CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. VTH omgevingsrecht jaarverslag 2022 en programma 2023

Raad Besluitvormingsronde 13 februari 2023, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vergunningen, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht jaarverslag 2022 & programma 202317.983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

55

Perspectief Fysieke Leefomgeving Stadskantoor Lübeckplein 2 Postbus 10007 8000 GA Zwolle Telefoon 14038 postbus@zwolle.nl www.zwolle.nl

Vergunningen, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht Jaarverslag 2022 & programma 2023

Versie: Datum:

1.0 30 november 2022

Voorwoord We leven in een dynamische wereld en dat heeft ook zijn effect op het werkveld van vergunningverlening, toezicht en handhaving (hierna: VTH) van het Omgevingsrecht. We kunnen niet alles voorzien en daardoor nooit volledig inschatten wat er in het komende jaar op ons af komt. Zo moest er in 2022 gezocht worden naar noodopvang voor vluchtelingen uit Oekraïne en is pas onlangs besloten tot nieuw uitstel van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ook het ‘nieuwe normaal’, waarbij we onder andere meer thuiswerken, heeft impact op onze samenleving en economie en daarmee ook op het VTH-domein. In onze terugblik wordt dit inzichtelijk. Bij het vooruitkijken naar 2023 staat vooral de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen centraal.

Nieuw coalitieakkoord Samen naar een waarde(n)volle toekomst voor Zwolle. Dat is het motto van het nieuwe coalitieakkoord. De nieuwe coalitie bouwt verder aan een duurzame, sociale inclusieve stad, die groeit met behoud van de menselijke maat en de kwaliteit van leven. Want dat is de kracht van de stad. Met het instrumentarium van het VTH-domein dragen wij bij aan de doelen en uitdagingen van het nieuwe akkoord. Een van de uitdagingen is de bouw van voldoende nieuwe en betaalbare woningen, met een extra inzet op de bouw van flexwoningen. Een andere grote uitdaging is de klimaatcrisis, die om een versnelling vraagt van de energietransitie. Daarnaast wordt de komende jaren gewerkt aan de kwaliteit van de stad en grote gebiedsontwikkelingen, zoals de Spoorzone, Nieuwe Veemarkt en Zwartewaterzone. De uitvoering van onze VTH-taken hangt direct samen met de staat van onze samenleving en economie en heeft het belang van een adequate uitvoering van die taken voor onze samenleving meer dan ooit onderstreept.

Jaarverslag en programma Dit jaarverslag en programma ziet op de verantwoording en programmering van de uitvoering van de taken ten aanzien van de vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht (zoals bouw, milieu, reclame en kap). Omdat we nooit volledig kunnen inschatten wat er in het komende jaar op ons af komt wordt er altijd veel flexibiliteit van ons gevraagd. Flexibiliteit is daarmee een belangrijke voorwaarde voor een adequate taakuitvoering. Voor wat betreft de verantwoording over het jaar 2022 ontkomen wij er niet aan dat het coronavirus nog steeds benoemd wordt in de verslaglegging, hoewel er in het VTHdomein ook veel andere zaken spelen en gespeeld hebben die - ook in deze tijd - zeker het benoemen waard zijn. Denk hierbij aan de stikstofcrisis, de energiecrisis en de krapte op de arbeidsmarkt.

1

In 2023 hebben we binnen het omgevingsrecht twee grote opgaven die, naast de reguliere VTH-taken veel inzet vragen. Ten eerste is 2023 het jaar van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. We bereiden ons met behulp van het programma Omgevingswet daar goed op voor en met name in de eerste helft van het jaar, vooral ook met opleidingen en trainingen. Ten tweede is 2023 ook het jaar van de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Deze wet maakt dat wij – kortgezegd - voor wat betreft een aantal categorieën bouwwerken fundamenteel anders gaan werken omdat een private partij de kwaliteit moet gaan borgen maar wij handhavend moeten optreden wanneer deze private partij constateert dat er niet conform de regelgeving is gebouwd.

2

Inhoud 1 1.1 1.1.1 1.1.2 1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3 1.3

Sturen op impact Waarom een VTH jaarverslag- en programma? Een gecombineerd jaarverslag en programma Leidraad om te kunnen sturen op impact in het VTH-domein Taken Wet- en regelgeving Partners bij de uitvoering van de VTH-taken omgevingsrecht Borging kwaliteit werkzaamheden Afbakening

4 4 4 4 5 5 6 7 8

2 2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3

Projecten & ontwikkelingen Wabo (thuistaken) (Meerjarige) projecten en ontwikkelingen team-overstijgend (Meerjarige) projecten en ontwikkelingen vergunningverlening (Meerjarige) projecten en ontwikkelingen toezicht & handhaving (waaronder constructieve veiligheid) Wabo (OD-taken milieu)

9 9 9 13

2.2 3 3.1 3.1.1 3.1.2

3.1.3 3.1.4 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3

Productbladen Taakveld bouwen & RO Vooroverleg (Concept)aanvragen + toezicht en handhaving op omgevingsvergunningen: bouw, RO, aanleg, monument, sloopmeldingen, sloopvergunningen bouw, reclame, kap en uitweg. Ambtshalve handhaving, handhavingsverzoeken, meldingen en klachten. (Concept)aanvragen + toezicht en handhaving op omgevingsvergunningen en meldingen brandveilig gebruik. Taakveld milieu (OD-taken) Vergunningverlening + toezicht en handhaving milieu. Specialistische taken milieu. Energiebesparingsaanpak bij bedrijven.

14 17 21 21 21

22 31 33 37 38 44 47

Bijlage I: Kwaliteitscriteria 2.2

50

Bijlage II: VTH Uitvoeringsprogramma 2022 Samen Toekomstbestendig Omgevingsdienst IJsselland

54

3

1

Sturen op impact

1.1

Waarom een VTH jaarverslag- en programma?

1.1.1

Een gecombineerd jaarverslag en programma Het opstellen van een jaarverslag en een programma voor de uitvoering van de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) omgevingsrecht (de zogenaamde Wabo-taken1) is - naast het opstellen van een beleidsplan voor dat taakveld - een wettelijke verplichting. Het is een proceseis, dat onderdeel uitmaakt van de sluitende VTH beleid- en uitvoeringscyclus. Het programma omvat altijd één kalenderjaar en moet vóór het nieuwe kalenderjaar door ons zijn vastgesteld (dus het programma voor 2023 moet in 2022 zijn vastgesteld). Het jaarverslag omvat ook altijd één kalenderjaar en moet voor 1 april worden vastgesteld in het daaropvolgende jaar (dus vóór 1 april 2023 moet er door ons verantwoording worden afgelegd over 2022). Voor het gericht opstellen van het programma voor volgend jaar is het nodig om het afgelopen jaar te evalueren op basis van kwalitatieve en kwantitatieve gegevens. De ervaring leert dat de gegevens die wij daarvoor gebruiken, beperkt verschillen met de gegevens die wij uiteindelijk gebruiken voor onze definitieve verantwoording in het jaarverslag. Met ingang van 2021 hebben wij er daarom voor gekozen om het jaarverslag en het programma te combineren in één document.

Dit is daarmee de derde keer dat wij een gecombineerd document opstellen Deze keuze is niet alleen ingegeven vanuit een efficiëntieslag, het maakt ook dat wij de beleids- en uitvoeringscyclus nog beter zichtbaar sluitend kunnen maken.

