerde aantal. Waarschijnlijk dat afnemende bouwinitiatieven hiervan de oorzaak zijn. Wel is duidelijk dat deze vorm van dienstverlening in een behoefte voorziet. Nu duidelijk is dat de Ow en Wkb in 2024 in werking treden verwachten wij in 2024 een toename van het aantal verzoeken en om die reden gaan wij in het programma 2024 opnieuw uit van 1500 (en stellen wij het niet op basis van het aantal van 2023 naar beneden bij). • 10 adviesvragen vanuit de spreekbox; • 15002 adviesvragen via onze website en het KCC. Het bouwteam vergunningen is ‘producteigenaar’. In de urenbegroting voor 2024 is 1310 uur gereserveerd voor de uitvoering (0,99 Fte). Daarnaast zijn voor 2024 voor de afdeling extra incidentele middelen beschikbaar om de implementatie van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen te dekken (zie ook paragraaf 2.1.2). Deze kan onder andere worden benut voor het behandelen van contact- en informatieverzoeken als de hiervoor genoemde uren niet toereikend blijken te zijn.

3.1.2

(Concept)aanvragen + toezicht en handhaving op omgevingsvergunningen: bouw, RO, aanleg, monument, sloopmeldingen, sloopvergunningen bouw, reclame, kap en uitweg. Begrotingsdoel(en)

Beleidsdoel(en)

- Doel 6.1.3: We zorgen voor een flexibel maar helder wettelijk kader en adequaat instrumentarium. - Doel 7.2.2: We versterken de fysieke veiligheid door het voorkomen en tegengaan van branden, ongevallen, rampen, crisis en gevoelens die daarmee samenhangen. 1) Het bevorderen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, veiligheid, leefbaarheid en gezondheid door het toetsen van plannen en meldingen aan de geldende regelgeving en daar waar mogelijk maatwerk te leveren. 2) Het waarborgen van de veiligheid en gezondheid van de bewoners en gebruikers van panden, alsmede het voorkomen van aantasting van de leefomgevingskwaliteit tijdens de realisatie. 3) Het beperken van discrepanties tussen het archief en het gerealiseerde. 4) Het stimuleren van het (spontane) naleefgedrag.

2 Als gevolg van de invoering per 1 januari 2024 van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=2506f74d-e860-47df-97a7-55f4ccf19279