1.1.2

Leidraad om te kunnen sturen op impact in het VTH-domein In het vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) programma 2022 hebben wij vastgelegd welke taken en andere werkzaamheden wij op het gebied van het VTHdomein in 2022 zouden uitvoeren, waar we op in zouden zetten en wat wij daarmee wilden bereiken. Met dit document maken wij inzichtelijk welke taken er het afgelopen jaar zijn uitgevoerd die niet voorzien waren en hoe wij de aan ons toevertrouwde VTH-taken in 2022 concreet hebben uitgevoerd. Dat laatste zetten wij af tegen het programma van 2022 om vervolgens te kunnen concluderen of: • met de gedane inspanningen onze begrotings- en beleidsdoelen zijn bereikt, • dan wel is bijgedragen aan het op termijn behalen van die doelen, • er aanleiding is om de doelen, werkwijze en/of inzet bij te stellen. Met behulp van deze cyclus monitoren we of we op de korte, middel en lange termijn de juiste keuzes hebben gemaakt en of we die keuzes ook zoals beoogd ten uitvoer brengen. Het verantwoording afleggen over het afgelopen jaar is daarmee een Hiermee doelen wij zowel op de taken die namens ons worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst IJsselland (OD) als de taken die wij zelf uitvoeren, de zogenaamde ‘Wabo-thuistaken’. 1

4

belangrijk middel om inzicht te krijgen in de vraag of de gemaakte keuzes voor het jaar 2022 de beoogde impact in het VTH omgevingsrecht-domein hebben gehad. Het reflecteren op het voorgaande VTH-jaar zien wij daarom niet alleen als een waardevol onderdeel van de professionele praktijk maar vooral ook als belangrijke input voor het programma voor 2023. Want om onze ambities en doelen waar te maken, een goede partner te blijven en het hoofd te bieden aan de vele ontwikkelingen die in snel tempo op ons afkomen, zijn helderheid, visie en tijdig anticiperen cruciaal. Wat betekenen de ontwikkelingen voor de organisatie? Welke kansen en bedreigingen zijn er? Welk risico lopen we als we iets niet doen? Terugblikkend op het afgelopen jaar: moet er het komende jaar bijgestuurd worden om de gestelde doelen en ambities waar te maken? Het resultaat van de beantwoording van onder andere die vragen heeft geleid tot de in dit document verankerde programmering voor volgend jaar. We hebben in hoofdstuk 2 benoemd aan welke (meerjarige) projecten we (ook) in 2023 werken en welke ontwikkelingen van invloed zijn op de uitvoering van onze kerntaken. Deze kerntaken hebben wij in een aantal ‘productbladen’ gevat.

In deze productbladen staan we stil bij de begrotings- en beleidsdoelen voor de betreffende kerntaken, blikken we terug op de programmering voor 2022, presenteren we de resultaten over 2022 en voeren we een korte evaluatie uit waarin we de resultaten over 2022 afzetten tegen de gestelde doelen en conclusies trekken. Op basis daarvan komen wij tot een programmering voor 2023. Dit document vormt daarmee voor ons een belangrijke leidraad voor onze inzet in 2023 en de monitoring daarvan gedurende het jaar, waarbij wij in verband met de mogelijke inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen wel een slag om de arm moeten houden.

1.2

Taken

1.2.1

Wet- en regelgeving Er is veel landelijke en gemeentelijke wet- en regelgeving waar de bevoegdheden en verplichtingen voor de uitvoering van VTH-taken omgevingsrecht uit voortvloeien. Het benoemen van alle VTH-taken voert - gelet op het aantal - op deze plaats te ver. Wij volstaan daarom met een verwijzing naar de in de productbladen vermelde taken. In aanvulling op de productbladen, zetten wij hierna de belangrijkste relevante wet- en regelgeving ten aanzien van de VTH-taken omgevingsrecht op een rij. Bouwen/ruimtelijke ordening Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Besluit omgevingsrecht, Ministeriële regeling omgevingsrecht. Bouwbesluit 2012 Bestemmingsplannen Bouwverordening 2015 Woningwet

Welstandsnota 2019

Wet ruimtelijke ordening Monumentenwet 1988 Erfgoedverordening Zwolle 2010 Bomenverordening 2021 Crisis- en herstelwet

5

Milieu Wet milieubeheer Activiteitenbesluit Wet bodembescherming

Asbestverwijderingsbesluit 2005 Besluit bodemkwaliteit

Stelsel Omgevingswet (naar verwachting vanaf 1 juli 2023 2) Omgevingswet Aanvullingssporen (bodem, geluid, grondeigendom, natuur) Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Omgevingsregeling Omgevingsbesluit (Ob) Omgevingsvisie Mijn Zwolle van morgen 2030 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Omgevingsplan van rechtswege (incl. bruidsschat) Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) 1.2.2

Partners bij de uitvoering van de VTH-taken omgevingsrecht Veiligheidsregio IJsselland De brandweer IJsselland brengt advies uit over bouwplannen die passen binnen de toetsingslijst van complexe bouwwerken van de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding. De brandweer kan tevens op verzoek van een toezichthouder bij complexe bouwplannen of complexe controles op brandveilig gebruik worden ingeschakeld om mee te gaan op controle, een overleg ten aanzien van deze onderwerpen bij te wonen of documenten te beoordelen. Omgevingsdienst IJsselland (OD) De Omgevingsdienst IJsselland voert de IJssellandse variant van het basistakenpakket (milieu) uit. Deze keuze omvat alle uitvoerende milieutaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving en een aantal specialistische taken. Hieronder vallen geluid, bodem en asbest. GGD IJsselland Binnen het stelsel Omgevingswet is meer aandacht voor gezondheid. Door de leefomgeving gezond in te richten kan gezondheidswinst worden geboekt, naast dat het beschermt tegen negatieve omgevingsvloeden. De GGD kan op verzoek advies uitbrengen bij het opstellen van beleid en vergunningsaanvragen waarbij gezondheid een duidelijke rol speelt. Ketensamenwerking Binnen het stelsel Omgevingswet wordt integrale advisering en daarmee ketensamenwerking nog belangrijker.

Om ervoor te zorgen dat iedereen goed met elkaar kan werken binnen de hele keten, is het ten eerste belangrijk om de techniek op 2 Datum genoemd in de Voortgangsbrief Omgevingswet oktober 2022 van de Minister van VRO. De

definitieve datum volgt uit het te nemen Koninklijk Besluit door de beide Kamers. Duidelijkheid hierover ontstaat naar verwachting in het eerste kwartaal 2023.

6

orde te hebben en ten tweede om goede afspraken te maken hoe je met elkaar samenwerkt. Als Zwolle nemen wij deel aan het Omgevingsplatform IJsselland, waarbij de partners in de regio samen kijken wat nodig is voor een werkende keten. De keten omvat alle processen waarbij systemen worden gebruikt om de gegevens uit te wisselen. Van planvorming tot en met de afhandeling van aanvragen. Zo is in 2021 gestart met de omgevingstafel en zijn in 2022 werkinstructies opgesteld voor het vergunningenproces. Ook hebben in 2021 en 2022 ketentesten plaatsgevonden, waarbij zowel naar de techniek (Omgevingsloket, lokale zaaksystemen) als naar inhoud (toepasbare regels, werkafspraken e.d.) wordt gekeken. De eerste helft van 2023 staat in het teken van Indringend Ketentesten (IKT). Het doel van IKT is om kort-cyclisch vast te stellen wat goed werkt in de gehele keten van het Digitaal Stelsel Omgevingsrecht (hierna: DSO) en wat nog niet, uitgaande van de minimale vereisten voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 1.2.3

Borging kwaliteit werkzaamheden Kwaliteitscriteria 2.3. Een belangrijk instrument om de kwaliteit binnen het omgevingsrecht-domein te borgen en te bevorderen zijn de VTH-kwaliteitscriteria. In dat kader heeft de raad in 2016 de Verordening kwaliteit omgevingsrecht Zwolle vastgesteld, gebaseerd op de kwaliteitscriteria versie 2.1. In juli 2019 is een nieuwe set kwaliteitscriteria (versie 2.2) verschenen, in april 2022 is deze set juridisch en qua terminologie geactualiseerd, zodat deze aansluit op de Omgevingswet (versie 2.3). Daarnaast zijn in september 2022 nieuwe competentieprofielen toegevoegd aan de kwaliteitscriteria (versie 2.3, deel D). In 2021 is al in kaart gebracht in hoeverre de medewerkers binnen het VTH-domein voldoen aan 5 binnen onze afdeling uitgevoerde deskundigheidsgebieden. Hierbij is ook geanticipeerd op de benodigde competenties van een omgevingsadviseur. Voor de overige 22 gebieden ligt het grootste gedeelte binnen het takenveld van de Omgevingsdienst en een klein deel binnen het takenveld van andere afdelingen van de gemeente. De Omgevingsdienst IJsselland kan met de applicatie ‘de Inzetbaarheidsmonitor’ inzichtelijk maken hoe zij als organisatie voldoen aan de kwaliteitscriteria. Voor de andere deskundigheidgebieden binnen onze eigen organisatie beraden wij ons over een vervolg.

In bijlage I is in een tabel aangegeven hoe Zwolle er op dit moment voor staat met betrekking tot de nu geldende kwaliteitscriteria 2.2 Ter voorbereiding op de Omgevingswet wordt nog in 2023 de vernieuwde Verordening uitvoering en handhaving (landelijk gehanteerde nieuwe titel voor de Verordening kwaliteit) ter vaststelling voorgelegd aan de raad. Daarbij betrekken wij ook de zelfevaluatie op basis van het stappenplan competentieprofielen (versie 2.3, deel D). VTH-beleid thuistaken Ieder bevoegd gezag moet voor de VTH-thuistaken omgevingsrecht een VTHbeleidsplan opstellen. Op 25 mei 2021 is het VTH-beleidsplan Wabo thuistaken 20212022 vastgesteld. In het betreffende beleidsplan hebben wij enkel de huidige werkwijze en keuzes verankerd. In opmaat naar de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging

7

voor het bouwen moet dit beleid worden geactualiseerd/herzien met de geactualiseerde risicoanalyse als basis. In 2023 pakken wij die actualisatie op. Actualisering risicoanalyse Het VTH-beleid voor de Wabo-taken (zowel de ‘thuistaken’ als de OD-taken) moet gebaseerd zijn op een actuele risicoanalyse. In regionaal verband is geconstateerd dat de huidige risicoanalyse aan actualisatie en vernieuwing toe is, mede gelet op de aanstaande Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en het kunnen werken met risicogerichte criteria (bijvoorbeeld naleefgedrag). In september 2020 is het in regionaal verband aanbesteden van de levering van een risicotool gestart. Begin 2022 is de risicotool versie 1.0 voor de VTH-taken die worden uitgevoerd door de omgevingsdienst (OD-taken) opgeleverd. De OD werkt samen met de OD Twente aan een doorontwikkeling ervan. Eind 2021 is ook besloten tot de aanschaf inclusief procesbegeleiding van het besturingsmodel voor de VTH-thuistaken, bestaande uit een risicomodule en een besturingsmodule. In 2022 is gestart met het vullen van de risicomodule, het vullen van de besturingsmodule loopt door tot in 2023. Het is de bedoeling om het besturingsmodel in 2023 vast te laten stellen en te gaan gebruiken voor het VTH programma 2024.

Bezwaar- en beroep Het aantal bezwaar- en beroepszaken en het resultaat van de behandeling daarvan voor wat betreft het VTH-domein, is een belangrijke graadmeter voor de kwaliteit van ons werk. Wij worden daarom altijd geïnformeerd over (het verloop van) de bezwaar- en beroepsprocedures door de afdeling Juridische Zaken en de resultaten van de behandeling daarvan. Wij vinden het belangrijk om daar lering uit te trekken en daarmee de juridische kwaliteit van onze besluiten steeds verder te verbeteren. Dit doen wij door in voorkomende gevallen belangrijke conclusies met elkaar te delen en waar nodig onze werkprocessen te optimaliseren. Digitalisering Het verlenen van omgevingsvergunningen vindt digitaal plaats. Ook veel overleggen vinden digitaal of hybride plaats. Verder is onze organisatie momenteel bezig met de uitrol van Office 365, wat het tijd en plaats onafhankelijk werken nog beter mogelijk maakt. Door het verder optimaliseren van het digitale werken en de systemen waarmee wij werken, kan een verdere kwaliteitsslag binnen het VTH-domein worden gemaakt.

1.3

Afbakening Dit jaarverslag en programma ziet op de verantwoording en programmering van de uitvoering van de taken ten aanzien van de vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht (zoals bouw, milieu, reclame en kap). Voor de VTH-taken op het gebied van Veiligheid en Openbare Ruimte wordt separaat een jaarverslag en programma gemaakt. Binnen beide werkvelden spelen diverse ontwikkelingen met ieder een eigen proces, zoals de komst van de Omgevingswet en de doorontwikkeling Toezicht Openbare Ruimte. Wij hebben daarom besloten vanaf 2022 het jaarverslag en programma voor beide taakvelden apart op te stellen. 8

2

Projecten & ontwikkelingen

2.1

Wabo (thuistaken)

2.1.1

(Meerjarige) projecten en ontwikkelingen team-overstijgend Omgevingswet De Omgevingswet (hierna: Ow) is de basis voor een nieuw regelgevingsstelsel voor de fysieke leefomgeving. Een belangrijk verbeterdoel van de Ow is een meer integrale benadering van de fysieke leefomgeving in regelgeving, beleid en besluitvorming. Er komt meer lokale afwegingsruimte en de besluitvorming wordt versneld. De planning was dat de Ow per 1 januari 2023 in werking zou treden. Op 14 oktober jl. heeft de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening besloten de invoering van de Omgevingswet in ieder geval door te schuiven naar 1 juli 20233. In 2022 hebben wij vol ingezet op een goede en tijdige voorbereiding op en implementatie van de Ow en daar gaan we ook in 2023 mee door. Dat doen we via de sporen van het Programma Omgevingswet, met speciale aandacht voor de nieuwe kerninstrumenten van de Ow en onderdelen zoals participatie. Hierbij wordt ook uitdrukkelijk gekeken naar de minimale acties die nodig zijn voor een tijdige en goede implementatie, zoals de aanpassing van het mandaatbesluit en de legesverordening. In 2021 is de Omgevingsvisie Mijn Zwolle van morgen 2030 vastgesteld en de voorbereidingen voor het opstellen van één gemeente breed omgevingsplan zijn in volle gang. VTH-medewerkers worden uitdrukkelijk betrokken bij dergelijke beleidsprocessen.

Een onderdeel van de voorbereiding van het omgevingsplan is het onderzoek naar de consequenties van ons handhavingsbeleid op de vorming van dat plan. Daarnaast wordt een plan van aanpak geschreven voor een project gericht op het beëindigen van langlopende, complexe met het bestemmingsplan strijdige situaties. Voor dit project is extra budget beschikbaar, waardoor de inzet hiervoor niet ten koste gaat van onze reguliere werkzaamheden. In 2023 wordt een projectteam gevormd om hiermee aan de slag te gaan. De Ow brengt voor de vergunningverlening en toezicht en handhaving veranderingen met zich mee. De Ow heeft grote impact op onze organisatie en die van onze ketenpartners als het gaat om procedures, werkprocessen en digitale systemen in het brede fysieke domein. Daarmee heeft de Ow ook invloed op hoe wij onze dienstverlening en de uitvoering van de VTH-taken organiseren. Met VTH-medewerkers is in kaart gebracht welke acties nodig zijn om tot goed werkende VTH-processen te komen en samen met procesadviseurs werken wij aan het uitvoeren van die acties en de ontwikkeling van kennis en competenties van de medewerkers van onze gemeente. Met ieder team vinden ook aparte sessies plaats gericht op het eigen taakveld.

3 Datum genoemd in de Voortgangsbrief Omgevingswet oktober 2022 van de Minister van VRO. De

definitieve datum volgt uit het te nemen Koninklijk Besluit door de beide Kamers. Duidelijkheid hierover ontstaat naar verwachting in het eerste kwartaal 2023.

9

Uitgangspunt is dat de vaste medewerkers in 2023 de ruimte krijgen om zich de wet eigen te maken. Voor 2022 en verder zijn voor de afdeling extra middelen beschikbaar gesteld om de voorbereidende werkzaamheden te dekken. De gevraagde inzet heeft - vooralsnog geen gevolgen voor de in dit plan beschreven werkzaamheden op Wabo-gebied. Aandachtspunt daarbij is dat wij te maken hebben met krapte op de arbeidsmarkt waardoor het organiseren van externe ondersteuning voor onze werkzaamheden uitdagend blijft. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De overheid wil meer toezicht en controle in de bouw, zodat bouwers zich aan de geldende kwaliteitseisen houden. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) met als onderdeel de private kwaliteitsborger moet hiervoor gaat zorgen. De Wkb treedt naar verwachting op 1 juli 2023, samen met de Omgevingswet, in werking. In de Wkb worden bouwwerken ingedeeld in drie ‘gevolgklassen’. Het nieuwe stelstel geldt eerst alleen voor nieuwbouwwerken in de laagste risicoklasse, de zogenaamde ‘gevolgklasse 1’ – eenvoudige bouwwerken. Dit zijn bijvoorbeeld grondgebonden eengezinswoningen en eenvoudige bedrijfspanden. Verbouwactiviteiten aan eenvoudige bouwwerken zullen pas zes maanden na inwerkingtreding van de Wkb onder gevolgklassen 1 komen te vallen.

Dat geeft alle betrokken partijen de kans om ervaring op te doen met de nieuwe werkwijze voor toezicht in de bouw. Afhankelijk van de resultaten/ervaringen gaat de Wkb niet eerder dan 5 jaar na de inwerkingtreding ook voor de andere twee gevolgklassen gelden (complexe bouwwerken en specialistische bouwwerken). De rol van de gemeente als bevoegd gezag gaat veranderen door het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw. Er komt een zogenaamde knip tussen de bouwtechnische toets en de ruimtelijke toets. De bouwtechnische toets voorafgaand aan de bouw en het bouwtechnisch toezicht tijdens de bouw worden in het nieuwe stelsel uitgevoerd door een marktpartij en niet meer door de gemeente. Nu toetsen wij nog alle vergunningplichtige bouwplannen aan het Bouwbesluit 2012 voordat een vergunning wordt verleend en houden wij toezicht op de bouw – en treden daar waar nodig handhavend op. Met de Wkb moet de initiatiefnemer een onafhankelijk bedrijf inhuren: een private kwaliteitsborger. Deze kwaliteitsborger ziet erop toe dat aan de technische voorschriften van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, opvolger van het Bouwbesluit 2012 onder de nieuwe Omgevingswet) wordt voldaan. De initiatiefnemer kan volstaan met een bouwmelding en een risicobeoordeling en borgingsplan.

De gemeente blijft echter wél het bevoegd gezag voor het bouwtechnische deel: als de kwaliteitsborger op de bouw een afwijking constateert wordt deze voorgelegd aan de gemeente. De gemeente moet dan eventueel handhavend optreden. De ruimtelijke toets blijft bij de gemeente. Het gaat daarbij om een toets aan regels voor welstand, ruimtelijke aspecten en veiligheid voor de omgeving. Daarnaast blijft het ‘ruimtelijk’ toezicht bij de gemeente (dus bouw- en sloopveiligheid voor de omgeving, ruimtelijke aspecten en welstand). Ook blijft de gemeente bevoegd gezag als het gaat om bestaande bouwwerken.

10

De Wkb leidt tot verandering/verschuiving van taken en rollen van vergunningverlening en toezicht en handhaving en heeft grote impact op procedures, werkprocessen, leges(inkomsten) en informatievoorziening. Daarnaast moeten beleidsmatige keuzes worden gemaakt. Zo kan een gemeente nog steeds toezicht houden op bouwwerken onder de Wkb, maar moet dan wel vooraf keuzes maken in beleid: wanneer wel of niet, bij welk type bouwwerk of onderwerp wil de gemeente betrokken worden. Een andere beleidskeuze is wanneer treden wij wel of niet handhavend op. Het vraagt tijd en capaciteit om de precieze impact van de Wkb in kaart te brengen en zo de Wkb goed te implementeren. De gemeenteraad heeft extra budget beschikbaar gesteld voor de invoering van de Wkb. In 2022 hebben wij onder begeleiding van een externe partij verdere stappen gezet richting implementatie. Deze implementatie richt zich op: • Een analyse van de financiële en capacitaire gevolgen van invoeren Wkb. • Het uitvoeren van proefprojecten om ervaringen op te doen met de Wkb en de veranderende samenwerking met ‘de markt’ (kwaliteitsborger, aannemer, initiatiefnemer). • Het als ambassadeurgemeente binnen IJsselland opzetten van een ambassadeursnetwerk, waarbinnen (tenminste) 10 proefprojecten plaatsvinden, verdeeld over verschillende soorten gebouwen binnen gevolgklasse 1.

• Het analyseren van benodigde aanpassingen in onze werkprocessen en het zicht krijgen op alle keuzemomenten. • Het opstellen van toezicht en handhavingsbeleid Wkb. • Sparren met andere gemeentes in de regio over de aanpassingen in processen en beleid (streven naar waar mogelijk dezelfde aanpak). • De aanpassingen in processen en beleid vertalen naar benodigde aanpassingen in IJVI. In de eerste helft van 2023 zetten wij specifiek in op het gereed zijn voor de invoering van de Wkb voor gevolgklasse 1 nieuwbouw per 1 juli 2023. • Vaststellen toezicht en handhavingsbeleid Wkb gevolgklasse 1 nieuwbouw. • Aanpassen van de legesverordening • Training van medewerkers in de aangepaste werkprocessen • Communicatie over de Wkb en de daaruit volgende aanpassingen, zowel intern als extern. • Het organiseren van informatiesessies in de regio (in samenwerking met andere gemeentes in de regio en brancheorganisaties) • Het definiëren van indicatoren (KPI´s) en methodiek waarmee de effecten voor de gemeente na invoering van de Wkb gemonitord worden. In de tweede helft van 2023 zal de focus liggen op: • Het monitoren van de effecten van de Wkb voor de gemeente en de werking van de aangepaste processen en beleid. • Het gereed zijn voor de invoering van de Wkb voor gevolgklasse 1 verbouw per 1-1-2024.

11

Ondermijning De gemeenteraad heeft op 11 februari 2019 de Veiligheidsvisie 2019 – 2022 vastgesteld. Daarin is de intensivering van de aanpak van ondermijning via een systeemaanpak als prioriteit benoemd. Met het Programma Ondermijning wordt deze systeemaanpak gerealiseerd. De preventieve én repressieve aanpak van de diverse concrete vormen van ondermijnende criminaliteit vraagt om een gezamenlijke, integrale (overheids-)aanpak van concrete ondermijningscasussen. Het komende jaar werken wij verder aan het verstevigen van de integrale ondermijningsaanpak. Onderdeel daarvan is het vergroten van onze weerbaarheid tegen georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Deze weerbaarheid ontstaat door het opwerpen van barrières en actieve toepassing van passend beleid om ondermijnende activiteiten geen kans te geven. Het toepassen van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) bij de aanvraag van een vergunning is een voorbeeld van één van die barrières. Het Bibob-beleid is geactualiseerd. Het nieuwe Bibob-beleid, vastgesteld in 2021, is gebaseerd op het Model Bibob-beleid IJsselland. Onderdeel van dit regiomodel is een lijst met risico categorieën die op basis van landelijke analyses tot stand is gekomen. Voor het vernieuwde Bibob-beleid is de lijst met risico categorieën aangepast naar de lokale situatie in Zwolle.

Het nieuwe beleid maakt het mogelijk om maatwerk te leveren door onderscheid te maken bij onderdelen waar altijd een Bibob-toets toegepast wordt (hoog risico) en waar deze toegepast kan worden (laag risico). Omgevingsvergunningen bouw en milieu staan ook op die lijst. Dit heeft gevolgen voor de werkwijze bij de vergunningverlening. Dit wordt in 2023 verder uitgewerkt in de processen. Data gedreven werken Data gedreven werken of ook wel informatie gestuurd werken binnen het VTH-domein kan ons helpen om de veiligheid en leefbaarheid in Zwolle beter te waarborgen. Het zorgt ervoor dat sturing kan plaatsvinden vanuit overzicht, trends en ontwikkelingen. Het accent in het programma zal daarmee op onderdelen gaandeweg verschuiven van focussen op inspanningen (hoeveel vergunningen gaan we verlenen en hoeveel controles gaan we uitvoeren) en op output (het halen van de afgesproken aantallen) naar het werken aan een programmering dat gebaseerd is op outcome (resultaat en effectiviteit). Wij bouwen aan een ‘dashboard’ van waaruit wij real time (detail) informatie uit onze zaaksystemen kunnen halen. In 2021 zijn we gestart met informatieverzoeken en klantcontacten. In 2022 is het ‘dashboard’ verder uitgebreid met aanvragen omgevingsvergunning. Het dashboard is nu nog gebaseerd op de Wabo en een zogenaamde ‘datadump’.

In 2023 willen we ook kijken naar toezicht en handhaving en werken wij toe naar een real time dashboard, waarbij wij ook kijken naar indicatoren (KPI’s) voor de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en kwaliteitsdoelen zoals afhandelingstermijn. Op basis daarvan kunnen wij de werkprocessen verder optimaliseren en Omgevingswet en Wkb ‘proof’ maken. Dat vormt weer een belangrijke basis voor onze programmering en de keuzes die wij daarbij maken. Monitoring Een goede monitoring is nodig om te kunnen beoordelen of beleids- en begrotingsdoelstellingen (zoals opgenomen in het VTH-beleidsplan Wabo thuistaken 12

2021-2022 en de productbladen) behaald worden. Op dit moment maken wij gebruik van de indicatoren zoals vermeld in de productbladen. Helaas lukt het nog niet in alle gevallen daarop snel en/of op detail te rapporteren. In 2021 en 2022 zijn met het ‘dashboard’ stappen gezet om de monitoring te verbeteren (zie vorige paragraaf). In 2023 gaan wij extra aandacht besteden aan de monitoring en kijken welke verbeteringen of aanpassingen op dit vlak nodig zijn. Het ontwikkelen en uitvoeren van deze werkwijze van informatiegestuurd werken en monitoring vraagt specifieke expertise en kost capaciteit. Wij gaan in 2023 een medewerker gegevensbeheer werven die ons op dit vlak gaat ondersteunen. 2.1.2

(Meerjarige) projecten en ontwikkelingen vergunningverlening Woningopgave In 2021 is de Omgevingsvisie Mijn Zwolle van morgen 2030 vastgesteld. Tot 2030 willen we jaarlijks 1000 woningen toevoegen aan onze gemeente. Dat doen we om het huidige woningtekort aan te pakken, waarbij we zien dat de vraag blijft toenemen. Met 1000 woningen per jaar tot 2030 willen we het woningtekort op alle fronten aanpakken met onderscheidende woonmilieus en een gevarieerd aanbod voor iedere inkomenscategorie. Een belangrijke keuze daarin is dat we onze opgaven voor meer woningen bijna volledig laten landen in de bestaande stad. We koppelen de woonopgaven ook aan gebieden waar een noodzaak is tot transformatie. Deze woningopgave betekent dat wij in 2022 en de daaropvolgende jaren rekening moeten houden met een stroom aan aanvragen om omgevingsvergunningen en aan de voorkant meedenken bij de projecten en initiatieven om die procedures soepel te laten verlopen. Beleid en uitvoering Het opstellen van nieuw gemeentelijk beleid of aanpassing bestaand beleid vraagt om een uitvoerbaarheidstoets door de uitvoerende afdelingen. Daar houden wij in de planning rekening mee, al is niet altijd vooraf goed in te schatten welke capaciteit daarvoor nodig is. Zonder goede toets voorafgaande aan de vaststelling merken wij dat wij bij de uitvoering ervan tegen problemen oplopen.

Stikstof De stikstoftoets maakt onderdeel uit van de toetsing van aanvragen om een omgevingsvergunning. Per aanvraag moet worden beoordeeld of een stikstofberekening moet worden opgesteld om te beoordelen of uitvoering van het plan kan leiden tot significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied. Sinds 1 juli 2021 is gebruik gemaakt van de bouwvrijstelling, een algehele vrijstelling van de natuurvergunningplicht voor bouwfasen. Op grond van nieuwe regels gold voor de aanlegfase (het bouwen/slopen/aanleggen) deze plicht niet meer. Op 2 november 2022 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State echter geconcludeerd dat zo’n algehele vrijstelling in strijd is met het Europese natuurbeschermingsrecht en om die reden geoordeeld dat de bouwvrijstelling niet kan worden toegepast.

13

Voor bouwfasen moet nu weer teruggevallen worden op de regels en werkwijze van voor de bouwvrijstelling: per project de stikstofdepositie van de bouwfase berekenen, indien mogelijk schoon materieel inzetten en beoordelen of er sprake is van stikstofdepositie en zo ja, wat de gevolgen zijn voor de natuur. Net zoals we dat gedaan hebben voordat in juli 2021 de bouwvrijstelling van kracht werd, en net zoals we dat ook voor de permanente gebruiksfase doen. Uit de berekeningen blijkt vaak dat er geen (significante) toename van de stikstofdepositie plaatsvindt, waardoor stikstof geen belemmering vormt voor de bij de afdeling in behandeling zijnde aanvragen omgevingsvergunningen. In de gevallen waarin uit de berekening wel een (significante) toename van de stikstofdepositie blijkt en uitvoering van het plan tot significante gevolgen kan leiden voor een Natura 2000-gebied, vragen wij de provincie om een verklaring van geen bedenkingen – tenzij de initiatiefnemer ervoor kiest om zelf een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming bij de provincie aan te vragen en de vergunningenprocedures los van elkaar te doorlopen. Uit het voorgaande volgt dat de stikstoftoets tot meer administratieve lasten en vertraging kan leiden en extra capaciteit vraagt, maar dat de impact op het VTH-domein tot dusver relatief beperkt is.

Groene leges Van 2018 tot 2021 is er een pilot geweest tot het stimuleren van duurzaamheidsmaatregelen zoals zonnepanelen en warmtepompen bij nieuwbouw van woningen en bij het verduurzamen van monumenten. De vorm die daarvoor is gekozen is een korting op de leges (groene leges regeling). In 2021 is de pilot geëvalueerd en is om diverse redenen in juli 2021 besloten de regeling te beëindigen. Omdat de beschikbaar gestelde middelen nog niet verbruikt zijn, worden in de eerste helft van 2023 de mogelijkheden onderzocht om te komen tot een alternatieve regeling. 2.1.3

(Meerjarige) projecten en ontwikkelingen toezicht & handhaving (waaronder constructieve veiligheid) Illegale woningsplitsingen Zwolle heeft te maken met een druk op de woningmarkt en dat maakt ook dat wij steeds meer te maken krijgen met het illegaal splitsen van woningen. Hoewel de splitsing van woningen een deel van de vraag naar woonruimte opvangt, heeft het een negatieve invloed op de (brand)veiligheid en leefbaarheid van onze stad. Op 14 mei 2020 is door de raad het paraplubestemmingsplan Zelfstandige woonruimte en de Beleidsregel voor zelfstandige woonruimte vastgesteld, met als doel om overlast als gevolg van het toevoegen van zelfstandige woonruimte(n) te beperken en de kwaliteit van de woningen en de leefomgeving veilig te stellen. Gelet op de impact van illegale woningsplitsingen op de veiligheid en leefbaarheid van onze stad zijn wij in 2021 gestart met het projectmatig handhaven van illegale woningsplitsingen. De gemeenteraad heeft een budget van € 60.000,- beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het project. Er is extern een projectleider aangetrokken en er is een plan van aanpak opgesteld. In het Plan van Aanpak werd uitgegaan van circa 80 zaken. Uit nader onderzoek is gebleken dat er nu in totaal 198 dossiers zijn waarbij er een indicatie is dat er illegale woningsplitsing heeft plaatsgevonden. 14

Van 49 zaken is inmiddels duidelijk dat zij buiten de scope vallen van het project. Bij de overige zaken wordt eerst uitgezocht of de situatie gelegaliseerd kan worden. In 2022 is één situatie gelegaliseerd met een vergunning. Het afgelopen jaar zijn 31 controles uitgevoerd, is 25 keer een voornemen verstuurd en is tot nu toe 15 keer een last onder dwangsom opgelegd. Het is de verwachting dat het project nog circa 1,5 à 2 jaar in beslag zal nemen. Constructieve veiligheid (grote) publiekstoegankelijke gebouwen Breedplaatvloeren Op 22 april 2020 is de Regeling Bouwbesluit met betrekking tot de veiligheid van breedplaatvloeren inwerking getreden. In deze regeling is een gefaseerde onderzoeksplicht opgenomen voor gebouwen met breedplaatvloeren. Inmiddels hebben wij voor Zwolle alle panden in beeld die nader beoordeeld moeten worden. Momenteel geldt nog niet voor al deze panden een onderzoeksverplichting. In 2023 zullen wij de ontwikkelingen op dit onderwerp actief blijven volgen en daar waar nodig nader onderzoek bij panden (laten) doen. Voetbalstadion Sinds het voetbalseizoen 2020-2021 is de eigenaar van een stadion zelf verantwoordelijk voor de constructieve controle van het stadion. Hiermee is voor de gemeente dit onderdeel uit de veiligheidsverklaring (deel B) voor een stadion komen te vervallen.

De controle van brandveiligheid wordt nog wel jaarlijks door de gemeente uitgevoerd, dit wordt door gemeenten en Betaald Voetbal Organisaties (BVO) gezamenlijk in een veiligheidsverklaring (deel A) aan de KNVB kenbaar gemaakt. Naar aanleiding van het instorten van een tribunedeel van stadion De Goffert in Nijmegen heeft de minister van BZK eigenaren van stadions in 2021 opgeroepen actie te ondernemen door de staantribunes van hun stadion te laten inspecteren en beoordelen door een deskundig constructeur. De betreffende gemeenten zijn gevraagd erop toe te zien dat dit ook wordt gedaan. Wij hebben de eigenaar van het stadion gevraagd om ons hierover te informeren en op basis van de overgelegde documenten is er geen directe twijfel over de veiligheid. Wij nemen dit onderwerp mee in het overleg met betrokkenen rondom het stadion. Periodieke beoordeling constructieve veiligheid voor grote publiekstoegankelijke gebouwen Er is een verzamelwijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving en regeling in voorbereiding, waarbij eigenaren van grote publiekstoegankelijke gebouwen verplicht worden om voor hun gebouwen periodiek de constructieve veiligheid te beoordelen volgens de Nederlandse Technische Afspraak (NTA). Zowel besluit als regeling zullen naar verwachting in 2023 van kracht worden. In 2023 zullen wij de ontwikkelingen op dit onderwerp actief blijven volgen.

Bouw en sloopveiligheid Veiligheid is een belangrijk thema in ons uitvoeringsbeleid. Op basis van ons uitvoeringsbeleid en beschikbare capaciteit moeten wij echter wel prioriteiten stellen. Binnen de organisatie bestaat de behoefte om meer te gaan werken met BLVC plannen. BLVC staat voor Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie. 15

In een BLVC-plan zijn maatregelen, verantwoordelijkheden en afspraken beschreven rondom bouwprojecten. Vanuit VTH is in kaart gebracht wat een dergelijke aanpak betekent voor de VTHwerkzaamheden. Niet alle aspecten die in een BLVC-plan staan zijn juridisch afdwingbaar en toezicht en handhaving op die onderdelen is daarmee ook niet mogelijk. Op basis van het huidige Bouwbesluit 2012 (onder de Omgevingswet Besluit bouwwerken leefomgeving) kan alleen als het gaat om het uitvoeren van bouw- en sloopwerkwerkzaamheden om een veiligheidsplan worden gevraagd. Op dit moment wordt daar minimaal gebruik van gemaakt. Er zijn ook geen specifieke normen voor een Veiligheidsplan. Er is sprake van een dynamisch uitvoeringsproces, waarbij bij verschillende fasen (zoals sloop, ruwbouw, afbouw) verschillende veiligheidsvraagstukken spelen. Op het gebied van bouw- en sloopveiligheid is tot op heden binnen de afdeling Fysieke Leefomgeving geen specifieke deskundigheid en ook geen gelabelde capaciteit voor beoordeling en toezicht en handhaving op bouw- en sloopveiligheidsplannen aanwezig. Het toepassen van BLVC plannen is slechts mogelijk als het als een project wordt opgepakt en er vooraf voldoende capaciteit wordt vrijgemaakt bij alle disciplines die betrokken zijn.

Om inzicht te krijgen in de kennis en capaciteit die nodig is, is het voorstel om in 2023 te starten met een multidisciplinair team dat periodiek bepaalde initiatieven / aanvragen op dit thema beoordeelt. Deze aanpak wordt uitgewerkt in een projectvoorstel. Handhaving Energielabel C kantoren In het Bouwbesluit 2012 (en straks onder de Ow in het Besluit bouwwerken leefomgeving) is vastgelegd dat per 1 januari 2023 kantoorgebouwen groter dan 100 m² energielabel C of beter moet hebben om nog als kantoor gebruikt te mogen worden. Dit geldt voor kantoren van derden maar ook voor ons eigen gemeentelijk vastgoed. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verzorgt de informatievoorziening en ondersteuning aan bedrijven en ondernemers over onder meer het energielabel. Op basis van gegevens van de RVO blijkt dat pas 45% van alle kantoren in Nederland voldoet. Na 1 januari 2023 is toezicht en handhaving aan zet om de achterblijvers over de streep te trekken. De gemeente en in sommige gevallen de provincie is het bevoegde gezag om toe te zien op de naleving van deze energielabelplicht kantoren. In ons huidige VTH-beleid is aangegeven dat wij inzetten “….op de controle van de verplichting die in het Bouwbesluit 2012 is opgenomen als het gaat om het feit dat ieder kantoorgebouw (uitzonderingen daar gelaten) minimaal energielabel C moet hebben per 1 januari 2023.

In het VTH programma 2022 is hiervoor echter geen capaciteit geraamd, omdat wij gelet op de geringe beschikbare capaciteit bij Toezicht scherpe keuzes moeten maken. Via de algemene uitkering ontvangen gemeenten tot 2030 compensatie voor de handhavingslasten. Het gaat voor Zwolle om een bedrag van ca. € 12.000,-- per jaar voor de periode 2022 – 2025, later minder. Deze middelen zetten we in voor toezicht en handhaving van de energielabelplicht kantoren. Of deze middelen toereikend zijn voor deze toezichttaak is nu nog niet duidelijk, maar in ieder geval voldoende om te starten. Ook gaan wij in gesprek met de OD om te bekijken of zij deze werkzaamheden kunnen oppakken, omdat bij hen expertise zit wat betreft energie bij bedrijven.

16

Het is de bedoeling om in de eerste helft van 2023 alle eigenaren een vooraankondiging te sturen en vervolgens de eerste groep aan te schrijven op de verplichting. Als onderdeel van de aanschrijving zal worden verzocht tot het overleggen van: - Een geldig energielabel C voor het kantoorgebouw, of - Een energie- of maatwerkadvies over het vermoedelijk energielabel van het kantoorgebouw met bijbehorende maatregelen die nodig zijn om energielabel C te verkrijgen. Daarbij moet ook een tijdsplanning worden overgelegd voor de uitvoering van de maatregelen. Het uitgangspunt is dat zo snel mogelijk moet worden voldaan aan de labelplicht. Dit is afhankelijk van de te nemen maatregelen. Grip op zorg Zwolle is een inclusieve stad waar alle inwoners gelijke kansen hebben om mee te doen, ook mensen met een beperking, die ondersteund worden om zo zelfstandig mogelijk te wonen. Dit geldt ook voor mensen met een beperking waarvan sommigen samenwonen in kleine groepen in woonzorgprojecten. Een aantal van deze woningzorgprojecten veroorzaken echter in meer of mindere mate overlast voor de buurt en de raad heeft op 29 november 2021 een motie aangenomen om te onderzoeken hoe er meer grip en sturing mogelijk is bij de toekenning van zorgwoningen. (Motie M 17-2 vreemd aan de orde van de dag “Zorgwoningen en zorgelijke zorgaanbieders”).

Aan deze opdracht is vervolg gegeven door met een breed samengestelde werkgroep te onderzoeken hoe we de overlast kunnen tegengaan. Dit wordt in 2023 verder uitgewerkt en aan het college en de raad voorgelegd, met daarbij een overzicht wat nodig is voor een goede implementatie en uitvoering. Noodopvang Oekraïners Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne is een grote groep Oekraïners gevlucht naar het buitenland, waaronder Nederland. Dat betekent onder meer dat er gezocht moet worden naar noodopvang. Dat heeft in 2022 geleid tot onvoorziene werkzaamheden, met name op het vlak van brandveiligheid. Hierbij kan gedacht worden aan een schouw van toekomstige noodopvang locaties, controle van brandveiligheidsvoorzieningen bij het verbouwen van kantoren naar noodopvanglocaties en overleg met Veiligheidsregio en andere betrokkenen. Op dit moment zijn er drie locaties waar Oekraïense vluchtelingen worden opgevangen, waaronder drie kantoorgebouwen op Oosterenk. De verwachting is dat wij ook in 2023 deze locaties prioriteit moeten geven boven het controleren van andere bouwwerken in de gemeente Zwolle.

2.2

Wabo (OD-taken milieu) VTH-uitvoeringsprogramma IJsselland 2023 Voor de OD-taken geldt een wettelijke verplichting om te komen tot een regionaal uitvoeringsprogramma. Wij hebben van de OD op 1 december jl. het VTHuitvoeringsprogramma 2023 Samen Toekomstbestendig Omgevingsdienst IJsselland 17

(hierna: UVP 2023) ontvangen. De daarin opgenomen VTH-taken hebben wij voor zover mogelijk in verkorte vorm opgenomen in de productbladen van dit document en daarin verwijzen wij naar het VTH-uitvoeringsprogramma IJsselland 2023. In het UVP 2023 is per taakveld of thema het doel beschreven en vervolgens wat er wordt gedaan om bij te dragen aan het behalen van dat doel. Waar mogelijk wordt hier een directe verbinding gelegd met de per taakveld beschikbare uitvoeringsformatie. Voor het jaarverslag geldt er geen wettelijke verplichting om te komen tot een regionaal jaarverslag. Voor ons jaarverslag 2022 OD-taken baseren wij ons vooral op de bestuursrapportage tot september 2022 (BERAP2) en de maandelijkse voortgangsrapportages, zoals wij die van de OD hebben ontvangen. Programma Samen Toekomstbestendig Omgevingsdienst IJsselland De OD is in 2021 gestart met het Programma Samen Toekomstbestendig, met als doel de organisatie verder door te ontwikkelen. Het jaar 2022 is een overgangsjaar. Vanuit het programma Samen Toekomstbestendig, dat begrotingstechnisch vanaf 2023 effectief wordt, is veel in gang gezet en wordt een robuuste basis gelegd voor de toekomst. De begroting 2022 is echter nog op historische grondslag gebouwd (ingebrachte capaciteit bij de vorming OD) en dit werkt nog door in het jaarverslag 2022.

Binnen die kaders ligt de implementatie van ‘Samen Toekomstbestendig’ op schema. Nieuwe urenplanning Vanaf de start van de OD in 2018 tot en met 2022 was er sprake van beduidende scheefgroei in geraamde versus gerealiseerde uren voor de deelnemers. In de begroting 2023 van de OD is de herijking van de financiering verwerkt en zijn de benodigde en beschikbare formatie en financiële middelen vermeld. Het UVP 2023 is daarop gebaseerd. Het programma ‘Samen Toekomstbestendig’ van de OD leidde tot een meer objectieve vaststelling van de benodigde ureninzet per taakveld en deelnemer. Meerwerkopdrachten zijn bespreekbaar als het tijdig wordt aangekaart, benodigde middelen beschikbaar zijn en de OD kan zorgen voor de benodigde bemensing. Doorontwikkeling Het Programma Samen Toekomstbestendig is niet alleen financieel van aard. De doorontwikkeling van de OD stelt het effect van het werk van de dienst voorop. Dat vraagt om een meer risico- en datagerichte manier van werken. Regionaal programmeren met oog voor lokale wensen en ambities is beter voor de kwaliteit en de efficiency van de uitvoering. Vanuit een regionale blik wordt gekeken hoe de uren worden ingezet: wat zijn de belangrijkste issues, waar valt het meeste milieurendement te halen en hoe kan de OD dat logistiek gezien het beste organiseren.

In 2023 start de OD een regionale pilot risico- en datagericht werken bij de voedingsmiddelenindustrie. De regionale aanpak met onder meer ketentoezicht en themacontroles wordt in 2023 gecontinueerd.

18

Verbetering monitoring OD-taken (uitvoering verbeterpunt IBT) Het verbeteren van de monitoring is een aandachtspunt. Ook in het kleurbeeld Wabo 2022 heeft het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) als één van de verbeterpunten meegegeven: werk in 2022 aan de verbetering van de monitoring. Alle IJssellandse gemeenten hebben dit als verbeterpunt meegekregen. In gezamenlijkheid (OD, OD-partners en IBT) wordt gewerkt aan een verbeterslag. In het kader van het project datakwaliteit heeft de OD ook in 2022 inzet gepleegd op het verbeteren van de data en de presentatie daarvan. Het bedrijvenbestand is één van de belangrijkste pijlers van deze datakwaliteit. Ook is gewerkt aan een steeds nauwkeuriger manier van tijdschrijven en het monitoren van de prestatie indicatoren zoals opgenomen in het uniform VTH-beleid OD-taken. Dit maakt ook onderdeel uit van spoor 1 van het Programma Samen Toekomstbestendig en krijgt in 2023 een vervolg. Ook de regionale en branchegerichte aanpak (zie hiervoor) draagt bij aan een datagerichte manier van werken, waarmee ook een verbeterslag in de monitoring kan worden gemaakt. Risicoanalyse en PDC In 2022 is de regionale Risicotool, versie 1.0, vastgesteld. De OD maakt samen met Omgevingsdienst Twente een vervolgslag op de in 2022 opgeleverde risicoanalyse om deze geschikt te maken voor milieutaken, ook onder de Omgevingswet.

Deze aangescherpte analyse is uiterlijk 1 jul 2023 beschikbaar en vormt de basis voor het Uitvoeringsprogramma 2024 van de OD. In afwachting van de verdere uitwerking van de risicoanalyse, programmeert de OD de inzet voor de reguliere controles zoveel mogelijk op basis van de in het beleid vastgestelde uitgangspunten (huidige risicoanalyse). De keuzes voor de te controleren bedrijven zijn gemaakt op basis van milieurelevantie en reguliere planning voor 2023. Daarnaast zijn bedrijven toegevoegd vanuit de nog te bezoeken bedrijven die nog niet in de planning zijn opgenomen. Ook hierbij is gekeken naar de mate van milieurelevantie van de betreffende bedrijven. Tevens wordt in 2023 de beweging ingezet om meer geprogrammeerd- en risicogericht, efficiënt en informatiegestuurd te werken. In het kader van het duurzaam up-to-date houden van het bedrijvenbestand zijn ook in 2023 uren gereserveerd om de actualiteit van het bedrijvenbestand blijvend te monitoren door onder andere gevelcontroles. Daarnaast moet het huidige regionale VTH-beleid OD-taken worden geactualiseerd. In 2022 is een start gemaakt met deze actualisatie, rekening houdend met de Omgevingswet en de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen in het adviesrapport “Om de leefomgeving”. In 2023 krijgt dit samen met de OD en andere deelnemers een vervolg. De aard, omvang en aanpak worden nog bepaald.

Energiebesparingsaanpak bedrijven De OD voert diverse wettelijke energie gerelateerde werkzaamheden uit die een bijdrage leveren aan de duurzaamheidsambities van de partners en de energietransitie in West-Overijssel. De OD heeft afgelopen jaren toezichthouders opgeleid om die 19

specialistische taken uit te voeren en bij verschillende categorieën van bedrijven gerichte energiecontroles uit te voeren. Ook de nieuwe landelijke regeling over de Informatieplicht energiebedrijven voert de OD uit. Sinds 2020 hebben wij, net als de andere partners in de regio IJsselland, tijdelijk extra financiële middelen beschikbaar gesteld voor projectmatige aanpak van het energietoezicht in onze regio. Op dit moment wordt uitvoering gegeven aan het Energie & Duurzaamheid Uitvoeringsplan 2022 – 2023. Ook voor 2022 en 2023 zijn tijdelijk extra financiële middelen beschikbaar gesteld. De komende periode zet de OD daarmee in op specifieke energiecontroles bij onder meer industriële- en agrarische bedrijven en kantoorgebouwen. In 2023 beraden wij ons over voorzetting van het uitvoeringsplan. Omgevingswet Ook de OD bereidt zich voor op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Zij voeren de maatregelen uit die zijn opgenomen in het (aangepaste) Projectplan Implementatie Omgevingswet. De capaciteit die daarmee gemoeid is wordt deels gedekt uit extra beschikbaar gestelde middelen door de deelnemers.

20

3

Productbladen

3.1

Taakveld bouwen & RO

3.1.1

Vooroverleg Begrotingsdoel(en) Beleidsdoel(en) Indicator/ indicatoren Programma 2022

Doel 6.1.3: We zorgen voor een flexibel maar helder wettelijk kader en adequaat instrumentarium. Door het geven van informatie en het aan de voorkant vaststellen van de haalbaarheid van een eventuele aanvraag, de haalbaarheid te vergroten (zoeken naar een oplossing) en de noodzaak van een vergunning in te schatten. Dit bespaart tijd en kosten voor beide partijen. Aantal ingediende en afgehandelde adviesvragen/informatieverzoeken vanuit de spreekbox, via de website en het KCC (streefwaarde 100%). • 50 adviesvragen vanuit de spreekbox; • 1500 adviesvragen via onze website en het KCC. Resultaten

Een initiatiefnemer kan ervoor kiezen om nog voor het indienen van een aanvraag om omgevingsvergunning, met ons in overleg te gaan om te kijken wat de haalbaarheid van de plannen zijn. Het mes snijdt daarbij aan twee kanten: de behandeling van aanvragen waarbij vooroverleg heeft plaatsgevonden kosten gemiddeld minder tijd dan aanvragen waarbij geen vooroverleg heeft plaatsgevonden. Daarnaast weet de initiatiefnemer waar hij aan toe is. Half maart 2020 is vanwege de lockdown door het coronavirus besloten de spreekbox voorlopig te sluiten. De adviesvragen worden sindsdien uitsluitend telefonisch, per post of digitaal gesteld. Ten behoeve van het beantwoorden van de verzoeken wordt gekeken naar de meest geëigende weg: telefonisch, mail, via Teams of een afspraak op locatie. Het afgelopen jaar hebben wij in het kader van vooroverleg 1372 contactverzoeken en informatieverzoeken via de telefoon, email en website ontvangen en afgehandeld. Het aantal interne adviesverzoeken en rechtstreeks contact per mail en telefonisch met initiatiefnemers, buiten onze registraties om, wordt niet gemonitord. Ook de mogelijkheid van het indienen van een conceptaanvraag is een vorm van vooroverleg. Dit onderdeel is verder uitgewerkt in de volgende paragraaf.

21

Evaluatie: resultaten bijgedragen aan behalen doelen?

Programma 2023 Urenbegroting 2023

3.1.2

Het totaal aantal ingediende en afgehandelde contact- en informatieverzoeken ligt iets lager dan het geprogrammeerde aantal. Mogelijk dat de uitgestelde inwerkingtreding van de Ow en Wkb daar een oorzaak voor is. Wel is duidelijk dat deze vorm van dienstverlening in een behoefte voorziet en heeft bijgedragen aan het behalen van het begrotingsdoel en het beleidsdoel. Zo zijn in het afgelopen jaar minder aanvragen buiten behandeling gelaten of geweigerd (zie volgend productblad). Wij verwachten ook in 2023 veel verzoeken en om die reden houden wij het aantal verzoeken in het programma 2023 gelijk aan 2022. Gelet op de digitalisering en de actualiteit van het coronavirus is de verwachting dat ook in 2023 weinig gebruik gemaakt zal worden van de spreekbox. Om die reden is dat aantal voor het programma 2023 wel naar beneden bijgesteld. • 10 adviesvragen vanuit de spreekbox; • 15004 adviesvragen via onze website en het KCC. Het bouwteam vergunningen is ‘producteigenaar’. In de urenbegroting voor 2023 is 1310 uur gereserveerd voor de uitvoering (0,99 Fte).

(Concept)aanvragen + toezicht en handhaving op omgevingsvergunningen: bouw, RO, aanleg, monument, sloopmeldingen, sloopvergunningen bouw, reclame, kap en uitweg. Begrotingsdoel(en)

Beleidsdoel(en)

- Doel 6.1.3: We zorgen voor een flexibel maar helder wettelijk kader en adequaat instrumentarium. - Doel 7.2.2: We versterken de fysieke veiligheid door het voorkomen en tegengaan van branden, ongevallen, rampen, crisis en gevoelens die daarmee samenhangen. 1) Het bevorderen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, veiligheid, leefbaarheid en gezondheid door het toetsen van plannen en meldingen aan de geldende regelgeving en daar waar mogelijk maatwerk te leveren. 2) Het waarborgen van de veiligheid en gezondheid van de bewoners en gebruikers van panden, alsmede het voorkomen van aantasting van de leefomgevingskwaliteit tijdens de realisatie. 3) Het beperken van discrepanties tussen het archief en het gerealiseerde. 4) Het stimuleren van het (spontane) naleefgedrag.

4 Als gevolg van de invoering per 1 juli 2023 van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen

verwachten wij een toename van het aantal klantvragen.

22

Vergunningen Toezicht & handhaving 1) Het aantal ingediende en 4) Aantal toezichtsmomenten, afgehandelde aanvragen om onderverdeeld naar categorie omgevingsvergunningen en aanvragen en type toezicht meldingen (streefwaarde (constructief/bouw). 5) Aantal toezichtsmomenten 100%). onderscheiden voor wat betreft 2) Het resultaat van de grote projecten. behandeling van de 6) Resultaat controles. aanvragen/meldingen (streefwaarde <5% geweigerd/buiten behandeling, <1% van rechtswege). 3) Het aantal controletoetsen constructieberekeningen waaronder het aantal dat niet akkoord is. Programma Vergunningen Toezicht & handhaving 2022 • 100 conceptaanvragen. • 25 controles monumenten beschermd stadsgezicht • 700 omgevingsvergunningen • 500 controlemomenten bouw. bouwtoezicht waarbij de volgende • 40 ruimtelijke ordening grote bouwprojecten substantiële (afwijking bestemmingsplan) controles op het programma • 25 omgevingsvergunningen staan: aanleg. - (nieuw)bouw Stadshagen; • 60 omgevingsvergunningen - Broerenkwartier; kap. - Sloop en nieuwbouw Hudson’s • 20 omgevingsvergunningen Bay en toekomstige plannen van reclame. C&A; • 10 monumentenvergunningen. Westerlaan 51, verbouw • 20 sloopmeldingen. (voormalig gebouw posterijen) • 3 sloopvergunningen. - (de voorbereiding op) de bouw • 20 omgevingsvergunningen van de passarelle uitweg.

- Distributiecentrum Steinfurtstraat 3; - Bouwinitiatieven op Hessenpoort • 350 buitencontrolemomenten constructeurs (inclusief grote projecten). • 700 adviestoetsen door de constructeurs.

Indicator/ indicatoren

23

Resultaten vergunningverlening Uit onderstaande tabel (en beeldend gemaakt in figuur 1) blijkt hoeveel Wabogerelateerde aanvragen wij het afgelopen jaar hebben ontvangen en met hoeveel aanvragen wij rekening hebben gehouden5.

Concept Bouw: enkel en samengesteld Ruimtelijke ordening (afwijking bestemmingsplan) Aanleg Kap Reclame Monumenten Sloopmeldingen6 Sloopvergunningen Uitrit

2019

2020

2021

2022

Programma 2022

89 523

121 644

142 850

319 653

100 700

35

37

45

43

40

22 72 28 7 12 0 16

32 56 19 9 13 3 25

14 57 21 5 0 2 25

12 46 24 6 95 2 31

25 60 20 10 20 3 20

Tabel 1: Aantal Wabo aanvragen in relatie tot programmering 2022

Wat opvalt is dat het aantal aanvragen bouw en samengesteld ten opzichte van 2021 is afgenomen en het aantal conceptaanvragen flink is toegenomen. Een verklaring daarvoor is dat wij sinds 2021 vooroverleg en het indienen van een conceptaanvraag meer zijn gaan stimuleren. Het is voor de initiatiefnemer een goede manier om een indicatie te krijgen van de haalbaarheid van het plan en het draagt bij aan het indienen van een volledige definitieve aanvraag. Van de 319 conceptaanvragen zijn er 163 voortijdig op basis van de eerste beoordeling ingetrokken. De verwachting is dat wij deze trend ook in 2023 zullen zien en veel conceptaanvragen zullen ontvangen. Het blijkt lastig om de onderverdeling bij samengestelde aanvragen (in totaal in ieder geval 103 aanvragen) goed uit het systeem te halen. De samengestelde aanvragen worden nu meegeteld onder bouw omdat bouw nagenoeg altijd één van de activiteiten is. Vaak gaat het daarbij om een combi bouw en afwijking bestemmingsplan, maar het kan ook gaan om een combi waar bijvoorbeeld ook de activiteit uitrit, aanleg of monument is aangevraagd. Daarnaast is het aantal samengestelde aanvragen naar verwachting in werkelijk hoger, omdat een aanvraag bouw soms ook aangemerkt moet worden als een aanvraag afwijken bestemmingsplan en dit niet altijd goed in de rapportages inzichtelijk kan worden gemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=851bed6d-03ee-4554-9581-368add7d04e5